WILLEM VAN DER TANERIJEN

BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT

 

DEEL I

Ed. Eg. I. Strubbe

p.1 BO

EC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

 

PROHEMIUM DES BOECX VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT

Ter eeren Gods almachtich, die alle dingen weet te schicken nae zijnen gebenediden godlijcken wille, goedertierenheyt ende genaden die ongemeten is, ende oic ter liefden, gunsten ende beden van u, mijnen lieven zoene Andriese van der Tanerijen, die geerne, soe als ghij een leeck persoen sijt ende der scholen in uwer joncheyt qualijc gade geslagen hebt, wat gevuelens ende smaecx soudt willen hebben in uwer moederlijcker duytscher talen, van der loopender practijken der weerlijcker rechten, eensdeels na den stijl, usancie ende loop van desen goeden lande van Brabant ende andere van herwairts over, ende dat met gescrifte, te dijen eynde dat ghij, mijn lieve zoone, die geen clerc en sijt, te nairder mocht weten onrecht met recht te wederleggen, het waire in aenleggers oft verweerders stat, soe eest dat ick, Willem van [der] Tanerijen, uwe vader, als oitmoehich raidt, des nochtans niettemin onweerdich zijnde, des hoogeboren vermoegende vorsten ende princhen heeren Kaerls, bij der gracien Godts hertogen van Bourgoingnen, van Lothrijcke, van Brabant, van Limborch, van Lutzemborch ende van Gelre, graven van Vlaenderen, van Artoys, van Bourgoingnen Palatijn, van Henegouwen, van Hollant, van Zeelant, van Namen ende van Zutphen, marcgrave des Heylichs Rijcx, heeren van Vrieslant, van Salins ende van Mechelen, mijns genadigen lieven heeren ende princen, ende als die minste ende cleynste van zijnen edelen Raide geordineert in Brabant, voir mij genomen hebbe uuyt vaderlijcker liefden ende gunsten u mijnen lieven zoone, navolgende uwer hertelijcker begeerten, wat fundaments ende goets verstants der weerlijcker rechten ende der loopender practijcken derselver in onser duytscher talen bij desen boecke te bescrijven, soe ic dat eensdeels in der hooger ende weerdiger Raidtcameren van Brabant, bij tijden des eerweerdigen heeren meester jans L'Orfevre(1), wijlen presidents ende (1) Jan l'OrfŤvre, alias Aurifabri, geboren in het bisdom Arras, studeerde de rechten te

Leuven (1429) waar hij hoogleraar en rector (1434) was. Opvolgendlijk requestmeester en raadsheer van de Grote Raad van de hertog, werd hij voorzitter van de Raad van Luxemburg en van 1462-1467 kanselier van Brabant. In 1467 werd hij door Karel de Stoute gewoon raadsheer en op 17 december 1469 voorzitter van de Raad van Brabant benoemd. Hij overleed in 1476.

2 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

cancelliers van Brabant, hebbe sien hanteren, soe anderssins uuy diverssen

sommen der loopender practijcken ende boeken van recht hebbe gecolligeert ende

genomen.

Ende overmits dijen dat in allen weerlijcken hove ende gerichte geordineert om

justicie ende recht te doen, gemeynlijc ende regulairlijc zijn III personagien, te

weten een aenlegger, een verweerder ende een richter, die den partijen recht doen,

na tale ende wedertale, soe sal ic dit boeck deelen in drije deelen ende tractaten.

In den iersten deele ende tractate, sal ic tracteren ende spreken van den

aenlegger, hoe hij zijn recht beginnen sal, hoe hem trecht onffangen oft niet

onffangen en sal, wat actien oft aensprake dat hij intenteren ende voirtstellen sal,

ende hoe hij die articuleren ende formeren oft sluyten sal, ende hij die int

gescrifte stellen ende dienen sal.

In den anderen tractate ende deele, sal ic tracteren ende spreeken van den

verweerdere hoe hij, comparerende voir recht, hem dragen sal, wat uuytstelle dat

hij nemen sal, wat excepcien hij proponeren sal, hoe hij int principael hem

verantwoirden ende litiscontesteren sal, hoe hij die bij gescrifte articuleren, formeren

ende sluyten sal, hoe men die getuygen bij den commissarijsen eeden, overhooren,

ontfangen ende examineren sal, hoe men brieven ende andere munimenten ende

mandementen produceren sal, hoe men dairtegen reprochen, contradictien ende

salvacien geven sal, ende hoe men ten sloote bij den partijen renuncieren, sluyten,

concluderen ende trecht begeeren sal.

In den derden deele ende tractate van desen boeke sal geseet wordden van den

heeren van den Raide, als opperste richters van desen goeden lande, hoe zij schuldich

zijn hen te quijten ende goede expedicie van justicien te doene, hoe zij die getuygen

ende getuygenissen overhooren selen, hoe zij die enqueste ende dat proces visiteren

sullen, hoe zij heur vonnissen ende appointementen geven selen, in wat vuegen men

dairaf appelleren ende raformatien begeeren sal, ende hoe men tgewijsde metten

costen, dair partijen inne gecondempneert wordden, executeren sal.

Item, ende hoewel dat men in den iersten deele oft tractate in diverse capittelen

veele punten bevijnden sal gescreven staen, die den verweerdere alleen ende den

richtere alleen aengaen, ende alsoe schuldich wairen ende behoeven soude elc int zijne,

oft in den IIen oft in den IIIe tractaete, geset te zijn, desgelijcx in den IIen tractate

tgeene dat in den iersten oft derde tractate soude behoiren, insgelijcx in den IIIen

tractate dat in den iersten oft IIen sculdich waire te staene, soe sal nochtans den

lectoer van desen gelieven dat in den besten te interpreteren, want dat gelaten wort

om te verhueden arbeyt van vele suekens ende omslaens van bladeren, ende oic omdat

in vele saken die materie van den aenlegger metter materien van den verweerdere

oft van den richtere connex zijn ende so nae bijeencomen, om wel ende clairlijc

verstaen te wordden, dat oft zij altijt preciselijc geschieden ende elc soe besneden

van den anderen besundere tractaet geset wordden, dat dat groote donckerheyt ende

confusie in den verstande der materien dicwijlen soude innebrengen. Ende ick,

Willem van der Tanerijen voirscreven, bidde oetmoedelijc allen dengeenen die dit

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. PROHEM. 3

lesen selen, dat zij int geene dat wel sal staen mij niet begrijpen en willen, ende van

des zij bevijnden selen overtollich, te luttel oft min dan wel gedaen, dat zij dat in

caritaten, sonder begrijp, guetelijc beteren ende corrigeren willen, hen voirt biddende

dat zij mij niet qualijc afnemen en willen, dat ic mij gevoirdert hebbe dit in duytsche

talen te hebben gescreven, want mij die gunste ende vaderlijcke liefde tot mijnen

lieven zoone, Andriese voirscreven, dairtoe verwect heeft, hoepende ontwijfelijc dat

alle leecke personen die dit boeck leesen selen, te meer geneyght selen wordden huer

kijnderen ter schoolen te seynden, ende die keyserlycke ende andere gescreven rechten

in den universiteyten te doen studeren om alsoe doctoren ende clercken van rechte te

mogen wordden.

HIER BEGINT DAT IERSTE DEEL OFT

TRACTAET VAN DESER PRACTIJCKEN

Iste CAPITTELE

VAN DEN ONDERSCHEYDE DER RECHTEN ENDE COSTUMEN

In den iersten, suldij weten dat eenen iegelijcken, eer hij in recht treedt, wel

betaemt ende van noode is te weten wat een gerichte is, wat justicie is, wat recht

is, wat jurisdictie is, wat costume is, wat usagie is, [wat] stijl ende gemeyn

heerbrengen is; ende dairom sal ick hier van elcx wat gewagen.

[1] Wat een gericht is.

Item een gericht, in latijne geheeten iudicium, is een wettich werck van III

personen, te weeten des richters, des aenleggers ende des verweerders. Ende al

mogen ennige gerichten sijn, dair dese III personagien niet en zijn, als in den

gerichten van ennigen generalen wairheyden ende besuecken oft in den gerichten

van ennigen specialen wairhayden, inquisicien ende besueken, dair geen aenleggers

noch verweerders en zijn, mair wordden die wairheyden ende besuecken gedaen

uuyt officien van den richter, als op een kennelijcke crieme oft misdaet, dair geen

accusateur en behoeft te zijne, nochtans, want fame oft infamie schuldich is te

gaene voire dat besueck (a) ende inquisicie, soe vervult ende volveurt die fame, dairop

dat die inquisicie ende besueck (a) gedaen wort, die stad van den principalen

aenleggers. Hoewel nochtans dat in den gerichte bijwijlen intervenieren ennige

personen in de stad van den principalen aenleggers oft verweerders, als zijn een

procureur, een executeur, een persoen die conjunct is eenen anderen van bloede,

een momboir, een curateur, een economus, een sindicus ende dijergelijcke, die

geen principael en zijn, insgelijcx intervenieren wel in den gerichte ennige personen

die noch aenleggers noch verweerders en zijn, mair helpen alleenlijc die sake oft

proces beleyden, als zijn advocaten ende greffiers, notarissen, tabelioenen die de

acte van den hove bescrijven, dair hiernae breerder af gescreven sal wordden.

(a) besueck, in hs. : bersueck, verbeterd uit : versueck.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 1. 5

[2] Wat iudicium is.

Item, ende om eygentlijck (b) te weten wat iudicium is, soe is iudicium niet

anders dan een investigacie ende ondersueck dat nae ordene van recht, een richter

doet bij verscheiden manieren, om die wairheyt te weten, ende die geweeten zijnde,

die te behueden ; ende is alsoe veele te seggen iudicium als een defensie ende

verhail van den saken voir den rechter.

[3] Onderscheyt tusschen iudicium ende arbitrium.

Item, ghij sult weten dat groot onderscheyt is tusschen iudicium ende arbitrium;

want iudicium is alsoe wel eene discussie van den criminelen als van den civilen

stucken ; ende arbitrium is alleen een discussie van civilen saken.

Item, iudicium wort van nootswegen ende rechtsdwange aengegaan, mair

arbitrium wort moetswillen aengegaan.

[4] Wat iudicium contradictorium is.

Item, iudicium contradictorium is als die aenlegger ende die verweerdere

contrarie zijn in hueren voirtstelle van rechte oft van costumen oft fayten.

[5] Wat iudicia capitalia zijn.

Item, iudicia capitalia zijn geheeten die gerichten ende oerdeelen, dair een

mede verloren heeft zijn leven oft euwelijc zijn lant, opte verbuerte van zijnen lijve.

[6] Wat iudicia publica zijn.

Item, iudicia publica zijn van openbairen, enormen misdaden, dair elc mensche

af mach accuseren, als zijn die misdaet van gequetster hoogheyt, geheeten in latijne

crimen lese maiestatis, van moorde, van straetroven, van vrouwencrachte ende

dijergelijcke, dairaf dat elcken van den volcke bij den rechten wort gegunt die

executie.

[7] Wat iudicia privata zijn.

Item, iudicia privata zijn diegeene d[i]e civijlijc wordden getracteert ende

geintenteert.

[8] Wat iudicium crimineel is geheeten.

Item, ghij sult weten dat in den rechten altijt dat iudicium wort geheeten

crimineel, als deynde dairaf tendeert tot baten van der gemeynder welvairt, dats

ten voirdeele ende proffijte van den heere fiscael, hetzije dat die peyne dairaf zije

van den lijve oft lede oft van penningbreucken, dats peyne van gelde.

(b). eygentlijck, in hs. met 16e eeuwsche hand verbeterd uit: properlijck.

6 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTTJKEN

[9] Wat iudicium civile is.

Item, dat iudicium wort geheeten civil als deynde tendeert tot baten ende

beternissen van der partijen huer beclagende.

[10] Wat justicie is.

Item, justicie is eenen gestentigen, onsterffelijcken, ewijgen wilie, meyninge,

affectie ende opset elcken te geven ende te laten dat recht dat hem toebehoirt, alsoe verre

als dat in ons is, dats te weten, te laten elcken zijn weerdicheyt, als Gode onsen scepper

ende verlosser dancbairheyt ende religie, den ouders eere ende gehoirsaemheyt, den

oversten, hoofden ende prelaten reverencie ende onderdanicheyt, onsen gelijcken vreede

ende eendrachticheyt, onsen minderen ende ondersaten discipline ende guetelijcke

leeringe ende verweckinge tot duegdelijcken wercken, ons selven castidinge ende

wackerheyt om die geboden Gods te houden ende zijn verboden te vlieden ende

in der caritaten ende vreese tot Godewairts te leven, ende den armen menschen

hantreyckinge ende met almoesen ende compassien bij te staene nae onsen vermogen.

[11] Wat recht is.

Recht wort geheeten in latijne ius, ende is te seggenne, dat bevel oft ordinancie des

oversten, des princen oft des heeren over sijn ondersaten, ende te doene justicie alsoe

wel den armen als den rijcken, den ombekenden als den bekenden, ende dat die richter

in allen vonnissen God voir oogen hebbe, ende dijen meer ontsien ende beduchten dan

den mensche. Ende als dat bevel ende ordinancie van Gode coempt, soe is dat geheeten

ius divinum, dats godlijc recht ; alst van der natueren coempt, soe worddet geheeten

ius naturale, dats natuerlijc rehct (sic) ; ende als dat van den menschen coempt, soe wort

dat geheeten ius humanum vel ius positivum vel civile, dats geset oft gescreven recht

oft der menschen recht.

[12] Welcke geboden van recht zijn.

Het zijn principalijc III geboden des rechts, te weten, eerbairlijc ende tamelijc

leven, niemenden te verongelijcken oft te vercortene ende eenen anderen tsijne te

gevene.

[13] Van veele manieren van rechte.

Het zijn veele manieren van rechten, te wetenne natuerlijc recht, gescreven recht,

ongescreven recht, versmaet recht, gemeyn recht, recht tot anderen saken oft goede

ende recht in der saken oft goede ; ende hieraf sal ic van elcx wat gewagen.

[14] Van natuerlijc recht.

Natuerlijc recht is trecht der vrijheyt ende liberteyten, bij denwelcken alle dinck,

hetsije de menschen, dieren oft wormen opter eerden, die vogelen in de locht, ende

die visschen int dwater, bij hem selven mach gebruycken ende useren sijnder (a) eygender

(a.) sijnder, in hs. : sonder.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. I 7

vrijer natuerlijcker condicien, welcke natuerlijc recht die menschen hem selven genomen

hebben bij dijen dat zij gevonden hebben trecht van slaven te makene, hetzij dat sij

hen selven vercoopen oft verbijnden, ende trecht van dwange van gevangenissen,

[useren] alsoe wel over die menschen als over ander beesten ende dieren, dairmede

ben afgenomen wort die vryheit ende liberteyt hen bij nateuren gegeven.

[15] Wat gescreven recht is.

Gescreven rechten zijn die eedele constitucien van den loyen ende rechten

geordineert ende gemaict bij den keysers, bij den heiligen consilien ende raide der

senatoren, ende die heilige decretalen gemaict bij onsen heiligen vaders die pausen,

dwelc geheeten is in latijne ius canonicum, ende die keyserlijcke rechten zijn geheeten

ius civile.

[16] Wat ongescreven recht is.

Ongescreven rechten zijn die loofflijcken costumen, heerbrengen ende gewoenten

openbairlijc ende van outs gehouden bij approbacien van den ouders ende costumiers

van den lande, voire recht, alsoe dat men tusscen partijen present niet en heeft geweeten

oft gesien die contrarie houden noch useren.

[17] Wat versmaect recht is.

Versmaect recht ende wedersien recht is een recht dat bij der costumen van den

lande contrarieert den gescreven rechte, gelijc trecht van naderscappen ende meer

andere, die bij den gescrevenen rechten niet georloft en zijn, ende nochtans gedoogse

de gewoente van den lande onderhouden te worddene.

[18] Wat gemeyn recht is.

Gemeyn recht is dat recht dat gelijc ende consonant is alsoe wel den gescreven

rechte als der costumen van den lande ende van der plaetzen, mits denwelcken dat

geheeten is gemeyn recht.

[19] Recht tot eenen dinge.

Recht tot eenen dinge oft goede, is te hebbene duwairie, pandtscap oft verbondt

op ennigen grondt oft pandt, dairaf denselven pandt oft grondt eenen anderen

toebehoirt.

[20] Recht in eenen dinge.

Recht in eenen dinge oft goede is te hebbene recht in eender proprieteyt van

eender erven oft in die realiteyt van der erven oft panden, die verbonden is.

[21] Wat costume locael is.

Costume locael, soe men bescreven vijndt, is een ordinancie ende establissement

8 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

onderhouden in een landt oft plaetze, bij accoorde van den ouders ende wijsers aldair

geconfirmeert alsoe te zijne ende dair te blijvene nae die gelegentheyt van der plaetzen,

ende alsoe langen tijt dair onderhouden dat genoech is voir een geconfirmeerde ende

geprescribeerde costume.

[22] Wat costume is.

Costume, na dat die rechten seggen, is een redelijcke gewoente eenen behoirlijcken

tijt onderhouden, ende is tweerhande, te wetenne kennelijc, notoire oft openbaire costume

ende private, bijsundere oft particuliere costume.

[23] Wat costume openbair, notoire oft generael is.

Costume die geheeten is kenlijc, notoire oft openbaire, is een gewoente, die soe

kenlijc ende gemeynlijc onderhouden is, dat men dairaf geen twijfel en derf hebben ;

ende van sulcker costumen mach hem een wel gedragen totter discrecien van den rechte[rl

van den hove, alsoe verre als sijn tegenpartije geen contrarie costume in fayte en sette.

[24] Wat costume private oft particuliere is.

Costume die geheeten is private, besunder oft particuliere is een costume die sulc is,

dat eer sij gehouden sal wesen voir een costume geprescribeert, dat is te verstaene

eenen behoirlijcken tijt onderhouden, dat zij bij X oft XII oft meer van den oudtsten,

wijsen ende notabelsten van der plaetzen sije geapprobeert geweest, alsoe datter von-

nisse nagevolgt sije, dat jair ende dach zije onderhouden, oft dat bij hootvonnisse, in cas

van appellacien oft reformacien, zije geseegt wel gewijst ende qualijc geappelleert,

welcke costume in dijen gevalle is een geapprobeerde costume hueren behoirlijcken tijt

onderhouden ende geprescribeert, ende anders niet. Ende want dese costume private

zeer zwair is te thoenen, soe sal hem een subtijl advocaet wachten, soe hij meest mach,

die te proponeren in rechte. Nochtans is te weeten dat nae gescreven recht een cos-

tume onderhouden den tijt van V jairen blijft van weerden, alsoe verre als zij consonant

ende conforme is den gescreven rechten. Oic is te wetene dat geen costume sculdich

en is geweesen te worddene nae tseggen van den gemeynen volcke, die niet en weten

wat zij doogh, mair nae dat die ouders ende wijse costumiers van der plaetzen tuygen

ende seggen sellen dat zij dairaf hebben sien thoenen ende tuygen, oft dat zij gesien

hebben die bij anderen te hebben gethoent ende betuyght geweest, oft dat sije selve die

costume hebben met vonnisse sien approberen ende onderhouden in der manieren alst

voirscreven is.

[25] Wat usagie is.

Usagie is een gewoente onderhouden int gerichte bij manieren van regulen ende

ordinancien, gelijc men in der Raidtcameren van Brabant niemende in recht en ontfanckt,

hij en hebbe hem gepresenteert in de griffie.

[26] Wat men stijl heet.

Slijl (sic) is een dinck int gerichte soe gereguleert ende bij langen tijden onderhouden

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 1 9

dat men in denselven gerichte geenen twijfel dairaf en maict, gelijc men in der Raidt-

cameren van Brabant houdt voir eenen stijl dat zoe wije default wil hebben oft orloff

van den hove tegen zijn wederpartijen, dat bij dairaf moet doen blijcken bij acten dat

hij dach heeft.

[27] Wat rijt heet.

Rijt is een gewoente onderhouden in een stadt, landtscap oft contreyen onder die

gemeynte aldair, gelijc men soude seggen dat een rijt ende gewoente is onder die

lantluyden in Brabant, dat zij geerne dragen opten hals eenen gepinden staf ende

dijergelijcke.

[28] Wat gemeyn observancie heet.

Gemeyn observancie is een ordinancie, die de rechter maict ende statueert int [!]

tgerichte onderhouden te worddene van nootswegen, om te versiene opte listen ende

subtijle vonden, die bij ennigen gesocht wordden tegen die stijlen ende usagien van den

hove, gelijc mijn heere die president van Brabant (1) geordineert heeft dat een aenleg-

gere al heeft hij hem lestwerf in de rolle van der presentacien doen scrijven, bereet

moet wesen zijnen heysch te doene, als den tourt coempt van der presentacien van den

verweerdere die diligenter ende neerstiger is geweest om hem te presenteren, ende alsoe

van gelijcken. Ende es te wetene dat hij meer misdoet, die tegen die ordinancie van

den richter doet dan die tegen dat gescreven recht doet.

[29] Wat jurisdictie is.

jurisdictie is een weerdicheyt ende digniteyt die de heeren hebben, om justicie te

mogen doen van misdaden ende van clachten die in heur landt gevallen ; ende is die

officie van eenen richtere geheeten een redelijcke maniere dairmede dat hij diegeene,

die behoiren gecondempneert te zijne, condempneert, ende diegheene, die behoirt

geabsolveert te zijne, absolveert, punicie ende correctie stelt oft quijt geeft, weygert dat

behoirt geweygert te zijne, ende verleent dat verleent betaempt te zijne.

[30] Van drijerhande jurisdictie.

Het es te wetene dat men vijndt drijerhande jurisdictien ; deen is geheeten jurisdictie

ordinarijs, dandere jurisdictie naturele, ende die derde jurisdictie gecommitteerde oft

bevolen ende gedelegeerde.

[31] Ordinarijs jurisdictie.

jurisdictie ordinarijs is die jurisdictie die de prinche houdt oft doet houden in zijn

landt, gelijc den Raidt van Brabant is dat ordinarijs gerichte des princen in sijn her-

toghdom van Brabant, ende in sulcken gerichte mach die prince justicie ende recht doen,

oft bij zijnen raide doen doen op consciencie sonder manisse.

(1) De president van Brabant is de titel van de voorzitter van de Raad van Brabant.

10 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[32] Natuerlijc jurisdictie.

jurisdictie naturele is diegeene die de eedelen hebben bij ende overmits der weer-

dicheyt der heerlicheyt van hueren leene, gelijc dat die baenreheeren ende andere hebben

hooge justicie ; ennige andere, als borchgraven ende andere, hebben middel justicie;

ende ennige hebben needer justicie, dats justicie van erven, onterven ende dijergelijcke.

Mair dese jurisdictie naturele en is niet ordinarijs, want sulcken heeren moeten trecht

doen wijsen bij anderen dan bij hen selven, te wetene bij huer mannen, scepenen oft

laten ende dat bij manissen van hueren scoutet, bailliuw, stedehoudere, meyeren oft

anderen hueren (a) officiers dairtoe gemachticht, ende hebben alsulcken wijsers huer leste

resort ende hoot aen den oversten, dats aen den prinche oft zijnen raide, die overste

ende ordinarijs richter is van al, die huer vonnisse corrigeren mach na sijn consciencie,

ende niement anders ; ende al mogen zij hebben ennich middel resort, soe en zijn noch-

tans die wijsers ende wethouders van dijen middelen resorte geen ordinarijs noch overste

richters, want alsoe wel moet dat middel vonnisse gewijst ende uuytgesproken wordden

bij manissen van den officieren ende van den heeren alst [!] tvonnis dat voir hem

geappelleert is geweest.

[33] Jurisdictie delegaet.

Jurisdictie gecommitteerde oft gedelegeerde is die jurisdictie, die de prince met

zijnen brieven eenen verleent om te doen ende te excercerenne justicie van sijnder

wegen, ende oic die jurisdictie die de prince met zijnen brieven in previlegien verleent

ennigen goeden steden ende vrijheiden om te hebben wet ende jurisdictie, diewelcke

niet en mogen overtreden die machte ende forme van den charteren ende previlegien

hem verleent.

[34] Jurisdictie mach vercregen wordden in IIII manieren.

Item, noch suldij weten dat jurisdictie mach vercregen wordden in IIII manieren,

te wetene bij gewoenten oft bij rechte oft bij princelijcker verleeninge oft bij witteger

prescripcien; ende jurisdictie genomen in huer vrijheyt heeft III leden, te wetene hooge,

middele ende lege oft neder jurisdictie, die men heet in latijne merum et mixtum

imperium.

[35] Hoe die possessie van jurisdictien mach gecontinueert wordden.

Item, insgelijcx wort die possessie van jurisdictien geapprendeert ende geconti-

nueert, eest dat men een exploict oft werck van der jurisdictien exerceert oft doet, want

in der generaelder jurisdictien wordden begrepen alle huer leden ende wort die posses-

sie van jurisdictien gehouden nae dat sij vercregen is, gelijc die possessie van anderen

dingen incorporael, te weten alleenlijc metter herten ende meyningen.

(a). hueren, in hs : heeren.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 2

IIe CAPITTELE

HOE MEN DIE PROVISIEN ENDE MANDEMENTEN

VAN JUSTICIEN VERCRIJGEN, ENDE DIE BIJ DAIGINGEN

ENDE ANDERSSINS TER EXECUTIEN LEGGEN SAL

Soe wije in den princelijcken hove oft in den Raidt van Brabant ennige justicie

begeeren wille, die sal doen maken een supplicacie oft requesten bij ennigen van den

advocaten oft procureurs van den hove, dair des thoenders oft clagers sake inne

genarreert sal zijn ende die provisie die hij versuect; dairop sal hem bij den raide

geordineert wordden ende verleent een mandement van justicien, nae dat die sake dat

heyscht ende begeert.

[1] Wat een supplicatie cost, ende mandementen cost.

Item, dese supplicacie cost X oft XII gr. Br., ende tvoirscreven mandement sal

costen aen den secretarijs die dat scrijft ende hanteeken[t] XXIIII gr, Br., ende voir trecht

van ons genadichs heeren tshertogen zegel, dairaen hangende, eest den grooten zegel,

soe geeft men XVIII gr. Br., ende eest den conterzegel, soe geeft men IX gr. br.

[2] Hoe dat aen een supplicacie wel te maken groote macht gelegen is.

Hier is te wetene ende wel te noterene dat aen dat maken van der supplicacien den

thoender oft den clagere geen cleyn verlang noch macht gelegen en is, want opter

narracien van der supplicacien wort hem provisie van justicie gedaen ende dat

mandement verleent, inhebbende gemeynlijc die voirscreven narracie, bij machten

van welcken mandemente, ten versoecke van den thoender, der wederpartijen van

sprincen wegen iet bevolen oft verbooden wort te doene, ende, in gevalle van

opposicien, weygeringe oft vertrecke, dach beteekent om te comen seggen redenen ter

contrarien ; ende wort dairmede voirt bevolen den president ende Raide, partijen

gehoirt, recht te doene. Es dan bij der voirscreven narracien die wairheyt verzwegen

oft die onwairheyt, dats loegentale, te kennen gegeven, soe is tvoirscreven mandement

gescapen bij der gedaighder partijen geinpungeert, gearguert, gestraft ende wederleegt

te worddene van surrepcien ende obrepcien ende inciviliteyten, ende waire die

voirscreven thoendere alsoe zijn sake gescapen te verliesene. Hiertegens is een

principael remedie, te wetene dat die thoendere oft clagere int maken van zijnder

supplicacie raidt neme met advocaten ende procureurs wesende van der condicien des

toenaems van III advocaten die in den Raidt van Brabant onlancx geleden hebben

geplogen te practiceren ; deen is geheeten van Coudemberch, dat is dat die thoendere

oft clagere int insetten van zijnder saken ende overgeven zijnder clachten coel valle,

opdat hij uuyt gramscapen, hitten ende stornissen niet te veele en segge, noch anders

dan de wairheyt te kennen en geve ; dander is geheeten van Cruyplant, dat is dat die

thoendere niet haestich en sije, mair cruypende int overdencken van zijnder saken

12 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

opdat hij mits haesticheyt niet en misse ; die derde is geheeten van Heyclieuve, dats

te verstaene, gelijc die heyde wijdt, breedt ende oepen is, alsoe dat men wel van

verre dairinne sien mach nae deynde van der selver heyde, ombecommert van haghen,

bosschen oft boomen, soe sal oic een clager die gelegentheyt zijnder saken wel doersien

ende overdencken dat eynde dair hij toe tendeert oft wesen wille, ende wes hinder ende

cost hem gescapen waire toe te comene, indijen hij die wairheyt verzwege ende die

onwairheyt te kennen gave, ende hem pijnde te funderen op fayten oft costumen

die hij niet en soude connen gethoenen noch bijgebrengen. Ende hieromme

eest een gemeyn seggen dat men deynde overdencken sal, want deynde moet den last

dragen, ende een cleyn dolinge int begin maict dicwijle een verdriet ende erreur int

leste, overmits dat dat begin is bijna deen helft van den geheelen, ende een sake wel

ingeset is half gewonnen.

[3] Wanneer een mandement geheeten is obraptijs, subreptijs oft incivil.

Item, hier is oic tonthouden dat een mandement heet obreptijs, als dairinne die

onwairheyt, dat is loegentale, te kennen gegeven is ; ende is geheeten subreptijs, als

dairinne die wairheyt verzwegen is ; ende het is incivil, als die provisie, mits der

supreptien ende oprectien, tegen die disposicie van rechte gefundeert is.

[4] Hoe ende bij wijen men dat mandement doet executeren ende partijen dach maken.

Item, als dat mandement gescreven, gehanteykent ende bezegelt is, soe doet men dat

ter execucien leggen bij eenen doerweerdere oft gezwooren bode van der Raidtcameren

oft bij eenen anderen officier ons genadichs heeren tshertogen, daer dat aen gaet

ende gedirigeert is; ende eest dat sulcken mandement begrijpt daginge, bevel, opposicie,

refuz, vertreck oft anderssins, soe sullen die executeurs van denselven mandemente, nae

stijl van der Raidtcameren van Brabant, die partijen dach beteekenen om te sijne ende

te comparerene in der herbergen tot BruesseIe, op eenen sonnedach, sonder denselven

dach te leggene op eenen anderen dach van der weeken, om des maendaigs dairinne

voirt te gaene ende te besoingneren, want den stijl van der voirscreven Raidtcameren

heeft inne dat men des maendaigs hoirt ende verstaet om te expedieren (a) die partijen,

die des sondaigs aldair tevoiren dach hebben, welcke partijen voirtgeroepen ende

ontcommert wordden bij oerdenen van hueren presentacien in der griffien ende bij

toerte van der rollen, behoudelijc dat mijns genadichs heeren oft zijn procureurs saken,

dan dienende, voir ontcommert wordden. Ende dairomme na den voirscreven stijl alle

partijen die dan dach hebben, het zijns aenleggers oft verweerders, sijn schuldich den

voirscreven sondaige, als hueren dach dient, hen te presenterenne in der griffien ende hen

te doen teekenen in de rolle tegen des anderen daigs, welcke greffe hebben sal voir

hueren salarijs van der voirscreven presentacie van den aenlegger, een oft meer, voir

dierste reyse III gr. Br. Ende alle dandere presentacien sal hij scrijven sonder toon.(b)

(a). om te expedieren, in hs. verbeterd uit : op die expedicien. - (b). In de marge staat van de hand van

den copiist : Van den costen der presentacie in der rollen ende greffien.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT, DL. 1, CAP. 2 13

[5l Wat daige die officier den gedaigden betrecken sal.

Item, sal dieselve duerweerdere, bode oft officier, executeur van denselven

mandemente, besorgen dat tusschen den dach van dachmakenne oft dagingen ende den

sondach van te Bruessel te zijne, die gedaigde partije te minsten hebben VIII daigen franc

ende vrij. Ende als die voirscreven executeur, bode oft officier zijn exploict sal hebben

gedaen, soe sal hij gehouden zijn den hove over te scrijvenne int lange wes hij sal

hebben gedaen, verclarende den dach van zijnen exploicte, ende oft hij dijen heeft

gedaen aen den persoen van de gedaigden oft tot zijnder domicilien ende woensteden,

wije dairbij was, wije hij dair toegesproken heeft, wat hem geantwoirt wairt, ende den

dach dijen hij gedaigden beteekent heeft, ende generalijc al dat hij gedaen sal hebben,

welcke sijn rescripcie oft relacie hij sal hechten oft infixeren met zijnen zegel aen tvoir-

screven mandement, ende dat in tijts overleveren der partijen impetrante, opdat die selve

partije oft huer procureur die bij hem hebben moge, ten daige als zijn sake dienen sal, om

dairmede te doen blijcken van der daigingen, die te thoenen ten selven daige, hetzije

zijnder wederpartijen, den voirscreven Raide oft elder dair dat behoiren sal, ende dat op

die peyne van opten selven executeur te verhalenne die schade die dinpetrant bij sijnder

versuympten oft negligencien dairinne hebben ende lijden soude, welcke executeur dair-

af hebben sal, eest dat hij woent in de plaetze van der executien elcx daigs XII gr.

Brabants, ende voir zijn relacie oft rescripcie bescreven over te geven VI gr. Br., ende in-

dijen hij in der plaetzen van der execucien niet en woende ende te peerde is, soe sal hij

hebben elcx daigs dat hij dairomme uuyt is II sc. gr. Br. ende es hij te voete, soe sal

hij hebben elcx daigs XV gr. Br., ende altijt voir zijn relacie die voirscreven VI gr. Br.

[6] Hoe die executeur zijn exploict doen sal onder die smael heeren.

Item, ende oft gebuerde dat die executeur behoefde zijn execucie ende exploict te

doene onder ennige smalen heeren van den lande, hebbende justicie ende heerscappie

in zijn lant, in dijen gevalle sal bij dairbij roepen den officier van denselven smalen

heeren, om dairbij te comenne, opdat hem gelieft, om dat exploict te sien doen, ende

van al sinen heer te mogen adverteren om, opdats behoeft ende hem dat goet dunct, dat

renvoye van der saken te heysschenne, opdatter renvoy inne gelegen is, oft anderssins

te seggene ten daige dienende des hem goet duncken sal. Behoudelijc dat in criminelen

saken die voirscreven executeur niet gehouden en sal zijn te thoenen zijn commissie dan

na den tijt dat hij zijn exploict sal hebben gedaen.

[7] Wanneer een executeur schuldich is te thoenen ende copie te gevenne van zijnder

commissien oft nyet, ende wat hij van der copien nemen sal.

Item, ende oft partije dair dat exploict tegens gedaen wort, begeerde van den

executeur copie van sijnder commissien ende relacien, die executeur sal gehouden zijn

hem die te geven onder zijnen zegele, als hij zijn exploict sal hebben gedaen, nemende

dairaf voir zijnen salarijs XII gr. Br., behoudelijc dijen dat in saken van excessen oft

misdaden criminel hij geen copie schuldich en sal sijn te gevene, mair die alleenlijc te

thoenen, soe wanneer hij zijn exploict ende executie sal hebben gedaen.

14 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[8] Dat die adjournementen nyetgelijc en zijn in criminelen saken ende in anderen

saken.

Item, al eest soe dat bij der ordinancien van der Raidtcameren van Brabant den

executeurs gegeven wort een forme van hueren exploict te doene, te weten dat sij sullen

ernstelijc oversien die brieven van commissien oft mandemente aen hem gedirigeert,

ende eest dat zij begrijpen bevel, daginge oft adjournement, dat zij dan trecken sullen

totten persoen oft totter domicilien van dengeenen die men daigen oft die bevele doen

sal, ende doent [l] tgeene des de selve mandementen ende commissie begrijpen; ende

oft er oppositie, weygeringe oft vertreck inne gebuerde, oft dat zij partijen niet en

vonden tot huerlieder woenstadt, dat zij dan dach besceyden sullen te compareren voir

den voirscreven Raidt op eenen sondach den voirscreven opponenten weygerende, ver-

treck suekende, oft die partijen thuys gevonden zijnde in der manieren bovengescreven.

Nochtans, want die adjournementen niet gelijc en sijn in criminelen saken ende in civilen

ende dat men anders schuldich is te daigene wethouderen van eender stadt, een convent

van eenen clooster, een capelle van eender canonizijen, dan andere private luden, zoe

sal ick van der ondersceyden van dijen hier wat verclaren, te dijen eynde dat een

aenlegger oft verweerder des te doene hebbende, hem te nairder weeten moge na te weten

te reguleren.

[9] Van te daigen in criminalan saken.

In criminalen saken behoeft men te hebben een mandement van den prince

inhoudende die misdaet, gaende aen den iersten officier dat hij dat adjournement doe bij

informacie precedente, opdat die misdaet groot is, in civilen saken als van scatsculden,

voirwairden van com[a]nscapen, hueringen etc. ; desgelijcx in saken die reel zijn oft in

saken possessorie, van nyeuwicheyden oft van sinpelder possessien ende saisinen, en

behoeft geen informatie precedente. Item, in criminalen saken houden die mandementen

gemeynlijc dat men den misdadigen sal daigen te compareren in persoenen; eest dat die

executeur dijen persoen niet gevijnden en can, zoe sal hij dijen daigen tot zijnder

woenstad ende domicilien ; ende en heeft hij geen woenstadt, soe sal hij dijen daigen

ten huyse, dair hij meest pleecht te verkeerene, ende tot dijen opter plaetze van der

misdaet ende oic ter poyen oft voir der stadt huys, dair men die gemeyn geboden ende

mandementen van tsheeren wegen pleecht te kundigen.

[10] Van den mandementen in civilen saken.

Item, mair in civilen saken en begrijpen die mandementen nyet dat men iement

daigen sal in personen te comparerene, mair mogen compareren bij procureur.

[11] Om te daigen eenen deeken ende capittele.

Om te daigen deekenne ende capittele, behoirt dat men make capittele ende dat doen

vergairderen in sulcken getale dat dat genoch zije voir een collegie, ende dat mense

alsoe daige.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 2 15

[12] Om te daigen een convent.

Item, om te daigen een convent, hetzij van monieken oft van nonnen, behoeft dat

men dat convent doen vergairderen metten abt oft metter abdissen, prioer oft priorinne

etc., bij gelude van den tympanen hangende in den pandt in sulcken getale dat dat

genoch zije om een convent.

[13] Om te daigen een weth.

Item, om te daigen een weth van eender stadt, soe behoeft men te doen

vergairderen, in der hallen oft opter stadhuys, borgemeesteren ende scepenen oft soe

die wethouders genoempt zijn, in sulcken getale dat genoch zije voir een weth, ende die

daigen, ende dairaf rescripcie maken.

[14] Om te daigen een gemeynte.

Item, ende om te daigen een gemeynte, soe eest genoch dat men dat doe ter

plaetzen dair die heere aldair zijn gebode pleecht te doene.

Item, wair iement gedaigt voir eenen weerlijcken richter ende die nae der daiginge

clerc worde, dat gedinge sal na gescreven recht geeyndt wordden voir den weerlijcken

richter, ende dat sal wercken die voirscreven daiginge.

Item, die in tegenwoirdicheyden van den richter ende van den gerichte staet, dijen en

derf men niet daigen tot zijnder domcilien oft aen sijnen persoen buyten den gerichte,

alsoe verre als men hem aldair voir den richter aenspreken wille, want dat effect ende

die sake van der daigingen ende citacien is comparicie, ende ierst (a) voir recht, mair die

persoen aldair present zijnde ende aensprake horende, mach seggen dat hij niet beraden

en is noch wel geinstrueert om te antwoirden ende mach begeren dach van berade.

Item, noch suldij weten als men yemenden daigen sal, soe sal men hem ierst citeren

ende daigen aen zijnen persoen, opdat men hem vijnden can voir tgerichte oft ter merct

oft in der kercken oft in den plaetzen dair hij meest in pleecht te verkeeren; ende oft men

hem dair niet en vonde, soe sal men hem daigen te sijnen huyse, ende deen doen ende

dander niet laten, opdats behoeft. Oic mach men tsijnen huyse ondersuecken ende

vragen wair hij is.

Item, als een gedaigde persoen voir recht geweest is, ende herdaigt behoeft te zijne

in civilen saken, soe eest genoech dat men die daiginge doe tsijnen huyse nae recht.

Item, noch suldij weten dat die citacie ende dachmakinge behoirt na recht gedaen

te wordden ter instancien van partijen, want al is die commissie ende dat bevel van

citacien ende daigene gelegen in rechte, nochtans dwerck van daiginge is gelegen in

fayte, ende die richter en mach bij hem selven niet voltrecken noch volveuren tgeene dat

in fayte gelegen is, aldus moet die citacie gedaen zijn ter instancien van partijen oft

anders zij is nul, ende behoeft dat dairaf blijcke bij der relacien van den bode oft

huyssier.

(a). Na ierst heeft het hs. de ruimte voor een woord van een zestal letters blank gelaten.

16 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN

Item, nae recht en behoirt men niemende te daigenne op eenen heiligen dach om

der eeren wille van Gode, ten waire om merckelijke nootsake van den menschen.

Desgelijcx en sal men niet dach maken om te compareren op eenen heiligen dach om

der eeren wille van Gode, tenwaire insgelijcx overmits nootsake als boven, mair die

commissie van den bode om te daigen mach wel gemaict ende gegeven wordden op

eenen heiligen dach. Oic mach hij wel zijn relacie doen ende geven op alsulcken dach,

mair zijn execucie en mach bij niet dairop doen, mair in den ferien, die ingeset zijn voir

die noot van den luden, mogen dese dingen wel gescieden.

Item, noch suldij weten, dat nae gescreven recht bij der naicter dagingen ende

citacien, een wort gehouden te hebben geprevenieert die jurisdictie, want wort iement

gedaigt voir den weerlijcken richtere, ende hij dairnae clerc wordde, dat gedinge soude

geeynd wordden voir den weerlijcken richtere.

[15] Om te daigen in saken van appellacien.

Item, in saken van appellacien van eenen vonnisse gegeven bij wijsers die gemaent

wordden, soe eest genoech dat men daige den officier ende de wijsers die dat geweesen

hebben, ende sunderlinge dieselve wijsers, want zij, nae recht, dat gewijsde schuldich

zijn te sustinerenne op hairen cost ende sorge. Mair die heere oft officier die met hem

gedaigt is, en derf niet compareren het en gelieft hem, want hij met zijnen achterblijven

anders niet en verliest dan dat hij geen renvoy van der saken hebben en sal, al wairt dat

bij den hove geseyt wordde wel gewijst, ende dairomme eest den heere oft den officier wel

van noode dat hij metten wijsers comparere ende hem mede presentere om van der

saken trenvoy te hebbenne, dat niement voir hem begeeren en mach, want die wijsers

dat niet heysschen en mogen, ende niet en cunnen gedoen dan huer vonnisse te sustineren

tegen den appellant, want wordde geseyt qualijc gewijst, dat soude zijn zonder den last

van den heere oft zijnen officier. Ende in saken van appellacien moet men die daiginge

doen, nae den stijl van der Raidtcameren van Brabant, binnen XXX daigen.

[16] Van daiginge aengaende onbejairde oft onmondige.

Item, onverjairde of onmondige sal men doen versien van momboers bij der weth,

dair zij onder behoiren, eer men se daigen mach, ende dat gedaen zijnde mach men se

daigen bij procureur, desgelijcx oic heur monboers ; ende behoeft dat dmandement van

der daigingen dat begrijpe, ende wordde dat anders gedaen, die daigingen waire van

onweerden.

[17] Van daiginge aengaende sotten, uuytsinnige, uuytlantsche.

Item, van sotten, uuytsinnigen oft uuytlanschen luden behoeft dat zij versien

wordden van curateurs eer men se behoirlijc daigen mach, ende dat zij ende huer

curateuren met hem wordde gedaigt, anders is die daiginge idel.

[18] Wairomme die executeur begeeren sal assistencie aen den smalen heeren.

Item, ende al eest soe dat die officier oft sargent, doende zijn voirscreven execucie

onder ennigen smalen heere oft aen sijnen bailliou, begeren sal assistencie aen den-

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 2 17

selven smalen heeren oft aen sijnen balliou, drossart oft anderen sijnen officier, oft in

huerder absencien, dairover roepende ennige van den gebueren dairbij wonende,

nochtans soe en wort dat nyet gedaen, dan omdat sulcke smale heeren weten souden

wis[!] in hueren landen gebueren, opdat bij hem voir zijn interesten dairtegen opponeren

mochte, indijen dat waire tegen zijn heerlicheyt.

[19] Van daigingen int cas van mesuse ende geweygerder justicie dairaf dat

geappelleert wort.

Item, in cas van mesuse gedaen bij ennigen officier oft sergent aengaende der

jurisdictien van zijnen heere, sal men alsoe [wel] moeten daigen den heere die den officier

gestelt heeft als den officier, om te comen hem verantwoirden voir den oversten ;

desgelijcx, in cas van appellacien van geweygerder justicien geschiet bij ennigen officier,

moet men alsoe wel daigen den heere dijen gestelt heeft als den officier, want die heere

es diegeene die zijn heerlicheyt ende landt dairmede soude mogen verbueren, het en

waire in cas van corrupcien oft van ander quaetheyt die der jurisdictien niet aen en

ginge, in welcken gevalle elcx zijn paxken dragen soude.

[20] Van te daigene in den hove subalterne.

Item, in den hove subalterne wesende onder den Raidt voirscreven, wordden die

daigingen gedaen nae de gewoente van hueren bancken ; ende wordden gemeynlijc die

daiginge gedaen ende die genechten gehouden in civilen saken XV daigen in XV

daigen, in criminelen saken van III daigen te III daigen, ende oic van XV daigen tot

XV daigen ; in cas reael, van XV daigen tot XV daigen, in cas feodael, van XV daige[n]

tot XV daigen.

[21] Van te daigene eenen voirvluchtigen opt gewijde.

Item, eenen voirvluchtigen opt gewijde mach men wel daigen in de kercke, ende

dat adjournement sal goet blijven; ende en can men den voirvluchtigen niet gevijnden,

soe sal men hem daigen ter poeyen oft voire der stadt huys, dair men den openbairen

geboden van tsheeren wegen pleecpt (sic) te doen.

[22] Van te daigen in cas van excesse ende overdade, ende van zijnen deffaulten.

Item, in cas van excesse ende overdade geeft men commissie om te daigen, te

compareren in persoene, ende dat bijwijlen simpelijc ende bijwijlen bij aentastingen

van den persoene, bijwijlen om dijen te vangene, soe verre men dijen gecrijgen can, oft

anders, wair men dijen net en conste gecrijgen, den selven te daigene op die pene van

den banne uuyten lande, ende op die verbuerte van allen zijnen goeden, nemende ende

stellende alle zijn goeden in mijns genadichs heeren handen.

[23] Hoe men procederen sal tegen den gedaigden simpelijc in persoene, als hij

deffault commiteert.

Item, eest dat die gedaigde persoen simpelijc ten daige committeert deffault ende

niet en compareert, soe accuseert die wederpartije sijn contumacie, ende die richter

18 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

geeft tegen hem deffault ende nyeuwe commissie om hem wederomme te daigene bij

aentastingen sijns persoens; ende en coempt hij noch nyet, zoe consenteert men ander

default ende die derde commissie om hem te vangene, opdat men hem gecrijgen can ;

mair en can men hem niet gecrijgen, soe en sal mens nochtans niet daigen opte pene

van den banne ende van confiscacien van goede, mair metten derden deffault sal men

hem versteeken van allen excepcien ende weeren, ende ordineren der partijen huer

intendit over te geven int gescrifte, dairop men enqueste sal doen, om diewelcke te

doene, men moet den voirscreven absenten noch daigen om die getuygen te zien

zweeren ; ende coempt hij die zien zweeren, die commissarijs sal hem dach geven om

reprochen te geven. Ende dit behoirt aldus gedaen te worddene, alsoe wel als die

procureur general partije is als die clagende partije ; want als dair een clagende

partije is anders dan de procureur, soe eest proces in cas van injurien, ende dairinne

vuegt hem altijt die procureur metter clagender partijen.

Item, hier mocht iement vragen wat contumacie is, soe suldij weten dat contumacie

wort bij rechten gediffinieert te sijn een ongehoirsaemheyt ende een inobediencie

gecommitteert bij iemenden tegen zijnen richter oft prelaet, want men schuldich is den

oversten te obedieren. Ende hij wort geheeten contumax die, gedaigt zijn[de] bij III

edicten ende daigingen oft bij eenen edicte peremptorijlijcken, niet en compareert noch

niet en coempt voir recht, mair dat gebodt ende bevel van den richter versmaet oft

veracht. Ende men vijndt verscheiden manieren van contumacien, want ennige

contumacie is geheeten wairachtige ende kennelijcke contumacie, gelijckerwijs oft die

gedaigde seide dat hij niet comen en soude, oft nyet eenen voet dairomme versetten en

soude. Andere contumacie is geheeten wairachtigc contumacie uuyt presumptien,

gelijckerwijs oft een persoen wairachtelijc gedaigt waire aen zijnen persoen, ende niet

en compareerde ten beteekende daige, soe waire te presumieren dat hij niet en hadde

gecompareert overmits nootsake. Een derde contumacie is geheeten geveynsde oft

gefingeerde contumacie, gelijckerwijs oft een persoen niet en gedaigt en waire aen

zijnen persoen, mair alleenlijc tot zijnen huyse. Ende dese voirscreven ondersceyde

zijn beboefflijcken geweeten om der costen wille, want een persoen die contumax is,

wort in de costen geringraveert ende bezwairt na de grootte ende qualificacie van der

contumacien, mits dat om der contumacien wille die persoen die contumax is,

in de costen verbonden ende geobligeert is, te weten, is hij wairachtelijc ende kenlijc

contumax, in de costen terstont op te leggen eer men voirtprocedere oft hem absolvere;

ende is hij contumax uuyt wairachtige presumptien, oft anderssins uuyt geveynsder

daigingen, soe sal hij onffangen wordden om nootsin te bewijsen, ende men vertrect

wel in dijen gevalle die costen totten eynde van der saken. Ende zoe wanneer iement

aldus gedaigt zijnde niet en compareert, zoe houdt den stijl dat zijn wederpartije

accuseert zijn coutumacie ende absencie, versueckende dat hem, tegen den gedaigden

niet comparerende, gedecerneert ende gegeven worde deffault, dats te seggen, merringe

oft verachtinge, tot sulcken proffijte als dairtoe behoirt, van welcken proffijte breerder

verclairt sal wordden in die IIIe ende IIIIe capittelen van desen iersten boecke hier-

nae volgende.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 2 19

[24] Hoe men procederen sal tegen den gedaigden op peyne van banne ende van

confiscacien.

Item, is die sake ierst criminelijc innegeset op pene van banne ende van

confiscacien, zoe doet men III daigingen, ende de IIIIe van gracien ende overtoldichlijc,

na denwelcken men oversiet die exploicten ende die informacie precedente,(a) dairop

dierste daiginge gemaict was ; ende eest dat bij dijer informacien genoch blijckt van den

fayte ende tfayt in hem selven criminel is, oft anders datter ban toe dient, men

pronuncieert den ban ende men wijst die confiscacie. Eest oic soe dat niet genoch en

blijct bij der informacie precidenten van den fayte, men overhoort meer getuygen, niet

zoe men in civilen saken doet, dairtoe men pleegt te roepen die partije om die te zien

zweeren, mair zonder partije dairtegen te ropenne ; ende en dient dit overhooren van

meer getuygen niet dan alleene om die verzeekerheyt van der consciencien van den

richtere. Eest dat diegeene, die gedaight is te compareren in persoenen criminelijc op-

te peyne van banne, compareert, men slater hant aene int consistorie ende neempten

gevangen ; ende eer men conclusie tegen hem neempt, men ondervraechten ende geeft

hem interrogatorien apaert bij eede, ende men stelt zijn deposicie in gescrifte ; ende, die

gesien metter informacien precedente, men maict hem zijn proces extraordinarijslijc

oft ordinarijslijc, alsoe men bij der informacien ende sijne desposicie de sake vijndt

gelegen. Eest dat men ordinarijslijc procedeert, ende dair partije is andere dan de

procureur general, men maict hem heysch int consistorie, concluderende tot civilder

reparacien ende beternissen, somwijle eerlijcke alleene, ende somwijle ee[r]lijcke ende

proffijtelijcke, ende die procureur general concludeert criminelijc, ende bij tijden

alter[n]eert hij zijn conclusie, ende leegt die in tween, te wetene bij alsoe dat sulcke

conclusie criminele niet schuldich en waire gewijst te zijne, dat dan die facteur oft

misdadige geduempt ende gecondempneert wordde ten proffijte van onsen genadichen

heere de somme etc. Ende al woude die procureur general zijn conclusie niet alterneren,

nochtans soude hem thof appointeren dat te doene, opdat die sake dairtoe gedisponeert

waire ; ende in dijen gevallen slae[c]t men den gevangenen op goede zekere ende

borchtochten wederomme inne te comene, oft verreyct ende verhaelt te zijne van den

stucken ende gecondempneert te zijnne in de conclusie van partijen ende oic van den

procureur tegen hem genomen, ende oic op een payne van gelde te verbuerenne tot

onsen genadichs heeren proffijte ; ende men neempt die borchtochte van der penen

ende oic van te betalene tgewijsde ; ende dairnae gaet men voirt ende procedeert

ordinarijslijc van XIIII nachten tot XIIII ; ende bij moet telcken daige dienende

incomen oft hij en waire geslaect totten eynde van den gedinge, ende dan bescheyt men

hem dach om inne te comenne ten daige van der sentencien om recht te hoorenne. Ende

oft sulcken gevangen geen borchtochte genoech zijnde gedoen en conste, soe sal men

op hem procederen van derden daige totten derden daige, opdat hij wille, ende corten

hem zijn proces ; ende is alleleens weder hij bij den executeur met hem gebracht wort

(a). precedente, in hs. : presidente.

20 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

gevangen, oft dat hij doen niet gecregen en wert ende dairomme gedaigt wert op-

te pene van den banne, want ten daige als hij incoempt, neempt men hem gevangen.

[25] Hoe men opten criminelen persoen comparerende procedeert extraordinarie.

Item, als men extraordinarijslijc procedeert, kendt die gevangen tfayt ende hij

dairinne persevereert ende bijblijft, men doet hem trecht op sijn kennisse hetzije van

live, van lede, van op pellerijn, scafaut oft leerder gestelt te zijne oft gebannen te zijne.

Ende seegt die president oft richter in zijn consistorie, dair sulc misdadige sit : "Omdat

ghij N., dusdanigen dinck gedaen hebt, zoe dat den hove gebleeken is, alsoe wel bij u

selfs kennisse gedaen buyten banden van ysere als anderssins duegdelijc, zoe

condempneert u thof dat men u thooft af sal slaen ende wijst alle uwe goeden, erven,

leene ende have, gebuert ten proffijte van onsen genadichen heere, oft men wijst u de

vuyste af te slaenne, in een leerdere gemiteert gestelt te wordde[n], aldus lange, ende

bandt u voirt uuyten lande van Brabant."

[26] Van gedaiginge in cas van ve[r]zeer[ker]theyden voir des princen Raidt.

Item, int cas van verseerkertheyden als iement gedreygt is geweest ende hem

geducht gewelt oft geslagen te wordenne, zoe daight men dengeenen dairaf die clager

ende impetrant van den brieven ons genadichs heeren van adjournemente begeert te

zijne verzeekert, om hem zijn vrienden ende magen te verseekeren. Ende men doet

hem bevel bij machten van commissien opte penen van sekeren grooten sommen van

penningen te verbueren tegen onsen genadichen heere, dat bij die dachvairt hangende

niet en misdoe noch en doe misdoen ; coempt bij ten daige, hij moet den impetrant

verseekeren met zijnen vrienden ende magen ende geloven hem niet te misdoene op-

te verbuerte van live ende goede. Ende hiertegen en is geen excepcie oft excusacie

tegen niet-onffancbairheyt die de gedaigde proponeren mochte ; ende en is van geenen

noode, achter dat die verseekertheyt versocht wort met provisien van den prince oft

van zijnen Raide, dat die clager proeve oft thoene dat hij gedreygt oft gevreest is

geweest oft redene heeft gehadt hem te beduchten, want die prince doet bij zijnen Raide

elcken verseekeren die verseerkert wesen wille ; mair het is te wetene dat soe wij

verseekert zijn wille, hij moet hem presenteren voir den voirscreven Raidt te rechte te

staene tegen dengeene dair hij af verseekert zijn wille, al waire hij oic pape, clerc,

portere, ende bij dijen behoirde tot eender ander jurisdictien. Ende bij derselver

redenen als men iement verseerkeert voir hem, zijn vrienden ende magen, eest sake

dat onder die voirscreven sijne magen iement is die tfayt oft daet gedaen heeft opten

clagere, men steect den facteur uuyte. Ende men en ontfanct den gedaigde niet in cas van

verzeerkeertheiden bij procureur; mair eest dat hij in persoene niet en compareert, men

geeft deffault tegen hem, ende men wijst metten iersten deffaulten die verzeerkernissen

van weerden, recht oft hij die gedaen hadde metter handt. Ende men consenteert den

verseerkerden lettren om die versekertheyt te beteekenen ende te cundigen ; ende na-

dat die significacie ende beteekenisse van dijen gedaen is, ende dairenboven iement

tfayt dade, hij soude verbueren lijf ende goet, hoe cleyne dat tfayt oft die daet waire.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 21

[27] Van den gedaigden in cas van verzeekeertheyden in den hove subalterne.

Item, mair in den anderen bancken subalterne van den lande van Brabant en can

men niemende met rechte eenen anderen doen verzeekeren, tensije dat bij bethoene

met II wittige mannen dat hij gedreygt is geweest ; ende, dat gethoent, moet hij wel

verzeekeren na inhoudt van den lantzartere van Brabant.

IIIe CAPITTELE

VAN DER DAIGINGE ENDE DEFFAULTEN IN CAS VAN NYEUWICHEYDEN

ENDE ANDEREN CIVlLEN SAKEN

[1] [Van daigingen ende deffaulten in cas van nyeuwicheyden.]

Int cas van nyeuwicheyden, daironder dat begrepen wordden alle possessorien,

-zoe ic noch dencke hier naernaels te verclairenne, welcke cas van nyeuwicheyden soe

geprivelegieert is dat men dairaf, na den stijl van der croonen van Vranckerijcke,

geenen bancken oft gerichten ennich renvoy en geeft oft de kennisse en verseyndt, - dair

moet die executeur die partije, dair men over claigt, daigen te compareren ten derden

daige opte plaetze contencieuse oft dair die turbacie gedaen is, welcke plaetze staet

gemeynlijc gedesigneert int mandement oft impretacie ; ende en coempt die gedaigde

dair niet, de executeur geeft deffault en[de] mainteneert den clager in zijn possessie.

Ende dan gaet hij weder totten perturbateur, ende daighten tot eenen zekeren daige voir

thof om te hooren confirmeren dat deffault bij hem gegeven ; ende sal der partijen

significeren ende cundigen hoe dat bij sijnen deffaulte hij geinterineert heeft de

complainte, ende dat sal hij relateren ende overscrijven ; ende die richter sal dat bij

sentencien confirmeren. Ende al compareert hij dan voir thoff, nochtans hij en mach

anders niet gehoirt zijn dan om te wederleggene ende te straffen dat exploict, [ende]

can hij dat niet gedoen, te vervallen int possessorie. Desgelijck compareert hij voir den

executeur opte plaetze hem beteekent, ende hij niet restablisseren (a) en wille noch bij

teecken noch anderssins, de executeur geeft deffault ; mair in dit geval - want die

simpel lieden niet en weten wat restablissement in heeft - soe ligt thof dicwijle

dairmede, als hij ten daige dienende int hof bereet is te restablisserenne ter ordinancien

van den hove. Eest dat die gedaigde niet en coempt int hof ten daige hem beteekent, al

(a). restablisseren, in hs. : destablisseren.

22 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN

hadde hij opte plaetze contencieuxe gecompareert ende oic gerestablisseert, nochtans

met eenen deffaulte verliest hij zijn sake, ende die impetrant wort gehouden ende

gemainteneert in zijn possessie ende saisine begrepen in dimpetracie. Ende na den stijl

van den cancellier van Bourgoingnen, men stelt altoes in die complainte : "bij alsoe dat

u blijcke van der possessien ende saisinen boven verclairt", dwelc men niet en doet

in Vranckerijcke ; ende aldus brengt die executeur altoes te hove zijn informacie ten

daige dienende, dairop dat men ordineert van den restablissemente, want men siet

dairmede die scade gedaen ; mair van der recreancien en ordineert men nyet, het en sije

bij titelen die men overleyt, besundere in beneficialen saken, oft bij eender sommierder

enquesten van VI getuygen ende oirconden.

[2] Van daigingen ende deffaulten in anderen civilen saken.

Item, in anderen civilen saken, die niet en zijn in cas van nyeuwicheiden noch in

cas van injurien, mair zijn bij mandementen ende bevele om yet gedaen oft gegeven te

hebbene, eest dat die gedaigde coemt ten daige hem beteekent. die emmer, soe

voirscreven is, ten minsten moet VIII daigen vrij zijn na den dach dat die duerweerdere

die bevelen oft daiginge doet, soe maict die aenlegger zijnen heysch, tenwaire dat

hij selve niet bereet en waire, dan moet hij nemen delay, dat is uuytset, bij absencien

van raide, anders heeft die gedaigde orlof van den hove ende costen. Den heysch

gehoirt hebbende, die verweerdere mach nemen dach om te antwoirden, ende oic om te

seggen dat hij wille, ende is die maniere van sprekene dach van beraide van [d]en

sondaige in XIIII daigen oft III weeken, oft soe sijs eens zijn, oft alsoe thoff ordineert ;

dijen dach omme comende, ten daige dienende, somwijlen heyscht een andere richtere

oft weth dat renvoy van der zaken ende die kennisse van dijen voir hem versonden te

hebben, ende die gedaigde partije advoueert ende vuecht huer metter voirscreven weth

om aldair te recht te comene, ende dan neempt gemeynlijc die heysschere dach om

dat te consenterene oft te wederleggen ten XIIII daigen. Ten daige omme comende,

mach die voirscreven eysschere dat voirscreven renvoy consenteren sonder cost ; oic

mach hij dat wederleggen, ende dan rijst een proces op dat renvoy, ende die questie

principale blijft rustende ende stille staen, tot dat van den renvoy beslicht ende gewijst

is. Mair is hier te noteren, als een sculdenere verbonden is bij lettren onder zijnen

zegel oft onder zijn hanteeken, soe wort hij gedaigt om te kennene oft te loechenen sijn

hanteeken oft zijnen zegel, ende dan moet hij dairop kennen ten daige dienende ende al-

eer hij renvoy dairaf heysschen mach ; mair nae dat hij gekent heeft, soe mach hij

zijnder excepcien declinatorie gebruycken. Ende men is wel gewoenlijc dat renvoy te

consenteren, tenwaire dat die heysschere dat woude leggen in declinge van eede,

in welcken gevalle men geen renvoy geven en sal, noch oic desgelijcx als die prince

die sake committeert den hove mit specialen committimus gecauseert van der redenen

hem dairtoe beruerende.

[3] Wanneer een declinatorium stadt grijpt oft nyet.

Item, hier is noch te onthoudene dat geen declinatorie nae den stijl van den

Hoogen Raide stadt en heeft, dair en zije een ander richtere die die kennisse van der

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 23

saken heyssche ; ende geen richter en is ontfanckelijc om die kennisse te heysschen,

tensije dat die gedaigde partije huer adjungere ende begheere dair te rechte te

comenne. Mair desen stijl houdt men in die Raidtcameren van Brabant, alleenlijc als

dat renvoy geheyscht wort in cas van appellacien van eenen richter, die hem seegt

richter te zijne van appellacien immediaet ende sonder middel in derselver saken van

appellacien.

Eest datter geen renvoy geheyscht en wort in wat meterien[!] dat is, uuytgenomen

in materien van possessorien, van appelle, van executien ende van garande, dair ic hier

voirt af seggen sal, ende die gedaigde partije ten daige van antwoirdene niet

geantwoirden en can noch en wille, soe wort die gedaigde gecondempneert sonder

ennige preuve in de conclusie tegens hem genomen, hoe groot dat zij zijn, het en waire

dat hij heysschede delay bij absentien van raide.

[4] Van deffaulten ende non-comparacien.

Item, eest dat die voirscreven gedaigde ten iersten daige niet en coempt noch en

compareert, zoe geeft men deffault, dwelc zijn sal van sulcken effecte ende crachten

dat die gedaigde sal gepriveert zijn van allen excepcien declinatorien, ende geduempt

in de costen van dijen deffaulte ende andere commissien om te sijen wijsenne dat

proffijt van dijen deffault.

Ende eest dat hij ter IIster dachvairt compareert, oft oic ter derder, zoe is hij

alsoe geheel om heysch ende aensprake te hoorenne ende te antwoirden zonder te

mogen declineren, alsoft hij hadde gecompareert ten iersten daige, ende sonder dat

men nae den stijl van Vlaenderen ennige costen taxeren derff van den deffaulten ende

contumacien voirgaende, totten eynde van der saken, mair alleenlijc sal die advocaet

van Vlaenderen seggen, makende den heysch : "Ic bestede dat deffault oft deffaulten tot

sulcken proffijte als ten eynde van der saken ons schuldich sal zijn t[o]egewesen te

worddene". Mair desen stijl is contrarie van den stijl van den Hoogen Raide ende van

Brabant, dair men, comparerende den verweerdere, ten versuecke des aenleggers die

costen van der contumacien taxeert, eer men den verweerdere voirt hoiren sal.

Item, eest dat die verweerdere niet en compareert ten tweeden daige, zoe geeft

men dat IIde deffault tegen hem, dwelc zijn sal van sulcken effecte dat die gedaigde

sal gepriveert ende versteeken wordden van allen excepcien dilatorien, ende dairtoe

gecondempneert in de costen van dijen deffault als voire ; ende nyeuwe lettren van

commissien wordden den aenlegger verleent om den gedaigden wederomme te daigene

om den aenleggere te siene aenwijsenne die proffijten van den II deffaulten.

Item, eest dat die gedaigde niet en coempt, alsoe derde werf geroepen, mair laet

hem vallen in contumacien, zoe geeft men tegen hem dat IIIde deffault, dwelc sal zijn

van sulcken macht ende cracht dat hij gepriveert sal zijn van allen excepcien

peremptorien ende geduempt in de costen van III deffaulten, ende sullen den clagere

wordden verleent nyeuwe brieven om te heerdaigen den verweerdere op tproffijt van

den voirscreven III deffaulten. Ende en coempt hij dan nyet, zoe sal hij gewijst wordden

int IIIIde deffault met intimacien "come of nyet, men sal voirtgaen". Ende die

24 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN

verweerdere is mits desen lesten deffautte versteeken van allen deffencien ende weeren

ende men beteekent den heysschere dach om zijn intendit over te gevenne bij gescrifte,

op dwelc [men] doet besueck ende enqueste ; om welcke enqueste te doene, men moet

den verweerdere noch daigen om te zien zweeren die getuygen ende om te sien over te

nemen titelen ende brieven, die hij sal willen produceren, ende coempt die verweerdere,

die sien zweeren ; achter dat enqueste voldaen is, men sal hem geven den naemen

ende toenaemen van den getuygen ende copie van den geexhibeerde brieven ende dach

beteekenne om te dienenne van zijnen reprochen ende contradictien ; mair en coemt hij

niet om te zien zweeren die getuygen, die commissarijs geeft tegens hem deffault ende

hoirt die getuygen ; ende alsoe ennige seggen, hij is mits dijen deffaulte versteeken

van reprochen, mair anderen dunct dat men in dijen gevalle dijen verweerder

noch roepen soude om reprochen te gevenne.

Item (a), hier is te merckene dat hij meer voirdeels heeft in rechte ende van

meerder condicie is die III werf deffault committeert, eer bij voir recht coempt, dan die

mair een deffault en committeert, nae dat hij aensprake ende heysch gehoirt heeft.

[5] Van den gedaigden, die den IIIIen daige compareert.

Item, eest dat die gedaigde compareert ten IIIIen daige, die hen besceyden is van

gracien ende dabondant, hij en wort niet ontfangen om iet te mogen seggen, dan

alleene om te blamerenne ende te wederlegene, opdat hij can ende hem gelieft, die

voirgaande exploicten.

[6] Van den aenleggere, als hij niet en compareert.

Item, oft die aenlegger niet en quame tot zijnen daige ende die verweerdere

compareerde, ende dede blijcken bij der copien van den exploicten dath [!] hij dach

hadde, soe sal de verweerdere gegeven wordden orlof van den hove, ende selen hem

dan zijn costen aengeweesen wordden opdat hij des begeert ; welcken oirlof van

sulcken cracht sal zijn dat die verweerdere sal geabsolveert wordden van der

instancien van den gedinge, ende sal die aenlegger wederomme van nyeuws mogen

beginnen, opdat hem gelieft, betalende voiral de voirscreven costen.

[7] Van den comparuit ende sijnen effecte.

Item, oft die verweerdere in dijen gevalle geen copie van dijen exploicten en hadde,

mair offerde te doen blijcken dat hij ten voirscreven daige waire gedaigt geweest, soe

sal men den verweerdere geven comparuit, dwelc geregistreert sal wordden, ende

can (b) uij dairnae bij der copien van den executeur doen blijcken dat hij gedachvairt

was ten daige voirscreven, soe sal dat voirscreven comparuit gedeclareert wordden hem

te dienen gelijck orlof van den hove, dwelc hem aengewesen sal wordden metten

(a). In de marge : Nota bene, van de hand van den kopiist. - (b). can, in hs : en can.

DEN RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 25

costen als voire, behoudelijc dijen dat die wederpartije ierst behoirlijc gedaigt sije om

te sien wijsen dat proffijt van den voirscreven comparuit, tenwaire dat zij ennige

werckelijcke redenen consten geseggen die den richter ter contrarien moveren mochte.

[8] Van deffaulten int cas van possessorie.

Item, als een aenlegger is int cas simpelder possessien, dair geenssins questie en

waire van der proprieteyt, zoe eest genoech den aenlegger dat hij vercrijge II deffaulten,

ende sal dat proffijt van den II deffaulten van sulcker machten zijn als die IIII deffaulten,

dair boven af geseyt is int cas petitorie.

[9] Van den deffaulten int cas van appellacien.

Item, desgelijcx int cas van appelle als deen partije sentencie voir heur heeft,

dair die wederpartije af heeft geappelleert, eest dat die appellant releveert ende verheft

zijn appellacie tot eenen sekeren daige, ende die geappelleerde oft geintimeerde partije

geen diligencie en dade om te compareren, soe sullen II deffaulten genoch zijn om

te versteeken die voirscreven geappelleerde ende geintimeerde.

[10] Van den deffaulten des appellan[t]s.

Item, ende ter anderen zijden, eest dat dappellant geen diligencie en doet te

vervolgen zijn appel, ende die geappelleerde oft geintimeerde compareren ende doen

blijcken dat zij gedaigt zijn, in desen gevalle sal hem oirlof van den hove gegeven

wordden int cas van appeele, ende sal dairtoe die appellacie gedeclareert wordden

deserte, mits eenen simpelen deffautte. Mair en daden die appelleerde noch

geintimeerde nyet blijcken dat zij gedaigt wairen, in desen gevalle en soude hen niet

gegeven wordden dan een comparuit, dwelc hen weert soude weesen oirlof van den

hove, als, partijen dairtegen geroepen zijnde, die selve geappelleerde oft geintimeerde

daden blijcken van den voirscreven adjournemente in der manieren, soe voire verclairt is.

[11] Van deffaulte in cas van execucien.

Item, in cas van execucien, soe wanneer bij redenen van eenen vonnisse oft van

brieven die van hem selven zijn executorie, ennige execucie gedaen sal wordden op

ennige goeden oft op personen, ende die geexecuteerde hem opponeerden, soe dat hen dach

beteekent zije om te seggen redene van huerder opposicien, ende dan die opponenten

niet en compareren tot hueren daige, in desen gevalle is genoech aen een deffault, mits

welcken deffaulte geseegt sal wordden voir recht ten vervolge van den aenleggere dat

de executie gedaen sal wordden.

[12] Van den adjournemente ende deffaulte in cas van garande.

Item, ende want bijwijlen een persoen te rechte betrocken wort in materien dairaf

hij verhael ende recours af schuldich is te hebbenne op andere, indijen zij verviele, ende

dat mits dijen, ende om zijn scade te verhalen, hem van noode is iemende te doen

daigenne ende versuecken gedaigt te wordenne om hem te garanderen ende te

26 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

ontlasten van den voirscreven vervolge ende heysschen, want anders soude hij

verliesen zijn recht van verhale ende garande, zoe houdt den stijl dat tegen diegeene

die gedaigt zijn in cas van garande, genoech zijn II deffaulten, dewelcke vercregen

zijnde, diegeene die zijnen garandt heeft doen daigen, sal ontfangen sijn te doene

tegen den voirscreven gedaigden die protestacien ende sommacien, dairtoe behoirende,

ende es die principale sake sculdich te blijvenne berustende totter tijt dat de voirscreven

II deffaulten vercregen zijn, ende die voirscreven sommacien ende protestacien geschiet.

[13] Van den deffaulten nae de litiscontestacien.

Item, nae litiscontestatie in der saken gedaen, eest dat iemende van den partijen,

hetzij aenleggere oft verweerdere, niet en compareert ende failleert tot zijnen daigen,

in dijen gevalle verliest die deffailliant dat effect ende werc, dairop dijenselven dach

dienende is, gelijc als men seggen soude, hadde die partije dach om te dienenne van

scriftueren, hij soude mits zijnen deffaulte dairaf versteeken ende gepriveert zijn.

Insgelijcx hadde hij dach om te zien zweeren die getuygen, ende hij niet en quame,

men soude die eeden in sijnder absencien ; desgelijcx hadde hij dach om te dienen van

reprochen oft salvacien, hij soude versteeken sijn van die te geven; ende dit is alsoe te

verstaene van anderen gelijcken stucken, ende sal voirts geprocedeert wordden alsoe

dat behoirt.

[14] Van den nootsinne.

Item, hier moet wel verstaen ende onthouden zijn, al eest zoe dat iement geset

waire in deffault in wat meterien [!] dat dat wesen mochte, ende die defaillant quame

ende woude nootsin oft nootsaken thoenen dairomme hij niet gecompareert en waire,

in desen gevalle, partijen dairtegen gehoirt oft behoirlijc geroepen, mach hem bij den

hove versien wordden na dat men bevijnden sal die sake gedisponeert.

[15] Wat daenlegger doen moet als die verweerdere compareert.

Item, eest dat die verweerdere ende gedaigde compareert, de aenlegger sal

gehouden zijn te thoenen de verweerdere oft zijnen procureur die commissie metter

relacien, bij machten van denwelcken hij dach hadde, niet oic den acten van den

deffaulten bij den aenleggere verworven op datter ennige verworven zijn, ende sal oic

bereet zijn om te seggene oft doen seggen ende exponeren bij monde sijnen heysch

ende te nemen zijn conclusie.

[16] Dat partijen ierst gehoirt sullen wordden bij monde.

Item, ende is te wetene dat den stijl van der Raidtcameren van Brabant begrijpt

dat men in den voirscreven Raidt alle partijen ierst hooren sal bij monde in aensprake,

verantwoirden, replijcque ende duplijcque ; ende dat gedaen, eest dat men die can

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 27

geappointeren sonder scrijven, soe sal men dat doen; ende en can men dat niet gedoen,

soe sal men die appointeren te scrijven bij intendit oft bij memorien oft bij fayten

contrarien, soe dat die materien dat heysschen sal.

[17] Dat partijen wisselen selen van hueren scriftueren.

Item, soe wanneer die voirscreven partijen sullen geappointeert zijn in fayten

contrarien, ende gedingt sullen hebben van hueren scriftueren, zoo leert den stijl dat

men hem dach sal beteekenen om huer scriftueren te wisselen, die te accorderene

oft te debatterene, dats te wederspreken, ende dairenteynden die wederomme te

hove over te leggen, alle geaccordeert oft gebatteert ende wedersproken.

[18] Wanneer men dat proffijt van den vercregen deffault versuecken sal.

Item, ende is noch te wetenne, zoe wije deffault op iemenden gecregen heeft, die is

schuldich te versueckene dat hem dat proffyt van denselven deffaulte aengewesen

wordde, eer hij voirt procedere int principael van der saken, oft anders hij verliest

dat proffijt.

[19] Van den deffault tegen den gedaigden die gestorven is.

Item, wairt soe dat die gedaigde aflivich wordde voire sijnen dach ende bij dijen

niet en compareerde, soe suldij weten dat dairomme daenlegger niet en sal laten te

verwerven deffault tegen hem ende nyeuwe brieven van commissien om te sien

wijsen dat proffijt van den voirscreven deffaulte, mair die commissie sal inhouden

opposicie. Ende wairt dat ten selven daige, niement hem en quame opponeren oft

anders doen, soe soude men den aenlegger geven een comparuit ende andere commissie

om te daigen die oyr ende erfgenamen van den dooden om te sien wijsen dat proffijt

van dijen comparuit. Ende oft zij anderssins niet compareren en wouden noch voir

recht comen, zoe souden zij gedaigt wordden om aen te nemen oft te laten varen

die arrementen van den processe, oft anders soude dat proces vallen interrupt. Ende is

daenleggere diegeene die gestorven is, die verweerder mach dat comen doen binnen

jairs oft eer, alst hem gelieft. Eest oic die verweerder die gestorven is, zoe mogen

zijn hoyren comen binnen jairs int hof om dat te doene om te rusumeren oft te

laten dat proces, ende alsoe en valt dairinne geene interrupcie.

[20] Zeven manieren zijnder mede, dat men mach vallen in contumacien.

Item, hier is noch te wetene ende wel te noteren dat generalijc VII manieren zijn,

dairmet een persoen mach vallen in contumacien, ende comen in deffaulte in zijnder

saken. Te weten, ierst, niet comende; ten anderen male, niet antwoirdende; ten derden

male, donckerlijc antwoirdende ; ten vierden male, niet dienende oft exhiberende ;

ten Vsten [male], niet zweerende; ten VIen male, niet restituerende; ten VIIsten male, wech-

gaende. Ende van elcken sal ic u wat verclaren doen, zoe ic dat bescreven hebbe

gevonden ende in der practijcken weten stellen.

In den iersten valt een persoen in contumacien, als hij niet en coempt ten daige

hem beteekent, gelijc dat voir genoch verclairt is.

28 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN

Ten anderen male, al eest dat hij voir recht coempt, dat hij nochtans niet en

antwoirdt noch antwoirden en wille, mits denwelcken men geeft tegens hem deffault in

zijn presencie.

Ten IIIen male, die ten daige van verantwoirdene donckerlijc antwoirdt, zonder

behoirlijcke declaracie te doene van zijnen rechte.

Ten IIIIen male, in niet overleggende noch exhiberende oft dienende van gescrifte,

want die dach heeft om te dienen van gescriften ende dat niet en doet, die wort

contumax ende verliest die beneficie ende vruchte van dijen daige, ende wort versteeken

van sijnen scriftueren, ende die scriftueren van zijnder wederpartijen wordden ende

blijven alleene ontfangen.

Ten Ven male, in niet zweerende wort een contumax, te weten, die te zweeren

heeft, hetzije in die sake, oft hetzije te affirmeren zijn gescriften oft te antwoirden

opte articulen van zijnder wederpartien, dwelc bij eede behoirt te gesciedene ; eest dat

diegeene fault, die zijne articulen te affirmeren heeft, opte articulen te antwoirden

hebben, dien articulen van der wederpartijen sullen gehouden zijn voire bij derselver

wederpartijen geaffirmeert ende voire niet geantwoirdt mair voir geloeghent, ende niet

bekent bij den deffaillant.

[21] Van den eede te affirmeren die scriftueren.

Item, ende sal die partije die diligent is geweest, zijn fayten mogen thoenen met

lichten proeven ende thoene, mair die negligente partije sal mits haren deffaulte soe

veele verloren hebben dat hij versteeken sal zijn van allen reprochen, ende dat hij niet

gedaigt sal wordden om die getuygen te zien zweeren, indijen zijn wederpartije dat

niet bekennen en wille ; ende sal tot dijen gecondempneert wordden in de costen van

den daige voir die diligente partije, ende oic in de costen van den deffaulte van den

commissarijse, van den clerc, van den advocaet, van den procureur, van der commissien,

van der rescriptien, van den adjournemente dairop gedaen, ende in den costen van den

daige dienende om die voirscreven costen te sien wysenne ende die sake te stellene in

commissarijsen. Ende is te wetenne dat den eedt van affirmeren die scriftueren is eenen

eedt geheeten in latine iuramentum veritatis, dats te seggen, eedt der wairheyt, dair-

mede men zweert dat men houdt goede sake te hebben van des men met gescrifte

overgegeven heeft; nochtans en is dat geenen eedt die decisie ende beslichtinge van der

saken maict, gelijc die eeden zijn die deen partije den anderen biedt te geven oft te

nemen in cusbodingen ende deylingen van eede oft dijergelijcke, mair (a) den eedt die

partijen doet om te antwoirden per verbum credit vel non credit opte articulen ende

fayten van den geaffirmeerden scriftueren zijnder wederpartijen, en (b) is niet dan

eenen eedt geheeten in latine iuramentum credulitatis, dat is te seggen dat hij zweeren

sal te kennen oft te ontkennen die articulen van zijnder wederpartijen scriftueren nae

zijn beste meyninge, gelove ende wetentheyt, sonder dairinne te suecken calengie

oft argelist.

(a.) In de marge: Van den eedt , die partie doet om te antwoirden per verbum credit vel non credit.

(b.) en, in hs. : ende en.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 29

Hier suldij weeten dat, nae gescreven recht, men wel mach eenen getuyge

examineren op eenen heyligen dach, mair men en mach op eenen heyligen dach geenen

eedt van hem nemen; ende sulcken eedt en doogh nyet, ende als niet doogende en derf

hijs niet houden. Hieruuyt moechdij infereren dat den eedt die een richter oft een

officier van eender stadt doet op eenen heiligen dach tot zijnder officien, als hij

ontfangen wort, om te onderhouden die previlegien, rechten ende statuyten etc.,

gelijc dat gewoenlijc is, dat sulcken eedt niet en doogh; ende hij die den eedt opten

heiligen dach alsoe gedaen heeft, mach dairtegen comen, alsoft hij niet gezwooren

en hadde.

[22] Als die gedaigde achterblijft om te sien zweeren.

Eest dat die gedaigde dach heeft om te zweeren in die sake, ende hij achterblijft,

ende hij niet en compareert, deffault sal tegen hem gegeven wordden, ende dairmede sal

hij vervallen van zijnder querelen ende clachten ende gecondempneert wordden in die

costen, als boven.

Ten VIen male, vervalt een persoen in contumacien ende deffaulte in niet

restituerende oft werende (a) ; als die richter ordineert dat deen partije den anderen weder

leveren sal ennich dinc, dair gescil om is, ende die selve partije dat niet en doet ten daige

geordineert, zoe valt die in sulcken deffaulte dat die richter dat sal doen executeren tot

zijnder cost, ende dairtoe in de amende van den hove, dat hij niet volveurt en heeft

tgeene dat thof hadde geordineert.

Ten VIIen male, valt een persoen in deffault indijen dat hij wechgaet, te weten,

dat hij dach van recht hebbende, ende al wairt oic dat hij hem hadde gepresenteert,

hem afendich maicht zonder te compareren, al[sl sinen toert in die rolle coempt ende

voirtgeroepen wort, mits welcken deffaulte hij verliest die beneficie van dijen daige.

[23] Van den deffaulten opten dach van veue.

Item, als iement gedachvairt is in materie reale, dats in materien aengaende bodem

oft grondt oft proprieteyt van ennigen erven, dairaf die verweerdere begeeren mach

een delay oft uuytset van sien ende aanscouwingen oft thoen van der plaetzen te

hebben gedaen bij sien van oogen, om sekerlijc ende hat hem te beraden ende te

mogen weten, weder bij tvoirscreven gedinge wel sustineren oft hem dairaf

verdragen, welcke uuytstel hem bij den hove gegeven sal wordden van XV daigen,

binnen denwelcken die aenlegger hem die voirscreven ostencie ende veue (b) doen sal in

tegenwoirdicheyden van eenen officier die dairaf relacie ende rescripcie maken sal.

Eest dat diegeene die die ostencie doen soude, niet en coempt noch en compareert, hij

verliest die possessie ende saisine, ende in sommige plaetze zijn geheele sake.

[24] Van dengeenen die faillieert over te geven bij intendit.

Item, soe wije fault over te brengen bij intendit ten daige hem beteekent, hij

verliest zijn querele ende sake.

(a.) werende, in hs. : wetende. - (b.) veue, in hs : veut.

30 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[25] Van dengeenen die fault over te brengen bij memorien.

Item, soe wije failleert over te brengen bij memorien met gescriften ten daige

geordineert, hij en valt in geen sorge oft verlies van zijnder saken ende querelen, want

nadijen dat een persoen is geappointeert te scrijvenne bij memorien, zoe en derf hij niet

overbrengen ennige memorien, hij en wilt, mair mach hem gedragen totter memorien

van den hove, ende dairop recht begeeren.

Item, soe wije fault over te brengen bij gescrifte in fayten, of ten fine dat die

sake bedingt is, die verliest die beneficie van den daige.

[26] Van den defaillant gedaigt om te hooren recht.

Item, soe wije fault als hij gedachvairt is om te hooren recht, hetzij tegen hem

oft met hem, dairomme en sal niet achterblijven, recht en sal gewijst ende

uuytgesproken wordden, alsoe verre als partijen dairtoe vermaant zijn geweest.

[27] In wat saken men geen deffaulten en geeft.

Item, in cas van gebrokender sauvegardien oft in saken aengaende den domeynen

van den prince, soe en geeft men geen deffault tegen den procureur van den prinche, al

wairt oic dat partije huer met hem gevueght hadden, want de sake van gebrokender

sauvegardien is een sake puerlijc van den domeynen ende hoogheyt van den prinche ;

ende die procureur van den prinche mach des princen domeynen wel bewairen ende

beschudden, mair niet verminderen; ende al en woude hem die geintimeerde partije in

cas van gebrokender sauvegardien geen partije maken noch jungeren metten

procureur fiscael, dairomme en soude niet blijven de emende ende beternisse, ende oic

die integracie van der sauvegardien en souden dairop gewijst wordden, al en woude

hij die niet nemen.

IIIIe CAPITTELE

HOE ENDE IN WAT MANIEREN MEN NOOTSIN BIEDEN MACH,

ENDE

WELCKEN NOOTSIN ONTFANCKELIJC IS, OFT NYET

[1] Wat nootsin is.

Want ick hiervoire genarreert hebbe hoe men nootsin bieden ende thoenen mach

om te wederleggene dat deffault, dair iement inne geset waire, ende mochte excuseren

die contumacie, soe is hier te wetene ende te noteren dat nootsin te bieden en is

anders niet dan een vertreck oft uuytstellingen van den daige van rechte te gecrijgene,

bij nootsaken van siecten oft van gevangenissen oft van daiginge in persoenen te

compareren voir den oversten ende dijergelijcken nootsaken.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 4 31

[2] Van den nootsin van siecten.

Item, soe wije nootsin van siecten bieden ende thoenen wille, die moet dat doen

met certificatiebrieven van den prochiaen dijen gevisiteert heeft, ende met eenen anderen

dijen gesien hebben int sieckbedde ende die ten heiligen zweeren dat hij dat gezien

heeft, ende dat hem gelast is geweest die voirscreven certificacie te brengen. Mair in

den neederhoven oft smalen gerichten, pleecht men den nootsin te doene ende te

ontfangen van eenen persoen die gelooflijc ende bij eede den nootzin affirmeert, ende

dat hij last heeft dijen te kennen te geven.

[3] Van den nootsin van gevangenissen.

Item, soe wije nootsin van gevangenissen bieden wille, die sal dat doen bij brieven

van den heere, dair hij onder gevangen is, inhebbende die sake wairomme.

[4] Van nootsin van dootweden.

Item, nootsin van dootweden tusschen eedele sal geschieden onder zijnen segel,

inhoudende de sake van der veden, ende tegen wijen, presenterende (b) den nootsin te

verificerenne ende te bethoenen nae den orloge oft veeden geyndt, oft nadat bestant

dairinne gemaict sal zijn binnen behoirlijcken tijde, te weten dat hij van den richter

commissie hebben moet om dat te thoenen binnen den XIIII daigen nae den pays oft

den bestande dairinne gemaict.

[5] Van der diligencien aengaende den nootsin van der siecten.

Item, oft gebuerde dat iement nootsin dede bieden oft doen in den hove mits

zijnder ziecten, ende dat deffault dairop gegeven waire, behouden den nootsin, eest

dat die siecke (a) terstont als hij genesen is ende dat men hem sien mach wandelen, niet

en doet daigen zijn wederpartije, dairtegen hij den nootsin hadde doen doen, om zijnen

noot te purgeren ende te thoenen, indijen zijn wederpartije hem des niet geloeven

en wille, hij stelt hem te verliesen zijn sake ; want dede hem zijn wederpartije daigen

om te sien wijsen tproffijt van den voirscreven deffaulte te voiren op hem gegeven,

behouden den nootsin, in dijen gevalle soude dat proffijt van dijen deffaulte aengewesen

wordden dengeenen dijen hadde doen daigen metten costen prejudicialen.

[6] Van den (c) eede die diegeene doen sal, die den noot coempt condigen.

Item, soe wije den nootsin coempt cundigen int hoff, die sal drije dingen zweeren

ierst, dat hij houdt den nootsin wairachtich ende dueghdelijcke sijnde, ten anderen

male, dat hem specialijc belast is geweest dijen te kundigen ende ten derde male, dat

hem dat belast wort van den principalen dijen dat aengaet.

(a.) siecke, in hs. : siecte. - (b.) presenterende, in hs. : pretenderende. - (c.) Van den, in hs. :

Van den den.

32 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[71 Van den nootsinnen die ontfanckelijc zijn.

Item, want alle nootsinnen niet ontfanckelijc en zijn, zoe sal ic u seggen welcke

nootsinnen ontfanckelijc zijn. Ierst, nootsinne van siecten, nootsinne van gevangenisse

sonder opset oft scande, nootsin van dootweeden, nootsin van gereyst te zijne tot

zijnen oversten bij machte van daigingen bij hem gedaen, eer hij in deser saken

gedachvairt was, nootsin mits der doot van den vadere ende moedere, van wijfve, van

susteren, van bruedere binnen den selven daige oft des anderen dairtevoiren, nootsin

van kijnde gestorven bij toevalle van ongevalle, als verbrandt ende verdroncken,

nootsin van brudegom tsijne oft dat zijn wijf van kijnde gelage dijen dach, oft dat zij

den arbeyt hadde dijen dach, nootsin van gedinge van erven ende cateylen in anderen

hoven dair hij selve in persoenen soude moeten zijn op zijn sake verloren, ende nootsin

van gebannen te zijne uuyten lande dair hij dach inne hadde.

[8] Van den nootsinnen die niet ontfanckelijc en zijn.

Item, veele andere nootsinnen en zijn niet ontfanckelijc, te weten, als die

nootsake gecundicht wort nae die ure gewijst int hoff, want dan soude men oic te laet

comen ; die oic quame voir den gedinge nootsin cundigen, die quaem te vroegh ; die

oic den nootsin bij hem gecundicht niet affirmeren en woude bij eede, dijen nootsin en

waire niet ontfanckelijc.

[9] Van den deffaulten int cas van nootsijnne.

Item, es noch hier wel te noteren dat niettegenstaende dijen dat men den

nootsin die men cundicht ontfanckelijc waire, soe sal nochtans die wederpartije,

present ende diligent zijnde, versuecken deffault, behoudelijck den nootsin, want ten

eynde moet dijen [gedaichden](a) sijnen nootsin thoenen ende bijbrengen, oft anders hij

soude in vreesen van zijnder saken ende querelen staen.

[10] Van den nootsin in ennigen bancken locael.

Item, in ennigen hoven ende bancken locael zijn III nootsinnen ende die IIIIde van

gracien ende dabondant; een, ten iersten daige, noch een den tweeden daige, ende

nootsake van zijnen lijve ten IIIden daige ; ende hadde hij doen cundigen nootsake van

den lijve voire den derden dach, men en soude dairnae geenen anderen nootsin mogen

cundigen, want dats den sunderlijcxsten ende speciaelsten van al.

[11] In wat stucken men niet versteeken en wort, al en cundicht men geenen nootsin.

Item, al wairt soe dat iemende dach hebbende int hoff niet en conste compareren

tot zijnen daige, mits ennigen belette dat hem noottelijck gebuert waire, noch nootsin

cundigen, dairomme en sal hij niet versteeken wordden van sijnder querelen op dijen

dach, al wairt soe dat deffault tegen hem genomen waire, bijsundere in de punten ende

stucken hiernae volgende.

(a.) [gedaichden], in hs. is de ruimte voor dat woord blank gelaten.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 5 33

In den iersten, wair den sneuw soe diepe ende groot gevallen, dat hij zonder

vreese van zijnen lijve den wech niet gevijnden en conste; water, blixem, donder,

hagel, slachregen ende dijergelijcke soe groot dat hij niet dair geraken en conste ;

wairen die bruggen gebroken, die passagien geslooten, die dijcken ende spoeyen

gebroken ende die wege van watere overloopen; waire hem aencomen opten wech

ennich ongeluck aen lijve ende aen lede, van siecten, van ledebrekingen, oft dat des

princen vijanden in sijnen wege wairen, alsoe dat bij uuyt openbairder vreesen ende

sonder sorge van zijnen lijve niet comen en dorste tot zijnen daige; bij den voirscreven

redenen soude die gedaigde veronschuldicht wesen int hof, alsoe verre als hij dat dede

blijcken ten daige, als hij wederomme gedaigt soude zijn om te sien wijsen dat proffijt

van den voirscreven deffaulte.

Ende nae recht zijn oic geexcuseert onbejairde kijnderen, kijntsche, domme ende

sinneloose menschen oft die van ouderdom verduut ende kijnts gewordden zijn, ten-

waire dat met hem gedachvairt wairen huer momboirs oft curateurs ende besorgers,

want anderssins en dienen geen exploicten tegen sulcke liede.

Ve CAPITTELE

VAN PRESENTACIEN

Item, ende overmits dijen dat ic hiervoire gescreven hebbe dat men in der Raidt-

cameren van Brabant partijen ontcommert bij tourte van der rollen, nae ordene van der

presentacien bij hem gedaen des sondaigs in der griffien, zoe behoeft elcken simpelen

man te wetenne wat presenteren is, ende wat dairuuyt volgt, als men wel oft qualijc is

gepresenteert.

[1] Wat presenteren is.

Presenteren is te compareren ende te comen voir trecht in persoene oft bij

procureur ten daige hen beteekent voir recht ter behoirlijcker uren, den rechter met

sijnen wijsers te recht sittende, eest in bancken locael, dair men recht doet bij manen

ende wijsen, oft voir den greffier criminel oft civil int hof van den princhelijcken

gerichte als in den Raid.

Item, die verweerdere ende gedaigde partije en derf niet procederen, al hadde hij

haer gepresenteert, voir dat hair gebleeken zije dat hem die aenlegger tegen hair

gepresenteert hadde, want, bij niet presenteren oft bij niet behoirlijc ende wel

gepresenteert te zijne, mach [bij] den gedaigden vercregen wordden orlof van den hove

ende costen, ende dairomme behoeft den aenlegger dat bij hem selve presentere oft doe

presenteren tegen alle diegeene met namen ende toenamen, dair hij heeft tegen te

doene. Ende eest in saken van appellacien, soe sal die presentacie dat begrijpen (a).

(a). In de marge : van der presentacien in saken van appellacien.

34 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Hadde oic iement hem te doen presenteren tegen veele partijen al op eenen dach, het

en waire niet genoech dat hij hem presenteerde generalijc tegen eenen besunderen

genoempt ende tegen alle andere dair hij, op dijen dach, dach tegen hadde, mair soude

noot sijn dat hij elcke sake bij hem selven noemde, ende die partijen bij naeme ende

toenamen presenteren dede, oft anders soude die presentacie onbehoirlijc zijn gedaen.

[2] Van presentacien nae den dach.

Item, die hem presenteerde nae dat zijnen gesetten dach leden waire, hij soude te

laet comen.

[3] Hoe hem een procureur presenteren sal.

Item, een procureur is hem schuldich te presenteren in den name van sijnen

meester, oft anders en doogh die presentacie niet, want dade die procureur die

presentacie in sijns selfs naeme, die meester soude gehouden zijn als niet gepresenteert.

[4] Van den presentacien ende non-comparicien oft deffaulten in saken van

appellacien.

Item, in saken van appelle, behoeft dat die geappelleerde richter ende die

geintimeerde partije hen beyden presenteren, indijen die geintimeerde partije dat

gewijsde sustineren wille ende dairaf proffijteren, ende hier is te wetenne dat, in den

stijl van der Raidtcameren van Brabant, eest dat die gedaigde juge in cas van

appellacien niet en compareert noch oic die geintimeerde partije(a), in dijen gevalle sal

den appellant gegeven worden deffault, dwelc zijn sal van sulcken proffijte dat men

hem geven sal nyeuwe brieven van commissien om te herdaigenne den geadjourneerden

richter ende die geintimeerde partijen met intimacien "weder zij comen oft niet, men

sal voirts procederen soet behoiren sal". Ende eest dat zij metter tweester daigingen

niet en compareren, soe sal bij den hove geseyt wordden tegen den geappelleerden

richter qualijc gewijst, ende tegen den geintimeerden dat hij niet en sal proffijteren van

der sentencien van den voirscreven richter, ende selen die selve geappelleerde richters

gecondempneert wordden in de costen van den appellant.

[5] Als die geappelleerde compareren ende de geintimeerde niet.

Item, ende oft gebuerde dat den iersten daige van adjournemente die geappelleerde

richters comparerende ende die partije geintimeerde nyet, zoe sal die deffault gegeven

worden tegen die geintimeerde partije, ende sal herdaigt wordden tot eenen anderen

daige met intimacie "come oft niet, dat men voirtvaren sal". Ende die sake aengaende

den gedaigden richter aldair comparerende sal wordden uuytgestelt ende gecontinueert

totten daige dat die geintimeerde die herdaigt wort, gedaigt is te compareren. Ende eest

dat hij dan niet en compareert, zoe sal men tegen den voirscreven geintimeerden geven

a. In de marge : Als de geappelleerde noch geintimeerde partije niet en compareren.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 5 35

IIe deffault, ende sal versteken wordden ten proffijte van der sentencien, ende de

gedaigde richter[sl sullen gehoirt wordden, weder sij wel gewijst sullen hebben oft qualijc.

[6] Als die geintimeerde compareert ende die geappelleerde richter niet.

Item, oft ter contarien van dijen die geadjourneerde ende geappelleerde richters

niet en compareerden, ende dat die geintimeerde partije compareerde, zoe zullen die

geadjourneerde richters geset wordden in deffaulte, ende anderwerf worden gedaigt

met intimacien, als voire, ende die sake van den geintimeerden oic gecontinueert als

voire. Ende eest dat die geadjourneerde richters faillieren, soe sal men hem geven IIen

deffault ende declareren tegen hem qualijc gewijst ; ende nochtans dijen niet-

wederstaende, zoe sal die geintimeerde partije gehoirt zijn, wil hij proces sustineren,

an bene vel male, dats te seggen, oft dat wel oft qualijc geweesen is.

[7] Als die appellant hem niet en presenteert.

Item, als die appellant tot zijnen daige niet en compareert noch hem en heeft

gepresenteert, wat tproffijt dairmede den geappelleerden ende geintimeerden vercregen

wort, dats hiervoire verclairt int derde capittele, sprekende van den daigingen ende

deffaulten(1).

[8] Als dappellant hem niet en presenteert alsoe wel tegen den geintimeerden als

appelleerden.

Item, eest tsake dat een appellant ten daige dienende in cas van appelle hem niet

en heeft gepresenteert, alsoe wel tegen die partije die tvonnisse voir hem heeft, die

geheeten is die geintimeerde partije, als tegen den richter dairaf dat hij geappelleert

heeft, zoe wort die appellant gehouden als niet-appellant, ende men sal bevelen die

sentencie ter execucien te stellen.

[9] Als hem yement heeft doen presenteren bij procureur.

Item, ende oft gebuerde dat hem iement hadde doen presenteren bij sijnen

procureur ende die voirscreven procureur niet en compareerde als bij voirtgeroepen

worde bij tourte van der rollen, wairt tsake[!] dat des anderen daigs dairna die procureur

behoirlijck nootsake bethoende dat hij niet en hadde dair connen geweesen, dat hof soude

hem dairaf releveren ende afslaen oft rebatteren dat deffault, want het soude hert wesen

voir die partije, die dair geen schult in en hadde, dat zij bij faulten van hueren

procureur huer sake verliesen souden.

[10] Wairomme ennige bancken ende wetten partijen niet en ontcommeren bij

oerdenen van presentacie.

Item, es noch te wetenne dat in veele particuliere bancken ende gerichten dair

men trecht doet bij manissen ende wijsdomme, men niet en ontcommert noch en geeft

(1) Zie blz. 21

36 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

audiencie den partijen bij oerdenen van ennigen presentacien die men ordineren mochte

bij hem aldair gedaen te wordden aen den maendere oft aen zijnen clerc, ende is te

sorgene dat die officiers ende wetouders van denselven bancken dat laten te

ordineren om der portanten wille, ende om dijes wille dat zij van partijen meer

gevolgt souden wordden om expedicie te gecrijgen, ende bij dijen des meer te

genyeten ende te proffiteren ende den eenen te mogen voirderen ende den

anderen achterwairts stellen. Zoe wee den richters die dat niet en pijnen te

remedieren hetzije in den audiencien te geven, hetzij na den gedinge ende

conclusien in der saken der outster partijen in rechte, yerst werf huer vonnisse uuyt

te sprekene, indijen men dat gevuegelijc bijgebrengen conste.

[11] Van den presentacien in smalen bancken.

Item, es noch te weten dair hem iement presenteren wille in rechte voir den

particulieren bancken van den lande, es hij clerc, weuwe oft ander persoen userende

van previlegien, dair die rechters mede gequelt mochten wordden, die waire schuldich

aldair hem te presenteren met eenen voight oft borge aldair bedwanckelijc, oft

anders en soude die presentacie van geender weerden zijn, ende die presentacie van

den voight ende van den borchtochten waire van noode wel geregistreert te wordden.

[12] Van den presentacien ende deffaulten in smalen bancken.

Item, is noch te weten dat in den particulieren gerichten dair men wijst bij

manisse ende wijsdomme, men niement schuldich en is te wijsene in deffault, dan

alsoe verre als hij niet en coempt hem presenteren diewijle dat die heeren ende

wethouders in rechte sitten, te weten dat generalijc in civilen ende personeelen saken

van penningen oft anderen contracten den dach schuldich is gehuedt te wordden ;

ende sal dijen tijt dienen totter noenen, dair men voir der noenen dingt, ende dair men

nair der noenen dingt, tot dat vesperen gedaen zijn. Ende in realen saken, tot des

avonts ten sterren tijde toe ; ende in criminelen saken sal men den dach hueden ende

wachten tot dat die sonne ondergegaen is, hetzije ter ierster daigingen oft dat zij

heerdaigt wordden te comen van derden daige ten derden daige ; niettemin veele

bancken hebben hieraf besundere costumen, ende die sal men onderhouden.

VIe CAPITTELE

VAN DEN DELAYEN ENDE CONTUMACIEN ORDINARIJS

Om dijes wille dat in eenen processe bijwijlen die aenlegger ende bijwijlen die

verweerdere contumacien, uuytstelle oft delayen begeeren te hebben eer in derselver

saken aensprake ende verantwoirden gegaen zijn, ende oic dairnae, soe sal ic tracteren

hier wat uuytsette, delayen oft contumacien van saken ordinarijs zijn, alsoe wel voir

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 6 37

den aenlegger als voir den verweerdere, ende hoe men die pleegt bij den hove te

verleenenne nae den stijl van den selven hove.

[l] Welc ordinarijs delayen zijn.

Te hebben ende te begeeren dach van advijse, dach van berade, dach van

absencien van raide, dach van overdenckingen, dach van antwoirdenne, dach om te

repliceren, dach om te dupliceren ende dijergelijcke zijn alle ordinarijse delaye

ende uuytsette, ende zijn genoch bij oerdenen vervolgende den [eenen] den anderen in

den werlijcken hoven.

[2] Dach van avijse.

Dach van avijse oft van rade, is een delay dach [die] een verweerdere mach ende

sculdich is van hebben als hij zijn aensprake heeft gehoirt, ende desen dach van avijse

en(a) verandert niet den staet van der saken, want van den daige van avijse te gunnen

dairaf en heeft die aenlegger geen proffijt, ende dairomme en is men den dach van

avijse niet schuldich te hebben dan eens in der saken, ende dyent desen dach alleenlijc

ende principalijc opte oversien die commissie van adjournemente, die rescripcie ende

die andere arrementen dairop dat die verweerdere is gedaigt ende vervolght.

[3] Dach van tantwoirden.

Dach om te antwoirdenne is van eender andere natueren die enger ende meer

bijsunder is, ende en is anders niet dan om te antwoirden properlijc opten heysch

van den aenlegger met kennen oft ontkennen, want hij dairnae niet en mach proponeren

ennige excepcie declinatorie oft dilatorie, ende en mach dairtoe niet ontfangen wordden.

[4] Dach van absencien.

Dach van absencien van raide is genoch van andere condicien, niet zoe preschijs

noch soe enge als den dach is van berade ; want den dach van absencien van raide is

sulc dat elc van den aenleggere oft verweerdere die eens hebben mach in den voirscreven

proces, in welcke state dat dat proces is voir den vonnisse, soe wanneer hem dat gelieft,

hetzije voir der aenspraken oft dairnae, voir de litiscontestacie oft dairnae, al wairt

oic soe dat die partije, die den voirscreven dach van absencien begeerde, hadde dair

tegenwoirdich sijnen raid, een oft meer, sijnen procureur ende sijnen advocaet, alsoe

verre als hij die absencie begeert, eer die sentencie zije bereet om gepronnuncieert te

wordden.

[5] Dach van overdenckinge.

Dach van overdenckingen is geheeten in walsche tour dappensement, ende dijent

alleene dengeenen die gedaigt is om aen te nemen oft te achterlaten die sake ende

(a) en, in hs : ende

38 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

arrementen van eenen proces, dair die heysschere oft verweerdere af gestorven waire,

ende die levende partije woude dat proces voirtjagen, want hij en conste dat niet

gevoirderen ende voirtgejagen zonder te doen daigen de oyren ende erfgenamen van

den dooden int hof dair die sake hangende is, om ten daige dienende te versuecken die

selve erfgenamen van den dooden dat proces aen te nemen in den staet als[t] gebleven

was ter voirscreven doot, ende dairinne voirt te vairen alst behoiren soude ; ende in

dijen gevalle mogen die oyren van den dooden aannemen tvoirscreven proces, opdat

hen gelieft, ende oft zij dat niet en wouden aannemen, nochtans soe sal die versueckere

niet laten zijn diligencie ende ernsticheyt te doene, om te vervolgen zijn proces als

nae sommacien dairaf gedaen, ende die richter sal dan dairinne voirtgaen ten versuecke

van der partijen, ende van des dairaf sal wordden gewijst, dat selen die oyren ende

erfgenamen van den dooden sculdich zijn te voldoene bij execucien van justicien.

[6] Van den delaye van officien.

Item, noch is een andere delay, dat gescieden mach voir der aensprake ende

dairnae, ende voir der litiscontestacien ende dairnae, ende voir den vonnisse, mair het

en behoirt mair eens te geschiedene in een proces, dat es een delay oft uuytset dat thof

doen ende geven mach van XV daigen van officien wegen; ende dair en mach geen van

der partijen wederseggen.

[7] Een verweerdere sal hebben dach van berade na den dach van avijse.

Item, noch houdt den stijl, eest dat die verweerdere nae dat hij sal hebben gehoirt

die conclusie van den aenleggere ende gesien die exploicten, indijen hij die sien wille,

begeert dach om hem te beraden, men sal hem geven VIII daigen, oft XV ten lancxten.

[8] Van delay in cas van garande, ende hoe men dairin procederen sal.

Item, eest dat die verweerdere, gehoirt hebbende die conclusie van den aenlegger

ende gesien zijn exploicten, begeerde delay om te sommeren ende te vermanen zijn

garandt, ende de materie gedisponeert is tot garande, soe sal men den verweerdere

consenteren een delay van garande ende brieven van commissien om te daigen sijnen

garand, ten XV daigen dairnae volgende. Ende eest dat die garant niet en coempt, zoe

mach die verweerdere nemen deffault ende nyeuwe commissie, om te doen herdaigen

sijnen garand ten XV daigen dairnae ; tot welcken daige, eest dat die voirscreven garand

niet en compareert, die voirscreven verweerdere sal hebben dat IIe deffault, ende

sal dan moegen sommeren ende versuecken zijn partije die hem sculdich is te

garanderen in zijnder abscencien, dat hij hem quijte ende de sake verantwoirde, ende

in gebreecke ende deffaulte van dijen protesteren op hem te verhalen zijn scade, costen

ende interesten ; ende sonder meer delays te hebbene sal hij gehouden zijn te

verantwoirden metten mont ende te antwoirden opten heysch, soe hij in zijnen

raid bevijnden sal behoirende, hetzije bij dilatorien oft peremptorien oft anderssins.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 6 39

[9] Als die garand compareert.

Item, wairt dat, ten iersten of den IIsten adjournemente van den garand, die

garand compareerde voir recht, ende woude aannemen die querele ende tproces voir

den verweerdere ende begeerde delay om te antwoirden, die aenlegger sal sculdich zijn

te vernyeuwen zijnen heysch metten mont, ende die garand sal hebben een delay van

XV daigen om hem te beraden ende hem te comen verantwoirden metten monde alsoe

hem duncken sal dienende.

[10] Nae dat delay int cas van garand en mach men nyet declineren.

Item, woude iement declineren van justicien van den hove, die sal sculdich zijn

te proponeren zijn declinatorie eer hij nemen sal delay om te daigen zijn garand,

want dairnae en sal hij niet ontfangen wordden ; desgelijcx soe wije dat aenneempt

garand voir eenen anderen, die en sal niet mogen declineren tgerichte.

[11] Van den delayen om te repliceren ende te dupliceren.

Item, als die verweerdere sal hebben geantwoirdt bij monde, soe sal die aenlegger

hebben VIII daigen of XV ten lancxten, opdat hij des begeert, om te comen repliceren

bij monde.

Item, desgelijcx die verweerdere ten daige als men repliceren sal, sal mogen nemen

delay van VIII daigen oft XV daigen om te comen dupliceren, ende dat gedaen sullen

partijen geappointeert wordden te scrijvenne oft anderssins, opten staenden voet soe

dat behoiren sal.

[12] Van den delay van veuen de lieu.

Item, als iement sal gedaigt wordden in materie reaele, dair questie is van gronde

van erven, eest dat die verweerdere begheert te hebben delay van veuen, ende dat hem

die erve gethoent wordde, bij gesichte zijnder oogen, bij sal dairaf delay hebben van

XV daigen, en[de] dairenbinnen sal hem die aenlegger schuldich zijn te doene de

voirscreven ostencie van der erven in presencien van eenen officier, die dairaf sijn

rescripcie doen sal den hove.

[13] Dat men geen ander delay geven en sal sonder etc.

Item, boven desen voirscreven ordinarijsen delayen en sal geen van der partijen

mogen hebben andere delayen bijsundere die in enquesten zijn geappointeert, het en

waire bij brieven van octroye van onsen genadichen heere gecauseert met rechveerdichgen

saken, oft dat thof bevonde dat dair is nootsake, dairomme men behoefde een ander

delay te gevene, op dwelc partijen gehoirt, men appointeren soude, alsoe thof

bevijnden soude dairtoe behoirende.

[14] Wes nae den IIIIen deffaulten gedaen sal wordden.

Item, soe boven geseyt is, laet hem iement setten in IIII deffaulten in materien

dairinne dat behoeven IIII deffaulten gegeven te wordden, nae dat tvierde deffault

40 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

gegeven is, soe sal die aenlegger overgeven den hove zijn libel ; ende dat gedaen zijnde

behoeft dairop thoen ende verificacie te geschiedene, soe sal thof declareren dat men

dairop enqueste sal doen, ende sellen commissarijsen geordineert wordden om te doen

de voirscreven enqueste, die voirt procederen sullen, soet behoiren sal ende hier-

naemaels verclairt sal wordden.

[15] Wes nae den II deffaulten gedaen sal wordden in materie possessorie.

Item, desgelijcx soe geseyt is van dengeenen die hem selven laten stellen in IIII

deffaulten, soe sal oic gedaen wordden in materie possessorie, als die verweerdere sal

geset zijn in II deffaulten, te weten dat dan de enqueste gedaen sal wordden op dat

libel van den aenlegger als boven.

[16] Wes geschieden sal in materie van appeele ende van garande nae de

behoirlijcke deffaulten.

Item, mair in materien van appeele, van execucien ende van garande en sal niet

wordden alsoe geprocedeert, want in saken van appeele bij II deffaulten, gecommitteert

bij der geappelleerder ende geintimeerder partijen, sal zonder ennich proces oft

solempniteyt van berade geseyt wordden qualijc gewijst ende wel geappelleert, die

sentencie gereformeert ende geseyt dat dairaf niet en sal proffijteren diegeene die die

verworven hadde ; ende in deffaulte van den appellant sal gegeven wordden oirlof van

den hove int cas van appeele bij eenen simpelen deffaulte, ende dappellacie gedeclaireert

wordden desert.

[17] Van den delayen als iement geweesen wort tot zijnen thoen ende vermeete.

Item, als iement geweesen is tot zijnen thoene ende probacien van sijnen vermeeten,

es dan die sake civil ende civilijc geintenteert, zoe en behoirt men nae recht niet meer

dan II delayen ende uuytstelle te geven, mair is die sake crimineel ende capitael, soe

geeft men den accusatoer II delayen ende dengeenen die geaccuseert wort drije delayen,

ende dat op zekere kennisse van nootsaken, ende anderssins soe naemaels breerder

geseyt sal wordden int XVIIe capittele van den tweeden tractate oft boecke van deser

practijcken.

[18] Wat geschieden sal in materien van execucien nae behoirlijc deffault, ende

in saken van garande.

Item, in cas van execucien nae een simpel deffault sal geseyt wordden, dat die

execucie volschieden sal, ende den executeerder oirlof gegeven die te voldoene ; ende

in saken van garande nae II deffaulten sellen gedaen worden alle behoirlijcke versuecke[n]

ende sommacien tegen den gedaigden garand niet comparerende, dewelcke requesten

ende sommacien cracht hebben selen alsoft die gedaen wairen aen sijnen persoen,

gelijc voirscreven is.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 7 41

VIIe CAPITTELE

WAT ACTIE IS, ENDE HOE ZIJ GEDEELT WORT IN TWEEN

Om dan voirdaene onderwijs te geven den slechten ende simpelen lieden, die geerne

huer actie ende recht vervolgen souden, dat zij weeten mogen wat actie is, wairuuyt

dat die oirsprone neempt, ende wat personen ontfanckelijc zijn oft niet ontfanckelijc

om in recht te mogen ageren oft heysch te doene, wat personen heysch maken mogen

alleene oft met anderen macht over hem hebbende, wat lieden in recht ontfanckelijc zijn

voir eenen anderen te mogen daigenne bij procuracie oft zonder procuracie, ende dat zij

alsoe te nairder mogen dencken wat zij te doen selen hebben, eer zij hen haesten

lichtelijc in een proces te treedenne, want een proces slacht ende is te gelijcken bij der

motten, die dat laken eet ende verslijndt, in gelijckenissen van denwelcken dat proces

des menschen harte knaecht ende becommert met sorgen ende verdriete, dat hij dicwijle

noch geeten noch gedrincken en can, noch geenderhande dinc te handen getrecken,

die zwairheyt ende sorge van zijnen processe en coempt hem te voiren, bijsundere ende

aldermeest dengeenen die hem trechts niet wel en verstaan.

Wat actie is.

Soe suldij weten dat actie is geheeten een recht om te vervolgen in den gerichte dat

hem toebehoirt; ende ghij sult voirt weten dat die actie wort generalijc gedeelt in II

deelen oft leden. Ennige zijn geheeten actien reael, ende andere zijn geheeten actien

personeel.

Item, ennige willen dairaen hangen een derde let, te weeten, een actie die mixt is,

dats te seggen, die eensdeels reael is ende eensdeel[s] personeel ; mair dit derde let

wort gecomprehendeert onder dander II deelen oft leeden, te weten, als men ageert tot

reaelder prestacien ende betalingen op eenen persoen, zoe wort die actie begrepen

onder die actie reael geheeten in rem, ende als men ageert tot personeelen prestacien

op eenen persoen, soe wort die actie begrepen onder die actie personeel, die geheeten

wort actio in personam ; te weeten is, soe wanneer een actie, die mixt is, gedaen

wort om te hebben ennich dinck oft tgoet[!] reael, zoe volght zij den dingen ende

der reaelyteyt gelijc andere actien reael, ende soe wanneer sij gedaen wort om te

vervolgen den persoen die men aansprect, soe volght zij den persoen gelijc andere

actie personeel, want actien personeel volgen den persoen ende der natuere [van den]

personen, ende die actie[n] reael volgen ende concomitteren den dingen.

Item, ende alsoe men dingen vijndt die corporael zijn in drijerleyden differencien,

ennige zijn onberuerlijcke dingen als grondt ende erve, ennige zijn beruerlijcke dingen

als cleerder, boecke, gelt ende dijergelijcke haeffelijcke goeden, die men verrueren ende

dragen mach, ende ennige zijn dingen die hem selven mogen berueren, als peerde, scape,

coeyen ende dijergelijcke, ende dese wordden oic onder die beruerlijcke ende haefflijcke

goeden in den rechten mede gecomprehendeert; ende soe men oic ander dingen vijndt,

die incorporael zijn, soe dat mense noch drijven noch dragen en mach, zoe vijndt men

42 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

verscheiden actien in rem, dats te seggen, die reael zijn, van versceydender natueren

ende met verscheidenen namen genoempt om trecht dairaf te vervolgenne, gelijc dat

nairder hiernae verclairt sal wordden.

Item, die actie personeele concomiteren ende volgen den persoen principalijc, ende

presupponeren dat die verweerders oft debiteurs, dair zij tegen gedirigeert wordden,

geobligeert ende verbonden staen aen den heyschere, hetzije openbairlijc oft in stilre (a)

weerden, uuyt voirwairden oft contracte oft uuyt maleficien oft anderen figueren van

saken, soe achter breeder verclairt sal wordden. Ende dese actie personel wort wel

ingeset ad rem, om te hebben ennich dinc, mair zij presupponeert die obligacie van den

persoen, ende dairomme heet zij te zijne een actie personel. Exempel : Ghij hebt mij

vercocht een boeck oft verhuert een huys, ghij sijt te mijwairts verbonden ende

geobligeert uuyt contracte ende voirwairden, al eest dat ick agere ende vervolgh

oft heyssche make totten boecke oft totten huyse.

Item, die actie reael die en presupponeert niet den verweerdere, dair zij tegen

gedirigeert wort, verbonden te zijne, mair competeert te hebben een dinc gerestitueert

van dengeenen dair zij wort tegen gedirigeert. Exempel : Ick heyssche tdinc dat mij

onvreempt is, nochtans en heeft hij die verweerdere niet gelooft, noch hem aen mij

verbonden.

Item, uuyten geenen dat boven geseyt is, is clairlijc ende wel te verstaene dat actie

te hebben tot ennigen dingen en is anders niet dan te hebben sake, redene ende recht

om te heysschenne ende in gerichte te vervolgene tgeene dat hem toebehoirt. Ende dat

voirscreven recht van vervolgene is geheeten een actie, gelijc die redene ende recht

heeft over eenen anderen te heysschen lijf oft lit oft ennige beternisse van grooten ende

quaden injurien, die heeft op hem een actie personeel, die criminel is geheeten;

desgelijcx wije redene heeft eenen anderen te vervolgenne van sculden, van gelooften

oft ennige voirwairden, die heeft op hem een actie personeel, die civil is geheeten ; die

oic redenne ende recht heeft te vervolgene ennigen grondt van erven voir grontchijns

oft oudt belet oft nyeuwe turbacie oft andere ipoteecke oft verbijntenisse van gronde,

die heeft dairop een actie reale.

Item, deser actien reale zijn VI manieren, die geheeten zijn in latine, rei vindicatio,

petitio hereditatis, ipoticaria, publiciana, confessoria, et negatoria.

Item, ende want dan geen persoen in recht gespreken oft heysch gemaken en can

op iemenden bij personelder actien, die andere en zije in hem geobligeert, gehouden

ende verbonden, soe eest clair dat obligacie moeder is van der actien, ende dat die actie

hueren oirspronc neempt van obligacien van verbijntenissen van rechte. Ende die

obligacie neempt voirt hueren oirspronc oft uuyt overdrage, voirwairden ende contracten

ende uuyt ennigen wercken oft saken die cracht hebben, gelijc overdaden, mits den-

welcken ic hier declareren sal wat een contract is, ende hoedat principalijc van III

dingen dat contract sijn wesen neempt.

(a.) stilre, in hs. : stelre.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 8 43

VIIIe CAPITTELE

WAT EEN CONTRACT HEET, ENDE HOE HEM DAT DEELT

[l] [Wat een contract heet].

Contract is een voirwairde, overdrach oft consente dairmede dat partijen die dair

contraheren, deen aen den anderen verbonden ende gehouden zijn, als coopinge,

vercoopinge, hueringe, verhueringe ende dijergelijcken verbijntenissen. Exempel : Die

vercooper is verbonden den coopere tgoet te leveren, die cooper es verbonden den

vercoopere tgelt te betalen ; die verhuerder is schuldich den huerlinck zijnder hueren

te laten gebruyken, die huerlinck is schuldich den verhuerder zijn huere te betalen.

Ende generalijc dat contract van arras oft dair godspenning gegeven wort, dats

dierste contract ; ende dat contract neempt principalijc oirspronc uuyten pacte,

overdragen ende consente, dat partijen onderlingen met malcanderen overdragen,

malcanderen te geven oft te doene, hetzij bij mondelinge oft openbairen consente

oft bij ennigen wercke dat in hem selven stillichlijcke ende zwijgende macht ende

cracht heeft van consente, zoe dat hieronder nairder verclairt sal wordden.

[2] Van twederleye manieren van contracte.

Item, men vijndt principalijc twederleye manieren van contracte.

Deen maniere van contracte heeten genoemde contracten, als coop, vercoop,

hueringe ende dijergelijcke, derwelcker vocabel oft naem en can deen aen dandere

gestaen oft gedienen, want men niet en can geseggen, coop is verhueringe oft hueringe

is coop, ende dijergelijcke.

Dandere maniere zijn ongenoemde contracten, derwelcker vocabel oft naem is

alsoe wijt, dat zij moeten bij den genoemden contracten wordden gecompareert, gelijc

als men geeft dit om dat, dat is een contract ongenoempt, ende mach gelijct ende

gecompareert wordden hij den genoemden contracte van coope oft vercoope, want die

vercoopere geeft dat goet, ende de coopere geeft den prijs van den goede; desgelijcx,

als men dit doet om dat, oft als men dit doet omdat men dat geeft, oft als men dit geeft

omdat men dat doet, ende dijergelijcke, dat zijn ongenoemde contracten, soe men

seggen soude : "Ich geve u mijn huys, omdat ghij mij geeft uwen wijngaert", "Ic

gelove u eenen boec te scrijven, ende ghij gelooft mij een huys te maken."

[3] Hoe dat contract zijn wesen neempt uuyt III dingen.

Een contract heeft zijn wesen uuyt III dingen, te weten, uuyten personen die de

voirwairden ende contracten maken, uuyten dingen oft goeden dairop dat zij die

voirwairden maken, ende uuyten verbintenissen van den contrahenten ; ende hieromme

sal ick van elcken van desen drijen wat seggen bij oerdenen.

[4] Een onderscheyt ende divisie van den personen.

Ierst, van den persoen ; alle menschen, oft zij sijn mannen oft vrouwen oft

hermofodrijten, hebbende die natuere van beyden, nochtans heeft hij meer van den

44 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

mans, soe wort hij gehouden voir man, heeft hij meer van der vrouwen, soe wort hij

gehouden voir een wijf.

[5] Een ander onderscheyt van denselven.

Een ander onderscheyt oft divisie van personen is dese : alle mensche, oft zij sijn

geboren, oft zij zijn te baren, ende ennige zijn ontfangen ende noch levende, liggende

in der moeder lichaem, ende die wordden gericht alsoft zij geboren wairen.

[6] Een onderersceyt (sic) van denselven.

Een andere divisie ende onderscheyt van menschen is dese : alle menschen, oft hij

es vrij oft hij is seerf, dats te seggen, slave ende eens anders eygens.

[7] Wat een serf is.

Serf oft slave is diegeene die van eender moeder geboren is, die serf ende

onvrij is, oft die bij heercrachte oft bij openbairen oirloge gecregen zijn, oft die oudt is

boven XX jairen ende laet hem vercoopen om in den prijs deel te nemenne, oft anderssins,

onder ennigen titele die rechtveerdich is, hem laet willens ende weetens vertieren ende

brengen in slavernijen ende eyge[n]domme ; ende dese zijn geheeten in latine servi oft

mancipia id est manucapta. (a)

[8] Wat een vrij persoen is.

Vrij personen zijn diegeene die gedailt zijn van eenen vrijen vader ende van eender

vrijer moeder, oft ten minsten van eender vrijer moeder; want wije dair geboren wort,

volgt altijt die condicie van der moeder ende niet van den vadere; ende dese heeten in

latine libri, ende dese vrije; ennige van dijen heeten ingenui, ende dat zijn diegeene die

vrij geboren zijn, al wairt oic zoe dat die vader serf waire, oft dat zijn moeder vrij

waire, andere heeten libertini die uuyter servagien ende slavernijen vrij ende los

gemaict, ontslagen ende gegeven zijn.

[9] Een ander onderscheyt van denselven.

Een andere divisie van personen is te weten : alle menschen, oft zij zijn huers selfs

machtich, oft zij zijn onder die macht van anderen die hen self machtich zijn, dat zijn

alle vrije persoenen, ende die kijnderen die uuyter macht ende plicht van den vadere

ende moeder zijn, hetzij bij doode oft anderssins. Die onder die macht van anderen zijn,

dat sijn die slaven. Item, die kijnderen die int vaders plicht zijn, ende gevangene oft

gecochte persoonen.

[10] Een orderscheyt ende divisie van kijnderen.

Een ander onderscheyt van personen die kijnderen zijn, te weten, alle kijnderen,

oft zij zijn wittich oft natuerlijcke kijnderen, oft zij zijn wittich alleene, oft zij zijn

natuerlijc alleene, oft zij zijn noch natuerlijc noch wittich.

(a.) manucapta, in hs. : nanucapta.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 8 45

Wittige ende natuerlijcke kijnderen zijn die geprocreeert wordden uuyt wittigen

huwelijcke ; wittige kijnderen alleene zijn diegeene die bij adopcien ende kiesingen tot

kijnderen gecoren wordden.

Natuerlijcke kijnderen alleene zijn diegeene die geboren zijn van eenen boelken,

die concubijne is.

Noch wittige noch natuerlijcke kijnderen zijn diegeene die in overspeele oft in

gedampneerden ende verduempden commixtien ende bijslapingen geboren zijn, als die-

geene die gewonnen zijn van nichten oft van zwegerinnen, van nonnen oft van

geoerdenen susteren, van gehouden vrouwen ende dijergelijcke.

[11] Welc wittich oft onwichtich ouderdom is.

Item, hier es noch te weten dat wittigen ouderdoem es den tijt van XXV jairen, [die]

zijn geheeten in latine maiores; onwittijge ouderdoem is van XV jairen, ende die heeten in

latijne, minores ; ende dese van onwittige jairen zijn tweerhanden. Ennige heeten in

latine puberes, ende dat zijn die knechkens van XIIII jairen, ende die meyskens van

XII jairen, ende dese zijn oic geheeten adulti ende oic adolescentes, dat zijn jongelingen.

Ennige andere zijn geheeten impuberes, ende dat zijn die knechkens die jonger zijn dan

XIIII jairen, ende die meyskens die jonger zijn dan XII jairen, ende dese wordden noch

geheeten kijnderen ; ende eest dat zij noch vader noch moeder en hebben oft dat zij

berooft zijn van eenen van beyden, zoe heeten zij weesen. Ende van desen impuberes

zijn ennige geheeten kijnderkens, dat zijn die knechtkens ende meyskens tot VII jairen,

ende ennige zijn geheeten wat meerder dan kijnderkens, ende dat zijn die knechtkens

ouder dan VII jairen toe X 1/2 jairen toe, ende die meyskens van hueren VII jairen tot

dat zij IX 1/2 jair oudt zijn.

[12] Wat ende hoeveele manieren van personen een contract maken vicieux.

Hier es noch te weten dat XII manieren van personen zijn die een contract maken

vicieux, dats ondeugdelijc ende van onweerden, dairaf die viere niet en mogen

contraheren bij faulten van ouden, als kijnderkens, kijnderen, impuberes ende die bij

der pubriteyt comen zijn. Andere zijn die niet en mogen contraheren om huerder

condicien wille, als een kijndt dat in svaders plicht is, ende een serf ende oic een wijf,

dair dat bij statute verboden is, want contraheerde zij dairenboven, het contract soude

zijn van onweerden als tegen recht gedaen ; want alsoe crachtich is dat statuyt in een

stadt als dat gemeyn recht in een lant.

Item, een officiael wesende in zijnder officien en mach niet contraheren met zijnen

ondersate, noch een medicus met zijnen siecken, noch een advocaet met zijnder partijen

hangende zijnen gedingen.

Ander III zijn die niet en mogen contraheren bij redenen van gebrecken van siecten,

als die uuytsinnige, die stomme ende die doofve.

Andere IIII en mogen niet contraheren mits huerder overdaet, als een doorslager (a) van

(a.) doorslager, in hs. : dootslager.

46 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

hueren goede, een ongelovich oft heretijck mensche, een verloogent kersten oft

uuytgelopen monnick ende een openbair misdadige, die ter doot gewijst is ende van den

live gevangen.

[13] Hoe dat contract zijn weesen neempt uuyten dingen.

Item, ten anderen male, zoe hiervoir geseyt is, zoe neempt dat contract zijn wesen

niet alleene uuyten personen die dair contraheren, mair oic uuyten dingen, dairaf dat

zij contraheren ende hoer voirwairde maken, ende dairomme behoeft hier verclairt te

wordden hoe ende in wat manieren dat die machten ende heerscapien over die dingen

vercregen wordden.

[14] Hoe dominie over die dingen vercregen is.

Item, ende dairomme is hier te weten dat dominacie oft heerscapie over die dingen

wordt ende is vercregen, oft bij rechte dat bijnae alle menschen gebruycken, dwelc is

geheeten in latijne ius gentium, oft bij civilen rechte, dat is bij den rechte dat elck

volck oft elc stadt over ben selven ordineert ende stelt.

Bij der iersten manieren van rechte, dwelc geheeten is ius gentium, wordt die

dominacie ende heerscapie over die dingen gecregen in vijf manieren. In den iersten,

bij occupacien ende aenveerdingen, gelijc als wij die wilde beesten opter eerden, die

vissche int dwatere ende die vogele in der locht vangen, dwelcke - want die in nyemens

macht oft dwanck en zijn - wordden bij natuerlijcken redenen verleent dengeenen die

zijn hant dairop geleggen can. Ten anderen, bij invencien, dats bij vijndingen, gelijc oft

iement bij avontueren yet vonde in eens anders mans erve oft grondt sonder opset, soe

is die helft van dijen des vijnders, ende dandere helft des heeren van den gronde. Ten

derden male, bij alluvijen, dats te seggen bij aenworp van der zee oft riviere. Ten vierden

male, bij nemingen, gelijc oft wij iet namen met fortsen op die vianden van den heiligen

gelove, dat soude ons toebehoiren. Ten Vsten male, bij overgevinge oft leveringe,

gelijc een persoen zijn wittige jairen hebbende, vrij sijnde ende gans van verstande,

overgeeft ende levert uuyt eender geloofder saken iet dat zijn is, want met dijer tradicien

ende leveringen soe wort die dominacie ende heerscapie van den dingen, alsoe gelevert,

wort getransfereert in dengeenen die de voirscreven leveringe wort gedaen, gelijc men

seggen soude dat die dominie ende heerscapie van vercoopenne, van gevenne, van

duwairijen ende dijergelijcke wordden getransfereert in de macht ende dominacie van

dengeenen die dat ontfanckt ende neempt. Ten VIen male, bij plantingen, wijnninge,

bouwinge.

Item, bij der IIster manieren, geheeten ius civile, wort die dominacie ende

heerscapie over die dingen gecregen in vijf manieren. Dierste, bij arrogacien oft

adopcien, dats te seggen bij uuytverkiesingen, gelijc als een huysheere eenen anderen

wesende in zijnder macht uuytverkiest tot zijnen zoone, dat heet arrogacio, ende als hij

eenen tot zijnen kijnde verkiest, die in eens anders macht is, dat heet adopcio. Ten

IIden male, bij successien, hetzije bij testamente, oft van bloetswegen ende sonder

testament, dwelc is geheeten ab intestato. Ten derden male, bij inganck van religien

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 8 47

oft van geestelijcken plaetzen, dairmede die weerlijcke staet zeere mede wort

gemindert. Ten vierden male, bij usucapien. Ten Ven male, bij prescripcien. Ten

VIe male, bij sentencien ende vonnisse van den richtere die gegeven worden in

personelen actien.

[15] Wat usucapio heet.

Usucapio is vercrijgh van ruerende goeden bij continuacien van besitte ende

possessie, onder wittigen title eenen behoirlijcken tijt bij den rechten gestatueert,

gelijc als een persoen een dinc vercoopt oft overgeeft ter goeder trouwen meynende

macht dairover te hebben, hoewel nochtans dat zijn niet en is, ende diegeene die dat

ontfanct, neempt dat oic ter goeder trouwen, meynende dat van den rechten heere dijen

dat toebeboirt, te hebben ontfangen ; bij besitte ende gebruycke van III jairen ongestoort,

sal dat euwelijc zijne blijven alsoe verre als dat dinc niet vicieux en is, gelijc men

seggen mochte kerckelijc dinc oft andere dijergelijcke. Ende is te wetenne dat bij

usucapien wort gecregen heerscapie ende dominie directe, mair bij prescriptien van

lange oft zeere langen tijden wordt alleene gecregen proffijtelijc ende utile dominie ende

heerscapie. Item, usucapio is een generalen naem begrijpende in hem prescripcie.

[16] Wat prescripcie heet.

Prescripcie is een lange gecontinueerde possessie, cracht nemende van den tijde

des gebruycx, gelijc die dominie ende heerscapie van den onberuerlijcken dingen wort

gecregen bij prescriptien van X jairen, onder diegeene die present ende bij der hant sijn,

dats die in die eender contreyen ende provincien zijn, ende van XX jairen onder die-

geene die absent ende van der hant zijn, dat is die in diversen provincien zijn, dats te

verstaene als die aenlegger binnen geenen tijde van der prescriptien binnen (a) dijen

contreyen oft lande geweest en is.

Item, prescripcie wort oic in den rechten geheeten een lange silencie oft langh

gezwijch.

[17] Wat totter prescripcien behoirt.

Hier is noch te noteren dat generalijc, eer men een onruerende dinc oft goed mach

prescriberen, zoe behoeven dair IIII dingen te zijn, te weten, goede trouwe, goeden

gerichten titel ende gecontinueerde possessie, ende dat dat dinc niet en zije vicieux.

Dair moeten oic zijn III andere dingen, te weten, dat dinck dat men prescribeert, ende

die persoen die dair prescribeert, ende die persoen dairtegen dat men prescribeert.

Mair, die goede trouwe ende possessie zijn die substanciale van al, ende men vijndt in

den rechten bescreven XXXI stucken dairinne dat geene prescriptie loop en heeft,

totten welcken ic u in desen verseynde, ende totten geenen des ghij dairaf int XVIe

capitele van den IIen boecke van deser Loopender Practijcken selt bescreven vijnden.

(a.) binnen, in hs. : dijen binnen.

48 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[18] Wat goede trouwe heet.

Goede trouwe moet dair zijn, alsoe wel van wegen des gevers oft vercoopers als van

wegen des coopers oft nemers, want hij geeft ter goeder trouwen, die heere meynt

te zijne van den dinge dat hij geeft, ende hij neempt dat ter goeder trouwen, die den

gever dairvoir houdt.

[19] Wat gerechten titel is.

Goeden, gerechten titel es dat men besit onder titel van ghijften, van coope, van

successien ende versterffenissen, ende heet den titel wittich zijnde, als hij bij den richter

gesterct ende geapprobeert wort, als bij tradicien ende consente, want naicte tradicie

sonder titel en transfereert geen dominie noch en verleent geen sake van prescripcien.

[20] Wat gecontinueerde possessie is.

Gecontinueerde possessie is als dat dinc beseten wort zijnen behoirlijcken tijt

zonde[r] stornisse oft interrupcie.

[21] Van den dingen dat vicieux is.

Dat dinc dat vicieux is, en can bij geender gecontinueerder possessien oft

prescripcien van X jairen oft van XX jairen geprescribeert wordden, als gewijde erve,

geestelijcke goede, der gemeynten goeden, des princen demeynen, der wesen goeden

ende dijergelijcke, als die bij anderen gehouden wordden dan bij dengeenen die die

toebehoiren.

[22] Hoe die dominie tweerleye is.

Hier is noch te weten dat dominie ende heerscapie van (a) den dingen es tweerleye ;

deen is geheeten dominie directe, dat es die recht uuytgaet ende puer is in heur selven,

ende die wort vercregen bij overleveringen ende tradicien gedaen van den gewairigen

grondtheere uuyt ennigen rechveerdigen titel ; dander is geheeten die proffijtelijcke ende

nuttige dominie ende die wort gecregen, oft bij tradicien oft overgevingen gedaen van

den gerechten heere, oft bij successien oft bij prescriptien.

[23] Wanneer een dinc geheet te zijne gelevert.

Item, noch is hier te nooteren dat een dinc heet gelevert te sijne, ierst, als

yement in die corporael possessie innegeleyt wort, dairinne wandelende. Ten anderen,

als iement van selfs dat aenvaert ende blijft gebruyckende ten aensien ende gedooghe

van zijnen adversarijs. Ten derden, als hem die stotelen van den kisten ende plaetzen

gegeven wordden, dair dat dinc inne is. Ten IIIIden male, als die coopere dat dinc doet

bewairen. Ten Ven male, als die gever mondelinge seegt : "Houdt en[de] hebt dat

dinc." Ten VIen male, als die vertierder van den dingen bekent dat hijt besittende

blijft in den name van den coopere. Ten VIIen, male, eest dat hij hem overgeeft die

(a.) van, in hs.: is van.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 8 49

oude brieven van den goeden. Ten VIIIen male, eest dat die vertierder dairinne zijn

tocht bespreect.

[24] Hoe dat contract neempt zijn weesen uuyt obligacien.

Ten derden male, zoe neempt dat contract zijn weesen niet alleen uuyten persoen

die dair contraheren, ende den dingen dairaf zij contraheren, mair oic uuyter verbijn-

tenissen ende obligacien die die contrahenten malcanderen doen.

Item, noch suldij weeten dat in den rechten een contract geheeten wort een

commutacie ende verwandelinge die wittich ende civil is, ende dese commutacie is

gevonden geweest nae den staet der innocentien ende onnoselheyden ende nae de

zunde, want den staet van innocentien hielt ende hadde alle dinc gemeyn.

Item, noch suldij weten dat men die divisie oft differencien ende onderscheyt van

den contracte weten ende bekennen mach in deser manieren, te weeten, ende bij den

contracte wort getransfereert die dominie ende heerscapie van den dingen, oft alleene

dat gebruyc. Wort bij den contracte getransfereert die dominie ende dat gedaen wort

bij middele van prijse, zoe comen dairuuyt twee manieren van contracten die correlatijf

zijn, deen geheeten cooper, ende dander vercooper ; ende wort die dominie getransfereert

zonder middel van prijse, zoe comen dairuuyt twee anderen manieren van contracten

die oic correlatijf zijn, deen geheeten leeninge ende [dander] geheeten onleninge van gelde;

en[de] men mach dairtoe vuegen een andere maniere van contracte geheeten liberale

donatie oft ghifte; ende noch een andere maniere geheeten wisselinge, die (a) die dominie

van eenen dinge transfereert tot eenen anderen dinge, blijvende elc dinc in zijnen

wesenne ende essencien, gelijc als men wijn wisselt om coren. Ende wort bij den

contracte alleene getransfereert dat gebruyck van den dinge, blijvende niettemin die

dominie van den dinge bij den transferent ende overgevere, ende dat dat gedaen wort

bij middele van (b) [ennigen] prijse, zoe comen dairuuyt twee specien van contracte die oic

correlatijf zijn, te weten hueringe, ende dandere geheeten verhueringe ; ende men mach

dairbij vuegen erfgevinge ende erfpachtinge ende erfflijcke ende jairlijcxe pensie,

geheeten emphitiosis ; oic mach men dairbij vuegen een andere specie van contracte

geheeten impignoracio, dats verpandinge, dairinne dat properlijc geen translacie en is

van den gebruycke, mair is alleenlijc een disposicie om der verzekeringen wille van

tgeene des eenen anderen geleent oft gelooft is te gebruycken; wort oic dat gebruyc van

den dinge getransfereert sonder middel van ennigen prijse, zoe comen dairuuyt tweer-

hande specien van contracten, deen geheeten commodacio, dwelc oic is een maniere van

leeningen, ende dander accommodacio, dwelc is een maniere van leeninge.

Item, noch suldij weten dat in ennigen dingen die dominie niet gesceyden en is van

den gebruycke, alst zij (c) in den geleenden telden gelde, welcx dominie is dat gebruyck

desselfs gelts, alsoic nae der spijsen, welcx gebruyck is derselver spijsen consumpsie

ende verganckellicheyt, zoe dat dairinne tgebruyc niet verscheyden en is van den

dominie ende heerscapien desselfs.

(a.) die, in hs. : allen. - (b.) van, in hs. : ende. - (c.) zij, in hs. : hij.

50 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

IXe CAPITTELE

WAT OBLIGACIE IS, ENDE HOE ZIJ HAER DEELT

[1] Wat obligacie is.

Ende om die dingen voirscreven wel te mogen verstaene, zoe zuldij weten dat

obligacie is eenen bandt van richte, dairmede een mensche bedwongen wort met goeder

redenen te voldoene tgeene dair hij inne gehouden is; ende desen bandt van obligacien

deelt hem in tween deelen.

[2] Van obligacie naturele.

Deen is obligacie naturele, ende is diegeene die natuerlijcke verbijntenisse

begrijpt ; in deser natuerlijcker obligacien verbijndt hem een weese, ende die tot zijnen

mondigen jairen, te weten totten jairen van der puberteyt, niet comen en is, zonder

auctoriteyt van zijnen monboir ; desgelijcx oic een slave oft serf, die iet gelooft zonder

zijnen heere ; desgelijcx tkijnt, dat in de plicht is van zijnen vadere ; ende die vader, die

den selven zijnen kijnde yet gelooft , in zijnder plicht wesende ; ende alsulcke

natuerlijcke obligacie alleene en bijndt niet, want natuerlijcke obligacie alleene is

machteloos om te ageren ende heysch te maken.

[3] Van obligacie civile.

Dander is obligacie civile, ende is als hem iement verbijndt bij solempn[i]teyten

van rechte yet te geven oft te doen, mair die natuerlijcke redelijcheyt en s[u]wairdert

noch en raidt niet dat men dat doe ; gelijc die onder zijnen segel oft voire notarijs ende

getuygen ende voir ennige wet bekent hadde ennige somme schuldich zijnde

toecomende van geleenden gelde, op hope dat men hem dat leenen ende overtellen soude,

ende dat hij dat nyet gehadt noch ontfangen en hadde, al heeft hem dese civilijc ende

solempnelijc verbonden, nochtans en wille die natuerlijcke gerichticheyt niet dat hij sal

betalen tgeene dat hij niet gehadt en heeft ; mair en wederleyde hij dat niet binnen den

iersten II jairen, hij soude natuerlijc ende civilijc dairinne gehouden zijn, ende aldus is

die civile obligacie alleene oic machteloos te ageren.

[4] Van obligacie naturele ende civile tsamen.

Die derde is obligacie natureele ende civile tsamen, ende is als een persoen die

hem verbijnden mach ende habele is om hem te mogen verbijnden, mitter solempniteyten

van den rechten hem verbijndt, ende die natuerlijcke redene wille dat hij dat voldoe;

ende dese obligacie ende verbijntenisse heeft (a) cracht ende macht om te ageren.

(a.) heeft, in hs. : ierst.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 9 51

[5] Een divisie ende onderscheyt van obligacien.

Item, noch zijn II principale manieren ende onderscheyde van obligacien ; deen is

obligacie bij contracte, ende dandere is obligacie bij maleficien oft misdade. Obligacie

bij contracte deelt hem in tween, te weten, in obligacie bij contracte, ende in obligacie

die is bijnae als uuyt contracte. Insgelijcx oic, soe deelt huer oic obligacie bij maleficien

in tween, te weeten, in obligacien bij maleficien, ende in obligacien die is bijnae als

uuyt maleficien ; ende hieraf sal ick [wat] seggen bij oerdenen.

[6] Van obligacien spruytende uuyt contracte.

Item, in den iersten neempt een obligacie oirspronc uuyt contracte, als hij nederdaelt

uuyt toeseggen, overdrage, pacte ende onderlinge geloofte van partijen ; ende uuyt

deser obligacien comende uuyt contracten spruyten veele manieren van actien die alle

personel zijn, die geheeten zijn, actio empti, actio venditi, actio locati, actio conducti,

actio mandati, actio depositi, actio commodati, actio mutui, actio pigneraticia, actio

pro socio, actio ex stipulatu, actio in factum, actio ex permutatione, actio ex prescriptis

verbis, actio de constituto.

[7] Van den obligacien spruytende bijnae als uuyt contracte.

Item, ten anderen male, een obligacie neempt hueren oirspronc bijnae als uuyten

contracte, als hij spruyt ende dailt uuyt eenen wercke, dat iement doet duer eenen

anderen, dairmede elc den anderen zwijgende verbonden is, hoewel dairaf geen geloofte

oft contract af geschiet en is, gelijc als iement eens anders sake ende proffijte voirdert,

sonder last oft bevel, gelijc een monboir, een voight ende dijergelijcke ; dese, want zij

niet en contraheren, zoe en zijn zij niet gehouden uuyt ennigen contracte, mair alleene

uuyten wercken, dat zwijgende ende stille in hem selven macht heeft van contracte,

ende is bijnae als een contract. Ende uuyt deser obligacien comende bijnae als uuyt

contracte spruyten oic veele manieren van actien die oic personel zijn, als actio

negotiorum gestorum, actio utrubi, actio tutele, actio familie erciscunde, actio communi

dividundo ende meer dijergelijcke.

[8] Van der obligacien spruytende uuyt maleficien.

Item, den derden male, een obligacie neempt hueren oirspronc uuyt overdaet ende

maleficien, als iement gerechkelijc selve quaet ende overdaet doet, in raide oft in dade,

in woorden oft in wercken ; ende uuyt deser obligacien comende van maleficien spruyten

veele manieren van actien, die alle personeel zijn, dairaf datter veele privaet geheeten

zijn, als actio furti, actio vi bonorum raptorum, actio quod metus causa, actio unde vi,

actio uti possidetis, actio utrubi, actio quod vi aut clam, actio iniurie, actio legis

Aquilie, actio in factum si quadrupes pauperiem fecisse dicetur, actio expilate

hereditatis, actio stellionatus, actio abigeatus, ende meer andere private actien hierna

verclairt.

Item, andere zijn geheeten openbairen actien, als actio lese maiestatis, actio

adulterii, actio de vi privata, actio de vi publica, actio de sicariis, actio de plagiariis,

52 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

actio de falsis, actio de ambitu, actio repetundarum, actio peculatus, actio sacrilegii

ende meer andere hierachter verclairt, dwelc openbaar actien zijn geheeten.

[9] Van obligacien spruytende bijna uuyt maleficien.

Item, ten vierden male, een obligacie neempt hueren oirspronc bijnae uuyt maleficien

oft overdaden, als die daelt uuyt eenen wercke, dat principalijc geen misdaet en is,

maer is bijnae misdaet, als die onversien wat uuyter venstere goite ende eenen anderen

onweetens dairmede bestorte, wee oft hinder dede, bij waire gehouden hem dat te

beteren. Ende uuyt deser obligacien spruyten zeere veele manieren van actien, als actio

in factum contra iudicem qui male vel per imprudenciam iudicavit, actio de deiectis et

effusis aut suspensis, actio excercitoria, actio institoria, actio in factum de

emissis contra illos, actio in factum que datur pro singulis interdictis ; et interdicta

sunt hec: ne quid in flumine fiat, ne quod factum est collatur, ne quid in loco sacro fiat,

ne quid in loco publico fiat, ne vis ei fiat qui in possessionem missus est, interdictum

quorum bonorum, quod legatorum, de tabulis exhibendis, de liberis exhibendis, de libero

homine exhibendo, interdictum unde vi, quod vi aut clam, [uti] possidetis, utrubi, de

superficiebus, de precario, de glande legenda, de opere demoliendo, quod factum est

post novi operis nunciationem.

Item, edicta pretoris, que sunt ista : si quis in ius vocatus non ierit, si quis fecerit ne

vocatus in judicio sistat, edictum de edendo, de calumpnialoribus subsidiaria in factum,

actio que datur de alienacione mutandi iudicii causa facta, actio que datur contra

messorem falsum dicentem et assumptos funerarios repetundos, actio in factum quod

descendit ex iureiurando vel ex sentencia.

Item, sunt etiam condiciones, constitutiones et aiectiones : condicio ob causam

datorum, et condicio sine causa, condicio furtiva, condicio triticaria, condicio ex lege;

constitutiones sunt: et sepe contingit, redintegranda, si quis in causa, si quis argentum

et plures; alie aiectiones sunt : redhibitoria, quanto minoris, de evictione, de tributoria,

institoria, exercitoria, quo iussu, de in rem verso, de peculio, actio in factum que

generaliter datur quotiens alia actio deficit, van allen welcken actien, condicien,

constitucien ende aiectien, interdicten ende edicten ic hiernae wat sal seggen ende

verclairen om dairaf den simpelen wat gevuelens ende verstants te geven.

[10] Van diversen manieren dairuuyt dat obligacie wort gecontraheert.

Item, hier es noch te noteren dat obligacie bijwijlen werdt gecontraheert uuyten

dinge, als in leeningen, ontleeningen, settingen te pande ende dijergelijcke ; want uuyt

den dinge dat ic iement leene oft pande sette, is hij mij schuldich ende verbonden dat

te restitueren ; ende bijwijlen wordden die obligacien gecontrabeert uuyt woorden, als

men eenen vraight oft dat hij alsoe bekennen wille, ende hij antwoirdt ja, ende dat es

geheeten een stipulacie.

Bijwijlen wordden die obligacien gecontraheert alleenlijc met brieven oft letteren,

gelijc als een scrijft, ende bekent met gescrifte, dat hij sculdich is van geleenden gelde

eenen anderen X oft XII pondt, die hij noyt en ontfinck, ende dat hij dairaf niet

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 10 53

excipieert, ende dairaf pijnt te volgen binnen II jairen, zoe blijft bij mits dijen letteren,

na dijen II jairen, natuerlijc ende civilijc geobligeert dat te betalene ; ende bijwijlen

wordden obligacien gecontraheert alleenlijc bij consente, als in geselscape van

comanscapen, in bevele van den oirboir te proevene, sonde[r] particuliere procuracie te

geven van leeningen oft anderssins, want die dairinne dbeste doet ende wat uuytleegt,

dander sijn medegeselle is verbonden hem dairaf inne te staene, al eest dat hij hem

noch brieve, noch toeseggen, noch gelt dairtoe gelooft noch gedaen en heeft.

[11] Wat obligacie men sculdich is te houden oft niet.

Item, noch suldij weten dat obligacie gedaen ter goeder trouwen moet gehouden

wordden, ende ter contrarien van dijen, obligacie gedaen ter quader trouwen en is niet

sculdich gehouden te wordden, gelijc obligacie gedaen van saken die onmogelijc zijn.

Item, obligacien van lelijcken saken ende overdaden als liede[n] te dooden, te

injurienne, item, obligacie van bedroge, item, obligacie tegen goede seden, item,

obligacie tegen ons gelove, item, obligacie tegen ordinancie ende bevele van den

princen oft tegen tgemeyn recht, item, obligacien, die deen den anderen contraheren oft

een dinck, item, obligacie gedaen tegen goede natuerlijcke goedertierenheyt, gelijc oft

iement gelooft hadde zijn kijndt nemmermeer goet te doene, item, obligacie gedaen van

den gemeynen goeden sonder octroy ende consent van den prince ; dese manieren van

obligacien ende dijergelijcke en sijn niet sculdich gehouden te wordden.

[12] Een ander divisie van obligacien.

Item, obligacie wort noch gedeelt in II manieren, te weten, in obligacien generael

ende in obligacien speciael. Obligacie general is eenen generalen verbijntenis-

se op hem selven ende op allet tsijne, sonder ennige speciale pande te noemen. Obligacie

speciale is een verbijntenisse die deen partije den anderen doet met expressen woorden

ende voirwairden, ende mits zekeren redenen dairinne gecauseert bij willigen contracte ;

ende dese speciale obligacie gaet voir die generale, al oft ick iemenden verbonden

hadde met generalen woorden alle mijn goeden, ende dat ic, dairnae, eenen anderen

hadde verbonden specialijc een zeker genoempt parceel van mijnen goeden, diegeene

die die speciale obligacie hadde, soude voir den anderen gaen, alsoeverre als die

geobligeert dairaf in possessien waire bevonden, ende dat hij van dengeenen, die die

generale obligacie hadde, niet en waire ierst te recht betrocken.

Xe CAPITTELE

VAN STIPULACIEN ENDE PACTEN

[1] Wat stipulacie is.

Item, ende om dieswille dat ick voire genarreert hebbe van den obligacien ende

verbijntenissen, die gecontraheert wordden bij stipulacien, ende ic te meer stonden

54 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

gesien ende geweten hebbe dat veele leecke simpele wethouders ende huer clercken,

dijer ic veele gesien hebbe in diversen bancken des lants van Brabant, voirwairden

tusschen partijen ontfangen ende stipuleren, ende nochtans zeer luttel wisten te

onderscheyden in wat stucken ende saken die stipulacien idel zijn ende van onweerden,

oft deugdelijc ende goet, soe is hier te noteren dat stipulacie is een vaste maniere oft

concept van woorden, dairmede dat iement gelooft eenen anderen iet te doene oft geven,

nadijen dat hem dat bij den voirscreven anderen geinterrogeert ende gevraight is

geweest; ende aldus soe neempt stipulacie heur wesen uuyter voirgaender vragen ende

der navolgender responsien oft antwoirden, in deser manieren : "Ghij gelooft mij te

geven X pont, suldij oft geloofdijt ?" - "Ic geloeft, oft salse u geven oft betalen."

[2] Dat stipulacie in veele manieren zijn ydel ende onnut.

Item, noch suldij weeten dat die stipulacie in veele manieren ydel zijn ende inutile.

In den iersten, bij intervalle van tijde, te weten, die vrage gedaen zijnde den partijen

oft heur voirwairde sulcx is als die clerc gelesen heeft, als dan partijen verbonden een

merckelijcke [tijt] verbeyden, eer zij ja willen seggen, mair keeren hem tot eenen anderen

wercke, zoe is die stipulacie ydel ende van onweerden, want zij wairen schuldich ter-

stont te antwoirden, eer zij hen weynden tot anderen wercke. Ten anderen, is die stipu-

lacie ydel, als partijen, dair die kennisse doen willen, malcanderen nyet en hoiren noch en

verstaen, ende dairomme stomme, doofve mensche, uuytlantsche, ende lieden die

absent zijn, ende onmundige kijnderen en mogen niet contraheren bij stipulacie. Ten

derden male, als men deen stipuleert, ende die partije een andere gelooft. Ten IIIIden

male, als die stipulacie gecontraheert wort onder een condicie die niet mogelijc en is,

gelijc oft iement yet geloofde ende stipuleerde te doene, alsoeverre als hij den hemel

metten vingheren raicte. Ten Vste male, soe is die stipulacie ydel, die dair daelt uuyt

eender lelijcker ende onreynder saken, als te stipuleren dootslach, kerckroof oft

dijergelijcke. Ten VIste male, is die stipulacie ydel, die gedaen wort uuyt vreesen oft

uuyt bedrooge. Ten VII-ste male, is die stipulacie ydel als men aen der antwoirden

yet hanght, dat niet begrepen en is in der voirwairden.

Item, men vijndt stipulacie die geheeten is peur stipellacie, ende is diegeene, die

noch gedaen en is op condicie noch op daige, mair peur ende absolut, aldus seggende :

"Suldij dat geven ? " - "ja, ic salt geven. " Andere stipulacie vijndt men die condi-

cionael is, ende wort gedaen op condicien, aldus : "Ghij gelooft mij te betalen X pont,

als die vloote uuyt Spaengien coempt." - "ja ic, dan sal ict betalen." Noch vijndt

men een derde stipulacie geheeten in diem, dats stipulacie op daige, aldus : "Ghij

gelooft mij X lb. te betalen, Sint jansmisse. " - "ja ick." Item, noch vijndt men een

andere maniere van stipulacie, geheeten stipulacio aquiliana, ende die noveert alle

contracten, ende dairaf sal naemails breeder gescreven wordden.

[3] Wat onderscheyt dat is tusschen stipulacie ende pacte.

Hier es wel behoeffelijc te weten wat onderscheyt dat is tusschen stipulacie ende

pacte, ende wat pactum is. Dat onderscheyt is, dat pact wort alleene volmaict bij

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 10 55

consente, als dagelijcx gevalt tusschen cooplieden, die coopen ende vercoopen, mair in

der stipulacien en behoeft niet alleene consent, mair dat consent moet gevest zijn ende

vastgemaict met interrogacien van dengeenen die dairover staen, ende metten

antwoirden van den persoen, die dat pactum oft verdrach maken.

[4] Wat pactum is.

Een pactum en is anders nyet dan een overdracht oft onderlinge consent dat II

personen oft meer overdragen in eender saken oft dingen, deen den anderen te doene

oft te gevene, ende is geheeten pactum van den palmslage oft omdat dat een werck is

van payse.

[5] Van den pacten die idel zijn.

Oic suldij weten dat alle pacten ende overdrage idel ende onnut zijn, die gedaen

wordden tegen recht ende tegen die constitucie ende geboden van den richter, oft in

frauden ende bedrogen van iemenden.

Tegen die gebode ende constitutie van den richtere gevalt pactie die ydel is, gelijc

oft een overdracht ende pactie wordde gemaict, dat deen den anderen tsijne stelen

mochte sonder verbueren.

Item, in frauden ende bedrooge zal geschieden dicwijle die pacten ende verdrage,

want bedroch ende fraude geschieden van eenen dinge totten anderen, gelijc het is

verboden dat men den kijnde wesende int svaders plicht niet leenen en sal, ende dat ic

hem dat niet en leene, mair ic geve hem dat, omdat hijt vercoopen soude, ende tgelt dair-

af gebruyken.

Insgelijcx gescieden bedrooge van der eender voirwairden totter anderen

voirwairden, als man ende wijf zijn verbonden malcanderen yet te geven nae den

huwelijck, nu coempt die man en geeft huer dat nyet, mair vercoopet haer. Desgelijcx

van den contracte totten selven contracte valt fraude ende bedroch. In[s]gelijcx van name

te name valt bedroch, gelijc als verboden is in een stadt geen borgemeester te zijne, ende

dat hem iement doet kiesen, niet tot borgemeestre mair tot voirscepen, want dat is

alleleens, ende is alleene een veranderinge van den name.

Desgelijcx oic gebuert fraude van eenen fayte tot anderen, als hier, ic geve u

mijn slave, op condicie dat ghij se niet en sult stellen int licht leven oft bordeel, ende

ghij doet de contrarie.

[6] Noch van pacten die idel zijn.

Item, met veele andere diverse manieren zoe wordden die overdrage ende pacten

der menschen ydel ende inutile gemaict, als es geloofte die een crediteur den sculdener

doet, dat hij zijnen pandt nyet vercoopen en sal, welc overdrach van onweerden is,

want die sculdenere dairmede tot frauden getrocken wort, ende omme die schult te

loegenen.

Item, een compact ende overdrach gemaict dat men geen duwairije voirtaene geven

en sal, want dats hinderlijc der douwarijen ende den gemeynen besten, [ende] is van

onweerden.

56 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch is van onweerden een overdrach oft pact, dairmede die man

gedampneert wort zijnder huysvrouwen boven tgheene des hij vervuegelijc vermach,

want dat is tegen goede zeden.

Item, een overdrach ende pact dair iement mede verdragen wort den eedt van

calaengien, die geheeten wort in latijne iuramentum calumpnie, is van onweerden ; die

redene is, want het is voir die gemeyn welvairt, dat die gedingen sonder ennige suspicie

voirtgaen.

Item, desgelijcx pactum de precario non revocando, dat is een pact oft verdrach dat

men die bede niet ontseggen oft wederroepen en sal, dats oic van onweerden.

Item, insgelijcx een pact oft verdrach van toecomender successien is onnut ende en

doogh nyet, want dat is tegen goede seden, ende wort desen mensche dairmede benomen

zijnen vrijen wille ende zijn testament te makenne, ende wort den erfgenamen gegeven

den voet van ongehoirsaemheyden ende wederspennicheyden tegen zijn ouders, want

zoude een erfgename mits dijen verdrage ende pacte in toecomenden tijden in sulcken

goeden moeten succederen, zoe en soude hij voirtaene op zijn ouders niet veele passen.

[7] Van den pacten ende overdragen die naict zijn ende ongecleet.

Item, ghij sult weeten dat sommige pacten ende overdrachten naict zijn ende

ongecleedt, ende dairuuyt en groeyt noch en genereert geen actie. Ende dat pact is

geheeten naict, als[t] geen sake en heeft van ennigen efficacien oft weerden tot actien oft

verbijntenissen ; mair een pact dat gecleedt is, dat maict ende bairt obligacie ende actie.

Item dat pact wort gecleedt in Vl manieren.

Dierste IIII manieren zijn die selve IIII manieren dair een obligacie mede

gecontraheert wort, te weten, metten dinge, metten woorden ende metten letteren ende

metten consente. Dandere II manieren zijn geheeten, deen coherencia contractus, dats

aenclevinge van contracte, gelijc, ic vercoope u mijn huys, met sulcken pacte ende

verdrage dat ic een jair lanc dairinne wonen sal ; dat leste pact bij hem selven is naict

ende en maict geen obligacie oft actie, mair het wort gecleedt metten aenvuegingen van

den gecleeden pacte ende verdrage des vercoopers van [den] huyse, dair dander pact dat

naict is, inne geslooten ende begrepen wort. Dandere manieren van den tween leste

manieren, dair een pact mede gecleedt wort, is geheeten in latijne rei interventu, dats

metten navolgende wercke, gelijc men seggen soude, ic hebbe toegeseyt wat te doen oft

te geven, terstont als ic dat geve oft doe dat ic geloofde, soe is dat pact ende toeseggen

gecleet, ende ic ben gebonden te doene dat ic gelove.

[8] Een divisie ende onderscheyt van pacte ende overdrage.

Item, noch zijn veele ondersceyden van pacten ende overdrage. Een maniere van

onderscheyt is : alle pacten, oft zij sijn gelegen in geven oft in doen. In geven, gelijc als

ic gelove u te geven C lb. oft een peert, oft yet anders. In doene, als ic u gelove te

maken uwen hof, oft te graven u landt.

Item, noch is een andere divisie van pacte ; ennige pacten zijn expres ende openbair,

andere zijn stille ende zwijgende. Expres, gelijc oft ic u yet geloofde te geven oft te

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 57

doene. Stille ende zwijgende, alsoft ic hadde u huys gehuert, ende ic mijn have dair-

inne gebracht hadde, zoe schijnt dat mijn ingevuert (a) goet stille ende zwijgende

verbonden is voir die pensie oft huere van den huyse. Desgelijcx, als een crediteur weder-

levert den debiteur oft schuldenere zijn obligacie van der schult, soe schijnt dat die

crediteur in stilder ende zwijgender weerden een pact met hem aengegaan is, nyet meer

van hem dairaf iet te heysschen. Insgelijcx, oft ic hadde III sculdeners van XV pont gr.

die mij gelooft hadden elcken een voir al, ende ic genomen ende ontfangen hadde van

den eenen van hen V pont gr., soe schijnt dat ic dairmede vertegen ende gerenuncieert

hebbe des rechts van elcken voir al te betrecken, ende dat ic stille ende zwijgende pact

gemaict hebbe, van elcken niet meer dan zijn derdendeel te heysschen.

Een andere divisie van pacten is dat ennige zijn clair, dair geen donckerheyt noch

twijfel in en is, ende ennige zijn onclair, vol duysternissen ende twijfels ; van welcker

divisien ende andere voirgaende divisien ende onderscheyden vele te scrijven waire, van

denwelcken, om dieper verstant ende onderwijs dairaf te hebben, ic den simpelen ende

leecken verseynde ende remittere totten geleerden clercken van rechte ; want dese

materie zeere speculatijf ende subtijl is, mair tselve des dairaf hiervoire gescreven is,

dat is gedaen omdat die slechte ende simpele, dairvoire dit boec te duytsche gemaict

is, uuyten selven wat smaecx ende gevuels nemen souden van den fondamente der

rechten, ende te nairder uuyt sijn selven, ende oic huer kijnderen, te doen leeren.

Xle CAPITTELE

[WAT PERSONEN HEYSCH MOGEN MAKEN]

[1] Wat personen heysch mogen maken in den weerlijcken hove, ende wat personen

nyet.

Om (b) dan voirt te verclairene wat personen heysch maken mogen in den weerlijcken

hove ende wat personen nyet, soe is hier te weten, in den iersten, dat geen man van

servijlder condicien, dat is die serve oft slave is, niet ontfanckelijc en is in aenleggers

stadt, tegen eenen man die vrij is ende van vrijer condicien, hij en waire geauctorizeert

van den prince.

Item, oic en is niet ontfanckelijc, als aenlegger, een man die van criminelen saken

besmet is, sulc zijnde dat indijen dat hij gecregen wordde, verbuert hadde zijn lijf, oft

dat hij bij contumacien uuyten lande oft uuyter plaetzen gebannen waire, het en waire

dat hem dat bij den prince waire quijt gegeven ende wederomme gestelt in zijnen

goeden name ende famen, partijen geroepen ende gehoirt, ende dat hij zijn gracie ende

remissie dede interineren bij den richter, die dat macht hadde te doene.

(a.) ingevuert, in hs.: ingeweert. - (b.) om, in hs. : om om.

58 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[2] Wat interineren is.

Dats te seggen integreren ende valideren, want interineren is geheeten in latijna

integrare vel intervenire.

Item, een gebannen man uuyt kercken en is niet ontfanckelijc als heysscheere[!],

alsoeverre als den rechte terstont blijct van zijnder excommunicacien, ende anders nyet

Item, een gehouwet wijf en is niet ontfanckelijc om te ageren, zij en waire van

hueren man geauctoriseert, oft van den prince niettegenstaende den man, ende dat zij

brieven dairaf hadde ende interinement derselver brieven, partijen dairop gehoirt bij

den behoirlijcken richter.

Item, een uuytsinnich mensche, oft die besmet is van vallende siecten, en is niet

ontfanckelijc in aenleggers stat sonder zijnen curateur ende voight, duerende zijn siecte

mair die siecte leden zijnde, soe soudt zijn een ander dinck.

Item, een onmundich kiindt ende een weese en is niet ontfanckelijc, hij en sije

gefondeert van tutoer ende monboer, hem gegeven bij den behoirlijcken richter.

Item, een clerc en is niet ontfanckelijc, hij en sette caucie oft borchtochte die costen

op te leggen ende tgewijsde te voldoene, bij eenen borge die den gerichte, dair hij

ageren wille, bedwanckelijc is.

Item, een ongelovich mensche, die mits ongeloven openbairlijc van des Heilichs

Stoels wegen, hadde gecruyst geweest, is oic niet ontfanckelijc totter tijt dat hij bij sijnen

prelaet zij gestelt in zijnder goeden namen ende famen.

Item, oic en is niet ontfanckelijc een jode oft ongelovich torke oft mensche te mogen

ageren, hij en waire dairtoe geauctoriseert van den prince.

Item, desgelijcx en is niet ontfanckelijc om te mogen ageren een persoen die mits

valscheyt hadde voir den richter zijn trouwe verzwooren, ende dat hij dairaf te begrijp

gestelt waire geweest ende gecondempneert openbairlijc infamis ende verschaemt, het

en waire dat zijn prelaet dairaf hadde met hem gedispenseert, ende dat hem zijn prince

dairaf hadde gerelaxeert ende wederom gestelt in zijnen goeden name ende fame, ende

dat hij dairaf brieven hadde gereverificeert, partijen dairop gehoirt ende geroepen voir

den behoirlijcken richter dairtoe gecommitteert.

Item, desgelijcx en zijn die procureurs van den personen voirscreven in hueren name

niet ontfanckelijc om te ageren.

[3] Wat personen mogen ontfangen wordden bij hen selven, oft bij procureur om te

mogen ageren.

Item, mair ter contrarien is te weten dat alle andere personen die vrij ende van

vrijer condicien sin, mogen ende zijn sculdich ontfangen te worddenne als heysschers

ende aenleggers, ende oic als verweerders in den leecken hove ende gerichte, hetzij bij

hem selven oft bij hueren procureur, opdat zij huer behoirlijcke jairen hebben, oft

indijen sij onmondich ende onbejairt zijn, bij tuteurs ende monboers, oft indijen zij van

outheyden verkijnt zijn bij curateurs, oft indijen zij uuytlants zijn oic bij curateurs,

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 59

[4] Van den personen, die voir andere dingen mogen sonder procuracie.

Oic is hier te weten ende wel te noteren dat men seker personen vijndt die voir

andere personen ageren ende dingen mogen, sonder procuracie van hem te hebbene,

gelijc een brenger sbriefs, een facteur ende dienere in der comanscapen, een concierge

ende verwairdere van eenen huyse, die tuteurs ende curateurs van weesen, drossaerten,

baillious, meyers, rentmeesters, ontfangers ende sergenten, kerckmeesters ende

heilich geestmeesters, testamenteurs, elc in zijnen bewijnde ende dienste van denwelcken

ende van elcken van hen ic hier wat seggen sal ; ende dairna sal ic voirt verclaren van

den procureurs ende huerder macht.

In den iersten, van dengeenen die brenger sbriefs geheeten zijn. Dese mogen als

brenger sbriefs intenteren huer actie sonder procurarie te hebbene van dengeenen dijen

bekent is in den brief, mits dat den brieff inhoudt ende begrijpt die clausule "oft den

brenger sbriefs" ; ende is diegeene, die den brief brengt ende heeft ende hem dairaf

fundeert als brenger van denselven brieve, heere van der scult oft saken dairinne

begrepen, ende mach dairaf ordineren, cederen, transpoorteren, transsigeren (a) ende

disponeren nae zijn geliefte, ende en hebben die principale die in den brieve bekent zijn,

dairtegen geen seggen noch contradictie, tenwaire dat hij die brieven woude straffen

ende wederleggen van valscheyden, tegen den voirscreven hebbere, dat hij hem hadde

die afgenomen anders dan met behoirlijcken wegen.

[5] Noch van den hebber sbriefs.

Item, nae dat een, die hem, voir recht zijn actie intenterende, fundeert hebbere ende

brenger sbriefs, in den gerichte gethoent heeft zijnen brief tegen dengeenen, die metten

selven brieve verbonden is oft verobligeert, nimmermeer soe en sal die principale

dairinne dat men geobligeert is, mogen comen tegen tgeene dat die brenger der brieven

sal hebben gedaen, ende oft hij dairtegen comen woude, zoe en is hij niet ontfanckelijc,

mair sal tgeene dat bij den brenger sbriefs begonnen is, bij denselven brenger ten eynde

gebracht wordden, oft mede oft tegen hem, oft bij zijnen procureur ; want nadat bij den

brenger sbriefs die sake begonnen waire, zoe mach hij wel setten eenen procureur, ende

niement anders en soude dairnae zijn ontfanckelijk als brenger sbriefs, mair soude die

brenger sbriefs die de sake ende querele ierst innegeset ende begonst hadde, deselve

sake voirt moeten doen decideren ; ende dairomme selen die hebberen der brieven aent

begin van hueren processen overleggen te hove huer obligacie brieven bij machten van

denwelcken zij hen funderen brengers van den brieve, welcke brieven te hove sullen

blijven liggen totten eynde van der saken, zonder die weder te mogen hebben, opdat

hem anders niement oic dairmede funderen en soude brenger van den brieve, want het

zoude zeere confuys zijn, dat hem yement anders oic als brenger des briefs fundeerde.

Item, noch es te wetene, wairt dat eenen brief dese clausule inhebbende "oft den

hebber sbriefs", gebracht wordde in den gerichte bij den hebbere oft brenger sbriefs

ende die geobligeerde principale doot waire, ende dat dairomme iement mochte seggen

(a.) transsigeren, in hs. : transfigureren.

60 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

dat de brenger sbriefs niet ontfanckelijk en waire, ghij sult weten dat die brenger wel

ontfanckelijk waire, ende die geobligeerde soude hem antwoirden moeten niet-

tegenstaende dat die principale doot waire. Mair wouden die erfgenamen van den

dooden die verobligeert wairen, seggen in gerichte dat die brenger sbriefs niet en waire

brenger ter goeder trouwen, ende dat hij die brieven gehadt hadde zonder weten oft last

van den dooden oft van zijnen hoyren ende erfgenamen, ende dat hij geenen titel noch

recht dairtoe en hadde om te doen blijcken dat hij waire brenger sbriefs ter goeder

trouwen, het waire bij institucien van testamente, bij coope, bij ghijften, bij transactien

oft bij wisselingen voir ander goet oft schult, ende dan dairomme dieselve hoyre

begeerden den voirscreven brief weder te hebben, zoe zouden die erfgenamen, dat alsoe

proponerende, ontfancbair zijn in trecht, mair geen andere dan die erfgenamen van den

dooden oft sake van den dooden hebbende, ende niet die partije die haer in denselven

brief hadden verbonden ende verobligeert.

[7] Van den costumen hieraf te veele steden onderhouden.

Ende om hiertegens te versiene, wort in veele bancken ende gerichten van desen

lande in den scultbrief geset dat die sculdenere bekent sculdich te sijn den crediteur

dairinne genoempt een seker schult oic aldair genoempt, welcke schult hij gelooft te

betalen zijnen voirscreven crediteur oft den hebbere der brieven bij sijnen wille ; ende

mits dijer clausulen, zoe onderhouden zij dat die brenger oft hebber sbriefs van den wille

des crediteurs moet behoirlijc doen blijcken, eer hij als brenger gelooft sal wesen om

heysch te mogen maken.

[8] Van den facteurs ende meestercnapen hoe die ageren mogen zonder procuracie.

Ten anderen male, zoe is oic te weten van den facteurs ende meestersknapen van den

cooplieden, die die hantieringe van huerder comanscapen gelooft zijn te hebbene ende te

bewairene te water ende te lande, in absencien van hueren meesters, die welcke geheeten

zijn in latijne institores ende excercitores, dat die oic ontfanckelijc zijn in rechte int

fayt van der voirscreven comanscapen zonder ennich ander procuracie oft brieven van

hueren meesters te hebbene ; ende eest dat zij, hanteren[de] tfayt van hueren meester int

stuck van comanscapen, ennige saken die hem dair behoeffelijc toe wairen, gecregen bij

coope, bij leeninge oft bij andere execucie, die men hem dairinne doen mochte, ghij sult

weten dat zij dairtoe ontfanckelijc zijn, ende en soude huer meester niet moegen

weygeren noch wederspreken te voldoene tgeene, dat bij hen in dijen zoude zijn gelooft,

gecocht, bestadt, verbonden oft gedaen oft ontdaen, het waire int gerichte oft dair

buyten, het en waire dat in sulcken knechten bevonden worden dat zij hadden frauden

gedaen tegen hueren meester, want dan soude die voirscreven zijn meester de voirscreven

zijnen knecht mogen desavoueren ende anders niet. Ende ghij sult weten dat die actie

institorie is proprelijc te sprekenne van den saken, die die coopman van den voirbardde

oft contoyre oft van der herbergen oft vander tavernen bevelt bij sunderlinge laste

eenen zijnen knape dairtoe gestelt ; ende die actie excercitorie is van saken die die

styrman, commytere oft meestercnape van den scepe hanteert voir den principalen

heere oft meester van denselven scepe.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 61

[9] Van conciergien, hoe die ageren mogen zonder procuracien.

Ten derden male, van den conciergen, dat zijn diegeene die bij den heeren

gecommitteert wordden heur huysen op te houden ende te verwairen diewijle dat zij

buyten zijn oft elders woonen, dairaf is oic te wetene dat zij oic ontfanckelijc zijn in

rechte voir die saken ende behoeften aengaende den voirscreven huysen, zonder dat hen

behoeft te hebbene ennige andere brieve van procuracien van hueren meesteren, als van

saken huerer conciergerijen aengaende ; ende zij mogen andere te rechte betrecken, sij

mogen oic te rechte betrocken wordden ; ende souden huer meesters van weerden

moeten houden allet tgeene dat bij zijnen conciergijen gedaen soude wesen aengaende

der conciergerijen, tenwaire dat die meester bevijnden conste in den conciergie ennige

fraude oft bedroch tegen hem (a)

[10] Hoe men den meester daigen mach aen den personen van zijnen conciergie.

Ende dat meer is, men soude den meester van den huyse moegen daigen aen den

persoen van zijnen conciergie van anderen saken dan van den huyse, staende den gerichte

van der plaetzen, hij lijete dat zijn meester voirt weten opdat hem geliefde te doene; want

het zoude een hardde sake zijn, dat mits der absenten van den voirscreven meester die

sculdeners zouden moeten beyden die coempst van denselven meestere, eer hij die daigen

soude mogen.

[11] Van den onderscheyt tusschen tuteur ende curateur.

Ten vierden male, van den tuteurs ende curateurs, dat zijn diegeene die bij den

richter geordineert zijn te regeren, bij bijstande ende consente van magen ende vrienden,

die personen ende goet van weezen ende onbejairde kijnderen. Hieraf is te weten dat

nochtans differencie ende onderscheyt is tusschen eenen tuteur ende curateur, want

tuteur is een monboir die geordineert is ten regimente ende besorge van onbejairde

wezen, ende curateur is diegeene die gestelt is ten besorge van dengeenen die boven

zijn jairen is, ende die sot oft uuytsinnich zijn, ende die hem selven niet regeren en

connen, oft van dengeenen die buyten slants zijn oft die van ouderdom verdut zijn, oft

die besiect zijn, ende dijergelijcke. Ende die voirscreven, alsoe wel die curateurs als die

tuteurs, om saken aengaende huerder monberijen ende cueren, zijn ontfanckelijc in

rechte, hetzij in aenleggers oft in verweerders stat, zonder andere procuracie oft macht

hebbende dan van huerder monberijen ende tutelen ; ende duert die macht van den tuteur

tot dat die weeze, eest een knechtken XV jairen out is, ende eest een meysken tot dat sij

XII jairen out is.

Ende die macht van den curateurs duert soe lange als die uuytsinnige oft sotte

wederomme zijn gecomen tot verstande ende kennisse van wijsheyden hem selven te

mogen regeren, ende van den uuytlantschen tot dat zij wedercomen te lande zijn, ende

van den zeere ouden lieden alsoe lange als zij leven.

(a.) Het einde van die zinsnede staat, in het hs., aan het begin van de volgende paragraaf.

62 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[12] Wije tuteur oft curateur mach zijn.

Ende niement en mach tuteur noch curateur zijn, hij en zij abil, nut ende bequame

oft dairtoe ontfancbair in rechte, na den ondersceyde hiervoire verclairt, ende hij en zije

gefundeert ende gestelt oft geauctoriseert bij den richtere des macht hebbende ; oft

anders, wat hij dade, ten soude niet doogen noch sculdich zijn stat te grijpene. Ende

wairt dat iement woude voir recht betrecken eenen weese die geenen monboer oft tuteur

en hadde, het soude behoeven dat die richter denselven weese versage van eenen

monboer, oft anderssins men en soude geen actie tegen hem intenteren. Mair diegeene

die tegen een weese te doen hebben, mogen den richter versuecken denselven weese

eenen monboer te geven, ende dan sal die richter, daironder dat te doen is, ordineren

ende stellen ende, opdats behoeft, bedwingen die naiste mage ende vrienden van der

weezen voirscreven van zijns vaders ende oic van der moeder wegen dat te zijne ; ende

zij en mogen dat niet ontseggen, zij en hadden behoirlijcken nootsin die in rechte

ontfanckelijc waire. Ende en selen geen ander curateurs, monboirs oft besorgers wordden

gestelt dan van den naisten magen ende vrienden, alsoe verre als men die gecrijgen can ;

ende ofter geen magen en wairen, zoe sal die richter van zijnder officien wegen dairtoe

committeren iement anders, nut ende oirbairlijc dairtoe wesende.

[13] Van der monberijen in Brabant.

Mair dit faillieert in Brabant als van der monberijen ende tutelen van den eedelen,

dairover die prince als hertoge in possessie is eenen monboer ende tuteur te ordineren,

sulcken alst hem gelieft, zonder die maesscap aen te zien oft vriende ende mage van den

weesen dairtoe geroepen.

[14] In wat gevalle een man geen curateur en sal zijn over zijns wijfs goeden.

Item, hier is noch te noteren dat, al eest zoe dat de man schuldich is te zijne curateur

ende dat besorg van den goeden van zijnen wijfve, desniettemin gebeurdet dat zijn

huysfrouwe wordde geraickt van sulcken gebreecke, dat huer behoefde te hebben eenen

curateur, zoe en soude huer man dat niet mogen zijn ; ende die redene is dese, overmits

dijen dattet schijnen mochte dat hij liever hadde van den proffijten, comende van zijns

wijfs goeden, te doen zijns selfs proffijt dan dat proffijt van hueren erfgenamen, die van

hem geen kijnderen en hadden.

[15] Wat manieren van lieden geen momboers en mogen zijn.

Item, noch es te wetenne dat die persoen die doof is, stom ende blijndt, noch ridder

die der wapenen volght, noch man die vreemde is der plaetzen dair des behoeft, ende

die niet sterck genoch en waire, aldair borchtochte te stellen, noch oic dat van hen niet

openbairlijc en bleecke zijn goede genoch zijnde, desgelijcx noch slave, noch serf, noch

den persoen die den pupillen sculdich wairen, noch die persoen die selve een pupille is,

ende dijen verboden is tale oft antwoirde te vueren int gerichte, noch die richter van

der provincien, alle dese voirscreven personen en mogen noch en zijn sculdich monboers,

tuteurs noch curateurs te zijne ; soe ennige seggen, zoe en mogen oic niet dat sijn

stijfvader noch stijfmoeder.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 63

[16] Van den verlegge van den monboer.

Item, gebuerdet dat een monboer iet leende van den zijnen oft verleyde in den

oirbair van den weesen, dats hij schuldich waire weder te hebben van des weesens

goeden, ende oft hij dat anders leende oft verleyde oft uuytgave tgoet van den weesen,

oft dat hij ennich proces oft gedinge instelde dat ter weezen proffijt niet en quame,

ende hij dat niet gedaen en hadde bij overdrage van den magen ende vrienden van den

voirscreven weezen, alsoe wel van svaders wegen als van der moeder wegen, dat soude

wesen ten laste ende pericule van den voirscreven monboer, tuteur ende curateur.

[17] Tot wijens laste een monboer appelleren mach.

Item, wairt oic zoe dat een monboer dingde voir eenen weeze ende sentencie tegen

hem gegeven wordde, die monboer, bij overdrage van den voirscreven magen ende

vrienden van vaders ende moeders wegen, mach appelleren; ende wairt dat hij anderssins

appelleerde, het soude staen ten laste ende sorge van den voirscreven monboir. Wairt

oic zoe dat die monboer niet en appelleerde, ende die weese naemails bevonde dat zijn

monboer wel goede sake hadde gehadt om dairaf te appelleren, die voirscreven weeze

zoude dairaf zijn scade mogen verhalen ende hebben op zijnen monboer (dat hij IIII den.

en hadde) (a) van sulcken vonnisse geappelleert. Ende indien hij zijn diligencie nyet en

dade om zijn appellacie te vervolgene, dat soude staen ter chargen (b) ende last van den

monboer ende niet van den weezen.

[18] Van der quitancien, dair een monboer mede gestaen sal.

Item, eest dat een monboer van wegen des weesens, iemenden heysschende is een

schult, ende dengeenen die hij die scult heyscht, begeert te hebben borge van den

monboer, ten eynde dat die weeze oft zijn erfgenaam nae hem die selve scult niet

anderwerf hem en heysschen, soe mach wel die voirscreven sculdenere nemen van den

voirscreven monboer goede quitancie van tgeene des hij betailt sal hebben den

voirscreven monboer, ende hebbende geexerceert zijn monberije, ende anders geenen

borge noch warand en is die tuteur noch curateur sculdich dairaf te setten, ende die

quitancie sal zijn ende blijven vast, zekere ende goet, ende die voirscreven weeze, noch

niement anders voir hem, en selen dairtegen niet mogen comen.

[19] Wanneer een momboer gehouden is rekening te doen.

Item, oft iement van den magen des pupillen ende weezen rekening begeerde van

den goeden van den weesen, die de monboer oft curateur te bewairen hadde, dairaf

suldij weten dat die momboer nae recht niet gehouden en sal zijn ennige rekening te

doene, voir dat die weeze tot zijnen mondigen daige comen zije ende dat hij selve zijn

rekening begeeren mach ; mair gebeurdet dat de tuteurs oft curateurs doersloegen oft

dissipiceerden [!] huer selfs goet, oft dat die onbehoirlijcke die goeden van den

voirscreven pupille gescapen wairen te quist te gaene, in dijen gevalle souden die

(a.) Het tussen ( ), van een XVIe eeuwse hand. - b. chargen, in hs. verbeterd uit : sorgen.

64 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN

mage ende vrienden van den weesen mogen dairaf toeganck hebben, aen den richter

om dairaf tot behoef des weesen provisie ende remedie te gecrijgene.

[20] Van loeffelijcken costumen locael aengaende der monberijen.

Item, hier is te weetene dat in sommige plaetzen van den lande wort onderhouden

bij den costumen ende statuyten van der plaetzen, dat bij der wet aldair geordineert

zijn oppermomboers van den weesen, ende dairvoire wordden alle particuliere

momboers van den weezen gestelt ende geauctoriseert, ende moeten voir dieselve

oppermomboers jairlijcx rekening doen van heurder administracien ende bewijnde, ende

en mogen geen erfgoeden vercoopen, wisselen, vertieren noch veranderen toebehoirende

den weese, dan bij hueren bijheete, wille ende consente, dairtoe geroepen huer magen

ende vrienden, ende dat zij aldair affirmeren dat beter gedaen zijnde dan gelaten. 0

weerdige costume dairmede menich kijndt bij zijnen goeden blijft, ende zoe wee den

goeden steden van den goeden lande, dair dat zoe deerlijc vergeeten wordt ter grooter

verderffenissen ende ontgoedinge van weesen, die soe menichfuldelijc misleyt ende

ontgoet worden bij hueren magen, eer zij tot hueren daigen comen zijn, ende dicwijle

vergeeten wordden in monberijen gestelt te worddene.

[21] Van den monboer die negligent is.

Item, wairt dat die momboer wiste dat den weese iet gegeven waire bij testamente

oft andere ghiften, ende hij dat liet lijden onversocht bij negligencien, simpelheyden

ende versuympten, alsoe dat die weese scade dairbij leede, dat soude zijn ter sorgen

ende periculen van den momboer oft van zijnen hoyre, waire hij doot, want dese actie

dailt opten hoyre.

[22] Hoe een momboer inventarijs maken sal.

Item, noch disponeren die rechten, dat zoe wanneer iement gemaict is tuteur oft

curateur van ennigen weeze, soe sal die momboer terstont doen stellen bij goeden

inventarijse int gescrifte alle die ruerende goeden van den voirscreven weesen, dairtoe

geroepen zijn naiste magen ende vrienden van vadere ende moedere wegen; ende dair-

af sal die momboer behouden een deel van den inventarijs, ende die voirscreven mage

ende vrienden een ander deel gecyrrographeert, dats deen uuyten anderen gesneeden,

te dijen eynde dat hij namaels hem dairmede van zijnder administracien verantwoirden

ende redenen geven mach. Ende wairen dair ennige goeden die gescapen wairen te

ergeren int wachten oft bewairen, die sal men vercoopen ten hooghten, ende tgelt

beleggen in renten ten proffijte van den weesen.

[23] Van den weezengelde te stellen uuyt, den Xen penning.

Item, ende gedoogen genoch die rechten dat men tgelt van den weesen mach

uuytstellen den thienden penning, te weeten hondert eens voir X, tsjairs, oft daironder,

die men van huescheyden dairaf nemen mach, om die wesen dairmede te onderhouden;

ende dat gelt dat men alsoe stelt ten Xen penning is geheeten weesengelt.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 65

[24] Wije hem van der monberijen excuseren mach oft nyet.

Item, wordde iement gemaict tuteur oft curateur van ennigen weezen in zijnder

absencien, ende bij hem onderwonde nae zijn wedercoempst in ennigen stucken, hoe

cleyn die wairen, van des weesens goeden, eer hij hem van der monberijen excuseerde,

ghij sult weeten dat hij dairnae hem selven nimmermeer dairaf en sal mogen excuseren

dat hij verlaten sal wordden, tenwaire dat zijn excusacie zoe zeere merckelijc waire

dat den richter dochte dat se nootelijc ende redelijc waire.

[25] Hoe dat lichaem van wetten niet en hoiren tuteurs te zijne.

Item, ende alle wetten selen hen wachten hem selven tuteurs oft curateurs te setten,

want, soe voirscreven is, alle momboers zijn schuldich den weezen rekening te doenne

voir hueren souverainen richtere, ende die wetten en souden voir heur selven niet mogen

rekenen ; ende dairomme dair de weesen mage noch vrienden en hebben, dair selen die

richters den weesen besorgen van eenen momboer van officien wegen.

[26] Wat orphanijns zijn, ende wat pupillen.

Item, ghij sult weten dat die weesen die geenen vader en hebben, heeten orphanijns,

ende die geen moeder en hebben, zijn geheeten pupillen; ende gemeynlijc heet men die

weesen, die noch vader noch moeder en hebben, orphanijns.

[27] Hoe een momboer schuldich is caucie te stellen.

Item, noch es te weeten dat alle momboers sculdich zijn nae recht beboirlijc

caucie te setten van des weesen goeden wel te bewairen. Ende oft iement hem

vervoirdert hadde als momboer iet te doene oft exploicteren voir den weese sonder

behoirlijcke caucie te hebben gedaen, ende iement dairnae quame, besunder die weeze,

ende woude dat werck redargueren ende wederleggen, hij soude dat mogen doen, want

momberie zonder caucie is onbillic ende onbehoirlijc, ende allet geene dat bij

administracien onbehoirlijc gedaen wort, en is niet schuldich nae recht stat te grijpen.

[28] Hoe die officiers van der justicien ageren moegen sonder procuracie.

Ten Vsten male, van den drossaerten, scouteten, bailliouwen, richters ende ander

officiers van justicien, soe is te wetenne dat elc van desen officiers bij redenen van

huerder officien mogen ageren in rechte ende oic hen verweeren in rechte om saken

sijnder officien aengaende, sonder van hueren meester ende heerscapen die zij dienen,

ennige andere procuracie oft macht te hebbene dan die brieve van commisse van zijnder

officien ; ende mach een drossaert, scoutet, bailliou oft meyere ander persoen in allen

saken zijndre officien aengaende te recht betrecken, ende oic van anderen te recht

betrocken wordden, ende sal gehouden zijn hem te antwoirden soe lange hij leeft, mair

nae zijn doot, zoe is die actie doot ende geexpireert, ende zijn erfgenamen zijn

ongehouden dairvoire inne te stane oft te verantwoerdenne.

[29] Van den stedehouwers der officieren.

Item, dats oic in derselver manieren te nemenende te verstaene van den stedehouderen

van den voirscreven drossaerten, scouteten ende bailliouwen.

66 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[30] Hoe dat die rentmeesters ende ontfangers ageren mogen sonder procuracien.

Item, ten VIen male, van den rentmeesters ende ontfangers die geordineert ende

gestelt zijn ende gecommitteert zijn, met behoirlijcken brieven, te hebben dat regiment

ende die hantieringe van den ontfange van ennigen heeren oft van enniger stadt, capittelen

oft cloosteren, hieraf is oic te wetene dat dese, van saken hueren officien aengaende, oic

ontfanckelijc zijn in rechte, hetzije in aenleggers oft verweerders stadt, sonder andere

procuracie oft macht van hueren heerscapen te thoenen, ende mogen bij redenen van

huerder officien doen daigen ende in recht betrecken alle personen die hen ter causen

van huerder officien schuldich zijn, hetzij bij voirwairden van comanscapen, hetzij

voir renten, voir achterstellinge [van] chijnsen, ja al wairen die der officien verschenen eerzij

rentmeesters wordden ; ende men moet hen dairaf verantworden gelijc het soude den

principalen heere moeten doen, want heur officie heeft dat inne, uuytgenomen in saken

die aangingen erfflijcheyt van den demeynen des heeren, dairinne dieselve heere oft

procureur, van sijnentweegen behoirlijc gefundeert, soude moeten metten voirscreven

rentmeester compareren oft alleen sonder den voirscreven rentmeester.

[31] Hoe die rentmeester te rechte staen moet.

Item, een rentmeester mach te rechte betrocken wordden bij redenen ende in saken

van sijnder officien, ende sal moeten antwoirden in rechte, ende zijn heere en sal den-

selven van dijen niet mogen ontdragen noch desavoueren. Desgelijcx mach een

rentmeester commissie geven onder sijnen zegel, om hem te doen betalen van sijnen

ontfange, alsoe verre als dat is in den plaetsen dair een rentmeester sulc auctoriteyt

heeft. Mach oic maken dieners, geheeten collecteurs, van zijnen heere, aengaende

zijnder officien, sulcke alst hem gelieft. Mach oic geven quitancie van zijnen ontfange,

ende die moet zijn heere van weerden houden, indijen des ontfangers machte, dairinne

zij geincorporeert. Mach oic plaetzen, steden in hueren geven IX jairen ende dair-

onder, ende dairaf geven zijn brieven, die van weerden sullen zijn ende blijven. Mach

oic vercoopen cooren, visch ende andere emolumenten toebehoirende sijnen ontfange,

ende dat sal van weerden zijn. Mach oic stellen onderrentmeesters, een oft meer, ende

geven hem dairaf zijn machtbrieve, diewelcke stat grijpen sellen overal ende voir alle

richters, want dat mach den staet van der voirscreven officien van recepte niet alleene

voir den rentmeester mair oic voir zijn hoyer ende erfgenamen ; want dit is een actie die

nederdailt op dhoyer, ingevalle dat ennigh gebreecke worde bevonde in de rekening van

den rentmeester, ende dairomme soe is hem verleent te mogen makene ende te stellene

officiers ende onderdieners sulc als hem believen sal, want hij dat doet op zijns zelfs

zorge, pericule ende avonturen, ende dit is die natuere van der officien van recepten.

[32] Dat een sorgelijc dinck is te vueren officien van recepte.

Item, hieromme seggen ennige, zoe zij wair seggen, dat een sorgelijc ende lastich

dinck is te hebben officien van recepten, want het daelt op zijn hoyr ende op dat hoyr

van zijnen hoyren, zoe lange als die sake duert oft bethoent mach wordden, ende in

toecomenden tijden bevonden wordt.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 67

[33] Hoe een rentmeester behoirt zijn rekeninge te doen

Item, die rentmeesters zijn gehouden ende schuldich rekeninge te doene van alle huer

wercken, tymmeringen, metsingen, distribucien, ontfange ende uuytgevene ; ende bij

approbacien ende bescreven bevele van bueren heere sijn sij sculdich rekeninge te doene

van allen nyeuwen wercken oft comanscapen dairop gesciet bij hooghingen, vertieringen

dairop gedaen na den heysch van der saken, ende dat bewijsen met brieven bij den-

welcken blijcken moge hoe ende wes dat gedaen is ende bij wijen, oft anders het en is

hem niet sculdich in huer rekeninge gepasseert te worddene, noch deschargie noch

ontlastinge te maken. Want in saken van rekeninge geen dinck en sal gepasseert wordden

zonder verificacie van brieven nadijen dat lijdt XX sc. parisis oft dairboven, ende dit

is een regule van rekeninge te doene, te gevenne ende te ontfangene.

[34] Hoe kerckmeesters ende heilichgeestmeesters ageren mogen zonder procuracie.

Item, ten VIen male, van den kerckmeesters ende heylichgeestmeesters, dat zijn

diegeene dyet goet van der heiliger kercken regeren ende die almoessen ende tgoet van

den heiligen geest ontfangen, die de kercke onderhouden van refectien, ornamenten,

geluyde ende anderssins, ende dat goet van den heyligen geest deelen ende distribueren

den armen. Hieraf is oic te weten dat dese, elc in zijn officie, mogen in rechte

compareren, hetzije in aenleggers stadt oft in verweerders stadt, sonder andere

procuracie te hebben oft te thoenen dan huer commissie van huerder officien, welcke

commissie zij behoeven bij hen te hebben, als zij ennige saken intenteren willen ; ende

die commissie behoirt gemaict ende gepasseert te zijne bij den hove ende consente van

den outsten ende gesontsten deele van den lieden van der prochien dijen dat aengaet,

ende dat die machte geconfirmeert zije bij den heere, daironder dat te doene is, met

zijnen oepenen brieven ; ende dan mogen die voirscreven kercmeesters ende

heilichgeestmeesters verhueren, vercoopen, verchijnsen ende uuytgeven alle

emolumenten, dairtoe behoirende, behalven dat principale, ende dairaf geven brieve,

dair huer macht inne sal weesen geincorporeert, diewelcke van weerden blijven selen.

[35] Hoe dactie van desen officien daelt opt doyrije.

Item, ghij sult weten dat die actie van deser officien dailt op dhoyr, want het is

gefundeert op ontfanck van renten ende gelde. Ende dairomme en sal men niement

stellen in dese officie, hij en zije dair nut, wijs, genoch ende weerdich toe; ende souden

die hoyrs vervolght mogen wordden, zoe verre dat bij hueren vadere oft maegh dair zij

hoyren af wairen, bij hueren levenne geen rekeninge gedaen en hadden geweest, dairtoe

geroepen diegeene die dairtoe behoiren geroepen te worddene, ende dat die quitancie

gepasseert waire voir den heere dairondere dat waire, ende dat dairaf brieven gelevert

ende gehaven wordden, die die hoyrs ende erfgenamen thoenen mochten.

[36] Hoe testamenteurs oic ageren mogen zonder procuracie.

Item, ten VIIen male, testamenteurs ende executeurs van testamente duegdelijc

gepasseert, zijn oic ontfangen in weerlijcken hoven, hetzije in aenleggers oft verweerders

68 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

stat, sonder andere procuracie te dorven hebben dan heur testament, ende want ic

naemaels wat breeder hieraf tracteren sal bij der hulpen Gods, soe sal ic hier wat

af rusten.

Xlle CAPITTELE

VAN DEN PROCUREURS ENDE VAN HUERDER MACHT

[l] Wat een procureur is.

Item, om dan voirt te verclairen van den procureurs ende van huerder macht, soe

is te wetene dat een procureur is een persoen, dijen die saken van eenen die hem

macht ende procuracie geeft, wordden bevolen te vervolgene oft verantwoirden,

dairaf dat blijcke bij behoirlijcken brieven van procuracien ende van machten, oft anders

en soude die procureur niet ontfancbair zijn; want, soe wes bij eenen valschen procureur

oft die niet wel ende behoirlijc gestelt ende gefundeert en waire, gedaen oft geprocureert

waire geweest, dat en soude van geender weerden zijn, noch oic die sentencie dairop

gevolgt, ende en soude niet schuldich zijn ter executien gestelt te worddene. Ende

geen procureur en mach bij quaetheden oft corrupcien, willens ende wetens, zijnen

meester doen ennige prejudicie oft scade ten soude opten selven procureur verhailt

wordden, indijen hij zoe veele hadde ; ende dairomme sal een iegelijc wel ende nauwe

toesien, wijen hij sinen procureur maict.

[2] Van II manieren van procureurs.

Item, noch is te weeten datter zijn princapalijc II manieren van procureurs, te

weten, procureurs geheeten ad negocia, dat zijn procureurs die gestelt wordden totten

saken, scriffingen ende hantieringe van iements comanscapen oft goede te hantieren,

ende die procuracie van dijen moet dicwijle inhebben die sake specialijc geŽxpresseert ;

dandere zijn procureurs van gedinge, geheeten ad lites, ende wordden gestelt om iements

recht te heysschen oft te verantwoirden in allen saken, clachten ende questien, ende

dairinne is dijcwijle genoch dat men heeft een generale procuracie.

[3] Van den procureur in criminelen saken.

Item, in criminelen saken en heeft een procureur geen stat; endevan desen sal ic

breeder scrijven hierachter int capittel van accusacien. In der Croonen van Vranckerijck

en wort geen aenlegger ontfangen bij procureur zonder die gracie van den coninck, dair

hij af moet doen blijcken, die mair een jair en dueren, het en waire dat die sake binnen

den jaire innegeset waire, want dan soude zij dueren durende tvoirscreven proces,

uuytgenomen cathedraelkercken, collegien, steden ende prelaten. Ende in Henegouwen

en is geen aenlegger ontfangen bij procureur, mair moet in personen zijn proces maken,

anders en soudt niet doogen.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 12 69

[4] Van den nootsin van den procureur.

Item, ennige meynen dat een procureur wel soude mogen nootsin doen bieden tot

zijnen daige hem dienende voir zijnen meester, want het zoude zeer hert zijn dat, bij

duegdelijcker nootsaken van den procureur, die meester van hem, zonder zijn schult,

prejudicie oft scade hebben soude, mair die procureur zoude zijn nootsake moeten

verificeren.

[5] Noch van den procureur.

Item, een procureur en mach die sake van zijnen meester niet verargeren bij

onbehoirlijcken termijnen in der procuracie niet begrepen, zonder consent van zijnen

meester.

[6] Van der procuracien.

Item, een procuracie die niet gemaict en waire onder auctentijc, die en doogh niet,

tenwaire onder den segele van eenen eedelen man int thof bekent, gelijc die heeren

ende vrouwen die justicie hebben.

[7] Dat een vrouwe geen procureur en mach zijn.

Item, geen vrouwe van wat state die is, zij zije gehijlicht oft ongehijlicht, en is

ontfanckelijc als procureur voir ennige persoen ; want den vrouwen es verboden alle

tfayt van wapenen, van procuracien, uuyt redenen van eenen wijve geheeten Calphurnia,

diewelcke voirt gerichte geen mate conste gehouden, hoewel zij wijser was dan ander

vrouwen, mair dede den richter dair zij voire te dingen hadde, eenen oploop mitsdat hij

niet en wijsde nae hueren sin, ende dairom is hen datte in rechte verboden.

[8] Van den personen die niet ontfanckelijc en sijn om procureurs te zijne.

Item, generalijc en zijn niet ontfanckelijc om procureurs te sijne, die personen

hiervoir verhailt, die geen heysschers en mogen zijn, uuytgenomen een clerck, want een

clerc mach wel in den weerlijcken hoven procureur zijn, soe verre zijn procuracie wel

ende duegdelijc gefundeert is.

[9] Van den riddere.

Item, geen ridder en is sculdich procureur te zijn mits der weerdicheyt zijns staets

ende zijnder ridderscappen, want hem dat niet en betaempt, mitsdats procureur te

zijne hem te cleyne ende te snoede waire, ende dairomnie en sal die richter hem niet

als procureur ontfangen.

[10] Van den monninck.

Item, geen monninck en mach procureur zijn in den weerlijcken hove, hij en hebbe

speciael bevel van zijnen prelaet dat te mogen doen ; ende al es hem dat geoirloft te

mogen doen, dats alleene te verstaenne in den saken der kercken aengaende.

70 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[11] Van VII dingen die totter procuracien behoeven.

Item, in een procuracie behoiren VII dingen, te weten, die die macht geeft ende

constitueert ; die persoen die dair geconstitueert ende gemachtich wort ; diegeene dair

men voire machticht, dairtoe bij digniteyten sijns staets ende bij commissien

gecommitteert oft geauctoriseert, gelijc die richters, prelaten, notarijs, greffiers ende

dijergelijcke. Item, den segel oft hanteeken dairmede die procuracie geauctorizeert wort,

ende dat die procuracie alsoe wel inhebbe heysschende als verweerende, ende dat

insgelijcx die procuracie begrijpe tgeene dairaf dat hem die procureur behelpen wille,

want geen procureur breeder macht en can gehebben dan hem bij der procuracien

gegeven wort, te weten, in saken die speciael bevel ende mandaat behoeven, als zijn die

procuracien om te doen iemants werck, bedrijf oft comanscapen, procuracie om huwelijc

te sluyten ende vast te maken, goedinge ende opdrachten te doene, bailliouws,

drossaerten, rentmeesters ende andere officiers te stellene, ander te stellen in possessien

van diensten ende van officien. In den voirscreven puncten moet die procuracie inhouden

dat speciael bevel; mair in procuracien die gegeven wordden in duegdelijcken saken, om

in den hove tegen iemenden te dingenne, zoe en behoeft dairinne niet dan eene generale

macht tegens eenen iegelijcken daer des van noode sal zijn, want dair den procureur

geen macht en waire gegeven dan tegen eenen, zoe en zoude hij tegen den anderen

niet heysschen noch verweeren. Desgelijcx sal oic een procuracie begrijpen tgeene

des bij den eenen procureur gedaen wort, dat dat bij den anderen sal mogen

wordden voldaen, ende dat zij sunderlinge inhebbe ende begrijpe dat die constituant

gelove dairmede tgewijsde te voldoene. Ende hieromme wairt wel behoirlijc dat

een procuracie gepasseert wordde voir mannen ende wethouderen dair hem een

voir mochte verobligeren, alsoeverre als die constituant geen man en waire die

onder zijnen zegel plage oft weerdich waire procuracie te gevene oft hem te

verbijnden.

[12] Wat een procuracie begrijpen sal.

Item, als iement geconstitueert is procureur, eest dat zijn procuracie behoirlijc

gemaict is, soe sal hij begrijpen dat die geinstitueerde procureur sal mogen eenen oft

meer andere in zijn stede substitueren, hebbende die gelijcke macht die bij heeft ; mair

eer hem die substituyt sal mogen behelpen in rechte met zijnder substitucien, het sal

behoiren dat die substitucie gehangen wordde onder zegel oft teeken auctentijck aen die

principale procuracie, oft anders en doogh zij niet.

[13] Hoe momboers van weesen procureurs mogen stellen oft nyet.

Item, geen momboers oft curateurs, al zijn die gestelt bij auctoriteyt van den

richter, en mogen na recht constituŽren ennigen procureur in den saken van den weesen,

voire dat zij als momboers die sake selve innegeset hebben ende dat dairinne zije

gelitiscontesteert, mair soude die weese bij auctoriteyt van sijnen momboer selve dijen

procureur moeten stellen, oft anders soude die procureur qualijc gefundeert zijn.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. l, CAP. 12 71

[14] Dat een procureur alsoe wel moet recht geven als nemen.

Item, een procureur die recht heyscht van ennigen anderen in een gerichte, die moet

int selve gerichte tegen den voirscreven anderen wel rechts plegen ende gereconvenieert

wordden, al wairt oic van saken die den procureur alleene, ende niet zijnen meester aen

en ginge ; ende oft die procureur in zijns selfs sake hem tegen dengeenen wederom

alsoe heysschen woude, aldair niet te rechte en woude staen, soe mach hem die richter

verbieden tfayt van zijnder procuracien.

Item, wairt dat van begin der citacien ende voire die litiscontestacie geopponeert

wordde tegen den procureur oft tegen eenen juge oft richter delegaet van zijnder macht,

procuracien oft commissien, die procureur oft juge delegaet soude sculdich zijn te

thoenen zijnen originale machtbrief ende commissie ; mair en worde dat niet geopponeert

dan nae de litiscontestacie, zoe en soude de procureur oft richter delegaet, nae den

gescreven rechten, niet schuldich zijn te thoenen den originalen brief van zijnder macht,

procuracien oft commissien.

Item, noch suldij weeten, [wair] dat een generale procuracie oft mandaet geproduceert

is in gerichte, dair is die rechter sculdich der partijen dat producerende tselve originael

mandaet weder te geven om heur elder dairmede te mogen behelpen, mair wairt dat een

speciael mandaet tot eender saken, zoe en waire hij niet sculdich dat te doene.

Item, wair ennich geschil ende diversiteyt tusschen dat originael prothocol oft

exemplere ende tusschen den brieff dairuuyt gegrosseert ende gemaict, zoe behoirt men te

staene ende gelove te geven den prothocolle.

[15] Wanneer een procureur heere wordt van der saken.

Item, alsoe geringe als die procureur bij machte van zijnder procuratien heeft

gelitiscontesteert in den saken, soe is die procureur heere van der saken, ende en soude

dairnae die principale meester sijnen procureur niet mogen achterlaten int vervolgh van

der saken, ten geliefde den procureur, het en waire ter occasien van merckelijcken

gebreeken die ontfanckelijc wairen, in welcken gevalle hij ander procureurs soude mogen

setten.

[16] Wanneer die macht van den procureur doot is.

Item, noch es te weten dat na recht een procureur, die in een sake begonst heeft

ende gelitiscontesteert, mach dieselve sake blijven beleyden totten eynde ende decisien

derselver saken, al wairt dat, hangende den gedinge, zijn meester storfve, want dairmede

en soude die cracht van zijnder procuracien niet sterven, ende men en soude in der-

selver saken geenen anderen procureur constituŽren ; mair die costumiers houden die

contrarie, seggende als die constituŽnt doot is, dat dan die macht van den procureur

doot is ende geŽxpireert, nae die disposicie van eender loyen die seegt : mortuo

mandatore, expirat mandatum.

[l7] Van den procureur[s] negligencien.

Item, een procureur die bij zijnder schult oft negligencien zijnen meester scade

doet, in der saken die hij voir hem handelt, die is sculdich dat te beteren zijnen meester

72 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

bij actien mandate, tenwaire dat die schult ende ignorancie sulc waire, dat die procureur

dat niet en hadde geweeten, noch bij den memorien ende documenten van zijnen meester

connen vernemen.

[18] Dat een procureur sal versien zijn van zijnder procuracien.

Item, geen procureur en is sculdich ontfangen te zijne zonder procuracie, ende

tgeene dat hij dairsonder gedaen heeft is al ydel, al hadde hij geprocedeert totter

sentencien toe ende dat die sentencie gegeven waire, want dair gebreken soude oft een

aenlegger oft een verweerdere, die in allen gedingen behoiren te zijne. Nochtans nae

recht een erfgename ende wittich oyr van den gedaigden te rechte zoude mogen

verantwoirden doen in die sake voir dengeenen dair hij successeur af waire, sonder

procuracie te hebben, mits behoirlijcker caucien die hij geven ende stellen soude van te

betalen dat gewijsde ; mair dat en wort, in veele plaetzen in den smalen bancken van

den platten lande, niet onderhouden.

[19] Van der ordinancien der Raidtcameren van Brabant opte procureurs ende

advocaten.

Item, noch suldij weten dat die ordinancie in der Raidtcamere van Brabant opte

hantieringe ende beleyt van procureurs ende advocaten (1) begrijpt die punten die

hiernae volgen.

[20] Van den eede der procureurs ende advocaten in der Raidtcameren van Brabant.

Item, in den iersten, dat niement van nu voirtaene en sal dragen mogen die officie

van advocaet oft procureur int voirscreven hof, om dair te postulerenne oft practizeren,

hij en sije dairtoe nut ende souffisant, ende dairvoire bij den hove geadmitteert, ende dat

hij gedaen hebbe eenen eedt dat hij dragen sal eere ende reverencie den hove ende den

supposten desselfs tallen tijden; ende dat, alsoewel als zij besoingneren als anderssins,

zij niet dienen en sullen in ennigen saken, die sij weeten sullen quaet ende onrechtveerdich

te zijne, al wairt dat zij die quaetheyt ierst geraicten te weten naedat die sake inne-

geset waire, mair terstont als dat comen sal zijn tot huerder kennissen, sellen zij hen

des verdragen ; dat zij oic wel ende getrouwelijc hueren meester dienen selen, ende hem

tevreden houden met redelijcken salarijs nair der ordinancien van den hove, ende dat

zij geen onbehoirlijcke delayen ende vertreck nemen sullen ter prejudicien van partijen

adverse, ende dat sij geen voirwairden van deelingen int gewin van der saken maken en

sullen met ennigen van den voirscreven partijen, ende generalijc dat zij sich dragen

selen in al ende overal alst behoirt eenen advocaat oft procureur te doene.

(1) Bedoeld is de ordonnantie van 20 juni 1473, waarvan een tekst bewaard is op de Algemene Rijksarchieven te Brussel, Verz. Manuscrits Divers n' 276. Vgl. ook v. GAILLARD, Le Conseil de Brabant, dl. I, p. 54, n. 2.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 12 73

[21] Dat procureurs ende advocaten in der Raidtcameren aldair resorteren sullen.

Item, dat alle advocaten ende procureurs selen gehouden zijn te verantwoirden

in den hove van allen saken, dairaf men souse willen vervolgen bij redenen van hueren

officien ende state ; ende oic, soe selen zij voir tvoirscreven hof intenteren alle saken die

zij bij redenen van hueren officien sellen willen vervolgen, ende selen als van dijen aldair

resorteren jurisdictie, ende dat tot hueren aencommene zweeren ende geloven ende

dairaf renuncieren van allen vrijheyden, poorterijen, Sinte Petersmanscap ende andere

vrijheyden die zij hebben mochten.

[22] Dat die procureurs sullen zijn aldair gefundeert van procuracien.

Item, noch seegt den voirscreven stijl dat hem niement en sal mogen dragen als

procureur van eenen anderen hij en sije gefundeert van behoirlijcker procuracien, dairaf hij

mach doen blijcken tallen tijden, als hij des versocht sal wordden, hetzije bij den hove oft

bij partijen, tenwairen personen soe conjonct ende soe nae bestaende van maesscapen [!]

wegen, dat zij ontfangen mochten wordden per cautionem rati, opt dwelc thof sal mogen

appointeren nadat die sake die heysschen sal.

[23] Wat procuracien in den hove passabel sullen zijn.

Item, noch seegt denselven stijl dat alle procuracien zelen goet ende van weerden

zijn, die int voirscreven hof gepasseert zullen wordden, desgelijc diegeene die gemaict

zullen zijn onder zegel auctentijck, als voir scepenen van goeden steden oft andere, voir

notarijse appostolijcque ende imperiale oft onder den properen segel van prelaten,

capittelen, collegien ende onder den segel van edelen mannen, bij denselven bekent

ende verleden voir hueren persoen, behoudelijc dat deselve procuracien hebben huer

redelijcke formen, ende dat zij inhouden ende begrijpen die sake dair hem een wil mede

behelpen in rechte.

[24] Van den salarijs van den procureurs.

Item, noch seegt den voirscreven stijl dat een procureur gemeynlijc practizerende

in den voirscreven hove, wonende te Bruessel van elcken daige die hij occuperen sal

voir den Raidt van wegen zijns meesters sonder nochtans dingen oft te scrijven, hebben

sal voir zijnen salarijs III sc. artoys, maken IX gr. brabants.

[25] Van den salarijs der luden die selve compareren.

Item, ende aengaende den procureurs van buyten, opdatter ennige quamen, die

selen hem doen taxeren bij den voirscreven hove van hueren salarijs eer zij vertrecken,

ende dairaf nemen een kennisse van der griffien, oft anders en souden zij niet hooger

getaxeert wordden dan oft zij tot Bruessel resideerden ; ende doende die voirscreven

taxacie, sal thof die ooge hebben opte personaigie van den advocaet van buyten, opte

sake die bij bedingt, ende opten tijt die hij vaceren ende dairinne occuperen sal.

[26] Van den partijen van buyten die in den hove taxacie begeeren.

Item, noch seegt denselven stijl dat alle partijen in denselven hove comparerende

in persoenen, hetzij in aenleggers oft verweerders stat, bjjsundere partijen van buyten

74 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

die taxacie willen hebben, selen gehouden zijn telcken male te nemen een acte van

hueren comparicien in personen, ende van den daige die zij bij redenen voirscreven

hebben gevaceert, ende hoe zij comen zijn, alleene oft met geselscap, te voete oft te

peerde oft te wagen, om sich dairnae te reguleren als men costen taxeren sal, oft anders

die voirscreven partijen en souden niet geacht zijn te hebben gecompareert dan bij

eenen procureur practiserende int voirscreven hof.

[27] Van den salarijs van den advocaten.

Item, als van den advocaten, seegt den voirscreven stijl dat die advocaeten van den

daigen die zij dingen selen, hetzije in aenspraken oft in verantwoirden, repliceren,

dupliceren, doende oft om te doene ennige overtueren oft remonstrancien den hove,

selen hebben telcker reysen dat zij dairinne occuperen voir hueren salarijs VIII sc.

artoys, het en waire in cleynen saken, dairinne zij hen reguleren selen na den tax, die

hen thof dairaf doen sal, alsoeverre partijen des begeeren.

[28] Van den salarijs der procureurs in cleynen saken.

Item, ende wairt dat ennich procureur hem voirderde te dingen, partijen saken oft

ennige saken ten hove te thoenen, dwelc hij sal mogen doen in cleynen saken, soe sal

die procureur hebben voir sijnen saiarijs IIII sc. artoys.

[29] Van der taxacien ende formen der scriftueren ende hantieringe derselver.

Item, nog seegt den voirscreven stijl, als die advocaten oft procureurs scrijven in

de saken van hueren meesters bij ordinancien van den hove, soe sal den tax van den

scriftueren gedaen wordden metten blayken, te weten, dat zij hebben selen van elcke

zijde papiers gemeynlijc begrijpende XVIII regulen, ende elcke linie oft regule XII

sillaben ten minsten zonder fraude, de somme van II gr. vleems ; ende es te verstaene,

dat die ydel spacie staende tusschen Il artikelen sal gerekent wordden voir II linien ;

ende mits dijen salarijs selen die voirscreven advocaten oft procureurs gehouden zijn te

minuteren ende te doen grosseren, ende int net ende suver te setten bij sixteernen die

voirscreven scriftueren, ende die behoirlijc te quoteren, ende int eynde dieselve te

teekenen met heuren hanteeken, ten eynde dat men weten mach wie die gemaict heeft,

opdat hij dairvoire verantwoirden moge indijen men iet dairinne bevijndt niet wel gedaen

wesende.

[30] Hoe die procureurs ende advocaten huer scriftueren maken selen.

Item, noch seegt denselven stijl dat die advocaten ende procureurs selen huer

scriftueren maken met cortten artikelen, ende dairinne arbeyden dat een artikel mair

een fayt en houde, sonder te setten fayt bij fayte oft redenen bij fayte, te dyen eynde

dat men dairop te lichterlijcken die enquesten mogen doen, ende dat geen noot en zije

dairuuyt extracten te maken, zoe men voirmaels plach te doen, welcke manieren van

doene men heeft alhier geaboleert ende te nyeuwte gedaen.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 12 75

[31] Hoe dat partijen gehouden selen zijn te heffen telcken daige van rechte die

acte van dijen daige.

Item, ende is noch bij denselven stijl geordineert dat de procureurs van partijen

oft die partijen selve telcken (a) male dat zij dach van rechte hebben, gehouden selen

zijn, te heffen ende te brengen huer acte dairmede blijcken moge wairop hueren

dach dijent, hetzije van deffault, van appointemente, van delaye, van contumacien oft

anderssins, welcke acte, zoe wanneer dat proces bereedt sal zijn om te sluyten, die

voirscreven partijen oft procureurs gehouden sullen zijn te brengen ende te vuegen

int proces, opdat dairuuyt blijcken moge dat beleyt totten eynde toe.

[32] Dat men die scriftueren sal overleggen in eenen sack.

Item, noch seegt denselven stijl, zoe wanneer ennige partije sal willen te hove

overleggen ennige scriftueren oft brieve, dat dan dieselve partije sal sculdich zijn te

brengen te hove eenen sack met eenen biliette dairop genayt, inhoudende dat dairinne

zijn die stucken van alsulcken aenleggere oft verweerdere tegen eenen alsulcken

aenleggere oft verweerdere, welcken sack soe groot ende soe lanck sal zijn dat men

gevuegelijc dairinne steeken moge alle die stucken die deselve partije sal overleggen oft

produceren totten eynde toe, oft anders en sal die greffie die voirscreven scriftueren

niet ontfangen.

[33] Hoe men in die Raidtcamere de requesten sal appointeren, ende mandementen

dairop verleenen.

Item, ende na den voirscreven stijl, soe selen die heeren van den Raide voir ende

alvoire, delibereren opte requesten die partijen overgeven selen, ende dairop ordineren

ende verleenen sulcke provisie van justicien, alst behoiren sal, ende dairaf bevolen

wordden eenen secretarijs van den hove te doenne die expedicie, welcke secretarijs

gehouden sal zijn terstont op die requeste te stellen dat appointement van den hove

ende dat wederom te thoenen den hoofde van den Raide, om die te mogen corrigeren,

opdats behoeft ; ende dairop selen die secretarijs expedieren oepenen brieven in

perkemente met eenen afgesnedene simpele steertte, diewalcke narracie maken selen

van den voirscreven requesten ende selen in huer conclusie begrijpen tvoirscreven

appointement ; ende selen die brieven geaddresseert ende gedirigeert worden aen den

officier van der plaetzen dair dexecucie behoeft gedaen te zijne, oft aen eenen anderen

officier ons genadichs heeren ; ende dijen brief sal den secretarijs teekenen met zijnen

hanteeken, ende voirt besegelt wordden alsoet behoirt, ende voir trecht van den zegel,

zoe verre het den contrezegel is, betailt wordden ten proffijte van onsen genadichen heer

III sc. artoys, ende soe verre het den grooten zegel is, VI dijergelijcke scellingen, ende

den secretarijs sal gegeven wordden den salarijs van Vlll sc. artoys, zoe voire in dit

boeck eens gescreven staet (1) ; ende dat gedaen, sullen die voirscreven brieven gemaict

(a.) telcken, in hs : telclken.

(1) Zie blz.21.

76 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN

wordden der partijen impetranten oft iemende van zijnentweegen, om die ter execucien

gestelt te wordden, ende de voirscreven secretarijs sal die voirscreven supplicacie bij

hem houden ende wel verwairen metten notelen dairop gescreven, die te mogen thoenen

als hij des bij den hove sal wordden versocht.

[34] Van der procureur fiscael.

Item, noch vijndt men ander procureurs, geheeten procureurs fiscael oft procureurs

van officien, ende opdat ghij dairaf die natuere ende condicie weten wilt, soe seukt

hierachter in dat C ende XIXe capittele van desen iersten tractate, dair suldij wat

bescheyts af vijnden.

XIIIe CAPITTELE

VAN DER FORMEN VAN DER AENSPRAKEN INT GENERAEL

Om dan voirt te verclairen hoe een aenlegger zijn aensprake formeren sal, hetzije

ierst bij monde ende naederhant bij gescrifte, zoe suldij weten dat in allen actien die

aensprake behoirt III dingen te begrijpen, te wetene, een majeur, een mineur ende een

conclusie.

Ende om dat nairder te verstaene, soe suldij weten dat die majeur is een allegacie

van rechte oft van der costumen van den lande oft van ennige geboden oft verboden van

den heere oft van der stadt openbairlijc onderhouden.

Exempel : "Eedele ende wijse heeren, heer president, ende anderen van den Raide

ons genadich tsheeren tshertoogen. Alsulcken persoen, mijn wederpartije, is te mijnen

versuecke hier te recht betrocken ende gedaigt, uuyt dijen dat wair is dat binnen der

jurisdictien van der stadt van Antwerpen oft van Bruessele een recht is concorderende

metten gescreven rechte, dat soe wije, faytelijc ende met opsette, zonder sake oft redene,

yemende belaight, heimelijc wacht ende oploop doet met verboden wapenen, ende

dairmet hem injurie doet, zoe verre dat hij denselven quetste ende bloetreyst, blu[t]st oft

slaet, die valt in den bruecke die nae den rechten van der plaetzen dairtoe staet, ende is

gehouden der geinjurieerder partijen dat te beteren."

Dat mineur is tverhael van den fayte oft wercke, dair hem daenlegger af beclaight,

ende wort gecleet metten voirscreven majeur.

Exempel : "Nu eest zoe, eerweerdige heeren, dat dese voirscreven majeur

gepresupponeert wairachtich, kenujc ende openbair te zijne, dat alsulcken persoen mijn

wederpartije bij zijnen ongeoirloofden ende verduempden wille, ontlancx op sulcken

dach, zonder redenen oft sake dairtoe te hebben, versien van stocken ende wapenen die

verboden wairen, tot alsulcker plaetzen dair hij wiste dat ic comen ende lijden soude,

mij met opsette gewacht ende gelaeght, oploop gedaen ende zeere onmenschelijc

geinjurieert ende gequetst heeft totten bloetreysen toe, dairinne ic mij bevonden hebbe

ende houde mij zeer grootelijc geinjurieert ende gehindert in mijnen lijve ter groter

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 13-14 77

scaemten ende achterdeele van mijselven, van mijnder eeren ende van mijnen vrienden,

ende noch meer soude, opdat bij uwer goeder justicien dairinne mij niet versien en worde".

Die conclusie is tslot ende tverhael van der begeerten ende versuecke dat

daenlegger doet.

Exempel : "Zoe zegge ic ende concludere, eerweerdige, eedele ende wijse heeren,

ten eynde ende fijne dat, alsoe waire als mijn voirscreven wederpartije dese voirscreven

saken kennen willen oft mits zijnen ontkennen, ic die duegdelijc getoenen can, dat hij

bij uwer sentencien ende met rechte wort gecondempneert die voirscreven fayten aen u

te beteren in den name van onsen genadichen heere ende aen mij alsdie gequetste partije,

met alsulcker beternissen, punicien ende correctien, alsoe wel eerlijc als proffitelijc

- ende hier sal die aenlegger verhalen die beternissen, die hij bij zijnder conclusien

begeeren willen -, nae die rechten ende gewoenten van den plaetzen dair die misdaet

geschiet is, oft in sulcken bruecken, beternissen, punicien ende corectien als uwe

discrecien, eerweerdige, eedele ende wijse heeren, bedencken sullen in goeder justicien

dairtoe behoirende, makende heysch van costen, scaden ende interesten in deser saken

ende vervolge geleden ende te lijdene totten eynde toe, presenterende ende offererende

proeve ende thoen van mijnen fayten soe verre mij die bij hem ontkendt wordden, zoe-

verre die proeve behoeven, genoch zijnde om mijn conclusie mij aengeweesen te

worddene, zonder mij te verbijnden tot ennigen overtonigen thoene onder alle

protestacie ende beneficie van rechte."

Item, ende is van grooten noode dat men in der aanspraken van injurien segge die

voirscreven woorden : "oft in sulcken beternissen, punicien ende correctien als uwe

etc ...", om dijeswille, want zoe wije zijn aensprake soe besneden maicte dat hij die

voirscreven woorden niet en besprake, ende dan allen zijnen heysch niet soe volcomelijc

en thoende als hij hem vermeten hadde, die rechter en soude hem niet toegewijsen

connen dat hij niet geheyscht en hadde, noch breeder dan hij hadde connen gethoenen.

Item, desgelijcx es den aenlegger wel van noode te heysschen costen, scaden ende

interesten, want soe wair in zijnder aanspraken die niet en heyscht, die en soude nae

recht nimmermeer dairna te tijde comen om ontfangen te wordden die te heysschen.

Item, ende soe u nu dat gewesen wort bij exempel in cas van injurien hoe ghij

formeren sult uwen heysch bij majeur, mineur ende conclusien, zoe suldij dat gelijckelijc

verstaen ende appliceren in allen anderen actien ende saken die ghij sult willen

intenteren nae gelegentheyt derselver.

XIIIIe CAPITTELE

VAN DEN OIRSPRONCK DER AENSPRAKEN ENDE DIVISIEN DER

ACTIEN INT GENERAEL, ENDE HOE HUER ACTIE REAEL DEELT

[l] [Van der divisien der actien int generael.]

Item, ten clairderen verstande der dingen lest voirscreven, zoe suldij weten, gelijc

int zevenste capittele hiervoire eensdeels geruert is, dat het principalijc mair II

78 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN,

manieren van actien en zijn, dair alle andere actien uuytspruyten ende oirspronc nemen,

te weeten, deen actie reaele ende dandere actie personeele; ende hieraf, soe sal hier

ierst onderwijs gegeven wordden van der actien, die geheeten is actie reaele, ende den

actien die dairuuytspruyten ende geboren wordden, ende dairnae sal u onderwijs

gedaen wordden van den actien personele ende den actien die dairaf comen.

[2] Van der actien reaele.

Die actie reaele heeft huer respijt, opsien ende aanscouwen opte realiteyten,

proprieteyten, erfflijcheyden ende gronden van erven ende van anderen goeden, zij zijn

ruerende oft onruerende, erfflijcke renten oft lijftochten, gelijckerwijs es recht te hebben

bij successien ende versterffenissen oft bij coope oft bij ghiften oft bij anderen manieren

van vercrijge in oft totter proprieteyt van ennigen haefflijcken goeden, oft van ennigen

erfflijcheyt, hetzije leen oft erve, chijnsgoet oft eygengoet ; ende dese actie reaele

volgt altijt den besittere oft houder van den dinge, ende en spruyt niet uuyt ennigen

obligacien; mair metten gange dat yement besit oft gebruyct dat dinc, dair ic recht in

hebbe, ende hij macht heeft mij dat te restitueren, soe es hij bij actien reaele gehouden

in mij tot restitucien.

Item, hier suldij weten dat huer die actie reael deelt in VI tacken oft specien van

actien die al reael zijn, dairaf deen geheeten is actie van reivendicacien, ende die

competeert in den dingen die corperael zijn ende men sien ende gevuelen oft tasten

mach ; dander is geheeten actio petitionis hereditatis ende dairmede is men heysschende

die successie ende versterffenisse van eenen dooden ; die derde is geheeten actio

ypothecaria, dats een actie van ypothecacien ende verbijntenissen van gronde ; die

IIIIde is geheeten actio publiciana, de Vte, actio confessoria, de Vle, actio negatoria ;

dese confessoria ende negatoria competeren in den dingen incorporeel, ende zijn dese

actie geheeten actien reael, want zij comen ende dalen neder opten aenlegger, ende bij

natuerlijcker successien oft bij ennigen ander tijtel, dairmede die aenlegger meynt heere

te zijne ende alsoe recht te hebben totten dinge, gronde oft goede dair hij op ageert,

oft totter possessien ende gebruycke desselfs.

Item, noch suldij weten dat dese voirscreven VI tacken oft specien van der actien

reael mogen elck innegeset, geheyscht, geintenteert wordden bij drie manieren van

heyssche, te wetene, eenssins bij heyssche van der proprieteyt ende erfflicheyt oft

realiteyt int petitorie, oft anderssins bij heyssche van simpelder possessien ende saisinen,

of ten derden bij clachten ende complainten van nyeuwicheyden voirtgestelt in der

possessien, welcke twee leste heysschen zijn geheeten actien ende heysschen int

possessorie ; van welcken drie manieren, ic bij oerdenen wat scrijven sal, eer ic comen

sal totten anderen Vl tacken boven geruert, ende ierst van der actien van proprieteyten.

XVe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN VAN PROPRIETEITEN.

Actie van proprieteyten es diegeene die afdaelt op iemende bij natuerlijcker

successien, hetzije van der rechter linien nederwaert als van vader oft moeder, oft van

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 15 79

der zijden, hetzije uuyter linien laterael, dats te seggen van der zijden, als van broeder

ende suster, oft van der linien Collaterael, dats oic van der zijden, als van den oem,

moeyen, neven oft nichten, oft bij ennigen anderen titel, dairmede die aenlegger meynt

recht te hebben totten gronde oft totter realiteyt van den dinge, hetzije ruerlijc oft

onruerlijc, haefflijc oft erfflijc goet. Ende als men met deser actien tenderen ende

concluderen wille totter petitorie, ende niet totter possessorien, soe sal men aldus

fonderen den heysch ende libel :

"Eerweerdige, edele ende wijse heeren. Ic hebbe te rechte doen betrecken voir u,

N.., mitsdat ic in rechte ende in fayte voirstelle, dat wijlen Wouter mijn oudervader

bij sijnder levender tijt hielt ende gebruycte, rustelijc ende vredelijc, een plaetze geheeten

Borcht, gelegen in den lande van Waes, dairtoe behoirende zoe veele lants, zoe veele

renten, zoe veele capuynen, sulcken visscherijen, zulcken wijndtmolen, in welcker

plaetzen metter toebehoirten mijn voirscreven oudervader hadde volcomen recht, als

heere van der proprieteyt derselver, hadde dairaf hulde ende manscap gedaen zijnen

heere, was dairaf in goeder possessien, saisinen ende gebruycke als van zijnen properen

goeden op hem gedaelt ende toecoinen in witteger ende natuerlijcker successien,

gebruykende ende possederende van denselven plaetzen ende metter toebehoirten, zijn

leefdaige lanck, alsoe dat hij dairuuyt versterf sonder dat bij hem oft bij iement anders,

sake van hem hebbende, ennich dinck oft sake gedaen sije, bij denwelcken hij oft zijn

hoyr mochten hebben verloren oft schuldich wairen te verliesen dat recht der

proprieteyt, ende hoewel het soe zije, dats mits der generaelder gewoenten ende

costumen, die die doode den levenden erfft, ende dat alsoe mits der doot van hem op

mij, als op zijnen gerechte wittigen hoyr ende erffgename alleene, ende op niemende

anders, toecomen, bleven, gesuccedeert, gedaelt ende gestorven is die voirscreven plaetze

metter toebehoirten, mits denwelcken ick dairaf ben ende sculdich ben te zijne in

goeder possessien, saisine ende gebruycke als hebbende ende sculdich zijn[de] te

hebbene volcomen ende geheel recht van der proprieteyt bij den voirscreven redenen.

zonder dat ic oyt ennige sake hebbe gedaen, dairomme dat ic behoirde dairaf vervreemt,

belet ende verstooten te worddene, niettemin die voirscreven N.., zonder ennige sake

oft redenen dairtoe te hebbene, heeft hem faytelijc gesteeken ende geworpen in de

voirscreven plaetze metter toebehoirten, dairaf hebbende ende opbuerende die proffijten

ende emolumenten, belettende ende wederstaende, met woorden ende wercken, dat ic

dairaf geen gebruyck en can gecrijgen tegen God, redenen ende recht, ende heeft dat

alsoe eenen tijdt van jairen gedaen tot mijnder grooter scaden, prejudicien ende

achterdeele, mij alsoe turberende ende belettende int recht van mijnder proprieteyt

ende natuerlijcke successien, ende noch langer zoude, opdat mij bij uwer eerweerdicheyt

dairop niet en wordde versien van behoirlijcker provisien ende remedien van justicien,

mits denwelcke ic concludere tegen den voirscreven N.., dat bij uwer rechtveerdiger

sentencien zije geseegt ende gewijst die voirscreven plaetze metten lande, beemden

ende anderen toebehoirten boven genoempt, mij toebehoirende als den wairachtigen

proprietarijs ende possesseur derselver, ende als hebbende dairtoe volcomen recht van

proprieteyte, als van mijnen properen erven mij alle[e]n toebehoirende, ende dat die

80 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

voirscreven N.., zij volcomelijc dairaf uuytgestooten ende versteeken als diegene, die

noch sake, actie, titele oft recht dairtoe en heeft, ende dat hij voirt bedwongen wordde

mij weder te keerenne ende te restituerenne alle die proffijten ende emolumenten die

dairaf gecomen zijn, ende die bij goeden regimente dairaf hadde mogen comen tot

duegdelijcken ende wairachtigen prijse ende estimacie van quanti plurimi, en[de] die

hangende desen processe ende gedinge, gedaen oft te doene, soude mogen vervallen oft

verschijnen bij zijnder ondeugdelijcker occupacien, dat hij wordde versteeken van allen

possessien ende saisinen die hij dairop vercregen heeft, als qualijc ende tonrechte

vercregen, opdat hij ennige dairop vercregen hadde, zonder title, redenen oft sake

dairtoe te hebbenne die hem dienen oft stade doen moge, dat mij dat wordde int geheel

toegewijst ende aengeweesen, ende dairtoe dat hij wordde geduempt ende gecon-

dempneert in de costen, scaden ende interesten geleden ende te lijdene, offeren[de] thoen

van mijnen fayten die thoen behoeven den rechte genoch zijnde, om tot mijnder

conclusien te gerakenne oft alsoe veele als ic dairaf geproeven can, ende protestere ende

bespreke desen mijnen heysch, indijen hij dairtegen seyde ende dijen ontkende, breeder

te mogen declareren, corrigeren, meerderen ende minderen, opdats behoeft, ende dijen

met gescrifte mogen over te geven hetzij bij manieren van libelle oft anderssins,

protesterende noch van al te mogen dairinne doen, seggen, proponeren ende voir te

nemen, hetzij bij monde oft bij gescrifte, dat in sulcker saken behoirt ende sculdich is

gedaen te wordden, nae gewoente, stijl ende gemeyn observancie van desen hove, om

dairaf te hebben mijnt [!] onthoudt tot int deynde van der saken."

XVIE CAPITTELE

VAN DER ACTIEN VAN SIMPELDER SAISINEN ENDE POSSESSIEN

1 [ Van der actien van simpelder possessien. ]

Actie van simpelder possessien, saisinen ende gebruycke is zoe wanneer hem

iement van zijnen rechte in der proprieteyt, gronde oft realiteyt van ennigen dinge, dair

hij heere ende proprietarijs af is bij titel van versterffenissen, van coope, van giften oft

dijergelijcke, oft dair hij bijnae heere af is, als zijn huerlingen, pachteneren,

erfpachteneren, tochteneren ende dijergelijcke, die de gerechte heerscappie van den

dingen niet en hebben, mair hebben dat gebruyck ende bijnae die heerscapie van den

dingen, heeft laten de saisine (a) ende die possessie ontrecken, dwelc geheeten is

desaiseren, mits possessien die iement anders dairaf genomen heeft sonder sake oft

redenen dairtoe te hebbenne, ende bet dan een jair gehouden heeft gehadt, alsoe dat

men dairaf geen complainte, dat is clachte van nyeuwicheiden, gewerven en can ; in

desen gevalle moet men dairtegen die remedie suecken bij complainten ende clachten

van simpelder possessien ende saisinen, ende dan blijft die besittere ende possesseur

dair men over claight int gebruyc, hangende den processe ; mair als men ontfangen wor

om te mogen ageren bij clachten in cas van nyeuwicheiden, zoe en behoeft die richter

(a.) saisine, in hs. : possessien.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT, DL. I, CAP. 16 81

oft prince nyemende van den partijen dat gebruyc oft possessie, dan diegeene die

gethoenen sal die leste ende onlancxste exploicten van possessien te hebben gehadt.

Item, en[de] alsoe dese materie possessorie oft van possessien wel behoeft verstaen te

zijne, ende om die natuere van der actien possessorie, alsoewel van simpelder saisinen

als van der actien van clachten ende complainten int stuc oft cas van nyeuwicheiden te

nairder te verstaene, zoe suldij weten dat possessie niet anders en is dan eenderhande

recht; dairmede dat iement een lichamelijck oft corporael dinck dat men sien oft tasten

oft geveulen mach, heeft in zijnder gewariger macht van gebruycke oft besitte.

Item, in der wairachtiger possessien oft besitte moeten concurreren ende tsamen-

wesen III dingen, te weten, dat lichamelijc gebruyc, die affectie ende volcomen

meyninge totten gebruycke, ende dat gebruyc zije van den rechten geapprobeert. Ende

hieromme soe en wordden, om proprelijc ende rechtuuyt te sprekenne, die dingen oft

stucken die niet coporael en zijn, niet gepossesseert, als zijn rechten van jurisdictien,

van herscapien, van servituten ende dijergelijcke ; mair seggen die rechten dat alsulcke

incorporele dingen wordden niet perfectelijc gepossesseert, mair bijnae gepossesseert,

dwelc zij heeten quasi possessio ; oic moet in der possessien zijn de meyninge van der

hertten totter possessien, want die geen meyninge en heeft tot zijnder possessien oft

gebruycke van den dinge, dat hij corporelijc gebruyct, die verliest dairmede die cracht

ende effect van zijnen gebruycke.

Insgelijcx, soe eest van noode om wairachtige possessie te hebbene, dat [tlrecht

dat approbere, want al eest dat iement onder hem hebbe ennich gesacreert oft geestelijc

oft kerkelijc gewijdt dinc, ende dat hij dat oic corporelijc ende oic metter hertten gebruyct

ende possesseert, nochtans en is dat geen wairachtige possessie, want gewijde oft

kerckelijcke oft gesacreede oft geestelijcke dingen en wordden nae recht, noch wetende

noch onweetens, nyet geposs[ess]eert properlijc te sprekenne.

Nota bene. Item, dat volgen, in materien van possessorijen, is drijerleyen ; dierste

is te gecrijgen die possessie die men niet gehadt en heeft, ende dat is geheeten

possessorium adipiscende ; dander is om te behouden die possessie dair een in is, ende

dat is geheten possessorium retinende; ende tderde is om weder te gecrijgene die possessie

dair men af gespolieert is, ende wort geheeten possessorium recuperande.

Item, noch suldij weten datter es possessie natureje, ende datter oic is possessie

civile. Naturelijcke possessie is als iement is int reael gebruyck van eenen dingen in al

oft in deel ; ende civile possessie is als iement bequaem zijnde om possessie te mogen

hebben, recht heeft om dat dinc te mogen possesseren, datselve dinck metter hertte

alsoe besittende, hoewel dat ennige andere dairaf hebben onder hem dat natuerlijc

ende corporelijc gebruyc van denselven dinge. Ende bij den natuerlijcken gebruyck

alleene en wordt in den geestelijcken rechten geen prescripcie van possessien

vercregen, want alsulcken possessie wort dijcwijle gecregen bij fortsen oft heymelijc oft

tegen uuytlantsche ende miserable personen, ende gecrijght alsoe die natuerlijcke

possessie ter quader trouwen ; ende een possesseur van quader trouwen en can na den

voirscreven geestelijcken rechten tot geender tijt geprescriberen, hoewel dat die

82 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

weerlijcke rechten van der alderlangster possessien, dairaf van der contrarien niemenden

en gedenckt, die contrarie disponeren, te wetene dat die alle actie ende recht

excludeert sonder aensien te hebben weder men duegdelijc oft ondeugdelijc dairaen

geraict is.

Item, wairachtige possessie en mach niet heymelijc gedaen zijn, noch met fortsen

noch violencien aengenomen, noch uut beden toegelaten, ende dats dat die rechten

seggen, non vi, non clam, non precario.

Item, hij is geheeten te possesseren een dinck als erfgename, die hem selven

meynt gerecht erfgename te zijne, al en is hijs niet.

Item, hij is geheeten een naict possesseur, die een dinck alsoe besit dat hij wel weet

dat hij geen rechtveerdige possessie en heeft ; ende dese zijn, die de rechten seggen dat

zij een dinck heeten te possideren als naicte possesseurs, ende als zij ondervraeght

wordden van der saken oft rechtveerdigen titel van huerder possessien, geen andere

redenen en cunnen geseggen dan possideo quia possideo, dats te seggen, ick besidt

ende gebruyct.

Item, noch suldij weten dat van den possessien ennige zijn alleene possessien bij

rechte, ennige zijn possessien gecregen bij fayte, ende ennige zijn gehouden van beyden,

te wetene bij den daet ende oic met rechte ; ende bijwijlen die possessie die meester

fayts heeft, die heeft mints rechts, ende bijwijlen die meest rechts heeft, die heeft mints

faitz.

Item, noch vijndt men eenrehande possessie vacant, ende is een possessie die van

niemenden beseten noch gehouden wort, noch metter hertten ende meyningen, noch

metter daet ende lijve, mits der langheyt van den tijde, ende mits ignorancien ende

vergeetingen comende van den langen tijde.

Item, noch suldij weten dat possessie civil bijwijlen rustende is opte naturele

possessie, gelijc als ghij in mijnen name oft bij beden, iet van mij besit ende possesseert,

ende bijwijlen en is die possessie civile niet rustende opte natuerlijcke possessie

gelijc als is die possessie die een tochtenaire heeft van mijnen erfgoeden, die tochtenere

heeft natuerlijcke possessie dairaf van rechtswegen, mair ic die grontheere bin, hebbe

dairaf die civile possessie, bij redenen van mijnder dominien die niet en is rustende opte

natuerlijcke possessie van den tochtenere.

Item, noch suldij weten dat een dinck wel beseten ende gepossesseert wort van veele

personen onverscheyden ende onverdeelt, zoedat niement van hen zijn paert ende zijn

deel, op hem selven van den anderen afgesneden oft afgespleten oft verscheiden,

besittende is ; ende oft die deen opten anderen prescriberen mogen oft nyet, dairaf suldij

hier achter in XVIe capittele van den IIen boecke deser Practijcken wat bescreven vijnden.

Ende om dan voirt te weten hoe ghij uwen heysch funderen sult, bijsunder ten iersten in

der actien van simpelder possessien, zoe suldij exempel mogen nemen aen de formen van

de aenspraken die hierna volgen.

DER RAIDTCAMEREN VAN@BRABANT DL. I, CAP. 16. 83

[2] Een forme van aensprake op turbacie ende belette van justicien.

"Eerweerdige, eedele en wijse heeren. Ic hebbe voir u doen daigen ende betrecken N.,

overmitsdijen dat ie, die houde ende hebbende ben in sulcker plaetzen alle justicie,

hooghe, middele ende neder, sonder dat dair iement anders ennigen aantast, arrest oft

ennige heerlicheyt heeft oft sculdich is te hebbene dan icke, hebbe geweest ende ben in

goeder possessien, saisinen ende gebruycke van derselver heerlicheyt, soe bij mijselven,

zoe bij mijnen voirvaders voir mij, diewelcke ic nu presentere van soe langen tijde dat

geen memorie ter contrarien en is, ende soe lange dat genoch is tot goeder possessien ende

rechtveerdigen titel, ten aensien ende wetenne van allen dengeenen die dat hebben willen

sien oft weten, denwelcken nochtans nietwederstaende, die voirscreven N., heeft hem

gepijnt ende gevoirdert bij hem selven oft bij anderen, dijens fayt hij aggreabel houdt,

soe mij dunct, te comen op mijn heerlicheyt ende onder mijne justicie, aldair hij hem

gevoirdert heeft te doene aantast van personen, arresten ende andere exploicten van

justicien, om dairaf kennisse te nemen tot mijnder grooter prejudicien, opdat mij dairaf

niet en wordde versien van behoirlijcker remedien. Mits denwelcken ic concludere

tegen hem, dat hij voiral bedwongen wordde mij te repareren allet geene dat hij gedaen

heeft, ende te kennen dat hij tonrechte hadde gedaen zonder ennige redene oft sake

dairtoe hebbende, ende dat hij tot dijen wordde gecondempneert mijnen genadichen heere

dat te beteren, dair ic mijn heerlicheyt af houdende ben en die mij sculdich is dairinne

te houden, te bescermen ende te bescudden, ende dairtoe mij te beteren van

alsulcken amenden ende beternissen, in gevalle hij bekennen wille dat alsoe te hebben

gedaen, dwelc oft hij dat ontkennen woude, ic presentere duegdelijc te thoenen ende bij

te brengen den rechte genoch zijnde, om te verreycken ende te hebben aengeweesen

mijn geheyschte conclusie, oft alsoe veele dairaf te proeven, makende heysch van

costen, scaden ende interesten."

[3] Een forme van aenspraken op infractie van justicien.

"Eerweerdige, eedele, voirsienige wijse heeren. Ic hebbe doen betrecken voir u te

rechte N.., mitsdijen dat in mijnder heerlicheyt ende gerichte van sulcker plaetzen, ic

houwe ende houdende ben volcomen justicie ende heerlicheyt van hooger, middel ende

neder hof, vierscharen ende daigbancken, bailliou, meyers, scepenen, manne van leene

ende sargenten oft vorsteren, soe dat eenen hoogen officier toebehoirt ende sculdich is te

hebben, zonder wederseggen oft belet van iemende in enniger manieren, ende het zoe

zije dat onlancx geleden die voirscreven N..., verkerende ende comende binnen mijnen

voirscreven heerlicheyt, bevonden wert eenen metter handt misdoende ende quetsende

eenen anderen met eender daggen, om welcker saken wille, ende om dairinne te versiene

ende te remedieren, zoe in goeder justicien behoirt, een mijn sergent sloech handt aen

hem, hem bevelende dat hij hem gevangen gave in handen van justicien om te beteren

zijn misdaet, desen niettegenstaende heeft dieselve N..., bij sijnen ongeoirloofden ende

verdoemden wille, in deser partijen, bij fortsen, crachte ende bij puerder ongehoirsaem-

heyt hem wederspennich gemaict ende rebel geweest tegen mijnen sergent, zoe verre dat

hij denselven zwairlijc injurierende, brekende ende stoorende die handt van justicien,

84 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

die mits zijnder misdaet, soe voirscreven is, wort op hem geleydt, uuyt den handen van

den voirscreven vorstere ontcomen ende wechgelopen is tot buyten mijnder voirscreven

heerlicheyt ende jurisdictien, ter grooter scaemten ende afnemen van mijnder jurisdictien,

ter grooter scanden ende quetsingen van mijnder voirscreven justicien, ende ten achter-

deele van mij clagere in deser saken, opdat bij u, eerweerdige, eedele heeren die mijn

overste zijt, mij sculdich zijt te behuedenne met mij, desen en wordde versien van

behoirlijcker remedien van justicien, mits denwelcken ic concludere dat, soe verre hij

die voirscreven fayte ende stucken kent, ghij heeren alsdan denselven N..., bedwingen

selt hem selven weder te leverenne ende weder te brengenne als mijnen gevangen in

mijnen hove, dair die kennisse van dijer saken behoirt, gemerct dat hij aldair misdaen

ende gebruect heeft ende aldair mijn gevangen ende prisonnier gemaict is geweest, ende

alsoe mijnen gevangen man is, soe wair hij is, om over hem recht ende wet te doen

gescieden nae gelegentheyt der saken, ende oft hij dese punten ontkennen woude, zoe

biede ic dairaf thoen, den rechte genoch zijnde."

[4] Een forme van heyssche op stoornisse ende belet van servagien oft van eygenscape.

"Eerweerdige, eedele etc. Ic hebbe doen betrecken voir u te rechte N.., om dijeswille

dat, van soe langen tijden dat geen memorie ter contrarien en is, ic soe bij mijselven,

soe bij mijnen voirvaderen, dair ic sake, title ende goede actie af hebbe, geweest ende

noch ben in goeder possessien ende saisinen bij redenen van mijnder heerlicheyt, die ic

hebbe in sulcker plaetzen, te weten, te hebben eygen lieden, geheeten serfve, die

scatbair ende setbair zijn van mij ende van mijnder justicien van jaire te jaire, ende te

nemen, te heffen ende te ontfangen, bij redenen mijnder voirscreven heerlicheyt, op

elcken mijnen voirscreven eygenne lieden en[de] besundere op den voirscreven N.., een

settinge van etc.., welcke scattinge ende settinge bij voirgaende ende lest voirleden

jairen hij ende zijn voirsaten mij gegeven ende betailt hebben gehadt, rustelijc ende

vredelijc, bij redene ende oicsuyne van mijnen justicien, possessien, saisinen ende recht

van proprieteyten ende heerlicheyden van mijnen gronde. Nu eest zoe dat die voirscreven

N.., al eest dat hij en can ignoreren mijn voirscreven recht sulc zijnde als voirscreven is,

hem voirdert ende pijnt tegen redenen ende recht aen te nemen gebot ende

overheyt van anderen heeren, daironder hij hem selven gegeven ende stellen wille als

ondersate dair water ende weye halende, huysraet ende nachtrast houdende, tegen

redene ende bescheydt, ende sunderlinge tegen dat gescreven recht, welcke verbiedt

dat niement van servijlder condicien hem en mach exempteren oft vervreemden van

zijnen heere, dijens serf hij is sonder desselfs zijns heeren auctoriteyt ende consent, oft

hij anders dade, zoe mach hem die voirscreven zijn heere wederheysschen, zoe wair hij

denselven sijnen serf weet te vijnden die dan sijnen selven heere sculdich is

overgelevert te worden, met welcken doene die voirscreven N.., grootelijc heeft

vercort den voirscreven clagere ende noch meer soude, opdat (a) bij u, heeren, niet en

worde versien van behoirlijcker remedien, mits denwelcken ic concludere tegen den-

(a.) opdat, in hs. : op hem.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 16. 85

selven N.., dat hij met rechte bedwongen wordde ende gecondempneert hem te

verdragen van den aennemen van den voirscreven anderen heere, ende mij te

beteren dat hij mij dae[r]aene misdaen heeft, ende mij te restabilisseren ende te

reintegreren, dat is, in sijnen vorsten state te stellen mijn heerlicheyt ende

gepossesseerde jurisdictie voirscreven, ende mij op te leggen ende te betalen die

settinge, dair hij op geset is geweest, evenverre hij kennen wille die voirscreven saken

sulck zijnde als voirscreven is, ende oft hij die loghende, zoe offer ic dairaf soeveele te

thoenen ende te doen blijcken dat genoch zal zijn om te hebben ende te verreycken

mijn conclusie, oft zoeveele als ic sal connen geproeven etc., makende heysch van

costen, scade ende interesten.

[5] Een forme van heyssche op turbacie ende stoornisse van simpelder possessien

ende saisinen metter conclusien, die men oic nemen sal mogen in cas van nyeuwicheyden.

" Eerweerdige, eedele ende wijse heeren, her president. Ic hebbe voir u doen

betrecken N.., overmitsdijen dat ic zoe bij mijselven, soe bij mijnen voirsaten, dair ic

sake ende recht, actie ende goeden titel af hebbe, breeder te declareren in tijden ende

wijlen als des behoeven sal, geweest ben ende noch ben in goeder possessien ende

saisinen van alsoe lange dat niemende ter contrarien van dijen en gedenct, ende soe

lange dat dat mach ende sculdich is genoech te zijne om possessie te hebben gecregen

ende te behouden, besunder want ic een persoen abel ende bequame ben oft ontfanckelijc

om te gecrijgen possessie ende saisine, ende dat bij den lesten jairen ende termijnen te

nemene ende te ontfaingene ende te hebben bij mijselven oft bij dengeenen die sake

van mij hebben ende die ic dairinne love ende hebbe voir aggreable op sulcken hof,

gehouden bij den voirscreven N.., eenen vaerwech oft eenen voetpat, een kercweych

oft eenen wagendienst oft dijergelijcke servitute, van welcken ic, den termijn

gecostumeert, gebruyct hebbe ende gepossesseert bij mij ende bij den mijnen, sake van

mij hebbende, ten aensien ende wetenne van allen dengeenen die dat hebben willen

sien ende weeten, ende sunderlingen van den voirscreven N.., die op den tijt van nu

mij stoornisse ende belet dairinne doet, tegen recht ende met quader saken onbehoirlijc

ende van nyeuws, tot mijnder grooter scaden, ende meer zijn soude, en wordde mij

dairop niet versien van behoirlijcker remedien van justicien, protesterende nochtans

oft ic ennige punten oft saken geruert oft geseyt hadde, dat aenginck oft aensien hadde

totter proprieteyt ende den petitore in desen, dat ic dat niet geseegt noch geruert en

hebbe, dan in sterckenissen ende conforte van mijnen fijne van possessien ende saisinen

ende anders niet. Soe concludere ick, alsoe verre als de voirscreven N.., kennen wille

die voirscreven saken wairachtich zijnde, dat met uwer heeren uuyterlijcker sentencien

wordde gewijst zijn hant te lichten van den gebruycke des voirscreven vairwegens,

ende hem te verdragen voirtaene mij ennige turbel oft belet in mijnder voirscreven

possessien te doen, ende voirts mij op te leggen allet geene des hij mij dairaf

onthaven, makende heysch van costen."

[6] Conclusie in cas van nyeuwicheiden.

Item, ende als men conclusie neempt in cas van nyeuwicheyden, zoe sal men

86 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

concluderen "dat metten vonnisse wort gewijst dat hij met quader saken hem heeft

geopponeert, ende dat ic mij met goeder saken hebbe beclaight. Sal dairomme die hant

van justicien die mits der voorscreven opposicien geleyt was opte goede contencieux,

dats dair dat geschille om is, wordden gelicht ende gedaen tot mijnen profijte, ende

oft dairinne behoefde proces gemaict te worddene, dat, hangende den processe, mij dan

die recreancie van denselven dinge contencieux metter possessien ende principalen

wordden toegewijst, makende alle behoirlijcke conclusie, dienende tot complainten van

nyeuwicheyden, met oic condempnacien van costen. "

[7] Wat simple saisine ende possessie is.

Item, ende hieromme suldij weten dat simple saisine ende possessie niet anders en

is dan te hebben dat gebruyck van enniger realiteyt oft gronde den tijt van X jairen

tusschen dengeenen die present zijn, ende van XX jairen tusschen absenten. Ende na

de costume van ennigen plaetzen moeten dair zijn XXI jairen ; ende dairomme die

gebruyc heeft van ennigen gronde langer dan een jair, ende men hem dairinne turbel

ende belet wil doen niet rechte, ghij sult weten dat hij blijven sal in de possessie,

saisine ende gebruycke, dair hij inne bevonden wort hangende den processe, ende tot

dat hij dairuuyt sal wordden met recht geset, ende die den tijt van possessien, nae

gescreven rechte, te wetene, van X jairen onder de presente, oft van XX ondergie absenten,

ennigen gront beseten heeft met rechtveerdigen titel als bij gijften, coope, successien oft

dijergelijcke , die heeft rechtveerdige actie van simpelder saisinen ende possessien.

[8] Wat ruyme saisine ende possessie is.

Item, ende men vijndt een andere maniere van saisine, die geheeten is ruyme

saisine oft possessie, dat is te hebben gebruyc van ennigen goeden, dair men niet

toecomen en is bij rechte, ende dair men geen brieven af en heeft, zoe yement totten

anderen seggen mochte : "Ick wille dat ghij hebt ende gebruyct dat huys oft ander goet"

hem gevende met dijen dairaf den sloetel over.

XVIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN VAN COMPLAINTE OFT CLACHTEN IN CAS

VAN NYEUWICHEYDEN IN DER SAISINEN OFT POSSESSIEN

[l] [Van der actien van complainten.]

Dactie van complainten oft clachten van nyeuwicheyden in der possessien is een

actie van ongebruycke, dat eenen gedaen wort in zijnder erfflijcheyt oft goet, dairaf hij

gebruyc heeft jair ende dach, ende van binnen jairs ende bij den lesten exploicte,

geheeten interdictum uti possidetis oft interdictum possessorium retinende, dat is te

seggen, een actie om die possessie te behouden dair een in is, ende wort gedeelt in VI

manieren.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 17 87

Ierst, wort zij voirtgestelt in allen interdictien ende verbode van rechte.

Exempel. Gelijc als iement eens anders muer ondergraeft, oft als die wortelen van

iements bomen onder eens anders muer doerwassen ende dijergelijcke, soe mach men dat

remedieren met deser actien; ende dese maniere van actien is geheeten in latine de

interdictis.

Ten anderen, mach actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij dengeenen

dijen eeniger erfflijcheyt toecomen is bij der linien oft zijden laterael oft collaterael, ende

men hem dairinne belet wille doen, alsoe verre als hij dat doet binnen jairs, nadat hem

die voirscreven successie ende versterffenisse toecomen is, want nae djair en soude hij

hem niet behelpen mogen met deser actien van complainten ; ende is dese maniere van

actien van nyeuwicheyden in latijne geheeten interdictum quorum bonorum.

Ten derden male, soe mach actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij den-

geenen die ennich legaet oft ghifte van testamente, na iements doot, heysschende is,

alsoe verre als hij dat heyscht binnen jairs nae de doot van den legatarijs oft gevere

van den testamente; ende is dese maniere van actien geheeten in latijne interdictum

quod legatorum.

Ten vierden male, soe mach actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij den-

geenen die men ennige erfflijcheyt oft possessie faytelijc afdingt ende neempt, alsoe

verre als hij dat claigt binnen jairs naedat die force geschiet is; ende es dese maniere van

actien geheeten in latijne actio oft interdictum unde vi.

Ten vijfsten male, soe mach dese actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden

bij dengeenen die uuytlants zijn geweest, bij saken die deugdelijc ende rechtveerdich is,

ende die hem, wedercomen sijnde, bevijndet geturbeert in zijnder possessien, alsoeverre

als hij hem dairmede behelpt binnen jairs nae zijn wedercoempst, ende is geheeten actio

si per vim pro absente.

Ten VIen male, soe mach actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij den-

geenen die hem recht vermeet tot enniger erven, ende die dairaf gehadt heeft die leste

ende duegdelijcke possessie ; ende dese actie van nyeuwicheiden is die alregemeynste,

ende die dicxste voirtgestelt wort, want als hem iement beclaigt ende vermeet te

hebben gehadt bij hem selven die leste exploicten van possessien, soe sal men hem

versien met der actien, alsoeverre als hij can doen blijcken dat hij de leste exploicten

heeft gehadt, ende hij dat claigt ende voirstelt binnen jaers, naedat hem den turbel

ende stoornissen van possessien gedaen is geweest, want anders en soude dese actie

niet dienen ; ende is dese maniere van actien geheeten uti possidetis.

[2] Van den gedinge petitorie ende possessorie.

Item, ende hoewel, om te spreken nae, in der materien van possessien ende van

proprieteyten, dat interdictum possessorium is geheeten, dair men dingt om die

possessie, ende dat iudicium petitorium is, dair men contendeert om die dominie van

ennigen dingen ende om die realiteyt desselfs, soe suldij nochtans weten dat een

petitorie wort wel geheeten geintenteert te wordden bij der intentacien van eenen titel,

88 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

al en wordde dair van der dominien niet verhailt, gelijckerwijs of ic u heyssch een

peert uuyt titel van vercoope, want ghijt mij vercocht hebt.

Item, noch suldij weten, dair men in de conclusie van den libelle begeert den

aenlegger te worddene gereintegreert in zijn possessie, al wairt dat in der narracie

mencie gemaict wordde van der proprieteyt, dat nochtans dat vervolg soude geheeten

wordden een iudicium possessorium ende niet een iudicium petitorium, want men is

schuldich aen te sien die conclusie, ende niet die narracie. Niettemin, wairt dat nair der-

selver conclusien possessorie, die aenlegger in deselve conclusie dede seggen dat hij

opte voirgaende punten ende sake begeerde recht, zoe soude men wel mogen seggen

dat dairmede oic waire geintenteert dat petitorie, overmits dat in der narracien

voirscreven van der proprieteyt geruert is geweest.

Item, waire dat in der conclusien van den libelle daenlegger heysschende waire

dat dinck oft goet hem gerestitueert te worddene, soe soude men dat mogen adapteren

alsoewel totten petitorie als totten possessorien.

Item, wairt dat iement hadde geintenteert dat possessorie, die questie int petitorie

hangende gerust ende ombeslicht, ende hij verviele ende succumbeerde int possessorie,

hij soude weder mogen gaen ende volgen mogen int petitorie, ende (a) can hij bewijsen

dat hij propr[i]etarijs is ende dominie heeft van den dinge, hij sal wijnen int petitorie, ende

met deser victorien sal smelten die macht van der possessorie, ende die possessie die

hem tevoiren afgeweesen was, sal hem volgen, mitsdat die proprieteyt na huer trect

die possessie, ende die sentencie gegeven int possessorie en sal niet prejudicieren int

petitorie,opdat dat is een dinck divers (b) .

Item, hier suldij weten dat men, in de complainten van nyeuwicheyden diewelcke

bij den clercken wort geheeten een interdict, mach voirtstellen tgeene dairinne hem

iement vijndt geturbeert in alle dingen dairaf hij bij hem selven oft bij ander, iements

saken van hem hebbende, in goeder possessien ende gebruycke is geweest, alsulcken

tijt dat dat genoch is possessie met goeden title te hebben vercregen ende te mogen

behouden goede possessie ende saisine, alsoeverre als die clagere dat doet binnen

den jaire naedat hem die turbacie ende belet gedaen is geweest; want na djair, en soude

hij niet ontfangen wordden om te comen bij complainten van nyeuwicheyden, mair

soude moeten comen bij complainten ende actien int cas van proprieteyten, dat is van

gronde oft erfflijcheyt, alsoeverre als hij nae djair quame clachtich van turbacien ende

belette van erfflijcheyden.

[3] Dat onderscheyt van der actien van simpelder saisinen ende van proprieteyten

ende van der clachten int cas van nyeuwicheyden.

Item, uuyt desen blijct dat onderscheyt is tusschen actie int cas van simpelder

saisinen ende actie int cas van proprieteyten ende actie int cas van nyeuwicheyden,

a. ende, in hs : ende en. - b. In de marge, van de hand van de afschrijver: Nota dat die prop[i]reteyt

treckt na heur die possessie.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 17 89

want simpel saisine wort geleydt ende wort gestelt op turble ende stoornisse van

possessien ende van servituten gedaen nae djair, ende actie int cas van proprieteyten wort

voirtgestelt op turbacie ende stoornisse van erven ende van gronden ende bodem oic nae

djair, mair dese actie int cas van nyeuwicheyden wort voirtgestelt op beyde, ende dairtoe

generalijc op alle andere turbacien, hoedanich die sijn, hetzije op ruerende goede,

personel, reel, geestelijcke ende spirituele, corporeele ende incorporeele, alsoeverre als

men mits behoirlijcken tijde possessie gecregen hadde ende dairaf gebruyck bij den lesten

jaire ende exploicten, dwelc alle dander confirmeert ; want waire dat leste jair gediscon-

tinueert, die nyeuwicheyt soude afgedaen wordden, mair waire dat bij den turbateur

gecontinueert, die nyeuwicheyt soude blijven statgrijpen ende die possesseur soude

hebben die recreancie van den saken oft dinge contencieux, dats dair geschil om is,

duerende dat proces.

Item, hier is noch te weten, als complainte van nyeuwicheyden wort voirtgestelt op

ennich stuck oft sake, soe behoeft dat die wordde gecauseert in huer majeur van der

saken ende van der turbacien, belette ende nyeuwicheyde, dair hij hem af beclaigt,

narrerende dese woorden ; "hem turberende ende belettende met onrechte ende sonder

redene oft sake, om[be]hoirlijck ende van nyeuws" ; behoeft oic ende behoirt dat die

commissie wordde gejustificeert van opposicien, oft anders en soude zij van geender

weerden zijn ; behoirt oic dat in der commissien wordde gecauseert dat, in gevalle van

opposicien, dat dinc contentieux genomen ende gestelt zijnde in handen van justicien om

des geschils wille van partijen, dach beteekent wordde opte voirscreven opposicie voir

thof ende gerichte ; ende sal dat dinck contencieux, hangende den processe, gehouden

ende geregeert wordden onder tsheeren handt, tot dat die een partije sal hebben doen

blijcken van hueren gebruycke ende lesten exploicten bij den lesten jaire; dwelc gebleken

zijnde, derselver partijen sal gegeven ende gegunnen wordden die recreancie van

denselven dinge contentieux, dats te zeggen, dat dat dinck, dair die contencie ende questie

om is, hem sal in de hand gestelt wordden om dat te gebruycken tottertijt toe dat, partijen

gehoirt, die richter oft juge sal hebben geordineert opt principael van der saken ; ende

dairomme, soe behoeft dat men in complainten van nyeuwicheyden tsamendinge

declinatorie ende dilatorie excepcien, opdat men se heeft, ende bijsundere opte recreancien

ende opt principael, want dicwijle gebuert dat men dat alle tsamen mach determineren,

ende dairomme moet men dat alsoe dingen, oft anderssins men soude versteeken wordden

van tgheene des men dairaf achterlaten soude.

Item, hier es noch te weeten dat die complainte int cas van nyeuwicheyden es

geheeten dat cas possessorie ; ende die complainte ende actien int cas van proprieteyten

is geheeten dat cas van petitorie ; ende dese II, te weten, ierst dat possessorie ende

dairnae dat petitorie, mogen wel bedingt ende beleydt wordden beyde voir eenen richtere,

ende bij denselven beslicht, mair ierst moet gekent wordden van den possessorie ende

dairna, opdats behoeft, van den petitorie ; ende nadijen dat een sake gewonnen is int

petitorie, soe sal die execucie van den petitorie gaen ende geprefereert wordden voir de

execucie van den possessorie, soe voirscreven is.

90 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch is hier te weten, dat soe wije voirtstellen wille eenen heysch bij

clachten oft complainten van nyeuwicheyden, die behoeft int begin van zijnder

aenspraken te protesterene ende te besprekene, aleer hij zijn clachte declareert, wairt

dat hij ennichsins in zijnen gedinge iet ruerde dat aenginck der realiteyt, dat dat niet en

soude zijn dan alleene om te conforteren ende te stercken zijn possessie ende saisine

ende anders niet. Ende die redene van dijen is dese, want nadijen dat tgeene dat men

voirtstelde, aenginge bodem, grondt oft realiteyt, soe soude behoeven dat die clachte

wordde gedaen in formen van realiteiten, dwelc den lesten wech ende forme van justicien

is in desen gevalle ; ende na den wech van realiteyt voirtgestelt, zoe en grijpt geen

ander ennige stat, want dat is den lesten wech van procederene in gelijcken saken ; ende

dat meer is, die verweerdere, hoorende nopen ende rueren de realiteyt sonder protestacie,

soude terstont mogen begeeren veue de lieu, dat is ostencie van den erven bij sien van

der oogen, ende alsoe soude die nyeuwicheyt bezijden geset wordden, ende soude die

actie wordden puerlijc proprietaire, ende soude die aenlegger alsoe vallen van zijnen

heysche int cas van complainten van nyeuwicheyden, ende dat bij gebrecke van der

behoirlijcker vormen dat hij sculdich hadde geweest te weten ende te onderhouden.

Item, hier is noch te weten, gelijc men complainte int cas van nyeuwicheiden

voirtstellen mach in allen saken ende onder alle gebueren deen onder dandere, alsoe

mach mense oic voirtstellen tusschen den middelheere zijn leen houdende van den

overheere, ende tusschen den ondersaten van den voirscreven middelheere, ende soude

die provisie van complainten gegeven wordden bij den overheere, mair begeerde die

middelheere dat renvoye te hebbene van der kennissen, men soude hem die geven om

recht te doene opte complainte.

Desgelijcx, mach complainte int cas van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij

den procureur fiscael tegen ennige ondersaten, als van onbetaelden tollen, weegegelden

ende dijergelijcke.

Item, noch is hier te noteren dat, oft gebuerde dat een weerlijc persoen hem

beclaigde in cas van nyeuwicheiden van eenen persoen die geestelijc waire, dairomme

en soude niet volgen die voirscreven geestelijcke persoen, en[de] soude gehouden zijn

te procederen int cas van nyeuwicheyden tegen den complaingnant, dats tegen den

clagere, niettegenstaende zijnder clergien, die hem dairtegen niet en conste gevrijen, want

alle complainte van nyeuwicheyden is een specie reale, hoewel dat zij niet en is formalijc

reael ; ende mach elc in deser saken gehouden wordden als aenlegger, want elc allegeert

van zijnder zijden zijn possessie van den dingen dair contencie af is, ende versuect haer

die aengewesen te wordden metter recreancien, ende zijn huer conclusien alleleens

alsoewel voir den aenlegger als voir den verweerdere ; ende dairomme willen die rechten

dat elc wordde geacht als aenlegger in der saken.

Item, wairt dat complainte wordde voirtgestelt op nyeuwe turbacie van justicien

tusschen ennige partijen, ende dair opposicie in gebeurde, dair en soude geen recreancie

gegeven wordden, noch der eendere noch der andere partijen, mair soude dat dinc

contencieux blijven in handen van den heere, die die brieven van der complainten hadde

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 17 91

verleendt, dijen dairaf behoirt te kennen ; want in sulcken gevalle en is geen recreancie

te gevenne, overmitsdat justicie soe edelen dinck is dat zij blijven sal hangende den

gedinge in handen van den opper ende souverain heere, die niement spolieren en sal tot

dat trecht sal hebben gewesen wijen die justicie toebehoiren sal.

Item, insgelijcx soe mach complainte geleedt wordden [op] geestelijcke dingen, gelijc

men noch onlancx binnen desen jaire van LXXV in der Raidtcameren van Brabant heeft

zien voirtstellen een complainte bij den dekenen van Sinte Goedelen, meester Merten

Steenberch, tegen den biscop van Camerijck, om der begravingen ende kerkelijcker

rechten wille van ennigen priesteren binnen Bruessel, geprovent buyten der kercke van

Sinte Goedelen ende aldair gestorven ; desgelijcx tusschen den proost van Casselle,

meester Jan Vincent, complaingnant, ende den domproost van Utrecht, meester Simon

vander Scluys, om des personaetscaps wille van Gheele ; desgelijcx tusschen des dekens

neve van Eyndoven ende den biscop van Ludick, om der vruchten wille van der kercken

van Sinte Martens, geheeten in de Hage bij Breda, in welcken saken geweesen is geweest,

dat partijen scrijven souden ten fijne van nyeuwicheiden int cas van possessien ende

saisinen.

Item, insgelijcx soe wort complainte gecleet op ghifte van testamente, nadijen dat

die legatarijs iet wechgegeven hadde bij testamente, dairaf dat hij hadde in possessien

geweest doen bij sterf, welc recht gefundeert wort op trecht, dwelc seegt dat die doode

heyscht ende geeft possessie den levenden die zijn navolger is.

Item, insgelijcx soude complainte gecleet mogen wordden tegen princilijcke brieven

ende mandementen, die sulc wairen dat zij mits surrepcien ende oprepcien, partijen

ongehoirt, vercregen wairen om in een goet voir douwarie oft andere gepreviligieerde

saken, sonder opposicie, gestelt te worddene.

Item, noch is hier te wetene dat in der complainten van nyeuwicheiden, zoe wije

getoenen can tot zijnder possessien ende saisinen ennige brieve die hem titel geven, dijen

is men sculdich die recreancie terstont te geven zonder anderen thoen.

Item, noch is te weten dat in complainten van nyeuwicheyden geen noot en is dat

iement zijnen titele dealarere, hij en wille, omme te comen totter possessien ende

recreancien ; mair om te comen totter recreancien, zoe es genoch dat men proeve te

-hebben possessie ende saisine bij den lesten exploicten, hoewel die geestelijcke gescreven

rechten seggen dat in wairachtiger possessien wesen moet wairachtigen titel, sal die

possessie van weerden zijn, want een possesseur ende besitter van quader trouwen en

can tot geenen tijden prescriberen nae recht. Niettemin om te geraken totter diffinitiven

int principael, zoe behoeft men te hebben gethoent goeden titel.

[4] Nota. Van drijerleyen gebreken die geen possessie en gheven.

Item, noch es te weten dat men vijndt III manieren van possessien, die geen actie

en geven van possessien, mair zijn mits derselver die besitters van dijen schuldich

versteeken te wordden ; deen is possessie heymelijc ende dieffelijc gecregen, dandere is

possessie met fortsen ende gewoude gecregen, derde is possessie bij beden vercregen;

ende dat seggen die clercken : possessio debet esse non vi, non clam, non precario.

92 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch es te wetene dat tegen die hoogheyt, noch oic tegen die domeynen van

den prince geen vercrijgh van possessien noch geen complainte van nyeuwicheyden stadt

en grijpt, want die rechten uuyt hem vloyen, ende dairomme en selen die rechten bij hem

gemaict zijnder hoogheyt ende digniteyt niet contrarieren, want tegen zijn hoogheyt

niement van den ondersaten te gelijcken en is; mair in anderen saken die sijnen demeynen

oft zijnder hoogheyt oft digniteyt niet aen en gaen, siet men dicwijle dat hem die

procureur fiscael beclaigt van den ondersaten van den prince bij complainten van

nyeuwicheyden, et econtra.

Item, insgelijcx tegen onmondige ende ombejairde weesen, tegen uuytlantsche ende

tegen uuytsinnige, durende huer gebrec, en loopt geen possessie, al wairt dat binnen

jairs de wesen tot zijnen daigen comen sijnde, de uuytlantsche wedergekeert te lande,

ende uuytsinnige wederom zijn wettige zinnen hebbende, zijn complaint van nyeuwichei-

den daden.

Item, noch is te weten dat, gelijc men possessie vercrijgen mach voir eenen anderen

mits den besitte dat men voir hem doet, alsoe mach men possessie verliesen voir eenen

anderen, mitsdat men laet te possesseren ende te gebruycken tgeene dat men voir

eenen anderen sculdich is te verwairenne ; ende dairomme die wijs wil zijn, die en sal

niemende possessie laten vercrijgen tegen hem, want soe men gemeynlijc seegt: gedoegh-

genisse is on[t]erffenisse.

Item, noch is te weten, wairt dat in materien van complainten van nyeuwicheyden

ofte recreancie ennige fayten vielen te thoenen voire ennige van den partijen, elc van den

voirscreven partijen en sal mair X getuygen mogen leyden, hoeveele die articulen zijn ;

ende waire die materie zeer groot ende datter grote sommen aenhingen, soe en mogen

dairop boven XVI getuygen niet overhoirt wordden, ende dit wort int parlement van

Vranckerijc onderhouden bij statuyte.

Item, int cas van nyeuwicheyden en is geen garandijse oft wairscap, overmitsdijen

dat om der opposicien wille die dairinne gevalt, elc van den partijen heysschere wort,

voir hen nemende dat partije voir hem die possessie toebehoirt. Niettemin, hadde iement

een goed gecocht, ende een ander quame binnen jairs ende dede dair een clachte van

nyeuwicheyden om den coopere zijn possessie af te wijnnen, in desen gevalle soude de

coopere wel redene hebben te sommeren ende te roepen zijnen vercooper als garand.

Item, gebeurdet oic dat iement een werc maicte, metste oft tymmerde in prejudicien

van iement anders, die hem des beclaigde bij actien van complainten int cas van

nyeuwicheden opte werclieden die dat wrachten, alsoe dat die voirscreven werclieden

dach beteeckent worde opte plaetze contencieuxe, ende dieselve werclieden begeerden

te hebben hueren meester diese te werck gestelt hadde, als hueren garand, die voir-

screven werclieden sullen denselven hueren meester gehouden zijn te brengen opte

voirscreven plaetze, ende dair sal hem die voirscreven meester opponeren metten

voirscreven wercklieden, ende advoueren dwere ende nemen tfayt ende verantwoirden

van der opposicien aen hem ; ende wairt dat die werclieden hen anders opponeerden,

ende dach namen sonder bij hen te hebbene hueren meester als adveu, het waire te

duchten dat zij dairnae te laet souden comen, om te sommeren hueren garandt, ende

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 17 93

souden tproces moeten sustineren ende die opposicie verantwoirden, diewelcke

gefrustreert soude zijn, want zij van hueren arbeyde ende fayte geen possessie en hebben,

ende dat zij niet en zijn dan werclieden sonder anderen titel te hebben, ende dairomme

selen zij hem in tijts versien dat heur adveu geroepen wordde.

Item, noch is te noteren, wairt dat iement hadde verloren possessorie in cas van

nyeuwicheiden voir ennigen richter die dairaf kennen mach, ende hij dairnae begeerde

aen denselven richter dat hij bedwonge zijn wederpartie, die de possessie gewonnen

hadde, dat hij caucie stelde voir hem rechts te plegen int petitorie oft proprieteyt, mitsdat

hij denselven dairaf aldair aenspreken ende vervolgen wille, soe is diegeene die

dat possessorie gewonnen heeft, sculdich die caucie te doene ; ende oft hij dat nyet doen

en woude, zoe is die richter sculdich den anderen zijn verlooren possessie weder te

geven, ende dit waire men sculdich te versuecken int begin van den processe opte

possessorie, alsoeverre als die richter dairvoire dat possessorie geintenteert wort, bij

prevencien niet en waire richter sonder middel van den petitorie ; oft anders, die richter

en soude den clagere int cas van nyeuwicheiden niet ontfangen, want zoe voirseyt is, dat

possessorie ende petitorie mogen bij eenen richter besclich ende gedetermineert wordden.

Item, wildij weeten hoe ghij in deser actien u libel formeren sult, zoe oversiet die

leste forme gescreven int XVIe voirgaende capittele, dair suldijt vijnden.

Item, van desen interdicte uti possidetis oft possessorium retinende, geheeten

complainte int cas van nyeuwicheyden, suldij veel bescheyts vijnden hier achter int

LXVIe capittele.

[5] Van der actien van complainte int cas van erfflicheyden ende proprieteiten int

petitorie.

Actie van complainten int cas van proprieteyten oft erfflijcheyden int petitorie es

den lesten wech, forme ende maniere te heyschen recht op ennigen grondt, dairaf iement

over lang waire gespolieert ende uuytgeset geweest ; ende dairomme suldij weten dat,

als iement bij complainten van nyeuwicheiden verloren heeft de possessorie, soe mach

hij hem keeren ende weynden totten petitorie, want die meyninge heeft recht int

possessorie die des niet en heeft int petitorie, overmitsdat tusschen dat petitorie ende

possessorie groote difference ende onderscheyt is. Want dat possessorie heeft alleene

zijn aensien opt gebruyck ende possessie bij iemenden genomen van ennigen dinge, ende

dat wort geheeten trecht van der possessorie ; ende dat petitorie is trecht dat een heeft

totten gronde oft totter realiteyt van eenen dinge, hetzij bij successien, bij coope, bij

ghiften oft bij ennigen anderen deugdelijcken titele, ende dat recht wort geheeten trecht

van den petitorie ; ende mach mits den rechte van den petitorie heysch maken tot allen

tijden tegen den possesseur ende besitter, tenwaire dat die possesseur recht vercregen

hadde bij prescripcien, met rechtveerdigen titel, want dat soude den possesseur zeere

mogen dienen, opdat hij dat alsoe gebruyct hadde van tevoiren, ende den petiteur present

zijnde. Ende nochtans, al en hadde die possesseur geen rechtveerdigen titel van

possessien, soe en soude, niettegenstaende zijnder prescrepcien, een petiteur grotelijc

mogen wederleggen dat possessorie, omdat [te] nyeute te doenne metten petitorie, mair

94 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

die possesseur soude altoes, hangende den processe, blijven int gebruyck, want het is

al ten eedelen dinc prescripcie, soe ic naemails verclairen sal.

Item, ende want een zeere besneeden ende precisen dinc is te doen ende te

formeren een aensprake ende clachten opt petitorie, mitsdat hem een wachten moet

van al des hij voirtstelt dat dat zije opt petitorie sonder ennichsins te rueren dat

possessorie, zoe suldij dairin formeren u libel, na den leest die ghij vijnden sult int

navolgende XVIIIe capittele sprekende van der actien van reivendicacien.

XVIIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN VAN REIVENDICACIEN IN PETITORIE

[ll [Van der actien van reivendicacien].

Om dan voirt te continueren ende te achtervolgene die declaracie van den anderen

VI manieren van actien die real zijn, ende die alle begrepen ende gecomprehendeert

mogen zijn onder die III specien van actien reale boven gedeclareert, nadat mense

intenteren wille int petitorie ende int possessorie, soe suldij weten dat actie van

reivendicacien is een actie die men hebben mach ende voirtstellen tegen dengeenen die

ennich dinc hielde ende houdende bleve, sonder rechtveerdigen titel, tegen den danck

ende wille van dengeenen die dat toebehoirt ende heere dairaf is oft bijnae heere ; want

reivendicacie is te seggen een voirtstel oft vervolg om te hebben zijn recht, dat een

meyndt te hebben in die realiteyt oft in den grondt van eenen dinge oft in de possessie

oft int proffijtelijc gebruyck van denselven dinge, hetzij van hueringen, van tochten oft

van dijergelijcken.

Exempel van desen : "Voir u, eerweerdige, eedele heeren, seegt ende stelt voirt in

rechte Willem tegen Jannen, dat een stuck erfs gelegen tot sulcker plaetzen, hem

toebehoirt heeft ende noch toebeboirt als heere ende bijnae heere, ende als zijn proper

goet, met goeden ende rechtveerdigen tijtel genoch zijnde in den rechte, welc stuc erfs

die voirscreven Jan hem onthoudt oft bijnae onthoudt, sonder sake oft redene dairtoe te

hebben, ende heeft hem dat voirgehouden den tijt van V jairen lanck, heffende dairaf

die proffijten, jairlijcx weert zijnde L croonen, mits welcken Willem voirscreven versuect

dat hij bedwongen wordde zijn handt van den voirscreven erven te lichten, hem die te

laten volgen ende hem die weder te leveren als hem properlijc toebehoirende, metten

vruchten, baten ende proffijten, die hij dairaf ontfangen heeft oft dairaf hadde mogen

ontfangen, oft die weerde dairaf ten prijse ende goeder estimacien, ende dairtoe in de

somme van L croonen voir die scade ende interesten dairanne gehadt, ende noch te

lijdene, makende oic heysch van costen in deser saken gedaen ende te doene ten

eynde toe uuyt, behoudelijc hem desen zijnen heysch te moegen meerderen,

minderen ende corrigeren als hem dat goet duncken sal, versueckende voirt dat hij

voiral bedwongen wordde te antwoirdene opten voirscreven heysch bij zijnen eede

van calumpnie."

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 18 95

Item, ghij sult weten dat boven geseyt is "oft bijna heere", om des proffijfelijcx

gebruycx wille dat wijnnen, laten, tochteneren. erfpachteners ende meer andere dicwijle

hebben van eenen gronde, dair zij nochtans geen heeren van den gronde en zijn, mair

es hen dese actie aengecomen van den gerechten heere ende proprietarijs van den

gronde die, eest boven geseyt, "oft bijnae onthout", om dengeenen die den grondt oft

dat dinc dair questie af is, bij liste hadde uuyt zijnen handen gedaen, oft die hem

wetweerdich dairvoire gemaict hadde, want alsdan in uwen keur is tegen wijen ghij

ageren wilt, weder tegen dengeenen die dat hout oft dengeenen die bij loosheyden

ende bedrooge dat gebruyck van dijen in anderen handen heeft overgegeven.

Item, ende als ghij met deser actien heysschen wilt ennich dinck, soe moogdij nae

recht ierst versuecken dat hij dat dinc exhibere ende thoene, want die actie van

exhibendum maict een gereedtscap totter reivendicacien.

Exempel : "Want ic, Willem, ageren wille tegen Janne bij reivendicacien van

alsulcken boecke oft peerde, soe versueck ik u, heer richter, dat ghij van officien wegen,

dat voir ogen doet brengen, oft ten minsten ic versuecke dat hem gevraigt wordde oft hij

sulcken dinck houdt ende in handen heeft."

Ende die voirscreven Jan sal bedwongen wordden dairop te antwoirden ; seegt hij ja,

ghij sult voirtstellen uwen heysch ; seegt hij neen, ghij sult ontfangen wordden te thoenen

dat hij dat in handen heeft ; ende soeverre als ghij dat bethoent, soe sal die possessie

van dijen dinge bij rechte in u getransfereert wordden, in versuymtheyden ende ten

hate van den logenaire, want trecht den loegenare afgunstich ende hatich is. Ende die

verweerdere sal heysscher moeten wordden, ende de verweerdere sal sculdich zijn te

verantwoirden bij eede van calumpnien opte voirscreven vraige ; ende oft hij niet

zweeren en woude, zoe sal hij in beternissen van sijnder contumacien ende versmadenisse

verliesen die geheel sake. Eest oic dat hij zweert, ende dat [hij] dairnae nyet

antwoirden en wille, oft dat hij donkerlijc antwoirdt, soe sal men die vrage houden ten

proffijte van den aenlegger voir gekent oft voir gelochent, soe dat den aenleggere nutste

sal zijn, mair die verweerdere en sal niet schuldich zijn in zijnder antwoirden te

verclairen bij wat title hij dat houdt.

[2] Van der actien ad exhibendum.

Item, ghij sult weten datter zijn drierleyen manieren van actien ad exhibendum;

deen is geheeten restitutoria, ende dese en mach niet teffens voirtgestelt wordden

metter reivendicacien, dander is geheeten exhibitoria, ende die en mach oic niet teffens

metter reivendicacien wordden geproponeert, ende die derdde is geheeten utilis ende

regularis, ende dese mach wel concurreren metter reivendicacien.

Item, dese actie ad exhibendum wort verleent ende competeert niet alleene den

heere van den goede, mair oic dengeenen die tanderen tijden besitter is geweest des

dincx, ende die dairtoe pretendeert ennich interest te hebben oft recht, hetzij in oft

totten dinge uuyt tegenwoirdige oft toecomende saken ; ende dairaf is die rechter

sculdich voiral sommierlijc te ondersueckene ende te examin[er]en oft die aenlegger

goede sake heeft die exhibicie te begeeren oft nyet.

96 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, dese actie ad' exhibendum wort verleent tegen den possident oft besitter,

hetzij dat hij dat dinck besitte natuerlijc oft civilijc, tsamen oft besundert, ja al waire hij

alleen een verweerdere oft een naict onthoudere ende detenteur van den dingen, soe

soude [men] hem mogen aenspreken bij deser actien ad exhibendum, ende dat wijsdom

hieraf sal zijn summarium, zoedat men dairinne nyet en sal toelaten ennige excepcien

die hoogher vernuft oft verstandt begeeren.

Item, noch suldij weten dat in deser actien ad exhibendum den aenlegger genoch is

dat hij zijn interest, dat hij heeft totten dinge dat hij begeert geexhibeert te hebben,

bijbrenge met zijnder eedt, alsoeverre als die sake is van cleynder prejudicien, mair

soude die verweerder grotelijc dairmede bescadicht wordden, zoe soude dair toen ende

proeve behoeven.

Item, ende als die verweerder niet en exhibeert ten bevele van den richter, zoe wort

die aenlegger geadmitteert tegen hem te zweeren ende te doen iuramentum in litem.

[3] Wanneer een sake geheeten wordt sommier.

Noch suldij weten dat een sake wort geseyt te zijn sommiere in III manieren;

ierst, want men niet en procedeert nae ordene ende solempniteyt van rechte ; ten

anderen male, want men niet en procedeert met vollen thoen, mair is genoch dat men

procedere bij presumpcien ende indicien die den rechter tot presumpcien wecken ende

indiceren ; ten derden male is die sake geheeten sommiere, als dair gebrec is van

beyden, te wetene van der ordene van rechte ende van vollen thoene.

[4] Libel in der actien ad exhibendum.

Item, bij deser actien ad exhibendum suldij formeren u libel aldus : "Andries seegt

tegen Dierick dat hij onderheeft eenen boeck van rechte gedeckt met sulcken leere in

Lombaertsen letteren gescreven, tot welcken boecke hij interest heeft om dat in rechte

te exhiberen, want hij dairmede in meyninge is te proponeren in rechte die actie van

reivendicacien, welck boeck Dierick voirscreven verbercht ende achterwairt houdt,

versuect dairomme dieselve Andries dat Dierick met rechte gewijst wordde voir recht

dat boeck te exhiberen, ende dat hij dat besien moge." Ende eest dat hij Andries,

voirt in eenen adem, wil intenteren die actie van reivendicatien, zoe mach hij dairtoe

vuegen ende seggen : "den voirscreven boeck, zoe geexhibeert zijnde, dat hij hem

Andriese toebehoirt," ende alsdan versuecken dieselve Andries dat hem die dominie

van denselven boecke toegewijst worde ende Dierick voirscreven onderweesen ende

gecondempneert hem dijen te restituerenne.

Item, ghij sult weten dat een sentencie gegeven op dese actie ad exhibendum

[niet] absolutoria [es] ; die en maict geen excepcie uuyt crachte van gewijsder dinck in

der reivendicacien, want dese is sommiere, ende die reivendicacie, die is ordinarijs.

[5] Wat exhiberen is.

Item, noch suldij weten dat exhiberen is te seggen, een dinck te thoenen oft voir

oogen te brengen, om den adversarijs meynende dat zijn te zijne, dairaf copie te

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 18 97

hebben, dat te siene oft te tasten om dairop zijn reivendicacien te intenteren, opdat

hem goet dunct.

Item, wairt een instrument oft eenen brief die men begeerde geexhibeert, dats voir

ogen gebracht te hebben, soe sal men den adversarijs dairaf brieven geven, ende tot

dijen copie tsijnder cost ; ende dese actie ad exhibendum wort gegeven tegen den

possesseur oft detentateur van den dingen, dat een sijn wil maken, oft tegen dengeenen

die dat dinck met liste versteeken heeft.

[6] Aengaende den libelle.

Item, hier suldij weten dat een discreet advocaet oft richter voiral schuldich is

neersterlijc te mercken ende te bedenckene die forme van zijnen heyssche ende

libelle, ende die qualiteit van der actien, dat is hoedanich die actie is dat hij proponeren

ende voirtstellen wille, want na die tenuere van der aenspraken ende libelle, soe is

sculdich die sentencie geformeert te worddenne.

[7] Wat een libel is.

Item, noch suldij weten, al eest soe dat in den gescreven rechten een libelle veele

bediedenissen heeft, want het bijwijlen genomen wort voire een geschrifte van

diffamacien, bijwijlen voire wittebroot, bijwijlen voir een cleyn boecxken, soe wort

een libel alhier in dit boeck genomen voir eenen heysch ende aensprake des aenleggers

gedaen in den gerichte bij den solempniteyten van rechte. Ende is een libel sculdich

cort te zijne, want zwairheit van woorden wort bij den rechten versmaet ; es oic dat

libel sculdich geordineert te zijne alsoe dat men niet en sal heysschen die execucien

gedaen te wordenne eer dat vonnisse gegeven wort. Es oic nae recht dat libel sculdich

gescreven te wordden, in zwaren ende grooten materien, want dat gescrifte is van der

substancien van den libelle, dair men geen costume ende gewoente ter contrarien van

dijen en houdt ; oic sal dat libel clair zijn, want clairheyt is vriendinne van den rechte

ende donckerheyt is haer viant. Oic is dat libel sculdich sulc te zijne, dat alsoewel die

rechter als die partije dairuuyt vernemen moge die meyninge van den aenlegger oft van

dengeenen die hem verontschuldicht, want op dat libel moet die richter zijn sentencie

formeren, ende op dat libel heeft die wederpartije huer te beraden weder zij dingen

wille oft nyet. Oic wort dat libel gegeven niet alleen in civilen saken, mair oic in

criminelen saken, dair hem een behoeft te excuseren.

Item, noch suldij weten dat nae recht, het van node is dat men den richter

presentere dat libel, dat es, den heysch in gescrifte, hij zij richter ordinarijs oft delegaet ;

mair ten is van geenen noode dat men ennich libel geve den arbitrateur, want het van

geenen noode en is dat men voir den arbitrateur ennige oerdene ende regule van gerechte

ende justicien houde, mair voir den arbiter, die geen arbitrateur en is, moet men

procederen bij figueren ende oerdene van gerichte. Ende die aenlegger is nae recht

sculdich in den gerichte dat libel tot zijnen coste te leveren den verweerdere, want

nadijen dat hij den verweerdere tegen zijnen danc bedwingen doet te recht te comen,

zoe wairt onredene dat die verweerdere belast wordde metten coste van den libelle, dat

hij bedwongen wordt te comen aenhoren.

98 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[8] Wat een solompnel libel begrijpen sal.

Item, noch suldij weten dat een solompnel libel begrijpt V dingen ; eerst, den naem

van den richter ; ten anderen, den naem van den aenleggere ; ten derden, den naem van

den verweerdere ; ten vierden, die sake dairuuyt dat men heyscht ende ageert ; ten

vijfden mnale, dat dinc, die somme, die grootheyt dat men heyscht. Ende is dat libel een

solompneel gescrifte ; ende een corte memorie is een sommiere gescrifte, dwelck in

cleynen saken, zijnde van cleynder importancien oft gewichte, pleecht geadmitteert te

worddenne.

[9] Wairop dat die reivendicacie rust.

Item, noch is te wetene dat in der reivendicacien zijn II dingen, dair hair weesen

ende substancien op rust, te weten van des aenleggers weegen, die dominie ende

heerscapie, oft bijnae die heerscapie, ende van des verweerders wegen, die possessie

oft die onthoudinge die geheeten wort de detencie.

Item, ende wairt soe dat die gedaigde bij actien van reivendicacien ten tijde van

der aenspraeken, dat goet dair questie om is, niet en hielt noch en besidt, mair hadde

voir recht geseyt ende beleden dat hij dat hielt ende besadt, ghij sult weten dat dat

proces tegen hem voirtgaen soude, ende soude gecondempneert ende geduempt wordden

mits der loegenen diet recht haet, in der manieren als hij dat wairachtelijc hielde

oft besate. Ende wairt dat hij, hangende den gedinge, dat van hem dede bij geveysder

boosheyt ende met zijnen opsette, hij soude mogen gecondempneert wordden alsoft hij

dat besittende waire ; mair dade hij dat van hem sonder opset ende bij misvalle oft

ongelucke, hij soude wordden geabsolveert, indijen hij dat ter goeder trouwen

hadde beseten, ende hij gehadt hadde goede saken om te dingen, ende anders soude hij

gehouden zijn totter estimacien ende prijse van den dinge.

Item, noch suldij weten dat bij deser actien behoirt men dat dinc dat men heyscht,

indijen dat onberuerlijc is, te designeren ende te verclaren bij zijnder generaelder

ende speciaelder plaetzen, ende oic zijn termtgenooten metter qualiteyt van den dingen,

weder het wijngaert, beemdt, bosch oft wijnnende lant is. Ende wairt ruerende goet, soe

sal men verclairen hoe veele, hoe groot, hoe zwair dat is, ende wat verwen dat heeft.

Ende wairt dat die verweerdere twijfel maicte, oft hij dat dinck houdende ende

besittende waire, ende begeerden aen den aenlegger dat hij hem dat dinckt thoende

metter oogen, die aenlegger soude dat sculdich zijn hem te wijsen ende te thoenen.

Item, ende is goet dat een aenlegger in sijnen libelle weet te verclaren die grootte

van den vruchten die hij heyscht, oft die estimacie dairaf, met oic der weerden van

zijnen geheyschten interest ; mair oft hij dat niet geveuchgelijc gedoen en conste, soe

eest genoch dat hij nairderhandt dat in den processe certificere ende bijbrenge.

Item, noch suldij hier weten als men die vruchten, scaden ende interest heysschende

is, dat men bij den vruchten verstaet allet datter inne gedaen is oft op gewonnen hadde

mogen wordden, ter nutscap van den mensche dienende, hetzije dat dat zijn natuurlijcke

vruchten, als appelen, peerren ende dijergelijcke, oft vruchten bij industrien gewonnen,

als cooren ende dijergelijcke.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 18 99

[10] Wat interest is.

Item, ende bij den interesten wort verstaen die scade die een heeft ende lijdt,

hetzije int sijn te verliesen, oft van den zijnen geen bate te gecrijgen ; ende is een

interest, dair een scade af heeft, ende waesdom cesseert. Ende men vijndt principalijc

tweerleye interesten, deen is geheeten inwendich interest, ende dander uuytwendich

interest. Dat inwendich interest is tgebreck in der weerden ende in de dueght van

den goede, met des dairaen cleeft. Ende dat uuytwendich interest is dat gebrec oft die

scade, die de persoen gehadt heeft, mits den belette, al[s] soude zijn een pene dair iement

innegevallen waire, mitsdat hem den dach van zijnder betalingen niet gehouden en

waire geweest, bij denwelcken hij voirt nyet en hadde connen voldoen, ende waire

alsoe in de pene gevallen.

Item, noch is te weten dat diegeene die metten zijnen hadde gebouwt, gemetst

oft getymmert op iement anders erve, ende het dairnae gebuerde dat die tymmeringe

afgebroken ende ontdaen wordde, hij soude met deser actien mogen wedergecrijgen

zijn hout, yserwerc ende steenen, dwelc hij niet en soude mogen doen, alsoe lange als

die tymmeringe stonde ende die heere van den gronde betalen wilde die beteringe van

der erven. Ende oft die heere van der erven dat niet doen en woude, zoe soude

diegeene die dat hadde doen maken, dat wederom af doen doen ende ewech vueren,

behoudelijc dat hij schuldich soude zijn dat dinck wederom te stellen in den staet dair

het te voiren inne was.

Item, desgelijcx mach men met deser actien wedercrijgen ennige possessien oft

gronden van erven oft van renten van den coopers derselver die die gecocht hadden,

al wairt oic ter goeder trouwen, tegen ennige die des goets niet machtich en wairen te

vercoopen, noch recht dairtoe en hadden, alsoeverre als die heysschere niet zoe lang

en beyde dat hem die coopere behelpen mochte bij possessien van langen tijde, ende

dat hij alsoe bij prescripcien recht gecregen hadde.

Insgelijcx, hadde iement geplant oft gesayt op eens anders landt ennige haghen,

boomen, planten oft vruchten, alsoeverre als die planten oft dat saet worttelen hadden

genomen, soe soude dat toehoiren den meester van den gronde ; mair bij den rechte van

der actien van reivendicacien, waert dat die plantere oft besayere heysschende waire

zijn saet ende zijnen arbeyt oft ploechrecht, ghij sult weten dat hij dat wederhebben

soude oft die weerde dat dat saet oft die plante weert was, ten daige dat hij plante oft

sayde, metten arbeyde die hij dairtoe dede.

Item, noch suldij weten dat in der reivendicacien behoiren te zijne twee extremen

oft eynden, deen is dominie van des aenleggers wegen, ende dander is possessie oft

onthoudinge ende detentacie van des verweerders oft gedaigden wegen, macht

hebbende dat dinc te restitueren ; want possessie baert den adversarijs actie in den

dinge oft actie reael, niet dat hij ennichsins in hem persoonlijc geobligeert is, mair

realijc, ende met grover ende ronder obligacien, bijdijen dat [hij] zijn dinck besit ende

possesseert oft hem onthoudende is.

Item, noch suldij weten dat dese actie in rem oft reivendicationis niet alleene

gegeven en wort tegen dengeenen die dat dinck natuurlijc ende civilijc tsamen

100 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

possesseert ende gebruyct, mair oic tegen dengeenen die alleene dat civilijc gebruyct,

ende oic tegen dengheenen die dat dinc alleenlijc natuerlijc possesseert, ende oic tegen

den naicten detenteur ende onthoudere macht hebbende dat dinc te restitueren. Ende

wairt dat sulcken possesseur hangende den gedinge, zijn possessie uuyt liste oft

archeyt liet drijven oft iement anders overgave, hij en soude niettemin uuyter selver

instancien wordden gecondempneert ; hadde hij oic int begin van den gedinge geseyt

dat hij een possesseur waire van den dinge ende dat gelogen hadde, hij en sal desniet-

temin wordden gecondempneert ; ende ghij sult weten dat ghij bij deser actien altijt

ageren sult tegen den possesseur, ende niet tegen zijnen aucteur, tenwaire hij met liste

zijn possessie getransfereert hadde oft uuyt archeyt laten drijven.

Item, ende die adversarijs gevraigt ende geinterrogeert sijnde oft hij dat dinc

possesseert, ende hij seyt ja, soe suldij zekerlijc tegen hem mogen ageren, al wairt

dat hij gelogen hadde. Want hij in zijns selfs prejudicie gehouden wort voir possesseur,

mitsdat hij hem totten gedinge schijnt dairmede geoffert te hebben, tenwaire dat hij

voire die litiscontestacie zijn confessie hadde wederroepen ; ende wairt dat bij

geinterrogeert zijnde van der possessien, met logentalen seyde dat hij geen possesseur

en waire, ende die aenlegger die contrarien van dyen bethoende, zoe sal hij mits der

logenen, bij den rechter ende bij zijnder officien dairop iudicialiter geimploreert,van zijnder

possessien gepriveert wordden, ende sal getransfereert wordden in den aenleggere.

[11] Van den vruchten ende proffijten in der reivendicacien.

Item, noch suldij weeten dat zoo wije eenen anderen ennich erfflijcheyt oft grondt

afwijndt metten vonnisse, die heeft redene ende goede sake bij der actien van

reivendicacien te heysschen ende te gecrijgen alle die vruchten, baten ende proffijten

die van denselven erven comen sijn van den tijde datse dander beseten heeft,

het en waire dat die voirscreven besittere, dijet voirscreven vonnisse verloren hadde

gehadt, hadde ennigen titel, het waire titel van coope oft van successien oft van

transactien, onder tschijn van welken titel hij die voirscreven erve beseten hadde ; want

in dijen gevalle, al is hem tvonnisse tegengegaen, soe en sal hij nochtans niet voirder

gehouden zijn dan van den vruchten dairaf gecomen zijnde sindert den beghinne van

den processe, ende van geenen voirderen tijde en can men op hem nyet gereivendiceren.

Item, noch es te weten dat men bij deser actien van reivendieacien wederheysschen

ende vercrijgen mach ennich goet oft dinck, dat ewech geleendt waire, oft onder iement

geset oft iemende te verwairen gegeven, die dat voirt versette of ter lombaerden in den

woeker droege. Ende om hieraf te geven een exempel : Een goet man hadde doen

dragen onder eenen scrijveyn eenen ongebonden Bibel om aldair gebonden te wordden,

die boeckbijnder hadde gelts te doene ; hij droech den Bibel in den woecker ende

ontleende dairop XV croonen, corts dairnae woude die goede man hebben sijnen Bibel ;

die boeckbijnder en conste hem dijen nyet wedergeleveren, want hij dijen verset hadde

ter lombaerden, ende die voirscreven goet man en conste hem niet verrichten aen den

boeckbijndere, want hij ewech liep ende voirtvluchtich wairt. Mits denwelcken die

voirscreven goede man dede betrecken den lombaerd, dair dit boec geset was, voire

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 18 101

trecht, hem heysschende zijnen Bibel ; die lombaerd kende den Bibel onder te hebben,

mair seyde dat hij dairop geleendt hadde XV croonen dengeenen die hem tboeck thuys

gebracht hadde, ende alsoe verre hij hem wedergave zijn gelt metter usuren ende

woekere dairop verloopen, hij soude hem geerne dboeck wederdoen ; die goede man

seyde, naedijen hij bekende den Bibel onder te hebben, hij presenteerde te thoenen

ende wair te doen dat denselven Bibel zijn waire, ende dat hij dijen hadde gelevert

eenen boeckbijndere om te bijnden, zonder yet te hebben gedaen, dairomme dat

denselven boeck niet zijn en soude zijn noch hem wedergekeert, seggende dat hij dijen

was sculdich weder te hebben als zijn proper goet, sonder te betalen die geleende

penning noch oic den woecker, bij den rechte van reivendicacien ; den voirscreven

lombaert seggende die contrarie, ende dat hij den Bibel niet en hadde gehailt, mair wair

hem bij den boecbijndere thuys gebracht geweest, ende dat hij openbair tafel van

woeker hielt ende dat hij dairaf oirlof hadde van den prince, mits denwelcken hem den

verloop van der usueren sculdich waire betailt te wordden, sunderlingen naedijen dat

die persoen den voirscreven Bibel nyet en vervolgde often calengierde als gestoolen

goet. Den voirscreven persoen allegerende ter contrarien, nadijen dat tvoirscreven boeck

zijn was, dat hem dat volgen soude, ende dair die lombaerd allegeerde usuere ende

woecker, dat hij dairaene allegeerde zijns selfs leelijcheyt, totter welcker hij niet

ontfanckelijc en waire, want nae den geestelijcken rechte usuere ende woecker verboden

is. Item, als gestoolen goet en was hem geen noot dat boeck te calengeren, want hem

wel nae recht geoirlooft was dat weder te heysschen, oft bij den rechte van

reivendicacien, naedijen dat hij zijn dinck vant in weesenne, oft dat weder te heysschen

als gestoolen, ende want hij ierst gecooren hadde dat recht van der reivendicacien, zoe

was hij dairtoe wel ontfanckelijc om zijn boec weder te hebben, concluderende ten

selven fijne. Dairtegen die voirscreven lombaert replicerende dat hij lombaerd was, ende

dairvoire hielt hij hem, ende dat hem om usuere te nemen ende gelt om gelt te leenen

ende op panden bij den prince geoirloft waire, in wijens sauvegarden dat hij was. Ten

sloote partijen gehoirt, ende op al gelet, wort gewijst, dat die voirscreven clagere

wederhebben soude zijn boeck zonder den voirscreven usurier te betalen noch dat

principael gelt dairop geleendt noch die usueren, ende wart die voirscreven lombaerd

gecondempneert in de costen, ter taxacien van den hove, van welcken vonnisse

geappelleert wart, ende wairt bij den hoofde geseyt, wel gewijst ende qualijc geappeleert

ende die lombaerd gecondempneert in de costen ende in die boete oft bruecke van der

gecker appellacien.

Item, nog suldij weeten dat men bij deser actien soude mogen weederheysschen

ende gecrijgen een dinc dat iement gestoolen waire, al waire dat goet bij den dief oft

nemere vercocht, verset oft in handen van anderen lieden verpandt oft gestelt.

Een exempel hieraf : Het gebuerde dat een persoen vant een panser dat hij verloren

hadde, hangende ten huyse van eenen ouden cleercoopere, dwelc hij presenteerde zijn

te maken voir die wet. Die oude cleercooperc seyde dat hij dat gekocht hadde ende wel

betailt den persoen dijet hem thuys gebracht hadde ende gelevert, ende dat dat panser

zijn was, ende dat hij dat voirscreven panser niet wederhebben en soude, hij en soude

102 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

hem ten minsten wedergeven tgeene dat hem dat gecost hadde, sunderlinge want hij dat

niet heysschende en was als gestolen goet, den heysschere seggende ter contrarien,

naedijen hij zijn goet vijndt, ende noyt niet gedaen en hadde dairomme hij des quijte

soude zijn, dat mitsdijen, bij den rechte van reivendicacien, hij dat sculdich waire weder

te hebben costeloos ende scadeloos, den voirscreven ouden cleercoopere seggende ter

contrarien dat hij dat niet sculdich en soude wesen over te geven, hij en soude hem

betalen tgelt dat hij dairvoire gegeven hadde. Partijen gehoirt, wart geseyt dat die goede

man zijn panser zijn maken soude, ende dat hij dairenteynden dat wederhebben soude

costeloos ende scadeloos. Ende dit selve suldij oic verstaen van anderen gelijcken

stucken.

XIXe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN REAEL GEHEETEN PETITIO HEREDITATIS

[l] [Van der actien reael geheeten petitio hereditatis.]

Die tweede maniere van actie reaele is geheeten petitio hereditatis, dat is een actie

dair men mede heyscht dat geheel recht dat eenen toecomen is, hetzij bij versterffenissen

ende successien van hoyrijen ende als naist erfgename van den dooden, oft dat eenen

toecomen is bij successien ende als erfgename geinstitueert ende gemaict bij makingen

van testamente van ennigen dooden. Ende bij deser actie moegdij formeren u libel in

deser manieren int cortte :

"Voir u, eerweerdige, eedele, wijse heeren, stelt voirt in rechte Andries van der

Tanerijen, dat heer Claes van Kets zijn oom gestorven is ende dat zijn goeden hem

toebehoiren bij utersten wille ende testamente van den voirscreven heer Claussen, oft

sonder testament als op hem gedevolueert ende gesuccedeert als zijn gerecht hoyer ende

erfgename van hem, mits denwelcken die voirscreven aenleggere zijn goede ende

successie aenveerden ende aenvangen wille ende aenveert, seggende dat alsulcke

parchelen van goeden die [die] voirscreven heer Claus hielt ende besat, ter tijt als hij

aflivich wart, oft onder sijne goede ende versterffenisse bleven, welcke parcheelen heer

Jan van Vairwijck, zijn zwager, heere van Exarde, sonder ennigen duegdelijcken titel

dairtoe te hebben, houdt ende hem onthout, mits denwelcken die voirscreven Andries

versuect bij uwer heeren sentencien te wordden gepronuncieert ende uuytgesproken

voir recht, dat die voirscreven goede hem toebehoiren, in al oft in deele, naedat die

sake gelegen is, - oft mach versuecken naictelijc dat hij gedeclareert wordde te zijne

erfgename van den voirscreven heer Clausen, - ende dat die voirscreven Jan van

Vairwijc wordde gecondempneert, ende bij uwer heeren goedertieren officie bedwongen

wordde zijn hant te lichten van den voirscreven goeden, die wederkeerende ende

latende hebben den voirscreven Andriese, metten vruchten bij denselven heer Janne

dairaf ontfangen ende noch te ontfangen, ende oic in allen die scaden, costen ende

interesten, gehadt ende geleden, ende noch te hebben ende te lijdene."

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 19 103

Item, hier is te wetene, dat in dit libel van noode is, bij te settene dat heer Claus

doot is, want des levenden en is geen sterfhuys noch versterffenisse ; ende is van noode,

eer hem iement erfgenaeme fundere van eenen anderen ende aenveerde zijn sterfhuys,

dat hij weet dat hij doot is, welcke doot mach bethoent wordden bij diversen manieren

ende middelen van gevallen ende geschiedenissen, te weten, bij famen, bij presumpcien

oft ten minsten bij eenen getuyge weerdich van gelove, want nae recht een iegelijc

wordt gepresumeert te leven tot dat hij hondert jair oudt is. Ende oic en is van geenen

noode, dat men in dit libelle bijsette weder een man erfgenaem is sonder middel oft bij

middel van veele persoonen ; ende die hem seegt erfgename bij testamente sal voirt-

brengen dat testament niet vicieux, ende oft dat testament gebreck oft blaemte in hadde,

soe sal hij dat thoenen met getuygen oft andere wettelijcke bethoene. Eest oic soe dat

iement hem draegt oft vermet erfgename te zijne sonder testament, soe sal hem

behoeven te thoenen dat hij is kijndt oft broeder oft maigh oft van den naisten, ende en

waire niet genoech nae recht dat hij proefde te zijne van der maegscap, hij en thoende

dat hij waire van den naisten maghen. Oic behoeft hem een aenlegger die hem met

deser actien behelpen wille, te wachten dat hij niet en segge dat hij die goede die hij

heyscht tot enniger tijt, na des overlivigen doet, aenveert ende gepossesseert heeft

gehadt. Oic sal een verweerder hem hueden dat hij dat niet en bije en legge ende proeve,

want wort dat bijgeleet, het ware bij den aenleggere oft bij den verweerdere, zoe en

soude niet meer den aenleggere competeren oft dienen dese actie petitionis hereditatis,

ma[i]r soude die rechtvoirderinge versincken, smelten ende vergaen, want, mits die

aenvoirderingen van den dingen dat bij heyscht, soe en can dat dinck proprelijc niet

langer geheeten verstorven erve oft versterffenissen oft successie, mair is mits den

aenveerdene geheeten proper goet van den erfgenaeme ; ende soude mitsdijen

gehouden wordden dat hij gheen sterffenisse oft successie en hadde geheyscht, inair

zijns selfs goet, ende dat hem mitsdijen dese actie niet competeren en soude. Ende dat

punt is in der practijcken wel te noteren, om te weten van des aenleggers wegen

wat men scouwen ende vlieden sal, ende van des verweerders wegen hoe hij den

aenleggere van deser actien excluderen ende verstooten sal.

Item, noch suldij weten dat bij deser actien de aenlegger begheeren sal gedeclareert

te wordden erfgenaem van den dooden, want dese actie is reael, inhoudende dat

petitorie, al mach zij oic wat hebben van der natueren der personeelder actien, mitsdat

zij gelijc in den personeelen actien geprescribeert wort met XXX jairen ende niet min,

hebbende alsoe een gemengde natuere. Oic sal hij aenroepen die officie van den richter

om die restitutie van zijnder versterffenissen ende successien te gecrijgen, want

sulcken restitucie niet schuldich en is gedaen te wordden bij rechte ende weghe van

actien, mair bij officien des richters als hem gebleken is dat die aenlegger erfgenaem is.

Insgelijcx sal hij heysschen die vruchten die gevallen zijn ende vallen mogen, want die

besittere sonder titel is gehouden in alle die vruchten, ende oic in degeene die hij

hadde mogen ontfangen.

Item, noch suldij weten dat diegeene die is geheeten heres, dats te seggen een

erfgename, die dair succedeert int geheel ende universael recht ende goet van [den] dooden.

104 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Ende als die dairinne succedeert sonder ennich testament, zoe is hij geheeten heres ab

intestato ; ende als hij erfgenaem gescreven wort int testament, zoe heet hij heres

testamentarius ; ende als iement enich legaet ontfangt oft enich legaet gemaict wort, die

heet heres legatarius. Ende als iement bij testamente eenen anderen maict ende

constitueert heere van allen zijnen goeden na zijn doot, zoe wort die geconstitueerde

geheeten heres constitutus. Ende als iement gesubstitueert wort onder den voirscreven

geinstitueerden erfgenaeme (a) , te weten, dat die testateur seyde : "Ic make ende

instituere Andriese mijnen erfgename, ende oft hijs niet zijn en mochte, soe substitueren

ic hem Peteren, ende alsoe in den thienden graet", ende dese is geheeten, heres

substitutus. Eest oic alsoe dat een testateur iemende bij goeden betrouwen beveelt zijn

erve te geven dair die testateur dat gedisponeert heeft, die wort geheeten heres fidei-

commissarius.

Item, noch suldij weten dat dese actie competeert den erfgenaeme, hij zij

erfgenaeme bij testamente oft bij hoyrijen sonder testamente, hetzij bij hem selven oft

bij middele van iemenden anders, al wair die oic vreemde, in sulcker vuegen dat, al

hadde hij dat gehadt duysent lieden voir hem die den anderen hadden gesuccedeert,

de erfgenamen van den lesten aflijvigen souden mogen seggen dat hij waire erfgenaem

van den iersten, sonder in zijnen heyssche oft libelle mencie oft gewach te dorven

maken van den personen die tusschen beyde geweest hadden ; ende wairt dat hij den

lesten succedeerde bij testamente, ende die leste aflivige oft andere die voir hem

gestorven wairen, hadden gesuccedeert bij hoyrijen sonder testament eenen anderen

die over veele jairen doot waire geweest, die voirscreven leste erfgenaeme soude mogen

seggen : "Ic ben erfgename van den voirscreven ouden bij testamente", al waire die

oude gestorven sonder testament mitsdat hij den lesten gesuccedeert waire bij

testamente ; soude oic mogen seggen dat hij erfgenaeme waire van den voirscreven

ouden uuyt sulcken saken als dander voirvaders wairen, want die goeden van den

voirscreven ouden op hem bij successien toecomen ende gedailt wairen. Ende en is die

erfflijcheit oft heretaige dair dese actie uuyt spruyt, niet anders te seggen dan die

successie int geheel ende universael recht, dat die aflivige hadde in den goede.

Item, noch suldij weten dat dese actie competeert ende mach innegeset wordden

tegen dengeenen die besittere is van den goeden als erfgenaeme oft als naict besittere

ende possesseur, hetzij dat hij die geheele ende universale erfflijcheit besitte oft een

deel dairaf, al wairt oic dminste deel ; ende dairomme, al is dese actie een oerdeel

universael ende generael van wegen des aenleggers, het mach van wegen des verweer-

ders wel zijn singuliere. Ende diegeene die heet besittere als erfgenaeme, die erfgenaem

is, ende die die goede besit, meynende erfgenaem te zijne, hetzij dat hij die goede

besidt ter goeder trouwen oft oic in quader trouwen, wel wetende dat hij geen

erfgenaem en is, mair contendeert ende neempt voir hem erfgenaem te zijn ; ende

diegeene heet besittere als naict possesseur, die dat ter quader trouwen besidt, die niet en

a. erfgenaeme, in hs : erfganaeme.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 19 105

contendeert erfgenaem te zijne, noch enigen rechtveerdigen titel van sijnder possessien

en allegeert, als een roever ende dief, die te seggen plegen : "Ic besitte dit, want ict

hebbe ende int gebruyck dairaf ben", sonder meer. Oic is hier wel te nooteren dat die

coopere van eenen besundere ende singuliere dinge niet en wort geconvenieert ende aen-

gesproken bij deser actien, mair bij der actien van reivendicacien, omme de (a) titel gecregen

na die aflivicheyt van den dooden. Ende dairomme als iement ageren wille met deser

actien, soe es een goede cautele dat hij vrage den verweerdere voir die litiscontestacie,

oft hij sulcken dinc besit oft en doet ; seegt hij ja, dat men hem dan voirtvrage, weder

als erfgename oft als naict possesseur ; ende eest dat hij niet antwoirden en wille, soe

sal men hem vragen oft hij sulcken versterffenisse oft erfflijcheyt in al oft in deele, oft

sulck percheel dairaf besidt, ende seegt hij ja, soe sal men tegen hem geven ende insetten

dese actie, het en waire dat hij dat besate met ennigen duegdelijcken titel, ende hij

noemde ende bethoende duegdelijck te zijne ; ende antwoirdt hij "Ic en weeter niet

af", soe sal men tegen hem geven dese actie. Ende in dese actie comen alle die

erfflijcke rechten ende actien, ende oic die dingen die iement besit oft hangende den

gedinge tot zijnen gebruycke ende possessien comen zijn, welcke dingen die doode

beseten hadde oft totter tijt als hij sterf houdende was, hetzij in leeningen, in

bewairingen oft in pandtscappen, ende oic hangende den gedinge dair dandere goede

mede geheyscht wordden, want die vruchten meerderen die heretaige ende versterffe-

nisse. Ende uuyt desen blijct clair dat genoch is dat een aenlegger voirtstelle, articulere

ende proeve dat sulcken dinc, als hij dat heyscht, alleenlijc gehouden wort bij den

dooden als hij sterf, al wairt dat hij anders niet en articuleerde, het en waire dat zijn

adversarijs thoende dominie, ende dat is wel weerdich te onthouden.

Nota dat nae den gescreven rechten hem te immiseren oft te abstineren in der

erfflijcheyt behoirt toe den erfgenamen ab intestato nederdalende, ende die erfflijcheyt

te adieren oft te repudieren behoirt toe den anderen erfgenamen, die geheeten

wordden vreemde erfgenamen.

[2] Van den aengrijpen der successien.

Item, noch suldij weeten dat die naiste erfganaem is diegeene, dijen niement voir

en gaet, ende die naiste gaet voire de vorsten.Want die erffenjsse wort getrocken ende

geleyt van grade te grade ; ende al eest zoe dat om aen te grijpen die erffenisse ende

successie iemende gelaten, hetzij bij testamente oft sonder testament, het genoch is dat

men dat doe metter hertten ende gedachten, nochtans soe behoiren dair andere dingen

toe.

Ierst, dat diegeene die dat aengaen wille, zij een vrij man ende geen serf oft eygen knecht.

Item, dat hij [zij] sijns selfs man, ende niet in zijns vaders plicht.

Item, dat hij zij zijnder zijnnen machtich ende niet uuytsin[n]ich.

Item, dat hij hebbe zijn wittige jairen, te weten XXV jair, ende dat hij niet en zij

mineur, wesende onder iements tutele oft sorge.

Item, dat hij te binnen zij dat die testateur doot zij.

a. omme de, in hs. : en de.

106 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, dat bij te binnen zij dat die goede ende erffenisse hem toecomen zije.

Item, dat hij zeker ende wel te binnen zije oft hij erfgenaem geinstitueert is, puerlijc

oft op condicie, ende oft dat is op condicie, dat hij wel zeker ende te binnen zije dat die

condicie wel volveurt is.

Item, dat hij te binnen zij dat die testateur macht hadde te testeren, dats testament

te maken ; ende eest dat hem die erffenisse ende successie aencoempt sonder testament,

dat hij te binnen zije dat hem niement,van grade voiren gae.

Item, is oic schuldich te weeten, weder hem die successie toecoempt bij testamente

oft zonder testament.

Item, sal oic te binnen zijn van der weerden des testaments, dair hij mede

erfgenaem geinstitueert ende gemaict is.

Item, sal oic te binnen zijn dat die huysvrouwe van den testateur niet groot en gae

van kijnde ; want droegh zij kijnt, ende dat niet geinstitueert en waire mair overge-

scricket, het soude mogen breeken ende schoeren dat testament, ende dairomme en

soude die geinstitueerde erfgenaeme die successie niet mogen aengrijpen eer dat kijnt

geboren waire, het en waire dat die erfgenaeme waire van den wittigen kijnderen des

testateurs. Dit leste punt practizeerde die gravinne van Blanckenhe[i]m, dochter des

heeren van Croy, na die doot van grave Willem van Blanckenhe[i]m heuren man, die bij

den Bocken oft Bayerschen voir Colen verslagen wert in den velde, dewelcke den prince

te kennen gaf dat zij droegh, met welcker maniere van doene zij der gravinnen van

Nassou van Breda, wel XV maenden ende langer, tevoiren droegh die successie ende

versterffemsse van der heerlijcheyt van Millen, Gangel[t] ende Vucht, hair als naiste hoir

van denselven grave van Blanckenhe[i]m toecomen ende verstorven.

Item, noch suldij weeten dat diegeene die alleene erfgenaem is, die mach bij deser

actien heysschen dat geheel versterffenisse ; mair heeft hij ander mede erfgenaemen,

soe eest van noode dat hij in zijn aensprake ende libel verclare wat deel van der

versterffenissen hij heysschende is, weder dat derde, of dat IIIIe, oft meer oft min, het

en waire dat zijn mede erfgenamen noch in den buyk wairen, ende het onseker waire oft

zij geboren souden wordden, want in dijen gevalle soude wordden geadmitteert ende

toegelaten den heysch van eenen onzekeren deele der versterffenissen.

Item, noch suldij weten, [wair] dat bij testamente een erfgenaem geinstitueert is, dat

dairdie successie ab intestato, dat[s] van hoyrijen sonder testament, geen plaetze en heeft,

ende alsoe sluyt die erfgename int testament gescreven uuyter successien den naisten

hoyre die niet gescreven en is, het en waire dat die gescreven erfgenaeme selve die naiste

hoyre waire, want dan soude hij mogen repudieren ende besijden stellen oft verthijen

dat testament ende aengrijpen die successie ab intestato, dats als naiste erfgenaem

sonder testament; ende wairt dat hij der successien bij testamente wetende verteege

ende repudieerde, hij en soude dairnae niet meer ontfangen wordden om de successie

bij testamente te mogen adieren ende aengrijpen.

Item, noch suldij weten datter zijn III manieren van erfgenaemen die succederen ab

intestato ennige zijn descenderende, dats afdalende, gelijc die kijnderen ende kijnts-

kijnderen, andere zijn opwairtgaende, als vader, moeder, oudevader, oudemoeder;

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 19 107

andere zijn van der zijden bestaende, ende heeten laterale oft collaterale erfgenamen,

als broeders, zusters, broederskijnderen, zusterskijnderen ende dijergelijcke. Ende van

allen desen, ende van den onderscheide derselver, hoe, bij wat manieren ende met wat

oerdene die sculdich zijn te succederen, ab intestato, sal ic hiernaemails, wilt God,

wat verclaren int capittele van der actien geheeten familie erciscunde, te weten int

CLXIXe capittele primi.

Item, noch suldij weten dat nae recht dese actie petitionis hereditatis duert XXX

jair ; desgelijcx doet oic trecht ende faculteyt van te mogen aengrijpen oft adieren

die successie, mair trecht ende faculteyt van dairop te delibereren weder men die

successie wille aengrijpen ende adieren oft repudieren, en duert mair een jair. Ende

wildij weten hoe dat recht van deliberacien, oft oic trecht van den aengrijpene der

successien getransmitteert mach wordden opte erfgenamen, dairaf moogdij u nairder

bespreken metten clercken van rechte, want die materie te zeer zwijne ende subtijl is

om hier verclairt te zijne.

[3] Van den inventarijs te maken.

Item, noch suldij weten dat een erfgename, gescreven bij testamente oft succede-

rende sonder testament, behoeft neerstelijc te ondersoecken die weerde, commer, laste

ende sculden van den goeden des dooden, eer hij als erfgename zijn goede ende

successie adiere ende bekenne oft hem declarere erfgenaem te willen zijn. Ende alsoe-

verre als bij binnen eender maent naedat hem ter kennissen comen is dat hem die

goede gesuccedeert zijn, hetzij bij testamente oft sonder testament, beghint te maken

eenen inventarijs ende bescreven staet van alle des dooden goeden, ende dat hij dijen

inventarijs ende staet volmake binnen andere II maenden dairnae, soe sal hij gebruycken,

nae recht, der previlegien dat hij alleenlijc gehouden sal zijn te vernuegen den

crediteuren ende den legatarijsen, alsoeverre als die verstorven goeden strecken mogen

ende niet voirder ; ende sal nochtans, mitsdijen dat hij inventarijs heeft gemaict,

mogen aftrecken van den legaten, ende tot zijnen proffijte behouden een porcie van den

goeden geheeten falcidia, dat is dat vierendeel van denselven legaten, ende niet meer.

Ende eest dat hij die goede ende successie geadieert ende bekent oft aengegrepen heeft

simpelijc sonder inventarijs te hebben gemaict, zoe sal hij gehouden zijn oic van zijnen

propreren goeden, opdat hij een vreemde erfgenaem is, sonder die falcidie, dats weerde

van legaten, af te trecken, geheelijc ende al te voldoen den crediteurs ende legatarijsen;

mair is hij kijnt van den dooden, zoe sal hij gehouden zijn, in dijen gevalle, alle de

crediteurs te betalen, mair van den legaten sal hij mogen aftrecken een porcie ende

gedeelte geheeten in latine, legitima, dwelc voirmails pleech te zijne dat vierendeel

van zijnder versterffenissen ende natuerlijcker successien, afgetrocken alle schulden,

lasten ende commeren, mair nae die gecorrigieerden rechte, soe is dese legitima dat

derdendeel oft de helft nae tgetal van den wittigen kijnderen.

Item, noch is hier te weten ende wel te noteren dat, al eest soe dat een

erfgenaem die geenen inventarijs en heeft gemaict, gepriveert wordt van zijnder

falcidien oft vierendeele van den legaten, nochtans en wort hij niet gepriveert van

eender porcien, geheeten in latijne trebellianica.

108 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch suldij weten dat de erfgename die inventarijs maict, vercrijght hem

selven dat voirdeel ende beneficie, dat hij hem selven geheel houdt ende conserveert alle

die schult die hem die doode schuldich was, welcke schulden alle gesmolten ende uuyt-

gewist souden wordden, indijen hij hem simpelijc erfgenaem bij adicien ende

aengrijpingen des sterfhuijs hadde gefundeert sonder inventarijs te hebben gemaict.

Item, ende is te weten dat den inventarijs behoirt gemaict te wordden voir

den richter ; ende behoiren dairtoe gedaigt te wordden die crediteurs ende legatarijs

ten minsten ter plaetsen dair men des heeren gebode ende publicacie pleegh te doene ;

ende oft zij niet en compareerden, soe sal men in de stede van hem nemen ten mynsten

III getuygen, gegoet zijnde in der plaetzen dair den inventarijs gemaict sal wordden ;

ende die erfgenamen, den inventarijs makende, sal hem onderteekenen in den inventarijs,

ende oft hij niet scrijven en conste, soe sal een notarijs oft clerc publicq hem subscriberen

ter begeerten van hem; ende soe selen over de confectie ende dmaken van den inventarijs

zijn II notarijsen, ende in al VI getuygen.

Item, hier mocht iement vragen oft een fideicommissarius oft testamenteur van

den geheelen goeden ende universael oic schuldich is inventarijs te maken, ghij sult

seggen ja, oft anders hij sal gehouden zijn in alle de sculden ende legaten besundere,

ende en sal hem den inventarijs van den erfgename dairtegen niet te baten comen, ten-

waire dat hem derfgename dat beneficie cedeerde ende wettelijc overgave, dwelc hij

soude mogen doen.

Item, ende om u nairder verstant te geven hoe het bijcoempt dat den erfgenamen

die inventarijs maken, dat voirscreven beneficie in den rechten verleent is, soe suldij

weten dat den keyseren ende senatoren, die conditeurs ende makers zijn geweest van

den weerlijcken rechten, in ouden tijden gedocht heeft, soe het oic in der wairheyt is,

dat den dooden groote injurie gesciede, als hem nyement erfgenaem en maicte in zijn

goede, ende ordineerden dairomme dat ennige souden moeten erfgenamen zijn ende

wordden van den dooden, ende die wordden geheeten in latijne heredes necessarii oft

heredes sui, ende die en mochten dat sterfhuys ende die successie van den dooden niet

vertijen noch repudieren oft versmaden. Nae denwelcken, mits der grooter belastingen

van sulcken erfgenamen, die voirscreven ordinancie van rechte gemodereert wort alsoe

dat sulcken erfgename mocht abstineren van der apprehensien der goeden, ende

declareren dat hij abstineren woude, dwelc dairnae, mits den onzekerheyt van dijen

ende quaden besorge dairin gelegen, noch gecorrigeert wort ende gestatueert dat de

erfgenaem soude hebben eenen tijt ende termijn van deliberacien ende berade oft hij

woude dat sterfhuys aenveerden oft repudieren ende versmaden, ende dat binnen jairs ;

welc statuyt noch naderhant verandert is geweest bij den weerlijcken gescreven rechten,

want die conditeurs van den rechten saghen dat, mits den tijde van der deliberacien des

erfgenaems, groote injurie gesciede den dooden ende belastinge zijnder zielen, desgelijcx

groote prejudicien den sculdeneren ende legatarijsen, ende oic den erfgenamen, die van

sorgen hen selven te mogen elemmen oft quetsen, die goeden niet en dorsten terstont

aenveerden, ende statueerden dairomme dat die erfgename, na de addicie ende

aenveerdinge van der successien ende sterfhuyse des dooden, mochten binnen eender

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 20 109

maent begijnnen te maken den inventarijs van den goeden des dooden, in der manieren

voirscreven, ende alsoe gebruycken ende genyeten der voirscreven previlegien, te

weten, dat hij niet voirder gehouden en souden zijn in der sculden ende legaten dan

gelijc voirscreven is.

Item, noch suldij weten dat, al eest zoe dat dat beneficie van inventarijs te maken

is een beneficie van rechte ende hij den rechten verleent den erfgenamen, nochtans soe

plegen die erfgenamen gemeynlijc, die hen van groten schulden des dooden, dair zij

erfgename af zijn, beduchten int sterfhuys te treden, aen den prince te verwerven

brieven van den voirscreven beneficien ende gracien van inventarijs, dwelc zij doen om

der costumen locael van ennigen steden ende plaetzen, dair men die voirscreven

beneficie van rechte zonder gracie van den prince niet en admitteert. Oic en zijn die

brieven van gracien van den prince in deser beneficien verleent, in al niet conforme

ende gelijc metter beneficien van rechte, want bij der beneficien van rechte soe en

wordden geen erfgenamen die even nae sijn, uuytgesloten om inventarijs te maken ende

te succederen bij beneficien van inventarijs, mair bij den brieven van gracien des princen

diegeene, die hem fundeert erfgenaeme simpelijc van den dooden sonder inventarijs te

maken, excludeert ende versteect alle andere, die hen bij beneficie van inventarijs

erfgenamen funderen ende niet breeder, uuyter versterffenissen van den dooden.

Item, oic suldij weten gelijc veele lieden die even na zijn, hen evengelijc mogen

funderen erfgenaem simpelijc sonder inventarijs te maken, zoe mogen zij oic hen

evengelijc funderen erfgenamen bij der voirscreven beneficien van inventarijs alsoeverre

als zij comen binnen behoirlijcken tijde ; ende en can van alsulcken erfgenaem deen den

anderen niet uuytgesluyten van der successien, al heeft deen van hen eer dan dandere

die brieven van gracien ende beneficien van inventarijs aen den prince verworven. Ende

dit wart alsoe geweesen in der Raidtcameren van Brabant, tusschen die vrouwe van

Brederode in den name van hueren kijnderen ter eender zijden ende her Reynieren van

Broechuysen ter anderen, aengaende den sterfhuyse ende successien van heer

Ghijsbrechten van Brederoode wijlen den proost tUtrecht, der voirscreven partijen oem,

die tot Breda sterf anno XIIIIC ende LXXV.

Item, in dit capittele wair noch veele te seggen van den testamenten, ende des dair-

aene cleeft, mair dairaf sal ic hier zwijgen, ende hiernae dairaf wat verclaren, alst zijnen

tijt hebben sal, in de actien geheeten quod legatorum, ende in interdictum de

tabulis exhibendis.

XXe CAPTTTELE

VAN DER ACTIEN REALE GEHEETEN IPOTHECARIA

Die derde maniere van actien reale is geheeten ipothecaria, dats een actie dairmede

dat men heyscht ennich onberuerlijc dinck oft goet dat geobligeert, verbonden oft

110 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

verpandt is, voir ennige rente, scult oft toeseggen ; want ipoteecke en is anders niet te

seggen dan een reale verbijntenisse oft verpandinge, oft een onberuerlijck dinck dat

verbonden, verpandt, verobligeert ende geipothicieert is, ende pignus is een beruerlijc

dinck dat men verbijndt, ende is proprelijc geheeten eenen pandt, die den sculdenere

bijwijlen, ende bijwijlen trecht, den crediteur geeft.

Item, die possessie van den pande gaet totten crediteur, dat en doet niet die

possessie van den ipotheecken. Ende, want die dingen somwijlen verbonden ende

geipothiceert wordden bij expresser convencien ende overdrage van partijen, als

verbijntenisse van gronde oft goede, dair men renten op vercoopt oft schult op bekent

oft dijergelijcke, ende somwijlen wordden zij verbonden ende geipothiceert in stilre

weerden bij provisien ende voirsienicheyden van den loyen ende rechten, ende dat heet

zwijgende ipoteecque, als in den contracten van douarien, hueringen van huysen,

pachtingen van hoeven, administracien van tutelen ende momberen, verlegge van

refectien van scepen ende van huysen ende dijergelijcke, soe sal ic u ierst geven die

forme hoe ghij u libel sult mogen int cortte formeren in der expresser ipotheequen,

ende dairnae in der zwijgenden ipotheecken.

Ende ierst, want die actie van der expresser ipotheeeken tweerleye is, deen wort

geintenteert ende innegestelt tegen den debiteur ende sculdenere oft zijnen erfgenamen,

die dair houdende is dat geipothiceert ende verbonden dinc, dander wort geintenteert

tegen eenen vreemden besitter van den verbonden dingen, die selve dat dinck niet

verbonden en heeft, noch van den verbijndere erfgename en is, soe suldij weten dat

ghij van den iersten sult formeren u libel aldus:

"Voir u, eerweerdige heeren etc., seegt ende stelt voirt in rechte ende in fayte,

Andries tegen Simoene, dat bij denselven Simoene geleent heeft X pont gr. te

betalen tot eenen genoemden daige die overleden is, dairvoire hem die voirscreven

Simoen verbonden heeft eenen beempt oft een ander erve oft erfrente hem toe-

behoirende, oft dijen hij hielt ende onderhadde ten tijde der voirscreven verbijntenissen

ende noch heeft ende besidt, welcken beempt hij hem weygert ende recuseert als pandt

in handen te geven ende over te leveren, met quader saken ende tegen recht, mits

denwelcken de voirscreven Andries versueckt bij uwen uuyterlijcken vonnisse

gewesen te wordden dat den voirscreven beempt hem is geipothicieert, verbonden

ende verpandt, uuyt saken boven verhailt, ende dat de voirscreven Simoen, sijne

sculdenere, sal sculdich zijn met rechte bedwongen te wordden zijn hande dairaf te

lichten ende hem die dominie ende dat gebruyck desselfs over te laten ende in

handen te stellen, om in denselven handen te blijven tot dat hij hem van der

voirscreven geleender sommen sal hebben betailt."

Item, ende als van den anderen moigdij aldus formeren u libel:

" Andries seegt ende proponeert tegen Stevene dat hij tanderen tijde geleendt heeft

eenen geheeten Pauwels die somme van C pont gr., dairvoir hem deselve Pauwels

ipothiceerde ende verbandt alsulcken huys, geheeten den Engel, oft alle zijn goede

int generael, mits denwelcken hij hem oic verbonden heeft tvoirscreven huys, dwelc

de voirscreven Steven nu besidt, welcke huys de voirscreven Pauwels, zijn sculdenere,

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 20 111

ter tijt van der voirscreven verbijntenissen hadde ende houdende oft besittende was,

mits denwelcken den voirscreven Andries versueckt ende begeert den voirscreven

Steven bedwongen te wordden bij uwer heeren sentencien hem te laten ende over

te geven die naicte possessie ende gebruyck van den voirscreven huyse metten

vruchten, baten ende proffijten dairaf comende, om bij hem als zijnen verbonden pandt

gehouden ende gebruyckt te wordden nae die grootte der voirscreven sommen totter

tijt dat hem dairaf betalinge sal zijn gedaen, denselven oic condempnerende in de

costen, scaden ende intresten in desen gehadt ende te lijden."

Item, ten tweesten male, in der zwijgender ipotheeeken suldij mogen formeren u

libel aldus :

"Andries seegt tegens Stevene dat hij denselven Stevenen verhuert heeft een huys,

geheeten Polnaken, voir XXX pont gr. tsjaers, den termijn van IX jairen, in welc

huys de voirscreven Steven gebracht ende innegevuert heeft, sulc ende sulc, zijn

haefflijc goet, te weten, kiste, bedde etc., die hij noch heeft ende houdende is, mits

denwelcken hem die nu, nae recht, in stilre weerden ende zwijgende voir zijn huyshuere

verbonden ende geipothiceert wairen ende zijn, welcke huyshuere Steven voirscreven

hem niet en heeft betailt. Wairomme die voirscreven Andries versuect dat hem de

possessie ende tgebruyc van den voirscreven haefflijcke dingen gegeven ende gelevert

wordde, om in zijnen handen gehouden te wordden totter tijt dat hem deselve Steven

van der voirscreven huyshueren sal hebben voldaen metten costen, scaden ende

interesten etc."

Een ander exempel : "Beert seegt dat, ter tijt doense troude Andriesen hueren man,

dat hij huer gaf ter douwairien C gulden tsjairs, dairvoire alle zijn goeden bij provisie

van recht in stilre weerden verbonden zijn, ende want dit wair is, ende die voirscreven

Andries huer man aflivich wordden is, ende huer hair voirscreven dot oft douwairie

niet gerestitueert noch betailt en is, welcke huer man te houden plach ende hielt, als

hij sterf, onder dander zijn goede een huys, aldus geheeten, tantwerpen gelegen, tot

sulcker plaetzen, ende een rente van aldus veele erfflijc op alsulcken pandt, welcke

goede nu ter tijt heeft ende besit Pauwels zijn neve, soe versueckt dese selve Beerte

den voirscreven Pauwelsen bedwongen te wordden hair te laten ende over te

leveren dat gebruyc van den voirscreven huyse ende erfrenten, als hair bij provisien

van rechte zwijgende verbonden ende geipothiceert voir huer voirscreven duwarie,

makende heysch van den costen etc.. "

Item, ende hier is te weten dat een vrouwe, om weder te hebben ende te

gecrijgen huer dot oft duwairie, altijt sculdich is na recht, te gane ende betailt te

worddene aen de verbondene goeden ende panden van hueren dooden man, voir alle

andere crediteurs hebbende zwigende ipotheeeke, al wairen oic die sculden van den

crediteurs ouder van daten dan huer duwarie, het en waire dat men opte selve

substancie ende goede enige andere duwarie oft dot sculdich waire, in welcken gevalle

dat privilegie van den tijde statgrijpen soude.

Item, hier suldij weten datter behoeven te zijn VI dingen, eer men ageren mach

met deser actien van ipotheeeke ende verbijntenisse. Ierst, dat dat dinck dair men nae

112 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

tailt, verbonden zij, oft bij convencien van den contrahenten oft bij provisien van den

rechte ; ten tweeden male, dat de sculdenere die schuldich is, zije in merringe ende

vertrecke van betalingen, want het den crediteur niet en betaemt te ageren voir den

gesetten dach van betalingen ; ten derden male, dat die geheyschte scult wairachtich

zije, want als die scult cesseert, soe cesseert dese actie ; ten vierden male, dat diegeene

die men aenspreekt, dat verbonden dinc besit, ende al wairt soe dat hij seyde dat hijs

niet en besate ende contrarie bevonden wordde, soe sal nochtans die heysschere geset

wordden in possessien van den geheyschten dinge ter prejudicien alleenlijc van den

verweerdere ; ten Vsten male, dat dat geheyscht dinc was onder de[n] goede van den

sculdenere, doen hij dit selve goede verbandt, oft dairnae, want eens anders vreemden

persoens dinc niet en can verbonden gewordden sonder consent van den heere des

dincx, hoewel men dat soude mogen vercoopen sonder des heeren wille ter prejudicien

van den vercoopere ; ten VIen male, dat de heysschere niet en zije voldaen bij

compensacien van den vruchten, bij denselven heysschere als crediteur ontfangen (a) ,

want bij compensacien van den vruchten uuyten panden genomen, soe wort die

schult geextingueert ende is te nyette gedaen.

Item, noch suldij weten dat in de generale obligacie van den goeden niet alleene en

comen die tegenwoirdige goede van den debiteur, mair oic die toecomende goeden die

hij vercrijgen mach, zoe wanneer hij die heeft ende dijer macht heeft, te alieneren ; oic

comen dairinne alle zijn actien, rechten ende sculden, die men hem sculdich is, ende

getelt gelt ; mair in de generale obligacie ende executie derselver, soe en wordden niet

begrepen die goede die men clair vermodden mach dat niement en soude verbijnden,

als zijne dagelijcxe cleederen uuyt zijnen live etc., want hij niet en zoude willen naict

gaen, noch zijn kijnderen noch zijn wijf, noch oic harnasch, wagengetreck van

lantwynningen ende van ploegen, dair men andere panden vijnden mach.

Item, noch suldij weten dat men in den rechten bevijndt datter zijn vier manieren

van panden. Te weten, ierst eenen pandt convencionael, ende is, die gecontraheert

wort bij provisien van partijen ; ten anderen, eenen pandt geheeten legael, die

geinduceert is bij machte van rechte ; ten derden, eenen pant pretoriael, die gecontra-

heert wort bij sentencien interlocutorien van den richtere ; ten IIIIen, eenen pant judiciael,

die gecontraheert wort bij der sentencien diffinitiven van den richtere ende bij zijnder

execucien.

Item, noch suldij weten, wairt dat een dinc verbonden ende te pande geset waire

aen diverse crediteuren, die allegaerder dairop ageerden bij deser actien van ipotheecken

opten besittere van den pande, soe dat dicwijle gevalt, dat in dijen gevalle niet altijt die

outste verbijntenisse oft ipotheecke voir en gaet, noch oic diegeene die ierst met recht

gevolgt ende gesproken heeft, mair wordden ennige voir den anderen geprefereert

ende ennige gelijc geadmitteert, nadat die schult, gepreviligieert ende niet geprevile-

gieert, en is reael oft personael, ende oic nadat den pandt is, dair zij op pretenderen,

a. ontfangen, in hs. : ontfangere.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 21 113

hetzij pant expres oft zwijgende, convencionael, pretoriael, legael of judiciael, van den-

welcken de decisien van rechte zeer subtijl ende wijt zijn, ende alsoe verseyndic u

dairaf totten clercken van den rechte, dair u uwe costumen locale failgeren.

Item, ende hoewel dat een gen[er]ale regule van recht is, zoe wije dat [d]oudste is

ende dierste is, dat bij ierst gericht is, uuyten welcken men gemeynlijc pleegt te seggen

"wije voor coemt, voir maelt", soe suldij nochtans weten dat die generale regule

faillieert in VII oft VIII manieren. Ierst, in dengeenen die gelt geleent heeft totter

refectien van eenen huyse, die voir andere sculdeneren ende crediteuren aen tselve

huys, al wair heur scult ouder, dairaf gericht wort ; den anderen male, in dengeenen

die gelt geleent heeft om iets te coopen op sulcken voege dat hem dat gecocht dinck

verpandt blijve voir zijn gelt, die oic dairaene voir alle andere gericht sal zijn ; ten

derden, in dengeenen met wijens gelde ridderscap gecregen wort ; ten vierden male,

in den goeden dotael van eender vrouwen, dat is te verstaene in huer goede ende

medegave van huwelijcken goeden die zij aen hueren man brachte, welcke vrouwe

dairaf geprefereert ende voirgericht is voir alle andere, hebbende op huers mans goede

zwijgende ypotheecke, mair niet voir diegeene die expresse ypotheecke dairop

hebben ; ten Vsten male, in dengeenen die een privaet gescrifte heeft, met III getuygen

getuygt, die voire alle andere gaet, die geen openbair oft sulcken privaet gescrifte ende

kennisse en hebben ; ten VIen male, soe faillieert oic dese voirscreven rugule[!] in den

procureur fiscael, die in saken van weezen ende overjairden kijnderen voiral gaet ;

ten VIIen male, in den mesrechten oft estimacien van dijen ; ten VIIIen male, in den-

geenen die den gelijcken titel heeft metten lesten crediteur ende vercocht heeft zijnen

pant pretoriael, want zij met malcanderen concurreren ende gelijc deylen in den prijs

van denselven pande.

XXIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN REAEL GEHEETEN PUBLICIANA

Die vierde maniere van actien reale is geheeten in latine actio publiciana, nae eenen

richter van Romen geheeten Publicius, die dese actie ierst vant. Ende is dese actie

publiciana, een actie pretoriael van den richter geinduceert ende voirt laten gaen uuyt

natuerlijcker redelijcheyt ter moderacien van der strangicheyt van rechte, dair de actie

van reivendicacien boven geruert, die civijl is, wort op gefundeert ; ende wort dese actie

bij der officien ende voirsienicheyden van den pretoer oft richter verleent dengeenen

die een dinc ter goeder trouwen gecocht heeft oft vercregen heeft, ende die leveringe van

dijen gehadt heeft oic ter goeder trouwen ende bij goeden titel, van dengeenen die dair

geen heere af en was, dats te seggen, dijen dat dinc niet toe en behoirde, meynende ten

tijde van zijnen coope oft vercrijge ende leveringen dat die vercoopere oft vertierdere

heere dairaf hadde geweest, dats te verstaene dat hem dat dinc toebehoirt hadde, welcke

114 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

coopere oft vercrijgere uuyten possessien dijes dincx gevallen is, eer hij dat zijnen vollen

tijt van possessien bij den rechte gestatueert - welcke possessie in den ruerenden ende

haefflijcken dingen geheeten is usucapio, ende in onruerenden ende erfflijcken dingen

geheeten is prescriptio - gebruyct ende beseten heeft, soe dat tselve dinc gecomen is int

gebruyc van eenen die geen heere dairaf en is. Ende is te weten dat bij deser actien

behoiren den aenleggere te thoenen III dingen principalijc, te weten, goeden titel ende

tradicie, dats leveringe van dengeenen die hij meynde dat heere dairaf hadde geweest,

ende nu weet dat hij dair geen heere af en was, noch dat hem dat dinc niet toe behoirde;

ende dat hij hadde goede trouwe ter tijt van den vercrijge oft vercoope, ende dat dairaf

presumpcie zije, tenwaire dat de contrarie van dijen wordde geproeft. Ende is genoch

bij deser actien dat de vercrigere oft coopere van den dinge dat vercregen hebbe ter

goeder trouwen, al eest dat de vercoopere oft vertierdere van denselven dinge dat

vercocht oft vertiert heeft ter quader trouwen ende met listigen ende loosen raide. Ende

met deser actien wort den voirscreven vercrijgere oft coopere ontfangen omdat voirscreven

dinc dat hem voir den behoirlijcken tijt van usucapien, denwelcken is van III jairen,

oft van prescripcien, denwelcken is van X jairen onder de presente ende van XX jairen

onder den absenten, bij eenen, geen recht dairtoe hebbende, afgenomen is, weder te

heysschen ende te gecrijgen. Mair het is te weten, wairt zoe dat die voirscreven

vercrigere ende aenleggere gevallen waire van der possessien des dincx nae den vollen

tijt van possessien bij den rechten gediffinieert, soe en zoude denselven aenleggere om

dat dinc te vendiceren ende weder te gecrijgen, niet competeren dese actie publiciana

mair soude dat moeten heysschen, mits der voirscreven zijnder volder possessien die

hem dominie geeft, metter actien van reivendicacien, dair boven af geruert is.

Item, hier suldij weten dat gelijckerwijs als tradicie, gedaen bij den gerechten heere

oft proprietarijs van den dingen met behoirlijcker saken, innebrengt translacie van

dominien, alsoe brengt inne de tradicie gedaen van dengeenen die geen heere oft

proprietarijs van den dinge en is, dese actie publiciane ende condicie van usucapien,

want een vercrijger ter goeder trouwen en vendiceert noch en maict dat dinc niet zijne

als heere, mair heeft dese publiciane.

Item, noch suldij weten dat om te funderen een libel, men sculdich is te oversien

oft een aenlegger recht heeft, mair in de condempnacie te modereren, soe behoeft men

aen te sien dat werck ende persoen van den verweerdere.

Item, noch suldij weten dat alle actien ende remedien nederdalende uuyt provisien

van den princen, hertogen, marcgraven, legaten, bisscoppen ende andere heeren zijn

alle actien pretoriael, ende eyndende nae djair, mair de actien civile zijn ewich. Exempel :

Wairt dat bij provisien oft ordinancien ende statute van den hertoge wordde iement

geadmitteert te succederen in eens anders goet, dijen dat na gemeyn recht niet en

soude toebehoiren, als de neven ende rechtzweeren, uuytsluytende de zuster ende

moeder, die soude binnen jairs moeten aengrijpen ende aenveerden dat sterfhuys, oft

anders sulcken maegh soude van der successien wordden geexcludeert.

Item, noch suldij weten dat van geenen noode en is den aenlegger te exprimeren

den naem van der actien int libel.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 21 115

Item, ende bij deser actien suldij formeren u libel in deser manieren. Ghij sult seggen

dat ghij gecocht hebt sulcken gront oft dinc, oft gecregen met behoirlijcken titel

crachtich om te transfereren dominie, ende dat u onder dijen titel dat dinc oft dijen

gront gelevert is, ende dat ghij dat onder denselven titel ter goeder trouwen hebt

gecocht, ontfangen ende beseten, voir u ende als u toebehoirende, ende hoe dat nu een

ander u dat onthout, mits denwelcken ghij begeeren sult gedeclareert te wordden te

zijne bijnae heere van den voirscreven dinge, ende dat hij wordde gecondempneert u dat

te laten hebben, ende zijn handen dairaf te lichten metten vruchten, baten, proffijten

ende interesten gehadt ende te hebbene, gelijc boven geconcludeert is in der actien van

reivendicacien.

Item, noch suldij weten dat soe wije ageren wille bij deser actien, die en mach hem

niet vermeeten heere te zijn van den dinge dat hij heyscht, want dairmede soude hij

vallen uuyt deser actien in de actie van reivendicacien. Oic en mach hij niet seggen dat

hij geen heere van den dinge en is, want dairmede soude schijnen dat hij dat goet niet

en hadde gecregen ter goeder trouwen, mair moet tusschen beyde spreken. Ende

dairomme, een advocaet die dese actie proponeren wille, moet cloeck ende subtijl zijn,

ende exprimeren altijt, in zijn libel ende capittelen desselfs, eenen specialen titel als van

coope, ende seggen dat hij dat dinck uuyt cracht van dijen titel heeft beseten voir zijne

ende als hem toebehoirende, ende mitsdijen thoen[nen]de tijt van possessien, ende dat dair-

enboven die getuygen seggen dat hij dijen tijt dat goet beseten heeft als zijne ende hem

toebehoirende, ende dat hij als heere van dijen de vruchten dairaf ontfangen heeft, zoe

is te presumeren dat dairmede den titel genoch geallegeert is ; ende waire oic wel van

noode dat hij proefde dat fame wair dat hij den voirscreven gront oft goet hadde gecocht,

oft dat hij hem gegeven waire geweest, ende dat zij hem onder den titel, zijndt dijer tijt,

dat voirscreven goet hadde zyen possesseren voir zijn ende als hem toebehoirende, ende

die vruchten dairaf opbueren soe anderen heeren doen ; want simpelijcken te proeven

dat hij dat dinck beseten hadde eenen zekeren tijt voir zijne ende dat hij die vruchten dairaf

opgehaven hadde, dat en waire niet genoch geproeft, ende dit wilt in uwen asack steeken.

Item, noch suldij weten dat dese actie publiciana niet en wort gegeven tegen den

besittere bij titele, het en waire dat den titel geprocureert waire in frauden van den

iersten coopere, ende dairomme eest een goede cautele, gelijc het sorgelijc is te

intenteeren die actie van reivendicacien simpelijc, omdat die dominie zwair te

proeven is, alsoe is dit een goede cautele dat men dese publiciana niet en intentere

simpelijc, want zij regularij[s]lijc niet en wort gegeven tegen den besittere met titele, soe-

verre dat geenen geprocureerden titel en is, mair ghij sult tsamen ende meteen

intenteren ende voirtstellen die reivendicacie metter publicianen, opdat ghij bij der

eender moight gecrijgen dat u bij der andere actien niet wordden en soude.

Item, noch suldij weeten dat deugdelijcke rechtveerdige erreur ende ignorancie

maict ende causeert titele ende usucapie.

Item, noch suldij weten dat in deser actien publiciana coempt allet geene dat

comen mach in der reivendicacien, te weten, loosheyt, scult sonder merren, scade,

vruchten ende costen.

116 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

XXIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN REAEL GEHEETEN CONFESSORIA

[l] [Van der actien reael geheeten confessoria.]

Die vijfste maniere van actien reael is geheeten in latijne actio confessoria,

dat is een actien die bij iemenden geintenteert ende voirtgestelt wort om die servitute,

die hij heeft over iements persoen oft goet, te behouden ende te conserveren; ende

wort dese actie meest geproponeert met woorden affirmatijf, in huer majeur, mineur

ende conclusien, ende dairomme is zij geheeten confessoria. Ende competeert den-

geenen, die hem seegt te hebben recht oft servitute op eens anders erve oft gront yet

te mogen doen oft maken, te metsen, te tymmeren, water te halen oft te leyden,

zijnen wech dairover te hebben, geen licht van dair hem genomen noch betymmert te

wordden, zijnen ozendrup dairop te vallen, in zijns gebueren muer te mogen

anckeren ende varen ende dijergelijcke servituten, die iement op eens anders erve

heeft, al wairt oic zonder den danck van denselven. Ende bij deser actien suldij formeren

u libel aldus :

"Voir u, eerweerdige etc., seegt ende proponeert in rechte Andries tegen

Simoene ende eenen iegelijcken anderen in den rechte voir hem behoirlijc comparerende,

seggende ende voirtsettende dat hij van ouden ende zeere langen tijden voirleden gehadt

ende beseten heeft, ende noch opten dach van huden hout ende besidt een huys gelegen

tAntwerpen in de borch, geheeten Polnaken, palende, confinerende, cohererende ende

comende aen ende neffens thuys, geheeten den Bock, ter eender zijde, ende die

borchtgraft aldair, ter ander zijden, denselven Andriese toebehoirende bij volcomen

rechte, welc voirscreven huys, geheeten den Bock, sculdich is den voirscreven huyse,

geheeten Polnaken, een servitute van in den gevel van den voirscreven Bocke te

mogen anckeren, metsen ende tymmeren ; seegt noch deselve Andries dat hij, als

nu ende van over zeer langen ende geinvetereerden (a) tijden, gehouden heeft ende beseten

ende noch hout ende besit een watermolen, gelegen binnen den dorpe van Zundert op

zijns selfs erve, neffens desen ende dijen etc., tot welcker moelene de voirscreven

Andries, over eene langen tijt geleden, heeft geplogen te leyden eenen waterloop,

doer (b) eenen beempt den voirscreven Simoene toebehoirende dairbij gelegen,

confronterende, palende ende comende neffens desen ende dijen etc., ten aensiene,

wetene ende gedooge van denselven Simoen ende zijnen voirsaten, besitteren in huerder

tijt des voirscreven beempts, doer welc stuck beempts men sculdich is die servitute van

den waterloope voirscreven tot behoef der voirscreven moelen uuyt wittigen saken ende

titel ; seegt noch de voirscreven Andries dat hij uuyt wittigen saken, ende besundere

uuyt princelijcken previlegien ende verleeningen, gehadt, gehouden ende beseten heeft

ende geplogen heeft te besitten ende te hebben, zoe hij noch doet, volcomen ende

a. geinvetereerden, in hs. : geinventereerde. - b. doer, in hs. : dair.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 22 117

geheele jurisdictie in den voircreven dorpe van Sundert, van welcker jurisdictien ende

servituten voirscreven de voirscreven Andries geweest is in de possessie ende in de bijna

possessie, soe bij hem, soe bij zijnen voirvaderen dair hij sake af heeft, den tijt

van X, XX, XXX, XL, L ende C jairen ende meer, alsoe datter contrarien memorie

en is, ten aensiene, weten ende gedooge van den voirscreven Simon ende zijnen

voirsaten ; seegt noch oic deselve Andries dat de voirscreven Simon, binnen cortten

tijde berwairt, te weten in den jaire lest voirleden ende oic in desen tegenwoirdigen

jaire, ende den voirscreven tijt geduerende, hem geturbeert, gequelt, geinqui[e]teert

ende belet heeft, turbeert, inqui[e]teert ende belet in de voirscreven possessien van

jurisdictien, servitute ende rechten voirscreven, ondueghdelijc, onbehoirlijc ende tegen

recht, niet gedoogende noch lijdende dat Andries voirscreven dairaf gebruycke tot zijnder

grooter scade ende achterdeele, mits denwelcken - want dese voirscreven sake wair

ende clair zijn - dieselve Andries versuect ende begeert bij uwer heeren uuyterlijcker

vonnisse uuytgesproken ende verclairt te wordden dat die servituten van den

voirscreven waterlaten ter voirscreven watermoelen wairt gebracht ende geleydt te

worden, desgelijcx van den voirscreven anckeren te mogen steeken ende vesten in

den ghevel van den huyse, geheeten den Bock, mitsgaders oic van der jurisdictien, der

voirscreven plaetzen van Sundert toebehoirende ende sculdich zijn toe te behoiren den

voirscreven moelene ende huyse, refererende elc dinc totten zijnen, dairt behoirt, ende dat

wel betaemt heeft ende betaempt den voirscreven Andriese in den huyse des voirscreven

Simoens, geheeten den Bock, te mogen anckeren ende desgelijcx ter voirscreven

plaetzen van Sundert ende onder die ondersaten aldair te mogen excerceren volcomen

jurisdictie, vrij ende onbelast sonder iement wederseggen, ende dat metten voirscreven

uwen vonnisse de voirscreven Simon gecondempneert wordde den voirscreven Andriese,

niet meer te molesteren noch te beletten, nu oft in toecomende tijde, in de rechten,

faculteyten, possessien oft bijnae possessien ende exercitien der voirscreven rechten,

jurisdictien ende servituten, ende voirtaene caucie ende borchtochte te stellen dat niet

meer te doen, ende hem te betalen alle scaden, costen ende interesten, die deselve

Andries dairomme geleden heeft ende noch lijden mochte, behouden hem desen zijnen

heysch te mogen meerderen, minderen, etc."

Item, oic moigdij u libel int cortte formeren aldus : "Ic segge dat ic heere ben oft

bijna heere van sulcken erve oft lande, oft dat ic recht hebbe in sulcken gront, ende dat

denselven mijnen gronde een servituyte geconstitueert is, uuyt sulcken titel dairmede

dat ic int gebruyck ende bijnae in possessien ben te gaene tot mijnder voirscreven erven

ende gronde over Simoens erve, welcke Simon mij dat belet heeft ende belet der

voirscreven servituten te mogen gebruycken, dairomme ic scade ende interest hebbe

van X cronen, mits denwelcken ic versuecke bij u, heer richter, gedeclareert te

wordden de voirscreven servitute mijnen voirscreven gronde te competeren, ende

toe te behoiren, ende den voirscreven Simoen mij te zijn gecondempneert voir mijn

interest in de voirscreven X croonen, ende dat ghij voirt declareert dat hij mij voirtaene

late gebruycken der voirscreven mijnder servituten, ende dat hij caucie ende borge stelle

dat hij mij in toecomenden tijden niet beletten noch turberen en sal."

118 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, hier suldij weten ende noteren dat servitute niet anders en is dan dienst ende

eygenheyt, die de een persoen oft erve der ander sculdich is te doen. Ende generalijc

te spreken van den servituter, ende eygenheiden oft diensten, men vijndt vierderhande

servituten : ierstwerff, servitute die deen erve der ander sculdich is, ende dese es puer

reael, ende is diegeene die in deser actien af gesproken wort, welcke servituten wordden

geheeten reael, want zij der erven aencleven ende volgen der erven, die den dienst

sculdich is te hebben; ende deser servituyten reael, zijn II manieren, deen is geheeten

urbaen, ende dandere is geheeten servitute rustical. Ten anderen male, vijnt men

servituten oft eygenheyden die de erve den persoon sculdich is, ende dese servitute is

geheeten personeel, als sijn gebruyc, geheeten usus, ende usufructus, geheeten tochte,

ende als is habitacie ende woonijnge. Ten IIIen male, vijndt men noch servituten

personaele, die deen persoen der ander sculdich is, gelijc als dienst van slaven oft

eygenluyden, zij zijn gecocht oft ongecocht. Ten vierden male, vijndt men servituten die

de personen der erven sculdich zijn, gelijc der heeren ondersaten te veele plaetse, die de

sloote moeten helpen te repareren, sustineren, karweyen doen etc.

Item, noch suldij weten dat die servituten reael oic geheeten zijn servituten prediael,

dats te seggen, servituten van erven, want predium, in latijne, is een erve in duytsche ;

ende servitute reael oft prediael en is anders niet dan eenderleye recht aanhangende den

erven die die servitute heeft, ende is die nutscap derselver aansiende, ende dat recht

ende vrijheyt van den ander erven oft predium den dienst doen verminderenne ; ende

is servituten reaele oft prediaele proprelijc een recht dairmede deen erve oft predie

dander dient, ende dat predium oft erve, dat den dienst heeft, is geheeten predium

dominans, ende is die erve dominerende, ende dat predium dat den dienst sculdich is,

is geheeten predium serviens, dat is te seggen die erve servient oft die dienende erve ;

ende en wort dese actie confessoria niemenden verleent, dan dengeenen die heere is

van den erve dominerende, geheeten predium dominans.

Item, noch suldij weten dat servitute rusticael is die servitute die men der erven

rusticaele sculdich is, gelijc eenen wech, eenen pat, eenen waterloop, eenen putganc,

eenen drif van beesten over derve, eenen waterganck, recht te weyen, recht van calc te

mogen beslaen, recht te mogen bleyken, recht om savel oft sandt oft leem te

graven ; ende servitute urbaen is die dienst ende servitute die men der steetser erven,

oft die der erven in den steden gelegen sculdich is, bij redenen van enniger tymmeringen,

want sulcke diensten der tymmeringen aanhangen, als trecht niet hoogher te mogen

metsen oft tymmeren, geen licht oft gesicht te nemen, den val van den oisendrop

te hebben oft niet te hebben, te mogen ankeren oft niet in sijns gebueren huys

oft erve. Ende ghij sult weten dat die servitute geheeten is urbane oft rusticale, na de

natuere ende qualiteyt van der erven dijer men den dienst sculdich is, ende niet na der

qualiteyt van der servituten.

Exempel. Eest dat die oesendroppe vallende van mijnen huyse, dwelc is predium

urbanum vallen op u plaetze, dwelc is predium rusticum, dese servitute sal geheeten

wordden urbane servitute ; ende proprelijc te spreken, soe is predium urbanum te

seggen een erve oft plaetze met eender edeficien dairop staende, weder die staet

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 22 119

binnen der steden oft opte dorpen, ende predium rusticum is een erve, plaetze oft acker

die niet betymmert en is, hetzij dat zij ligge in een stadt oft dairbuyten.

Item, noch suldij weeten dat soe wije ageren wille bij deser actie confessoria om

ennige servitute te behouden, zij zije rusticael oft urbaen, dat hij sculdich is te

proberen ende te thoenen dat hij besit den grondt dominerende ende zijn adversarijs

den gront servient, welcke possessie gethoent zijnde, woirdt ende is dairmede genoch

bethoent van elcx dominie

Item, noch suldij weten datter zijn VIII voirdeelen voir den possesseur ; dierste,

dat die possesseur van den servitute, naedat hij gethoent sal hebben zijn possessie, niet

voirder en derf thoenen zijn dominie van den gronde ; ten anderen male, zoe en is hem

van geenen noode zijnen adversarijs in rechte te betrecken, voirdat hij van hem

faitelijc wort geturbeert ; ten derden male, soe moet [eerst] die adversarijs eedt zweeren

van calumpnien, dan de possesseur ; ten vierden male, als die possesseur van der

servituten te rechte betrocken wort van zijnen adversarijs, die dairaf vrij wil zijn, soe

heeft die possesseur nae recht langer inducien ; ten Ven male, wort die possesseur van

der servituten geturbeert in den rechte van zijnder servituten buyten gerichte, hij mach

dat faitelijck wederstaen, dwelc zeere notabel es ende wel te onthouden voir de

conservacie van den temporelen ende oic kerckelijcken jurisdictien, in denwelcken

stadtgrijpt de gemeyn regule dat men cracht met cracht wederstaet ; ten VIen male, soe

moet die verweerdere dair men tegen ageert, met deser actien bij den richter bedwongen

wordden goede borchtochte ende caucie te setten den possesseur van der servituten

te laten gebruycken zijnder servituten oft jurisdictien hangende den gedinge totter

sentencien toe ; ten VIIen male, zoe heeft die possesseur noch een voirdeel oft

commoditeyt, dat zijn voirnemen gefundeert zijnde ende zijnen adversarijs niet

thoenende, hij geabsolveert wort ; ten VIIIen male, soe wort voir den possesseur van den

dinge dat corporael is, gepresumeert van zijnder dominien, mair van dengeenen die

possesseert ende besidt ennich dinck, dat niet corporael noch tastelijc en is, gelijc een

servitute alsoe geconstitueert, en wort niet gepresumeert van zijnder dominien, want die

dingen die lichaemelijc zijn, staen onder die possessie van den menschen bij der regulen

"wat dijnen voet betreet, dat sal dijn zijn", mair tegen die servituten die onlichamelijc

zijn, is natuerlijcke presumpcie van vrijheiden, want elc dinc dat onder die possessie van

den mensche niet en staet, wort gepresumeert vrij te zijn bij zijnder natueren totter tijt

toe dat men de contrarie van dijen heeft gethoent, ende dair die natuere der possessien

gerepugneert, dair en can men uuyt possessien niet geargueren dat dinc sulck zijnde.

Item, ghij sult weten dat generalijc ende regularij[s]lijc diegeene die die servitute

sculdich is, die en is niet sculdich yet te doen dan alleen te gedoogen.

Item, noch suldij weeten dat deese actie confessoria gegeven wort, niet alleene

tegen den heere van den gronde servient, mair oic tegen elcker besitter des dincx, dair

een af seggen mach dat zijnen gront den dienst sculdich is, ende oic tegen den bijna

possesseur, die dat dinc uuyt argeliste gelaten heeft te besitten, mair van hem, uuyt

scalcheyden, heeft gedaen, oft hem int gedinge geworpen heeft ende de sake aangenomen;

120 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

oic wort dese actie verleent tegen dengeenen die mij mijn recht belet te vervolgen

van mijnder servituten ende liberteyten tegen eenen derden.

[2] Van diverse manieren van servituten.

Item, noch suldij weten dat diverse manieren zijn van servituten urbane. Een

maniere is servitute van eenen zijn licht niet te benemen ; ende die dese servitute

heeft, die is sculdich dat licht ende clairheyt des hemels te ontfangen uuyter erven

ende plaetzen van zijnen gebuere doer die venster van zijnen eygenen ende gemeynen

muere oft wande, alsoe dat zijnen voirscreven gebuere niet en betaeme zijn huys, wande

oft mueren hooger te verheffen noch ennigen boom te planten noch yet te doen dairmede

ennichsins dat voirscreven hemellicht oft venster verdonckert wordde.

Een andere maniere van servitute urbane es servi[tu]te van gesichte, ende den

hebbere van dijen servituten en es van geenen noode te hebben tgesichte van den

hemel, mair is genoech dat de locht dairinne come sonder den hemel te ziene, als zijn

vensteren van fauten, kelderen ende huyse onder deerde ; nochtans zijn gebuere en mach

geen prieel oft boom setten, dairmede tvoirsceven gesichte verdonckert wordde.

Een ander maniere van servitute urbane is niet hooger te mogen tymmeren oft

metsen, ende is genoch van der natueren van den servituten van den hemellichte,

want men oic dairtegen niet planten oft hoven en mach ; ende de hebberen ende de

possesseurs van desen servituten en mogen niet doen, dairmede dat gebruyc ende

condicie van der servituten bezwairen mach de erve die de servitute doet, voirder dan

gewoenlijc is ; ende dairomme en betaempt niet diegeene die opte erve van zijnen

gebuere heeft de servitute van zijnen oisendruppe, dat hij over ende opte selve erve sal

bringen ander water dan hemelwater.

Een ander servitute urbane is servitute van te leggen gespanne oft anckeren in

zijns gebueren huys, ende dese servitute wort belet geconstitueert te wordden als

tusschen beyde de voirscreven huyse gaet eenen wech oft gemeyn plaetze, mair den

gemeynen wech oft gemeyn plaetze tusschen II huysen en belet niet dairover geconsti-

tueert te wordden een servitute van eenen pade oft wege.

[3] Van servitute rusticael.

Item, noch suldij weten dat servitute van waterleydinge is een servitute rusticael,

ende is tweerhande. Deen maniere is geheeten servitute van water te mogen halen in

zijns gebuers bornputte oft fontainen. Dander maniere is servitute van waterleydingen

uuyt eenen stroom public oft privaet ; ende dese servitute uuyten stroom privaet wort

gecregen bij II wegen, oft bij constitucien ende bekenningen, hetzij tusschen den levenden

oft in testamente, oft bij prescripcien van wittigen tijde. Ende eenen stroom mach

wordden iements privaet ende besundere toebehoirende in III manieren (a) : ierst, als

hij sprinkt op iements privaet erve ; ten anderen, bij concessien ende verleeningen van

a. In de marge, van de hand van den scriptor : Van den stroome privaet.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 22 121

den prince, ten derden, met prescripcie geinventereert zijnde van zeer langen tijde. Ende

niement en mach die servitute die hem verleent is, breeder trecken oft gebruycken dan

hem die verleent is.

[4] Van stroomen publijc.

Item ende als van den servituten van waterleydinge uuyten stroome publijc, zoe

suldij weten dat men vijndt [twee manieren van] stroomen publijc. Deen maniere is die

scepen dragen mach, als zijn die Dijle, Zenne, Mase, Rijn, Scelt ende dijergelijcke. Andere

die geen scepenen dragen, mair comen uuyten stroome die scepen draight; ende als dijen

waterlaet coemt uuyten stroome die scepen draight bij hem selven, oft uuyt eenen anderen

stroome die bij hem selven geen scepen en draight, mair bij commixtien van anderen

wateren ende beeken wort scepen draghende, gelijc die Schelt buyten Antwerpen ende

andere beeken alomme int dlant van Brabant, zoe wort sulcken waterlaet gecregen, oft bij

verleeninge van den prince dijen sulcken stroomen toebehoiren, oft bij geinventereerden

prescripcien van soe langen tijde dat van den beghinne dijes tijts geen memorie en is.

Ende als den waterlaet oirspronck neempt uuyten stroome publijc, die geen scepe en

draigt, bij hem selven noch bij commixtien ende toevalle van anderen wateren, als uuyt

eender fonteynen oft putte, soe wort sulcken waterlaet gecregen bij occupacien ende

aenveerdingen, gelijc andere dingen geoccupeert wordden die niements en sijn ; ende

wije dat dan ierst occupeert ende aenveert, die gaet voir alle dandere, alsoe verre als

sulcke wa[t]erlaete geoccupeert ende gemaict wordden sonder quetste ende injurie van den

gebueren dairbij gegoet, want tendeerde de occupacie ende makinge van sulcken

waterlate tot huerder grooter injurien ende quetsen, denselven waterlaet en soude bij

occupacien niet vercregen wordden.

Item, noch suldij weten dat die persoen die sulcken waterlaet zonder injurie van

zijnen gebueren ierst heeft geoccupeert, anderen personen niet weygeren en mach des-

selfs strooms te gebruycken alsoe verre als den stroom waters genoch heeft, mair en

hadde den strom niet waters genoch voir die andere, die desselfs waters souden willen

gebruycken op haer beemden of watermoelen, ende dyes genoch waire voir den iersten

occupant, soe soude hij geprefereert zijn voir dandere, want sonder zijn injurie en

souden zijn gebueren geen waterlate dairuuyt connen geleyden. Ende soe wije eenen

waterlaet heeft bij occupacien uuyten stroome privaet, die mach zijn recht van

preoccupacien verliesen, beydt hij langer dan een jair denselven zijnen waterlaet te

gebruycken ende te onderhouden, mair waire sulcken waterlaet vercregen bij

verleeningen van den prince oft bij geinventereerder prescripcien ende possessien, soe

en soude trecht alsoe vercregen bij den verloop van eenen jaire niet connen gesmelten.

Item, noch suldij weten dat een stadt gelegen op eender rivieren boven ende hooger

dan een ander stadt, die oic lage op dieselve riviere, niet en soude der nederste stadt

die riviere mogen ontgraven, nemen oft elder leyden, alsoe verre als die nederste stadt

dieselve riviere hadde gepossesseert van soe langen tijden dat niement de contrarie en

gedachte.

122 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, wairt dat een watermoelen metten groten [vloede] wechvlotte op een andere

erve, die meester van der watermoelen zoude zijn moeten wederhebben, betalende die

scade die deselve moelen aldair hadde gedaen, sonder meer.

Item, eest dat geschil valt tusschen den vercrijgere van enniger servituten, hetzij van

wegen, van waterlate oft dijergelijcke, ende dengeenen die de servitute verleent, om der

plaetzen wille dair den wech oft waterlaet liggen soude, soe sal dat geleyt wordden ter

arbitragien van den richter ter minster quetsen ende scaden van den erven servient, het

en waire dat die servitute gegeven waire in testamente, in welcken gevalle, het in den

arbitragien van den erfgenamen soude zijn den legatarijs den wech oft waterlaet te

bewijsen opte erve servient, in welcker plaetzen van derselver erven dair hem best

gelieven soude.

Item, noch suldij weten dat men vijndt een andere maniere van servituten van

watere, die geheeten is afdalinge oft nedervallende nederganc van watere ; ende dese

servitute heeft elc erve rusticael bij eender manieren van drijen, oft bij conventien

tusschen partijen, oft bij langer gewoenten, oft bij der natueren van der plaetsen. Ende

als van der natueren van der plaetzen, is gestatueert dat, bij der natuerlijcker gelegentheyt

ende situacien van der plaetzen, die nederste erve dienen moet der overste int ontfangen

van den hemelwatere, mair watere dat van den anderen steden coemt ende geen hemel-

water en is, en derf die nederste erve niet ontfangen, het en waire dat zij dairinne

gehouden waire bij ennige van den anderen II manieren voirscreven.

Item, om dan voirts te mogen weten hoe die servituten mogen vercregen

wordden bij prescripcien, soe suldij weten dat ennige servituten sulc zijn dat totten

gebruyc derselver behoeft daet ende werck van den menschen, als in servitute van

eenen wech, van eenen putganck ende dijergelijcke ; ende dese servituten wordden

geprescribeert metten tijde, die soe lanc geleden is dat dbegin van dijen niement en

gedenct, ende dat die ouders ende getuygen, dairop gehoirt, seggen dat zij niemende

gesien en hebben levende die de servitute heeft weten innesetten oft constitueren, ende

dat zij niemende gesien noch gehoirt en hebben, die gesien oft gehoirt hadden oft

anderen hadden hooren seggen dat zij gesien ende gehoirt hadden dese servitute

beghinnen, mair dat zij altijt van den ouden gehoirt hadden dat de voirscreven servitute

van wege, putganghe, ende andere dijergelijcke over die erve servient gelegen hadde ;

ende in dese sal een advocaet scerp toesien om zijn articulen ende capittelen wel te

formeren.

Andere servituten zijn alsulc dat totten gebruycke derselver nyet en behoeft

ennige daet oft werck van den mensche, als servitute van oisendroppe ; ende dese

servitute wort geprescribeert metten tijde van X jairen ende van XX jairen, gelijc

andere onruerende dingen, welcken tijt van X jairen oft XX jairen in den rechten

geheeten wort langen tijt ; mair dit faillieert in der servituten van den waterlaete

getrocken uuyten stroome publijcke die scepen draigt, oft die andere maict scepen

dragende, want sulcken servitute van waterlate niet en wort geprescribeert metten

voirscreven langen tijde, mair behoeft dairtoe den alrelancxten tijt, dat is geinvetereerde

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 22 123

possessie van soe langen tijde, dat van den beghinne desselfs niemende de contrarie

en gedenct.

Item, noch suldij weten datter vive dingen behoeven te zijn, eer sulcke prescripcie

van servituten volmaict connen gesijn. Ierstwerf, den langen oft den alrelangsten tijt,

na de natuere ende qualiteyt van der servituten ; anderwerf, continuacie van possessien

die binnen middelen tijde niet en zije geinterrumpeert ; derdewerf, goede trouwe van

den prescribent ende dat hij dat niet en besitte met gewoude oft heimelijc oft uuyt

beden ; vierdewerf, dat de prescribent gebruyct hebbe dijer servituten meynende

trecht van der servituten hem toebehoirende ; ten Ven male, dat de prescribent dijer

servituten gebruyct hebbe ten gedooge ende wetene van den adversarijs. Ende dese

sciencie ende wetentheyt van den adversarijs behoeft oic te zijne in prescriptien van

den rechten, die niet lichamelijc en sijn, der geestelijcker oft kerckelijcker lieden van

der hoogher ende middel heerlicheyt.

Item, noch suldij weten dat in der prescripcien van den dingen die niet corporael

noch lichamelijc, dat is tastelijc oft gevuelijc en zijn, behoirt te zijn sciencie ende

gedoochenisse van den adversarijs ; ende met dijer wetentheyt ende gedoogenissen, soe

wort geinduceert presumpcie van consente ende vermoedinge van concessien ende

verleeningen, welcke presumpcie ende vermoedinge comen in de stat van titel, welcken

titel in den rechten ende dingen incorporeel geheeten wort fictus titulus, dat is titel

gepresumeert, die soe sterck is in der prescripcien van den incorporalen dingen ende

rechten als den wairachtigen ende expressen titel in den dingen die corporael zijn,

want mits den wetene ende paciencie van den adversarijs, soe heeft dese prescripcie

loop ende grijpt stat tegen die ignoranten, dat is tegen diegeene die van der servituten

niet geweten en hebben, ende dairmede wort gesolveert dat argument dat ennige maken,

dat sonder titel geen prescripcie voirtganc en heeft.

Item, noch suldij weten dat in der prescripcien van den dingen die niet corporael

en zijn, die prescripcie geinterrumpeert wort bij derselver manieren dat zij geinterrumpeert

ende gestoert wort in anderen dingen corporael.

Item, noch suldij weten dat in der prescripcien van den servituten die niet

corporael en zijn, niet genoch en is dat, mits den wetene ende gedooge van den

adversarijs, wordde gepresumeert van der goeder trouwen, mitsdat de contrarie niet

geproeft en is, gemerct dat alle dinc is van zijnder natueren wegen vrij, dairtegen geen

presumpcie sculdich en is te wercken ; mair behoeft in deser prescripcien ende

servituten die goede trouwe geproeft te wordden bij conjecturen ende circunstancien,

te weten, dat zijn voirsaten dijer servituten gebruyct heeft te[n] weten van den

adversarijs, ten minsten den tijt van eenen jaire, ende dat de gebueren seggen dat men

dijer erven sulcke servitute sculdich is ; ende alsoe mach men presumeren van der

goeder trouwen, ende is genoch dat tvoirscreven gebruyc wordde gethoent bij der faiten

ende geruchte, dat dairaf is onder die gebueren van te hebben gesien oft gehoirt die

thuynen afbreecken, die grachten graven, dat water halen ende dijergelijcke dingen

doen ter voirdernissen des gebruycx van der servituten.

124 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch suldij weten dat in der voirscreven servituten incorporael die sciencie

ende paciencie van den adversarijs geproeft wert bijwijlen wairachtichlijc, te weten,

als die gebruyckere van der servituten zijnen adversarijs dairaf heeft gecertificeert,

gedenuncieert oft dat geseegt ende gecundicht, ende bijwijlen wort die sciencie ende

paciencie van den adversarijs geproeft bij prescripcien nae de qualiteyt van den

servituten. gelijc alsdat de gebruyckere van der servituten, daigelijcx gebruyckende

der servituten van zijnen weege, gegaen heeft doer zijns gebueren erve dair hij woende,

oft dairover water gehailt heeft, oft zijn vensteren daigelijcx in den wech oft muer

dair, tot zijnder erven wairt, opgehouden heeft, ende dijergelijcke.

[5] Hoe men vercregen servitute verliesen mach.

Item, noch suldij weten dat die vercregen servituten mogen verloren wordden met

II manieren ; ierst, bij expresser remissien ende quijtgevingen desgeens dijen die

servitute toebehoirt, want het wel betaemt dat elc zijns rechts afgaen ende renuncieren

mach ; ten anderen male, bij openbairlijc dyer servituten niet te gebruycken den tijt

van witteger prescripcien, te weten, is die prescripcie urbaen, dat hij dijer niet

gebruyct en heeft binnen der spacien van X oft XX jairen, ende dat zijn adversarijs een

ander dinc gedaen heeft contrarierende derselver servituten, te weten, die anckergate

gestopt, die vensteren dair men dlicht doer sceppen soude, gesloten te hebben, hooger

gemetst ende getymmert een muer, die niet sculdich en is hooger getymmert was te

wordden. Ende van den servituten rusticael, dat die eenen langen tijt niet gebruyct

en is geweest bij dengeenen die die toebehoirt, te weten, dat in den servituten

rusticael, dairinne dat behoeft intervalle van tijde, soe soude behoiren dat hij dijer

servituten niet gebruyct en hadde binnen den gedobbeleerden tijden, die men mair

simpel en behoeft in den servituten die huer gebruyc hebben continuceerderlijc ende

ee[n]paerlijc vervolgende sonder intervalle van tijde, als es de servitute van eens in de

weeke opte erve van uwen gebuere te mogen bleyken oft waterhalen, oft dijer-

gelijcke, ende in den servituten rusticael, die men gebruycken mach ee[n]paerlijc

vervolgende sonder intervalle van tijde van X oft XX jairen. Ende is te weten dat in

den rechten den tijt cortter is gestelt om servitute te mogen verliesen dan om die te

gecrijgen, want die sake van vrijheyt ende liberteyt is meer favorabel dan van obligacien

ende verbonde van servituten.

[6] Van der prescripcien van liberteyten tegen de servitute.

Item, noch suldij weten dat, in der prescripcien van liberteyten ende vrijheyden

tegen die servituten urbane, behoefflijc zijn goede trouwen ende sciencie van den

adversarijs gelijc in der prescripcien van der servituten urbaen ; mair in der prescrip-

cien van den liberteyten tegen die servitute rusticael, soe is genoch die negligencie van

niet te hebben gebruyct der servituten den voirscreven tijt voir verclairt.

a. In de marge, van dezelfde hand : Van der prescripcien tegen die servitute.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 23 125

Item, noch suldij weten dat dese actie confessoria, ende oic die actie negatoria dair

ic hiernae af spreken sal, competeert ende mach oic wordden innegeset voir de rechten

van jurisdictien incorporeele, alsoewel als voire die servituten urbaen oft rusticael.

Ende wildij weten wat jurisdictie is, ende in wat manieren dat jurisdictien gecregen wort,

ende hoe de possessie van jurisdictien wort aengeveert ende gecontinueert, ende oic hoe

die gehouden wort, soe suect in dat ierste capittele van desen boecke, dair suldij dat

vijnden. Ende ghij sult weten dat jurisdictie gecrege[n] mach wordden bij prescripcien

alsoeverre als die toegaet bij wetene ende gedooghe van den prince oft van dengeenen

die die jurisdictie toebehoirt.

[7] Van den wechgelde te prescriberen.

Item, noch suldij weten dat men in veele plaetsen pleecht te geven wechgelt van

den goede dat men te wagen vuert, dwelc in latijne geheeten is vectigal oft pedagium.

Ende dit recht mach vercregen wordden bij prescripcien van soe langen tijde dat

niemende contrarie en gedenct, alsoeverre als dat gesciet ten aensien ende gedooge

van dengeenen dair men tegen prescribeert. Ende wordde dat recht van passagegelt oft

wechgelt te nemen vercregen tegen ennigen privaten personen, dijen dat ierst

toebehoirde oft bij verleeningen van den prince oft bij prescriptien, soe is genoch zijn

gedoogenisse, ende den tijt van X of XX jairen.

Item, noch suldij weten dat dit voirscreven recht van wechgelde te nemen, mach

verloren wordden bij niet gebruyckende binnen den tijde van X jairen alsoeverre als

dat toebehoirde ennigen privaten persoen bij previlegien oft gewoenten ; mair eest dat

dat toebehoirt den heere oft der gemeynder stadt, zoe behoefde dair te zijn tijt van niet

gebruyckene van XL jairen. Ende in desen rechten incorporalen en is proprelijc geen

wairachtige possessie mair improperlijc, ende die is geheeten bijna possessie ; ende die

richter uuytsprekende zijn sentencie in desen, sal zijn woorden dirigeeren totten dingen

dijen men die servitute sculdich is, ende niet totten persoene dijens dat dinc is; ende

sal die aenlegger in zijnder conclusien aanroepen de officie van den richter, want die

richter heeft bij deser actien, van officien wegen, te declareren ierst, op trecht van den

servituten oft jurisdictien weder men dat sculdich is oft en is, ten anderen, zoe verre hij

bevijndt dat men die servitute oft jurisdictie sculdich is, soe sal hij pronuncieren dat die

adversarijs sculdich sal zijn den aenlegger dijer terstont te laten gebruycken, ten

derden, dat hij hem niet en sal in toecomenden tijden beletten, ten vierden, sal hij hem

condempneren int interest van den voirledenen tijde, ten Ven, dat die adversarijs caucie

sal stellen dat hij, hangende den gedinge, den aenlegger niet en sal beletten int gebruyc

van zijnder servituten oft jurisdictien totten eynde van den rechte.

XXIIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN GEHETEN NEGATORIA

Die VIe maniere van actien reale is geheeten actio negatoria, ende wort

geintenteert ende voirtgestelt om vrijheyt ende liberteyt in der erven te behouden

126 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

ende van der servituten vrij te zijne. Ende wort dese actie meest geintenteert met

woorden negatijf ; ende bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Voir u, eerweerdige etc., seegt Andries tegen Simoen ende allen anderen die voir

denselven Simoen in recht souden mogen wettelijc compareren, dat hij Andries van soe

langen tijde dat niement de contrarie van den beghinne en gedenct, zoe bij hem selven,

zoe bij zijnen voirsaten dair hij sake ende recht af heeft, gehouden ende beseten heeft,

houdt ende besidt voir zijn proper ende eygen goet een huys gelegen tantwerpen etc.,

in welck huys de voirscreven Simoen uuyt zijnen huyse dairaen gestaen, gesteeken ende

gemetst heeft eenen balck oft eenen iseren ancker, tegen den wille, wete ende gedooge

van denselven Andriese die alnoch hudendaigs dairinne leegt. Seegt noch dat deselve

Simoen heeft geleydt ende doen brengen ende leyden doer de erve van den voirscreven

Andriese, gelegen etc., een beeke oft waterloop totter moelen van den voirscreven Simoen,

gelegen tot sulcker paaetzen etc.. Seegt noch deselve Andries dat Simon voirscreven,

pretenderende ende voirnemende te hebben jurisdictie in den dorpe des voirscreven

Andries, liggende in den lande van Tournout, ende opte lieden van denselven dorpe,

hem gepijnt heeft, faitelijc ende metter daet, te hanteren ende te excerceren jurisdictie,

alsoewel van civilen als van criminelen saken, hoewel hem in der wairheyt geen jurisdictie

aldair toe en behoirt, mair is in geheel toebehoirende den voirscreven Andriese oft den

lande van Tournout, daironder dieselve heerlijcheyt ende jurisdictie gelegen is ; ende,

want de voirscreven Simon dicwijl versocht is geweest van tgeene des voirscreven is te

cesseren ende af te laten, dwelc hij tegen recht geweygert heeft ende weygert te doen,

soe versuect de voirscreven Andries dat, bij u heeren sentencie, wordde gepronuncieert

ende uuytgesproken dat den voirscreven Simoene int voirscreven huys etc., geen servitute

van balcken oft anckeren te leggen toe en behoirt, noch oic geenen waterloop in den

voirscreven beempt, noch oic geen jurisdictie int voirscreven dorp, ende dat voirscreven

huys, beempt ende dorp vrij ende los behoiren te zijn ende exempt van den voirscreven

servituten, condempnerende denselven Simoene derselver servituten ende jurisdictie

voirdaene niet te gebruycken, ende dat hij goede caucie stelle dat hij den voirscreven

Andriese in zijnder erven ende goede metter voirscreven servituten niet meer impedieren

noch beletten en sal, ende dat hij tot desen gecondempneert wordde in alle de costen,

scaden ende interesten gedaen ende te doen, te lijden oft geleden, onder alle behoirlijcke

protestacien ende beneficien van recht, offererende de voirscreven punten, alsoeverre

als die in feyte gelegen zijn, behoirlijc te thoenen ende bij te brengen, den rechte

genoch zijnde, sonder hem te astringeren oft te verbijnden tot overtolliger proeven,

ende beboudelijc hem desen zijnen heysch te mogen meerderen, minderen ende

corrigeren oft veranderen, soe zijnen raidt gedragen sal."

Item, hier suldij weten dat dese actie competeert den heere van den gronde die vrij

is, dair dieselve heere geen servitute op bekennen en wille ; ende de dominie van den

gronde is oirsake van deser actien negatoria, ende bij der possessien die de heere heeft

van denselven gronde, is genoch bij prescripcien geproeft ende blijckende zijn dominie,

ende en behoeft hem zijn dominie mits zijnder possessien niet voirder te preuven ;

mair wairt dat hij dairaf in geen possessie en waire, soe behoeft hem wel ende bij

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 24 127

expresse zijn dominie te thoenen. Ende hieruuyt hebdij een voirdeel van der possessien,

want die possesseur wort gepresumeert heere van den gronde sonder ander prueve ;

ende noch heeft hij een ander voirdeel, dat is dat hij niet en derf zijnen adversarijs setten

ennige caucie, mair zijn adversarijs moet hem caucie setten dat hij hem zijn possessie

niet en sal beletten noch turberen, hangende den gedinge.

Item, noch suldij weten dat dese actie negatoria statgrijpt int heffen van den

thienden ; ende moigt in desen formeren u libel aldus :

" Andries seegt dat die thiende van sulcker plaetzen hem toebehoiren, als heere

ende bijna heere, Simon ontheft hem dieselve thiende, hoewel hij geen recht dairtoe

en heeft, versuect dairomme dat hij gecondempneert ende bedwongen wordde die niet

meer te heffen, mair die hebben ende heffen late den voirscreven Andriese, dijen

die toebehoirt, hem opleggende zijn costen in desen saken gehadt, ende dairtoe zijn

scaden en interest geleden, die hij exstimeert weert zijnde X pondt, ende die hij noch

lijden sal ter taxacien van den hove. "

Item, noch suldij weten dat gelijckerwijs die actie confessoria gegeven wort alsoe

wel tegen den besittere als tegen dengeenen die niet en besit, soe doet insgelijcx dese

actie negatoria.

Item, noch suldij weten datter zijn ennige servituten negative, als niet hooger te

tymmeren, geen licht te benemen ende dijergelijcke ; ende in deser servituten wort

possessie gecregen, die geheeten is bijna possessie, met eenen verbiedene, mits den

gedooge van den adversarijs, als ic hem dat verbiede, want al bleve dat huys staende

sonder hooger getymmert te wordden duysent jair eer ic hem dat verbode hooger te

tymmeren, ic en soude niet wesen in de bijna possessie van der servituten. Andere

zijn rechten ende servituten affirmative, als te mogen gaen oft varen over eens

anders erve ; ende dairaf en wort geen possessie gecregen met eenen wercke alleene,

mair behoeft gecontinueert te zijne ten minste XXX daigen, tenwaire dat tgebruyc van

der servituten niet en waire bij maniere van faculteyten, soe soude die bijna possessie

geinduceert wordden metten iersten wercke ; ende die servitute wort gehouden niet

alleene bij hem selven, mair bij elcken die die aenvangt, al wairt ter quader trouwen.

Item, noch suldij weten, eest dat u int gebruyc van der servituten belet gedaen

wort, dat ghij dijer niet gebruycken en moigt, hetzij dat men die doere sluyte oft eenen

thuyn oft grafte in den wech sette sonder recht, soe seggen ennige doctoren dat ghij

dat belet niet en soudt mogen sonder recht afdoen, andere zeggen ja.

XXIIIIe CAPITTELE

VAN DEN ACTIEN PERSONELEN, ENDE HOE ZIJ HUER DEELT

IN ACTIEN CRIMINELE ENDE IN ACTIEN CIVILE

[1] [Van der actien personelen.]

Actie personele is een actie, dair een mede vervolgt op eenen anderen zijn recht, in

saken van misdaden ende vercortenissen, oft in saken van verbintenissen, hetzij dat die

128 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

spruyt uuyt contracte oft bijna als uuyt contracte. Ende dese actie personele, soe boven

geseyt is in[t] VIIe capittele, volgen den persoen te zijn geobligeert, welcke obligacie coemt

uuyt een van IIII manieren : oft uuyt contracte, gelijck coopinge, vercoopinge, leeninge,

hueringe etc. , oft bijna uuyt contracte, als actie van bevele, van tutelen, van saken te

voirderen etc., oft uuyt delicte, als actie van dieften, van scaden, van injurien etc.,

oft bijnae uuyt delicte, als actie van uuytgieten etc. Ende aldus is obligacie moeder

van actien ; ende dat contract oft bijna contract, delict oft bijna delict is moeder van

der obligacien. Ende dese actie personele deelt huer in twee leden ; deen let is geheeten

actie criminele, ende dander is geheeten actie civile ; van welcken twee leden van actien

personele bij oerdene hierna wat geseyt sal wordden, ende ierst van der actien criminele

ende hoe die gedeelt is, ende voirt van hueren specien, ende dairnae hierachter, int

CLIIe capittele, sal ic u seggen van der actien civile.

[2] Van der actie criminele, ende hoe zij huer deelt.

Actie criminele is te hebbene sake ende recht eenen anderen te vervolgen van

ennigen feyte, wercke oft overdaet, dairaf dat hij sculdich waire te lijden ende te

hebben punicie van den live, oft van ennigen lede te verliesen, oft gebannen te

worden uuyt enniger stadt oft lande op te verbuerte van zijnen lijve oft verliese van

ennigen van zijnen leden, oft gestelt te worden op een kake oft pellorijn, oft geteekent

te worden met brande oft anderssins met eenen openbairen teekene, oft die bevonden

ongelovich te zijn oft te hebben gevalscht ennige brieven oft zegelen, oft die

gevonden wort trayter ende verradere tegen zijnen rechten heere ; want alle alsulcke

wercken zijn geheeten overdaden ende criemen, na denwelcken men seegt dat wort

actie criminele. Ende es te seggen crieme alle misdaet die weerdich is gestraft ende

gecorrigeert te worden ende daironder wort begrepen alle misdaet die uuyt opsette

procedeert ; maleficie is te seggen een quaetdaet, zoe men seegt dat injurie is een daet

die met onrecht geschiet ; ende een exces is een overtredinge des rechts ; ende een delict

is generalijc alle misdaet, hoe die gedaen wort, hetzij in woorden oft in wercken.

Item, hier suldij weten dat men principalijc vijndt tweerleye manieren van crieme

oft misdaden, te weten, criesme oft misdaet capitael ende criesme oft misdaet niet

capitael. Criesme oft misdaet capitael is geheeten alle overdaet, dairaf dat men sculdich

waire te ontfangen de doot bij justicie, oft iemende te deporteren ende euwelijc te

bannen oft te proscriberen op zijn lijf oft op zijn hoot oft opte galge, oft te

condempneren euwijlijc in een minere oft cuyl van metale te arbeyden ende te

wercken, oft aen te doen dijergelijcke correctien, want die allegairder equipollent

zijn metter criesme capitael.

Item, noch suldij weten dat van den criesmen oft misdaden capitael ennige zijn

geheeten criesmen capitael openbair ende publijc, als misdaet van der gequetster

hoogheyt, van overspeele, van homicidien oft dootslage, van paricidien, van gemeyn

goed te zijnen properen oirbaire te bekeeren oft te stelen, van simonien ende heresien,

van vrouwencracht, van fortsen ende gewoude gewapenderhant, van sacrilegien, van

valscheiden, van vergiffenissen, van moorde ende dijergelijcke ; ende zijn geheeten

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 24 129

misdaden publijcque, want een iegelijck mach die wroegen ende accuseren voir recht.

Andere zijn geheeten privaet, om deswille datter niement af accuseren en mach voir

rechte dan dijen dat aengaet ; ende zijn dese : actio furti, bonorum vi raptorum, quod

metus causa, unde vi, uti possidetis, utrubi, quod vi aut clam, actio iniurie, actio legis

Aquilie, actio in factum si quadrupes pauperiem facisse dicetur, expilate hereditatis,

stellionatus et abigeatus. Ende als men van desen criesmen, die privaet zijn, imponeert

pene van gelde oft ennigen cleynen dwanc van den live, soe zijn zij privaet niet capitael.

Ende ghij sult weten dat in den geestelijcken rechten, geen criesme oft misdaet en is

privaet; ende dit is een van den ondersceyden tusschen die geestelijcke rechten ende

die weerlijcke rechten.

Criesmen oft misdaden, die niet capitael en zijn, dat zijn misdaden, gelijc men

seggen soude misdaet van valscheyden in sommigen zijnen specien, misdaet van

corrupcien des richters in sommigen specien, misdaet van dieften in ennigen specien,

misdaet van dorperen ende quaden vileynen eedt te doen, dairom men den misdadigen

op kake stelt, misdaet van sceldingen ende quaden diffamacien gedaen bij clappeyen ende

cauwetsteren, die men den steen om den hals doet dragen, misdaet van simpel sortilegie,

dairaf men den misdadigen pleecht te myteren ende opte kake te setten, misdaet van op-

ten princen oft wetten te spreken ontamelijc, dairom men den misdadigen pleecht een

oepene teeken te geven in zijn wanghe oft int aensicht, misdaet van valsche kennisse te

dragen in ennigen specien dairaf men die lieden pleecht bijwijlen die vingeren af te

houden, bijwijlen eenen geloeyende slootel aen heure wange te drucken, misdaet van

injurien in ennigen specien ende dijergelijcke misdaden, diewelcke, hoewel zij niet

capitael en zijn, zoe behoiren zij nochtans met ennigen cleynen dwanghe int lijf

gepunieert te wordden sonder dooden ; want punitie van misdaden is bij den rechten

gevonden om te dwingen ende te wederstaene den quaden wille van misdadigen, die

andere vercorten ende veronrechten willen met heuren quaden ende ongereguleerden

wille ende manieren van doene ende anderssins, hoewel nochtans een richter die punicie

van misdaden altijt sculdich is te doen met ontfermerticheyden ende die te volbrengen

metten saechsten wege van rechte dat hij can, want justicie sonder misericordie is al te

onmenschelijcken ende onkerstelijcken dinc ende sake, ende dairomme is wel van noode

dat men, om goede justicie te doene ende oic die misdaden wel te punieren, hebbe

richters die wijs, discreet, gematich ende niet te zeer fel oft wreet en zijn.

Item, hier suldij weten dat de criesmen capitael, stucken ende punten, dairomme

men mach wordden ter doot gecondempneert oft gepunieert met exilien, prescripcie,

euwige banne oft anderen saken equipolent metter doot, zijn dese, te weten, dootslage

van menschen uuyt heeten bloede oft uuyt opsette met coelen bloede gedaen.

Item, parricidium, dat is, dair iement zijn vleesch ende bloet dootslaet.

Item, sacrilegie, dair iement kerckelijc ende gewijdt goet neempt oft rooft.

Item, die hem pijnt te ontscaken een nonne, oft vleeschelijcke bekent ende te wive

trouwt, comende te wercke.

Item, ontscakers ende raptoers van maagden, weuwen ende geestelijcken vrouwen,

ende diegeene die hem hulpe ende bijstant doen.

130 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, ongelovigen van herezijen, soe verre die niet weder en comen en willen totten

heiligen gelove.

Item, openbair ende famose dieve.

Item, die misdaet van gequetster hoogheyt, die men heet in latijne crimen lese

maiestatis, dwelc in veele manieren mach gescieden, soe ic nae verclaren sal.

Item, wicheleers ende toverneers.

Item, die hem metten wijgeleers ende toverneers behelpen.

Item, plagearins, die andere lieden kijnderen steelen.

Item, valsche munters.

Item, sedicie ende muterie te maken, ende tvolc in rumore te trecken.

Item, die een valsch ende famoes libel maict tegen eenen anderen tot zijnder

verscemenissen, tegen die wairheyt.

Item, die iements huys oft coren verbarnt.

Item, die eens anders beesten steelt.

Item, die gewapenderhant eens anders huys, steden oft slooten bespringen, breken

oft spolieren.

Item, die quade fenijnen ende verghiffenissen maken ende vercoopen ende venijnige

medecinen, confectien ende medicamenten, desgelijc die gevruyndt oft verrot oft ongans

vleesch, wetens ende willens, vercoopen.

Item, transseneerders ende moortbranders.

Item, verraders ende toebrengers dat ennich volck oft iement in sijnder vianden

handen valt oft verslagen wort.

Item, die ennige gevangenen wapene brengt, om uuyt te breken oft om hem selven

te dooden.

Item, een wijf die huer selven [van] kijnde verlicht ende de vrucht verworpt.

Item, een verspieder van den vianden, uuytgesonden om te verspyen.

Item, een soudenier oft man van wapenen, die sijn harnasah vercoopt oft bercht.

Item, die des pauws brieven valscht.

Item, die, in den strijde oft storme, des princen oft capitains gebodt ende bevel

niet en hout.

Item, die der stadt mueren breeckt oft overclimt.

Item, die, in een heer, onder tvolc van wapenen beruerte maict.

Item, overspeelders ende buggers.

Item, die iemende dootslaen oft vermoorden.

Item, die hem anderwerf doet doopen.

Item, die een heymelijck vergaringe maict om een muyterije te stichten in een stadt.

Item, die afgoden, sterren oft planeten aenbeden.

Item, die bij sijns selfs auctoriteyt yemende van der kercken neempt oft pijnt te

te nemen, die de vrijheyt derselver aangedaen heeft, want hij committeert die

criesme van der gequetster hoogheyt, uuytgenomen in sommigen punten, dairaf ic hierna

breder verclairen sal.

Item, die God den scepper blasphemeert.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 24 131

Item, die sijnen capiteyn in den strijde niet en dient noch en helpt oft beschudt.

Item, diegeene die gebannen is in enniger plaetzen oft eylande te blijven ende

dairuuyt loopt.

Item, die zijnen heere in den velde ende uuyten strijde ontvliet, dair dandere blijven

staen, oft dijet secreet van zijnen heere den vianden openbairt, oft die zijnen

medecampioen in den strijde met opsette quetst ende wont.

Item, die hem selven met opsette pijnt doot te steken.

Item, verraders, ende die totten vianden overtreden.

Item, die wachters van den strijde oft van den heere, die ewech loopen.

Item, een slave die milicie excerceert.

Item, die zijn handt in gramscapen slaet aen sijnen capitaen.

Item, die bij sijns selfs auctoriteyt eenen privaten kercker oft gevangenisse maict,

dair hij ennige luden inne gevangen houdt, heymelijc tegen hueren danck.

Item, dijet tsheeren gevangenisse breeckt.

Item, die vreede ende pays breect ende turbeert.

Item, die dieve ende roovers wetende herbercht, ende met hem deelt int genomen

goet, ende die hem hulpe ende favoer oft bijstant doen om te steelen oft te rooven.

Item, die metten vianden tracteert de doot van zijnen vrient oft vrienden.

Item, officiers die tgemeyn goet ontrekken, ende alle diegeene die hem hulp ende

faveur doen.

Item, een slave oft serf die valscheyt doet.

Item, serf oft slave die violencie doet.

Item, een wijf die huer van eenen serf oft slaven laet becruypen.

Item, een joode die eenen andere joode beschermt tegen den kersten, dijen geerne

bekeeren soude totten kersten gelove.

Item, een jode oft ongelovige die eenen kerstenen slave coopt om zijn te zijn.

Item, die de vianden ennige wapene oft geweere vercoopen.

Item, die engienen ende artillerijen, vitalijen ende vrachten, die men ten heere

wairt vuert, nemen, rooven oft pillieren.

Item, poytiers ende hoerenboeven die om der cleerderen ende cleynodien wille, oft

mits andere gewijnne, de jonge meegden oft gehoude vrouwen trecken ten hoerdome int bordeel.

Item, die ennige manne oft vrouwen teeten geeft ennige substancie om geen

generacie oft kijnderen te gecrijgen oft te bairen.

Item, die eender vrouwen teeten oft te drincken geeft, omdat zij van eenen dooden

kijnde geliggen soude, dwelc in den lichame levende was, want dese wort extra-

ordinarijs gepunieert.

Item, die geestelijc goet ende heilichdom ende reliquien van heiligen vercoopt.

Item, die ennige dijcken van rivieren ende wateren breect, want dese sal men

verbernen.

Item, die geoerdende cleederen draigt in vituperien ende lachtere van der religien.

132 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, een richter die zijn gevangenen bedriechgelijc dairtoe brengt dat hij tegen die

wairheyt iet soude kennen ende lijden, dairomme dat hij sterven soude oft onsculdichlijc

ter doot wordden gebracht.

Item, een medicus die iemende castreert.

Item, die die wijngaerden heymelijc verderven oft de vruchten int velt ; ende dese

heeten populatores agrorum.

Item, die richter, die iemende valschelijc heeft ter doot gecondempneert.

Item, die valsche getuygenisse gedragen heeft, dairmede dat iement ter doot

verwijst is geweest.

Item, die iemenden pijnt te ontleyden uuyter religien.

Item, die dat heylich cruys oft Gods beelt scrijft opter eerden, omdat dat metten

voeten soude getreden wordden.

Item, die quade sacrificien doen.

Ende in allen den voirscreven punten ende gelijcke criesmen, opdat mense bevijndt,

valt ende coempt punicie ende condempnacie totter doot.

Item, hier suldij weten dat alle die voirscreven misdadige zijn sculdich gepunieert te

wordden van den drossaten, ampluyden ende officieren van der plaetzen ende

provincien, des macht hebbende, ende niet van ennigen anderen privaten personen,

uuytgenomen van sekeren personen hiernae volgende, te weten, dat een privaet

persoen mach eenen dief, die, bij nachte, tsijne ontdraight ende dairmede vliet, dootslaen,

desgelijcx eenen dief die dat bij daige doet, soe verre hij [hem] metten live ter weere sedt

ende met geruchte.

Item, is wel geoirlooft den man te dooden den overspeeldere, dijen hij bevijndt

binnen zijnen huyse die adulterie ende dat overspel doende.

Item, desgelijcx mach die vader dooden den overspeelder, die bij bevijndt bij zijnder

dochter liggende, ende oic zijn dochter.

Item, het is oic wel geoirloft den vader te dooden dengeenen die hem oft zijn

dochter wille turperen.

Item, het is geoirlooft den gehouweden man eenen anderen, dair hij vermoede oft

suspicie tegen heeft van overspeele van zijnen wijve, te mogen drijewerf verbieden dat

hij tegen huer nyet en spreke ende dat hij bij heur niet en verkeere, ende eest dat hij

dairnae dijen vijndt in oirconden van getuygen bij sijn wijf, hij machen dootslaen.

Item, een heere mach zijnen serf oft slave dootsteeken, bevijndt hij dijen bij zijnen

wijve oft dochter om dairmede te hebben lichamelijc geselscap.

Item, het is u geoirloft den geenen van u (a) te weeren, te quetsen, te slaen

oft te dooden, die u met grammen moede ende met eenen uuytgetrockenen messe

coempt oploopen om u te dooden, indijen ghijen terstont quetst oft doosteect, want

ghij wordt gepresumeert dat te doen in bescermenisse van uwen live, want men mach

sulcken gewout met gewoude wederstaen.

a. u, in hs. : vuyt.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT DL. I, CAP. 24. 133

Item, men is sculdich te dooden die overloopers ende luden, vliende ten vianden

wairt.

Item, het betaemt den maghen, vrienden ende monboeren van maeghden ende

weuwen te dooden die ontscakers ende raptoers derselver ende die hulperen ende

fauteurs van denselven ontscakers ; ende is een raptoer geheeten, diegeene die [e]en

vrouwe met crachte neempt.

Item, een vader oft oudevader mach dooden dengeenen die sijn kijndt oft neve

pijnt dood te slaen. Desgelijcx is dit geoirlooft den man in beschermenissen van

zijnen wive, ende den wive in bescermenissen van heuren manne, buytten gerichte.

Item, het is georloft te dooden die verdervers, roovers ende depopulateurs der

velden, der wijngaerden, die de malicie ende scult wach te defereren.

Item, het is georloft den zoone ter bescermenissen van zijnen vader oft oudevader

eenen anderen te dooden.

Item, desgelijcx voir de bescuddenisse van zijnen broeder oft van zijnen geselle oft

van zijnen lande, stadt oft dorp, huys oft sloote ; desgelijcx moerdeners, straatrovers (a)

ende zeerovers, die op u comen om u dat uwe te nemen oft u te dooden.

Item, het is georloft den kijnde ten bevele van zijnen vader te dooden den man

die bevonden wort overspel doende metten wijve van zijnen vader.

Item, het is georloft te dooden voir de bescermenisse van den heiligen kersten

gelove.

Ende dese voirscreven dingen zijn te verstaen te mogen gescieden, alsoeverre

als die gedaen wordden terstont ten tijde der (b) aenveerdingen der misdaet, ende eer hem

iement keert oft diverteert tot ennigen anderen wercken, ende met goede moderamente

der saken, ende tot bescermingen ende bescuddenissen meer dan tot wraken. Want

gebuerde dat bij intervalle van tijde, het soude schijnen dat dat gedaen wordde uuyt

wraken, welcke wrake te doen behoirt totten den richtere ende officieren ter steden,

plaetzen, landen, dairtoe gemechticht ende gecommitteert om dat bij justicien uuyt te

te richten.

Item, noch suldij weten dat regulaerlijc niement hem selven rechten en mach noch

eenen anderen offenderen oft misdoen, mair dese regule faillieert in sommigen stucken.

Ierst, want het is wel georloft dat een mensche van sijns selfs auctoriteyt eenen

heretijcken mensche zijn goet nemen mach, mair niet dooden bij zijnder auctoriteyt,

tenwaire voir tgelove, oft zijn wijf, kijnderen oft goet te bescudden soe boven verclairt is.

Item, het is geoirloft dat een privaet persoen bij zijns selfs auctoriteyt aantasten

mach eenen valschere van der munten, ende dijen den heere leveren, desgelijcx eenen

nachtroovere, eenen toovernere, eenen fenijnmakere.

Item, het is mij georloft bij mijnder auctoriteyt in mijn possessie ende goet te

treeden.

Item, bij overdrage tusschen partijen mach een man bij zijnder auctoriteyt wel

possessie nemen.

a. straatrovers, in hs. : staetroveners. - b. der, in hs. : dair,

134 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, mijnen debiteur oft sculdenere, mij ontlopende, mach ic aentasten ende den

richtere leveren.

Item, mijnen pachtenere die mij niet en betailt mijn pensie, mach ic na den ouden

rechten bij mijnder auctoriteyt uuyt mijnen goeden setten ende expelleren.

Insgelijcx dengheenen die mij faytelijc gespolieert heeft van mijnder possessien,

mach ic wederom spolieren.

Item, het is geoirloft de momboer ende curateur bij zijnder auctoriteyt inne te

behouden alsoeveele als hij geleent oft verleet heeft voir den weesen oft adulten(a)

onder zijn administracie zijnde, voir de costen die hij gedaen heeft in die goeden zijns

meesters.

Item, den wijncoopere is georloft den wijn uuyt te ghieten naedat hij den

coopere dijen versocht ende gedenuncieert heeft om dijen te aenveerden, opdat hem

gelieft.

Item, het is geoirloft eenen clooster hueren religioes die geapostateert (b) heeft, oft

eenen uuytgeloopen monic te vangen [ende] te bedwijngen.

Item, het is oic georloft dobbelers te offenderen zonder verbuerte in sommigen

gevallen.

Ende dese voirscreven punten zijn speciael in den rechten, hoewel regulari[s]lijc hem

selven niement rechten en mach noch eenen anderen offenderen.

Item, noch suldij weeten dat na den rechten van Lombardijen sommige punten zijn,

dairinne dat een persoen wort gecondempneert te verliesen een lit, als een serf die

zijnen heere ontloopt tot zijnen landen, te weten, te barbarijen oft heydenissen wairt,

van dair hij is.

Item, in den tollenere ende ontfangere van den tributen valscheyt doende in zijnder

officien, die oic zijn hant verliest na den rechten van Lombaerdijen.

Item, desgelijcx die de munte valscht.

Item, die vredebrekende (b) eenen anderen quetst sonder dooden, die oic zijn handt

aldair simpelijc verliest.

Item, selve in den dieff, want mits der ierster dieften verliest hij zijn ooge, mits

der IIer verliest bij zijn noese, ende mits der derder dieften wort hij gehangen aen den

bast. Mair die punicien van desen stucken behoeven gedaen te zijn van der officieren

wegen dairtoe gecommitteert, ende niet van den privaten personen.

XXVe CAPITTELE

VAN DER MISDAET ENDE CRIESME VAN GEQUETSTER HOOGHEYT

Om dan voirt te continueren de materie van den criesmen, excessen, delicten ende

misdaden die capitael ende publijc zijn, soe suldij weten, in den iersten, dat zoe wije

a. adulten, het hs. had oorspronkelijk : adultere, een latere XVIe eeuwsche hand heeft dit verbeterd

tot : adulten. - b. geapostateert, in hs. : geapostoteert. - b. vredebrekende, in het hs. : vredekekende.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 25 135

gecondempneert is van sulcker misdaet, die is infaem, ende en mach geen getuygenisse

dragen, mair wort bij den rechten dairaf gerepelleert. Ten anderen male, soe sal ic u

van desen openbairen criesmen ende van hueren punicien wat verclairen, ende ierst van

der criesme van der gequetster hoogheyt.

Criesme van der gequetster hoogheyt.

Dierste maniere van criesme capitael is die criesme van gequetster hoogheyt, ende

in desen misdaet vallen die verraders van hueren prince ende gerechten heere, die hem

uuyten velde ontrecken ende zijnen viandt victorie geven, die ennige steden, slooten oft

plaetze innemen oft behouden tegen zijnen danck.

Item, die hem onderwijndt aen te nemen ennige magistreyt, capitainscap, officie

oft regiment over des princen ende hueren ondersaten, sonder zijn consent.

Item, die tusschen die vrienden van zijnen prince viantscap maict.

Item, die ennige steden oft gemeynten stelt uuyter gehoirsaemheyt van hueren

prince.

Item, die tsegen des princen gebot zijn ghijselers, dat zijn personen die hem in

vestenisse van ennigen bestanden oft tractaten gesonden wairen, dootsloege, oft die dat

magistraet, dat is den principalen officier, oft de wet in een stadt dootsloege, oft die

hem tegen zijnen gerechten heere wapent, oft die den vianden van den prince teeken

doet oft brieven scrijft oft toeschiet om zijnen prince ende zijn volck te hinderen, die

beruerte in een stadt maict ende solliciteert tegen den prince.

Item, noch suldij weten dat de misdaet van der gequetster hoogheyt die begaen

wort, alsoe wel in der lesien ende quetsingen van anderen princen als van den oversten

prince, mair niet in der quetsingen van eenen tyranne, want een tyran en heeft noch

natuerlijcke noch wittige heerscappie ; ende van desen criesmen ende misdaet mogen

accuseren lieden die serf ende infaem zijn.

Item, die gewroechde van deser misdaet wordden ter bancken ende pijnen gestelt

hoe edel oft groot dat zij zijn, ende selen gepijnt wordden metten coorden ende met

voirgaenden indicien oft presumpcien.

Item, niet alleen die persoen, die tegen den prince misdoet, en valt in dese misdaet,

mair oic zoe wije dat misdoet tegen zijn parlement, tegen zijnen raide ende zijnre

wetten, want zij een deel van den prince zijn.

Item, dese misdaet en wort niet begaen bij dengeenen die geen ondersaete en es.

Ende die pene ende punicie van deser misdaet is, dat niet alleene de misdadige gepunieert

en wort ter doot, mair zijn kijnderen wordden gepriveert ende gespolieert van sijnder

successien ende goeden, alleenlijc huer nootdorft houdende ; ende tselve is in der misdaet

van heresien, ende dat is speciael, want anders de misdaet van den vader en can den

kijnde niet gehinderen. Ende van dese criesme en es geen wet sculdich de kennisse te

hebben, dan alleene de prince ende sijnen raidt dairtoe gecommitteert.

Ende in deser actien van gequetster hoogheyt suldij formeren u libel aldus:

"Andries seegt tegen Wouteren, dat Wouter heeft gemachineert ende opset

gemaict om den prince ter doot te brengen, quetsende alsoe zijn hoogheyt, versuect

136 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

dairomme dat bij wordde gecondempneert zijn hoot te verliesen ende zijn goet

verbuert, hem offerende deselve Andries ad penam talionis in dat te thoenen ende te

proeven."

Item, bij deser misdaet zijn gehouden alle diegeene die hulpe oft raidt geven tegen

den prince zijn landt oft zijn stadt; ende mach dese actie wordde[n] geintenteert

na de doot om der verbeurten wille zijnder goeden, mits der misdaet.

Item, vrouwen mogen van deser misdaet accuseren ende oic geaccuseert wordden.

XXVIe CAPITTELE

VAN DER CRIESMEN VAN OVERSPEELE ENDE ADULTERIEN

Die tweeste criesme capitael is adulterie oft overspel, als een man, hij zij gehouwet

oft ongehouwet, lichamelijc bekent een gehouwet wijf ; ende al bekent een gehouwet

man een ongehouwet wijf, hij committeert adulter[i]e want hij bevlect zijn wittich wijf ;

ende desgelijcx wederomme, bekent een gehouwet wijf eenen ongehouden [!] man, zij

committeert adulterie, want zij bevlect hueren getrouden man.

Item, noch suldij weten dat, als een man een maigt ontset van hueren maighdom

buyten wittigen huwelijc, dat is geheeten in latijne stuprum ; ende is hij gehouwet, het

is adulterie ; zijn hij ende zij beyde ongebonden, soe heet dat simpel fornicacie ; ende in

deser misdaet van adulterien wort die man geprefereert den vader om te accuseren,

ende oic alle vreemde persoonen die voir hem comen.

Item, een wijf mach tegen hueren man excipieren dat hij oic overspel heeft gedaen.

Item, dat hijse totten overspeele gestelt ende overgelevert heeft.

Item, dat hijse wederomme heeft reconsilieert, gehadt, ende bekent.

Item, een wijf wort geexcuseert, eest datse fortselijc ende bedriegelijc van iemenden

bekent wort, meynende dat huer man hadde geweest.

Item, eest dat zij eenen anderen man heeft getrouwt, meynende dat huer man doet

hadde geweest.

Item, die punicie van den adulterant is de doot, ende dwijf wort gecloostert.

Item, die man accuserende zijn wijf van adulterien, en derf hem niet inscriberen

ad penam talionis.

Item, hij wort geaccuseert met deser actien, die een maight met crachte ontset ende

stupreert. (a)

Item, die zijn huys dairtoe leent om overspel te doen, ende een maight met

machten te defloreren ende tontsetten.

Item, een momboer die zijn weeze ontset zonder huwelijc.

a. stupreert, in hs.: strupreert.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 26-27 137

Item, een putier wort gepunieert van den hoofde; desgelijcx, die een vrouwe met

crachten neempt, zij sij maight oft gehouwet, oft ongetroudt oft de bruyt oft geestelijcke

jouffrouwe, ende des nemers goeden wordden nae recht der vrouwen geappliceert ;

desgelijcx wordden zij van den live gepunieert, die dair hulpe ende bijstant inne doen,

ende dese mogen elc maech oft momboer van der vrouwen, die alsoe genomen wort, in

der daet dootsteken sonder verbueren.

Item, incestus is als een sijn nicht oft zwagerinne oft geestelijcke joncffrouwe bekent,

ende [de]se wordden al gepunieert gelijc den adulterant.

Item, een monboer die zijn weese ontstelt ende dairmede contraheert, en wort niet

onthooft, mair in de stede van dijen wort hij gedeporteert ende verliest zijn goet ;

deporteren is te seggen in een plaetze oft eylandt euwelijc gebannen te sijn ende zijn

goet verbuert.

Item, een man die een openbair hoere oft slophoere bekent, die blijft ongehouden

van adulterien oft van stupre, om die snoetheyt huers persoens ende huers levens ; anders

is die punicie van den adulterant de doot.

Item, een wijf die huer onder de slave oft serf leegt, valt onder die sentencie capitael

die slave wort verbernt, ende huer kijnderen dairaf gecomen en succederen niet, mair

huer andere naiste maeghe.

Item, ende bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

" Gheerdt zeegt dat in sulcken jaire, in sulcke maent, ende op sulcken dach Rate

zijn wijf dede overspel met Wouteren in sulcken huyse, versuect dat huer thoot

afgeslagen wordde."

Item, wildij meer bescheyts weten van den adulterie ende stupre, suect hiernae in

de actie van den interdicte de uxore deducenda marito.

XXVIIe CAPITTELE

VAN VROUWENCRACHT GEHEETEN RAPTUS

Item, die derde maniere van criesme capitael is vrouwencracht, dat is een

vrouwenpersoen hoedanich die zije, fortselijc te vercrachten ende te bekennen ; want die

rechten en willen niet dat een vrouwe, van wat condicien dat zij zije, wordde tegen

hueren danck bekent, mair die dat doet, verbuert zijn lijf.

Ende in deser actien suldij formeren u libel aldus :

" Simoen seegt dat Matheeus sulcken vrouwe vercracht heeft, oft raidt ende hulpe

dairtoe gedaen heeft, versuect hem onthooft te wordden ende zijn goede der

vercrachter vrouwen geappliceert te wordden, ende om dat te thoenen verbijndt

hem Simon ad penam talionis."

Van den momboer suldij aldus formeren u libel:

"Simoen seegt dat Mathijs zijn weese ontstelt heeft van huerder reynicheyt oft die

te wijve genomen, versuect dat hij wordde gedeporteert ende zijn goede geconfisqueert,

ende om dit te thoenen verbijndt hij hem ad penam talionis."

138 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Tegen dwijf, die onder hueren serf gelegen heeft, suldij u libel aldus formeren:

"Simoen seegt dat Beerte heur heymelijc oft openbair heeft gemengt ende lichamelijc

geselscap gehadt met N., hueren slave, versuect huer onthooft te zijn, ende hem gedoot

oft verbernt."

Tegen den putier, die zijn wijf laet adultereren om gemyet oft anderssins, suldij u

libel formeren aldus :

"Simoen [seegt] dat Wouter heeft zijn wijf laten ende gedoogen overspel drijven,

oft heeft zijn wijf, naedat zij overspel hadde gedaen, bij hem gehouden, ende den

overspeeldere dijen hij houden mochte, laten gaen, oft gelt dairaf genomen, versuect

dat hij wordde van den hoofde gepunieert."

Desgelijcx moegdij zoe ageren tegen dengeenen die zijn huys dairtoe geleendt heeft.

Ende van allen desen misdaden mach elckermale accuseren, want zij zijn publijcke

misdaden ; ende isser veele die accuseren willen, soe zal hij voirdeel hebben dat te doen,

die dmeeste interest dairin heeft, gelijc die man gaet voir den vader, die vader voir de

maghe, die maghe voir dandere ; ende behalven den man, soe moeten hem alle dandere

verbijnden ad penam talionis.

XXVIIIe CAPITTELE

VAN DER CRIESMEN VAN VERRADERIJEN, PRODICIEN OFT VERSPIEDINGEN

Item, die IIIIe maniere van criesme capitael is geheeten in latijne proditio, dats te

seggen, verraderie die iement doet tegen wijen dat zij, hetzij tegen zijnen heere oft

andere private personen. Ende al wairt soe dat die verradere uuyt waire geweest om

iement te dooden die van der quetsueren niet gestorven en waire, nochtans soe soude

die verspieder ende verrader gevallen zijn in de criesme capitael van prodicien, want

het aen hem niet en stont dat dander niet gestorven en waire. Ende in desen actien sal

men formeren dat libel gelijc in der actien van adulterien.

XXIXe CAPITTELE

VAN HOMICIDIE, DAT IS MANSLACHTE OFT

IEMENDE VAN LEVENDEN LIVE FAITELIJC TER

DOOT TE BRENGEN

Item, die Vste maniere van criesme capitael is geheeten homicidium, dats te seggen,

dootslachte ; ende deze actie is geheeten in latijne actio legis Cornelie de sicariis et

veneficiis (1). Ende dairaf is besculdicht ende gehouden elckermale die eenen mensche

(1) D. 48, 8.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 28-29 139

met liste ter doot brengt, in wat manieren hij dat toebrengt, hetzij met wapenen, met

venijne oft metten handen verworgende, hij zij vrij oft slave, hij zij onder zijn jairen

oft dairboven. Insgelijcx, diegene die heymelijc oft openbaer wandelt met eenen messe

ende met liste eenen anderen quetst, oft zijn wapene op hem trect ende zijn beste doet

om te quetsene in meyninge hem te dooden, al en doots hijs niet, want in sulcken lieden

wort den wille ende dat werck alleens geacht.

Item, noch valt in deser criesmen van dootslage een officier ende een richter, die

eenen innocenten, mits ghijften die hem gegeven ende gelooft wordden, oft mits

gramscappen, ter doot brengt oft verwijst.

Insgelijcx, diegene die wetens ende willens quaet venijn maict, oft iemenden geeft

om te dooden.

Insgelijcx, diegeene die valsch getuygenisse draigt, dairomme iement ontsculdichlijc

ter doot gecondempneert [wort].

Item, die iemende teten ende te drincken geeft, dair hij af sterven moet, ende dese

verghevers sal men thoot afslaen, tenwaire dat zij zeere znoode personen wairen, soe sal

men[se] den wilden ende wreeden dieren te veslijnden [geven], ende eest dat zij van

grooter weerden ende state zijn, soe sal mense bannen te wonen in een eylant. Ende es

alleleens trecht, weder zij selve iemende dooden oft zij sake geven der doot.

Item, die iemende seyndt duer eenen wech oft passaigie, dair hij weet dat

moordeners oft vianden liggen, omdat hij ter doot geslagen soude wordden.

Item, die auctoer ende toebrenger is van eenen belegge oft scipbrekinge.

Item, die eenen man oft een kijnt lubt om onsuverheyt dairmede te hanteren.

Item, die eender vrouwen wat teeten geeft, omdat zij huer vruchte doot baren

soude.

Item, die den man oft der vrouwen wat geven, omdat zij niet genereren en souden.

Item, een officier die iement wat doet lijden ende verkennen tegen die wairheyt,

dairom dat hij onsculdichlijc ter doot wort verwijst.

Item, een vrouwe die huer kijndt oft vruchte verworpen ende verdorven heeft.

Item, die eenen mensche dootslaet oft doet dootslaen, willens [ende] wetens, bij liste,

bij opsette, oft iet bij liste doet, dairomme dat een ander sterft.

Item, alle die dairaf geweeten, raidt oft daet dairtoe gegeven hebben ende

participanten dairinne zijn geweest, dese zijn allegairder sculdich van dootslage

gepunieert te wordden.

Item, nochtans suldij weten dat in ennigen gevallen ende saken oft stucken wel

dootslach gebuert ende gedaen wort van ennigen personen, die nochtans in geenen

dootslach gehouden en zijn, noch dairaf gepunieert en wordden, als in den kijnderkens

ende in den uuytsinnigen menschen, die dairaf niet ter doot gebracht en wordden.

Item, die eenen anderen dootslaet niet eender colven, slachballe oft anderen dingen,

bij ongevalle, sonder meyninge oft propoiste van hem te quetsen oft te dooden.

Item, een man die zijn wijf bevijndt in overspeele ende doot.

140 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, die eenen nachtroovere oft nachtdief ter doot brengt.

Ende generalijc in allen stucken dair iement eenen anderen dooden mach ter

beschermenissen van hem selven, van zijnen goede, van zijnen wijve, van zijnen vader,

moeder ende kijnderen, ende dijergelijcke dairboven af geseyt is geweest

Item, dronckenscap excuseert van dootslachte.

Item, zeer groote kijntsheyt ende sotheyt excuseert oic dairaf.

Item, oic suldij weten dat men veele personen vijnden mach die geenen dootstach

gedaen en hebben, ende die men totter doot mach condempneren, soe boven geseyt is (2).

Item, noch suldij weten, dat alle quade daet wort gepresumeert quaet ende quaet

gedaen, ende dairomme die onversien oft bij ongevalle, onweetens ende onwillens,

iemende ter doot gebracht heeft, die is sculdich bij te brengen dat dat bij gerechten

ongevalle gedaen is geweest, wille hij die punicie dairaf vlieden ende voirbij doen lijden.

Item, noch suldij weten, eest dat, in een gekijf ende twist van eender menichten,

iement gequetst zijnde sterft, soe sal men vernemen van een iegelijcx slach, ende can

men vernemen in der wairheyt wije den slach gaf, dair hij af starf, die sal alleen

dairinne gehouden zijn; ende eest dat mens niet vernemen en can, soe selen zij allegader

dairin gehouden zijn. Mair, soe voirscreven is, eest dat iement bij rechten ongevalle,

onversien, sonder scult ende sonder meyninge van quetsen oft dooden, eenen anderen

doedet, oft iemende, hem oploopende ende van hem weerende, doot, die es van den

dootslage ongehouden. Ende bij deser actien wordden verwonnen ende gepunieert alle

diegeene die iemende met venijne, met liefkensdrancke oft anderen toverijen van

vergeffenissen ter doot brengen, want tis quader eenen mensche met venijne te vergeven

dan metten zweerde te dooden.

Item, noch suldij weten dat oploop is eenen overdadigen aenganc met grammen

moede gedaen op eenen anderen ; ende wairt soe dat u iement opliep met grammen

moede, sonder mess, stoc oft wapene te treeken oft te vellen, oft al wairen die gevelt oft

getrocken, sonder u te quetsen, diegeene die dat dade, soude wordden gepunieert van

injurien ; ende wairt dat hij u ruerde, soe sal hij oic gehouden zijn te beteren van

injurien, ende die injurie sal geestimeert wordden weder zij groot, fel ende vehement is,

ende na de qualiteit ende wreetheyt der vehemencien van der injurien, sal die

condempnacie wordden gedaen, ende hieraf sal ic hiernamaels wat breder scrijven.

Item, eest dat een dootslach aventuerlijc ende casualijc gevalt ende onversien, ende

dijen geschiet in een van II manieren hiernavolgende, soe sal hij wordden gepunieert ;

ierst, als die factoer besich is op een ontamelijc dinc oft werck, ten anderen, eest dat hij

geene (a) dilligencie en adhibeert ; ende ter contrarien als hij goede diligencie doet ende

een tamelijc werck doet, zoe is hij ongehouden. Hier mocht iement argueren dat in den

boecke van Genesis in der Bibelen gescreven staet, dat Lamech meynende een beeste

doot te scieten, scoot eenen mensche doot, ende wert hem opgeleet tot misdaden.

Solucie : Lamech en dade geen behoirlijcke diligeneie, want hij blijnt was, ende dairom

a. geene, in hs. : goede.

(1) Zie blz. 133. - (2) Zie blz. 129.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 29 141

niet sculdich en was hem van den booghe te onderwijnden, ende soe en was hij niet

suver van misdaet.

Item, noch suldij weeten, eest dat veele lieden oploop doen teffens ende evengelijc

eenen mensche, soe sal elc van dengeenen die dat doen, gehouden zijn in die beternisse

van dijer injurien, want dair zijn zoe veele injurien gedaen als der injurierende personen

zijn, ende geen misdaet en sal blijven ongepunieert. Wairt oic zoe dat een persoen

alleen teffens ende evengelijc oploop [dade] veele personen, dieselve persoen die den

oploop hadde gedaen, en soude niet gehouden zijn te beteren dan van eenen ; want dair

niet dan eenen oploop en is gedaen, dair en cander niet meer gesijn. Hoe sal men dan

dijen voir meer gepunieren ? Want een en mach niet gedeelt wordden, gelijc een man

zije momboer van veele weezen, het en mach mair een momboer zijn, al eest dat der

weezen veele is ; oic sal ende is sculdich een richter te condempneren int myntste ende

suetste dat hij can. Mair, wairt sake dat de persoonen dijen den oploop was gedaen,

wouden elc bijsundere volgen bij ordinarijsen weegen van justicien ende met accusacien

om beternisse te hebben van der injurien, soe soude die misdadige elcken zijn injurie

moeten beteren.

ltem, wairt oic zoe dat iement eenen anderen opliepe, ende in dijen oploop quetste

ende wonde, soe en soude die oploopere geen beternisse doen dan van der quetsueren,

ende niet van den oploope, alsoeverre die quetsuere gebuert waire terstont na den

oploop, sonder merringe oft intervalle van tijde, ende soude in dijen gevalle dmeeste

dat mijntste wachdragen. Mair wair dat geschiet bij intervalle ende merringe van tijde,

soe soude hij beternisse doen van beyden, ierst van oploop, ende dairnae van der

quetsueren, want het dan schijnen souden te wesen verscheyden misdaden.

Item, noch suldij weten, wairt dat iement in evelen moede op u quame met

getrockenen zweerde om u te evelen, ende ghij beduchtende wairt dat hij u quetsen oft

dooden soude, treckt mitsdijen oic u zweert ende slaet hem dairmede om u selven te

bescudden, dat hij gewont sije oft dat hij sterve eer hij u gerake, ghij sult ongehouden

zijn van der beternissen van der quetsueren, ende oic van der beternissen van der doot.

Ende die redene is dese, want ten is niemende geoirlooft eenen anderen op te loopen,

ende niement en is sculdich te verbeyden dat bij geslagen wordde eer hij hem

verweerende wederom smijte, want het genoch is dat men hebbe de vreese ende

grouwel van der wapenen ende zweerden; ende betaemt in den weerlijcken rechten

eenen iegelijc hem selven te bescudden, ende soe wat iement doet ter bescuddingen van

hem selven dat schijnt hij rechveerdelijc te hebben gedaen, ende wat rechtveerdelijc wort

gedaen, en is niet sculdich gepunieert te wordden. Ende ghij sult weten dat ghij in desen

gevalle den oplooper van u setten sult met eenen slage sonder meer, tenwaire dat hij

dairna niet op en hielt, in welcken gevalle ghij denselven met uwen zweerde van u

keeren moigt tot drije reysen toe, ende ongehouden blijven van der quetsueren die ghij

hem geeft ; wair (a) langer dairbij gebleven, het soude meer mogen schijnen te zijn een

wrake dan een bescermenisse, tenwaire dat u emmer van noode waire meer te smijten

a. wair, in hs. : mair.

142 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

om hem af te setten. Ende tselve is oic te verstaene, al wairt dat ghij u bescudde met

wapenen tegen eenen die u opliepe (a) sonder wapene, alsoe verre als hij temael zeere

stercker waire dan ghij, ende evenverre ghij dat daet [!] terstont sonder intervalle oft

merringe van tijde. Desgelijcx soude oic mogen bescudden u goet, dair men u dat met

fortsen uuyt soude willen dringen, ende en soude u niet alleenlijc betamen dat te

wederstaene ende te bescudden terstont bij uselven, mair oic bij intervallen van tijde,

ende nyet alleenlijc bij uselven, mair oic bij vergaderingen van uwen vrienden. Mair,

wairt zoe dat iement ierst opgeloopen ende geslagen hadde ende dairnae vleede, ende

dat ghij hem in de vlucht naeliept ende quetste, ghij selt weten dat ghij dairaf soudt

sculdich zijn gepunieert te wordden, mitsdat schijnen soude dat ghij dat gedaen hadt

meer op wrake dan ter bescuddingen ende bescermingen van uselven. Ende, wairt dat

zij twee malcanderen gequetst hadden, ende elc van hen seyde dat die ander den iersten

oploop gedaen hadde, ende dat elc seyde dat hij hem tegen den anderen hadden moeten

bescudden, soe sal men ontwijvelijc mogen presumeren tegen dengeenen, die van hen

beyden die wairachtichste ende poorsamste is ende meest pleecht te vechten ende quaet

te doen ; want wije eens quaet is, wort gepresumeert altijt quaet te zijn.

Item, noch suldij weten, wairt dat een goet, zeedich man, staende ter goeder namen

ende famen, gaende zijns wechs in den velde oft in den bossche, wordde van eenen

roekeloosen mensche, zijnde van quader famen ende berucht van dootslage, transemente

ende roove, aengeveert om denselven te vermoorden oft tzijne te nemen, ende dat die-

selve goede man om hem te bescudden den voirscreven roekeloose (b) quetsede oft doode,

ende hij nochtans den oploop oft dat aenveerden van der roekeloosen ende quaetdoendere

niet gethoenen en conste dan bij zijnder eedt, zoe sal die zedige mensche, mits zijnen

eedt, sculdich zijn dairaf geabsolveert te wordden, mitsdijen dat wel betaemt dat men

eenen oploopere ende eenen moordenere in verweerene van den live wel dooden mach,

besundere want de voirscreven roekeloose was gewoon roekeloos ende quaet te zijn,

ende alsoe is die presumpcie van rechte tegen hem, ende dat hij zijn quaetheyt heeft

willen te wercke stellen, ende voir den goeden zedigen mensche is die presumpcie van

rechte dat hij niet gedaen en heeft dan hem verweerende, ende alsoe sal zijn goede fame

hem te baten comen, ende den anderen sal zijn quade fame hinderlijc zijn. Ende een

richter die van desen stucken recht heeft te seggen, die is sculdich neerstelijc te doersien

ende te ondersuecken die condicien ende qualiteyten ende persoonen, ende bovenal

tgeene des dairinne behoirt geadverteert te wordden, ende al mach den voirscreven

zedigen mensche proeve gebreeken van den voirscreven oploope, nochtans zal hem zijn

goede fame ende zijn sacrement, gemerct der quader famen van den anderen, dat

gebrec van zijnen thoene vervullen.

Item, noch suldij weeten dat, nae strengicheyt van rechte, hadde de roekeloose

mensche den voirscreven zedigen mensche geque[t]st in meyninge hem te doot te brengen,

ende hij nochtans van der quetsueren niet gestorven en waire, dieselve roekeloose

soude sculdich zijn als dootslagere te wordden gepunieert, mair nae gewoenten van

a. opliepe, in hs. : ontliepe. - b. roekeloose, in hs. : roekeloosde.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT, DL. I, CAP. 29 143

sommige plaetzen, soe eest anders ; want al eest dat iement eenen anderen quetst in

meyningen dijen doot te slaen ende dijen nochtans niet doot en slaet, hij sal alleen

gepunieert wordden van der quetsueren ende niet van den dootslage.

Item, hier mocht iement vragen oft enich mensche van eenen anderen wordde

opgeloopen ende gequetst, soedat hij langen tijt hadde te bedde ende sieck moeten

liggen, ende dairnae opgestaen waire, ende opte strate gegaen hadde, ter merct, ter

kercken ende elder, ende dairnae haestelijc gestorven waire, ende dan diegeene, die den

voirscreven persoen gequetst hadde, soude gepunieert wordden van dootslage oft alleen

van der quetsueren. Antwoirde hierop : oft die quetsuere was een dootwonde, en de in

sulcker plaetzen van den lichaeme, dair die dootwonden gelegen zijn ende die lieden

dairaf plegen te sterven, ende in dijen gevalle wort gepresumeert dat hij gestorven is

van dijer wonden, zoeverre die voirscreven quetsuere noch niet genesen en was,

tenwaire dat men geproeven conste dat hij van ennigen anderen accidente van venijne,

van v[e]ronweerene oft quader hoeden gestorven waire. Oft die quetsuere en was geen

dootwonde, noch in geen sorgelijck plaetze van den live, in dijen gevalle en wort niet

gepresumeert dat hij gestorven zije van dijer quetsueren, tenwaire geproeft dat ten

oicsuyne van ennige cortsen oft siecten dairtoe geslegen, hij bij redenen van derselver

quetsueren gestorven waire ; in welcken gevalle, hij van dootslage gepunieert soude

wordden, want het niet en verdraeght weder een den dootstach doet oft die sake geeft

van der doot, ende in desen gevalle sal men staen ten oirdeele van den medicijnemeestren

die over den gequetsten hebben gegaan. Ende ghij sult weten dat men, in gevalle van

der doot, geen gelove geven en sal dengheenen dijen den oploop gedaen is oft gequetst

is, seggende ende belastende eenen anderen die hem dat soude gedaen hebben, tenwaire

dat dat anderssins bij getuygen word geproeft.

Item, noch suldij weeten, wairt dat veele lieden tsamenspeelden, ende speelende

oft loopende deen den anderen sloege, die slager en sal dairaf niet gepunieert wordden,

alsoeverre als die lesie ende quetsuere cleyn is ende sonder voirdachticheyt gedaen ;

mair, waire dat gedaen uuyt quaetheyt ende met enniger wapenen oft messe, ende die

facteur seggen woude dat hij dat hadde gedaen in boerden ende in speele, dat en soude

hem niet excuseren, mair soude dairaf wordden gepunieert.

Item, hier mocht men vragen oft bij statute waire geordineert, zoe wije iemende

quetste in daensicht dat hij verbueren zoude C pont, ende wij[e] iemende quetste in der

straten, die soude verbueren dobbel broecke, ende soe wat faicte bij nachte geviele

dairaf souden alle die broecken dobbeleren, ende het dan gebeurde dat iement eenen

anderen in zijn aensichte quetste bij nachte ende opter straten, soe is die vrage oft die

facteur alle die penen gedobbeleert betalen sal, oft dat bij alleene sal gestaen metter

principaelder sommen van C pont te betalen ; dairop suldij weten voir een antwoirde

dat hij alle die penen ende broeken betalen sal nae de forme van den statuten die te

onderhouden zijn, alsoe die spreken, ende deen misdaet en sal dander niet afnemen.

Item, noch suldij weeten, wairt dat geordineert ende gestatueert waire dat van den

iersten oploop een mensche verbueren soude X sc., ende van der quetsueren L sc.,

144 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

ende van den dootslage duysent sc., ende het dairna gebuerde dat iement den iersten

oploop doende den anderen quetste dat hij dairaf storve, ende het soe waire dat alle

dese misdaden ende bruecken teffens ende tsamen gevielen, soe soude die misdadige

alleen gepunieert wordden van der meester misdaet, mits dat al mair een daet en scheen

te weesen; mair, wair dat dat gebuerde bij intervalle ende merringe van tijde, te weten,

dat hij ierste oploop hadde gedaen ende dairnae, een wijlken tijts, gesteken hadde, hij

soude van al ende van elcken bijsunder gepunieert wordden ende moeten beteren.

Item, soe wije eenen anderen quetst die hem selven niet en wille doen meesteren

noch doen hueden, dwelc oft hij gedaen hadde, hij niet en soude gestorven hebben, die

facteur en sal niet gepunieert wordden noch gecondempneert van der homicidien, mair

alleenlijc van der quetsueren, alsoeverre als dat blijct bij II getuygen ; desgelijcx soudt

oic wesen, soe ennige rechten meynen, wairt dat die gequetste storve bij der impericien

ende ongeleertheyden van medecijn[s] ende cirurgijns.

Item, eest dat een persoen houdt den anderen staende metter heyken, cleederen oft

metten armen uuyt arge ende met liste, ende een andere coempt ende quetsen, ghij sult

weten dat zij beyde der daet sculdich zijn, want geen onderscheet en is weder een den

dootslach doet, oft die sake geeft ter doot.

Item, tselve is in dengeenen die met archeyden ende met liste, wetens ende willens,

hulpe doet, om dat malificie te voirderen.

Item, in dengeenen bij wijens innegevingen die overdaet wort gedaen.

Item, in dengeenen, die met argen ende quaden liste die wapene oft zweert geleent

heeft, oft die leederen oft hameren om dat quaet te doen.

Item, in dengeenen, die eenen anderen heeft gepersuadeert tfayt te doenne.

Item, insgelijcx in dengeenen, die zijn huys leendt om overspel te drijven, want het

is een regule in rechte dat de doenders ende consenteerders evengelijc worden

gepunieert, soeverre dat beyde geschiet uuyt archeyden ende bij quaden liste. Ende

tselve wort geseyt van dengeenen die dat beveel geeft om dat maleficie te doen ; mair

eest dat iement raidt geefft totten maleficien, ende die facteur niet en soude gelaten

hebben dat te doen sonder dijen raidt, soe en sal een van dijen raide niet gehouden zijn ;

mair wairt soe geweest dat hij dat niet en soude gedaen hebben gehadt, evenverre hem

den raidt niet en waire gegeven geweest, soe sal een van denselven zijnen raide

wordden gepunieert.

Item, noch suldij weten, wairt dat Jan, in eenen oploop op hem gedaen, waire van

veele lieden gequetst, ende men seggen woude dat hem Wouter dat gedaen hadde, ende

de voirscreven Jan seggen woude dat hem een andere dat gedaen hadde, ende hij dat

woude thoenen, hij sal dairop gehoirt wordden. Desgelijcx, soe sal de voirscreven

Woutere dijen men dat opseggen wille. Ende, wairt dat Jan, in der manieren voirscreven

gequetst zijnde, storve, ende iement seggen woude dat hem dat toecomen waire van der

wonde ende steeke des voirscreven Wouters, ende deselve Wouter thoenen woude dat

den steeck bij hem gegeven, gevallen was in sulcker plaetzen van den live des

voirscreven Jans, dat hij van sulcker quetsueren nyet en mocht gestorven zijn, ende hij

niet thoenen en wille dat iement anders dan hij, die dootwonde gegeven heeft in een

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 29 145

andere plaetze van den live, dair een dootwonde gelegen is, nochtans sal de voirscreven

Wouter tot zijnder innocentien geadmitteert wordden dat te mogen thoenen, ende dat

gethoent zijnde, ongepunieert blijven van der doot, mair sal wordden gepunieert van

der quetsueren ; ende dijen thoen sal hij doen met getuygen oft metten medecijn- oft

cirurgijnmeesters, dijen men meest dairinne geloven sal, om der experiencien wille van

huerder consten.

Item, wairt soe dat iement, uuyt archeyden ende met opsette, leende eenen

verwoeden oft uuytsinnigen mensche een mess oft zweert, dairmede hij hem selven

doode oft quetste, die dat dade, soude gepunieert wordden nae gelegentheyt der saken.

Item, waire oic gestatueert in een stadt, soe wije dat iement quetste dat hij

verbueren soude X pont, ende dat oic bij eenen anderen statute waire geordineert, soe

wije vecht ende iemende quetste in der straten, dat hij dobbel boete betalen sal, ende

het dairnae gebuert dat iement eenen anderen in der straten quetste ; ennige seggen

ende argueren dat die facteur niet en sal gepunieert wordden metter punicien ende

bruecken van beyde den statuten, want men niemende met II roeen slaen en sal, oft met

II punicien corrigeren van eender daet. Andere seggen ende argueren dat dair schijnen

te wesen II misdaden, deene uuyt sake van der steeken, dandere bij redenen van der

plaetsen, dair tfayt mede geaggraveert ende bezwairt wort, ende seggen alsoe dat deen

dandere niet en verlicht noch af en neempt. Andere seggen dat hij metter bruecken die

meest is, sal gepunieert wordden, want dat meeste trect na hem dat minste. Andere

seggen dat hem den minsten bruecke afgenomen sal wordden, want die punicien zijn

meer nae recht te saechten dan te bezwaren. Ic hebbe van beyden weten practizeren,

ende houde de IIste opinie die beste.

Item, al wairt dat tstatuyt van der stadt seyde, soe wije dat iemende sloege oft

quetste dat hij bloede, die soude verbueren X pont, ende iement quame ende sloege oft

quetste eenen anderen met eenen rieke oft gehackelden stocke II oft III oft meer wonden

met eenen slage, hij en soude nae recht mair in den breucke van X ponden connen

wordden gecondempneert, want hij mair eenen slach oft steeck gegeven en heeft, ende

tvoirscreven statuyt spreeckt van den slage oft steeke, ende niet van elcker wonde oft

quetsueren, ende die forme van den statute is sculdich gehouden te wordden, ende dat

dairinne niet geexpresseert en is, dat is sculdich als achtergelaten geacht te wordden,

hoewel andere seggen wille[n] datter soe veele slagen schijnen te zijn als er wonden zijn,

gelijc men seegt van ghiften die yement heeft, dat dair giften soe veele is, als dair

stucken zijn die men geeft ; mair dierste opinie houde ic die beste, mair sprake dat

statuyt van elcker wonden, soe soude hij gepunieert wordden van elcker wonden, hoewel

hij niet meer dan eenen slach en hadde geslagen.

Item, noch suldij weten ende merckelijc onthouden, wairt soe dat iement in eenen

gevechte ende turbelingen van veele lieden wordde gequetst dat hij storve, ende men en

wiste niet wije die dootwonde gegeven hadde, dat ennige meynen dat zij allegairder

sculdich wairen ter doot gecondempneert te wordden als dootslagers ; andere seggen

dat geen van hen ter doot en sal wordden verwijst, mair sellen allegairder gepunieert

wordden beternisse te doen van der quetsueren ter arbitragien van den richter, mitsdat

146 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

men niet en weet wije den dootsteec gegeven heeft, dwelc behoiren soude geweeten

te zijn.

Ende het is godlijckere ende rechtelijckere dat een misdaet blijve ongepunieert dan

dat de onsculdige wordde gepunieert ; ende men is oic sculdich die (a) condempnacie te

scouwen om der onsekerheyt wille van den facteur die men niet zekerlijc en weet, ende

dairomme, al en gebreekt dairinne geen recht, nochtans gebreeckt dair thoen, dairop

dat men de condempnacie soude doen. Niettemin, het heeft te meer stonden den notabelen

ende wijsen geraden gedocht dat men, in desen gevalle, niemende van hen ter doot en

sal condempneren, mair selen gepunieert ende gecondempneert wordden van der

quetsueren te beteren met gelde, ter arbitragien van den richtere. Mair, wairt dat zij

allegairder hadden geordineert ende opset gemaict hadden den voirscreven dootslach te

doen, ende dat zij alsoe, mits der voirscreven quetsueren, dat werck hadden volbracht,

zij souden ontwijfelijc allegairder sculdich zijn gepunieert te wordden ende gecondemp-

neert als dootslagers mits den opsette ende consente, nam agentes et consentientes pari

pena puniuntur. Wairt oic zoe dat, in den voirscreven gevechte ende turbelingen,

diegeene die geweeten wordde, die den dootsteeck hadde gegeven, soe soude die alleene

van den dootslage wordden gecondempneert, ende alle dandere souden alleene wordden

gepunieert van den oploope ende quetsueren, mitsdat zij niet geordineert oft opset

gemaict en hadden den persoon doot te slaen. Nochtans vijnt men andere, die seggen

willen ende sustineren dat in den voirscreven gevalle, dair men den principalen

dootstekere niet geweeten en conste, men vernemen ende geweeten conste wije van den

geselscape ende turbelingen voirscreven den voirscreven twist begonst hadde, dat dan

die alleen van den dootslage soude gepunieert wordden, al wairt soe dat die doode van

zijnder quetsueren niet gestorven en waire, als gegeven hebbe sake der doot, dwelc

alleens is als dootslager te zijn; ende is, in dijen gevalle, diegeene die den twist begandt,

sculdich voir alle dandere gepunieert te wordden, opdat die misdaden niet en blijven

ongepunieert, ende alle dandere die in denselven twist geweest zijn, selen gepunieert

wordden, van den oploop ende quetsueren alleenlijc, ende niet van den dootslage.

Item, noch suldij weten dat men den meester die over den gequetsten gaen sal,

sculdich is te kiesen ter gelieften van den vrienden des gequetsten ende bij consente van

den gequetsten, oft bij den richter van zijnder officien wegen ; ende men en is niet

sculdich te staen oft fundement te maken opt seggen ende oordeel van eenen meester,

mair is van noode datter II meesters toe gehailt wordden, want dat vonnisse is gerechtich,

ende bij oerdeeie van veele personen gevestlcheyt wort, ende die stemme van

eenen en is egheene, ende tseggen van eenen en justificeert noch en condempneert.

Item, noch suldij weeten, soe wije hem selven quetst met opsette, die is sculdich

gepunieert te wordden capitalijc van den live, tenwaire dat hij dat dade uuyt inpaciencien

van onverdraghelijcke groter pijnen, smertten ende verdriete zijns levens, in welcken

gevalle hij nochtans gepunieert sal wordden, alsoft hij eenen anderen hadde gewondt,

want wairomme sal men dengeenen sparen, die hem selven niet en spaert ?

a. die, in hs. : te.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 29 147

Item, noch suldij weten, eest dat iement, meynende ennigen persoen te slaen, geraict

ende quetst eenen anderen voirbijlijdende, onversien ende sonder opset, alsoe dat hij

sterft, ghij sult weten dat die facteur sculdich is gepunieert te wordden van injurien

ende niet van dootslage, want hij geen meyninge en hadde dijen te raken, ende alsoe

en sal hij niet gehouden zijn lege Cornelia de sicariis, sed iniuriarum vel sattem

Aquiliana.

Item, noch suldij weten, al eest dat iement eenen anderen quetst die dat consenteert,

nochtans sal die gepunieert wordden niet bij enniger actien die de geinjurieerden persone

toebehoirt, mair mits der actien, die der gemeynder welvairt toebehoirt, die sulc is dat

geen overdaet en sal ongepunieert blijven.

Item, wairt oic soe dat iement ginge zijnen viandt suecken tot enniger plaetzen wert,

ende seyde tot iemende, het waire eenen oft meer, dijen hij ontmoette oft in zijnen wech

vonde : "Vriende ic bidde u, dat ghij met mij gaet tot sulcker plaetsen ", ende zij dat

daden, niet wetende wat zijn voirnemen oft meyninge is, ende hij, ter voirscreven

plaetzen comende, hij voir hen weechstrijct ende doet oploop op zijnen viandt, quetsten

ende steecken doot ; ende hij wort dairnae met alle sijnen voirscreven geselscape

gevangen, ende wort aldair den voirscreven gesellen opgeleyt dat zij mede geweest zijn

in velde ende in veerden, ende dat zij dairomme als gesellen ende participanten van den

fayte selen capitalijc wordden gepunieert, dairtegen die voirscreven gesellen wederom

allegeren ende seggen dat zij geen gesellen noch participanten dairaf en zijn, mair zijn

bedroogen geweest, ende onweetens van der meyninge, opset ende fayte, ter voirscreven

plaetsen gebracht geweest, ende dat zij noch gesteeken noch geslagen noch oploop

gedaen en hebben, ende de voirscreven principale misdadige bekent dat hijse bedroogen

heeft, ende dat hij hen niet te kennen en hadde gegeven dat hij in meyninge was sulcken

daet te doen, deselve alsoe ontlastende van der misdaet, ghij sult weten dat die principael

facteur sal van den dootslage gepunieert wordden, ende alle dandere selen ongehouden

ende ongepunieert blijven, want dengeenen die bedroogen wordden ende niet den

bedriegeren comen die rechten te hulpen ende te baten, ende huer ignorancie excuseertse.

Mair, hadden zij dairaf geweeten, oft hulpe oft voirderinge totter daet gedaen, zij zouden

als hulperen mede wordden gepunieert van den live.

Item, noch suldij weten dat uuyter maleficien ende misdaet, die iement doot, spruyten

II actien, die een den heere, als besorgere van den gemeynen besten ende welvairt, ende

dander der vercorter partijen ; ende dairomme eest, al betailt die misdadige den heere

den bruecke oft kuere van zijnder misdaet, hij en is niettemin sculdich der gequetster

partijen te betalen ende te ontheffen van der cueren ende meestergelde van den medecijns

ende cyrurgijns, die over hem gegaen hebben.

Item, eest dat iement beveel geeft dat men eenen anderen dootsla, ende die slager

wort gecregen ende gepunieert, ende die richter wille procederen opten geenen die dat

geheeten heeft, ghij sult weten dat hij niet ongepunieert en sal blijven, mits der punicien

van den slagere, want dair veele lieden misdoen, die punicie van den eenen en lost noch

en bevrijdt den anderen niet na rechte.

148 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch suldij weeten dat de rechten ondersceyden vierderleyde manieren van

consente. Deen is consenteringe mits negligencien de misdaet te beletten, die hij wel

hadde mogen benemen ; dander is consent mits raide ; tderde is consent mits hulpe ende

bijstandt ; ende die IIIIde maniere is consent overmits auctoriteyt ende bescuddinge, die

men den misdadigen geeft ende toetroost. Dierste consent wort alreminste gepunieert ;

dander noch min dan de principael facteur ; dat derde wort gelijc den principalen

gepunieert ; ende dat vierde behoirt zwairlijcker gepunieert te wordden dan de principael

facteur.

Item, een persoen coempt ende steect eenen anderen een bloedige wonde, dairnae

coempt een ander, die van den geselscap des iersten niet is, ende steect den gequetsten

doot, dierste sal sculdich zijn van den gequetsten, ende dander van der doot.

Item, wairt dat iement eenen anderen overreede met peerde oft wagene dat hij

storve, die dat gedaen hadde soude van dootslage wordden gepunieert, alsoeverre als

hij dat niet en hadde gedaen op eenen toogh ende plaetze publijcq, ende op eene bane

dair men de peerden pleech te berijden ende laten loopen, ende sonder opset. Mair

hadde hij geroepen: "huet u, huedt u", soe soude hij ongehouden blijven van der doot,

mair soude gepunieert wordden totter scaden ende intereste der quetsueren, alsoe verre

als hij geweeten hadde dat dat peerd quaet was ende onbedwanckelijc metten breyel,

ende nyet van den dootslage, mitsdat hij geen meyninge en hadde iemenden te dooden.

Item, noch suldij weeten dat in eender stadt van eender misdaet diverse breucken

wairen gestatueert, ende men niet en wiste welc ierst geordineert was, soe sal die rechter

imponeeren den minsten breucke, mair wist men welck dierste waire, sal men dat houden.

Item, noch suldij weten dat men van eender misdaet niemenden II werf punieren

en sal, ende dairomme die gepunieert wort metter penen van den statuten, dijen sal men

ongepunieert laten van der penen, die bij den gemeynen rechten, opt (a) selve misdaet

geordineert mach zijn, zij zije minder oft meerder dan dandere.

Ende, soe ic boven geseyt hebbe int begin van desen capittele van der actien

criminele, soe sij[n] regulariter alle misdadige ende delinquerende sculdich met

behoirlijcker punicien gepunieert te wordden, uuytgenomen in den saken bij den rechten

toegelaten, dair int beghin van den voirscreven capittel af gescreven is, uuytgenomen

oic in dengeenen die bij ongeval ende gerechter avontueren sonder opset misdoet.

Item, in den uuytsinnigen.

Item, in den slapenden, die den uuytsinnigen, in dijen, te gelijcken is.

Item, int kijndeken dat niet en weet wat doet.

Item, in den weezen ende onverjairden, soe jonck zijnde dat hij geen arch en can

begrijpen.

Item, in den dronckaert.

Item, in den geck die puer kijnts is.

(a.) opt. in hs. : oft.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 29 149

Item, verwoetheyt excuseert van der misdaet, soe doet oic ignorancie, alsoft een wijf

vonde eenen man in huer bedde liggen, meynende dat huer man waire, al wordde zij

van hem bekent, zij wort geexcuseert van overspeele bij der voirscreven ignorancien.

Item, noot excuseert van der misdaet.

Item, geestelijc relie[ve]mente als divorcie.

Item, rechtveerdige sake.

Item, gevechten, grouwel ende anxt.

Item, wittige beschermenisse ende bescuddinge van zijnen live oft zijnder kijnderen

oft ouders, oft zijns goets.

Item, bij desen actien suldij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Goossen heeft sulcken man dootgeslagen, oft sulcken brand

gesticht, oft heeft om sulcken man ter doot te brengen heymelijc gegaen met eenen

zweerde oft brandereele, onder zijnen tabbaert, oft heeft valsche getuygenisse

gedragen, dair sulcken man mede onsculdichlijc verwijst is geweest, oft heeft valsche

getuygenisse doen doen om sulcken man ter doot te brengen, oft richter zijnde heeft

gelt ende goet genomen om sulcken man te verwijsen, oft heeft venijn oft vergiffenisse

teeten oft te drincken gegeven, om sulcken persoon te dooden, versuect dairomme dat

hij gecondempneert wordde capitalijc gepunieert te wordden, ende zijn hooft hem

afgeslagen te wordden, ende om dit te thoenen, offert hij hem selven ad penam

talionis".

Item, bij deser actien wordden oic vervolght ende gepunieert alle diegeene [die]

mynnendranck oft ander[r] confectien van lieften oft salamandren oft cicaden oft

ma[n]dragora oft andere substancie die de doot innebrengt, iemende hebben gegeven

teeten oft te drincken.

ltem, hier suldij weten dat, nae gemeyn recht, dootslach mach worden gecommit-

teert in III manieren, te weten, bij wille ende consente, oft bij nootweeren, oft bij

ongevalle. Ende een richter heeft in desen ende alle anderen maleficien veele dingen

aen te sien : den persoen, die plaetze, den tijt, die toecoempst, die qualiteyt ende die

maniere van doene.

Item, dootslach gevalt bijwijlen haestelijc in een gekijf, ende bijwijlen buyten

taggingen en[de] rixen van lieden, ende met opsette ende voirdachten coelen bloede ;

ende dese maniere van dootslage zijn verscheiden, want dierste is simpelen dootslach,

ende dander is moort.

Item, generalijc dootslach gebueren in II manieren, te weeten, metter daet ende

metter tongen ; metter daet gevalt hij in III manieren, bij justicien, bij noode oft

nootweeren, bij ongevalle ende bij opsette willens ende weetens ; metter tongen, gevalt

hij in drije manieren, bij bevele, bij raide ende bij defensien.

Item, noch suldij weten dat men den dootslager hulpe doet in drije manieren

dierste is voir de daet, als zijn diegeene die wapene oft zwee[r]de dairtoe leenen; ten

anderen in de daet, als diegeene die present is, ende hulpt den dootslag voirderen ten

derden na de daet ende maleficie, als iement den misdadigen den heere oft zijnen

dienaren neempt ende met machten wechleydt ende dijergelijcke.

150 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, hier soude iement mogen vragen, een persoen en hebbe noch hulpe noch raid

gegeven totter misdaet, ende een andere hebbe in zijnen name oft ter contemplacien

ende liefden van hem den dootstach gedaen, ende hij dat van weerden hielde, oft hij

gepunieert sal wordden gelijc den facteur.

Item, desgelijcx mocht men vragen van dengeenen die, metten iersten, bevolen

hadde dat men den dootslach soude doen, ende hem dat nairderhant, ende aleer den

dootslach gedaen wart, dat beroude, oft hij oic sculdich is der doot gelijc den facteur ;

om hieraf solucie te geven, verseynde ic u totten clercken van rechte, die u dairaf

nairder selen weten te berichten.

Item, noch suldij weten van dengeenen die hulpe doet den dootslager, alsoeverre

als hij met zijnder hulpen ende dienste niet en geeft oirsake oft cause der misdaet, dat

hij, soe ennige ontwijfelijc houden, niet sculdich en is gepunieert te wordden metter

gelijcker punicien van den facteur, noch gelijc den hulperen die met huerder huelpen

ende bijstande sake geven der misdaet. Uuyt allen desen dat voirscreven is, suldij

colligeren dat, nae recht, soe wije iement dootslaet, dairaf groeit ende genereert actie

crimineele, soewel voir den procureur van officien als voir de geinjurieerde partije,

tenwaire dat de facteur voire hem hadde die excepcie van rechte, het waire van zijn lijf

te bescudden oft van camprechte, oft excepcie van gerechten ongevalle, oft om zijn goet

tegen die dieve oft moordeners te bescudden, oft excepcie van den dooden te hebben

gevonden forniceerende met zijnen wijve oft dochtere, oft excepcie den dootslach te

hebben gedaen oft doen doen bij beveele ende dwange van justicien, gelijc oft die

prince bevale dat men den ballinc levende oft doot vangen soude, mits zijnder

ongehoirsaemheyt ; want in desen voirscreven gevallen en souden die misdadigen geen

peyne crimineele noch civile dragen, soe voirscreven is.

Item, dair een bastaert dootgeslagen is, dair behoirt den paix gemaict te wordden

ende die doot versuent tegen den heere, hooge gericht hebbende ter plaetsen dair den

dootslach gebuerde, ende oic tegen die vrienden van der moederlijcker zijden, voir

dinterest van hueren maegh, mitsdat die moeder geen bastaerden en maict ; ende dit is

te verstaene na den ouden costumen van den lande van Brabant ende van Vlaenderen,

mair in Vranckerijck ende in Henegouwe maict men den pays alleen aen den souverain

heere, te weeten, aen den coninck oft aen den grave.

XXXe CAPITTELE

VAN PARRICIDIEN OFT PATRICIDIEN

Item, die VIste maniere van criesme capitael is geheeten in latijne actio legis

Pompeie de parricidiis(1). Ende parricidium is soeveele te seggen als te hebben gedoot

(1) D. 48, 9.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 30 151

ende ter doot bracht vader oft moeder, oudevadere, oudermoedere, broeder, zuster,

oom, moeye, nichte, neve, zwager, voester, stiefmoeder ende dijergelijcke van der

machscap, hetzij met wapenen oft met vergiffenissen.

Item, van deser misdaet is gehouden tkijnt dat vader oft moeder doot, oft dat

venijn gecocht heeft om zijnen vader oft moeder te geven, al en volbrengt hijs nyet.

Item, die medicus oft apoticarijs, die wetens den kijnde dat vercoopt om zijnen

vader te geven.

Item, die zijnen zoone doot, adulterende met zijnder huysvrouwen.

Item, die den zoone gelt leent om dairmede iemende te hueren oft ennige substancie

te coopen, om zijnen vader dairmede te dooden.

Ende nyet alleene de voirscreven persoonen en zijn gehouden van deser misdaet,

mair alle die dair heymelijc oft openbair, willens ende weetens met quaden moede ende

liste, raidt, hulpe ende daet dairtoe gegeven hebben. Ende die punicie van desen is nae

recht, dat mense ierst met roeden geesselen sal dat zij bloeden, ende dairnae sal men

desen misdadigen steeken ende bijnden in een huyt van eenen diere ende in eenen sack

van ledere, ende bij hem eenen hont, eenen haen, een hynne, een slange ende een

zijmme, ende worpenen alsoe in de zee oft in de riviere, ende latenen alsoe sterven ; oft

men mochten worpen voir die leuwen, beeren oft wolven, om van hen verslonden te

wordden, want dese misdaet is niet te gelijcken bij ennige andere ; ende behoiren dese

misdadige te verliesen die vier elementen binnen hueren levenden lijve, ende te sterven

sonder elementen.

Item, hier suldij weten, wairt dat iement, bij verwoetheyden ende crancheyt van

zijnnen, zijnen vader oft anders iement van zijnen bloede doode, die en soude niet

gepunieert wordden van den live, mair hij soude gekarkert ende gevetert wordden.

Item, eest dat een kijnt zijnen vader oft moeder oft oudevader oft oudemoeder

injurieert. dat kijnt sal gepunieert worden tot hueren goetduncken, wille ende geliefte,

alsoeverre zij niet en excederen die mate van genaden ende goedertierenheiden in der

punicien.

Item, wairt dat een kijnt doot vonden wordde int bedde van den vadere oft van

moedere, ende het niet en bleecke dat dat met archeyden oft boosheiden waire gedaen,

soe sal te presumeren zijn dat dat meer geschiet is bij ongevalle ende negligencien dan

uuyt quaetheyden, om der presumpcien wille van der natuerlijcker liefden, ende sal dat

alsoe blijven ongepunieert van den live, want geen liefde en gaet boven die vaderlijcke

ende moederlijcke liefde, mitsdat tkijnt is een deel van hueren lichame.

Item, desgelijcx soude men oic seggen van der voestervrouwen, want dat men tkijnt

in huer bedde doot vonde, soeverre zij een wijf waire van goeder famen ende namen ;

want elc wort gepresumeert goet te zijn tot dat hij quaet wort gemerct, ende quaetheyt

behoirt bij sulcken dingen te weesen eer men dairaf criminelijc punieren sal, ende die

proeven behoiren dairaf clairder te zijn dan die sonne te middaige. Mair wairen dese

persoonen bevonden in desen punten versumelijc te hebben geweest sonder opset, soe

en souden zij nochtans niet al quijt gaen, mair souden gepunieert wordden ter arbitragien

van den richter, ende niet totter doot.

152 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, bij desen actien suldij formeren uwen heysch aldus :

"Andries seegt dat Wouter zijnen vader vergeven heeft met venijne, oft doot-

gesteeken niet eenen messe etc. , in fellen moede, versuect dairomme denselven

gepunieert te wordden als een patricide na den ondersceyde boven verclairt ; ende om

dit te thoenen, soe verbijndt hem Andries ad penam talionis."

XXXIe CAPITTELE

VAN GEMEYN GOET TE ROOVEN OFT TE STEELEN

Item, die VIIe maniere van actien criminele capitale is geheeten in latijne actio

legis Iulie peculatus(1). Ende crimen peculatus is te seggen de misdaet van te hebben

genomen, gerooft, gestoolen oft belet gemeyn gelt, schat oft goet, ende die dat in zijns

selfs oirbair heeft bekeert oft in iements anders oirbair.

Item, van dese misdaet is besculdicht ende gehouden diegeene die loot oft cooper

mengt in silvere oft in goude, den gemeynen toebehoirende.

Item, die dat gemeyn gelt niet en seyndt om te volbrengen tgemeyn werck, dair

dat toe geordineert is, mair bekeert dat in zijns selfs oerbair.

Item, die de penningen gecomen van den gemeynen goeden, hetzij van assijssen, van

hueringen oft van renten oft van enniger substancien, den gemeynen toebehoirende,

behouden.

Item, die de rentboecken oft rekenboecken van den gemeynen goeden, rentbrieven,

chartere ende previlegien derselver behouden ende niet en willen overgeven.

Item, die iemende copie geeft uuyten registren van den gemeynen goeden, sonder

oirlof van zijnen oversten.

Item, dije tgemeyn gelt niet en brengt ten behoirlijcken tijde, in de kiste oft

scappraye dairtoe geordineert.

Item, die den rentmeestren oft ve[r]wairderen van den gemeynen goede overstrijt

dat hij min gelts van den gemeynen goede ontfangen heeft dan hij doet.

Item, die de mueren oft cofferen doorbreeckt ende dair gelt uuyt neempt.

Item, die den gemeynen roof opte vianden gehailt, steelt oft neempt.

Ende dese en is niet alleen dairaf gehouden, mair oic zijn erfgenamen. Ende de

punicie van deser misdaet plach te zijn deportacie ende banninge, ende dairtoe

restitucie van vierwerf soeveele als hij genomen oft ontvreempt hadde ; mair huyden-

sdaigs, soe wije der gemeynten goet oft sprincen goet neempt, rooft oft steelt, die

verbuert zijn lijf.

Item, bij deser actien suldij formeren uwen heysch aldus

"Andries seegt dat Simon sulcken gelt, toebehoirende den prince oft zijnder stadt

ende gemeynten, in zijn selfs oirbair heeft bekeert ende dat ontvreempt, versuect

(1) D.48,13,.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 31-32 153

dairomme dat hij capitalijc wordde gepunieert oft gebannen ende deporteert, dats

te seggen, euwelijc gebannen oft in exilien gesonden te wordden ; ende om dat te

thoenen, soe inscribeert hem Andries ad penam talionis".

Item, noch vijnt men een ander misdaet die crimineel is, geheeten in residuo ; ende

is als iement te hem wairt onwijsselijc behouden heeft ennige somme van penningen, die

gesonden is om voire een stadt oft gemeynte coren oft wijn oft yet anders, dat hem

behoefflijc is, te coopen, oft om te hueren oft te coopen ennige huyse, der stadt coren oft

goet in te leggen oft desgelijcke. Ende van deser misdaet sal die misdadige gepunieert

wordden in de verbuerte van den derdendeel van zijnen goede, oft anderssins

extraordinarijslijc ten goetduncken ende arbitragien van den richter.

XXXIIste CAPITTELE

VAN VALSCHEYDEN

[l] [Van valscheyden].

Item, die VIIIe maniere van actien crimineel ende capitael is geheeten in latijne

actio legis Cornelie de falsis(1), dats te seggen actie van valscheiden. Valscheit is

veranderinge ende immutacie van der wairheyt, ende dairomme studeren die valschers

tgeene dat goet, gerechtich ende wairachtich is, te veranderen ende onder schijn van

deughden, gerechticheyden ende wairheyden, onduegdelijc ende valsch te maken ende

die ondueght ende valscheyt te bedecken oft te cleeden, alsdat zij schijnt der dueght

ende wairheyt gelijcken.

Hier suldij weten dat valscheyt wort gecommitteert principalijc in IIII manieren, te

weeten, met gescrifte, metten wercke, metter spraken ende metten gebruycke.

Metten gescrifte geschiet valscheyt, als men anders scrijft dant is, ende als men

die wairheyt uuytdoet, hetzij dat dat gescrijfte zij een openbair instrument ende

gescrifte oft een privaet gescrifte oft rekening oft registre. Desgelijcx doet hij valscheyt

die uuyt loosheyden eens anders hanteyken contrefayt, oft die absente scrijft te zijn

presente, oft die boven de gerechte linien iet scrijft uuyt frauden, ende in veele andere

manieren. Metten woorden oft spraken geschiet valscheyt bij den getuygen, die de

wairheyt verzwijgen ende achterwairt setten, ende, willens, de loegene ende valscheyt

voir wairheyt tuyghen, contrarie huns eedts ; ende dese valscheyt wort gepunieert nae

de qualiteyt van der saken. Desgelijcx doet die richter valscheyt, die wetens tegen recht

zijn vonnisse pronuncieert, ende die den richter oft die getuygen oft de advocaten

corrumpeert.

Item, die valsche loyen ende valsche statuyten allegeert.

Item, die den prince loegene te verstaen geeft, ende dijergelijcke.

(1) D. 48,10.

154 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Metten wercke wort valscheyt gedaen, gelijc een persoen die gewichten oft maten

valscht; ende dese wordden met versceyden manieren gepunieert, bijwijlen metten

euwigen ban, ende bijwijlen extraordinarie ter arbitragien van den richter.

Item, die geene die pec oft erweeten mengt met wasse, oft zeepe met termentijne,

oft olie oft boonen, oft loot met tenne oft met silvere oft dijergelijcke menginge doen,

vercoopende gevalschte waare[!] ende comanscape voir goede ende fijne ; dese bega[e]n

valscheyt, want quaet ende gevalscht was en is geen was, ende gevalscht silvere en is

geen silvere, ende gelt dat verboden ende gereprobeert is, en is geen gelt ende lost den

betailder nyet. Insgelijcx doet hij valscheyt metten wercke, die wairachtige zegele

corrumpeert.

Item, die gelt oft die munte valscht.

Item, een advocaet, procureur, momboer, curateur ende dijergelijcke dieners ende

officiers, die dat secreet van huerder saken hueren adversarijs opdoen ende seggen, oft

die denselven hueren adversarijs die instrumenten ende brieven van zijnder partijen

openbairen.

Item, hij doet valscheyt die heymelijcke vonnisse openbairt, ende dijergelijcke.

Item, metten gebruycke wort valscheyt gedaen, bij dengeenen die hem draeght

voir eenen ridder, doctoer oft notarijs, ende onbehoirlijcken insignien van hoogheiden

oft van officien aenneempt, ende sulc niet en is als hij hem uuytgeeft.

Item, die wetens ende willens gebruyckt van valschen acten ende instrumenten oft

brieven ; mair wie dat onweetens dade, bedrogen zijnde van eenen anderen, ende hij

dat purgeerde, als in dijen purgerende sijne onnoselheyt, die soude zijn geexcuseert.

Item, hij wort oic geexcuseert, die hem abstineert van den gebruyke der voirscreven

valscher dingen, al weet hij dat die valsch zijn.

Item, hij doet valscheyt die hem seegt te zijn procureur van eenen anderen ende

hijs niet en is, ende dese wort extraordinarie gepunieert nae de grootheyt van der

misdaet oft der loegenen.

Item, die bedriechgelijcke die wairheyt verzwijght in zijn getuygenisse.

Ende generalijc, dair die wairheyt gecommuteert ende verandert wort, dair wort

valscheyt gedaen ; ende die valscheyt wort gedaen niet sonder arch oft quaetheyt.

Ende die pene oft punicie van valscheyden is, na den ouden, weerlijcken rechten,

deportacie, dats te seggen den euwigen ban in vreemden landen te blijven, ende

publicacie, dats te seggen, verbeurte van allen zijnen goeden, soeverre die persoen

een vrij man is ; mair is hij serf oft slave, soe wort hij gepunieert metter lester

supplicien, dats te seggen, gerecht ende ter doot gebracht ; mair na den nyeuwen

rechten, ende oic na den geestelijcken rechten, soe wort valscheyt in veele diverse

manieren gepunieert arbitralijc ter discrecien van den richter, na die verscheidenheyt

der saken ende valscheyden.

[2] Van meyneede.

Item, die pene van meyneede es quaet, ende wort in der penen geleken bij den

misdaden van overspeele, fornicacien ende williger manslachten ; ende dairomme die

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 32 155

dairaf verwonnen wort, sal wordden gedegradeert, ende infamis zijn, noch ontfangen

wordden om te mogen tuygen, al eest dat hij penitencie dairaf heeft gedaen ; ende men

en sal dairnae van hem geenen eedt meer mogen ontfangen, ende men geeft hem dese

ordinarijs pene, want dese misdaet wort zeere veele gefrequenteert ende gedaen.

Item, die op een ge[con]sacreert cruys, oft in des bisscopen hant qualijc zweert, die

sal III jairen penitencie doen ; ende die dat doet op een cruys, dat niet en is geconsacreert,

een jair ; ende die op eenen steen valsch zweert, die is meyneedich.

Item, het zijn III manieren van lieden dijen men die wairheyt seggen sal, te weeten,

den biechtvadere, den advocaet ende den medecijnmeester.

Item, hier mocht iement vragen als die pene coempt ende behoirt alternative te

wordden geimponeert, wijens den keuse is, oft des richters oft der partijen die de pene

lijden moet, hieraf zijn III notabele gloosen in den rechten, die seggen dat den kuese is

des richters.

Item, in de condempnacie van den persoonen, en sal men niet extorqueren alle tgeene

dat zij hebben, mair men sal die ooge hebben dat sij etende blijven.

Item, die lieden zijn nu crancker dan zij plagen, ende dairomme sal mense

saechtelijcker punieren.

Item, ten is geen wreetheyt de misdaden te punieren, mair het is goedertierenheyt ;

ende het is misdaet die misdaet niet te punieren ende de rechter die de misdaet punieert,

die geeft goet voir quaet.

Item, die den verwijsden mensche bij ordinancie van den rechte doodt oft doet

justicieren die verdient, want trecht doodten, ende die dairmede dissimuleert, die

versmaet dat recht.

[3] Van den valschen munters.

Item, noch suldij weeten van den valschen munters, soe wije dat valsch gelt slaet

oft doet slaen, oft hulpe oft raidt dairtoe geeft willens ende weetens, eest dat hij dat

doet onder dat teeken van den prince, ende die valsche penningen gulden zijn, zoe sal

men dijen valschen muntere bernen oft zieden ; eest dat hij die valscheyt doet, onder

dat teeken van ennigen anderen landen ende gemeynten, soe sal hij capitalijc gebrocht

wordden totter doot.

Item, diegeene dijet gelt van goude oft van silvere, met valscher materien van

coopere, van tynne oft anderssins mengen, oft sulcken materie met goude ende silvere

decken, ende diese te licht slaet, die zijn alle sculdich capitalijc gepunieert te wordden

oft voire die wilde dieren geworpen te wordden, ende ten minsten euwelijc uuyten

lande gebannen.

Item, ghij sult weten dat in desen misdaet van der valscher munten zijn III

speciale dingen gelegen. Ierst, dat elckermale mach sulcke valscheyt accuseren van

huerder misdaet ; ten anderen, soe wije die accuseert, die en wort niet gepunieert van

der calaengien, al en proeft hijs nyet, dwelc regulaerlijc in anderen saken contrarie is ;

ten derden, dattet wel geoirloft is eenen iegelijcken sulcken valschers te vangen, ende

den heere oft juge te leveren, hoewel dat regulariter in veele anderen criesmen niet zijn

156 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

en mach ; ten vierden, dat huys dair sulcken valschen munte gemaict wort, is verbuert

ende gepubliceert, ende oic die erve dair dat opstaet, al wairt oic zoe dat de heere van

den huyse ende van den gronde dat ignoreerde ende niet en wiste, indijen hij omtrent

ende bij huys is, tenwaire dat hij dat denuncieerde den heere oft zijnen dienaren als hij

dat wiste; mair wair hij verre van huys gereeden oft getrocken geweest, soe waire hij

geexcuseert, alsoeverre als hij des niet en wiste, mair zijn huysgesin die dairtoe geholpen

hebben, selen capitalijc wordden gepunieert.

Item, na den rechten van Lombaerdijen, een valschere van der munten verbuert

zijn hant.

Item, soe wije dat des heeren munte contrefayt sonder orlof oft auctoriteyt van

den heere des macht hebbende van zijnder heerlicheyt wegen, die is sculdich te dragen

pene capitael van der criesme ende misdaet ende verraderije tegens zijnen heere, oft

tegen den heere, dijes munte hij heeft gecontrefayt. Ende ghij sult weten dat onderscheyt

is tusschen diegeene die de munte contrefayten, graven, forgeren, printen ende verwe

geven, ende dengeenen die deselve munte trecken halen ende coopen tegen de

valsche munteners, om die willens ende weetens voirt te vercoopen ; want dese leste,

die de quade munte halen ende coopen om dairaen te wijnnen, en zijn niet sculdich

achterhaelt te wordden van verraderijen, als die principale valsche munters, mair zij

sijn sculdich geacht te wesen als dieve[n] publijcque die alle de weerelt steelen, ende

zijn geheeten in den weerlijcke rechten, dieve[n] van valscher munten.

Item, die kennisse van den valschen munters oft contrefayters derselver behoirt den

princen toe, ende geenen anderen gerichte, mair van den voirscreven dieven van

valscher munten mach die kennisse ende execusie blijven den hooghen justicieren.

Item, van dengeenen die valsch gelt uuytgeven, ende dat selve nyet en halen noch

en coopen, suldij weeten, eest dat zij dat wetens ende met opsette ende uuyt archeyden,

dat uuytgeven, alsoeverre als zij puberes zijn ende ten jairen van puberteyten comen

zijn, zoe zelen zij gepunieert wordden metter generaelder penen van valscheyden, dwelc

plach te zijn den euwigen ban ende verbeurte van goede, ende in den slave verbuerte

van live. Mair na den nyeuwen rechte, wort hij alleenlijc gebannen oft gepunieert met

enniger anderen punicien extraordinarijse sonder gedoot te wordden ; mair hadde hij

valsch gelt selve gemaect, hij soude gedoot wordden. Wairt oic soe dat iement dicwijle

sulcken gelt uuytgave weetens ende met opsette, soe soude de gewoente van misdoene

verzwaren ende meerderen die peyne ende punicie ; want wije dicwijle misdoet, die

behoirt zwairlijc gepunieert te wordden, opdat andere hem dairaen spiegelen souden ;

mair die sulcken gelt ontweetens uuytgave, die soude mits zijnder ignorancien van den

misdaet wordden geexcuseert ; ende dunct ennigen geleerden dat een richter wel mochte

sulcke personen die, met opsette ende wetens, valsch gelt uuytgegeven hadde, zijn hant

doen afslaen, dair hij dat mede uuytgegeven hadde, mair na de costume ende gewoenten

van desen ende van veele anderen landen, zoe wordden sulcken lieden die valsch gelt

coopen ende uuytgeven, gehangen aen een halve galge ende behangen metten gelde.

Desgelijcx wordden oic gedoot ende gepunieert als dieve[n] van valscher munten, die

tgelt scroyen ende afsnijden oft met subtijlheiden, hetzij bij watere oft me[t] viere

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 32 157

oft anderssins, lichter maken dan het was, om gewijn te hebben van der materien die zij

dairuuyt gecrijgen.

Item, soe wije dat ennige maten oft gewichten valscht, die wort insgelijcx

gepunieert gelijc voirscreven is, oic mogen zij gepunieert wordden metten ban van

relegacien, dats met banne die nyet euwich en is, oft anderssins extraordinaire ter

discretien van den richter.

Item, noch suldij weeten dat men meyneedt bijwijlen punieert civilijc, bijwijlen

metter peynen van infamien, bijwijlen metten versteekene van te mogen tuygen ende

in eens goets eerlijcxs menschen stat te mogen staen, bijwijlen metter penen van

openbairlijc geslagen te wordden, bijwijlen nae berueringe van den prince mits

versmaetheyt zijns eedts, ende bijwijlen van den zweerde, als verraders.

Item, soe wije dat zweert met vreemden onbehoirlijcken eede, ende hem des

gewent, als bij den baerde, bij den buyke, bij den darmen oft bolingen Gods ende

dijergelijcke, die sal ende behoirt gepunieert te wordden van den live, al wairt oic

alsoe dat hij die wairheyt zwoere, want hij schijnt gezworen te hebben in contempte

van den kersten religien.

Item, zwoer hij die wairheyt met behoirlijcken eede oft sacramente, zoe en wort hij

niet gepunieert ; mair zwoer hij eenen valschen eedt, ende dat dade als getuyge in een

sake aengaende den live, soe soude hij gecastijt wordden met gelikenissen van der

supplicien ende misdaet ; ende dade hij den valschen eedt als getuyge in een ander sake

civile oft criminele, soe soude hij gepunieert wordden van valscheyden.

Item, zwoer hij den quaden eedt niet als getuyge mair als principael, ende dat dade,

voir recht, uuyt bernender heyten van gramscappen, soe heeft hij alleen God tot eenen

wreeker.

Item, die iet vercoopt met valscher maten oft gewichten eenen anderen, dat niet

wetende, die is sculdich den anderen dat tweevuldich te beteren ; oic is hij sculdich

van der archeyt ende quaetheit gepunieert te wordden, als van dieften oft als gecommit-

teert hebbende die condicie van dieverijen.

Item, zoe wije wetens valsche gewichte oft maten leendt, die is gehouden int

interest, mair eest dat hijse verhuert, hetzij dat hijse weet valsch zijnde oft niet, soe is

hij sculdich ende gehouden dat interest te beteren ende van der valscheyt gepunieert te

wordden, want valsche gewichte oft mate oft munte en is geen gewichte, mate oft

munte.

Item, zoe wije zijnen naem oft toenaem verandert uuyt archeiden, in frauden van

ennigen private personen oft van den heere, die is sculdich van valscheiden gepunieert

te zijne, mair die dat uuyt boerden oft genuechten doet, die is ongehouden, soeverre

hij dat niet en doet ten bedrooge van iemenden, ende hij vrij is, mair een serf oft slave

en soude dat niet mogen doen.

Item, het es wel geoirlooft dat een mensche om zijn lijf oft goet te bescudden

zijnen name verandere, mair anderssins eest valscheyt ;want valscheyt en is anders niet

dan veranderinge van der wairheyt, ende veranderende den name, doet hij valscheyt

ende wort van valscheiden gepunieert.

158 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, soe wije procureert ende vervolght dat die notarijs oft clerc valscheyt doet int

scrijven ende maken van zijnen brieve oft instrumente, dijen is men sculdich zwairlijcker

te punieren dan dengeenen die simpelijc des valschen instruments ende briefs heeft

gebruyct.

Item, rasure gemaict in eenen brief oft instrument in de narracie van den fayte,

induceert suspicie ende quaet vermoeden tegen dat instrument oft den brief ; mair het

waire anders, waire die rasuere gedaen in de narracie van rechte ; ende de rasuere van

luttel letteren oft sillaben, die der wijsheyt van den richtere genen twijfel inne en

brengen, en hijndert nyet.

Item, het zijn veele punten die den brieven van den pauws ende prelaten maken

suspect, te weeten, als zij bezegelt zijn met vremden zegelen.

Item, als in den brieven van den pauws quade gramarie staet, welc letzel van

gramarien nochtans nyet en vicieert oft suspect en maict andere instrumenten,

testamenten ende oepene brieven.

Item, als dieselve brieve beworven zijn bij eenen anderen, dairaf geen speciael

mandaet oft beveel hebbende.

Item, als die bezegelt zijn met valschen zegelen.

Item, als die bullen oft openbairen instrumenten niet en begrijpen djair, maent,

dach, indictie ende plaetze dat die gegeven wairen oft gepasseert.

Item, als men bij can gebrengen die sake anders geschiet zijnde dan dairinne

gescreven staet.

Item, als dairinne rasuere staet, ende die bij eender ander handt gescreven is,

Item, een instrument wort gevicieert als een dat gescri[j]ft, ende een ander dat

teekent ; desgelijcx als die een dat beghiint, ende dander dat eyndt ende volscrijft ;

desgelijcx als die getuyge, dairinne gescreven, seegt tegen dinhoudt van denselven

instrumente ; desgelijcx alsdie getuygen, dairinne gescreven, seggen dat zij dair niet bij

geweest en zijn, noch dairtoe gebeden geweest ; desgelijcx is dat vicieux als dat doer-

sneden is ; desgelijcx als men bethoenen can dat de notarijs, dairinne geteekent, doot

was voir den date des instruments, oft dat ennige van den getuygen oft van den partijen

contrahenten, dairinne gescreven, elders ende in anderen plaetzen wairen, zoedat zij

ter date van den instrumente dair niet gesijn en consten, ende dijesgelijcx vijndt men

veele meer andere saken ende gebreken, die een instrument maken vicieux, die te zeere

lanc souden vallen te scrijven.

Item, een notarijs die een valsch instrument maict, is sculdich, nae de opinie van

ennigen, gepunieert te wordden dat men hem zijn handt afhouden sal, ende dat useert

men in Lombaerdijen. Andere seggen dat hij sal gepunieert wordden metter generaelder

punicien van valscheiden, te weten, metter deportacien oft euwigen banne, ende sal

dairtoe sijn infamis ende euwilijc gepriveert van der officien van notarien, ende selen

geen instrumenten bij hem gemaict, nadat hij van valscheyden sal sijn gecondempneert,

van weerden zijn gehouden.

Item, een instrument dat in een deel oft percheel valsch bevonden wort, dat wort

nae alle zijne leeden voir valsch gehouden, tenwaire dat tgebrec van der vicien wordde

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 32 159

geproeft ende bethoent. Andere seggen, als dat instrument heeft veele verscheyden

articulen ende clausulen dat dan bij der valscheyt van den eenen articule dat geheel

instrument niet valsch en wordt, mair blijft alleen valsch dat deel oft articule dair die

valscheyt inne geschiet is, ende dese opinie dunct veele clercken de beste.

Item, al mach in een instrument gebreeken een lettere, sillabe oft woordt, alsoe

verre als dairmede den sin, dat verstant ende die wairheyt niet en wort gesubverteert

ende verkeert, soe en can dat gebrec dat instrument niet gevicieren.

Item, noch suldij weten dat een richter, van zijnder officien wegen, een valsch

instrument bij hem behouden mach ende dat doen verbernen.

Item, wairt dat iement gebruyckte zijns wetens eens instruments, dat suspect waire

ende niet valsch, die gebruyckere van dijen en soude niet gepunieert wordden van

valscheyden, mair dat instrument soude zijn cracht verliesen ende gereicieert wordden.

Item, soe wije valsche getuygen produceert wetens ende willens, die sal gepunieert

wordden van valscheyden.

Item, wairt tsake dat een notarijs oft iement anders, dijen die examinacie van den

getuygen bevolen waire te overhooren, der wederpartije liet leesen die getuygenisse,

hij soude wordden gepunieert van valscheyden.

Item, noch suldij weten dat al wordde een instrument geproduceert, inhebbende

getuygen dairaf deen gecondempneert is geweest van infamien, soe en soude nochtans

dat instrument niet valsch geheeten zijn, want dairmede die wairheyt niet verandert en

soude zijn ; mair dat instrument soude niet doogen noch van weerden zijn, tenwaire dat,

met eenen anderen getuyge die niet gecondempneert en waire ende metten notarijs,

dinhoudt van dijen instrumente betuygt wordde wair te zijn, want dat twee getuygen

zijn, dwelc genoch soude sijn, overmits dat genoch is om een openbair instrument van

weerden te zijn dat dairover gestaen hebben een getuyge metten notarijs, want die

notarijs wort geacht ende gehouden voir twee getuygen, ende alsoe coempt die een

getuyge in de stede van den derden getuyge, ende dit is te verstaen van den instrumenten

dair gheen meerder getal dan van II getuygen en behoiren over te staene.

Item, noch suldij weten, eest dat een notarijs seegt ende protesteert dat hij gedoolt

ende gemist heeft int instrument, dat hij gemaect ende overgegeven heeft, gelijc dat

dicwijle gevalt dat een notarijs vergeet te setten die indictie, den dach oft de plaetze

etc., soe sal die notarijs in zijns selfs werck geloeft zijn, ende sal mogen zijn erreur

corrigeren ; mair, eest dat hij dat niet en seegt noch en protesteert, soe blijft dat

instrument vicieux, ende dairuuyt blijct, dat na de doot van den notarijs sulcken

erreur niet en can gecorrigeert gewordden.

Item, noch suldij weten dat men in II manieren mach proeven dat diegeene, die hem

int instrument scrijft, notarijs te zijne, notarijs is. Ierst, can men geproduceren die

previlegie zijnder officien in gemeynder ende openbairder formen, soe blijct dat clair dat

hij notarijs is ; ten anderen, can men gethoenen dat hij bij gemeynder famen ende

geruchte van allen zijnen gebueren ende lantsluyden gehouden ende geacht is geweest

voire notarijs, ende dat men zijnen instrumenten in den rechten ende dairbuyten geplogen

160 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

heeft gelove te geven, om dwelc te thoenen genoch is dat dat blijcke bij brieven

testimoniael ende certificatoriael des officiers oft der wet, dair de notarijs onder woent.

Item, ghij sult weten dat alleen die pauws ende keyser, ende elck bijsunder, mogen

maken notarijse oft tabellioene, ende niement anders. Ende die redene wairomme dat

die macht van dijer creacien alsoe gestringeert is, die is dese, want het is tegen

natuerlijc recht, dat een huyt oft vel van eender dooder beesten maken ende bijbrengen

sal vollen thoen, ende dat men dijen velle meer ende bat geloven sal dan der levender

stemmen van eenen getuyge. Niettemin, het wort bij den pauws ende den keyser wel

geoirloft ennigen, bij previlegien, notarijse te mogen creeren oft maken als zijn dese,

comites palatini, heeren van der nyethogen[ll.

Item, ende ennige andere makense uuyt ouder gewoenten, die jurisdictie geeft,

welcke gewoente nochtans niet en mach geinduceert wordden zonder zwijgende oft

expres beveel van den oversten, ende dairmede gebruycken ennige coningen ende

gemeynten derselver macht in huerder jurisdictien, welcke macht zij niemende voirt en

behoiren te verleenen.

Item, om te thoenen dat een instrument gesimuleert oft geveist is, soe is genoch

dat men hebbe II getuygen, want die de geveistheyt bethoenen wille, die impugneert

niet directelijc dat instrument, mair pijnt te bewijsen anders te zijn geschiet dan

gescreven bij wille van partijen. Mair, die een instrument wil proeven oft bethoenen

valsch te zijn, die moet ten minsten dat bethoenen met III oft met IIII getuygen, nochtans

met II getuygen soude men dat instrument doen vacilleren ende suspect maken van

gelove ; ja dat meer is, een getuyge van den substancialen getale des instruments,

hoewel die geen volcomen getuygenisse en geeft, soude doen vacilleren dat instrument

in den gelove, ende sake geven van suspicien, welcke suspicie mach afgenomen

wordden bij den eede van dengeenen die dat produceert, ende met behoirlijcken getuygen

oft bij der getuygenissen van den scrijvere, alsoeverre als die suspicie is uuyten formen

van den instrumente ; mair quame die suspicie bij den seggen van eenen oft van II

getuygen uuyter substancien van den contracte oft instrumente, soe soude die suspicie

moeten afgenomen wordden bij contrarie getuygen ende andere indicien in den rechten

gescreven.

Item, eest dat alle die getuygen, in een instrument gescreven, oft ennige van hen,

seggen dat hen niet voir en staet weder zij dairbij wairen oft niet, dairmede en sal dat

instrument niet valsch zijn ; mair seggen zij alle simpelijc ende naictelijc dat zij dair

niet bij geweest en zijn, soe wort dat instrument voir valsch gehouden ; eest oic dat een

van den getuygen dat zeegt, ende dander zijn medegetuygen dairtoe niet en seggen,

overmitsdat zij niet geexamineert en zijn oft dat zij doot zijn, soe wort dat instrument

gehouden suspect ; mair, eest dat dandere zijn medegesellen, een oft meer, seggen dat

zij metten voirscreven getuyge dair present ende bij wairen, hoewel hij die contrarie

tuygt, soe sal zijn getuygenisse geconfundeert wordden, ende dat instrument sal van

weerden blijven ; want meerder ende loovelijcker is die deposicie ende getuygenisse die

gedaen wort voir dat instrument dan diegeene die dairtegen wort gedaen. Ende eest dat

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 32 161

die goede fame van den notarijs den eenen getuyge concurreert ende te hulpen coempt,

soe is dat instrument soevele te bat ende te vaster geconfirmeert.

Item, gebuerdet oic dat in eenen instrumente, dair mair II getuygen en souden

behoeven inne geset te wordden, gescreven stonden VI getuygen, ende dat die IIII

getuygen seyden dat zij dair noyt bij geweest en wairen, ende dandere II seggen dat zij

dairbij wairen, mair van der presencien oft absencien van den anderen en weten zij niet

te seggen, ghij sult weten dat dat instrument gehouden sal wordden voir valsch, mits

der valscheyt die dairinne gemengt is ; mair bij den voirscreven II getuygen mach men

anderssins buyten den instrumente proeven ende bethoenen dat contract, want zij en zijn

geen participanten van der valscheyt. Eest oic zoe dat II of III getuygen seggen dat zij

dairover stonden, dair dat instrument bekent ende begeert wort, mair en hoorden niet

leesen oft bekennen alsulcken capittel dairinne gescreven, ghij sult weten dat dat

instrument dairmede suspect wort van geloven.

[4] Van den prothocolle.

Item, oft gebuerde dat iement produceerde een instrument, ende dat zijn wederpartije

dat seyde valsch te zijne, ende om dat te prueven, begeerde dat hij dat prothocol voir

ooghen brachte, ghij sult weten, alsoeverre als dat instrument heeft zijn behoirlijcke

forme, dat men dijen geloove geven sal, ende en sal die wederpartije dairinne niet

gehoirt wordden, want het onbehoirlijc is dat men iemenden dwijngen oft dringen sal

tegen hem selven getuygen oft brieven te produceren. Ende oft een prothocol bij hem

selven volle thoennisse maict, dairaf zijn opinien onder die doctoers van rechte, mair

die gemeyne costume van veele landen onderhoudt, eest dat een instrument ende zijn

prothocol geproduceert wort, dat men meerder geloove geeft den prothocolle dan den

instrumente.

Ende ghij sult weeten aengaende deser materien van valscheyden, dat men dairaf

aenspreken mach in twee manieren, te weten, in een maniere civilijc, ende in een ander

maniere criminelijc. Mair oft men eer ageren sal criminalijc oft civilijc, dairaf suldij

weten, al eest dat dairaf onder die doctoren van rechte versceyden opinien zijn, dat, bij

der meester opinien ende gewoenten oft costumen, dat staet aen den coeze van den

aenlegger weder hij ierst volgen wille opten notarijs, die dat valsch instrument gemaict

heeft criminelijc oft civilijc, oft opte partije die dat gebruyct heeft.

Nochtans dair men criminelijc procederen wille, dair sal een richter zijn oogen

ontpluyken, want dan zijnder officien toebehoirt veel meer zijn zijnnen te scerpen ende

toe te sien om de sake wel te ondersuecken, dan oft hij civilijc ageren woude ; ende

wairt dat tegen den verweerdere die dairaf betichtich oft befaemt waire, geen claer

proeve oft thoen en waire, mair alleenlijc naicte suspicie, soe en soude dairomme

nochtans de rechter hem niet absolveren, hij en purgeerde hem ierst, ten minsten met

zijnder eedt ; ende dit is een casus oft een gesciedenisse speciael, dairinne het niet

genoch en is, om den verweerdere te absolveren, dat daenleggere niet en thoene, mair

moet hem die verweerdere purgeren.

162 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch suldij weten dat die pene van valscheyden is bijna arbitrael, alsoedat

men meerder pene sal setten, als die misdaet meerder is; ende minder pene, als die

misdaet minder is.

Item, seegt iement dat dat instrument dat ghij gebruyct valsch is, nochtans seldij

dat mogen zekerlijc gebruycken sonder pene, eest dat ghijs niet en meynt valsch te zijn,

tot dat van der contrarien blijcke ; mair den gebruycker wort geraden te protesteren,

wairt dat dat valsch bevonden wordde, dat hij des nyet en denct te gebruycken.

Item,noch suldij weten dat elcken vrijen persoen gegeven is bij den rechten die

faculteyt te mogen veranderen hueren naem, mair niet hueren bijnaem, gelijc van beghin

elc dinc wort genaempt, soeverre dat niet en wort gedaen uuyt bedrooge ; mair alsoe-

wel bij den vrijen persoen als in den serf, die dairmede fraude wille doen, wort fraude

gecommitteert, ende wordden van valscheyden gepunieert.

Item, noch suldij weten, eer die gebruyckere van den valschen instrumente vallen

sal in de pene van valscheiden, dat dair II dingen concurreren ende tsamencomen

moeten; ierst, eygen archeyt, list ende quaetheyt, dat hij wetens des valschen instruments

gebruyct ; ten anderen, dat hij persevereert int gebruyc totter sentencien diffinitiven toe

incluys. Want, en waire dair gheen quaetheyt int gebruyc, dat is, dat hij van der valscheyt

niet en wiste, oft dat hij van den gebruycke abstineerde voir den vonnisse diffinitijf, hij

soude geexcuseert zijn van der misdaet ende punicien der valscheyt. Oic soude die

gebruyckere van den valschen instrumente wordden geexcuseert, wairt dat hij protes-

teerde voir den richter dat hij dat instrument gebruycken woude, soeverre dat

deugdelijc ende wairachtich waire ende anders niet ; ende wordde dairnae tegen dat

instrument geopponeert van valscheyden, ende dan de gebruyckere abstineert van den

gebruycke, soe behoeft dat instrument bij dengeenen die dat produceren wille, van der

suspicien gepurgeert ende geclairt te wordden. Ende is te weten dat de punicie van den

gebruyckere des valschen instruments behoirt, na die opinie van ennigen, sulc te zijne

als die pene van dengeenen die dat maicte ; andere seggen dat de gebruyckere behoirt

saechter gepijnt te wordden dan de makere.

Item, noch suldij weten, eest dat een sentencie gegeven is uuyt crachte van valschen

instrumenten tegen eenen mineur, onbejairden ende ongedefendeerden oft tegen

gedefendeerden weeze, die sentencie is nul ; ende eest dat zij gegeven wort tegen eenen

majeur ende bejairden die absent waire, oic is zij nul ; wair zij gegeven tegen eenen

die present waire sonder archeyt des adversarijs, zoe is zij wel (a) ende niet nul, mair

behoirt met hulpen van restitucien ende relievemente gerestringeert te wordden, van

welcker restitucien dat effect ende crachte sulc is dat die sentencie ende dexecucie

wederroepen wordden ende in den iersten staet geset.

Item, desgelijcx een sentencie gegeven, overmits eenen valschen procureur, is nul,

ende geen sentencie.

a. wel, in hs.: wat

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 32 163

[5] Van den valschen getuyge.

Item, noch suldij weten dat een valsch getuyge sculdich is bitterlijc gepunieert te

wordden, want hij offendeert ende vercort drije persoonen, te weeten, God almachtich,

den richtere ende de partije.

Item, noch suldij weten, wairt dat de getuyge in een capittel oft articule valscheyt

tuyghde, ende hij in alle dandere de waerheyt seyde, nochtans soude de heel getuygenisse

sijn vicieux ; desgelijcx eest oic van den instrumente die eensdeels valsch is, alsoeverre

als die valscheyt procedeert van den notarijs, hoewel ennige meynen, als die capittelen

van den valschen instrumente oft van den getuyge versceyden zijn ende niet connex oft

condependent, ende de valscheyt niet en ruert de substancie ende circunstancie principale

van der saken, -- alsoft de notarijs gescreven hadde dat de contrahent van der eender

plaetzen gebooren waire, dair hij van eender andere plaetzen is, oft dijergelijcke, - dat

dan die valscheyt van eenen capittel niet en vicieert dat geheel instrument noch die

geheele getuygenisse.

Item, hier dijent een vrage, oft soe gebeurde gelijc de getuygen die van eenen dorpe

comen dicwijl plegen te doen, dat men de getuygen obicieerde ende opleyde dat hij

valschelijc hadde geseyt, ende dat hij tot zijnder ontschult dairop repliceerde dat de

notarijs anders hadde gescreven dan hij gedeponeert ende getuygt hadde, wijen van

beyden sal men best geloven, weder den getuyge oft den notarijs? Hierop seggen ennige

doctoers, eest dat die rechter den getuyge geexamineert heeft ende oic dat getuygenisse

gescreven heeft, soe dicwijl gebuert, soe is het te geloven tgescrifte dan de getuyge ;

oft oic soe dat bij commissien van den richter die notarijs den getuyge geexamineert

heeft, ende oic dat getuygenisse gescreven heeft, soe dicwijl gebuert, zoe eest tselve,

mitsdijen dat een notarijs is een openbair persoen hebbende plaetze van II getuygen,

ende die eedt gedaen heeft tot zijnder officien getrouwelijc te exerceren, mair die

getuyge en is mair een privaet persoon ende en wort mair voir eenen persoen geacht,

ende spreect in zijns zelfs werck ende sake, mits denwelcken tgeschrifte gaet voir sulc

seggen. Andere seggen, eest dat zij beyde van goeder, oft beyde van quader famen zijn,

soe sal men meest geloven den notarijs dan den getuyge ; mair wair deen van quader

famen, ende dander van goeder famen, soe sal men meest geloven dengeenen die van

goeder famen is.

Item, noch suldij weten dat nae recht een valsch getuyge behoirt gepunieert te

wordden van dengeenen, dair hij dat valsch getuygenisse voire gedaen ende gedragen

heeft, hij zije richter ordinarijs, hij zije richter delegaet, want een delegaet heeft oic

macht oic te mogen cohereeren ende bedwijngen, hoewel dat alsoe niet en is in den

arbiter. Ende dese punicie van den valschen getuyge is arbitrael uuyter officien des

richters, mits denwelcken als zijn officie geeyndt is, hetzij bij lapse ende verstrijkingen

van der instancien der saken oft bij der sentencien diffinitiven dairinne gegeven,

overmits dat sulcke officie is mercenarijs, soe en can die richter niet meer gepunieren,

mair soude van noode zijn dat men dan bij accusacien op hem procedeerde, ende dan

soude men hem moeten imponeren die punicie ordinarie van valscheyden. Ende wairt

dat die richter, hangende den gedijnge, van zijnder officien wegen den valschen getuyge

164 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

hadde gepunieert, soe en wair men dairnae niet sculdich denselven te accuseren om

ordinairlijc gepunieert te wordden, want van eender misdaet en sal men niet II werf

aenleggen oft punicie doen, bijsundere want dierste punicie die arbitralijc was, wert

gedaen ter wraken publijcke, ende alsoe sal deen dandere doen cesseren.

[6] Van der examinacien van getuygen bij eenen anderen richter gedaen in hulpe

van rechte.

Item, wairt oic soe dat een richter oft een wet eender ander weth oft richter

committeerde ende versochte in hulpen van rechte te willen examineren ennige getuygen,

gelijc dat wel zijn mach, ende die getuygen voir dijen versochten ende gecommitteerden

richter valschelijc tuygde, soe suldij weeten dat die gecommitteerde richter van der

principaelder zaken van zijnder officien wegen denselven sal mogen punieeren

extraordinarie ende arbitralijc, mair woude men den getuyge punieren ordinarijslijc bij

accusacien, die soude gedaen wordden bij den gecommitteerden richter dairvoire dat hij

die valsche getuygenisse hadde geseyt ; ende dairomme soudt beter zijn voir den

getuyge die hem van valscheyden vonde besmet, eest dat hij eenen goedertieren richter

heeft, dat hij van hem, hem late punieren extraordinarie van officien wegen, dan hij dat

verbeyde dat men op hem ordinarie procedere bij accusacien.

[7] Hoe men formeren sal dat libel van valscheiden.

Item, in deser criesmen ende misdaden, die geheeten is in latijne in lege Cornelia

de falsis (1), suldij formeren u libel aldus :

" Andries seegt dat Wouter valscheit heeft gedaen, scrivende die getuygenisse

anders danse de getuygen hebben getuygt, oft heeft selve valsche getuygenisse gedragen,

oft heeft den richter gecorrumpeert, oft heeft int instrument oft brieff wat gemuteert oft

uuytgedaen, oft heeft dat testament opgedaen ende wat dair inne- oft uuytgedaen, oft

dijergelijcke, versuect dairomme dat hij wordde gedeporteert oft euwijlijc gebannen,

ende zijn goede gepubliceert ende verbuert gewijst, indijen hij een vrij persoen is ; is

hij een serf oft slave, soe versuect dat hij wordde gerecht ende ter doot gebracht. "

Ende want men bij deser actien ageren mach criminelijc ende civilijc, soe suldij

weten, als men ageren wille criminelijc, soe moet hem die accuserende partije inscriberen

ad penam talionis, gelijc in den anderen misdaden ende criesmen publijcque. Mair

ageert hij civilijc, soe en derf hij hem niet verbijnden noch inscriberen ad penam talionis.

Oic mach men bij deser actien civilijc ageren bij manieren van excepcien oft replicacien,

dat hem een persoon anders naemt oft bijnaemt dan hij geheeten is, dat hij valsche maten

oft gewichten hout ende gebruyct, oft ennige andere valscheyt gedaen heeft.

[8] Wije valschelijc iet scrijft in een testament.

Item, noch suldij weten, eest dat iement scrijft in een testament dat hem ennich

dinck gegeven oft gemaict is, die begaet ende committeert valscheit ; mair doet dat kijndt

(1) D. 48, 10.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 32 165

dat, zijnde int svaders plicht, ten bevele van zijnen vader, oft die serf ten bevele van

zijnen heere, zij zijn geexcuseert van valscheiden, mair hen en sal dat legaet noch die

erfflicheyt niet volgen. Mair dade dat een kijndt, zijnde uuyter plicht oft uuyter macht

ende broode van den vader, oft een ander (a) vreemde, hij soude verliesen dat legaet ende

gepunieert wordden van valscheiden, tenwaire dat die testateur hem in den testamente

suscribeerde, seggende ende scrijvende van den legate tgeene dat zijn kijndt oft serf op

hem selven gescreven heeft, dat dat bij zijnen wille geschiet is, want in dijen gevalle

zouden zij die pene van valscheiden voirbijgaen.

Item, wairt dat een maegh van der vaderlijcker oft moederlijcker zijden hem selven

screve dat testamen oft codicille, al wairt soe dat de testateur hem dairinne subscribeerde,

seggende dat dat bij sijnen wille gedaen waire, nochtans en soude hij niet ontgaen die

pene van valscheyden die dat gescreven hadde, want die erfflijcheit van den vader hoirt

den kijnde toe. Mair hadde iement alleenlijc dat testament gedicteert, ende een ander

dat hadde gescreven, ende dat hem dairinne wat gemaect waire, die makinge soude van

weerden zijn, ende hij en soude niet gehouden zijn van enniger valscheyt.

Item, ende om te mogen vlieden ende voirbijgaen die pene van valscheiden bij

dengeenen die hem selven int testament wat toegescreven heeft, soe mach hij renuncieren

van den legate, ende seggen dat hij niet en wiste dat hij dairaen misdede, ende dat hij

dat uuyt ignorancie dede.

Item, een man die int testament van zijnder huysfrouwe hem selven toescrijft ennich

legaet, verliest dat legaet ende is gehouden van valscheyden ; mair screef hij in eens

anders testament dat zijnder huysfrouwe iet gemaect waire, hij soude onbegrepen zijn

van valscheyden, ende die ghifte soude stat grijpen.

Item, dat kijnt, in zijns vaders broot ende macht zijnde, en mach in eens anders

testament niet scrijven zijnen vader iet gemaict te zijn ; doet hijt, hij wort gepunieert

van valscheyden.

Item, noch suldij weten dat de doctoren van rechte scrijven te houden voire een

fundament dat men niemende en behoirt te punieeren van valscheiden, tenwaire dat die

valscheyt iemende hinderlijc waire; want zij seggen dat, al waire valscheyt gecommitteert

met liste, nochtans en soude sulcken valscheyt niet wordden gepunieert, alsoeverre als

hij derselver valscheyt niemende hinder oft scade aangedaen en wordden; mair is die

valscheyt sulc dat dairmede iemende prejudicie oft achterdeele wort aangedaen oft

bereyt, soe sal die valscheyt wordden gepunieert, want valscheyt ende meyeneedt oft

achterdeele die heeft God den heere tot eenen richter, wreekere ende doemere.

Item, noch suldij weten dat gemeynlijc alle princen plegen te verbieden, die gelt

te slaen plegen, dat niement gebroken gelt van goude, van silvere noch ennigen

juweelen oft vasseelen, gecroickt oft gebroken om te viere gedaen te wordden, en vuere

in ennige andere munten dan ter naister munten van den heere, daironder hij bevonden

wort, opte verbuerte van denselven goude ende silve[rl, ende dairtoe van zijnen lijve

ende goede ter arbitragien van den heere, alsoe wel criminelijc als civilijc, alsoeverre

a. ander, in hs. : ouder

166 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

als hij bevonden wort dat dragende, zijnen rugge geweynt hebbende tegen die naiste

munte van denselven heere, macht hebbende munte te makenne ; ende tselve is oic te

verstaen van dengeenen die verboden gelt uuyten landen vueren sonder oirlof ; want

alle verboden gelt ende gebroken goudt ende silvere is altemaele gehouden voir billoen,

ende is sculdich, als verboden, bij den officiers gerasteert te wordden, als men dat

uuyten lande vuert. Ende van desen zijn te meer stonden in den Hoogen Raidt ons

genadichs heeren tshertoge, ende oic in zijnen Raiden van Brabant, Vlaenderen ende

Hollant, sulcken verbuerten gewijst geweest metten vonnisse, hoewel dat te scerp is

als men dat billoen uuyt Vlaenderen in der Brabantscher munten vueren wille oft uuyt

Brabant in der Vlaendersscher munten, sonder uuyt des princen lande te willen vueren.

Item, desgelijcx, soe werdden die vilinge ende asschen dairaf comende gehouden

voir billoen, ende moeten binnenlants ter naister munten gebracht wordden opte gelijcke

verbuerte.

Item, noch suldij weten dat de mandementen ende rescripten verworven aen den

prince, die surreptijs zijn, verzwijgende de wairheyt, oft opreptijs, te kennen gevende

logentale ende valscheyt, niet sculdich en zijn partijen, die dat vercregen hebben, oft

den onderheeren ennich recht af te nemen aen den overheere ; want die vercrijgere

derselver brieven en begaet dairinne geen valscheyt, soe verre dair geen ander

quaetheyt noch archeyt inne gelegen en is, want dair is groot onderscheyt tusschen

valscheyt te verstaen geven ende onrecht ende tegen die wairheyt te verstaen geven.

XXXIIIe CAPITTELE

VAN VIOLENCIEN ENDE GEWOUDE EXPULSIVE,

DAT GEDAEN WORT MET VERGAIRDERINGE VAN VOLCKE,

SONDER WAPENE ENDE SONDER DOOTGESLAGEN TE ZIJNE

Item, die IXe maniere van criesme oft misdaet crimineel ende capitael is geheeten in

latijne crimen legis Iulie de vi privata (1), ende is te seggen die misdaet van violencien

ende gewoude, dat iement gedaen wort met oploope ende vergairderingen van volcke

sonder wapene, bij denwelcken iement gequetst oft geblu[t]st wort, verjaight oft opgeclopt

ende verlast wort sonder gedoot te zijne. Ende dese violencie is een violencie expulsive ;

ende van deser misdaeten zijn niet alleen sculdich diegeene die de convocacie ende

vergaderinge van den anderen doen, mair oic diegeene die dairtoe geroepen zijn, die de

voirscreven fortse ende violencie wetens ende willens helpen doen.

Item, soe wije met machte van luden ende met gedrange, sonder wapene, eenen

anderen fortse oft cracht doet, die is sculdich van deser misdaet.

Item, die eenen anderen dreight af te bernen, om gelt oft goet van hem te hebben,

(1) D. 48, 7.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 33 167

oft anderssins uuyt quaden wille, oft die moortbrandt sticht, dese is sculdich capitalijc

gepunieert te wordden ; ende na de costumen van Brabant pleecgh mense levende aen

eenen staeck te verbernen, ende in sommige plaetzen pleecht mense te richten metten

zweerde ende op een radt te setten, ende eenen eerdenen pot onder tradt te hangen ende

werck oft stoppelen dairbij.

Item, die iemend met machten ende menichten van knechten oft van lieden jaight

oft werpt uuyt zijnen huyse oft uuyt zijnen ackere ende erven met crachte ende gewoude

sonder wapen, die is oic sculdich van deser misdaet.

Item, een crediteur die hem selven richt aen zijnen debiteur sonder recht, tenwaire

tusschen hen overdragen ende besproken, is oick sculdich van deser misdaet.

Item, diegeene, die den schipluyden met fortsen thuer nemen, is oic dairaf sculdich.

Item, die der huysvrouwen huer goet neempt sonder recht, voir de misdaet van

hueren man, is oic dairaf sculdich.

Item, die tuteur ende monboer, die zijns pupillen ende weezen goet bij wille ende

sonder recht occupeert, is oic sculdich van deser misdaet.

Item, die eens anders persoens dochter oft bruyt, met wille ende met gewoude,

hem onthoudt, opstuyt oft hem afhendich maict, is oic sculdich van deser misdaet.

Item, insgelijcx is hij sculdich van der cracht, geheeten raptus, dair ic boven af

gescreven hebbe (1), oic wort hij gepunieert van den privaten kercker die ennigen

persoen bij zijnder privaten auctoriteyt beslooten ende gevangen houdt, mair hij en

wort niet gepunieert met allen deser punicien, mair metter eender.

Item, noch is hij gehouden van deser misdaet die te wercke brengt, dat die richter

anders wi[j]st dan hij soude.

Item, die iet rooft oft wechdraight uuyten brande.

Ende generalijc na recht, de punicie van deser misdaet van violencien ende

gewoude, geheeten in latijne vis privata, es dat soe wije met crachten ende gewoude,

zonder wapenen ennige foortse iemende doet, die verbuert, na recht, dat derdendeel van

zijnen goede, ende is sculdich gedeclareert te zijn infamis ende gespolieert van zijnder

eeren, eest dat hij vrij persoon is ; is hij slave, soe is hij sculdich gepunieert te wordden

metter lester supplicien ende tormente der doot. Eest dat die serf oft slave die violencie

doet bij orlove van zijnen heere, soe sal hij gelevert wordden te wercken in den cuylen

ende myneren van den metale, ende en sal niet gedoot wordden, mair zijn heere sal

infamis zijn ende gepunieert wordden van aller weerdicheyt ende eeren. Ende die

richter, die dairaf die punicie van rechte niet en doet oft diese minder doet dan dat nae

recht behoirt ende hij sculdich was van doene, die is sculdich zwairder gepunieert te

wordden van infamien. Mair ghij sult weeten dat men in veele diverse steden ende

plaetzen van desen lande die voirscreven private stucken ende misdaden van crachten

ende gewoude anderssins ende met versceydender manieren gepunieert, na die

verscheydenheit van den costumen locael, statuten ende previlegien die men aldair

onderhoudt.

(1) Zie blz. 137.

168 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, in ennigen plaetzen wort geuseert, wije huystoetinge doet oft iemende ter

straten daigt uuyt zijnen huyse te comen bij nachte ende ontijde, dat men dijen thoot

afslaet. In anderen plaetzen, verbuert hij LX reale, mits den ongeorloofden wille. In

anderen plaetzen, wort hij gebannen uuyten lande, ende alsoe en wordden die

voirscreven misdaden overal niet altoos uuytgericht nae die disposicie van gescreven

rechte voirscreven.

Item, in deser actien, geheeten de vi privata, suldij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Peter van zijns selfs auctoriteyt hem met crachte ende gewoude

verdreven ende geworpen heeft uuyt zijnen huyse, ende heeften met crachte gepant

voir schult die hem deselve Peter heysscende is, versuect dairomme dat hij wordde

gepunieert ende geduempt in de verbuerte van den derdendeele van zijnen goeden, ende

dat hij verliese zijn actie ende recht, dat hij heeft totter voirscreven scult."

Ende ghij sult weeten dat men bij deser actien ende bij der actien hiernavolgende,

die men heet de vi publica, alleenlijc ageert totter penen ; mair in der actien geheeten

in interdicto bonorum vi raptorum ageert men totter restitucien van den geroofden ende

afgenomen dingen ende totter penen van dryevoudt soeveele, ende bij der actien

geheeten unde vi ageert men tot restitutien ende totten vruchten ende totter interest.

Item, noch suldij weten, dat men vijndt V manieren van crachten, violencien ende

verlastingen ; deen is geheeten in latijne vis impulsiva, dat is als een persoen gedwongen

wort iet te doen dat hij niet doen en soude, mochte hij zijnen vrijen wille gebruycken

ende hij niet gedrongen en wordde ; ende uuyt deser verlastingen spruyt een actie die

geheeten is in latijne actio quod metus causa , van welcker hiernae gewach sal gemaict

wordden ; dander is geheeten in latijne vis expulsiva, dat is als iemend geworpen wort

uuyt zijnder possessien; ende uuyt deser verlastingen ende violencien, als men civilijc

ageren wille, spruyet een actie geheeten interdictum unde vi, ende is alleenlijc van

onruerende goeden ende van den dingen die den onruerenden goeden aanclevende zijn ;

ende als men dairaf ageren wille criminelijc, soe spruyten dairuuyt de actien de vi

privata et de vi publica ; die derde maniere is geheeten in latijne vis ablativa, ende is

als men iemende afneempt zijn ruerende goet, ende dairuuyt spruyt een actie die

geheeten is actio bonorum vi raptorum ; die IIIIe maniere van violencien ende

verlastingen is geheeten in (a) latijne vis turbativa, ende is als iement geturbeert wort in

zijn possessie ; ende als die turbacie geschiet in saken aengaende ennige gronde oft

erfflijcheit, soe spruyt dairuuyte een actie geheeten interdictum uti possidetis ; mair als

die turbacie gevalt in goet dat ruerende is, soe coempt dairuuyt een actie in latijne gehee-

ten interdictum utrubi, als zij twee contenderen om de possessie van eenen dinge ; de Ve

maniere van verlastingen oft violencien is geheeten vis inquietativa, ende is als iement

niet en laet eenen anderen rustelijc ende vredelijc gebruycken zijns dijncx ende goets,

hetzij ackeren, erven, tymmeren oft anders iet doen, oft als iement wille op eens anders

erve metsen oft tymmeren tegen zijnen danck ende wille, oft heeft dairop gemetst oft

a. In, in hs. : is.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 34 169

getymmert, ende dairuuyt spruyt een interdict geheeten in latijne interdictum quod vi

aut clam, ende en is in dit interdict geen onderscheit te maken, weder hij dat rechtveer-

dichlijc gemaict heeft oft en doet, oft soude mogen rechtveerdichlijc maken oft niet

maken.

Item, noch suldij weten, soe voirseit is, dat ennige violencien zijn privaet ende die

gescieden sonder wapene, ende ennige zijn publicque, dat is te seggen, gemeyne ende

die gescieden met wapenen, dat is met stocken oft met zweerden ; ende ennige

violencien zijn negatijf als iements goet wort geinquieteert ende tgebruyck desselfs

gestoirt.

XXXIIIIe CAPITTELE

VAN VIOLENCIEN ENDE FOORTSEN EXPULSIVA DIE GEDAEN

WORT MET STOCKEN ENDE ANDERE WAPENEN

Item, die Xe maniere van misdaden oft criesmen capitael ende publicque is geheeten

in latijne crimen legis Iulie de vi publica (1), ende is een violencie expulsive, ende is te

seggen fortse ende gewoudt die iemende gedaen wort gewapenderhandt ende met

opsette. Ende bij deser misdaet wordden vervolgt ende gepunieert, die nyeuw ongelt

van tollen oft anderssins opset buyten der ouder gewoenten, ende dijent gewapender-

hant pijnt in te heffen.

Item, die iemende belet, gewapenderhant met opsette, dat hij zijn recht niet

vervolgen en can, die iemende gewapenderhant dwinght hem iet te geloven.

Item, die met vergairderinge van volcke ende met wapenen, te weten, met stocken,

boghen oft zweerden, iemende overlast doet oft quetst oft stoot, al wairt zoe dat hij niet

sterve.

Van sedicien ende muterijen in een stede.

Item, die een turbe ende vergaderinge van volcke maict om te maken moyterije,

sedicie ende twisdraght in een stede ; ende ghij sult weten dat een turbe is een

vergaderinge van X oft XII personen.

Item, die met fortsen ende gewapenderhandt een knechken oft een meysken rooft,

oft die dair liede toe leendt om dat te doen.

Item, die met vergairderingen van volcke oft met heercrachte een moyterie ende

sedicie opgeset ende gemaict heeft oft brandt gesticht, oft iement beleet heeft met

crachte, oft verboden heeft iement te begraven.

Item, die een vrouwe met crachte wil bekennen, indijen sij roept, want dese man

sculdich is gedoot te wordden.

(1) D. 48, 6.

170 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, den richter die dengeenen geinjurieert oft geslagen heeft die van zijnder

sentencien heeft geappelleert, oft die bevolen heeft den appellant arch te doen.

Item, die met crachte ende machten van volcke ennige dorpen, huyse oft steden

gewapenderhandt berooft, ende nae recht, soe wordden dese euwelijc gebannen ende

huer goede gepubliceert, soeverre dair geenen dootslach en gevalt ; mair gebuerde dair

dootslach, soe soude die opsettere van der fortsen als beghindere van den wercke zijn

hoot verliesen ; ende wairt dat iement, wederstaende sulcken violencien, iemende

doode, hij soude blijven ongepunieert.

Item, die gewapenderhandt iemende fortse doet, die rechten verbieden hem water

ende vyer, ende trecht dat hij hadde dat verbuert hij, ende zijn goeden zijn verbuert.

Item, die met crachten ende gewapenderhant ennige personen vangen in den velde

oft in den acker, ende gevangen wechvueren, oft die sulcke straatrovers ende misdadige

zustineert ende onthout om uuyt hueren huyse ende slooten sulcke violencie te doen, die

zijn sculdich onthalst te wordden, ende die richters, die dairtegen niet en doen die wrake

in justicien, verbueren nae recht hondert pont gouts ende huer goet ende huer digniteyt,

ende bijwijlen wordden zij onthooft.

Item, noch suldij weten soe wie dicwijle misdoet, ende hij sculdich is zwairlijc

gepunieert te wordden dan tevoiren, want de vermeerderinge ende oefeninge van der

misdaet vermeerdert die pene ende punicie van der misdaet.

Item, bij deser actie suldij formeeren u libel aldus :

"Andries seegt dat Peter gewapenderhant ende met crachten hem aenveert heeft,

gevangen ende geslagen heeft uyt zijnen huyse, oft uuyt zijnen acker oft gronde

foortselijc verdregen ende verjaigt heeft, versuect dairomme dat hij wordde gedeporteert

ende in exilie gesonden, oft in de stede van dijen euwilijc gebannen oft versonden in

een eylant, dair hem water ende vier verboden wordde."

Ende wairt dat die violencie sulc waire dat die doot naevolgde, soe soude men

ageren tot decapitacien, dat is, men soude heysschen dat die misdadige wordde onthalst ;

desgelijcx soude men dat heysschen van dengeenen die met gewoude, gewapenderhant,

ennich huys, dorp oft stede beroofden, ende die in e[e]n turbe van volcke ennige pile

schoote oft anders yet dairinne worpen, dat den mensche ter doot brengen mochte.

XXXVe CAPITTELE

VAN DENGENEN DIE GELT OFT GOET GEVEN OM OFFICIEN

TE HEBBEN, OFT WETHOUDERS TE ZIJN

Item, die XIe maniere van actien criminel is geheeten in latine crimen legis Iulie

de ambitu (1), dat is, als iement heymelijc ennich gelt oft goet geeft om te hebben

ennige officie in een stadt.

(1) D. 48, 14.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 35-36 171

Item, hij wort besculdicht bij deser misdaet, die ennich gelt oft goet heymelijc geeft.

om in zijn officie geconfirmeert te wordden. Item, desgelijcx, soe ennige doctoren

seggen, wordden zij van deser misdaet besculdicht, die bede stichten om ennige

officie te hebben.

Item, die punicie van deser misdaet is die verbuerte van C marck gouts ende

infamis te zijn ende ontstelt van alder eeren ; ende niet alleen die tgelt geeft om een

officie te hebben, verbuert C pont gouts, mair oic die de officie om geltswille geeft, ende

dit gelt wort geappliceert den gemeynen dair dit geschiet. Item, desgelijcx wort hij

hieraf besculdicht, die ennige brieve verwerft om officien te hebben.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus : "Andries seegt dat Peter sulcke

somme gelts gegeven heeft voir sulcken officie oft scependom, versuect dairomme

dat hij wordde gepunieert in C pont gouts, ende declareert infamis ende onteert."

Item, oic wort bij deser actien vervolght die ennigen toll oft wechgelt hooght bij

zijns selfs auctoriteyt, oft die tcooren opsteect oft coopt om op te steeken, oft die dat

dierder doet gelden dant soude, oft andere cooplieden toemaict om dat te doen rijsen

oft boven zijn weerde tegen hem te coopen om dijeren tijt dairinne te maken, oft die die

wagene, scepe ende scippers belet om dat ter merct te mogen bringen, oft die sulcke

ende gelijcke opsette maken, om dieren tijt int cooren te maken. Ende tegen dese

coorenbijters mach men concluderen dat hem de merct verboden wordde, eest dat zij

cooplieden zijn ; ende eest dat zij geen cooplieden en zijn, dat zij gerelegeert wordden,

dat is, dat zij eenen tijt van XX oft XXX jairen gebannen wordden ; ende sijnt snoode

persoonen die dat gedaen hebben, soe mach men tegen hem concluderen nae recht dat

zij gecondempneert wordden te wercken int gemeyn werck van den prince oft van der

gemeynten jurisdictie hebbende, oft anderssins extraordinarie gepunieert ten goetduncken

van den richters.

Item, noch suldij weten dat men nae recht niemende dwijngen en mach zijn cooren

betercoop te geven dan soe ten marctganck is, tenwaire in tijde van grooten noode van

dieren tijde, want in der noot is men sculdich alle dinc te communiceren opdat niement

van honger en sterve, dwelc tegen gemeyn oirbair waire, dijen men altijt den privaten

oirbair prefereren sal.

XXXVIe CAPITTELE

VAN DEN RICHTER DIE OM RECHTSWILLE ENNICH

GELT GENOMEN HEEFT

Item, die XIIe maniere van actien criminele ende publijcque is geheeten in latijne

actio legis Iulie repetundarum pecuniarum male sumptarum a iudice (1), dat is, als

iement die rechter is, gelt neempt van eenen anderen om wat te wijsen oft niet te

(1) D. 48. 11.

172 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

wijsen, ende om hem te decerneren ennige officie ende digniteyt oft niet te decerneren,

ende oft die gelt neempt om iemenden te setten in een officie oft in een religie, oft die

gelt neempt om iet te tuygen oft niet te tuygen, oft om meer oft min te doen dan hij doen

soude, oft die gelt neempt om iemende te accuseren oft niet te accuseren, te condempneren

oft niet te condempneren, oft die gelt neempt omdat hij een sake setten soude in arbiters,

oft die gelt neempt om eenen arbiter te versueken van der eender partijen te kiesen, oft

om te wijsen aldus ende niet alsoe, oft om iemende tegen recht te doen pijnen ende

tormenteren oft te doen vangen, oft die gelt neempt om iement te condempneren oft te

absolveren, ende omdat hijt goet beter ende arger soude scatten ende estimeren dan

het weert is, oft omdat een niet en soude wordden gesonden ten oirloge, strijde oft

heervairt, dair hij toe geordineert was, ende die dijergelijcke corrupcien bedrijft,

wellcke [!] saken allegairder in den rechten verboden zijn, want een rechter sal suver

ende onbevlect zijn ende blijven van allen giften die corrumpabel zijn, ende en is niet

sculdich iet te nemen boven zijnen salarijs, tenwaire van sijnen naisten vrienden. Ende

die punicie van den richters die giften nemen om iemende officie te geven, is dat zij

sculdich zijn gecondempneert te wordden in viervoudt soeveele den heere te betalen,

ende te restitueren tgeene dat zij dairaf gehadt hebben. Item, desgelijcx wort hij

vervolgt van deser misdaet die ennich gelt geeft, dair hij mede den richter corrumpeert.

Item, noch suldij weten dat men altijt sculdich is te presumeren voir den richter

ende officier, dat hij wel ende getrouwelijc zijn officie doet, ende dat hij zijnen eedt

pijnt te bewairen, ende dat bij der salicheyt zijnder zielen niet en soude willen

ve[r]gheeten.

Item, nochtans suldij weten dat nae gescreven recht, men niet sculdich en is den

richter alleen gelove te geven van tgeene des voir hem gedaen is geweest, van saken

zijnder officieren niet aengaende, alsoft iement seggen woude dat hij eenen hadde doen

citeren, oft dat hij hadde gedeclineert oft geletiscontesteert oft dijergelijcke, hem des

gedragende totten richter, want dat en is die officie des richters niet; mair zijn

officie is te admitteren acten ende sentencien. Mair, den bode oft den huyssier oft

deurweerdere is men sculdich gelove te geven van des hij tuijght gedaen te hebben

zijnder officien aengaende.

Item,noch suldij weten dat een richter oft officier niet alleen voir zijns selfs misdaet

gehouden en is, mair oic voire de misdaet van sijnen dieners die hij bij hem in zijnder

officien houdt, opdat zij iet doen oft iet onbehoirlijc afnemen van den ondersaten, ende

es sculdich dairaf te restitueren dat quadruple, dat is vyerwerf zoeveele weder te geven,

te weten deen helft der gequetster partijen, dander helft den heere van der plaetzen,

dair dat gedaen wort, welcke punicie mach bijwijlen gemeerdert wordden omdat de

castidinge van eenen ontsich soude geven den anderen quaet te doen ; mair wairt dat

des richters knapen anderssins misdaden, soe en soude hij niet voir hem gepunieert

wordden noch restitucie doen, mair hij soude zijn knechten selve punieren.

Item, eest oic soe dat iement iet geeft den richter oft officier omdat hij voire hem

wat soude doen, dat leelijc oft vuyl is, dat en mach hem niet gerestitueert zijn, mair

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 36 173

sal die restitucie geheel den heere fiscael toebehoiren, mitsdat de heere een successoer

is van den misdaden ende sunden.

Item, ende tgeene dat voirscreven is, wort niet alleene afgenomen den richter oft

officie[r] die dat genomen heeft, mair oic zijnen erfgenamen ; ende die richter, sulcke

giften corrumpabel nemende, mach oic gepunieert wordden, duerende zijn officie.

Item, noch suldij weten dat een richter oft officier bijwijlen gepunieert wort van

deser misdaet van den live, te weeten, als hij gelt neempt om iement ter doot te

condempneren, oft om iement ontsculdichlijc ter doot te brengen. Ende uyt desen blijct

dat bij deser actien men tegen eenen richter volgen mach bijwijlen civilijc totter penen

van restitucien van den quadruple, ende bijwijlen totter penen ende verbuerten corporael

oft tot deportacien ende euwigen banne. Ende dese actie van den richter oft zijnen

erfgenamen weder te heysschen dat hem alsoe gegeven is, competeert den heysschere

een jair lanc, nadat die richtere van zijnder officien verlaten is.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat Peter ten tijde dat hij scepenen oft borgemeester was in sulcke

plaetsen, ontfinck alsulcken gelt oft gifte om te condempneren oft om te absolveren,

versuect dairomme dat hij wordde gewijst dat te restitueren viervoudich, den heere

fiscael te bekeerenne."

Ende heeft hij dat gelt genomen om iement te condempneeren ter doot, soe mach

men concluderen criminelijc totter punicien ende verbuerten van den live oft tot

deportacien oft euwigen banne. Ende elc mach van deser misdaet accuseren ; ende

gebuert dat met civilder conclusien, soe wort die misdadige gepunieert int quadrupie.

Ende soe wije van deser misdaet iemende accuseert, die is hem sculdich te inscriberen

ad penam talionis ende dairaf borch te stellen, tenwaire dat de materie zeer hart ende

lastich waire, soe en soude geen van den partijen verborgen, mair souden beyde alsoe

wel die accuseerder als die geaccuseert wort, vastgeset ende gehuet wordden, in welcker

hueden men nochtans de ooge ende aensien hebben sal nae de digniteyt van den

persoonen, want die minst weerdich is, sal strencxste ende aldervaste bewairt wordden.

Eest dat die accuseerder niet en volcoempt van sijnder accusacien, soe sal hij als een

calumpnieerder gepunieert wordden, metter selver punicien dat men gepunieert soude

hebben dengeenen dijen hij accuseren woude, indijen hij verwonnen waire geweest, oft

anderssins extraordinarijslijc ten goetduncken van den richter.

Item, hierom suldij weten dat men den richters pleeght te doen zweeren in hueren

aencomen ende creacien tot huerder officien dat zij niet ontfangen en sullen van den

ondersaten, noch bij giften, noch bij geveynsden coope, noch bij enniger ander looser

oft geveynsder voirwairden, ennich gelt oft goet om (a) onrecht te doen.

Item, die leeke persoon en can bij deser actien den clerck nyet criminelijc

geaccuseren, want hij hem niet en can verobligeren ad talionem, te weten tot privacien

van officien ende beneficien die hij niet en heeft.

a. om, in hs. : doen om.

174 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, als een richter ende officier van zijnder officien is geset, soe is hij, nae recht,

sculdich L daigen te blijven in der plaetzen om elcken redene te geven ende bescheit te

doen, van des men hem soude willen heysschen.

XXXVIIe CAPITTELE

VAN DEN CRIESME ENDE MISDAET VAN HERESIEN ENDE ONGELOVEN (a)

[ll [Van den criesme ende misdaet van heresien ende ongeloven].

Item, die XIIIe maniere van misdaden publicque is geheeten heresie oft dolinge

tegen de gelove. Ende want dese misdaet van heresien een openbair ende publicq

misdaet is, ende geacht ende geinsereert is onder die oerdelen ende judicien publicque,

soe suldij weten dat een persoon geacht is voire heretijc in vele manieren.

Ierst, die de sacramenten van der heyliger kercken puerlijc perverteren, die zijn

geheeten heretijc, oic heeten zij symoniack.

Item, die twifelachtich is int heylige kersten gelove.

Item, die den verdoolden int heylige gelove soude mogen revoceren ende ter

gerechter kennissen brengen, ende dat niet en doet.

Item, diegeene die hem scheydt ende afsnijdt van der eendrachticheyt der heiliger

kercken, dat is der heyliger kerstenheit.

Item, oic mach hij wel geheeten wordden heretijc, die geexcommunieert is ende

dairinne persevereert.

Item, diegeene die een nyeuwe secte oft ongelove opset, tegen theilige kersten

gelove, oft die sulcke ongelove voirmaels oft nyeuwelinge gemaict, navolght ende

dairinne gelooft.

Item, die een quade opinie tegen theilige gelove volght oft verantwoirdt ende

beschudt.

Item, opten heretijc suldij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Wouter heretijc ende ongelovich is, ende van alsulcken articulen

niet wel en smaect noch en gelooft, versuect dairomme, is hij geestelijc, dat hij wordde

gedegradeert, ende den weerlijcken richter gelevert om gepunieert te wordden, ende is

hij leeck persoen, soe versuect dat hij wordde gedecapiteert oft verbernt, ende om dat

te thoenen, soe obligeert hem Andries ad penam talionis."

Desgelijcx suldij oic u libel formeren tegen den symoniack, want die punicie van

den symoniack is degradacie ende decapitacie, ende van den heretijc punicie metten

vyere.

a. Dat hoofdstuk werd uitgegeven door P.FREDERCQ, Corpus documentorum inquisitionis

haereticae pravitatis Neerlandicae. Dl. II (Gent-'s Gravenhage, 1896), blz. 283-287.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 37 175

Item, de rechten seggen metten selven dat [wairen] die boecke van ongelove

bij iemende vonden wordden, soe wort gepresumeert dat hij heretijc ende ongelovich is,

ende men mach dijen persoon van ongeloven vangen.

Item, noch suldij weten dat den twijfel in den gelove is tweerleye; deene d[i]e

geschiet met pertinacien ende wederspennicheyt ende met eenderlaye [l] behaghen, ende

desen is heretijc; dander is die-onverdach ende sonder deliberacie gesciet uuyt

ennigerhande scrupel van consciencien, ende dijen twijfel is meer een quellinge ende

crancheyt des gepays dan sunde oft misdaet, ende al is men sculdich sulcken twijfel

besijden te setten, nochtans en is hij niet heretijc. Ende alsulcke twijfelachtige ende

scrupeloose lieden twijfelen dicwijle tegen hueren danck ende wille ; ende als zij die

beruerten wel wederstaen, ende hen vasthouden int theilige gelove, soe verdienen zij

gelijc oft zij temptacie wederstanden. Ende gij sult weten dat scrupel der consciencien

is te seggen sorgvuldicheyt, quellinge der consciencien ende zinnen, vreese, twijfel,

zwaricheyt ende subtijle questien ende imaginacie der hertten.

Item, noch suldij weten dat tusschen weten, gelooven ende meynen oft opineren is

groot onderscheit. Want sciencie, dat is weeten, heeft openbair ende clair kennisse,

meyninge oft opinie heeft twijfel inne, mair gelove gaet tusschen beyde, want die

geloove en ontfanckt geenen twijfel, ende oic en heeft zij geen openbaire kennisse ;

ende tusschen twijfel ende zeker is een middel, te weten geloeven ; ende tusschen

geloeven ende niet geloeven is een middel, te weten twijfelen.

Item, noch suldij weten alsoe de pauws niemende subject en is, alsoe en can hij van

niemende verwijst gewordden, noch oic bij den heiligen consilium dan alleen van heresien,

ende van heresien en wort hij niet verwijst van ennigen mensche mair van den rechte,

want die heretijcke lieden zijn bij den rechte gepriveert van alre macht ende kerekelijcke

beneficien, ende zij zijn inhabel tot ennigen kerckelijcken officien oft beneficien, ende

huer goede wordden gepubliceert ende geconfisqueert.

Item, der secten van heresien zijn veele, dairaf die alregrootste ende meeste te

deser tijt is de secte van Machomet, dair die Torcken ende Sarazijnen aen geloven ;

ende alle secten van heresien die gedampneert zijn, sal men scouwen, ende die in

dolingen van dijen secten geloven, zijn oic heretijc, ende die punicie van heretijcke

lieden zijn menigerhande.

Ierst, is, als alle heretijc, in den banne.

Item, hij wort gepunieert met deportacien.

Item, hij is sculdich verstooten te zijn van alle digniteiten, weerdicheyden ende

regimenten, want zij en zijn geen kijnderen oft dieneren der heiliger kercken.

Item, hij en mach nergens vergairderingen houden, om zijn secte te leeren oft te

preken, ende die plaetze, dair dat gedaen wordde, soude verbuert zijn aen den heere

ende gepubliceert wordden.

Item, bij is sculdich te derven der sepulturen ende begravinge opt gewijde.

Item, hij is sculdich te hebben openbaire punicie bij imposicie ende vueringen van

den cruce, ter vreese ende ontsiene van allen anderen.

176 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, hem en mach geen testament gegeven oft gemaict, noch oic erfgename

geinstitueert wordden.

Item, hij is sculdich gerepelleert te wordden van allen wittigen wercken ende van

getuygenisse te dragen.

Item, is hij clerc, hij wort gedegradeert ende zijn goede gepubliceert ; ende eest dat

hij derdewerf gemaent ende gesommeert zijnde, blijft in zijn ongelove ende niet weynden

en wille ten heiligen gelove wairt, soe sal hij gedegradeert zijn ende gelevert den

weerlijcken richter, ende sal ter doot gecondempneert wordden, ende nae de gewoenten

dairaf onderhouden pleech men den mensche, die heretijc [is], is hij clerc gedegradeert

oft leec, aen eenen staeck te bernen.

Item, insgelijcx een heretic persoen, die hem bekeert hadde, ende dairnae

wederomme viele van den heyligen kersten gelove, soude oic sterven bij den

weerlijcken gerichte.

Item, die suspect is van heresien ende, vermaent zijnde, hem nyet en purgeert

binnenjairs, die wort geexcommuniceert, ende eest dat hij dairinne persevereert nae djair,

zoe sal hij gehouden wordden voir heretijc, ende voir alsulc gepunieert.

Item, die in die errueren van den heretijcken lieden gelooven, oft die heretijcke

persoonen ontfangen, huysen oft hoven, verantwoirden ende bescudden oft huer

facteurs zijn, die zijn alle geexcommuniceert ; ende eest dat zij binnen jairs, dairaf niet

genoch en doen den geboden der heiliger kercken, soe wordden zij infaem, alsoedat zij

tot geenen wettigen wercke en wordden geadmitteert noch en mogen geen testament

maken, noch in niements goet succederen, noch iemende te recht betrecken, mair mogen

te recht getogen wordden ; es hij richter, zijn vonnisse en doogh niet ; is hij advocaet oft

procureur, zijnen dienst en voirdert niet ; is hij notarijs, zijn instrument en doogh niet.

Item, die jonge kijnderkens van den ongelovigen ende heretijcken, soeverre zij niet

gelovich en zijn, wordden gepunieert metter afnemingen ende verbuerten van hueren

vaderlijcken goeden ; mair zijn zij gelovich, soe en wort hen huer vaderlijcke goedt niet

genomen, want dat kijndt en sal niet dragen die boosheyt van zijnen vader.

Item, eest dat een heretijc wederkeeren wille totten heyligen geloove, hij sal

ontfangen wordden, want die heilige kercke niemende hueren schoot en sluyt die

wederkeeren willen, ende al wair hij anderwerf oft derdewerf afgevallen, ende wederom

hem keeren ende hem geven woude, hij sal nochtans ontfangen wordden, want God en

wil nyet die doot van den sondaren, mair dat hij hem bekeere ende leve ; nochtans is

hij sculdich in een gevanckenisse geslooten te wordden ende aldair penitencie te doen.

Ende van deser misdaet en wordden niet alleene gepunieert die cleene ende snoode

personen, mair oic die pauws, die keyser ende alle andere, ende zijn sculdich afgestelt

te wordden van huerder oerdenen, van huerder digniteyt, van huerder macht ende van

huerder heerscappien.

Item, soe ennige leeraers scrijven, soe mogen alle kersten menschen bij huers selfs

auctoriteyt alsulcke heretijcke lieden spolieren van hueren goeden, ende die plaetse van

huerder vergaderingen ende woninge bernen , mair het is dat sekerste, dat dat niement

en doe sonder auctoriteyt van den richter ende van der kercken.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 37 177

Item, alle richteren ende rectoren van steden ende plaetzen zijn sculdich sulcke

heretijcke te verdrijven uuyten palen van huerder macht ende jurisdictie opte privacie

van huerder officien ; desgelijcx zoe zijn dat oic sculdich te doen die weerlijcke heeren,

als coningen, hertogen, graven, marcgraven ende andere heeren, opte privacien huerder

goeden ende verbuerten huerder heerlijcheyt, die gepubliceert souden wordden ende

elcken geoirloft te recupereren, ende selen voir heretijc geacht wordden.

Item, ten is geenen mensche, hij en waire officier oft richter macht hebbende dlijf

te nemen ende te gevene, geoirloft ennigen heretijcken personen te dooden, tenwaire in

bescermenissen ende bescuddingen der heiliger gelooven.

Item, diegeene die van den heretijcken persoon nedergedaelt ende geboren zijn tot

in der IIster generacien, en zijn niet sculdich geadmitteert te wordden tot enniger

kerckelijcker digniteyt oft beneficie.

Item, die bisscoppen mogen tegen de heretijcke ende huer bescermers imploreren

ende aanroepen die weerlijcke hant ende macht, ende de heeren ende rectoers van den

plaetzen zijn sculdich den biscoppen dairin bijstant te doen.

[2] Van den Joden.

Item, van den Jooden suldij weeten, dat hoewel zij in den Ouden Testamente, ende

eer zij onsen Heere God Jesum Christum cruysten ende ter doot brachten, zeere

geprevilegieert wairen, ende geheeten wordden dat Volk Gods, soe hebben zij, mits

huerder overdaet, huer previlegien verlooren ende wordden in veele dingen bezwairt

bij den rechten.

In den iersten, want men hen niet maken en mach in testamente.

Item, zij en mogen geen officie publicque oft diensten personele dragen.

Item, zij zijn infaem ende wordden gerepelleert van allen wittelijcken wercken, als

van getuygenissen te dragen ende dijergelijcke.

Item, zij wordden gerepelleert ende versteeken van der gemeynsaemheyt ende

communien der kerstenen.

Item, zij zijn gerepelleert te mogen hebben ennige slaven oft gevangene, die kersten

zijn.

Item, zij en mogen geen kerstenen voesteren, noch kersten vroyvrouwen hebben

voir huer kijnderen.

Item, zij en mogen geen nyeuwe sinagogen, dat zijn huer kercken, tymmeren.

Item, zij en mogen geen medicine experieren oft doen over de kerstene die ziek

zijn.

Item, die kerstenen en mogen niet met hen eeten ; mair die kerstenen mogen wel

metten Sarasinen eeten, ende die redene van dijen is, omdat die jooden meer versmaden

dat kersten geloove, ende meer lachteren dat heilige Evangelium.

Item, zij en mogen niet doen ten lachter ende smaetheyt van den heiligen kersten

geloven, anders zouden zij gepunieert wordden, oic en moeten zij in de Heilige Weke

metten kerstenen niet spotten.

178 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, zij en moeten niet doen in lachtere ende versmaetheyden van den heiligen

Cruce ende van Onse Heere daeraen gecruyst.

Item, in de Passieweke, soe en mogen zij geen doeren ende vensteren opdoen,

opdat zij die kerstenen niet en souden bespotten ; daden zij anders, zij zouden gepunieert

wordden.

Item, zij en mogen geen kerstenen slaven coopen noch besnijden ; eest dat zijse

coopen, zij moetense vrij laten gaen, ende na de weerlijcke rechten soude mense

dairomme onthalsen.

Item, heur habijten ende clederen behoiren versceyden te zijn van den kersten

habiten.

Item, zij en mogen den kerstenen geen injurie bewijsen, desgelijcx en mogen hen

die kerstenen geen injurie doen, oft zij zouden wordden gepunieert.

Item, een richter mach tusschen den joode recht doen, als richter oft als arbiter,

nae die weerlijcke rechten.

Item, men en mach geenen joode te recht betrecken des saterdaigs.

Item, niement en salse dootslaen, vercortten oft huer goet spolieren, oft in den

daigen van hueren hooghtijden injurieren, oft hij sal wordden gepunieert.

Item, zij mogen eenen kerstenen te recht betrecken voir eenen richter die kersten

is, mair niet voir hueren rabbi, senioer oft alderman.

Item, zij mogen alle ruerende goet coopen, vercoopen ende contraheren gelijc den

kerstenen.

Item, geen kerstenen menschen en mogen hen verhueren om ennigen loon om

metten jooden om hem in huer huys te dienen, mair die kerstenen mogen wel bedienen

ende bearbeyden hueren acker.

Item, die joden worden oic bedwongen te betalen thiende van hueren erffenissen.

XXXVIIIe CAPITTELE

VAN DER SIMONIJEN (a)

Item, van der simonien suldij weeten dat simonie is een misdaet als men ennige

geestelijcke goede oft die gracie Gods vercoopt ; ende de punicie van simoniaec is

degradacie ende decapitacie gelijc van den heretijc.

Item, eest dat iement van zijnder beneficien renuncieert op expresse voirwairden

dat men die eenen anderen overgeven ende confereren sal, die committeert symonie

mair hij en is niet symoniaec, eest dat hij dat zwijgende in der herten draeght.

Item, die gelt oft goet geeft bij oirlove van zijnen oversten, omdat men hem van

zijnder officien niet en soude spolieren, oft dat men hem sonder recht oft kennisse van

a. Dat hoofdstuk werd uitgegeven door P. FREDERICQ, a.w. , blz. 287.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 38-39 179

zaken geen violencie dairin en doe, die en is niet symoniaec; mair waire hij gespolieert

ende dat [hij] gelt gave om zijn beneficie weder te gecrijgen, dat waire simonije, want

dat en waire geen vexacie oft quellinge te remedieren oft af te coopen, mair het waire

possessie te gecrijgen.

Item, ende om vexacie te remedieren, zoe en es nimmermeer geoirloft dat men iet

geven sal om recht te vercrijgen, mair wel om dat vercregen recht te conserveren ende

te verwairen.

XXXIXe CAPITTELE

VAN DEN APOSTATEN (a)

Item, van den apostaten suldij weten dat apostasie is te seggen een onbillicke,

gecke overdaet ende eenen afstant van goeden voirnemene ; ende men vijndet drieleye

apostasie. Dierste apostasie bij ongeloven, dander apostasie bij ongehoirsaemheyden, die

derde apostasie bij irregulariteyten. Apostasie bij ongeloven is, als iement aftert van

den heiligen geloven, als was Julianus Apostata, die keiser wert ; ende dese apostaet

wort gepunieert gelijc den heretijcken ende ongelovigen. Apostasie van ongehoirsaem-

heyden is als iement willens ende wetens doet tegen tverbodt oft gebodt Gods, als Adam

ende Eva, ende alle (b) diegeene die den heiligen constitucien der kercken van Romen

versmaden te obedieren, ende dese apostaet wort geexcommuniceert ende infamis na

den geestelijcken rechten. Apostasie bij irregulariteyten is als een clerck, monick oft

canonick zijn oerdenen laet, zijn abijt wechwerpt, zijn cruyne ende zijn baert niet en

scheert, ende uuyt zijnen clooster loopt, oft dat hij hem keert totter weerelt, oft dat hij

een wijf troudt, oft dat habijt van zijnder religien laet ende een ander assumeert. Ende

die punicie van deser apostasien is, na den geestelijcken rechten, dat sulcken apostaet

wort geexcommuniceert ende infamis, ende en mach dairenbinnen niet wordden

gepromoveert tot enniger oerdenen oft digniteyten ; ende nae de weerlijcke rechten, zoe

wort zijn goet gepubliceert ; hudensdaigs blijft zijn goet hueren cloosters.

Item, zij en mogen geen getuygenisse dragen, zij en mogen geen legaten oft

erfflijcheit bij testamente ontfangen.

Item, zij behoiren verdreven te wordden uuyter stadt, gelijc lieden die heretijck zijn.

Item, wat die apostaet bij religien oft irregulariteiten vercrijgt, behoirt zijnen

godshuyse toe ; ende van zijnen prelaet, cloostere ende religioene mach hij gevangen

wordden ende gekerkert. Ende eest dat dese apostaten wederom in huer clooster comen

willen ende dat habijt wederom aannemen ende dragen, men moetse ontfangen. Eest

dat huer clooster dat niet doen en wille, het sal bij den oversten dairtoe bedwongen

a. Dat hoofdstuk werd uitgegeven door P. FREDERICQ, a.w. , blz. 287-288. b. alle, in hs. allie.

180 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

wordden ; mair wairt dat die apostaet oft uuytgeloopen moninck oft nonne niet en woude

wederom keeren in huer clooster, zoe sal men die dairtoe persuaderen ende onderwijsen,

ende en willen sijs dan niet doen, soe sal men[se] vangen ende in eenen zwaren kercker

leggen tot dat zij hen bekeeren.

XLe CAPITTELE

VAN DER BLASPHEMIEN (a)

[1] [Van der blasphemien.]

Item, van der blasphemien, soe wije Onsen Lieven Heere God oft onzen salvatoer Jezus

Christus zijnen eenigen zone, den heiligen Geest, welcke drije een zijn in der godlijcker

natueren, blasphemeert, oft die dair zweert bij den hoofde, bij den baerde, bij den hare

Gods oft dijergelijcke eede, die is nae recht sculdich totter doot gepunieert te wordden.

Ende die redene is dese, want dairaf comen plagen ende dijer[en] tijden van tempeesten

ende van eertbeevingen, indijen die eede met opsette wordden gedaen. Eest dat die

eede gedaen wordden uuyt gramscappen, uuyt dronckenscappen oft uuyt enniger

ontsteltheit van hertten, soe wordden zij saechtelijcker gepunieert.

Item, soe wie Onse Lieve Vrouwe oft andere santen oft santinnen blasphemeert,

hoewel de rechten dairaf geen gesette pene en expresseren, soe is men nochtans sulcke

misdaden -want zij zwaer ende quaet zijn- sculdich extraordanarijslijc te punieren, hetzij

in der tongen als in de lede dair een mede misdaen heeft oft anderssins, na gelegentheit

van der saken ende der personen. Ende na den geestelijcken rechte soe wordden sulcke

blasphemien gepunieert van den geestelijcken richter, te weten, dat men veele sondaige

staen moet sonder cleederen voir die kerckdoere meteene rieme aen den hals hangende,

te hooghmissetijde, opdat hij van elckermale gesien moge zijn, ende sal dairtoe seven

daige vasten te watere ende te broode.

Item, die weerlijcke richter is die sculdich te condempneren in beternissen ende

verbuerten van gelde, tot behoef van den heere, zijn zij rijck, in XXX oft XL sc. ; ende

zijn zij arm, in XX, XV, X sc. nae gelegentheyt ende staet des persoens.

Item, is die blasphemeerder een geestelijc persoen, ende hij van blasphemien hem

laet verwinnen, hij sal gedegradeert wordden ende gelevert den weerlicken richter, om

gepunieert te wordden ; ende is die misdaet sulc datter pene pecuniare sculdich is af te

comen, soe sal die den bisscop toebehoiren, nae de oppinie van ennigen doctoren.

Item, soe wije ennigen privaten persoen blasphemeert, die sal men insgelijcx

punieren na gelegentheyt der blasphemien ende weerdicheyt des persoens ; ende soe wie

dat blasphemie doet, die is oic gehouden van injurien, mitsdat injurie oic gevalt met

woorden.

Item, wie den pauws vermaledijt oft blasphemeert, die is sculdich gepriveert te zijn

van zijnen state, ende gepunieert ter discretien van den richter ende ten exempel van

a. Dat hoofdstuk werd uitgegeven door P. FREDERICQ, a.w., blz. 288 - 290.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 40-41 181

allen anderen. Ende soe wije den keyser oft den prince blasphemeert ende vermaledijt,

dijen sal men den prince seynden om bij hem gepunieert te wordden, oft die richter mach

hem in den lichame punieren nae gelegentheyt der saken, ende die misdadige wort infaem

ende mach oic gepunieert wordden met punicien extraordinarijs, als metten(a) banne.

[2] Van den eede des menschen, ende van meyneede.

Item, noch suldij weten dat den eedt van den mensche begrijpt wairheijt, vonnisse

ende justicie ; ende dairomme, als den eedt eenen geoirloofden eedt is, zoe behoirt hij

gehouden te wordden, want anders soude den eedt (b) wesen eenen bandt der boosheyt.

Ende na den geestelijcken rechten, soe is die pene van meyneedigen mensche verbuerte

ende privacie van zijnder beneficien, ende bijwijlen berovinge ende afsettinge van zijnen

state. Ende soe wije hem willens verzweert, die sundicht dootelijc ; ende na den

weerlijcken rechten die hem verzweert, die heeft God tot eenen wrekere, ende niettemin

die weerlijcke richters machen punieren corporelijc ende bij punicie extraordinarie metten

banne, soe voirscreven is. Ende ghij sult weten dat twee dingen den mensche

excuseren mogen van den eedt, te weten, noot ende difficulteyt ende impossibiliteyt ;

want is den eedt tegen der zielen salicheyt, soe en is men dijen niet sculdich te houden,

want de ziele gaet voir alle dinc, ende wij wairen eer sculdich alle quaet te lijden dan

in een dootsunde te consenteren. Ende en schijnt niet dat hem iement verzweert, als hij

hem verzweert uuyt enniger rechveerdiger saken, want in allen eeden wordden

verstaen III dingen te zijne, te weten, oft Gode gelieft gedaen te zijn dat men zweert,

item, oft houdende den eedt geen sunde dairnae en volght, want volgde dair sunde nae,

hij waire niet te houden ; ten derden, oft dat dinck dat men gelooft in wesene oft in

eenen state gebleven is. Item, oft men hem gelove, ende geloofte gehouden heeft. Item,

oft mogelijc ende eerlijc is, dat men gelooft ende zweert, want tot onmogelijcken dingen

en is niement verbonden, noch van eeden ende gelooften van oneerlijcken dingen, noch

oic van dingen die in de faculteyt van den gelovere niet en zijn om die te volbrengen,

gelijc dbeveel van den richtere dat onmogelijc is, en doogh hiet.

XLIe CAPITTELE

VAN SACRELEGIEN c

Item, die XIIIIe maniere van criesme oft misdaden capitael ende publicque is

geheeten in latijne sacrilegium, ende is als iement ontdraight oft steelt ennich heilich oft

gesacreert dinc uuyt heiligen plaetzen, kercken oft cloosteren oft dijergelijcke. Ende het

zijn geheeten heilige, gewijde oft gesacreerde dingen, dlichaem Ons Heeren, heilichdom

a. metten, in hs. : mentten. - b. eedt, in hs. : eedt soude. - c. Dat hoofdstuk werd uitgegeven

door P. FREDERICQ, a. w., blz. 290 - 291.

182 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

van santen ende santijnnen, kerckelijcke boecken, gesacreerde clederen, dair men den

dienst Gods mede celebreert ende doet, als casufelen, alben, rocken van diakenen ende

van subdyaconen, ende dijergelijcke. Item, gelt der kercke geoffert oft in den bloc

geworpen oft der kercken gegeven, ter fabrijcken behoef, oft om misgewaet, boecken,

luminarijs, kelcten oft anders iet ter kercken behoef te coopen, ter sieringen der altaren

oft der beelden dienende, dair Gods dienst mede gemeerdert ende geeerdt wort.

Ende ghij sult weten dat nae den weerlijcken rechten, eest dat een heilich oft

gesacreert dinc genomen wort van eender plaetzen die niet gewijdt oft gesacreert en is,

soe en wort geen sacrilegie gecommitteert, mair na den geestelijcken rechten, die in

desen te onderhouden zijn, soe eest alleleens, weeder dat gesacreert dinc genomen zij op

gesacreerden plaetzen oft en is ; ende die plaetze is geheeten gesacreert, die

geconsacreert is bij den bisscop.

Item, diegeene die dair doolt int heilige kersten gelove oft in de articulen desselfs,

die committeert sacrilegie ; desgelijcx dijet heylige gelove versmaet.

Item, nae den weerlijcke gescrevenen rechte diegeene committeert bijnae sacrilegie

die twijfel maict, oft diegeene weerdich is, dijen die prince verkiest.

Item, soe doet oic diegeene die in zijn provincie procureert om officie te hebben,

mair wort hij dairtoe gestelt ende hem dat geoffert wort, soe gaet hij der penen

voirbij(1).

Item, die drossaert oft souverain van den lande is sculdich neerstelijc te

ondersuecken ende te ondervijnden die sacrileges, ende die te vangen ende te

punieren.

Item, die punicie van der sacrilegien is nae recht dat mense bijwijlen worpt voir

den wilden dieren, bijwijlen verbernt mense, bijwijlen wordden zij gecondempneert te

hangen in een micke oft aen een galge, nae der qualiteyt der personen ende der misdaet,

want metten jongen is men sculdich meest te mededoogen ende te lijden ; desgelijcx is

genade sculdich gedaen te wordden als dat gebuert bij noothongere, in dieren tijden,

desgelijcx als dat gebuert bij vrouwen die broesch van complexien zijn, ende dat na de

qualiteyt der personen.

Item, oic wort sacrilegie gepunieert extraordinarie, ende bijwijlen capitalijc, allet

na gelegentheyt ende ter discrecien van den richters.

Item, bij deser misdaet van sacrilegien suldij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Peter sacrilegie gedaen heeft sulcken heilichdom boecken,

kelcten, syborien, ornamenten nemende, sulcken stoc oft outaer oft heiligen

roovende etc., versuect dairomme dat hij dairaf wordde capitalijc gepunieert ; ende

om dit te thoenen, verbijnt hij hem adpenam talionis.

Ende ghij sult weten dat sacrilegie is meerder sunde ende misdaet dan diefte.

(1) Die alinea en het einde van de voorgaande schijnen bij Hoofdstuk 35 (zie blz. 170) te

behoren.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 42 183

XLIIe CAPITTELE

VAN SORTILEGIE, DIE MEN HEET SORTIHERIE OFT

WICHELIE ENDE TOVERIJE (a)

Item, die XVe maniere van criesme capitael is geheeten in latijne sortilegium, dat

is toverije oft wichelije, als is ennige wichelinge oft toverije te doen onder schijn van

eender geveynsder heylicheyt oft religien oft van heiligen woorden, om yemende te

hinderen oft om ennige secrete dingen te weeten, oft anderssins yet te hebben gedaen,

den duvel te bezweeren ende te doen comen ende dijergelijcke sortzerije ende toverije ;

ende ghij sult weten dat alle wichelingen, die gescieden bij incantacien ende bezweringen

des viants ende bij nigromancien oft bij adoracien, idolatrien ende sacrificien zijn

verboden.

Item, die gedaen wordden om diefte te vijnden.

Item, om ennich secreet te weten.

Item, om iement zijn leven te nemen.

Item, die dese maleficien ende quade consten iement leert.

Item, diese van den anderen leert; dese zijn sculdich nae recht ten minsten alle

capitalijc gepunieert te wordden, ende huer boecken zijn sculdich nae recht verbernt

te wordden.

Item, die bij der nigromancien, met incantacien, aenroepingen ende conjuracien

trecken der vrouwen gedachten tot oncuysheyden, ende met beelden oft met ennigen

gescriften in abortive, oft met vremden woorden oft met beelden oft dijergelijcke zaken.

Desgelijcx die toverners ende wicheleers, die soe stout zijn, dat zij hen niet en vreesen

te verstooren ende te turberen die elementen met conjuracien, ende doen die lieden

sterven, die waire men sculdich nae recht te worpen voir die wilde dieren om aldair die

wreede doot te smaken ende verschuert te wordden, oft ten minsten sal mense onthalsen.

Ende metter selver punicien zelen zij gepunieert wordden die onweeder, wijnt, regen,

donder, blixem, nevelen ende andere tempeest maken ende doen comen, om dat cooren,

de wijngaerden ende andere vruchten te verderven. Ende die sulcke misdaden

wederstaet ende verhuet, die is weerdich grootelijc geeert te wordden ; ende een iegelijc

mach dese misdadige accuseren ; ende sulcke misdadige en zijn niet excusabel om

enniger hoogheyt oft weerdicheyt wille van state die zij hebben, zij en zijn sculdich

gepunieert te wordden. Ende en is niemende georloft die te dooden bij zijns auctoriteyt,

om der presumpcien wille, die men soude mogen hebben tegen hem, dat hij dat dade

uuyt viantscappen ende om van denselven stucke niet gevraeght te wordden, mair is

elckermale wel geoirloft sulcken misdadigen te vangen ende in handen des heeren is

leveren.

a. Dat hoofdstuk werd uitgegeven door P. FREDERICQ, a.w., blz. 291 - 292.

184 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, geen tovereers oft andere die den duvel sacrificie doen, en is men niet

sculdich te ontfangen int geselscap oft conversacie van anderen menschen, noch den

dorpel van iements huyse te laten genaken, noch in huys te laten comen ; ende die met

hem verkeeren ende ommegaen, zijn sculdich grotelijc gepunieert te wordden, ende

sulcke tovereers pleech men gemeynlijc te punieren ende ter doot te brengen metten

viere.

Item, niement en is sculdich in huer toverie gelove te stellen noch hueren raidt te

doen om iemende te hinderen ; ende die dat dade, soude nae recht capitalijc gepunieert

wordden. Ende die redene wairomme dat men nae recht de groote ende gevreesde

tovereers sculdich is te doen vernielen van den wilden beesten is dese, want zij doen

tegen Gods gebodt, tegen den ganck ende loop der natueren ende tegen dat menschelijcke

geslachte, ende alsoe en zijn zij niet weerdich dat zij in der punicien bij ennige mensche,

hoe znoode hij zij, geruert wordden, want zij zijn vianden der menschelijcker natueren.

Item, verbieden die weerlijcke rechten dat niement hem en onderwijnde

droomen te spellen oft te exponeren, noch proeven, besuecken ende experimenten te

doen, al en wairt oic niet dan om genuechte te maken, oft andere wichelinge te doen

wesende tegen Gods gebodt ; ende soe wije men bevijndt dat alsoe doende oft raidt

dairtoe gevende, dijen is men sculdich te punieren van sortilegien, ende zijn zijden,

armen, brayen ende lichaeme gestreeken te wordden met geloyende iseren, ende

dairaf en is men niet sculdich iemende te verdragen, om enniger previlegien wille, die

zij van den weerlijcken heere hebben mogen.

Item, soe wije dat ennige tovereers oft wichelers weet, die is sculdich die te vangen

ende den heere te leveren oft ten minsten aen den heere te denuncieren, oft anders hij

soude geacht wordden te zijn van huerder consten, ende souden van sortilegien wordden

gepunieert, te weten, van den viere als viant der menschelijcker natueren.

Item, tegen dese tovereers suldij formeren u libel, soe u dat voire bij exempel

gewijst is van den heretijcken ende ongelovigen menschen.

Item, noch vijnt men zekere manieren ende consten van wichelen, dairaf deen

geheeten is piromancia, ende is in tvier te sienne ende dairuuyt te divineren ; dander is

geheeten ydromancia ende is divinacie gedaen uuyter watere ; die derde is geheeten

cyromancia, ende is divinacie gedaen int besien van der handt ; die vierde is nigromancia

dat is die quaetste ; ende die vijfste geomancia, ende is divinacie gedaen in der eerden.

Ende alle dese manieren van divinacien ende wichelingen zijn verboden, mair nair die

opinie van ennigen theologiens, soe is die geomancia in ennigen stucken wel geoirloft.

XLIIIe CAPITTELE

VAN DENGEENEN DIE DE SEPULTUREN ROOVEN

Item, die XVIe maniere van criesme capitael is van dengeenen die de sepultuere ende

grave van den dooden lieden berooven ; ende is een diefte, dairtegen dat den erfgenamen,

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. CAP. 43-44 185

magen ende vrienden competeert e[e]n civil actie van injurien. Ende eest dat zij dairaf

rooven ennige beelden oft ander chierheyt, zij zijn sculdich gepunieert te wordden tot

behoef van den erfgenamen voir die injurie in de somme van C gulden, ende thuys dair

zij dat dragen is verbuert tegen den heere. Ende soe wije de sarck van den grave doet,

oft de calumpne afdoet, oft andere materie van den grave trect, die verbuert tegen den

heere X pont gouts ; ende wille de heere, hij machse criminelijc punieren van sacrilegien;

ende die richter die dat niet en punieert, verbuert XX pont gouts.

Item, wairt dat ennige snoode personen uuyten graven namen ennige doode

lichaemen oft gebeente dairaf, sonder wapene oft fortse, die souden dairomme op dalre-

strenxte gecastijt wordden ; wairent rijcke ende eerbaire lieden die dat hadden gedaen,

zij souden gedeporteert wordden ; die dat gewapenderhant dade, die soude men

onthalsen.

Item, die iemende belet te gravene, die wort gepunieert van fortsen ende van

gewoude ; ende van deser misdaet suldij u libel formeren ende u conclusie nemen na den

ondersceyde in dit capittel verclairt.

XLIIIIe CAPITTELE

[VAN ACTIEN GEHEETEN DE PLAGIARIIS]

Item, die XVIle maniere van actien criminel is geheeten in latijne actio legis Fabie

de plagiariis (1), ende is een maniere van eender particuleerder dieften ende misdaet,

die gevalt als iement eenen vrijen man oft eens anders mans slave oft serf, willens ende

wetens, vercoopt oft anderssins verthiert, verandert oft verbijnt oft te pande stelt oft

heymelijc versteect ; oft die eens anders slave oft serf raidt ende swadeert dat hij

zijnen heer ontloopen soude, oft die willens ende wetens eenen vrijen man coopt voir

een slave, oft die willens ende wetens eens anders slave oft serf oft ennigen anderen

vrijen persoen rooft ende vervuert van plaetsen tot plaetzen ende van steden te steden,

dese zijn alle gehouden gepunieert te wordden van deser criesmen. Ende men en can

dese misdaet niet begaen onweetens ende sonder arch, ende is die accusacie van deser

misdaet publicq ; ende na den ouden rechten, soe plach die punicie van deser misdaet te

zijn civil ende pecuniare. Mair nu is zij criminel, want eest dat een serf oft een vrij

persoen in desen misdoet, hij wort geworpen voir die wilde dieren ; is hij ingenuus, hij

wort onthalst; ende een edelman wort totten mineren van metale gecondempneert, ende

aldus is dese punicie in alle gevalle capitael, want een pene wort geheeten capitael in

veele manieren, te weten, als iement bij justicien gedoot wort, oft als men iemende

vyer ende water verbiedt, oft in eylant bant ende deporteert, oft in die cuylen ende

myneren van metalen condempneert.

(1) D. 48, 15.

186 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat Peter eenen vrijen man, willens ende wetens, vercocht heeft

voir een slave, oft dat hij eenen vrijen man oft een ingenuum in zijnder helden, zijns

ondancx, houdt, oft dat hij eenen serf oft vreemden slave gepersuadeert heeft zijnen

heere te ontloopen, oft heeft eenen vreemden slave vercocht voir zijne, versuect

dairomme dat hij dairaf wordde criminelijc gepunieert ter arbitrijen van den richtere."

XLVe CAPITTELE

[VAN CRIESME IN TURPILIANO]

Item, die XVIIIe maniere van criesme capitael heet in latijne in turpiliano, ende

is als iement eenen anderen geaccuseert heeft van ennigen criesme, ende hem dairaf

geinscribeert, ende dairnae van dijen cesseert ende aflaet sonder auctoriteyt van den

richter, bij collusien die zij onderlingen gemajct hebben, ende overmits gelde oft goet

dat hij dairaf genomen heeft, oft anderssins bij zijnen eygenen wille sonder consent oft

auctoriteyt van den richter dairaf te hebben verworven ; ende van deser misdaet

formerende u libel, suldij versueken dat die misdaet wordde gepunieert extraordirarijslijc

ende genoteert van infamien ; ende van deser punicien extraordinarijs suldij nairder

besceyt vynden hierachter int capittel van den interdicte de libero homine exhibendo.

XLVIe CAPITTELE

[VAN CRIESME IN CALUMPNIATORE]

Item, die XIXe maniere van criesme capitael heet in latijne in calumpniatore ; ende is

als iement eenen anderen voir tgerichte geaccuseert heeft van eender misdaet, ende hem

geinscribeert heeft, ende dat niet en can bijgebrengen noch gethoenen. Ende van deser

misdaet formerende u libel, suldij versuecken dat die misdaet gepunieert wordde, alsoe

men u soude hebben gepunieert, indijen ghij verwonnen hadt gewordden, ende dat hij

genoteert wordde van infamien als een calumpniatoer. Ende een richter, die den

geaccuseerden absolveert, en sal nyet beyden dat men dat libel formere tegen den

calumpniatoer, mair met eender sentencien sal hij desen absolveren ende den

calumpniatoer condempneren; ende wairt dat iement uuyt grammen moede eenen anderen

eenige criesme oft misdaet obicieerde oft opseyde, ende hij hem niet en inscribeerde,

hij mach dijes opseggens afgaen ende verthijen sonder van calumpnien aengesproken

ende verwonnen te wordden, mair dat en soude hij niet connen gedoen, hadde hij hem

geinscribeert, sonder auctoriteyt van den richter.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. CAP. 45-48 187

XLVIIe CAPITTELE

[VAN CRIESME IN LIBELLO FAMOSO]

Item, die XXe maniere van criesmen capitael is geheeten in latijne in libello famoso

ende is als men met ennigen brieven oft gescriften, die men stroyt oft achter straten oft wegen

werpt, oft vallen laet, oft op kerckdoeren slaet, dairmede dat men iemende verschaemt,

onteert oft van live oft goede belast. Ende met deser misdaet verbuert een, nae recht, zijn

lijf; ende wort capitalijc gepunieert alsoewel diegeene, diesulcke gescrifte vijndt ende open-

bairt ende publiceert, al wairt dat hij niet en wiste wije dat gescreven hadde. Oic mach

men hieraf civilijc ageren ende concluderen, tot reparacien van der injurien, die men

estimeren sal tot gelde, op pelgrimagijen ende weegen, op wedersprekinge ende weder-

roepinge der diffamien iemende overgeseyt, ende tot sulcker ende dijergelijcke eerlijcken

ende proffijtelijcken beternissen, nae gelegentheyt der saken ende grootheyt der misdaet.

Item, die ierst sulcken brieve van diffamacien vijndt, die salse schoeren ende

breeken, eer die iement anders vijnde oft zije, ende en sal dat niemende te kennen

geven, opdat men niet en meyne dat hij die brieve selve gemaect heeft, ende dat hij

versiert dat hijse vonden heeft, uuyt archeyden om den anderen te verschaemen ; ende

dairomme bevelen die rechten dat mense terstont schoeren ende wechwerpen sal, oft

dat mense sal laten liggen eer men die leese.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus:

"Andries seegt dat Peter een libel famoes tegen hem geformeert ende gedicht heeft,

geopenbairt ende in straetmeeren ende famen onder tvolc gebracht, versuect dairomme dat

hij bij capitaelder sentencien wordde gepunieert, ende versuect dat bij hem die injurie

beetere eerlijc, met eenen weege te Jerusalem oft in Cypres oft Sint Jacops, dat hij die

woorde openbairlijc wederroepe ende wederspreke, dat hij hem openbairlijc dairaf

verghiffenisse bidde, ende segge dat hij van hem noyt en wiste noch en sach dan alle

eerbairheyt ende deught, noch anders dan van eenen goeden man ; ende tgeen dat hij

gedaen hadde, dat hij dat bij inadvertencien hadde gedaen ende niet uuyt quaden wille met

ennigen quaden opsette, ende dat hij tot dijen hem ende zijnen vrienden ter eeren wordde

gecondempneert in de somme van C leuwen, dairvoire hij de injurie niet en hadde

willen lijden, oft andere alsulcke reparacie ende beeternisse eerlijc ende proffijtelijc, als

u, eerweerdige heeren die richters [sijt], in goeder justicien sal duncken behoirende."

XLVIIIe CAPITTELE

[VAN CRIESME GEHEETEN ABORTIO]

Item, die XXIe maniere van criesme capitael is geheeten in latijne [abortio] (a) , ende

is als iement een vrouwe die kijnt draigt, slaet oft alsoe begaet dat die vrucht huers

a. De ruimte voor het woord abortio is blank gelaten.

188 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

lichaems dairaf verderft; zoe wie dat doet, die valt in dese misdaet, ende is sculdich

dairaf van den lijve gepunieert te wordden.

XLIXe CAPITTELE

[VAN CRIESME GEHEETEN SEDITIO]

Item, die XXIIe maniere van criesme capitael is geheeten in latijne seditio, dat [esl

moyterye ; ende is als iement iet machineert ende voirtstelt contrarie zijnen gerechten

heere, dair hij mede ennige lude oft tgemeyn volck (a) te hemwairts pijnt te trecken, oft

die uuyt es met aentreckingen van volcke om ennige stadt oft sloote te gecrijgen tegen

den heere oft gemeyn welvairt, oft die uuyt is om heere te zijn van eender plaetsen oft

capiteyn bij rumore van volcke, ende alle die hem hulpe ende bijstant doen bij wegen

van tumulte, hueringen ende tsamenloopingen in der wapenen. Ende dese misdaet is

zeere groot ende capitael, ende behoirt extraordinarie gepunieert te wordden ; ende

men pleegt gemeynlijc dese misdadige te onthalsen ende te vierendeelen, ende huer

hooft op een glavie ter stadtpoorten uuyt te steeken.

Le CAPITTELE (b)

[VAN CRIESME GEHEETEN MONOPOLIUM]

Item, die XXIIIe maniere van criesme capitael is geheeten monopolium ; ende is als

iement hem pijnt in een lant of in een stadt vergaderingen te maken, hetzij onder

ambachten oft onder neeringen oft onder de gemeynten, om den heere oft zijn wetten

oft raide dairtoe te brengen dat zij hen geven ende verleenen souden ennige vrijheiden

oft ennige punten, die sij souden mogen begeeren, gelijc oft zij zeyden : "Wij van

sulcken ambachte, en willen voirdaene niet anders wercken dan aldus, noch min

wijnnen dan aldus" oft dijergelijcke opsetten ; ende dese misdaet is oic capitael.

LIe CAPITTELE

[VAN CRTESME GEHEETEN CONSPIRATIO]

Item, die XXIIIIe maniere van criesme capitael is geheeten conspiratio ; ende is als

men maic[t] ennich opset ende machinacie tegen de ordinancie oft geboden van den

a. volck, in hs.: vlock. - b. Le Capittele, in hs. : LIe Capittele.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 49-53 189

prince, om dat bij faite, machten ende berueringen van volcke te nyet te doen. Ende is

ondersceyt tusschen conspiracie ende monopolium, want monopolie is alleen van saken

voirtgestelt onder tvolck dienende tot hueren singulieren proffijtte, ende conspiracie is

van saken voirtgestelt bij vergairderingen ende berueringen van volcke om te nyeuwte

te doen de ordinancie ende bevelen oft geboden van den heere, nochtans den lijve noch

den leven van den prince niet aengaende, soe die criesme van sedicien oft van moyterijen

doet. Ende alle dese misdaden zijn capitael ende plegen extraordinarijslijc gepunieert te

wordden met deportacien, met prescripcien, metten banne ende dijergelijcke punicien,

ter discrecien van den richter, nae de grootheyt van der misdaet.

Item, ghij sult weten dat ennige vergairderingen ende collegien zijn in den rechten

geoirlooft, gelijc is die collegie van den publicanen die tgemeyn goet oft des princen goet

pachten ende vergairderen moeten, als tollenaers, assijsers, craenmeesters, brouwers,

soutmakers, metaelgieters, steenhouders in de cuylen ende dijergelijcke neeringen.

Item, baghijnen, lollaerden, bogaerden, nonnen, canonicken, deekenen ende

gezwoorene van scutterijen, van ambachten die gemaict ende opgeset zijn bij oirlove

van den heere ; mair alle andere vergairderingen oft collegien ende geselscapen zijn

onbehoirlijc ende niet betamende ; ende die die maict, om ennige verraderije, moyterie,

monopolie oft conspiratie te doen, die verbuert zijn lijf ende is sculdich capitalijc

gepunieert te wordden. Ende het is onbehoirlijck ende ongeoirloft in de rechten, dat

iement zijn sal in twee vergairderingen, collegien, ambachten oft geselscapen ; ende dair

is meenige stadt mede vergaen bij moyterijen dairaf comende. Oic eest ongeoirlooft dat

men iemende in een ambacht ontfangen sal, die ditselve metter handt niet en can,

want dair dicwijle in der neeringe achterdeel af coempt.

LIIe CAPITTELE

[VAN CRIMEN VESPERTILIONIS]

Item, die XXVe maniere van criesme capitael is geheeten crimen vespertilionis ; ende

is als hem iement onderwijndt van veele quader stucken te doen die al capitael zijn, als

te moorden, te rooven, te steelen, te verbrantscatten, te dreygen, te transeneren ende

meer andere quader faiten te doen, dair bij af befaemt is int lant, want elckermale

dairaf vorster ende sergent mach wesen om die te vangen, ende den heere ende richter,

als in handen van justicien, te leveren. Ende dese misdadige en zijn niet sculdich

gevrijt te zijn bij ennige previlegie van steden ende van gewijden plaetzen.

LIIIe CAPITTELE

[VAN SODOMIA]

Item, de XXVIe maniere van criesme capitael is sodomia ; ende is die sunde die

men doet tegen natuere, geheeten die sunde van buggerijen, als te doen dwerc tegen

190 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

natueren, ende anders dan den manne met zijne wijve natuerlijc behoirt ende betaemt (a)

te doen ; ende dese misdadige is men sculdich te bernen aen eenen staeck.

LIIIIe CAPITTELE

[VAN CRIMEN TALLONIS ENDE DELICTEN PRIVAET.]

[1] [Van crimen talionis.]

Item, die XXVIIe maniere van criesme capitael is geheeten in latijne crimen talionis;

ende is als iement hem gepijnt heeft voir gerichte eenen anderen te accuseren van

ennigen criesmen, hem inscriberende ende partijen formerende ende nemende conclusie

van condempnacien totter doot na den gescrevenen weerlijcken rechten, ende hij dan

valt van zijnder conclusien, soe sal hij hebben ende lijden dieselve punicie die dander

geleden souden hebben.

Item, hier suldij weten, want om der vreesen ende sorghen die in dese actien

gelegen is, dicwijle veele groote overdaden plagen te blijven ongeaccuseert, ende

mitsdijen ongepunieert, overmitsdat die goede lieden dairaf kennisse hebbende, hem

ontsagen (b) alsulcke overdaden bij te brengen van anxte, bij faute van thoene oft bij

wantalen oft misdingene oft anderssins, in die pene van deser actien te mogen vallen,

soe hebben die notable ende geleerde practizijns in de rechte om dairinne te versien,

ende dat de maleficien niet en souden blijven ongepunieert, geaviseert ende geraempt

dat in allen hoven ende gerichten van justicien sal zijn een procureur van officien, die

de conclusien crimineel maken sal bij informacie precedente, ende dairaf accusacie ende

aensprake doen, sonder perikel ende sorge van deser actien oft van enniger amenden,

ende dat bij redenen zijnder officien ; ende die geinteresseerde partije en derf geen

conclusie nemen tegen den criminelen misdadigen, dan van eerlijcken beternissen ende

van beternissen van gelde, ende mach bijdijen vlieden de pene van der voirscreven

actien de crimine talionis.

[2] Van den delicten privaet.

Item, ghij sult weten dat alle delicten ende misdaden zijn privaet, die niet begrepen

en zijn onder die voirscreven misdaden publijcq, soe men seggen soude dat alle

contracten van nauwen ende engen rechte niet en zijn getelt onder die contracten van

goeder trouwen. Ende van desen misdaden private zijn ennige specien capitael, ende

ennige niet ; ende dairaf en wort niement geadmitteert te mogen accuseren, hij en hebbe

dairtoe ennich interest; mair dese regule failleert in III of IIII private misdaden, dairaf

ick alhier om der cortheit wille verhoude meer te scrijven, mair verseijnde u dairaf totten

clercken van rechte, nadijen ghij dair meer af weten wilt.

a. betaemt, in hs. : betaent. - b. ontsagen, in hs. : ontfangen.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 54-55 191

LVe CAPITTELE

VAN DIEFTEN

Item, die ierste maniere van dilicte[!] privaet is geheeten furtum, dats te zeggen

diefte. Ende diefte is een afneminge van eens anders goede buyten zijnen wille ; ende

dese misdaet is een misdaet privaet ende niet publijcq, soe boven geseit is. Ende men

vijndt twee[r]leye manieren van dieften : deen is geheeten openbair diefte, ende is als

die dief metten gestolenne goede vliet, oft dat hij daermede gevangen oft bevonden

wordt, oft dat iement dat huysde ende loeghende ; dander is geheeten diefte die niet

openbair en is, ende dese diefte geschiet sonder steelen, als te verbergen dat eenen

geleent is, oft dat een gevonden heeft, wetende wijen dat toebehoirt, oft op andere gelt

te ontleenen zonder zijnen weten ; ende generalijc het is al diefte niet openbair, als men

eenen anderen zijn goet onthout, sonder dat te hebben gestolen.

Item, ghij sult weten dat men van dieften mach ageren ende heysch maken civilijc

ende criminelijc, te weten, civilijc van dieften die niet openbair en is tot verbuerten van

tweevout soeveele voir den heere, ende van dieften manifest ende openbair, tot

restitucien van vyervout soeveele voir den heere, ende die dief moet der partijen

restitueren dat goet oft die weerde dairaf, met oic den costen, scaden ende interesten

die hij dairom gehadt ende geleden heeft ; ende criminelijc procedeert men tot penen

corporael (a).

Item, noch suldij weten dat men geen diefte en doet metten gedachten noch metten

woorden, na den weerlijcken rechten, mair wort diefte begaen als men iement tsijn

steelt, sonder zijnen weten ende zijns ondancx.

Item, wairt dat iement wat genomen hadde, meynende dat de heere van den goede

dat wel lijden ende gedoogen soude willen, ende hij goede redene ende sake hadde dat

alsoe te meynen, overmitsdat hij zijn kijnt of zijn erfgenaem is oft goet vrient, soe en

sal hij niet van dieften gehouden zijn ; mair meynde hij dat te doen tegen des heeren

danck, al wair dat nochtans den heere wel te wille, die dat alsoe genomen hadde,

souder aen misdoen, mair die heere en soude niet ageren van dieften.

Item, eest dat mijn goet onder u is, ende ick dat nae [!l mij neme, ick en bin niet

gehouden van dieften, tenwaire dat ghij dairinne geinteresseert wairt, mair in een

gemeyn dinc eest anders, want dan eest diefte.

Item, eest dat ghij een goet gecocht hebt ter goeder trouwen van eender, [ende een]

ander coempt ende neempt u dat, hij is sculdich van dieften, mair dat goet en is niet

furtijf noch geacht voir gestoolen goet. Ende ghij sult weten dat die diefte is neminge

die heymelije geschiet, ende sunderlinge tsnachts ; ende men ageert niet alleenlijc van

a. In de marge van een hand uit de eerste helft van de XVIe eeuw : "Quadruplum rei

sublate competit pretori, et res sublata preterea debet restitui rei domino cum expensis, damnis et interesse. "

192 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

dieften tot penen ende beternissen civile, mair oic bij condicien furtive totten dingen dat

een gestoolen is, ende al ageert men civilijc, nochtans en derf men niet te min ageren

criminalijc.

Item, ende om te verclairen van der punicien corporeele, die men den dief aendoen

mach, soe suldij weeten dat men nae den gewoenten van desen landen, men den famosen

ende openbairen dief met eenen baste hangen sal. Ende hij is geheeten een vermeert oft

famoes ende openbair dief, die gewoenlijc is te steelen tweewerf oft meer, die dairaf

befaemt is, want een werck tweewerf gedaen induceert gewoente. Ende en eest geen

famoes ende openbair dief, ende hij ierstwerf steelt beneden de V sc. loevens, men sallen

geesselen ; steelt hij boven de V sc. loevens, men machen teekenen, dat is, een stuk van

der ooren afsnijden ; mair eest dat hij dairin persevereert, soe wort zijn punicie

geaggraveert, ende wort als een famoes dief aen een galge gehangen, ende dit is genoch

consonant metten Lantcharteren van Brabant, diewelcke seggen : "Wije eens steelt

boven de V sc. loevens weert zijnde, die sal men teekenen ; wije anderwerf steelt, die

sal men hangen.(1)"

Item, diegeene die in hagen, in bosschen, in den watere oft opten velde den lieden

thuer nemen gewapenderhand, ende met crachten berooven, dat zijn oic openbair dieven,

mair die zijn geheeten roovers ende die pleech men anders te punieeren. Want men die

sculdich is, nae den nyeuwen rechten ende oic nae den lantrechten, op raders te setten

ende dat met rijsers te besteeken, soe nae der plaetzen dair zij dat gedaen hebben

als men can, oft men salse aen een galge hangen ende die met rijsers besteeken. Ende

dese zijn geheeten in latijne predatores populorum, dat zijn straatroovers oft zeerovers,

ende die en zijn niet sculdich enniger vrijheyt van kercken oft anderssins dairtegen te

gebruycken. Mair van simpelder dieften, na den ouden weerlijcken recht, soe en bevijndt

men niet dat men iemende dairaf dooden soude, mair men souden geesselen ; ende nae

gewoenten van Lombardijen, die ierstwerf steelt, die neempt men een ooghe, ende [die]

anderwerf steelt, die neempt men zij[n] nase, die derdewerf steelt, die wort gehangen.

Item, wairt dat een gestolen goet bevonden wordde onder eenen, die dat gecocht

hadde ende van der dieften niet en wiste, ende dat diegeene dijens dat goet toebehoirde

ende gestoolen waire, dat quame calengieren als gestoolen, ghij sult weten dat nae

recht den cooper wel van noode waire te vijnden zijn garant om van den heere onbelast

te blijven, want anders soude elckermale mogen seggen van sulcken goede dat hij dat

gecocht hadde, ende dairmede soude die dieften te zeer gesalveert ende verborgen

wordden tegen justicie, dwelc justicie niet en can verdragen, die de diefte pleech te

punieren, ja tot opten geenen die dairaf suspect zijn, metten banne, overmitsdat diefte

een zeer verdoemde misdaet is in den rechten ; ende en wordde[n] zij niet zeere

strengelijck gepunieert, veele leger lieden souden op stelen uuyt zijn, ende hem dairmede

generen. Niettemin, nae den costumen onderhouden in veele goeder steden van Brabant

(1) Die hier bedoelde tekst van a.11 van de Landchartre voor Brabant van 1292 luidt :

"Wie stale beneden V sc. weert, men soudene tekenen ; vont menne ghetekent, ende anderweerf stale, hi

hadde dlijf verbort ende half tgued sheren wille." (A. VAN LOEY, Middelnederlands Leerboek, Antwerpen, 1947, blz. 230),

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 55 193

ende Vlaenderen, soe wije ter openbairder merct ende ter goeder trouwen ennich goet

gecocht heeft, ende het gebuerde dat hij zijnen vercoopere niet en kende, ende iement

quame seggen dat dat goet zijn waire, als hij dat lestwerf sach, ende dat niet en hadde

gesien sijnt hem dat gestoolen was, ende dat die cooper seyde dat hij dat ter goeder

trouwen hadde gecocht, ende dat hij geen ander garant en wiste te vijnden dan zijnen

budel, ghij sult weten, alsoeverre als die heysscher niet en can doen blijcken dat die

cooper datselve goet gestoolen heeft, die cooper sal verliesen zijn uuytgeleet gelt,

sonder ander pene oft verbuerte.

Item, hier mocht iement vragen oft een man gevangen wordde, die ierstwerff

gestoolen oft gerooft hadde, ende dat hij noyt diefte oft roof en hadde gedaen dan

op die tijt, oft men dijen hangen soude, het schijnt neen ; want men niement van

dieften oft roove hangen en sal, hij en zij gewoenlijc meer dan eens te steelen, ende die

mair eens sulcken fayt gedaen en heeft, dijen mach die richter wel gracie doen van der

galgen, mair hij sallen anderssins punieeren, hetzij metten geesselen oft metter caken

ende manden over dwater, oft metter ooren al te snijden oft anderssins, nae gelegenheyt

der misdaet, ende bannen den misdadigen uuyter stadt ten exempel van allen anderen.

Item, hier mocht iement vragen oft iement eenen anderen onthielde zijn goet, dat

hij hem geleendt hadde oft dat hij hem gegeven hadde te verwairen oft tot zijnen huyse

gelaten hadde, oft dat hij hem dat verzweege onderhebbende, oft dat hij hem dat

looghende ende onbekende, oft dat diefte waire, ende oft men iemende dairomme hangen

soude, dairop is te seggen dat dat een specie van diefte is, mair die punicie van dijen

en is niet capitael, mair arbitrael ter discrecien van den richter na den ondersceyde

boven verclairt.

Item, nae gescreven recht, hadde iement buyten deser jurisdictien II oft III dieften

gedaen, ende binnen deser jurisdictien, e[e]n diefte, ende hij alhier gevangen wordde,

men soude bij inquisicien alleenlijc op hem moeten procederen voire die diefte die hij

hier gedaen hadde, want dese richtere van den anderen dieften gheen jurisdictie en

heeft, tenwaire dat die misdadige eenloopich waire, want dan soude de opinie stat

mogen grijpen : "soe wair ic u vijnde, dair sal ick u judiceren". Ende hij is geheeten

eenloopich, die geen zekere domicilie oft huys en houdt, hetzij bij hueringen, leeningen

oft anderssins, dair hij hem inne onthoudt, mair loopt int wilde overal dolende ; mair

woude men op hem procederen bij ordinarien weege, te weten, bij accusacien, soe soude

hij mogen wordden gepunieert in een van drijen plaetzen, te weten, oft in de plaetze der

misdaet, oft in der plaetzen van zijnder domicilien, oft in de plaetzen dair hij aenge-

sproken wort, soeverre dat gerichte niet en waire gedeclineert voire de litiscontestacie.

Item, eest dat een gehouwet wijf sonder consent van hueren man iet ontvremdt oft

wechdraight uuyt hueren huyse, ghij sult weten datse de man niet en can vervolgen van

dieften, mair heeft actie om dairaf te begheeren restitucie, ter plaetzen dair hij dat goet

weet te vijnden, al wairt dat iement dairop gelt hadde geleendt oft dat hadde gecocht,

als van gestoolen goede.

Item, die geestelijcke rechten seggen dat men van dieften die uuyt gebreeke van

rechter armoeden gescieden, niement dooden en sal, alsoeverre dat gestoolen goet

194 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

wedergegeven wort, ende dat die misdadige zijn misdaet belijdt ende dairaf berouw

heeft.

Item, hier mocht men vragen oft men ennich goet onder iement vonde, oft men

over hem soude presumeren van dieften ; antwoirde neent, want presumpcien behoeven

voirgaende thoen ende fame. Mair wair hij van quader famen ende gewoen te steelen,

soe soude[n] meer presumpcien over hem mogen wesen, want wije eens quaet is, wort

altijt quaet gepresumeert ; ende die richter mach inquireren tegen hem die gewoen is te

stelen, ende mach wel ontfangen te getuygen, diegeene die van den huyse zijn, alsoe

verre al[s] zij van goede name zijn, want anders en soude men die wairheyt niet wel

geweeten en connen.

Item, wairt dat iement u doere opgebroken hadde, om u ennige injurie te doen oft

om adulterie oft luxurie te bedrijven in uwen huyse, ende een ander volghde dairbinnen,

die een dief waire, ende stale sonder zijnen weetene, ghij sult weten dat dierste breekere

sal ongehouden zijn van dieften.

Item, wairt dat iement eenen anderen riede te stelen, ende die andere dat dede,

diegeene die den raidt gegeven hadde, soude gehouden zijn van dieften, als soeverre als

die dief dat niet en soude gestoolen hebben, en hadde den raid gedaen ; mair evenverre

hij die diefte gedaen soude hebben, al en waire hem den raid niet gegeven geweest, soe

soude die gevere van den raide dairaf ongehouden blijven.

Item, die mededeylt in de diefte, es dairaf gehouden.

Item, die de vruchten int velt steelt oft den wijn uuyten vate, is van dieften

gehouden. Ende steelen veele lieden tsamen een dinc, zij zijn elck besundere gehouden.

Item, die tafelen, huysraet, hoenderen, gansen steelen, zijn van dieften gehouden ;

ende generalijc die ennich ruerende goet nemen heymelijc ende fraudeleuselijc sonder

consent desgeens dijen dat toebehoirt, die committeert diefte, al is oic dat gestoolen

dinc van cleynder weerden, want men niet aen en siet die groote oft weerde van den

dingen, mair den wille van den nemere.

Item, die ander lieden beesten steelt, is gehouden van dieften ende in de criesme

geheeten abigeatus.

Item, die iements kijnderen steelt, is gehouden van dieften, ende in de misdaet legis

Fabie de plagiariis, dair voire af geseyt is(1).

Item, die momboers ende curateurs van weezen zijn gehouden van dieften, als zij

hem iet onthouden.

Item, een valsch crediteur ende een valsch procureur zijn gehouden van dieften.

Item, die gestoolen goet, weetens, eenen anderen overgeeft, is gehouden van dieften.

Item, die eenen dieff berght, is gehouden van dieften.

Item, geve ic mijn dinc meynende dat u dat toebehoirt, ende ghij dat behout in

meyningen mij dat heymelijc alsoe te onthouden, ghij zijt dairaf sculdich van dieften.

Item, een zoone die zijnen vader wat steelt, ende een serf die zijn meester wat

steelt, dat is diefte, mair men ageert niet van dieften.

(1) Zie blz. 185.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 55 195

Item, ic hebbe iement mijn boeck oft anders iet geleent, ic seynde iement om dat te

halen, ende die onthaelder onthoudt mij dat, hij is gehouden van dieften.

Item, eest dat een gehoude vrouw hueren man wat neempt, sij doet diefte, mair

men ageert niet tegen huer van dieften, mair bij actien infactum, dats, in fayte gelegen ;

ende alle diegeene die huer hulpe ende raid dairtoe gegeven hebben, zijn van der

dieften gehouden.

Item, die eenen dief vijndt stelende ende doodsteect, die en sal dairaf niet gepunieert

wordden noch verbueren noch verliesen die communicacien van den outaer, opdat hij

hem dairaf gebiecht heeft, ende dat meer is, die rechten haten alsoe zeere den dief dat

zij niet en willen dat men voir zijn ziele bidden sal.

Item, na den ouden rechten van den XII Tafelen, eest dat men gestolen heeft, ende

het schijnt dat dat meer toecomen is uuyt armoeden dan uuyt quaeder begeerlicheyt,

ende dat hij niet meer gestoolen en heeft, dijen sal men bannen uuyten landen. Ende

hadde hij tanderen tijden gestolen gebadt, of dat hij dairaf hadde begrepen geweest oft

gecorrigeert bij banne oft bij teekeningen van der ooren, oft anderssins, soe soude men

hem hangen.

Item, zoe wie een peerdt oft een meerije steelt, ter ierster dieften mach men hem

hangen.

Item, soe wije dat steelt int huys dair hij herbergen leegt oft dair hij in woont, ter

ierster dieften mach men hem hangen.

Item, die der kercken steelt, ter ierster dieften mach men hem hangen.

Item, onder alle dieften, zijn zij groot oft cleyn, zoe wije een ploeghiser steelt, ter

ierster dieften sal hij hangen.

Item, nae den gescreven rechten alle diegeene die aen der dieften participeren,

mededeylen, consenteren oft die dieve oft diefte sustineren, zijn sculdich gepunieert te

wordden, te weten, van grooten dieften, van den lijve, oft van cleynen dieften onder

X sc. gedragende, van der geesele, ende dair suspicie op is ende nyet en can geproeft

geworden, van den banne.

Item, iement wetende dat ic tot eens ambachtsmans huyse wat hebbe doen maken,

gaet dat halen in mijnen name, sonder mijnen weten, ende behoudt dat, hij is gehouden

van dieften.

Item, iement vijnde mijnen mantel oft mijn zweert in den wech, ende hij heft dat

op ende behoudet, niet wetende wijen dat toebehoirt, ende en doet dat niet cundigen

noch gebieden dat hij dat vonden heeft, ghij sult weten dat hij gehouden is van dieften,

alsoeverre alst blijct dat hijt heeft willen behouden, mair als hijt heeft doen cundigen,

ende hijt alsoe restitueert, soe mach hij wel wat heysschen voir zijn vijnden.

Item, die wat steelt bij noode van hongere, dat men eeten mach, mitsdat hij van

ziecten zijn broot niet gewijnnen en can, oft mits caristien ende dieren tijde, desgelijcx

die van naictheiden ennige cledere steelt, die is ongehouden van dieften.

Item, al eest dat diegeene die dieven, wetens, huysen ende herbergen, van dieften

gehouden zijn, zoe failleert dat nochtans in den vader, zoone, wijve, broeder ende

dijergelijcke, die niet soe zwairlijc en behoiren gepunieert te wordden als die vremde

196 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

onthouders. Ende de redene is dese, want elckermale is sculdich zijn bloet te lossen

ende te redimeren, ende die huisfrouwe is een lijf met hueren man ende gesellinne van

zijnen huyse. Ende ennige seggen ende sustineren dat dese niet en misdoen, die

ontfangende ende wechhelpende, doende die vlieden, tenwaire dat zij mededeylden in

de diefte.

Item, wart dat iement gecomen waire in eens persoens huys om wat te stelen, ende

hij dair niet en stale, hij soude ongehouden zijn van dieften, mair hij soude gehouden

zijn van injurien. Andere meynen dat hij metter naicten wille diefte begaet.

Item, ghij wist wel dat u een persoen een peerdt oft eenen osse nemen woude, ende

ghij mocht dat belet ende verboden hebben, ende en daet des nijet, ghij sult weten dat

ghij dairnae niet en moecht aenspreken van dieften.

Item, wairt dat iement den richter seyde dat sulcken oft sulcken gestolen goet waire

in alsulcken huys, ghij sult weten dat de richter sal dat huys besuecken mogen ende

dairaf inquireren.

Item, hier mocht iement vragen of hij niet en soude mogen accuseren een dief, die

eenen anderen vreemden man iet genomen ende gestolen hadde, ghij sult seggen neen ;

want diefte is een privaet delict ende niet publijc, ende niement en wort in den privaten

delicten geadmitteert om te accuseren dan dijen desen aengaet ende dairinne is

geinteresseert.

Item, bij deser actien van dieften moigdij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Claus genomen heeft sulcken boeck, versuect dairomme van

denselven Clause dat hij hem dijen restituere met doubbelder penen".

Oft met viervuldiger penen eest openbair diefte, te weten, eest genomen geweest,

eer dat boec gedeponeert zije geweest, ende en is van geenen noode dat de aenlegger

noeme in deser actien wijens dat boec was, want hij ageren mach actione furti, van

den dinge dat zijn niet en is (a), alsoeverre als hij interesten dairop heeft, gelijckerwijs

alsoft hem dat verobligeert ende geleendt waire oft verhuert, want hij, mitsdijen

sulcken interesten dairinne heeft dat mens hem niet nemen noch onthouden en mach

ende bij deser actien is oic gehouden die heere van eenen dinge, die zijnen crediteur

eenen pant gegeven heeft, ende hij dijen hem afneempt faytelijc.

LVIe CAPITTELE

VAN DEN VERBODEN SPEELE DER TEERLINGEN

Item, ghij sult weten dat dat duvelsspel, geheeten dobbelspel, gevonden is van

Azar den duvel, om die lieden te bedriegen ende omdat zij Gode blasphemeren souden

a. is, in hs. : niet.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 56 197

ende zijn heiligen ; ende dairomme alle speele, dair men gelt mede verliest, zijn in den

rechten verboden, hetzij dat zij gedaen wordden int openbair oft in heymelijcken plaetzen.

Item, eest dat iement verliest met dobbelspeele, men en sal nae recht hem dair int

verlies niet condempneren ; ende eest dat diegeene die verlooren heeft, yet dairaf betailt

heeft, hij ende zijn erfgenamen mogen dat weederheysschen niettegenstaende ennige

prescripcie van L jairen ; ende eest dat hij noch zijn erfgenamen dat weder niet en

heysschen, soe mach die procureur fiscael oft de heere dat heysschen, want de heere is

een successeur van den vicien ende misdaden, ende de richters ende regeerders van de

provincien zijn sculdich te verbieden sulcke speele, ende de huyse dair men sulcke

dobbelspeelen houdt, is men sculdich te publiceren. Ende want opten dobbelspeelder

geene gesette pene ende punicie in den rechten geset en is, soe sal hij gepunieert wordden

ter arbitragien van den richtere.

Item, hoewel boven geseyt is dat alle speele verboden zijn, dair men gelt mede

verliest, zoe failleert dat in V manieren van speelen die geoirloft zijn, als worstelen,

balworpen, den steen worpen om huer strecte[!] ende crachte te thoenen, springen,

loopen, - dese speele zijn geoirloft, - oft dat men, om den wijn te maken, worpt met

II oft III teerlingen ten minsten oogen.

Item, wije eenen anderen dwijnckt om te speelen, dien sal men extraordinarie

punieren ende in openbairder gevangenisse dampneren ; oic is hij gehouden van

injurien.

Item, trieringe, botters ende andere die met valschen teerlingen ommegaan, die sal

men extraordinarie punieren van valscheyden ende bedrooge, ter arbitragien van den

richter, ende geschiet hem ennige injurie oft scade, ten ocsuyne van den speele, trecht

en doet hem geen beternisse dairaf doen.

Item, eest dat II rabbauden oft boeven malcanderen slaen om speels wille, deen en

sal niet ontfangen wordden om den anderen te accuseren van injurien, ende en selen

niet gecondempneert wordden totter reparacien van der injurien, tenwaire dat zij

zeer zwairlijc hadden misdaen.

Item, vercoopt iement iet op een dobbelspel oft op een queecspel, die vercooper en

is niet gehouden van evictien ende garande.

Item, een clerc die dobbeleere is, wort gerepelleert van ennige beneficien te

verwerven.

Item, wort en dobbeleere geslagen op een dobbelspel, men en ageert niet van

injurien.

Item, elc richter is sculdich in zijnder jurisdictien te versiene datter geen ontame-

lijcken dingen en gescieden, ende dat niement zijns goets contralijc en gebruycke, mair

sal die misdaden punieren ende straffen.

Item, het is misdaet opt dobbelspel te staen sien, want het is in den rechten

verboden.

Item, die den dobbeleere gelt leent om te dobbelen, oft die zijn huys, zijn berdere

oft teerlingen dairtoe leent, die zijn sculdich nae recht gepunieert te wordden als

198 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

participanten oft hulpdoende totter misdaet, extraordinarie opte pene van gelde ter

arbitragien van den richtere.

Item, want nae recht onder den naem van gelde alle dinc begrepen is, soe verbuert

ende misdoet hij, alsoewel die ander goet van maten oft van gewichte verspeelt, als die

gelt verspeelt.

Iiem (sic), ghij sult weten dat tscaeckspel in den rechten niet verboden en is.

Item, wildij noch meer bescheyts weeten van den dobbelspeele, oversiet hierachter

int capittel van den actien geheeten de condictione furtiva.

LVIIe CAPITTELE

VAN DEN ACTIEN VAN INJURIEN

Item, die IIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien ende delicten privaet.

is geheeten in latijne actio iniuriarum(1), dat [es] te seggen actie van injurien ende

onrechte. Ende ghij sult weten dat men een persoen onrecht mach doen in III manieren,

te weten, bij der daet oft bij woorden oft bij gescriften. Bij der daet wort injurie gedaen,

als iement gestooten oft geslagen wort, oft dat men binnen zijnen huyse coempt in

meyningen hem te injurie[ren] ende te verongelijcken. Ende generalijc soe wanneer men

iemende injurie ende vercortenisse doet aen zijnen goede oft aen zijn en persoen, met

meyninge van injurien, soe heet die injurie bij fayte gedaen te zijn ; ende niet alleen als

die injurie gedaen wort uwen persoen, mair oic als die gedaen wort in den persoenen

van uwer bruyt, van uwer huysvrouwen, van uwen kijnderen ende andere in uwer

macht wesende, totten lasten ende contumelien, ende wort oic alsoeveele lieden injurie

gedaen, want wort uwer huysfrouwe injurie gedaen, die wort oic gedaen u die huer man

sijt, ende hueren vader ende broeder ; ende al eest dat deen van hen ageert tot injurien,

dairmede en is niet afgenomen noch gedoot die injurie, die den anderen gedaen wort,

want wordde den zone injurie gedaen, die vader, die oudevader, die broeder, die neve,

elc soude mogen nae recht ageren van injurien. Ende dat kijndt dat in zijns vaders

plicht is, mach ageren van injurien, die hem gedaen wort, hetzij op hem selven, hetzij

bij procureur, mair een serf oft slave en mach niet ageren van injurien, mair zijn heere

oft meester, want hem die injurie schijnt gedaen te zijn.

Item, bij den woorden geschiet injurie als men iemende in zijnder presentien oft oic

in zijnder absencien ennige woorden van injurie geeft oft overseegt, zijnder eeren te nae

gaende, gelijc oft men iemende seyde "ghij sijt een dief ende valsch verradere", oft

dat men quaet oft oneerbairheyt van iemende seyde achter zijnen rugge. Ende niet

alleene die de injurie seegt, mair oic diegeene die die injurie procreert, ende verweckt

ander die te seggen, zijn gehouden van injurien.

(1) D. 47,10.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 57 199

Item, bij gescrifte wort injurie gedaen, als men over iement wat scrijft oft dicht,

dair hij in der eeren ende zijnder goeder famen inne vercort wort, uuyt archeyden ende

quaetheyt, hetzij dat die scrijvere dat doet in zijns selfs name oft in iements anders

name, tenwaire dat dinhout van den gescrifte wairachtich waire, want hij dan onge-

houden zijn soude te beteren van injurien, mitsdat wel betaempt dat men die misdaden

der lieden, die quaet zijn, ontdecken.

Item, injurie is geheeten tgeene dat men spreect tot iements contumelien ende

lachtere; oic heet injurie scade die men iemende aendoet, ende dairomme, eest dat e[e]n

richter met onrechte tegen iemende sentencieert, hij doet injurie ende is gehouden hem

dairaf te beteren.

Item, dengeenen die geinjurieert wille oft begeert te zijne, dije en wort geen injurie

gedaen, nochtans en wort dairmede niet afgenomen den vader, den man oft den heere

zijn actie van injurien over den injurieerder, want in deser misdaet van injurien groeyen

II actien : deen, die gegeven wordt den geinjurieerden, dander, die gegeven wort den

heere ; ende deen en wort bij der ander niet afgenomen.

Item, hij is oic gehouden van injurien, die mij doet te rechte betrecken sonder

gerechtige sake.

Item, die mij verbijet mijn beesten te weyden opte gemeynte oft vrunte der

gemeynten toebehoirende.

Item, diegeene die op mij raiden wille tegen die wairheyt dat ic diefte gedaen

hadde oft dijergelijcke stucken, die ic niet en hadde gedaen, ja dat meer is, hij soude

met capitaelder punicien met recht wordden gepunieert.

Item, die mij doet molesteren, heysschen oft moyen, voir schult, ende ic hem niet

sculdich en ben.

Item, die iement offendeert, al en kent hijs niet.

Item, die iet quaets oft sassems doet, al eest dat hijs niet en weet, tot wijens spijte

oft injurie dat hij dat doet, die sal bij den heere van injurie gepunieert wordden.

Item, die mij verbiet mijn goet te vercoopen.

Item, die zijn teeken oft zijnen name stelt op mijn huys oft op mijn goet, ten eynde

dat men meynen soude dat hem dat toebehoirde.

Item, een boode oft iement anders die in eens mans huys gaet, tegen zijnen danck,

is gehouden van injurien, want een huys is dat zekerste refugie dat men hebben mach.

Item, die onreyne clederen gebruyckt ter cleynheyt van eenen anderen, is gehouden

van injurien.

Item, ic appellere van der sentencien, ende die richter doet mij dairaf injurie, hij is

van injurien gehouden, ende wort genoteert van infamien.

Item, eest dat iement eenen anderen beworpt met drecke oft andersins tot zijnder

schaempten.

Item, eest dat die richter iemende ombehoirlijcken belast, oft onredelijcke geboden

ende bevelen geeft, die is oic gehouden van injurien.

200 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch suldij weten dat men ennige persoonen vijndt die injurie doen, ende die

nochtans dairaf ongehouden zijn te beteren, als een weeze onder zijn jairen van

verstande ende van discrecien zijnde.

Item, een uuytsin[n]ich mensche.

Item, een zeere kijntsch mensche wort geexcuseert.

Item, dronckenscap excuceert desgelijcx, ende meer andere saken, dair voir af

geruert is, int tcapittel van dootslage.

Item, die iet doet in boerden van genuechten, is ongehouden van injurien, tenwaire

dat die injurie zeer quaet ende hinderlijc waire.

Item, die iet doet uuyt saken van correxcien, die is ongehouden van injurien,

tenwaire dat hij exceerdeerde mate ende maniere van doene.

Item, hij wort geexcuseert, die ennige injurieuse sake doet ter eeren van den

gemeynen oirbair ende welvaert.

Item, hij is ongehouden van injurie, die justicie doet ende die exequeert.

Item, weezen, uuytsinnigen ende kijntsche menschen en mogen geen injurie doen,

mair zij mogense wel hebben, ende diese hen aandoet, sal dairaf wordden gepunieert.

Item, eest dat tkijnt wesende in de macht ende onder tgebodt zijns vaders, dwelc

in latijne geheeten wort filius familias, iemende injurieert, men mag ageren tegen den

vader civilijc; desgelijcx misdade de serf, men soude mogen civilijc ageren tegen zijnen

heere.

Item, noch suldij weeten dat die vader mach vergeven die injurie die zijnen kijnde

gedaen is, dair die injurie geschiet is bij enniger conjuncter oft bestaender personen.

Item, noch suldij weten dat den pelgrom rijdende bij den weege wel geoirloft is,

nae recht opten wech stille te houden ende te nemen gras oft cruyt voir zijn peerdt, oic

tegen den danck des heeren van den gronde, soeverre dijen grondt ongespleeten leegt

aen denselven wech.

Item, die iement injurie seegt buyten den gerichte, al eest dat hij bethoent dat wair

te zijn, nochtans is hij hem sculdich de injurie te beteren, mair seegt hij hem die injurie

in den gerichte bij manieren van accusacien, soe sal hij dairaf ongehouden zijn; ende

die redene is dese, want als hij hem dat seegt voir tgerichte, soe blijct dat hij dat niet

en seegt op injurie, mair ter wraken ende nutscapen van den gemeynen oirboir, mair als

hij hem dat seegt buyten den gerichte, soe en is dairinne niet anders te conjectureren

noch te vermoeyen, dan dat hij hem dat seyde om te beschamen ende te injurieren.

Item, die tot iemende seegt; "Ghij loecht, ghij en segt niet wair, oft ghij segt

loegentale", die is gehouden van injurien, tenwaire dat hij ierst totten selven hadde

geseegt dat hij onbetaemelijcx hadde gedaen.

Item, noch suldij weten dat voire die injurien verbael competeert alleen dese actie

dewelcke is pretoriael ende annael ; mair van de injurien van fortsen ende crachten,

ende die metter hant geschieden, competeert de actie legis Cornelie, ende die is eeuwich.

Item, noch suldij weeten, dat injurie is een maleficie; ende dat de actie van injurien

niet alleen verleent en wort dengeenen die de injurie doet, mair oic andere voir hem,

gelijc den vader voir tkijnt, den heere voir den knecht, den man voir zijn wijf, den

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 57 201

brudegom voir zijn bruyt, den abt voir zijnen monick ; ende, al vergheeft die een die

injurie, dandere mach nochtans ageren. Ende men mach van injurien civilijc ageren,

ende men sal staen opten eedt des geinjurieerden persoens, indijen hij zweeren wille dat

hij liever hadde aldus veele oft alsoe veele van de zijnen verloren, dan dat hij noch eens

sulcken injurie lijden soude, tertijt als hem die injurie aengedaen wairt, want die

estimacie sal gedaen wordden opten tijt ; ende zweert hij die grootte van der injurien, soe

en sal die richter dairnae niet condempneren in meer, mair in min oft cleynder quantiteyt

dan dair gezwooren was.

Item, eest dat veele lieden tsamen injurie doen, zij zijn alle tsamen van injurie

gehouden, ende der injurien is soeveele als dair injurierende personen zijn.

Item, die injurie solliciteert gedaen te wordden, die is gehouden van injurien, soe-

verre die injurie bij effecte gedaen wort, ende anders niet.

Item, men estimeert civilijc de injurie meerder oft minder bij redenen van den

persoone, want die injurie atrocex ende wreder is, die men doet den borgemeester, den

meyere, den bisscop, den richter ende dijergelijcke, oft die den vader van zijnen kijnde,

den heere van zijnen slave gedaen wort, dan oft die gedaen wordden van ennigen

vreemden oft oic van ennigen snooden persoen. Oic wort die injurie atrox, dat is te

seggen wreet, om der plaetzen wille dair die geschiet, gelijc oft zij gedaen wordde voir

tgerichte oft int openbair plaetze voir veele goede lieden ; ende zij wort noch wreeder

bij der daet, gelijckerwijs oft men iemende sloech opten mont, int aensicht ende opt

ooge, dan opte scouweren, meer dan opten rugge, oft elder dair men dat niet sien en

soude. Ende die injurie en heet niet alleen wreede injurie die den lichaeme gedaen wort,

mair oic die clederen gedaen wort, gelijckerwijs oft men die schoerde. Ende voire die

injurie die atrox is, mach men ageren civilijc ende criminelijc, ende nochtans oic

niettemin totter scaden.

Item, die actie van injurien duert een geheel jair, ende soe wije den anderen injurie

doet, altoes is de presumpcie van rechte tegen hem dat hij dat doet uuyt meyninge van

injurieren, want alle maleficie wort gepresumeert qualijc te zijn gedaen, dwelc alleen

faillieert in de personen die verwonnen zijn, dairop niet te presumeren en is dat zij de

injurie spreken in meyningen van injurie[re]n, ende tusschen man ende wijf die dair

gesellen zijn der godelijcker ende weerlijcker weth ende rechts.

Item, die actie van injurien smelt, eest dat de injurie gedaen wort met overdrage

ende voirwairden dat niet te clagen ; desgelijcx smelt dese actie, eest dat die

geinjurieerde eet ende drinct metten geenen die hem de injurie heeft gedaen.

Item, wairt dat iement zijn hant ophief om iement te slaen, ende niet en sloege, hij

is civilijc gehouden te beteren van injurien.

Item, wairt dat iement attempteerde ende besochte die suverheyt van eender maight

oft van eenen eerbairen wijve, mitsdat zij ginge gehabitueert ende gecleet oft zij een

hoere hadde geweest, ghij sult weten dat hij van injurien ongehouden sal zijn.

Item, wairt dat iement injurie dade den dooden lichaeme, hij soude dairmede

injurie doen den erfgenamen van den dooden.

202 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, sloege ic nae den eenen, ende eenen anderen geraicte, ic sal ongehouden zijn

van injurien.

Item, soe wije ageren wille van injurien, die sal in zijnder aanspraken ondersceyden

die quantiteyt ende grootte van den injurien, ende in wat plaetzen van den lichaem, ende

in welcke stede van den live dat gesciet is, ende en betaempt niet dat hij dat ignoreere,

ende hij sal alle de injurie tsamen in een libel ende zijn vermeeten thoenen ; ende

generalijc te spreken, soe dicke ende soe menichwerf als iement iet doet tegen den

anderen ende tot zijnder verschaemenissen, hetzij met daden, woorden oft brieven, in

meyninge van injurie[re]n, die is gehouden van injurien, want injurie is allet gheene

dat met onrechte gedaen wort.

Item, ende int cortte in der actien van injurien suldij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Wouter hem in sulcker steden ende plaetzen van zijnen live

heeft gestooten oft geslagen, oft dat hij van hem sulcke afdragende, scamelijcke ende

oneerlijcke woorden gesproken heeft, welcke injurie hij niet en soude willen lijden in

sulcker steden ende plaetzen om C ducaten, versuect dat Wouter dairinne wordde

gecondempneert in de steden van beternissen."

Item, hier mocht iement vragen, als men van injurien civilijc ageert voir dat

interest, oft dan die aenleggere in sijnen libelle sal estimeren ende grooten zijn injurie

oft dat bij zijn interest int confuijs heysschen sal, sonder dairaf ennige estimacie te doen,

latende dat bestaen ter taxacien ende moderacie van den richter. Dairop seggen ennige,

soe wanneer men ageert bij actien dalende uuyter misdaet geheeten ad legem Corneliam

de falsis, dair voire af gescreven is, soe en sal de aenleggere zijn injurie niet grooten,

mair die richter sal die estimeren ; mair als die actie daelt uuyt ennigen anderen

rechten oft constitucien pretoriael, gelijc in allen anderen stucken, soe estimeert die

aenlegger zijn injurie bij zijnen eede. Andere seggen dat daenlegger altijt estimeren sal

zekerlijc zijn interest, mair die rechter sal die estimacie van den aenlegger, indijen zij

ongemodereert, ongebreydelt oft excessijf is, moder[re]en ende taxeren, ende hem

defereren zijnen eedt totter getaxeerder estimacien toe ; ende alsoeverre hij binnen dijer

taxacien zweert, zoe condempneert hij voirts dairinne den verweerdere. Andere seggen dat

noch in den actien pretoriael noch in den actien civilen die aenleggere geen injurie en

estimeert, mair sal versuecken den verweerdere gecondempneert te wordden, in soe-

veele als den richter redelijc ende recht sal duncken. Ende nair der loopender

pratijcken houdt men meest die voirgaende opinie, dairtoe vuegende : "oft alsoeveele

die richter dairaf seggen, modereren ende taxeren sal", ende dit is weerdich onthouden

te wordden.

Item, die aenlegger in der estimacien van zijnder injurien is sculdich hem meer

te refereren ende te gedragen totter scaden, die hij liever hadde willen lijden dan totter

waesdomme die hij liever hadde gehadt te derven dan die injurie te hebben geleden,

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 57 203

want het zwairder is iet van den sijnen te verliesen, dan het is alleenlijc niet te wijnnen.

Andere seggen dat hij zijnen eedt sal bieden van zijnder estimacien der injurien, sonder

hem te refereren tot scaden oft waesdomme, ende hij sal zweeren van den voirledenen

tijde, want die estimacie is sculdich gerefereert te wordden totten tijde dat die injurie

gebuerde.

Item, ende oft die persoen die de injurie gedaen hadde niet solvent en waire, soe

mach die aenlegger heysschen aldus : "Dese man heeft mij sulcke injurie gedaen, die

ic niet en soude willen lijden, om dusveele, ende want het kenlijc ende openbair is dat

hij niet solvent en is, soe aenroepe ic u officier, versueckende dat ghijen in den lijve

punieert". Mair die richter pleegt gemeynlijc in dijen zijn officie te werck te stellen in

der execucien ende niet in der condempnacien, want die gecondempneerde,

niet solvent zijnde, mochte die estimacie voldoen bij iemende anders die hem gelt

gave oft leende.

Item, noch suldij weten dat actie van injurie spruyt uuyt II extremen ende

eynden, te weten, uuyten quaden wille ende affectien des persoens die de injurie doet,

ende uuyter contradictien ende wederstande in den wille van den geinjurieerden, want

dengeenen dijen de injurie geneme is ende niet tonwillen, dijen en wort geen injurie

noch arch gedaen. Ende als die aenlegger versuect dat die injur[i]ose woorden oft daden

gepunieert wordden bij enniger speciaelder actien dalende uuyt enniger speciaelder

maleficien, daironder dat tfayt van der injurien valt, soe suldij weten, is dat fayt sulc

dat mens niet en can gerestitueren, soe sal die injurie gepunieert wordden, niettegen-

staende dat zij uuyt hetten van gramscappen waire geseyt ; ende is dat fayt van injurien

sulc dat men dat mach restitueren ende dan terstont die restitucie geschiet zijnde, soe en

sal hij niet gepunieert wordden metter punicien spruytende oft dalende uuyt dijen

specialen maleficien, tenwaire dat hij dairinne hadde gepersevereert. Eest oic zoo dat

hij versuect die injurie te wordden gepunieert bij der generaelder actien van injurien,

soe sal die injurie altijt gepunieert wordden, weder hij dairinne persevereert oft niet,

mair bij versceyden manieren, want en persevereert hij niet, soe is die injurie te minder

dan oft hij persevereerde. Exempel van desen : iement uuyt heeter gramscappen geeft

mij injurioese woorden, hij en blijft noch en persevereert dair niet bij, mair wederspreekt

ende wederroept dieselve woorden, nyet heymelijc mair openbair ende terstont nae dat

hijse gesproken hadde, het schijnt dat hij dairmede der injurien genoech gedaen heeft,

ende dat hij met veele lichter ende cleynder punicien gestaen sal dan oft hij dairbij

bleven waire. Ennige setten een ander distinctie, ende seggen aldus : tgheen dat uuyt

hetten ende gramscappen geseet oft gedaen wort, mach bijwijlen gerevoceert ende

wederroepen wordden sonder hinder oft determent van de geinjurieerden, gelijc is

repudium, gesonden den man bij zijnen wijve ; ende dat en wort nae den berouwe ende

wederroepinge niet gepunieert. Ende bijwijlen en can men niet gerevoceren sonder

204 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

prejudicie oft hinder van den geinjurieerden, gelijc soude zijn scande oft scaamte

iemende aengedaen, ende dat wort altijt gepunieert, niettegenstaende den berouwe oft

wederroepene van de misdadigen.

Item, ghij sult weten dat het niet altoos noot en is noch en behoeft dat een

aenlegger, in zijnder aenspraken deser actien, segge dat die verweerder die injurie

geseyt oft gedaen heeft uuyt quader meyninge van te willen injurie[re]n, want als die

woorde oft dat werck die hem selven injurieux zijn, gedaen oft gesproken wordden op

eenen persoen die de presumptie van injurien doet cesseren, alsoft men seyde dat de

schoolmeester zijnen discipel hadde geslagen, soe sal die aenlegger altijt bijleggen in

zijn libel dat de verweerde[r] dat seyde oft dede, uuyt meyningen ende met hertten

ende gedachten van injurie[re]n. Ende als die persoen, dairtegen die injurie gealligeert

wort, niet en doet cesseren die presumpcien der injurien, dan en eest van geenen noode

int libel dairaf iet bij te setten, mair is genoch dat men allegeert tgeene dair die

conclusie uuyt volgen mach. Mair als die woorden oft dat werc sulc zijn, dat zij

indifferent zijn tot beiden, soe moet [m]en seggen ende bijsetten int libel dat die verweerder

dat geseyt oft gedaen heeft in meyninge om hem te injurie[re]n ; ende en is den aenlegger

van geenen noode te seggen in zijn libel dat hem die verweerdere dese injurie geseyt

oft gedaen heeft tegen zijnen danck ende consente, want hij wort gepresumeert dat

tegen zijnen danck geleden te hebben bij presumpcien van rechte.

Item, soe wije die injurie laet voirbijlijden, dat hij terstont, als hem die gedaen is,

niet en revoceert oft en trect tot zijnen lachter ter hertten, ghij sult weten dat hij dairnae,

uuyt berouwe, die vergeven injurie niet en sal mogen recoleren.

Item, hier mocht iement vragen oft bij eenen verweerdere een vuyle ende

scandelijcke excepcie wordde geopponeert tegen den aenlegger ende niet geproeft, oft

die opponent soude mogen geconvenieert wordden van injurien. Ennige argueren neen,

want execucie van rechte en heeft geen injurie ; desgelijcx, noch dat verweeren in

rechte ; oic en meynt hij principalijc niet anders te doen dan hem te verweeren ende

nyemende te hijnderen; ende om hem selven te voirderen ende den anderen niet te

hijnderen, en can hij niet gestraft wordden. Anderen argueren ja, want hij wordt

gehouden van injurien, die eenen anderen injurieert buyten den gerichte, te meer dan

is hij dairinne gehouden, die dat doet in tegenwoirdicheyt van den gerichte.

Item, die eenen borge voir tgerichte weygert tontfangen, is hij rijck genoch, die is

gehouden hem te beeteren van injurien, van gelijcken mach men hieraf seggen ende

argueren. Om hierop solucie te geven, soe suldij seggen aldus : oft dese excepcie wort

geopponeert in meyningen van hijnder te doen ende van diffamacien, ende dan is hij

gehouden van injurien, oft en is niet gedaen om hijnder oft diffamacien te doen, ende

dan en is hij niet dairaf gehouden, oft men twijfelt van zijnder meyningen, ende hij en

heeft die injurie niet geproeft, ende soe wort tegen hem [ge]presumeert van calaengien

ende sal van injurien wordden gepunieert.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 58 205

LVIIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN VAN SCADEN DIE DEEN MENSCHE

DEN ANDEREN AENDOET,

GEHEETEN IN LATTJNE ACTIO LEGIS AQUILIE DE DAMPNO DATO

Item, die IIIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien ende delicte privaet

is geheeten in latijne actio legis Aquilie de dampno dato. Dat is die actie die gefundeert

wort in een loye oft rechte, dat een tribuyn, dats capiteyn oft hootman van Roomen,

geheeten Aquilius, maicte opte scaden die deen persoen den anderen aandoet.

Item, hier suldij weten dat aleer ghij ageren moigt tot reparacien oft beternissen

van scaden, dat dair schult ende misdaet moet zijn, oft anders en soude men niet mogen

ageren, ende bij desen eest dat een onbejairt kijndt ende een uuytsinnich mensche oft

die geen discrecie en hebben, ongehouden zijn van ennige scaden op te rechten.

Item, die impubes is, blijft ongehouden, hij en waire zeere verstandel van doli capax,

dat is, dat hij wiste tgoet van den quade te ondersceyden ; desgelijcx is hij ongehouden

die tot zijnder bescuddingen, hem selven verweerende, iet doet, zoeverre hij dat terstont

sonder letten doet.

Item, noch suldij weten dat die scade wort bijwijlen gedaen van den mensche ende

bijwijlen van eender beesten vier voeten hebbende ; ende als die scade gedaen wort van

eenen mensche die vrij is, soe ageert men totter scaden bij deser actien legis Aquilie ;

ende als die scade gedaen wort bij eenen mensche die slave is, soe ageert men bij

eenre actien die geheeten is actio noxalis ; mair als die scade gedaen wort bij eenre

beesten, soe ageert men bij der actien geheeten de pauperie.

Item, ghij sult weten dat die scade mach van den mensche gedaen wordden in veele

manieren, te weeten, eest dat u serf oft slave mij scade doet, ic sal mogen ageren tegen

u bij der actien noxael ten eynde dat ghij mij mijn scade opricht, oft dat ghij mij den

slave geeft voir die scade, dwelc wairachtich is soeverre die meester niet en wiste van

der misdaet van den slave, mair wiste hij dat, ende dat niet en verboodt, wesende

nochtans wel in zijnder macht, hij sal gehouden zijn die scade op te richten, ende en

sal niet gestaen metten overleveren van zijnen slave voir die voirscreven misdaet ; ende

behoirt die serf veele lieden toe, soe wort actie gegeven tegen elcken van hen besundere ;

wort oick die scade gedaen in een goet dat gemeyn is, oft dat veele lieden toebehoirt,

soe mach men heysschen dat hij die scade elcken beetere, oft dat hij den slave hen allen

int gemeyn geve voir die scade ; ende dese actie en wort niet alleen gegeven tegen den

meester die besitter ende possesdeerder [!] is van den serf, mair oic tegen dengeenen die,

mits liste, fraude ende bedrooge, die possessie gelaten heeft.

Item, bijwijlen wort die scade gedaen in den persoen van eenen vrijen man die

geen slave en is, te weeten, als een geslagen oft gequetst wort, soe mach hij civilijc

ageren totter reparacien ende oprichtingen van den meestergelde ende van der cueren,

206 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

gelijc boven geseyt is inder actien van injurien(1). Oic mach hij ageren bij deser actien van

aquilien, nochtans nyet wel rechtuuyt mair indirecte, want een vrij lichaem en ontfanckt

noch en heeft geen estimacie, mair die scade mach hij heysschen voir zijn verlet van

zijnder neeringe oft comanscappen die hij heeft moeten derven, mitsdat hij onnut ende

onbequaem tot zijnder neeringen wordden is ; ende die afgenomen neeringe sal

geestimeert wordden tot sulcken tijde toe, dat men soude gelijckelijck mogen vermoeden

dat hij soude mogen leven, hebbende de oege ende consideracie op zijn outheyt. Ende

eest een slave die dair gequetst is, diegeene die dat gedaen heeft, is dairaf gehouden

van soeveele als hij den slave gecrenct heeft, ende een vrij persoen mach ageren tot

injurien.

Item, noch mach scade wordden gedaen in de persoen in der manieren, te weten,

eest dat veele lieden iemende quetsten, dat hij te bedde leegt, ende zijn werc niet

gedaen en can, alle dese lieden selen gehouden zijn hem zijn scade te vergelden, die hij

lijden ende hebben sal van der quetsueren, ende oic die estimacie van zijnen verletten

ambachte op te rechten.

Item, eest dat iement eenen put oft cuyl graefft in een gemeyn plaetze ende dat een

mensche oft beeste dairinne valt ende hem quetst ende wee doet, hij sal gehouden zijn

te beteren die scade ende oic tverlet, mair hadde hij dijen put oft cuyl gemaict in een

plaetze privaet ende niet gemeyn, ende dair men sulck putten pleech te maken, soe sal

hij ongehouden zijn.

Item, heeft uwe beeste mijn cooren oft grass geheeten ende afgeweydt oft andersins

scade gedaen in mijnen wijngaert oft in mijnen acker, ick sal mogen ageren tot

verachtingen van der mijnder scaden ende totter estimacien derselve, die ghij mij sult

moeten opleggen ende geven, oft geven mij die beeste voir de scade ; ende het is wel

geoirloft in rechte [dat men] de beesten die in iements scade comen zijn, mach aenveerden

ende houden tot dat mense den heere gelevert heeft oft datse in de bocht oft vrunte

gestoudt zijn, mair het en is niement geoirlooft die beeste selve te behouden.

Item, eest dat ghij tvier gesteeken hebt in u peden opt velt oft in u stroo, oft andere

breemen, ende mij scade dairaf coempt, ic sal mogen ageren tot oprechtingen mijnder

scaden, eest dat die scade gevalt bij uwer negligencien ende sculden, gelijckerwijs alsoft

ghij dat gedaen hadt in wijndachtigen weeder ; mair is die schade gebuert sonder uwer

schult, gelijckerwijs oft dat gebuert waire mits onversienigen tempeste oft wijnde, soe

suldij ongehouden zijn.

Item, eest dat iement een huys aensteeckt, ende ic dair scade af hebbe, heeft hij dat

huys willens aengesteeken, hij is mij sculdich mijn scade op te richten viervuldich, doet

hijt ontweetens, tweevuldich, alsoeverre als dair list ende archeyt ondermengt ende

innelach.

Item, eest dat ghij mij scade aendoet in meyningen dat niet scadelijc noch hinderlijc

en soude zijn, ghij sult ongehouden zijn van der scaden.

(1) Zie blz. 198.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT, DL. I, CAP. 58 207

Item, eest dat mij iement heeft gejaight, soedat ick in der vlucht iemende overloope

oft hijnder doe, hij sal in de scade gehouden zijn.

Item, die hem zwairder laeyt dan hij gedragen can, ende hij daarmede iemende scade

doet, hij sal die oprichten.

Item, heeft mij een medecijn oft cirurgijn onwijsselijc ende qualijc gemeestert oft

genesen, oft zijn meesterije niet voldaan en heeft, ende ic dairbij hijnder oft scade lijde,

hij is mij gehouden van de scaden.

Item, die mij mijn cleerderen scoert oft rijdt oft vuyl maict uuyt archeyden, die is

mij sculdich mijn scade op te richten.

Item, die mij scade doet al slapende, te weten, dat hij zijn vyer nyet en verwaert,

ende dat zijn keerse oft vyer mijn goet verbernt, hij en sal niet zijn geexcuseert, want

die misdaet geheeten culpa precedeert ende voirgaet de sake ende den gevalle oft

ongevalle ende ongelucke.

Item, hebdij eenen oeven bij mijnen huyse, ende mij dair scade uuyt geschiet, ghij

sijt mij sculdich mijn scade op te richten ; ende wil ic mij verwairt ende besorght hebben

van scaden die mij dairaf naemaels comen mochte, ghij sult mij dairaf zekere ende

caucie moeten setten.

Item, eest dat ghij mij[n] gevoggelte oft mijn bijen voirsluyt ende vangt, oft dat ghij

mij mijnen wijn oft mijn cooren valschet ende argert met anderen dranck oft goede,

ghij sijt gehouden van der scaden.

Item, die een meerije die vuelen dragende is, slaet soedat zij huer vuele geworpt,

oft die een scip doerboert datter scade af coempt, oft die iements coren, druyven,

vruchten, bosschen oft olijven snijt oft afdoet, eer die rijp zijn, die is gehouden totter

scaden.

Item, een huerlinc oft meester van eenen wercke die mij bij sijnder impericien oft

onachtsaemheyden scade doet, het waire dat hij doeren oft vensteren oft yet anders

brake, hij waire gehouden van der scaden.

Item, die mij mijnen wijn uuytgiet oft afdrinckt, oft mijn cooren ende vruchten eet,

die is gehouden totter scaden te richten.

Item, eest dat ghij rijdt oft loopt met eenen peerde, mij scade doet ende ghij nyet

en roept : "huet u, huet u", ghij sijt gehouden van der scaden.

Item, soe wije mij met rooke die hij maken mach, mij scade doet in mijnen dingen

oft goede, die is van scaden gehouden, ende oic van injurien.

Item, die ennige boomentruncken staende aen de oepen strate, ende tacken laet

vallen sonder te roepen : "huet u, huet u", desgelijcx een decker op een huys, eest

dat zij iemende quetsen, zij zijn gehouden van der misdaet ende oic van der scaden.

Item, eest dat ghij met uwen wagene ende peerden mijnen wijn ende mijn beesten

ende goet quetst, ghij sijt gehouden ter oprichtingen mijnder scaden.

Item, dair veele lieden loopen op ende ondereen, hetzij op een messie oft elder, ende

arbeyden om malcanderen wee te doen oft scade aen te doen, deen is den anderen

sculdich zijn scade te richten. Ende alle dese dingen voirscreven grijpen stadt, tenwaire

dat iement die scade dede om te vlieden perikel ende meerderen last ende scade.

208 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, ende ghij sult weten dat generalijc in allen stucken, dair iement den anderen

in zijnen dingen ende goede scade doet, dair is hij sculdich de scade te richten, hetzije

dat die scade geschiede uuyt archeiden oft uuyt scout die licht is, oft uuyt scult die zeer

licht is ; dwelc nochtans schuylt in twee manieren, te weten, in den kijnde wesende

onder de macht zijns vaders, ende in den slave wesende onder die macht van zijnen

heere, die in lichten sculden sculdich zijn te obedieren. Ende is te verstaen, soe wair

dat iement scade, wort aangedaen, hetzij bij injurien oft bij impericien oft bij negligencien,

hetzij dat iement die scade dede bij hem selven oft bij iemende, die dat bevale oft hulpe

dairtoe dede, zij selen beyde dairaf gehouden zijn.

Item, tegen dengeenen, die de scade bekent, wort geageert tot simpelder oprechtinge,

ende tegen dengeenen die die loeghent, tot dobbelder restitucien ; ende dairinne comen

alle die scaden, die om der ierster scaden wille toegecomen zijn, ende alle inwendige

nutscap, ende dairaf sal die estimacie geschieden nae de gemeyn opinie, ende niet nae

ennige singuliere affectie ; mair ghij sult weten dat men niet en mach tsamen ageren

criminelijc ende civilijc.

Item, hetzij geboden dat niement des saterdaigs avonts vuylisse voir zijn doere en

sal laten liggen opte verbuerte van X sc., het gebuert dat ic mijn vuylisse wechgedaen

hebbe, ende die strate doen keeren, dair coempt een uuyter gebuerten, ende brengt

andere vuylisse voir mijn huys, soedat ic dairaf wordde gecondempneert in de X sc.,

ghij sult weten dat ic sal ageren op mijnen gebuere tot dobbelder restitucien, want hij

oirsake is van der schade.

Item, hier mocht iement vragen oft veele lieden die scade daden ende deen van hen

dairaf voldede, oft dander nyet gelost en soude zijn. Antwoirde hierop, eest dat hij die

scade heyscht als pene, soe en sal mits den voldoen van den eenen die ander niet

gelost zijn, want in der penen elc die misdaet bijsundere beteren moet, mair eest dat hij

die scade heischt bij manieren van intereste, soe selen dander dairmede gelost zijn.

Item, een possesseur ende besittere ter goeder trouwen mach ageren totter scaden

die hem gedaen is int tgoet dat hij besadt.

Item, eest dat ic u beeste vijnde in mijn goet oft cooren opt velt ende in mijn scade,

ic sal nae recht die mogen vangen, ende bringen die tot uwen huyse, ende denuncieren u,

wair icxe[!] vonden hebbe in mijn scade, ende begheeren mijn scade vergouden te hebben,

mair ic en mach u beesten niet slaen oft offenderen sonder verbuerte ; niettemin na den

costumen van desen lande, soe is men sculdich die beeste te leveren den preeter oft

vorster in sijnen bocht.

Item, men mocht vragen oft uwe heerdderen uwe beesten dreven in mijn weye oft

cooren sonder uwen weeten ende consente, ende zij mij scade daden, oft ghij niet en

soudt sculdich zijn die scade mij op te richten. Ennige seggen neen, want die pene volgt

hueren facteurs ende voirstelders ; andere zeggen ja, want uwe beesten hebben die scade

gedaen, ende tijs u te wijten dat ghij quade herdders ende wachters geset ende genomen

hebt, ende sijt dairomme in de schout de scade te moeten beteren, als gegeven hebbende

sake totter scaden, ende hebdij quade wachters gestelt, dat moigdij u selven wijten.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 59 209

Item, is u beeste verlooren ende zij coempt in mijnen camp, ende doet mij scade,

ennige meynen dat ghij van der scaden ongehouden zijt, mits der ignorancien. Andere

meynen dat ghij dairinne gehouden sult zijn, want elckermale sculdich is zijn beesten

soe te doen hueden dat zij niemende scade en doen, ende want ghij dat niet gedaen en

hebt, soe sal u uwe impericie hijnderlijc zijn ; mair eest dat ghij die verlooren beeste te

velde wairt seyndet metten gemeynen herdder ende metten gemeynen beesten, ende

met sulcker hueden als andere luden dade, soe suldij dairaf ongehouden zijn.

Item, eest dat uwe wijnne oft pachtenaire oft andere arbeyderen mij scade doet in

mijn vruchten, hij sal dat beeteren, ende ghij moigt voire hem dat betalen ende dat

voirt op hem verhalen, mair heeft hij die scade gedaen tot uwen bevele, soe suldijt voir

hem betalen.

Item, bij deser actien geheeten, actio legis Aquilie de dampno, suldij formeren

u libel aldus:

"Andries seegt dat Peter sijnen slave geslagen heeft, oft zijnt[!] peerdt dootgeslagen

heeft, oft zijn huys verbernt heeft, versuect van hem zijn scade te hebben opgericht, die

hij estimeert ende prijst aldus veele gedragende."

Item, ghij sult weten dat bij deser actien die scade, die u bij ennigen persoen gedaen

is geweest in uwen serf oft in u beesten die gedoot zijn, in der condempnacien behoiren

gegroot ende geestimeert te wordden, soeveele als zij weert wairen int leste voirgaende

jair, mair van den scaden die u gedaen wort, int schueren van cleerderen[!], int quetsen

van uwen tammen beesten, int dootslaen van uwen wilden beesten, int breeken van

uwen potten ende huysraide, ende dijergelijcke, dair behoirt die scade geestimeert te

wordden in der condempnacien van dengeenen die de scade gegeven heeft, op soeveele

als dat dinck weert was binnen den lesten voirgaende XXX daigen.

LIXe CAPITTELE

VAN DEN ACTIEN NOXAEL, GEHEETEN IN LATIJNE ACTIO

DE PAUPERIE, ENDE IS VAN SCADEN DIE

EEN VIERVOETE BEESTE, NIET WILT MAIR TAM ZIJNDE,

IEMENDE AENDOET, AL WAIRT OIC EEN DYER MET II VOETEN

Item, die IIIIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien ende delicte privaet

is geheeten in latijne actio legis in factum de pauperie, id est, de dampno dato a

quadrupede, dat is te seggen actie van scaden die faytelijc gedaen is (a), van eenen

viervoeten dyer. Ende dese actie competeert elckermale, die van der scaden interesten

heeft, ende van alle der scaden die die beesten oft dat dyer gedaen heeft, alsoeverre als

dat geen wilt ma[i]r tam dyer is, al en hadde dat oic mair II voeten. Ende wille die

a. In de marge : Noxa delictum delinquens noxa vocatur.

210 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

meester van den dyere gecondempneert zijnde, dat dyer laten voir die scade, dengeenen

die de scade geleden heeft, hij sal dairmede gelost ende gevrijdt blijven.

Item, dese actie competeert den erfgenamen van dengeenen die de scade heeft,

tegen den erfgenamen van dengeenen dijen die beesten, die de scade gedaen heeft,

toebehoirt, ende ghij sult weten dat de heere oft meester des dyers die scade doende,

meester dairaf zijnde ter tijt als die scade gebuerde, die is gehouden van der scaden,

ende geen ander, al mocht die oic meester dairaf zijn oft hebben geweest ; ende sterft

dat dijer dat die scade gedaen heeft voir die litiscontestacie, soe en mach men niet

ageren van der scaden, mair stervet, nae de litiscontestacie, dat en belet die actie nyet.

Item, dese actie wort gegeven als ennich saechtmoedich oft tam dijer, gelijc een

peerdt, een os, een koe, een hont, een muyl, een ezel ende van deser gelijcke dyeren

ennige overdaet doet tegen de condicie van hueren wesene ende natueren, alsoft een

peerdt beete oft sloege van selfs, een osse sticte metten hoornen oic van selfs, oft een

[hont] beete u beesten oft u peerdt, oft dijergelijcke; ende dan mach diegeene die de scade

geleden heeft, ageren bij deser actien tot beternissen van de scaden, oft men mach hem

die beeste die misdaen heeft, laten voire die scade. Mair dair die overdadige beeste die

daet gedaen heeft niet bij huers selfs beruerte ende natueren, mair bij sculden ende

toedoen van den mensche, soe en mocht men niet ageren bij deser actien, mair bij der

actien van injurien tegen den persoen bij wijens sculden den hijnder ende scaden u

toecomen is.

Item, eest dat een hont geleydt wort van iemende ende hij dyen hont nyet gehouden

en can, mair ontbrect hem ende gaet loopen ende doet eenen anderen scade aen zijn

beesten oft anderssins, diegeene dijen niet wel gehouden en heeft, sal in der scaden

gehouden zijn, ende nyet de heere.

Item, eest dat een peerdt met stocken geslagen wort oft met spooren gesteeken

ende het recalcitreert, oft dat een os geslagen wort ende wort loopende, ende doet alsoe

scade, diegeene die die slage gegeven hebben, zijn in de scade gehouden.

Item, eest dat uwen os oft peerdt dat mijne bijt, stoot oft smijt, ende dat dairmede

mijn dijer iemende scade oft hijnder doet, ghij sijt dairinne gehouden, ende niet icke ;

ende eest dat u beeste der mijnder oploop doet, ende dat alsoe u beeste gequetst wort

oft gedoot, ghij sult weten dat ick dairaf ongehouden sal zijn, want die scult was uwer

beesten die den oploop der mijnder dede. Ende, wairt soe dat men niet en wiste wijens

beeste den oploop hadde gedaen, geen van beyden en souden den anderen beteren,

want gelijcke misdaden wordden onderlinge evengelijc afgenomen. Mair heeft u beeste

mijn beeste overvallen ende verwect tot gramscappen ende felheyden, ende dat bij dijen

mijn beeste anderen scade gedaen heeft, soe sal men ageren tegen u als hebbende die

beeste die de sake van der scaden gegeven heeft.

Item, eest dat u beeste mijn cooren oft grass, oft uwe catte mijn vleesch gheeten

heeft, oft u vercken mijn semelen ende meel uuyt hem selven sonder iements toedoen,

doende ende gedaen hebbende, indijen niet tegen de condicie zijnder natueren, mair nae

den weesen sijnder natueren, soe suldij weten dat dese actie in dijen geen plaetze

en heeft.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 59 211

Item, eest dat u peerdt, muyl oft ander dijer smijt, bijt oft slaet uuyt, ende breect

iemende eenen arm oft een been, ghij sult weten, eest dat die beeste dat doet uuyt

beruerten ende stooringen hem van iemende gedaen, die dat smijt ende beruert heeft

tot wreedheiden tegen die condicie zijnder natueren, die sal dairinne gehouden zijn,

ende sal dat beteren oft die beeste geven voir die scade. Ende in der restitucien van deser

scaden coempt de estimacie van den costen gedaen int meesteren ende cureren van den

wonden ende van den verlette zijns wercx, indijen die gequetste een ambachtsman was.

Item, eest dat iement[s] zijmme, wolf oft hont iemende scade doet, soe grijpt stadt

tgeen dat voirscreven is, nae den onderscheiden boven verclairt. Ende bij deser actien

suldij formen u libel aldus :

"Andries seegt dat Peters muyl geslagen heeft zijnen ezel staende in zijnen stal,

dat hij dairaf gestorven is, bij denwelcken hij van hem beschadicht is, in de somme

van X croonen, versuect dat hem die wordden gerestitueert van den voirscreven Peteren

als heere van den voirscreven muylen."

Item, hier suldij weten dat die rechten verbieden dat niement en houde, sonder in

banden gebonden, beer, wilt vercken, leuwe, verre, zijmme, wolf ende dijergelijcke

beesten, die niet gewoenlijc en is te zijn in gemeynsaemheyden onder die lieden noch

domestijc, tenwairen groote heeren, oft die heeren van den plaetzen,groote heerlijcheyden,

hove ende sloote hebbende, ende dijen dat toebehoirt bij redenen heurder digniteyt,

welcke heere[n] nochtans die houden selen in stercke giolen, cagien oft banden, mueren

oft plaetzen, dair zij niemende quaet en mogen doen, ende dat zijn zij sculdich alsoe te

besorgen. Ende oft gebuerde dat dairenboven iement genaicte der voirscreven beesten,

het waire dairmede spelende oft anderssins, ende dat hij van derselver wordde gequetst,

ghij sult weten dat nae recht, die gequetste niet en [can] geheysschen den heere van der

beesten, noch oic der beesten, want die heere heeft zijn debvoir gedaen, indijen dat hij

die beeste wel heeft doen bijnden, ende die beeste heeft huer natuere gedaen ; ende

dairomme een wijs mensche sal hem wachten met sulcken beesten te speelen. Ende oft

die beeste bij aventueren die giole oft hueren bant brake sonder scult (a) des heeren, oft

zijns huysgesins, ende ontbonden zijnde, iemende quetste, ghij sult weten dat die heere

van der beesten sal dairaf ongehouden ende ongelast blijven, want alsoe schiere als die

beeste is uuyter helden ende sloote oft bande, soe is zij wederomme gekeert tot huerder

natueren ende natuerlijcker vrijheyt, ende en is, proprelijc te spreken, nyements eygen,

ende dairomme salse elckermate vlieden opdat hij niet gequetst en wordde ; mair

ontbonde oft liete hij die, met opsette ende willens ende wetens, loopen uuyter muyten

oft banden onder tvolck, het waire een ander dinck, want hij in dijen gevalle, van der

scaden gehouden soude zijn.

Item, oft gebuerde dat yement hadde weedere, verckene, verren, ossen, koeyen,

peerden, ezelen, muylen oft dijergeiijeke beesten die geordineert zijn te wesen domestijc

onder die lieden, ende die gehouden wordden voir die sustentacie van den mensche, soe

fel ende soe quaet wairen, dat zij mits heur deurweldiger natueren ende vutsel overdadich

a. scult, in hs. : oft scult.

212 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

ende wederspennich wordden boven maten, ende alsoe iemende quetsten oft weede

deeden, oft oic indijen dat wairen grote beesten die gewoenlijc wairen te bijten oft te

smijten, ende die heere dijen die toebehoirde, dat niet en remedieerde, noch neersticheyt

en dede sulcke quade ende overdadige beesten te doen wachten ende hueden met

gesetter hueden, oft anderssins bijnden ende sluyten, dat zij geen quaet gedoen en

consten, ghij sult weten, eest dat zij ennige scade doen met sulcker overdaet, dat die

heere wijens die beesten zijn, gehouden sal zijn te beteren die scade bij der beesten

gedaen, alsoeverre als hij die beeste aen hem droege ende aenveerde ; ende wairt dat

hij hem dijer afdroege ende desadvoueerde, den meesten deel van den costumiers seggen

ende houden dat die beeste soude comen in handen van den heere, die dairaf voire ende

alvoire soude der gequetster partijen beteren, ende dat overschot soude hij behouden

als geconfisqueert ende verbuert.

Item, wairt oic soe dat die meester van der voirscreven overdadiger beesten te-

voiren bij justicien oft van tsheeren wegen gesommeert ende vermaent waire geweest

dat hij die beeste soe verwairde dat zij den goede lieden ende gebueren geen quaet en

daden, gemerct dat zij plagen te smijten ende te bijten, oft dat hij hem dijer quijt

maicte, ghij sult weten, dade die beeste dairnae iement hijnder oft scade, die meester

van der beesten en soude hem niet connen geexcuseren, hij en soude gehouden zijn in

de scaden, costen ende interest van der gequetster partijen ter discrecien van den richter.

Item, ende gebuerdet dat een beeste die niet gewoen en waire te bijten, te smijten

noch te stooten, quame bij een ander beeste, die oic niet gewoen en waire te bijten noch

te smijten, ende die beeste dair dander bij quame, dierste dootbeete oft dootsloege, ghij

sult weeten dat de meester van der beesten dair dierste bij quam, ongehouden sal zijn

van der scaden, mitsdat alsoewel twijst ende gevecht mach zijn tusschen die beesten

als tusschen die menschen. Mair wairt dat die beesten sonder oicsuyn oft ennige sake

iement scade gedaen hadde, soe soude die meester van der beesten in de scade

gehouden zijn, indijen hij hem dijer aendroege; ende anderssins evenverre hij hem dijer

niet aen en droegh, soe soude die beeste bij ordinancien van justicien vercocht wordden

ten hooghsten, ende dairaf soude voiral die gequetste partije wordden gereintegreert,

ende die overbate soude toebehoiren der confiscacien van justicien pro noxa. Ende

tselve is oic te verstaene van dengeenen die een beeste agresseerde, tergde oft te

excessivelijc verlaste, soedat zij bij dijen quaet dade, soe sal die meester van der

beesten oic ongehouden blijven, want die mensche dair redene in is, es sculdich die

beeste met redenen te regeren, ende het is den persoen die de beeste verlast oft tergt

meer te wijten dat zij quaet doet dan der beesten, want beesten doen als beesten, dair

noch regule noch redene in en is.

Item, wairt dat ic eenen cuyl oft put groeve bij den gemeynen weege om savel oft

leem te hebben ende mijns gebueren beesten dairinne doot viele, ghij sult weten dat ic

sculdich sal zijn hem op te richten die weerde van der beesten, des sal mij die doode

oft crepel beeste blijven, betalende die weerde ten prijse van doen sij leefde ; ende

desgelijcx is te verstaen in anderen gelijcken saken.

213

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I,CAP. 60

Item, int boeck van Exodo in der Biblen (1) staet gescreven, eest dat een beeste

smijt oft bijt eenen mensche, dat hij dairaf sterve, die beeste sal vernielt wordden, soe

dat niement van hueren vleesche eeten en sal, ende die meester van der beesten sal

dairmede quijt zijn, tenwaire dat die beeste gewoenlijc waire te smijten ende te bijten ;

ende oft zij gewoenlijc waire te smijten ende te bijten, soe sal men bevelen ende

gebieden den meester van der beesten dat hijse soe verwairt ende geslooten oft

gekenneft houde, dat zij geen quaet en doe ; ende dade zij dairnae quaet, soe sal zij

wordden gecondempneert in exilie, ende die meester die die beeste na der voirscreven

manissen niet en heeft doen verwairen, sal oic gecondempneert wordden euwelijc in

exilie, mair dair is soeveele onderscheyts in, dat zijn lijf staet tsheeren wille. Ende wairt

dat een beeste doode eenen serf oft slave iement anders toebehoirende, die heere van

der beesten sal sculdich zijn te geven den heere van den serf XXX silveren penningen,

ende die beeste sal vernielt wordden ; ende dese beternisse is alsoe geordineert, overmits-

dijen dat van Cham, die zoone was van Noe, quamen XXX generacien, welcke Cham

van de voirscreven zijnen vader vermaledijt waert.

Item, noch suldij weten dat de actie noxael spruyt uuyter misdaet van den serf oft

slave ; ende voir die misdaet mach men bij deser actien noxael aenspreken den heere

van de slave. Alsoeverre als die misdaet bij den slave gedaen is sonder weete van den

heere, soe sal die heere metter leveringen ende overgevingen van den serf voir die

misdaet gestaan ende vrij zijn; mair hadde die heere van der misdaet geweeten ende

dat hij dairaf in schulden waire, soe en soude hij metter leveringen van den serf oft van

der beesten niet gestaen, alsoeverre als die heysscher dat versochte in zijnen heysch,

mair soude selve die scade moeten oprichten. Ende ghij sult weeten dat die heere niet

en is gehouden van allen misdaden van zijnen serf, mair alleen van de misdaden die

niet capitael en sijn, want van den misdaden capitael soude men den slave selve hebben

aen te spreken ende zijn heere soude dairaf ongehouden wesen.

LXe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN, GEHEETEN IN LATIJNE CRIMEN EXPILATE

HEREDITATIS, DAT IS, VAN DER AFNEMINGE DER

ERFFLIJCHEYT

Item, die Ve maniere van actien spruytende uuyt maleficien ende delicten privaet

is geheeten in latijne crimen expilate hereditatis, dat is te seggen de misdaet dair

iement ennige erfflijcheyt neempt oft nae hem treeckt. Ende dese actie is gevonden in

de stede, dair die actie van diefte cesseert ; ende die redene is dese, want diefte is

neminge van eens anders dinge tegen zijnen danck, mair dese misdaet expilate

(1) Exod., XXI, 28.

214 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

hereditatis is neminge van erfflijcheyden hem niet toe en behoirende, die niement

aengeveert noch possessie dairaf genomen en heeft. Ende dese misdaet van afgenomender

erfflijcheyt is een van den quaetsten van den delicten privaet, ende na die addicie ende

aanveerdinge van der erfflijcheyt ende apprehencie van der possessien derselver, soe

cesseert dese misdaet.

Item, die (a) wittige huysfrouwe van den dooden en mach niet geconvenieert noch

aengesproken wordden van de erfgenamen huers mans van deser misdaet van

afgetrockender erfflijcheyt.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Peter nae hem getrocken heeft aldusdanigen woninge als Claes

van Kets, wijens erfgename Andries voirscreven es bij testamente oft sonder testamente,

doen hij aflivich wert, besadt, versuect dairomme denselven Peteren bedwongen te

wordden hem als erfgename van der voirscreven Clause tvoirscreven huys te restitueren,

ende denselven extraordinarie dairaf gepunieert te wordden."

Ende ghij sult weten, eest dat die erfflijcheyt, ter tijt van der subtraxien ende

nemingen, van iement beseten was, soe competeert dairaf die actie van dieften ; mair

lach die erfflijcheyt leedich, soedat die possessie dairaf niet en was geapprehendeert,

soe competeert dairaf dese actie expilate hereditatis, ende nochtans niettemin vendicacie

nae de addicie van der erfflijcheyt.

LXIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN PRIVAET, GEHEETEN IN LATIJNE

CRIMEN STELLIONATUS

Item, die VIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien ende delicten privaet

is geheeten in latijne crimen stellionatus, dats te seggen, die actie van der misdaet die

eenen dyere oft serpente gelijct, geheeten stellio, wijens huuyt is vol ronder pleeken, oft

sterren wairen, want in dijer gelijckenissen is dese misdaet vol loesheyden, valscheiden

ende bedrochs. Ende bij deser misdaet zijn gehouden ende plichtich alle diegeene die

bij dissimulacien, dat is, verzwijgende oft ontkennende die wairheyt, ennich dinck

verbijnden oft verpanden veele persoonen den eenen voire, ende den anderen nae, ende

niet uuyt en steeken noch en verclairen den voircommere noch verpandinge die zij

tevoiren dairop hadden gedaen. Ende soe wije dit criesme oft misdaet committeert, die

is variabel ende onvast in zijnder spraken, ende onstantich in zijnder meyningen

ende hertten.

Item, die willens en wetens een goet dat zijn niet en is, verbijndt ende verobligeert

oft set te pande, als oft zijn waire, die committeert dit crimen stellionatus ; ende al

a. die, in hs. : die die.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 61 215

verbonde die vader iet, dat zijnen kijnde toebehoirde, hij en soude niet ledich noch los

zijn van deser misdaet, want die loosheyt ende dat bedroch en wort niet gecommitteert

in den zoone, mair in den crediteur.

Item, desgelijcx die een dinck anders thoent van buyten dan het van binnen is,

ende dan dat vercoopt oft vermangelt voir alsoe goet van binnen alst buyten schijnt.

bedriegende alsoe zijnen cooper, die committeert dese misdaet van stellionatus. Ende

generalijc tgheen dat, in saken die puer criminel ende capitael zijn geheeten, is dolus,

dats archeyt oft bedroch, dat heet in civilen saken stellionatus, gelijc oft men u vercochte

spiauter voir silver ende latoen voir goudt. Ende bij deser actien suldij formeren u libel

aldus :

"Andries seegt dat Peter alsulcken boeck die bij hem verbonden ende te pande

geset hadde, vercoft ende verbonden heeft eenen anderen, verzwijgende ende niet

uuytsteekende die vorste verpandinge, oft dat hij hem goet custbair goet van wolle,

van alluyne, van silvere (a) , van gesteente oft van anderen wairen ende comanscapen

boven gethoent heeft oft bij monstre heeft laten zien ende vercocht alsoe goet te leveren,

dwelc binnen valsch is ende niet soe goet, versuect dairomme denselven extraordinarie

gepunieert te wordden."

Ende bij deser actien wort gepunieert alle misdaet criminel, dair geene expresse

pene in den rechten af en staet gedetermineert, ende bij deser actien vervolght men die

punicie ende niet dat dinck.

Item, ghij sult weten dat in desen goeden lande van Brabant veele lieden besmet

zijn van deser misdaet, mitsdat zij bijwijlen met diversen scepenbrieven van den plaetsen

dair huer goede gelegen zijn, huer goede verbijnden ende becommeren met renten erfflijc

oft te lijve, welcke goede zij nairderhant wederomme verbijnden met scepenenbrieven

van den goeden steden, dair zij onder geseten zijn, sonder den voircommer, die zij selve

dairop gemaict hebben, uuyt te steeken, et econtra, dair menich goet scamel mensche

die wel gecocht meynt te hebben ende wel verwairt te zijn van zijnen gecochten renten

opte verbonden pande, hem naemails bedrogen ende ontgoet vijndt, dair zeer qualijc

toegesien wort bij den wetten dair dat gevalt, dwelc zeer te beclagen is, want zij van

eedtswegen sculdich zijn dat te corrigeren ten exemple van allen anderen. Ick weet wel

dat tanderen tijden in der goeder stadt van Antwerpen bij statute dairop versien is

geweest, alsdat sulcke misdadige sculdich soude zijn der gequetster partijen restitucie

te doen van huerder gecochter renten ende penningen, dairvoire ontfangen metten

costen, scaden ende interesten, ende dat hij dairenboven verbueren soude aen den heere

den pandt die hij alsoe bedriechgelijcke verbonden hadde, ende dat hij tot dijen doen

soude eenen wech te Roomen, ende dairtoe nemmermeer in een goet mans stat te mogen

staen, noch officie vueren oft dijergelijcke, mair het wort qualijc onderhouden,

toecomende, soe te beduchten is, dat elc den zijnen pijnt te helpen uuyt ongeordineerde

affectien, als men dat uuytrichten ende corrigeren soude; ende dair dat alsoe regneert,

dair en gaet niet effen noch wel ; God betert dair tgebrec is.

a. silvere, in hs. : subiere.

216 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

LXIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN ENDE CRTESME PRIVAET,

GEHEETEN IN LATIJNE CRIMEN ABIGEATUS

Item, die VIIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien ende delicten privaet

is geheeten in latijne crimen abigeatus, dats te seggen, misdaet van ontdrijven. Van

deser misdaet zijn gehouden alle diegeene die uuyten velde, weyen oft bosschen, ennige

peerde, scape, ossen oft koeyen steelen, uuyten cudde van den beesten oft dat geheel

cudde steelt ende wechdrijft ; ende ghij sult weten dat X scapen maken een cudde, ende

vier of V vercken tsamen maken oic een cudde.

Item, die mair een peerdt oft eenen osse en steelt uuyt eenen cudde, die is gehouden

van deser misdaet, eest dat hij meer gedaen heeft, ende behoirt zwairder gepunieert te

wordden dan een dief.

Item, hij behoirt meer gepunieert te wordden die de meeste ende beste beesten

neempt ende ontdrijft, dan die de minste wechdrijft. Ende die punicie van deser misdaet,

indijen zij gefrequenteert wort, is capitael ende wort gedaen nae recht metten zweerde

om anderen grouwel te geven. Mair diegeene die dese misdaet niet en hadde

gefrequenteert oft mair eens gedaen, die sal men bannen eenen tijt uuyten lande van

dieften ; ende die dese misdadige huysen ende hoven, wetens ende willens, die sal men

insgelijcx bannen uuyter provincien X jair lanc. Ende hoewel dit een misdaet ende

criesme privaet is, nochtans soe mach elckermale dairaf accuseren, ja, oic sonder gescrifte.

Item, die mair eens en neempt uuyten cudde oft uuyten stalle een cleyn beeste,

te weten, een vercken oft een schaep, die en is geen abigeus, mair hij sal van dieften

wordden gepunieert.

Item, die mair een dolende peerdt, vercken, calf oft schaep vijndt ende wechleyt,

die is meer geacht te zijn een dief dan een abigeus, dats te seggen een ontdrijver ende

koedief.

Item, wairt dat iement een beeste wechdreve, dat in gescille stonde, dairin dat hij

recht meynde te hebben, meynende, mits goeden redenen, dat zijn te zijn, ghij sult

weten dat hij van deser misdaet ongehouden is. Ende bij deser actien suldij formeren u

libel aldus :

"Andries seegt dat Peter ontdreven ende wechgeleyt heeft uuyten velde, bossche

oft weyden, ossen ende peerden tot X toe, versuect dairomme dat hij extraordinarie

wordde gepunieert, soe men eenen peerdtdief oft coedief sculdich is te punieren."

Ende dese misdaet geschiet als iement in den velde, weyen oft bosschen die beesten

ontdrijvet, mair naeme iement een oft meer beesten in een huys, hij en soude niet

aengesproken wordden bij deser actien abigeatus, mair bij der actien van dieften.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 62-63 217

LXlIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN SPRUYTENDE UUYT VIOLENCIEN ABLATIVE,

DAT IS UUYT AFNEMENDER VIOLENCIEN, GEHEETEN IN LATIJNE

ACTIO BONORUM VI RAPTORUM

Item, die VIIIemaniere van actien spruytende uuytmaleficien ende delicte privaet

is geheeten in latijne actio bonorum vi raptorum ; ende valt dese actie, alsmen iemende

ennich ruerende goet afneempt tegen zijnen danc, welcken wille geheeten is in latijne

vis ablativa oft inquietativa, ende wort gegeven om dairaf de verloren possessie te

recupereren. Endemenmach bij deser actien opten afnemere ende wechdrijvere (a) ageren

civilijc opte restitucie ende pene van quadruple, dat is, van viervuldich weder te keeren

dat afgenomen dinc, datselve dinc int quadruplemedegetelt, alsoeverre alsmen dat

heyscht binnen jairs ; wantmen nae djair geen actie en heeft dan totter simpelder ende

naicter restitucien des afgenomen dincx. Dese afnemere is oic gehouden van dieften,

wantmen geenen quaderen dief en vijndt, dan diemet wille ende crachten rooft ;mair

ageertmen tegen hem bij actien van dieften,men en soude nietmogen ageeren bij deser

actien. Ende dese actie en wort niet gegeven in onruerende goeden bij iemende

geoccupeert, dair en wairen ruerende goede onder ; ende in desen dilicte comen alle

dingen tot restitucien alsoewel van scaden als anderssins ; ende neempt iement zijns

selfs dinc, hij valt van zijnen rechte, mair is ongehouden van deser actien.

Item, bij deser actien is gehouden diegeene die bij convocacien van eenen oft meer

lieden die scade ende den roof heeft gedaen oft doen doen.

Item, diegeene bij wijens listigen ende quaden raide dat gedaen is geweest.

Item, die de lude ende hulperen des fayts dairtoe vergairdert ende conciteert.

Ende dese actie en wort niet alleen den heere van den geroofden goeden gegeven,

mair oic dengeenen die dair interest toe heeft ; ende al geeft iement wederom tgoet dat

hij met crachten gerooft heeft, nochtans en vliedt hij noch en is dairmede nyet quijte

van der penen van rechte dairtoe staende, hetzij dat die gedaen wordden in een turbe

oft in een rixe oft op ennich mans goet alleene ; ende is een turbe geheeten X oft XV

luyden, ende een rixe II luyden.

Item, hier suldij weten datter groot onderscheyt is tusschen possessie ende

proprieteyt. Want possessie is gelegen alleenlijc int gebruyck van eenen dinge, ende soe

wije een dinc gebruyct, om rondelijck te spreken, die wort dairaf geheeten een possesseur

te zijn oft die possessie dairaf te hebben, alsoeverre als hij die possessie dairaf niet en

houdt, noch en bekent van eenen anderen ; want hielt hij oft bekende hij die possessie

van eenen anderen, soe soude hij geheeten zijn een detentateur ende houdere, ende

niet een possesseur, gelijc dat zijn huerlingen, die heur besit van der hueren houden

a. wechdrijvere, in hs. : willedrijvere.

218 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

van den verhuerder, ende een commodatarijs ende ontleendere die dat ontleent goet

houdt van den leendere, ende een depositarijs ende bewairdere van eenen goede die dat

goet houdt ende onderheeft van den deponent. Ende die proprieteyt en is anders niet

dan die dominie ende eygentheyt van den dinge te hebben als zijn eigen proper goet ;

ende als yement ageert, concluderende in zijn libel dat men hem toewijst een goet als

hem toebehoirende, soe intenteert hij dat petitorium ; ende als hij versuect gerestitueert

te zijn oft gehouden te wordden in zijn possessie, soe intenteert bij dat possessorium ;

ende wort in der conclusien mencie gemaict van beyden, soe wordden dat petitorium

ende possessorium tsamen geintenteert, ende wort die actie bekent uuyter conclusien.

Item, noch suldij weten dat, zoe wije weten willen in enniger saken van der weerelt

die bij heyssche van rechte voirtgestelt wort, wat actie dairaf geintenteert wort, die sal

aensien die conclusie van den heyssche ende niet die narracie.

Item, noch suldij weten dat die saken van rechtvoerderingen van possessien

geheeten wordden in den weerlijcken rechten interdictien, dwelc is te seggen een

rechtvoirderinge oft een sake ende handelinge met recht gevoirdert op possessie.

Item, ende alsoeverre alst aengaen mach der rechtvoirderingen possessorie, soe

suldij weten datter zijn principalijc III saken ende materien van possessien. Deen is

geheeten possessorium recuperanda, ende is als iement berooft oft gespolieert ende

gepriveert is van zijnder possessien, ende dat hij versuect wederomme in zijn possessie

gestelt ende geintegreert te wordden ; ende als dat versocht wort over een onruerende

goet, soe wort dat geheeten interdictum unde vi, ende is een violencie expulsive. Dander

is geheeten possessorium adipiscende, ende is als iement wille gecrijgen die possessie

van eenen dinge dair hij noyt possessie af en hadde, gelijc als een erfgename wille

vercrijgen die possessie van der erfflijcheyt die hij noyt en hadde, ende dese actie heet

interdictum quorum bonorum oft quod legatorum. Die derde is geheeten possessorium

retinende, ende is als iement geturbeert ende gestoert wort in de possessie dair hij in is,

ende dese actie wort geheeten interdictum uti possidetis. Ende ghij sult weten voir eene

generale doctrine, soe wanneer een act oft werck wort belet dairmede dat men soude

mogen de possessie thoenen ende proberen, soe competeert dese actie ende interdict

uti possidetis, want dairmede wort een geturbeert ende belet in zijn possessie,

gelijckerwijs oft men iemende belette zijn landt te besayen oft te wijnnen oft de vruchten

te halen ende inne te doen ende dijergelijcke. Ende in deser actien possessorie en verliest

men niet die possessie mair behoudt die, mair beclaigt hem van der turbacien ende

belette zijns adversarijs, begerende dat belet afgedaen te wordden.

Item, ghij sult weten dat proprelijc te spreken ruerende goede wordden gerooft,

ende onruerende goede wordden geinvadeert, dat is, met wille aengeveert.

Item, van sulcker rapinen ende roove als voirscreven, ageert men oic criminelijc bij

der actien legis Iulie de vi privata oft de vi publica, dair boven af geseyt is(1), naedat

de fortse gedaen is, hetzij gewapenderhant oft anderssins.

(1) Zie blz. 166 en 169.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 63 219

Item, dese tegenwoirdige actie de vi bonorum raptorum wort gegeven den erfgenamen

tegen den roovere, mair niet tegen die erfgenamen des roovers, tenwaire dat hij dairaf

havich ende rijcker gewordden waire.

Item, noch suldij weten, dat roof gedaen wort in II manieren, te weten, roof van

goede ende roof van lieden ; ende proprelijc te spreken, alsmen seegt roof, soe meynt

men rooff van goeden. Ende die roovers van goede wordden gepunieert civilijc ende

criminelijc nae den ondersceyde boven verclairt, mair die rovers van de luden, als die

vrouwen, maighden, weuwen oft nonnen rooven ende met crachte nemen oft ontscaken

om oncuysheyt dairmede te doen, die wordden nae recht capitalijc gepunieert, ende die

substancie van den raptoer wort geappliceert ende toegevuecht der geroofden vrouwen

oft den clooster van der nonnen ; ende die vrouwe en mach nae recht metten raptoer

dairnae niet te houwelijc convoleren, zij en soude verliesen ende verbueren die substancie

die zij hadde metten raptoer. Mair nae den geestelijcken rechten mach zij wel dairmede

contraheren sonder houwelijc te doen, ende wildij weten hoemen dat nae den lantrechten

van Brabant schuldich is te houden, soe leest den Lantchartere ende de previlegien van

der Blijder Incoempst der hertogen ende hertoghinnen van Brabant hiernae verclairt,

ghij sullet dairinne clairlijc vijnden.

Item, die een jonghe maeghdeken roofde, die niet pubes en waire, die soude, na

recht, noch zwairlijcker wordden gepunieert.

Item, die voirscreven punicie van rechte faillieert nae de gescreven weerlijcken

rechten in der openbair bordeelhoeren, want al naemse iement uuyt saken van

vleescherlijcker begeerten van oncuysheiden, hij en soude niet wordden gepunieert,

want die snootheyt heurs levens en soude des niet weerdich zijn. Oic failleert dat in de

maeght die dair gebruyct van hoerenclederen, ende die heur bereydt gelijc een hoere.

Item, noch vijnt men ander roovers, die kijnderen rooven om huer onsuverheyt

tegen natuere dairmede te bedrijven, ende dese salmen bernen aen eenen staecke ; is hij

clerc, hij sal gedegradeert wordden ende den weerlijcken richter gelevert wordden om

gedoot te wordden. Ende in wat manieren dese oncuysheyt gedaen wort tegen natuere

hetzij met knaepkens persoen, dwelc dat alrevuylste is, hetzij met eenre hoeren oft met

eender huysfrouwe oft anderssins, altijt behoirt die punicie dairtoe van den levene, want

de rechten geen distinctien dairaf en maken, ende dairomme noch wij oic.

Item, van den voirscreven roove oft rapte die over de persoonen gescieden, hoe

men over diegeene die dat doen, sal formeren zijn libel oft dairop procederen, dairaf is

voir genoch geseyt in den capittel van de vrouwencracht ende van sodomeyen(1). Mair in

deser actien bonorum vi raptorum aengaende den roove van haefflijcken goeden, suldij

formeren u libel aldus :

"Andries seegt, dair hij hadde ende in gebruycke was van sulcken peerde, Claus

bij zijns selfs auctoriteit ontweidichde ende nam hem dat, hem alsoe van zijnen peerde

spolierende, versuect dairomme denselven bedwongen te wordden hem te restitueren

(1) Zie blz. 137 en 189.

220 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

zijn voirscreven peert viervuldich, dwelc hij estimeert weert zijnde C gulden." Ende nae

djair en can hij de weerde van dijen mair eenvuldich geheysschen.

Item, die crediteur is oic gehouden bij deser actien, eest dat hij met crachten panden

haelt oft neempt ter versekernissen (a) van zijnder schult.

Item, noch suldij weten dat die rechten niet en willen mits den intereste van den

gemeynen oirbaire, dat men ten oicsuyne van brande, van naufragien, dat is, van

brekingen oft verganclicheiden van scepen, oft van enniger ruynen oft vernyelingen iet

rooven, nemen, pilleeren sal, ende dairomme seggen die rechten, die iet rooft oft neempt

in den brandt oft ruynen oft scepbrekinge, dat te hem wairt behoudende ende niet

revelerende dat hij dat tot hemwairts heeft, hij is gehouden bij civilen heyssche, eest

binnen jairs totter restitucien van de quadruple, ende nae djair tot simpelder restitucien.

Rooft hij dat goet in anderen huysen dan dair den brandt is, oft dair alrenaist dair men

behoeft den brandt te wederstaene, hij is gehouden van dieften. Desgelijcx eest van den-

geenen die iet uuyten scepe neempt ende rooft, dicwijle dat men dat expugneert oft

dicwijle dat breect ende in stucken gaet, mair name hij dat van den oevere van den

lande, nae dat tgoet dair gebracht waire ende gesalveert waire, ende bij intervalle oft

anderssins na de naufragie, hij soude gehouden zijn van actien van dieften, oft van deser

actien bonorum vi raptorum.

Item, die iet (b) rooft uuyten eenen sloote oft stadt alsmen die expugneert, is

gehouden viervuldich te restitueren, ende die dat wetens overneempt ende wechdraight,

oft sake van scade is, die is oic dairinne gehouden.

Item, insgelijcx is hij bij deser actien gehouden, die goet dat driftich is, van den

lande oft uuyten scepe rooft.

Item, die den reeder van den scepe rooven, oft die anckers, die zijn in de geheele

scade gehouden ende wordden capitalijc gepunieert van manslachten.

Item, eest dat bij crachte van wijnde u scip op mijn huys oft erve scade doet, ghij

sijt mij sculdich mijn scade op te richten.

Item, nae recht is wel geoirloft eenen iegelijcken zijn goet, dat hij uuyt vreesen van

scipbrekingen oft verdrinckene uuytgeworpen heeft, wederomme te aenveerden, ende soe

wij[e] hen dairin belet doet, die is sculdich gepunieert te wordden.

Item, die al willens ende met opsette iements huys aensteect ende verbernt, dijen

salmen verbernen ; wije dat ontweetens doet, die sal gehouden zijn zijn scade op te

richten.

Item, die in een stadt, doende zijn werck, brantmaicte, hij sal, oft ter doot wordden

gecondempneert, oft gerelegeert ; eest dat den brant toecoempt bij rechten ongevalle,

soe is men hem sculdich genade te doen ende hem dat te vergeven.

Item, wairt dat ennige vischers snachts opte zee licht maicten, dair zij die sciplieden

mede bedroogen, hem waen makende dat zij bij enniger havenen wairen, ende dat alsoe

die scepe opt landt voeren ende verdroncken, die visschers souden gelijc anderen

roovers wordden gepunieert.

a. versekernissen, in hs : verserkernissen. - b. iet, in hs. : ierst.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 64 221

Item, die bij negligencien iements vruchten int velt oft iements goet verbernt, die

sal gepunieert wordden metter geesselen, oft zijn handt sal hem afgeslagen wordden.

Item, wairt dat een u viant tfier gesteeken hadde in u huys, ende dat dairaf mijn

huys verbernde, ennige meynen dat ghij gehouden soudt zijn mij mijn scade op te

richten, want den brandt is geschiet ten oicsuyne van uwer veeden, ende wije oicsuyn

van der scaden geeft, die schijnt scade te hebben gedaen. Andere seggen de contrarie,

want het soudc onredelijc zijn van des tegen uwen danc ende wille gesciet is, dat ghij

dairaf hijnder oft scade soudt lijden.

Item, eens anders misdaet en is mij niet sculdich te hijnderen oft te letten, ennige

houden dierste opinie voire de beste als die veete toecomen is bij sijnder scult.

LXIIIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN ENDE CRIESMEN PRIVAET, GEHEETEN QUOD METUS

CAUSA, SPRUYTENDE UUYT VIOLENCIEN

IMPULSIVE OFT COMPULSIVE

Item, die IXe maniere van actien spruytende uuyt maleficien ende delicten privaet

is geheeten quod metus causa, dat is, actie van weder te heysschen dat men gegeven

heeft uuyt ontsiene. Ende dese actie spruyt uuyt fortsen ende violencien impulsive, dats

uuyt gedrange, dwange ende vreesen oft ontsien. Ende dese actie wort verleent ende

gegeven dengeenen die, bij ennigen preufflijcken oft wairachtigen anxt ende vreesen

bedwongen, zijn dinc vercopt oft overgeeft oft gelooft iet te geven oft te doen dengeenen

die hem den anxt aendoet; ende bij deser actien vervolcht men dat dinck. Oic wort dese

actie bijwijlen gedirigeert niet tegen dengeenen die den dwanc ende den anxt aengedaen

heeft, mair tegen dengeenen die dat dinck heeft, dat ghij gegeven hebt den anderen uuyt

dwange van anxte.

Item, in deser actien moet den ancxt ende vreese eenpaerlijc blijvende zijn, want

wairt soe dat u iement bij anxten ende vreesen gedwongen hadde hem te geloven C

gulden tot eenen zekeren daige, ende dat ghij, naedat ghij uuyt zijnen handen ontcomen

wairt, onbedwongen sonder anxt ende vreese, hem de somme betailt hadde, soe en

soude u dese actie nyet conpeteren, mitsdat ghij totter voirscreven betalingen niet en

wairt gedwongen. Nochtans, als ghij in desen gevalle wilt ageren totter restitucien van

den dinge oft gelde, soe en sijdij niet sculdich te seggen, dat diegeene die u die vreese

aandede, sulcken gelt van u heeft, dat ghij hem uuyt dwange van anxte ende vreesen

hebt gegeven.

Item, noch suldij weeten, eest dat ghij bij uwer verdienten ende sculden gedwongen

sijt geweest, bij dwange van vreesen ende anxte, iet te geven, ghij niet sculdich en sijt

weder te heysschen bij deser actien.

Item, noch suldij weten dat anxt ende vreese en is anders niet dan een ontsich ende

bevinge der hertten, comende uuyt saken van tegenwoirdigen oft van toecomende

222 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

perikel ende sorgen. Ende cracht is eenen aenstoot van zwaren lastigen dingen, dijer

men niet voirbijgaen noch quijt zijn en mach. Ende men vijnt tweederleije vreese ende

anxt; den eenen is proeffelijc, want hij valt ende gebuert wel eenen vroomen ende

gestentigen man, als is vreese van handen ende van voeten af te houden oft van

dootslagen te zijn, oft van gevangen oft in servituten gevuert te wordden, ende dese

vreese excuseert van der gelooften; den anderen anxt ende vreese en is niet proeffelijc,

als is die valt in eenen verveerden mensche van cleynen moede, als is diegeene die hem

laet verbulderen van eenen paigie oft van eenen wijve, die hij iet gelooft, ende dese

vreese en excuseert niet.

Nota van des uuyt vreesen ende anxte gedaen ende gezworen heeft.

Item, regularijslijc te spreken die dingen die uuyt vreesen gelooft wordden, die

houden ende bijnden nae recht; mair zij mogen bij deser actien quod metus causa

wordden gerescundeert ende te nyeuten gevolgt, uuytgenomen datter VI punten zijn,

diewelcke niet en houden noch en bijnden, als zij uuyt vreesen wordden gedaen, te

weten, voirwairden [van] houwelijc, geloofte van huwelijcxer medegaven, aenneminge van

den richtere, verleeninge van auctoriteyten, verthieringe van kerckelijcke dingen, ende

prononciacie van sentencien.

Item, hier mocht iement vragen oft den eedt die uuyt vreesen wort gedaen, houdt

ende bijndt na recht oft niet. Ennige argueren neen, want den wille des menschen die

geloofte doet, is sculdich vrij ende onbedwongen te zijn, desgelijcx eest oic van den

eede. Andere argueren ter contrarien, dat alle geloofte scult maict. Om hierop solucie

te geven, soe suldij weten, eest dat den eedt gedaen is leelijc ende vuylijc, op een vuyl

dinc, als is den onnoselen ter doot te brengen, den ouders, als vader ende moeder, nyet

teeten oft te drincken te geven, soe is den eedt nul (a) ende van onweerden, ende en bijndt

niet den persoen dijen den eedt gedaen heeft, mair betaemt hem wel bij zijns selfs

auctoriteyt dairtegen te comen. Eest oic soe dat den eedt vuylyc gedaen is, mair niet op

ennige vuyl sake, mair alleen uuyt anxten ende vreesen, soe bijndt den eedt den persoen

die dijen dede, mair hij mach absolucie werven uuyt auctoriteyt zijns oversten oft zijns

richters, oft hij mach hem versien bij eenen anderen wege, te weten, dat hij betaele

tgeene dat hij gelooft heeft ende dan dat wederheysschen, want sulcke saken uuyt

anxte gedaen, al eest dat zij bijnden nae recht, wordden nochtans gerescindeert bij

deser actien alsoeverre als sij perfect zijn ; ende zijn zij inperfect, soe wordden zij

gerescindeert bij exceptien.

Item, noch suldij weten datmen vijndt tweerleide dwanck; deen is naicten ende

absoluten oft volcomen dwanck, dijen men niet wederstaen en can, gelijckerwijs als

men iemende fortselijcken trect om iet te doen, ende in desen gevalle wort die

bedwongen persoen van der daet gehelijc geexcuseert; dander is dwanck condicionael,

die ennigen last van pijnen oft van tormenten iemende toedreygt te doene, ende dijen

dwanc excuseert wel van wat, mair niet van al, want bedwongen wille is oic wille.

a. nul, in hs. : vuyl.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 65 223

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat Peter hem gedwongen heeft hem quijt te scelden oft te geloven

oft te betalen XX croonen oft een peerdt, ende dat mits vreesen ende anxte, die hij hem

aendede, mitsdat Peter voirscreven hem dootsteeken woude, indijen hijs niet en hadde

gedaen oft gelooft, oft woude hem gevangen vueren in heggen ende slooten buyten

slants, versuect dat hij gedwongen wordde hem dat te restitueren."

Ende in wat manieren dat hij gedwongen wort bij anxte ende vreesen hetzij om te

vercoopen, om te geven, om quijt te scelden oft om iet te doen, altijt competeert u dese

actie, alsoeverre alst geen idel vreese en is, oft sulc die in den vromen ende gestentigen

man niet en valt.

Item, eest dat de gecondempneerde bij deser actien geen restitucie en doet binnen

jairs, hij wort gehouden in viervoudt zoeveele; ende binnen jairs en is hij gehouden

mair in eenvoudt ende simpelijc eens dat principael op te leggen metten vruchten, op-

datter ennige af comen zijn.

LXVe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN ENDE CRIESMEN PRIVAET,

GEHEETEN IN LATIJNE UNDE VI, SPRUYTENDE UUYT VIOLENCIE

EXPULSIVE GEDAEN OP ONRUERENDE GOEDE

Item, die Xe manieren van actien spruytende uuyt maleficien ende delicten privaet

is geheeten in latijne actio unde vi, dat is die actie ende wille dair iement faitelijc

geworpen wort ende gespolieert uuyter possessien van zijnen onruerlijcken goeden.

Ende wort dese actie gegeven alleenlijc als men van violencien expulsive ende spoliacien

van onruerende goeden ageren ende aenspreken wille civilijc, om die verlooren ende

afgenomen possessie te recupereren ende wederom te gecrijgene ; ende dan ageert men

tot restitucien ende reintegracien totten vruchten ende totten intereste. Mair alsmen

van violencien expulsive, als van fortsen ende gewoude, ageren wille criminelijc, soe

ageert men bij der actien legis Iulie de vi privata vel de vi publica gelijc dat boven

genoch verclairt staet, int capittele van der IXer manieren van criesme oft misdaet

capitael geheeten de vi privata (1).

Item, ghij sult weten dat diegeene die des anderen goet nae hem trect ende hem

van zijnder possessie spolieert, dat hij gehouden is in drije dingen dair hij in behoirt

gecondempneert te wordden ; ierst dat hij restitueren moet tgoet, possessie oft dinc,

dat hij occupeert dair hij den anderen uuyt geworpen heeft ; ander dat hij die vruchten

wedergeven moet ; tderde, dat hij die scaden ende interesten betalen moet. Ende

wairen bij den spoli[a]toer ennige afgenomen dingen van den gronde gestorven, oft bij

(1) Zie blz. 166.

224 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

gevalle van avontueren vergaen, soe en sal hij nochtans dairmede niet quijt zijn, mair

sal in al gecondempneert wordden ter estimacien, want geval van sterften noch van

avontueren en lossen niet van der violencien. Ende om te weten hoe dat die gespolieerde

persoen sal connen bijgebrengen zijn scaden ende interest, soe suldij hier noteren dat

geproeft zijnde van der invasien ende spoliacien men van den scaden ende interest

staen ende gaen sal totten eede van dengeenen die gespolieert is ; ende dese privilegie

wort hem gegeven ter confusien van den spoliatoer dijen die rechten haten. Ende

hoewel men, nae gescreven recht, de scade ende interesten van de spoliacien toecomende

mach heysschen binnen jairs, soe wort nochtans geraden ende oic onderhouden in der

loopender practijcken dat men dijer in der aenspraken heysschen sal metten costen

geleden ende te lijden, oic metten vruchten, niet alleen die bij den invasoer oft spoliatoer

gegeven zijn, mair oic die diegeene die gespolieert wort, hadde mogen heffen ; ende sal

die rechter dairaf sculdich zijn te pronuncieren metter principaelder restitucien. Ende

en is niet genoch dat die richter bij zijnder sentencien segge dat die aenleggere sculdich

is volcomelijc ende geheelijc gerestitueert te worden in zijn goet dairaf dat hij gespolieert

is, mair hij is sculdich dairbij te seggen de woorde[n] : "denwelcken wij oic restitueren

met dese eenen vonnisse", want in deser actien, soe heyscht dat dinck dat natuerlijcke

ende reale restitucie.

Item, ghij sult weten dat die rechten geven V remedien om weder te mogen

recouvreren die afgenomen ende gespolieerde possessie ; dierste is bij den interdicte

unde vi; dander is bij der condicien legis Si coloni, C. de agri et censi. libro XIo (1) ;

terde is bij der officien van den richter; tvierde bij der condicien ex canone Redintegranda

2a questio (2), ende [t]vijfste bij der condicien uuyten decretale Sepe, de restit. spoli. (3).

Item, soe wije gespolieert is van enniger possessien, den gespolieerden competeert

dat interdictum unde vi tegen den spolieerder ende tegen zijn erfgenamen, mair niet

tegen eenen (a) derden persoen die, ter avontueren, sake ende goeden titel hadde van den

spoliatoer bij coope oft anderen contracten ; ende redenen wairomme is dese, want dat

interdict heeft een actie personele huer competerende geheeten actio in factum, ende die

actie personel en wort niet gegeven den singularen successeur.

Item, dair die possessie van den gespolieerden gecomen is tot eenen derden persoen

kennisse ende wete hebbende van der spoliacien, die derde persoen wort bedwongen

totter restitucien van der possessien bij der condicien van den voirscreven decretale

Sepe, de restit. spoli., alsoeverre alsmen over hem gethoenen can dat bij geweeten

heeft dat dierste possesseur gespolieert is geweest.

Item, in desen interdicte unde vi mach de richter den spoliateur condempneren in

die vruchten ende baten die hij ontfangen heeft, al en hadde daenlegger die in zijn libel

niet geheyscht, welc een stuc singulier is, overmitsdat een richter niet sculdich en is

zijn officie te deelen onversocht.

a. eenen, in hs. : uwen.

(1) C. 11, 48 (47). - (2) Decret. Grat., Pars sec., Ca. 3, qu. 1, c. 1. - (3) Decr. Greg. IX,

lib. II, t. 12,c. 18.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 65 225

Item, desgelijcx behoeft men in dit interdict unde vi te thoenen die violencie ende

spoliacie, den tijt ende dach dat die possesseur gespolieert wort, hoewel dat in den

anderen acten van geenen noode en is regulaerlijc te thoenen den tijt.

Item, dair die possessie van iemende gecomen is tot eenen derdden possesseur met

vicien ende met quader trouwen, dairaf competeert den gespolieerden die actie ende

condicie legis si coloni, C. de agri. et censi., lib. XI, ende dairmede concurreert dat

beneficium canonis Redintegranda, dairmede dat men succureert allen possesseurs die

van huerder condicien gevallen zijn tegen elcken possesseur die in quader trouwen

besittende is ende weet dat dinc anderen luden toebehoirende ; ende en is nae recht

geen noot dat men int insetten van deser actien in den libelle noeme oft expressere den

name van der actien, mair is genoch dat men met generalen woorden die restitucie

begheere.

Item, dit interdict van remedie possessorie unde vi oft van de decretale Sepe oft

van de canon Redintegranda en wort niet gegeven dengeenen die gespolieert is van

zijnder possessien, tegen eenen derden die dat dinck ter goeder trouwen besidt ende

possesseert.

Item, als iement hebbende een puer detentacie valt van der detentacien des dincx

dat hem stont te bewairen, als zijn een commodatariis oft depositarijs oft een conducteur

ende huerlinc ende dijergelijcke, die dat dinc sculdich zijn te restitueren, soe suldij

weten dat hem dan competeert aen te roepen die officie van den richter om te gecrijgen

de restitucie van den possesseur ter quader trouwen dit houdende, ende men is sculdich

dit te thoenen, die specien van der vicien der possessien, te weten, dat hem dat dinc

afgedrongen was met crachten oft bij vreesen oft gestolen was, ende met andere

ondeugdelijcker manieren.

Item, alle die voirscreven remedien possessorii recuperande hebben hueren

voirtganc nae recht, tenwaire dat men dairtegen allegeerde ende thoende prescripcie ;

want nae die we[e]rlijcke rechten, wie dat een violencie oft andere vicieuse possessie

gehouden hadde den tijt van XXX jairen ende dairover, die prescribeert. Desgelijcx soe

doet hij nae den geestelijcken rechten, tenwaire dat die possesseur waire een besittere

ter quader trouwen, want nae den geestelijcken rechten een possesseur van quader

trouwen en prescribeert nimmermeer.

Item, ghij sult weten dat die rechten geven uuyt, voire eene generale ende vulgaer

regle, dat diegeene die gespolieert wort behoirt voir alle dinc (ge)restitueert te zijne,

mair dese regule (ae)ngaende dyen woorden "(vo)ir alle dinck" behoeft in diversen

manieren geexponeert te wordden, oic soe heeft ende ontfangt dese regele veele

singulare limitacien ende excepcien. Ende dairom suldi weten, in den iersten, dat int

in[ten]teren van der possessorien recuperande, de verweerdere bijwijlen willen

gebruycken van reconvencien, dwelc in deser possessorien geen plaetze en grijpt, soe

wel de reconvencie stadt soude grijpen, dair die verweerdere reconvenieerde den

aenlegger op een andere spoliacie, want men dairinne wel toelaten soude de reconven-

cie, ende soude metter convencien tsamen gekent ende getracteert wordden als

mutue petitiones.

226 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTTJKEN

Item, wort oic bij desen possessorie recuperande geopponeert compensacie, zij en

soude niet wordden geadmitteert voir de restitucie ; wordde oic voir die restitucie

geopponeert excepcie van der dominien int petitorie, sij en souden niet wordden

geadmitteert, al wairt oic dat die opponent bereet waire zijn dominie ende erfflijc recht

te thoenen, den verweerdere en waire ierst voiral, dats voire de contencie, van der

dominien gerestitueert, tenwaire dat daenlegger dat consenteerde. Ende dit is een

limitacie van der voirscreven regele.

Item, dair is noch een andere limitacie, als die verweerder opponeert een kenlijc

ende openbair gebrec van den rechte ende capaciteyt des aenleggers, gelijckerwijs oft

een clerc spolieerde eenen leeken persoen van eender beneficien, soe en soude die

leecke persoen niet gerestitueert wordden ; ende in anderen weerlijcken saken, eer die

kenlijcke excepcie voirscreven concluderen mach den aenlegger om gerestitueert te

wordden, soe soude behoeven dat die excepcie fundeerde dat recht van den excipient,

ende dat hij dairaf terstont dade blijcken, nae de opinie van ennige doctoren, dewelcke

oic seggen dat die excepcie genoch kenlijc ende notorie heet te zijn, als dairaf blijct bij

confessien van der partijen ende oft bij der evidencien van der saken, oft datse notoir

zije den richtere oft andere wittigen persoonen, mair die gewarichste opinie is dat die

kenlijcke excepcie, concluderende trecht van den aenleggere, hetzij datse oirspronc

hebbe voir die spoliacie oft dairnae, belet die restitucie van den possessien ende en

grijpt die voirscreven regele dairtegen geen plaetze.

Item, dair is noch een ander limitacie tegen de voirscreven regie, te weten, als die

excepcie innebrengt prejudicie ende verlies van der zielen, gelijc oft een man begeerde

hem zijn wijf te wordden gerestitueert om heur geselscap vleeschelijc te gebruycken, ende

dat zij opponeerde maechscap in den verbodenen graet, tot dijen wercke en soude hij

niet gerestitueert wordden.

Item, ten IIIIden male, wort die voirscreven regele gelimiteert als de spoliatoer can

bijgebrengen dat hij dat dinc niet en heeft geaenveert dan bij wille ende tradicien van

den aenleggere.

Item, ten Ven male, als men tegen den heysschere van der restitucien opponeert

renunciacie zijns rechts opte spoliacie.

Item, ten VIen male, als die spoliatoer doet blijcken dat hij die spoliacie gedaen heeft

bij orlove ende auctoriteyt van den richter.

Item, ten VIIen male, als men tegen den [ge]spolieerden van eender beneficien

produceert een reservacie papael, soe en wort hij niet gerestitueert.

Item, ten VIIIen male, als die gespolieerde in zijnen libelle ende aensprake van der

spoliacien proponeert iet dat hem selven tegengaet, ende concludeert voir trecht van

den verweerdere, in dijen gevalle en wort die gespolieerde oic nyet gerestitueert voir al.

Item, ten IXen male, soe wanneer bij der restitucien den adversarijs soude wordden

afgenomen de macht om te mogen ageren int petitorie ende opte proprieteyt, overmits

der wreetheyt, machten ende strengicheyt van zijnder wederpartijen, soe en sal die

gespolieerde niet wordden voiral gerestitueert.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 65 227

Item, noch suldij weten dat men in desen interdicte possessionis recuperande,

noch oic in den interdicte possessionis retinende, niet en behoeft te thoenen ennigen

titel van zijnder possessien alsoeverre als dat geender beneficien en aengaet.

Item, die gespolieert is, om wederom te reconvencieren zijn possessie, behoeft II

dingen te thoenen, deen is die spoliacie, dander is zijn possessie, die hij hadde als hij

gespolieert wert.

Item, noch suldij weten dat nae recht dese spoliatoers ende aengrijpers van anderen

luden goeden niet alleen sculdich en zijn civilijc bedwongen te wordden tot restitucien

in der manieren voir verclairt, mair zijn sculdich bij der sentencien des richters

gepriveert te wordden van allen den rechte dat zij hebben mochten totten selven goeden,

ende dat bij der constitucien van der loyen Si quis in tantam, C. unde vi (1).

Item, noch suldij vijnden dat die violencien, rapinen, fortsen ende willen zoe gehaet

ende versmaet zijn bij den rechten dat dieselve rechten dengeenen die gespolieert wort,

te baten comen ende versien niet allen weegen criminel ende civil, die zij hebben

connen bedencken, hetzij dat hij wordde gespolieert van der possessien enniger

ruerlijcken goeden oft van der possessien enniger onberuerlijcker goeden, ende dat na

den ondersceyde der violencien ende wils, ende na den ondersceyde van de actien die

dairuuyt spruyten, soe dieselve actien eensdeels hiervoire verclairt zijn geweest ende

eensdeels hiernae verclairt sullen wordden. Ende dat meer is, om der loosheyt ende der

frauden wille van de raptoers ende spoliatoers, die dicwijle die genomen ende gespolieerde

dingen transfereren in een derde hant om die actien ende remedien van rechte tegen hem

geordineert te moegen ontvlieden ende ontgaen, soe hebben die geestelijcke rechten

ende decreten dairtegen versien ende gedisponeert, soe wie wetens ende willens

ontfanckt ennich dinc dat bij violencien wort geoccupeert, die is gehouden totter

restitucien van denselven dinge niettegenstaende den rigore van den loyrechten. Ende

want dicwijle zeer zwair is te thoenen ende bij te brengen van de frauden ende liste des

spoliatoers ende van den wille ende sciencien des vercrijgers oft overnemers, mitsdat in

eens anders werck meer te presumeren is van ignorancien dan van sciencien, soe hebben

dieselve decreten ende geestelijcke rechten noch veele breeder dairin versien, ende

gedisponeert generalijc ende sonder ennige distinctie dairinne te ordineren, te weten, dat

in wat manieren iement met onrechte gepriveert is van zijnder possessien ende tot wat

personen die possessie gecomen is, hij zij successeur singulier oft universel, ter goeder

trouwen oft ter quader trouwen, dat voiral die gespolieerde possessie des dincx

gerestitueert sal wordden, tenwaire dat die vicie van der violencien waire gepurgeert,

ende dat bij eenen decrete geheeten Redintegranda sunt omnia exspoliatis (2), dat hij

niet en soude blijven gepriveert van zijnen dinge bij zwairder oft lastiger prueven der

dominien van denselven dinge. Voirt meer, soe is noch dairinne versien bij der officien

van den richter die bij hem selven, mits der voirscreven generaelder disposicien, den

gespolieerden voiral mach restitueren, ende in desen mach een leeck persoen voir den

leeken richter gebruycken deser geestelijcker remedien voirscreven, want met gelijcken

(1) C. 8, 4, 7. - (2) Decret. Grat., Pars sec., Ca. 3, qu. 1, c. 1.

228 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

dienste comen die geestelijcke ende weerlijcke rechten malcanderen te hulpen ; ende

dairomme al heeft dat weerlijck recht dese remedie niet voirtgestelt, nochtans - want

die geestelijcke rechten dat gevonden hebben - soe mach die leeke persoen in den

weerlijcken hove dijer remedien ende beneficien wel gebruycken, gelijc in den geeste-

lijcken hove wel die clercken gebruycken der weerlijcken rechten, sunderlinge als die

remedien euwich zijn, ende bij den tijde niet en vergaen, soe dit remedie is. Ende

hieromme, soe wort bij der loopender practijcken geraden ende onderhouden dat, mits

der zwairicheyt des thoens, hem elckermale wachten sal te intenteren dese actie unde vi,

mair sal ageren uuyter voirscreven lester generalder provisien bij den geestelijcken

rechten gevonden, oft mach hem doen versien bij der officien van den richter.

Item, ende om dan te weten hoe ghij in der loopender practijcken in saken van

gespolieerder possessien uwe libel ende aensprake formeren sult, soe verseynde ic u

int XVIe ende XVIIe capittele van desen boecke van den actien van der simpelder

saisinen, ende oic int cas van nyeuwicheyden, dair ghij die formen van dijen nair der

loopender practijcken vijnden sult, om u dairna te mogen reguleren nae gelengentheyt [!]

der saken.

Item, niettemin, want die meester van rechte ons geven zekere formen van libelle

dienende in der saken van gespolieerder possessien, soe sal ic u dairaf alhier setten een

forme, soe ic die bescreven hebbe bevonden :

"Voir u, eerweerdige, edele etc., geeft te kennen ende stelt voirt in rechte, Andries

van der Tanerijen, als heysschere ende aenleggere, tegen heeren Christofle van Vilain,

riddere, ende eenen iegelijcken die voir hem te rechte wettelijc soude willen compareren,

ende seegt in rechte dat de voirscreven heer Christofle van Vilain bij zijns selfs

auctoriteyt ende dwaser presumpcien ombehoirlijc ende tegen recht ende oic tegen den

wille ende dancke des voirscreven Andries, met loosheyden, quaden liste ende met

malicien ende quader meyningen, ende opsette om hem te spolieren, te priveren ende

te berooven der possessien van de naebescreven stucke, beemden oft maden gelegen

binnen der prochien van Zwijndrecht, getorden ende gecomen is binnen desen

tegenwoirdigen jaire in de maent van junio lest voirleden in een stuck lants den

voirscreven Andriese met vollen rechte toebehoirende, ende bij denselven Andriese

doen ter tijt ende dairtevoiren gehouden ende gepossessieert rustelijc ende vredelijc,

houdende omtrent XVIII gemeten lants luttel min oft meer, gelegen tot Zwijndrecht

tusschen des voirscreven heer Christofels lant ter eender zijden ende den looze gauwech

ter ander zijden, uuyt welcke stucke lants die voirscreven heer Christofel heeft doen

vueren XXX voeyeren hoys weert zijnde XXXIX gulden, doende hem dairtoe noch meer

scaden int voirscreven stuc lants aen de brugge, dammen ende waterlaten gedragende

totter sommen van XII rijnsgulden, om welcker saken wille die voirscreven heer

Christofel, nae de geestelijcke ende weerlijcke constitucien ende rechten, als een

temerarie ende overdadige occupeerder, spolieerder ende aenveerder van anderen luden

goet, es ende sculdich is te zijn van allen den rechten dat hem soude mogen competeren

in den voirscreven beemde, opdat hij dairin ennich recht hadde, des neen, metten

voirscreven fayte ende oic bij rechte gepriveert. Ende is, mits desen, gehouden ende

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 65 229

sculdich te restitueren ende den voirscreven Andriese te laten hebben ende te relaxeren

dat voirscreven stuck beemden los, ledich, vrij ende onbelast, ende oic hem te restitueren

dat voirscreven getal van de voirscreven voeyderen hoys oft die weerde dairvoire, nae

die estimacie boven verclairt, mits oic der voirscreven scaden hem aangedaen ; ende

hoewel die voirscreven her Christofle te meester stonden, van wegen des voirscreven

Andries, versocht ende vermaent is geweest tgeene dat voirscreven is te restitueren ende

genoch te doen dairaf, die dat geweygert ende ontseegt heeft, weygert ende ontseegt

onbehoirlijc ende met onrechte, soe versuect de voirscreven Andries - want die

voirscreven stucken ende saken clair, wair ende openbair zijn - dat u, eerweerdige etc. ,

gelieven wille met uwen uuyterlijcken vonnisse den voirscreven heer Christofel te

condempneren, te reintegreren den voirscreven Andriese, ende denselven te restitueren

voiral die voirscreven stucken beemden, ende te betalen die voirscreven XXX voerder

hoys oft die weerde dairaf, niet alle die costen, scaden ende interesten, gedaen ende

namaels te doen, ende dat ghij, her richter, den voirscreven Andries restitueert,

reintegreert ende in zijnen iersten staet reduceert metten wercke in de possessie van de

voirscreven XVIII gemeeten beemden, ende dat ghij voirtaene denselven Christofel bij

uwer sentencien diffinitiven priveert ende declaireert gepriveert te zijn van allen den

rechten, dat hij soude mogen hebben in de voirscreven beempden, ende voirtaene totter

restitucien van de vruchten, die hij dairaf opgehaven mach hebben oft die hij sint der

tijt zijnder aenveerdingen dairaf hadde mogen heffen, aennemende dairinne tsijnder

hulpen alle beneficien ende provisien van rechte hem in desen alrenutste, proffitelijcxste

ende meest dienende, aenroepende in desen uwe hooghe ende weerdige officie, behoudelijc

hem desen zijnen heyssche meerderen, minderen, corrigeren ende veranderen, soe zijnen

raidt gedragen sal, offererende van al des in fayte gelegen is, deugdelijcken thoen,

sonder hem te verbijnden tot overtolliger prueven."

Item, noch cortter moigdij in dit interdict unde vi nae recht formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Peter hem geworpen heeft uuyt sulcker erven dat hij besat,

versuect dairomme tvoirscreven erven van Peteren voirscreven hem gerestitueert te

wordden ende zijn interest, dwelc hij exstimeert susveele, ende die vruchten die hij

dairaf ontvangen heeft oft hadde mogen ontfangen, die hij estimeert weert zijnde aldus

veele."

Oft segge aldus : "dat hem Peter gespolieert heeft van sulcke beemde oft erven

dat bij besat, ende versuect dairomme gerestitueert te wordden", want een spoliatoer

is gehouden in die restitucie, hetzij dat die spoliatoer dat dede bij bevele van anderen

oft bij hem selven, want een procureur is dairinne gehouden gelijc den heere.

Item, dese actie grijpt stat als iement geworpen wort uuyter gronde ende niet uuyt

ennigen ruerende dingen, ende heeft stat, weder diegeene die gespolieert ende

uuytgeworpen is, den grondt besadt natuerlijc oft civilijc. Ende eest dat een serf, een

procureur oft een wijnne ende pachtenere die goet besit ende dairuuyt wort geworpen,

die heere oft meester van den gronde mach heysschen die restitucie.

Item, eest dat iement treet in de possessie van eenen gronde, ende hij terstont met

fortsen ende violencien dairuuyt geworpen wort, soe en competeert hem dese actie niet,

230 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

want hijs noch niet en besadt, ende alsoe betaemde wel dat men hem repelleerde. Mair,

al hadde hij met fortsen ende violencien die possessie genomen, ende dat [hij] ennigen titel

hadde, ende hij dairnae bij intervalle van tijde dairuuyt geworpen wordde, soe soude

hem wel (a) competeeren, nae recht, dese actie unde vi.

Item, van der violencien ende fortsen oft spoliacien moet blijcken bij confessien

oft bij thoene, ende dat gebleken zijnde, soe suldij u interest mogen grooten met uwer

eedt, soe voirscreven is. Ende de aenlegger mach met diversen manieren thoenen dat hij

dat dinc besat ter tijt van der spoliacien. Ierst, zijn dair getuygen die den gespolieerden

ter tijt van der spoliacien sagen dat dinc possesseeren ende den spoliatoer oft invasoer

spolieren. Ten anderen, eest dat hij deen van beyden getoenen can, te weten, dat die

gespolieerde dat dinc besat corts voir die spoliacie, want dairmede wort gepresumeert

van der gecontinueerder possessien ende de leste invasoer ende occupeerder wort

gepresumeert heymelijc ende violent possesseur, tenwaire dat hij thoende titel van

zijnder possessien.

Item, noch suldij weten dat een persoen den anderen mach spolieren oft worpen

uuyten gronde in III manieren. Dierste, als hij bij hem selven oft bij zijn huysgesin

iement uuytworpt, houdende dat van weerden, ende spolieert alsoe den possesseerder

bij hem selven oft bij iemende anders als den pachtenere. Dandere maniere is, eest dat

hij niet en admitteert dengeenen die coempt om de possessie te aenveerden, want hij

selve dairin getorden is. Die derde maniere is, als diegeene die de possessie nemen

wille, niet en derve treeden noch gaen in deselve possessie uuyt vreesen gerepelleert te

wordden van dengeenen die die occupeerde.

Item, ten slote, soe suldij weten dat, nae recht, diegeene die gespolieert is, mach

ageren tegen den spoliatoer bij deser actien unde vi soe voirscreven is, oft hij mach

ageren bij der actien ende condicien van den decrete Redintegranda sunt omnia ex-

spoliatis, dats te seggen, bij den decrete ende geestelijcker constitucien, seggende dat

dengeenen die gespolieert wort, behoiren alle saken gereintegreert, dats, in den iersten

ende geheelen staet geset te wordden, van welcken decrete oic boven geruert is geweest,

welcke decreet stadt grijpt in wat manieren oft bij wijen iement onrechtveerdichlijc

wort gespolieert, ende tegen alle possesseurs oft debiteurs. Oft mach hij ageren bij der

actien uuyten loyen Si quis in tantam oft uuyter loyen Conquerebatar, diewelcke plaetze

heeft als hij niet met violencien oft fortsen uuyter possessien en is geworpen, mair

absent was, ende dat, zij[n] possessie leedich ende idel zijnde, een ander aengedaen

heeft, ende dairin getreden is.

Item, ende als die spoliatoer die possessie in eenen anderen getransfereert heeft,

soe moigdij nae recht ageren tegen den derden persoen bij der actien van eenen decrete,

dair oic boven af geruert is, geheeten Sepe contingit, ende formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat Peter hem gespolieert heeft van sulcken buynder corenlants oft

van sulcken peerde, dwelc hij overgeven ende getransfereert heeft in Simoene, die dat

wel wetende, heeft aengeveert ende ontfangen dat dinc dair hij af gespolieert ende

a. wel, in hs. : veel.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 66 231

berooft was, versuect dat hem dat wordde van den voirscreven Simoen gerestitueert, nae

inhoudt van den decrete De restitutione spoliatorum, Sepe contingit. "

Item, mair want hiervoir geseyt is dat het zeer zwair te thoenen is dat die voirscreven

Simon, oft die derde man, van der spoliacien geweten heeft, eer hem dat dinc getrans-

fereert wart, ende dat bij dijen zekerder is dat men agere bij der condicien oft actien

van den decrete oft canon geheeten Redintegranda, soe suldij dairinne nae recht u libel

formeren aldus :

"Andries seegt dat hij gespolieert is van sulcken dingen, oft dat hij geworpen is

uuyt sulcken gronde bij Peteren, met grooten onrechte ende sonder kennisse van saken,

versuect van u, her richter, van al gerestitueert te worden ende gereintegree[r]t etc.., ende

dat versuect hij bij der condicien oft actien van den decrete Redintegranda."

Item, ende want hiervoir geseyt is dat bijwijlen een persoen gespolieert wort van

zijnder possessien mitsdat zijn possessie vacant ende leedich stont, ende dat hij absent

was, soe mach men in dijen gevalle ageren per constitutionem Iustiniani, Codice,

Unde vi, si quis in tantam, ende formeren u libel nae recht aldus :

"Andries seegt dat hij hadde ende besat alsulcken erve oft alsulcken peert, ende

dat Peter comen is ende heeft dat bij zijns selfs auctoriteyt genomen ende aengeveert,

versuect dat hij hem dat restituere metter penen van der constitucien, C. Unde vi, si

quis in tantam. Ende was hij heere die aanveerdere, dat hij verliese die dominie, ende

en was hij heere, dairaf dat hij wordde gecondempneert in de estimacie van den dinge,

aen dengeenen die de violencien geleden heeft."

Ende bij deser actien sal een debiteur ende sculdenere mogen ageren tegen zijnen

crediteur, dats tegen dengeenen dijen bij sculdich is, die bij sijns auctoriteyt hem

panden afgenomen heeft voir zijn schult, ende sal mogen ageren tot restitucien van den

pande, ende dat die crediteur verliese ende valle van der scult bij der sentencien, want

hij hem selven gericht heeft ; ende dit heet in latijne vis expulsiva, dats, uuytstotende,

uuyttagende violencie. Ende mits deser violencien, soe competeren alle dese voirscreven

actien, diewelcke nochtans nair der lopender practijcken alle mogen wordden geintenteert,

oft bij actien van clachten ende complainten int cas van nyeuwicheiden, opdat die

spoliacie binnen jairs gesciet is, oft bij actien van simpelder saisinen, opdat djair geleden

is, gelijc hiervoir genoch geruert ende gescreven is.

LXVIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN ENDE CRIESME PRIVAET, GEHEETEN

IN LATIJNE INTERDICTUM UTI POSSIDETIS, SPRUYTENDE

UUYT VIOLENCIEN TU[R]BATIVE IN ONRUERENDE GOEDEN

Item, die XIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien oft delicte privaet is

geheeten in latijne interdictum oft actio uti possidetis, dat is te seggen, actie van

232 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

turbacien ende stoornissen van possessien die iemende gedaen wort in zijn onruerende

goeden, ende wort verleent om possessie te behouden, ende tusschen II partijen die elc

contenderen dat onruerende goet te besitten.

Hier suldij weten dat dicwijle groote questien ende gedingen rijsen tusschen die

lieden om der possessien wille, want tis een groot voirdeel in possessien te zijn ende

metter provende te dinghen. Ende want bij desen de materie van der gestoorder oft

geturbeerder possessien zeer dicwijle in den gerichte gehandelt wort, soe is wel van

noode hier te scrijven ende te verclairen hoedat die rechten in veele manieren securreren

ende te hulpen comen diegeene die in zijnder possessien wort geturbeert ende geinquie-

teert, want dengeenen die geturbeert wort in de possessie van zijnen ruerende goeden,

die comen de rechten te baten bij eenen interdict oft actien geheeten interdictum utrubi,

dair hiernae af sal wordden gescreven. Ende diegeene die geturbeert wort in die possessie

van zijnen onruerende goeden, oft hij wort geturbeert in de possessie die hem bij den.

richter ende metten vonnisse is aangeweesen geweest, ende dan comen hem die rechten

te baten met eenen interdict geheeten ne vis fiat ei, ende oic metten interdicte uti

possidetis ; oft hij wort geturbeert in de possessie die hem van iement anders dan van

den richter aencomen is, ende dan, enter hij wort geturbeert bij violencien expulsiven,

dats bij fortsen uuyter possessien gestelt, ende dan coempt men hem te baten criminelijc

ende civilijc, criminelijc bij den titel ad legem Iuliam de vi publica et privata, dair

hiervoire af gescreven staet(1), civilijc bij den interdicte geheeten unde vi oft bij der

actien furti, oft bij der condicien furtive, ende bij meer andere remedien daer hiernaemails

gewach af sal wordden gemaict, oft hij wort simpelijc geturbeert bij eender inquietacien

oft stoernissen, ende dan comen hem die rechten te baten met deser interdicte uti

possidetis. Ende bijwijlen comen zij hem te baten bij provisien ende wege van statuten,

die in ennigen plaetzen gemaict zijn geweest ende onderhouden wordden tegen diegeene

die iemende stooren in zijn possessie.

Item, noch suldij weten dat diegeene die ageren wille bij deser interdicte, heeft

principalijc II dingen te thoenen, ierst zijns selfs possessie, ende en is niet genoch dat

bij die thoene van ouden oft langen voirledenen tijden, mair behoeft dat te thoenen van

den tegenwoirdigen tijde ende van den tijde dat hem die turbacie ende stoornisse gedaen

wairt; ten anderen, behoeft hem te thoenen, dat hem van wegen des verweerders die

turbacie ende stoernisse gedaen is geweest in sijnder possessie, welcke possessie behoeft

bij den aenlegger gethoent te wordden bij hem gehadt te zijn te II tijden, te weeten, ten

tijde van de litiscontestacien ende oic ter tijt als hem die stoernisse wert aengedaen,

welcke II tijden die aenlegge[r] thoenen mogen in deser manieren, te weten, dat hij

thoenen sal dat hij dat goet beseten ende gepossesseert hadde voire die litiscontes-

tacie ende oic corts voire die turbacie, sal oic allegeren dat hij alnoch die possessie

dairaf heeft ende bijdijen wort zij gepresumeert te hebben gecontinueert geweest,

want zij gelegen is alleenlijc in der hertten, in der gedachten, ende wort in wesene

gehouden totter tijt toe van der litiscontestacien ende oic dairnae, tenwaire dat van den

(1) Zie blz. 166 en 169.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 66 233

contrarien bleecke ende geproeft wordde ; ende is voir den aenlegger in dit tegenwoirdich

interdict genoech dat hij bethoent de possessie gehadt te hebben, hetzij alleen civilijc oft

alleen natuerlijc ; mair, wairt soe dat de verweerdere tot zijnder defensien thoende dat

die aenleggere zijn possessie gecregen hadde van hem, met fortsen oft heymelijc oft bij

beeden ende leeningen, welcke III dingen in latijne geheeten zijn aut vi, aut clam, aut

precario, soe en soude den aenlegger sulcken possessie niet proficieren in dat interdict,

ende dat die verweerdere principalijc thoenen, bijbrengen ende doende blijcken in den

gerichte dat hij possessie van dijen goede hadde, eer daenlegger oyt dairaf ennige

possessie gecreech, mits denwelcken de joncxste possessie wort gepresumeert te zijn oft

heymelijc oft violent, tenwaire dat daenlegger thoende wittigen titel van zijnder

possessien.

Item, noch suldij weten dat het van geenen noode en is dit interdict te thoenen van

der dominie des dincx, noch oic van der prescripcien, dan in gevalle dat daenlegger

ende verweerder gelijc van heurder possessien thoende[n], soe waire wel oirbairlijc te

proberen van der dominien oft quasi dominien, want wie dan dairaf best thoende, die

soude bij desen interdict die sake wijnnen ende wechdragen. Oic mach hij zijn possessie

bethoenen, eest dat hij thoent dat hij die vruchten van den goeden heeft doen colligeren

ende innegedaen, oft dat hij eens in de possessie van den goeden getorden is,

oircondelijc bij getuygen ende met instrumente, want, soe voirscreven is, die possessie

die eens vercregen is, wort gepresumeert te zijn gecontinueert, want zij alleen wort

behouden metter hertten ende gedachte.

Item, in den libelle van actien possessorii retinende, geheeten uti possidetis,

behoiren II dingen genarreert te zijn ; dat ierste is dat hem een narrere possessoir ende

besittere te zijn, dandere is dat hij narrere dat hij geturbeert is.

Item, in desen interdicte uti possidetis behoirt die conclusie van den libelle drije

dingen te begrijpen, ierst dat hij hem verdrage der turbacien, dander dat hij voir den

toecomenden tijde hem niet meer en turbere, ende ten derden, dat hij gecondempneert

wordde int interest van der voirgaender turbacien ; ende ennige vuegen dairtoe tvierde,

dat hij bedwongen wordde borchtocht ende caucie te stellen hem voir den toecomenden

tijt niet meer te molesteren.

Item, als iement thoent dat hij gehaven ende ontfangen heeft die vruchten van

ennigen gronde, soe is dairmede geproeft zijn possessie.

Item, als iement thoent dat hij geakkert ende gesayet heeft, op den acker gewonnen

ende gepict heeft, soe is dairmede zijn possessie geproeft.

Item, als iement thoent dat hij de rente ende pensie dair den grondt voire verbonden

staet, ontfangen heeft, soe is dairmede die possessie gethoent in prejudicien van den

solvent, ende oic in prejudicien van den derden, tenwaire dat men thoende dat een

ander die vruchten ontfangen hadde.

Item, dair een wairachtich possesseur hem selven constitueert, ende bekent te

besitten dat dinc in eens anders naeme, soe wort die possessie bij fictien getransfereert

in den anderen.

234 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, eest dat die vercooper simpelijc bekent dat hij dat dinc possesseert in de

name van den coopere, soe is bij fictien die possessie getransfereert in den coopere.

Item, dair een wairachtich possesseur eenen gront huert van eenen derden persoen,

te weten van Andriese, dair wort die possessie bij fictien getransfereert in denselven

Andries, ende dit is oic een maniere om te thoenen possessie. Ende bij desen III lesten

manieren, soe wort die possessie ficte, dat is, bij artificien van den weerlijcken rechte,

getransfereert, te weeten, bij constitucien, bij confessien ende bij hueringen; mair aleer

met ennigen van desen III manieren bij fictien getransfereert wort de dominie, zoe

behoeft dat die constituent oft confitent oft conducteur dat dinc besat ende possideerde,

ten tijde als hij hem constitueerde dat alsoe te possessereren[!], ende wort geraden in der

practiken als iement zijn possessie thoenen wille bij instrumente, dat hij dairaf make

een capittele om dat te bethoenen.

Item, ghij sult weten dat, om te mogen wijnnen int possessorium retinende, het

van noode is dat daenleggere bijbrenge dat hij tbesit heeft ten tijde van der litiscontes-

tacien nae recht, alsoeverre alst niet en blijct van zijnder voirgaender possessien, mair

thoende hij dat hij possessie gehadt hadde II of III jairen tevoiren, ende tot dijen dat hij

noch dairaf die possessie hadde, soe soude gepresumeert wordden die continuacie van

der possessien totten daige van der litiscontestacien ende oic voirder.

Item, eest dat diegeene van wijens possessie geageert wort, doot is, soe wort

gepresumeert zijn possessie te hebben gecontinueert geweest tot in zijn doot, indijen het

blijcke van ennigen tijde zijnder possessien.

Item, dat possessorium retinende competeert tegen den turbateur, hetzij dat hij

seegt dat bij possessie heeft oft niet.

Item, dat possessorium retinende competeert tegen eenen diffamateur, uuytgevende

dair dat dinc den possesseur niet toe en behoirt, oft dat hij is eenen besitter van quader

trouwen, soedat dairbij niement tgoet hueren oft wijnnen en wille.

Item, noch suldij weten dat dat possessorium retinende competeert tegen den

belettere van den rechte van servituten te gebruycken.

Item, desgelijcx competeert de actie den usufructuarijs ende tochtenere tegen den

grondenere oft den proprietarijsheere, als hij hem verbieden wille zijn tocht te

gebruycken.

Item, eest dat een derde persoon, geen proprietarijs zijnde, den usufructuarijs oft

tochtenere verbiedt tgebruyck van den vruchten, soe competeert hem dairtegen oic dit

interdict, mair hij sal seggen moeten dat hij wort geturbeert in de possessie van den

gronde dijen hij besidt bij natuerlijcken possessien, gemerct der proprieteyt andere

toebehoirende, ende wachten hem te seggen dat hij geturbeert wort int gebruyck van

zijnder tochten, want hem dat niet en betaemt te seggen dan tegen den heere van der

proprieteyt, indijen dat hij hem belet dade in zijnder possessien van der tocht.

Item, uuyten geenen dat voirscreven is, blijct dat die tegenwoirdige possessie is dat

noottelijc fundament van den aenleggere, willende ageren bij interdicte possessorio

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 66 235

retinende, hetzije dat die possessie zije natuerele oft civile tsamen oft natuerlijc

alleene oft civile alleene, ende aldus blijct dat dit possessorium retinende is contrarie

van der natueren van der petitorie, welc petitorie is de reivendicatio, dewelcke niet en

competeert den hebber van der possessien.

Item, noch suldij weten dat ten affecte van desen interdicte dat propost ende

voirnemen van den turbateur niet en wort geattendeert, eest dat men in der wairheyt

bevijndt dat daenlegger met onrechte geturbeert is geweest, want men dan die sentencie

voir den aenleggere geven sal, ende sal die verweerdere wordden gecondempneert.

Item, hier mocht iement vragen oft ennige arbeiders gesonden wordden in eens

andersmans gepossesseerde goeden, oft die arbeiders alsoewel souden gecondempneert

wordden van der gestoorder possessien als diegeene diese sandt, dairop suldij weten,

eest dat die arbeiders wisten dat tvoirscreven goet van anderen gepossesseert was dan

van dengeenen diese sandt, soe zijn zij participanten ende hulpedoende totter turbacien

ende selen dairomme gelijc den principalen wordden gecondempneert, mair indijen dat

zij dat ignoreerden ende niet en wisten, mair hadden gemeynt dat diegeene diese int

werck seynde, die possessie hadde dairaf gehadt, het waire bij zijnder affirmacien ende

van hoiren seggen, soe wordden zij geexcuseert.

Item, noch suldij weten dat voir die afgenomen vruchten wort tegen den perturba-

teur gegeven euwijlijc dit interdicte oft dese actie, mair voir dander scaden die den

perturbateur niet ter hant en zijn comen ende die de geturbeerde geleden heeft, soe

competeert hem dit interdict binnen jairs, te tellen van der tijt dat die turbacie gedaen

wert.

Item, al hadde die perturbateur nairderhant berouw van der stooringen bij hem

gedaen ende restitueerde wederom dat hij genomen hadde, ghij sult weten, eest dat

men criminelijc op hem ageert, dat hem zijn berouw niet en excuseert, mair eest dat

men civilijc op hem ageert ende hij dan offert geheelijc ende al restitucie te doen, soe

sal hij gehoirt wordden ende geabsolveert, ende en offert hijs niet geheel ende al, soe

sal hij gecondempneert wordden.

Item, noch suldij weten dat een aenlegger bij desen interdicte den richter

versuecken sal te willen condempneren den verweerdere in vyer dingen : dierste, dat

hij cesseere van der turbacien, ten anderen dat hij in toecomenden tijde hem niet en

tu[r]beere in zijnder possessien, ten derden, dat hij dairaf genoch sal doen ende borchtochte

stellen dat alsoe te observeren ende te houden, ten vierden, dat hij restituere allet dat

hij ontheven heeft ende alle die scaden die hij gedaen heeft.

Item, hier mocht iement vragen oft de aenleggere, intenterende dit interdicte uti

possidetis, niet en soude mogen aen den richter begeeren dat hij hem pronuncieerde

[te] zijn heere van den goeden, dairaf hij begeerde den verweerder bedwongen te

wordden te cesseren van der turbacien ende stoeringen zijnder possessien. Antwoirde

dat de aenlegger sal dat nyet begheeren om der repugnancien wille die dairuuyt

spruytende soude weesen, want versueckende te wordden gedeclareert heere te zijne

a. die, in hs. : die die.

236 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

van den goede, soe soude clairlijc schijnen dat hij zijnen adversarijs kende de possessie,

dwelc zijn II extremen ende uuytersten in der actien van reivendicatien, te weten, die

dominie van wegen des aenleggers ende die possessie van wegen des verweerders,

welcke actie van reivendicatien gegeven wort tegen den possesseur, ende intenterende

dit interdict, seegt die aenlegger dat hij possesseur is, ende alsoe -want hij hem selven

contrarieren soude -en is hij nyet sculdich dairop gehoirt te wordden. Ende dairomme,

al wairt dat ter contrarien, die aenlegger bijleyde te thoenen ende thoende zijn

possessien van zijnder zijden ende de turbacie van wegen zijns adversarijs hem gedaen,

ende dat de adversarijs, te weten die verweerder, bijleyde te thoenen zijn dominie ende

dat hij die thoende, soe en sal nochtans die richter niet aenwijsen den verweerdere die

possessie na der opinie van den gesontsten deele van de meesteren ende doctoren van

rechte noch oic nair der lopender practijcken, omdat hem niement en soude onder-

wijnden bij sijns selfs auctoriteyt hem selven te richten ende anderen pijnen te turberen,

mair sal hem reserveren zijn actie in petitorie.

Item, het gebuert wel dat van II partijen elc thoent possessie ende dat geen van

beyden en wil aenlegger zijn noch zijn libel overgeven, soe suldij weten dat die richter

sal mogen, sommierlijc ende sonder libel over te nemen ende sonder litiscontestacie,

hem informeren ende doen informeren van der possessien, ende blijct hem bij informacie

dat deen partije possessie heeft ende dander nyet, soe sal hij diegeenen die geen

possessie en heeft, verbieden dat hij hem verdrage der possessien ; ende wairt dat die

richter hem beduchte dat partijen souden mogen tegeneen rijsen ter wapenen, zoe mach

hij van officie wegen sequestreren die possessie. Wairt oic soe dat bij der informacien

niet en bleecke wije dat beste recht van possessien (a) hadde, soe mach hij insgelijcx de

possessie sequestreren metten vruchten van officien wegen in zijnen handen, totten

eynde van der saken ende dat geweeten sal sijn wije van beyden die rechte possesseur

is.

Item, noch suldij weten als deen van beyden partijen thoent zijn possessie, soe sal

hij obtineren in dit interdict, die dair thoent dat hij possessie hadde ten tijde van der

litiscontestacie.

Item, dair elc van der partijen thoende possessie, soe sal hij geprefereert wordden

ende voirgaen, dyens getuygen ende getuygenissen der wairheyt meest gelijcken, ende

oft die getuygen ende getuygenissen aen beyde zijden scheenen evengelijc der wairheyt

gelijcken, soe sal hij obtineren die die eerbairste getuygen heeft geleyt ; ende wairen

die getuygen aen beyden zijden even eerbair, soe soude hij obtineren die dmeeste getal

geleyt hadde van dengeenen die getuyght hadden van der possessien.

Item, dair volcomen gelijcheit ende partiteyt van possessien is van getuygen ter

eender ende ter ander zijde, soe sal hij obtineren die van der outster possessien thoent,

want die leste oft nyeuste possessie wort gepresumeert te zijn heymelijc genomen nae

recht, alsoeverre als zij van cleynen tijde is ende onlange geduert heeft.

a. possessien, in hs. : informacien possessien.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 66 237

Item, dair zij te beyden zijden tuygen van gelijcker possessien ende van evenlangen

tijde, soe sal hij obtineren die dair titel proeft ; ende uuyt desen volgt, al eest soe dat

in den possessorio recuperande niet wort geadmitteert excepcie van dominien noch van

title, ende alsoe dairaf geenen thoen, nochtant [!l, int possessorio retinende wort

geadmitteert die excepcie van titel, ende den thoen dairaf.

Item, gebuerdet dat in den interdicte possessorio retinende partijen te beiden zijden

evengelijc thoende elc zijn possessorie ende zijnen titel, oft dat geen van beyden en

produceerde noch en thoende ennigen titel, soe suldij weten, alsoeverre alst blijct wije

in desen interdicte aenlegger is ende wije verweerdere, soe sal in desen gevalle die

richter geven die sentencie voir den verweerdere, want overmits den gelijcken thoen,

soe wort die thoenisse geconfundeert van den aenleggere, ende den thoen van den

verweerdere wort gehouden voir goet ; ende als een aenlegger niet en thoent, soe wort

die verweerdere geabsolveert ; ende oft niet en bleeke wije dat daenlegger oft verweer-

dere waire, soe soude die richter wel doen te induceren de partijen tot composicien, want

een richter niet en behoirt anders te suecken dan dat partijen vereenicht mogen wordden.

Item, noch suldij weten dat in deser materie possessorio retinende hij niet en can

noch en mach obtineren, die dat dinc possesseert van zijnen adversarijs met fortsen oft

heymelijc, oft uuyt beden, dwelcmen heet vi, clam vel precario.

Wanneer dat petitorie ende dat possessorie mogen tsamen wordden geintenteert.

Item, hier mocht iement vragen oft dat petitorie ende dat possessorie nummermeer

tsamen en wordden geintenteert, ende oft zij tsamen mogen concurreren. Om van deser

questien wat verstants te geven, hoewel zij zeer subtijl is in de rechten, soe suldij weeten

dat men vijndt drierleyde possessorium datmen intenteren mach ; deen is geheeten

possessorium adipiscende, dat is te seggen te heysschen om te vercrijgen die possessie

van eenen dinge, dairmen noyt geen possessie af en hadde, gelijc soude zijn te

versuecken te hebben de possessie van ennigen legaten van testamente ende dijergelijcke,

ende dairaf spreect die loye quorum bonorum ende oic die loye quod legatorum, dair

hierachter breeder af gesproken sal wordden ; dander is possessorium retinende om

gehouden te wordden in der possessie van den dinge dairmen in possessien af is, ende

dairaf spreeet dat interdict uti possidetis ; dat derde is geheeten possessorium

recuparande, dats te heysschen die possessie van eenen dinge diemen tanderen tijden

heeft gehadt ende nu verloren heeft, ende dairaf gespolieert is, van denwelcken

spreken die loyen de vi et vi armata, ende dat interdict unde vi ende dat capittel Sepe

dair boven int leste capittel hiervoire af gescreven is(1). Ende om dan voirt te antwoirden

opte voirscreven questie, soe suldij weten dat generalijc, als int voirtsetten van den

petitorie metter possessorie geen contradictie en vigeert, soe wort in sommigen gevallen

geadmitteert dat zij beyde tsamen geintenteert mogen wordden ende dat zij tsamen

mogen concureren. Ende dairomme, eest dat de aenlegger intenteert possessorium

retinende metten petitorie van eenen dinge corporeel, gelijc men seggen mochte van eenen

(1) Zie blz. 223.

238 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

gronde, ende in eender qualiteyt van possessien, zij zije alleen natuerlijc oft alleen

civilijc, soe en mogen zij beyde niet tsamen wordden geheyscht noch geinte[n]teert om

der contrarieteyten wille dair hierboven af geseyt is ; mair, intenteert hij dat petitorium

metten possessorie retinende in diversen qualiteyten van possessien, gelijckerwijs oft

men proponeerde dat petitorie bij redenen van der natuerlijcker possessien wesende bij

den aenlegger, oft dat men proponeerde dat petitorie, mits der detentacien ende

houdingen zijnde bij den adversarijs, gelijc soude mogen weesen een depositarijs oft

een commoditarijs, dat is dijen men yet geleent hadde oft gegeven te verwairen, ende

dat dat possessorie wordde voirtgestelt bij redenen van der geperturbeerder, natuerlijcker

ende civijlder possessien, wesende bij den aenlegger, ende dan mogen zij beyde

concurreren, ende mach dat libel wordden gesustineert, dwelc ten iersten aensiene scheen

vicieux te zijn. Eest oic soe dat daenleggere dat possessorie ende petitorie tsamen

intenteert van eenen rechte dat nyet coporael en is, gelijckerwijs als is jurisdictie oft

servitute, ende zij geintenteert wordden in een qualiteyt, soemogen zij oic tsamen

concurreren, want in dijen geen contradictie en vigeert. Eest oic zoe dat daenlegger

tsamen voirtstelt ende intenteert dat possessorium adipiscende metten petitorie, ende

dat voirtgestelt wort in saken, dairinne dat nae die disposicie van rechte electie, dats

keuse, stat grijpt, soe en wort nyet geadmitteert dat zij tsamen concurreren sullen; mair

wort dat voirtgestelt in saken dair electie geen plaetze en grijpt, soe en wort huerder

beyder concurs ende versaminge nyet geadmitteert. Eest oic soe dat daenlegger

intenteert dat possessorium recuperande tsamen metten petitorie, zoe wort heurder

beyder versaminge ende concursus toegelaten ende geadmitteert.

Item, wairt oic soe dat alsoewel de aenlegger als die verweerdere tsamen ende op

eenen tijt proponeerden possessorium ende petitorium, ende dat elc van hen zeyde dat

hij heere ende oic possesseur [waire], hetzij bij possessorien retinende, adipiscende oft

recuperanda, ghij sult weten dat men niet en sal kennen noch decideren op dat petitorie

voir dat men ierst gekent ende gedecideert sal hebben op dat possessorie, soewel om

der ordenen wille van procederen als om der contrarieteiten wille. Desgelijcx sal men

seggen, wairt dat op eenen gelijcken tijt deen proponeerde dat possessorie, het waire

recuperande, adipiscende oft oic retinende, alsoeverre als geen diversiteyt en waire in

die qualiteyt van der possessien, ende dander proponeerde dat petitorie, dat men

insgelijcx ierst kennen sal van den possessorie, eer men sal decideren int petitorie.

Item, ghij sult weten dat het wel gebuert dat de II iudicia, possessorium ende

petitorium, in diversen ende versceydenen tijden wordden geproponeert voir eenen

richter ende in eender instancien, dair veele af te scrijven waire, hoe zij dan tsamen

concurreren mogen oft nyet, nae de diversiteyt ende versceydenheit van den possessore,

ende oic nae dat men deen voire proponeert ende dander nae, ende want dat onderscheyt

van desen zeere prolix ende zwair is, inhebbende veele subtijle distinctien, soe

verseynde ic u dairaf totten clercken ende boeken van rechte.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

" Voir u eerweerdige etc., seegt ende stelt voirt in rechte, Andries tegen Peteren etc.,

dat hij over X, XX, XXX jairen tijts ende langer, bij hem selven oft bij anderen in zijnen

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 66 239

name eenpaerlijc vervolgende, beseten heeft ende gehouden, rustelijc ende vredelijc,

een stuc lants gelegen tot Bornhem aen dat Bredenem aldair, houdende omtrent III

gemeten lants tusschen Jans lant ter eender ende dat ven ter andere zijde, welcke III

gemeten lants hij noch houdt ende possesseert voir zijne, uuyt wairachtigen ende

wittigen saken ende titelen, hoewel de voirscreven Peter binnen desen tegenwoirdigen

jaire ende binnen der maent van oest, hem in der voirscreven possessien heeft ge-

turbeert ende gemolesteert, turbeert faitelijc, ende molesteert ombehoirlijc ende met

onrechte, aenvangende ende tredende heymelijc in de possessie van denselven lande

ende pijnende hem dairinne te turberene, ende zijnen wijnne, pachteners ende wercluyde

huer werck te verbieden, niet latende hem die vruchten picken, laboreren ende colligeren

oft vergairderen ende hem leveren ende ontfangen rustelijc ende vredelijc, soe zij tot her

toe gewoenlijc zijn geweest te doen, seggende voirt deselve Andries dat de voirscreven

Peter, in meyningen ende intencien van hem turbacie in zijnder voirscreven vredelijcker

possessien der voirscreven III gemeten lants te doen, heeft gehailt ende afgevuert van

denselven lande soeveele mandelen coorens, dairop gewonnen ende geoext, weert

zijnde doen ter tijt ende noch weert zouden weesen, indijen zij in wesen wairen, elc

mandele XII grote vleems ende soeveele als dat bij getuygen in den processe

verclairt sal wordden, ende dat meer is, soe heeft hem deselve Peter doen ter tijt

opt selve lant in de vruchten die aldair stonden ongepict, scade gedaen van VI rijns-

gulden. Ende hoewel dat Andries voirscreven den voirscreven Peteren dicwijle ver-

maent, aengeroepen ende versocht heeft dat hij van der voirscreven inquietacien,

perturberingen ende molestacien hem verdragen soude ende hem restitueren, betalen,

oprechten ende beteren die scaden ende interesten voirscreven, soe en heeft hij dat

niet willen doen, mair heeft dat geweygert ende alnoch weygert te doen onbehoirlijc

ende tegen recht, ende want dan dese voirscreven sake clair, waire ende openbair

zijn etc., soe versuect Andries voirscreven dat de voirscreven Peter bij uwen uuyter-

lijcken vonnisse gecondempneert wordde hem van nu voirtaen te verdragen, te

cesseren ende af te laten van der voirscreven turbacien, inquietacien ende molestien,

ende satisdacie ende geloofte te doen ende goede caucie te stellen dat hij in

toecomenden tijden cesseren ende aflaten sal van der turbacien ende storingen

voirscreven, ende dat hij van nu voirdaene gedoogen ende laten sal denselven

Andries die voirscreven III gemeten lants metten vruchten dairaf comende, hebben,

heffen, houden ende gebruken, ende dat hij voirt met uwer sentencien gecondempneert

wordde op te leggen, over te leveren ende te betalen denselven Andriese die

voirscreven onthaven vruchten oft die weerde dairaf, met oic den costen, scaden

ende interesten voirscreven, ende metten vruchten, die hij sint dairaf hem onthaven

heeft ende hadde mogen heffen."

Item, van desen interdicte uti possidetis oft possessorii retinende, dwelc oic

geheeten wort een complainte in cas van nyeuwicheyden, suldij een forme vijnden in[t]

XVIe capittele hiervoire, ende oic veele ander bescheyts dairaf int XVIIe capittele

hiervoire.

240 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch cortter moigdij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat, hoewel hij beseeten heeft ende besit alsulcken stuc lants, soe

coempt Peter ende heeften dairinne geturbeert ende gestoort bij hem selven oft bij

anderen, hem belettende ende benemende dat te bearbeyden ende de vruchten dairaf

inne te doen, versuect denselven vonnislijc bedwongen te wordden dat hij hem van nu

voirtaen niet meer en turbere in zijnder voirscreven possessien, ende dat hij hem

restituere ende vergelde die scade die hij hem gedaen heeft, die hij extimeert susveele

weert zijnde, makende heysch van costen, scaden ende interesten geleden ende te lijden."

Ende ghij sult weten dat diegeene die geordineert zijn om een goet alleenlijc te

hueden oft te bewairen niet en connen gehebben dit interdict, want zij dat goet niet

wairachtelijc en possesseren, mair alleenlijc dat hueden ende verwairen.

LXVIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN ENDE CRIESME PRIVAET, GEHEETEN IN LATIJNE

INTERDICTUM UTRUBI, SPRUYTENDE UUYT VIOLENCIEN

ABLATIVE IN RUERENDE GOEDEN

Item, die XIIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien oft criesme privaet is

geheeten in latijne interdictum utrubi, dats te verstaene, actie van violencien ablativen

oft afnemingen ende spoliacien van possessien, die iemende gedaen wort in zijn ruerende

goede, dat is in zijn goet dat men drijven, dragen oft wechvueren mach. Ende dit

interdict oft dese actie wort gegeven om wederom te gecrijgen die possessie van ruerende

goeden tusschen II partijen, die om derselver possessien wille contenderen ende dingen,

ende dat heet in latijne geageert possessorio recuperanda; ende bij desen interdicte

beveelt die richter dengeenen wederom in der possessie te wordden geset, die dbeste

recht heeft ende dat voirmaels beseten heeft. Ende bij deser actien suldij formeren u

libel van den afnemen ende spoliacie u geschiet in u ruerende goet, in alle der manieren

als ghij dat geformeert vijndt van den onruerenden goeden int capittel van der actien, unde

vi. Ende utrubi is soeveele te seggen als dat diegeene bij denwelcken die possessie voir-

maels was, deselve ruerende goede wederom hebben ende gebruyken sal.

LXVIIIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN ENDE CRIESME PRIVAET, GEHEETEN IN LATIJNE

INTERDICTUM QUOD VI AUT CLAM, SPRUYTENDE UUYT VIOLENCIEN

INQUIETATIVE GEDAEN BIJ TYMMEREN OFT AFBREEKEN

IN EENS ANDERS GRONT ENDE ERVE

Item, die XIIIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien oft misdaet privaet

is geheeten in latijne interdictum oft actio quod vi aut clam; ende wort gegeven ende

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 67-69 241

verleent tegen dengeenen die in eens anders gront getymmert of gemetst heeft, heymelijc, Le

van anxte dat men hem verbieden soude, oft met wille, te weten, nae ende bovendijen dat

hem dat verboden was te doen oft gedenuncieert niet te mogen doen. Ende is dit interdict

verleent om dengeenen die alsoe bij tymmeringen uuyter possessien van zijnder erven

geworpen is, zijn possessie te recupereren ende weder te gecrijgen. Ende is den

voorscreven wille geheeten in latijne vis inquietativa; ende is als iement tegens eens

anders danck wille tymmeren oft heeft getymmert op zijn erve, oft oic yet afgeworpen

ende afgebroken; ende en wort niet gedistingueert noch ondersceyden bij dese interdicte,

weder hij dat rechtveerdelijc gemaict heeft of niet, gelijckerwijs alsoft iement op mijn erve

wat maicte oft afbrake, nadat hem dat bij [mij] verboden was oft nadat hij meynde dat

hem dat verboden souden wordden, hetzij dat hij recht hadde dat te mogen maken ende

afbreeken oft en dede. Ende wort bij deser actie van interdicte diegeene die dat gedaen

heeft, bedwongen dat afgebroken ende verdorven werck op zijnen cost wederom te

setten in sijnen vorsten state, ende dat getymmert werc op zijnen cost af te breeken.

Ende is dese actie versceyden van eender actien, dair (a) hiernae mencie af gemaict sal

wordden, geheeten in latijne de novi operis nuntiatione, dats van iemenden te verbieden

zijn metsen oft tymmeren, want de actie de novi operis nuntiatione wort innegestelt om

te beletten toecomende tymmeringen oft metselrije, mair dit interdict ende actie quod vi

aut clam wort innegeset om af te doen dwerc dat alrede heymelijc is gemaict, oft om

wederom op te maken dat alrede gebroken is geweest, ende dese actie quod vi aut clam

spruyt uuyt maleficien, ende dander spruyt uuyt bijnae als maleficie.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat in sulcker plaetzen, dair hij in possessien ende besitte is,

Peter gemaict ende gemetst heeft een huys tegen zijnen wille ende danck, ende

bovendijen dat hem Andries voirscreven dat verboden hadde, oft heeft aldair dat huys

heymelijc geset ende getymmert hem dat verzwijgende, van anxt dat ment hem verbieden

soude, versuect dairomme dat Peter bedwongen wordde die voirscreven tymmeringe oft

metselrije af te doen tot zijnen properen coste, ende dat bij denselven Andriese oplegge

ende vergelde die scade ende interest die hij dairomme geleden heeft, die hij extimeert

aldusveele gedragende, ende dat hij dairtoe wordde gecondempneert in de costen van

desen processe geleden ende te lijden."

LXIXe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN PERSONEEL, GEHEETEN IN LATIJNE

DE NOVI OPERIS NUNTIATIONE, DIEWELCKE OIC

SCHIJNT SPRUYTENDE UUYT EENDER MANIEREN

VAN VIOLENCIEN ENDE INQUIETACIEN

Item, die XIIIIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien is geheeten in latijne

de novi operis nuntiatione, id est prohibitione, dats te seggen verbiedinge van nyeuwen

a. dair in hs. : die.

242 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

wercke ; ende valt dese actie als iement eenen anderen verbiedt oft doet verbieden zijn

metsen ende tymmeren, meynende dat hij hem te nae tymmert oft vercort, ende dander

dat niet laten en wille. Ende dese nunciacie oft verbiedinge des nyeuwen wercs grijpt

alleen plaetze wanneer men iet tymmert oft metst opter eerden, soedat dat den gronde

bijblijve, hebbende de forme van metselrijen oft tymmeringen ; ende dairomme, al

plante iement eenen boom ende sneeden ende hyeuwen af, dair en soude dese nunciacie

geen stadt grijpen. Ende wort die nunciacie alleenlijc gedaen, nae recht, om te beletten

dat toecomende werc, niet om te beletten dat voir de nunciacie gedaen is, want dat

moet men af volgen bij der lester voirgaender actie geheeten quod vi aut clam, soe dair

geseyt is. Ende is geheeten nyeuwe werck makende, diegeene die metsende, tymmerende

oft gravende, dat vorste werck ende gesichte verandert, ende nyet diegeene die dat oude

ende ierste werck repareert oft meerdert, want hij dan nyet en schijnt ennich nyeuwe

werck te maken.

Item, ende aldus suldij weten dat in sekeren saken ende gevallen die nunciacie

cesseert ; ierst, soe voirscreven is, alst dwerc gemaict is voir die nunciacie; ten anderen,

als dat nyeuwe werc wort gemaict alleen totter refectien ende onderhoudinge des wercx

dat langen tijt dair gestaen heeft ; ten derden, als het notoir ende kenlijc is dat die

nuncieerder oft verbieder dairtoe geen recht en heeft dat te mogen verbieden ; ten

vierden, gelijc een ongerechte daginge den gedaigden niet en dringt. Ende het is clair

dat een persoen in veele manieren geen recht en heeft te mogen nuncieren oft verbieden

iemende zijn nyeuwe werck, ierst, mits voirwairden, pachte ende overdrage tusschen

partijen dairaf gemaict ende bij instrumenten ende brieven oft bij sentencien ende

gewijsde vonnissen ende bij der evidencien van der inhabiliteyt des gronts, des persoens

oft des nunciatoers. Ende dairomme, als men gemeynlijc te seggen pleecht dat een werc

gemaict na de nunciacie, hetzije rechtveerdichlijc oft onrechtveerdichlijc gemaict, het sal

gedestrueert wordden, dat is te verstaen, als dat recht van den denunciateur twijfelachtich

ende niet certain en is ; mair, wair dat certain dat hij geen richt dairtoe en hadde, soe

en soude dat werck niet wordden gedemolieert. Oic cesseert nunciacie, als die nunciateur

in gebreke is in der denunciacien te expresseren die sake derselver, evenverre men aen

hem dat begeert.

Item, noch suldij weten dat de nunciacie van nyeuwen wercke gesciet ende gedaen

wort bij II redenen, dierste, om eenen zijns zelfs recht te conserveren ende in wesen te

houden voir den tegenwoirdigen tijt ende hem te verhueden van scaden voir den

toecomenden tijt, dander is om tgemeyn recht te beschermen. Ende waire dat nyeuwe

werck gesciede op tgemeyn erve, alle die borgers oft innegesetene van der plaetzen

souden dat mogen nuncieren, mitsdat den gemeynen oirboir toebehoirt elcken van den

gemeynten te admitteren die gemeyn sake ter antwoirden.

Item, hier mocht iement vragen oft genoch waire dat men dengheenen die dat

nyeuwe werck maken doet, die nunciacie ende tverbot dade. Antwoirde, het en is

naictelijc alsoe niet genoch, tenwaire dat die nunciacie gedaen wordde int aensien ende

aanscouwen van den dinge oft plaetzen, dair men tymmeren oft metsen wille, want die

rechten willen dat men dat verbodt sal doen op dat werc, in presentien van den meester

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 69 243

die dwerck doet maken oft van de wercluden die dat wercken, oft van ennigen van der

familien des voirscreven meesters, die denselven zijnen meester dat soude mogen

cundigen, want wairt dat den wercluyden dat verbodt ende nunciacie waire gedaen, den

heere oft metser van den gronde absent zijnde, ende zij hem dat nyet en cundichden bij

negligencien oft met opsette, ende zij voirtwrachten, zij souden dat moeten beteren ende

boeten, ende souden gehouden zijn in dat interest van den heere.

Item, ende om u nairder te verclaren hoe men dengeenen succurreren ende te

hulpe comen sal, dijen zijnen grondt bij anderen betymmert oft berooft wort, soe suldij

weten, eest dat iement tymmert in den gront die ghij besit, soe moigdij bij uwes selfs

auctoriteyt dat werck destrueren, ende en is u nae recht van geenen noode dat nyeuwe

werc te nuncieren, dwelc notabel is. Eest oic dat iement tymmert in uwen gront, die ghij

niet en besit, ende dat werck volwracht is, soe en sal uwe nunciacie ende verbodt niet

wercken, mair ghij moet u doen succurreren metter lester voirgaender actien, geheeten

quod vi aut clam, soe voirscreven is ; mair eest soe dat dat werck niet volbracht en is,

mair is alleen begonst, zoe wort u bij der nunciacien ende verboden van nyeuwen

wercke gesuccurreert dat men dairin niet voirt en wercke noch en procedere. Welcke

nunciacie gescieden mach in drije manieren : ierst, bij auctoriteyt van den richter met

eenen bode die hij dairtoe seynden sal ; ten anderen, metten mondelingen verbode des

heeren van den gronde, die op dwerck sal mogen gaen ende seggen den wercklieden hen

nuncierende ende verbiedende dat zij niet voirt en wercken ; ten derden, metten

voirscreven mondelingen verboden ende bij faitelijcken teekenen dairtoe gevueght,

nemende nae den voirscreven mondelingen verbode eenen steen oft meer oft andere

materie uuyten wercke, die afleggende in teeken (a) dat hij verboden heeft ende niet en

wille dat men voirder wercke.

Item, dair een richter [op] versueck van den partijen een nyeuw werck doet

nuncieren oft verbieden, den richter sal, in dijen, gebruyken deser formen nae den

gescreven rechten :

" Amptman van Antwerpen etc., doe conde dat ic ter begeerten ende instancien van

Andriese bevolen hebbe den openbairen dienere, mijnen clerc van der langer roeden, dat

hij gaen soude in de Ridderstrate ten huyse van desen, ende dat hij aldair verbiede

denselven ende zijn metsers ende wercluyden op een pene van X pondt gr., tot mijns

genadichs heeren behoef dat hij niet voirt en vare noch en wercke, mair dairaf cesseren

ende aflaten, ende dat de clerc voirscreven overneme die mate van den wercke, dat dair

nu gemaict is, ende mij dat overbrenge ende dairaf relatere etc."

Mair ghij sult weten, wairt dat die verweerdere in desen compareerde, begheerende

met recht aengesproken te worden, soe soude dat gebodt smelten nae recht, want dat

recht niet en behoirt te beghinnen aen geboden, mair nemen heur begin van der

aanspraken ende libelle.

Item, ghij sult weten dat [t]zekerste zijnde, dat men de nunciacie ende verbodt doe

metten monde, metten wercke ende metter auctoriteyt van den richter tsamen, want

a. teeken, in hs.: steeken.

244 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

dair iement die nundacie dade metten mont van zijnder erven, hij soude dairmede

verliesen zijn possessie, want het soude schijnen dat hij vermoyen hadde dat men hem

dairuuyt soude mogen repelleren, mair doende soe voirscreven is, behoudt hij zijn

possessie. Nochtans dair hij zijn possessie aldus verlooren hadde, soude hij die wederom

mogen recouvreren metter actien de vi publica vel privata.

Item, ghij sult weten dat die nunciateur van den nyeuwen wercke sculdich is die

sake van den verbode te seggen, alsoeverre als die meester van der erven oft die

wercluyden dat begeeren, ter tijt als hij die nunciacie doet ende die sake van der

nunciacien behoirt sulc te wesen, dat de adversarijs dairop delibereren moge, weder hij

aenspreken wille oft wijken ende aflaten. Ende wairt dat na den voirscreven verbode

iement voirtginge metten wercke, die sake en waire beslicht ende geremitteert metter

mynnen oft metten rechte, alle dat werck dat hij dairnae dairop maken soude, het waire

bij rechtveerdicheiden oft onrechveerdichlijc gemaict, soude wordden gedestrueert, al

wairt oic dat die nunciatoer geen recht en hadde te nuncieren ende te verbieden, welcke

remissie ende quytsceldinge van der nunciacien voirscreven gedaen mach wordden in

III manieren oft bij den oirlove ende quijtsceldingen van den nunciant, die seggen mach :

"Gaet in Gods naemen, ende procedeert in u werck", oft bij den rechte, hetzije bij den

gebreke van den persoen des nunciants oft des dincx oft der saken, oft hetzij bij caucie

ende borchtochte, die hij sal mogen stellen voir den richter van afdoen ende demolieren

dat werck, indijen het bleecke dat hij dairop met onrechte hadde getymmert, in welcken

gevalle hij voirt tymmeren mach; ende dese caucie is van noode gedaen te wordden, als

dat werck gemaict wort in een plaetze die privaet is, mair alst geschiet in een openbair

plaetze, soe is die naicte geloofte sterck genoch. Ende ten derden male, soe mach die

remissie ende den oirlof van tymmeren gedaen wordden van den richter, eest dat hij

bevijndt dat die nunciatoer geen recht en heeft om dat werck te mogen verbieden, dwelc

procedeert eer dwerc volmaict is ende eer die borchtochte gedaen is, oft oic eest dat hij

nae de borchtochte ende tvolmaken van den wercke, partijen gehoirt bij kennissen van

saken, die richter vonnislijc wijst dat de nunciacie geen stat en grijpt ende dat die

nunciatoer geen recht van prohibicien en hadde.

Item, al wairt soe dat die caucie ende satisdacie van dengeenen die dat werck doet

maken, gedaen ende gestelt zijnde, hij seyde: "Her richter, en wilt niet admitteren dese

satisdacie, ic wille terstont mijn recht bijbrengen", ghij sult weten dat ennige seggen

dat men dairom niet laten en derf metten wercke voirt te varen totten eynde van den

rechte, dwelc die richter sculdich is te pronuncieren ende te doen binnen den III

maenden naistcomende ; ende in den persecucien [!] van der nunciacien, soe is men nae

rech[t] gehouden altijt over te geven een libel, besunder als men begeert dat werck nae

recht gedemolieert te hebben ; ende desgelijcx, diegeene dijen de nunciacie gedaen wort,

mach den richter offereren een libel opte remissie van der renunciacien, ende begeeren

die gepronuncieert te wordden, ende met desen doene wort rechtveerdichlijc ende

zekerlijc geprocedeert, ende sonder scrupele oft scroomingen in der consciencien.

Item, hier mocht iement vragen, want boven geseyt is, zoe wije na der nunciacien

werckt, die is sculdich dwerc af te worpen, oft in dijen gevalle hij sculdich is dat werck

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 69 245

af te worpen op zijnen cost ; om dese questie te solveren, wort gedistingueert aldus :

oft hij besit dat werc metter tymmeringen, ende soe is hij gehouden in der paciencie van

den afworpen oft in de costen oft impensen, oft hij en besittes niet, mair heeft dat

gealieneert, ende dan wort hij gelibereert, ende sijn successeur die dat gecregen heeft, is

alleenlijc gehouden paciencie te verleenen om dat werck af te doen, mair niet totten

costen oft impensen van hem, want hij niet misdaen en heeft, tenwaire dat hij van der

nunciatien ende verbode geweeten, ende dairnae dwerc volmaict hadde, want dan soude

hij oic gehouden zijn in den impensen. Ende ter ander zijde, eest dat die meester van

den gronde, die de nunciacie gedaen heeft, denselven gront alieneert, soe smelt ende

gaet uuyt dat effect van der nunciacien, ende bij desen blijct dat dese nunciacie van des

nunciatoers wegen is personeel, ende van wegen desgeens dijen zij gedaen wort, is

zij reael. Ende ghij sult weten dat diegeene die aldus werct boven de nunciacie, sonder

te hebben behoirlijcken oirlof ende remissie na den ondersceyde boven verclairt,

bovendijen dat dat werck gedemolieert sal wordden ten bevele van den richter, indijen

hij dat niet en geintegreert, gehouden sal zijn in alle costen, scaden ende interesten.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Voir u, eerweerdige etc., seegt ende stelt voirt in recht Andries tegen Peteren,

want Peter voirscreven binnen desen jegenwoirdigen jaire in der maent van Aprille

begonst hadde te doen maken op een hoofstede, den voirscreven Andriese toebehoirende,

gelegen etc., eenen muer, [ende] dairop te tymmeren een huys, soe heeft deselve Andries die

hem bij dijer metserijen ende tymmeringen ende wercke bevolen heeft te zijn vercort

ende bezwairt, den voirscreven Peteren doen nuncieren ende verbieden tvoirscreven

werck, nemende dairaf na hem de mate van den wercke ten selven daige dair gemaict

zijnde, blijckende bij duegdelijken bethoene dairaf zijnde, welcker nunciacien ende

verbode nietwederstaende, mair die versmadende, in contempte van verminderingen

van justicien ende des gerichts, ende sunder van derselver nunciacien ennige remissie

te hebben gehadt, heymelijc oft openbair in enniger manieren, heeft deselve Peter ter

voirscreven tijt geprocedeert ende doen procederen totten volmakene van den voirscreven

wercke, ten grooten hijnder des voirscreven Andries ende cleynicheiden van justicien

ende tegen recht, versuect dairomme die voirscreven Andries, als diegeene die in

meyningen is alsulcken recht als hem in desen, alsoewel bij redenen van der voirscreven

nunciacien als anderssins, competeert, te vervolgen tegen den voirscreven Peteren, dat

ghij van uwer officien wegen ende met alle wege van rechte dairtoe dienende, bij uwer

sentencien diffinitiven ende uuyterlijcken vonnisse den voirscreven Peteren condempneert

ende met rechte bedwingt af te leggen ende te demolieren ende te doen nederleggen ende

demolieren tot zijns selfs coste ende laste, al dat geheel voirscreven werck ende mueren

bij denselven Peteren gemaict oft doen maken, nair der voirscreven denunciacien ende

verbode, ende van den tijde der voirscreven denunciacien herwairtsvoir, ende aleer de

voirscreven Peter ennichsins gehoirt wordde in zijnder defensien, gelijc dat de rechten

disponeeren, ende voirtaene in alle de costen, scaden ende interesten, in desen gehadt

ende noch te lijden ten eynde toe uuyt."

246 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, ghij sult weten dat dit interdict de novi operis nuntiatione oick gegeven wort

dengeenen dijen verboden wort te tymmeren, naedat hij zeker oft caucie heeft geset,

ende dan en mach hij niet voirt tymmeren noch metsen nae de meeste opinie van de

clercken, ten blijcke dat hij hebbe recht te mogen tymmeren. Oick wort dit interdict

gegeven tegen dengeenen die geen sekerheyt oft caucie gestelt en heeft om te tymmeren

oft te metsen. Oic is hij sculdich te denuncieren dat hij recht heeft om te tymmeren,

ende dese nunciacie en derf niet gescieden metten richter, want men die doen mach

sonder den richter, soe voirscreven is, ende mach gedaen wordden bij iemende in sijns

selfs name ende in den name van den anderen ende op alle daigen, oic tegen diegeene

die absent zijn ende dijen dat leet is, ende oic die dat ignoreren.

LXXe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN, GEHEETEN ACTIO RERUM AMOTARUM,

ENDE ACTIO SERVI CORRUPTI]

Item, die XVe maniere van actien spruytende uuyt maleficien is geheeten actio

rerum amotarum (1), ende competeert den man tegen zijn wijf, die hem zijn goet

ontdragen heeft staende den houwelijc, al wairt oic naedat zij wairen gesceyden ende

gedivorcieert ; ende bij deser actien heyscht die man zijn goet. Mair, wairt dat hangende

den gedinge dat houwelijc wordde wederom gereintegreert, soe soude dat gedinge

berustende blijven, ende oft nae de reintegracie van den huwelijcke wederom divorcie

gesciede, soe soude dese actie wederom opstaen, van den goeden die zij hem voir dierste

divorcie ontdragen hadde ; ende in derselver stucken dair men tegen eenen vremden

geeft actionem furti, dair geeft men tusscen man ende wijf dese actie, als deen den

anderen zijn goet met arghen list ontvreemt. Ende dairnae moigdij formeren u libel ; dese

actie wort oic gegeven den zoon oft der dochter tegen den vader.

Item, die XVIe maniere van actien spruytende uuyt maleficien is geheeten actio servi

corrupti (2), ende wort verleent niet alleene tegen dengeenen die den slave geraden heeft

ennige sake, dairmede dat hij geargert is, mair oic tegen dengeenen die hem geerne arger

gemaict hadde met zijnen raide, ende dat niet volbrengen en conste. Ende bij deser actien

wort die raidsman gecondempneert in de pene van tweevout dat die slave geargert is, oft

van dat deselve slave bij zijnder solicitacien wechgedragen heeft, ende altijt is hij dairinne

gehouden, weder hij van den goeden slave eenen quaden gemaict heeft, ende van den

quaden eenen argeren ; ende dairnae moigdij formeren u libel alst pas geeft, dwelc in

desen landen selden te passe pleeght te comen.

(1) D. 25, 2. - (2) D. 11, 3.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT DL. I, CAP. 70-71 247

LXXIe CAPITTELE

VAN DER ACTIEN CRIMINEELE SPRUYTENDE BIJNAE UUYT MALEFICIEN

Item, in den iersten, een maniere van actien spruytende bijnae uuyt maleficien is

geheeten in latijne actio in factum contra iudicem qui male vel iniuste vexavit vel

condempnavit per imperitiam (1), dats te seggen een actie die gegeven wort tegen den

richter, die iemende met onrechte ende qualijc gequelt ende gecondempneert heeft bij

faute dat hij hem qualijc beraden heeft ; want, hadde hij dat gedaen willens ende wetens,

oft bij corrupcien van loone oft van ghiften, hij soude capitalijc gepunieert wordden, soe

boven geseyt is int capittel van valscheyden, ende oic int capittel van den richtere die gelt

neempt om rechtswille(2).

Item, met deser actien wort geageert totter restitucien van den scaden die bij der

sentencien iemende aangedaen is geweest, uuyten welcken alle richteren hen wel

spiegelen mogen niet te licht te zijn om heur vonnisse onberaden ende onbedacht te

pronuncieren ; ende dairomme hebben die costumen van den ouden lantrechten van

Brabant ende van Vlaenderen inne dat de wethouderen van den bancken oft platte

lant die gemaende vonnisse vorsten mogen met hueren vonnisse tot III genechten toe,

om dairenbinnen hen wel te beraden, hoewel nochtans dicwijle, niettegenstaende den

vorsten, zij hen zeere soberlijc dairinne beraden oft bevroeden om bij hen selven des

vroet te zijn, mair vorsten dat voirt aen heur hoot om aldair geleert te wordden ten

grooten coste van partijen, ende om die leckernije van den penningen, die zij partijen

inne doen leggen te hoode om vroetdom te trecken, dair zij af lecken, zupen ende

waesdom trecken, dwelc zij dicwijl wel verhueden zouden, wairt dat zij hen neerstelijc

binnen den III genechten onderlinge wel berieden oft metten vroeden wouden spreken

sonder cost van partijen. Ende is clairlijc te vermoeden, wairt dat die wethouders als

zij te hoode trecken om vroetdom te halen, niet meer en hadden dan elc wethouderen II

of III oude gr. sdaigs voir zijn costen, ende dat voir II wethouders ende niet meer,

ende dat dandere, te weten, de meyere ende scepenen, thuys bleven sonder cost van

partijen, scickende alleen huer zegele opt proces, dat die II van hen overdragen

souden, dat, in dijen gevalle, die wethouderen hem dicwijle nairder bij hem selven

thuys bevroeden souden, dan zijns doen. God betert, dair gebreck is.

Item, ende om meer te straffen die lichticheyt oft negligencie die bij de wethouders

ende richters dijcwijle gedaen wort uit ondersuecken van partijen rechte, eer zij huer

vonnisse uuytreycken, zoe is bij den parlemente van Parijs over menich jair gestatueert

ende onderhouden geweest, soe wanneer aldair bevonden ende geseyt wort met arreste,

dat die wethouders die bij maninge wijsen, qualijc hebben gewijst, dat zij dan ver-

bueren tegen den coninck LX pont parisis, ende die moeten die richters uuyt hueren

buydel betalen.

(1) D. 44, 7. - (2) Zie blz. 153 en 171.

248 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat Jan, wethouder oft scepene van Mortsele, hem met onrechte

heeft gecondempneert gehadt, dairinne dat bij bescadicht is geweest in X pont parisis,

versuect dat hem die van hem wedergekeert ende opgericht wordden."

LXXIIe CAPITTELE.

VAN DER ACTIEN SPRUYTENDE VAN UUYTGIETINGE OFT

UUYTWORPINGEN UUYTEN HUYSE

Item, een andere maniere van actien spruytende bijnae uuyt maleficien is geheeten

de eiectis et effusis (1). Dese actie wort verleent tegen dengeenen uuyt wyens huyse oft

woningen iet uuytgegoten oft uuytgeworpen wort, ten wege oft ter straten wairt, op

iemende daironder oft neven lijdende ; ende die scade die iemende aldair lidende gedaen

wort aen zijn clederen oft andere goet oft waire, bij stortingen, begietingen oft

uuytworpingen van gruyse, van vuylnissen oft dijergelijcke, die sal hem bij deser actien

wordden gerestaureert tweevuldich, hetzij dat dat gesciet opter openbairder straten oft

op eenen privaten wech, soeverre dair die lieden geplogen hebben te gaen. Ende wordde

iet alsoe uuytgeworpen dair een vrij man die geen serf en waire, af wordde gequetst

sonder sterven, soe is hij gehouden in die scade tweevuldich te beteren, ende zijn

meestergelt ende oic zijn verlet opte richten ende te betalen, oft alsoeveele als den

richter ex bono et equo, dats uuyt redelijcken ende deugdelijcken gevuelene, dat genoch

duncken sal, de ooghe hebbende op die impensen, costen, meestergelt ende verlet van

den wercke oft neeringen des gequetsen ; ende eest dat een vrij man alsoe geworpen oft

beghoten sterft, hij sal gehouden zijn civilijc bij deser actien in de somme van L gulden,

mitsdat een vrij lichaem geen estimacie en ontfanckt, ende voirt in de costen ende

impensen van meestergelde ende van verlette, die hij derfde, eer hij sterf, ende derven

moet overmits zijnder voirscreven doot.

Item, wairt dat bij ennich van den kijnderen van den huyse, wesende int svaders

oft moeders macht ende plicht, iet uuytgeworpen wordde, men sal ageren tegen tkijnt,

ende niet tegen den vader, ende een gast die in een herberge oft huys voirscreven ierst

is comen logeren om dair te wonen, is dairaf ongehouden, mair die weert sal dairaf

gehouden zijn.

Item, eest dat veele lieden woonen in een huys, pedagogie, collegie oft dijergelijcke,

ende men niet en weet wie dat dinc uuytgegoten oft uuytgeworpen heeft, alle die int

selve huys wonen, selen elc besunder ende onversceyden dairinne gehouden zijn, ende

als deen van hen de scade vergouden heeft, soe zijn dandere alle dairaf gelost ende

gevrijdt. Ende eest thuys gespleeten oft gedeilt, soe zijn zij dairinne gehouden die in dat

(1) D. 9, 3, 1.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 72-73 249

deel woenachtich zijn, dair dat uuytgegoten oft uuytgeworpen wort ; hadde oic iement

eenen vriendt gedaen een deel van zijnen huyse, ende hij selve te hem wairt hadde

behouden den meesten deel van denselven huyse, hij die dat meeste deel behouden

hadde, soude dairinne gehouden zijn ; mair, wairt dat iements discipel oft werckman iet

uuytworpe, die meester van den discipel oft die huereere soude dairaf gehouden zijn,

mair die voirscreven meester oft huereere soude voirt mogen volgen ende ageren opten

discipel oft wercman, bij actie geheeten in factum, voir zijn scade.

Item, dese actie wort oic gegeven den erfgenamen van dengeenen die begoten oft

geworpen wort, op den erfgenamen van den uuytworpere oft begietere. Oic mach men

van desen begieten oft worpene ageren criminelijc van injurien.

Item, wort een serf alsoo doot geworpen, soe mach die meester van den serf

heysschen den meester van den huyse die scade van tweewerf soeveele, als hem die

serf gecost hadde ende weert was.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat Jan zijn slave, gaende bij der straten, beworpen oft gegooten is

geweest uuyt sulcken huyse, met eenen steene oft met siedender olijen oft water, soe

dat hij dairaf gewont ende gequetst is geweest, ende dairaf gestorven is, dairin dat hem

scade gedaen is van X pont, versuect dat Peter die meester is van denselven huyse,

hem die tweevout oplegge ende betale."

Eest een vrij man die alsoe gedoot is, soe sal men heysschen L gulden, ende tgeene

des hiervoir meer verclairt staet, ende elc libertinus, dats van dengeenen die slaven

plagen te zijn ende vrij gewordden zijn, den voirscreven dooden vrijen man

toebehoirende, sal mogen heysschen voir zijn interesten mits der voirscreven doot, van

den voirscreven uuytworpene L scellinge.

LXXIIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN GEHEETEN DE POSITO VEL SUSPENSO]

Item, een ander maniere van actien spruytende bijnae uuyt maleficien is geheeten

in latijne actio in factum de posito vel suspenso (1), ende is als iet gehangen oft geieet

wort aen een huys boven eenen wech, dair men gemeynlijc neven plagen te gaen oft te

rijden, dwelc sulck oft soe waire dat dat vallende iemende soude mogen hinderen oft

quetsen, die meester oft bewoender van dijen huyse soude mogen aengesproken

wordden van iegelijcken om dat af te doen, ende hij soude wordden gecondempneert in

den verbuerte van X sc. oft guldenen ; ende dairaf sal men int libel versuecken dat

afgedaen te wordden ende hem te wordden gecondempneert in de somme van X gulden

oft scellinge.

(1) D. 9, 3, 5.

250 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

LXXIIIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN GEHEETEN ACTIO DE DOLO ET FURTO]

Item, een andere maniere van actien spruytende bijnae uuyt maleficien is geheeten

in latijne actio in factum de dolo et furto eorum quorum ministerio quis cauponem,

stabulum aut navem exercet(1), ende wort gegeven tegen die taverniers, herbergiers,

ende scipmeesters, die der luden goet ende ware dat zij verwairen ende te vueren

nemen, niet wel en verwairen, mair dat verliesen, laten nemen oft subtraheren, die-

welcke, - want zij gebruyken der officien ende des dienst van quaden dieneren ende

van snooden lieden, - gehouden zijn dat tweevuldich te restitueren, want zij zijn

sculdich dat wel te verwairen, naedat zij den last dairaf aengenomen hebben, hetzije

dat zij dat doen om loon oft sonder loon, ende al wairt oic soe dat zij niet en wisten

wije dat goet ontvreemt oft wechgedragen hadde.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus

"Andries seegt dat hij sulcke waire ende comanscappe geleet heeft in sulcken scip

oft in sulcken herberge oft in sulcke taverne, tertijt als hijt tselve scip huerde, oft tertijt

als hij in den voirscreven herberge ginck logeren, oft in der taverne teeren, welcke ware

hij den weert gaf te verwaren, die die verlooren heeft, soe hij seegt, versueckt dat die

meester oft heere van den scepe, van der tavernen oft van den herbergen bedwongen

wordde dat bij hem overlevere tgeene dat bij verlooren heeft. "

Item, geeft een weert zijnen gast den slotel van eender kisten oft cameren om zijn

dinc selve te verwaren, ende hij dat verliest, die weert sal ongehouden zijn, soe ennige

meynen, want zijnen gast ontfangende ende hem den voirscreven sloetel gevende,

schijnt hij te renuncieren ende te vertijden van der hueden ende bewairnissen, naedijen

dat die gast den sloetel ontfinck ; andere seggen de contrarie.

LXXVe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN GEHEETEN ACTIO IN FACTUM EX INTERDICTO]

Item, noch vijndt men andere manieren van actien spruytende bijnae uuyt maleficien,

diewelcke spruyten uuyt ennigen interdicte, dats uuyt ennigen gebode oft verbode bij

den richter oft pretoer voirgestelt ende geinstitueert. Ende alsoe dese geboden ende

verboden veele zijn, [zijn] der actien veele, die spruytende zijn uuyter daet, die dairtegen

gesciet ; ende alsulcke actie wort generalijc geheeten actio in factum que sequitur ex

aliquo interdicto.

(1) D. 47, 5.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 74-77 251

Item, ghij sult weten dat wijlen ondersceyt gemaict wort tusschen actie ende

tusschen interdict, want die actie geinduceert was bij den rechten civijl, ende dat

interdict bij den pretoer ende opperrichter die dese actie gevonden heeft, mair

hudensdaigs, soe en is geen differencie tusschen actie ende interdict.

Item, der interdicten zijn III manieren : deen is interdictum petitorium, dander is

interdictum possessorium, ende dat derde is interdictum mixtum.

Item, dat interdictum possessorium is drijerleye ; deen wort gegeven om possessie

te gecrigen, als zijn interdictum quorum bonorum, quod legatorum ende salvianum ;

dander wort gegeven om die possessie te recouvreren als zijn interdictum unde vi,

bonorum vi raptorum ende quod vi aut clam ; dat derde wort gegeven om possessie te

behouden als uti possidetis ende utrubi, gelijc hiernae verclairt wort.

LXXVIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN NE IN LOCO SACRO FIAT]

Item, een maniere van desen interdicten ende actien is geheeten actie gedaen tegen

dat interdicte, dat men in der geesterlijcker plaetzen, ofte bij der (a) geestelijcker plaetzen

niet doen en sal, ende isser iet inne gedaen, dat sal men uuytdoen, ende is geheeten in

latijne in interdicto ne quid in loco sacro vel religioso fiat, et si quid factum est

removeatur (1). Ende bij desen interdicte wort afgedaen alle informiteyt, ende dair scade

oft achterdeel af comen mochte oft ongerief, mair niet verchieringe. Ende in desen

interdicte suldij formeren u libel aldus :

" Andries claight over Peteren dat hij sulcken vuylen gansecot oft verckenscot heeft

geset bij den kerchof, oft sulcke vuyle stinckende waire als herinck, smouwt oft

dijergelijcke geleyt heeft in die kercke oft opt kerchof, in prejudicien van der gewijder

plaetzen, versuect dat hem dat gansecot verboden wordde te volmaken, ende tgeene

dat hij dairaf begonst heeft te maken, afbreeke ende wechdoe, oft dat hij die

voirscreven stinckende waire elder vervuere ende wech doe doen."

LXXVIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN NE IN LOCO PUBLICO FIAT]

Item, noch een andere maniere van dese actien is geheeten in latijne in interdicto

ne quid in loco publico vel itinere fiat (2), ende dairbij suldij formeren u libel aldus:

a. bij der, in hs. : in der

(1) D. 43, 6. - (2) D. 43, B.

252 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

"Andries beclaigt hem van Peteren, zijne gebuere, dat hij geset heeft opter

openbairder straten eene lange leene bij manieren van eender bailgien, oft dat hij dair

houdt liggende een eyke dairmede hem den inganc ende den wech van der straten

becommert ende benomen wort, scade dairbij nemende aen zijn lant ende vruchten te

wijnnen ende te hanteren, versuect dat hij bedwongen wordde dat af ende wech te doen

tot zijnder cost, ende dat hij hem oprichte zijn scade, gedragende dusveele nae sijnder

estimacien."

Ende dese actie wort aldus geintenteert soeverre dat is aengaende der scaden

privaet, mair dair geen private scade u gedaen en wort, soe suldij alleen heysschen dat hij

sijnder cost dat dinck wechdoe van der straten, soe datter niement belet bij en hebbe.

Ende eest dat die verweerdere dat belet selve niet en heeft gedaen, mair ennige voir

hem, dair hij dat [nut] af over heeft, soe en sal hij dat niet dorven afdoen oft wechdoen

tzijnder cost, mair sal gedoogen moeten ende paciencie verleenen dat men dat wechdoe ;

ende dese actie wort verleent om te bescudden die servituten rusticael tegen diegeene

die die benemen willen.

LXXVIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE LOCO PUBLICO]

Item, noch een andere maniere van deser actien is geheeten in interdicto de loco

publico (1), dairinne suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat hij gehuert heeft tegen den tollenere van Antwerpen een plaetze,

gestaen achter tolhuys, om zijn wagenscot ende sperren aldair te mogen setten. Item

heeft gehuert tegen de rentmeesters van der stadt eenen opstal opt duyenwerc, oft eenen

craem opte merct oft dijergelijcke, ende Peter belet hem tgebruyck van dijen zijnder

hueren, versuect dat hij verboden wordde hem dairin belet oft fortse te doen, mair dat

hij hem zijnder hueren laet gebruycken."

LXXIXe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN IN VIA PUBLICA]

Item, noch een ander maniere van deser actien is geheeten in interdicto si quid in

via publica factum esse dicatur (2), ende dairinne suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat hij in meyningen was die strate ende den wech omtrent zijnen

beemde oft erven te vermaken oft te reyningen ende op te graven ende in behoirlijcken

(1) D. 43, 7. - (2) D. 43, 10.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 78-81 253

state te stellen, dair is Peter comen hem dat belettende, versuect dat hij cessere ende

dat hem verboden wordde wille oft fortse te drijvene over diegeene die de strate

genomen hebben te reficieren."

LXXXe CAPITTELE

[VAN DE INTERDICTEN NE IN FLUMINE FIAT]

Item, noch een ander maniere van deser actien is geheeten in interdicto ne quid in

flumine vel ripa eius fiat quo peius navigetur (1), ende bij deser actien vervolgt men die

beletten die in de rivieren gedaen wordden den scepen ; ende bij deser actien suldij

formeren u libel aldus :

" Andries seegt dat Peter heeft aen de brugge van Oppegem in der rivieren van

den Zennen laten sincken ende vervullen met watere zijn breusselsche plaite, oft heeft

aldair begonst te heyen ende te setten in der rivieren II stijlen, om dairover water te

putten, soe dat, bij dijen belette, dander scepen dair niet gelijden en connen, oft zijn in

vreesen dairop [alen stucken gevuert te wordden, versuect dat hij bedwongen wordde

dat uuyt te doen ende dat begonnen were niet te voldoen, mair af te doen."

LXXXIe CAPITTELE

[VAN DEN GEMEYNEN WEGHE TE WATERE OFTE TE LANDE]

[1] [Van den interdicten ut in flumine navigare liceat]

Item, noch een ander maniere van deser actien is geheeten in latijne in interdicto

ut in flumine publico navigare liceat(1), ende bij deser actien formeerdij u libel aldus :

" Andries seegt dat Peter aen den opslach ende werf van der riviere van de Schelt

oft van der zee geset heeft een groote cade, van eerden ende van steenen gemaict,

dairmede die diepte aldair verlant, soedat men aldair die scepe niet en can gevuegelijc

aen den werf gebrengen, noch die packen bij den craene gevuegelijc inne ende uuyten

scepe gebrengen, versuect dairomme dat hij bedwongen worde dat belet af te doen".

Ende dit interdict wort eenen iegelijcken gegeven ende euwelijc voir zijn interest,

want mits niet gebruycken soe en mach tvolc, elc voir zijn interest, niet verliesen des

gemeynen weeghs, hetzij te watere oft te lande.

(1) D. 43, 12. - (2) D. 43,14.

254 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

[2] Nota wijen die rivieren toebehoiren.

Hier suldij weten dat alle groote rivieren loopende doer een sprincen lant, gelijc

de Schelt, de Leye, de Dyle, de Zenne, de Nete, toebehoiren den prince, ende wordden

gehouden voir princelijcke straten ende wegen, mair die smale heeren, hooge heerlic-

heyt hebbende dair die rivieren doerloopen, die hebben huer heerlicheyt ende juris-

dictie tot dat water, ende alle dat trunken ende afgehouwen van de haghen, rijse,

boomen, opten oevere wassende, behoiren toe de goeden luden oft hueren heeren

dijens de erve is dairaen gelegen, dewelcke sculdich zijn die canten te ruymen van den

voirscreven houte, dat men dair gevuegelijc varen moge. Ende oft zij dairinne

gebrekelijc vielen, soe soude die heere dat uuyt doen houden tot hueren coste. Ende als

die riviere wast metten opwatere oft in hueren loop, soe wast zij ten proffijte van den

prince; ende als zij mindert, soe breedt die heerlicheyt van de smalen heere doer wijens

lant dat zij loopt.

Item, mair die cleyne beexkens oft rivierkens die geen scepe en dragen, die

behoiren toe den heeren, hoogh heerlicheyt hebbende, doer wijens heerlicheyt die

loopen ; mair goeder luden erve daeraen liggende strect altijt tot aen dwater, ende alle

dat oncruyt ende geboemte, dairaen wassende, is toebehoirende denselven geerfden,

elcken aen ende op tsijne, beheltelijc dat zij die voirscreven riviere ruymen moeten met

vervulheyden van eerden, van boomen ende van slijke, ende die houden in huere oude

grootte ; ende dat moeten die ondersaten doen elc tegen zijn erve, ten bevele ende

gebode van den heere binnen die XV daigen ten lancxten, naedat hem dat bevolen is

ende geboden te doen, oft die heere soude dat doen doen tot hueren coste, ende

nemen de boete dairop geset ; ende in sommige plaetze doet die heere dat doen tot

hueren dobbelen coste.

[3] Nota hoe breet een middelbair riviere behoirt te zijn.

Item, noch suldij weten dat die middelbair riviere, gelijc die Dijle, de Zenne ende

de Nete ende dijergelijcke rivieren, sculdich is te minsten breet te zijn in huer middelt

XIIII voeten, ende die cleyn rivierkens VII voeten, te nemene altijt III 1/2 voet van der

middeweert van den watere ; ende die ondersaten en mogen dairuuyt geen water leyden

met sluysen, riolen, scutselen ende steygeringen sonder consent van den heere. Ende

de cleynsten waterloop van loopende wateren, als van fontainen, is sculdich breet te

zijn III 1/2 voet, nae den onderscheyde boven verclairt.

[4] Nota van den aenwasse ende alluvien.

Item, noch suldij weten dat die aenwassende erven comende ende groyende aen

den canten van den rivieren bij aenwoorpe van den stroome, geheeten in latijne

alluvio, niet altijt den heere toe en behoiren, noch oic altijt dengeenen dijen de erve

toebehoirt aen de riviere gelegen. Ende om dairaf te weten dat onderscheyt, soe suldij

weten dat den aenwass coempt met eender druyst ende impetuositeyt van opwatere

ende met openbairder aenwassingen, oft dat die gegoede aen der riviere met ennigen

weeren oft instrumenten die riviere daden veranderen in aenwassen van erven, soe en

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 81 255

soude dijen aenwass dengeenen niet blijven aen wijens erve dat gecomen ende

aengewassen waire, mair soude dat die heere aenveerden, indijen dat van nyements

anders erve openbairlijc afgedreven waire, ende die dat selve soude willen aenveerden,

die in dijen gevalle die naiste soude wesen, opdat hij dat cortelinge na den afdrijvene

quame doen. Ende eest dat den aenwass avontuerlijc, stillijc ende bij hem selven

zedelijc aencomen ende gewortelt is aen eens anders erve, die meester van dijer erven

souden den aenwass mogen behouden. Gevielt oic dat bij grooten vloede ende foortse

van wateren een deel van uwer erven oft oic uwe boomen oft huyse wechvlooten tot

aen eens anders persoons erve, daerse dat water vuerde, ghij sult weten dat ghij

dairbij uwer wechgedrevender erve, huysen oft boomen niet quijt noch gepriveert en

sult zijn, tenwaire dat ghij dat soelange liet rusten aen des anders persoens erve, dat

dair wortel genomen waire, want dan soudt blijven te dijer zijdenwairt.

Item, gebeurdet noch dat ennige riviere hueren natuerlijcken ende rechten loop

liete, ende dat zij bij huer selven eenen nyeuwen loop maicte, soe sal men den

nyeuwen loop beleyden ende onderhouden soe men den ouden dede, ende selen die

geerfde ende gegoede, die dairaen comen liggen, hebben ende oic moeten doen tgeene

des dander tevoiren deden, ende selen die scipluyden, visschers ende treckers, der

boorden, canten ende oic dijes waters aldair gebruyken, soe zij tevoiren in den anderen

loop deden ; ende quame die riviere naderhant wederom in hueren iersten loop,

soe souden alle rechten wederom keeren nae dierste maniere. Ende al wairt dat die

riviere een geheel velt, praerije oft gebroeckte overliepe, nochtans en soude dairmede

die natuere van [den] velde oft praerijen niet verandert zijn, want alsoe geringe alst dwater

wech waire, soe soude dat velt ende den grondt van erven blijven dengeenen dijen

dat tevoiren toebehoirde, mair duerende den tijt, dat dwater dairop stonde, soe

mochten diegheenen die die wateren hanteren met hueren scepe te trecken ende te

vuerene, des waters ende der canten gebruycken om de scepen te trecken, ende om te

visschen ende huer netten te bereyden gelijc tevoiren, ende soe dat nae dwaterrecht

behoirt.

[5] Van den straten ende wegen ende hueren grootten.

Item, ten meerderen verstaende van de voirscreven actien ende interdicten,

aengaende den gemeynen straten ende weegen, soe suldij weten dat, nae recht ende oic

nae costume, het zijn veele manieren van wegen, te weten, eenen voetpat, eenen

veltwech, eenen kerrewech, eenen gemeynen straetwech ende de groote straetwech

ende de grote heerstrate, geheeten den princelijcken wech. Ende van desen wegen

ennige zijn geheeten gemeyn wegen, als den kerrewech, den gemeynen straetwech ende

den grooten heerwech oft princelijken wech, ende ennige zijn geheeten besundere oft

private wege, als zijn die wege die niet en sijn enen iegelijcken even gemeyn oft bekent,

gelijc dat iement recht heeft te gaene doer tvelt van zijnen gebuere om te comen op

zijnen acker oft ter kercken.

Item, nae de costume van Piccardie ende van Artoys eenen voetpat is sculdich breet

te zijn II 1/2 voet, ende in desen voetwech mach men leggen stichelen ende vonderen,

ende dair en mogen geen beesten doergaan noch doerlijden, sonder emende.

256 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, eenen veltwech geheeten sentier is sculdich open gehouden te wordden om

altijt doer te mogen varen, ende men en mach dair noch stichelen noch vondere inne

maken ; oic en mach men dair geen beesten inne laten van selfs gaen oft loopen, ende

sal gemaict ende behangen wordden aen zijn eynde met heckenen oft hoordden ende is

sculdich breet te zijn V voeten.

Item, eenen kerrewech (a) is eenen wech alsoe gemeyn datter een iegelijcke doergaan

ende varen mach, te waghen ende te peerde ende te voete, sonder ennich verbodt ;

ende dairinne en mach men geen vonderen noch stichelen maken noch oic bruggen

leggen, dan dair des noode is, ende desen kerrewech (a) is sculdich breet te zijn X voeten

ten alreminsten.

Item, na den costume ende rechten van Bruessel, soe is eenen drifwech dair men

met cooden, peerden ende beesten drijven mach van den eenen dorpe totten anderen,

sculdich breet te zijn XXIIII voeten.

Item, eenen gemeyn heerstrate, XL voeten.

Item, eenen liedewech met alrehande goede te voeren, XVI voeten.

Item, eenen molenwech om een peert met eenen sacke te lijden, VIII voeten.

Item, eenen kercwech, eenen merctwech, eenen boerenwech ende een bruytwech,

VI voeten.

Item, eenen mantpat, wair hij gaet, IIII voeten.

Item, een gemeyn strate, geheeten een traveers, is eenen gemeynen wech gaende

van eenen lande duer dander, ende is elcken gemeyn ende openbair, om dairdoer te

lijden te voete, te peerde ende te wagen, ende behoirt breet te zijn XX oft XXII voeten

ten alreminsten.

Item, de heerstrate oft princelijcken wech is die groote heerbane, die van eenen

lande totten anderen gaet, ende van der eender stadt totten andere, ende en mach niet

begraven noch afgeheymt oft afgethuynt wordden, zij en behoirt altijt ten minsten XL

voeten breet te blijven opte verbuerte ende boeten van III realen tprincen behoef ; ende

men en sal dlant stoetende aen den heerwech niet ommekeeren metter ploegh, die eerde

en sal ommegeworpen wordden in hue[r] vore ter zijden van der eerden oft velde,

III voren verre van denselven heerweeghe, te dijen eynde dat den heerwech niet

afgewonnen en wordde, ende oic om te bewijsen dat dat den heerwech is, oic opte

verbuerte van III realen, mair die ackerman mach opten heerwech zijnen ploegh wel

keeren om zijn voiren te ordineren sonder [te] misdoen oft te bruekene.

LXXXIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE AQUA COTIDIANA]

Item, een ander maniere van deser actien is geheeten in interdicto de aqua

cotidiana et estiva(1), ende wort gegeven als iement zijn dagelijcx water dat hij pleecht

a. kerrewech, in hs. : kerckwech.

(1) D. 43, 20.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 82-84 257

te bringen op zijn ackeren oft bleyckerijen oft lant, belet wort niet te mogen halen noch

brengen, ende dairaf suldij formeren u libel aldus:

"Andries seegt dat hij gehuert heeft alsulcken watere dit jair, tot op alsulcken

grondt te besigen, nu coemt Peter ende beneempt ende belet hem dat water dair te

brengen, versuect dat hij hem geen belet dairinne en doe."

LXXXIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE AQUA DUCENDA]

Item, een ander maniere van deser actien is geheeten in interdicto de aqua de castello

ducenda(1), ende wort gegeven dengeenen, die recht heeft water te bringen oft te

gieten lancx enniger pipen oft gooten, ende dijen dairinne belet wort gedaen ; ende

dairaf formeerdij u actie gelijc voire.

LXXXIIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE AQUA PLUVIALI]

Item, een ander maniere van deser actien is geheeten in interdicto de aqua pluviali

arcenda(1), ende wort gegeven tegen dengeenen die ennich werck maict op zijn erve,

dairmede dat tregenwater zijnen schoet ende loop niet en can gehebben, het en doet

uwen gebuere in zijnder erven scade, soe suldij bij deser actien bedwongen wordden

dat werck te ontdoen ende die scade te beteren ; ende hebdij die erve alsoe gemaict van

eenen anderen gecregen, soe suldij gehouden zijn paciencie te hebben dat dat werc

wordde gedestrueert ; ende grijpt dese actie stadt alsoe geringe als sulcken hinderlijc

werc gemaict is, ende men die toecomende scade van den regenwatere beducht, al wairt

soe datter noch geen scade gevallen en waire, gelijckerwijs oft iement den waterlaet

verstopte oft meer waters dairinne dede comen met nyeuwen conduyten, oft geringere

oft stercker dede vallen, schieten oft dalen dan het soude, mair wairt dat den hinder

ende scade quame van der natueren, soe en soude dairtegen dese actie niet competeren,

,ende bij deser actien suldij formeren u libel als boven.

(1) D. 43, 20 38. - (2) D. 39, 3.

258 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

LXXXVe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE FONTE]

Item, een ander maniere van deser actien is geheten actio in interdicto de fonte(1),

ende wort gegeven tegen dengeenen die eenen anderen belet levende water te halen oft

zijn beesten te wateren aen een fontayne, vivere, putte, grachten, cuylen, pisanen oft

meeren, dair hij dat binnen dijen jaire openbairlic sonder bede oft sonder cracht heeft

geplogen te halen, hetzij dat dat belet gedaen wordde bij faiten van graven oft van

reyningen oft van verdiepingen oft andersins; ende van allen dese servituten wort dese

actie gegeven soeverre als die sake euwich is, ende dairomme, want de cisteerne geen

levende water uuyt en brengt, zoe en wort dairinne dit interdict niet gegeven; ende bij

deser actien suldij oic formeren u libel als boven.

LXXXVIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE RIVIS]

Item, een ander maniere van deser actien is in interdicto de rivis(2), ende wort

gegeven tegen dengeenen die huer grachten, gooten, waterlaten ende poelen niet en

ruymen noch en reyningen, dat [t]water zijnen gewoenlijcken loop ende schoote hebben

mochte ende zijn gewoenlijcke plaetze nemen ; ende dairaf suldij formeren u libel als

boven.

LXXXVIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE RIPA]

Item, een ander maniere van deser actien spruytende uuy[ten] interdicte, gebode

oft verbode is geheeten in interdicto de ripa munienda(3), ende is gegeven tegen

dengeenen die de canten, dijcken oft boorden van den rivieren, putten, poelen, lacken

ende beeken niet wel en beschermen, want die bescermenisse zeere nut ende oirbelijc is

voir die lude, ende is dairomme van noode dat dairtoe wel gesien wordde ; ende dairaf

moigdij formeren u libel als boven.

Item, hier suldij weten, soe wije die dijcken van enniger rivieren innesteect dair

dlant af verdrinct, soe datter verderffelijcke scade af coempt, oft die deselve dijcken

(1) D. 43, 22. - (2) D. 43, 21. - (3) D. 43,12,3.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 85-88 259

corrumpeert bij zijns selfs privaete auctoriteyt ende alle die hem dairinne confort, hulpe

ende consent toegeven sonder oirlof van dengeenen die dairaf dat besorch hebben, die

verbueren nae recht lijf ende goet; ende is, nae recht, die principael sculdich opte selve

stadt ende dijck verbernt te wordden, ende zijn participanten zijn sculdich nae recht

gedeporteert te wordden.

Item, hier dient wel verclairt te wordden dat men de personen nabescreven na recht

pleecht te punieren metten vlammen ende viere

Ierst, den valschen muntere.

Item, tovereers ende wijcheleers.

Item, den slaven, die bij zijn vrouwe gelegen heeft.

Item, den slave, die zijn vrouwe fortselijc bekent heeft.

Item, die procureur van den prince die eenen anderen met injurien heeft gevexeert.

Item, een jode die eenen anderen jode die kersten wordden is, pijnt te persequeren.

Item, die dair usurpeert die dijcken van den rivieren van der Nijlen in Egipten binnen

den XII cubitus, nae dwelc oic te verstaen is van anderen dijcken dair last aen hangt.

Item, die den vianden faculteyt ende passagie geeft te comen rooven in zijns

heeren lant.

Item, die schueren oft bergen met cooren verbernen.

ltem, brantstichters, mits roove oft viantscappan.

Item, wechvluchtige uuyten raide van den prince ende die zijnen raidt den

vianden melden.

Item, ongelovige.

Ende die ghij meer vijndt, moigdij dair toevuegen.

LXXXVIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN QUORUM BONORUM]

Item, een ander maniere van deser actien is geheeten interdictum quorum

bonorum (1), ende wort gegeven tegen dengeenen die ennige goede van den dooden

hebben aenveert ende houden willen tegen den gerechten hoyre ende erfgename van

denselven dooden, die dairinne zwijgende geerft is bij den rechte, dairmede die doode

den levenden erft ende possessie van zijnen verstervene geeft ; ende hieraf mach men

intenteren ende doen clachte ende complainte, hetzij van nieuwicheyden oft van

simpelder saisinen, gelijc van de anderen interdicten, soe boven genoch verclairt is.

Ende dit interdict is een interdict possessorie, dat gegeven wort pro adipiscenda

possessione, dats om die possessie die men noyt en hadde, te gecrijgen ; ende deser

interdicten van possessien te adipisceren zijn drije, te weten, interdictum quorum

(1) D. 43,2.

260 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

bonorum, interdictum quod legatorum, et interdictum salvianum, van denwelcken ick

bij oerdenen wat seggen sal.

Ende dit interdictum quorum bonorum competeert den erfgenamen oft kijnde

ge[e]mancipeert zijnde om te heysschen die possessie van der erven hem verstorven tegen

den besittere derselver ; ende bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat hij is erfgename, hetzij bij testamente oft sonder testament,

van Willeme, zijnen vader, ende Adrianen van Kets, zijnder moeder, ende want Jacop

vander Meersch hem onthout die goeden die zij ten tijde dat zij aflivich wordden,

besaten, soe versuect hij dat hij wordde gestelt in de possessie van denselven goeden

oft van sulcken ackere, beemde (a) , huyse oft renten, dair zijn voirscreven vader oft zijn

voirscreven moeder uuyt verstarf."

Ende dit interdict is verscheyden van de actien reael, geheeten petitio

hereditatis, dair voire af geseyt is ; petitio hereditatis wort verleent voire die

geheele versterffenisse, ende vervolgt alsoewel die goeden ende rechten die corporael

zijn als die incorporael zijn, als actien ende rechten, ende zij geeft actie ende

recht in de proprieteyt ; mair dat interdictum quorum bonorum wort alleene gegeven

voire die singuliere corporeele dingen achter den dooden gebleven, ja voir dmynste

parceel ende voire eenen hellinc, ende en vervolght noch en prosequeert niet dan die

naicte possessie van den corporeelen goeden, dair die doode in possessien was ter tijt als

hij sterf, ende en geeft geen recht in der proprieteyt, mair versuect alleen die naicte

restitucie van der possessien des verstorven dincx.

LXXXIXe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN QUOD LEGATORUM]

Item, een ander maniere van deser actien is geheeten interdictum quod legatorum

ende competeert den erfgenamen van den dooden tegen die legatarijsen, die bij huers

selfs auctoriteyt de legaten hebben aengeveert, dair bij een distributeur af zoude zijn,

nadat hij soude hebben gededuceert ende afgetrocken zijn falcidie, gelijckerwijs iement

hebbe III kijnderen, ende een huys ende eenen beempt, hij maict ende legeert den

iersten kijnde zijn huys, den IIden kijnde den beempt, ende den derden institueert hij

zijnen universelen erfgename, die in der versterffenisse niet meer en vijndt dan

voirscreven is, dese derde sal hebben zijn falcidie, dats te seggen, dat vierendeel van der

versterffenissen ende erfflijcheit voirscreven ; ende dat sal hij deduceren ende aftrecken

van den voirscreven huyse ende beemde, ende sal den iersten ende IIen kijnderen

distribueren dat overschot van den legaten bij sijnder hant, dwelc zij bij heurder

auctoriteyt niet sculdich en wairen te aenveerden noch te apprehenderen ; ende is

a. beemde, in hs. : beemse.

(1) D. 43,3.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 89-90 261

dairomme dat effect van deser interdicte dat hij versuecken sal die legatarijse

gecondempneert te wordden hem te restitueren ende in zijnen handen ende possessien

te stellen alle die legaten, dair hij erfgename af is.

Item, bij desen interdicte suldij formeren u libel aldus

" Andries seegt dat de heere van Croix, zijn neve, bij zijnder auctoriteyt occupeert

dat goet ter Tanerijen als hem gelegeert ende gemaict bij Willeme, zijnen vader, dijens

erfgename hij is, versuect dat hij hem restituere dat legaet oft zijn interest ".

Ende is dit interdict oic een interdict van possessorie adipiscende, soe voirscreven is.

XCe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN SALVIANUM]

Item, een andere maniere van interdicte ende van deser actien is geheeten interdictum

salvianum(1), ende dit competeert den heere van den pachtgoede oft van den huyse

tegen zijnen wijnne ende anderen personen, dijen hij zijn pachtgoet oft zijn huys verhuert

heeft, als deselve wijnne oft huerlinge zijn goeden, beesten ende have uuyter gehuerder

hoeven oft huyse gedaen heeft, sonder die in den iersten staet te reduceren, want alle

die goeden die de pachteneren oft andere huerlinge in den hove oft huys brachten, zijn

den heere oft meester van den pachtgoede oft huyse verbonden voir zijnen pacht ende

huere, in stilre weerden ende met swijgender verbijntenissen. Oic seggen die rechten,

wairt dat een pachtenere een slavinne bracht op dat pachtgoet als pandt, ende hij die

slavinne naderhant vercochte, ende dat zij, bij dijen cooper zijnde, een kijnt gecrege,

dit interdict soude den meester van dijen pachtgoede gegeven wordden om dat kijnt te

apprehenderen, want dit interdict wort gegeven den meester van den gronde tegen alle

vreemden besitteren van de panden die hem zwijgende verbonden zijn om dairaf te

adipisceren ende te gecrijgen die possessie, mitsdat tvoirscreven interdict van possessorio

adipiscende gelijc[t] die II andere interdicten lest voirscreven, ende wort geheeten

salvianum nae den pretoer die dat vandt.

Item, dit interdict salvianum is versceyden van eenen anderen interdicte geheeten

interdictum servianum(2), want diegeene die intenteren willen dat interdictum servianum

om restitucie te hebben van den dingen dat hem verbonden is, die is sculdich te thoenen

dat dat dinck was onder de goeden van den pachtenere oft huerlinc, ter tijt als hij sijn

dingen bracht int huys oft pachtgoet, mair dat en is van geenen noode te thoenen in dit

interdict salvianum, mair is genoch dat men thoene dat sulcken dinck dairinne gebracht

is geweest.

Item, in den interdicte serviane is van noode dat die crediteur thoene dat dat dinck

onder sheeren dingen was ter tijt van der obligacien, mair in salviano interdicto is

(1) D. 43, 33. - (2) Inst. 4, 6, De act. 7.

262 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

genoch dat men thoene dat hij dat possesseert ende beseten heeft, want allet datter inne-

gebracht is van de pachteneren, dat is altemale zwijgende den heere verbonden.

Item, bij desen interdicte suldij formeren u libel aldus int cortte :

" Andries seegt dat hij Peteren verhuert heeft een pachtgoet tot Bornhem gelegen,

geheeten thof te Bairle, ende dairbij denselven Peteren zijnen pachtenere heeft

geinstitueert, ende deselve pachtere heeft opt selve goet gebracht alsulcken ezel oft

beeste, die hij ten tijde van der voirscreven hueringe besat, ende want Peter voirscreven

den voirscreven ezel oft beeste, die hij ten tijde van der voirscreven hueringe besat,

afgedaen heeft, soe versuect Andries dat de voirscreven Peter bedwongen wordde den

voirscreven ezel oft beeste wederomme opt tgoet te brengen in derselver possessien

ende gebruycke, dair zij inne wairen ter tijt als Peter voirscreven den voirscreven grond

heurde, want invecta et illata zijn hem tacite verbonden voir zijn pencie, die hem noch

onbetailt is gebleven. "

Item, desgelijcx mach die meester van den gronde die innegebrachte goede die hem

zwijgende verbonden zijn, heysschende [!] van allen detinenten oft vreemden die die

hebben oft houdende zijn in deser manieren :

" Andries seegt dat hij verhuert heeft Peteren sulcken erve, dair Peter zijn wijnne

af is wordden, welcke wijnne dairop gebracht heeft sulcken peert, ezel oft osse, dijen

nu houdt ende besit Pauwels, ende want hem de voirscreven Peter zijnen pacht ende

pencie nyet en heeft betailt, soe versuect Andries dat hem Pauwels den voirscreven

ezel, osse oft peert levere ende restituere, als hem heymelijc verbonden, quoniam invecta

et illata sunt sibi tacite obligata pro pensione predii antedicti."

Item, wildij hier nairder weten hoeveele manieren van panden men vijndt, ende

van de obligacien ende verbijntenissen welc sculdich is voire dandere te gaen, besiet

hiervoire dat capittel van der actien reael, die geheeten is ipothecaria(1).

XCIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN NE VIS FIAT]

Item, een andere maniere van desen actien ende interdicten is geheeten in latijne

interdictum ne vis fiat ei qui in possessionem missus est(2) ; ende wort gegeven tegen

dengeenen die iemende, die bij den richter geset is in possessien van ennigen goede,

hetzij bij contumacien van den adversarijs oft uuyt saken van enniger scaden die hem

aengedaen is geweest, ende bij redenen van den buyke, dats te seggen van kijnt te

gedragene, stoot oft belet doet in zijnder possessien, hem dairuuyt expellerende ende

verbiedende dijer te gebruycken oft verbiedende hem dairinne te treeden. Ende bij deser

actien suldij formeren u libel aldus

(1) Zie blz. 109. - (2) D. 43, 4.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 91-93 263

"Andries seegt dat nadijen dat hij bij u, her richter, gestelt is geweest in de

possessie van sulcken dinge, hetzije mits contumacien zijns adversarijs oft mits scaden

hem aengedaen, oft in den name van den buycke, soe heeft hem Peter benomen ende

belet dat te besitten oft dijer possessien te gebruycken, versuect dat hij verboden wordde

hem ennich belet te doen in zijnder possessien, dair ghijen inne geset hebt. "

Ende competeert dese actie, alsoewel tegen dengeenen die eenen beneempt te

comen in possessien als tegen dengeenen die eenen anderen verdrijft uuyt sijnder

possessien, hetzije met fortsen oft sonder crachte ; oic is hij gehouden bij deser actien

degeene, bij wijens geheete oft consente, iement eenen anderen belet oft verbiedt zijn

possessie ende gebruyck.

XCIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE VI]

Item, een ander maniere van deser actien ende interdicten is geheeten in latijne

interdictum de vi, et vi armata(1), ende wort gegeven dengeenen die uuyter possessien

van zijnen erve oft onruerende goeden met wreeder crachten, die atrox is, gewapender-

hant geworpen wort, om zijn possessie wederom te recouvreren, gelijckerwijs dat

interdict oft actie unde vi, dair hiervoire af gescreven is, oic gegeven ende verleent wort

dengeenen die uuyt zijnder possessien geworpen is ; ende dit interdict en behoirt niet

tegen alle crachten, mair alleenlijc tegen gewapende crachten gedaen in de saken van

den gronde oft die den gronde oft edificien cohereren, mair het en behoirt niet tot

ruerende dingen dairinne dat die actio furti, oft bonorum vi raptorum competeren. Ende

bij deser actien suldij formeren u libel gelijc ghij dat formeret in der actien unde vi,

dair boven af gescreven is(2).

XCIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE TABULIS ENDE VAN TESTAMENTE]

[1] [Van den interdicten de tabulis]

Item, een andere maniere van interdicte oft actien is geheeten in latijne interdictum

de tabulis exhibendis(3), ende wort verleent den erfgenamen oft den legatarijs tegen

dengeenen, die dat testament in handen heeft ende weygert dairaf copie auctentijcke te

geven ; ende wort dese actie gegeven van alle scriftueren gemaict van den uuytersten

(1) D. 43, 16. - (2) Zie blz. 223.-(3) D. 43, 5.

264 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

wille ende disposicien, hetzij dat die van weerden zijn oft niet, want exhiberen en is

anders nyet dan van der materien den erfgename copie te geven. Ende eest dat een

monboer ende tuteur sulcken gescrifte van testamente oft uuytersten wille in handen

heeft ende dat niet en exhibeert, die momboer is dairaf sculdich ende gehouden, ende

niet die weeze.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus

" Andries seegt dat Peter onderheeft ende houdt dat testament van Wouteren,

dairinne dat hij is gescreven te zijn zijn erfgename, - oft dairinne dat hem wat goets

gemaict is, - versuect dairomme bij deser actien, infactum de tabulis exhibendis, dat

hij dat gescrifte oft testament exhibere. "

Ende eest dat die verweerdere tijt begeert ende uuytsel om die exhibicie te doen,

die richter is hem dijen sculdich te geven ; ende proprelijc te spreken, exhiberen en is

anders niet dan dat dinck voir oogen te brengen ende te thoenen om den adversarijs

dairaf copie te hebben, om die gesien, ende hij dairinne ennich interest heeft, dat te

vendiceren. Ende tabule testamenti zijn geheeten die testamenten oft scriftueren, die

men maicte van den uuytersten wille des menschen, overmitsdat men de testamenten

ende uuyterste willen plach te scrijven, in tafelen eer men fransijn oft papier vant, gelijc

men oic doentertijt in tafelen screef alle brieven ; ende proprelijc te spreken die tafele

van den testamente zijn geheeten dat testament gemaict in gescrifte ende perfectelijc

geteekent ende gesigneert, hoewel men abuselijc valsche ende gevicieerde testamenten

heet tafelen van testemente[!].

[2] [Van den testamente]

Item, hier suldij weten dat, nae de gewoenten van de leeken ende weerlijcken hoven

ende gerichten, generalijc te spreken een testament is geheeten een ordinancie ende

vaste sentencie van den uuytersten wille, die iement maict van tgeene des hij nae zijn

doot gedaen wille hebben ; ende van des bij den testateur alsoe gemaict ende geordineert

wort, dat is men sculdich bij allen richteren favorabelijc te doen onderhouden alsoe-

verre als dat bij der doot van den testateur is geconfirmeert sonder wederroepen, want

een testament niet en wort geconfirmeert, die testateur en waire gestorven ; ende

dairomme heet men dat in latijne testamentum, dat is te seggen testatoris monumentum,

dats tgraf van den testateur.

Item, ghij sult weten dat, nae recht, die u[uy]terste willen gescieden in vive manieren:

ierst, bij solempneelen testamente gescreven ende gesegelt in presencien van VII

getuygen, dairtoe gebeden, huere jairen hebbende, vrij personen zijnde, hebbende tselve

testament ondergesubscribeert, inhebbende tselve testament institucie van erfgenamen,

een oft meer, van den heelen patrimonien; ten anderen male, mach den uuytersten wille

gescieden sonder gescrifte, ende leegt alleene in der noemingen ende spraken van den

testateur, ende heet in latijne testamentum nuncupativum, ende dairover behoiren oic

te zijn VII getuygen ende institucie oft nominacie van de erfgenamen ; ten derden male,

mach den uuytersten wille gescieden bij codicillen, dats bij cleynen gescriften, dair

iement bij zijnen u[uy]tersten wille mede disponeert van zijnen goeden ende dingen, als hij

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 93 265

bij enniger noot belet is oft niet en can gemaken zijn testament soe solempneel, hetzij

met gescrifte oft sonder gescrifte, ende is versceyden van den testamente, want men bij

den codicillen geen erve maken noch ontmaken en mach, ende is genoch na den

weerlijcken gescrevenen rechten datter vive getuygen over staen, hetzij dat zij dairover

geboden wordden te comen oft niet, ende mach een persoen veele codicillen maken,

ende dat codicil behoeft geenderhande solempniteyt, dan alleen dat verclairen van den

u[uy]tersten wille des testateurs, mair bij der beneficien van den codicille subvenieert

men ende men coemt te baten den wille van den deffunct, bij gebreke van de solempni-

teyten van de woirden van loye ende van rechte, oft bij gebreeke van der behoeften der

solempnieerder woorden ; ten vierden male, als die vader testeert tusschen oft onder

zijn kijnderen ; ten Vste male, als een ridder zijn testament maict, dwelc gescieden

mach voir II getuygen.

Item, noch suldij weten datter veele manieren van lieden zijn die geen testament

en mogen maken, mair wort hen in de rechten verboden testament te maken, te weten,

impuberes, dats knechtens onder heur XIIII jairen, ende meyskens onder huer XII

jairen, mitsdat zij noch geen discrecie oft ondescheyt der hertten ende der zijnnen en

hebben.

Item, een kijnt, wesende in sijns vaders plicht, en mach niet testeren, dats

testament maken, al consenteerde dat zijn vader, tenwaire van zijnen peculium castrense

oft quasi castrense, dat is te seggen, van den gelde oft cleynder substancien van goede,

dat hij verworven hadde in den orloge ende dienste zijns princen, ende bij tael-

spreken voir zijn vrienden oft lesende ende leerende in der schoolen, van welcken

peculium hij wel soude mogen testeren sonder den wille zijns vaders.

Item, die uuytsinnige ende sotte, soelange als zij sulck zijn, en mogen niet

testeeren, mair hadden zij bijtijden goede memorie ende verstantenisse, ende zij dan

heur testament maicten in presencien van weerdigen getuygen, die dat alsoe tuyghden,

dat testament soude van weerden zijn.

Item, wairt dat iement hem selven uuyt desperacien doode, uuyt vreesen van

pijnen oft van verwijst te wordden van zijnder misdaet, oft mits der accusacien oft

aensprake die men op hem doen soude, ghij sult weten dat zijn testament niet en doogh

noch stat en grijpt, al wairt dat hij dat hadde tevoiren gedaen, wel hebbende zijn

memorie ; mair, wairt dat hij hem selven gedoot hadde uuyt crancheyden oft verwoet-

heiden der herssenen ende der zijnnen, oft mits anderen groten siecten oft toevallende

manieren, dairom en soude zijn testament, dat hij tevoiren hadde gemaact, niet in

stucken noch gebroken zijn, ten soude van weerden blijven.

Item, een persoen dijen, mits zijnder overtolliger miltheyt ende prodigaliteyt, die

administracie van zijnen goede geinterdiceert ende verboden is, en mach niet testeeren.

Item, die bij der natueren doof ende stom gebooren is, en mach niet testeren, mair

heeft hij tanderen tijden gehoirt ende gesproken, ende hij bij ennigen accidenten doof

ende stom wordden is, ende hij scrijven can, soe mach hij zijn testament oft codicille

maken ; ende is hij alleen doof, soe mach hij wel zijn testament maken, soeverre het

blijet dat hij dat met volcomenen ende oprechten wille doet.

266 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, die ter doot gecondempneert is oft om slave te zijn, en mach niet testeren.

Item, diegeene die niet en weet weder hij vrij oft eygen is, vader oft kijnt die

onder svaders plicht is, en mach niet testeren.

Item, die gedoempt ende gedampneert is van eender openbairder famoeser criesmen

ende misdaet, als soude zijn misdaet tegen natuere ende dijergelijcke, en mach niet

testeren.

Item, een monick oft canonicka regulier, religieux oft religieuse die profes zijn, en

mogen niet testeren.

Item, clercken die gebeneficeert zijn, en mogen geen testament maken dat van

weerden sijn sal van de kerckelijcken goeden bij hen vercregen.

Item, geen prelaet van der kercken en mach testament maken van der kerckelijken

goeden, mair heeft hij ennich goet dat zijn proper is, dairaf mach hij testeren tot

sijnder gelieften.

Item, een hereticus, ende diegeene die crimen lese maiestatis heeft gecommitteert,

dese en mogen niet testeren.

Item, dat leste testament van den testateur dat blijft geduerich ende onvergancke-

lijc, ende wort bij der doot van den testateur geconfirmeert.

Item, bij den costumen locael van veele plaetzen in Brabant, Vlaenderen ende

anderen landen van herwairtsover, soe en mogen geen bastaerden ennich testament

maken van hueren goeden, dat van machten ende weerden blijven sal, alsoeverre als

die bastaerde bevonden wordden dairaf in possessien te zijn ter tijt als zij sterven, want

die heeren daironder huer goeden bevonden wordden, nae huer doot, souden willen

seggen ende mainteneren bij der voirscreven costumen dat die goeden hen verschenen

ende toebehoirende wairen, niettegenstaende ennigen testamente ; ende dairomme,

wille een bastaerd in den voirscreven plaetzen iemende iet geven oft maken, dat moet

hij hem geven, leveren ende van hem doen, bij sijnen levende lijve, ende gecrijgen

octroy van den heere, ende dit siet men aldus useren (b) in de voirscreven plaetzen

costum[i]eren ; mair na de gescrevene rechten, soe en is dese costume niet geapprobeert,

mitsdat, nae recht, elc testament maken mach, dijen dat in de rechten niet en wort

verboden, nu en wordt dat in de rechten den bastaerden niet verboden.

Item, noch suldij weten, al eest soe dat nae den ouden weerlijcken gescreven

rechten een testament solempnel behoefde gemaict te zijn voir zeven getuygen, soude

dat van weerden hebben geweest, ende voirts bij hen bezegelt, oft anders soude dat van

onweerden geweest hebben, soe hebben nochtans die nyeuwe rechten dat gemodificeert

in sulcker manieren dat nair der loopender practijcken elckermale dijen georloft is bij

den rechten te mogen testeren, zijn testament maken mach voir zijnen prochiaen ende

andere II getuygen (d) ; ende geen costume en is ter contrarien van dijen niet sculdich

ennich stat te grijpen, dat testament alsoe duegdelijc gemaict en sal stat grijpen ende

a. canonick, in hs. : cononick. - b. Na useren, heeft hs. ende van XVIe eeuwse hand. -

c. gescreven, in hs. : voorscreven. - d. In de marge . Hodie valent testamenta facta coram parocho aut

notario et duobus testibus, XVIe eeuwse hand.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 93 267

van weerden gehouden zijn ; ende dat meer is, soe seggen die geestelijke rechten die

men in der loopender practijcken naevolght, eest dat een testament gemaict wort tot

behoef van saken van goedertierenheiden, als zijn aelmoesene ende dijergelijcke,

sonder ongeordineerde gonste oft ongemeten oft overtollige gifte, ende sonder te

frauderen tgerechte natuerlijc hoyr, dat sulcken testament gemaict voir notairijs ende

II getuygen van weerden is ende goet, ende behoirt geconfirmeert te zijn ; ende het is

genoch dat dat bezegelt zije metten zegele van den eenen van den getuygen oft bij den

notarijs gehanteekent ende gesubscribeert.

Item, ende die geen getuygen mogen zijn over een testament, die, nae den gescre-

ven rechten, testament mogen maken ; mair dengeenen dijen in de rechten verboden is

testament te mogen maken, als den gebooren doofven menschen, den slave, den

uuytsinnigen, den kijntschen mensche, den onbejairden kijndere ende weeze, den

gediffameerden, den dissipatoer van zijnen goeden, ende anderen dijen de rechten

verbieden getuygenisse te mogen dragen, noch oic diegeene die in de plicht ende macht

is van dengeenen die dat testament maict, die en mogen geen getuygen zijn over een

testament.

[3] Nota hoe legatarijse geen getuygen en selen zijn, ende hoe zij gehouden

wordden als erfgenamen van des hen gemaict is.

Item, noch ook niement die ghifte heeft int testament, want alle testamenten dragen

ten afnemene ende prejudicien van den hoyre, ende van niement anders ; ende soe

wijen bij den testamente wat gemaict wort, die wordden geacht ende int verstandt

genomen hoyr te zijn van tgeene des hen in testamente gegeven is te hebben nae de

doot ; ende alsoe, wairt dat zij dairin tuygen mochten, soe souden zij geadmitteert

wordden te tuygen van huers selfs ghifte ende hoyrije ; mair, wair die ghifte cleyn, ende

men hem als getuyge leyden woude op ghifte die eenen anderen gegeven waire, het

soude welmogen staen in de discrecie van den richter dengeenen dijens ghifte soe

cleyn waire als van V oft VI sc., ende die een eerbair man waire, ende sulc dat dairaf

te presumeren waire dat hij niet, om alsoe cleynen dinck oft ghifte te behouden, en

soude willen liegen, dat deselver richter hem soude mogen admitteren totten thoene

van den testamente, mair hij mochte soe groten proffijte nemen bij den testamente, dat

men op zijne deposicie nyet (a) zeer letten en (b) zoude, ende dat die reproche die men dair-

tegen doen mochte, grootelijck gewegen soude wordden.

Item, ende hoewel de voirscreven weerlijcke gescreven rechten willen van den-

geenen die geen moyte noch stade en hebben heur testament in gescrifte te maken, dat

zij dat metten monde mogen ordineren zonder scrijven, soeverre dat gedaen wort voir

VII getuygen, dwelc alsoe gedaen, van weerden sal wordden gehouden, ende anders

niet. Nochtans, soe wort bij costumen ende in der loopender practijcken onderhouden

dat men dat doen mach bij III getuygen, te weeten, voir notarijs ende II getuygen

dairtoe gebeden ende geroepen.

a. nyet, hd. XVII e. - b. en, hd. X VIe e.

268 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, noch wort bij der loopender practijcken geraden alle executueren van

testamente, geheeten gemeynlijc in onser Brabantscher spraken testamenteurs, dat zij

terstont nae de doot van den testateur oft ten lancxsten binnen vyer maanden nae de

doot, dat testament brenghen voir de weth van der plaetzen om aldair geapprobeert te

wordden bij wette, tenwaire dat die testateur bij sijnen levende lijve dat hadde selve

doen approberen, ende voir weth comen zijnde, dat zij dan aldair overgeven bij goeden,

deugdelijcken ende wettelijcken inventarijs alle die goeden, dair dat testament op slaet

ende dair zij executeurs over zijn, ende dat de weth houde dat dobbel van den inven-

tarijs eer zij hen der execucien onderwijnden, want anders int doen ende overgeven

huerder rekeningen mocht hen geseyt wordden dat dair meer goeden wairen geweest,

ende dat dair fame af was, ende dairaf soude men getuygen mogen hooren, ende souden

alsoe grotelijc tegenbesceyt belast mogen wordden oft gemoyt, ende dan soe selen die

wethouders ten versuecke van de voirscreven testamenteurs ontbieden voir hen die

getuygen van den testamente, die aldair tuygen selen voir weth dat zij als getuygen

dair bij ende over gestaen hebben, dair dat testament van woirde te woorde gelesen

was voir sulcken N. die van levenden lijve ter doot comen is, die doentertijt was

levende, hebbende goede zijnne, verstant ende memorie alst scheen, die begeerde dat

testament alsoe te maken ende te ordineren, sonder dairaf iet te veranderen oft te

wederseggen, dewelcke hem versochte als getuygen dairover te staene ; ende dat

gedaen zijnde, soe sal dat testament ontfangen wordden van de wethouders ende

gedobbleert, dairaf deen geleet sal wordden in den com ende hueden van der weth

toegesegelt metten zegel van eenen getuyge ten minsten, ende dander sal gegeven

wordden den testamenteurs om te voldoen heur execucie ; ende dair selen dieselve

testamenteurs in presencien van wette aennemen dat testament te volvueren binnen jairs,

na heur alrebeste wijsheyt ende macht, na zijnre formen ende teneure, ende ten naisten

dat zij selen connen. Ende selen aldair geloven van allet, dat zij dairinne doen selen, te

geven ende te doen goede wittige rekeningen binnen denselven jaire, dairtoe geroepen

diegeene die dairtoe behoiren geroepen te zijn. Ende is die opinie van veele costumiers,

dair de testamenteurs niet en connen doen blijcken sulcken solempniteyten bij hen

gedaen te zijn, dat zij dairna qualijc gefundeert zijn om te intenteren ende in te setten

ennige actie van testamenteurscappen ende van executeurscappen van testamente. Oic

wort geraden allen goede steden ende bancken van rechte, daer dit niet onderhouden en

wort, dat zij ten bezorge van den gemeynen besten, om die wairheyt van den testamente

te weten, ende om te verhueden fraude ende bedroch, dat alsoe ordineren oft statueren

onderhouden te wordden.

Item, noch suldij weten, dair een testament in der manieren voirscreven der weth

bijbracht is ende gepubliceert, ende dat dobbel in de com oft kiste van der weth geleyt,

ende die testamenteurs oft de erfgenamen bij enniger avontueren heur testament dat zij

in handen hadden, verloren, dairomme en soude dat testament niet van onweerden oft

te nyeuten zijn, mair soude tgeene dat int slot waire van der weth wordden gedobbleert

bij den getuygen die int maken van den testamente dair bij hadden geweest.

Item, ende om te approberen een testament, soe en behoeft men niet te letten weder

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 93 269

die getuygen zijn vrij lude oft niet, oft wat lude zij zijn, opdatse geen valsche getuygen

en zijn, want geen ander wederleggen, reproche oft redargucie en is dairtegen

ontfanckelijc.

Item, een testateur mach afnemen die ipothecque, ende dat die dominie niet en gae

hueren rechten wech, ende dat is geintroduceert opdat zijnen wille te geringer volbracht

soude wordden, ende mach alsoe om zijn proffijte renuncieren den proffijte privaet. Oic

mach die testateur orlof geven den legatarijs te treden in de possessie van den legate,

ende die te apprehenderen bij zijns selfs auctoriteyt zonder ander ordene van gerichte,

welcker oerdenen ende solempniteiten die testateur renuncieren mach.

Item, noch suldij weten dat een testament geimpugneert mach wordden in

III manieren : ierst, dat dat nul is bij gebreke van solempniteiten, ten anderen, dat dat

nul is mits der pretericien ende overscrickingen, als van te hebben achtergelaten ende

vergeten dengeenen die zijn erfgename is, hetzij dat hij dijen onterft heeft, oft denselven

niet geinstitueert en heeft sijnen erfgename bij den testamente ; ten derden male, dat dat

ondeugdelijc ende inofficiosum is uuyt gebreke van goedertierenheyden, ten IIIIen male,

dat dat valsch is bij gebreke van der wairheyt.

Item, eenen erfgename te institueren en is anders niet dan iemende nae zijn doot van

allen zijnen goeden, in zijn stat, heere te maken ende te constitueren, alsoewel van scaden

als van baten, ende alle menschen mogen erfgenamen wordden geinstitueert, ende

aenveerden allet tgheene dat hem van den testateur gelaten wort, hetzij dat zij

vreemde kijnderen zijn oft vrij luden oft slaven van den testateur oft vreemde oft

patresfamilias oft onbejairde kijnderen, impuberes wesende, oft een privaet persoen oft

een kercke oft een universiteyt, uuytgenomen datter ennige lude zijn, die niet en mogen

geinstitueert wordden erfgenamen, te weten, die euwelijc gebannen is, die gecondempneert

is euwelije in een eylant, die verwijst is te moeten graven in der mynere van metale.

Item, een collegie die niet geapprobeert en is.

Item, die in overspele ende in verdoomder geselscape van fornicacien geboren is.

Item, een serf die geaccuseert is te hebben geadultereert met zijnder vrouwen, die

en mach van huer nyet wordden geinstitueert.

Item, een hereticus, een apostaet.

ltem, een wijf die binnen jairs treet totten IIen huwelijc binnen den tijde des rouws.

Item, die wetens metter weuwen binnen den tijde van heuren rouwe, dat is, binnen

jairs nae heurs mans doot, te houwelijc treet, die en mach van huer niet wordden

geinstitueert.

Item, al is een testament gescreven op een andere maniere oft langaigien dan dat

verstant was van den testateur oft van den getuygen, het waire dat die notarijs oft clerc

dat hadde gedaen wetens oft onweetens, dairom en sal nochtans dat testament niet quaet

ende van onweerden zijn, alsoeverre als die getuygen wisten ende te binnen wairen hoe

dat zijn zoude, alsoft hij screve dat die testateur gegeven hadde eenen croes wegende een

marck, ende die clerc vergeten hadde dat hij silveren soude zijn, ghij sult weten dat,

mits faute van dijen woirde, dat testament niet en sal gehouden wordden voir quaet oft

nul, mair sal gehouden wordden voir een testament, ende sal dat gebreck wordden

270 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

gesupplieert bij den richter ; ende desgelijcx sal men dat verstaen van ennigen anderen

woorden, opdat zoe geviele.

Item (a), noch suldij weten dat een testateur wel mach wat geven ende laten den clerc

die dat testament scrijft, ende de getuygen die dairover geboden wordden, ende dairaf en

zijn zij niet sculdich gereprochieert te wordden.

Item, al is een testament X jair out oft meer, dairomme en sal dat niet van enniger

onweerden zijn, tenwaire dat men bethoenen conste dat die testateur, sindt dijer tijt,

ander testament van zijnen uuytersten wille gemaict hadde voir notarijs ende II getuygen.

Item, bij den gescreven rechten en is nergens verboden dat niement en sal wesen

aelmoesenier ende partchonier, dats, deel ende ghiften van aelmoesen hebben in ennigh

dinc oft goet, hoewel dat te veele plaetzen men dairaf houdt costume contrarie.

Item, noch suldij weten dat bij geenen testamente aelmoesen oft ghiften gegeven

en mogen wordden, tenzij dat die sculden voire ende alvoire selen betailt wordden,

ende dairomme pleegt men dat in den instrumenten van testamente altijt ierst te setten,

eer men van den almoesen ende legaten spreect.

Item, die rechten statueren, om te punieren ende te benemen bedroch ende fraude

die in den testamenten vallen mochten, ende omdat den uuytersten wille van den dooden

soude, ten alrecorsten dat men mochte, volvuert wordden, dat oft iement verzweege

oft verborge iements testament na sijn doot, ende hij beneempt oft die vertrecken

vijndt, dairmede dat niet en coempt int lichte ende ten effecte, dat dan, soe geringe

als dat testament gevonden ende voirtgebracht sal zijn, diegeene die dat alsoe versteeken

heeft, sal verliesen alle alsulcken deel oft beneficie als hij bij den testamente sculdich

waire te hebben, ende oft hij dat testament bij ennigen liste, subtijlen vonde oft

anderssins hadde genomen oft opgehaven oft verloren, soe sal hij gehouden zijn dat

weder te geven, ende dairtoe sal hij bedwongen wordden, ende sal dairtoe staen ter

discrecien van den richter om hem te punieren nae gelegentheyt der saken.

Item, desgelijcx soe sal oic diegeene die uuyt loosheyden, valscheyden ende

giericheyden, crijge oft quaetheyden, verzwijght die ghijften ende aelmoesen die de

testateur geeft den armen ter salicheyt zijnder zielen, staen ter discrecien van den

richter, om dairaf gepunieert te wordden nae gelegentheyt der saken. Ende die richter

is sculdich met alle behoirlijcken wegen ende conjectueren te ondersuecken ende te

ondertasten den uuytersten wille ende begeerte van den dooden, ende dairnae te

vernemen soe hij eernstelijcxse can ende mach, ende soeveele te doen datten

uuytersten wille volvuert wordde ten alrenaisten dat mogelijc is te gescieden, al

wairt soe dat iement om zijnen singulieren oirbair ende proffijt dairtegen waire bij

ennigen liste oft slymmen wegen, om den uuytersten wille te beletten.

Item, noch suldij weten dat nair der loopender practijken men sculdich is overal

te houden voire eenen stijl, soe wanneer de testamenteurs aengenomen hebben den

last van den testamente ende zij dat nyet en volvueren binnen jairs, dat dan die

erfgenamen van de dooden oft de richter van hem versuecken souden te hebben

a. In de marge: Nota. Die testateur mach den notaris oft getuyghe legaet maken (XVIe eeuw).

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 93 271

rekening van den testamente, ende mogen die erfgenamen oic versuecken dat hen de

administracie ende cure van denselven opgeseyt worde, ende in desen gevalle selen

de testamenteurs verliesen die ghifte ende dat proffijt dat zij in dat testament hebben

souden, ende die richter sal dat testament stellen in handen van de erfgenamen op

behoirlijcke caucie, die zij doen selen, te volvueren dat testament, ende wairt dat de

erfgenamen oft hoyre dat niet en versochten noch en begeerden, soe waire die richter

dat sculdich te doen van officien wegen, om den uuytersten wille van de dooden te

doen volvueren.

Item, noch suldij weten dat nair der loopender practijcken, eest soe dat de

testamenteurs niet en voldoen dat testament, noch rekening dairaf en doen binnen

jairs, ende iement bij redenen van ennigen legaten die hem dairinne gemaict zijn

oft uuyter saken van successien, de voirscreven testamenteurs betrecken willen voir

sprincen raidt, dat mach hij doen bij commissien van den prince ende doense daigen

om rekening te geven van den voirscreven testamente ende administracie desselfs,

aldair die vonnisse dairaf behouden sal wordden, sonder ennich renvoy voir anderen

wetten dairaf te doen, mitsdat des princen raidt dat overste gericht is. Ende in der

croonen van Vranckerijcke, soe heeft dairaf die kennisse de Camere van der Rekeninge

int Parlement te Parijs, mitsdat dat der rekening ende sloote van rekening aengaet,

dair de Camere van der Rekeninge de overste af is; mair waire alleen de questie van

eenen legate, weder dat gegeven waire oft niet, dairaf soude men die kennisse wel

mogen renvoyeren alsoeverre dat geender rekening aen en ginge.

[4] Nota in wat manieren een vader zijn kijnt mach onterven.

Item, noch suldij weten dat die rechten disponeren dat geen vader oft moeder

zijn kijnt en mach onterven, sonder merckelijcke verdienste, mits ondancbairheiden

oft groote stoornissen henluyden bij den kijnde aengedaen, gelijckerwijs dat het vader

oft moeder in felheyden geslagen hadde, oft na heur doot uuytgeweest waire, oft om

heur verschemenisse, oft om die te verraden.

Hieraf zijn veerskens in latijn aldus luydende

Bis septem causis, natus privabitur heres

Parentes si feriat, vel verbum dicat amarum,

Crimen accusans, veneno si potat illos,

Aut si tradat eos, si cura furentibus absit,

Si societ reprobis, patriam dilexit amicam,

Non fideiussit pro patre, vel ab hoste redemit,

Testarique patrem vetuit, se immiscet arena,

Non orthodoxus voverem, si nota sequatur.

Hier na volgen zekere veerskens, hoe die kijnderen heur ouders onterven mogen

Sed pater et orthofidei, conspernet honorem,

Accuset filium, veneno si petat illum,

Coniunctam filii diligat, testarique vetat,

Furentem negligat, captum nec ab hoste redemit,

Consortis vite crudeliter insidietur.

272 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, notandum ex Auth., de nuptiis, ß ingratitudinem, coll. IIII (1) colleguntur

tres casus, in quibus frater, potest exhereditare fratrem.

Primus est, cum frater procuraverit mortem fratris.

Secundus est, si criminaliter actionem contra eum duxerit.

Tertius est, si sue substantie in fratrem conjecturam procuraverit, ut velle sibi

facere incendium vel simile, quo casu eius portio ad alios fratres et attinentes

pertinebit, unde fratre decedente ab intestato, succedit pater cum aliis fratribus, demptis

casibus exheredationum, ut dictum est.

Item, oft dat kijnt anders onteerft wordde, het heeft groote redene te comen ende

te seggen tegen dat testament, ende sal in rechte sculdich zijn dairtoe ontfangen te

wordden, ende alsoe geringe als men in de rechten bevijnden sal dat het gerechte

hoyr is van den testateur, soe sal dat kijnt gestelt wordden in possessien van den

ontmaicten goeden, ende der wederpartijen sal dach besceyden wordden om te comen

procederen soe behoiren sal ; want dat testament en is niet sculdich van weerden te

blijven, dat soe zeere gedaen is tegen natuerlijcke goedertierenheyt als van den vader

zijn kint te onterven. Ende dairomme seggen ende disponeren de rechten dat geen

vader sonder sulcke grote redenen als voirscreven zijn, en mach zijn kijnderen

onterven, sij en moeten, esser vyere oft daironder, behouden dat derdendeel van huers

vaders erffelijcheyt die op hen versterven mochte. Ende heeft hij vive kijnderen oft

meer, soe moeten zij behouden ten minsten de helft dairaf, ende al bij gelijcken

portien, ende dat en mach hij hen niet ontmaken, ende dat deel is geheeten in

latijne legitima. Ende, want noch veele te scrijven waire van de legaten, dwelc in

dit capittel wel lanc vallen soude, soe sal ic dairmet verhouden tot hierachter int

capittel van actien van testamente ; dair seldij dairnae mogen sien.

XCIIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE LIBERO HOMINE EXHIBENDO]

[1l [Van den interdicten de libero homine exhibendo.]

Item, een ander maniere van actien is geheeten in latijne interdictum de libero

homine exhibendo (2), ende dit interdict wort gegeven eenen iegelijcken van den volcke

tegen dengeenen die eenen vrijen mensche, die geen serf noch eygen en is, houdt bij

argenliste tegen zijnen danck gevangen oft in servituten, omdat hij denselven int

openbair exhiberen ende voir oogen brengen soude, soe datten een iegelijc zijen ende

tasten mochte. Ende dit interdict wort geproponeert in gunsten van der bescermenissen

der liberteyten ende vrijheyt, tot welcker bescermenissen der vrijheit een iegelijc van

den volcke geinteresseert is tegen dengeenen die d[i]e stoert.

(1) Nov. 22, C. 21. - (2) D. 43, 29.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 94 273

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seeght dat Peter heymelijc hout gevangen ende geslooten sulcken

persoen die vrij is, versuect dat hij wordde van hem geexhibeert ende int openbair voir

oogen bracht."

Ende exhiberen en is anders niet dan int openbair voir oogen te brengen ; ende

dese actie competeert eenen iegelijcken die dijes mans te doen mach hebben, hetzije om

getuygenisse te dragen ende om ennich ander interest ; mair ghij sult weten, eest dat

iement den anderen in zijn machte heeft als slave oft als zijn gevangen man in den

velde in behoirlijcken ende tamelijcken oirloge, oft dat hij en verlost heeft van zijnen

vianden, soe en is hij niet gehouden van desen edicte, tenwaire dat hij zijn ranchoen

betailt hadde, oft dat hij dat presenteerde te geven.

[2] Van der privater gevanckenisse.

Item, hier suldij weten dat geenen privaten persoen georloft en is te hebben een

private gevancgenisse oft karker ; ende soe wije sulc zijnde, iemende houdt in zijn

private gevancgenisse ende heldenisse, hetzij in huysen, bosschen oft velden, dijen wort

geimponeert pene capitael. Mair den gemeynen oirbair oft den princen ende anderen,

hooghe heerlicheyt oft anderssins des macht hebbende, die in dijen gevalle thoot zijn

oft gestelt ten besorge van den gemeynen oirbare, zijn geinteresseert om kerkers te

hebben, om dairinne die misdadige te hueden tottertijt dat zij vonnislijc wordden

gecondempneert oft geabsolveert.

Item, noch suldij weten als iement criminelijc wort geaccuseert, soe sal hij in der

vrunten oft gevanckenisse gestelt ende gehuedt wordden, ende eest dat hij uuyt hem

selven ende moetswillens dat misdaet bekent, oft dat dairaf inquisicie is gedaen bij der

officien des richters, soe sal hij gestelt wordden in der kercker om aldair gehuedt te

wordden in sulcker vuegen soe men ierst can, dat men hem condempneren sal, mair

voir die condempnacie sallen die richter dicwijle voir hem doen brengen omdat men

zijn verkennen hooren soude, ende dat alsoe die vermaninge van der misdaet onder

tvolk vernyeuwt wordde, ten eynde dat het schijne dat die richter met getempertheiden

van justicien ende niet met enniger ongebreydelder affectien totter justicien procedeert.

[3] Nota hoe een misdadige verborgen mach oft nyet.

Item, eest oic zoe dat die misdaet die de misdadige bekent, licht is, soe dat dair lijf

noch lit aen verbuert en is, mair dat hij die met penninckbrueken soude mogen beteren,

soe sal hij ontfangen wordden goede borge te mogen stellen, voir tgeene dair hij inne

gecondempneert sal wordden, ende sal die richter mitsdijen sculdich zijn hem te

relaxeren ende niet in den kercker te setten, nemende de voirscreven borchtochte ; mair

en conste hij die borchtochte niet gedoen, soe soude hij in den kercker wordden gestelt.

Ende es die misdaet sulc ende soe groot dat men dairaf sculdich waire te imponeren

pene capitael ende corporele, soe soude hij gevangen moeten gaen ende en soude niet

mogen verborgen. Ende die richter soude sculdich zijn, zoe hij geringe mochte, tegen

hem te procederen om denselven eevenverre hij wordde gecondempneert haestelijc te

274 BOEC VAN DER LOOPENDER PRAKTIJKEN

punieren oft, wordde hij onsculdich oft quijt gewijst, terstont te ontslaen ; ende dair de

gevanckenisse sterck ende vast genoch is, dair sal men den gevangenen mensche, soe

men minst mach, in keetenen ende boeyen oft stocken slaen, want die gevancgenissen

niet geordineert en zijn om iemende pijne oft quetsel aen te doen, mair om de luyden te

hueden ende vaste te houden.

[4] Van der penen van den accusateur die zijn accusacie niet en achtervolgt.

Item, wairt dat iement eenen anderen hadde geaccuseert van ennigen criesme

publijcque oft privaet, ende hij dairaf desisteerde ende des afginck oft achterbleve, ende

geciteert zijnde niet en quame voir recht zijn accusacie achtervolgen, die richter soude

denselven bij extraordinarijse punicien mogen condempneren, nae recht, in vive ponden

gouts ende in den costen van de gedingen, ende dairtoe sal die accusateur infamis zijn,

ende incideren ende vallen in turpillanum, dair hiervoire int capittel van de misdaden

publijcque(1) afgesproken is. Ende laet hij II jairen lijden binnen denwelcken een

criminele sake sculdich is geeyndt te wordden, hij sal gepunieert wordden int vierendeele

van sijnen goede ende infamis zijn ; ende is questie van eenen persone, soe sal diegeene

die de collusie (a) doet, verliesen trecht dat hij heeft in dijen persoen, ende sal dat recht

geappliceert wordden dengeenen die de collusie (a) uuytbrengt ende ontdect.

Item, hier suldij weten dat collusie (a) anders niet en is dan een bedecte ende

bedriegelijcke contencie ende kivinge, gemaict ende aengegaan tusschen den accusateur

ende den geaccuseerden.

Item, ende van eender famoeser accusacien in civilen saken gedaen, soe en is

niemende geoirloft te desisteren oft achter te blijven van der accusacien, noch oic

dairaf te transigeren oft te overcomen sonder orlof van den richter. Ende eest dat

iement in criminelen oft geestelijcken saken desisteert van zijnder aenspraken anders

dan bij orlove van den richter oft in den geestelijcken saken bij gracien, die richter sal

van zijnder officien wegen sculdich zijn te inquireren tegen dengeenen die dair

gedesisteert, ende dijen punieren in der manieren voirscreven. Eest oic dat ennige recht-

veerdige sake heyscht ende begeert dat ennich accusateur desistere ende aflate van

zijnder accusacien, oft dat hij des gedings renunciere ende vertijde, soe sal die richter

verleenen zijn abolicie, ende [de]geene die dair desisteert van der accusacien, sal

blijven ongepunieert.

[5] Van den richter die dissimuleert, bij collusien metten misdadigen, te punieren

oft te deege aen te spreken, ende met recht uuyt te volgen.

Item, eest dat een richter colludeert mettegeenen dair hij inquisicie opgenomen

heeft, soedat hij bij gracien ende gunsten oft mits gelde wort geabsolveert, sulcke

absolucie en is van geender weerden, ende en can niet prejudicieren noch benemen, men

en sal anderwerf opten gedenuncieerden mogen inquireren om denselven gepunieert te

a. collusie, in hs. : conclusie.

(1) Zie blz. 186.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 94 275

wordden. Eest dat men colludeert op een beneficie, die de collusie doet, wort gepunieert,

ende dander wort van der beneficien gepriveert.

Item, mair wairt dat een gehuwet man zijn wijf accuseerde, hij mach altijt, alst

hem gelieft, desisteren ende aflaten van der accusacien in zijn huysvrouwe wederom

aen hem te reconsilieren, binnen II jairen.

Item, oic is te weten dat niet alleene die principale persoonen die de collusie doen,

en wordden gepunieert nae recht, mair oic die advocaten die in der principaelder zaken

die collusie doen, ende oic die procureurs die bij collusien hen laten verwijnnen, want

zij gehouden ende sculdich zijn de dolo, dats van bedroge, tot allen interesten, soeverre

als zij solvent zijn.

Item, wairt dat iement die eenen anderen hadde geaccuseert niet en quame

vervolgen zijn accusacie noch zijnen thoen doen, soe sallen die richter daigen ende

eenen tijt stellen om zijnen thoen te doen ; ende eest dat hij dairenbinnen niet en

coempt, soe is die presumpcie van rechte, dat hij zwijgende desisteert ende renuncieert

van zijnen rechte, ende valt bij dijen in turpilianum, ende wort gepunieert als boven

geseyt is ; ende dan sal die richter procederen tegen den geaccuseerden bij inquisicien,

ende denselven punieren, vijndt hijen besculdicht.

Item, ghij sult weten dat diegeene die van der accusacien desisteert, nyet meer en

mach accuseren.

Item, wairt dat iement waire van der eender partijen geaccuseert van enniger

misdaet, hij en soude niet mogen van eender ander partijen van derselver misdaet

weerden geaccuseert, tenwaire dat men blijcken dede van enniger collusien oft van

prevaricacien des iersten accusatoers ; ende die collusie oft prevaricacie gethoent zijnde,

soe sal die richter bij zijnder interlocutorien pronuncieren datter collusie gedaen is in de

accusacie, ende dat men dairom metter nyeuwer accusacien voirt sal mogen procederen

oft anders, sonder dairop geinterloqueert te zijn, en soude die IIste accusateur niet

mogen accuseren noch procederen.

[6] Van abolicien.

Item, ende want ic hiervoire geruert hebbe van abolicien, soe suldij weten dat

abolicie niet anders en is dan een uuytsluytinge oft doodingen ende peremptien van der

accusacien, gelijc een excepcie niet anders en is te seggen dan een uuytsluytinge ende

exclusie van der actien.

Item, een abolicie gesciet in III manieren : ierst, bij den prince uuyt zijnen eygenen

berueren, mits voirspoede oft blijscappen die hij heeft, mits enniger Blijder Incoempst

oft dijergelijcke ; ten anderen, ter instancien ende begeerten van den accusateur aen den

richter, dair hij zijn accusacie dede ; ten derden, bij der doot van den accusateur oft van

dengeenen die geaccuseert wort, want regularijter soe wort die misdaet geextingueert

metter doot oft mits rechtveerdigen impedimenten ende belette dat den accusateur

toecoempt.

Item, die abolicie, bij den prince gegeven ennigen misdadigen, extingueert alle

actien van alle personen die tegen hem geintenteert mochten wordden, uuytgenomen

van den actoer.

276 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Ende als die abolicie versocht ende begeert wort van den accusatoer, soe sal die

richter beyde de partijen roepen ende die wairheit van der saken verstaen ; ende

verneempt hij dat die accusateur mit quader saken ende mits calengien ende praminge

die accusacie heeft gedaen, soe en sal hij hem geen abolicie verleenen, mair hij sallen

punieren de calumpnia, dat[s] van der calaengien ; verneempt oic die richter dat die

accusacie gesciet is bij erruere, mitsdat hij meynde wel gefundeert te zijn, soe mach hij

die abolicie verleenen, tenwaire dat den geaccuseerden injurie gedaen waire van

gevangenissen oft van tormenten oft van woorden, soe en soude die richter de abolicie

niet verleenen, al wairt dat die accusatoer ende die geaccuseerde beyde dat begeerden

ende consenteerden, mair soude de injurie doen beteren ende punieren den accusatoer ;

ende dese abolicie is men nae recht sculdich te begeeren binnen XXX daigen na dinsetten

van der accusacien, ende anders en soude zij niet wordden verleent. Ende dair men mits

der doot begeert abolicie, dair sal mense generalijck verleenen, mitsdat die doot alle

misdaet extingueert, uuytgenomen in der misdaet van der gequetster hoogheyt, in der

misdaet van verraderijen tegen den prince oft tegen dlant, inder misdaet van valscheyden,

in der misdaet peculatus repetundarum, ende in der misdaet de residuis ende in der

misdaet van heresien, apostasien ende dijergelijcke.

Item, die een calumpnieuse aensprake heeft, ende hij, mits gelde gecorrumpeert,

begeert abolicie gedaen te wordden, hij en sal niet gehoirt wordden, alwairt dat zijn

wederpartije dat consenteerde, mair men sal alsoe procederen dat de misdadige wordde

gepunieert ; mair dese regule faillieert in dengeenen die dair accuseert zijne oft der

zijnder injurien [!], oft die dair accuseert zijn magen, oft dijergelijcke, want dan verleent

men abolicien.

Item, bij der abolicien generale ende speciale wort afgenomen die pene, ende de

misdaet wort geextingueert, mair die infamie en wort niet afgenomen.

Item, een accusateur die nae de litiscontestacie desisteert ende aflaet van zijnder

accusacien, hetzij dat hijse niet langer vervolgen en wille behoirlijc, nochtans dairtoe

geroepen ende gedaigt zijnde, oft hetzije dat hij ennige transactie oft composicie gemaict

heeft met zijnder wederpartijen, die valt in de ordinarijse pene geheeten turpiliana, alsoe

verre als hij zijn accusacie gedaen heeft van ennigen criesme publijcq ; mair heeft hij zijn

accusacie gedaen van ennigen privaten delicten, als soude zijn in de criesme van

stellionatus oft expilate hereditatis oft furti oft iniuriarum, soe is hij sculdich bij

officien van den richter extraordinarie te wordden gepunieert nae de qualiteyt ende

gelegentheyt der misdaet ; mair van den verweerdere eest anders, want een iegelijc

sculdich is zijn bloet te verlossen ende uuyten laste te brengen, als hij can.

Item, die zijn accusacie vervolgt heeft totter sentencien toe inclusive ende die

gewonnen heeft, ende dat dairnae van dijer sentencien geappelleert wort, dat die

accusateur dan desisteert die appellacie te vervolgen, hij valt in turpilianam penam.

Item, diegeene die desisteert, dat is, die aflaet van zijnder accusacien nae de

litiscontestatie, die en mach niet meer accuseren, ende hij wort gepunieert in der

manieren boven gescreven, mair voir de litiscontestatie mach hij desisteren bij

gracien sonder pene.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 95-96 277

Item, noch suldij weten dat men bij deser actien de libero homine exhibendo soude

mogen procederen op eenen officier, steenweerder oft vruentenere, ende versuecken dat

hij den gevangen persoen, die hem in zijnder gevanckenisse gelevert waire, exhibeerde ;

ende dit heb ic zijen practizeeren in der Raidtcameren van Brabant, over den meyere

van Heze, dijen eenen gevangen ontlopen was bij nachte, ende de vader van dijen

gevangen begeerde dijen van hem geexhibeert te hebben, oft dat hij hem zijnen zoone

versuenen ende beteren soude, sustinerende deselve vader, want zijn zoone aldair lange

geseten hadde gevangen, ende niet verwonnen en was met rechte, ende dat oic niement

en wiste wair hij gevaren was, dat het te presumeren waire dat hijen gedoot hadde, oft

van honger oft pijnen laten sterven, ende alsoe heymelijc gedolven oft gegraven ; van

welcker aanspraken deselve meyer zeere tachter was, mitsdat hij geen getuygen en vant,

die hem te tuygen wisten dat deselve gevangen hem ontbroken was. Ten sloote,

hangende den gedinge, bracht hij kennisse dat die voirscreven die uuytgebroken was,

in Gelrelant van dieften gehangen was geweest, aldair hij hem selven geclairt hadde

van den voirscreven uuytbreken, ende alsoe wert hij geabsolveert.

XCVe CAPITTELE

[VAN DE INTERDICTEN DE LIBERIS EXHIBENDIS]

Item, een ander maniere van actien [is], geheeten interdictum de liberis exhibendis,

seu deducendis 0), ende wort verleent den ouders, als vader ende moeder ende

dijergelijcke, tegen diegeene die hen heur kijnderen oft neven ende nichten, in huer

macht ende plicht zijnde, tegen hueren danck onthouden ende wechleyden, ende bij deser

actien suldij formeren u libel aldus, na den manieren lest voirscreven.

XCVIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE UXORE DEDUCENDA]

Item, een andere maniere van actien is geheeten interdictum de uxore deducenda

marito, ende wort verleent den man tegen dengeenen die met list hem zijn wijf

onthoudt tegen zijnen danc, alwairt bij hueren wille. Ende beyde dese interdicten en

zijn niet alleene exhibitorie, mair oic deductorie, want die kijnderen ende dat wijf en

wordden niet alleene geexhibeert, mair oic gededuceert ; ende van deser actien suldij

formeren u libel na denselven lest voirscreven.

(1) D. 43,30.

278 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Item, hier suldij weten dat soe wij solliciteert oft procureert eens anders mans wijf

te gecrijgen om die lichamelijc te bekennen, ende hij coempt tot ennigen beghinne des

wercs, als totter spraken van huer oft tot cussen, oft tot ennigen gelooften die hij huer

doet van namails heur te trouwen oft dijergelijcke, om te volbringen zij[n] oncuysche

begeerten, al eest soe dat hij dat werck der onsuverheyt niet en volbringt, hij sal

gepunieert wordden met penen extraordinarijs ; mair hadde hij dwerc ten affecte

gebracht, soedat hijse lichamelijc hadde bekent, soe soude hij van overspeele capitalijc

ende van den lijve wordden gepunieert, so boven genoch geseyt is int capittele van der

actien van overspeele(1) ende oic terstont hier breeder verclairt sal wordden.

Item, hier suldij weten dat nae den weerlijcken rechten een man die twee wijven

teffens trouwdt oft neempt, oft een (a) wijf die twee mans teffens neempt wetens ende

willens, die wort capitalijc ende van den lijve gepunieert, mair na den geestelijcken

rechten, soe sal men den wijve afsnijden huer vlechten ende huer hair, ende heur vorste

doeke, gewant ende cleederen, ende van der punicien van den man en seggen die

geestelijcke rechte niet.

Hier suldij noch weten dat de misdaet van overspeele, nadat de rechten verclaren,

is die meeste van alle misdaden, uuytgenomen de misdaet van der gequester hoogheyt,

te weten, als van der menichfuldicheyt heurder frequentatien ende oefeninge, es sij de

meeste boven allen misdaden, ende als van der grootheyt der penen, es zij soe groot

als dander misdaden, want zij is capitael ; ende als van der breyder ende uuytreyckingen

der sunden ende der misdaet, soe is zij van de zwaersten ende meesten sunden, want

die overspeelder en sundicht niet alleen in hem selven mair in eenen anderen, ende

huerder II zielen wordden dairbij bevlect. Ende dese misdaet van overspeele is soe

zwair ende soe groot, dat het van allen misdaden capitael betaemt te mogen transigeren

ende pacisceren, dats, overcomen ende composicie maken ende dat om de verlossinge

zijns eygens bloets, soe en betaemt niet dat men van overspeele transigere.

Item, noch suldij weten dat een notabel diffirencie [!] ende onderscheyt is tusschen

huwelijc ende overspel, want in den huwelijc is goet gebruyc des quaets, ende in den

overspeele es quaet gebruyc des quaets ; ende om dit nairder te verstaen soe suldij

weten datter zijn IIII manieren van gebruycke : ierst, esser goet gebruyc des goets,

exempel, als men den maighdom oft reynicheyt Gode gelooft ; ten anderen male, soe

isser goet gebruyc des quaets, exempel, als die oncuyssche begeerten bedwongen wort

metten huwelijc ; ten derden male, soe isser quaet gebruyc des goeden, exempel, als

hem iement van oncuysheyden contineert ende bedwijngt, om der weerelt eeren wille oft

om idel glorie ; ten IIIIden male, soe isser quaet gebruyc des quaeden, exempel, als

een overspeelder gebruyct zijnder onsuverder genuechten ende begeerten.

Item, ende want hoerdom een naezweringe is van den overspeele, soe behoeft hier

geweeten te wordden wat een hoere is ; een hoere es een wijf die dair der oncuyscher

begeerten van veele mannen bereet ende te wille is, ende dairomme soe is dat wijf een

a. een, in hs. : een een.

(1) Zie blz. 136.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 96 279

wairachtige hoere, die dair twee mans onderhoerich is in der oncuysheyt, want nae

recht twee zijn veele geheeten, ende tgeene heet te meer stonden gesciet zijnde, dat

tweewerf geschiet is.

Item, tes een hoere dijens vuylicheyt veyl ende te coope is, ende dairomme wort

een hoere gerepelleert van allen wittigen wercken, ende een hoere doet huer hoerdom

vuylijck, mair zij en neempt niet vuylick ; ende eender hoeren mach men donacie doen,

ende gelooften ende de verbijntenissen grijpt stadt, uuytgenomen van den clerc ende

van den ridder, want zij hemelsche luden zijn geacht, ende noch clerc noch ridder en

mogen iet besetten oft legat[er]en oft maken bij testamente eender concubijnen oft hoeren.

Item, noch suldij weten al eest soe dat in desen Nederlanden die cout zijn, nae die

gewoente te veele plaetzen ende in veele landen, wort onderhouden dat men der hoeren

dooren noch vensteren niet oplopen en mach, op lijf ende op goet, dat nochtans, nae

gescreven recht, die der hoeren doeren breeckt oft oploopt die verdient ende doet

weldaet, ende de Heilige Kercke laet lijden die zunde van de hoeren onder dissimulacien

ongepunieert, hoewel die publijc is, om meerder quaet, dats overspel ende vrouwen-

cracht, te verhueden ; ende dairomme seegt Sinte Augustijn, int dierste boec van der

Stadt Gods, verdrijft die hoeren uuyter stadt, ende ghij sult in de stadt alle dingen

vervult vynden van vuylicheyden.

Item, hier mocht iement vragen oft een wijf te doen hadde gehadt in onsuverheiden

met veele mannen, ende zij dairna van kijnde gelage wijem [!l men dat kijndt sculdich

is te geven, dairop seggen ennige doctoren te weten aldus, dat men dat geven sal

dengeenen dijen dat best gelijct.

Item, noch suldij weten dat, overmits adulterie, een wijf verliest alsulcken goet

als hueren man van huerentwegen gegeven wort te huwelijcke van hueren ouders

oft vrienden oft van heur selven, in voirdernisse desselfs huwelijcx, ende der laste

desselfs, welcke goede geheeten zijn in latijne, dos oft bona dotalia, ende wordden

hueren man geapplieeert. Desgelijcx oic, zoe verliest zij dairmede huer goede die

geheeten zijn in latijne bona paraphernalia, ende dat zijn die goeden die de huysfrouwe

ter tijt als zij in huers brudegoms ende mans huys gebracht wort, met huer brengt,

verleenende dairaf hueren man die administracie stille oft openbair.

Item, hier suldij weten dat een gehuwet wijf mach hebben goede van drijerhande

condicien, te weten, goede dotael, goede parafernael, ende goede die noch dotael

noch parfernael en zijn, gelijckerwijs zijn die goede die een wijf heeft in hueren

bewijnde, versceyden van den man, ende die huerder dominien zijn gereserveert,

als goede die haer beset zijn ende gelegeert oft gegeven, oft die huer bij successien

aencomen zijn. Ende het is sculdich te blijcken bij wairachtigen thoene ende proeven

van wair zij aen den goede geraict is, oft anders het is ontwijfelijc te presumeren ende

te vermoeyen dat zij comen zijn van huers mans goeden, ende dat zij dairomme niet

en connen meer huer gesijn, mair heurs mans ende zijnder erfgename. Ende dije

redene van dijer presumpcien is opdat, dat ongepreuft zijnde, niet en wordde gepre-

sumeert dat zij dat met vuylder questen, te weeten, metten eerze, vercregen hebben ;

280 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

ende in een twijfelachtige sake, soe es beter dat men valle totten oirspronc die

eerbair is dan die vuyl is.

Item, hier mocht iement vragen oft een wijf wittelijc thoende ende bijbrachte

dat zij die goede gehadt hadde van hueren boele met vuylen vercrijghe, oft dan de

voirscreven presumpcie cesseren soude, soedat deselve goede blijven soude in huer

dominie ; ennige meynen ja, want nadijen dat de voirscreven presumpcie stadt grijpt,

als men niet en bethoent wair zij dat gecregen heeft, so volgt wel dair dat gethoent

wort, dat dair de presumpcie cesseert.

Item, noch suldij weten dat, in den huwelijc, dat vleeschelijc bekennen ende

bijsijn des mans ende wijfs aengaende der affectien ende begeerten is van vierder-

hande differencien ende ondersceyden, want bijwijlen bekennen zij malcander om

kijnderen te wijnnen ter eeren Gods, ende dat is Godlijck were, bijwijlen om te betalen

huer schult, ende dat es werck der gerechticheyt, bijwijlen om te scouwen overspel

ende inco[n]tinencie van beide zijden, ende dat is een werck der wijsheyt, ende bijwijlen

om der onsuverder begeerten hoer volle satheyt te geven, ende dat is een werck der

beestelijcheyt. In de ierste ende tweeste punten, soe en is geen sunde gelegen, mair

verdienste ; int derde is gelegen dagelijcx sunde, ende int vierde is gelegen dootzunde.

Item, noch suldij weten, al eest soe dat noot alle weth breect, ende dat mits

zwaren dwijngende noode in tijde van hongere, men broot soude mogen stelen, oft

in nootweeren dootslach committeren, oft uuyt noode vleesch mogen eeten in den

vasten, ende dijergelijcke dingen doen, soe en mach nochtans geenen noot die ennich

mensche hebben mach, excuseren fornicacie. Casus est in terminis in l. publica ff.

de ritu nupti.(1)

Item, noch suldij weten dat ennige seggen dat die geestelijcke richter niet en

mach tusschen II leecke personen kennisse nemen van overspeele dan alleene in

gevalle dat zij tegen een ageren wouden om gesceyden te zijn. Andere seggen dat

nae den dagelijcxen gehanteerden rechten, op dat overspel gestatueert zijn drijerhande [!]

penen : dierste is sceyden van de gemeynsaemheyt des bedden ; ende om die pene

te setten, soe is men sculdich den toeganc te hebben aen den geestelijcken richter ;

dander is de pene van gecloostert te wordden om aldair breeder te ontgelden tgeen

dat scamelijc is te seggen, ende om dese pene te imponeren, is men oic sculdich

toeganck te hebben aen den geestelijcken richter ; die derde is de pene om dat haer

ende vlechten afgesneden te wordden, ende dairom is men oic sculdich te gaen aen

den geestelijcken richter ; die vierde pene van overspeele is den geestelijcken ban

ende excommunicacie, dwelc de meeste pene is die in de geestelijken rechte is, ende

dairaf is men oic sculdich alleenlijc totten geestelijcken richter te gaen. Dierste opinie

houdt Johannes Andree, dander Lodovicus de Roma.

Item, wairt dat een man zijn wijf niet en hadde geaccuseert van overspeele,

ende dat, nae zijn doot, des mans erfgename der vrouwen niet en wouden laten

volgen huer goeden dotael ende parafernael, excipierende ende voirtstellende tegen

(1) D. 23, 2.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 96 281

huer van overspeele bij heur begaen, ghij sult weten dat die excepcie niet ontfanckelijc

en sal zijn.

Item, gelijc, mits den overspeele van den wijve die man wijnt ende behoudt

heur goede dotaet, alsoe wijnt ende behoudt dat wijf, mits den overspeele huers

mans, heur donacie propter nuptias, dat is alsulcken goet als huer van heurs

manswegen gegeven wort om des huwelijcx wille, ende wort gemeynlijc geheeten

donacie van der vrouwen. Ende hebben zij wittige kijnderen, soe selen die goeden

dotael ende oic die donacie hen oic toebehoiren.

Item, hier mocht iement vragen oft een man hadde zij[n] wijf geaccuseert van

overspeele, ende dat dairop gegeven waire een sentencie van divorcien oft sceydingen,

ende dat dair dat wijf oft iement anders soeverre vervolght mits maesscap oft

ander impediment dat zij bijbrengt euwich zijnde, dat dat huwelijc wort gepronuncieert

te zijn nul ende geen huwelijc, oft in desen gevalle dat wijf niet en soude wederom

mogen heysschen huer dot oft goede dotael, niettegenstaende der iester sentencien. Ennige

argueren ja, want het blijckt dat dair geen huwelijc en was, ende alsoe en heeft

zij geen overspel gecommitteert, noch huer goet dotael mogen verliesen. Andere

houden de contrarie ende wel, ende seggen dat in deser materien is aen te mercken

huer intencie ende meyninge metten navolgenden wercke des overspeels ende

niet die wairheyt des wercx, ende al eest soe dat zij nae de wairheyt des wercx

geen adulterie gedaen en heeft, nochtans bij heurder meyninge ende intencie dede

zij adulterie, ende gelijc in desen stucke, die goede trouwe excuseert overspel, alsoe

maict die quade trouwe ende sundige ende onreyne intencie ende meyninge dat

overspel, ende dit is die wairheyt.

Item, noch suldij weten dat nae recht, wairt dat een gehuwet man bayede met

eenen anderen wijve, die hem vreemde waire, hij sal verliesen zijn donacie propter

nuptias, ende bayet zijn wijf niet eenen vreemden man, zij sal verliesen huer dot

oft goet dotael, want te beyden zijden is presumpcie van overspeele.

Item, te baden om der weelden ende genuechten wille des lichaems en wort tot

geenen daigen geoirloft dat te doen, om nootswille van den lichame en wort tot geenen

daigen verboden, al wairt heilich sondach.

Item, nae den weerlijcken rechten, soe wort den vader vergeven die doot van

zijnder dochter, die hij bevonden heeft overspel drivende, ende dairinne doot gesteeken

heeft metten man die dat overspel met heur bedreef, soeverre hijse beyde te samen

doot ende niet den eenen alleene, ende soeverre hij dat doet in zijns selfs huys oft

int huys van sijnen gener, dat is van den man van zijnder dochter ; desgelijcx mach

die man ongepunieert dooden den overspeelder dijen hij bevijndt dat overspel doende

binnen zijnen huyse met zijnen wijve, mair zijn wijf en mach hij niet dooden, ende

die redene is dese, want dat wijf en is in heurs mans macht noch plicht niet dan

alsoeverre dat aengaet den dienst ende officien van hueren man die zij hem sculdich

is; ende doet zij anders, dat en staet hem niet te corrigeren.

Item, hier mocht iement vragen oft den man niet alleen den overspeelder doot

en stake, dwelc hij mach, mair stake hij oic doot zijn wijf, dwelc hij niet doen en

282 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

mach, wat dairaf recht soude zijn. Antwoirde : men soude metten man saeghtelijcker

ommegaen dan met ennigen dootslager, want hij en soude niet gepunieert wordden

lege Cornelia de sicariis, dair boven af geruert is, mair wair hij arm ende van cleynen

state, hij soude in euwigen arbeyde van metaie te graven wordden gecondempneert,

ende waire hi rijck ende van eersame state, hij soude in een eylant wordden gebannen.

Mair ghij sult weten dat tgeen dat boven geseyt is van den vader ende van den man, den

overspeelder doot te mogen slaen sonder verbueren, dat die rechten hudendaigs gecorri-

geert zijn bij den geestelijcken rechten, mitsdat overspel is een kerckelijcke criesme

ende misdaet ; ende na den godlijcken ende kerkelijcken geboden, soe wort bevolen

den mensche dat hij niemende dooden en sal.

Item, wairt dat een wijf storve ende zij dairnae verreese van der doot ende dat huer

man dairnae heur vleeschelijcke bekende zonder nyeuwen huwelijc et econtra, hij sal

sundigen ende misdoen ende committeren simpel fornicacie, als doet die ongebonden

man met ongebondender vrouwen ende dairaf is een expres argument in C. licite XXXII,

qu. VII, dwelc oic wort geverificeert metten woorden van Sinte Pauwels des appostels

seggende als de man doot is, soe wort dat wijf ontbonden van der weth des mans. Ende

hiermede wort gesolveert die questie van Lazarus doen hij verwect was, oft hij soude

hebben mogen wederheysschen zijn wijf, zijn goet ende legaten die hij wech gemaict

hadde zijnen erfgenamen ende legatarijsen. Oic wort dairmede gesolveert een ander

questie van den geestelijcken huwelijcke, want als een gebeneficieert man doot is ende

hij wederomme verrijst, die beneficien die bij zijnder doot vaceerden, en mach hij niet

wederheysschen, want sulcke personen zijn als mans van hueren beneficien ende kercken;

mair het is anders van sacramenten des wijtsels, des doopsels ende dijergelijcke die

geprint zijn in der zielen met hueren caracter, mits denwelcken zij dair niet uuyt en

sceyden, mair dat huwelijc en imprimeert zijn caracter niet in der zielen.

Item, een wijf die van hueren man geaccuseert wort van overspeele, en mach

denselven hueren man niet wederom accuseren van derselver misdaet oft van enniger

misdaet die minder is, want sulcken reaccusacie wort gepresumeert te zijne calumpnieux

ende odieux, mair zij mach bij manieren van excepcien dat wel doen om huer te

bescudden van de penen die dairtoe staen ; want het zijn VI punten van wederlegginge

ende excepcien bij denwelcken die man niet en can zijnen wijve geobycieren oft opleggen

adulterie ; dierste is dat hij metter selver misdaet besmet is ; dander eest dat hijse

gelevert heeft om overspel te doen, want dan mach zij tegen hem excipieren van

putierscap ; dat IIIde eest dat zij vercracht ende vervoirtst is geweest ; tvierde eest dat

zij onweetens ende bedriegelijc bekent is geweest van iemende vreemders, meynende

dat dat huer man hadde geweest ; tvijfste eest dat zij meynende hueren man doot te zijn

eenen anderen man getrouwt heeft ; tseste eest dat huer man na den overspeele haer

met hem gereconsilieert ende lichamelijc bekent heeft.

Item, ghij sult weten dat men II redenen bescreven vijndt, dairom dat een wijf niet

soewel mach accuseeren hueren man als de man zijn wijf. Dierste redene is, want

regulariter dat wijf niet en mach accuseren van misdaden. Dandere redene is, want de man

is thoot van den wijve ende en betaempt niet dat die lede van den hoofde sceijden oft

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 96 283

dairtegen wederspennich vallen, ende de lede en hebben niet soeveele recht int thoot als

thoot doet in de lede, ende want dan de man is thoot van den wijve ende Christus is thoot

van den man, soe volgt dairuuyt, soe wat wijf hueren man als hueren hoode niet

onderdanich en is, dat zij besculdicht is van sulcker sunden, als die man besculdich is,

soe wanneer hij Christo Jesum niet onderdanich en is.

Item, eest dat van II gehuweden personen deen overspeel gedaen heeft lichamelijc

ende dander geestelijc, te weten, dat hij ongelovich oft heretijcq geworden is, ghij sult

weten dat in dijen gevalle compensacie stadt grijpt, want die fornicacien sijn gelijc ende

van gelijcker crachten aengaende den divorcie ende sceydingen.

Item, die geestelijcke rechten seggen ende raden den mannen aldus : eest dat ghij

wilt hijlijcken, soe wilt u selven bewairen tot behoef van uwer huysfrouwen, ende soe

ghij die tot u wert vijnden wilt, soe vueght u dat zij u sulc te heur weert vijnde ; wije

is levende die niet en soude willen nemen een suver wijf? Ende die een maeght

trouwen sal, wije en soudse niet begeeren te hebben onbesmet? Begeerdijse onbevlect,

zijt dan oic onbevlect; begeerdijse reyn ende suver, zijt oic reyn ende suver.

Item, noch suldij weten dat nae de geestelijcke rechten dat overspel van den

man zwairlijck[er] wort gepunieert dan van der vrouwen, ende na den weerlijcken

rechten, soe plach men in de oude tijden, alsoewel de vrouwe als den man van

overspeele te doen dooden, mair na den nyeuwen rechten, soe sal dat wijf wel

geslagen ende gegeselt wordden, ende in een clooster worden gedaen, in Auth. ut

nulli iudicum liceat, coll. IX (1).

Item, noch suldij weten dat die concubine van den clerc sculdich is te volgen

den gerichte van den clerc, want men en can niet ontkennen zij en is van zijnder

familien, ende dit is te verstaen in saken die odieux zijn, ende die huer grotelijc

tegendragen, gelijckerwijs oft mense vercoopen woude ende in servituten redigeren,

mair van de saken die favorabel zijn, en wort dat niet bevonden.

Item, noch suldij weten dat een concubine van eenen mensche, hij zije clerc oft

gehouwet man oft ongehuwet man, altijt geacht wort voir een wijf van oneerbairen

leven, ende dairomme een ander hebbende met huer te doen en mach niet geaccuseert

wordden van dengeenen dijens boel zij is, noch oic gepunieert wordden, mair dit

faillieert als een slavinne die vrij gemaict is, concubine is van hueren patroen, dat

is van hueren meester dyese vrij gemaict heeft, insgelijcx in den zoone die zijns

vaders concubine bekent, want dan die vader gerechtige sake heeft zijnen zoone te

onterven.

Hier mocht iement vragen oft een priester overspel dede, bekennende een

ongebonden wijf, dairop is te seggen ja, want zij zijn als mans van huere kercken,

dewelcke, als zij forniceren, adultereren ; ende dairom die papen, die concubinen

houden, committeren overspel ; ende huer concubinen ende oic die concubinen van

den clercken sal men vercoopen ende slaven dairaf maken ende huer kijnderen sullen

gedeputeert wordden in servituten van der kercken dair zij inne geboren wordden.

(1) Nov. 134, C. 10.

284 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Ende oft iement seggen woude dese dingen en wordden niet onderhouden ende

dairomme de rechten die dat seggen gesmolten ende te nyeuwten zijn, dairop is de

solucie dat de rechten altijt spreken ende zijn altijt van groyender observancien, ende

dat recht en wort niet geabrogeert noch afgenomen bij niet gebruyken, de legibus,

lex de quibus (1).

Item, na den weerlijcken rechten, mitsdat een man heere is van de bedden

ende niet dat wijf, soe eest dat wijf overspel doet, eest dat zij van iemende anders

bekent wort dan van hueren man, want zij violeert dat bedde ; mair het is anders

van den man, want nae den weerlijcken rechten soe en committeert de man geen

overspel met eender ongehuweder ende ongebonderen vrouwen, mair alleen metter

gebonder ; ende na den geestelijcken rechten die men in desen is sculdich nae te

gaen, soe is clair dat overspel es een geestelijcke sunde, want zij es contrarie den

huwelijcke, dwelc is een sacrament, ende dat ierste sacrament van sevene ; ende

dairomme soe wat manne een ander bekent dan zijn getrouwt wijff, die committeert

overspel, ende dairomme seggen die geestelijcke rechten niement en is weuwe [!] hem

opte gesette rechte der menschen, want alle ontsetten van maeghden is overspel,

ende den mans en betaemt niet datten vrouwen niet en betaempt ; die gelijcke

eerbairheyt ende reynicheyt des huwelijcx is een man sculdich te houden gelijc zijn

wijf, ende misdoet hij met anderen wijven dan zijnen getrouden wijve, hij wort van

overspel gecondempneert.

Item, eest dat iement eenen anderen die hij suspect heeft van zijn wijve, drijewerf

in gescrifte cundicht ende denuncieert in presencien van gelooffelijcken getuygen,

dat hij niet meer bij huer en conversere, ende hij dijen dairnae bevijndt verkeerende

met zijnen wijve in zijn huys oft zijns wijfs huys, ende in des mans huys dair hij

suspicie af heeft, ende in den bijvanck oft in de voergebrorchten [!l, sonder perikel

mach hijen doot steeken ; eest dat hijse aldair vijndt, soe sal hij dairover roepen

III getuygen, ende geven denselven man over den richter, diewelcke sonder anderen

thoen te seuken hem mach punieren, ende vijndt hijse in de kercke tsamen spreken,

soe sal hijen overgeven den prelaet van der kercken, om die sake voir den biscop

te ventileeren, want het is te presumeren dat zij van geender dueght en spreken, ende

dese presumpcie is nootelijcke presumpcie, die in latijne geheeten is juris et de jure.

Item, noch suldij weten dat men met eender maeght mach committeren overspel,

want den maigdom is een bruyt van Christo Jhesu ; ende soe wije een maight defloreert

ende ontset van huerder reynicheyt, die is sculdich huer te douarien ende te wijve te

nemen, dwelc te verstaen is indijen hij dat bedriegelijc heeft gedaen ; mair anderssins

en is hij niet sculdich dairtoe bedwongen te worden ; ende eest dat hijse niet en wille

noch en mach trouwen, soe seggen die ge[e]stelijcke rechten dat men hem in den ban

sal doen ende in strenge clooster sluyten.

(1) D. 1, 3, 32.

DER RAIDTCAMER VAN BRABANT DL. I, CAP. 97-98 285

XCVIIe CAPITTELE

[VAN DEN TNTERDICTEN DE PRECARIO]

[1] [Van den interdicten de precario]

Item, een ander maniere van actien is geheeten, interdictum de precario (1).

Precarium heet een dinc dat bij beden eenen anderen geleent oft consenteert wort te

gebruycken soelange dat den leender gelieft, ende dat bij gedoogenissen van iemende

beseten ende gepossesseert wort, al en eest niet gebeden. Ende dese actie wort verleent

dengeenen die iet gebeden heeft ende dat uuyt beden heeft ende gebruyct, oft al en

heeft hijs niet bij beden, die nochtans dat bij gedooge gebruyct. Wort oic verleent tegen

dengeenen die dat uuyt argeliste laet te gebruycken ende te besitten, want sulcke

personen regulariter voir possesseurs gehouden wordden; ende dit precarium is different

ende verscheyden van donacien, want die ennige donacie doet, die geeft dat om niet

weder te hebben dat hij geeft ; mair die precarium doet, die leent dat uuyt beden, om

dat weder te hebben alst hem gelieft.

[2] Onderscheyt tusschen precarium ende commodatum.

Item, oic is dat precarium different van commodatum, dats van leeninge, want een

dinc wort gecommodeert tot eenen zekeren gebruycke, ende en mach niet wederroepen

zijn voirdat dat gebruyck volsciet is, mair dat precarium mach wederroepen wordden

bij dengeenen die dat doet, tallen tijden alst hem gelieft. Ende bij deser actien suldij

formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat hij geleent heeft uuyt beden Peteren alsulcken peert oft alsulcken

putganc om water te halen, oft heeft hem uuy[t] beden verleent zijnen balc te mogen

anckeren, oft zijn dack te mogen hangen aen zijnen muer, welc consent uuyt bede ende

gedooge gedaen, Andries voirscreven revoceert ende wederspreeckt, versuect dairomme

dat Peter voirscreven hem zijn peert restituere, dat hij zijnen balck ende dack doe van

zijnen muer, ende dat hij niet meer dairinne en anckere, noch dairaen en vare, noch op

zijn erve ten putte om water en come, mair dat hij alle dinc reducere ende brenge in

den staet dair het ierste in was."

XCVIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE ARBORIBUS]

Item, een ander[e] maniere van actien is geheeten interdictum de arboribus

cedendis (2) ; ende dese actie wort verleent tegen dengeenen die zijn boomen oft die

(1) D. 43, 16. - (2) D. 43, 27.

286 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

tacken van sijnen boomen hangende heeft, over zijns gebeuren erve, soedat hem dairaf

scade coempt. Ende wort hen geraden dat zij die boomen aftruncken tot op XV voeten

nair der eerden, eest dat die scade gebuert op een erve rusticael, oft algeheel tot in den

wortel, eest dat die scade gebeurt in een erve urbaen. Ende oft die heere van de boomen

dat niet en dade ten bevele van den richter, uuyt versuecke van partijen, soe mach nae

recht diegeene dat doen, die dair scade bij heeft. Ende dese actie wort verleent niet

alleene den proprietarijs van den gronde dair den boom over hangt, mair oic dengeenen

die zijn tochte oft bladinge van denselven gronde heeft.

Item, ende eest dat den boom bij sijnen wortelen gescapen is in der erven des

gebueren oft aen zijn fundament ennige scade te doen, die richter sal ten versuecke van

den gebuere hem bevelen dat hij die wortele uuytrode ; ende wair hijs niet en doet, soe

sal [die] gebuere selve die mogen extirperen ende thout nae hem nemen ; ende onder

den naem van de boomen wordden oic begrepen die wijngaertrancken.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat sulcken boom staende in Peters erve, hangt over zijnen hof

ende erve, doende hem scade ende benemende zijner vruchten de zonne oft verderven[de]

met zijnen tacken ende druppen[de] zijn daken ende mueren, welcken boom, Peter

voirscreven des versocht zijnde, niet en heeft willen afhouden oft cortten, ende als

Andries dat heeft willen doen, soe en heeft hem Peter dat niet willen gedoogen, versuect

dat Peter bedwongen wordde hem dijen af te laten houden oft te truncken ende

te cortten."

Ende alsdan wort hij in den grondt afgehouden, eest dat hij hindert der erven

urbaen ; ende hindert hij der erven rusticael, soe wort hij gecort ende afgetrunckt tot op

XV voeten nair der eerden.

Item, wairt dat iement heymelijc ende dieffelijc iements boom oft wijngaert

afhieuwe, men soude mogen ageren tegen den facteur criminelijc tot punicien corporael

ende soude gepunieert wordden als een dief ; ende als men civilijc dairtegen ageert, soe

ageert men tot restitucien ende vergeldingen van der scaden ende intereste tweevout,

afgetrocken die weerde van denselven houte, niet soe dat weert was doen dat stont, mair

soe dat weert is nu als[t] gevelt is. Ende wairt dat iement den boom afhieuwe, met wille,

ten aensien ende weten van den heere van den boome, soe en soude hij niet gehouden

oft vervolgt zijn bij deser actien, mair bij der actien bonorum vi raptorum ; soude oic

mogen vervolgt wordden metter actien Aquilie de dampno dato ; ende tgeene dat

voirscreven is, grijpt stadt als men den boom afhout aen deerde, mair als men hem zijn

worttelen mede uuythout, soe ageert men bij der actien van aquilien voirscreven.

Item, ende het is nae recht geheeten eenen boom, die boven der eerden heeft eenen

tronck oft roede, mair heeft hij veele truncken uuyten eerden comende die afgehouden

zijn, soe heetent veele boomen afgehouden, al en hebben zij mair een worttel.

Item, eest dat veele lieden eenen boom afhouden faitelijc, men sal op elcken mogen

ageren besunder totter oprichtinger van der scaden, ende den eenen van hen die

betalende, en zijn dandere niet gelibereert noch gelost, ende eest dat dijen boom veele

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT DL. I, CAP. 99 287

lieden toebehoirt, zoe mogen zij altesamen heysschen een pene, mair niet elc besundere

bij hen selven.

Item, eest dat ic iemende vercoope mijnen gront dairtevoiren mijn boomen mij

afgehouden wairen, die cooper en heeft geen actie dairaf heysch te maken, mair icke.

Item, hebdij geplant eenen boom in mijnen gront ende hij gewortelt is, ghij en

moechten niet afhouwen oft uuytroeden sonder mijnen consente, want hij is mijn

gewordden, mitsdat hij geworttelt is.

Item, wairt dat eenen boom in stucken wayde, brake ende viele op eens anders

erve, al hadde hij hooge justicie, nochtans en sal hem den boom niet toebehoiren, mair

sal blijven desgeens dijens de wortel is, betalende zijnen gebuere, op wijens erve hij

gevallen is, de scade die hem van den valle geschiet waire ; want geen goet en can

aenveert wordden als gevonden goet, dair men weet ende siet wijen dat toebehoirt ende

wanen dat coemt, besunder al[s] iement dat coemt heysschen ; ende dengeenen dijens

den boom is, is sculdich denselven boom van sijns gebueren erve te doen binnen

VII daigen, naedat hijs versocht wort, ende dese scade op te richten ; ende dat is die

richter sculdich alsoe te wijsen ten versuecken van partijen. Ende oft hij des nae

tvoirscreven vonnisse niet en dade, soe sal die heere den boom aenveerden, tenwaire

dat denselven boom, mits ennigen zijnen tacken, wortel begrepen hadde opt voirscreven

lant, in welcken gevalle hij den boom behouden soude op wijens lant hij gevallen waire.

XCIXe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE GLANDE LEGENDA]

Item, een andere maniere van actien is geheeten interdictum de glande legenda (1);

ende wort gegeven tegen dengeenen die zijnen gebuere niet en wille laten rapen ende

halen zijn oest[!], dat van desselfs gebueren boomen gevallen is op zijn erve. Ende hoewel

glans een eekel heet, soe wort nochtans dairmede verstaen alle fruyct ende oest, dwelc

men tallen derden daige rapen ende halen mach. Ende bij deser actien suldij formeren

u libel aldus :

" Andries seegt dat hem Peter niet en laet rapen ende halen zijnen oest, dat op

desselfs Peters erve gevallen is, van Andries boomen staende op Andries erve, versuect

dat hem de voirscreven Peter dat niet en belette."

(1) D. 43, 28.

288 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

Ce CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE MIGRANDO]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten interdictum de migrando(1),

ende wort verleent dengeenen die een huys gehuert heeft, tegen dengeenen die hem

beletten wille om met zijnen goede oft anderen huysrade, dat hij dairinne gebracht heeft,

uuyten gehuerden huyse te mogen trecken, genoch doende der verhuerdere van der

hueren ende pensien van den heelen tijde ende van der scaden, indijen hij ennige int

tgehuerde huys gedaen hadde. Ende bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat hem Peter niet en wille laten leyden zijn peert uuyten stalle

van den huyse, dat Andries tegen Peteren voirscreven gehuert hadde, gestaen etc.,

hoewel hij nochtans denselven Peteren vernueght heeft van der hueren van denselven

huyse, ende bereet is te vernuegen, versuect dat hij hem dairop geen belet en doe."

CIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTUM FRAUDATORIUM]

Item, een andere maniere van actien in factum is geheeten interdictum

fraudatorium (2), ende is als die crediteur van den momboer den weese sculdich is ;

ende wort gegeven tegen den sculdenere die in frauden van den weese, deen tegen

dander afgeslagen heeft metten momboere, zijnde alsoe deelachtich in der frauden.

CIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE CLOACIS]

Item, een ander maniere van actien in factum, is geheeten interdictum de cloacis

privatis reficiendis (3), ende wort gegeven tegen dengeenen die iemende beletten wille

zijn private oft gemeyn heymelicheyt te reyningen oft te repareren ; wort oic verleent

tegen dengeenen die vuylnisse dairinne worpen om te verstoppen, oft die dat beletten

uuyt te doen.

(1) D. 43, 32. - (2) D. 42, 8. - (3) D. 43, 23.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 100-105 289

CIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE MORTUO AUFERENDO]

Item, een andere maniere van actien is geheeten interdictum de mortuo auferendo (1)

ende wort gegeven tegen dengeenen die iemende belet te begraven oft tgraf te maken

oft den lichaeme, serck oft steenen, ter reparatien van den grave, ten grave te vueren

oft over zijn erve te laten lijden.

CIIIIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN MOMENTANEE POSSESSIONIS]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten in latijne interdictum

momentanee possessionis (2), ende is als men ageert van enniger possessien, hoedanich

die zije, retinende als [is] uti possidetis, oft adipiscende als quorum bonorum ende quod

legatorum ende salviana, oft recuperande als is interdictum unde vi etc., dair ghij de

exempelen hiervoire nairder af moigt sien ; ende wordden geheeten momentanee

possessiones, want al obtineert iement in de possessie, nochtans mach hij terstont in

een moment, dats in eenen oogenblijc, vervallen ende succumberen in dat oirdeel ende

in de sentencie van der proprieteyt ; ende van desen interdicte mach elckermale, hij zij

onder zijn jairen van discrecien ende impubes, gebruycken, alwairt oic zoe dat hij

geenen momboir en hadde.

CVe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE SUPERFICIEBUS]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten interdictum de

superficiebus (3), ende wort gegeven den meester van den gronde oft van der erve die

alle tgeene heyscht, ende tot zijnen proffijte bescudden wille, dat op sijnen gront vast

ende nagelvast is gemaict, van dengeenen die denselven gront gehuert hadden oft

ontleent, want soe wes op zijnen gehuerden gront geset is vaste, die proprieteyt van

dijen, nae natuerlijc ende civilijc recht, behoirt dengeenen dijes den gront is ; ende soe

wes int interdict van uti possidetis onderhouden wort, dat sal men hier onderhouden.

(1) D. (43, 20). - (2) D. (43, 17). - (3) D. 43, 18.

290 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

CVIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE SEPULCRO EDIFICANDO]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten interdictum de sepulcro

edificando (1), ende wort gegeven tegen dengeenen die eenen anderen wille verbieden

een graf te maken, dair het georloeft waire, oft eenen dooden te begraven ; ende van

allen den voirgaende VI manieren van actien suldij u libel formeren nae gelijckenisse

van de anderen voirgaende actien, makende u conclusie nae de natuere ende qualiteyt

van der actien.

CVIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN IN EDICTO SI QUIS IUS DICENTI]

Item, een ander maniere van actien is geheeten in edicto si quis ius dicenti non

obtemptaverit (2), ende wort gegeven tegen dengeenen die tgewijsde niet en voldoet

ende tegen hem geconcludeert dat bij hem wordde gecondempneert int interest, dwelc

de aenlegger estimeert soeveele gedragende, ende datten die richter voirt behoirlijc

punieere ; ende dese punicie pleeght te zijne in ennigen plaetzen de verbeurte van

X realen aen den heere, die tvonnisse niet en voldoet.

CVIIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN IN EDICTO SI QUIS IN IUS VOCATUS]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten in edicto si quis in ius

vocatus non ierit (3), ende wort gegeven tegen dengeenen die gedaigt ende behoirlijc

geroepen is voir recht te comen ende niet en coempt noch procureur en seynt, mair de

wederpartije compareert, dewelcke tegen den absenten concludeert dat hij hem wordde

gecondempneert in zijn interest, dwelc hij estimeert susveele ; ende eest dat hij dan

wederomme gedaigt wort op eene pene ende hij niet en coempt noch en seynt, soe sal

men ten daige die pene heysschen, ende oic dat interest.

(1) D. 43, 16. - (2) D. 2, 3. - (3) D. 2, 5.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 106-111 291

CIXe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN NE QUIS EUM QUI IN IUS VOCABITUR]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten, ne quis eum qui in ius

vocabitur (a), vi eximat (1) ; ende wort verleent dengeenen die gedaigt is voir recht, tegen

dengeenen die hem met fortsen ende wille belet dat hij zijnen dach van rechte niet

bewairen noch gehueden en can, hetzij dat hij hem gevangen heeft oft doen vangen, oft

ennigen anderen list voirtgestelt, dairmede hij niet conste in tijts gesijn op zijnen dach

van rechte ; ende dairaf concludeert hij tot scaden ende intereste, van welcken intereste

hij zijnen eedt mach presenteren.

CXe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN IN EDICTO DE EO PER QUEM]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten in edicto de eo per quem

factum est, quo minus quis in iudicio sistat (2) ende wort gegeven dengeenen die dach

van recht heeft, tegen dengeenen die hem sulcken belet gedaen heeft met vangen oft

anderssins dat hij zijn proces van dijen daige verloren heeft oft zijn sake, ende van

desen wort oic geconcludeert, ende versocht dat interest.

CXIe CAPITTELE

[VAN DEN INTERDICTEN DE EDENDO]

Item, een ander maniere van actien is geheeten edictum de edendo (3) ; ende is een

actie om te gecrijgen edicie ende copie van brieven, charteren oft instrumenten dair

iement toe meynde gericht te zijn, om die te zien, te hooren oft copie dairaf te hebben ;

ende aldus is edere te seggen, die brieve oft instrumenten, dairmede dat hem iement

behelpen wille in rechte, voir oogen te brengen om dairaf bij den adversarijs lecture oft

copie te begeren. Ende dese actie wort gegeven tegen dengeenen die sulcke brieve

onderhebbende, die weygert voir oogen te brengen, te laten hooren, oft lecture oft copie

dairaf te geven. Exempel van desen nair der loopender practijcken : gebeurdet

dat (b) iement onderhadde brieven oft charteren van zijnder erfflicheyt oft anderen

dueghdelijcken saken tegen contracten eens gepasseert zijnde voir deugdelijc ende goet,

ende dat eenen langeren tijt dairnae iement anders quame, ende seyde dat hij recht ende

sake hadde die brieven ende charteren te ziene, ende dat ter contrarien die partije dijer

a. vocabitur, in hs. : vocatus - b. dat, in hs. : dat dat.

(1) D. 2, 7. - (2) D. 2, 10. - (3) D. 2, 13.

292 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

de voirscreven brieve ende charteren toebehoirende wairen, seyde dat zij die niet

sculdich en waire te thoenen noch voir oogen te brengen, ende dat hij zijn brieve van

zijnder erfflicheyt die hem van langen tijden gepasseert ende overgegeven zijn geweest

niet sculdich en is te thoenen, het en gelieft hem te doene, der contrarie partije seggende

dairtegen dat hij die sculdich is te zien ende te hooren, want die hebbere derselver

brieven, ende die die voir zijn houdt, hem tonrechte dairmede behelpt, overmitsdat

deselve brieve oft instrumenten valsch ende ondeugdelijc zijn, ende sulc dat zij den

voirscreven hebbere niet sculdich en zijn te dienen, presenterende te bewijsen dat zij

sulc zijn, versueckende dairaf dach tegen den voirscreven hebbere ende dat deselve

hebbere dairop gedaigt ende geadjourneert wordde tegen hem te compareren metten

voirscreven brieven, soe sal die hebbere derselver brieven tot zijnen versuecke wordden

gedaigt, ende ten daige dienende ende partijen comparende, soe sal die aenlegger,

opdoende zijnen heysch, sculdich zijn te zweeren ende te affirmeren aen de heiligen dat

hij die charteren ende brieven niet en begeert te zien uuyt ennige bedrooge, calaengien,

argeliste oft bedecten ende geveynsden fundamente oft vonden, noch oic om enniger

saken wille, die hij specialijc mach hebben hooren seggen, noch presumeren datter

ennige brieve verloren wairen, oft datse de verweerdere niet en hadde, mair overmits

dijen dat hij goede redene meynt te hebben, om metter wairheyt bij te brengen ende te

bethoenen dat de voirscreven brieven ende charteren zijn valsch oft ondeugdelijc, ende

sulc dat zij den aenlegger niet sculdich en zijn te dienen om, dat gethoent zijnde, voirt

te mogen versuecken zijn actie ende recht opte erfflijcheyt oft goede dair de voirscreven

brieven mencie af maken, die de voirscreven aenlegger met onrechte langen tijt gehouden

heeft, ende dairaf denselven aenlegger trecht toebehoiren soude ; den verweerdere

dairop verantwoirdende ende seggende dat hem de voirscreven brieven eens gepasseert

ende geweesen zijn voir goet, ende dat hij niet sculdich en is te thoenen, mitsdat hij bij

denselven brieven hem denct te verweeren ende te verantwoirden, in tijden ende wijlen

als hem des van noode sal zijn ende goet duncken sal, ende dat niement sculdich en is

zijnder wederpartijen te administreren tzweert dair men hem den hals mede soude

mogen afhouden etc. Ghij sult weten dat die richter bedwingen sal den verweerdere te

thoenen zijn brieven oft charteren, al wairt oic soe datse de aenleggere tanderen tijden

hadde gesien ; ende dat willen die gescreven rechten omdat alle suspicien van frauden

ende quaden engiene ende liste souden achterwairt gestooten wordden, ende dat die

wairheyt ter kennissen comen mochte. Ende wairt dat die verweerdere ende hebbere der

voirscreven brieven die niet thoenen en woude, soe souden die brieven ende charteren

gehouden wordden voir nul ende van onweerden.

Ende oft die verweerdere seggen ende allegeren woude dat hij de voirscreven brieve

ende charteren niet en hadde noch en wiste wair die wairen, noch die te wijsen en wiste,

dat zij oic in zijn gebot ende macht niet en wairen te gecrijgen, noch oic en wiste onder

wijens handen oft bewairnissen dat die inochten zijn, soe sal hij bij den richter

bedwongen wordden te zweeren aen de heiligen, dat hij van de brieven niet en weet,

noch geen dairaf en heeft, dathij oic niet en weet, wair oft onder wijen, oft onder wijens

macht datse zijn, noch oic en soude die weten te vijnden, dwelc hij affirmeert ende zweert

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 111 293

voir de gerechte wairheyt sonder fraude oft quaet engien ende bedroch, ende oft hij wiste

wair zij wairen, hij soude dat geerne seggen ende te kennen geven ; ende dijen eedt

gedaen hebbende, sal hij gehouden wordden dairaf voir geexcuseert, ende oft hij dijen

eedt niet en dorste doen, soe selen die brieven van dan voirtaen geacht ende gehouden

wordden als quaet ende valsch, voir nul ende van onweerden.

Item, ghij sult weten van allen instrumenten dat iement in rechte produceert, dat hij

dairaf sculdich is te thoenen ende te doen zijnen adversarijs edicie ende ostencie, soe-

verre hij des begeert.

Item, een aenlegger en can den verweerdere niet gedwijngen om hem te ederen sijn

instrumente, oft hem lecture oft copie dairaf te geven, om dairuuyt zijn actie ende

intencie te mogen funderen, ende om zijn replijcke te funderen, mair een verweerdere

mach wel bedwijngen eenen aenleggere om zijn instrumenten ende brieven te ederen

ende copie dairaf te geven, om dairuuyt zijn intencie ende zijn exceptie te funderen.

Item, achtervolgende tgeene des voirscreven is, soe suldij weten dat onlancx in der

Raidcameren van Brabant gebuert is questie ende gedinge tusschen dat ambacht van

vleeschouwers der stadt van Bruessel ter eender zijde, ende den wethouderen derselver

stadt ter anderen zijde, aengaende van een previlegie van extensien van de vrijen

merctdaigen, die alle vreemde persoonen hebben in der stadt van Bruessel des vrijdaigs

te mogen vercoopen geslagen vleesch, al en zijn zij niet int dambacht van den vleesch-

ouwers, met welcke previlegie van extensien de voirscreven wethouders van Bruessele

verworven hebben om des saterdaigs, allen den dach, bij den vreemden luden vleesch

vercocht te mogen wordden, opte selve vrijheyt ende gelijc zij dat des vrijdaigs mochten

ende plegen te doen, van welcken vercrijge van previlegien van extensien des voirscreven

vrijen merctdaigs, dat voirscreven ambacht geadverteert zijnde, deden daigen ende

adjourneren de voirscreven wethouderen om dairaf te hebben lecture ende copie,

allegerende ten daige van rechte voir huer interest dat, nae den privilegien den voirscreven

ambachte bij den princen tanderen [tijde] verleent, ende nae den sentencien ende vonnissen

tanderen tijde bij mijnen goede heeren ten proffijte van hem ende tegen de voirscreven

wethouderen gegeven, den voirscreven vrijen merctdach niet sculdich en waire

geextendeert te zijn, ende dat zij int vercrijgen van de voirscreven previlegien van

extensien niet geroepen noch gehoirt en wairen geweest, hopende dat hen de voirscreven

wethouderen dairaf sculdich wairen (a) edicien te doen ende copie te geven, om, ofts hen

behoefde voir huer interest ende ter conservacien van des ambachts previlegien ende

rechten, dairtegen gehoirt te zijn in justicien etc., den voirscreven wethouderen sustine-

rende ter contrarien dat zij dat previlegie van extensien hen niet sculdich en wairen te

laten hooren, noch edicie noch copie dairaf te geven, mitsdat dat verworven was bij den

gemeynen raide van der stadt, met veel meer andere redenen te lanc te verhalen. Ten

sloote, het wert geappointeert bij den Raide dat de voirscreven wethouderen edicie

souden doen van den principalen previlegien, ende dat tvoirscreven ambacht dairaf

a. wairen, in hs. : wairen wairen.

294 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

hebben soude bij der hant van den greffier copie auctentijc, om dat te impugneren opdat

hem alsoe goet dochte.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus:

"Andries seegt dat Peter onderheeft een instrument oft eenen brief, dair hij mede

inne gericht is, oft die onduegdelijc is etc., versuect dat hij dijen voir oogen brenge,

ende hem dairaf copie geve voir zijn interest etc."

CXIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN CONTRA CALUMPNIATOREM]

Item een ander maniere van actien in factum is geheeten actio in factum contra

calumpniatorem (1) ; ende wort gegeven dengeenen die met onrechte gelt, goet oft gifte

neempt om iemende onrechtveerdelijc voir recht te betrecken ende te quellen ; ende bij

deser actien is diegeene die sulcke calaengie om geltswille gedaen heeft, sculdich te doen

restitucie viervoudt diegenen dairtegen dat hij dat genomen heeft, soeverre hij binnen

jairs betrocken wort ; ende nae djair, is hij sculdich tot simpelder restitutien. Ende

diegeene die dat gelt gegeven heeft omdat men den anderen met onrechte quellen soude,

en is niet sculdich iet weder te hebben noch te heysschen, want hij dat vuyllijc gegeven

heeft ; mair die erfgename van dengeenen die dat ontfangen heeft, is gehouden dat te

restitueren dengenen dairtegen dat dat ontfangen was, soeverre als dat gelt oft die ghifte

totten selven erfgename oft totten geenen dair hij erfgename af is, comen was.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

"Andries seegt dat Peter genomen ende ontfangen heeft van Jacope X gulden, om

tegen hem een ongerichtich gedinge voirt te stellen int Parlement, oft voire sulcken

gerichte, oft heeft van hem soeveele ontfangen omdat hij hem een calumpnieuse ende

ondeugdelijcke moeyte ende accusacie van rechte aendoen soude, versuect dat hem de

voirscreven Peter geduempt wordde de voirscreven X gulden te restitueren viervuldich,

want het noch binnen jairs is dat hij zijnen heysch maict."

Item, wildij meer bescheyts weten van der calumpnieuser accusacien, soe besiet

hiervoire dat capittel de libero homino exhibendo (2), dairinne suldij meer bescheyts

dairaf vijnden.

CXIIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN PRO ALIENATIONE MUTANDI IUDICII CAUSA]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten actio pro alienatione

mutandi iudicii causa facta (3) ; ende wort gegeven tegen dengeenen die bij argeliste

(1) D. 3, 6. - (2) Zie blz. 272. - (3) D. 4, 7.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 112-115 295

ennich goet, dair hij quaet oft cranck recht in heeft oft meynt te hebben, transfereert

ende overgeeft in handen van eenen harderen ende machtigeren adversarijs, omdat te

ontvreemden dengeenen die hem dat met beteren rechte soude mogen heysschen ende

afwijnnen. Ende dair dese actie sal competeren, dair behoeven III dingen te zijn : dierste,

dat die alienacie ende veranderinge gesciet zije om te muteren ende veranderen dat

gerichte; dander, dat hij dat gedaen heeft omdat hij zijnder wederpartijen soude vercrijgen

eenen harderen adversarijs ; dat derde is dat de aenlegger dair interest toe hebbe.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

" Andries seegt dat Peter sulcken acker als hem de voirscreven andries soude hebben

geheyscht, getransfereert heeft in Simoene, eenen harderen ende sterckeren adversarijs,

om dat gerichte te muteren van hem in Simoene, versuect dairomme dat Peter gecon-

dempneert wordde in zijn interest, dwelc hij estimeert voir soeveele etc. "

CXIIIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN IN RE LITIGIOSA ALIENATA]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten actio in re litigiosa

alienata ; ende wort gegeven tegen dengeenen die ennich dinck, dair hij af in recht

ende gedinge staet oft supplicacie af overgegeven heeft, getransfereert ende overgegeven

heeft eenen anderen. Ende bij dese actien suldij formeren u libel aldus :

" Andries seegt dat Peter getransfereert ende overgegeven heeft Simoene

aldusdanigen goet dat litigieux ende in questien van gedinge staet tusschen hem ende

den voirscreven Peteren, ende dairaf dat hij zijn libel overgegeven heeft, oft zijn

supplicacie ende clachten den richter gedaen, versuect dairomme dat Simon voirscreven

bedwongen wordde dat te restitueren ende te remedieren in denselven staet dairinne

dat was voire die alienacie ende overgevinge, ende oft hijs niet gedoen en conste, dat

hem Peter voirscreven dan wordde gecondempneert in zijn interest, dwelc hij estimeert

dusveele."

Item, ende als een crediteur transfereert zijn actie in eenen machtigeren adversarijs,

soe sal die debiteur ende sculdenere heysschen dat zij beyde sculdich selen zijn te vallen

van der schult, ende dat elcken van hen bij sentencien sal wordden silencie geimponeert.

CXVe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN CONTRA MENSOREM]

Item, een ander maniere van actien in factum is geheeten actio contra mensorem

agrorum false denunciantem(1), ende wort gegeven tegen den lantmetere die ennich

(1) D. 11, 6.

296 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

bosch, lant, moer, heyde oft anderen gront grooter oft cleynder seegt zijnde bij argeliste,

dan die gerechte mate is. Ende bij deser actien suldij formeren u libel aldus :

" Andries seegt, soeals hij tegen Peteren gecocht hadde alsulcken beempt,

Ghijsbrecht vander Byestraten, lantmetere ende geroepen om denselven beempt te

meeten, heeft gedenuncieert dat hij mair vive dachmael lants groot en is, dair hij VI

dachmael groot is, oft heeft gedenuncieert dat hij VIII dachmael groot is, dair hij mair

vive groot en is, bedriegende alsoe den coopere oft vercoopere, versuect dairomme dat

deselve Ghijsbrecht gecondempneert wort in dat interest van der gequetster partijen die

bedrogen is, mits zijnder valscher denunciacien."

Item, hier suldij weeten dat een dachmael lants maict IIIC roeden te XX voeten elcke

roede, ende IIII dachmale maken een buynder.

Item, een gemet lants maic[t] IIIIC roeden, ende een buynder maict III gemeten.

Item, XII duymen maken eenen voet.

Item, noch suldij weten dat alle dingen die onder den loope van den firmamente

zijn, wordden ondersceyden, oft bij getale oft bij gewichte oft bij maten, ende gelijc bij

den lantmeters valsche denunciacie gedaen mach wordden van der maten, soe mach

insgelijcx gedaen wordden bij den gezwooren waeghmeesters die den luden sculdich zijn

huer gewichte te seggen, oft bij den gezwooren telders, die den luden sculdich zijn heur

gecocht getal te seggen, ende al zij dairinne archeyt oft bedroch doen, min oft meer

seggende dan dat is, soe competeert tegen hen dese gelijcke actie.

CXVIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN GEHEETEN FUNERARIA]

Item, een andere maniere van actien is geheeten, actio funeraria(1) ; ende wort

verleent diegeene die cost gedaen heeft om den dooden te begraven, tegen sijn

erfgename ; mair zie toe hij die den dooden dede begraven, dat hij protestacie doe oft

hebbe gedaen, als hij den cost van begravingen ende uuytleden ende uuytvaerden dede,

dat hij dat gelt niet en gaf noch en verleide dan in meyningen dat weder te hebben,

want anders soude het schijnen mogen dat hij dat gedaen hadde bij ende uuyt officien

van goedertierenheiden ende ontfermticheyden ende om Godswille, in welcken gevalle

hij dat niet en soude sculdich zijn weder te heysschen ; ende bij deser actien suldij

formeren u libel aldus :

" Andries seegt dat hij om te begraven dat lichaem van Peteren uuytgeleet heeft

XX pont, versuect van Simon, die Peters goede houdt, dat hij hem die restituere."

(1) D. 11, 7.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 116-117 297

CXVIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN EX IUREIURANDO]

[1] [Vander actien ex iure iurando]

Item, een ander maniere van actien is geheeten actio in factum que descendit ex

sententia vel ex iureiurando(1) ; ende wort gegeven tegen dengeenen die den anderen

iet gegeven heeft te zweeren in deelingen van eede, van des hij hem heysschende was,

die dat gezworen heeft, soe datter sentencie diffinitive oft arbitrael naegevolgt zije,

welcke sentencie hij weijgert te voldoene. Ende ghij sult weten dat, nair der loopender

practijcken, alle sentencien zijn executoer binnen jairs opte gecondempneerden, mair nae

djair vallen zij in opposicien ende evocacien, ende moeten de gecondempneerden dairaf

gevolgt wordden bij wegen van actien. Ende bij deser actien suldij formeren u libel

aldus :

" Andries seegt, alsoe hij Peteren geheyscht heeft in rechte voir arbiters X pont

van geleende gelde, hem dairaf cusbode doende ende dat gevende in deelingen van eede,

de voirscreven Peter defereerde ende gaf hem dat tot zijnen eede, dijen hij dede, soe-

datte Peter voirscreven gecondempneert wart vonnislijc hem dese schult te betalen,

versuect denselven tot betalingen bedwongen te wordden ".

Item, ghij sult weten dat uuyten eede spruyt obligacie ende actie, ende oic excepcie.

Item, dese actie in factum spruytende uuyten eede is personael ende pretoriael, ende

behoeft, aleer uuyten eede actie spruyt, dat men eede doe uuyt cusbodingen, ende dat

de verweerdere den eedt defferere den aenlegger ende anders niet ; ende alsulcken eedt

en mach niet wordden geargueert van valscheyden, mair wort gehouden voir wairachtich

ende maict vollen thoen, ende hij heeft cracht van vonnisse, ende en wort niet

geretracteert bij brieven van nyeuws bevonden.

Item, hier suldij weten dat eedt, meyneedt ende loegene III versceyden dingen zijn.

Item, noch suldij weten dat men vijndt III specien van eede, te weten, ierst, eenen

eedt der wairheyt, ende is als men van wel weten iet zweert aldus oft alsoe te zijn, ende

waire niet genoch dat men zwoere uuyt geloven oft vermoeden ; ten anderen male,

eenen eedt des geloevens ende des gestentigen voirnemen, als is den eedt van

calumpnien ; ten derden male, eenen eedt der affectien, dat is den eedt die ennige

partije doet bij ordinancien van den richter opte estimacie oft weerde van eenen dinge

dair questie af is, nae sijn goetduncken ende nae sijn affectie, ende niet nae die wairheyt.

Ende desen eedt is geheeten in latijne iuramentum in litem.

[2] Divisie van den eede.

Item, men vijndt drijerlije eedt der wairheyt : den eenen, die dat gedinge eyndt,

beslicht ende decideert, ende dairaf spreect dese tegenwoirdige actie ; den anderen, die

(1) D. 12, 2.

298 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

obligacie ende verbijntenisse introduceert ; den derden, die ennige actie confirmeert van

der voight weesen; ende, der der[de] maniere sal hier naemaels breerder geseegt wordden

alst zijnen tijt ende pas sal hebben. Mair, als van den eede der wairheyt die dat gedinge

decideert, suldij weten dat dijen is oic drijerleye : den eenen is voluntarijs ende

willentlijc oft convencionael tusschen partijen buyten gerichte ; ten anderen is judiciael

ende gerechtelijc ; ten derden is necessarijs ende notelijc. Den eedt convencionael,

voluntarijs ende willentlijc is den eedt die een partije den anderen defereert buyten den

gerichte ; den eedt judiciael ende gerichtelijc is den eedt die deen partie der andere

defereert in gerichte bij approbacien van den richter ; den eedt necessarijs ende nootelijc

is den eedt die enniger partijen, in recht staende, bij den richter gedefereert wort, hetzije

den aenlegger in supplemente ende in vervullingen oft sterckenisse van thoene, oft den

verweerdere om te doen den eedt van purgacien, tegen die suspicie des richters tegen

hem. Ende dese voirseide III manieren van eede hebben groot onderscheyt, want geen

van den partijen en derf noch en wort bedwongen bij eede convencionael ende voluntarijs

denselven eedt te geven noch te nemen, hij en wille.

Ende als van den eede judiciael, soe en plach, nae den ouden rechten, niement

te moge[n] recuseren oft te ontseggen dijen te nemen oft te geven, als hij hem voir

recht defereert wert, mair moesten wederom refereren zijnder wederpartijen oft selve

zweeren, welcke oude rechten in veele plaetzen ende bancken bij statuten zijn

geapprobeert, want den eedt judiciael, die geheeten is in latijne iusiurandum, is een

zeer groot remedie om dat gedinge ten eynde te brengen. Mair, huden ende na den

nyeuwen rechten, soe mach men dijen eedt wel recuseren, als dair wittige sake

van recusacie is, gelijckerwijs als partije dijer den eedt wort gedefereert, huer

meyninge ende intencie gefundeert heeft met brieven, acten, vonnissen, instrumenten

oft getuygen ter contrarien. Ende als van den eede necessarijs ende nootelijc, dijen

en mach niement recuseren, tenwaire uuyt enniger wittiger zaken in den rechten

begrepen. Oic zijn dese voirscreven III specien van den eede (a) der wairheyt van

verscheydenen effecten ende crachten, want uuyten eede voluntarijs oft judiciael bij

iemende gedaen, wort hem gegeven actie ende excepcie, mair uuyten eede necessarijs,

soe en spruyt geen actie, mair volgt dairnae die sentencie van den richter; desgelijcx,

den eedt voluntarijs oft judiciael gedaen zijnde, en wort denselven eedt niet gerevoceert,

mair den eedt necessarijs mach nair den sentencien wordden geretracteert, mits

brieven oft instrumenten van nyeuws gevonden. Ende de redene van den voirscreven

lesten ondersceyde is dese, want die eede voluntarijs oft judiciael gescieden bij

consente van partijen, ende dairomme en mogen zij niet wordden wederroepen,

mair den eedt necessarijs wort gegeven bij officien des richters sonder partijen consent,

ende dairomme mach hij gerevoceert wordden bij pretexte oft crachte van nyeuwen

brieven ende instrumenten, ja na der sentencien, tenwaire dat die sentencie gefundeert

waire op anderen deugdelijcken thoen ende probacie.

a. eede, in hs., : eerde.

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 118 299

Item, noch suldij weten, soe wanneer die richter defereert den verweerdere den

eedt, soe wort dijen eedt geheeten iuramentum purgationis, dats te seggen, den eedt

van purgacien. Ende desen eedt pleecht die richter te defereren, als een aenleggere

wat thoens gedaen heeft, mair dijen thoen en is niet semipleen noch halft sterck genoch

om hem te defereren, in sterckenisse zijns thoens ende in supplemente van thoene,

den eedt necessarijs dair bovenaf geseyt is. Ende want nochtans met sulcken cleynen

thoen van den aenleggere, wat suspicien gegenere[e]rt wort tegen den verweerdere, soe

wort bijwijlen bij den richter om dese suspicie te purgeren, tegen den verweerdere

denselven verweerdere gedefereert ende gewesen zijnen eedt te doen, ende dijen eedt

wort geheeten iuramentum purgationis ; ende dijen eedt van purgacien en mach niet

wordden geretracteert met ennigen nyeuwen oft anderen toecomenden thoene oft

probacien, nae de opinie van veele doctoren.

Item, wildij nairder weten wanneer die richter sculdich is te defereren den eedt

in supplemente van thoene oft nyet, soe besiet dat IIIIde capittele van den derden

boecke deser Practijken.

Item, ghij sult weten dat een iegelijck, soeverre als hij partije principale is,

mach zijnder wederpartijen differeren den eedt judiciael oft voluntarijs, mair een

tuteur oft curateur en mogen dat niet doen dan in gevalle dair men anderssins

trecht van den weesen oft onbejairden niet en soude connen gethoenen.

Item, noch suldij weten, wairt dat men ennigen tuteurs oft curateurs sulcken

eedt der wairheyt defereerde, soe en can mense niet bedwingen, na den nyeuwen

rechten, dijen eedt te accepteren, alsoeverre als zij dijen niet aenveerden en willen,

want die principael en wort dairtoe niet bedwongen, besunder als die intencie van

den weezen ende onbejairde gefundeert is op instrumenten.

Item, noch suldij weten dat een procureur oft gemechtichde alleenlijc ad lites et

ad negotia niet en mach sulcken eedt nae recht deffereren oft refereren, dats geven

oft nemen, mair een procureur die speciael geconstitueert is om te zweeren oft om

eedt te defereren, oft die procureur is in zijns selfs sake, die mach sulcken eedt

geven oft nemen, opdat hem gelieft, allet na den ondersceyde boven verclairt ;

desgelijcx, soe mach oic doen een procureur die generalijc geconstitueert is tot allen

saken met volcomender ende vrijer administracien.

CXVIIIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN GEHEETEN DE DOLO MALO]

Item, een ander maniere van actien spruytende bijnae uuyt maleficien is geheeten

actio de dolo malo que dicilur subsidiaria(1), dats te seggen, actie van argeliste oft van

subtijlen ende bedriegelijcken oft loozen vonden; ende wort geheeten subsidiaria, dats

(1) D. 4, 3.

300 BOEC VAN DER LOOPENDER PRAKTIJKEN

te seggen helpende oft onderstant doende, want zij coemt den clagere oft aenleggere te

hulpen tegen bedroch ende loosheyt, als hij dairtegen geen andere actie en heeft, noch

en is, noch gevonden en can wordden. Ende dese en wordt niet gegeven voor een cleyn

somme ; oic en wort zij niet gegeven den vrijen oft gevrijden persoonen oft den cleynen

oft den snooden oft cleynen personen tegen huer ouders, patroens oft oversten ; mair in

dijen IIII stucken wort den clager verleent een actie geheeten in latijne actio in factum

subsidiaria de dolo malo.

Item, hier suldij weten dat dolus is geheeten list, behendicheyt, subtijlheyt, cloecheyt,

scalcheyt oft loosheyt; ende is tweerleije na de gescreven rechten, te weten, dolus malus,

dats te seggen, argen oft quaden list, valscheyt, bedroch, scalcheyt, circumvencie,

verscalckinge, loeze vijndinge, om iemende te misleyden, te betrecken, te circonvenieren

ende te bedriegen, ende van deze liste spreect dese actie ; dander is geheeten dolus bonus,

dats te seggen goede behendicheyt, vijndinge ende subtijlheyt, als is scerpe ende behendige

liste, opsetten ende vonden te vijnden om die misdadige te vangen, oft zijn openbair

vianden te crencken, ende wort desen list genomen voir sollercie ende goede vonden ;

ende dese dolus bonus excludeert fraude ende bedroch.

Item, dese voirscreven actie de dolo malo duert II jair ende niet langer ; ende die

aenlegger sal ageren tot zijnen interest mits den bedrooge, ende estimeren zijn interest

ende dairnae formeren sijnen heysch nae gelijckenisse van de anderen als boven.

Item, in den fauten ende archeyden geschiet in brieven, dair geen ander actie en

intervenieert, dair competeert dese actie de dolo.

Item, als ennige persoen gewair wort dat hij gedaen heeft ennich contract oft

comanscap dair hij inne bedrogen is bij argenliste, hij mach comen bij den richter

versuecken dairtegen versien te wordden ende gereleveert, dwelc hem gescieden sal,

soeverre hij coemt binnen den II jairen.

Item, dair is onderscheyt tusschen dolus, lata culpa, levis culpa, levissima culpa

et casus fortuitus. Dolus is een bedriegelijcke opset oft machinacie om iement te

misleyden oft te bedriegen, gelijc oft een zijn doere al willens op iet staen, omdat men

zijns depositarijs goet stelen soude. Lata culpa is als een niet en wil verstaen, dat

alleman verstaet, noch weten dat elckermale oft den meesten deel van de luden weten.

Levis culpa is als men te negligent oft te traech ende slap is. Levissima culpa is die men

ennichsins soude hebben mogen versien oft provideren. Ende casus fortuitus is een

onversien gesciedenisse, die met geender neernsticheyt en was te versien, als opwater,

brant, stoorm, straetroof, moort.

CXIXe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN IN FACTUM]

Item, noch vijnt men in de rechten een andere maniere van actien spruytende bijnae

uuyt maleficien die zeere general is, ende is geheeten actio in factum, dats te seggen,

DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 119-120 301

actie van fayte tegen recht ; ende wort de aenlegger verleent, soe wanneer hem ennige

ander actie gebreect. Ende deser actien gebruycken dese leeke taelluyden van den dorpen

gemeynlijc in allen hueren heysschen spruytende bijna uuyt maleficien, dwelc coempt bij

dijen dat zij de natuere ende qualiteyten van den saken, dair zij heysch af maken, niet en

weten te ondersceyden, bij denwelcken zij dicwijle onbehoirlijcke conclusie nemen ten

grooten achterdeele van partijen, moeyten, verdriete, obnubilacien ende dolingen des

verstants des rechts, van dengeenen die dairaf trecht te wijsen hebben, bij denwelcken

zij dicwijle een goede zake verderven ende partijen recht versumen.

CXXe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN GEHEETEN CONDICTIO INDEBITI]

Item, noch vijnt men een ander maniere van actien spruytende bijnae uuyt maleficien,

geheeten in latijne condictio indebiti(1), ende wort gegeven ende verleent dengeenen die

bij erruere oft bij versuymten oft negligencien oft onwetens iement betailt hadde ennich

gelt, meynende dat sculdich hebben geweest ende dit niet sculdich en was, oft als zijn

procureur dat betailt hadde zonder zijnen weten. Ende dairomme soe gebuert dese actie

van condicien indebiti, als men tgelt dat men betailt heeft, wederom heyscht, als dat niet

sculdich zijnde, hetzij bij ignorancien in fayte gelegen, oic niet proeffelijc zijnde, gelijc

oft iement gedoelt hadde in zijn werck ende hantieringe, oft hetzij dat bij ignorancien

des rechts sulcke ontschult betailt waire geweest, want die ignorancie des rechts niemende

sculdich en is te hinderen in verhuedingen ende vliedingen van scaden ende van

achterdeele.

Item, bij deser actien suldij formeren u libel aldus:

"Andries seegt, want hij gemeynt hadde dat hij Peteren X cronen sculdich hadde

geweest, die hij bevijndt dat hij niet sculdich en was, ende hij Peteren die betailt heeft,

soe versuect hij dat Peter voirscreven bedwongen wordde hem die te restitueren, als gelt

dat Andries niet sculdich en was".

Item, wairt dat Andries hem dat wetens hadde betailt, bij en mochts niet

wederheysschen. Ende men doelt in der betalingen van dat men niet sculdich en is in

veele manieren, gelijc als een erfgenaem dat legaet betailt, ende naimails bevijndt dat

testament valsch te sijn oft geraseert oft gescoert, oft als een man een schult betailt, ende

naemails bevijndt dat zijn vader oft procureur oft zijn rentmeester tevoiren dat hadden

eens betailt ; ende oic eest dat ghij vijnt brieven van quitancien van derselver schult oft

van betalingen, oft dat ghij die betalinge gedaen hebt eenen valschen procureur, ghij

moight dat gelt wederheysschen bij deser actien ; mair wacht u dat die betalinge bij u

niet gedaen en zije bij transactien oft in crachte van gewijsder dinc, oft dat ghij natuerlijc

(1) D. 12, 6,

302 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN

in hem dairinne verbonden wairt, oft dat ghij hem van der schult den eedt gedefereert

ende gedeelt hebt, ende hij alsoe die schult metter eedt gehailt heeft, want den eedt,

solempneellijc gedaen, wort genomen als wairachtich, ende in desen gevallen en soudij

dat niet connen wedergeheysschen.

Item, noch vijnt men een andere maniere van actien geheeten condictio sine causa

ende wort verleent dengeenen die iet gelooft heeft sonder sake, ende als die sake

dairomme die geloofte geschiet is, niet gevolght en is, ende dese actie is zeere general,

want zij concurreert met allen anderen actien die condicien zijn, nochtans en is zij niet

overtullich, want mense in sommigen saken wel behoeft.

CXXIe CAPITTELE

[VAN DER ACTIEN GEHEETEN CONDICTIO OB TURPEM CAUSAM]

Item, noch vijndt men een ander maniere van actien spruytende bijnae uuyt

maleficien, ende is geheeten in latijne condictio ob turpem causam (1) ; ende wort

gegeven dengeenen die eenen anderen wat gegeven heeft omdat hij niet en soude doen een

vuyl oft leelijc e