U bent hier: Home / Cultuur / Tentoonstellingen / 2007 / Tahon

Tahon

Universa
[Mensbeeld in transformatie]



25 oktober 2007 - 21 december 2007

te bezoeken van maandag tot vrijdag (10u - 18u)

Vernissage: Donderdag 25 oktober 2007 om 20u00, Atrium

Sprekers:
Piet Vanden Abeele: campusrector Kulak, vice-rector K.U. Leuven
Christa Vyvey: voorzitter Phidias
Stefaan De Clerck: burgemeester Kortrijk



Een verlangen naar magie

Johan Tahon (Menen, 1965) veroverde van bij zijn eerste optreden een eigen plaats in de Vlaamse kunstwereld. Het was in 1996, op de eerste
tentoonstelling in het nieuwe gebouw van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent. Hij toonde er enkele grote beelden in gips,
vervormde figuren die door hun sterke expressie en hun extreme kwetsbaarheid een beklijvende indruk maakten. Er was iets vreemds aan de hand
met deze beelden. Ze leken dichter bij het expressionisme te staan, of bij de totems van sommige primitieve culturen, dan bij de hedendaagse kunst
waartussen ze in Gent een plaats hadden gekregen. Op een moment dat videokunst, digitaal gemanipuleerde fotografie en virtuele realiteit aan de
orde van de dag zijn, trekt Tahon zich terug in een vervallen fabriek en schept er dag na dag zijn persoonlijke droomwereld in klei, gips en brons.

Zijn eerste tentoonstellingen hadden plaats in de oude fabrieken die hij als atelier mag gebruiken. Het was een juiste keuze, want dit werk is nergens
zo goed te begrijpen als in de onherbergzame omgeving waarin het tot stand komt. Het atelier is de intimiteit van de kunst. Tahon houdt van de
desolate, kille sfeer van deze gebouwen en verwerkt wat er rondslingert - een autoband, een buis, een stuk gereedschap - op een vanzelfsprekende
manier in zijn beelden, met bizarre gevolgen voor de anatomie van zijn figuren. Vooral ‘s nachts, spaarzaam beschenen door kunstlicht, krijgen
zijn beelden hier hun volle zeggingskracht. Het is voor hem geen gemakkelijke stap om zijn vertrouwde, schemerige werkplaats in de Vlaamse
provincie te ruilen voor het ongenadige licht van galeries en musea in vele landen.

Het werk van Tahon staat bewust in een traditie van eeuwen. Hij haalt impulsen uit de hele kunstgeschiedenis, omdat hij uit ervaring geleerd heeft
dat daarin nog veel te ontdekken blijft. Zo herkent men in zijn beelden echo’s van Egyptische, Afrikaanse en Oosterse sculptuur, van de Griekse
Oudheid en Byzantium, maar ook van moderne beeldhouwers als Lehmbruck en Giacometti. Vooral de diepe existentiële ervaring die uit
Giacometti’s schimmige gestalten spreekt, het gevoel van kwetsbaarheid dat zij oproepen, geeft hem een houvast. ‘Het is alsof hij altijd in de spiegel
kijkt en zichzelf ondervraagt’, zei hij na een bezoek aan een grote Giacometti-tentoonstelling in het kasteel van Seneffe. Zichzelf ondervragen: misschien
is dat wel de essentie van wat Tahon naar de beeldhouwkunst drijft. De kunstenaar leeft in een van de welvarendste landen van de wereld,
verwend door comfort, technologische hoogstandjes en onbegrensde mogelijkheden op het gebied van informatie en communicatie. Toch overvalt
hem daarin een ontnuchterend besef van leegte. Ook de kunstwereld draagt daarvan volgens Tahon de sporen, niets is hem vreemder dan kunst
die zich neerlegt bij de gimmick, die niet verder reikt dan het snelle effect van een reclamespotje of een animatiefilm. Voor hem heeft kunst te
maken met een spirituele zoektocht, een reiken naar het absolute, een streven naar inzicht in de samenhang van de dingen. ‘Ik ben verliefd op het
geheel’, zegt Tahon.

Wie zo over zijn werk spreekt, loopt het gevaar in de hoek van de new age of andere esoterische genootschappen te worden gedrumd. Tahon beseft
dit, maar hij weet ook dat grote kunst, de kunst van het Giotto of een Michelangelo, altijd een metafysische dimensie heeft gehad. Kunstenaars
hebben van oudsher de taak op zich genomen geestelijk voedsel te geven aan mensen die het nodig hadden en vaak hing rond hun werk een
magische sfeer. Tahon pretendeert niet dat de kunst antwoorden biedt, maar omdat zij ontstaat uit een diepe verwondering over de werkelijkheid,
kan zij ten minste de vragen levend houden. Zin scheppen, al is het maar een kort ogenblik. De beelden van Tahon hebben de gave ons te
verrassen. Het zijn geen ongeschonden figuren, want op vele manieren doet hij de menselijke anatomie in het gips geweld aan door onnatuurlijk

verlengingen, uitstulpingen en zwellingen, door lichaamsdelen weg te laten of toe te voegen, door vreemde elementen met het lichaam te
versmelten alsof hem bij het vormgeven een wezen van een andere planeet voor ogen stond - het is beslist geen toeval dat ufo’s hem intrigeren.
‘Het lijkt alsof de anatomie opnieuw moest worden uitgevonden’, schreef de Gentse conservator Jan Hoet over dit werk. De beelden van Johan Tahon
getuigen van een onrustige en niet aflatende zoektocht. Achter de kunstenaar groeit langzamerhand een indrukwekkende reeks gekwelde en
gekwetste reuzen, maar ook heel tedere, serene en ongenaakbare figuren. Tahon werkt vanuit een liefde voor de kunst die van een andere tijd lijkt.
In zijn beelden investeert hij genereus zijn hele persoonlijkheid, omdat hij beseft dat ‘een bepaalde vorm van warmte en van emotie mensen aan
elkaar geven, ook kan uitgaan van dingen die op mensen lijken’.

Jan Van Hove

uit catalogus Metamorphosis 1 - Sigean (Fr) - Barcelona (Esp) - Rome (It) - San Gimignano (It)


www.johantahon.be