nieuws

nieuws

Martijn Callens, doctoraatstudent biologie, ontvangt een FWO beurs om microbiotaonderzoek in Japan te verrichten

 

8 september 2015 Martijn Callens, doctoraatsstudent biologie bij professor Ellen Decaestecker en professor Koenraad Muylaert, heeft een FWO beurs voor internationale mobiliteit ontvangen voor een langdurig studieverblijf in Japan. Met deze beurs wil het FWO de mobiliteit van onderzoekers stimuleren. Martijn zal aan de universiteit van Osaka bij de onderzoeksgroep voor bioenvironmental science gedurende 4 maanden onderzoek uitvoeren naar de impact van antibiotica vervuiling op de symbiotische bacteriën van Daphnia. Dit onderzoek heeft als doel een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de aanwezigheid van resten van antibiotica in het milieu op in water levende organismen. De campus wenst Martijn, die gisteren vertrok, heel veel succes.

Meer informatie

Onderzoeksgroep Aquatische biologie

Bionvironmental science laboratory (Osaka University)

Benjamin Dourthe, doctoraatstudent geneeskunde, mag via het JUMO programma naar Los Angeles om een project op te starten

Benjamin Dourthe, doctoraatstudent geneeskunde bij professor Evie Vereecke, heeft een beurs ontvangen van JUMO (Junior Mobility programma van KU Leuven). In het kader van YouReCa (“Young Researchers’ Careers”), het nieuwe KU Leuven programma voor jonge onderzoekers die als doel heeft de carrièreperspectieven van jonge onderzoekers te verbeteren en te verbreden, heeft KU Leuven JUMO opgericht.

Het Junior Mobility programma start van het principe dat internationale en intersectorale mobiliteit essentieel zijn voor de vorming van jonge onderzoekers, en zorgen voor een verbreding van de capaciteiten en loopbaanmogelijkheden, zowel binnen als buiten de academische wereld.

Aan de University of Southern California, Los Angeles, zal Benjamin Dourthe gedurende drie maanden werken aan een project dat als doel heeft om nieuwe geavanceerde rekenkundige methoden te ontwikkelen. Deze methoden zouden voor een beter begrip moeten zorgen van het complexe gewrichtssysteem (zoals het basale duimgewricht) dat uiteindelijk zou leiden tot betere preventie- en behandelingsstrategieën voor artrose.

Laboratorium voor Trombose Onderzoek valt in de prijzen in Toronto

29 juni 2015 Van 20 tot 25 juni vond in Toronto (Canada) het tweejaarlijkse congres van de 'International Society for Thrombosis and Hemostasis' (ISTH) plaats. Op dit congres, dat als "de internationale hoogmis" van het veld gezien wordt, verzamelen duizenden van 's werelds hoog aangeschreven experten in trombose, hemostase en vasculaire biologie om er de nieuwste ontwikkelingen voor te stellen. Van de meer dan 3000 ingestuurde abstracts werden de 150 best gerangschikte inzendingen bekroond met een Young Investigator Award. Deze eer viel te beurt aan:

  • Louis Deforche met zijn werk "ADAMTS13-induced unfolding of the von Willebrand factor A2 domain" (Prof. Karen Vanhoorelbeke)
  • Irina Portier met haar werk "Long-term expression of von Willebrand factor via Sleeping-Beauty sandwich transposo- mediated gene therapy (Prof. Simon De Meyer)
  • Claudia Tersteeg met haar werk "Endogenous plasmin levels control the development of acute episodes of thrombotic thrombocytopenic purpura in mice" (Prof. Karen Vanhoorelbeke).
  • Sebastien Verhenne met zijn werk "Long-term gene therapy for thrombotic thrombocytopenic purpura using the Sleeping Beauty transposon system" (Prof. Karen Vanhoorelbeke)

Daarnaast kregen alle voorgestelde posters van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek de "top 20 %-medaille". Dit hield werk in van  Frederik Denorme (Prof. Simon De Meyer), Elien Roose (Prof. Karen Vanhoorelbeke) en Elien Vermeersch (Prof. Hans Deckmyn).

Informaticastudent Tom Decroos mag het resultaat van zijn bachelorproef op de gereputeerde “Genetic and Evolotionary Conference” voorstellen

10 juli 2015 Tom Decroos ontwikkelde, in het kader van het opleidingsonderdeel 'wetenschappelijke vorming'  binnen de bacheloropleiding Informatica, een algoritme voor een Steinerboom probleem. Steinerbomen zijn minimale overspanningen van een gegeven verzameling punten met gebruik van tussenpunten. Ze duiken op in telecommunicatienetwerken en in chip ontwerp, maar ook in bio-informatica en sociale netwerken. Ze vinden hun oorsprong in het onderzoek van de Zwitserse meetkundige Jacob Steiner (1776-1863). In 1972 werd aangetoond dat het probleem om een optimale Steinerboom te vinden even moeilijk is als het beroemde probleem van de reizende koopman. Onder leiding van professoren De Causmaecker en Demoen ontwikkelde Tom Decroos een zogenaamd zwerm-algoritme voor een specifieke versie van het probleem dat opvallend beter werkt dan bestaande algoritmen. Zijn bijdrage werd aanvaard voor de gereputeerde 'Genetic and Evolutionary Computing Conference' (GECCO) die dit jaar gehouden wordt in Madrid van 11 tot 15 juli.

 

Professor Paul Igodt en professor em. Frank De Clerck winnen de Loopbaanprijs Wetenschapscommunicatie

Professor Paul Igodt van de KU Leuven Kulak en professor emeritus Frank De Clerck van de UGent krijgen de Loopbaanprijs Wetenschapscommunicatie van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten. De twee wiskundigen organiseren samen de Vlaamse Wiskunde Olympiade, waar professor Igodt initiatiefnemer en huidige voorzitter van is. Daarnaast organiseerden ze andere wiskunde-, denk- en puzzelwedstrijden, en tal van aanverwante activiteiten. De olympiade en deze wedstrijden activeren jaarlijks meer dan 80 000 kinderen en jongeren in een inclusieve setting voor het oplossen van aantrekkelijke en uitdagende opgaven. Hierbij primeert wiskundeplezier boven competitie.

De volgehouden inspanningen van Paul Igodt en Frank De Clerck over de universiteitsgrenzen heen, hebben een positieve impact op de beeldvorming rond wiskunde. Dit werkt vaak door in de studiekeuze en carrière van vele jongeren. Tot slot heeft de oprichting in 1985 van de succesvolle Vlaamse Wiskunde Olympiade bijgedragen tot de realisatie van andere communicatieprojecten in wiskunde en wetenschappen.

Laureaten prof. Paul Igodt en prof. em. Frank De Clerck

Meer informatie

Doctoraatsstudent Faes Kerkhof wint de HWBI prijs

25 juni 2015 Op de driejaarlijkse bijeenkomst van de International Hand Wrist Biomechanics society (HWBI) heeft Faes Kerkhof, doctoraatsstudent in de onderzoeksgroep “Muscles and Nerves”, aan de campus Kulak, de HWBI Scholarship prijs gewonnen met zijn werk over “In vivo analyses in joint function using dynamic CT".

Faes Kerkhof gebruikt een methode van CT-scannen om de bewegingen van de botten in hand en duim te analyseren. Met deze methode kan men onderzoeken hoe de bewegingen van de botten verschillen tussen een gezond persoon en een patiënt. Met deze inzichten kan er een verklaring worden gezocht voor het ontstaan van verschillende gewrichtsaandoeningen, zoals artrose. In de toekomst kunnen er hierdoor snellere en specifiekere behandelingen toegepast worden om deze patiënten te helpen.

Het HWBI is het belangrijkste internationale forum betreffende biomechanica van hand en pols waar alle dominante onderzoeksgroepen aanwezig zijn zoals Stanford, Cleveland Clinic, Mayo Clinic, Brown University, Kaplan Institute, etc.

Het onderscheidde onderzoek is de vrucht van een intensieve samenwerking tussen het Kulak Jan Palfijn Anatomy Lab, de Handgroep en de Dienst Radiologie van AZ Groeninge, de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen en de Afdeling Biomechanica van de KU Leuven.

 

 

Oprichting “doctoral working group”

25 juni 2015 Begin juni kwam een internationaal gezelschap van een 50-tal KU Leuven doctorandi die onderzoek verrichten in Kortrijk, Oostende en Brugge samen voor een “doctoral breakfast”. Dit ontbijt werd georganiseerd aan Kulak door de recent opgerichte doctoral working group (DWG). Aan de hand van vier thema’s (opleidingen, seminaries, communicatie, en sociale activiteiten) werd er gediscussieerd en gebrainstormd over hoe de doctoraatsopleiding aan de West-Vlaamse campussen van de KU Leuven mee ondersteund kan worden. Deze informatie werd verwerkt door de DWG tot een actieplan. Meteen was dit ontbijt voor de doctorandi een eerste uitgelezen moment om bruggen te slaan over de faculteiten heen en elkaar beter te leren kennen.

Eén actiepunt van de werkgroep is het opzetten van een seminariereeks met lokale sprekers, hoofdzakelijk uit andere organisaties, die een inzicht kunnen geven op de wereld buiten de universiteit. Deze sessies kunnen de interactie tussen de universiteit en organisaties in de omgeving vergroten. Door deze interactie kunnen doctorandi zich beter voorbereiden op hun loopbaan na het behalen van een doctoraat, en anderzijds krijgen de deelnemende organisaties een beter zicht op de universiteit en het onderzoek dat er gebeurt.

De oprichting van de DWG kadert binnen het beleidsplan ‘Ijkpunt 50’ van de KU Leuven Campus Kulak Kortrijk (2014-2017). Er zijn op dit moment een 80 tal doctorandi actief op de campussen in Kortrijk en Oostende. Deze studenten zijn hoofdzakelijk bezig met onderzoek, maar ondersteunen ook de professoren bij hun onderwijsopdracht. Mede dankzij deze significante groep doctorandi zijn Kulak, de technologiecampus Oostende en campus Brugge uitgegroeid tot volwaardige onderzoekscampussen.

Onderzoeksgroep 'hernieuwbare materialen en nanotechnologie' in de kijker

De onderzoeksgroep 'Renewable Materials and Nanotechnology', onder leiding van Wim Thielemans, onderzoekt hoe hoogwaardige nieuwe materialen ontwikkeld kunnen worden op basis van heel kleine deeltjes, de zogenaamde nanomaterialen. Die deeltjes kunnen gevonden worden in bijvoorbeeld cellulose, zetmeel en chitine.  De onderzoeksgroep onderzoekt hoe die deeltjes uit de basisstof gehaald kunnen worden, hoe de eigenschappen van de stof gewijzigd kunnen worden en hoe hiermee nieuwe gestructureerde materialen  kunnen worden gevormd. 

Bekijk hier de reportage

Hoe halen we gezonde vetten uit microalgen? Onderzoeksgroep Food & Lipids in de kijker

De onderzoeksgroep Food & Lipids aan Kulak verricht onderzoek rond vetkristallisatie en rond nieuwe bronnen van gezonde vetten. Deze tweede onderzoekslijn spitst zich voornamelijk toe op de vraag hoe we omega-3-vetzuren op grote schaal uit mircoalgen kunnen halen en zo rechtstreeks in voedingsmiddelen kunnen verwerken. Voor dat onderzoek wordt samengewerkt met Proviron uit Antwerpen en Eco Treasures uit Lokeren.

Bekijk hier een reportage over dit onderzoek.

 

 

Prof. Feyaerts en Brône over hun onderzoek

Op 26 mei reikte de Groep Humane Wetenschappen voor het eerst de Maatschappijprijs en de Pioniersprijs uit. De Maatschappijprijs ging naar het project Rekening 14 van professor André Decoster. De Pioniersprijs naar Laurens Cherchye, Bram De Rock en Frederic Vermeulen.

De jury van de Pioniersprijs wenste ook het taalkundig onderzoek van de professoren Kurt Feyaerts en Geert Brône te vermelden. In dit filmpje leggen beide professoren uit waar hun onderzoek over gaat en waarom het vernieuwend is.

Bekijk hier het filmpje.

 

Prof. Laurens Cherchye, prof. Bram De Rock en prof. Frederic Vermeulen winnen de KU Leuven Pioniersprijs 2015

Prof. Laurens Cherchye en prof. Bram De Rock uit de Faculteit Economie en bedrijfswetenschappen aan de Campus Kulak Kortrijk hebben samen met prof. Frederic Vermeulen de Pioniersprijs 2015 van de KU Leuven gewonnen. De pioniersprijs wordt toegekend aan een onderzoeker of onderzoeksgroep uit de Groep Humane Wetenschappen die onderzoek heeft opgezet en doorgevoerd dat wetenschappelijk innovatief is en een volkomen nieuw onderzoekspad opent.

 

De gelauwerde onderzoekers zijn zij die het aangedurfd hebben onderzoek te ondernemen 'buiten de lijntjes' van de wetenschappelijke 'verworvenheden' binnen hun vakgebied.

 

De Pioniersprijs wordt toegekend door het Groepsbestuur Humane Wetenschappen op voordracht van een jury die bestaat uit de vicerector Humane Wetenschappen, de coördinator Onderzoek, twee decanen van de Groep Humane Wetenschappen en telkens twee externe leden.

 

                             

Prof. Bram De Rock

Recent onderzoek:

  • Revealed preference theory and non-parametric analysis of choice behavior
  • Non-parametric production and efficiency analyisis
  • The collective model of household consumtion behavior
  • Fixed point theory

 

 

 

Prof. Laurens Cherchye

Recent onderzoek:

  • Non-parametric Production and Efficiency Analysis
  • Revealed Preference Theory and Non-Parametric Analysis of Choice Behavior
  • Non-parametric Estimation; Indicators of Macroeconomic Performance
  • Institutions and Macroeconomic Performance
  • The Collective Model of Household Consumption Behavior
  • Associate editor of Journal of Productivity Analysis

Campusrector Marc Depaepe wordt “doctor honoris causa” aan de Universiteit van Letland in Riga

28 april 2014  Omwille van zijn bijdrage tot de bevordering van de pedagogische wetenschappen in Letland, heeft de senaat van de universiteit te Riga recentelijk besloten een eredoctoraat toe te kennen aan vicerector Marc Depaepe. De officiële plechtigheid zal begin volgend academiejaar plaatsvinden.

Volgens Depaepe zelf krijgt hij deze hoge onderscheiding voor het feit dat hij in de voorbije jaren intensief samenwerkte met zijn collega Iveta Kestere die destijds zelf bij hem in Leuven college is komen volgen in de “history of modern educational systems”. Kestere was tijdens het huidige academiejaar trouwens, samen met de minister van onderwijs van haar land, te gast op de campus Kulak.
Depaepe getuigt over de samenwerking met Riga als volgt: “Na de val van de Sovjet-Unie was de pedagogische historiografie, zoals elke geschiedschrijving trouwens, in Letland, evenals in de andere voormalige satellietstaten van het communisme teruggevallen tot het niveau van de ‘acts and facts history’ – pure beschrijving dus op antiquarisch niveau... Het interpretatiekader van het marxisme-leninisme was immers als een pudding in elkaar gezakt. Onderzoekers zochten daarom naar aansluiting met de eigentijdse ontwikkelingen in het Westen, waar de zogenaamde ‘new cultural history of education’ opgang maakte. Kestere, wiens echtgenoot een belangrijke positie bekleedt in de Europese Unie, en daardoor geregeld in Brussel verblijft, kwam mij via onze internationale contacten, op het spoor. Daaruit groeide onze samenwerking. Een heel semester lang kwam ze zelfs te Leuven bij mij les volgen als vrij student. Op haar vraag verleende ik in Riga ook advies aan diverse van haar doctoraatsstudenten en begeleidde op die manier ook haar entree op de internationale scène. Zo ging ze steeds een actievere  rol spelen in ISCHE, de International Standing Conference for the History of Education, waarvan ze in 2013 te Riga het 35ste congres organiseerde. Ik trad er op als keynote speaker .”

De internationale onderscheiding is vanzelfsprekend ook een bekroning voor de rol die Depaepe zelf heeft gespeeld, onder meer als gewezen voorzitter van ISCHE, maar ook als co-editor-in-chief van  Paedagogica Historica (het meest belangrijke tijdschrift op dit domein) en als bureaulid van de International Academy of Education. Zijn curriculum vitae vermeldt talloze presentaties in meer dan veertig landen, en dat op alle continenten, terwijl zijn publicatielijst meer dan 600 gepubliceerde bijdragen telt in 17 verschillende talen.

Op de campus Kulak is het de derde keer dat een professor zulk een hoge onderscheiding krijgt. Eerder viel deze eer te beurt aan Oswald Leroy (wiskunde – hij kreeg in 1991 een eredoctoraat in Gdansk, Polen) en aan Hans Deckmyn (chemie – hij kreeg in 2009 een eredoctoraat in Debrecen, Hongarije). Dit bewijst eens te meer dat het wetenschappelijk onderzoek aan Kulak in zeer verscheiden disciplines op internationaal topniveau staat.

 

Zie ook   www.lu.lv/zinas/t/33273/ en www.lu.lv/eng/news/t/33277/

Prof. Lieven De Lathauwer wordt IEEE Fellow Member

 

 

Lieven De Lathauwer - IEEE Fellow (Institute for Electrical and Electronics Engineers)

 

Prof. Lieven De Lathauwer mag zich sinds 1 januari Fellow Member van het IEEE noemen.

Het Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE) is wereldwijd de grootste beroepsvereniging gericht op het bevorderen van technologische innovatie en excellentie ten bate van de mens. Het IEEE telt meer dan 400 000 leden, waarvan meer dan 100 000 student-leden, in 160 landen.

Voor de hoogste graad, Fellow Member, moet men genomineerd worden. IEEE-leden met buitengewone verdiensten komen hiervoor in aanmerking. De nominatie moet gesteund worden door vijf tot acht referenten en wordt geëvalueerd door de passende IEEE Society en onafhankelijk daarvan door het IEEE Fellow Committee. Per jaar mag niet meer dan 1 per duizend van de stemgerechtigde leden tot Fellow benoemd worden.

 

Prof. De Lathauwer krijgt deze erkenning voor de ontwikkeling van algoritmen voor signaalverwerking die gebruik maken van hogere-orde tensoren.  Hij is een pionier op dit terrein en internationaal erkend als expert. Tensoren of “matrices in meer dan twee dimensies” kunnen oplossingen bieden voor een veelheid aan problemen. Zijn onderzoek wordt gevoerd over een breed spectrum aan niveaus gaande van algebraïsche basiseigenschappen, over de ontwikkeling van numerieke algoritmen tot generieke nieuwe technieken voor signaalverwerking en specifieke toepassingen. Het kernidee is dat matrix bewerkingen veelvuldig voorkomen in ingenieursberekeningen en dat tensoren dikwijls nieuwe mogelijkheden openen of een meer nauwkeurige oplossing opleveren. Hij werkte onder andere mee aan de ontwikkeling van het softwarepakket Tensorlab, dat op drie jaar tijd meer dan 1000 keer werd gedownload, o.a. door gerenommeerde instellingen zoals NASA en leidende bedrijven in de automobiel industrie. Tensortechnieken zijn onder andere essentieel voor toepassingen waarbij men in signalen en meetgegevens onderscheiden componenten wil onderkennen. Een fundamentele bijdrage van Prof. De Lathauwer is het inzicht dat er zoiets bestaat als “molecules” van informatie, en dat die met tensortechnieken uit opgemeten signalen kunnen worden geëxtraheerd.

 

Een concrete toepassing in de biomedische wereld werd ontwikkeld voor het monitoren van de hartactiviteit van een foetus. De meest gangbare techniek die vandaag wordt gebruikt bij prenatale screening werkt via ultrasone golven. Een alternatieve techniek die mee werd ontwikkeld door Prof. De Lathauwer gebruikt het electrocardiogram (ECG) dat de elektrische activiteit van het hart registreert via elektrodes op de huid van de moeder. Met een tensoralgoritme kan het ECG signaal op een ondubbelzinnige wijze gesplitst worden in het hartsignaal van de moeder en dat van de baby.

 

Het adagium "meten is weten" is stilaan voorbijgestreefd. "Big data" dreigt eerder een vloek dan een zegen te worden. Met het gemak waarmee we vandaag de dag gegevens verzamelen (via sensoren, op het internet,  met microarrays in de context van genetische informatie, enz.) zijn nieuwe technieken nodig om deze te kunnen verwerken tot bruikbare informatie. Een concrete toepassing bevindt zich in het onderzoek naar materiaaleigenschappen van legeringen. Een legering bestaat uit verschillende componenten die worden samengesmolten (bijvoorbeeld een euromunt van 50 cent bestaat uit 4 componenten: 89% koper, 5% aluminium, 5% zink en 1% tin). Wanneer de samenstelling van een legering wordt gewijzigd, veranderen ook de eigenschappen, bijvoorbeeld de smelttemperatuur. Wanneer men deze temperatuur gedetailleerd wil modelleren in functie van de samenstelling, bijvoorbeeld met 10 verschillende componenten, krijgt men al gauw een gigantische tensor die een computer niet meer kan verwerken. Dit heet de vloek van de dimensionaliteit: het aantal elementen in een tensor neemt exponentieel toe met de dimensie van de tensor. Deze "vloek" beperkt het gebruik van grote tensoren. Door wiskundige tensor technieken te gebruiken (onder andere door de tensor te ontbinden in componenten) kan deze vloek opgeheven worden en opent een nieuwe wereld aan mogelijke toepassingen.

 

De campus wenst Prof. De Lathauwer te feliciteren met deze onderscheiding!

Laurens Cherchye ontvangt de prijs van de Vlaamse Wetenschappelijke Stichting

16 december 2014  Vorige zaterdag heeft professor Laurens Cherchye de prijs van de Vlaamse Wetenschappelijke Stichting ontvangen. Aan de basis van deze erkenning ligt het gezamenlijk onderzoek met professoren Bram De Rock (KU Leuven Campus Kulak Kortrijk  en ULB) en Frederic Vermeulen (KU Leuven).

Laurens Cherchye (°1974) is als gewoon hoogleraar verbonden aan de KU Leuven. Hij behaalde zijn doctoraat in de economische wetenschappen in 2001. Daarna (2002-2008) was hij postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). Hij was ook Visiting Professor aan de Université Libre de Bruxelles (2008-2009) en Full Professor aan de Universiteit van Tilburg (2009-2011). Momenteel is hij tevens Honorary Senior Research Associate van de University College London (UCL), International Research Fellow van het Institute for Fiscal Studies (IFS) en Extramural Fellow van de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek werd gepubliceerd in toonaangevende internationale vaktijdschriften als Econometrica, American Economic Review, Review of Economic Studies en Journal of Political Economy. Eerder won hij voor zijn onderzoek in 2006 de Management Science Strategic Innovation Prize (MSSIP) van de European Association of Operational Research Societies (EURO) en in2008 de Prijs van de Vereniging voor Economie. In 2014 verwierf hij een Consolidator Grant van de European Research Council (ERC).

Het onderzoek van Laurens Cherchye focust op het analyseren van het keuzegedrag van gezinnen, en gebeurt in nauwe samenwerking met Bram De Rock en Frederic Vermeulen. Het startpunt van deze analyse is de formalisering van het voor de hand liggend feit dat er binnen een gezin meerdere rationele beslissingsnemers zijn (bijvoorbeeld man, vrouw en (oudere) kinderen), die samen moeten beslissen omtrent het spenderen van het gezinsbudget en het verdelen van de beschikbare tijd over marktarbeid, huishoudelijk werk en vrije tijd. Door expliciet de invloed van dit beslissingsproces te modelleren, wijkt deze analyse af van het standaard “unitaire” model, dat het gezin beschouwt als één enkele beslissingsnemer en dus abstractie maakt van de interactieprocessen binnen het gezin. Op die manier kan men een logische verklaring bieden voor empirische waarnemingen die niet consistent zijn met het unitaire model. Bovendien laat deze niet-unitaire benadering rijkere welvaartsanalyses toe, die vertrekken vanuit de individuele gezinsleden in plaats van het gezin in zijn geheel. Zo kan men welvaartsvraagstukken met betrekking tot de impact van beleidshervormingen op bijvoorbeeld armoede of inkomensongelijkheid bestuderen op het niveau van individuele gezinsleden in plaats van het geaggregeerde gezin.

Doctoraatsstudent Sebastien Verhenne valt in de prijzen

Op de jaarlijkse bijeenkomst van de Belgian Society on Thrombosis and Haemostasis (BSTH) heeft Sebastien Verhenne, doctoraatsstudent bij het Laboratorium voor Trombose Onderzoek van de Kulak, de  Paul Capel prijs voor de beste abstract voorstelling rond fundamenteel onderzoek gewonnen met zijn werk over “’Sleeping Beauty’-mediated gene transfer of ADAMTS13 prevents the onset of TTP-like symptoms in ADAMTS13-deficient mice”.

 

Bram De Rock krijgt Francqui leerstoel aangeboden door de Université de Namur

Prof. Bram De Rock krijgt een Francqui leerstoel 2015 aangeboden door de Université de Namur. Hij zal er tijdens het tweede semester in een lessenreeks van een tiental uren zijn onderzoek toelichten.

Met zijn onderzoek, dat hij samen met prof. Laurens Cherchye en prof. Frederic Vermeulen uitvoert, analyseert hij het welzijn van de verschillende gezinsleden binnen een gezin met behulp van gereveleerde voorkeuren (bijv. het gezinsbudget). Aan de hand van dat onderzoek kan er bijvoorbeeld voorspeld worden welke keuzes gezinsleden gaan maken in een nieuwe (ongeobserveerde) keuzesetting. Bijvoorbeeld wat gezinsleden zullen kopen als de prijzen veranderen.

De inaugurale lezing in Namen staat gepland op 2 april.


De campus wenst Bram bijzonder hartelijk te feliciteren!

Imogen Foubert licht onderzoek rond microalgen toe in het Europees Parlement

© 2015 European Parliament / AudioVisual Services for Media.

13 oktober 2015 Eind september werd Imogen Foubert als vertegenwoordiger van de onderzoekers uitgenodigd op het Press Seminar van het Europees Parlement ‘What will we be eating in 2025?’. Ze gaf toelichting bij het onderzoek rond microalgen als mogelijk nieuw ingrediënt in levensmiddelen. Dat onderzoek verricht zij met haar labo Food & Lipids aan Kulak. Tegelijk gaf ze aan hoe haar onderzoek geconfronteerd wordt met de ‘Novel Food’ wetgeving van de Europese Unie, waarrond dit seminarie draaide. Levensmiddelen die voor 15 mei 1997 niet voor menselijke consumptie gebruikt werden in de Europese Unie worden beschouwd als ‘novel food’ en mogen pas na goedkeuring door het EFSA (European Food Safety Authority) op de markt worden gebracht. Voorbeelden van novel foods zijn microalgen, maar ook insecten, producten uit weefselcultuur en nanomaterialen.

Haar uiteenzetting tijdens dit seminarie is nu terug te vinden op deze pagina.  

Nieuwe seniormandaten voor Kulak

Ook dit jaar verkregen verschillende onderzoekers aan de campus een seniormandaat. We stellen hun onderzoek, waar ze zich de komende tijd op zullen focussen, hier kort voor.

Kankeronderzoek via de watervlo  - dr. Eline Beert
promotoren prof. Ellen Decaestecker & prof. Chris Verslype

Kanker is één van de belangrijkste doodsoorzaken wereldwijd. Kankercellen bezitten een aantal heel specifieke eigenschappen waaronder het vermogen om zich los te maken van de oorspronkelijke tumor en zich uit te spreiden naar nabij- en verafgelegen weefsels (invasie en metastase).
Een mechanisme waarvan kankercellen gebruik maken tijdens dit proces is "Epitheliale naar mesenchymale transitie (EMT)". De kankercellen veranderen van morfologie, verliezen hun nauwe intercellulaire contacten en komen los van de tumor. Veelal ligt tekort aan zuurstof in bepaalde stukken van de tumor aan de basis van deze verandering. Het loskomen van kankercellen door  EMT werd in het verleden, wegens het ontbreken van goede modelorganismen, voornamelijk bestudeerd via gekweekte cellen. In dit onderzoeksproject zal de watervlo "Daphnia" gebruikt worden als modelorganisme voor het bestuderen van EMT geïnduceerd door zuurstoftekort. De Daphnia vormt hierbij een excellent organisme aangezien deze watervlo verminderde zuurstofniveaus goed verdraagt en snel beantwoordt aan stresserende veranderingen in de omgeving. Recente sequeneringstechnieken zullen worden aangewend om nieuwe mechanismen onderliggend aan het EMT-proces te ontrafelen.

Wiskundige analyse van complexe vervormingen - dr. Jonas Deré
promotor prof. Karel Dekimpe

In dit onderzoek zal dr. Jonas Deré 'Anosov diffeomorfismes' onderzoeken. Dit zijn vervormingen van een ruimte waarbij afstanden in de ene richting inkrimpen en in een andere richting uitrekken. Het eenvoudigste voorbeeld van zo'n Anosov diffeomorfisme staat gekend onder de naam Arnold's Cat Map. Dit is een vervorming van een donut, een ruimte die in de wiskunde torus wordt genoemd. Deze torus kan men ook vormen door de zijden van een vierkant aan elkaar te kleven (zie dit voorbeeld). De vervorming gegeven door Arnold's Cat Map is bijgevolg ook een vervorming van een vierkante afbeelding. De wiskundige Arnold paste deze vervorming toe op de foto van een kat (vandaar de naam) en stelde vast dat je na een eindig aantal stappen weer identiek dezelfde foto krijgt (test het op deze website zelf). Het onderzoek van dr. Jonas Deré handelt over de eigenschappen van deze vervormingen en bestudeert welke andere meetkundige ruimtes op die manier vervormbaar zijn.

Optimalisatie van de productie van microalgen - dr. Orily Depraetere
promotor prof. Koenraad Muylaert en prof. Imogen Foubert

Recent is er vanuit verschillende invalshoeken interesse voor microalgen. Microalgen zijn rijk aan suikers of vetten en daarom interessant voor de productie van biobrandstoffen. Daarenboven bevatten sommige soorten een hoge hoeveelheid eiwitten met een samenstelling die vrij goed overeenkomt met die van soja. Daarom zouden ze dus ook perfect in (dieren)voeding gebruikt kunnen worden. Microalgen zijn een vrij nieuw gewas en de productie ervan is nog gelimiteerd omwille van de hoge kostprijs. Die is ondermeer te wijten aan de hoge kostprijs van de voedingsstoffen voor deze algen. Het eerdere doctoraat van dr. Orily Depraetere richtte zich op de uitdagingen van de productie van 'Arthrospira' op afvalwater als voedingsbron. Arthrospira, als voedingssuplement beter gekend als ‘Spirulina’, is een blauwgroene zoutwateralg en is de belangrijkste soort alg die op wereldschaal wordt geproduceerd. ‘Spirulina’ is bijzonder rijk aan eiwitten en wordt aanbevolen door de WHO als voedingssupplement voor ondervoede kinderen in ontwikkelingslanden. In Westerse landen is ‘Spirulina’ populair als een soort ‘superfood’. Daarnaast bevat het alg ook de blauwe kleurstof fycocyanine. Deze natuurlijke blauwe kleurstof wordt meer en meer gebruikt in de voedingsindustrie om snoepgoed blauw te kleuren. Arthrospira accumuleert ook grote hoeveelheden suikers wanneer deze een tekort heeft aan voedingsstoffen. Tijdens dit mandaat wordt onderzocht hoe de productie van fycocyanine en suikers door Arthrospira verder verbeterd kan worden.

Optimalisatie van productie van biobrandstof uit microalgen - dr. Georgios Markou
promotor prof. Koenraad Muylaert

De cyanobacterie of blauwalg Arthrospira (of ‘Spirulina’) is een fotosynthetisch micro-organisme dat onder specifieke condities veel suikers produceert, tot 70% van de biomassa. Deze suikers kunnen worden omgezet in ethanol die dan gebruikt kan worden als biobrandstof. De aanmaak van suikers kan gestimuleerd worden door stikstof tekort, maar dit zorgt tegelijk voor een reductie van het eiwitgehalte, wat dan weer resulteert in een lagere fotosynthese en groei. Het doel van dit project is om de metabole veranderingen die optreden tijdens de overgang van de stikstof-rijke naar de stikstof-arme condities beter te begrijpen.
 

 

Waarom is wiskunde zo moeilijk (voor sommigen)? - dr. Iro Xenidou-Dervou
promotor prof. Bert Reynvoet

Het onderzoek van dr. Iro Xenidou-Dervou focust zich op hoe we wiskundige vaardigheden ontwikkelen. Meer bepaald zal bekeken worden welke specifieke cognitieve factoren de ontwikkeling van onze reken- en wiskundige vaardigheden verbeteren of net tegenhouden. "Ik zal onderzoeken welke factoren aan de basis liggen van die vaardigheden en hoe het komt dat wiskunde zo gemakkelijk is voor sommigen en dan weer zo moeilijk voor anderen" aldus dr. Iro Xenidou-Dervou. Naast cognitieve factoren wordt ook nagegaan in welke mate talenkennis en de capaciteit van het werkgeheugen een impact hebben op het verwerven van die wiskundige vaardigheden.

Opstart Europees project dat inzet op gepersonaliseerde geneeskunde

21 oktober 2015 Vandaag start de KU Leuven Campus Kulak Kortrijk, samen met Sanquin uit Amsterdam, 3 internationale bedrijven en 5 buitenlandse partnerorganisaties een expertisenetwerk op onder de naam ‘PROFILE’.  Dit netwerk zal zes doctoraatsstudenten opleiden die zich zullen specialiseren in de auto-immuun ziekte “thrombotic thrombocytopenic purpura (TTP)”. Dit is een levensbedreigende ziekte waarbij het bloedstollingssysteem bij patiënten niet goed functioneert. Kleine bloedklonters (thrombi) ontstaan spontaan in de bloedvaten waar ze orgaanschade en zuurstoftekort veroorzaken. Een efficiënte behandeling van deze patiënten is cruciaal en daarom wordt in dit project geïnvesteerd in het ontwikkelen van een therapie op maat van de individuele patiënt.

In het PROFILE project zullen nieuwe diagnostische tests ontwikkeld worden om het immuun profiel van TTP patiënten te bepalen. Het immuun profiel van deze patiënten zal vervolgens gelinkt worden aan de prognose van de ziekte wat toe zal laten om een gepersonaliseerde behandeling op te stellen.
Om dit project te verwezenlijken worden een zestal doctoraatsstudenten opgeleid die zich zullen specialiseren in deze immuunziekte en in het domein van de gepersonaliseerde geneeskunde.  Gepersonaliseerde therapie zal cruciaal zijn in de geneeskunde van morgen. Uniek aan dit project is dat doctoraatsstudenten een korte stage in een ziekenhuis zullen lopen en van daaruit zullen leren hoe ze diagnostische tests moeten ontwikkelen die perfect inspelen op de noden van patiënten en artsen. Deze aanpak zal er ook voor zorgen dat de kloof tussen ziekenhuis en de bedrijven die de geneesmiddelen finaal ontwikkelen verkleind kan worden.

Het “PROFILE” netwerk is samengesteld uit academische instellingen, bedrijven en non-profit organisaties. Zo wordt er samengewerkt met Sanquin, de organisatie in Nederland die instaat voor de bloedinzameling (vergelijkbaar met het Rode Kruis in Vlaanderen). Verder werkt Kulak samen met de biotech bedrijven Icosagen en Protobios uit Estland en Pharma Target uit Nederland.  Het belang van samenwerking met deze bedrijven is groot omdat er, gebruik makend van hun technologieën, op zoek gegaan kan worden naar nieuwe diagnostische tests.
Vijf partnerorganisaties vervolledigen het consortium (Het bedrijf Biokit uit Spanje, het ziekenhuis Assistance Publique-Hospitaux de Paris uit Frankrijk, het bedrijf Immudex uit Denemarken, de TTP patiëntengroep uit Nederland en de European Hematology Association uit Nederland).

Coördinator voor het project is prof. Karen Vanhoorelbeke van Kulak. Zij is een expert op het vlak van onderzoek rond de ziekte TTP en is medeoprichter van PharmAbs, het academisch platform van de KU Leuven met de focus op ontwikkeling van antistoffen.

Faculteit Geneeskunde start met innovatief groepsonderwijs

28 oktober 2015 Vaardigheden als leiderschap, samenwerken, feedback geven,… worden sterk gewaardeerd in het werkveld. Om deze vaardigheden nog beter te ontwikkelen wordt er binnen de opleidingen geneeskunde en biomedische wetenschappen gestart met een nieuw onderwijsproject. In een vernieuwde leerruimte, waar samenwerken centraal staat, wordt vanaf heden ‘technologie-ondersteund contactonderwijs’ georganiseerd.


In het werkveld van de gezondheidszorg worden steeds hogere eisen gesteld. Er wordt niet enkel meer verwacht dat toekomstige artsen, onderzoekers, verpleegkundigen,… de vaardigheden hebben om hun job uit te oefenen. Zij moeten ook in staat zijn om leiderschap te tonen, efficiënt samen te werken en bereid zijn om levenslang te leren. Binnen de opleidingen geneeskunde en biomedische wetenschappen aan Kulak werd hier de voorbije jaren al de nodige aandacht aan besteed. Zo wordt al geruime tijd simulatieonderwijs aan de studenten aangeboden. Daarnaast is er ook een jaarlijkse multidisciplinaire dag tussen studenten geneeskunde en studenten verpleegkunde van VIVES en kunnen er keuze-opleidingsonderdelen gevolgd worden met een focus op ondernemerschap. Daarbovenop zijn er ook de mogelijkheden voor internationalisering. De Faculteit Geneeskunde binnen Kulak gaat nu nog een stap verder.


Samenwerken in het ‘collaboratorium’

Sinds de start van het nieuwe academiejaar hebben docenten en studenten een collaboratieve leerruimte tot hun beschikking waarin technologie-ondersteund contactonderwijs aangeboden wordt. Een bestaand lokaal werd omgetoverd tot een interactieve, open lesruimte, die niet enkel voor regulier onderwijs maar ook voor navormingen en samenwerking met nabijgelegen ziekenhuizen of zorginstanties ingezet kan worden. Zo bevestigt de Faculteit Geneeskunde haar pioniersrol inzake innovatief medisch onderwijs.

 

De renovatie van het lokaal, dat de toepasselijke naam ‘collaboratorium’ kreeg, is een eerste stap in een breder verhaal rond ‘technologie-ondersteund collaboratief leren’. Het proeftuinproject heeft geleid tot een multifunctionele ruimte (een ‘open learning space’) waarin zowel de technologie als de infrastructuur het samenwerken en het  ‘samenwerkend leren’ bevorderen. De technologie en bijhorende software (mede-ondersteund door Barco) zijn naadloos geïntegreerd en zorgen ervoor dat delen van informatie, feedback geven, etc. heel vlot en eenvoudig kunnen gebeuren. De infrastructuur zorgt ervoor dat samenwerken en samen leren niet gehinderd worden door de praktische inrichting.

 

 

Betere ontwikkeling van algemene vaardigheden

Docenten en studenten reageerden eerder al positief op de aangekondigde veranderingen en ook de eerste ervaringen zijn alvast positief. Er kunnen namelijk nieuwe werkvormen worden ingezet die voor meer variatie zorgen in de lespraktijk. En dat komt de kennisverwerving en het aanleren van vaardigheden ten goede. Bovenop het aanleren van de opleidingsspecifieke kennis en vaardigheden kan er via het collaboratorium nog meer dan anders worden ingezet op het verwerven van vaardigheden die nodig zijn als toekomstig professional: efficiënt overleggen, kennis over technologie en tools die samenwerken faciliteren, feedback geven, elkaar beoordelen,  reflectie over de eigen bijdrage aan groepswerk, leiderschap opnemen,… Dit zijn vaardigheden die algemeen sterk gewaardeerd zijn in het werkveld.

"Door collaboratief leren zijn studenten meer betrokken bij het lesgebeuren, kunnen ze de leerstof sneller integreren en hebben ze een beter begrip van het geleerde omdat ze meteen hun kennis toepassen, demonstreren en hierop feedback krijgen van zowel medestudenten, docent, en in een latere fase ook expert-professionals", aldus dr. Mieke Vandewaetere, stafmedewerker onderwijsinnovatie binnen de Faculteit Geneeskunde.

 

 

In eerste fase worden in het collaboratorium activiteiten van een viertal opleidingsonderdelen binnen de opleidingen geneeskunde en biomedische wetenschappen georganiseerd. Gebaseerd op deze ervaringen wordt vanaf januari 2016 het gebruik van deze nieuwe onderwijsvorm verder uitgerold binnen de faculteit.

Steven Vandekerckhove, doctorandus fysica, wint poster-prijs op de 40ste Woudschotenconferentie “Past, Present and Future of Scientific Computing"

28 oktober 2015 Op 9 oktober ontving Steven Vandekerckhove, doctorandus fysica aan de KU Leuven Campus Kulak Kortrijk, de eerste prijs tijdens de 40ste editie van de jaarlijkse Woudschotenconferentie voor zijn poster met als titel "The battle of continuous versus discontinuous finite elements to simulate elastic waves in time domain". De voorgestelde onderzoeksresultaten kwamen tot stand in samenwerking met Hannes Vandecasteele, bachelorstudent ingenieurswetenschappen, die gedurende de zomermaanden als jobstudent werkte in de onderzoeksgroep golfvoortplanting en signaalanalyse. De jury van de wedstrijd bestond uit de uitgenodigde sprekers en het organiserend comité. De prijs omvat een uitnodiging om een uitgebreide presentatie te geven over zijn doctoraatsonderzoek tijdens de jaarlijks voorjaarsbijeenkomst van de Werkgroep Scientific Computing, die het Vlaamse en Nederlandse onderzoek in de numerieke wiskunde verenigt.

Medische delegatie uit Zhejiang (China) op bezoek

23 november 2015 Vandaag bracht een medische delegatie uit de Chinese provincie Zhejiang een studiebezoek aan Kulak. Vanuit de overheid in Zhejiang is er een grote vraag naar medische technologie. Kulak heeft, naast verschillende andere kennisinstellingen en bedrijven in West-Vlaanderen, een duidelijke expertise op dat vlak.


Sinds 2000 werkt de Provincie West-Vlaanderen samen met de Chinese provincie Zhejiang. Met deze samenwerking wenst de provincie de positie van West-Vlaanderen in de globale economie te versterken en onderneemt zij op het vlak van economie, landbouw en onderwijs verschillende acties. Om de samenwerking te evalueren en de uitbreiding ervan met acties onder meer op het vlak van gezondheidszorg te bespreken kwam de bilaterale stuurgroep West-Vlaanderen / Zhejiang vandaag samen in het Provinciaal Hof te Brugge. De bijeenkomst van de stuurgroep is meteen ook de kick-off van de ‘Zhejiang-week’ waarin de Provincie West-Vlaanderen heel wat delegaties ontvangt om de bestuurlijke, economische, medische en academische samenwerking tussen beide provincies te versterken.

De medische delegatie wenste, op vraag van delegatieleider Zhu Bing, een studiebezoek te brengen aan Kulak. In een eerste luik werden enkele recentelijk vernieuwde onderwijsruimtes van de Faculteit Geneeskunde voorgesteld. Enerzijds was dat het vaardigheidscentrum, waar een volledige ziekenhuiskamer werd nagebouwd, met in het bed een interactieve 'levensechte' pop: de High Fidelity Patient Simulator. De pop ademt, knippert met de ogen, heeft een pols- en hartslag en reageert op de handelingen van studenten, zoals een echte patiënt. De meest uiteenlopende medische situaties kunnen zo worden nagebootst en gestuurd vanuit de regiekamer.  Ook het laboratorium anatomie, dat vorig jaar nog werd uitgerust met een uitgebreid camera- en multimediasysteem werden bezocht.  En in het onlangs in gebruik genomen collaboratorium, een leerruimte waar samenwerken centraal staat en waar vanaf heden ‘technologie-ondersteund contactonderwijs’ wordt georganiseerd, was de Chinese delegatie ook sterk geïnteresseerd.

In een tweede luik stond een bezoek aan het Interdisciplinary Research Facility Life Science gepland.  Het IRF Life Sciences huisvest de onderzoeksinfrastructuur voor de biowetenschappen aan Kulak. Het is een interdisciplinaire faciliteit waarin onderzoekers van verschillende disciplines gebruik maken van gemeenschappelijke infrastructuur en expertise uitwisselen over de grenzen van de eigen discipline heen. Het IRF Life Sciences biedt plaats aan meer dan 60 onderzoekers die actief zijn in het biomedisch, biochemisch en biotechnologisch onderzoek, de biologie en de bio-ingenieurswetenschappen.

Voor de Chinese medische delegatie uit Zhejiang staan er later deze week ook nog bezoeken aan enkele bedrijven (Televic en Buro Archi II ) en regionale ziekenhuizen op het programma.

Twee prijzen voor Laboratorium voor Trombose onderzoek op 'Belgian Society for Thrombosis and Hemostasis'

(English version below)
 

27/11/2015

Eind november vond het congres van de 'Belgian Society for Thrombosis and Hemostasis' plaats in Mechelen. Jaarlijks worden tijdens deze tweedaagse 2 prijzen uitgereikt: enerzijds de Paul Capel Prijs voor de beste presentatie rond fundamenteel onderzoek en anderzijds de Paul Capel Prijs voor de beste presentatie rond klinisch onderzoek. Frederik Denorme van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek sleepte beide prijzen in de wacht (telkens ex aequo met een andere laureaat).

Onder leiding van Prof. Simon De Meyer onderzoekt Frederik de rol van ADAMTS13 bij beroertes. In samenwerking met het universitaire ziekenhuis van Würzburg (Duitsland) vond Frederik een beduidend lagere hoeveelheid van het 'antitrombotische' eiwit ADAMTS13 in patiënten met beroerte in vergelijking met gezonde personen. Daarnaast toonde Frederik in een meer fundamentele studie aan dat dit ADAMTS13 in staat is om bloedklonters efficiënt op te lossen en zo de bloedtoevoer naar de hersenen te herstellen in een muismodel. Deze bevindingen bieden toekomstperspectieven voor een betere behandeling van beroertepatiënten.

Tijdens het congres werd ook de 'best poster award' uitgereikt. Deze eer viel te beurt aan Claudia Tersteeg van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek voor haar poster rond de rol van plasmine in de ziekte 'trombotische trombocytopenische purpura'


During the annual conference of the 'Belgian Society on Thrombosis and Haemostasis' (December 20-21) two Paul Capel prizes were awarded: one for the best presentation on clinical and laboratory research and one for the best presentation on basic research. Frederik Denorme of the Laboratory for Thrombosis Research won both prizes (both ex aequo with another presenter) for his research into ADAMTS13 in patients with stroke (clinical) and for his studies on the prothrombolytic effect of ADAMTS13 in a mouse model of stroke (fundamental). Claudia Tersteeg won the prize for the best poster.

Orthopedische chirurgen op bezoek in het Jan Palfijn Anatomie Lab

27/11/2015 Orthopedisch chirurgen uit heel Belgie en daarbuiten (Duitsland, Nederland, Dubai!) kwamen deze week naar de Kulak voor een gespecialiseerde workshop over voet-enkel chirurgie. In het Jan Palfijn Anatomie Lab kregen zij een tweedaagse training over complexe fracturen van de enkel en voet, geleid door vooraanstaande chirurgen. De workshop werd georganiseerd door Prof. Vereecke in nauwe samenwerking met specialisten uit AZ Groeninge en UZ Leuven.

Dra. Siel Demeyere laureate Ius Commune Prijs

Dra. Siel Demeyere, die een dubbeldoctoraat Kulak-Lille II schrijft, is uitgeroepen tot laureate van de internationale Ius Commune Prize 2015, samen met Anne van de Vijver (U. Antwerpen). Siel werd bekroond voor haar bijdrage "Liability of a Mother Company for its Subsidiary in French, Belgian and English Law", die verscheen in de European Review of Private Law.

In haar artikel bestudeert Siel Demeyere of en hoe het in het Belgische, Franse en Engelse recht mogelijk is om een moedervennootschap aansprakelijk te stellen voor ‘fouten’ die een dochtervennootschap maakte. Dit is in het bijzonder relevant voor dochtervennootschappen die opereren in landen waar het rechtssysteem minder sterk staat dan in België, Frankrijk of Engeland. De ‘fouten’ gemaakt door dochtervennootschappen, kunnen oplopen tot ernstige mensenrechtenschendingen. Naast het materieel aansprakelijkheids- en vennootschapsrecht wordt ook kort besproken hoe het mogelijk is feiten die in het buitenland plaatsvonden toch voor een Belgische, Franse of Engelse rechtbank te vervolgen. Het volledige artikel leest u hier.

Het juryverslag vermeldde "the article beautifully analyses through arguments taken from the civilian frameworks of Belgium and France, and the common law framework of England and Wales, towards the building of a normative reference for multinational enterprises. This is highly needed, as multinational enterprises are a major player in the field of private law, and at the same time a major constituent and institutional partof our society. To construct a liability of the mother company vis-à-vis the unvoluntary creditors of the subsidiary companies using the traditional building blocks of tort law is an invaluable enterprise – in the words of Gierke: eine soziale Aufgabe des Privatrechts."

Meer informatie over de prijs en het volledige verslag van de jury vindt u hier.

Vier IWT-specialisatiebeurzen voor Kulak

14 januari 2016 Er zijn vier IWT-doctoraatsbeurzen toegekend aan doctoraatstudenten uit de onderzoeksgroepen Food & Lipids, Aquatic Biology, Laboratory for Thrombosis Research en Wave Propagation and Signal Processing. De IWT-beurs, toegekend door het Agentschap Innoveren & Ondernemen, zal het onderzoek van de onderzoekers Lore Gheysen, Bert Deruyck, Elodie Laridan en Arvid Martens ondersteunen. We stellen hun onderzoek, waar ze zich de komende tijd op zullen focussen, hier kort voor.

Oxidatieve stabiliteit van omega-3 aangerijkte voeding

Onderzoeker: Lore Gheysen ( Promotor: prof. Imogen Foubert)
Onderzoeksgroep: Food & Lipids

Het doel van dit doctoraatsproject is om producten gebaseerd op fruit en groenten aan te rijken met gezonde en vegetarische omega-3 vetzuren uit microalgen, en na te gaan hoe oxidatief stabiel deze producten zijn. Gemiddeld worden er 100 mg langketen omega-3 vetzuren geconsumeerd per persoon per dag. Dit is beduidend lager dan de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid van 250 mg. De huidige bron van deze omega-3 vetzuren met gezondheidsbevorderende eigenschappen is vis, maar door de steeds slinkende visvoorraden is er nood aan een duurzaam alternatief. Microalgen kunnen dit potentieel bieden. Het probleem is echter dat omega-3 langketen vetzuren sterk gevoelig zijn aan oxidatie. Dit leidt tot verlies van voedingswaarde en ongewenste geur. Dit willen we dus vermijden Daarom zullen we in dit project onderzoeken hoe verschillende factoren (toedieningsvorm, soort microalg, type fruit en groentenmatrix) de oxidatiestabiliteit kunnen beïnvloeden om zo een levensmiddel te creëren met hoogwaardige nutritionele eigenschappen. Meer info

Controle van microalgenkweek

Onderzoeker: Bert Deruyck (Promotor: prof. Koenraad Muylaert)
Onderzoeksgroep: Aquatic Biology

Dit doctoraatsonderzoek kadert binnen het optimaliseren van microalgenkweek voor industriële toepassingen. De biomassa die microalgen produceren bevat waardevolle componenten zoals proteïnen, vetten en pigmenten die kunnen gebruikt worden voor de productie van voeding, dierenvoeder of biobrandstof. Vandaag wordt de productie van verschillende soorten microalgen wereldwijd opgeschaald. Deze grootschalige productiesystemen leiden vaak tot onvoorziene verliezen door besmetting van de cultuur met grazende micro-organismen. Om deze systemen robuuster te maken en een continue kweek te verzekeren is er nood aan nieuwe controletechnologieën. Het identificeren, detecteren en controleren van deze grazers vormt de kern van dit doctoraatsonderzoek. Meer info.

De rol van neutrofielen bij trombose

Onderzoeker: Elodie Laridan (Promotor: prof. Simon De Meyer)
Onderzoeksgroep: Laboratory for Thrombosis Research

Mijn project focust op het ontrafelen van de rol van "neutrofiele extracellulaire traps" in beroerte. Een beroerte wordt veroorzaakt door een bloedklonter die de bloedtoevoer naar de hersenen blokkeert. Dit zorgt voor het direct afsterven van hersenweefsel, waardoor een snelle interventie van levensbelang is. Momenteel is maar één medicijn, t-PA, aangewezen voor het oplossen van dergelijke klonters. Dit moet echter in de eerste uren na een beroerte worden toegediend en is helaas niet altijd succesvol. Bovendien is succesvol herstel van bloedtoevoer geen directe garantie voor vlot herstel wegens de reperfusieschade die optreedt bij bloeddoorstroming van ischemisch hersenweefsel (Ischemisch duidt aan dat de bloedtoevoer gestopt is). Neutrofielen zijn de meest voorkomende witte bloedcellen in ons lichaam en zorgen voor een acute respons op een bacteriële infectie of ontsteking. Een recent ontdekte nieuwe functie van neutrofielen is het vormen van neutrofiele extracellulaire DNA traps die helpen bij de immuunrespons om pathogenen te vangen en te doden. Nieuwe inzichten tonen aan dat deze neutrofiele extracellulaire DNA traps echter ook trombose stimuleren in zones van inflammatie. De rol van neutrofiele extracellulaire traps bij beroerte is nog onduidelijk en vormt het doctoraatsonderwerp van dit onderzoek.

Karakterisatie van composietmaterialen

Onderzoeker: Arvid Martens (Promotor: prof. Koen Van Den Abeele)
Onderzoeksgroep: Wave Propagation and Signal Processing

In de wereld rondom ons zien we een groeiend gebruik van composietmaterialen in alledaagse objecten. Denk maar aan carbon-fietsen, vliegtuigvleugels, schoepen van windturbines, etc. Het gebruik van deze materialen brengt vele voordelen met zich mee: ze zijn sterk en daarenboven ook relatief licht. Om deze redenen zetten veel bedrijven in op de verdere ontwikkeling van dergelijke materialen. Maar… “elk voordeel heb zijn nadeel”. De gecombineerde structuur (composiet) levert enerzijds moeilijkheden op voor het bepalen van de macro- en microscopische materiaalparameters, en zorgt er anderzijds ook voor dat deze materialen extra gevoelig zijn voor interne schade die onzichtbaar is voor het blote oog. In dit IWT-project ligt de aandacht voornamelijk op de karakterisatie van composietmaterialen in termen van elasticiteit en viscositeit. Een hogere graad van kennis van deze materiaalparameters zal uiteindelijk leiden tot een beter design en optimalere implementatie van composieten. Om dit te verwezenlijken steunt het project op de recent ontwikkelde ultrasone polaire scan (UPS), waarbij een vingerafdruk van een materiaal verkregen wordt door middel van ultrasone geluidsgolven. Deze vingerafdruk kan gebruikt worden om via inverse modellering de materiaalparameters te bepalen. De UPS methode maakt het ook mogelijk om interne schade te achterhalen door de geïnverteerde parameters te vergelijken met de parameters van een intact materiaal. Elk significant verschil tussen beide sets van parameters kan dan gelinkt worden aan interne schade of een fout in het fabricatieproces. Meer info

Tentoonstelling Imaginary van start aan Kulak

5/01/2016 Gisteren werd de reizende tentoonstelling Imaginary officieel geopend aan Kulak. Imaginary, georganiseerd door VWO en alle Vlaamse universiteiten in Vlaanderen, is een initiatief dat startte in het befaamde Duitse onderzoekscentrum voor wiskunde te Oberwolfach, en ondertussen internationaal tot heel wat erkenning leidde. Imaginary laat het grote publiek, maar in het bijzonder ook leerlingen en leerkrachten, kennismaken met wiskunde in haar volle breedte, kracht en schoonheid.

De tentoonstelling omvat talrijke topkwaliteit-posters, een hele reeks 3D-prints van wiskundige objecten, en een reeks softwarevisualisaties en -simulaties waarmee de bezoeker interactief aan de slag kan, via grote touchscreens. Zowel wiskunde die je meeneemt in verwondering en bewondering, als de kracht van wiskundige modellen voor toepassingen komen aan bod.

De tentoonstelling kan je zowel individueel als in klasverband gratis bezoeken.

IMAGINARY is van 4 t.e.m. 22 januari te bezoeken aan de KU Leuven Campus Kulak Kortrijk, in de spina en in de hal van het rectoraat. Van maandag tot vrijdag is de expo doorlopend open van 08.00 tot 19.00 uur. Op zaterdag van 08.00 tot 15.00 uur.
Info en inschrijven voor klasbezoeken: www.imaginarymaths.be en www.imaginary.org

©
©
©

© Rob Hoornaert

Nieuwe seniormandaten voor Kulak

Ook dit jaar verkregen verschillende onderzoekers aan de campus een seniormandaat. We stellen hun onderzoek, waar ze zich de komende tijd op zullen focussen, hier kort voor.

Kankeronderzoek via de watervlo  - dr. Eline Beert
promotoren prof. Ellen Decaestecker & prof. Chris Verslype

Kanker is één van de belangrijkste doodsoorzaken wereldwijd. Kankercellen bezitten een aantal heel specifieke eigenschappen waaronder het vermogen om zich los te maken van de oorspronkelijke tumor en zich uit te spreiden naar nabij- en verafgelegen weefsels (invasie en metastase).
Een mechanisme waarvan kankercellen gebruik maken tijdens dit proces is "Epitheliale naar mesenchymale transitie (EMT)". De kankercellen veranderen van morfologie, verliezen hun nauwe intercellulaire contacten en komen los van de tumor. Veelal ligt tekort aan zuurstof in bepaalde stukken van de tumor aan de basis van deze verandering. Het loskomen van kankercellen door  EMT werd in het verleden, wegens het ontbreken van goede modelorganismen, voornamelijk bestudeerd via gekweekte cellen. In dit onderzoeksproject zal de watervlo "Daphnia" gebruikt worden als modelorganisme voor het bestuderen van EMT geïnduceerd door zuurstoftekort. De Daphnia vormt hierbij een excellent organisme aangezien deze watervlo verminderde zuurstofniveaus goed verdraagt en snel beantwoordt aan stresserende veranderingen in de omgeving. Recente sequeneringstechnieken zullen worden aangewend om nieuwe mechanismen onderliggend aan het EMT-proces te ontrafelen. 

Wiskundige analyse van complexe vervormingen - dr. Jonas Deré
promotor prof. Karel Dekimpe

In dit onderzoek zal dr. Jonas Deré 'Anosov diffeomorfismes' onderzoeken. Dit zijn vervormingen van een ruimte waarbij afstanden in de ene richting inkrimpen en in een andere richting uitrekken. Het eenvoudigste voorbeeld van zo'n Anosov diffeomorfisme staat gekend onder de naam Arnold's Cat Map. Dit is een vervorming van een donut, een ruimte die in de wiskunde torus wordt genoemd. Deze torus kan men ook vormen door de zijden van een vierkant aan elkaar te kleven (zie dit voorbeeld). De vervorming gegeven door Arnold's Cat Map is bijgevolg ook een vervorming van een vierkante afbeelding. De wiskundige Arnold paste deze vervorming toe op de foto van een kat (vandaar de naam) en stelde vast dat je na een eindig aantal stappen weer identiek dezelfde foto krijgt (test het op deze website zelf). Het onderzoek van dr. Jonas Deré handelt over de eigenschappen van deze vervormingen en bestudeert welke andere meetkundige ruimtes op die manier vervormbaar zijn.

Optimalisatie van de productie van Arthrospira ('Spirulina') - dr. Orily Depraetere
promotor prof. Koenraad Muylaert en prof. Imogen Foubert

De laatste decennia is er vanuit verschillende invalshoeken interesse voor microalgen. Microalgen zijn rijk aan suikers of vetten en daarom interessant voor de productie van biobrandstoffen. Daarenboven bevatten sommige soorten een hoge hoeveelheid eiwitten met een samenstelling die vrij goed overeenkomt met die van soja. Daarom zouden ze dus ook perfect in (dieren)voeding gebruikt kunnen worden. Microalgen zijn een vrij nieuw gewas en de productie ervan is nog gelimiteerd omwille van de hoge kostprijs. Die is ondermeer te wijten aan de hoge kostprijs van de voedingsstoffen voor deze algen. Het eerdere doctoraat van dr. Orily Depraetere richtte zich op de uitdagingen van de productie vanArthrospira op afvalwater als voedingsbron. Arthrospira, als voedingssuplement beter gekend als ‘Spirulina’, is een cyanobacterie en is de belangrijkste soort die op wereldschaal wordt geproduceerd. ‘Spirulina’ is bijzonder rijk aan eiwitten en wordt aanbevolen door de WHO als voedingssupplement voor ondervoede kinderen in ontwikkelingslanden. In Westerse landen is ‘Spirulina’ populair als een soort ‘superfood’. Daarnaast bevat Arthrospira ook de blauwe kleurstof fycocyanine. Deze natuurlijke blauwe kleurstof wordt meer en meer gebruikt in de voedingsindustrie om snoepgoed blauw te kleuren. Arthrospira accumuleert ook grote hoeveelheden suikers wanneer deze een tekort heeft aan vodingsstoffen. Tijdens dit mandaat wordt onderzocht hoe de productie van fycocyanine en suikers doorArthrospira verder verbeterd kan worden.

Optimalisatie van productie van biobrandstof uit microalgen - dr. Georgios Markou
promotor prof. Koenraad Muylaert

De cyanobacterie of blauwalg Arthrospira (of ‘Spirulina’) is een fotosynthetisch micro-organisme dat onder specifieke condities veel suikers produceert, tot 70% van de biomassa. Deze suikers kunnen worden omgezet in ethanol die dan gebruikt kan worden als biobrandstof. De aanmaak van suikers kan gestimuleerd worden door stikstof tekort, maar dit zorgt tegelijk voor een reductie van het eiwitgehalte, wat dan weer resulteert in een lagere fotosynthese en groei. Het doel van dit project is om de metabole veranderingen die optreden tijdens de overgang van de stikstof-rijke naar de stikstof-arme condities beter te begrijpen.
 

 

Waarom is wiskunde zo moeilijk (voor sommigen)? - dr. Iro Xenidou-Dervou
promotor prof. Bert Reynvoet

Het onderzoek van dr. Iro Xenidou-Dervou focust zich op hoe we wiskundige vaardigheden ontwikkelen. Meer bepaald zal bekeken worden welke specifieke cognitieve factoren de ontwikkeling van onze reken- en wiskundige vaardigheden verbeteren of net tegenhouden. "Ik zal onderzoeken welke factoren aan de basis liggen van die vaardigheden en hoe het komt dat wiskunde zo gemakkelijk is voor sommigen en dan weer zo moeilijk voor anderen" aldus dr. Iro Xenidou-Dervou. Naast cognitieve factoren wordt ook nagegaan in welke mate talenkennis en de capaciteit van het werkgeheugen een impact hebben op het verwerven van die wiskundige vaardigheden.

Brons voor Kulak-studenten fysica in de internationale University Physics Competition

20/01/2016 In november 2015 nam een Kulak-team bestaande uit 3 studenten Fysica (Marlies Vantomme, Wouter Deleersnyder en Jens Spenninck) deel  aan de internationale University Physics Competition. In deze competitie, met deelnemers uit de hele wereld, moesten teams van universiteitsstudenten in de opleiding Fysica (2e en 3e Bachelor) een keuze maken uit twee fysica gerelateerde problemen.  Het Kulak-team koos voor het probleem ‘golfen rond een obstakel’. Marlies, Wouter en Jens hadden maximaal 48 uur tijd om tot een oplossing te komen en mochten daarbij geen bijkomende menselijke hulp van buiten uit gebruiken. Internet en boeken mochten wel geraadpleegd worden.
 

De uitslag van de wedstrijd werd gisteren bekend gemaakt. Aan die 150 teams die de opdracht volledig afgewerkt hebben binnen het voorziene tijdsbestek werden “prijzen” (appreciaties) uitgedeeld in 4 categorieën: 2 teams kregen goud, 25 teams zilver, 43 teams brons, de anderen kregen een eervolle vermelding voor hun deelneming.

Marlies, Wouter en Jens hebben als team een bronzen medaille behaald, waarmee ze behoren tot de beste 45 % van de deelnemers. Gezien het feit dat dit hun eerste deelname was en ze momenteel nog maar tweedejaarsstudenten zijn is dit een schitterend resultaat waar ze terecht trots op mogen zijn.

Natuurlijk hopen we volgend jaar op (minstens) zilver…

De faculteit en de campus wensen de studenten van harte te feliciteren.

Kulak-studenten mét onderzoekservaring

Met de start van het tweede semester gaan ook de onderzoeksprojecten en onderzoeksstages terug van start.

Sinds het academiejaar 2011-2012 onderzoeken studenten 2de bachelor bio-ingenieur tijdens een projectwerk een actuele probleemstelling of vraag voorgelegd door een bedrijf. Tijdens dit onderzoeksproject gaan studenten in groepjes van vier en  onder begeleiding van bio-ingenieurs van Kulak en van de betrokken bedrijven aan het werk.

Dit project is een sterke illustratie van het Kulak-onderwijsconcept: al tijdens hun bacheloropleiding kunnen studenten hun theoretische kennis en analytisch vermogen toetsen aan de praktijk. Ze worden aangemoedigd om innovatief te denken en creatieve oplossingen uit te werken aan de hand van een voor een concreet probleem. Tijdens hun aanwezigheid in het bedrijf zien de studenten welke taken afgestudeerde bio-ingenieurs dagelijks uitvoeren en maken ze kennis met productieprocessen en veiligheids- en hygiëneregels. In de labo’s van onze campus of in de bedrijven zelf kunnen ze in groep experimenten uitvoeren, resultaten analyseren, conclusies trekken en innovatieve oplossingen uitwerken.

Niet enkel de studenten hebben baat bij dit onderzoeksproject. Ook de bedrijven zien voordelen in deze samenwerking: hun industrieel probleem wordt onderwerp van een uitgebreide literatuurstudie, de Kulak-labo’s, -apparatuur en -expertise kunnen worden ingezet en misschien levert het onderzoekswerk van de studenten wel dé sleutel tot de oplossing van hun probleem. Onderstaand kunt u een filmpje bekijken die het projectwerk illustreert.

Alle deelnemers, zowel de studenten als de bedrijven, zijn enthousiast over dit onderzoeks-projectwerk. Intussen hebben 81 studenten dit projectwerk gevolgd en 17 verschillende voedingsbedrijven (Galana, Gourmand, Lutosa, Westvlees, Vandemoortele, Alpro, Cosucra, Eco Treasures, Agristo, Passendale, Marine Harvest, Cargill, Pralibel, Vandenbulcke, Barry Callebaut - IBC, Nuscience, Mulder Natural Foods) hebben hieraan deelgenomen. Dit academiejaar wordt het projectwerk voor de 5de keer ingericht en straks starten 16 studenten uit de 2e bachelor bio-ingenieur in 4 verschillende voedingsbedrijven.

Individuele onderzoeksstage tijdens de bachelorjaren

Wegens het succes van dit projectwerk biedt de Faculteit Wetenschappen sinds academiejaar 2013-2014 ook voor de studenten van de 3de bachelorfase chemie, biologie, fysica, wiskunde en informatica een gelijkaardig initiatief binnen de keuzeruimte van hun studieprogramma. In dit geval gaat het om een individuele stage van zes weken, meestal tijdens de zomermaanden, waarvoor de student vooraf solliciteert op basis van een lijst voorgestelde stageonderwerpen binnen uiteenlopende bedrijven en onderzoeksinstellingen. De geselecteerde studenten krijgen de unieke kans om kennis te maken met en te participeren in een onderzoeksomgeving. Vertrekkende vanuit een ‘industriële’ vraagstelling, werkt hij/zij een aanpak tot onderzoeksvoorstel uit (o.a. op basis van wetenschappelijke literatuur en overleg), en werkt het voorstel vervolgens praktisch uit (implementatie, testfase + analyses, …). Naast een academische begeleider is er ook steeds een begeleider binnen het bedrijf die de student mee evalueert.

De voorbije drie academiejaren hebben reeds 17 gemotiveerde studenten gespreid over de vijf wetenschapsopleidingen ervaring kunnen opdoen binnen een bedrijf of onderzoeksinstelling (AZ Sint-Jan Brugge, Bekaert, Boss Paints, Centexbel, KBC, Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen, Mareco, Microbiotests, Stareso, U-solvit) of kunnen meewerken in een onderzoeksgroep binnen KU Leuven (CODeS, Pulsed Field Group).
 

Contactpersonen

Meer informatie over projectstages in de opleidingen aan de Faculteit Wetenschappen vind je hier.

Kulak-onderzoekers vinden mogelijk nieuw middel om bloedklonters op te lossen bij beroerte

([English version below)
09 maart 2016 Wetenschappers van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek tonen aan dat het enzym ADAMTS13 in staat is om bloedklonters op te lossen wanneer deze de bloedtoevoer naar de hersenen blokkeren. Deze ontdekking kan nieuwe mogelijkheden bieden voor de behandeling van een beroerte.

Voor een goede werking van onze hersenen is een continue bloedtoevoer naar ons brein absoluut noodzakelijk. Wanneer een bloedklonter de lokale bloedstroom naar de hersenen verhindert, ontstaat een zogenaamde ‘ischemische’ beroerte, vaak met permanente hersenschade tot gevolg. Ischemische beroertes blijven een van de grootste oorzaken van sterfte en permanente verlammingen in onze westerse samenleving. Vandaag bestaat er slechts één behandeling die een bloedklonter in de hersenen kan oplossen: het tijdig toedienen van de stof t-PA. Jammer genoeg werkt deze behandeling slechts bij een relatief beperkt aantal patiënten.

Professor Simon De Meyer en Frederik Denorme van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek (Kulak, Kortrijk) ontdekten dat de samenstelling van de bloedklonters die een beroerte veroorzaken heel verschillend kan zijn. Voor deze studie konden de onderzoekers konden rekenen op de expertise van de Zweedse professor Tommy Andersson. Hij is een autoriteit op het vlak van het verwijderen van hersenbloedklonters via de bloedvaten van beroertepatiënten. Professor Andersson is sinds 2014 verbonden aan het ziekenhuize az groeninge. “De sleutel zit hem in de bloedeiwitten,” zegt professor De Meyer. “Sommige bloedklonters zijn rijk aan fibrine, daarop kan t-PA inwerken. Andere klonters bevatten echter relatief grote hoeveelheden van een ander eiwit, de ‘von Willebrand Factor’. Dit eiwit is niet gevoelig aan t-PA.” Met deze kennis gingen de Kortrijkse onderzoekers een stap verder door gebruik te maken van ADAMTS13, een enzym dat wel inwerkt op de ‘von Willebrand Factor’. Dit enzym verknipt het eiwit, waardoor de bloedklonter oplost. “Voor ons onderzoek gaven we ADAMTS13 aan muizen met von Willebrand-rijke bloedklonters. We zagen dat de klonter in de hersenen daardoor snel oploste”, aldus professor De Meyer. Als een bloedklonter snel oplost, kan de bloedtoevoer naar de hersenen zich herstellen en blijft de hersenschade beperkt.

Dit onderzoek biedt nieuwe perspectieven voor de behandeling van een beroerte. "Vooral in het kader van de huidige beperkingen voor het behandelen van de beroertepatiënt zijn dergelijke nieuwe inzichten zeker welkom", besluit Prof. De Meyer. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of dit zal leiden tot een verbeterde therapie voor mensen met een ischemische beroerte.

De studie ‘ADAMTS13-mediated thrombolysis of t-PA resistant occlusions in ischemic stroke in mice' is onlangs verschenen in het toonaangevende tijdschrift Blood.

Bekijk hier het verschenen nieuwsbericht op WTV

Enzyme may help dissolve blood clots in stroke patients

 

Cardiovascular scientists from the KU Leuven Laboratory for Thrombosis Research (Campus Kulak Kortrijk) have shown that the ADAMTS13 enzyme can dissolve blood clots that block the blood flow to the brain. Their discovery may open up new possibilities for the treatment of stroke patients. 

For proper functioning of our brain, a continuous blood supply to the brain is essential. When a blood clot blocks an artery that supplies blood to the brain, an ischemic stroke occurs. This type of stroke often causes permanent brain damage. Ischemic strokes are among the leading causes of death and permanent disability in Western society.

Only one treatment is currently available to dissolve blood clots in the brain: administering the substance t-PA in time. Unfortunately, this treatment only works in a fairly limited number of patients.

Professor Simon De Meyer and Frederik Denorme from the KU Leuven Laboratory for Thrombosis Research have now discovered that stroke-causing blood clots can be significantly different in terms of composition, which explains why the t-PA doesn’t always work.  

“The key is in the blood proteins”, Professor De Meyer explains. “Some blood clots are rich in fibrin, and these clots can be broken down with t-PA. Others clots, however, contain relatively large amounts of a protein called von Willebrand Factor (VWF). This protein is insusceptible to t-PA.”

With this knowledge, the researchers went one step further by using ADAMTS13, an enzyme that, unlike T-PA, has an impact on von Willebrand Factor. “We administered ADAMTS13 to mice with VWF-rich blood clots”, Professor De Meyer continues. “We noticed that it made the clot in the brain dissolve quickly. The rapid breakdown of a blood clot can restore the blood flow to the brain and limit brain damage.”

Given the current limitations in the treatment of stroke patients, new insights into breaking down blood clots are particularly valuable. Further research will have to show whether the study can help improve therapies for patients who’ve had ischemic stroke.

Click here to read the study “ADAMTS13-mediated thrombolysis or t-PA resistant occlusions in ischemic stroke in mice” in Blood.

Vier bevlogen professoren houden inaugurale lezing

16 maart 2016  Vorige donderdag hielden prof. Dudal, prof. Stockmans, prof. Delaere en prof. Weyns hun inaugurale lezing aan Kulak.  De vier professoren zijn sinds dit jaar als docent aangesteld aan de campus. Tijdens de lezing gaven ze kort een overzicht van hun huidig onderzoek. Ondanks de sterk inhoudelijke verschillen kwamen er doorheen de lezingen twee constanten tot uiting: stuk voor stuk zijn de nieuwe professoren met echt toponderzoek bezig en allen doen ze dat op een heel bevlogen en toegewijde manier.

Prof David Dudal deed meer dan een verdienstelijke poging om het aanwezige publiek in te leiden in de uiterst complexe quantum-ijktheorieën.

Prof. Filip Stockmans, nuanceerde de in de media verkondigde "wonderen van 3D-printing", en toonde bijv. dat prothesen slechts het materiële resultaat zijn van een veel belangrijker proces dat eraan vooraf gaat: de 3D-analyse.

560

Prof. Isabelle Delaere stelde het ontwerp van een adaptief vertaalleersysteem voor. Dat ontwerp moet (toekomstige) vertalers toelaten de kwaliteit van hun vertalingen te evalueren en te verbeteren op basis van een leeromgeving die vertrekt van een (semi-)automatische analyse van hun vertaaltaken.

Prof. Danny Weyns tenslotte gaf een uiteenzetting over zelf-adaptieve softwaresystemen. Dergelijke softwaresystemen zijn in staat om zichzelf aan te passen. Ze kunnen problemen van onzekerheden oplossen wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt (informatie die tijdens het ontwerp van het systeem nog ontbrak).

Educatieve technologie als speerpunt voor het onderwijs van morgen

7 maart 2016 Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits bracht vandaag een werkbezoek aan de iMinds-onderzoeksploeg ITEC (Interactive Technologies) van KU Leuven Campus Kulak Kortrijk.  ITEC is één van de belangrijkste interdisciplinaire onderzoeksploegen actief op Kulak met ruime expertise op het vlak van educatieve technologie (EdTech). Met dit werkbezoek onderlijnt minister Crevits het belang van onderzoek naar educatieve technologie en het belang van interactie hierin met het Vlaamse onderwijsveld en ons bedrijfsleven. Het onderzoek van nu geeft immers vorm aan het onderwijs van morgen waarin digitaal leren een alsmaar centralere plaats zal innemen.


Leren op maat

Minister Crevits maakte tijdens het werkbezoek kennis met projecten als Franel en Nedbox. Dat zijn eenvoudige en gebruiksvriendelijke leeromgevingen waar kinderen en jongeren, maar ook volwassenen, op maat hun taalvaardigheid kunnen testen en verbeteren. Je zit als gebruiker mee aan het stuur. Het huidige onderzoek van de EdTech-divisie van ITEC legt zich onder meer toe op dergelijke gepersonaliseerde oefen- en testomgevingen waarbij de leeromgeving zich aanpast aan het profiel van de leerling.

In zo’n leersysteem ‘op maat’ wordt de volgorde waarin de taken worden aangeboden onder meer bepaald in functie van de scores op eerdere taken. Als gebruiker krijg je na oefeningen en taken onmiddellijk feedback, wordt je aangemoedigd en kan je veelal in interactie gaan. Niet langer louter meerkeuze- of invuloefeningen, maar dus ook open vragen of dialoogsystemen komen binnen bereik van digitale toetsomgevingen.

Ook het gebruik van technologie om samenwerken en interactie op meerdere locaties tegelijkertijd mogelijk te maken is één van de onderwerpen die onderzocht worden. Vragen als: ‘Hoe kunnen we lessen aan grotere groepen interactiever maken?’ of ‘Hoe zetten we technologie in om leerlingen en studenten te ondersteunen in het samen uitvoeren van taken?’ komen er aan bod.

Interactie met het Vlaamse bedrijfsleven

ITEC is erkend als onderzoeksgroep binnen het interuniversitair strategisch onderzoekscentrum iMinds, dat samen met IMEC Vlaanderens hightech onderzoekscentrum voor de digitale economie vormt. ITEC is zonder meer voortrekker in het onderzoek naar EdTEch en deed mede via iMinds tal van onderzoeksprojecten met het Vlaamse bedrijfsleven rond topics als serious gaming, mobiel leren, educatieve apps en digitale leeromgevingen.

In interactie met kenniscentra als ITEC zet ook het Vlaamse bedrijfsleven als maar duidelijker in op EdTech. Grote technologiespelers zoals Barco en Televic gaan resoluut voor de educatieve markt. Maar ook de mediasector, de uitgeverswereld en de gaming industrie interesseren zich in stijgende mate in educatieve technologie. Ook de Vlaamse overheid toont interesse in digitale innovatie in ons onderwijs en onderschrijft de ontwikkelingen.

EdTech is internationaal aan het doorbreken. De technologie is klaar om op bredere schaal binnen het onderwijs en opleidingen te worden ingezet en beloftevolle nieuwe technologieën kondigen zich aan. In de regio wordt, mede gezien kenniscentra in (West-) Vlaanderen, dan ook heel sterk ingezet op deze thematiek.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Digitale innovatie in het onderwijs is belangrijk. Vlaanderen staat aan de top in het onderzoek naar educatieve technologie, mede dankzij de iMinds-onderzoeksgroep ITEC op KU Leuven Kulak.  Onze technologiebedrijven zetten in stijgende mate in op deze sector. Het is goed dat kenniscentra, bedrijven en overheid de handen in mekaar slaan om via iMinds van educatieve technologie een speerpunt te maken binnen deze regio. Dit werkbezoek smaakt naar meer.”  

EdTech-divisie ITEC?

De EdTech-divisie de iMinds-onderzoeksploeg Interactive Technologies (ITEC), wordt geleid door vier professoren van Kulak en telt momenteel een 20-tal extern gefinancierde junior en senior onderzoekers. De voorbije vijf jaar werden meer dan 10 doctoraten binnen dit domein met succes verdedigd, werden meer dan 100 internationale publicaties gerealiseerd en werd een bijzonder rijke projectportefeuille uitgebouwd. Via spin-offs en bilaterale contracten is er intense interactie met het bedrijfsleven. En via implementatieprojecten (zoals www.franel.eu of www.nedbox.be) is er een onmiddellijke return voor het onderwijsveld.

Meer info:  http://www.kuleuven-kortrijk.be/itec

Nieuwe provinciale leerstoel aan Kulak steunt onderzoek naar hernieuwbare materialen

24 maart 2016 Gisteren werd de oprichting van een nieuwe leerstoel ter bevordering van het academisch onderzoek in het domein van nieuwe materialen (biopolymeren) ondertekend. Titularis van de nieuwe leerstoel is professor Wim Thielemans, die twee jaar geleden dankzij het Odysseus-programma van de universiteit van Nottingham terugkeerde naar België om een onderzoeksgroep rond kunststoffen op basis van hernieuwbare materialen op te richten aan Kulak.


Fabrieken voor de Toekomst

De ‘Provinciale Leerstoel Nieuwe Materialen’ is een initiatief van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) West-Vlaanderen en TUA West (Technische Universitaire Alliantie voor economische transformatie in West-Vlaanderen). De leerstoel kadert in het ‘Fabrieken voor de Toekomst’-initiatief van de Vlaamse overheid dat positieve omgevingsfactoren wil creëren om West-Vlaamse ondernemingen te transformeren van eerder traditionele naar echte innovatie-gedreven bedrijven. Nieuwe materialen zijn één van de pijlers van dit initiatief. In West-Vlaanderen zijn er immers heel wat bedrijven die aan kunststofverwerking doen. Om op internationaal vlak te kunnen groeien en concurreren zijn nieuwe procedés en nieuwe, duurzame materialen erg belangrijk.  De universitaire knowhow kan hen hierbij ondersteunen.
De onderzoeksgroep aan Kulak richt zich op het onderzoek naar hernieuwbare materialen in de breedste zin van het woord. Er wordt onderzoek verricht naar polymeren en composieten gemaakt met grondstoffen uit de natuur (bv. cellulose, zetmeel, melkzuur, chitine) en uit recycleerbare materialen (zoals bv. polyethyleen, polypropyleen, PET en blends die veel moeilijker te recycleren zijn). Zo worden er bijvoorbeeld ook nanomaterialen gemaakt met heel hoogwaardige toepassingen (bv. sensoren, supercondensatoren, aerogels) op basis van nanodeeltjes die uit 'in de natuur voorkomende' materialen gehaald worden.


Accelerate3- project

Prof. Wim Thielemans: “De nieuwe leerstoel is van groot belang voor ons onderzoek. We willen de middelen o.m. gebruiken om een postdoctoraal onderzoeker aan te stellen die het onderzoek kan ondersteunen en de geavanceerde apparatuur, waarover we beschikken dankzij het Accelerate3- project, maximaal kan helpen benutten. Accelerate3 is een samenwerking op het gebied van biogebaseerde materialen voor 3D-printing met TUA West, Centexbel en Brightlands Chemelot, met steun van o.m. Interreg, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Er zijn slechts een beperkt aantal polymere materialen voor 3D-printing beschikbaar en er is dus een dringende behoefte aan biogebaseerde polymeren als duurzame variant. Onze onderzoeksgroep bouwt binnen dit project de karakterisatieapparatuur uit.  Het gaat hierbij enerzijds over X-stralen diffractie dat ons een idee kan geven van de interne kristallijne morfologie en de textuur van polymeren en anderzijds over X-stralen photo-electronen spectroscopie dat ons toelaat om de atomaire compositie en omgeving van de polymeeroppervlakken in kaart te brengen. Dit is vooral belangrijk als we kijken naar de interacties die polymeeroppervlakken aangaan met andere polymeren, met cellen en met hun omgeving.”

 

Prof.Wim Thielemans 

Ondertekening van de overeenkomst provinciale leerstoel nieuwe materialen

(c) foto's: Rob Hoornaert

Onderzoekers delen hun kennis rond numerieke cognitie

21/04/2016 Vandaag en morgen organiseert het interuniversitair onderzoeksconsortium “Numbers and the Brain”, gesponsord door het ‘Fonds de la Recherche Scientifique’ (FNRS) zijn jaarlijkse meeting. Dit jaar vindt de meeting plaats op KU Leuven campus Kulak. De lokale organisatie gebeurt door prof. dr. Bert Reynvoet en dr. Delphine Sasanguie, beiden verbonden aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen aan KU Leuven Kulak.

Het onderzoeksconsortium “Numbers and the Brain” werd vijf jaar geleden opgericht door prof. dr. Wim Gevers (president, ULB), prof. dr.  Bert Reynvoet (vice-president, KU Leuven Kulak) en prof. dr.  Mauro Pesenti (Secretary, UCL) en stelt zich tot doel de verschillende Belgische onderzoekslaboratoria rond numerieke cognitie (dit omvat onder meer het onderzoek naar hoe kinderen precies het begrip van getallen verwerven en hoe zij leren rekenen) samen te brengen om op deze manier het onderzoek te promoten en wetenschappelijke samenwerkingen tot stand te brengen.

Op deze meeting presenteren junior en senior researchers van Louvain-la-Neuve (UCL), Luik (ULg), Brussel (ULB), Gent (Ugent) en Leuven (KU Leuven) hun meest recente onderzoek binnen het veld. Het consortium nodigt jaarlijks ook een buitenlandse gastspreker uit. Dit jaar valt de eer te beurt aan prof. dr. Matthew Inglis die verbonden is aan het Mathematics Education Center van Loughborough University (UK). 

Nieuwste versie Tensorlab vereenvoudigt ‘big data’ analyse

Vorige maand werd de nieuwste versie van Tensorlab gelanceerd. Tensorlab is een wiskundig pakket voor tensorberekeningen dat aan Kulak en ESAT werd ontwikkeld. De nieuwste versie vereenvoudigt de analyse van 'big data'.


Tensoren dienen als een veralgemening van vectoren en matrices naar meerdere dimensies, en kunnen een oplossing bieden voor heel wat problemen waar de kracht van vectoren en matrices te beperkt is. Een tensor kan dus voorgesteld worden als een multidimensionele kubus met getallen. Veel datasets kunnen beschreven worden met behulp van tensoren, zoals de temperatuur in functie van de positie in een kamer met meerdere verwarmingstoestellen. Met behulp van tensorontbindingen kunnen dergelijke multidimensionele datasets gemodelleerd en geanalyseerd worden.

 

Een stijgende trend is daarenboven het tegelijk analyseren van meerdere datasets om zo onderliggende informatie te onthullen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de diepte-informatie die vrijkomt door het zicht van het linker- en rechteroog te combineren. Bij analyse van slechts één van beide is er geen dieptezicht aanwezig. Tensortechnieken zijn tegenwoordig essentieel in talloze toepassingen zoals bijvoorbeeld signaallokalisatie, datacompressie en signaalscheiding (zoals het scheiden van aminozuren of audiosignalen).

Tensorlab werd gelanceerd in februari 2013. Een tweede vernieuwde versie volgde in februari 2014, en vorige maand werd Tensorlab 3.0 gelanceerd. Het pakket werd ondertussen al meer dan 2000 keer gedownload, met 300 downloads in de laatste maand. Er is wereldwijde interesse; niet alleen vanuit de academische wereld maar ook door verschillende bedrijven en professionele instellingen.

Tensorlab werd ontwikkeld onder leiding van prof. Lieven De Lathauwer, die vorig jaar tot IEEE fellow werd benoemd. Nico Vervliet en Otto Debals zijn de ontwikkelaars van de nieuwste versie. 'Tensorlab 3.0 brengt nieuwe technieken om grote datasets op een efficiënte manier te verwerken,’ vertelt Nico Vervliet. ‘Daarnaast zijn nieuwe algoritmes voor verschillende tensorontbindingen toegevoegd net als verbeterde visualisatietechnieken.’ Ook verschillende tensorisatiemethoden werden toegevoegd. Dit zijn procedures om datasets in de vorm van vectoren en matrices om te vormen naar tensoren, waarna tensortechnieken kunnen toegepast worden.
‘Er werd ook gefocust op een nieuwe website en op de ontwikkeling van een aantal demo's,’ vult Otto Debals aan. ‘De demo’s hebben als doel het nut en gebruik van Tensorlab te tonen bij verschillende toepassingen: van onafhankelijke componentenanalyse (gebruikt bij onder andere signaalscheiding) tot het voorspellen van menselijke acties op basis van GPS data.’

Tensorlab surft dus mee op de ‘big data’ trend waarbij grote verzamelingen aan data geanalyseerd worden. Het aantal elementen in een dataset neemt echter exponentieel toe met de dimensie. Dit wordt de vloek van dimensionaliteit genoemd. Tensorlab probeert hiervoor oplossingen te zoeken door nieuwe efficiënte algoritmes aan te bieden. Eén van de nieuwe geïmplementeerde functionaliteiten is bijvoorbeeld het automatisch uitbuiten van structuur in de dataset. Een andere mogelijkheid om de datasets te kunnen analyseren is door slechts een willekeurige deel van de datapunten uit de gehele dataset te gebruiken, zonder hierbij informatie te verliezen.

Kwaliteitscontrole chocolade kan in de toekomst met echografie

1 juni 2016 De kwaliteit van onze Belgische chocolade is voor een groot deel afhankelijk van de kristallen die zich vormen bij het stollen van de chocolade. Een onderzoekster van de KU Leuven, Campus Kulak, ontwikkelde een nieuwe manier om snel te kunnen controleren of bij het stollen de cacaoboter wel op de juiste manier kristalliseert. De nieuwe methode kan de chocoladesector heel wat tijdswinst opleveren.
 

De Belgische chocolade is bekend over de hele wereld. Maar een reep chocolade produceren die mooi glanst, het typische geluid maakt bij het breken, niet smelt in de hand maar wel in de mond en die bovendien deze eigenschappen bewaart gedurende de volledige opslagperiode, is niet eenvoudig. Om een dergelijke kwaliteit te garanderen speelt de kristallisatie van de cacaoboter, het vet in de chocolade, een belangrijke rol. Professor bio-ingenieurswetenschappen Imogen Foubert licht toe: “Kristallisatie van cacaoboter treedt op bij de overgang van vloeibare naar vaste chocolade. Tijdens dit proces kunnen zich in de cacaoboter 5 soorten kristallen vormen. Slechts één van deze kristalvormen levert de gewenste eigenschappen op. Daarnaast speelt ook het aantal, de grootte, de vorm en de manier waarop de kristallen samenklitten een belangrijke rol.” Het is dus van groot belang om de kristallisatie van de cacaoboter goed op te volgen tijdens de chocoladeproductie, om te vermijden dat minderwaardige chocolade in de winkelrekken terecht komt.  

“We hebben ontdekt dat we met ultrasone geluidsgolven verschillen in kristallisatie van cacaoboter kunnen detecteren,” vult professor Koen Van Den Abeele van het departement Natuurkunde en Sterrenkunde aan. Bij de nieuwe techniek sturen de onderzoekers transversale ultrasone geluidsgolven doorheen de cacaoboter. Nadien meten ze de weerkaatsing van deze golven, want die bevat heel wat informatie over de structuur van de boter. De techniek is gelijkaardig aan een echografie die gebruikt wordt voor de opvolging van de groei van een foetus tijdens een zwangerschap. “Wanneer de cacaoboter vloeibaar is, wordt de ultrasone geluidsgolf volledig weerkaatst. Van zodra de boter kristalliseert, dringt een gedeelte van de geluidsgolf in de cacaoboter, waardoor de hoeveelheid weerkaatsing die we meten verandert. Op basis daarvan kunnen we vooral zien hoe de verschillende kristallen samenklitten, wat van belang is voor de uiteindelijke eigenschappen van de chocolade.” 

Op dit moment gebeurt de kwaliteitscontrole van chocolade ‘offline’. Een staal wordt uit de productielijn genomen en in een laboratorium geanalyseerd. Deze methode is heel tijdrovend, waardoor er niet snel kan worden ingegrepen als er iets mis is. Gevolg is dat een grote hoeveelheid chocolade verloren gaat of herwerkt moet worden, wat heel wat kosten met zich meebrengt. De techniek die nu ontwikkeld werd kan ‘online’ gebruikt worden, waarbij de chocolade gecontroleerd wordt tijdens het productieproces in de proceslijn zelf.

De onderzoekers ontwierpen een laboratoriumopstelling, die nu verder moet omgevormd worden tot een prototype dat bruikbaar zal zijn in de productielijn van chocolade. De huidige resultaten zijn voorlopig bekomen met cacaoboter en moeten nog uitgebreid worden naar chocolade.

De bevindingen zijn het resultaat van het zeer interdisciplinaire doctoraatsonderzoek van Annelien Rigolle onder begeleiding van Prof. Imogen Foubert, specialist op het vlak van vetkristallisatie en Prof. Koen Van Den Abeele, specialist in het gebruik van ultrageluid voor het niet-destructief testen van materialen zoals composieten, metalen en beton.

Contact:

Nieuwe onderzoeksprojecten voor Kulak

Dit academiejaar (2015-2016) heeft de KU Leuven Campus Kulak Kortrijk vijf interne KU Leuven projecten binnengehaald. Deze projecten worden aangevraagd in 3 verschillende categorieën: fundamenteel onderzoek gedreven door hypothese of nieuwsgierigheid (C1), strategisch basisonderzoek met maatschappelijke en/of economische finaliteit (C2) en (socio-)economisch gedreven onderzoek met een concreet valorisatiepotentieel (C3). We stellen de 5 projecten hier graag kort voor.

 

Hoe linken we getallen aan reeds bestaande kennis?

  • Duurtijd en type project: 4 jaar; C1 project
  • (Co-)promotoren: prof. Bert Reynvoet
  • Onderzoeksgroep: Numerical Cognition lab

Dit project onderzoekt het “symbol grounding” probleem, of met andere woorden, hoe worden nieuwe symbolen (in dit geval getallen) verankerd in reeds aanwezige kennis? De dominante positie is dat getallen worden geassocieerd met een primitieve representatie van aantal dat reeds aanwezig zou zijn bij baby’s en bij dieren. Deze representatie is echter benaderend van aard (bv. ongeveer 20) waardoor men zich de vraag kan stellen of dit inderdaad de goede basis vormt voor de verankering van discrete precieze hoeveelheden zoals cijfers. Daarom wordt in dit project een alternatief onderzocht voor de verankering van symbolen. In het bijzonder wordt nagegaan of onderlinge associaties tussen getallen, ontstaan door tellen, de oplossing kunnen bieden voor de verankering van cijfers. Dit zal gebeuren via gedragsonderzoek bij volwassenen en kinderen, maar met behulp van neurowetenschappelijke methodes. Meer informatie.

Een nieuwe opzuiveringsmethode

  • Duurtijd en type project: 2 jaar; C3-project
  • (Co-)promotoren:  prof. Hans Deckmyn en dr. Wim Noppe (Kulak) in samenwerking met Jeroen Lammertyn (MeBios, Leuven), Wim De Borggraeve (Mol DesignS, Leuven), Nick Geukens (PharmAbs, Kulak & Leuven), prof. Koenraad Muylaert (Aquatic Biology; Kulak) en Johan Robbens (ILVO, Oostende)
  • Onderzoeksgroep: Laboratory for Trombosis Research (Latron)

Affiniteitschromatografie is een techniek die wordt gebruikt voor het isoleren van een enkele verbinding uit een complex mengsel (vb bloed, melk, afvalwater). De huidige methodes steunen op moeilijk te maken dure materialen, die bovendien niet eenvoudig kunnen worden gebruikt wanneer in het mengsel ‘grote’ zaken zoals cellen aanwezig zijn. Met dit project willen we een alternatieve goedkope en robuuste methode ontwikkelen gebaseerd op vlot te selecteren en aan te maken peptide presenterende virussen gericht gekoppeld aan een matrix met grote poriën (lees meer). We verwachten dat onze techniek het potentieel heeft om een ernstige concurrent te worden van de huidige methodes, die bovendien ook opzuiveringen zal  toelaten die tot nu toe moeilijk tot onmogelijk zijn (vb metalen, toxines…).

Gezinsconsumptie en relatiebeslissingen

We richten ons op de empirische analyse van gezinsconsumptie door middel van structurele modellen van individuele voorkeuren en interacties binnen het gezin. Onze specifieke bijdrage bestaat erin dat we de dynamische processen op huwelijks- en relatiemarkten integreren binnen modellen van gezinsconsumptie. De huwelijksmarkt bepaalt de zogenaamde 'outside options' van de volwassen gezinsleden (mogelijkheden om al dan niet uit een relatie te stappen), en zo op een indirecte manier de gezinsconsumptie (bv. via individuele onderhandelingsposities tussen partners). Een ander onderscheidend kenmerk van ons project bestaat erin dat we gebruik maken van een 'revealed preference'-methode die intrinsiek niet-parametrisch is, wat het risico op (parametrische) specificatiefouten minimaliseert.

Numeriek binnengluren bij de fundamentele bouwstenen van de materie

  • Duurtijd en type project: 4 jaar, C1-project
  • (Co-)promotoren: prof. David Dudal, Voor het simulationeel deel van dit project zal nauw samengewerkt worden met prof. Orlando Oliveira en dr. Paulo Silva (Centro de Física Computacional, UCoimbra, Portugal
  • Onderzoeksgroep: departement natuurkunde - Quantum Gauge theories

De protonen en neutronen waaruit onze atoomkernen zijn opgebouwd zijn zelf nog eens deelbaar in quarks. Deze interageren heel sterk met elkaar door het uitwisselen van gluonen, zelfs zo sterk dat het quasi onmogelijk is om neutronen en protonen te splitsen. Dit lukt enkel bij heel hoge temperatuur (~100000 keer meer dan de temperatuur van de binnenkant van de zon, zelf al een nucleaire fusiereactor!). Dergelijke extreme omstandigheden waren in de natuur aanwezig kort na de Big Bang, en experimenteel kunnen ze tegenwoordig in deeltjesversnellers (ihb. CERN) gedurende hele korte tijd bereikt worden.

Hoewel we dus bijna geen experimentele informatie hebben over die “onfysische” quarks en gluonen, bepalen hun eigenschappen wel hoe de fysisch waarneembare protonen en neutronen zich gedragen, ttz. de fundamentele bouwstenen van de materie. Een waardig alternatief voor experimenten is via big scale simulaties van de onderliggende quark-en gluon kwantumtheorie: quantum chromodynamics (QCD). De wereld wordt vervangen door een eindig discreet rooster, en supercomputers berekenen sommige anders moeilijk te bepalen kwantumeigenschappen van de quarks en gluonen. Ons doel is om geschikte wiskundige tools te bestuderen om uit de beperkte set van numerieke data betrouwbare fysische informatie over QCD te halen.

Een anatomische studie van de duim in bonobo’s, gibbons en bavianen.

  • Duurtijd en type project: 4 jaar; C1-project
  • (Co)promotoren: prof. Evie Vereecke
  • Onderzoeksgroep: Muscles & Movement

Primaten gebruiken hun duim zowel tijdens het voortbewegen als in manipulatie, wat resulteert in conflicterende functionele eisen. In dit project willen we de impact hiervan op de specifieke anatomische configuratie van de duim onderzoeken. Wij focussen op drie primaten met een verschillende fylogenetische positie ten opzichte van de mens en met een verschillende voortbeweging, namelijk de bonobo, de gibbon en de baviaan. We zullen geavanceerde medische beeldvorming en computermodellering gebruiken om een diepgaand inzicht te krijgen in de functionele anatomie van de duim van deze primaten. Meer specifiek zullen we deze vergelijkende analyse gebruiken om specifieke hypotheses met betrekking tot het conflict tussen stabiliteit versus mobiliteit in de primatenduim te belichten.

Doctoraatsstudente Lore Gheysen ziet onderzoek bekroond

 

13 juni 2016 Met de voorstelling van haar onderzoek ‘Impact of processing on omega-3 long chain poly-unsaturated fatty acids derived from microalgae  won Lore Gheysen vorige week de posterprijs op het ‘International symposium on lipid oxidation and antioxidants’ in Porto. Dit symposium, georganiseerd door EuroFedLipid, focuste zich op het bestuderen van vetoxidatie in levensmiddelen en de mogelijkheden om de kwaliteit en de oxidatieve stabiliteit ervan te verhogen.

Lore Gheysen is afgestudeerd als bio-ingenieur en is momenteel doctoraatsstudente in het laboratorium Food & Lipids aan Kulak onder het promotorschap van Prof. Imogen Foubert. Ze onderzoekt de mogelijkheden om microalgen als alternatieve bron van omega-3 langketen vetzuren toe te voegen aan fruit- en groenten gebaseerde producten. Het onderzoek wordt financieel ondersteund door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) en het VEGETALGAE project (IOF-KP KULeuven). Het onderzoek verloopt in samenwerking met Prof. Ann Van Loey (KU Leuven) en Prof. Luc De Cooman en dr. Koen Goiris (KU Leuven Technologiecampus Gent).

2de editie van de PhD Breakfast: ‘outreach’

12.07.2016 Op dinsdag 5 juli vond de tweede editie van de doctoral breakfast plaats op Kulak. Dit ontbijt werd opnieuw georganiseerd door de Doctoral Working Group (DWG), de werkgroep die de doctorandi op de campussen van Kortrijk, Brugge en Oostende op academisch, sociaal en communicatief vlak vertegenwoordigt. Een 35-tal doctoraatsstudenten over de verschillende faculteiten heen kwamen al vroeg bijeen, niet enkel om elkaar te ontmoeten boven een goed ontbijt, maar ook om te discussiëren over het belang en de invulling van outreach, met andere woorden de interactie tussen de doctorandi en bedrijven en organisaties buiten de universiteit. Het idee werd voorgesteld om seminaries te organiseren met sprekers uit de bedrijfswereld en deze nadien in een informele setting in gesprek te laten gaan met de doctorandi.

New senior mandates for Kulak

Also this year some reachers received a senior (postdoctoral) mandate at our campus. We introduce their research briefly. 

Modern harvesting - Dr. Dries Vandamme

Title project: Improving biomass harvesting by studying the interplay of microalgae biology and flocculation

Promotors: Prof. K. Muylaert & Prof. I. Foubert

Microalgae are an attractive new source of biomass for the production of food, feed and fuel commodities, but efficient harvesting of these unicellular aquatic organisms remains a major challenge. Flocculation, followed by sedimentation or flotation, is an economical method to separate microalgae from their culture medium but its success depends on the presence of algal organic matter excreted into the medium. This organic matter changes the floc characteristics and can even inhibit flocculation altogether. Since the composition of the excreted organic matter varies widely across species we need to develop a mechanistic understanding of how different compounds interact with the flocculation process. This will allow us to predict how algal organic matter from economically interesting species will affect microalgal harvesting processes, which will have a direct impact on the design of industrial biomass production applications. This research is supported by FWO –Research Foundation Flanders (12D8917N 2016-2019). Click here for detailed information and contact info.

Twisted Math - Dr. Nasybullov

Title project: Twisted conjugacy classes and the R-infinity property for linear groups

Promoter: Prof. K. Dekimpe

This research project will be executed in the math research group "Algebraic Topology and Group Theory" of KU Leuven Campus Kulak Kortrijk. It is devoted to the investigation of properties of twisted conjugacy classes in different groups. The notion of twisted conjugacy pops up in many branches of mathematics and can be studied from different point of views. One of the major and motivation places where it appears is in the study of fixed points of maps, which is a more geometric context. However, this geometric context does not lend itself so easily for e.g. computations. Therefore we will mainly study these twisted conjugacy classes from an algebraic point of view.  Via this more algebraic approach,  the project also has a vast number of applications in different fields of mathematics: topology, cryptography, dynamical systems...

Using waterfleas for investigating the gut microbiota - Dr. Emilie Macke

Title project: Role of gut microbiota in driving adaptation to changing and polluted environments.

Promotors: Prof. E. Decaestecker & Prof. L. De Meester in collaboration with Prof. K. Muylaert (Kulak), Prof. J. Raes (KU Leuven), Prof. A. Tasiemski (ULille)

The gut microbiota is an important source of metabolic innovations for animal hosts, and is increasingly considered as a key factor that may drive adaptation to the fast and drastic environmental changes imposed by human activities and global change. This emerging hypothesis, however, lacks strong empirical support. Predicting how, and to what extent, the gut microbiota may drive adaptation requires to understand how gut symbionts affect host phenotype, and to decipher the functional mechanisms that recruit and organize this microbial community. In this project we will address these questions, using the waterflea Daphnia and its adaptation to toxic cyanobacteria harmful algal blooms (cyanoHABs) as a model system. CyanoHABs have strongly increased in frequency and intensity as a result of eutrophication and climate change, and pose severe threat on aquatic ecosystems. We have previously shown, through gut microbiota transplants, that resistance to cyanobacteria in Daphnia is mediated by genotype-dependent gut microbiota. Capitalizing on this unique system, we will now unravel the functional mechanisms underlying both the establishment of these mutualistic gut symbionts (focusing on the immune factors that structure the microbiota) and their ability to drive adaptation to cyanobacteria. This project will provide key novel insights into the understanding of host-microbiota interactions, and impact diverse fields, from ecology and evolutionary biology to medicine. Click here for detailed information and contact info.

 

Professor W. Thielemans is co-promotor of the FWO postdoc project Electrokinetically controlled zeolite synthesis that will be performed by Michiel Dusselier in Leuven and at Kulak.

Microbellen maken efficiëntere controle van kankerbehandeling mogelijk

Een interdisciplinair onderzoeksteam van de KU Leuven heeft een nieuwe manier ontwikkeld om de effectiviteit van een kankerbestraling te controleren. Ze maken daarbij gebruik van microbellen en ultrasone geluidsgolven. Op basis van hun metingen kan de bestraling al dan niet bijgesteld worden om zo weinig mogelijk gezond weefsel te beschadigen.

Het inzetten van radiotherapie om kanker te behandelen heeft als nadeel dat er ook gezond weefsel kan worden beschadigd. Er bestaan allerlei methoden om de tumor zo goed mogelijk in kaart te brengen en de straling daarop te richten, maar er is geen manier om in het lichaam te controleren of de straling effectief haar doel bereikt heeft. Daar brengen professor Koen Van Den Abeele en zijn collega’s nu verandering in.

De nieuwe techniek combineert microbellen en geluidsgolven om vast te stellen of de radiotherapie het bedoelde gebied bereikt heeft. De microbellen zijn ongeveer even groot als een rode bloedcel en worden ingespoten in de bloedbaan. In het lichaam hechten ze zich aan de tumor. Onder invloed van radiotherapie worden de microbellen harder: het is deze lokale ‘verharding’ die de onderzoekers in kaart brengen met ultrasone geluidsgolven. Professor Van Den Abeele van het Departement Natuurkunde en Sterrenkunde, Campus Kulak Kortrijk licht toe: “We sturen ultrasone geluidsgolven op de microbellen af, waardoor ze gaan trillen op hun ‘eigenfrequentie’. Het is deze trilling die we opvangen en meten, vóór en na de radiotherapie. Als de therapie het bedoelde gebied bereikt heeft, zullen de microbellen harder geworden zijn en dus op een hogere frequentie trillen.”

Tot nu toe konden artsen enkel met een meettoestel buiten het lichaam controleren of de radiotherapie op de juiste plaats en met de juiste dosis werd toegepast. Met deze nieuwe meettechniek beschikken ze over veel accuratere informatie uit de omgeving van de tumor zelf om te beslissen of de behandeling al dan niet bijgesteld moet worden.

Microbellen worden nu al gebruikt als contraststof bij medische beeldvorming, bijvoorbeeld bij echografie om organen en bloedbanen duidelijker af te bakenen. Het is de eerste keer dat deze bellen ook ingezet worden bij kankerbestrijding. De techniek werd tot dusver in vitro en op muizen getest. Er is nog verder onderzoek nodig om deze techniek ook te kunnen toepassen bij mensen. Dit onderzoek gebeurde in samenwerking met professor Jan D’hooge (KU Leuven), professor Karin Haustermans (KU Leuven en UZ Leuven - LKI), dr. Helge Pfeiffer (KU Leuven) en dr. Ir. Emiliano D'Agostino (SCK•CEN en DoseVue NV).

Op dit moment wordt in het kader van deze nieuwe toepassing fundamenteel onderzoek gevoerd. Drie doctoraatsstudenten, Erik Verboven (Fysica, Kulak), Natalia Ilyina (Geneeskunde, KU Leuven) en Maarten Callens (Fysica, Kulak) karakteriseren en optimaliseren de akoestische uitlezing en onderzoeken welke mechanismen aan de basis liggen van de interactie tussen straling en de microbellen. De grootste uitdaging ligt in het verkrijgen van een onmiskenbaar en duidelijk signaal van de fragiele microbellen vanuit een turbulente omgeving zoals ons lichaam. Voorlopig blijft het nog even wachten vooraleer ze deze techniek klinisch toegepast zien.

Schematische voorstelling van een microbel. De gaskern wordt omgeven door een dun membraan dat de bel stabiliseert. De bel is voorzien van specifieke moleculen met als doel de bel op de locatie van de tumor te houden en te vermijden dat ze snel vernietigd worden door het immuunsysteem. Onder invloed van de stralen gaan de moleculen in de schil samenhangen. Dat proces heeft als gevolg dat de bel stijver wordt en met een hogere frequentie gaat trillen.

 

Training van getalgevoel bevordert de rekenvaardigheid van kleuters

 

16/09/2016  Uit recent onderzoek blijkt dat training van getalgevoel de rekenvaardigheid van kleuters bevordert. “Number Sense” of “Getalgevoel” is de mate waarin eenvoudige basisvaardigheden, zoals bijvoorbeeld vergelijken van getallen of het positioneren van getallen op een lege getallenlijn, vlot verlopen. Door middel van een nieuw educatief game op een tablet, genaamd 'Dudeman & sidegirl: operatie propere wereld' werd het getalgevoel van 151 kinderen uit de derde kleuterklas getest. 

Sinds enkele jaren is de groep 'Numerical Cognition' aan KU Leuven Campus Kulak Kortrijk, samen met enkele Leuvense onderzoekscentra (centrum voor instructiepsychologie en –technologie en orthopedagogiek) actief binnen een onderzoeksconsortium rond getalgevoel. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat er een verband is tussen getalgevoel op jonge leeftijd en de latere rekenvaardigheid.

Recent onderzoek heeft als doel te bekijken hoe getalgevoel getraind kan worden aan de hand van  verschillende games. Dit resulteerde in een nieuw educatief game, genaamd ‘Dudeman & sidegirl: operatie propere wereld’. Gebruik makend van dit online spel, namen in een pas verschenen studie in ‘Learning and Instruction’ 151 kinderen uit de derde kleuterklas deel aan een onderzoek waarbij het doel was na te gaan of training op getalgevoel resulteerde in een betere rekenvaardigheid. De kinderen werden toegewezen aan één van de twee condities met een getalgevoel training (ofwel werd er getraind op het vergelijken van getallen, ofwel werd er getraind op het plaatsen van getallen op een lege getallijn) of aan één van de controlecondities waarin er niet werd getraind op getalgevoel (ofwel werd een geheugenspel geoefend op tablet, ofwel bleven de kleuters in de klas).

Pre- and post test  - Intervention: comparison game or number line estimation

De basisvaardigheden en de rekenvaardigheid van de kleuters werd gemeten voor en na de training. Tussenin vond de training plaats waarbij de kinderen in een periode van 3 weken een 60-tal minuten mochten oefenen. De resultaten van het onderzoek toonden aan dat de rekenvaardigheid van die kleuters die trainden op één van beide was verbeterd, terwijl dit niet het geval was voor de kleuters uit de controlecondities.

iMinds-ICON project  LEAPS

Het onderzoek met dit game voor getalgevoel krijgt een vervolg in het iMinds-ICON project LEAPS. In LEAPS zullen algoritmes en technieken worden ontwikkeld om leeromgevingen voor taal en getalgevoel adaptief te maken. Voor het educatief game voor getalgevoel gaat het om het automatisch aanpassen van de moeilijkheidsgraad en presentatie van de oefeningen aan de (continu evoluerende) vaardigheid van de kinderen. Uit een nodenanalyse bij kinderen die nu al het spel gebruiken blijkt dat een dergelijke aanpasbaarheid een belangrijke meerwaarde kan zijn. Het systeem zal zelf uit het spelgedrag van de kinderen leren hoe moeilijk de oefeningen zijn en hoe vaardig de kinderen zijn. De verwachting is dat de ontwikkelingskost van dergelijke adaptieve leeromgevingen kan worden gereduceerd. Hiervoor zullen geavanceerde technieken voor dataverzameling en -analyse worden ingezet (learning analytics en machine learning). Er zal ook worden bekeken hoe leerkrachten, ouders en therapeuten beter bij het leerproces van de kinderen kunnen worden betrokken via dashboards.

Om dit te realiseren slaan onderwijstechnologen, statistici en psychologen van ITEC en de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen aan KU Leuven Kulak, sociale wetenschappers van KU Leuven (onderzoeksgroep iMinds - mintlab) en ingenieurs van UGent (onderzoeksgroep iMinds - Data Science Lab) de handen in elkaar met de bedrijven Sensotec, Uitgeverij Pelckmans-Abimo en BLCC. Het project gaat van start in oktober 2016 en loopt over 2 jaar.

In iMinds-ICON projecten werken onderzoekers verbonden aan de Vlaamse universiteiten gedurende twee jaar samen met bedrijven aan innovatieve digitale oplossingen. De projecten mikken op een brede economische en maatschappelijke valorisatie van de onderzoeksresultaten. De investering in het onderzoek, dat typisch interdisciplinair is, wordt gedragen door iMinds en de bedrijven, met steun van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.

Stel je kandidaat

De onderzoeksgroep Numerical Cognition zoekt op geregelde tijdstippen naar kandidaten van verschillende leeftijden die willen deelnemen aan hun onderzoek. Meer informatie vind je hier.

25e editie Benelearn groot succes

Prof. em. Jeffrey Ullman

20 september 2016 Vorige week organiseerden professor Patrick de Causmaecker en professor Celine Vens samen met Yvan Saeys (UGent) en Ewald Pauwels (VSC) de 25ste editie van Benelearn. Benelearn is een Belgisch/Nederlandse conferentie rond 'machine learning'. De conferentie vond voor het eerst plaats in Kortrijk. Het werd meteen de meest succesvolle editie ooit, met meer dan 50 presentaties en ruim 120 deelnemers.

Machine learning is een domein binnen artificiële intelligentie dat zich bezighoudt met het ontwikkelen van technieken waarmee computers zelf programma’s kunnen leren, zonder expliciet geprogrammeerd te zijn. Machine learning kent vele toepassingen, denk maar aan zelfrijdende auto’s, gepersonaliseerde reclameboodschappen, fraudedetectie, etc. Ook binnen de biomedische wereld vinden we toepassingen, wat geïllustreerd werd door de twee centrale uiteenzettingen:  "Predicting the activity of chemical compounds across 1001 biological assays at industrial scale” en "Learning robots for autism therapy”.

Big Data
Eén dag van de conferentie werd specifiek gewijd aan het thema ‘Big Data’. Door de vaak enorme hoeveelheden data waarmee machine learning tegenwoordig geconfronteerd wordt, zijn specifieke technologieën nodig. O.a. prof. em. Jeffrey Ullman van de Stanford University, een autoriteit binnen de computerwetenschappen, lichtte in dat verband zijn theorie rond 'MapReduce'-algoritmen toe.

Bekijk hier het fotoverslag.

#Benelearn2016

Doctoraatsstudente Lieselot Balduyck wint posterprijs

03/10/2016 Met de poster ‘Lipolytic stability during wet storage of autotrophic microalgae’, waarop ze haar onderzoeksresultaten voorstelde, won Lieselot Balduyck vorige week de posterprijs op het Euro Fed Lipid Congres te Gent (18-21 september 2016). Dit internationale congres brengt jaarlijks wetenschappers bijeen omtrent alle aspecten van lipidenonderzoek en –technologie. De poster werd door de organisatoren uitgekozen uit meer dan 100 posters op basis van lay-out, kwaliteit en uitleg over de inhoud. 

Lieselot Balduyck is afgestudeerd als bio-ingenieur, gespecialiseerd in levensmiddelentechnologie, en is sinds september 2013 doctoraatsstudente aan het laboratorium Food & Lipids aan Kulak Kortrijk. Onder het promotorschap van prof. Imogen Foubert en het co-promotorschap van prof. Koenraad Muylaert, onderzoekt zij de stabiliteit van vetten in microalgen tijdens het productieproces ervan. Dit onderzoek wordt financieel ondersteund door VLAIO (Agentschap Innoveren & Ondernemen, voormalig IWT).

Productie van biomassa met behulp van algen: de ene soort is de andere niet

Micro-algen en cyanobacteriën zijn eencellige organismen die groeien in zoet of zout water. Ze doen aan fotosynthese en zijn daarom interessante alternatieve gewassen voor de productie van biomassa, als grondstof voor voeding, voer of biobrandstof. Voorlopig is grootschalige productie van biomassa uit micro-algen of cyanobacteriën echter nog te duur om echt rendabel te zijn. Vooral het uit het water halen of ‘oogsten’ van deze kleine organismen vereist veel energie. Wetenschappers van het Labo Aquatische Biologie (prof. K. Muylaert) aan Kulak ontdekten dat de efficiëntie van alternatieve oogstmethoden op basis van vlokvorming enorm verschilt van soort tot soort. Deze nieuwe inzichten bieden mogelijkheden om de productie van ‘groene’ biomassa uit micro-organismen economisch aantrekkelijker te maken.


Flocculatie of vlokvorming in een cultuur van micro-algen en cyanobacteriën vergemakkelijkt het oogsten. Als de vlokken groot genoeg zijn bezinken ze immers spontaan. Door in te spelen op de biochemische interacties tussen de organismen kan er voor gezorgd worden dat ze gaan samenklitten en vlokken vormen.

Sanjaya Lama en Dries Vandamme testten drie verschillende flocculatiemethodes voor vier zoetwater- en zes zoutwatersoorten. Ze stelden vast dat vlokvorming sterk varieerde voor de verschillende soorten. Wanneer vlokvorming geïnduceerd werd door middel van ijzerchloride waren de effecten ongeveer gelijkaardig voor alle soorten, maar het polymeer chitosan, dat vlokken vormt door als verbindingsstuk op te treden tussen verschillende individuele cellen in suspensie, was enkel doeltreffend voor zoetwatersoorten. Het verhogen van de zuurtegraad met natriumhydroxide was de beste manier om vlokken te vormen voor twee specifieke zoetwatersoorten en één zoutwatersoort. De benodigde dosering van ijzerchloride, chitosan of natriumhydroxide (en dus ook het kostenplaatje) verschilde sterk van soort tot soort.

Voor industriële toepassingen wordt nu vooral gekeken naar productiviteit”, zegt Dries Vandamme. “Uit deze resultaten blijkt dat het ook de moeite loont het oogstproces onder de loep te nemen bij het kiezen voor een bepaalde soort micro-alg of cyanobacterie. De totale kostenefficiëntie hangt immers niet alleen af van de geproduceerde biomassa, maar ook van hoe vlot die biomassa geoogst kan worden.” Deze nieuwe inzichten bieden mogelijkheden om de productie van ‘groene’ biomassa uit micro-organismen economisch aantrekkelijker te maken.

Deze resultaten kwamen tot stand via een uitgebreide internationale samenwerking tussen KU Leuven campus Kulak Kortrijk, Kathamndu University en UNSW Australia, die mogelijk was dankzij het Erasmus Mundus programma (Sanjaya Lama) en kredieten van het FWO en KU Leuven JUMO (Dr. ir. Dries Vandamme).

De studie ‘Flocculation properties of several microalgae and a cyanobacterium species during ferric chloride, chitosan and alkaline flocculation' is onlangs verschenen in het vakblad Bioresource Technology.

Onderzoek naar revalidatie na het plaatsen van een knieprothese

Veel mensen moeten door hun hoge leeftijd of door overgewicht een nieuwe knie laten plaatsen. In 2014 werden in België iets meer dan 20.000 totale en een goede 1.500 unicondylaire (of halve) knieprothesen geplaatst. Een ruim aandeel van de betrokken patiënten (tot 30 %) blijkt echter één jaar na de ingreep niet tevreden te zijn met het behaalde resultaat. Prof. dr. Kurt Claeys, onderzoeker aan de KU Leuven Campus Brugge, onderzoekt hoe patiënten evolueren na het plaatsen van een knieprothese.

Een team van onderzoekers volgt patiënten tot 2 jaar na de operatie en analyseert hoe zij evolueren op gebied van het ervaren van pijn, het stappen, het trappen doen, het vanuit zithouding tot stand komen, het gaan zitten en het valrisico. Er bestaan immers verschillende types knieprothesen (totaal of unicondylair) en op dit moment is er nog geen onderzoek gedaan of het type van prothese ook het postoperatieve resultaat beïnvloedt. Door mensen 2 jaar op te volgen en gedurende die 2 jaar op 5 momenten op die variabelen te testen, hoopt de onderzoeksgroep hier meer inzicht in te krijgen.

Hoeveel patiënten worden er jaarlijks gemiddeld geopereerd voor een totale-of unicondylaire knieprothese?

Fig. 1: Afbeelding van een totale knieprothese (links) en een unicondylaire knieprothese (rechts).

Prof. dr. Kurt Claeys: "In 2014 werden in België iets meer dan 20000 totale en een goede 1500 unicondylaire knieprothesen geplaatst. Wel is het zo dat het aandeel unicondylaire prothesen sneller stijgt dan het aantal totale, m.a.w. men probeert indien mogelijk meer en meer een unicondylaire prothese te plaatsen. In sommige landen loopt het aandeel unicondylaire op tot 30 % van het totaal aantal knieprothesen, waar dit in België nog maar een 10 % is. Een unicondylaire heeft als voordeel dat de ingreep minder invasief is, minder postoperatieve complicaties met zich meebrengt en de natuurlijke vorm van de knie zoveel mogelijk bewaard blijft doordat de belangrijke ligamenten behouden blijven. Dit zou tot een snellere revalidatie kunnen leiden. Echter, een belangrijk nadeel is dat dit type sneller aan vervanging toe is."

 

Wat is de belangrijkste leeftijdscategorie van de patiënten? Komt deze operatie voornamelijk voor bij blessures (trauma) of is dit het gevolg van slijtage?

Prof. dr. Kurt Claeys: "De meeste patiënten zijn zestigplussers en de voornaamste reden is slijtage. Toch zien we een duidelijke verschuiving waarbij ook meer en meer jongere mensen (soms veertigers) al een knieprothese krijgen. Een belangrijke oorzaak hiervan is overgewicht."

Zijn er zoveel klachten na de operatie dat u beslist hebt een grondige studie hierrond uit te voeren?

Prof. dr. Kurt Claeys: "Een ruim aandeel van deze patiënten (tot 30 %) blijkt één jaar na de ingreep niet tevreden te zijn met het behaalde resultaat. Zij geven aan dat ze gedacht hadden functioneel beter te zijn. Toch is op dat moment de revalidatie afgelopen. Bovendien is in het verleden heel veel onderzoek gedaan naar meer sportgerelateerde knieblessures zoals een voorste kruisbandletsel of patellofemorale pijnen. Dit onderzoek heeft aangetoond dat het heel belangrijk is om zich tijdens de revalidatie niet alleen te focussen op de knie, maar op de totale biomechanische ketting. M.a.w. ook de spieren van de romp en de heup moeten getraind worden om tot een optimaal herstel te komen. Heel veel studies hebben reeds aangetoond dat rompstabiliteit een cruciaal aspect is voor een optimale revalidatie van letsels aan het onderste lidmaat."

   

Fig. 2: Bewegingsanalyse van de volledige biomechanische ketting tijdens het bestijgen van 1 trede.

Hoe kan uw onderzoek het revalidatieprogramma verbeteren en wanneer kunnen de resultaten en bevindingen geïmplementeerd worden?

Prof. dr. Kurt Claeys: "Met de resultaten van de verschillende testmomenten hopen we inderdaad conclusies te kunnen trekken om de revalidatie te optimaliseren. Momenteel is de revalidatie van deze patiëntengroep vrij algemeen en steeds enkel en alleen op de geopereerde knie gefocust, ongeacht het type prothese dat werd ingeplant. Préliminaire testresultaten geven nu al aan dat bekkencontrole een belangrijk aspect zou moeten zijn bij de revalidatie. Dit bevestigt al een klein beetje onze hypthese dat rompcontrole ook bij deze patiëntengroep niet vergeten mag worden tijdens de revalidatie. Van zodra we duidelijke resultaten hebben, worden die vanzelfsprekend geïmplementeerd in zowel de revalidatieschema’s als in de opleiding. Dit kan op korte termijn (2 jaar)."

Voor dit onderzoeksproject werken jullie samen met AZ Sint-Lucas Brugge. Hoe belangrijk is deze samenwerking?

Prof. dr. Kurt Claeys: "Het AZ Sint-Lucas is sinds jaar en dag een belangrijke stageplaats voor onze studenten. Dokter Van Damme, diensthoofd orthopedie van het AZ Sint-Lucas is gespecialiseerd in het plaatsen van knieprothesen en hij is ook gastprofessor is in onze opleiding op Campus Brugge. Bovendien heeft het ziekenhuis een uitstekende dienst revalidatie en kinesitherapie met heel veel ex-studenten van onze opleiding. Dat maakt het natuurlijk heel leuk samenwerken. Die regionale samenwerking tussen een perifere campus van KU Leuven en een netwerkziekenhuis van het UZ Leuven zorgt ervoor dat de academische expertise van de KU Leuven ook de West-Vlaamse patiënt en de West-Vlaamse student bereikt."

Doctoraatsstudenten vallen in de prijzen op conferentie Belgian Society on Thrombosis and Haemostasis

 

29/11/2016 Op de jaarlijkse bijeenkomst van de 'Belgian Society on Thrombosis and Haemostasis' (BSTH) vielen Elien Roose en An-Sofie Schelpe, doctoraatstudentes bij het Laboratorium voor Trombose Onderzoek aan Kulak, in de prijzen.

Tijdens de 24ste BSTH meeting heeft Elien Roose de eerste 'CSL Behring Encouragement Grant in Haemostasis and Thrombosis' in ontvangst mogen nemen. De toelage ter waarde van € 10.000 is bedoeld om jonge onderzoekers te steunen, zodat ze een deel van hun onderzoek in een ander internationaal onderzoekscentrum kunnen uitvoeren en  zo hun expertise kunnen uitbreiden. In haar onderzoek gaat Elien op zoek naar hoe het enzym 'ADAMTS13' gevouwen is. ADAMTS13 is een belangrijk enzym in de bloedsomloop dat ervoor zorgt dat de balans tijdens de hemostase (bloedstelping) behouden blijft. Als ADAMTS13 niet goed werkt kan dit leiden tot de zeldzame ziekte trombotische trombocytopenische purpura of TTP. TTP is een acuut ontstane levensbedreigende ziekte waarbij overal in het lichaam kleine bloedstolsels ontstaan in de bloedvaatjes. Het slecht functioneren van ADAMTS13 kan het gevolg zijn van fouten in het ADAMTS13 gen, maar kan ook het gevolg zijn van een auto-immuunziekte waarbij het lichaam lichaamseigen stoffen gaat aanvallen. De reden waarom het lichaam plots ADAMTS13 gaat aanvallen is niet gekend. De vouwing van ADAMTS13 bij patiënten is mogelijk anders dan bij gezonde mensen, waardoor dit verkeerd gevouwen ADAMTS13 misschien niet meer als lichaamseigen wordt herkend. Dankzij de toelage kan Elien dit verder onderzoeken in het labo van dr. Mihaela Delcea, in het ZIK HIKE instituut aan de universiteit in Greifswald (Duitsland).

Ook An-Sofie Schelpe heeft een prijs mogen binnenhalen. Zij heeft de Paul Capel prijs voor de beste presentatie rond klinisch onderzoek ontvangen. An-Sofie bestudeert patiënten met aangeboren TTP. Aangezien het aantal nieuwe gevallen van deze aangeboren TTP heel laag is (1/ 1 000 000 personen/jaar), is het heel waardevol om deze patiënten op te volgen en te bekijken, om zo een beter zicht te krijgen op het normale en niet-normale functioneren van ADAMTS13.

Doctoraatstudent An-Sofie Schelpe aan het woord tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Belgian Society on Thrombosis and Haemostasis (BSTH).

Doctoraatstudent Elien Roose ontvangt haar prijs op de Belgian Society on Thrombosis and Haemostasis (BSTH).

Nieuwe FWO-onderzoeksprojecten voor Kulak

28/11/2016 Ook dit jaar werden verschillende FWO-onderzoeksprojecten aan de campus toegekend. De verschillende projecten worden hier kort voorgesteld: 

Hoe linken we getallen aan reeds bestaande kennis?
Prof. dr. Bert Reynvoet en dr. Delphine Sasanguie

Prof. dr. Bert Reynvoet: "Dit FWO-project onderzoekt net als ons recent gehonoreerd C1 project het “symbol grounding” probleem: Hoe worden nieuwe symbolen (in dit geval getallen) verankerd  in reeds aanwezige kennis? De dominante theorie is dat getallen worden geassocieerd met een aangeboren mentale voorstelling van hoeveelheden. Deze mentale voorstelling of representatie is echter benaderend van aard (bv. ongeveer 20), waardoor men zich de vraag kan stellen of dit inderdaad de basis vormt voor de verankering van heel precieze hoeveelheden. Een alternatief is dat getallen hun betekenis krijgen doordat ze deel uit maken van een semantisch netwerk bestaande uit associaties tussen getallen, net zoals in taal. In dit project willen we deze mogelijkheid onderzoeken en door middel van interventies nagegaan of een semantisch netwerk van getallen aan de basis ligt van latere rekenvaardigheden of net het resultaat is van leren rekenen."

Meer informatie vind je hier.

Het effect van bundeling van audit- en niet-auditdiensten op de concurrentie in de auditmarkt en auditkwaliteit
Prof. dr. Ann Gaeremynck

Prof. dr. Ann Gaeremynck: "Het bundelen van goederen en diensten is een wijdverspreid fenomeen in het dagelijks leven. Denk maar aan een bundel van telefonie, internet en televisie of een bundel van een hypothecaire lening die samen wordt verkocht met een brandverzekering. In de auditmarkt worden ook bundels verkocht van audit en niet-audit diensten (tax, consulting, …). Door recente beslissingen van de Europese commissie werd vanaf april 2016 een verplichte auditkantoorrotatie voor beursgenoteerde bedrijven ingevoerd met als doel de competitie, de auditkwaliteit en de onafhankelijkheid van de auditor te verhogen. Deze verplichte auditkantoorrotatie zal er ook toe leiden dat de bundels van audit en niet-auditdiensten (tax, consulting, …) gebroken zullen worden. De doelstelling van het project bestaat erin te onderzoeken of het (ont)bundelen van auditdiensten een effect heeft op de competitie, de auditkwaliteit en de onafhankelijkheid van de auditor."

De impact van de huwelijksmarkt op de gezinsbeslissingen
Prof. dr. Laurens Cherchye, prof. dr. Bram De Rock en prof. dr. Frederic Vermeulen

"Werken vrouwen meer als echtscheidingswetten hun minder gunstig gezind zijn?" of "Hoe ongelijk is de verdeling van de tijd en geld binnen koppels?" Er is een groeiende interesse in de economische literatuur in dit soort vragen. Een belangrijke rol in dit onderzoek is weggelegd voor het 'collectief model', een model waarin expliciet erkend wordt dat elk gezinslid zijn eigen voorkeuren heeft. Waargenomen keuzes rond consumptie en arbeidsaanbod zijn het resultaat van de interactie tussen deze gezinsleden. Deze interactie is afhankelijk van de voorkeuren van de individuen, hun onderhandelingspositie, en hun budget- en tijdsbeperkingen. 

Prof. dr. Laurens Cherchye: "Om bovenstaande vragen te beantwoorden hebben in het verleden methodes ontwikkeld gebaseerd op de theorie van “gereveleerde voorkeuren” . In dit nieuwe onderzoeksproject willen we de impact van de huwelijksmarkt op de gezinsbeslissingen onderzoeken. Het expliciet modelleren van deze impact zal leiden tot een betere en exactere analyse van het geobserveerde gedrag."

Meer informatie over dit onderzoek kan je hier vinden.

Neutrofiel extracellulaire traps (NETs) in ischemische beroerte: van fundamentele inzichten tot mogelijke nieuwe therapieën
Prof. dr. Simon De Meyer

"Ischemische beroerte ontstaat wanneer de bloedtoevoer naar de hersenen geblokkeerd wordt door een bloedklonter, heel vaak met permanente verlamming of dood als gevolg. Ondanks de grote medische impact zijn de behandelingsopties voor beroertepatiënten heel beperkt en gericht op het zo snel mogelijk verwijderen van de bloedklonter. Meer en meer beseffen we dat de hersenschade bij beroerte veroorzaakt wordt door een complex samenspel van zowel trombotische als inflammatoire processen ("trombo-inflammatie”).

Prof. dr. Simon De Meyer: "In dit project onderzoeken we de mogelijke bijdrage van NETs (neutrofiele extracellulaire traps) bij beroerte. NETs, een recent ontdekte nieuwe link tussen trombose en inflammatie, worden gevormd wanneer neutrofiele immuuncellen hun DNA-inhoud uit de celkern naar buiten brengen. In de bloedbaan stimuleren deze DNA-strengen bloedklontervorming en zorgen ze voor extra schade aan bloedvaten. In dit project onderzoeken we of NETs enerzijds bijdragen tot de vorming en stabiliteit van bloedklonters die een beroerte veroorzaken en anderzijds of NETs bijdragen tot extra hersenschade na het herstellen van de bloedtoevoer ("reperfusieschade") in het getroffen gebied. Bovendien worden nieuwe therapeutische mogelijkheden onderzocht waarbij NETs als doelwit gezien worden om zo de bloedklonter in de hersenen efficiënter te kunnen  oplossen en daarenboven reperfusieschade te beperken. Dergelijke nieuwe inzichten zijn van groot belang voor de ontwikkeling van betere behandelingsstrategieën van deze ernstige aandoening."

Meer informatie vind je hier.

In vivo evaluatie van vasculogenese voor humane spierweefsel engineerinG
Prof. dr. Lieven Thorrez

Prof. dr. Lieven Thorrez: "Wordt het in de toekomst mogelijk om nieuwe menselijke weefsels te vervangen door gekweekte, lichaamseigen weefsels ? Door vooruitgang in onze kennis rond stamcellen en hoe deze te kweken in grotere structuren kunnen we in het lab al menselijke weefsels maken. Binnen het "Tissue Engingeering Lab" op Kulak wordt onderzocht hoe menselijke spieren gemaakt kunnen worden. Om grotere weefsels te maken is het van belang dat deze door het bloed bevloeid kunnen worden.  Hiertoe worden spiercellen samengebracht met cellen die bloedvaatjes kunnen vormen. In dit project zullen we voor de eerste keer kijken hoe de gemaakte weefsels zich gedragen na transplantatie in een proefdier."

Neuroactieve Licht-Adresseerbare nanodeeltjes-eiwit matrices
Prof. dr. Geert Callewaert

Meer inhoudelijke informatie volgt binnenkort.

Oud-studente biomedische wetenschappen, Mary Glorieux, genomineerd voor Eos-prijs

1/12/20106 Mary Glorieux, oud-studente biomedische wetenschappen aan Kulak, is genomineerd voor de EOS-prijs 2016. Via de Eos-prijs bekroont Eos, in samenwerking met Scriptie vzw, jaarlijks de beste scriptie in de harde wetenschappen.

Mary Glorieux bevestigde in haar onderzoek dat het mogelijk is om aan de hand van een MRI-scan prostaatkanker in beeld te brengen. Dit zal de preventieve screening vergemakkelijken.

De winnaar wordt bekendgemaakt op de uitreiking van de Vlaamse Scriptieprijs op dinsdag 20 december in het Stadhuis van Brussel. Tot 7 december 2016 kan je voor Mary stemmen om haar kans te verhogen om deze prijs te winnen.

Frederik Denorme ontvangt prijs voor beste abstract op 15de “International Symposium of the Belgian Stroke Council”

7/12/2016 Op het jaarlijkse internationale symposium van de “Belgian Stroke Council” mocht Frederik Denorme, doctoraatsstudent aan het Laboratorium voor Trombose Onderzoek, de BSC award voor beste abstract in ontvangst nemen. Deze prijs, ter waarde van 2.000 euro, laat toe het bekroonde werk voor te stellen op het internationale congres van de “European Stroke Organisation” in Praag (Tsjechië) in mei 2017. In dit onderzoek, dat in nauwe samenwerking met AZ Groeninge gebeurt, bestudeert Frederik de samenstelling van bloedklonters die een beroerte veroorzaken. Een beroerte ontstaat wanneer een bloedklonter in de hersenen terecht komt en daar de bloedtoevoer naar een hersengebied afsnoert. De bevindingen tonen aan dat de samenstelling van bloedklonters beduidend verschillend is naargelang de plaats waar de klonters initieel gevormd worden (bijvoorbeeld in het hart of in atherosclerotische bloedvaten). Gezien bij een beroertepatiënt de bloedklonter zo snel mogelijk moet opgelost of weggehaald worden, zijn dergelijke nieuwe inzichten van groot belang voor het ontwikkelen van betere behandelingsmethodes.

De wisselwerking tussen armen- en memoriezorg in het laatmiddeleeuws Brugge

16/11/2016 Het verband tussen armenzorg en memoriezorg[1] is al lang een onderzoekonderwerp van historici. Bij dat onderzoek stond steeds de motivering van de schenker centraal: ofwel was er sprake van ‘oprechte’ armenzorg ofwel gebeurde de armenzorg vooral uit eigenbelang, namelijk als methode om de tijd in het vagevuur te verkorten. Doctoraatstudente Hannelore Franck, bestudeert de samenhang tussen armenzorg en memoriezorg echter vanuit een nieuw perspectief: namelijk hoe beide praktijken samenkwamen in de instelling van de armentafels[2]. De nadruk ligt daarbij niet zozeer op de dominantie van één zienswijze op de andere maar op de samenhang en interactie tussen armenzorg en memoriezorg.  

Hoe ben je op het idee gekomen om je doctoraat te schrijven over armenzorg?

Hannelore Franck: "Ik ben er eigenlijk ingerold. Het thema van mijn bachelorpaper was armenzorg in de late middeleeuwen en ook mijn masterthesis handelde over dit onderwerp. Na het afwerken van mijn masteropleiding had ik het gevoel dat er nog diepgaander onderzoek mogelijk was over dit thema. Hoe een samenleving omgaat met de ‘zwaksten’ is ook gewoon iets dat mij heel sterk interesseert. Het is ook een aspect van de middeleeuwen dat wat minder bekend is en dat maakt het onderzoek boeiend".

Waarom koos je voor Brugge als onderzoeksgebied?

Hannelore Franck: "Ik werk met Brugge als casestudy voornamelijk wegens het beschikbare archiefmateriaal. Brugge heeft veel en oud archiefmateriaal over de armentafels. Dat stelt mij in staat om evoluties over langere periode te bestuderen. Zo zijn er voor Brugge bijvoorbeeld aktes uit de 13de eeuw bewaard en dat is eerder zeldzaam."

Het beeld van de arme is in de tijd veel veranderd, hoe precies? Welke evoluties zijn er merkbaar?

Het spijzen van de hongerigen, detail uit de zeven werken van barmhartigheid van de Meester van Alkmaar (1504)

Hannelore Franck: "De late middeleeuwen is een heel interessante periode om armenzorg te bestuderen gezien de evoluties in de houding ten opzichte van de armen. In het begin van de middeleeuwen heerst er een beeld van de armen dat heel religieus geïnspireerd is: de armen zijn een tussenschakel tussen de rijken en God. Bij het ontstaan van de steden wijzigt dat beeld langzaam. De burgers gaan zelf de armenzorg organiseren en zo komt ook heel snel de aandacht op de ontvanger van de steun te liggen. Er ontstaan discussies over wie al dan niet recht heeft op steun. En dat is een vraag die men zich daarvoor niet stelde. Er gaan twee categorieën ontstaan waarbij de ene groep (weduwen, kinderen, gehandicapten, ...) aanspraak kunnen maken op steun en de andere groep (rondtrekkende vagebonden, werkonwilligen, ...) op geen steun meer kunnen rekenen. Aan het eind van de 15de eeuw en zeker in de 16de eeuw gaat er meer aandacht naar de ‘negatieve’ categorie (vagebonden, rondtrekkenden,...) en krijgt de ‘positieve’ categorie (de weduwen, de kinderen, gehandicapten,...) minder aandacht. De zorgstructuur blijft wel bestaan; het is niet dat de armenzorg gaat verminderen maar het discours verandert helemaal waarbij de arme steeds meer als een bedreiging voor de samenleving wordt gezien".

Zijn er al resultaten of de werking van de armentafels etc. beïnvloed werden door de breed maatschappelijke veranderingen?

Hannelore Franck: "Ik ben momenteel halfweg mijn doctoraatsonderzoek dus echte conclusies zijn er nog niet. Er is wel al een trend merkbaar waarbij stichters vaker specifiek gaan aangeven naar wie hun geld behoort te gaan. Maar het concept van de armentafel is al restrictief op zichzelf omdat ze zich uitsluitend richten op de armste inwoners van de parochie. Je moest dus al een woning kunnen betalen, wat vaak neerkwam op een kamer huren, om aanspraak te kunnen maken op steun. Je mocht ook niet gaan bedelen; dat was geen goed gedrag en dan verloor je het recht op steun."

Hoe staat de armenzorg anno 2016 er voor?

Hannelore Franck: "Voor mijn onderzoek zelf bestuur ik dit niet maar het is wel interessant om te kijken naar de parallellen. In de 16de eeuw heb je door de economische crisis een toename in het aantal bedelaars waardoor de angst voor het vreemde, namelijk de bedelaars, enorm toenam. Het gevoel dat er te veel hulpbehoeftigen waren overheerste en dat zie je nu ook met de vluchtelingen. Ook het gevoel dat de samenleving al voldoende hulp aanbiedt is een gelijkenis tussen de twee periodes:'Zij die geen hulp krijgen, zullen  ook wel terecht geen steun ontvangen.'"

Lees hier een verschenen blogartikel van Hannelore Franck

[1] Memoriezorg is het herdenken van de doden door de levenden. Een voorbeeld hiervan is de zogenoemde 'jaargetijde', een jaarlijkse herdenkingsviering voor een overleden persoon. Memoriezorg was voor een groot deel gericht op het verkorten van de tijd in het vagevuur: de gebeden van de levenden verkorten de tijd in het vagevuur van de overledene. 
[2] 'Armentafels' of 'Tafels van de Heilige Geest' waren in de late middeleeuwen parochiale instellingen die geleid werden door de vooraanstaande parochianen. Zij organiseerden uitdelingen (o.a. brood, vlees, vis, bier en kledij) voor de armen van de parochie en vormen een van de centrale assen van de armenzorg in de laatmiddeleeuwse Zuidelijke Nederlanden. Zij werden ook populair dankzij het stichten van de herdenkingsvieringen, de zogenoemde 'jaargetijden' (zie [1] ). 

Gedeeld geluk – nieuwe gezinsvormen zoeken hun weg in onze samenleving én onze wetgeving

19/12/2016 Samenlevingen staan nooit stil en ook gezinsvormen blijken eeuwig in verandering. Nieuw samengestelde gezinnen, plusouders, draagmoederschap, regenbooggezinnen, adoptie,… het zijn maar een paar concepten die aantonen dat het klassieke gezin (mama, papa, kind(eren)) niet langer overal de standaard is. Ook de Belgische wetgeving is deze maatschappelijke evoluties gevolgd en heeft het onder meer mogelijk gemaakt dat bij lesbische koppels die een kindje op de wereld zetten, ook de partner die niet bevallen is, wettelijk erkend wordt als ouder.

Maar er zijn maatschappelijke evoluties die nog niet in een wettelijk kader vervat zitten, maar wel om wetgeving smeken. Dit is het geval bij intentionele meeroudergezinnen. Dit is precies één van de onderzoeksdomeinen van prof. dr. Ingrid Boone, professor familierecht aan de KU Leuven en campus Kulak. Zij schreef haar oratie rond dit thema en dit verscheen recent bij Intersentia.

Prof. dr. Ingrid Boone

Wat zijn nu precies intentionele meeroudergezinnen? Het gaat om situaties waarbij drie of vier personen (een koppel en een alleenstaande persoon, of twee koppels) bewust ervoor kiezen om samen ouder te worden van een kind en het samen op te voeden. Ze spreken al  voor de verwekking af dat ze het kind zullen opvoeden in “co-ouderschap”. Denk bijvoorbeeld aan een homokoppel dat met een alleenstaande vrouw beslist om samen een kindje op de wereld te zetten. Als hierbij op voorhand afgesproken wordt dat ze alle drie een actieve ouderrol willen opnemen in de opvoeding van het kind dan spreekt men van een intentioneel meeroudergezin. In dit geval heeft het kind dan drie personen die zich als ouder opwerpen.

Bijna overal, ook in België, is het aantal juridische ouders echter beperkt tot twee. Ons wettelijk stelsel houdt momenteel geen rekening met het bestaan van meeroudergezinnen en biedt dan ook geen bescherming aan (minstens) één van de personen betrokken in het ouderschapsproject.

De centrale vraag is of dergelijke wettelijke bescherming wel opportuun is? Dit is precies waar professor Boone zich over buigt in haar oratie.

Prof. Boone: "In Nederland is het debat momenteel ook brandend actueel. Daar heeft de Staatscommissie Herijking Ouderschap zopas aan het kabinet geadviseerd dat het wettelijk mogelijk moet zijn voor een kind om juridisch gezien meer dan twee ouders te hebben. Ook ik volg die lijn in mijn oratie. Uiteraard is er nog heel wat maatschappelijk debat nodig om deze denkoefening verder uit te werken. Wat altijd voorop moet staan, is de bescherming van het kind. Welke beslissing de wetgever in deze ook neemt, het belang van het kind moet voorop staan. Ook is er nog nood aan verder onderzoek vanuit psychologische en sociaalwetenschappelijke hoek, om de thematiek van intentionele meeroudergezinnen nog beter in kaart te brengen. Het is echter zo dat het een evolutie is die niet teruggedraaid zal worden. De wetgever zal binnen afzienbare tijd ook dit verder juridisch moeten uitklaren. Mijn oratie is hier alvast een aanzet toe."

Lees hier de uitgewerkte oratie van prof. Boone die recent verscheen bij Intersentia.

Maarten Vanneste sleept Baekeland mandaat in de wacht

19/12/2016 Het Vlaamse Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) maakte zopas zijn selectie bekend voor de oproep van Baekeland mandaten van najaar 2016. Doctoraatstudent Maarten Vanneste is bij de gelukkigen die een Baekeland mandaat heeft binnengehaald. 

Baekeland mandaten zijn mandaten waarbij VLAIO aan individuele onderzoekers de kans geeft om een doctoraat te maken in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Het bedrijf is bij dergelijke mandaten hoofdaanvrager bij VLAIO en na goedkeuring wordt ook aan het bedrijf projectmatige steun toegekend. Het onderzoek zelf vindt meestal plaats zowel bij het bedrijf als bij de onderzoeksinstelling.

Het goedgekeurde mandaat van Maarten Vanneste is getiteld ‘onderzoek naar een evidence-based ontwerp van een duimorthese in de behandeling van artrose’.

Maarten gaat aan de slag bij VIGO, een orthopedisch bedrijf, te Wetteren. Zijn doctoraat zal hij vervolmaken onder het toeziend oog van promotoren prof. dr. Filip Stockmans en prof. dr. Evie Vereecke (departement ontwikkeling en regeneratie). Maarten zal dan ook afwisselend op de campus en bij VIGO terug te vinden zijn.

We wensen Maarten alvast veel succes!

Doctoraatstudenten halen mandaten binnen

20.12.2016 Met de kerstdagen worden niet enkel kerstcadeautjes, maar ook kerstmandaten uitgereikt. Kulak is wederom een aantal keer bij de gelukkigen.

Shannen Deconinck van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek en Michiel Vandecappelle (elektrotechniek) hebben een FWO SB doctoraatsbeurs binnengehaald. Shannen doet onder supervisie van prof. dr. Karen Vanhoorelbeke onderzoek naar 'the efficacy of a novel therapy to treat bleeding in LVAD patients and patients with aortic stenosis'. Michiel Vandecappelle behaalde zijn doctoraatsbeurs in een ander onderzoeksveld. Onder leiding van prof. Lieven De Lathauwer doet hij onderzoek naar 'designing numerical methods for the computation of tensor decompositions'.

Daarnaast heeft Kim Martinod van het Laboratorium voor Trombose onderzoek een FWO [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie Fellowship (postdoc mandaat) behaald. In samenwerking met prof. Simon De Meyer bestudeert ze 'the interaction of VWF, platelets and neutrophils in mouse models of microvascular thrombosis'.

De campus wil hen van harte feliciteren en wenst hen veel succes.

      

Shannen Deconinck, Michiel Vandecappelle en Kim Martinod

Doctoraatstudent Faes Kerkhof wint Bolk-prijs

10/01/2017 Op vrijdag 7 januari ontving Faes Kerkhof, doctoraatsstudent in de groep Muscles and Movement van de campus Kulak, de Bolk-prijs voor zijn voordracht: “Using advanced medical imaging techniques to investigate thumb structure and (dys)function”.

De Bolk-prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan aankomend onderzoekstalent tijdens de wetenschappelijke vergadering van de Nederlandse Anatomen Vereniging (NAV). Aan de prijs is een bedrag van € 500 verbonden en een penning.

Faes Kerkhof gebruikt geavanceerde medische beeldvormingstechnieken (CT en MRI) om een toolset te ontwikkelen voor onderzoek naar de link tussen vorm en (dys)functie van de duim. Met deze toolset kan er naar een verklaring gezocht worden voor het ontstaan van verschillende gewrichtsaandoeningen, zoals artrose.

Het bekroonde onderzoek is de vrucht van een intensieve samenwerking tussen het Jan Palfijn Anatomy Lab van de Kulak en de Handgroep en de Dienst Medische Beeldvorming van AZ Groeninge, de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen en de Afdeling Biomechanica van de KU Leuven.

Nog nooit zoveel onderzoeksprojecten aan Kulak

Het aantal onderzoeksprojecten dat Kulak de laatste jaren binnenhaalt stijgt significant. In 2016 werden 26 nieuwe projecten goedgekeurd. Een stijging van maar liefst 40% ten opzichte van 2015. 

De inspanningen die de laatste jaren geleverd worden om het onderzoek op de campus verder uit te bouwen werpt haar vruchten af: nog nooit haalde Kulak zoveel onderzoeksprojecten binnen.  Deze stijging is het sterkst voor projecten  gefinancierd vanuit het Bijzonder Onderzoeksfonds van de KU Leuven.  Dankzij een nauwe samenwerking met KU Leuven Research & Development (LRD) konden daarenboven ook een aantal mooie internationale projecten binnengehaald worden.

Aangezien het aantal fondsen niet noemenswaardig toegenomen is en de kans op een  toekenning in het algemeen bijzonder klein blijft, is deze stijging des te opmerkelijker.

Prof. Hans Deckmyn, onderzoekscoördinator aan Kulak: “Het is fijn om te ervaren dat de inspanningen van onze onderzoekers rendeert. Er heerst momenteel een goede onderzoeksdrive op de campus. Diezelfde tendens doet zich bovendien ook voor op de campus in Brugge/Oostende.  De stijging is een opsteker voor Kulak en haar partners.”

De toename heeft ook een impact op het aantal onderzoekers op de campus. Dat aantal steeg de voorbije twee jaar met 7%.  Op vandaag  telt de campus 280 personeelsleden als academisch personeel.

Het academisch personeel wordt trouwens ook steeds internationaler: van 25 personen in 2014 en 2015 naar 42 in 2016, waarbij maar liefst 24 verschillende nationaliteiten zijn vertegenwoordigd.

Prof. Hans Deckmyn: “ We hopen dat deze tendens zich ook de komende jaren verderzet. Maar we hebben er alvast alle vertrouwen in als we kijken naar het aantal nieuwe aanvragen dat momenteel reeds wordt voorbereid."

9de kaderprogramma voor onderzoek en innovatie

23/01/2017 In het najaar van 2016 kwamen leden van het Science Business Network, bestaande uit universiteiten, onderzoeksinstellingen, bedrijven, samen om na te denken over het volgende EU programma rond onderzoek en innovatie.

Deze brainstorm resulteerde in een waslijst van aanbevelingen rond focuspunten. Defensie, veiligheid, gezondheid en energie werden als speerpunten naar voren geschoven. Het resultaat van deze brainstorm is terug te vinden in volgend rapport. Dit rapport reflecteert geen enkel beleidsstandpunt maar is wel het resultaat van een brainstorm onder zijn leden. Een meer formeel standpunt wordt door Science Business Network nog uitwerkt in de loop van ’17.

Gezamenlijke onderzoeksprofielen voor FWI en universiteiten

24.01.2017 Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs maakt budget vrij voor 125 nieuwe gezamenlijke onderzoeksprofielen voor duurzame samenwerking tussen de federale wetenschappelijke instellingen FWI en de universiteiten. 'Deze profielen vormen onderzoeksfuncties voor onderzoekers en professoren die in een 50/50% verhouding worden aangeworven door een FWI én een universiteit. Het voorontwerp van wet en het ontwerp koninklijk besluit werden goedgekeurd door de ministerraad en gaan nu voor advies naar de Raad van State. In 2017 gaat het programma van start.', aldus staatssecretaris Elke Sleurs. 

Het gaat om volgende 10 FWI’s: de Musea voor Schone Kunsten, de Musea voor Kunst en Geschiedenis, het Instituut voor het Kunstpatrimonium, het Instituut voor Natuurwetenschappen, het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, de Koninklijke Bibliotheek, het Algemeen Rijksarchief, de Sterrenwacht, het KMI en het Instituut voor Ruimte-aëronomie.

Lees hier het volledige artikel. (bron: www.elkesleurs.be, 10 november 2016)

 

Prestigieuze Marie Curie beurs voor dr. Kim Martinod

English version below
31/01/2017 Dr. Kim Martinod, van het laboratorium voor trombose onderzoek aan Kulak, heeft een 'EU Marie Curie SC individual postdoctoral fellowship' binnengehaald. Deze beurs wil onderzoekers stimuleren om onderzoek te verrichten in en buiten Europa. Kim komt uit Boston waar ze gestudeerd heeft aan Harvard Medical School. In samenwerking met prof. Simon De Meyer onderzoekt ze de link tussen NETs en trombose.

NETs zorgden in de laatste jaren voor een omwenteling in het veld van trombose en hemostase. Het acronym NETs staat voor “Neutrophil Extracellular Traps”. Deze worden gevormd wanneer neutrofiele immuuncellen het DNA uit hun celkern uitwerpen in de extracellulaire ruimte. Neutrofielen gebruiken deze NETs als een laatste redmiddel om pathogenen te vangen en te doden bij het bestrijden van infecties. Tijdens haar doctoraal en eerder postdoctoraal onderzoek (Harvard Medical School, Boston, VS) toonde Kim echter aan dat NETs ook nauw betrokken zijn bij het ontwikkelen van trombose. Welke signalen ertoe leiden dat neutrofielen NETs produceren bij trombose is tot op heden niet gekend, maar potentiële kandidaten zijn bloedplaatjes en het bloedeiwit von Willebrand factor. Dit laatste zal Kim meer in detail bestuderen tijdens de komende jaren in het Laboratorium voor Trombose Onderzoek.

Recent heeft Kim al een FWO MSCA fellowship (2017-2020) binngengehaald, deze beurs zal in 2018 vervangen worden door 'the EU MSCA fellowship (2018-2020). De campus wil Kim en prof. dr. Simon De Meyer van harte feliciteren.

Dr. Kim Martinod, from the Laboratorium for Thrombose research has been awarded a EU Marie Curie SC individual postdoctoral fellowship. These highly competitive fellowships support the mobility of researchers within and beyond Europe but also help to attract the best foreign researchers to work in the EU. Coming from Boston (Harvard Medical School), the latter is the case for Kim. Together with prof. Simon De Meyer she studies 'the interaction of VWF, platelets and neutrophils in mouse models of microvascular thrombosis'. Recently, Kim was already awarded an FWO MSCA fellowship (2017-2020), which she will be replacing in 2018 by the EU MSCA fellowship (2018-2020). We want to congratulate Kim and prof. dr. Simon De Meyer.

Dr. Kim Martinod
Prof. dr. Simon De Meyer

 

 

 

 

 

 

“En nu in mensentaal, graag”

Campus Kulak Kortrijk organiseert een onderzoeksnamiddag en stelt haar onderzoeksprojecten voor.

English version below

KORTRIJK - 21/02/2017 - Op vrijdag 17 februari vond op KU Leuven Campus Kulak Kortrijk de jaarlijkse onderzoeksnamiddag plaats. Onder de noemer “Glashelder communiceren” dienden onderzoekers posters over hun onderzoek in, met de bedoeling zo helder en duidelijk mogelijk hun onderwerp over te brengen. Onderzoekers krijgen vaak de vraag waarover hun werk precies gaat en nog vaker lijkt een antwoord daarop niet evident.  

“Met 78 aanwezigen en 102 onderzoeksposters kunnen we toch wel van een geslaagde editie spreken”, luidt het bij dr. Petra Huyst, stafmedewerker onderzoek, aan Campus Kulak Kortrijk. De onderzoeksnamiddag bulkte van activiteiten voor de onderzoekers. Hans Van de Water van The Floor Is Yours gaf enkele nuttige tips over hoe het complexe simpel kan worden verwoord en stelde de aanwezige professoren en doctoraatsstudenten op de proef met een aantal communicatieve oefeningen.  

Enkele professoren waagden zich ook aan de ‘pecha kucha’ presentatietechniek die eruit bestaat om je presentatie in 20 dia’s te gieten en per dia slechts 20 seconden te spenderen. Een gewaagde opdracht, zeker bij onderzoeken met een vakjargon en veel details. De postersessies lieten collega’s kennis maken met elkaars onderzoek. De intensiteit waarmee men aan de West-Vlaamse campussen onderzoek uitvoert, kwam waarlijk tot zijn recht door het beeld van een Spina gevuld met converserende onderzoekers. De onderzoekers kregen meteen ook de kans om Hans zijn tips praktisch toe te passen. “Je onderzoek kan nog zo baanbrekend zijn, als je het niet goed uitgelegd krijgt, sta je ook nergens”, verklaart dr. Petra Huyst. 

Het evenement besloot met de prijsuitreiking voor de posters. Twee onderzoekers vielen met hun poster in de prijzen. Beide juryleden hadden het erg moeilijk om telkens tot 1 winnaar te komen en dit door de grote diversiteit en creativiteit die aan de dag werd gelegd door de onderzoekers. De eerste prijs voor meest toegankelijke poster werd overhandigd aan Sirima Kraisin. De tweede prijs voor meest creatieve poster werd uitgereikt aan Irina Portier. Beide winnaars ontvingen een conference fee van 300 euro. 

Irina haar onderzoek heet ‘Gene therapy to cure a bleeding disorder’ en dat van Sirima ‘Does the blood factor VWF play a role in malaria disease?’ In beide onderzoeken speelt de von Willebrand factor een grote rol. Wanneer die defect is, lijdt een persoon aan de ziekte van von Willebrand, een bloedingsstoornis. Irina tracht met haar onderzoek een gentherapie op poten te zetten die patiënten met deze stoornis in de toekomst kan voorzien van een lange-termijn behandeling. Sirima onderzoekt het pathologisch verschil tussen muizen met en zonder von Willebrand factor, die geïnfecteerd zijn met malaria.  

“Het was uitdagend maar ook fijn om complex onderzoek te vatten in eenvoudige woorden en beelden”, zegt Irina, “het doet dan ook goed om te zien dat je werk geapprecieerd wordt.” Ook Sirima deelt die mening: “Bezig zijn met het grafische van de poster bracht me terug naar mijn kindertijd. Vandaar dat ik ook cartoons heb gebruikt om mijn onderzoek zo eenvoudig mogelijk voor te stellen.” De prijs die ze beiden ontvingen zal goed van pas komen volgens beide: “In juli vindt het ISTH (International Society on Thrombosis and Haemostasis) congres plaats in Berlijn, het belangrijkste binnen ons werkveld. Die financiële steun is dus zeer mooi meegenomen.” 

De onderzoeksnamiddag toonde duidelijk aan dat de verschillende West-Vlaamse campussen van KU Leuven sterk in de schoenen staan op het gebied van onderzoek. Het enthousiasme en de inspanning die de onderzoekers voor hun werk opbrengen, garanderen nog meer kwaliteitsonderzoek voor de toekomst. De 102 ingezonden posters zijn nog te bezichtigen in de Spina tot en met 16 maart. Daar kleuren ze de wanden van de gang en presenteren ze onderzoeken uit diverse domeinen die worden uitgevoerd op Campus Brugge, Campus Kulak en Campus Oostende. Passanten kunnen zo even stilstaan bij de lopende onderzoeken en bekomen op die manier een uitleg in ‘mensentaal’.

Hans Van de Water van The Floor Is Yours
Sirima Kraisin ontvangt de prijs voor meest toegankelijke poster uit de handen van Heleen van Gerwen van de Doctoral Working Group / Sirima Kraisin receiving the prize for most accessible poster
Prof. Jeroen Boydens van het Research Management Team reikt de prijs voor meest creatieve poster uit aan Irina Portier / Irina Portier receiving the prize for most creative poster

How to explain your research 

Campus Kulak organises a research afternoon to present her scientific research  

KORTRIJK – 21 February 2017 – On Friday the 17th of February, Kulak hosted a research afternoon. Researchers from Campus Bruges, Campus Ostend and Campus Kulak all created posters in which they tried to capture the essence of their research in a clear and comprehensible way. Under the heading “Clear-cut Communication”, researchers attempted to answer a frequently posed but less answered question: “what is your research about?”  

Dr. Petra Huyst, head of Research Coordination at Campus Kulak, was really happy with how the afternoon turned out: “With an attendance of 78 people and a total of 102 research posters, we had a successful afternoon.” The research afternoon had a full schedule of activities. Hans Van de Water from The Floor Is Yours gave a presentation about ‘Making the complex simple’ and put our researchers to the test with some challenging communicative exercises. Three professors took on the challenge of the pecha kucha presentation technique, which consists of presenting your work in 20 slides while only spending 20 seconds per slide.  

The poster sessions allowed the researchers to discover the work of their colleagues by strolling through the Spina, the long hallway on Campus Kulak. The image of the hallway filled with researchers debating their projects really exemplified the intensity and diversity of research that's being done on the campuses. It was also a way to practice the tips given by Hans. “You might be doing pioneering research but if you can’t properly explain yourself, you still have a long way to go”, states dr. Petra Huyst.  

The event ended with the moment most were waiting for: the award ceremony. Two posters were awarded for being either most creative or most accessible. The two judges really admired the diversity and creativity the researchers had put into their posters. Choosing only one winner in each category wasn’t an easy responsibility. Sirima Kraisin was awarded with the prize for the most accessible poster and Irina Portier won the prize for most creative poster. Both winners received a conference fee of 300 euros. 

Irina’s research is called ‘Gene therapy to cure a bleeding disorder’ and Sirima’s ‘Does the blood factor VWF play a role in malaria disease?’ Both PhD students focus on von Willebrand factor. When this factor is not functioning in a person’s blood, the person suffers from the von Willebrand disease (VWD), a bleeding disorder. Irina’s goal is to develop a gene therapy for this disorder so patients can receive a long-term treatment in the future. Sirima investigates the role of von Willebrand factor by looking into the pathological difference between mice with and without von Willebrand factor.   

“I really enjoyed putting the complex matter of my research into simple words and images”, says Irina, “I was really happy with the result and apparently so were the judges. It’s nice to see your work being appreciated.” Sirima shares this opinion: “I really enjoyed doing the graphic aspect and the crafting of my poster. It reminded me of my childhood, that’s why I also used cartoons in my poster to explain my research project.” Both are really pleased with the prize they received. The conference fee will be of great use in the near future: “In July the ISTH (International Society on Thrombosis and Haemostasis) congress takes place in Berlin which is the most important one within our field. It’s nice to have this financial support to cover some of the costs.” 

The research afternoon showed how vigorous the West-Flemish campuses of KU Leuven have become in the field of research. The enthusiasm and effort evinced by the researchers hints at an even brighter future in research. From the fourteenth of February until the sixteenth of March, the 102 posters are exhibited in the spina. When wandering through the hallway, passers-by can learn about the research that is being done on the campuses in a way the non-academic among us can understand. 

Prestigieuze Marie Curie beurs voor dr. Alwin Stegeman

23/02/2017 Dr. Alwin Stegeman, dit jaar  gastprofessor bij de afdeling elektrotechniek aan Kulak en de afdeling electrical engineering aan KU Leuven, heeft een 'EU Marie Curie SC individual postdoctoral fellowship' binnengehaald. Deze beurs wil onderzoekers stimuleren om onderzoek te verrichten in en buiten Europa. 

Dr. Alwin Stegeman was voorheen werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen, Nederland, bij de afdelingen wiskunde, econometrie en psychometrie. Hij heeft een 'Marie Curie individual EU fellowship' beurs van 2 jaar (vanaf sept 2017) binnengehaald voor een wiskundig project in samenwerking met prof. Lieven De Lathauwer over het oplossen van grote stelsels veeltermvergelijkingen.

Het project verenigt twee ontwikkelingen in het modelleren van niet-lineaire processen. Ten eerste worden ruwe lineaire benaderingen vervangen door meer nauwkeurige multi-lineaire benaderingen via veeltermvergelijkingen. Een tweede ontwikkeling is de sterk toegenomen hoeveelheden data (Big Data), waardoor de stelsels vergelijkingen te groot worden om met traditionele methoden op te lossen. Het project voorziet in het ontwikkelen en toepassen van betrouwbare methoden voor het oplossen van zulke grote stelsels veeltermvergelijkingen. Het oplossen van stelsels veeltermvergelijkingen is nodig bij allerlei problemen uit de toegepaste wiskunde, (bio)informatica, natuurkunde en ingenieurswetenschappen. Resultaten van het project hebben dus meteen een hele reeks toepassingen.

Onze campus wil dr. Alwin Stegeman van harte feliciteren.

 

Studie over geurwaarneming gepubliceerd in Science

Prof. Celine Vens werkte mee aan een studie rond het voorspellen van de geur van molecules, gebaseerd op hun chemische structuur.
Samen met twee onderzoekers van het departement Computerwetenschappen in Leuven ontwikkelde ze hiervoor een machine learning model en trad ze in competitie met een twintigtal andere teams van over de hele wereld. Door het samenvoegen van de beste modellen, waaronder dat van KU Leuven, werd aangetoond dat Artificiële Intelligentie ook in dit domein belangrijke mogelijkheden biedt.
De studie, die een grote doorbraak in het onderzoek naar onze geurwaarneming genoemd wordt, werd deze week gepubliceerd in het toonaangevend tijdschrift Science!

Prof. Lieven De Lathauwer is selected as fellow of SIAM

6/04/2017 Professor Lieven De Lathauwer, from the Science, Engineering and Technology and Electrical Engineering Department (ESAT) is selected as Fellow of the Society for Industrial and Applied Mathematics (SIAM). He is being recognized for fundamental contributions to the algebraic understanding, computation, and application of tensor decompositions.

SIAM is a society that "exists to ensure the strongest interactions between mathematics and other scientific and technological communities". To read more about SIAM and its Fellowship Program click here.

The distinguished members of SIAM were nominated for their exemplary research as well as outstanding service to the community. Through their contributions, SIAM Fellows help to advance the fields of applied mathematics and computational science. These individuals will be recognized for their achievements during the SIAM Annual Meeting, happening July 10-14, 2017 in Pittsburgh, PA.

 

 

Niels Elgers stelt zijn onderzoek voor op META16

11/04/2017 Niels Elgers mocht het resultaat van zijn bachelorproef (o.l.v. prof. De Causmaecker en zijn doctoraatstudente Nguyen) voorstellen te Marrakech op META16; de internationale conferentie over metaheuristieken en natuur geïnspireerde algoritmen.

Metaheuristieken zijn algoritmes die aan de hand van heuristieken een benadering van de oplossing tot een computationeel probleem proberen te vinden. Ze hebben toepassingen in optimalisatieproblemen waarvoor een exacte oplossing berekenen te veel computationele middelen vergt. Niels paste deze methodiek toe op een probleem die voorkomt in het onderzoeksgebied van speltheorie. Daar worden verschillende problemen uit o.a. economie, biologie en computerwetenschap gemodelleerd als "spellen". Een spel bestaat uit een aantal spelers die elk de keuze hebben uit een aantal acties die ze kunnen ondernemen. De opbrengst voor een speler uit het spel hangt af van de keuze van zijn actie en uit de keuze van de andere spelers. De verzameling van de gemaakte keuzes wordt een zuiver Nash evenwicht van het spel genoemd als geen enkele individuele speler zijn keuze kan veranderen om zijn opbrengst te verhogen. Uit de literatuur blijkt dat het vinden van dergelijk evenwicht computationeel een moeilijk probleem is.

Niels toonde aan dat met behulp van metaheuristieken heel snel goede benaderingen van evenwichten kunnen gevonden worden. Sterker nog, het bleek dat deze techniek in veel gevallen ook de exacte evenwichten kon vinden en dit in een tijd die nihil lijkt in vergelijking met bestaande exacte algoritmen uit de literatuur. Niels ging ook op bezoek bij prof. Tuyls aan de universiteit van Liverpool om dat resultaat te bespreken en kennis te maken met het onderzoek die daar wordt verricht naar (evolutionaire) speltheorie .

“It’s magic”: onderwijstechnologie van de toekomst op Campus Kulak Kortrijk

19 april 2017 Studenten die via hun smartphone silent questions stellen om de docent te laten weten dat het tempo te hoog ligt of dat een term niet duidelijk is. Leersystemen die automatisch in rekening brengen dat student x wat meer aankan dan student y. En virtual classrooms, waarbij studenten zich op elke willekeurige plaats kunnen bevinden, en de docent nog op een andere. De Campus Kulak Kortrijk is een ambitieuze proeftuin voor de nieuwste onderwijstechnologie en de toepassingen ervan. Die werden op dinsdag 18 april gedemonstreerd.

Technologie in het onderwijs is uiteraard niet nieuw. Je had al software om het onderwijs administratief te organiseren of om notities van de prof of scripties van studenten uit te wisselen. "Maar soft- en hardware die specifiek op het leren zelf gericht is hadden we nog niet zo veel, zeker niet als het gaat over contactonderwijs. Wij werken intensief om daar verandering in te brengen.” Aan het woord is professor Piet Desmet van de Campus Kulak Kortrijk, professor toegepaste taalkunde en samen met professor Fien Depaepe gedreven motor achter Edulab. Op dinsdag 18 april werd dat project feestelijk gelanceerd, met veel schoon volk. “Kort door de bocht: Edulab gaat over technologie die allerlei vormen van interactie en samenwerking ondersteunt om zo tot beter leren te komen”, zegt professor Desmet. “Wie van die technologie gebruik wil maken, vindt aan Kulak voortaan het neusje van de zalm.”

Edulab is geen website of platform, maar een concrete locatie op de Kortrijkse campus. “Volgens één van de docenten die er al mee gewerkt hebben, is Edulab magic, iets waar je als lesgever altijd naar verlangd hebt. De woordkeuze is voor zijn rekening, maar wat je er vindt aan hardware en software is echt wel state of the art. Het is niet alleen een lesruimte, maar ook een proeftuin voor onderzoek naar geavanceerde onderwijstechnologie en wat die oplevert.”

“Edulab kadert in het grotere Tecol-project, de koepelbenaming voor technology enhanced collaborative learning. Barco en Televic, twee bedrijven die naar de wereldtop streven in onderwijstechnologie, werken eraan mee, en de KU Leuven natuurlijk ook.”

Campusrector Marc Depaepe opent het Edulab in aanwezigheid van viceminister-presidenten, mevrouw Hilde Crevits en de heer Bart Tommelein en minister Philippe Muyters © KU Leuven

© KU Leuven

De onderwijstechnologie zorgt niet alleen voor nieuwe mogelijkheden, maar ook voor extra animo in de aula.
© KU Leuven

Hoorcollege nieuwe stijl

Hoe krijgt het onderwijs nu concreet vorm in Edulab? “Het hoorcollege ziet er bijvoorbeeld helemaal anders uit dan het klassieke en duffe prof-leest-cursus-voor. Er zijn veel meer mogelijkheden voor interactie. Silent questions bijvoorbeeld: een student kan via zijn laptop, tablet of smartphone laten weten dat het tempo nogal hoog is of dat term x of y niet uitgelegd is. Dat hoeft dus niet langer met trillende stem, onder de priemende blikken van driehonderd collega’s. De prof kan op zijn scherm zien of een bepaalde vraag al twintig keer gesteld of geliket is: dan kan hij of zij die even toelichten. Je kunt ook polls organiseren, lessen opnemen of vragen stellen aan de hele groep. Zelfs de meest bevlogen prof kan op die manier nog méér halen uit zijn hoorcollege.”

“Een tweede reeks mogelijkheden van Edulab komt samen in de collaboratieve leerruimte: alles wat met werken in groepjes te maken heeft. Studenten kunnen elkaars schermen delen, bijvoorbeeld om tussenresultaten samen te brengen. De docent kan ook schermen van de studenten groeperen om ze aan iedereen te tonen. Uiteraard kan je alles bewaren, doorgeven, enzovoort. In het open leercentrum, geïntegreerd in de bibliotheek, kunnen studenten verder werken met die instrumenten, maar dan informeler, zonder docent. Ze vinden er ook een werkomgeving die specifiek gericht is op het maken en uittesten van presentaties.”

“Edulab biedt ook mogelijkheden voor multilocatieleren: groepen studenten kunnen van op afstand, en dus van op verschillende plaatsen, interactief les volgen. Zo brengen we studenten management of industriële wetenschappen virtueel samen. Nog een stap verder is de virtual classroom, waarbij studenten zich op elke willekeurige plaats kunnen bevinden, en de docent nog op een andere. Zo kan je ook specialisten inschakelen, zonder dat ze zich in het leslokaal moeten bevinden. Ook voor permanente vorming of voor studenten die leren en werken combineren kan deze technologie heel nuttig zijn. Plaats speelt dus geen grote rol meer, en toch zijn er veel vormen van interactie mogelijk. En daar is het in al die onderwijsvormen om te doen: beter leren dankzij onderlinge samenwerking. Als mensen kennis sámen opbouwen, blijft die kennis beter hangen.”

© KU Leuven

In het Edulab kunnen studenten elkaars schermen delen, bijvoorbeeld om tussenresultaten samen te brengen.
© KU Leuven


Student x en student y

Samen met Edulab werd op 18 april nog een tweede initiatief gelanceerd: Smart Education van imec, waar ook de Kulak-onderzoeksgroep ITEC deel van is. De bedoeling is om alle expertise die imec rond educatieve technologie in huis heeft samen te brengen om er zo een nieuw speerpunt van te maken. “Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters stelt dat onderwijstechnologie minstens zo belangrijk moet worden als financiële technologie, toch niet niks. Om maar duidelijk te maken dat het om een groter initiatief gaat, waarmee Vlaanderen ook internationaal wil gaan.”

“Dankzij de imec-technologie kunnen we geavanceerd onderzoek doen rond de nieuwe leersituaties die in Edulab vorm krijgen. Zo kunnen allerlei sensoren ons veel vertellen over hoe we ons tijdens het leerproces gedragen: oogbewegingen in kaart brengen, neurologische data verzamelen, noem maar op. Op basis daarvan kunnen we de onderwijstechnologie bijsturen.”

Een toepassing waar Piet Desmet naar uitkijkt, zijn de adaptieve leersystemen: “Daarbij past het leersysteem zich aan het profiel van de student aan: voorkennis, cognitief niveau, enzovoort. Concreet: als je een taal onderwijst, is het goed mogelijk dat student x heel wat meer aankan dan student y. Je leersysteem moet dat in rekening brengen, en voor student x een hogere snelheid hanteren dan voor student y.”

“Veelbelovend zijn ook de oefensystemen, waarmee zelfs complexe leertaken feedback kunnen krijgen. Een voorbeeld: als ingenieurs een schema moeten tekenen, zou het mooi zijn om de kwaliteit daarvan autonoom te laten beoordelen door een oefensysteem. Daar willen we straks hard op inzetten.”

De aanwezige ministers testen samen de CEO's van imec, Barco en Televic, de gouverneur van West-Vlaanderen en de campusrector de nieuwe leeromgeving uit  © KU Leuven

Grenzen verleggen

Imec is ervaren in de valorisatie van onderzoek, ook dat zal van pas komen. “Onderwijsminister Hilde Crevits wil terecht dat onze projecten een impact hebben op het hele Vlaamse onderwijsveld. Daarnaast zijn we ook geïnteresseerd in de mogelijkheden van educatieve technologie in de bedrijfswereld en op de markt.”

“Het is moeilijk om niét enthousiast te zijn over wat er mogelijk is met Edulab, met Tecol, en breder met Smart Education. Natuurlijk blijft het gaan om hulpmiddelen, geen vervanging van het college of de docent. Maar het zijn wel hulpmiddelen die de grenzen ingrijpend verleggen. Niet morgen, maar nu al”, besluit Piet Desmet.

www.kuleuven.be/tecol
www.kuleuven.be/itec

Klik hier voor enkele video's over Edulab en Tecol

Klik hier voor een reportage van VTM Nieuws

Klik hier voor een reportage van Kanaal Z

Klik hier voor de reportage op WTV

Ludo Meyvis

 

Masterstudent Matthieu De Laere stelt zijn onderzoek voor op MIC2017

In juli 2017 geeft masterstudent Matthieu De Laere een presentatie op MIC 2017 waar hij het zal hebben over het Steiner Tree Problem. Kort samengevat is het probleem als volgt legt Matthieu uit: "Tussen bepaalde punten zijn verbindingen mogelijk, eventueel door gebruik te maken van andere punten. Bij elke mogelijke verbinding tussen twee punten hoort echter een bepaalde kost. Een concreet voorbeeld: het verbinden van een aantal servers in een computernetwerk. Het volledige probleem wordt gegeven door een volledige set computers (dus gewone pc’s en de servers). Om de servers met elkaar te verbinden is het toegestaan een boodschap langs een van de pc’s te sturen. In dit voorbeeld zou de kost van een verbinding bv. de tijd kunnen zijn die nodig is om een boodschap door te sturen of de kost van de kabels die nodig is om de verbinding te realiseren. De bedoeling is om de goedkoopst mogelijke verbinding te vinden zodat alle servers één pad hebben naar alle andere servers. Het wordt snel duidelijk dat het aantal mogelijke combinaties om dit te doen zeer groot is. Een algoritme schrijven dat de goedkoopste manier vindt binnen een redelijke tijd, is bijgevolg niet triviaal. Een exacte oplossing vinden binnen redelijke termijn is echter enkel mogelijk op zeer kleine instanties. Bijgevolg wordt er gebruik gemaakt van benaderingen, bv. door middel van heuristieken."

De bijdrage die Matthieu zal presenteren, betreft een algoritme die een eerste benadering opstelt (van waaruit dan verder kan gezocht worden naar verbeteringen) en een systeem om te proberen bepalen welke punten “beter” geschikt zijn dan andere om in de oplossing vervat te zitten. "De notie “beter” is gebaseerd op het volgende principe: een algoritme dat naar verbeteringen zoekt, zal veranderingen aanbrengen in de verbindingen. Het zal bestaande verwijderen en nieuwe bijmaken. Dit resulteert in een beter of slechter resultaat. In het eerste geval worden alle punten die in die nieuwe oplossing zitten “beloond” en zitten dus met een hogere waarschijnlijkheid in een volgende oplossing. Als de nieuwe oplossing slechter is, worden de nieuw bijgekomen punten “afgestraft” en op die manier zullen ze in volgende oplossingen minder waarschijnlijk terugkomen."

Prof. Simon De Meyer ontvangt onderzoekskrediet van de Geneeskundige Stichting Koningin Elisabeth

10.05.2017 Gisteren heeft Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid de wetenschappelijke prijzen 2017 van de Geneeskundige Stichting Koningin Elisabeth (GSKE) uitgereikt. Deze wetenschappelijke prijzen ondersteunen Belgische universitaire teams die basisonderzoek verrichten in het domein van de neurowetenschappen. Bij de eerste zitting werden er onderzoekskredieten uitgereikt aan verschillende universitaire onderzoeksteams waaronder aan de onderzoeksgroep van professor Simon De Meyer van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek aan KU Leuven Kulak. De onderzoeksgroep mocht gisteren het onderzoekskrediet voor hun trombose onderzoek ontvangen op het Koninklijk Paleis. De campus wil prof. Simon De Meyer dan ook van harte feliciteren.

Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid reikt het onderzoekskrediet uit aan prof. Simon De Meyer.
© Marie-Noëlle Donceel-Cruysmans 
© Marie-Noëlle Donceel-Cruysmans 

https://www.kuleuven-kulak.be/nl/onderzoek/nieuws/prof-simon-de-meyer-ontvangt-onderzoekskrediet-van-de-geneeskundige-stichting-koningin-elisabeth/image

Kulak en stad Kortrijk op delegatiebezoek naar Greenville, South Carolina

16/05/2017 Van 9 tot 13 mei trokken prof. Wim Thielemans (Hernieuwbare materialen en nanotechnologie) en stafmedewerker onderzoek dr. Petra Huyst samen met een delegatie van stad Kortrijk, onder leiding van burgemeester Van Quickenborne, naar de Amerikaanse stad Greenville, South Carolina. Beide steden zijn al sinds 1991 formeel zustersteden. Doel van het bezoek was de (economische) banden tussen de twee steden verder versterken. Greenville en Kortrijk delen niet alleen een economisch verleden in de textiel, maar vertonen ook een gelijkaardige ondernemende spirit. Vorig jaar in juni bezocht een delegatie van Greenville reeds Kortrijk, nu was het onze beurt om de transatlantische trip te maken. Samen met de collega’s van Vives en Howest was het Kortrijkse hoger onderwijsveld goed vertegenwoordigd. Met bezoeken aan CU-icar, Furman university, Roper Mountain Science center,… en met diverse toelichtingen over de recente economische, educatieve, culturele en sociale ontwikkelingen van beide steden werden de banden verder versterkt. De delegatie keert terug met een resem nieuwe contacten en heel wat inspiratie om verdere samenwerkingen uit te bouwen. Ook voor Kulak werden de eerste zaadjes voor verdere onderzoekssamenwerking geplant. Vanuit stad Kortrijk komen er ook vervolgvergaderingen om de nieuwe partnerschappen verder uit te bouwen en te onderhouden.

Meer info over het programma en wat beeldmateriaal op de Facebookpagina van Greenville Sister Cities International.

Kulak-KU Leuven master thesis en doctoraatswerk leidt tot prestigieus Europees samenwerkingsproject rond een nieuw concept voor in-vivo dosimetrie

28.06.2017 Zo’n vijftal jaar geleden toonde Erik Verboven aan dat eigenschappen van microscopische gasbellen die omringd zijn door een elastisch membraan permanent veranderen wanneer ze bestraald worden, bijvoorbeeld door X-stralen die gebruikt worden in de radiotherapie. Dit onderzoek vormt nu de basis van een Europees project geleid door de KU Leuven dat in het najaar van start zal gaan.

Erik verrichte dit onderzoek in het kader van zijn masterthesis die begeleid werd door prof K. Van Den Abeele (KU Leuven Kulak -WPSP), prof. J. D’hooge (KU Leuven-UzG) en dr. E. D’Agostino (toen SCK∙CEN). Deze masterthesis was het begin van een nieuw concept voor in-vivo dosimetrie, zijnde het geheel aan methodes waarmee de stralingsdosis ontvangen door een patiënt gemeten kan worden. Dit resulteerde in de voorbije maanden in drie KU Leuven doctoraten die verschillende deelaspecten ervan verder bestudeerden (Erik Verboven, Natalia Ilyina, Maarten Callens). Na heel wat voorbereidingen en projectaanpassingen heeft dit uiteindelijk ook succesvol tot een Europees project geleid: AMFORA. Dit project gaat van start op 1 november 2017 als een FETOpen project (binnen Horizon 2020), waarbij FET staat voor Future and Emerging Technologies. Het binnenhalen van een project binnen dit uiterst competitieve programma waarbij enkel ‘truly excellent proposals’ kans maken op funding, kan dus gerust een puike prestatie genoemd worden.

AMFORA (Acoustic Markers for Enhanced Remote Sensing of Radiation Doses) heeft als doel om artsen bij het gebruik van radiotherapie in staat te stellen de werkelijke verdeling van stralingsdosissen op tumoren te meten. ‘Het in-vivo en in-situ kunnen in kaart brengen van de dosis ter hoogte van de tumor zelf zou een primeur zijn voor de huidige dosimetrie en zou bijdragen tot een betere benutting van de mogelijkheden van radiotherapie bij de behandeling van kankerpatiënten.’, legt prof. Koen Van Den Abeele uit. Meer specifiek zal AMFORA gebruik maken van injecteerbare ultrasone contrastmiddelen. In het project wil men deze microscopische gasbellen verbeteren tot een stralingsgevoelige substantie die zich specifiek rond het tumorweefsel kan vestigen en die zal toelaten om heel precies en lokaal de stralingsdosis te bepalen via hun akoestische eigenschappen. Aangepaste medische beeldvormings-technologieën zullen deze eigenschappen op hun beurt bewerken tot 2- of 3-dimensionale beelden die de verdeling van de stralingsdosis op de tumor kunnen weergeven. Deze nieuwe technologie zal toelaten om verschillende behandelingen te vergelijken en zal bijgevolg ten goede komen aan de kwaliteit van radiotherapie, aan de veiligheid van de patiënt en aan de effectiviteit van de huidige bestralingstechnieken door gerichter en met minder neveneffecten op gezond weefsel te kunnen werken.

Prof. Koen Van Den Abeele, Erik Verboven en Maarten Callens (het Kulak-team dat in de voorbije jaren aan dit onderzoek werkte)

KU Leuven neemt met maar liefst 5 onderzoeksgroepen een vooraanstaande rol op in AMFORA. Naast de twee onderzoeksgroepen die van in het begin betrokken waren bij onderzoek naar de nieuwe dosimetrie methode (Cardiovascular Imaging and Dynamics (KU Leuven-UzG) en Laboratory of Non-Linear Wave Spectroscopy (KU Leuven Kulak-WPSP)), participeren bijkomend ook nog twee andere KU Leuven-UzG teams (Biomedical MRI Unit en Laboratory of Experimental Radiotherapy) die beiden deel uitmaken van het Molecular Small Animal Imaging Center (MoSAIC) en die zullen instaan voor de in-vitro en in-vivo experimenten .. Met de deelname van het STADIUS Center for Dynamical Systems, Signal Processing and Data Analytics (KU Leuven-ESAT) tenslotte, kan het consortium rekenen op een jarenlange expertise in biomedische en akoestische signaalverwerking. Het project wordt voor KU Leuven als coördinator ondersteund vanuit het IOF (Industrieel Onderzoeksfonds). Naast KU Leuven bestaat het consortium verder uit IMEC (België), DOSEVUE NV (België), ERASMUS University Medical Center (Nederland), Fraunhofer Institute for Biomedical Engineering IBMT (Duitsland) en Universita Degli Studi di Roma ‘Tor Vergata’ (Italië).

AMFORA en gelijkaardige projecten, waarin multidisciplinaire wetenschap en geavanceerde technieken gecombineerd worden tot innovatieve technologieën, geven Europa de kans om een nieuw en uiterst belangrijk competitief voordeel uit te bouwen om zo de economische groei te bevorderen. Onderzoek dat uitgevoerd wordt in projecten zoals AMFORA zal dus zeker een belangrijk verschil maken voor de toekomstige samenleving en kan dus alleen maar aangemoedigd worden.

Kulak onderzoek siert de cover van internationaal onderzoeksblad Medical Physics

17 augustus 2017 In juni verscheen het onderzoek van de groep Wave Propagation and Signal Processing van KU Leuven Campus Kulak Kortrijk op de voorpagina van het vooraanstaande onderzoekstijdschrift Medical Physics.

De studie, in samenwerking met KU Leuven, UZ Leuven en DOSEVUE NV, spitst zich toe op het modelleren van de respons van een radiochrome sensor voor ioniserende straling. Dergelijke sensoren verkleuren bij blootstelling aan ioniserende straling en worden dus in de radiotherapie courant gebruikt om de stralingsdosis te bepalen. Het gepubliceerde artikel biedt een theoretisch kader voor een meer nauwkeurige en meer betrouwbare bepaling van de stralingsdosis, wat uiteraard van belang is in onder andere de behandeling van kanker. Dit artikel werd in de kijker gezet op de cover en werd verkozen tot de Editors Choice van het tijdschrift.

Lees hier meer over het onderzoek.

 

Onderzoek op campus Kulak en campus Brugge bloeit

20 september 2017 In het eerste halfjaar van 2017 slaagden onderzoekers uit KU Leuven Campus Kulak Kortrijk en Campus Brugge er in om tweeëntwintig onderzoeksprojecten/mandaten en elf nieuwe postdoctorale mandaten binnen te halen. Deze projecten/mandaten geven aan jonge onderzoekers de kans om hun onderzoek op te starten en/of verder uit te bouwen. Het merendeel van deze projecten/mandaten wordt met externe financiering (FWO,…) ondersteund (een minderheid met interne KU Leuven financiering ). Dat illustreert dat onze campussen Vlaanderen-breed competitief zijn. Met onder meer drie binnengehaalde TETRA projecten tonen de campussen aan dat ze ook inzake praktijkgericht onderzoek de nodige expertise in huis hebben.

Europees karakter

Onze onderzoekers zijn niet alleen concurrentieel op het lokale/nationale toneel, daar getuigt  het binnenhalen van het EWI project  “Naar een digitaal STEM-oefenplatform USolv-IT” van, maar ook Europees staan onze onderzoekers meer dan hun mannetje/vrouwtje.
Kulak slaagde er ook in om twee Horizon 2020 projecten binnen te halen. Horizon 2020 is het prestigieuze onderzoeksprogramma van de EU. In concreto gaat het om het project INSIST (IN-Silico trials for treatment of acute Ischemic Stroke met prof. Simon De Meyer) en een FETOpen (Horizon2020) project (met prof. Koen Van Den Abeele en in samenwerking met o.a. UZ Gasthuisberg en ESAT), getiteld: Acoustic Markers for Enhanced Remote Sensing of Radiation Doses.

Op Europees niveau werden ook 2 projecten uit het onderwijsprogramma Erasmus + op de Brugse campus binnengehaald. Prof. Davy Pissoort kan het project “Improvement of master-level education in the field of physical sciences in Belarusian universities” opstarten.  Prof. Jeroen Boydens  wil met het project e-Lives (e-Learning InnoVative Engineering Solutions)”een aantal partnerlanden (Algerije, Jordanië, Marokko en Tunesië) de e-learning vaardigheden binnen het STEM-vakgebied van hoger onderwijsinstellingen verhogen.

Nieuwe EFRO en Interreg projecten

Prof. Fien Depaepe © KU Leuven

Ook binnen de regionale ontwikkelingsfondsen van de EU (EFRO) lieten onze onderzoekers zich niet onbetuigd. Vier nieuwe EFRO dossiers kennen dit jaar hun start. Rond Voeding wordt er de komende jaren gewerkt rond open testing- en onderzoeksfaciliteiten voor topsectoren in de (West)-Vlaamse voedingsindustrie (prof. Imogen Foubert). Binnen Nieuwe Materialen is er een mooie rol weggelegd voor zowel onderzoekers van Kulak als Brugge in het EFRO project  ‘Circularity in & with new materials’ (prof. Wim Thielemans en prof. Frederik Desplentere). Binnen de Zorg kunnen onderzoekers aan de slag met We-lab for HTM waarbij twee innovatieve living labs rond zorg- en bewegingstechnologie (prof. Kurt Claeys) uitgebouwd zullen worden. Finaal is er ook het EFRO project rond Mechatronica (prof. Davy Pissoort e.a.) met als doel een ‘machinebouw en mechatronica centrum’ voor West-Vlaanderen uit te bouwen. Elk EFRO project wordt natuurlijk uitgevoerd in samenwerking met diverse partners.

Binnen de Interreg fondsen is het Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen project MDTex (prof. Lieven Thorrez en prof. Evie Vereecke) opgestart. In dit project zal een grensoverschrijdend Frans-Belgisch netwerk in het domein van medisch textiel worden uitgebouwd. Dit gebeurt in samenwerking met onder andere AZ Groeninge.

In de prijzen

Naast het binnenhalen en opstarten van diverse projecten en mandaten viel er het afgelopen halfjaar ook geregeld iets te vieren. Zo kreeg de onderzoeksgroep van prof. Simon De Meyer (Laboratorium voor Trombose onderzoek) uit handen van Prinses Astrid de wetenschappelijke prijs 2017 van de Geneeskundige Stichting Koningin Elisabeth (GSKE). Deze prijs ondersteunt Belgische universitaire teams die basisonderzoek verrichten in het domein van de neurowetenschappen.
Daarnaast slaagde onderzoeker Emile Clappaert er dan weer in om de PDL-prijs voor biologie binnen te halen, werd prof. Lieven De Lathauwer een fellow bij SIAM (Society for Industrial and Applied Mathematics) voor zijn ‘fundamental contributions to theory, computation, and application of tensor decompositions’ en krijgt prof. Wim Thielemans de titel van Honorary professor aan de universiteit van Nottingham (augustus 2017 – augustus 2020). Tenslotte kregen Elodie Laridan, Irina Portier en Elien Roose elk een “2017 Young Investigator Award” van de International Society on Thrombosis and Haemostasis.

Prof. Hans Deckmyn, onderzoekscoördinator © Rob Stevens

Tevens ging de lancering van imec smart education gepaard met de mooie opening van het Edulab (prof. Piet Desmet en prof. Fien Depaepe) op de Kortrijkse campus.

Bovendien werd er door onze onderzoekers behoorlijk wat gepubliceerd in diverse toptijdschriften. Onderzoek van prof. Hans Pottel om, aan de hand van bepaalde biomerkers, de nierfunctie nauwkeuriger in te schatten, leverde dit jaar volgende publicatie op: Estimating glomerular filtration rate for the full age spectrum from serum creatinine and cystatin C. Dit is uiteraard maar ééntje in een lange rij.

Prof. Hans Deckmyn, onderzoekscoördinator aan Kulak en Brugge, toont zich tevreden met deze verwezenlijkingen:  'Bovenstaande opsomming toont aan dat het onderzoek aan Kulak en campus Brugge zich steeds verder profileert en onderscheidt en dit over discipline- en landsgrenzen heen. Zowel voor onderzoek binnen de wetenschap en technologie, de humane/sociale wetenschappen en/of biomedische wetenschappen kan men op de campussen terecht.'

Bekijk hier de volledige lijst van onderzoeksprestaties.

 

Onderzoeker Frederik Denorme geselecteerd voor de Vlaamse PhD Cup 2017

04/09/2017 Frederik Denorme, onderzoeker aan het Laboratorium voor Trombose Onderzoek, stoot met succes door naar de halve finale van de Vlaamse PhD Cup met zijn onderzoek over de 'von Willebrand factor, een nieuw doelwit voor beroertetherapie'. De Vlaamse PhD Cup wil het sterke en boeiende onderzoek van Vlaamse wetenschappers in de kijker plaatsen.  59 gedoctoreerden stuurden een kandidaatsdossier in, waarvan 16 kandidaten geselecteerd zijn voor de halve finale.

Tijdens zijn doctoraat is hij op zoek gegaan naar nieuwe behandelingsmogelijkheden voor beroertes via patiënten- en muizenstudies. Hij ontdekte enerzijds een nieuwe manier om schadelijke bloedklonters in de hersenen op te lossen. Anderzijds identificeerde hij twee nieuwe doelwitten voor de behandeling van reperfusieschade. Dat is schade die soms optreedt nadat de klonter oplost en de bloedstroom herstelt.

De geselecteerden mogen zich in september opmaken voor een vierdaagse mediaschool met onder meer presentatie-, camera- en interviewtraining door o.a. Ivan De Vadder, Wim De Vilder en The Floor is Yours. Daarna mogen ze tijdens de halve finale op 20 september in de legendarische Marconi Studio van de VRT uitmaken welke 8 deelnemers de finale op 2 oktober in de Gentse Handelsbeurs mogen betwisten.

Lees  meer

Meer informatie over de Vlaamse PhD Cup

 

 

 

 

Onderzoekers van Campus Brugge lichten onderzoek toe op Disruptival

05/09/2017 De KU Leuven Campus Brugge is actief in heel de provincie, en zodoende laat ze ook Oostende en omgeving niet los. Op donderdag 31 augustus ging in het VLOC (Vlaams Luchtvaart Opleiding Centrum) van de zusterhogeschool VIVES "Disruptival" door. Disruptival is een initiatief van de "Exponential Academy" en heeft tot doel West-Vlaamse bedrijfsleiders en hun gezin kennis te laten maken met de West-Vlaamse kennisinstellingen zoals KU Leuven. Zo lichtte ook de KU Leuven Campus Brugge innovatieve, vernieuwende ideeën en verwezenlijkingen toe.

De onderzoeksgroep ProPoLiS, actief in het onderzoek binnen de kunststofverwerking, bracht het verhaal van de nieuwste korte vlasvezel-compound die op vraag van de onderzoeks- en ontwikkelingsgroep van het ABV (Algemeen Belgisch Vlasverbond) werd ontwikkeld en geoptimaliseerd. Het grote potentieel van deze materiaalcombinatie werd aan de bezoekers toegelicht.

Ook de onderzoeksgroep Mechatronica was present op Disruptival, met een installatie over de Self-Xparadigm. Een Self-X is een methodologie die verder bouwt op bestaande regelsystemen. Deze stelt de machine in staat om zelf, zonder tussenkomst van een operator, veranderingen aan te leren en op basis daarvan aan te leren welke verandering nodig is in het regelschema om deze verandering tegen te gaan.

Met meer dan 100 aanwezigen kan men alvast spreken van een succesvolle eerste editie. Later dit jaar en volgend jaar mogen er nieuwe edities verwacht worden. Ook dan bekijken we of we vanuit onze campussen ons steentje kunnen bijdragen.
 

 

Lancering We-Lab for Health Technology and Movement

16.10.2017 Op vrijdag 13 oktober werd "We Lab for Health Technology and Movement" gelanceerd. Met dit GTI-project, beoogt TUA West, in nauwe samenwerking met KU Leuven en VIVES, de infrastructurele en operationele uitbouw van twee innovatieve living labs in Brugge. Het bewegingslab van KU Leuven Campus Brugge spitst zich toe op de evaluatie van bewegingen en op de implementatie van nieuwe technologieën in revalidatie op afstand. Het zorglab van VIVES richt zich op de algemene zorgtechnologie in de thuis- en woonomgeving. Beide labs zullen volledig operationeel zijn eind maart 2018.

De toenemende zorgbehoefte, in combinatie met de economische realiteit van besparingen, maken dat de gezondheids- en welzijnssector constant onderhevig is aan verandering. VIVES en KU Leuven willen hierop inspelen door, in cocreatie met bedrijven en eindgebruikers, innovatieve technologieën en/of diensten te ontwikkelen, te testen en te implementeren. Het resultaat daarvan is de ontwikkeling van nieuwe producten en/of diensten die de behandeling en begeleiding van de patiënt/gebruiker kunnen optimaliseren. Op die manier wordt expertise vanuit de zorg- en kennisinstellingen en de ondernemers gebundeld.

TUA West treedt voor dit project als promotor op, enerzijds om de band met de  zorg-economische actoren te bewaken en te versterken, anderzijds omwille van de algemene doelstelling van TUA om de West-Vlaamse economie te versterken via de uitbouw van open innovatieplatformen. Deze platformen moeten de onderzoekscapaciteit bij zowel de kennisinstellingen als de ondernemingen verhogen. Op termijn zullen deze projecten uitmonden in effectieve valorisatie door onder meer licenties, joint ventures, spin-offs, spin-outs....

Contact KU Leuven bewegingslab

Campus Kulak Kortrijk focust op zeldzame ziektes

Leuven 24 oktober 2017.  Van gisteren tot en met woensdag organiseert Kulak haar eerste ‘Entrepreneurial Innovation Bootcamp in rare diseases’ in het Provinciehuis in Leuven.

Deze conferentie wordt georganiseerd in het kader van het Horizon2020-project PROFILE (www.itn-profile.eu ) onder leiding van prof. dr. Karen Vanhoorelbeke. Topsprekers uit het veld van zeldzame ziektes delen er hun inzichten.  De conferentie focust op de vraag hoe nieuwe ideeën voor diagnostische tests en  innovatieve geneesmiddelen voor dergelijke zeldzame aandoeningen in de markt gezet kunnen worden. Meer concreet is de vraag hoe deze ideeën kunnen leiden tot verkoopbare producten die de levenskwaliteit van patiënten kunnen verbeteren. Dit proces is immers helemaal niet evident, rekening houdend met het feit dat slechts een klein aantal patiënten aan dergelijke ziektes lijden, ook al zijn deze vaak levensbedreigend.

Tijdens inspirerende sessies komen meer dan 20 sprekers uit de academische wereld,  de industrie, de Europese en Belgische regelgevende organen en uiteraard ook de patiënten zelf aan bod. Zij zullen hun visie geven over de uitdagingen en valkuilen die gepaard gaan met het ontwikkelen van diagnostische tests of  innovatieve geneesmiddelen voor zeldzame ziektes. Ook mogelijke alternatieve aanpakken zullen hierbij aan bod komen.

Prof. dr. Karen Vanhoorelbeke, coördinator van het profile-project trok gisteren de conferentie op gang.

Campus Brugge stelt onderzoek voor op Research Day

17/11/2017 Op 16/11/17 organiseerde KU Leuven Campus Brugge de jaarlijkse Research Day. Keynote speaker Piet Verhoeve, Program Director imec.icon, verzorgde een sessie met als titel 'Win-Winnovatie: ontdek waarom samenwerken leidt tot sterkere resultaten'.  Dit boeiend seminarie werd vervolgd door een uiteenzetting door campusvoorzitter Frederik Desplentere die de onderzoeks- en onderwijsactiviteiten toelichtte op de campus. De Research day werd afgesloten met een rondleiding in de verschillende laboratoria en een netwerkdrink in de cafetaria waar een postersessie een overzicht bood van het lopende onderzoek op de campus.  Ook de masterstudenten lieten hun stem horen, zij presenteerden beknopt hun masterproef in de namiddag.

Prof.dr. Frederik Desplentere, campusvoorzitter Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen aan het woord.

Key-note spreker Piet Verhoeve, Program Director imec.icon

Onderzoek naar bedreiging van de waterkwaliteit in Ecuador

21/11/2017 Heeft klimaatverandering invloed op de waterkwaliteit van meren? Prof. Koenraad Muylaert, onderzoeker van de onderzoeksgroep Aquatic Biology, ging naar Ecuador om dit verschijnsel te onderzoeken.

In het kader van een inter-universitaire samenwerking werkt de onderzoeksgroep Aquatic Biology al enkele jaren samen met de Universidad Tecnica del Norte in de stad Ibarra in Ecuador. Men onderzoekt ter plaatse de waterkwaliteit - en vooral wat die bedreigt - van een aantal grote meren in de regio. Onvervuilde meren en meer vervuilde meren worden hierbij met elkaar vergeleken. Daarnaast onderzoeken ze ook hoe tropisch koude meren verschillen van koude meren in poolgebieden en hoe deze meren reageren op klimaatverandering.

Alle onderzoeksmateriaal en eten werd met paarden en dragers aangevoerd.

Dit jaar bezocht en onderzocht prof. Koenraad Muylaert en het voltallige onderzoeksteam een bijzonder afgelegen meer, Puruhanta, dat zeer ontoegankelijk is en daardoor nauwelijks door mensen is beïnvloed. Aan dit bezoek gingen twee jaar voorbereidingen vooraf waarbij de optimale route werd verkend en het nodige materiaal werd aangekocht (tenten, zonnepaneel, opblaasboten,...).

Een achttal onderzoekers (2 uit België, 6 uit Ecuador) verbleven een week aan het meer om metingen en experimenten uit te voeren. Alle onderzoeksmateriaal, evenals alle eten, werd met paarden en dragers aangevoerd. "Het is een tocht van 12 uur op grote hoogte (4000 m) en moeilijk terrein waarbij we vaak tot aan de heupen in de modder wegzakten of waar we moesten kruipen over en onder bomen", zegt Prof. Koenraad Muylaert.

Er werden ook sensoren in het meer opgehangen die gedurende een jaar lang de temperatuur van het water op verschillende dieptes zullen opvolgen. Deze gegevens zullen de onderzoekers linken aan klimaatgegevens. De resultaten hiervan zullen binnen een jaar beschikbaar zijn.

Meer info? Contacteer prof. Koenraad Muylaert
 

 

 

 

TPR-prijs 2017 voor Sébastien De Rey

© KU Leuven, Rob Stevens

28/11/2017 De Prijs van het Tijdschrift voor Privaatrecht 2017 werd toegekend aan doctoraatstudent Sébastien De Rey. Met zijn bijdrage "Afgedwongen excuses in het aansprakelijkheidsrecht" overtuigde hij de gezamenlijke Redactie- en Adviesraad van het Tijdschrift voor Privaatrecht op zijn vergadering van 23 november 2017. De winnende bijdrage werd verkozen uit de ingezonden en goedgekeurde bijdragen van de jaargang 2017 waarvan de auteur jonger is dan 35 jaar.

De Prijs dient tot aanmoediging van jonge, beloftevolle auteurs en aan de winnaar wordt een bedrag van 2.500 euro toegekend.

Dag van de Wetenschap aan Kulak trekt 1000 bezoekers

28/11/2017 Vlaanderen werd op zondag 26 november voor een dag getransformeerd tot een groot wetenschappelijk terrein. In het kader van de Dag van de Wetenschap, een wetenschapsevenement voor jong en oud, organiseerde de campus tal van leerrijke activiteiten. Ook de deuren van verschillende laboratoria, het anatomielab en de meest innovatieve onderwijsruimtes werden opengezet. De activiteiten waren heel uitlopend: meer dan 1000 bezoekers konden zelf de handen uit de mouwen steken bij tal van boeiende workshops en demonstraties: leren boogschieten met licht, een springbal maken aan de hand van polymeren, zichzelf onderdompelen in de wondere wereld van de chocolade, een supergeleidende trein besturen met stikstof,...

Bekijk hier alle foto's.

An-Sofie Schelpe van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek wint de Paul Capel prijs

30/11/2017 An-Sofie Schelpe van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek, kreeg op het 25ste congres van de 'Belgian Society for Thrombosis and Hemostasis' (BSTH) de Paul Capel prijs voor beste presentatie in de categorie ‘Fundamenteel Onderzoek” voor haar bijdrage over “Unraveling anti-spacer immunoprofiles of acquired TTP patients using anti-idiotypic antibodies”. Coauteurs waren E. Roose, F. Peyvandi, B. Joly, I. Pareyn, H. Deckmyn, J. Voorberg, P. Coppo, A. Veyradier, S.F. De Meyer en K. Vanhoorelbeke.

Prof. Simon De Meyer wint de prijs Prof. Dr. Baron Verstraete

12/12/2017 Trombosespecialist prof. dr. Simon De Meyer van het Laboratorium voor Trombose Onderzoek wordt gelauwerd met de Prijs Prof. Dr. Baron Verstraete voor de studie van de hemato-angiologie van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Deze driejaarlijkse prijs werd uitgereikt tijdens een feestelijke zitting op zaterdag 9 december in het Paleis der Academiën in Brussel. De prijs is een erkenning voor prof. De Meyer's  baanbrekend werk in het onderzoeksveld van trombose en beroerte.

Prof. dr. Simon De Meyer met de prijs Prof. Dr. Baron Verstraete

Ischemische beroerte wordt veroorzaakt door een bloedklonter die de bloedtoevoer naar de hersenen blokkeert en vormt een van de grootste doodsoorzaken in onze samenleving. Ondanks de grote klinische en maatschappelijke relevantie zijn de huidige behandelingsopties voor ischemische beroerte zéér beperkt.

Von Willebrand factor

In het bekroonde werk stelt De Meyer de von Willebrand factor voorop als potentieel nieuw doelwit bij de behandeling van ischemische beroerte. De von Willebrand factor is een bloedeiwit dat belangrijk is bij de vorming van een bloedklonter. Door enerzijds de blokkerende klonter efficiënter op te lossen en anderzijds de hersenschade na opening van het bloedvat (reperfusieschade) te reduceren, biedt het onderzoekswerk hoop op betere beroertebehandeling. "Een heel belangrijk aspect in deze strategie is de lage kans op bloedingsproblemen. Die vormen immers de grootste belemmering van de huidige behandelingen", aldus De Meyer. Is von Willebrand afwezig of te weinig actief, dan ontstaan er bloedingsproblemen die soms levensbedreigend kunnen zijn, zoals bij patiënten met de von Willebrand ziekte. Is de von Willebrand factor daarentegen té actief, dan ontstaat het risico op trombose.

De von Willebrand factor is een potentieel nieuw doelwit bij de
                   behandeling van ischemische beroerte.

"De toekenning van de Prijs Prof. Dr. Baron Verstraete is het resultaat van tien jaar teamwerk, uitgevoerd aan Campus Kulak (Kortrijk), Harvard University (Boston, VS) en het universiteitsziekenhuis van Würzburg (Duitsland)" zegt De Meyer. "Deze prijs motiveert zeker en vast het verdere onderzoek naar nieuwe inzichten rond beroerte om zo betere therapieën te vinden voor patiënten met deze ernstige aandoening".

Kulak haalt twee EOS-fondsen binnen voor excellent fundamenteel onderzoek

19/12/2017 De resultaten binnen het Excellence Of Science (EOS) programma zijn bekend en Campus Kulak haalt twee fondsen binnen; het eerste fonds is toegekend aan prof. Lieven De Lathauwer van de onderzoeksgroep Electrical Engineering Department (ESAT). Het tweede fonds is toegewezen aan prof. Laurens Cherchye en prof. Bram De Rock van de onderzoeksgroep GARP (Group for the Advancement of Revealed Preferences).

Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en haar Franstalige tegenhanger Fonds de la Recherche Scientifique (F.R.S.-FNRS) kennen binnen het Excellence of Science (EOS) programma projectfinanciëring toe (in totaal 118 miljoen euro) voor het uitvoeren van excellent basisonderzoek. Dit voor een periode van 4 jaar.  Het EOS-programma stimuleert zo onderzoekssamenwerking tussen de gewesten en regio’s. Een panel van internationale topexperten heeft 269 projectaanvragen op hun excellentie beoordeeld en gerangschikt. Aan de 38 best gerangschikte aanvragen werd financiering toegekend, te besteden aan vier jaar samenwerking in grensverleggend fundamenteel onderzoek.

Prof. Lieven De Lathauwer © KU Leuven

Het eerste fonds haalt prof. Lieven De Lathauwer binnen met zijn onderzoek naar "Structured low-rank matrix / tensor approximation: numerical optimization-based algorithms and applications". In onze informatiemaatschappij worden voortdurend grote hoeveelheden gegevens opgeslagen en verder verwerkt tot nuttige informatie. Het verwerkingsproces vereist vaak de manipulatie van matrices en steeds vaker ook van hun meerdimensionele veralgemeningen, die “tensoren” worden genoemd. Sleutel tot een succesvolle en efficiënte verwerking is het benutten van de aanwezige structuur. "Het project heeft enerzijds als doel vernieuwende structuur-exploiterende methoden te ontwikkelen die gebruik maken van lage rang matrix/tensorbenaderingen, met sterke klemtoon op wiskundige en algoritmische aspecten. Anderzijds wil het project deze nieuwe methoden ook gaan toepassen in grootschalige gegevensontginning, signaalverwerking en modellering", verduidelijkt prof. De Lathauwer.

Dit project zal vanaf januari 2018 worden uitgevoerd in samenwerking met profs. Bart De Moor, Panos Patrinos en Marc Van Barel (KU Leuven), Mariya Ishteva en Ivan Markovsky (Vrije Universiteit Brussel), Nicolas Gillis (Université de Mons), Pierre-Antoine Absil en François Glineur (Université Catholique de Louvain).

Prof. Bram De Rock     © Rob Stevens

Daarnaast halen prof. Laurens Cherchye en prof. Bram De Rock, binnen de onderzoeksgroep GARP (Group for the Advancement of Revealed Preferences) een EOS-fonds binnen voor hun onderzoek naar individuele welvaart. Economisten evalueren sociaal en economisch beleid op basis van de impact op het individueel welzijn. Dergelijke evaluatie hangt in sterke mate af van de veronderstelling dat individuen zich gedragen volgens zogenaamde “well-behaved” (d.i. transitieve en volledige) voorkeuren.

Prof. Laurens Cherchye © Rob Stevens

"Gemotiveerd door de overweldigende empirische evidentie vanuit psychologie en behavioral economics, die aantoont dat individueel gedrag vaak niet consistent lijkt met deze assumptie van “well-behavedness”, willen we in dit project nieuwe methodologische instrumenten ontwikkelen om individuele welvaart te analyseren onder zulke schijnbaar inconsistente voorkeuren. In het empirisch gedeelte van dit project maken we extensief gebruik van de nieuwe en nog grotendeels onontgonnen dataset die werd verzameld in de context van het BRAIN-project MEqIn.", zegt prof. Laurens Cherchye, copromotor van het project.

 

Het projectconsortium bevat onderzoekers van KU Leuven Campus Kulak Kortrijk, Universiteit Antwerpen (UA), Université Catholique de Louvain (UCL) en Université Libre de Bruxelles (ULB).

Contact:

Zijn onze meren te redden via darmflora?

21/12/2017 Onze vijvers en meren zijn de laatste jaren als gevolg van de klimaatopwarming en vervuiling dichtgeslibd door een te intensieve bloei van de blauwalg, een soort bacterie. In normale omstandigheden wordt het aantal van die blauwalgen in een waterpoel onder controle gehouden door de watervlo, één van de belangrijkste ‘grazers’. Maar door deze gewijzigde omstandigheden gaan de blauwalgen welig tieren en daar blijkt een groot deel van de watervlooien niet tegen bestand.  In een recente studie uitgevoerd door de KU Leuven onderzoekers Emilie Macke, Martijn Callens, prof. Luc De Meester en prof. Ellen Decaestecker blijkt nu dat de bacteriën aanwezig in het darmstelsel van de watervlooien een belangrijke rol spelen bij het al dan niet resistent zijn tegen de schadelijke blauwalgen. Darmflora afkomstig uit genetisch resistente watervlooien werden ingebracht in niet resistente watervlooien.  Als deze niet resistente watervlooien in contact werden gebracht met de schadelijke blauwalgen blijkt nu dat die watervlooien wel kunnen overleven. Dat dit zo is, is alvast beloftevol. Immers, mochten we de darmflora in de watervlo zo kunnen aanpassen zodat ze resistent zijn voor de schadelijke algenbloei dan kunnen we het aantal blauwalgen in meren en vijvers op een natuurlijk manier terug naar normale waarden brengen.

Maar voor we dat kunnen doen zijn nog heel wat obstakels te overwinnen, zo zegt prof. Ellen Decaestecker van de KU Leuven Campus Kulak: “In ons onderzoek hebben we nu aangetoond dat een wijziging van darmflora van de watervlooien ervoor zorgt dat die watervlooien ook een tijdje tolerant worden voor schadelijke algenbloei.  Dit effect is echter nog niet blijvend. Na enkele weken zien we dat die watervlooien terug intolerant worden en dus sterven. Er is dus nog verder onderzoek nodig om na te gaan hoe de genetica van watervlooien precies interageert met de aanwezige bacteriën in de darm.  Bovendien is ieder ecosysteem zo specifiek en divers samengesteld dat maakt dat wat werkt voor de ene waterpoel nog geen succes garandeert voor een andere waterpoel”.

Contact:  Prof. Ellen Decaestecker, Ellen.Decaestecker@kuleuven.be , tel. +32 56 24 60 59

Kulak onderzoeker ontwikkelt een toolset voor betere diagnoses bij gewrichtsaandoeningen

21/12/2017 De steeds grotere aanwezigheid van smartphones en tablets heeft een duidelijke invloed op onze gezondheid. Uit studies wereldwijd blijkt dat mensen die hun tablet of smartphone veel gebruiken een grotere kans hebben op spier- en gewrichtsklachten. Niet alleen pijn ter hoogte van de duim en hand, maar ook nek- en schouderklachten komen bij die personen vaker voor.  Om deze klachten goed te kunnen behandelen is een juiste diagnose cruciaal. Bij gewrichtsaandoeningen in kleine gewrichten zoals de duim is dit echter niet vanzelfsprekend. Daarom heeft Kulak-onderzoeker Faes Kerkhof een toolset ontwikkeld die betere diagnoses mogelijk maakt.

Met behulp van deze toolset en moderne medische beeldvormingstechnieken kunnen alledaagse bewegingen, zoals het vastpakken en opendraaien van een confituurpot of het simuleren van een swipe-beweging op een smartphone, in 3D geanalyseerd worden. Een grote verbetering ten opzichte van een statisch RX foto in een onnatuurlijke positie. Deze toolset ondersteunt de arts bij het stellen van een diagnose maar ook bij het plannen van de chirurgische ingreep en helpt na de ingreep bij het objectief evalueren van de uitkomst.

Bovendien worden niet alleen de bewegingen gemeten, maar worden de 3D modellen ook gebuikt om de druk in het gewricht te analyseren. Dit is van groot belang omdat overbelasting in de duim uiteindelijk kan leiden tot kraakbeekslijtage of artrose. Deze pijnlijke aandoening komt veel voor en heeft een grote impact op het dagelijkse functioneren. Met deze nieuwe methodes hopen de onderzoekers te kunnen voorspellen of iemand een verhoogd risico heeft op het ontwikkelen van kraakbeenproblemen.

In de afbeelding (links) is te zien dat de duim van de patiënt na de operatie minder ver naar boven uit de kom schiet. Ook de druk op het kraakbeen wordt nu gelijkmatiger verdeeld dan voor de operatie (zie rechterafbeelding: het blauwe gedeelte waar geen druk op wordt uitgeoefend is na de operatie een stuk kleiner geworden).

Al deze technieken worden momenteel al op beperkte schaal gebruikt in het ziekenhuis AZ Groeninge te Kortrijk.  Dr. Jeroen Vanhaecke, handchirurg aan AZ Groeninge: “In de klinische praktijk is een pijnlijke duim zonder tekenen van artrose een veel voorkomende pathologie. Deze toolset helpt mij bij het stellen van een exacte diagnose en indien hieruit een chirurgische ingreep volgt kan het effect van die operatieve ingreep ook objectief in kaart worden gebracht.”

Er wordt momenteel gewerkt aan het verder verfijnen en  automatiseren van deze methodes zodat de artsen binnenkort ook zonder hulp van wetenschappers de analyses kunnen uitvoeren en dus meer patiënten passende zorg kunnen bieden.

Contact: Faes Kerkhof, faes.kerkhof@kuleuven.be 

Onderzoekers maken kinderen warm voor wetenschap tijdens de Wetenschapsbattle

08/01/2018 Een breed publiek enthousiast maken voor je onderzoek? Als onderzoeker leren hoe je je onderzoek vlot en begrijpbaar kan toelichten?  Daar draait het bij de Wetenschapsbattle om. Wetenschappers krijgen de kans om, aan de hand van een wedstrijdformule, hun onderzoek toe te lichten aan jongeren uit het lager onderwijs.

Voor de provincie West-Vlaanderen is lagere school VBS Duinen in Bredene de uitvalsbasis. Onze onderzoekers doctoraatstudent An Verfaillie (Faculteit Wetenschappen) en prof. Evie Vereecke (Faculteit Geneeskunde) zijn door hun leerlingen geselecteerd om op dinsdag 13 maart 2018 deel te nemen aan de provinciale finale. Dit samen met nog 3 andere onderzoekers. An en Evie maken met hun deelname kans om door te stoten naar de Vlaamsbrede finale op 16 maart in Technopolis.

We wensen beide kandidaten alvast veel succes!

Delphine Sasanguie is APS Rising Star 2017

10/01/2018 Delphine Sasanguie, postdoctoraal onderzoeker binnen de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen aan Campus Kulak, werd uitgeroepen tot één van de APS Rising Stars van 2017. Deze ‘Rising Star’ erkenning, uitgereikt door de ‘Association for Psychological Science (APS)’, beloont uitmuntende psychologische postdoctorale wetenschappers die, ondanks het vroege stadium van hun onderzoekcarrière, het onderzoeksveld beïnvloedden met hun innovatieve werk. Bovendien benadrukt de Rising Star erkenning het grote toekomstige potentieel van de onderzoeker. Delphine strijkt in de lijst neer naast veel verschillende vooraanstaande en internationale universiteiten, wat deze uitreiking zeer bijzonder maakt.

Delphine Sasanguie

Delphine onderzoekt de invloed van zowel individuele als omgevingsfactoren op schoolse vaardigheden zoals rekenen en taal, met het oog op het creëren van effectieve en efficiënte interventies. In dit project wordt er gefocust op de wederzijde relatie tussen angst voor rekenen en rekenprestaties en hoe training, gebruik makend van educatieve technologie, een handig instrument kan zijn. Delphine is bovendien de eerste onderzoeker die heeft bewezen dat symbolische en niet-symbolische numerieke informatie niet noodzakelijk geproduceerd worden door hetzelfde neurale systeem.

Student 3de bachelor informatica op conferentie naar Portugal

30/01/2018 Op onze campussen zijn onderzoek en onderwijs nauw verweven. Doorheen alle opleidingen krijgen studenten voorsmaakjes van wat het betekent om onderzoek te doen. Zo is er de klassieke bachelorproef die elke student aan het einde van zijn bachelortraject moet voorleggen. Wat echter niet zo klassiek of vanzelfsprekend is, is deelname aan een wetenschappelijke conferentie met een paper over je bachelorproef en de daarin behaalde resultaten. Dat is nu net waar Jeroen Vander Donckt, derde bachelor student informatica, in geslaagd is. Hij mag, naar aanleiding van het aanvaarden van zijn paper, naar ENASE (conference of Novel Approaches to Software Engineering) in Portugal op 23 en 24 maart 2018. Hier mag hij zijn bevindingen voorstellen aan een publiek van collega-onderzoekers (proffen, doctorandi,..). Een puike prestatie.

Onder leiding van prof. Danny Weyns diende Jeroen een paper in over 'Cost-Benefit Analysis at Runtime of Self-Adaptive Systems, Applied to an Internet of Things Application'. "Het is een heel moeilijke taak om softwaresystemen in een variabele omgeving te laten voldoen aan bepaalde kwaliteitsvereisten", legt Jeroen uit. Dit is vooral het gevolg van onzekerheid, zoals bv. storingen in een netwerk of een wisselende beschikbaarheid van elementen van het systeem. Zelf-beherende software kan een oplossing bieden voor dergelijke problemen.

In het huidige onderzoeksgebied van zelf-beherende software wordt er vooral gekeken naar de voordelen die bij aanpassingen komen kijken. "In ons onderzoek wordt er geargumenteerd dat het uitvoeren van deze aanpassingen een bepaalde kost vraagt. Deze kosten hangen af van de specifieke toepassing en kunnen uitgedrukt worden in functie van de tijd en energie die het vraagt om aanpassingen door te voeren. Het negeren van deze kosten zou de voordelen van de aanpassing kunnen teniet doen", zegt Jeroen.

Dit werd verder onderzocht op DeltaIoT, een Internet of Things applicatie. Dit zijn kleine apparaatjes die metingen doen aan de hand van sensoren en die zo foutloos mogelijk proberen door te sturen. De DeltaIoT applicatie is fysiek in Leuven geïnstalleerd, verspreid over de verscheidene gebouwen van de Arenberg Campus. Er werd aangetoond dat dergelijke aanpassingen een hoge kost met zich meebrengen en het op voorhand correct identificeren en definiëren van deze kost kan reeds tot grote optimalisaties leiden. Jeroen en het team ontworpen een nieuwe methode genaamd CB@R (Cost Benefit analysis at Runtime). Deze methode werd vergeleken met een andere, meer conservatieve aanpak en een recente regel-gebaseerde zelf-adaptatie aanpak. Ze konden concluderen dat CB@R beter presteert dan de conservatieve aanpak en, in tegenstelling tot de regel-gebaseerde aanpak, aan alle kwaliteitsvereisten voldoet. We wensen Jeroen veel succes bij het presenteren van zijn bevindingen.

Topologie van de IoT applicatie

 

Onderzoeker bedenkt drone die fruitkwaliteit beter beoordeelt

01.02.2018  Campus Brugge - Vandaag worden onbemande vliegtuigen en helikopters (drones) ingezet boven fruitboomgaarden om droogtestress en ziektedetectie uit te voeren. Deze inspectie wordt enkel uitgevoerd op boomniveau met als gevolg dat de boomgaarden niet in detail worden geanalyseerd. Daar heeft Jon Verbeke (Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen), die volgende week als eerste zijn doctoraat verdedigt op de nieuwe campus in Brugge, een oplossing voor gezocht. 

Fruitinspectie met drone

Als drones door de gangen van de fruitboomgaard zouden vliegen, dan kunnen zijwaarts gerichte camera’s individuele bladeren en fruit inspecteren van nabij en met hoge spatiale resoluties. De inspectiedata kunnen dan gebruikt worden om ziektes vroeger te detecteren, accurater de oogst te voorspellen en individuele fruitkwaliteit te beoordelen. Dit laatste gebeurt op vlak van grootte, vorm, kleur en textuur, maar ook schade door hagel of vogels kan opgemeten worden. De resultaten bieden grote voordelen voor fruittelers om hun teeltprocessen bij te sturen en zouden zelfs gebruikt kunnen worden door autonome grondvoertuigen die mechanische taken kunnen uitvoeren zoals snoeien, sproeien en plukken, aangepast per boom of individueel stuk fruit. Om nabije fruitinspectie met een drone (commercieel) haalbaar te maken, zijn er twee hoofduitdagingen: ten eerste is er het ontwerp en constructie van een geschikt onbemand hefschroefvliegtuig en ten tweede is er de autonome navigatie van dit vliegtuig door de gangen van een fruitboomgaard.

Ontwerp van de compound multicopter. © Jon Verbeke

Compound multicopter

Fruitinspectie  © Jon Verbeke

De nauwe gang waardoor de drone moet vliegen beperkt zijn breedte en dus, voor conventionele helikopters en multicopters, de grootte van de rotor/propellers. Dit beperkt de totale massa en vluchttijd van de drone. Een nieuw type multicopter is bedacht: de "compound" (samengestelde) multicopter. Een compound multicopter is een multicopter die één stel propellers gebruikt om het meeste gewicht van het toestel op te heffen terwijl een ander stel de beweging van het toestel controleert. Dit laat toe het toestel "uit te rekken" in lengterichting, resulterend in meer (gewichts)capaciteit voor nuttige lading en een langere vluchtduur wanneer de breedte beperkt is. Voor zijn doctoraat bedacht Jon verschillende prototypes met verschillende compound configuraties. De prototypes ondergingen testvluchten om de meest optimale configuratie voor een nauwe gang te vinden. Daarnaast hebben de verschillende prototypes een groot aantal testvluchten gedaan in fruitboomgaarden waarbij ze met hun camera's verschillende types fruit in beeld gebracht hebben. Analyse van de fruitbeelden toont aan dat deze geschikt zijn voor geautomatiseerde individuele fruitdetectie en -inspectie.

De experimenten laten zien dat de drone autonoom de gang van een fruitboomgaard kan binnen-, door- en uitvliegen en de veiligheidspiloot onmiddellijk kan ingrijpen, indien nodig. Autonome testvluchten waren in 90% van de pogingen succesvol, zelfs in lichte windcondities.