|
Naast gebouwen
en omgevende plantsoenen beschikt de KULAK over een tiental hectaren die tot nu
toe als landbouwgrond werden gebruikt (grijs in bijgaand grondplan; de gebouwen
staan in het zwart getekend).
 |
Wanneer in het
academiejaar 1992-1993 - gebouw B stond net in de steigers - de eerste
kandidatuur biologie voor het eerst werd georganiseerd, hebben de betrokken
docenten er meteen naar gestreefd om de biologische waarde van dit
landelijke deel van de campus te verhogen. Het idee was deze zone in kavels te
verdelen en deze af te boorden met biologisch interessante hagen. In feite zou
dit een reconstructie worden van een historisch landbouwgebied zoals afgebeeld
op de oude Ferraris-kaarten. Hugo De Coster van de Leuvense plantsoendienst
maakte hiervoor het gedetailleerde ontwerp. |
 |
Zo konden in 1993 over een lengte
van anderhalve kilometer brede hagen worden aangeplant. Het plantgoed bestond
uit wilg, els, meidoorn, es, veldesdoorn, haagbeuk, lijsterbes, krentenboompje,
vogelkers, egelantier, en Gelderse roos, in totaal een 9.000 struiken en een
100-tal hoogstammige bomen. De officiële inhuldiging, wat in feite een
"laatste" boomplanting was, vond plaats op maandag 29 maart 1993.
|
Een beeld van de toestand eind
maart 1993 (uit een krantenbericht). De aanplantingen waren
aan de gang.
Klik op de figuur voor het uitzicht nu. |
 |
 |
In al onze
plantijver kwam er wat later in twee fasen nog een hoogstamboomgaard bij, in
1994 en 1997. Hiervoor deden we een beroep op de Nationale Boomgaarden
Stichting. Zo staan er nu een 30-tal appelbomen van oude originele rassen tussen
gebouw A en C, heel bijzonder qua lentebloei en vooral interessant voor de
vreemde appels in het najaar. |
| Ook de hagen
zijn intussen prachtig uitgegroeid en omzomen hier en daar romantische
wandelpaadjes. |
 |
 |
Er was ook een
positief geologisch effect, namelijk een sterk
verminderde bodemerosie. Terwijl in het verleden na elke zware regenbui tonnen
klei de helling afspoelden, werd dit door de dwarse plantrichting van de hagen
belet. Bovendien ging men nu ook spontaan dwars op de helling ploegen.
Toch is de
ontwikkeling tot een boeiend biotoop niet zonder probleem verlopen en zelfs nu nog laat het echt biologische
resultaat op zich wachten. Nochtans waren hagen als langgerekte onderling
verbonden vegetatiestructuren volgens alle boekjes de beste optie om in de
gegeven omstandigheden een rijke fauna en flora te verkrijgen. Het probleem had
met de landbouw te maken. Al vlug bleek deze moeilijk te verzoenen met
biologische projecten. Het overvloedig gebruik van allerlei pesticiden en het
ploegen tot tegen de stammen van de haagplanten richtte grote schade aan. Zo
moesten herhaaldelijk hele partijen struiken opnieuw worden aangeplant. De
pesticiden beletten bovendien de verhoopte spontane toename van de
soortenrijkdom. Daarom groeide al vlug het plan om de landbouw te vervangen door
een interessanter project. Er werd hierbij zelfs een ogenblik luidop gedroomd
van weiden met Galloway-runderen…
Toen in
het academiejaar 1998-1999 ook de tweede kandidatuur biologie werd opgericht, en
het studentenaantal biologie meteen verdrievoudigde, kreeg dat plan vastere
vorm. In de tweede kandidatuur komt naast plantensystematiek, ongewervelde
dieren, en veldoefeningen, ook ecologie aan bod. In het raam van de toekomstige
Ba/Ma-structuur zullen de ecologische vakken nog aan belang winnen. Bovendien
bleken de meeste studenten juist ecologisch geïnteresseerd. Wat we dus nodig
hadden was een Ecolab, een ecologisch laboratorium.
Er werd advies
ingewonnen bij studiebureaus, collega's van de afdeling ecologie te Leuven en
natuurverenigingen. Zo kon in januari 2001 de opdracht gegeven worden aan de
Gentse firma Econnection om een eerste ontwerp te maken voor de beschikbare 10
hectaren. Na herhaaldelijk onderhandelen met het beheerscomité bleek dit
nochtans aantrekkelijke plan wat te ambitieus qua prijs en oppervlakte. Een
gereduceerd ontwerp werd in september 2001 wel aanvaard.
Zes hectaren kunnen nu een
veldlaboratorium vormen. Er komt een bos, struikgewas, knotbomen, verschillende
soorten grasland, een stukje akker dat bewerkt wordt volgens het oude
drieslagstelsel, braakgrond, paden, houtmijten, een drietal nieuwe poelen, enz.
De soortenkeuze van het plantgoed (houtige gewassen) zal streekeigen zijn en ook
zo verscheiden mogelijk.
|