U bent hier: Home / Permanente Vorming / UDL / Frank Vandenbroucke (Min. van Staat, Prof. KU Leuven)

Frank Vandenbroucke (Min. van Staat, Prof. KU Leuven)

CV en professionele activiteiten Frank Vandenbroucke

Adres
Weg Messelbroek 93, 3271 Scherpenheuvel-Zichem, 013/777575
Geboren te Leuven, 21 oktober 1955

Studies

  • Licentiaat in de Economische Wetenschappen, KULeuven (1978)
  • M.Phil. in Economics, Cambridge, UK (1981-1982)
  • D.Phil., Faculty of Social Studies, Oxford University, UK (1996-1999)

Vroegere beroepsactiviteiten

  • Onderzoeksassistent Centrum voor Economische Studiën, KULeuven (1978-1980)
  • Staflid SEVI (SP-studiedienst) (1982-1985)

Politieke mandaten

  • Volksvertegenwoordiger (1985-1996)
  • SP-voorzitter (1989-1994)
  • SP-Fractieleider in de Kamer van Volksvertegenwoordigers (1995-1996)
  • Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken (1994-1995)
  • Minister van Sociale Zaken en Pensioenen (1999-2003)
  • Minister van Werk en Pensioenen (2003-2004)
  • Vice-minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming (juli 2004 – juli 2009)
  • Vlaams volksvertegenwoordiger (juli 2009 – juni 2010)
  • Senator (juni 2010 – september 2011)

Huidige academische functies

  • Hoogleraar aan de KULeuven, verbonden aan de groep ‘Overheid en Beleid’ van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen
  • Houder van de Leerstoel Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen
  • Houder van de Leerstoel Joop Den Uyl aan de Universiteit van Amsterdam

Dienstverlening

  • Voorzitter van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040
  • Voorzitter van een werkgroep op hoog niveau over de sociale dimensie van de Europese Unie (bij Friends of Europe)
  • Wetenschappelijk adviseur bij diverse netwerken van onderzoekers over aspecten van het Europese sociale beleid (SSM, ESPN, FreSsco…).

    Publicaties en meer informatie:

www.econ.kuleuven.be/frankvandenbroucke

Inhoud van de voordracht.                Klik hier op de Power Point te bekijken

De toekomst van onze welvaartsstaat

Hebben we redenen om de welvaartsstaat vandaag te verdedigen? Ja, want ze organiseert solidariteit tussen jongeren en ouderen, en ze organiseert solidariteit met wie getroffen is door tegenslag, zoals ziekte. Maar er zijn nog argumenten: een verstandig ingerichte welvaartsstaat kan sociale èn economische efficiëntie in de hand kan werken. Zonder de schokdemper van de welvaartsstaat zouden de economische gevolgen van de jongste crisis overigens veel ernstiger geweest zijn. Maar welvaartsstaten zijn niet overal even doelmatig in het opvangen van inkomensschokken en het verzekeren van de levensstandaard, en ze zijn niet overal even doelmatig in het voorkomen van armoede en bestaansonzekerheid. En zelfs waar ze doelmatig zijn, moet er voortdurend aan gesleuteld worden, want omstandigheden veranderen; de belangrijkste verandering waarmee we nu geconfronteerd zijn, is de vergrijzing.

Wie de balans opmaakt van het sociale beleid dat tijdens de voorbije 15 jaar in ons land gevoerd werd, kan positieve ontwikkelingen vaststellen: de armoede bij gepensioneerden neemt af; de eerste stappen werden gezet inzake activering van mensen naar de arbeidsmarkt toe. Er zijn stappen gezet inzake hervorming van het pensioenstelsel. Maar er zijn intussen ook minder goede ontwikkelingen: de bestaansonzekerheid bij gezinnen met kinderen neem toe. Jonge mensen twijfelen in toenemende mate aan de betekenis die het pensioenstelsel voor hen nog zal hebben. Op basis van nuchtere feiten en cijfers moeten we analyseren waarom dat zo is, en voor welke uitdagingen we staan inzake werkgelegenheid en sociaal beleid. 

In mijn lezing behandel ik daarom twee vragen.

Ten eerste, hoe doelmatig is onze Belgische welvaartsstaat? Ik bekijk dit vooral vanuit de bescherming van kinderen tegen armoede. Twee factoren blijken cruciaal: het grote aantal kinderen dat leeft in een gezin waar niemand werkt; de te zwakke sociale bescherming voor dit soort van gezinnen. Om deze uitdagingen goed aan te passen, is echter een zeer breed beleid nodig, ook inzake kinderopvang en onderwijs.

Ten tweede, wat moeten we doen om onze welvaartsstaat aan te passen aan de vergrijzing? Daarbij leg ik de klemtoon op de noodzakelijke hervorming van het pensioenstelsel, op basis van de voorstellen die de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 in juni bekend heeft gemaakt.

Ik leg ook uit waarom deze twee kwesties (kinderen beter beschermen, het pensioenstelsel hervormen) met elkaar samenhangen.

Klik hier op de Power Point te bekijken
 
                                              Terug Programma 2014-2015