U bent hier: Home / Permanente Vorming / UDL / Mieke Van Hecke

Mieke Van Hecke

Inhoud van de voordracht

 Getuig met fierheid zonder arrogantie

Uittreksels uit de Titus Brandsma lezing (Nijmegen, 7 juni 2013) door Mieke Van Hecke als inleiding tot haar UDL-lezing van 2 oktober 2013

 

De relevantie van religie voor onderwijs en samenleving

 

De secularisatie van de westerse samenleving maakte voor  een nieuwe generatie  beleidsmakers de weg vrij om af te rekenen met een zelfverzekerd en politiek dominant  kerkelijk instituut. Gevolg was een verheerlijking van de neutrale samenleving, waarin religie  geen noemenswaardige rol meer speelt. Maatschappelijke keuzes, die uit een religieuze inspiratie voortkomen, werden voortaan uit het

publieke debat geweerd. Enkel humanistische, al dan niet antireligieuze duidingen, die zich beroepen op  de gedeelde waarden volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, gelden vandaag de dag nog als ideologische norm. Door dit alles komt  het recht op het inrichten van een vrij, religieus geïnspireerd onderwijs en op het aanbieden van levensbeschouwelijke vakken steeds meer ter discussie te staan. Kan, mag en zal er morgen nog katholiek onderwijs zijn in Vlaanderen?

 

De opdracht, die mij werd toevertrouwd, bestaat erin o.a. de christelijke inspiratie gestalte te geven in het onderwijsaanbod van de katholieke onderwijsinstellingen in Vlaanderen. In mijn curriculum (zie achteraan) hebt u kunnen vernemen dat ik een professionele voorgeschiedenis heb als juriste en als politica. Theologie, filosofie, sociologie en academisch wetenschappelijke deskundigheid zijn mij dus vreemd.

Het Vlaamse katholieke onderwijsveld is uniek in Europa omdat het vrij initiatief voor onderwijsverstrekking groter is dan het overheidsaanbod. In Vlaanderen hebben we, om maar even en daarna nooit meer een economisch-commerciële  taal te gebruiken, een marktaandeel van 63% voor het basisonderwijs en zelfs 75% voor het secundair onderwijs.  Er is zowel het gewoon als het buitengewoon onderwijs, maar ook nog het onderwijsaanbod  aan volwassenen, het hoger onderwijs buiten universiteit en de internaten. Het gaat om meer dan 2500 scholen, 800 schoolbesturen,  650.000 leerlingen en meer dan 100.000 personeelsleden. Uiteraard biedt de Belgische Grondwet de noodzakelijke bescherming voor de vrijheid van oprichting, inrichting en richting van onderwijs. De vragen, die nochtans gesteld worden zijn: mogen, kunnen en zullen er morgen katholieke onderwijsinstellingen zijn in het geseculariseerd, multicultureel en multireligieus Vlaanderen.

Ja, Vlaanderen is maatschappelijk sterk veranderd. In het eerste deel van mijn referaat wil ik dan ook enkele van deze veranderingen duiden nl. deze, die een impact zullen hebben bij het beantwoorden van de gestelde vragen naar de toekomst van het katholiek onderwijs in Vlaanderen.

Mijn persoonlijke geschiedenis start in het rijke, Roomse Vlaanderen, binnen de toen almachtige katholieke zuil. Je was lid van één of andere katholieke socio-culturele organisatie, waarbinnen je je sociaal engagement realiseerde.  Je kinderen gingen uiteraard naar een katholieke school en waren lid van een katholieke jeugdbeweging. Je ging elke zondag naar de mis en was werkzaam lid van de lokale parochiale gemeenschap. Dit alles ontplooide zich onder een alziende en alomtegenwoordige kerk en haar vertegenwoordigers. Terugkijkend naar die periode moet men erkennen dat er bij de gelijkgestemden een gevoel bestond van samenhorigheid en beschermende veiligheid. Het geloof was evenwel bij velen niet verinnerlijkt. We gingen trouw naar de mis, omdat de pastoor ons dat opdroeg. Van zodra de luiken open gingen, bleef van die oppervlakkige geloofsbeleving niet veel over.

Dit rijke, roomse Vlaanderen betekende niet alleen een machtsgegeven, maar hield ook een zeer sterke opstelling van uitsluiting in. Indien je niet van de club was, kwam je er niet in. Sociaal werd je uitgesloten, maar ook professioneel. De toegang tot bepaalde beroepen werd voorbehouden aan  zgn. eigen mensen: dit vooral in overheidsdiensten, inclusief onderwijs.

En toen was er het Vaticaans concilie en mei ’68, in mijn ogen onomkeerbare momenten van recente maatschappelijke veranderingen. Vooreerst intern mocht het gezag en meer nog de macht van de zuil en van de kerk publiek in vraag worden gesteld. De roep naar herbronning, verantwoording naar en participatie van de leden zou niet meer stilvallen. De kerk als instituut heeft daarop tot op vandaag geen adequaat antwoord kunnen bieden.

Vooraleer de voorgaande evolutie uit te rollen naar het katholieke onderwijsveld nog twee kanttekeningen, die een meer recente evolutie in onze samenleving duiden. Vooreerst de vaststelling dat niet alleen het  geloof vandaag  in crisis is, maar ook het rationalisme en de vrijheidsgedachte. Het is inmiddels duidelijk geworden dat de rede niet alle antwoorden heeft, bovenal niet op de vraag naar geluk en zinvolheid. Daarnaast het gegeven dat deze hunkering naar zingeving bij volwassenen en bij jongeren te weinig een  weg vindt naar religie en levensbeschouwingen, maar zich kanaliseert naar een ongeordend aanbod in het segment dat wordt betiteld als spiritualiteit.

Vanuit deze realiteit kijken naar de zin en dus de toekomst van het katholieke onderwijs in Vlaanderen is een uitdaging. Op welke wijze willen we gestalte geven aan de eigenheid van onze missie en ons pedagogisch project. Ik benoem het in voordrachten soms als de vraagstelling : hoe is God aanwezig in onze scholen, iets meer trendy God@school. Wat is de plaats van de katholiek-christelijke levensbeschouwing in het katholiek onderwijs vandaag?

Het meest zichtbare is de programmatie van het vak Katholieke Godsdienst.

In Vlaanderen is de onderwijs-juridische situatie dusdanig dat in het leerplichtonderwijs verplicht wekelijks gedurende twee uren het vak levensbeschouwing moet worden aangeboden. In het openbaar onderwijs moet er op vraag van de ouders een aanbod zijn in elk van de door de Belgische staat erkende religies (zes: katholiek, protestants, anglicaans, orthodox, joods en islamitisch) en daarnaast ook het vak niet- confessionele zedenleer. Daar bovenop hebben ouders in het officiële onderwijs ook het recht vrijstelling van het volgen van een levensbeschouwelijk vak te eisen. Op dit moment staat in Vlaanderen, maar ook in het Franstalig landsgedeelte van België de legitimiteit van een dergelijk levensbeschouwelijk vak zwaar onder druk. Het debat kan voorlopig enkel ideologisch worden gevoerd omdat legistiek de bescherming voor het levensbeschouwelijk vak verankerd is in de Grondwet.

We willen laten zien dat godsdienst  in zich het potentieel heeft om een mens boven zichzelf uit te doen stijgen, het allermooiste uit hem te halen, bovenmenselijke prestaties neer te zetten.

Levensbeschouwing, meer bepaald religie, bezorgt de mens twee zaken die rust brengen in de onrustige geest: identificatie en oriëntatie. Men ziet zichzelf opgenomen in een groter geheel en men krijgt een wegwijzer voor de levensreis. Tenslotte ligt het eigen levensbeschouwelijk karakter van onze scholen in hun identiteit. Identiteit is het DNA van onze scholen, maar zeer moeilijk te omschrijven. Wat onderscheidt een katholieke school van een andere school?

Professor Didier Pollefeyt van de faculteit Theologie aan de KU Leuven heeft in opdracht van de bisschoppenconferentie van Melbourne een instrument ontwikkeld om door diepte-interviews met alle actoren in een katholieke school vast te stellen hoe het omgaan met identiteit reëel aanwezig is, maar ook hoe deze bevraagden zich het omgaan met identiteit in hun school zouden wensen. De actoren in een school zijn de schoolbestuurders, de directies en kaderleden, de leerkrachten, de leerlingen en de ouders. Hij distilleerde uit zijn onderzoek vier types van katholieke scholen, die ik hierna zal beschrijven.  Het VSKO, mijn koepel van Vlaamse katholieke onderwijsinstellingen, heeft in overleg met haar achterban de uitdrukkelijke keuze gemaakt naar het type van katholieke school dat toekomstperspec-tief geeft aan het katholiek zijn in een geseculariseerde, multireligieuze en multiculturele Vlaamse samenleving, zoals die trouwens ook aanwezig is in de populatie van onze scholen anno 2013.

Op de verticale as gaat de school de dialoog aan met haar eigenheid, vanuit de evangelische inspiratie en missie van haar stichters. De secularisering krijgt geen antwoord wanneer christenen in het algemeen en katholieken in het bijzonder zich gedragen als ‘cultuurchristenen’ die het nog wel willen  hebben over waarden, maar nooit meer over het geloof zelf hebben. Het onderscheid tussen geseculariseerd humanisme en cultuurchristendom is uitgevlakt. Dit ‘cultuurchristendom’ werkt voor niemand inspirerend. Het staat niet alleen het eerlijke debat met andersdenkenden in de weg, maar is ook heilloos voor al wie, tastend en zoekend, de vraag naar de kern van het christendom nog hardop wil stellen. Het christendom in Vlaanderen heeft geen toekomst als wie zich christen of katholiek noemt de kern van het geloof niet meer te berde durft brengen en zich maar gemakshalve als ‘cultuurchristen’ presenteert, dit vanwege hun  overgevoeligheid voor de intellectuele mode van La Flandre Profonde.

Op een dynamische wijze (katholieke school zijn is een werkwoord) geeft deze dialogale school  invulling aan de inspiratie in een hedendaagse taal, op een hedendaagse wijze (recontextualiseren) en vanuit de concrete eigenheid van de school (multiculturele stedelijke school, relatieve homogene bevolking in landelijke gebieden).

Van daaruit gaat de school in dialoog (op de horizontale as) met de pluraliteit van haar populatie in respect voor de eigenheid van eenieder. Onze medewerkers zijn kinderen van hun tijd, zij weerspiegelen de pluralistische realiteit in de samenleving. Wat mogen we van hen verwachten? Ik verwijs hiervoor graag naar de identiteitsdriehoek nl. de institutionele identiteit, de professionele identiteit en de persoonlijke identiteit.

Het is onze opdracht, niet alleen voor mij en mijn talrijke medewerkers, maar ook voor alle gelovigen om op een authentieke wijze naar jongeren en volwassenen, zoals Titus Brandsma ons uitnodigde,  het geloof in God openlijk te belijden en te getuigen met fierheid, zonder arrogantie.

Curriculum Vitae

Mieke Van Hecke is geboren in Gent op 25 maart 1947. Zij behaalde aan de Rijksuniversiteit Gent een doctoraat in de rechten, een licentiaat in de criminologie en is ook kandidaat in de letteren en wijsbegeerte. Na haar studies werd ze assistent aan de RU Gent (1969-1975) en van 1969 tot 1985 was ze tevens advocaat aan de balie van Gent. Intussen was ze ook

politiek actief in de gemeente Lochristi, achtereenvolgens als OCMW-raadslid (1983-1984), als gemeenteraadslid (sedert 1984 tot 2004) en als schepen (1989-2000).

 

In 1995 werd ze ook verkozen tot Volksvertegenwoordiger in het Vlaamse Parlement(CD&V). Daar was ze o.a. lid van de commissies cultuur, media en sport; institutionele en bestuurlijke hervorming en ambtenarenzaken; vervolgingen, en was ze plaatsvervangend lid voor de commissie onderwijs, vorming en wetenschapsbeleid.

 

Mieke Van Hecke was ook deeltijds docent aan de VLOD (Vormingsleergangen Opvoeders in Dienstverband) en aan de Katholieke Sociale Hogeschool te Gent.

Sedert 1 juli 2004 is mevrouw Mieke Van Hecke directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO).

 

Mieke Van Hecke woont in Beervelde en is gehuwd met Rogier de Corte en moeder van vier

kinderen.

MIEKE VAN HECKE (Directeur-generaal VSKO)