COUTUMES DE LA VILLE D'ANVERS,

DITES IN ANTIQUIS[1].

p430

[Brieven in date vanden 21 july 1570, by welcken schouteth, amtman, borgemeesteren, schepenen ende raedt der stadt van Antwerpen de costuymenderselver stadt zyn overseyndende in handen vanden raede van Brabandt.]

Alsoo by ordonnantie ende placcate vander Majesteyt in date den xiije meerte lestleeden, geordonneert ende gestatueert is, dat alle officiers ende wethouderen alle de costuymen van de steden ende plaetsen et coetera van heuren residentien respective souden overbrengen in handen van mynen heere den canchelier ende andere van den raede van Brabant, binnen de twee maenden naerde publicatie desselfs placcaets (welcke publicatie tAntwerpen geschiedt is den xxiijen der selver maendt van meerte), ende dyen volgende de wethouderen der voorscreve stadt van Antwerpen, oft eenige van hen daertoe gecommitteert, begonst hadden te besoigneren op de voorscreve costuymen, ende bevindende op [ende bevindende,] midts andere swaere occupatien daerse tot dienst vander Majesteyt binnen middelen tyde moesten in vaceren, als vande geheyschte beden ende diergelycken, nyet wel mogelyck te wesene binnen den voorschreven tyde van twee maenden pertinentelyck de voorscreve costuymen by geschrifte te stellen ende over te geven, hadden daeromme aender Majesteyt versocht noch anderen tyt van drye maenden, ende vuyt de voorscreve redenen ende consideratien, ende andere inde requeste hiernaer geinsereert, breeder verhaelt, hen nochtans was byder Majesteyt gegundt, boven de voorscreve twee maenden, den tyd van noch andere twee maenden, om de voorschreve costuymen te mogen colligeren ende overgeven, blyckende by appostille gestelt op de voorschreve requeste in date den xvije may anno 1570, onderteekendt Vander Aa, soo

p432

eest dat schouteth, amtman, borgemeesteren ende schepenen ende raedt der stadt van Antwerpen de naerbescreven poincten ende artikelen hebben bevonden alsoo voor costuymen der voorscreve stadt onderhouden ende geobserveert geweest te zynne, ende oversulex die zyn overseyndende in handen van mynen voorscreven heere den chancelier ende andere heeren vanden raede ons genadigen heere sconincx, geordonneert in Brabandt.

Actum in collegio, den xxj july 1570.

[Requeste in date vanden 17den mey 1570, by welcke de wethouderen der stadt van Antwerpen versoecken noch anderen termyn van drye maenden omme de costuymen vande selve stadt overtegeven.]

AEN DEN CONINCK.

.Verthoonen ende geven te kennen borgemeester, schepenen ende raedt der stadt vanAntwerpen, hoe dat, by opene brieven van placcate van uwer Majesteyt vanden xiijen dach van meerte xvc lxix [1570, n. s.], etc., naer styl van Brabant, lestleden, den remonstranten, gelyck alle andere wethouderen die eenige particuliere costuymen syn hebbende, is geordonneert, dat zy souden schuldich ende gehouden zyn binnen twee maenden naer de publicatie vanden selver placcate heur costuymen, soo sy die nu jegenwoirdelyck userende ende onderhoudende syn binnen heure juridictien ende plaetsen daeraff dependerende, over te bringene in handen vanden chancellier ende luyden vanden raede in Brabant, ende dat opte pene, soo verre sy des in gebreke zyn, vanden effecte van heuren costuymen gepriveert ende daer en boven arbitralyck gecorrigeert te worddene, ende oock geordineert eentsaementlycken mede te seynden die costuymen ende usantien concernerende de proceduere crimineel; ende alsoo de publicatie vande voorscreve placcate is

p434

gedaen binnen der voorscreve stadt den xxiijen dach der voorscreve maendt van meerte, soo en is den remonstranten nyet mogelycken alle de particuliere costuymen binnen Antwerpen geuseerd ende die men onderhoudt pertinentelyck in geschrifte te redigeren binnen sulcken tyt, gemerckt de schriftelycke costuymen, die tanderen tyde inden raede van Brabandt syn overgegeven geweest, vuyt crachte van sekeren voorgaende placcate, syn seer veel ende van vele hondert articlen ende van diversche materien, ende welcke aengaende moet informatie genommen wordden, gelyck zy die dagelycx zyn doende, oft men die jegenwoirdelyck sulcx is userende; ende oock syn die remonstranten, sedert de publicatie vande voorscreve placcate, ende noch tegewoordelyck, voorden meesten deel onledich geweest inde saecke ten dienste uwer Majesteyt ende der voorscreve stadt aengaende, gelyck zy tegenwoirdelyck syn geoccupeerdt ter causen vande bede van uwer Majesteyt, ende noch duerende den gepresigeerden [geprefigeerden] tyde totten xxiijen deser maendt apparentelyck selen onledich wesen voorden meestendeel, nyet latende nochtans te besoigneren eenige daertoe gedeputeert, die hun opde voorscreven particuliere costuymen ende usantien informeren, inder vuegen dat, om die pertinentelyck te moegen by gescrifte overgeven, hun van noode is noch eenen anderen tyt te hebben ten minsten van drye maenden, die de remonstranten wel noch souden behoeven naerde expiratie vande gepresigeerden [geprefigeerden] tyt, alwaert oock soo dat sy van alle andere saecken den dienst uwer Majesteyt ende der stadt concernerende waeren ontslegen, omme te eviteren die onsekerheyt, imperfectien ende confusie vande voorscreve costymen, die tanderen tyden int overbrengen vanden selven is gebeurt, ende dwelck byden voorscreven placcate schyndt gerequireert datmen soude eviteeren. Bidden daeromme de remonstranten dat uwer Majesteyt gelieven wille den tyt vande twee maenden int placcaet gepresigeert [geprefigeert] te verlingen ende prolongeren noch van andere drye maenden.

p436

Inde marge stondt geappostilleert aldus : Son Excellence ayant oy le rapport de ceste requeste, a accordé aux suppliants encore deux mois péremptoirement pour exhiber leurs dictes costumes, selon que leur at esté ordonné.

Faict à Bruxelles, le 17 de may 1570.

Onder stondt, geteekent VANDER AA.

p438

COSTUMEN VAN ANTWERPEN.

DIE MEN NOEMPT IN ANTIQUIS.

Costuymen, usantien ende oude hercommen der stadt van Antwerpen, gelyck men die tegenwoirdelyck is userende ende onderhoudende.

TITEL I.

IERST VANDE OFFICIERS ENDE HEURE JURISDICTIEN.

1. Inden iersten, is tAntwerpen eenen schouteth, wesende marckgrave vanden lande van Ryen, hooft vande justicien int criem, hebbende eenen onder schouteth bedienende dofficie in syne absentie, achtervolgende hunne commissie, die hun byder Majesteyt (byde welcke sy wordden geordonneert) is gegeven, doende eedt in handen vanden gouverneur vanden lande, oft den chancellier van Brabant, ende daernaer oock in handen van de weth.

2. Ende oock eenen amptman, wesende een maender ende executeur van vonnissen tzynder manisse gewesen, ende hooft vande justicien in civiele, insgelycx dienende by commissie vanden hove, doende oock eedt, als boven.

3. Daeren boven zynder twee borgemeesteren ende achtien schepenen, van welcke achtien den eenen is borgemeester van binnen; hebbende de voorscreve borgemeester ende schepenen respective judicatuere in alle saecken criminele ende civile.

p440

4. Wesalvens[2] datter zyn seecker rechters, kennisse inde ierste instantie hebbende vande drapperye ende alle des dyen aencleeft, gehieten rechters vande laechenhalle; wesende twee guldekens, als maenders ende execu-teurs, ende twee wardeyns, houdende in heur absentie heur plaetse, ende acht oudermans, waer aff de twee moeten zyn oude schepenen; die welcke hebben heure particuliere ordonnantie, in geschrifte gedirigeert [geredi-geert], achtervolgende de welcke zy hun reguleren.

5. Syn daer en boven noch vier schepenen vanden peyse, wesende oude schepenen ende anderen tyden wethouderen geweest hebbende, die voor de ierste instantie de kennisse hebben van injurien ende daeraf depende-rende.

6. Ende oock vier weesmeesters, daeraff de twee zyn oude schepenen ende een vande poirterye, ende dander vande ambachten; dewelcke kennisse nemen vanden weeskinderen ende denselven aenclevende; waeraff syn diversche statuyten ende ordonnancie andere tyden gepubliceert, die welcke zy in judicature ende andersints achtervolghen, ende men hier nyet en specificeert om cortheyt wille, maer daer toe is refererende.

7. Syn oock eenen dyckgrave ende acht rekeneers, houdende hene banck binnen deser stadt, kennisse nemende vande saeeken de dryelanden gehee-ten: Loobroeck, Schynbroeck ende Steenborgerweert aengaende, ende de diccagien dair ontrent gelegen, die welcke hebben heure ordonnantien achtervolgende de welcke zy hun gewoonelyck syn te reguleren.

8. Alle welcke subalterne rechters worden gestelt ende gecosen by borge-meesteren ende schepenen, ende vande vonnissen by hunlieden gewesen appelleertmen voor de voorscreve borgemeesteren ende schepenen, als wesende dordinnarisse rechters.

9. Ende alle officieren van justitien der voorscreve stadt moeten zyn inwoonende poirters der selver, ende wettige innegeboren slandts van

p442

Brabandt, oft anders en mogen zy egeen officie van justitie hebben noch bedienen binnen Antwerpen.

10. Item, nyemant en mach officie vander stadt weghen hebben, bedie- nen, noch inde weth sitten, die munter is, oft die pachter vande munte oft tholle is, oft paert oft deel daerinne heeft, schaede oft bate daeraf verwacht in eeniger manieren.

TITEL II.

AENGAENDE DE JURIDICTIE VAN CRIMINELE ENDE ANDERE SAECKEN DEPENDERENDE VANDE HOOGER VIERSCHAEREN ONS GENEDICHSTEN HEEREN DES CONINCX ALS HERTOGE VAN BRABANDT.

Ierst vande forme van procederen ter vierscharen:

1. Inden iersten, de schoutet der stadt van Antwerpen, oft synnen stadt-houder, metten schepenen, moeten alle weken des vrydaechs compaerererr inder Borght inder hooger vuerschaeren ons genedighen heeren des conincx, ende bannen aldaer openbaerlyck vierschaere, om eenen yegelycken, des begeerende, recht ende justitie aldaer gedaen te wordene, soo naerder selver hooger vierscharen recht behoort. Des moet een gesworen sergent oft colffdrager, by voorgaende oorlove ende consente vanden burgemeesteren, altyt alsmen vierschaere houden sal. ierst ende alvoiren aleermen de vierschaere bannen mach, ommegedragen hebben den horen, ende alomme aende poorten ende cruysstraten vander Borcht geblasen ende gecundiht hebben openbaerlyck, datmen vierschaere houden sal, opdat een yegelyck, diet belieft, aldaer mach comen ende aenhoiren het recht ende justitie, diemen aldaer doende is, ende op dat nyemant geseggen en can, dat eenige simulatie inde administratie vande vierschaeren recht souden cunnen oft mogen gebeuren.

2. Ende de wethouderen gaen alsdan vanden stadthuyse aff naer der vier-schaeren, solempnelyck voorgaende de corteroeden met heur roeden in heur handt, ende volgen ierst de schouteth ende borgemeestere, ende voorts

p444

alle dander schepenen na heuren ouderdom van eede; ende die alsoo altsaemen inder vierschaere gecommen ende geseten synde, soo maendt den schouteth den borgemeester: " oft den dach soo verre gegaen is, dat hy vierschaere bannen mach? " ende den borgemeester, gemaendt zynde, vraecht ierst: " oft den horen omgeweest is? » ende den dienaer die den horen omgedragen heeft, antwoordende: " jae, " soo wyst den borgemees-tere: " dat den dach soo verre gegaen is, dat hy vierschaere bannen mach, om eenen yegelyck recht te doene soo nader hooger vierschaeren recht behoirt; " dwelck by den borgemeester geseght synde, wort de vierschaere gebannen van wegen ons genadighen heere des conincx, als hertoge van Brabant, omme eenen yegelyck recht ende justitie tadministrerene diet versuecken sal, naerder hooger vierschaeren recht, ende verbiet men dat nyemandt en spreke, dan by oirlove ende met rechte; ende oft hy anders dede, dat hy sal wordden gecalengiert; ende datter vierschaere gebannen is, wort geleght ter kennisse van borgemeestere ende schepenen, ende wort oock daerby gevuecht: " die recht van doene heeft, dat hy spreke; » ende dit geschiet openbaerelyck ten aenhoire van eenen yegelycken.

3. Item, men en mach egeen vierschaer bannen oft houden om recht te doene, ten zy dat aldaer present syn den meestendeele vande schepenen; ende wanneer trecht dach is, oft datmen vierschaere schuldich is te houdene, soo verre daer nyet schepenen genoech en zyn, omme den vierschaere te bannen ende te maecken, soo maent den schoutete, oft den dienaer in zyne absentien, alsvoore, den schepenen, die aldaer ten minsten twee int getaele present moeten zitten inder vierschaere, ten behoirlycken tyden ende uren: " oft hy vierschaere bannen mach? etc., » waerop een van den schepenen antwoort : " dat zy, mits de crancken getaele vande schepenen, continueren alle saecken totten naesten daege; " ende wordden alsoo alle saecken opgehouden, sonder prejuditie van yemandts rechte; maer al eest dat men, midts den cleynen getaele vande schepenen, egeene volle vierschaere gehouden noch gebannen en can, dyen nyet jegenstaende moeten alle gevangenen ende partyen [die] int criem procederen, ende wyens dach van rechte als dan dienende is, present syn ende aldaer compareren als oftmen volle vierschaere hielde ende gebannen hadde, opde verbeurte van instantie.

p446

4. Maer alswanneer den mestendeel vande schepenen inder vierschaere compaereren, ende datter vierschaere gebannen wordt, als voore, soo worden inde voorscreve vierschaere ierst ende voor al bedinght de saecke[n] criminele vande gevangenen die van sheeren wege gevangen zyn.

5. Ende moeten alle de saecke crimele [criminele] verbalyck bedinght worden, behalven datmen de feyten mach overgeven in geschrifte, om de getuygen daerop te examineren, maer anders nyet, ten waere dat partyen andersindts consenteerden, oft by vonnisse andersints geordonneert waere.

6. Item, de schouteth hebbende verbaelyck verhaelt de feyten ende delicten daermede hy den gevangenen wilt betichten ende capitaelyck belasten, ende dat hy naerder wilt geinformeert zyn vande waerheyt vande[n] delicte, ende om te wetene de complicen en andere die van het criem daeraf hy den gevangene aengesproken heeft culpabel zyn, soo neemt hby conclusie preparatoir, ten eynde dat dyen cnape sal worden gewesen tot scherper examinatien.

7. Ende als de schouteth genoech geinformeert is vande delicten, ende dat hy stoffen genoech heeft om capitalycken te concluderen, soo neemt hy tegen dyen cnape ende gevangene conclusie vuyten feyten by hem verbaelyck verhaelt, ten eynde dat dyen cnape sal hebben verbeurt syn lyff ende goet tot ons genadighen heere des conincx behoeff, ende dat hy over den selven sal rechten ende doen rechten, gelyck men over sulckdanige misdadigen schuldich is van doene, protesterende te blyven op zyn geheel van alle andere mesusen ende delicten die tot synder kennisse noch tertyt nyet gecommen en syn.

8. Ende mach oock de schouteth synne aensprake ende conclusien deylen, ende dat doende, alternative tegen den gevangene concluderen, tsy capitaelyck oft andersints, tot alsulcken correctie alsmen bevinden sal na gelegentheyd vande saecken te behoiren; op welcke conclusie den voorscreve gevangene dach gegundt wordt om tantwoirden tot alsulcken dage ende termynen, tsy totten derden daeghe oft acht daegen, oft eenige andere daeghen, als burgemeesteren ende schepenen bevinden te behoiren; behalven nochtans dat, soo wanneer het criem oft delict, daermede voorscreve gevangene capitalyck geaccuseert wort, seer enorm is, soo wordt alsdan den dach van berade den voorscreve gevangene afgeslagen, ende wort hem geordonnert terstont te antwoirden; ende indyen de gevangene alsdan

p448

antwoirt by ontkennen, soo wort den schouteth gewesen ten thoone; ende den schouteth vragende den borgemeestere : hoe hy synen thoon sal leyden? soo wyst den burgemeester, dat den schouteth sal schuldig zyn zynen thoon affte leyden by wettige persoonen, die selen leggen handen op heylighen, ende sweeren dat sy seggen sullen die gerechte waerheyt van tgene des sy gehoirt ende gesien, daer sy mede aen ende by geweest hebben, ende dat hen kennelyck is, " soo moet hun God helpen ende alle syn heyligen! " ende synt schepenen, soo suldyse maenen opten eedt die sy int aencommen van heuren schependomme gesworen hebben: " dat sy overleggen alsulcke verlyt als zy onder hebben "; soo maendt den schouteth den schepenen die over het verlyt gestaen hebben, dat sy, opten eedt tot heure offitien van schependomme gedaen, overleggen alsuleken verlydt als sy van alsulcken gevangen onder hebben ende in heure presentie gedaen is; die alsdan overgeven de confessie in handen vanden borgemeestere; ende die voirts gegeven zynde in handen vande[n] greffier vande vierschaeren, zoo wort tselve verlyt al daer openbaerlyck gelesen, ten aenhooren van eenen yegelycken; ende tselve gelesen zynde, soo maendt den schouteth den schepenen die tselve verlydt overgelevert hebben, opten eedt als vore: " oft soo hen kennelyck is? " die daerop antwoirden : « jae. "

9. Ende alsdan soo sustineert die voorscreven schouteth, vuyt redenen dat hy seght volcomelyck van zynen feyten ende intentien gethoont te hebben, dat hem syne conclusie aengewesen zal wordden; ende nadyen de gevangene by synnen advocaet verbalyck iegen den thoon oft verlydt heeft gereprocheert, ende dat den schouteth daer iegen oock verbalyck heeft gesalveert, soo maent den schouteth den borgemeestere wederomme om recht ten principalen.

10. Ende tselve gedaen zynde, soo vertrecken den burgemeestere ende schepenen ter syden op een caemer aende vierschaeren staende, daer sy het verlyt ende bekentenisse vande[n] gevangene anderwerf oversien, ende oock letten op de saecken ende bedinge van partyen, delibererende wat behooren sal gewesen te wordden. Ende indyen alsdan bevonden wort dat de schouteth genoech gethoondt heeft van syne intentie, ende borgemeestere ende schepenen wederomme geseten zynde inder vierschaere, soowort den borgemeestere byden schouteth wederomme gemaendt om tvonnisse te vuytene dat hy gemaendt heeft; ende den borgemeestere den schouteth vragende:

p450

" oft hem gelieft te hoirene tgene des hy hem gemaent heeft? " ende de schouteth antwoirdende by dese woorden : spreeckt dat recht is, » soo wyst de borgemeestere den voorscreve schouteth volcommen van synnen vermete, ende " dat den schouteth vraeghe den anderen schepenen oft sys volgen? » welcken achtervolgende, soo vraeght den schouteth den anderen schepenen, die aldaer sitten, hen noemende met heuren naeme ende toenaemen, by ordene ende elck van hen: " oft sys volgen? " ende elck van hun antwoirdende: " jae, » wort de gevangene, alzoo gecondempneert zynde, wederomme opde gevanckenisse geleydt, ende des anderen daechs geexecuteert.

11. Maer als den gevangene dach van berade gegundt ende gegeven wort, oft dat inder saeeken tusschen den schouteth ende een gevangen soo verre geprocedeert is, dat den schouteth, oft oock den gevangene, oft partyen, gewesen zynde ten thoone, heuren thoon willen affleyden by levende getuyghen, soo moeten de getuygen gedaecht wordden by eenen gesworen colfdrager, om te compareren inder vierschaeren, omme aldaer heuren eedt te doene; ende dyen volgende moeten allen de getuyghen, die de heere oft partyen int criem, oft partyen in materie van oirvrede, oft dyergelycke saecken criminele, tegen eenigen produceren willen, compareren in persoone, met blyckenden aenschyn, inder voorscreve gebannerder vierschaere, ende doen aldaer, in presentie vande[n] gevangene, tot synnen aenhoiren, den behoirlycken eedt, den welcken hen gestaeft wordt byden schouteth; die openbaerelyck sweeren, van tgene desmen hen vraegen zal ende partye aen hen gedraegen heeft, datse selen seggen die beste waerheyt van tgene des zy gesien ende gehoort, daermede zy [daer zy mede] aen ende by geweest hebben, ende dat hen kont ende kennelyck is : " soo moet hun Godt helpen ende alle syn heyligen ! " ende wordden alsdan die getuygen by naeme ende toenaeme opter vierschaerenboeck byden greffier opgeteeckent, ende daer naer geexamineert ende overhoirt opter stadthuys, by schepenen daertoe gecommitteert.

12. Ende naerdyen dat den schouteth ende partyen heuren thoon by levenden getuygen hebben afgeleyt, ende andersindts hun bescheedt over-gegeven, endat zy hebben gesloten van thoone, soo wort den partyen geaccordeert naemen ende toenaemen vande geproduceerden ende geexa-mineerden getuyghen; ende verbalycken gereprocheerd ende gesalveert

p452

synde, soo wordt die depositie vande selve getuygen openbaerlycken gele-sen, ende daernaer soo wort oock de saecke verbaelyck vuytgedinght, ende wort oock voordts by den schouteth het vonnisse gemaendt, ende vander offitien ende partyen wegen recht geeyscht ende begeerdt.

13. Ende soo verre de schepenen der saecken ten selven daege nyet wys en syn, maer naerder daerop begeeren hun te beradene ende te lettenen, alsdan mach diegene, dyen dat vonnisse gemaent is, tselve vonnisse vorsten ende houden in advyse tot op eenen anderen termyn oft vierschaere dach, naerde ordonnantie vande schepenen; ende ten selven vuytgesetten daeghe als tselve vonnisse geborst [gevorst] is geweest, maendt ende eyscht den schouteth den borgemeestere oft schepenen dyen dat vonnisse is gemaent, anderwerf vonnisse ende recht daerop gedaen ende gebuyt [gevuyt] te wordene; ende indyen dat de schepenen der saecken alsdan noch nyet wys en syn, soo mach die gemaende schepenen dat vonnisse anderwerff vorsten ende in advyse houder [houden] tot op eenen anderen vierschaerdach, ter ordonnantien vande schepenen; maerten selven derden gevorsten daghe, daerop de saeeke vuytgesteldt heeft geweest, soo verre de borgemeestere oft schepenen present is dyen tvonnisse gemaent is geweest, alsdan moet men tvonnisse daeraf wysen ende pronuncieren, het sy diffinitive oft interlocutoir, naerde exigentie oft dispositie vande saecken, sonder tselve langer oft meer te moegen vorsten of houden in advyse.

14. Item, wanneer eenich vonnisse in criminele saeeken gewesen is ter vierschaeren, dat moet sorteren effect, ende en mach partye daeraff nyet pronoceren [provoceren], appelleren noch reformeren; ende de schouteth weygerende het vonnisse ter executeren te stellen, alsdan enderven borge-meestere ende schepenen, wederomme inder vierschaere te rechte sittende, tot synder manissen geen recht oft vonnisse meer wysen, tot dat hy der schepenen vonnisse heeft volbrocht ende ter executien gestelt, soo wanneer tselve aen hem versogt wordt.

p454

TITEL III.

AENGAENDE APPREHENSIEN ENDE BETICHTINGEN INT GENERAEL, MIDTSGADERS DER PUNITIEN VAN DELICTEN ENDE DES DYEN AENCLEEFT.

15. Inden iersten, de schouteth van Antwerpen en mach egeene poorters [egeen poorter] vangen oft aentasten, alwaer hy by yemanden bedraeghen, soo verre hy staende is tot goeden naeme ende faeme, ten sy midts redenen, ende dat by consente van borgemeesteren ende schepenen der selver stadt.

16. Insgelycx, de schouteth en mach eenen poirter van Antwerpen, noch oock ingesetenen vande stadt, fixe domicilie met synne familie jaer vuyt jaer in binnen der selver stadt oft vryheyt houdene [houdende], ende jaer ende dach gehouden hebbende,voor criminele saecken binnen synnen huyse nyet vanghen oft vuyten huyse hale[n] ende opte[n] Steen leyden; gelyck oock nyet en vermoegen te doene eenighe andere officieren, ten sy dat tselve geschiede by expressen voorgaenden oirloven ende consente van borgemeesteren ende schepenen vande stadt, de welcke ierst ende alvoiren. eer sy sulcken consent den heer oft officier mogen geven, hen moeten informeren vande staet ende gelegentheyd vande saecken oft misdaets desselfs poirters oft ingeseten; ende indyen zy bevinden dat de saeeke oft delict groodt oft swaer genouch is, om eenen poirter oft sulcken ingesetene binnen synnen huyse te vangene oft daer vuyt te haelene, alsdan consenteren de wethouderen, dat de heere oft officier die persoonen alsdan binnen heuren huyse moegen vanghen ende daervuyt haelen, ende opten Steen oft gevanckenisse leggen, maer nyet eer.

17. Item, de schouteth oft synen stadthouder, noch heure dienaers, en mogen in egeene poirters oft ingeseten huys commen oft ghaen, noch eenige huysueckinge doen (ten waere in oneerlycke huysen oft herbergen), voor

p456

dere dan den voorschreven poirtere oft ingesetene, oft heure huysvrouwen oft familien, in heurder absentien, en belieft, ten sy by consente van borge-meestere ende schepenen ende in heurder presentien, oft ten minsten in presentie van twee schepenen by hen daertoe geordonneert.

18. Item, de heer oft officier en mach eenen poirter ende ingesetenen, gevangen wesende, inde diefputten oft op den Steen beneden nyet setten, doen noch laten setten, maer moet den selven gevangene laeten setten opde poirters camer metten anderen gevangenen, soo verre sy machtig genoech syn den cost aldaer te doene, ende te betalene trecht vanden Steene; ende indyen zy nyet machtich genoech en syn heuren cost te betaelene, oft vrienden oft maegen en hebben, die den selven cost voor hen betaelen willen oft borghe daervoren blyven, alsdan moet die officier die poorteren ende ingesetenen setten boven den eerden opten gemeynen Steen, ter aelmoessen, sonder die selve in eeniger manieren beneden oft onder der eerden te mogen stellene, ten waere dat de selve poirteren oft ingesetenen, om eenig enorm delict gevanghen waere[n], oft oploop, rumoer, fortse oft rebellie opten Steen oft binnen der gevanghenisse aende steenweerdere, buyten- oft binnensluyters, oft aen yemanden anders vanden huysgesin oft familie vanden Steen, oft aen andere gevangene dede, oft andere merckelycke ende onbehoirlycke insolentie bedreve; in welcken gevalle dofficier de gevangenen wel souden moegen beneden doen setten; altyts nochtans by advyse vande borgemeestere ende schepenen, die hen daer ierst op moeten informeren, ende dat alleene na dat den voorscreve wethouderen daertoe consent ende believen gedragen hebben, maer nyet eer, ende dat oock nyet langer dan de selve wethouderen naer gelegentheyt der saecken goetdunckt.

19. Item, als de schouteth, amtman, oft ander officier, eenich poirter oft ingesetene, fixe domucilie, als bove, houdende binnen der stadt oft vryheyd, alsoo by consente, alsvoire, gevangen ende opten Steen geleeght heeft, alsdan is dofficier schuldich alle desselfs gevangene goeden, brieven, boec-

p458

ken, stucken ende huysraedt binnen synnen huyse wesende, rechtelyck te inventarierene, in presentie van twee schepenen, by eenen gesworen secre-taris, oft den clerck vanden bloede, oft clerck vanden amptman; ende dyen inventaris gemaeckt synde, mogen de huysvrouwen, oft dander vrienden ende maeghen, oft medegesellen in societeyte vande[n] selve[n] gevangene, de geinventarieerde goeden verborgen, mits sufficiente cautie daervore stellende; ende die cautie gestelt synde, moet de heere ende officier, midtsgaders henne dienaeren, cuyvers [cnuyvers] oft andere bewaerders, vuyt desselfs gevangenen huyse gaen ende daer vuyt blyven ten eynde toe vander saecken.

20. Item, als yemant gevangen wort van saecken den lyve aengaende, soo is dofficier oft schouteth schuldich, byden clerck vanden bloede, oft anderen wettigen persoon, te doen maecken inventaris ende beschryven alle tgene dat de selve gevangene over ende by hem heeft.

21. Ende als de schouteth yemanden vanght die dlyf verbeurdt heeft, ende ter justicie met recht ende vonnisse gebrocht wort, daer eenich gelt over- bevonden is, het sy goudt oft zilver, dwelckmen nyet en weet wiet toebe- hoirt, anders dan den selven delinquant, indyen gevalle blyft ende volcht het gouden gelt den schouteth, ende het silveren gelt den dienaers ende den genen die den selven gevangenen hebben geapprehendeert ende inde gevangenisse gebrocht, soo verre nochtans de selve misdadige andere goeden genoech achterlaet om syn schulden, indyen hy eenige heeft, mede te betaelenen; maer indyen de misdaedige egeene andere goeden genoech en heeft, omme alle zyne deugdelycke schulden mede te voldoen, soo moeten de crediteuren wordden geprefereert voorden schouteth, ende oock voorde dienaers oft apprehenseurs vanden selven misdadigen.

22. Item, alle die gene die binnen deser stadt aengetast ende gevangen wordden, dyen gevangen moet die heere oft partyen tichte ende aenspraecke doen binnen den derden dage nae synne apprehensie, oft anders moet de gevangen gewesen worden costeloos ende schadeloos ontslagen, vry ende quyt syn vander achten [hachten]; ende na dat de gevangene alsoo gewesen is ontslaegen vander apprehensien syns persoons, heeft de selve gevangene

p460

tyt ende veylicheyt den tyt van vierentwintich uren, sonder dat hem de schouteth oft onderschouteth, oft partyen, binnen dyen tyde inde stadt oft vryheyt derselver meer moegen aentasten, apprehenderen oft vangen; maer als de gevangen, by synen eygen consente, den heere oft partye heeft over- leth [onverleth] geseth voor schepenen vande stadt, tot op eenen selven[3] gelegenen dach by hem den heere oft der partye geaccordeert, indyen gevalle en loopt den heere oft partye egeenen tyt, oft en derff [men] den gevangenen nyet eer aenspreken dan tot alsulcken daghe als hy den heere oft partye heeft overgeleth [onverleth] geseth ende dachghundt [dach geghundt]; ende men moet tegen eenen gevangen poirtere, des begerende, recht doen altyt van derden daeghe tot derden daeghe, ten eynde toe vande saecken, ten waere den schepenen anders midts redenen beliefde tordonneren.

23. Waertegens [Maer tegens] andere, egeene poirters synde, beticht wesende binnen den derden dage, alsvoire, moet men voirts procederen van acht daegen tot acht daegen, ten waere dat de heere oft partye ende de gevangene selve corteren oft langeren dach malcanderen accordeerden, oft dat by de schepenen andersints inde vierschaere waere gewesen geweest.

24. Insgelycx, soo wanneer dat de heere criminelyck, oft partye om oir-vrede, oft van andere diergelycke actien yemanden ter vierschaeren heeft aengesproken, indyen dandere versuympt telcken daege dienende syn partye dach te doen bescheyden, oft dat hy eenigen dach van rechte laet overgaen sonder te compareren ende syn acte van dyen daege te doen ende volbringhen, oft den gevangene ten gecompetenten daege ende geduerende der gebannender vierschaeren versuymt te rechte te bringene oft doen bren-gene, in allen dyen gevalle[n] soo moet die verweerderen [verweerdere] oft gevangene, midts der omissien ende negligentie des agenten, alsdan quyte ende geabsolveert gewesen wordden vander instantien, ende vander hachten

wesen ontslagen, ende oock veylicheyt hebben den tyt van vierentwintich uren, sonder dat hem den schouteth oft partye binnen dyen tyde inde stadt oft vryheyt der selver soude mogen aentasten oft vangen.

25. De schouteth van Antwerpen, oft eenigen anderen officier, en mogen een poirtere van Antwerpen, het sy buyten oft binnen poirtere, egeensindts ter bancken oft ter scherper examinatien leggen oft brengen, ten sy dat ierst

p462

ende al voiren, byden gemeynen breeden raedt vande stadt, daerinne worde geconsenteert, ende daernaer met schepenen vonnisse in hooger gebannender vierschaeren gewesen de gevangene ter bancken geleeght te wordene.

26. Ende den schouteth en mach nyemanden ter bancken brengen oft pynen, al en is hy egeen poirter vander stadt, sonder consent vanden burgemeesteren ende schepenen vande stadt van Antwerpen, de welcke, eer syt selve den schouteth moegen consenteren, moeten sommierlyck geinformeert zyn vande[n] delicte die de geaccuseerde soude moegen hebben gedaen; ende soo verre zy sufficiente indicie tegens de[n] geaccuseerden bevinden, soo willecoren ende accorderen de wethouderen den schouteth alsdan, dat hy dyen mach pynigen ende bringen ter scherper examinatien; ende wort tselve consent gehouden als oft dat met vonnisse van schepenen alsoo gewesen waeren.

27. Item, al eest dat eenich persoon, poirter synde off andere, geweesen is ter scherper examinatien, oft dat de schouteth vande wethouderen, als boven, eenich consent heeft geobtineert, om eenige[n] misdadigen te moeghen pynigen, dyen vonnisse oft consent nyet iegenstaende, en mach den schouteth dyen persoon nyet pynigen oft scherpelyck examineren, in geender manieren, dan ter presentien vanden wethouderen, emmers ten minsten van twee schepenen daertoe byder weth gecommutteert [gecommitteert]; ende de schouteth en mach den persoon nyet anders oft nyet langer pynen dan den wethouderen, daer present zynde, goetdunckt.

28. Item, de confessien ende bekentenissen die eenige[n] misdadigen gedaen heeft inder torturen, oft daer buyten inde gevanckenisse, soo verre hy die doet in strickter hachten synde, oft elders binnen den Steene, al eest oock in presentie van schepenen, alle de confessien by hem alsoo gedaen en cunnen oft en moeghen hem nyet prejudicieren, ten zy dat hy comparere voor schepenen vande stadt buyten den Steen oft gevanckenisse, ende oock buyten der Borcht, aldaer ende doe[4] die confessie voor schepenen onder den blauwen hemel ende buyten alle hachten ende banden van ysere; maer die

p464

confessie ende verlyde, die de misdadighe aldaer soo buyten der Borght doet voor schepenen, wordden geacht ende gehouden voor wettige bekentenisse, ende doet men daer vuyt recht ende justitie, na gelegentheyt der saecken, behoudelyck in crimine sodomitico; ende datmen oock, int feyt vande contraventien vande placcaten vander Majesteyt aengaende der heresien, sindert sekere saeeken [jaeren] herewaerts,.nyet meer [costumelyck] en heeft geweest de confessien vande contraventeurs te doen restereren [reitereren] onder den blauwen hemel buyten der Borght.

TITEL IV.

PUNITIEN.

29. Een dieff verdient de galge, ten waere dat de borgemeestere ende schepenen bevonde[n] dat, midts de cleynicheyt vander diveryen, hy met minder correctie behoirde te gestaene.

30. Item, die yemanden dreycht aftebranden oft vier in huys te stekene, oft die in oft op eens anders poirters oft ingeseten huys, deure oft venstere, liepe, sloege oft stake, omme daerinne te commene jegens den poirters oft ingesetene, zynne huysvrouwen, boden oft familien danck en[-de] wille, oft dat hy in eens poirters oft ingesetene huys quaeme oft liepe, om aldaer yemanden te slaene oft te evelen, oft dat yemandt eenen poirter oft ingese-tene binnen zynnen woonhuyse, by nachte oft by daghe, fortse, gewelt oft overlast dede, verbeurt syn lyf ende goedt, ende al wordden hy alsdan van yemand, in huys synde, gequetst oft doodtgesleghen, die en soude nyet verbeuren aenden heere noch aen partyen, maer wort tselven alsdan gehou-den voor noodweer.

31. Ende soo wanneer, by merckelycke redenen, wort bevonden dat eenich persoon hem selven wetens ende willens verdroncken, verhanghen, verdaen oft hem selven ter doodt gebrocht heeft, alsdan zyn allen de goeden

p466

vanden selven dooden verbeurdt ende geconfisqueert tsheeren prouffyt, ende moet dofficier het doode lichaem aende galge, in den vorcke oft micke oft diergelycke doen hangen, ten exemple van eenen yegelycken.

32. Item, van allen kennelycken ongevallen is een yegelyck ongelast vanden heere ende partye.

33. Soo wie den heere zynnen gevangene ontweldicht, den Steen oft gevanckenisse helpt opbreken, die de gevangene by practycken vuythelpen, oft jegen den heere oft justitie opstaen ende turberen met invasien, fortsen oft andersindts, verbeuren hen lyff ende goet, zonder verdrach, besundere zoo verre de selve gevangen is geweest om capitale delicten; ende zoo by zoo verre de delicten zyn arbitraire oft civil, zoo sal de selve gecorrigeert wordden naer arbitragien vanden rechtere.

34. Nyemant en mach privaten kerckeren oft gevanckenissen stellen, noch oock yemanden int heymelyck oft openbaer gevangen houden oft in banden van ysere leggen, om eenige redenen wille, dan op sheeren Steen ende gevanckenisse, ten zy by oirlove vande schouteth oft borgemeestere ende schepenen, opte verbeurte van lyff ende goet; behoudelyck dat dau-ders heure kinderen oft kindskinderen wel vermogen tot castyemente oft bewaernisse houden in heure huysen gevangen voor sekeren tyt; maer indyen douders heure kinderen oft kintskinderen willen leggen ende stellen gevangen en[-de] in castiemente in andere plaetsen dan tot heure[n] huyse, zoo moeten zy de selve setten in eenighen openbaere bekende plaetsen der stadt ende vryheyt der selver, ende dit by consent vande weth, ende anders nyet; ende soo verre zy die willen stellen gevanghen ende ten castyemente buyten der stadt ende vryheyt, in eenighe plaetsen in Brabandt, tselve moet geschieden by oirlove ende consente vande schouteth ende wethouderen.

35. Item, alle moorders, ontschaeckers van vrouwen, ontseggers, brant-stichters, kerckroovers, vrouwencrachters, straetschenders, oft die yeman-den by gewelde, fortse oft dreygementen syn goet, gelt oft cleerderen affneemt, oft die yemanden dreycht syn huys oft goet aff te branden, oft die eenigen brant oft ontsegbrieven schryft, seyndt, brenght oft ergens pleckt oft in yemandts huys oft hoff worpt, die verbeuren alle gaeder aenden heere heur lyff ende goet, ende werden metten viere geexecuteert, indyen ten heere belieft; ende sulcke misdaedighen en gauderen nyet de immuniteyt vander kercken.

p468

36. Soo wie inder kercken oft op gewyde plaetsen strytgier is, eenige messen oft wapenen trecht, diefte oft andere misdaet aldaer committeert, die en mach hem metter vryheyt vande kercken nyet behelpen.

37. Soo wie, door syn misdaet, de kercke oft kerckhoff incesse [in cessie] brochte, is schuldich de cesse af te doen, ende de costen daerom gedaen te betalene, indyen hy des machtich is, oft andersindts eeuwelyck daervoiren gebannen te synne.

38. Als eenigh mesus inden kercken, cloosteren oft gewyde plaetsen, oft aen geestelycke persoonen gebeurt, daer om men cesse soude moeten leggen, soo verre de officier vande stadt zyn debvoir ende diligentie doet ende gedaen heeft, om dyen delinquant te volgene ende te gecrygene, om gecorrigeert te wordene, al eest soo dat de officier den delinquandt nyet en can geapprehenderen, zoo en machmen, ter saecken van dyen delicte, alhier tAntwerpen egeen cesse leggen.

39. Item, de heere drossaert van Brabandt, noch egeen officier oft yemandt van ons genadighen heere wegen, en moegen egeene gevangenen voeren vuyter stadt oft vuyten mercqgraefschap, soo verre sy daerinne gevangen hebben gevangen[5] geweest, maer moet men eenen yegelycken recht doen ter bancken daer hy te rechten behoirt, oft gevangen is geweest.

40. De drossaert van Brabandt, noch yemant anders van onser genadigen heere oft vande hooger heerlyckheyt wegen, en mogen eenich bewindt, accusatie oft maeningen hebben binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, in saecken criminele noch criem smaeckende, met des daeraen cleeft, dan de schouteth van Antwerpen oft zynen stadthouder ende heure gesworen colfdragers alleene.

41. De schouteth noch amptman en moegen egeenen misdadighen oft schuldeneren geleyde geven, sonder consent vanden genen dyen hy misdaen heeft oft schuldich is, emmers daerby de crediteur oft geoffendeerde eenichsints geinteresseert souden mogen wesen.

42. Item, de gesworen colfdraegers syn schuldich, op heuren eedt, den schouteth ende borgemeesteren te cundighen ende aen te brenghen de enorme delicten, die binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, gebeuren, alsoo zaen als die tot heurder kennisse gecommen zyn, al ist dat sy de delin-

p470 was niet aanwezig

quanten van deyen feyten neyt en kennen oft en weten te noemene, op dat de heeren daeraf ende oppe terstondt moegen doen nemen wettig informatie, ende daerinne provideren naer gelegentheyt vande saecken

43. Ende soo wanneer eenich swaer delict geperpetreert is, ende men meer, alsdan roeptmen voirts alle die gene die tselve gedaen, doen doen oft helpen doen, oft raedt daertoe gegeven hebben, dat sy hen daeraf commen verantwoirden voor schouteth, borgemeester ende schepenen vander stadt; daertoe datmen hen geleyd geven mach, ende oock eenige vande hantdadige, die syne complicen soude aenbringen, impuniteyt van zyne misdaet; ende ingevalle dat sy metter derder proclamatien ten gepresigeerden [geprefigeerden] daege ende tyden alsoo nyet en compareren in persoone, om hun te verantwoirden, alsdan wordden de delinquanten allegaerder met heure complicien ten eeuwigen dagen gebannen, oft op hun lyff ende andersints, naer gelentheyt vander saecken.

44. Men is oock gewoonelyck alsdan te gebiedene, dat een yegelyck wie van sulcken misdaet weet te spreken, oft yemandt vanden hantdadigen kent, schuldich sal wesen tselve te comen zeggen ende cundigen den heere, opte pene, soo verre daeraf yemant wetende, oft oock die quaetdoenders geherbercht oft gelogeert hebbende, tselve den heere nyet terstont te kennen en geeft, datmen de selve sal houden voor faulteurs [fauteurs] van alsulcken delicten, ende voor sulcx straffen.

45. Ende schouteth, borgemeesteren ende schepenen mogen bannen alle delinquanten vuyter stadt ende mercqgraeffschap ende quartiere van Antwerpen

46. Item, alle ballinghen, die tAntwerpen vander stadts weghen gebannen syn, soo wanneer dat sy, contrarie den bannissementen, come[n] inder stadt oft quartiere van Antwerpen, moeten by den officieren, soo wel van den mercqgraeffschap, vanden quartiere als van de stadt, aengetast wordden, ende de officieren int mercqgraeffschap ende quartier van Antwerpen moeten de ballingen leveren aende schouteth ende officieren van Antwerpen, opten loon ende salaris daertoe staende.

47. Ende alsmen yemanden bannen zal, dat moet geschieden inde jegenwoirdicheyt vande schouteth, by borgemeesteren ende schepenen vande stadt; ende nyemandt en wordt gebannen dan na deigencie van de misdaet

p472

dwelck hy geperpetreerdt heeft, somtyts tot eenen gelimiteerden tyt, somtyts eeuwelyck, somtyts opt lyff, opten galge, opten pudt, opter handt, opter oiren, opt branteecken, opte geesselinge ende andersindts, elck na syn misdienste.

48. Alle ballingen, zoo wanneer zy gevangen oft innegebroecht syn, worden binnen vierentwintich uren nadat zy gevangen of innegebrocht syn, gecorrigeert oft geexecuteert, naervolgende heuren bannissementen; ende wanneer die ballinck alsoe is gecorrigeert, midts zynder versmadenissen van bannissemente ende comtempte van justitien, wordt hy, boven de correctie by hem alsoo ontfangen, anderwerff gebannen op langere, voordere ende meerdere pene dan te voiren, ten waeren dat de schouteth, borgemeesteren ende schepenen andersints. midts redenen, dochte te behoirene; in welcken gevalle en wort hy nyet meer oft voirdere gecorrigeert.

49. Ende soo wanneer dat dofficieren, buyten int quartier van Antwerpen geseten zynde, eenige ballingen vande stadt onder hen jurisdictie oft bedryff van heuren officien onderhouden, ende die ten schryvene vande stadt terstondt nyet en leveren, alsdan moegen schouteth, borgemeesteren ende schepenen van Antwerpen die officieren, tselve doende, selve in heure persoonen bannen vuyter stadt, mercqgraeffschap ende quartiere van Antwerpen, op gelycke penen daerop die ballingen gebannen zyn geweest.

50. Soo wie eenen ballinck vande stadt, wetens ende willens, binnen der stadt ende vryheyt oft quartier van Antwerpen huysde, hoofde, logeerde oft herberchde, sonder den heere oft officier daeraf goets tyts de wete te doene, wort selve gebannen op alsulcken wechende [wech ende] pelgrimagien als die ballinck schuldig was te doene, oft andersindts arbitralyck, ter ordonnantien van borgemeesteren ende schepenen, ende dat altyt na gelegentheyt der saecken.

51. Item, eenen ballinck, oft weder die gebannen is binnen der raetcae-meren van heeren, oft openbaerlyck vande puyen vant stadthuys aff, oft by vonnisse van borgemeesteren ende schepenen inder vierschaeren, oft andersints, wordt hy gevangen eer hy voldaen, oft tgemoede vanden heeren [heere] ende vander stadt gecregen heeft, die wort, sonder andere oft voordere rechten oft vonnisse daer over te derven geven, als voor, geexecuteert van lyve oft leden, achtervolgende den bannissemente oft vonnisse; ende die ballinck mach met geenen gelde daeraf coop [daer afcoop] af maecken, naer dat hy gevangen ende contrarie den bannissementen inne gecommen is.

p474

TITEL V.

ANDER PROCEDUEREN EN ACTEN, DIE OOCK TER HOOGER VIERSCHAEREN MOETEN VERVOLCHT ENDE GEDAEN WORDEN.

Ende ierst van oirvrede:

Nyemanden en mach yemandt eenen oirvrede heysschen hy en zy tonrechte geinvadeert oft overlast binnen den limiten van synen huyse, oft hy en zy elders gewondt, geslaegen, gesmeten oft gequetst tot bloelatens toe. Item, die selve een anderen ierst oploop doet, ende de oirsake geweest is vande gevechten[6], soo verre daeraf blycke, al eest dat hy geslaegen, gewondt oft gequetst is, sonder in peryckel te syne van synnen lyve ende sonder eenige meuckte [mencke] tontfangen, die en is nyet gefundeert eenen oirvrede te heysschene oft den selven oirvrede te doen verborghen. Ende als yemant eenen anderen aensprekende is, oft aenspreken wilt, om te hebben eenen oirvrede, die moet daeraff syn actie intenteren ende vervolgen inder hooger vierschaeren, aldaer die kennisse vant criem behoirt, ende nergens ell.

56. Maer partye gedaecht synde, tsy byden heere om eenige excessen, oft by partyen om eenen hoirvrede te eysschene, om inder vierschaeren perso-nelyck te compareren, soo vermach een alsulcken gedaechde, willende anticiperen den dach vander vierschaeren, te doen daegen den heere oft partye, voor borgemeesteren ende schepenen in collegio, ende aldaer ver-suecken ende sustineren jegen den heere oft partye, dat sy ierst ende vooral schuldich selen syn te proponerene de redenen daer vuyt sy eenen alsulcken

p476

gedaechde willen belasten, ende funderen dat de saecken inder vierschaere behoort; daertegen de gedaechde, oock gehoirt synde in synnen defensien, wordt alsdan in collegie sommiere kennisse genoemen oft de saecke crimi- neel, ende andersindts sulcx gedisponeert is, dat die ter vierschaeren behoirt geventileert te wordene.

57. Dwelck gedecideert synde, ende dat bevonden wort dat de saecke in respecte van partyen ter vierschaeren behoirt, ende dat dyen naervolgende yemandt eene anderen ter hoogher vierscharen heysschende is eenen oir-vrede, ende partye daertoe gedaecht, oft andersints by vonnisse geordineert is, soo moeten de partyen aldaer selve in persoone altyt in rechte present zyn, sonder by procureur te mogen occuperen, ten waere by consent van partyen, oft dat duytwettigen nootsaecken oft redene anders met vonnisse gewesen werdde.

TITEL VI.

VANDE[N] OORVREDE.

58. Soo wie ter vierschaeren aengesproken wort om eenen oirvrede te sweerene ende te verborgene, soo verre partyen dat versueckt, moet gevan- gen gaen ende blyven in hachten soolange dat de saecke vanden oirvrede is gedecideert, ten waere dat daenklagere hem consenteerde op cautie oft andersindts te laten gaene, oft dat de wethouderen hadden andersindts gewesen met vonnisse, naer gelegentheyt vander saecken. Dus [dies] moet daenklagere, soo verre de verweerdere dat versueckt, cautie sufficient stellen voor de Steencosten des verweerders, ende voor allen anderen costen, schaeden ende interresten, oft tzelve [zelve] oock daervore mede in hachten ghaen, omme die te betalene, indyen bevonden worde dat zy [hy] den verweerdere tonrechte den oirvrede geeyscht heeft.

59. Item, die geduemt is, oft consenteert synne partye adverse eenen oirvrede te doene, die moet, ter presentie vanden schouteth, borgemeester

p478

ende scheupenen, in gebannender vierschaeren zittende, openbaerlyck sweeren aende heyligen dat hy by hem selven, by synne vrienden, maeghen oft andere persoonen, den vrede eysschere [oft] synnen vrienden ende maeghen nyet en sal misseggen noch misdoen, in woorden noch in wercken, heymelyck noch openbaer, in geender manieren; ende ingevalle hy yemanden wiste oft vernaeme, die den vrede eysschere oft synnen vrienden oft maegen misdoen, slaen, stooten oft oploop souden willen doen, dat hy, naer zyn beste, dat sal beletten, ende dat hy de selve partye daeraf goets tyts sal adverteren oft doen waerschouden, opdat sy hen moeghen provideren ende weten te wachtene; alle opsoenbrake[7] ende vredebrake; ende dyen eedt ende oirvrede moet hy verborgen alst partye versueckt, naer de qualiteyt vande partyen ende gelegentheyt der saecken, ter ordonnantien vande wethouderen; welcken solempnelen gesworene oirvrede duert soo lange tot dat zy, partyen, malcanderen daeraff quyte geschouden hebben. Ende partyen alsoo in oirvrede liggende, en moeghen malcanderen nyet injurieren, dreygen oft eenighe oploop doen, noch doen doen, in woorden noch in wercken, opte verbeurte, wie tselve dede, van lyve ende van goede.

TITEL VII.

PURGIEN.

Soo wanneer yemandt hem bevindt gediffameert te zyne van eenigen delicte oft mesuse, die mach commen voor schouteth, borgemeesteren ende schepenen, inder gebannender hooger vierschaeren sittende te rechte, ende presenterende hem in synen eygenen persoone aldaer te rechte tegen den heere, tegen partye ende tegen allen diegene die hem ter saecken van dyen

p480

delicte eenichsints souden willen tyden oft aenspreken; ende ingevalle hy drye vrye dagenlanck continuelyck telcken in gebannender vierschaeren hem selven in persoone aldaer presenteert te rechte, ende doet vutroepen: eenwerff, anderwerff, derdewerff ende vierdewerff over recht, allen die gene die hem ter saecken van dyen delicte eenichsints souden willen inculperen, indyen dat hy alle de voorscreve drye dagen van rechte in gebannerder vierschaere aldaer blyft, altyt den eynde toe ende soo lange tot dat de vierschaere gedaen is, ende de schouteth, borgemeesteren ende schepenen opgestaen ende dwech gegaen zyn, soo verre binnen dyen dry gebannender vierschaeren nyemandt en comt die den selven purgant eenighe tichte doet, oft van dyen delicte en imputeert, soo wort den selven purgant vanden selven delicte gehouden innocent, ende gewesen daeraff vry ende ongelast, ende wordt den heere ende eenenyegelycken geimponeert tegen dyen purgant, dyen delicte oft mesuse aengaende, een eeuwich geswych, alsoo dat daerna nyemandt gequalificeert en is den voornoemden gepurgeerden ter saecken van dyen delicte meer aen te sprekene oft te mogen inculperene; maer soo verre alst den heere oft partye gelieft, mogen den purgant binnen den voorscreve drye gevechten[8] oft dagen van purgien inder vierschaeren oft daerbuyten apprehenderen, ende hem alsulcken ticht ende aenspraecken doen alst hem [hun] belieft; daerop de selve purgant wort gehoirt, ende doetmen alsdan partye in judicio contradictorio recht, soo dat na gelegentheyt der saecken bevonden wordt behoirende.

TITEL VIII.

EMANCIPATIEN.

Item, een poirter van Antwerpen mach synen sone emanciperen ende vuyt synen plicht doen altyt alst hem belieft; maer tselve willende doen, moet hy compareren inde hooger vierschaeren ons genadigen heeren sconincx, voor schouteth, borgemeesteren ende schepenen, ende versuecken aldaer synnen sone te emanciperen ende vuyt synen broode te doene, ende moet daeraf by den schouteth laten maenen om recht; ende gemaent zynde,

p482

wysen borgermeesteren ende schepenen, dat die poirtere zynnen zone wel mach emanciperen ende vuyt synnen plicht doen, midts hem bewysende op sekere goede panden twee oude grooten erfelyck; ende dien vader, die twee oude grooten erfelyck synnen sone alsoo naer volgende dyen gewysde bewesen hebbende, is ende blyft die selve zone daerna ende van dan voortaen geemancipeert ende vuyt synen vaders plicht, nyet jegenstaende dat de zone daernaer alnoch by synen vader blyft woonen.

TITEL IX.

VERVOLG VAN ARRESTEN TER VIERSCHAEREN.

Item, alle arresten by yemanden wie hy zy, man oft vrouwe, alhier tAntwerpen oft elders residerende, op eenige goeden onder eenen anderen persoon berustende, oft andersints gedaen, tsy om de selve te vendicerene oft om die te evincerende met ende vuyt te winnene[9] voor eenige actien ende schulden, die den crediteur pretendeert ten achter te zyn aen zynen debiteur ende goeden, soo wanneer opt selve arrest egeen calaenge oft restoir [stoornis] en is gedaen, moeten vervolcht wordden ter hooger vier-schaeren ons heeren den conincx, nade costuyme aldaer van oudts geplogen ende geobserveert. Te wetene, dat naer dyen eenich goet byden schouteth, amtman, roeydraegere oft gesworen colfdraegers, ten versuecke vanden crediteur, is gearresteert, darrest geaccepteert ende pandt gegeven by den genen die alsulcken goeden onder heeft, ende dat vander selver acceptatatien (sic) ende pantgevinge relaes gedaen is aen schepenen, dwelckmen ten [dwelck ten] boecke des amtmans (dwelckmen houdt vanden arresten ter vierschaeren) opgeteeckent is, ende dat tselve arrest ende besetselen, ter manissen des amtmans, by wysen van schepenen, is vernieuwt inder manieren als hier naer ende [onder] den titel van arrestementen inden jxen articele verhaelt is, soo is darrestant ende evincent gehouden te compareren, by hem selve oft procurent daertoe specialen last hebbende. inder hooger vierschaeren, ten derden

p484

vrydach, ende nyet eer, ende voor dexpiratie van ses weken, ende daerna nyet.

TITEL X.

ARRESTEN TER VIERSCAREN.

Te rekenen vanden date dat het voorscreve besetsel ende vernieuwen gedaen is, soo is darrestant ende enuncent [evincent] gehouden te compa-reren by hem selven oft procureur[10] [in de hooge vierschare], alwaer hy synnen pandt moet thoonen ende syn schult gewarigen, dwelck geschieden moet by deser formulen: Als te wetene, dat den taelsprekere oft advocaet vanden arrestant van goeden, moet spreken de woorden : « Heere amptman, oft heere schouteth, als maendere vanden besetsele van des amtmans wegen, belieft U my te hoiren inden naeme van N.? » Daerop de schouteth antwoirdt: « Spreeckt dat recht is. " Ende daerna seght de taelspreker: " Hy heeft een besetsel ende vernieuwen gedaen, dat presenteert hy te thoonen, vraecht hem oft syner woorden zyn, ende maenter aff. " Dwelck soo geseght zynde, soo maent dofficier den borgemeestere oft eenen vanden schepenen. De welcke gemaendt zynde, wyst : " dat desen persoon zyn besetsel ende vernieuwen zal thoonen met schepenen, dyer mede aen ende by geweest syn, ende daerenteynden recht. " De taelsprekene [taelspreker] daerop versueckt, de schepenen genoemt te worden. Ende worden alsdan genoemt by den clerck des amptmans, diewelcke dboeck daeraf is houdende. Ende genoemt zynde wie de schepenen zyn, soo seght de taelspreker totten officier : " Dat hy den schepenen maene, oft hen kennelyck is ?" Ende den [de] schepenen by den voorscreven officier gemaent zynde, zoo vercleren de schepenen: " Dat sy hen refereren totten boecke. » Ende terstont daernaer soo seght die tael-spreker totten officier: " Maent oft hy volcomen is? " Ende de schepenen gemaent synde, seght [segghen] : " Jae (als van dyen). " Daerna zoo seght die taelspreker in naeme vande[n] voorscrevenen arrestant : " Al bereedt staedt hy syn schult te gewarigen ende syn gehoudt te doene, maenter af wat hy schuldich is van doene. " Alsdan zoo maent de officier den borgemeester, oft den selven schepen, dyen hy ierst gemaent

p486

heeft, ende wyst alsdan de selve borgemeestere oft schepene : « dat dyen persoon sal schuldich zyn synne schult te gewarigen met schepenen brieven van Antwerpen, oft met levende waerheyt, oft met zynnen eedt, soo verre alst op eenen levenden persoon is. " Ende dat gewesen zynde, ende soo verre dat yemandt schepene brieven van Antwerpen heeft, soo worden de selve by den taelsprekere gelevert den griffier, begerende die gelesen te worden; dwelck gedaen wort; ende alsdan soo vraecht de taelsprekere openbaerlyck: « ofter yemant is die dyen schepenen brief, die daer gelesen is, gewaricht wilt hebben? eenwerff, anderwerff, derde werff ende vierdewerff over recht; " ende nyemant oppositie doende, soo wort die voorscreve evincent gewesen volcommelyck, oft, indyen dat devincent heeft levende waerheyt, soo mogen de getuyghen aldaer geproduceert, geeedt ende gehoirt wordden; maer soo wanneer devincent egeene schepene brieven, noch levende waerheyt en heeft, seght alsdan de taelspreecker: " Hy en heeft schepene brieven noch levende waerheydt, maer seeght ten achter ende in gebreke te zynne aen U de somme van zoo vele oft zoo vele; " oock verhalende de saecke ende redenen waer vuyt ende waeraf de selve schult procedeert; seggende voirts totten officier: " Maenter aff wat hy schuldich is te doene. » Ende gemaent synde, soo wyst de selve borgemeestere oft schepenen : " dat alsulcken persoon sal leggen handt op heyligen, ende sweeren tachter ende in gebreke te zynne aen U ende synne goeden de somme van, etc., ter saecken, etc.; zoo moet hem Godt helpen ende alle syn heyligen! » Ende eest op eenen dooden, soo wort oock daerenboven gewesen, dat, dyen eedt gedaen wesende, selen met hem commen twee wettige mannen, die leggen selen hant op heyligen, ende sweeren : " dat den eedt, die alsulcken persoon gedaen heeft, is goet, recht-veerdich ende onmeyneedich; soo moethen Godt helpen ende alle syn heylighen ! » ende is hy een vreempde ende egeen poortere, soo moet hy hebben ses wettige mannen, omme volgheeden te syne ende den eedt te doene, als voire, ten waere dat alzulcke vreempde oft vuytlandige waere een geprivileguerde persoon, te wetene, een Engelsman vande court, oft heure steden[11], die gestaen met twee volcheeden als de poirters.

p488

Ende is het beletsel by yemanden op eenige goeden gedaen van weerden, nyet jegenstaende dat tselve besetsel gedaen is voor meerdere somme dan hy naermaels by eede ter vierschaeren affirmeert, want int sweeren mach een yegelyck syn somme verminderen, maer nyet vermeerderen. Ende den eedt oft eeden alsoo gedaen zynde, zoo versueckt den taelspreker aenden officier : " dat hy maene oft den persoon volcomen is? » ende alsdan maent dofficier den borgemeestere oft schepenen aen wyen ierst gemaendt is, die alsdan antwoirt ende seght: " Jae, als van dyen. " Naerden welcken soo neempt devincent leveringen aen synnen pandt; welcke leveringe by den griffier opt boeck vander vierschaeren geteeckent wort. Van welcker procedueren devincent gehouden is partye, zoo verre hy pandt heeft metter minnen, ende den debiteur inde stadt is, de wete te doene, ende den pandt bieden, oft hy dyen lossen ende devincent syn gebreck ende tachtertheyt betaelen wille, oft andersints den evincent met synnen begonsten rechte van evicten [evictien] voirts wille laten varen; maer ingevalle het geenen pandt metter minne en is, soo moet devincent partye, soo verre hy weet waer hy is residerende, over dese zyde geberchs ende der zee, de wete daeraf doen; maer is hy geseten over geen zyde'der zee oft geberchs, oft dat het is op fugitiven, oft eenen dooden insolvent, soo mach devincent synnen pant presenteren ende lossen aenden officier, als heere, zonder voordere wete te derven doene. Ende naerdyen alsoo de behoirlycke wete aen partyen oft aenden offi-

p490

cier gedaen, ende leveringe genommen is, ende calaengie gedaen wort due-rende den tyt vande vuytwinnige des evincents, ende eer dleste vonnisse gewesen wort ter vierschare op des vuytwinders proceduere, ende dat de calaengie opden boeck vande vierschaeren geteeekent wort, zoo en wort inder vierschaeren nyet voorder geprocedeert, maer moeten partyen heure saeeken als dan vervolgen in judicio ordinario, voor den amtman, borgemeesteren ende schepenen, opter stadthuys; dies is die ghene, die de calaengie gedaen heeft, gehouden tusschen dat ende den naesten vrydach, den evincent te doen daeghene, syne redene van calaengien te proponeren, ende zyne actien van purgien in materie van calaengien rechterlyck, voor den naesten vierschaerdach, te beginnene, oft anders is zynne calaengnien nul ende desert. Ende mach alsdan die vuytwinner met synnen begonnen rechte ter vierschaeren voirts varen, al oft daer egeen calaengnien en waeren gedaen geweest; ende soo wanneer die materie van purgien van calaengien in judicio ordinario is gedecideert, oft soo verre die gene die calaengnie gedaen heeft desisteert, oft dat bevonden wort met rechte dat de calaengie ten rechte gedaen is geweest, alsdan mach die evincent syn vuytwinninge continueren, al oft die calengie ende proceduren ordinarie nyet en hadde gedaen geweest; ende duerende die proceduere in materie van calaengnien, en is den vuytwinder egeenen tyt geloopen, maer is in syne proceduere sommarie gebleven op syn geheel, sonder interruptie, ende zonder prejuditie van synnen iersten rechter [rechte]. Ende dyen navolgende, soo moet darrestant ten tweeden vrydach naerden eedt wederomme compareren inder hooger vierschaeren, ende aldaer presenteren zynnen pandt, ende begeiren voort recht; ende den schouteth de[n] borgemeester vonnisse gemaent hebbende, vraecht de borgemeestere, voor tvonnisse, den partyen oft taellieden: " oft sy heuren pandt gehouden hebben als recht, ende geboden als recht? " ende partyen verclarende: " jae, » soo wyst die borgemeesteren: datmen dyen pandt met synen toebe-hoirten, voor tvoldoen van des evincents actie ende vuytgewonnen schult, sal ter merct doen ende vercoopene ten hoochsten verdierene ende meest daeromme biedende; schietter over, datmen partye wederkeere; gebreeckt er, datmen voirts maenen zal om recht; ende alsdan wort daer by die voor-screve arrestant gehouden als gewesen synde volcommen van zynder proceduere, welcke vonnisse van evictien by provisie ter executien gestelt

p492

worden op ende in respecte vanden goeden, actien oft schulden die gearresteert ende vuytgewonnen zyn; tot welcken eynde gedaecht worden den persoon oft persoonen, die de voorscreve gearresteerde goeden onderhebben, voor den amptman ende commissarisen, ten eynde dat sy de selve goeden, actien ende crediten overbringen in handen des voorscreven amtmans, om de voorscreve actie vander vierschaeren daerop ter exeeutien gestelt te mogen wordene; ende ingevalle yemandt versuect aenden evincent cautie geset te wordene voor de geevinceerde goeden, is tselve schuldich te doene, ende anders nyet; ende indyen yemant, na date dat devincent gewesen is volcomen, hem compt opponeren, soo en wort dopponent in synne oppositie nyet gehoirt, ten zy dat het vonnisse by den evincent geobtineert, ierst by provisien zy voldaen. Maer een debiteur, wyens goeden vuytgewonnen zyn, betaelende de penningen daervooren de vuytwinninge gedaen is, metten oncosten daerop geloopen, mach zyn goeden aenveerden ende behouden, ten waere dat se vercocht waeren. Item, een ingeseten poirter, wyens instrumenten, alen [alem] oft gereetschap van synen ambachte ende neringe, daermede hy costumelyck is geweest te werckene ende syn broodt te winnene, ter vrydaechsche meret byden officier vercocht zynde, mach de selve lossen ende die naeste syn voorden prys dat die vercocht zyn, mits dat verclarende binnen den selven dage dat die vercocht syn; behoudelyck dat hy den geheelen prys van dyen, metten costen ende heerlycke rechten, in handen vanden heere opleggen ende betaelen moet des anderen daechs voor der noenen; dwelck oft hy nyet en dede, blyft hy versteken, ende de vercochte goeden moeten volgen den iersten cooperen meest daer voren biedende.

Item, die panden metter minne in synne handen heeft, die en mach die nyet vereoopen vuyt syns selfs autoriteyt, maer moet die rechtelyck besetten, vuyt winnen ende daeren teynden die panden metten officier ter vrydaechs meret openbaerlyck ten hoochsten verdierene, eenen yegelycken evenna, doen vercoopen, inder manieren gelyck voorsereven is; ten waere dat die hebbere vande panden hadde wettich besehiet voor schepenen gepasseert, dat hy die panden zouden mogen vercoopen oft doen vercoopen, sonder die te derven vuytwinnen, als voirs., behoudelyck nochtans dat, eerden pandt hebbere den zelven pant vercoopt, hy partye den dach ende

p494

plaetse vande vercoopinge insinuere acht daegen voorden vercoopdach, soo verre hy present oft in stadt is, andersindts tsynen huyse, oft aenden schouteth. Ende egeen wettich beschiedt voor schepenen gepasseert hebbende, maer ander geschrift voor notaris, oft onder syn hanteeken, van te mogen vercoopen zynnen pandt sonder recht voorderinghe oft vuytwinninge ter vierschaeren te derven doene, die sal den selven pandt mogen doen vercoopen ter vrydaechs merckt, ende anders oft elders nyet; behoudelyck dat de crediteur gehouden is de partye des pandt toebehoirende, behoirlycke wete te doene van den dach vande vercoopinge, acht daegen te voiren; ende en sal alzulcke vercoopinghe eenen derden, die eenich recht oft actie totten pant souden willen pretenderen, nyet prejudicieren, ende blyft eenen alsulcken derden op syn geheel, om de selve pandtgevinghe ende vercoopinge met recht te debatterene. Maer als den genen die, als boven, pandt metter minnen in handen heeft, ende den selven noch onder heeft onvercocht ten tyde als zynnen debiteur is insolvent bedegen, is schuldich, nyet jegenstaende dat anders soude moeghen, inde obligatie oft andersindts, tusschen synen debiteur ende hem wesen geconditionnert, die selve panden hen [hem] metter minne gegeven, byden officier ter vrydaechs merckt te laten vercoopen, op daptgene [opdat 'tgene] daer overt blyven mach in handen vanden amtman, tot behoeff van-den anderen crediteuren, die hun verhael daeraen selen moegen hebben. Wees kinderen goeden machmen valide nyet vuytwinnen zonder den momboiren daeraff wete te doene ; ende en hebben die weesen egeene momboiren, soo moet men hun momboiren doen geven, oft anders is de vuytwinnige gedaen op hun goeden van onweerde.

Item, worden oock ter vierschaeren solempnelyck afgedaecht drye mael tsiaers, met het luyden vander grooter clocken, alle renten ende lasten staende op eenige huysen oft gronde van erve binnen der stadt ende vry-heyt van Antwerpen gestaen ende gelegen, die by executie oft private per-soonen vercocht zyn; daeraf breeder vermaen gemaeckt worden sal onder den titel van: Schepenen brieven, contracten, etc. Die renten oft commeren verswycht om yemandt te beschadighen, oft daer door yemandt achterdeel hebben oft lyden souden moeghen, wort gecorrigeert als een dief; ten waere dat merckelycke bleke, dat hy daeraff ware geweest ignorandt.

p496

TITEL XI.

CEUREN ENDE BREUCKEN DER STADT VAN ANTWERPEN.

1. Inden iersten, en can oft en mach nyemant bedwongen worden eenige breucken te betaelene, hy en wordde daer inne by schepenen vonnisse geduemt, soo verre hy recht versuecken wille.

2. Item, ambachten en moghen egeene taxatien, ceuren oft breucken maecken noch opstellen sonder oirloff vanden schouteth ende borgemeesteren, schepenen ende raede vander stadt; ende alle die gene die contrarie doen, verbueren twee pont swerte, ende tgene datter gemaeckt is blyft nul ende van onweerden.

3. Soo wanneer yemandt eenich delict perpetreert, oft breuckachtich valt tegen den heere, ende oock misdoet der partye, soo verre hy nyet machtich en is den heere vande breucke, ende partye vander schaden, meucken [mencken] ende interessen oft smerte genoechte doene, soo wordt de gele-deerde ende geoffendeerde partye inden goeden des delinquants geprefereert voorden heere, ende wordt die delinquant voorts, mits syne insufficientie, in zynnen persoon gecorrigeerdt, ter arbitragien vande weth, na gelegentheyt der misdaet; behoudelyck dat chirurgyns ende medecyns, met des der curen aengaet, wordden der partye geprefereert.

4. Item, alle ceuren ende breucken daer egeene expresse ordonnantie af en is, hoe oft in wat manieren die bekendt[12] moeten wordden, volgen dien derdendeel den heere, dander de stadt ende tderde den aenbrenger.

5. Ende want de stadt van Antwerpen is geprivilegieert dat de wethou-deren ende raedt, by advyse vanden schouteth, moegen ordineren, statue-ren ende publiceren alle alsulcke puncten ende artikelen als hen goetdunckt oirboirlyck ende tamelyck te synne der stadt ende gemeynten prouffyte, ende de selve minderen. meerderen ende veranderen, altyt alsthen goetdunckt; naer gelegentheyt ende exigentie vanden tyde, soo zyn voertyden vele diversche statuten ende ordonnantien gemaeckt ende gepubliceert geweest aengaende diversche delicten ende mesusen, ende oock der policien

p498

vander selver stadt, opte wynen, bieren, vleesche, vissche, botere ende kase, broode, coren, backen, brouwen, houdt, torff, steen, calck, kaeyen, vlieten, hooden, arbeyders, oock aengaende den brande, edificien, loonen, ende op alle ambachten vande stadt, elck int zynne, naer vuyt wysen der selver; mitsgaeders op alrehande gewichten ende maten, nat ende drooge, welcke ordonnantien, statuyten ende publicatien een yegelyck schuldich is te onderhoudene ende achtervolgen op de penen ende breucken daertoe gestelt, alnaervolgende den gebodtboecke, ceurboecke ende verleeninghe daeraf gemaeckt wesende; maer want die, naerde veranderingen des tyts, dickwils moeten wordden verandert, tot welvaeren vanden gemeynen bes-ten, gemerckt oock die nyet voordere effect sorteren dan binnen de stadt ende vryheyt der selver, soo moegen de schouteth, borgemeesteren, schepenen ende raede, naer volgende de privilegien vande stadt, daeraff altyts andersints disponeren, ende die veranderen tot prouffyte vander stadt ende vanden poirteren, soo den gemeynen raet dat overdragende ende sluytende is.

TITEL XII.

VANDEN VREDE.

Soo wie twist oft geschil heeft tegen eenen anderen, ende hem beducht van gequetst, geslagen oft overlast te worddene, die mach den genen daer-voore hy hem beducht in eenen vrede doen legghen, ende dat doende, mach de vredeeysschere versuecken aenden schouteth, aenden officiers [officier] vande langer roeden, oft aen eenighe vande gesworen colfdragers, tegen zyn partye vrede; ende de clachte vande vredeeysschere gehoirt wesende, gaet dofficier aenden genen daeraff den vrede geeyscht wordt ende staest [staeft] hem den vrede, hem, ten versueeke vanden vredeeysschere, seggende: dat hy hem leght in vrede ten versuecke van N., ende verbiedt hem, van sconincx weghen, als hertoge van Brabant, malcanderen nyet [yet] te misseggen oft misdoen, oft doen misseggen oft doen misdoen, op soenbrake ende vrebrake, ende bescheyt hen [hem] dach vanden naesten saterdaege ende ses weken te compareren opten stadthuyse, ter presentien van schepenen, jegens de clocke drye totte vyve uren.

p500

Item, dofficier aenden welcken de vrede is geheyscht in absentie vanden roeydragere (den welcken competeert het houden vanden registre vanden vrede), die moet dyen vrede, alsoo schiere als hy den roeydragere daerna ziet, overgeven, omme int registere gestelt te wordene ende partyen daer-mede te bewaerene; wies [wie] dies nyet en dade, zoude verbeuren eenen royael, half den heere, half der stadt. Den officier aenden welcken wort vrede geeyscht, daer voren competeren hem vier stuyvers, ende eenen stuyver den clerck, omme den vrede te boecke te stellene; ende dyergelycke salaris competeert den roeydragere ende zynnen clerck voor dvuyt doen vanden vrede. Soo wie vrede wederseyde oft weygerde als de schouteth, de roeydrager, eenich vande schepenen oft een vanden gesworen colfdragers den selven vrede oircondelycken heyschte, die verbeurt, soo dickwils als hyt weygerde, dry ponden swerte, waervoor datmen betaelt vier guldens, elcken gulden jegens xx stuyvers tstuck, ende boven dyen moet de schouteth, lange roeden, oft colfdragere, den wederseggere vanden vrede, tot desselfs wederseggers coste, in hachten houden, soo lange ende tottertyt toe dathy den vrede gegeven ende de breucke vande weygeringhe betaelt heeft. Elck poirtere van Antwerpen mach, in absentie vande officieren, selve altyt, in presentie van getuygen, vrede heysschen, als hy twee oft meer persoonen siedt kyvende oft twistende; ende dyen vrede, alsoo byden poirter geeyscht ende genommen, blyft van weerden, al oft dyen byden officier genoemen waere; ende zoo wie den poirtere alzulcken vrede weygherde te geven, verbeurt insgelycx dry ponden zwerte voorseyt; ende de schouteth, oft de langeroede, des byden voorscreve poirtere vermaent wezende, moet den selven weygerdere in hachten nemen ende houden, tot dat hy vrede gegeven ende den verbeurden breuck betaelt heeft, als voire. Soo wie eenen poirter vrede heysschende verspraecke, injurieerde oft eenigen oploop daeromme dede, verbeurt gelycke pene, ende moet in hachten blyven tot dat hy den breuck betaelt ende den poirter van synen injurien gebetert heeft, ter arbitragien vande wethouderen. Die vrede heyscht ende begeerdt, die is schuldich oock vrede te gevene ende te houdene, opte selve pene. Die tsynnen onschulde is geslagen, gewondt oft gequetst, die heeft, na het perpetreren des delicts, vrede ongerstaeft [ongestaeft] den tyt van

p502

vierentwintich uren lanck, soo dat, ingevalle de misdoender hem binnen de voorscreve vierentwintich uren misdede, met woorden oft met wercken, die wort gestraft als vredebreker.

Item, partyen staende jegens malcanderen in processe, naerde litiscontes-tatie in saeeke, worden gehouden al oft se in vrede laegen, ende dat zoo lange het proces nyet en is beslist met rechte, oft dinstantie gepermitteerdt [geperimeerdt]. Ende op datmen den vrede strictelyck mach onderhouden, ende partyen in vrede liggende sekerlyck moegen bewaert zyn, ende op datmen int stuck vanden vrede nyemanden en souden cunnen oft mogen verongelycken, oft met yemanden simuleren, soo moet dofficier, oft andere, den vrede genomen hebbende, terstondt daerna, emmers ten lancxsten tusschen dat ende den naesten saterdach daerna, dyen vrede brengen te boeeke, aldaer de naemen van dyen partyen (alsoo in vrede liggende) te boecke getekent mogen[13] worden; vande welcken twee registers gehouden worden : deen byden officier vande langeroeden, ende dander by de secretarissen vande stadt; ende alle saterdaege, als de clocke vyff uren geslaegen, ende den vrede byden roeydragere ter presentien van schepenen gehouden is, dan teeckendt de roeydragere, ende oock een vande secretarissen, elck in synen registere, de persoonen vande comparanten, ende oock vande absenten vredehouderen, ende geeft daer en boven de secretaris den schepenen, aldaer ten vrede sittende, in een billeth terstont overe de persoonen die absent gebleven zyn ende heuren vrede nyet en hebben cunnen[14] vernieuwen; ende insgelycx schryft de officier vande langer roeden gelyck billets vanden naemen der nyet comparanten, omme daer vuyt sekerlyck dabsenten te wetene, ende dyen volgende de boeten te moghen afnemen ende corrigeren. Partyen die in eenen vrede liggen, die moeten, zoo wel deen als dandere, commen alle ses weken, des saterdaechs tusschen den drye ende vyff uren, op heuren gerechten vredach, ende vernieuwen aldaer heuren vrede in presentie vanden roeydraegere ende schepenen, gevende daer af daenclagere [daenleggere] ende clagere[15] den heer zyn recht, te wetene: eest een

p504

poortere, twee grooten brabants, ende eest een buyten man, vier grooten brabants, ende dat soo langen tyt geduerende als zy in vrede liggende zyn, ende tot dat zy wettelyck den selven vrede afgedaen oft malcanderen quyte geschonden [geschouden] hebben. Soo wie zynen vredach nyet en houdt, oft voor de clocke vyff uren nyet en compareert voor den roeydraegere ende den schepenen, ende synen vrede nyet en vernieuwt, verbeurt xx schellingen swerte oft xxvj stuyvers ende twee grooten brabants daervoren; en [ende] soo vele daeghen als hy den vrede laet overgaen, verbuert elcx daechs xx stuyvers swerte, als vooren, ende dat soo lange tot dat hy synnen vrede voor schepenen vernieuwt heeft ende den breuck opgeleght heeft, te bekeeren half den roeydraegere ende halff der stadt; nochtans soude den vrede in synne macht blyven, behoudelyck dyen, waert dat saecke dat yemandt nootsaecke betoonen coste voor den borgemeestere oft twee schepenen, oft voorden roeydraegere, eer synen vredach quaeme, soo soude men hem synen vredach verstellen op synen rechten vrede, naer gelegentheyt vander saecken. Item, soo wie, tsy claegere oft beclaechde, in vrede leeght, ende niet en is gestaedt alle ses weken ten vrede te commene, mach compareren voorden roeydraegere ende nemen een jaervrede, dwelck is op sint Jans dach in mit somere, tusschen de negen ende elf uren voor middach, mits gevende den roeydraegere syn recht, te wetene, soo vele als ses weken vrede binnen een geheel jaer beloopen soude, gelyck voorscreve is, dat is, den roeydraegere tweelff stuyvers ende voor den clerck ij stuyvers.  Ende de beclaegere, mitsgaeders oock de beclaechde, die, willen[16] ontslaegen wesen vanden last vande ses weken vrede, hem heeft doen setten op eene jaervrede, wesende inde voorscreve jaervrede, die van hen ten gesetten daeghe ende tyde compt, is hy poirtere, moet geven voor syn comparitie vyf stuyvers, ende eenen vremden xij stuyvers, midtsgaeders oock soo vele int vuytdoen vanden jaerlycxe vrede. Ende soo wie in eenen jaervrede leght ende telcken sint Jandage nyet en comt synnen vrede vernieuwen, in presentie vande[n] roeydraeger ende

p506

schepenen, verbeurdt de pene als voore vande sesse weken vrede gezeght is, ende daerna elcken dach zoo vele als boven, soo lange tot dat hy voldaen heeft, inder manieren voorschreven. Die hem te meer stonden absenteert ende tsynen vrede nyet en comt, soo dat behoort, die wort, boven de penen daertoe staende, ter puyen af, in presentie van schouteth ende schepenen, innegeroepen, ende by non comparitie gebannen op eene pelgrimagie te sinte Peeters te Roomen, opt vorste leth van synnen duyme. Item, als de gequetste sieck te bedde leght, ende selve tot synnen vrede nyet gecomen en can, dan moet synnen sone, bruedere oft manspersoon hem naest van bloedts wegen bestaende, in zynne stede te vrede commen ende dyen vernieuwen.

Item, als de gequeste egeene vrienden alhier en heeft, oft dat den delin-quandt vrempt is ende hem absenteerdt, dan wort den vrede versocht ende gehouden aenden heere.

Item, soo wyen dunckt dat synne partyen nyet redenen genoech en heeft oft gefundeert is, om hem inden vrede te leggene oft te houdene, die mach den vrede eysschere doen daeghen voor borgemeestere ende schepenen, die welcke wysen ende vercleeren, partyen gehoirt synde, oft sy schuldich zyn langer in vrede te blyvene oft nyet. Soo wie den anderen (boven vrede) qualyck toespraecke oft injurieerde met woorden, verbeurdt tweelff ponden swerte, daervan men betaelt sestien guldens, ende eene pelgrimagien tOnser-lieve-Vrouwen te Melaenen, oft daer voiren noch andere gelycke xij ponden, ende moet betaelen oft ruymen binnen xxiiij uren daernaer. Die boven vrede yemanden dreychden te slaene, te smytene oft te stekene, by hem selven oft anderen, verbeurt twintich ponden swertte, als vooren, ende eenen wech te Roomen, oft gelyeke xxx ponden daer voire, ende moet ruymen oft betaelen binnen vierentwintich uren als boven.

Item, die boven vrede den anderen slaege [sloege] oft quetste, verbeurdt syn lyf, sonder verdrach. Door het daegelycx met elcanderen teten ende te drincken, oft soo wanneer dat die in vrede liggen, malcanderen brengen ende wachten, wort daermede de vrede gehouden voor geremitteert ende quytgeschouden;

p508

vuytgenommen dat man ende wyff, jegens malcanderen in vrede liggende, moegen tsaemen wel woonen, eten ende drincken ende byeen slaepen, sonder prejuditie vanden vrede. De clagere mach altyts, alst hem belieft, midts betaelende ten beyden zyde tvoorscreven recht daertoe staende, hem ende zynne partye vuyt de vrede doen, ende de beclaechde nyet, ten waere by decrete oft appoinctemente van mynnen heeren borgemeesteren ende schepenen.

Item, die in eenen ses weken oft jaer vrede liggen jeghens malcanderen, oft in processe staen, soo verre deen den anderen binnen dyen tyde dreychde te slaene oft te smytene oft te evelen, is alsdan de geoffendeerde wel gefundeert eene oirvrede te heysschene ende den selven te doen verborgen, al en waer daeraff nyet met allen anders metter daedt geschiedt oft gevolcht dan woorden ende dreygementen alleene.

TITEL XIII.

VANDEN SOENE.

Naervolgende doude constuyme van Antwerpen, de langeroede authori-seert eenen clerck, die, onder den eedt in handen van hem gedaen synde, moet boeckhouden van allen soenen, diemen alhier ter causen van eenige dootslaegen is doende. Stelt ende ordineert oock de langeroede sesse persoonen, wezende borgeren deser stadt, van goede, eerlycke naeme ende faeme ende van peysselycken leven, die doen in handen vande langeroede die geloofte, dat sy, als kieersluyden[17] ende goede mannen, hun selen employeren int feyt ende maecken van de zoenen, ende datse hem al sullen te kennen geven ende denuncieren wes den soenen aengaen ende competeren mach, ende datse, int feyt vande soene, hunnen leefdaege lanck nyet doen noch voort stellen en selen sonder zynnen wete ende consente. Van welcker kiersinge[18] ende authorisatie vande voorscreven kieersluy-

p510

den die voorscreve gesworene clerck houdt note ende boeck, midtsgaders oock vande genen die, naer de afflyvicheyt van eenen vande voorscreven ses kieersluyden in synne plaetse gesurrogeert ende byde langeroede gestelt wordt. Ende zonder toedoen ende by wesen van yemanden vande voorschreve ses kieersluyden, en machmen nyet verstaen tot behoirlycke communicatien ende tusschen spreken van eenen toecomenden zoene, op dat alle dingen souden geschieden nyet sonder kennisse vande[n] genen den welcken de kennisse vanden soene is competerende. Hier inne verstaen, dat elck der partyen wel vermach, indyent hem belieft, int arbitreren vande soenen, kiesen ende nemen eenen goeden vrient, synde ingesetenen deser stadt. tzy vrempde oft maesschap boven den vierden graedt bestaende, omme mede met yemanden vande voorscreven ses gestatueerde kieersluyden te mogen verstaen, als arbieter, totten accoirde vande soenen ende vande soenpenninghen met desser eenichsints aencleeft. Ende naer dyen dat by vrienden ende maegen, ter weder zyde, by toedoene van yemanden vande voorscreven zes kieersluyden, de communicatie[n] dienende tot accoirde soo verre syn gecommen, dat darbiters syn nopende den soene, voetval ende soenpenningen vereenicht, soo sluyten de selve arbiters onderlinghe waer ende wanneer men den voetval doen sal; daerinne der dooder syde competeert den keuse; daervan men den roedraegere oft synnen geswooren clerck moet de kennisse doen, omme goets tyts dyen volgende hun soenstuck te moegen makenen. Ende ten bestempden tyd comt vuyt een camere daer naest, bequaem wesende, de misdadige in synnen lynen laeckenen, bervoets ende bloodts hoofts, metten halm, dat is een stroyken, in synne gebonde[19] handen, oft ten minsten in syne cleederen met eenen halm in syne handen, bloodts hoofts, soo wanneer dat sulcx is by een arbitere[20] overcommen, zynde altoos geaccompaigneert metten roedraegere hebbende de lange roede in zyn handt, ende over beyde syden met een vande arbiters, blyvende stille staen; ende daertegens overe, soo verre datmen den clerck gevuechlyck

p512

mach hooren spreken, staen de moetsoendere ende vrienden vanden dooder syde, gecleet met rouw cleederen, ende rouw cappruynen op hen hoofde, ende tusschen de partyen, ontrent drye oft vier scherden jegens over den misdaedigen, staet den clerk, ende beghint de vrienden aen te sprekene; liggende alsdan de misdaedige op synne knien, ende bidt oitmoedelyck de vrienden vanden aflyvigen vergiffenisse, omme de passie ons lieffs Heeren Jesu-Christi wille, brenghende daertoe alle oitmoedige manieren van bermherticheyt[21] te bidden, soo hy best can, biddende ten lesten omme te hebben vande vrienden een teecken van bermherticheyt, een werff, twee werff oft derde werff; ende het teecken gesien hebbende, comt de langeroede metten misdadigen nadere, ende bidt wederomme de clerck soo bermhertelycken, soo hy best can, totter derder reysen; ende dan comt de misdadighen, ende by oirlove ende teecken vande vrienden, kust den moetsondere aen synen mondt, ende als dan soo leest de gesworene clerck vuyt den geschriften het soen stuck, daervan hy oock moet houden een behoirlyck registere. Dit sulcx volbracht synde, soo bant den roedragere den voorscreve zoene, met eenen soenvrede in manieren hierna volgende : " Hoort, goede mannen, hoort, wat ick hier gebiede van myns genedighen Heeren ender [ende] vande stadt weghen: " Soo gebiede ick hier van [ban] ende vrede van uws vaders weghen ende van uws moeders wegen, van uws broeders ende van uws zusters weghen, van uws ooms ende moye wegen, van uws neven ende nichten neven [wegen], ende van allen den genen dyer van bloets weghen aencleven moegen, het zy geboren oft ongeboren, die geboren soude moegen worden, alsoo verre als den wint wayt ende den regen spraeyt: soo gebiedie [gebiedic] ban ende vrede, een werff, anderwerff, derdewerff, viermael over recht, dat ghy deen den anderen hieren boven nyet en misdoet oft doet misdoen, in woorden noch in wercken, heymelyck oft openbaer, by u selven oft yemanden anders. Ende oft ghy hieren boven yet misdoet [misdeet] oft deet misdoen, dat souden [soude] zyn op zoenbrake ende vredebrake, ende daervooren soudemen, van weghen ons genedighen Heere, als hertoge van

p514

Brabant, rechten oft doen rechten, gelyckmen over de soenbrakene ende vredebrakere[22] schuldich waere te rechtene, naer den ouden gescreve landrechten. " " Aen de ommestaenders gedrage ick my, dat ick den vrede aldus geboden hebbe. "

TITEL XIV.

SALARIEN VANDEN SOENE.

De voorscreven kieersluyden oft arbiters, nu wesende ende by tyden zynde, hebben voort slaen [staen], alsmen voetval doet, oft oock voor daenleyen, elck vj stuyvers eens, binnen de muren der stadt van Antwerpen, ende buyten der mueren, twaelff stuyvers eens. Ende aengaende der zelver arbitre[n] vaccatien, sollicitatien ende vervolgen van dachvaerden, metten appendentien, overmidts die seer diversch ende verscheyden vallen, de selve arbitren moeten metten goeden luyden accorderen, en indyen zy ter relycker [redelycker] wys met hun nyet en connen veraccorderen, dat partyen ten beyden syden dan staen ter discretie, vuyt sprake ende arbitraegien vanden voorschreven roeydragere, met hem gevuecht twee oude oft nieuwe schepenen, oft andere persoonen ende goede mannen van dyen verstandt hebbende; ende indyen zy partyen nyet en cunnen gevuechlyck gescheyden, dat sy dan ten vuytersten selen by rechtelyck appoinctemente gescheyden worden voor schepenen vande[n] peyse.

Item, de roeydragere voor synne aenleydinge ende oock het bannen van-den vrede, met des daeraene cleeft, heeft voor synen arbeyt, van binnen mueren der voorscreve stadt, twee carolus guldenen eens, ende van buyten, vier gelycke carolus guld ens. Totten dyen heeft de stadthoudere, dwelck is doutste colfdragere van Antwerpen, binnen Brabant geboren, vande[n] roeydraegere, na doude gewoonte, voor synnen wyn, van tdraegen ende brengen der roeden, met die wederomme te bestellene tot heurder behoirlycken plaetsen, om te doen ruymen, alsmen ten tyde vande[n] voetvalle te zeer dringht ende tvolck

p516

overhoop loopt, met al desser aen mach cleven, binnen mueren. Gelyck voorscreven is, acht stuyvers eens, ende buyten mueren, twelve gelycke stuyvers eens.

Item, de voorschreve gesworene clerck vande[n] roeydraegeren heeft voor dwort te doene ende den misdadigen aen te brengen, weder dat ['t] selve tzy [zy] binnen oft buyten der voorscreve stadt, telcken eenen carolus gulden, ende voor dmaecken, minuteren [ende] grosseren van het soenstuck, ende elck van partyen een dobbel daeraf te leveren, ende van tselfste soenstuck te boecke te doen stellen, met allen desser aencleeft, voor elck bladt, naer doude gewoonte, tien stuyvers eens. Ende boven al, naer doude costuymen, de roeydraegeren [roeydraeger], zynnen stadthouder, arbiters ende clerck, moeten de montcosten hebben metten dranck, sonder hennen cost, te wetene, dabiteurs [darbitreurs] elck over hun zyde, de voorscreven roeydraegere, stadthoudere ende clerck over de zyde des misdadigers. Doutste sone is moetsoendere vanden vadere alleene, ende [de] soenpenningen behoiren den ousten sone alleene toe; [ende] alsser geene sonen vande dooden en zyn, alsdan is doutste broedere vanden aflyvigen alleene de moetsoendere; ende als de doode egeenen broeder en heeft, alsdan is de vader vanden doode de moetsoendere; ende wanneer de doode egeenen zone, broedere noch vadere levende en heeft, dan is moetsoendere de manspersoon, het sy jonck oft oudt, die hem aldernaest bestaet van bloedts weghen, van zynder vaderlycken zyden; en die doutste is van vele in gelycken grade[23], ende die moetzoender heeft de zoenpenningen altyt alleen. Item, een moetzoendere en is nyet gehouden metten zoenpenningen de schulden vanden dooden te betaelene, dan alleene dmeester geldt vanden chirurgyn ende medecyn, ten waere dat hy hem andersindts droege als erfgenaeme vanden dooden.

Item, wanneer vrienden ende maegen, ende oick momboiren van eenen moetsoenderen die onder zynnen jaeren is, den soen maecken, dyen soen mach de moetsoendere, als hy meerder van jaeren is, van jaeren houden[24], believet hem, oft mach den selven soene refuseren, ende breken, dunchet

p518

hem goet; des moet hy als dan de betaelde soenpenninghen wederkeeren metten verloopen; ende dat doende, staet hy op syn geheel, al oft dyen soene nyet gemaeckt en hadde geweest; welcke keuse men oock expresseert ende stelt int voorscreve soenstuck, alwaer den zoen gemaeckt met consente vande weesmeesteren; maer wanneer dat de momboiren van eenige onmundigen ende onbejaerden moet zoenderen peys ende zoene maken by decrete vanden borgemeesteren ende schepenen vande stadt, dien soen en mach de moetsoender, meerder van jaren gewordden zynde, nyet retracteren noch breken.

TITEL XV.

ARRESTEMENTEN.

Soo wie dat eenige persoon van buyten oft eenich goet wilt doen arres- teren, die moet dat doen by den schouteth, amtman, heure[n] stadthoudere, roeydragere oft gesworen colfdragers der stadt van Antwerpen ende nye- mandt anders.

Item, een arrestant, doende een buyten man arresteren oft vangen voor civile saecken, is gehouden de gearresteerde oft gevangene te betichten, ende hem te funderene vanden arresten oft apprehensie binnen den derde daege vanden arreste oft apprehensie, goets tyts voorder noenen, oft andersindts smelt het selve arrest ende apprehensie, ende is ipso facto ontslaegen, ten waere dat de selve gevangene ware vut crachte ende voort voldoen van gewesen vonnissen. Ende soo wanneer de gearresteerde oft gevangen den derden dach nyet en wilt verwachten, ende hoelange[25] in arrest oft gevangen blyven, zoo mach hy, ten zitten van den amtman oft synen stadthouder ende schepenen in collegio oft extraordinarie [compareren ?], ende aldaer oock, sonder voorgaender daegementen, met eenen billette, doen voorts roepen den arrestant oft den genen die hem doen apprehenderen heeft; ende indyen de selve als dan nyet present noch voor oogen en is, tsy by hem oft procureur, om hem te funderene, soo wort den gearresteerde oft gevangene met vonnisse costeloos ende schadeloos ontslagen vanden zelven arreste oft apprehentie, soo

p520

verre hy ten sitten vande heeren nyet en compareert ende proponeert de redenen vanden arreste. Maer indyen den arrestant ten tyde vanden arreste den gearresteerde oft gevangene dach bescheyden hadden [hadde] te compreren [compareren] op sekere bestempde ure voorden amptman, ende de gearresteerde oft gevangene tselve dagement hadde geaccepteert, soo moet als dan den dach eerst dienen, ende de gearresteerde oft gevangene en mach dyen geaccepteerden dach nyet anticiperen.

Item, een gearresteerde oft gevangene, ontslaegen zynde van den arreste oft apprehensie met vonnisse, soo is hy vry voorden tyt van vier en twintich uren naer het selve ontslach, sonder dat hem de selve arrestandt oft heysschere binnen den selven tyde mach wederomme arresteren oft vangen.

Item, soo wie eenen gearresteerden gevangene wilt beswaren[26], die mach dat doen, mits gevende den steenweerder daer aff eenen stuyver, die daer af boeck is houdende; maer die beswaerder is schuldich den gevangenen binnen den derden daege naer dat hy hem beswaert heeft, ticht ende aensprake te doene, opte verbeurte vande instantien; ten waere dat de recommandatie geschiedt waere vut crachte van gewesen vonnissen oft condempnatie voluntaire alhier gewesen oft gepasseert.

Item, de schouteth, amptman, roeydragere, colffdraegere noch andere officier oft dienaer en moegen, ten versuecken van een anderen, tzy innegesetenen oft buyten man, een poirter oft ingesetenen fixe ende openbare domicilie alhier houdende, in persoonen oft zyne goeden nyet arresteren oft becommeren noch besetten, voor eenige actien oft schulden, ten waere dat hy waere in actu fugio [fugae], oft dat het met vonnnisse ware verclaert, dat darrestant oft aenclagere hem soude mogen doen versien soo hy tot synen rade bevindt, offt midts redenen by den borgemeesteren ende sehepenen geconsenteert alsoo te mogen geschiedene, oft dat die gene, die dat arrestement begeert gedaen te hebbene, tvoorscreve goet in al oft in deele syne maecken wilde; maer die jegen eenen poirter oft ingesetenen wilde procederen, moet den selven doen daegen voor recht, ende vervolgen ordinarie syn recht ende actie, soo dat schuldich is te geschiedene. Nyemant en mach eenigen persoon oft goet voor civile zaeken in arreste

p522

houden, als hy cautie gestellen can, sufficient wesende, van te rechte te staene ende tgewysde te voldoene voorde schult oft actie die darrestant op hem oft [syn] goet pretendeert te heyschene. Maer soo wanneer yemant zyn schult wilt vervolgen tegen fugitive, aflyvige insolventie [insolvente] persoonen, oft becommerde sterfhuysen, oft buytenlieden, soo moet een alsulcken crediteur het goet van alsulcken persoonen byden officier doen arresteren; ende als dan moet dofficier, het arrest doende, begeeren pant vanden genen die eenich goet, schult oft crediet competerende een fugitiven ende andere, hier boven genoemt, onder heeft, oft pant vanden selven goeden nemen, ende den selven pant overgeven des [den] voorscreven crediteurs oft arrestant; ende moet dofficier dat darrest [arrest] brenghen te boecke aenden amptman ende zynnen clerck, ende darrestant, oft yemandt van zynnen twegen, moet metten zelven pande compreren [compareren] voorden amtman ende schepenen, ende besetten aldaer den selven pandt, ende tgearresteert goedt vonnissen ter manisse des amtmans ende wysen van schepenen; daerna moet den arrestant syn besetsel aldaer rechtelyck met vonnisse doen vernieuwen, ende daeren tynden moet die arrestandt tvoorscreven gearresteerd goet behoirlyck vuyt winnen ter hooger vierschaeren, ende zynne procedueren beginnen binnen de ses weken naer darrest ten lanxsten. Al naer costuymen ende manieren breeder verhaelt hier voren onder den titele: Aengaende de juridictie van criminele ende andere saecken, inden paragraphe: Vervolcht [Vervolch] van arresten ter vierschaeren. Ende zoo wanneer alsoo eenich goedt binnen yemandts huyse is gearresteert, ende hy den last van dat goet te bewaerene aenveert, ende daeren boven dat goet laet wech bringen oft verstelene[27], die is schuldich te verantwoorden ende inne te staen voorde schult ende actie daervoore tselve goet gearresteert was, emmers ten minsten totter weerden toe vande selven goede.

Item, moeten alle arresten op eenige schulden, goeden, actien oft crediten gedaen, binnen vierentwintich uren naer darrest te boecke vanden amtman gebrocht, gestelt, ende binnen den derden daege vanden arreste beseth ende vernieuwt wordden, oft andersindts is tselve arrest desert ende gesmolten. Ende zoo wanneer eenich arrest te boecke vanden amptman gestelt is, oft dat

p524

darrestandt vanden selven zynnen arreste te boecke vanden greffier hem heeft gefundeert, zoo en can alsulcken arrest nyet afgedaen wordden, ten zy dat die gene, wyens goeden gearresteert zyn, doe daegen den arrestant voorden amtman, ten eynde dat darrestandt hem funderen vanden arreste, oft verclaert hem te voiren gefundeert te hebbene; ende soo verre darrestant als dan niet en compareert, soo wort alsulcken arrest afgedaen; ende zonder voirgaende daegement en can noch en mach men tselve gearresteert goedt nyet ontslaeghen; ende indyen tselve zoe met vonnisse ontslagen wort, ende den rechtere verswegen is dat darrest te boecke gestelt waere geweest, zoo wort alsulcken ontslach gehouden surreptis [subreptice]. Nyemandt en mach oft en can eenige peninghen, schult oft goeden, die eenich persoon een anderen schuldich zoude moegen wesen, oft onder hem hebben, over yemanden doen arresteren oft comeren, ten zy dat die debiteur oft onderhebbere van dyen penninghen tselve bekent voerden officier die tvoorscreven arrest is doende, ende verclare hoe vele penninghen hy onder heeft, oft hoe vele hy den derden schuldich is, indyen hem mogelycken is tselve te doene; ende de declaratie ende bekentenisse alsoe gedaen zynde, alsdan mach die arrestant die penninghen oft goede doen arresteren, maer nyet eer; ende dat doende, wordt dyen debiteur oft depositaris belast ende rechterlyck bevolen, dat hy van dyen penninghen ende goeden nyet en scheyde sonder consent, wille ende wete vanden arrestant, emmers ter tyt toe dat tselve arrest minnelyck oft rechterlyck afgedaen zy, opte pene vande schult oft penninghen anderwerf te moeten betaelen; ende moet de selve debiteur oft depositaris, midts synen bekennen als boven gedaen, ende den arreste alsoo gevolcht, den arrestandt geven den penninghen [eenen penninck], oft yemandt anders, cleyn oft groodt, sulcx als den debiteur oft depositaris belieft, in mindernisse zyns debits, voor eenen pandt, om daerop te moegen procederen, ende daeren teynde [moet] de arrestant dyen pandt ende schult voor syn actie ende crediet besetten ende evinceren indermanieren voorschreven[28]. Maer soo wanneer eenich persoon, onder wyen de crediteur pretendeert eenige goeden, actien oft crediten te berustene, zynnen debiteur toebehoirende, weygeringe doet den officier pant te gevene ende het arrest te accepte-

p526

rene, soo vermach de crediteur eenen alsulcken persoon te doen daegen voor den amtman ende commissarissen, ten eynde dat hy onder eedt ver-clere hoe vele ende wat goeden oft penninghen, actien oft crediten hy onder heeft des crediteurs debiteur toebehoirende, ende dat hy pandt geve ende darrest acceptere; ende soo verre een alsulcken persoon onder eedt vercleert egeene goeden, penninghen, schulden oft crediten onder te hebbene, soo wordt hy ontslaegen, ten waere dat de crediteur contrarie wilde thoonen; daeraf hy ten thoone gewesen wordt, nyet jegenstaende den vercleren desselfs voorsereve persoonen.

Item, als een officier versocht wort eenen vrempden man oft zyn goet, present zynde ende den officier aldaer gethoont worden [wordende], te arresterene oft aentastene, ende tselve weygerende te doene, midts hem presenterende ende gevende zynen gestatueerden salaris, oft dat hy, naer den aentast oft arrestement, den man oft goet liet gaen oft versteken, son-der den crediteur met sufficiente borgen oft panden wettelyck te versiene ende bewaerene, die officier moet selve verantwoirden oft betaelen de schult daervoor darrestement oft aentast gedaen is. Eenen crediteur, vindende zynen debiteur van buyten, ende beduchtende dat hy hem soude mogen absenteren al eer hy den officier oft dienaer souden [soude] commen [connen] gecrygene om te arresteren, die mach selve synen schuldenaer aentasten ende vast houden, tot dat hy eenen officier oft dienaer heeft gecregen ende doen haelen; welcken debiteur hy den dienaer oft officier terstont overleveren moet, die alsdan gehouden is den debiteur te arresterene ende in handen te houdene, op zynnen behoirlycken salaris, als vore.

Item, een vreempt persoon, gearresteert zynde, moet borge stellen daer die arrestant oft officier mede te vreden is; maer indyen de officier cautie neemt daer die arrestant nyet mede te vrede en is, alsdan is ende blyft de officier selve borghen, soo verre hy den gearresteerden, opdie borchtocht, jegen den danck des arrestants laet gaen; ende indyen de gearresteerde egeene cautie en can gestellen, moet in hachten gaen, emmers soo lange totter tyt dat andersindts gewesen zy met rechte, oft by partyen geconsenteert.

Item, een vreempt man, die eenen anderen vrempden doet arresteren, moet soo wel cautie sufficient stellen voor costen, schaden ende interesten, als die gearresteerde voor dactie des arrestants, oft oock mede boven in

p528

hacten gaen, soo verre de gearresteerde dat versueckt, oft anders nyet[29] de gearresteerde wordden ontslaegen vanden arreste op cautie juratoir van te rechte alstestaene[30] ende tgewysde te voldoene; dus moet die arrestant insgelycx, alst versocht wort, oock alsdan cautie juratoir doen.

Item, dyens goeden dat gearresteert syn, mach de selve synne goeden verborgen ende vuyten arreste doen ontslaen op cautie.

Item, soo wie syn goet oft gelt, dat hem gestolen ende afhendich gemaeckt is, bevindt binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, mach dat terstondt by den officier doen commeren ende arresteren, oft in bewaerder hant doen blyven; ende indyen hy bewyzen can dat tselve goed hem selven ende nyemandt anders toebehoirt, oft is hy een man oft vrouwe van eeren, staende tot goeden naeme ende faeme, dat hy derre sweeren lyffelyck aen- den heyligen, dat tselve gestolen goet [hem] jegen zynnen danck afhendich is gemaeckt, ende dat het hem selven onvercocht ende onvervoost[31] toebehoirt, indyen gevalle moet dat goet hem volgen ende gerrestitueert wordden, los ende vry, sonder yet daervoiren te derven betaelene, nyet jegenstaende dat het ergens op eenige vrymerckt, by eenen oudencleercooper oft openbaerlyck gecocht ware, oft by den schouteth oft officier van sheeren wegen aenveerdt.

Item, die eenich verlooren gelt oft goedt gevonden heeft, die is tselve schuldich den officier te kennen te gevene binnen vierentwintich uren naer dat selve gevonden is, ende die heere moet dat bewaeren tot behoeff des geens die dat syn gemaken can; ende indyen de heere dat nyet langere bewaeren en willen [wille], mach openbaerelyck ter puyen af doen cundi-gen : hoe dat hy sekere verloren goedt in handen heeft; ende indyen binnen sesse weken daer naer nyemandt en comt die bescheedt daeraf compt brenghen ende tvoorscreve goedt syn gemaeeken en can, soo blyft dat goet den heere; dies moet de ierste vindre daeraff altyt hebben den xxen penninck; ende ingevalle yemandt dat goet syn can gemaken, alsdan heeft die heere oock, voor synne custodie ende bewaernisse, den xxen pennink van de weerde desselfs goets gelyck die ierste vindere, maeckende tsaemen voorden heere ende den iersten vindere, den xen penninck, ende daeren boven moet die

p530

gene, die bethoonen can [t]voorscreven goet syn te zynne, betaelen de ont-costen vande publicatie ende andere daeroppe geloopen ende gedaen.

TITEL XVI.

VANDEN FUGITIVEN ENDE INSOLVENTE PERSOONEN ENDE VANDE PREFERENTIE IN HEURE GOEDEN.

Item, een yegelyck is geoirlooft te procederen by arrest ende evictie op eens poirters oft ingesetenen goeden als hy fugityff is. Ende wort een coopman, poortere oft ingesetene, voor fugityff, insolvent ende banckeroute gehouden als hy vuter stadt vertreckt ter saeeken van zynne schult ende zonder synne crediteuren te betalene; oock soo geringhe als hy eenige goeden heeft versteken oft verborghen, ende oock als hy, voor syn schult abandonnerende syn huys ende goeden, vliet ende hem houdt op gewydde ende bevrydde plaetsen, oft ergens latiteert, het sy in oft buyten zynnen huyse; ende zyn alle desselfs goeden terstont geaffecteert synnen crediteuren, elcken naervolgende den rechte van preferentien hier naer geruerdt. Een debiteur fugityff synde oft latiterende voor syn schulden, en mach nyet disponeren van zynnen goeden oft inschulden; het sy van panden metter minnen te gevene, oft andersindts assignatien oft bewysingen te doene, oft den eenen crediteur meer dan den anderen te voirderen noch gratificeren in geenre mannieren, in prejudicie van zynne crediteuren; ende oft hy tselve dede oft gedaen hadde, die goeden, actien, credyten, moeten dyen nyet iegenstaende commen inde masse vande gemeyne crediteuren, alwaert oock soo datten selven tyde de goeden vanden debiteur nyet beset noch gearresteert en waeren. Nyemant, wie hy [sy], soo wel de stadt als dandere gepriviligeerde persoonen, en heeft soo stercken actien personele oft recht, indyen hy wille hebben preferentie oft concurrentie metten anderen crediteuren, soo moet hy, na de proclamatie vanden fugitiven, oft dat die becommerde sterfhuysen zyn ontdeckt ende geopenbaert, mede besetten, volghen ende behoirlycke evictie doen als voore; vutgenomen de prinche oft heere vanden lande alleene, ende nyemant anders; wel verstaende, dat die hypo-

p532

tecarissen[32] ende actie reele hebbende, nyet en dorsten[33] besetten oft evinceren. Maer vrouwen moeten mede besetten ende evinceren voor heure dotale ende ingebrochte goeden, gelyck andere crediteuren. Naer [Maer] donruerende goeden, renten oft andere, ende heur cleeren ende juweelen byder vrouwe in specie innegebrocht ende alnoch in wesene zynde, en moegen nyet worden geexecuteert voor des mans schulden, al waert oock soo dat sy de selve nyet en hadde beseth noch geevinceerdt. Wanneer diversche persoonen hebben beseth ende gearresteert eenighe fugityfs oft insolvents persoonen, oft die achtergelatene goeden van eenen becommerden sterffhuyse, die arrestanten moegen wel gelyckelyck volghen ende evictie doen, elck voorden competenten gerechte daer syn schult ende crediet te rechte behoirt, maer wie dat ierst oft lest beseth heeft, oft in zynne evictie volcomen is, dat en geeft hem egeene preferentie oft prejuditie, ten waere dat die fugitive ware geproclaemeert ende den tyt vande proclamatien geexpireert, oft dat hy soo spade quaeme, dat die evincenten de goeden hadden doen vercoopen, ende dat alle de penninghen daeraf byeen [byden] amptman den diligenten besetters ende vuytwinners waeren gedistribueert; wel verstaende, dat elck evincent staet ende blyft andersindts op syn actie van preferentien. Te wetene, wort voor al geprefereerdt de huyshuere, alleenelyck aenden goeden die opten pant enden [ende] inden gehuerden huyse bevonden worden den huerlinck toebehoirende, oft hem verhuerdt oft geleendt zynde tot huyshoudinge oft exercitie van zynne neringhe, ende voordere nyet. Ende andere persoonen, die eenige kelders, camers, packhuysen, solders ende dyergelycke deelen vanden gehuerden huyse voorts tegen den huerlinck gehuert hebben, die persoonen ende heure goeden daerinne wesende, gestaen, midts opleggende ende betaelende tgene tzy van heure hueringhe schuldich ende tachter syn, sonder dat hun goeden executabel syn voorde huere vanden geheelen huyse.

Item, daer naer wordden geprefereerdt de vrouwen aengaende heure dotale ende parafernale goeden, by hun aen heur mans te houwelycke gebrocht, oft staende ten [den] houwelycke haer aengecomen oft verstorven.

p534

Daerna, inde overschietende goeden vande becommerde oft insolvente sterfhuysen, worden geprefereerdt enckelen cnapen ende maerten boden- loon. Ende ingevalle de selve overschietende goeden nyet genouch en zyn om den voorscreven bodenloon te betaelene, soo sal de vrouwe tselffde moeten suppleren ende vanden heuren totte helft toe vande verdiende huere ende bodenloon, vande boden die haer ende haeren man tsaemen gedient hebben, moeten betaelen, alwaert oock soo dat de vrouwe voor heure ingebrochte goeden nyet toe en quame, oft oock datter egeene overschietende goeden en waeren. Ende daerna des princhen ende deser stadt penningen ende schulden, van accysen ende alle andere hoedanich die syn mogen. Daerna alle vonnissen by rechte ende justitien gegeven, ende gelooften op vonnissen by partyen metter minnen gedaen, ende welck[-e] vonnissen ende gelooften alhier na deser stadt recht staen ter executien; ende anders egeene wordden geprefereert, alleenlyck soo verre dexecutie van dyen byden amtman deser stadt begonst, of by partyen behoirlyck, in kennisse van poirters, begeert heeft geweest te doene alvoor ende eer de fugitiff voor vluchtich oft daflyvige gestorven was; behoudelyck ende wel verstaende, dat ouder van date altyt voorghae, ten waere dat jonger van date voor ende ierst hadde geweest, begonst oft begeert te executerene; in welcken gevalle jonger van date voorgaedt. Daerna worden geprefereert gelyckelyck alle vonnissen met rechte ende justicie gegeven, ende gelooften op vonnissen alhier ter executien staende als voor, aldaer egeene executie op begonst oft begeert en is geweest, ende oock alle obligatien van schadt schulden ende andre bekendt ende gepasseerdt onder deser stadt segele oft voor schepenen der selver stadt, behoudelyck

p536

altyt, dat oudste vonnisse, geloofte oft schepenen obligatie voorgaen ende geprefereert worden voor jonger van date; wel verstaende nochtans, dat rentieren ende alle andere specialen hypothecque hebbende, aengaende den onruerende vutgewonnen goeden, voor al geprefereert wordden aende panden in heure schepene brieven begrepen. Ende leveraers van stoffe ende materialen. weder arbeydt daerinne gemenght is oft nyet, worden aen den pandt daer de stoffe aen is geemployeert, gehouden als hebbende speciael hypothecque, ende wordden aenden selven pandt geprefereert voor de rentieren naer de selve leveringhe opten voorscreven pandt gehipoticeert synde; dies worden de selve afgedaecht metter clocke, alsde andere hypothicarisse crediteuren.

TITEL XVII.

VANDE POORTERS ENDE INGESETENEN ENDE HEURE RECHTEN.

Inden iersten, all die gene die geboren zyn binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, syn poirters van Antwerpen, welder [weder] de ouders poirters geweest syn oft nyet. Ende een geboren poirter van Antwerpen, gaende buyten studeren, negocieren oft frequenteren, hoe lange jaeren datter hy[34], blyft poorter van Antwerpen soo lange hy buyten nyet en houwelyckt, oft ergens el poirterye en aenveerdt, noch hem subiect en maeckt eenige vrempte natien, landen oft steden.

Item,yegelyck mach tAntwerpen poirter worden midtsbetalende den [de] rechten daertoe staende, ende doende inder vierschaeren oft Borght van Antwerpen, ten staenene [staevene] des schouteths ende bywesene van schepenen ende eenen secretaris, den solempnelen eedt in deser forme: "Dat sweer ick[35] van nu voortaen den coninck, hertoge van Brabant, als mercqgraeve, goet ende getrouw te zynne, ende deserBorcht metter [metten] borchgraeve ende borchlieden te helpen hueden ende wachten na myn beste vermogen;soo moet my Godt helpen ende alle syn heylighen! " Dies moet hy oock by wettige

p538

certificatige [certificatie] doen blycken van zyne leste woonstadt, ende goeden leven, ende attestatien van procchiaen vande procchie daer hy onder gewoont heeft, van dat hy is van goeden catholycken geloove ende nyet suspect van eenighe heresie; dan soo wort den horen openbaerlyck geblasen inder vierschaere oft inder Borcht, by eene corte roede, alsvore, inteecken dat alzulcke persoon poirter geworden is. Ende wie eenen poirter van Antwerpen misdaen heeft, en mach tAntwerpen egeen poirter wordden, hy en hebbe den selven poirter ierst daer af genoech gedaen ende te vreden gestelt, metter minnen of metter [metten] rechte. Soo verre[36] man oft wyff, binnen poirter oft poirterse der stadt van Antwerpen wordt, ende wettige kinderen (buyten geboren synde) heeft, alle hun kinderen, alsdan seven jaeren ende daer onder out zynde, worden met hen allen gelyck poirters, als oft zy inder stadt van Antwerpen geboren waeren; maer die over heur seven jaeren out zyn, blyven onvry gelyck andere vrempde, ende als oft hun vader oft moeder egeen poirter oft poirtersse en waeren geweest; ende soo verre de ouders heurer poirteryen weder renunchieren, oft buyten gaen woonen, soo verliesen de kinderen oock wederomme hen poirterye, ten waere dat zy, voor tvertrecken van heuren ouders, binnen der stadt oft vryheyt getroudt waren, oft aldaer selve fixe domicilie alleene hadden ende hielden, daerna stoele vast[37] aldaer bleven woonende. Item, die gene die tAntwerpen binnen poirter wort, die en mach daernaer nergens elders meer poirter zyn noch blyven, noch eenige privilegien van andere poirteryen genyeten, opte verbeurte van zynen [zyne] poirterye van Antwerpen.

Item, soo wie binnen poirter van Antwerpen wordt oft blyven wilt, die moet synne woonstede met zynder familie hebben ende fixe domicilie houden binnen de stadt oft vryheyt van Antwerpen; ende ingevalle yemandt, binnen poirter geworden zynde, met synne familie nyet en comt ende blyft stede vast woonen binnen der stadt oft vryheyt, ten lancxsten binnen zes weken daernaer, die verliest ende verbeurt zyn poirterye.

Item, een geboren poirter, oft gecocht hebbende de poirterye, die metter

p540

woon ende met wyfve ende kinderen oft familie buyten der stadt ende vry-heyt gaen [gaet] woonen, ende ses weken elders fixe domicilie houdt dan binnen der stadt oft vryheyt, die verbeurt zyn poirterye ende ambacht, ingevalle dat hy in eenighe is; ten ware dat hy binnen der stadt oft vryheyt oock insgelycx huys ende hof bleve houdende, ende met zynder familien den meestendeel vande jaeren [vanden jaere] binnen der stadt van Antwerpen waere, ende zyn hoochtyden aldaer hielde; in welcken gevalle soude hy syn poirterye moegen behouden.

TITEL XVIII.

BUYTEN POORTERS.

Een binnen poirter willende vuyter stadt metter woon vertrecken ende buyten gaen woonen, mach hem, by consente vander weth; byden secreta-rissen doen oversetten van binnen poirter op buyten poirter te zynne, ende alsdan behoudt hy syn poirterye, behoudelyck dat hy jaerlycx betalen [betale], tusschen Kersmisse ende Paesschen, trecht vande buyten poirterye, te wetene, alle jaer eenen carolus gulden ofte de weerde daer vooren. Soo wie buyten poirter van Antwerpen wesen wilt, moet oock doen, inder vierschaere oft Borcht, ter presentien vanden schouteth ende schepenen, den behoirlycken eedt, als boven, ende betaelen de rechten, midts oock gevende jaerlycx eenen carolus gulden, als voren; maer de kinderen vande[n] voorscreve buyten poirtere en wordden egeen van hun allen mede poirters, hoe jonck datse oock zyn.

Item, buyten poirters, woonende in anderen steden oft landen, syn en blyven alsoo vry inde poirterye als oft sy woonden int quartier van Antwerpen, midts jaerlycx betaelende trecht daertoe staende, als vore.

Item, een buyten poirter genyet de liberteyten ende vryheyden gelyck de binnen poirters, vuytgenommen de vryheyt van de thollen ende waeghen in Brabant, ende vande bede, de[n] vrydom vanden ambachten ende den diensten van officien van justitie[38]. Buyten poirters die heur jaergelt ten gesetten tyde nyet en betaelen, zyn

p542

gepriveert van heur poirterye, ende vervallen in de pene van drye goude reaelen, ende moeten daeren boven het voirscreve poirtersgelt betaelen. Een poirter van Antwerpen, alwaer hy oock geseten int Landt vande Denysien [Divisien], en mach syn poirtene [poirterye] nyet renunchieren oft afgaen dan voor schepenen vande stadt van Antwerpen, ende laten die renunciatie tekenen te boecke by een vande secretarissen der selver stadt. Ende een poirter die een huysvrouwe trouwt ende beslaept buyten der stadt ende vryheyt van Antwerpen, verbeurt syn poirterye, ten waere dat hy daertoe hadde consent van borgemeestere ende schepenen, ende dat hy tselve consent inde[n] poirtersboeck hadde laten teeckenen.

Item, als een poirter trouwt een vrempde huysvrouwe, soo wort de selve vrouwe poirterse, ende blyft poirterse weduwe synde heuren leven lanck, sonder yet te derven geven, ten waere dat sy buyten der stadt vryheyt ginge woonen sonder haer over te doen setten als buyten poirterse, oft dat sy

p544

naderhandt eenen anderen man trouwde die geen poirtere en ware; in welcken gevalle soude zy heur poirterye verliesen.

Item, een geboren poirterse van Antwerpen, trouwende buyten de stadt ende vryheyt eenen man, en verliest heur poirterye nyet soo verre zy binnen jaers na de doodt van heuren manne wederomme binnen de stadt oft vryheyt der selver comt woonen; maer heur kinderen buyten geboren zynde, en zyn nyet vry noch en genyeten de poirterye nyet, ten waere dat sy de poirterye cregen oft cochten, oft dat se ten tyde als hun moeder, weduwe zynde, alzoo wederomme binnen der stadt oft vryheyt quaeme woonen, waeren onder seven jaeren out; maer die kinderen die over hun seven jaren out syn, blyven onvry als vrempde, gelyck voorseght is.

Item, wie binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen jaer ende dach zyn eygen oft gehuert huys oft camere beseten, bewoont ende gebruyct heeft, ende den meestendeel vant jaer hem inde stadt houdende is, ende soo wel buyten als binnen den jaermerct [-en] inder stadt oft vryheyt blyft reside-rende, die persoon wort gehouden voor een ingesetene der selver stadt, ende genyet binnen der selver stadt de liberteyten gelyck een poirter, behalven de vryheyt vande thollen, vander waegen, ende van buyten vuyt te doen schryven synnen persoon oft goeden, daerinne en is hy nyet vry, noch en mach dyen aengaende het reeht vande poirteryen nyet genyeten, noch oock eenige officien, neiringen oft ambachten doen die den poirters alleenlyck worden toegelaten. Vrempde ingesetene, cooplieden inder stadt van Antwerpen, als voor, huys houdende ende residerende, zyn vry ende moegen blyven woonende inde stadt, nyet jegenstaende eenige oirloegen die tegen den hertoge ende zynne landen oft ondersaten opstaen zouden mogen; maer, alst den hertoge belieft, dan mach hy hen de stadt doen verbieden, ende na tverbodth hen byden hertoge gedaen, hebben zy noch drye maenden tyts lanck, om binnen dyen tyde vry ende veylichlyck met heuren goeden ende familien te vertreckenen, zonder binnen die drye maenden in persoone oft goeden gecommert te mogen wordene, ten waere voor hen selffs eygen schulden oft misdaet.

Item, jegen eenen poirter van Antwerpen oft syne goeden en mach nye-mant procederen binnen Antwerpen oft quartier desselfs by arreste oft apprehensie; maer wie datjegens eenen poirter wilt procederen oft syn goedt, die moeten [moet] den selven eerst rechterlyck doen daegen voor schepenen

p546

van Antwerpen, ende procederen aldaer soo na recht behoort, ten waere dat de poirter waer genoech in actie fugitief [in actu fugae], oft zyne goeden ende persoon arbeyde te latiterene ende verbergene; in welcken gevalle men den selven poirter ende synne goede, by consente van borgemeestere ende schepenen, souden [soude] moeghen arresteren, soo lange tot dat hy in rechte gecompareert ende verhoirt waere, oft andersindts borge gestelt hadde van te rechte te staene ende tgewysde te voldoene.

Item, deen poirtere oft ingesetenen en mach den anderen buyten de stadt ende vryheyt nyet aenspreken, commeren oft te rechte betrecken in perso-nele oft mixte saecken, opte penen daertoe staende, ende van daerenboven gecorrigeert te wordene ter arbitragien van de schepenen van Antwerpen, ten waer dat de voorschreve poirter oft ingesetene waere voor vluchtig oft fugityff. Nyemant, wie hy sy, en mach eenen poirter van Antwerpen, van wat delicte het sy, vangen int quartier van Antwerpen ende doen vueren buyten tselve quartier, maer moet den selven brengen ende leveren den officier tAntwerpen; ende moeten die wethouderen van Antwerpen als dan over den selven poirters [poirter] eenen yegelyck, soo wel int criem als int civil, naer der stadt ende breucken recht[39] van Antwerpen, recht ende justitie administreren, ende dat ten coste vande[n] ongelycken, soo na recht behoirt. Ende de schouteth, amtman noch ander officier en mogen eenen poirter van Antwerpen, synde ende blyvende in synnen huysen, tsy syn eygen oft gehuerdt huys, noch in een ander huys niet vangen noch vuyten huyse haelen, oft[40] om eenige civile breucken oft saecken; maer zyn goeden mogen wel geexecuteert ende vut synen huyse gehaelt ende ter merct voor syn schuldt vercocht worden.

TITEL XIX.

VUYTSCRYFBRIEVEN.

Wanneer eenich poirter van Antwerpen ergens buyten der stadt, int quartier van Antwerpen, in persoone, familie oft goeden gecommert, beseth,

p548

gearresteert oft eenichsints te rechte betrocken wort, oft dat op hem oft op zyne goeden wort geprocedeert, soo mach hy hem selven, zynne familien, goeden ende crediten, ende oock zyne borgen, met brieven der stadt van Antwerpen vuyt schryven. soo [hoe] verre dat oock tegen hem oft synne goeden oft borghen mach syn geprocedeert; ende moeten die officieren oft schepenen buyten, na de brieven gesonden, cesseren ende aff ende te nieute doen alle proceduere diemen op ende thegen eenen poirter van Antwerpen oft op zynne goeden oft borgen heeft gedaen oft doen doen, costeloos ende schadeloos; maer willen sy oft partyen op oft jegen de[n] voorscreven poorter oft syne goeden procederen, dat moegen zy doen voor de weth van Antwerpen, daer elck poirter te rechte behoirt, ende nergens el.

Item, soo wanneer eenich poirter van Antwerpen buyten de stadt, int quar-tier van Antwerpen, gevangen is van criminele oft andere saecken, dyen poirter moet de buyten officier, den voirscreven poirter gevangen hebbende, ten schryvene vande stadt leveren, ende dat binnen de stadt oft vryheyt; ende ingevalle heer oft partye tegen hem procederen wille, criminelyck oft civilyck, moegen dat doen voor schepenen van Antwerpen ende nergens el, ende dit altyt ten coste van ongelycken. Ende een poirter van Antwerpen en mach hem in personele oft mixte actien nyet verloven oft verbinden by eede, by borchtochte noch andersindts, in geender manieren, om binnen de[n] quartier van Antwerpen, buyten der stadt ende vryheyt, elders te rechte te staene oft recht te plegene, dan alleene voor schepenen van Antwerpen; welck oft sy [hy] gedaen hadde, hoe verre dat oock inde saeeke waere geprocedeert, ter executien toe excluys, mach tallen tyden ende stonden, synder gelooften ende borchtochten oft verbintenissen nyet jegenstaende, hem selven, synne borgen ende zynne goeden, in alle actien personnele ende mixte vuytschryven, ende alle de proceduere jegens hem ende zyne goeden oft borgen gedaen doen casseren, als vore. Want[41] poirters van Antwerpen buyten inden quartiere van Antwerpen gevangen zynde, mach de stadt vutschryven onversocht, ende tegen den [des] gevangene[n] wille ende dancke.

Item, soo wanneer eenich poirter syn onruerende goeden, tsy leengoeden oft andere, buyten gelegen, doet vuyt schryven, ende partye adverse susti-

p550

neren wilt de actie te zyn geheel reel, ende den leen oft lantrechten ende nyet der stadt rechten concernerende, dyen nyetjegenstaende moet die offi-cier, stadthouder, schepenen oft mannen van leene, daer de proceduere buyten voor gedaen wordt, terstont, den beschryfbrieff ontfangen hebbende, cesseren voorder oft meer teghen de[n] voorscreven poirter oft op zyne goeden te manene, te wysene oft te laten procederen; maer heer oft partye adverse, willende voorts procederen ten lantrechte, moeten compareren voor borgemeester ende schepenen, ende bewysen, ten bescreven daege, ende allegeren daer het leen, oft landtrecht, oft realiteyt vande saecken, ende mach daer vuyt contenderen totten renvoye; ende indyen de schepenen van Antwerpen de saecke sulcx bevinden dat die is geheel reel oft den lant rechte toebehoirende, soo wort de saeeke met vonnisse gerenvoyeert ten landtrechte, oft voor het leenhoff, voor den competenten rechter; maer na de vuytschryfbrieven daeraf gesonden, en mogen egeen officieren voorder op den poirter, synne goeden, noch borgen procederen, soo lange tot dat de saecke sy rechtelyck gerenvoyeert by vonnisse van schepenen van Antwerpen. Soo wanneer eenich poirter, met beschryfbrieven, als voire, syn goeden doet vuytschryfven, ende de officiers hem oft syne goeden oft borgen van stondenaene metten iersten brieve niet costeloos noch schadeloos en ontslaen, oft yet voorder op hem oft syne goeden attempteren te doene, te manene oft te wysene, al tselve dat na dexhibitie vande voorscreve vuytschryfbrieven gedaen wort is nul ende van onweerden, ende moet by hen ende theuren coste worden aff ende te nieuwte gedaen ende gerepareert; ende soo verre die buyten officiers, metten iersten brief bescreven zynde, nyet en obedieren, noch oock ten gepresigeerden daege voor recht alhier en compareerden, worden alsdan den selven buyten officier, ten versueeke vanden poirter oft synnen gemechtichde, gesonden de tweede brieven in gewoonelycker formen. Ende ingevalle de buyten officiers int quartier van Antwerpen geseten, van stonden aene, metten tweeden brieve, nyet aff ende te nieuwte en doen alle procedueren, arresten ende apprehensien vande[r] poorteren persoonen, borgen ende goeden, oft de selve, als voor, leverden, soo moegen schouteth, borgemeesteren ende schepenen der stadt van Antwerpen allen de officieren ende wethouderen van buyten, nyemanden vutgenomen, als inobediente ende infracteurs van der stadt rechten ende privilegien terstont proclameren,

p552

ende daer naer openbaerlyck ter puyen af van de stadthuys bannen vuyter stadt ende quartier van Antwerpen, als die gene die gewout doen ende syn heuren oversten overhoorich; de welcke allegader binnen sonneschyn na den bannissemente, moeten vertrecken vuter stadt ende vryheyt, ende binnen den derden daege daerna vuyten quartiere van Antwerpen, ende daer buyten blyven soo langhe tot dat sy voldaen oft werder [weder] gecregen hebben des heeren ende der stadt gemoede, opte correctie inden bannissementen begrepen.

Item, ander hooftsteden van Brabant en mogen hun poirteren oft ingese-tene, gevangen oft gearresteert synde binnen der stadt oft vryheyt van Ant-werpen, nyet vuyt schryven, oft tegen der stadt van Antwerpen rechten. bevryden met eenige privilegien oft exemptien. Ende een poirter, by den officier van lyfve oft lede oft andersints aengesproken zynde, soo verre bevonden wordt dat hy tonrechte is aengesproken ende beticht geweest, dyen moet dofficier synne costen ende schaden gelden ende betaelen.

Item, een poirter oft ingeseten van Antwerpen, wyens goeden by tempeeste, onweere oft andersints te water versincken, oft te lande gedistraheert wordden, die mach die poirter altyt weder aenveerden, alsoo verre hy die zyn can gemaecken. Men en mach egeen poirter vueren oft bedwingllen te gaen buyten de stadt oft vryheyt van Antwerpen, om geenrehande saecken wille, noch oock omme ergens buyten te moeten gaen deponeren.

Item, men en mach geen poirteren oft ingesetenen der stadt van Antwer-pen, by informatie preparatoir, ondersoeck oft ander extraordinarische wegen bedwingen, om by eede hen selven oft yemant anders te vroegen [wroegen] oft belasten; maer als eenige poirters oft ingesetene der voorscreve stadt, in ordinarissche processen, soo verre beleyt zynde dat partyen, oft deene, ten thoone gewesen zynde, als getuygen ontboden zyn ende geleyt wordden, soo mach men de selve dan eeden heure kennelyckheyt te zeggen van tgene des zy vande anderen weten, ende nyet van hen selven; ten ware nochtans desmen aende getuygen gedroege, hem selven mede aen-

p554

ghinghe, ende dat hy [zy] alsoo by syne [hunne] depositie hem selven directelyck oft indirectelyck belasten soude[n], in welcken gevalle men die niet en soude mogen bedwingen te eeden.

Item, binnen poirters van Antwerpen en syn nyet schuldich eenige bede, settinge noch schattinge te gevene van heuren goeden die zy buyten de vry-heyt vande stadt in Brabant liggende hebben, anders dan met de stadt van Antwerpen; de [ende der] poirteren laten syn vry, gelyck de poirters, van heurer haven die zy opter poirteren goeden hebben, maer nyet voorder. Maer buyten poirters en zyn nyet vry in des hertoghens bede.

Item, poirters van Antwerpen syn vry van tholle te water ende te lande aller [al] Brabant dore. Een poirter van Antwerpen, hebbende ende gebruyckende zynne goeden in Vlaenderen, Hollandt, Zeelandt oft andere landen, die [dien] moeten de vruchten ende proffyten vande selve goeden com[mende] volghen, nyet jeghenstaende eenige verboden oft geboden ter contrarien. Ende de poirters van Antwerpen en derven van heure leenen oft als leen man nyet dienen, ten waere dat de stadt van Antwerpen vuyttrocke ter gemeynder oirloeghe; in welcken gevalle zy metter stadt trecken moeten, maer anders nyet.

TITEL XX.

DER JUSTICIEN ENDE JUDICATURE IN[T] CIVIELE AENGHAENDE ENDE TGENE DER SELVER AENCLEEFT.

Opde forme ende maniere van procederen ende administreren van justitien int civiel, midtsgaeders tgene daeraf dependeert, is versien by ordon-nantien ende statuyten, ende besundere lestmael by ordonnantie gepubli-ceert inden jaere 1564, daermen hem hiertoe refereerdt, alleenelyck hier naer stellende eenige costumen inde voorscreve ordonnantie nyet geruert. Inden iersten, soo wanneer eenige partye ten principaelen succumbeert ende inden heysch oft conclusie van partye adverse wert gecondempneert, de selve succumbent wort oock tacite inde costen gecondempneert, nyettegenstaende dat de sententie dat nyet expresselyck in en houdt oft en begrypt, maer wanneer de succumbendt nyet expresselycken metten principalen von-

p556

nisse en is geduempt inde interesten, soo moet de triumphandt, willende zyn interesten hebben, die heysschen by nieuwer instantien. Nyemanden en mach eenen bruydegom oft bruydt panden oft executeren op den dach dat se getrouwdt syn, noch als sy eerstmaels des avondts[42] slapen selen gaen, noch ook daer een vrouwe inne gelegen is, emmers soo lange als sy inneleght van kinde.Ende dofficieren van Antwerpen vermoeghen, vuyt crachte van vonnissen voor schepenen van Antwerpen, by executien vercoopen alsoo wel donruerende goeden gelegen buyten der stadt ende vryheydt (soo verre die gelegen syn inden quartiere van Antwerpen) als die binnen der stadt ende vryheyt gelegen zyn, soo wanneer die drye sondaechs geboden daeraff inder voorscreve procchie, daer onder dat se gelegen zyn, gedaen zyn geweest. Ende egeen officier inden quartiere van Antwerpen geseten en mach, des byden amtman of van synnent weghen versocht wesende, weygeren de voorscreve kerckgeboden te doene, op synnen behoirlycken salaris, op te pene als overhoorich ende als der stadt rechten infringeren[-de] gecorrigeert te wordene. Damtman mach, van wegen zynder officien, alrehande onruerende vuytgewonnen goeden ende die by justicie ende met rechte, alsvore, vercocht syn, tsy ter Vrydaechs Merckt, oft oock buyten, daer de goeden gelegen zyn, voor schepenen van Antwerpen ende met schepenen brieven valide goeden, vestigen ende erven, sonder dat van noode zy eenige goedinge ten lant rechte meer te derven doene, nyettegenstaende waer ende tot wat plaetsen die goeden inden mercqgraeffschappe oft quartier van Antwerpen gelegen mogen wesen, behoudelyck altyt den heere vander plaetse zyn rechte. Nyemant en mach inder hooger vierschaeren tAntwerpen vuytwinnen, oft oock by des [den] amtman der stadt van Antwerpen doen vercoopen eenige leengoeden, hoedanich die syn, al waert oock soe dat die waren gelegen binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen; maer die muebelen ende gereede goeden opte leengoeden wesende, mach men executeren gelyck als oft huys oft gront, daerop oft in die ruerende goeden syn, egeene leenen en waeren. Soo wie ter vuytroepinge van eenen oudecleercooper eenige muebele

p558

goeden ter merct, inde sterfhuysen oft elders binnen der stadt oft vryheyt coopt, die moet den oudecleercooper daeraf voldoen ende betaelen binnen veertien daegen naden vercoopdach, oft anders mach die oudecleercooper, die veertien daegen om synde, den cooper, midts voorgaende sommatie van vierenttwintich uren, alleene opten voorscreven coopboeck doen executeren by den amtman voort voldoen van synen schult, sonder eenige proceduere oft ander dagement daer omme meer te derven doene. Ende alle oudecleercoopers die ter vuytroepinge eenige goeden vercocht hebben, moeten den coopboeck binnen ses weken voldoen, alwaert dat die cooperen oft eenich van dyen insolvent oft fugityff geworden waeren, ende moeten terstont die penningen namptiseren eer sy eenich gehoir in rechte hebben mogen, ende syn daervoor executabel metten extracte autenticq byden gesworen clerck vuyt heur boeck getrocken; maer voldaen hebbende, moegen, indyen hen goetdunckt, repeteren tgene dat hun dunckt qualyck by den gesworen clerck oft te vele gescreven, oft andersindts yet tonrechte inden coop boeck gestelt te zyne, daerop men alsdan eenenyegelyck recht doet, na gelegentheyt der saecken.

Item, de heer, noch egeen officier, en mach tAntwerpen egeene publicatien ter puyen af doen oft doen doen, de brieven oft placcaten die men publi-ceren wille en syn eerst gevisiteert geweest in collegie van de schepenen, ende daerna gepermitteeert dat men die zal publiceren mogen. Ende tAntwerpen en moegen geen mandaementen oft publicatien met placcaetbrieven ter puyen af gedaen wordden dan in duytsche tale geschre-ven ende metten segel van Brabandt gesegelt, ende by eenen secretaris in Brabandt onderteeckent. Alle bedesetters geseten int quartier van Antwerpen moeten rekening doen, alst versocht wordt, in presentie vanden officier vande plaetsen ende voor schepenen van Antwerpen, ende syn tot dyen eynde beschryfbaer met stadt-brieven. Ende de bagynen tAntwerpen staen onder de stadt ende weth gelyck andere weerlycke persoonen, ende worden als weerlycke persoonen voor de weth gedaeght ende te rechte betrocken; ende de meesterss[en] mogen metten momboiren van heuren hove valide alle contracten van coopen ende vercoopen passeren.

p560

TITEL XXI.

VAN CONTRACTEN.

Men en mach geenrehande huysen, onruerende goeden oft renten, erffe-lyck oft lyftocht, vercoopen, constitueren, alieneren, transporteren oft overgeven dan alleen met schepenen brieven van Antwerpen by eenen secretaris gepasseert, soo verre die gelegen zyn binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen; ende hoedanich dat de contracten daeraff mogen gedaen wesen, oft andersints dan voor schepenen van Antwerpen gepasseert, het dominie ende proprieteyt vande onruerende goeden ende renten blyft altyt by den vercooper, soo lange tot dat dopdracht daeraf voor schepenen wettelyck gedaen is geweest; ende die onruerende goeden en zyn geensindts verbonden oft voor eenige renten oft schult gehipoticeert noch gealieneert voor den tyt toe dat die brieven daer aff voor schepenen by eenen secretaris wettelyck gepasseert zyn; alsdan wordden eerst het dominium ende proprieteyt getransfereert ende die panden belast, ende nyet eer; ende soo geringe als dat contracht voor schepenen gepasseert ende bekendt is, soo wort ende is die coopere oft vercrygere heere van den selven goeden oft renten, soo wel voor de possessie als voor de proprieteyt.

Item, alle permutatien, contracten oft voorwaerden van huysen oft onrue-rende goeden ende renten, erflyck ende lyftocht, geleghen binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, diemen andersindts dan voor schepenen passeert, worden alleenelyck gehouden dan voor private scriftueren, soo dat die realiteyt daervoore egeensints en is verobligeert oft geaffectheert, noch die proprieteyt gealieneert. Maer men vermach wel erfgoeden, geconstitueerde renten oft dyergelycke onruerende goeden in specie geven by houwelycxe voorwaerde; ende wordt den persoon, die [dien] sulcken erfgoeden oft renten ten houwelyck gegeven worden, daeraff proprietaris, midts hem leverende de brieven vande selve erfgoeden oft geconstitueerde renten. Ende schepenen brieven van Antwerpen gepasseert voor schepenen ende by eenen secretaris onderteeckent, van goeden, erfven ende renten buyten in quartiere van Antwerpen gelegen, zyn van sulcker macht ende autoriteyt als oft sy gepasseert waeren voor de weth oft bancke daeronder die goeden gelegen zyn.

p562

Item, een proprietaris mach zyn proprieteyt van huysen ende erven wel vercoopen, alieneren ende belasten zonder consente oft wete vanden toch-tenere, oock tegen den danck ende wille vanden selven tochtenere. Maer een tochtenaer en mach de proprieteyt vanden betochten goeden becommeren noch belasten, noch oock het betocht goet oft huys, in alle oft in deele verhueren langer dan hy en leeft; maer eenyegelyck mach syn tocht wel cederen, vercoopen ende transporteren, indyent hem belieft, eenen anderen.

Item, die stadtkindt gemaect syn ende als prodige hier ter puyen af, met voorgaende informatie by wethouderen op synne soberen regemente geno-men, geproclameert wordden, en mogen egeen contracten aenghaen oft maecken dan ten by zynne ende met auctoritheyt van zyne curateurs, alwaert oock zoo dat se hem beter stelden ende goet regiment hielden, ten waere datse eerst gerehabiliteert vande weth werden, met voorgaende informatie op hun gebeterde regiment ende qualiteyt genomen. Ende alle contracten met alsulcke prodigen aengegaen, soo verre die den selven prejudiciabel bevonden worden, syn nul, machteloos ende van onweer-den; ende oock en mach nyemant, vuyt crachte van eenige contracten oft andersints, den voorscreven stadtkinderen meer eysschen dan ses grooten brabandts, overmidts verboden wordt hun hooger dan totte voorschreven ses grooten brabants te borgen. Een vrouwe persoon ongehoudt ende meer dan xxv jaeren oudt wesende, oft weduwe zynde, en mach egeen contract passeren voor schepenen sy en moet ierst ende alvoiren daer toe versien syn van eenen momboir. Ende vuyt dyen maent de schouteth, onderschouteth, amptman, oft een vande schepenen, in absentie vanden schouteth, onderschouteth oft amptman, eenen anderen schepenen van eenen momboir; ende schepene wysen dat die officier die vrouwe persoon van eenen momboir versie, omme met hem[43] over tvoorscreven contract te staene ende passeren zonder syn schaede; ende naervolgende dyen vonnisse, geeft die officier dyer vrouwen eenen momboir, ende metten selven momboir, alsoo metten rechte gestelt ende

p564

gegeven, mogen die voorscreven vrouwen valide alrehande contracten aen-gaen ende passeren, gelyck oft mans persoonen waren; maer die momboiren hun gegeven en syn niet costumelyck eenigen eedt te doene. Ende ongehoude coopvrouwen mogen valide alrehande coopmanschap doen, borge blyven, obligatien geven ende contraheren sonder momboir, ende al doen dat een man doen mach, vuytgenommen dat se egeen wettich contrackt passeren en moghen dan met eenen momboir, als vore.

TITEL XXII.

ERFFGEVINGHE.

Item, by erfgevinge machmen constitueren soo vele onquytbaer renten ende grontchynsen als den erfgeveren ende erfnemere belieft; ende de [die] renten ende grondtchysen en mach men nyet afquyten dan by wille ende consente des erffgevers oft actie daertoe hebbende; ende alle renten by erfgevinghe geconstitueert syn onquytbaer, ten waer dat die schepene brieven expresse daeraff quytinghe inne hielden. Men mach oock by erfgevinge bespreken datmen de renten vuyter selver erfgevinghe geboren wesende, mach quyten den penninck xviij, xx, xxiij, oft meer ende min, soo den contrahenten inder erfgevinge dat belieft te besprekene. Maer nyemant en mach syn erfgoeden, daer eenighe onquytbaer renten oft chynsen met schepenen brieven van Antwerpen op staen gehipoticeert, opdragen in handen vanden heere ende leengoeden daeraff maken in pre-judicie vande rentieren, oft om de renten alsdan affte moghen quytene ende des rentiers conditie te verargeren.

Item, huere gaet altyd voor coop, soo dat, al ist soo dat een huys vercocht oft terve gegeven wordt, moet den huerlinck, dyen nyet jegenstaende, syn huere gebruycken soo lange die duert.

p566

TITEL XXIII.

ERFFRENTEN.

Men en mach egeen erfelycke rente met gelde oft andersindts coopen op huysen oft panden binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen leeger dan ter quytinghe den pennick xvj.

Item, men en mach egeen vercooper van renten nemmermeer bedwingen, noch oock inde schepene brieven stellen oft beboirwaerden [bevoirwaerden] dat den vercoopere de vercochte rente in al oft in deele soude moeten quyten; maer moet de lossinge staen altyt ter belieften des vercoopers vande renten oft proprietarisen vande [den] pande daer die rente op vercocht is; maer in erfgevinge oft vercoopen van gronden van erfven mach men tselve wel onderspreken, als vore. Wanneer eenige renten [rente] is geconstitueert op diversche panden, daeraf eenige leen syn ende dandere nyet, zoo verre de rentier die leengoeden ontslaedt ende hem te vreden hout metten anderen panden oft erfgoeden hem in synnen schepenen brieff verbonden, zoo en can die rentgevere hem daertegen metten leenrechte nyet behelpen noch daerop declineren, maer mach die rentier opte andere panden, egeen leen synde, voort gebreck syns achterstels met rechte procederen, gelyck voorscreven is, als oft die voorscreve leengoeden inde voorscreven schepenbrieven nyet mede en waeren begrepen.

Item, soo wie gewoonelyck is eenigen chys oft renten vuyt syne erven oft huysen te betalene, die moet die blyven geldende, oft de selve afquyten inder manieren voorscreven, metten verloope, hoe wel daer egeen brieven af te vinden en syn. Insgelycx, die costumelyck is renten oft chynsen te gevene ende jaerlycx te betaelene, als boven, daeraf brieven ende bescheedt is, die moet de selve rente blyven gevende, alwaert oock soo, dat hy die panden, huysingen oft erven, daer de rente op gehipoticeert staet, nyet en hadde oft en besate; maer can die voorscreve rentgevere soo vele gedoen, tzynder cost, dat die gene die de gehipoticeerde panden besitten, de rente vuyte selve heure goeden van dan voortaen te vreden zyn jaerlycx te blyven geldende oft af te quytene, indyen die quytbaer is, soo blyft die ierste betaelder, midts

p568

opleggende des [den] voorscreven achterstel, van dyer renten voorts ongelast. Chynsen oft renten inde schepene brieven vuytgesteken voor grontchynsen oft quytbaer, tselve vuytsteecxsel engheeft oft en meent [neemt] nyet in respecte vande rentieren[44] oft chysheffere,maer,dyen vuytsteecxselen nyet jegenstaende, blyft den selven chys oft rente in heure eerste originael natuere, onverandert, als oft tvoorscreven vuytsteecxsel niet gedaen en waere geweest, gelyck oock simpel vuytsteecxsel van rente egeen constitutie van renten en geeft.

Item, wanneer in eenigen schepenen brieff van Antwerpen staet bevoir-waerdt datmen eenige renten, hoe ende in wat manieren dat die geboren oft geconstitueert mogen zyn, binnen sekere besproken jaeren oft tyde soude mogen quyten, maer daer naer nyet, dyen nyet jegenstaende is de rente altyt quytbaer, soo wel naer den besprokene tyde alsvoire; ende dat eens ter quytinge gestaen heeft, is ende blyft altoos quytbaer, naerder stadt recht van Antwerpen. Ende alle grontchysen oft onquytbaer renten die zedert de maent van augusto anno xivc ende vyfve gecommen zyn in doode handen, zyn quytbaer den penninck xvj, nyet jegenstaende dat de constitutie brieven egeene quytingen en houden, ende dat die renten by erfgevingen geconstitueert mogen syn.

Item, alle renten ende chysen die by testamenten, legaeten oft donatien gelegateert oft gegeven zyn tot eenigen beneficien, distributien, goidtshuysen oft jaergetyden, kerckelycke diensten ende dyergelycke, zyn quytbaerinder manieren voorscreven, nyet jegenstaende dat de instrumenten oft bescheet daeraf gemaeckt, contrarie moeghen innehouden. Ende nyemandt en mach eenige huysen oft gronden van erven, grontchysen noch onruerende goeden, binnen der stadt ende vryheyt gelegen, by testamentelycke dispositie beswaren, oft eenige fundatien daerop stellen, sy en moeten staen ter quytinghe; ende ingevalle de dispositie egeene quytinge en houdt, soo mogen, dyen nyet tegenstaende, derffgenaemen oft proprietarissen die altyt quyten, alst hun belieft, den penninck sestiene, ende de veertel rox jegens vyftien guldenen elcke veertele.

p570

Soo wie eenige renten affquyten wille, die moet, boven den capitaelen penningen ende achterstel, ooc betaelen den constitutie brieff; maer vanden transpoirt brieven der selver renten blyft hy ongehouden yet te derven betaelen, soo dikwyls dat de rente oock verandert oft getransporteert mach wesen, nyet jegenstaende wat conditien daeraff inde selven transporte brieven mogen zyn begrepen. Ende die de renten quyt, soo verre dat de selve renten syn geltrenten, gestaet midts betaelende de capitaele penninghen, ende daeren boeven het verloop na rato vanden tyde dat het verloopen is totter tyt dat het afgequeten wort; maer quytende coren rente, moet de volle pacht ende verloop betaelen alst int jaer getreden is, alwaert dat de brieven zulcx expresse nyet in en hielden. Ende wanneer eenigen rentier buyten der stadt ende vryheyt, quytbaer reste heffende met schepenen brieven van Antwerpen, weygeringe doet de capitale penninghen te ontfanghen, soo verre de proprietharis oft rentgevere die quyten ende hem daeraff ontlasten wilt, alsdan moet de selve proprietharis, willende ontlast zyn ende blyven van eenighe renten meer te gevene, den renthiere oft actie totter rente hebbende, emmers ten minsten ten huyse daer den renthier woondt, met insinuatie brieven vande stadt wettelyck doen inthinueren [inthimeren] dat hy comme oft seynde synne gemechtichde met procuratie speciale ende sufficiente tot sekeren gelegenen dage inde voorscrevene stadtbrieven begrepen, opten raethuyse tAntwerpen, omme zynne hooftpenninghen metten achterstel vande renten tontfangene, de constitutie brieven ende bescheet over te leveren, ende behoirlycke quistantie te verlydene; ende indyen de renthier, alsoo wettige wete gehadt hebbende in persoone of tot synnen woonhuyse, ten daeghe hem gepresigeert [geprefigeert], binnen der stadt van Antwerpen nyet en compt oft en seyndt om de penninghen tontfangene, mach die voorscreven rentgevere alsdan presenteren die penninghen voor recht, ende tselve doende, is ende blyft de voorsreve rentgevere daerna ongehouden ende ongelast van naer dyen dach eenich verloop oft achterstel meer daeraff te derven geven, zonder dat nochtans de selve proprietaris oft rentgevere gehouden es eenige penningen onder recht te moeten laten oft aldaer te namptiseren, emmer nyet eer voor datmen hem die originele constitutiebrieven vander selver renten over gelevert heeft: maer mits leverende de proprietharis de constitutie brieven ende

p572

bescheet vande renten, oft de selve originele brieven leggende onder recht, als dan moet die proprietharis vanden pande oft rentgevere oock terstont de capitale penninghen metten verloopen opleggen ende namptiseren onder recht, oft, by gebreke van dyen, soo blyft de rente heuren cours behoudende ende loopende gelyck te voren; welcke penningen de selve proprietaris onder recht mach doen blyven soo lange tot dat men hem heeft gepasseerdt ende verleden. tot synen coste, behoirlyck ende wetttige schepene quittantie; maer wort de rente met recht bevonden nyet quytbaer te zynne, indyen gevalle is die voorscreve inthimatie ende presentatie oft namptisatie van penninghen by den rentgevere gedaen, nul ende als oft die nyet gedaen en waere geweest. Chynsen ende renten die men in dertich jaeren nyet betaeldt en heeft, en derven nyet geven noch betaelen, ten waere dat binnen middelen tyde questie oft proces daeromme geweest hadde, oft dat de rente wettelyck binnen den selven tyde hadde geheyscht geweest.

TITEL XXIV.

AFDAEGINGE.

Item, een ygelyck die eenige huysen oft erven heeft binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen gelegen, soo verre hy die wil purgeren van alle toe-comende commeren, chynsen ende belastingen, die hy beducht dat daerop zouden moegen comen, oft die yemant daer toe oft aene namaels souden [soude] willen oft pretenderen te hebben, die mach totten selven zynnen huysen oft panden, opde jaergedingen ende vog gedingen [voogtgedingen] metter clocken, alsvoire, doen daegen, ende steken daer inne vuyte allen commeren, chysen, renten ende belastingen die hem vuyt gesteken zyn geweest; ende ingevalle nyemant en comt binnen tiaers naer dat die clocke geluyt is, ende die daechcedullen ter vierschaeren gelegen [gelezen] zyn, ende doe daerop calaengine, soo blyven de selve huysingen ende panden van allen anderen voorden [voorderen] commeren, chynsen ende lasten ten eeuwighen daeghen vry ende ongelast, alsoo dat daer nyemant meer actione realie op en mach procederen, behouderlyck hen heur actie personel op dien verswygere vande renten oft hypotequen, soo naer recht toebehoirt; wel ver-

p574

staende dat nyemant tot eenige huysen, erven oft panden ter vierschaeren doen dagen en mach metter clocken voor dat hy rechtelyck daerinne is gegoeidt voor schepenen, oft dat hem by den amptman wettelycke levering daeraf gedaen is. Maer weeskinderen minder van jaeren wesende, geestelycke persoonen ende diergelycke geamortiseerde chysen oft renten, en mach men nyet afdaegen metter clocken, maer die blyven staende op hen geheel, nyet jegenstaende dat die proprietaris vanden huyse oft pande volcomen is in syn daginge, zonder dat in respecte van heure renten oft chynsen den pandt wordt gepurgeerdt oft gelibereert; ten waere dat die heere oft officier dyen pandt vut crachte van leveringen ende volcommen van dyen vande officien weghen vercocht hadde; in welken gevalle blyven alle de voorscreve persoonen versteken gelyck andere.

Item, alle andere persoonen, vrouwen ende mans, ambachten, gulden, schutteryen ende dyergelycke bruederschappen, baghyne oft andere vergaderingen, soo verre die geseten syn binnen de stadt oft vryheyt ende quartiere van Antwerpen, in lande van Brabandt, Vlaenderen, Hollant, Zielant, Vrieslandt, Gelderlandt, Henegouw, Artoys, Picardyen, Bouloingnien, Namen, Camaresen, Ardennen, Famennen, Loon, Luydich, Limborch, Luxembourch, Valckenborch, Champaigne, Gulick, Cleve, dlandt van Berge, Mieurs [Meurs], Empden, landen ende sticht van Colen ende Vuytrecht ende Overmase; oft inde landen oft steden daer ontrent gelegen, oft oock daer binnen geseten, die worden allegaeder byder voorscreve daginge metter clocken ter vierschaeren versteken gewesen van allen hypotequen, als vore; maer indyen sy buyten de voorscreve limiten geseten zyn, soo en soude men heur van heure actie ende renten oft chynsen nyet cunnen afgedaeghen; oock en worden nyet versteken persoonen binnen die limiten voorscreve geseten zynde, die meerder van jaeren zyn, soo verre zy geduerende den geheelen tyde oft jaere vande voorscreve daeginge, voor ende naer die voorscreve daeginghe, continuelyck altyt buytenlande geweest hebben, oft over zee oft over landt, ende indyen zy binnen dyen tyde vande clocken noyt binnen die voorscreve limiten oft in eenich vande voorgespecificeerde landen geweest en hebben; dies worden zy gehouden ende zyn schuldich calaengine daerop te doene binnen jaers na dat sy wederomme binnen eenich vande voorscreve landen gecommen zyn oft geweest hebben, opte pene van heurder voorschreve reale actien te verlie-

p576

sene, ende vande panden versteken te zyne ende blyven, als oft sy present ende in oft binnen eenich vande voorscreve landen geresideert hadden, ten tyde vander voorscreve daeginghe.

Item, weeskinderen ende mindere van jaeren alzoo metter clocken afge-daecht zynde, moeten oock binnen tiaers naer dat zy meerde[r] van jaeren geworden syn, calaengine doen, oft anders syn ende blyven zy van heuren realen actien opden pant insgelycks versteken, als boven; ten waere dat naden vereycselen de proprietaris vande[n] pande hen hadde betalinge gedaen oft doen doen; in welcken gevalle sy egeen calaengine doen en derfven; maer die proprietaris moet alle de afgedaechde renten blyven betaelende soo verre hy die vuyten vereychten panden noch betaelt heeft gehadt na datse metter clocken afgedaeght ende van de panden versteken gewesen zyn geweest. Ende oock actien van revendicatien van proprieteyte ende servituyten ende dyergelycke, en worden metter clocken ter vierschaeren nyet affgedaeght maer blyft dyen aengaende eenen yegelycken in syn gerechtichs [gerechticheyt], soo wel [hoe wel] inde daechcedullen daeraf egeene mentie gemaeckt, oft calaengie oft vereycsel gedaen en is geweest.

Item, als yemandt eenige huysen oft erfve heeft gecocht ende daertoe doet daegen ter vierschaeren, al eest dat hy daer naer de huysinghen oft erfve splyet, ende eensdeels voirtsvercoopt andere persoonen, die oock totten deelen by hem gecregen doen dagen, soo eest genoech dat die renthier calaengine doe binnen behoirlycken tyde opte daginge vanden iersten geheelen coope vande geheelder huysinghe oft erfven; ende die calaengine alsoo wettelycke gedaen hebbende, [wordt] den pandt daeraf nyet gepurgeert, maer door die calaengine eens op al gedaen blyft de renthier staende op syn volle recht, nyet jegenstaende dat zy [hy] opte daginghe vanden naercooperen deelen daer aff gecregen hebbende egeene calaengine meer gedaen en hebben [heeft].

Item, soo wie op yemandts daeginge metter clocken restoir oft calaengine doet, ende synne verswegen chynsen, renten oft hypothequen goet houden wille, die is schuldich binnen tjaers nade clocke calaengine opte voorscreve daginge te doene wettelyck voor schepenen, ende doen zyn calaengine wettelyck tekenen by eenen secretaris opte voorscreven daechcedulle oft int daechboeck; ende diegene die alsoo calaengine daerop doet ende gedaen heeft, die en derft dengenen die totten huysen oft panden doet daegen metten

p578

clocken anders egeene wete doen doen van zynder calaengine dan dat hy die wettelyck doen [doe] teeckenen by eenen secretaris, alsvore, daer by den daegere blyct, teynden vanden jaere van synne daginghe ende verrycxsele, wie die genen zyn die opte voorscreven synne daechcedulle calaengine gedaen hebben, om syn regres daeraf op zynen vercoopere ende verswygere oft elders te mogen prosequeren, soo hem goet dunckt; ende wille die daeghere totten panden weten waervore die calaengine gedaen is, mach dat rechterlyck versuecken, ende dat doende, soo moet die gene calaengine gedaen hebbende dat verclaeren, ende syn bescheedt aldan thoonen, maer nyet eer, ten zy dat hem believe.

Item, die genen die alsoo voor schepenen calaengie opte voorscreve daechcedulle gedaen ende by eenen secretaris heeft laten teeckenen, die blyft staende op syn geheel recht ende actie, als oft totten voorscreven vereychten pande oft huyse nyet gedaecht en ware metter clocke, al en heeft hy anders egeene wete gedaen oft doen doen, noch oock verclaerdt waeromme oft voor hoe vele hy calaengie heeft gedaen gehadt.

TITEL XXV.

LEVERINGHE.

Inde belastinge van onruerende goeden oft panden hebben die oudste schepenen brieven van date altyt preferentie voor de jongere van date, ende wort elcken schepenenbrieff naer zynen ouderdom den anderen jongeren geprefereerdt, al waert saecken dat zy deen den anderen nyet vuyt en staecken. Ende oock schepenen brieven van Antwerpen van oft aengaende renten of goeden buyten geleghen, worden geprefereert allen anderen schepenen, laethen oft in manne brieven van Antwerpen[45] ten landtrechte oft elders verleden wesende.

Item, speciale hypoteke jonger van date wort geprefereert der generaelder hypoteken ouder van daten.

p580

Ende soo wanneer yemant eenigen pandt belast oft beswaerdt voor sche-penen met verscheyden erffelyck oft lyftocht renten, oft voor eenige andere schadtschulden aen diversche persoonen, zoo verre die brieven teenemael by eenen secretaris opden staenden voet voor den selven schepenen gelesen, gepasseert ende bekent worden, die en derven deen de anderen nyet vuytsteken, maer syn allegaeder al van eenen ouderdom ende date, nyet tegenstaende dat deen voor dander gelesen wordt, maer is den lesten gele-senen schepenen brieff soo oudt ende sterck als den iersten, in sulcker vuegen dat den eenen voorden anderen egeene preferentie en mach preten-deren; maer worden de brieven by den selven persoon oft verlyder gepasseert op eenen dach voor de selve oft andere schepenen, maer nyet gelyckelyck ende vinco [unico] contextu gelesen ende in eenen adem verleden, soo soude[n] de brieven, die men soude bevinden de leste gepasseerde, de oudste moeten vut stekeren [vut stekenen], ende die ierste gepasseerde zoude[n] hebben de preferentie, als oft sy ouder van jaeren ende daeghen waren. Ende een renthier, hebbende schepenen brieven van Antwerpen van zyne renten, daer voore hem eenige huysen oft gronden van erfven oft een deel daeraf syn verbonden, soo verre die gehipoticeerde huysen oft panden gelegen zyn binnen der stadt oft vryheyt (dyen [dye] den renthier in al oft in deele ver-bonden zyn), mach voor tgebreck van synen achterstelle leveringe nemen aen zynnen ende den geheelen ongerdeylden [onverdeylden] pandt, ende dat doende, thoont den renthier den constitutiebrieff den amtman ende schepe-nen, begeirende recht, ende den amtman metten schepenen gaen alsdan aen thuys oft pandt, ende aldaer maent damtman den schepenen om recht, sche-penen wysen dat damtman den renthier voort gebreck van zynder achterstel- lige renten schuldich is leveringe te doene, ende den gehipoticeerden pant oft panden den rentier in synnen handen te leveren, omme den selven voor syn gebreck te hebbene, te evinceren ende te chierene, naer recht. Ende alsdan slaedt den renthier syn handt op synen pandt, ende damtman, seggende dat hy hem leveringe doet van synen pandt, naervolgende dien voorgewysden vonnisse, ende [stelt] die den renthier effectuelyck inde possessie vande(n) pande, ende damtman doet daeraf terstont de wete den gebruyckere vande panden oft huyse, oft den genen die int huys zyn, oft en isser nyemandt thuys, den gebueren, ende beveelt dat die inwoondere binnen veertien dagen den renthier betaele oft den pandt ruyme, ende die rentier moet

p582

die veerthien dagen stille staen, sonder yet meer te mogen doen oft voirdere executie versoecken binnen dyen tyde. Ende zoo verre die huerlinck oft gebruyckere vande [n] huyse oft pande binnen veertien daegen naer de leveringe den rentier van synnen achterstelle niet en voldoet, soo mach die rentier, die veertien dagen overstreken synde, sonder eenige andere sommatie oft wete meer te derven doene, anders dan die insinuatie die de amtman, als vore, int nemen vande leveringe gedaen heeft, gaen terstont byden amtman ende begeiren executie voor die betalinge zyns achterstels daer hy leveringe voor genommen oft doen nemen heeft, ende tselve doende, moet damtman terstondt cuyvers seynden ende leggen inthuys oft pandt daer leveringe aen genommen ende executie op versocht is, ende alle die meubele goeden dienen [diemen] opten pandt oft binnen dien huyse bevindt, moeten de cuyvers bewaeren, ende daer inne blyven liggen totten naesten wercken vrydach toe, ende nyet langer, ende alsdan, ten selven vrydaege, moet damtman de goeden van den bewoonderen oft gebruyckeren ter vrydaechs merckt doen vercoopen totte betaelinge toe des rentiers van synnen achterstelle metten ontcosten daerop verloopen; ende hoe wel thuys oft den pandt maer eensdeels voor de rente verbonden en staedt, nochtans die gene, die thuys wilt gebruycken oft beschudden, die moet den geheelen achterstel verschieten ende betalen; dies moet die gene, wyens paert ende gedeelte voor de rente alleene verbonden staet, den anderen zynnen mede portionarissen de penninghen terstondt restitueren, ende tot dyen opleggene ende betaelen alle de schaede ende interrest die sy voor synne quaede betalinge geleden hebben. Ende indyen dat in den voorscreven huyse egeene meubele goeden genoech gevonden en wordden om te vercoopen voor den achterstelle des rentiers, oft dat die huerlinck oft gebruyckere, egeen proprietharis zynde vanden pandt, binnen de voorscreven veertien dagen vertrocken ende met synne goeden vanden pande verhuyst is, dwelck hy wel doen mochte, alsdan moet dat huys gesloten blyven staende onverhuerdt ende ongebruyckt, ten waere dat, by consente van partyen, damtman tselve huys verhuerde; ende den rentier moet den jersten jaergedinge ende voechtgedinge metten clocken totten selven huyse alsdan doen daegen ter hooger vierschaeren ons genedighs heere sconincx, ende wordt die daechcedulle daeraf aldaer inder vierschaere dryemael openbaerlyck gelesen, ten aenhoiren van eenen yege

p584

lycken, ende daernaer moet die renthier noch verbeyden een geheel jaer lanck naerde clocke, eer hy dat huys oft pandt ter vrydaechs merct by den amtman mach doen vuytroepen; ende voor tselve huys, dat alsoo gesloten is, ende daertoe by leveringe ter vierschaeren gedaecht wordt, moet van den amtman [van des amtmans] wegen gestelt worden een bleck metter wapenen van de stadt ende met groote letteren daer onder gescreven den dach ende jaere vanden verreycke desselfs, opdat elck renthier oft actie daertoe hebbende, tselve siende, hem mach provideren ende doen des naer recht behoirt, omme zyn renten oft schuldt te salveren. Maer die proprietharis mach noch commen totter chieringe toe ende voldoen den rentier vanden achterstelle metten oncosten daeromme gedaen, ende lossen zynnen pandt, indient hem belieft.

Item, als die rentier teynden jaers volcommen is in syn daeginge metter clocken ter vierschaeren, dan doet damtman dat huys oft erve ter vrydaechs merct, ende na dat tselve huys drye oft vier vrydaegen lanck ten hoogsten vuytgeroepen heeft geweest, moet alsdan, met voorgaende vuytbellinge ende proclamatien gedaen, tselve huys oft erve ter merct openbaerlycken vercocht wordden ten hoochsten verdierdere [verdierene], eenen yegelycken even naer, gelyck andere goeden ende huysen oft erven voor schadschulden ter vierschaeren vuytgewonnen wezende. Ende de huysen oft panden alzoo vercocht wezende, wort den coopere van dyen inde selve gegoeydt ende geerft by den amtman der stad van Antwerpen, van wegen synder officien. Ende weder dat die outste oft joncxste rentier leveringhe aenden pandt oft huys genommen, oft die daginge ter vierschaeren gedaen heeft, oft andere wie hy zy, altyt blyft die outste rente staende in heure preferentie, alsoo dat alle renthieren hypoteque opden selven pandt hebbende [blyven], ende elck blyft staende op syn geheel ende goet recht, naer den ouderdom zyns schepenen brieffs; en [ende] indyen den pandt niet goet genoech en is om alle de rentieren te voldoene, dan moeten die joncxste rentieren, al hebben zy leveringe genommen ende de daeginge ter vierschaeren gedaen, [sneven] ende verliesen aenden pant, behoudelyck hen heur verhael oft actie vanden verliese op heure medepanden, indyen sy eenige hebben. oft elders daer zy hen gebreck met rechte meynen te gecrygene.

p586

Item, alle rentieren moeten leveringe nemen ende hen recht, als voire, volgen ten lancxsten soo schier als zy twee jaeren tachter zyn, ende voor de naeste clocke daernaer, oft anders, indyen sytselve nyet gedaen en hebben, soo en moegen sy maer twee jaeren achterstelts aende [n] pandt haelen totten loopenden jaere daerinne zy leveringe genomen hebben, soo verre. eenige jonger crediteur oft renthier hypotecaire daeraene yet verliesen oft te cort comen soude. Maer soo wanneer den pant goet genoech is voor alle de rentieren rente daerop heffende, alsoo dat die joncxste rentier met twee jaeren achterstels sonder dloopende jaer voldaen can worden, alsdan mogen die rentieren meer dan twee jaeren tachter zynde heure tachterheyt aenden selven pandt verhaelen ende hebben, heuren achterstelt aengaende, preferentien aenden pandt voor alle andere schadschulden voor [oick] vuytwinninge gedaen hebbende.

Item, alle die gene die eenige huysen oft onruerende goeden oft renten ter vrydaechs merct ten hoochsten verdierene vanden officier gecocht hebben, ende byden amtman daerinne gegoeyt zyn, die moeten anderwerf totten selven heuren gecochten huysen oft panden doen daegen ter vierschaeren metter clocken, om tselve huys oft panden te purgeren van allen commeren ende calaenginen, behalven den genen die vuytgesteken is; ende indyen nyemandt en comt binnen jaers naer de clocke, die daer restoir ende calaengie op doet, soo syn allen die gene, wie die syn, geestelyck oft weerlyck, out ende jonck, binnen landts oft buyten lants, over zee oft sant wezende, ten eeuwigen daege versteken van allen heuren renten, actien ende rechte dat sy opten voorscreven pandt oft huys souden mogen pretenderen te hebben; dies blyft hen (heure omissie ende negligentie van calaengiene te doene nyet jegenstaende) heure actie gereserveert opten proprietaris oft heuren mede oft onderpanden[46], ende andersindts, daer zy meynen te winnen, om die te prosequirerne elders dan opten voorscreven gepurgeerden pandt, soo zy theuren raede vinden naer recht behoirende; maer eenyegelyck moet zynnen principalen pandt eerst proeven ende excusseren, eer sy opte andere panden oft borgen mogen procederen.

p588

Item, damtman en mach egeen leveringe doen oft laten nemen binnen de vryheyt van de twee jaermercten, noch eenige huysen binnen dyen tyde sluyten, omden vrempden man, de winckels, caemeren, kelders. Packhuysen oft dyergelycke dingen inde merckten gebruyckende nyet te turberen, noch binnen veertien daegen nade leveringhe met synnen goeden vuyten huyse te doen vertrecken, als voor; maer als die rentier leveringe genommen heeft voor de publicatie vande jaermerckt, alsdan mach hy inde jaermereten zyn executie wel versueeken ende continueren, ende al dat hy op synnen pandt vuyt[47] den gebruyckere toebehoirende, verhuerdt oft geleent synde, als voor, nade veertiendaegen dat hy leveringe genommen heeft, dat mach hy doen executeren by den amtman voor tvoldoen synder verloopen renten. Noch[48] in cas van leveringen ende verreyxsele ter vierschaeren met daechcedullen voort gebreck van achterstellige renten, en derven [derfmen] nyet particulierlyck daegen, noch die rentier en is nyet schuldich eenige andere solempniteyten daertoe tobserverenene dan tgene dat voorscreven is; ende en is oock nyet gehouden eenige rentier oft chysheffere, geseten binnen de voorscreven landen, eenige andere wete te doene dan alleene metter clocke, als voire.

Item, men en mach egeene vuytgewonnen goeden, ruerende noch onruerende, byden officier openbaerlyck ter meret beginnen vuyt te roepen noch te vercoopen, dan alleene des vrydaechs, als een yegelyck aldaer weet te commene; maer de selve begost hebbende op eenen vrydach te vercoopen, ende men die al dyen dach nyet vercoopen en can, continueert men wel de selve vercoopinge op andere navolgende daeghen tot gerieff ende voordeel van partyen. Ende een renthier met schepenen brieven van Antwerpen lyftochtrenten heffende op panden binnen der stadt of vryheyt geleghen, en derff met synen schepenen brieven egeen leveringe nemen, noch totten panden ter hooger vierschaeren metter clocke ende verreycxsele doen daegen, gelyck men voor erffrenten doende is, maer mach voor tgebrec van synder achterstellige lyftochtrenten den pandt besetten, ende den selven ter vierschaeren met drye genechtdaegen vuytwinnen, ende dien terstondt daernaer by den

p590

amtman doen vercoopen; ende en is nyet gehouden jaer ende dach naerde clocke den pant ter vierschaeren te laeten vereyckene, noch soo lange te verbeyden.

TITEL XXVI.

AMPTMANS BRIEVEN.

Den rentier hebbende schepenen brieven van Antwerpen van synen rente, heeft optie ende keuse oft hy voort gebreeck van synder rente actione perso-nalyck [personali] wille procederen tegens den proprietaris vande goeden oft tegen den hantplichtere vande selven, oft actione reali en [ende] by evictien opten grondt; maer als een rentier by evictien ende sonder amptmans brieven te seynden wilt procederen op den gront, indyen de goeden buyten de stad oft vryheyt gelegen zyn, moet dat alsdan doen ten lantrechte ende nyet tAntwerpen. Ende een rentier die schepenen brieven van Antwerpen heeft van synder renten staende gehipoticeert op goeden oft panden buyten der stadt ende vryheyt maer inden quartiere van Antwerpen gelegen, die en mach egeene leveringe daeraene doen nemen, als voorseyt is, maer hebbende gebreck van betaelingen, moet die brieven vande constitutien van synder renten .presenteren voor amtman ende schepenen ende laten die bevonnissen, dwelck doende, maent den amtman, ende schepenen de brieven gesien ende gevisiteert hebbende, wysen, midts dat blyckende is vande renten met schepene brieven van constitutie der stadt van Antwerpen, dat damtman, des versocht wordende, die proprietarissen, gebruyckers oft hantplichters vande panden schuldich is met amtmansbrieven inne te schryvene teenen competerende dingdaeghe, ende partyen te bedwingen tot betaelinge, ten zy dat hy hem can defenderen met rechte daeraff ongehouden te synne. Ende navolgende dyen vonnisse moet damtman, ten versueeke vanden rentiers [rentier], op synnen behoirlycken salaris, zyne amtmans brieven seynden, ende schryven aenden officier vande plaetsen daer onder die gehipoticeerde goeden gelegen zyn, als dat hy den proprietaris, gebruyckere oft hantplichtere van dyen goeden inne doe commen ten daeghe dienende, omme den rentier te commen betaelen ende hem daer tegen te verantwoirden.

p592

Ende die rentier mach oock, indyen hem belieft, doen beschryven den genen die de[n] pand bewoondt, gehantplicht ende gedefructeert heeft, in respecte vande tyde ende jaerschaeren dat den onbetaelden achterstel van des rentiers rente verschenen ende gevallen is, zoo verre hy ten tyde vande beschryvinge noch hantplichter is, oock alwaert dat hy den proprietaris synnen pacht te voren vanden selven tyde voldaen hadde; ende ingevalle de rentier heeft meer panden dan eenen, daer diversche persoonen hantplichters oft gebruyckers af syn, soo mach hy doen beschryven elcken van dyen gebruycker[s] een voor al, ende de beserevene moet de rentier synen achterstel geheel betaelen vande jaeren dat hy dat goed gehantplicht heeft, behoudelyck hem zyn verhael op syn consoirten oft opden proprietaris. De proprietarisen, gebruyckeren oft hantplichteren alsoo beschreven zynde, moeten compareren, ende comparerende, ingevalle zy egeene betaelinge en allegeren ende bewys van betaelinge presenterende [presenteren] te thoonene, den rechte genoech zynde, ten lancxsten binnen acht dagen daernaer, moet [moeten] alsdan den geheyschten achterstel inder manieren voorscreven betaelen, oft emmers ten minsten namptiseren op sufficiente cautie; ende genamtiseert hebbende, dan staet partye op syn geheel[49] vande saecke ten principaelen te defenderen; voorwelck [dwelck] hy schuldich is te doene binnen jaers naerde voorschreven namtisatie, op versteken.

Item, ingevalle die bescrevene niet en compareert metten jersten beschryf-brieve, gebleken zynde by wettigen relasen dat de beschryfbrieven aenden officier gelevert syn geweest, soo wort hy gecontumaceert ende gecondemp-neert te moeten namptiseren. Schepenenbrieven van Antwerpen staen tot gehoude, soo wie in sulcker vuegen[50] eenige renten oft pachten van gelde oft graeve [graene], etc., ende dyergelycke, vuyt crachte van schepenen brieven, op eenige goeden buyten de cuype van Antwerpen gelegen, hebbende oft heffende is, mach, in sterckenisse zyns schepenen briefs, synnen eedt doen, ende soo wes hy eerst[51] affirmeren by eede vuyt crachte desselffs schepenen brieffs tachterte

p594

zynne, dat moet die proprietaris oft gebruyckere vande pande betaelen, ten waere dat hy allegeerde ende met quictantie ende anderen wettigen thoone betalinge conste doceren binnen acht dagen daernaer. Ende als yemandt van buyten int quartier van Antwerpen geseten, eenen poirter doet geloofte van betaeling in presentie van poirte [poirters] van Antwerpen, ende der selver synne geloofte nyet en voldoet, als dan mach die crediteur de voorscreven poirteren bringen by den amtman, ende soo verre als sy, als poorters, verclaeren dat hun de schult ende geloofte kennelyck is, alsdan, opdie poorters kennisse, moet damtman seynden zyns [zyne] amtmans brieven, ende moet daerop sommierlyck geprocedeert worden, gelyck op schepenen brieven, alsvoire. Als partye, vonnisse geobtineert hebbende, versueckt executie hem gedaen te wordene, ingevalle damtman nyet gereede ende meubele goeden genoech en vindt op den pandt, om partyen schult ende achterstel metten oncbsten te cunnen voldoen, alsdan mach damtman executeren ende vercoopen den gehipoticeerden pant ende erve, mits doende dyen byde drye voorgaende sondaechs kerckgeboden inde prochie ende ter plaetsen daer die goeden onder gelegen zyn, cundigen, ende mits dyen doende drye vrydaeghen lanck ter vrydaesch merct vutroepen, ende oock by proclamatien oft vuyt-bellen tAntwerpen gebieden ten coope; ende alsdan moet die amtman daeren teyndes [daerenteynden] den coopere daerinne goeden, gelyck voren vanden wtgewonnen goeden verhaeldt staedt.

Item, als een rente geconstitueert is op sekere erve,' landt, sant ende huysingen, ende de selve panden naermaels worden by successien gedeylt, oft by coope, mangelinge oft andersindts gespleten, dyen nyet jegenstaende blyft de rente ongespleten ende gehipoticeert op alle de panden, gelyck te voiren, alsoo dat de rentier voor tgebreck van synnen achterstel altyt mach leveringe nemen oft amtmans brieven zeynden op alle de panden gelyckelyck, oft eenige van dyen, naer synder gelieften, ende alsnu op den eenen ende alsnu opden anderen, soo hem goetdunckt, nyet jegenstaende dat hy te meer stonden zyn betaelinge alleene, oft meer aenden eenen gehaelt mach hebben dan aenden anderen portionaris. Ende de kennisse van schepenen brieven [oft] stadtbrieven van Antwerpen, nopende der deught oft ondeught vanden selven schepenen brieven, oft van affquytinge van renten met schepene brieven van Antwerpen econ-

p596

stitueert, midts des daeraene cleeft oft daer vuyt spruytende is, competeert voor dierste instantie nyemanden dan de schepenen van Antwerpen. Die tsamen staen in compaignie van coopmanschap, syn een voor al gehouden voor de schulden vande compaignien, ende mach yegelycx insolidum daervoor aengesproken wordden, behoudelyck hem syn verhael op syn mede compaignie.

TITEL XXVII.

HANTSCHRIFTEN.

Een obligatie, al ist saeke datse egeen redene oft doirsake waervuyt de schult is spruytende inne en houdt, is van weerde, ende doetmen daerop recht. Ende men is van alle oude tyden gewoonlyck, vuyt crachte vande clausule inde obligatie geinsereert: " Belove te betaelen u oft den brenger van desen, " te eysschen betaelinge, hebbende dobligatie in handen, al en is men inde selve obligatie nyet genoemt, oft oock van egeenen tytel oft transpoirt en doet blycken. Syn oock obligatien inne houdende clausule " brenger sbrieffs " van weerden, alwaert oock alsoo dat den naem vanden principaelen crediteur inde obligatie gestelt waere versiert ende niet in wesen. Ende eenen derden, eysschende oft agerende vuyt eene obligatie inne houdende clausule " sbrengersbrieffs, " ageert vuyt synnen eygenen naem, als oft hy principael genommeert crediteur ware, soo dat dexceptien die tegen den genomineerden debiteur souden mogen geobycieert wordden, tsy van compensatie oft andere, en hebben egeen plaetse tegens den derden die als brenger sbrieffs vuyt dobligatie den genomineerden debiteur aenspreeckt, ten waere dat, voor het overgeven van de obligatie gedaen byden originalen genommeerden crediteur, den selven originalen crediteur dobligatie waere betaeldt, daeraf getranssigeert, oft by compensatie oft andersindts de facto gerescontreert [gerencontreert]. Dexceptie non inumerate [numerate] pecunie en heeft, na de costuyme, alhier egeen plaetse, ende en beleth nyet de namptisatie, ende ingevalle den debiteur ten principaelen hem daermede wilt behelpen, moet selffs thoonen hem de somme inde obligatie gestelt nyet getelt geweest te synne.

p598

Ende eenen derde, borge gebleven zynde als principael voorde betaelinge vande somme in dobligatie begrepen, ende de selve obligatie soo onderteec-kent hebbende, mach daervoor aengesproken worden, eer den prineipalen debiteur geexcusseert oft aengesproken is geweest.

TITEL XXVIII.

WISSELBRIEVEN.

Eenen wisselbrieff, hier gesonden ende geinsinueert ende geaccepteert zynde by den genen daer hy aen adresseert, wordt dacceptandt vander sommen inden wisselbrieff begrepen debiteur, ende nyettemin blyft den persoon die den wisselbrief heeft gemaeckt ende geteeckent verbonden, zoo dat ingevalle den acceptant den wisselbrief nyet en betaelt, men mach protesteren jegens den acceptant ende dan syn recours weder nemen aenden persoon die de penninghen, daervuyt den wisselbrieff gemaeckt is, getelt syn, midts hem thoonende het protest van geen betaelingen voor notaris oft andersints wettelyck jegens den acceptant gedaen.

Item, soo wanneer een wisselbrief, die op tyt te betalen is, nyet en wort geaccepteert, ende die den wisselbrieff gesonden heeft daeraf wort geadver-teert, mach, naer costuyme vander Borssen, den persoon die den wisselbrieff heeft geteeekent doen borge stellen van te betaelen de somme metten prys vande wissel ende herwissel, zoo verre den wisselbrief sonder betaelinge geprotesteert, wederomme gesonden wordt. Men en mach oock, naer costuyme onder den coopluy geuseert, egeenen wisselbrieff betaelen eer dat den tyt van betaelinghe vanden wisselbrief vervallen is, oft anders soude de selve betaelinghe wesen tot peryckel vanden genen die de betaelinge gedaen heeft, ingevalle den persoon die[n] hy betaelinge voor den tyt gedaen heeft, compt te failleren.

TITEL XXIX.

CONTRACTEN VAN ASSEURANTIEN.

Men is, naer costuyme hier van allen ouden tyden geobserveert, gewoo-nelyck contracten van asseurantien op schepen, coopmanschap ter zee ofte

p600

lande gesonden wordende[52], ende oock leven vande persoonen, te maecken ende aen te gaene, ende op alsulcke contracten doet men recht. Ende policen van assurantien, soo wanneer het blyckt; volgens onderteeckinge der selver, vande periclitatie vanden schepe, bederven vanden coopmanschap, doot vande persoonen versekert zynde, ende dat partyen van tverlies ende[53] inthimatie te voren gedaen is geweest, staen tot namptisatie, gelyck ander liquide obligatien, soo dat der partyen [de partye] daer jegens gehoort wort, [ende] moet de somme by hem geasseureert namptiseren. Ende ingevalle dat eenich geasseureert goet ende schip, jaer ende dach na dat geasseureert ende van de haven daert geladen is gescheyden is geweest[54], zonder datmen binnen middelen tyde eenige tydinge daeraff gehoirdt heeft, soo verre het is in Europe, Barberye oft daer ontrent, soo wort het selfde schip ende goet gehouden als verloren, ende mach men daeraf doen inthimatie den asseureurs ende eysschen betaelinge, als boven. Men vermach oock schepen, goeden, waeren ende coopmanschappen, die verdroncken, gerooft oft bedorven zyn, doen assureeren, oock naer datse verdroncken, gerooft oft bedorven zyn geweest, soo wanneer het ter kennisse vande persoon, die het selfde doet asseureren, nyet gecommen en is vande verdrincke, roovinge oft bederve vande voorscreve schepen oft goeden. Maer soo wanneer het schip oft goedt soo lange verdroncken, gerooft oft bedorven is, dat de wete daeraf heeft cunnen gecomen totten persoon die het doet asseureren, tzy ter zee oft te lande, rekende [rekenende] een ure voor elcke myle, sulcke asseurantien wordden gehouden nul ende van onweerden; ende soo wanneer sulcken interval van tyde tusschen de periclitatie, roovinge oft bederve ende de asseurantie gaet ende verloopt, dat, rekende [rekenende] een ure voor elcke myle, alsboven, den geasseureerde hadden cunnen geweten vande voorscreve periclitatie, houdt men het selfde voor sulcx, datter egeenen thoon ter contrarien ontfangen en wordt. Soo wanneer hem yemant heeft doen versekeren op goeden die hy naermaels nyet en zeynt oft en laeyt, oft hem nyet gesonden en wordden, oft

p602

oock min geladen is geweest dan hy heeft doen versekeren, mach den prys van asseurantie wederomme eysschen, midts latende den asseureurs een half ten honderden. Ende en vermach den geasseureerde den schipper, die [dien] hy bevracht heeft, egeen ander havenen doen naergaen oft aen nemen, oft syn voiagie te veranderen anders dan inde police staet daer de coopmanschap gedestineert was, oft anders soude dasseurantie wesen nulle; maer vermach den schipper wel in andere havenen naerteloopen ende aen te nemen, soo de noot eyscht oft hem goet dunckt. Wie hem wilt doen versekeren op graen, fruyten, wynen, olyven oft andere dyergelycke waeren, die lichtelyck bederven, moet de selve inde police van assuerantien exprimeren ende te kennen geven, oft anders soude dasseurantie zyn van geender weerden; want als inde police van asseurantie staet, dat yemandt hem doet versekeren op eenige waren ende coopmanschappen, en verstaetmen daer inne nyet begrepen te zynne sulcke bederffelycke waeren.

Item, als den geasseureerde tydinge heeft dat het geasseureerde schip oft goedt gearresteert, aengenomen, aengehouden, oft door ongeval bedorven oft verargert is. vermach den geasseureerde het geasseureert schip oft goet tabbandonneren tot behoeff vanden asseureur, ende tselfde gedaen zynde, ende den asseureur geinthimeert, is [dasseureur][55] schuldich binnen twee maenden daernaer de somme by hem geasseureerdt tc betaelen. Maer ingevalle het geasseureert goedt door hem selven, zonder eenich toecomende vuytwendige fortuyne bederft oft verargert, en mach den geasseureerde dat goet nyet abandonneren tot behoeff vanden asseureurs [assureur], ende en is daerin de asseureur nyet gehouden. Ende een coopman, wesende de coopmanschap in een schip geladen soo verargert, quaet oft van soo cleynen pryse, dat hem nyet proffytelyck en dunckt tselfde taenveerden, mach het selffde abandonneren ende den schipper laten voor die [den] vrachtloon die hem daermede moet te vreden houden. Ende aengaende tgene men noch andersints voor schepenen schuldich is te passerene, ende voor notaris oft ander privaet hantschrift mach verlyden,

p604

mitsgaders hoe hen soo de secretarisen als notarisen, int exerceren van hunne officie, schuldich syn te reguleren, is by statuten ende ordonnantien versien tot diversche reysen ende tyden hier tAntwerpen gepubliceert, ende besunder by de ordonnantien vanden jaere 1564 lestleden, onder het capittel vande secretarisen, daertoe gerefereert wordt.

TITEL XXX.

VAN CALAENGIERINGE ENDE NAERDERSCHAP.

Inden jersten, al eest dat eenich huys, hoff, landt oft sandt gelegen binnen der stadt van Antwerpen oft vryheyt der selver, vercocht wordt, dwelck al haefdeylige goeden zyn, en can oft en mach die nyemant van bloets wegen calaengieren oft vernaerderen, hoe naer dat hy oock den vercooper is bestaende. Maer mach men calengieren allen coopen van huysen ende gronden van erfven binnen der stadt ende vryheyt gelegen, wanneer des calengier [calengierders] huys oft grondt metten vercochten huyse oft pande dat hy calengieren wilt, tsaemen verbonden staen voor eenigen chys oft onquytbaer rente, soo verre de calengierders pandt voor de selve verbintenisse waerschynelyck mach beschaedicht wordden; behoudelyck dat de chys[56] chysen oft onquytbaer renten vuyt crachte vanden welcken men de calengieringe wilt doen, bedraecht oft bedraegende zyn twintich schellingen brabants tsiaers, achtervolgende dordonnantien vande Majesteyt des jaers XVc achtentveertich. Maer aengaende leengoeden, die blyven in heure natuere gelyck naden lantrechten behoirdt.

Item, hoe luttel deels inthuys oft erven den calengierder heeft, dat met eenigen vercochten huysingen oft erven medepandt [is], die mach den geheelen coop calengieren, hoe groodt dat het oock is dat voor dyen gront-chys mede verbonden staedt ende vercocht is.

Item, die portionaris oft deelhebber is in eenich huys oft goedt dat vercocht wordt, soo verre hy wille, mach de naeste zyn van dyen vercochten deele ende goeden, ende mach die andere deelen, hem nyet competerende,

p606

vernaerderen ende calengieren, alwaert zoo datter egeenen grontchys vuyt en ginghe, ende al hadde hy oock geconsenteert datmen tgeheel huys oft erve souden [soude] moeghen vuytroepen ende vercoopen.

Item, grondtgemeynschap in materie van calengieringe heeft preferentie voer chysgemeynschap. Insgelycx, mach een proprietaris calengieren den coop vande tocht van synen goeden daer de proprieteyt hem af toebehoirdt. Maer in alle de voorscreve gevallen, indyen de calengierdere, naer den palmslach daeraf gegeven, den vercoop heeft gelaudeert, soo cesseert de calengieringhe Item, wanneer eenigen pandt oft erve met grondtchysen belast is, ende den selven pandt is namaels gespleten ende in vele deelen gedeylt, ende int deylen oft splyten gesloten ende geaccordeert dat eenich huys oft deel van dyer erven den geheelen chys alliene gelden ende betaelen moet, sonder der ander portionarisen oft deelhebbers cost, soo mogen nochtans allen die gene die paert ende deel van dyen pande oft gronde besitten, deen des anderen huys ende erve wel calengieren, hoe wel dat egeen van henlieden den grontchys in al noch in deele jaerlycx en derff vuytreycken noch betaelen, ende dat vuyt dyen dat sy mediate souden beschadicht mogen wordden: want door het splyten vande huysen oft erven en wordden dander deelhebbers nyet ontslaegen vanden commer oft chysen in respecte vanden rentier oft chysheffere, die welck blyft staende op synnen geheelen pandt, als oft dyen nyet gespleten waere geweest.

Item, als eenige grontchysen oft onquytbaer renten vercocht ende getrans-porteert wordden eenen derden, als dan mach die proprietaris vande[n] pande daer de rente op staedt, de naeste zyn vande voorscreve rente ende coope, indient hem belieft, ende dat binnen jaers na dat den transpoirtbrieff daeraf voor schepenen van Antwerpen is gepasseert, maer daer naer nyet. Ende van gelycken, als eenige quytbaer renten vercocht ende getransportteert worden tot minderen pryse, oft daer eenige bate oft winninge valt, mach dvuytreycker vanden selven renten den coop vernaerderen tot sulcken pryse ende bate als die vercocht zyn, ende dat binnen jaers, als voiren. Item, wanneer yemandt eenige erfelycke renten vercoopt op eenige zyne panden gelegen binnen der stadt ende vryheyt, soo mogen die vrienden oft maegen vanden vercoopere de naeste van dyen rente zyn, indyent hem oft

p608

henieh [eenich] heurer belieft, midts opleggende den coopers [coopere] syn capitale penninghen, metten verloopedaeraf, na advenandtvande tyden, ende dat doende, moet men hen [hem] die rente van naderschap transpoirteren.

Item, coopen ende transporteren van bancken oft opperstallen alhier int vlieschuys staende, mogen oock gecalengiert ende vernaerdert wordden by andere vlieschouwers van bloedts weghen.

Item, een proprietaris van eenigen verhuerden huysen ende gronden van erfven, mach calengieren ende vernaerderen de huere van huysen ende erven die de huerlinck aen andere voirdts maeckende is, voor sulcken prys als den huerlinck tselve huys oft erve voirtsverhuert heeft, ten waere dat tusschen den proprietharis ende huerlinck anders geconvenieert waere, oft den huerlinck den proprietaris hadde gepresenteerdt de huere over te laten voor sulcken pryse gelyck hy met eenen anderen geconvenieert hadde. Den rentier heffende een rente op eenen pant die vutgewonnen ende vercocht wordt metten amtman, mach den coop den coopere vuter handt nemen ende vernaerderen binnen den derden daege, als voor, ten waere dat den coop [cooper] den rentheffere oft calengierder synne rente wilde goet houden, daeraf den coopere keuse heeft. Als yemant teenemael oft met eenen goedspenninck diversche huysen, erven oft panden coopt, by maleanderen oft separaet gelegen, al tsaemen voor eenen sekeren genoempden prys ende somme, sonder eenige distinctie oft onderscheyt gemaect te hebbene hoe vele dat hy deen oft dander gecocht heeft, soo verre eenige van dyen huyse oft panden met grondtchysen belast syn, als voire, dyen coop mach men wel calengieren; maer indyen yemant dyen coop wille vernaerderen, die moet den geheelen coop aenveerden, ende niet alleene tgene daer hy mede verbonden staet, soo verre alst den coope [cooper] belieft. Ende en mach alsdan deen alleene sonder danderen nyet vernaerderen sonder des coopers consent.

Item, een die selve den gemeynen grondtchys gheeft ende den last vanden commer alleene dragen moet, die en heeft, vuyt crachte van dyen chyse, geen recht van calengieringe aen andere panden mede voor den grondtchys verbonden staende, midts dat hy van nyemanden dan door hem selven en mach worden voor den gemeynen chys beschadicht.

Item, wanneer yemant met eenen anderen pure mangelinge doet van huys om huys, landt om landt, oft eenige' onruerende goeden deen jegens den

p610

anderen, sonder eenige voorlies [voorlief], prys oft bate toe te gevene, soo en valt er egeen calengieringhe. Als den cooper selve oock heeft recht van calengieringhe, dyen coop en can oft en mach nyemandt, vut crachte van chysgemeynschap, vernaerderen, want als des coopers erve mede chys gemeyn is ende hy, als voire, selve oock schaeden lyden mochte, alsdan cesseerdt die calengieringhe. Wanneer den grondchys afgedaen ende geextingueert is voor date vande calengieringhe, al waert oock naden coop, in sulcker vueghen dat den selven is geheel doodt ende te nieuwte, alsoo dat egeen van alles [allen] den huysen ende erven die te vooren daer voiren verbonden staende waeren, ten geenen daegen meer daeraf en cunnen worden gemolesteerdt oft beschadicht, in dyen gevalle cesseert de calengieringhe.

Item, gemeyne mueren, privaten, waterloopen, overspronghen, oesy-druppen, gemeyn deurgangen, gemeyn borneputten, vouten onder deerde ende dyergelycke servituyten, en geven geen recht van calengieringhe, ten waer dat den grondt van dyen muer, gangen, vouten, privaten oft borne-putten voor den grontchys mede verbonden stonden.

Item, beschaedicheyt van quytbaer chynsen oft renten en geeft geen recht van calengieringe.

Item, soo wie calengieren wilt, die moet syne calengieringe rechterlyck doen voor amtman ende schepenen, namptiserende in handen des amtmans goudt ende silver omme den coop te voldoene. Die eenige calengieringe doen wilt, die moet die doen binnen tsiaers dat de goedenisse vanden vercochten oft vermangelden huysen oft erven gedaen ende voor schepenen wettelyck is gepasseert, hoe lange dat den coop oft mangelinge te voren geschiet mach zyn, het sy opde vrydaechs merkt, vuyter handt oft andersindts; maer na dat de brieven meer dan een jaer lanck syn gepasseert geweest voor schepenen, daer na en can nyemant meer calengieren, ende is ende blyft eikerlyck alsdan daeraff versteken, nyet jegenstaende dat de cooper daeraff nyet en heeft doen daegen metter clocken oft kerckgeboden buyten doen doen. Mach nyettemin den calengierder die calengieringe doen alsoo saen als den coop is geschiedt, al en waer de goedenisse voor schepenen noch niet gepasseerdt. Maer alrehanden huysen, erven ende renten binnen der stadt oft vryheyt

p612

gelegen zynde, die by den schouteth, amtman, borgermeesteren oft andere officiers openbaerlyck by voirgaende publicatien ende vuytbellinge, als voire, ter vrydaechs mercht vercocht worden, by executien, leveringen oft andersints, vanden offitien weghen, daer aff en staet de calengieringe nyet langer open dan binnen den derden daege, ende die gene die calengieren wilt eenige goeden die byden voorscreven officieren, van wegen heurder officien, ter vrydaechs merckt vercocht zyn, waerdat die int quartier van Antwerpen gelegen zyn, daeraff moet men die calengieringe doen voor amptman ende schepenen van Antwerpen ende nergens el. Wanneer eenige goeden oft erven inden quartiere van Antwerpen geleghen by andere persoonen dan by den officier vercocht wordden, ende met schepene brieven van Antwerpen gegoeyt syn, daeraff staet de calengieringhe een geheel jaer lanck open naer date vander goedenisse, maer niet langere, al en worden daeraff egeen kerckgeboden buyten gedaen; ende die gene die hem der voer sekeren [eer versekeren] willejegen de calengieringe van goeden buyten der stadt ende vryheyt gelegen, die mach, voor oft naer de erffenisse voor schepenen tAntwerpen geschiedt, den vercochten goeden heur drye kerckgeboden doen geven inde prochie kercken daeronder de goeden gelegen zyn; in welcken gevalle de calengierdere binnen ten [den] tyde vande drye kerckgeboden moet zyne calengieringe doen voor amtman ende schepenen van Antwerpen, oft voor schepenen vande plaetsen daer onder die vercochte goeden gelegen zyn, daeraff den calengieringe [calen-gierdere] heeft syn optie, ende moet oock de [den] cooper de wettige wete daeraff doen, oft andersindts blyft daeraff versteken van zynen rechte van calengieringe; maer de calengieringe van leengoeden staet altyt open, naerden leenrechte.

Item, als yemant heeft calengieringe gedaen, soo verre hy opdracht van naerderschappe hebben wille, die moet den cooper de wete doen doen metter corteroeden, dat hy den coop heeft gecalengierdt, opdat den cooper geenen cost oft reparatie aent gecocht goet en doe.

Item, eenen calengierder moet den goedtspenninck ende halven lyffcoop restitueren die int sluyten vanden coop gegeven ende verteert is geweest. Een calengierder moet voldoen den coop ende alle tgene dat de cooper schuldich was te doene, gelyck inden jersten coop was bevoorwaerdt ende ondersproken, maer nyet voorder.

p614

Item, nyemant en mach, na de calengieringe, zyn recht van calengieren den cooper renunchieren oft transporteren, dan wettelyck voor schepenen van Antwerpen. Maer de calengierdere gecalengiert ende daeraff wettelyck wete hebbende doen doen den cooper, moet de calengieringhe behouden ende den coop voldoen, sonder daernaer zynne calengieringe af te moegen gaene oft renunchieren, dan by consente van den coopere ende met transport oft renunciatie vande schepenen, alsvoire, ende moet de [den] cooper alle syn verlede ende gedebourseerde penningen, die gereet te betalen stonden, met de goidtspenningen ende den halven lyfcoop opleggen ende restitueren binnen vierentwintich uren naer dyen hem de coopere de calengieringe bekent ende voor schepenen wettelyck getransportheert heeft, opte pene van syn calengieringe metten costen te verliesene, indient den cooper gelieft[57]. Maer wanneer den coopere syn penningen tot des calengierders huyse nyet haelen en 'wille oft doen haelen, alsdan soo gestaedt de calengierder midts leverende en overtellende den cooper zyn verlede ende betaelde penningen opter stadthuys. Ende een calengierder is schuldich, soo verre de cooper dat versueckt, te affirmeren by eede dat hy de calengieringhe doende is voor hem selven ende tot syns selffs prouffyt ende voor nyemands anders.

Item, cooper ende vercooper moeten compareren voor recht, indient den calengierder belieft ende hy dat rechterlyck versueckt, ende moeten alle beyde affirmeren by eede de rechtveerdige prys vande[n] coope, metten puncten, voorwaerden ende conditien daerop den selven coop sonder frauede oft simulatie toegegaen is geneest, ende dat ter presentien des calengierders, oft den selven daertoe wettelyck geroepen. Een calengierder obtinerende in synne calengieringe, is schuldich den cooper te rembourseren ende recompenserenen niet alleene van tgene dat hy voorden principaelen coop gegeven heeft, maer oock van alle nootelycke ende prouffytelycke reparatien die den cooper aent gecocht goet gedaen heeft; maer de prouffytelycke reparatie alleene die en is de calengierder

p616

niet schuldich te betaelene dan ter taxatie van goede mannen hen des verstaende.

Item, de jerste ende oudste calengierder wort den anderen geprefereert, soo verre sy gelyck actie ende recht hebben totte calengieringhe.

Item, als yemandt eenige calengieringe doet, die en derf. int calengieren nyet seggen oft vercleeren vuyt crachte van wat chynse oft rente dat hy syn calengieringe doende oft funderende is, maer is genoech dat hy naermaels dat vercleere, alst de coopere versueckt. De calengierder en heeft door synne calengieringe niet meer recht dan de coopere en hadde oft gehadt en soude hebben indyen den coop hem nyet ontcalengierdt en hadde geweest. Een cooper mach metten gecochten erfven oft huyse zyn prouffyt doen, tselve bewoonen oft verhueren totte calengieringe toe, ende allen de prouf-fyten ende hueringen daeraf commende volgen den coop[er], soo lange tot dat de calengieringe gedaen is geweest, dies moet de cooper oock soo langhe den commer ende chys daer vuytgaende betaelen, sonder des calengierders cost.

Item, al eest dat een cooper int coopen ende erfnemen van eenigen huysen oft erve, voor tvoldoen vanden coope oft vanden erfrenten daer hy den pandt voor terve genomen heeft, oft oock voor tvoldoen vande voorgaenden commeren ende chysen daervuytgaende, aende cooper ende tot desselffs vercoopers versekertheyt dyen aengaende verbonden ende verobligeert heeft, totten gecochten huysen ende pande, sekere medepanden, oft hem selven ende alle synne andere goeden, daervoiren wort den calengierder niet afgenomen syn recht van calengieringe. alwaert soo dat de calengierder in verre naer nyet zoo sufficient oft machtich en waere als deerste cooper, noch alsulcke medepandtschape en conste gestellen; maer de calengieringe gedaen ende voor schepenen van naerderschappe opgedragen synde by den coop [cooper], soo is ende blyft de jerste cooper ende syn goeden daeraff ongelast, alwaert oock soo dat de vercoop[er] den jersten cooper oft syn panden ende goeden nyet en wilde ontlasten; maer indyen gevalle sal den calengierder gestaen mits den vercooper bewaerende ende versekerende ter arbitragien van schepenen.

Item. als een coopere voor tvoldoen syns coops ende voorwaerden totten gecochten huyse oft pande verbonden heeft hem selven ende alle syne goe-

p618

den, ende dien coop hem zynde ontcalengiert, soo wordt ende blyft die calengierder, int overnemen van naerderschap desselfs coops, in persoone ende in alle synne andere goeden aenden vercooper verbonden, gelyck deerste cooper hem te vooren verbonden hadde, nyet jegenstaende dat de calengierder inde brieven van transpoirte ende overnemen van naerderschappe tselve alsoo nyetgedaen noch hem oft synne goeden daervoor expresselycken verbonden heeft gehadt. Wanneer yemandt eenich huys oft erve by hem gecocht synde verhuerdt, ende daernaer een ander dyen coop calengierdt, die huere is nul ende van onweerden, ten sy dat die calengierder believe die van weerden te houdene.

Item, alle hueringen ende pachten van huysen ende erven gemaeckt in fraude vanden calengierder ende om den calengierder te frustrerne van synen rechte oft om hem te prejudicieren, syn nul ende van onweerden, al eest soo dat den cooper selve die huerlinck nyet en is oft de huere van eenen anderen nyet overgecregen en heeft; ende ingevalle de huere nyet en is gedaen in fraude vanden calengierder, soo blyft de huerlincq syn huere gebruyckende, al eest soo dat hy selve is geweest de cooper vanden huyse oft erffven die naerder handt by eenen anderen gecalengierdt wordt.

TITEL XXXI.

VAN ERFFSCHEYDINGHE, SERVITUTEN , ENDE DES DAERAENE CLEEFT.

Alle questie van de erfscheydinge die tusschen eenige partyen rysen, die wordden jerst versonden ende bedinght inde plaetse contentieuse, in pre-sentie van amtman, schepenen ende erffscheyders; ende damtman ende schepenen en moegen egeene erfven visiteren, oft kennissevan partyen saecken daeraf nemen, ten zy by voirgaende consente van partyen, oft dat het alsoo te voren zy met vonnisse [gewesen].

Item, van vonnisse [vonnissen] by de schepenen gegeven ter manissen des amtmans op de plaetse contentieuse, mach partye pronoceren [provo-ceren] aen burgemeesteren ende schepenen int collegie. Derfscheyders oft paelders tAntwerpen en mogen geen vonnissen oft appoinctementen geven gronden oft erfven aengaende, noch ander, ten

p620

waer by consente van partyen, ende dat als arbitrateurs; maer alle kennisse van erfscheydinghe behoirt voor amtman, borgermeesteren ende schepenen, die, alst van doene is, by hem tot heurder assistentie nemen derffscheyders deser stadt.

Item, die eenen anderen syn werck verbieden wille, die moet dat doen doen rechterlycken met eeder [eender] corter roeden, by voirgaende consente vanden borgemeestere, maer anders nyet.

Item, die boven oft naer het wettich verbodth, alsoo wettelyck gedaen synde, yet maeckte, voorts timmerden oft metste oft dede maeeken, voirts timmeren oft metsen, die moet dat wederomme afbreken, ende staen daerenboven tot arbitrael correctie.

Item, alle huysen ende volmaeckte wercken, die ten aensiene ende wel wetene van eenen anderen, nochtans op syns selffs gront, sonder jegen-seggen, volmaeckt synde, al waeren die onbehoirlyck gemaeckt oft gestelt, moeten blyven staende soolange tot dat se verghaen; dies en mach mense nyet repareren omme te houden staende; maer indyen dat bleecke datse gemaeckt waeren alleene by gedooghsaemheyt ende sonder prejuditie van yemandts rechte, indyen gevalle soudemen die moeten afbreken, als die partye beliefde die by gedoochsaemheyt dat hadde geconsenteert. Soo wie den meestendeel van eenen huyse heeft, mach dat wel taemelycken repareren, als hy thuys oft edifitie nyet en verandert vanden gebruycke daertoe dat dat te voiren is geordonneerdt ende geuseert geweest, ende de andere deel hebberen vanden selven huyse moeten na advenant heur gedeelten de reparatien mede betaelen, al waerense oock ten tyde vander selver reparatien buytens landts ende absent; ende dminste deel vanden huyse moet, int repareren ende onderhouden, altyt den meestendeel volghen.

Item, een portionaris oft deelhebbere van eenich huyse oft pande, repa-ratie doende, oft renten afquytende daer den gemeynen pandt mede belast was, die moet daeraff van synnen medeportionnaris vernuecht worden met gelde, oft de affquytere blyft met de afgequeten rentebrieven soo vele renten op syns medeportionaris deel heffende als desselffs portionaris paert inde selve rente jaerlycx gedroech ende hy schuldich was daerinne te geldene, nyet jegenstaende dat byden rentier schepene quittantie vande geheelder renten gegeven oft verleden mach syn.

p622

Item, die metsen, timmeren, repareren oft decken wilt tsyne by [tsy by] oft neffens syns gebuerens erfve, die mach syn stellinge maecken ende stellen op ende over zyn gebueren erve, soo verre hy tselve nyet gevuechlyck van syns selffs erve gedoen en can, ende dat ten meesten gerieven ende minster schaeden oft beletten van synen gebueren.

Item, met naeckte possessie van lichtscheppinge, waterloopen ende dyer-gelycke servituyten ende [en] prescribeert men nyet, noch [die] en geven geen recht sonder wettigen title voor schepenen expresse oft ten minste tacite geconstitueert. Ende nyet jegenstaende dat yemant eenich licht door syns selffs muer hem alleene toebehoirende over hondert jaeren ende meer gehadt ende geschepen [geschept] heeft tot eens anders mans erve waerdt, die possessie en prescribeert nyet, noch en can de gebruyckere van dyen lichte hem daerdoor in cas van prescriptie niet behelpen. Ende vuyt possessien van lichtscheppingen door eenen gemeynen oft synnen eygenen muer, en can hem nyemandt valide doen mainteneren int selve lichtscheppen, hoe lange dat die lichtscheppingen oock geduert heeft, sonder ander wettich bescheedt daer aff te hebbene.

Item, een yegelyck mach op syn erve maken, metsen ende timmeren al dat hem belieft, ende oock soo hooge alst hem goetdunckt, jae oock tegen synder gebueren licht ende vensteren, ten waere datse schepenenbrieven oft bescheedt hadden dat hy dat nyet en mochte doen. Wanneer yemandt edificie wilt opmaken ende opvueren op syn eyghen erve, ende dat de gebuere pretendeert tselve te belettenen deur dyen dat hy bescheedt heeft datmen hem syn licht niet en can benemen, soo mach die gene die dwerck maeckt tselve werck opmaken, midts nochtans blyvende metten selven wercken soo leeghe soo datmen vanden nedersten dorpele vande vensteren vanden huyse die dwerek verbieden wille, het overste vanden wercke datmen opvuert mach oversien, ende nyet hoogere; tot welcken eynde men gewoonlyck is te treckene eenen draedt vanden ondersten dorpel vande vensteren tot opt thoochste vanden huyse daermen dwerck aen oft neffens maecken wilt. Maer soo verre dat yemandt bescheedt heeft datmen syn gesicht nyet benemen en mach, soo en mach die gebueren zyn werck nyet opmaken noch

p624

daermede opvaeren, soo verre daer mede tgesichte inde hoogden oft inde breyden beleth souden wordden.

Item, gebueren hebbende heure erven by malcanderen liggende, moeten malcanderen helpen heure erven bevryen, met thuynen, gelinten oft mueren, soo sy dat tsaemen overdraegen, half ende halff, soo verre hun erfven strecken; maer nyemant en can met rechte bedwongen worden eenige scheydemueren te moeten helpen maecken, ten waer dat hem beliefde, maer gestaen [gestaet] midts bevryende synnen gebueren (voor soo vele als hem competeert inden thuyn oft heymsel te onderhoudene) met eenen taemelycken thuyn oft schutsele.

Item, moeten oock gebueren malcanderen bevryden van achter tot voren, soo verre hen erfven aen malcanderen strecken; ende soo wyens huys oft edificie langer streckt ende voorder bevryt dan des anders huys oft edificie, dat cort hem aff van synder helft vande thuyne oft heysel dat hy van synder zyden voirdts te houdene heeft. Alle scheydemueren, hagen, thuynen, heymselen ende schutsel tusschen twee gebueren erven, moeten opde gerechte paelen gestelt, gemaeckt ende oock onderhouden wordden, behoudelyck dat yegelycken mach gestaen midts maeckende ende onderhoudende, voor syn deel vande heymingen, eenen thuyn oft schutsele custbaerlyck ende taemelyck naerder stadt rechte.

Item, nyemant en mach tusschen verscheyden partyen erven eenighe palen steken oft setten dan met rechte ende by den gesworen erffscheyders vander stadt, ten waere in jegenwoordicheyt ende ten bysynne, consente, wille, wete ende begeerten vanden proprietarissen vande erven ten beyden zyden, opde pene van arbitralyck daeraf gécorrigeert te zynne.

Item, hagen, thuynen, schutselen, noch oock mueren die onder de eerden staen, en onterven nyemanden, hoe lange datse gestaen hebben, noch en prejudicieren den paelen nyet, daerme derven gescheyden hebben geweest.

Item, die eenige palen versette oft vuytdede, by hem selve oft yemant anders, heymelyck oft openbaer, om yemanden in synne erven oft gerech-ticheydt te verminderen oft frauederen, wort gecorrigeerdt gelyck een dieff, ende alle die gene met hem die daer behulpich toe geweest zyn. Ende een yegelyck die eenen gemeynen muer staende heeft tusschen hem ende syns gebuers huys, den welcken muer seer caduyck ende periculeus staet

p626

ende vuten loede, ende deen van tween is in meyninge syn huys afte bre-kene ende te vernieuwen, soo selen beyde de partyen den selven gemeynen muer tot gelycken coste afbreken ende wederomme opmaken tot gelycken coste opde selve hoochde ende diepte gelyck de oude huysinge van te vooren geweest is, ende nyet voorder, ende dat op gelycke erve, voets dicke, ende het fondeersel daeraf naer den eysch; ende indyen dat diegene die ierst timmert den selven gemeynen muer boven der eerden dicker woude maecken dan eenen voet, gelyck voorscreve is, dat verdicken sal hy gehouden syn te stellen op syn erffve, ende voorts wat hy meer hooger oft dieper metst dan de edificie vanden genen die nyet en metst, oft syn huys nyet op en voerdt, dat selve sal hy gehouden syn te maecken op synnen cost alleene; ende ingevalle dat dander naermaels syn huys opvoeren wilt, soo sal hy schuldich syn te betaelen de helft van tgene dat hy inde hoochde ende diepte meer gebruyckt dan hy met syn huys te voiren gebruyckt heeft. Ende ingevalle dat den gemeynen muer tusschen de huysingen van partyen noch redelycken goedt in syn loot staende ende maer steens dicke en is, soo sal die gene die syn nieuw edificie maecken wilt den selven muer tot synnen coste mogen afbreken, met voorgaende extimatie vande stoffen, ende den selffven wederomme opmaken tot synnen coste alsoo hooge als hy syn edifitie in meyninge is te maecken. Ende van tgene dat den selffven gemeynen muer niet voets dicke en is, dat selve verdicken salmen stellen op gemeyne erfve, behoudelyck dies dat hy weder sal repareren allen tgene dat hy zynen gebueren soude mogen beschadigen int opmaecken van synnen huyse.

Ende ingevalle dat dander partye naermaels syn huys afbreken wilt ende een nieuw vertimmeren, soo zal die selve, die alsoo naermaels timmert, de helft vande voorscreve muer, naer advenant dat hy dyen gebruyckt, schuldich syn te betaelene, mits aftreckende de oude materialen die te voren aenden ouden muer geweest hebben, gelyck die voor het afbreken geextimeert syn geweest.

Ende voorts, aengaende van gemeyn heymueren oft scheymueren tot gelycken coste gemaect, daer egeen edifitie op en staedt ende seer caduyt [caduyc] ende vuyten loode staende zyn, de selve selen partyen afbreken ende tot gelycken coste wederomme opmaken totter selver hoochde gelyck die geweest sy, alwaert dat sy maer steens dicke geweest en waeren, ende

p628

dat op gelycken erffven. Ende indyen dat deen van beyden de partyen begeert voets dicke te maeckene, dat sal dander partye moeten gedoogen dat men den selven gemeynen heymuer op gelycke erve sal stellen, behoudelyck dies, dat hy nyet meer betaelen en zal dan oft den muer maer steens dickte gemaeckt en waere.

Item, eenen blooten scheymuer staende tusschen twee gebueren erfven, daermen geene huysen, logien oft edificien op en maeckt, dyen mach men decken met vorsten, steenen oft ticchelen, ende water [dwater] daeraff mach men alsdan laten vallen aen beyden zyde.

Item. een yegelyck mach in stede van een hoege thuyne[58], gelinten, schutselen oft diergelycken heymingen, op synnen cost, wel eenen scheydemuer doen maecken ende setten de selve [den selven] op gemeyne erffve, sonder mosiergaten oft met mosiergaeten, ende[59] beyden zyden, ende soo verre hy dyen muer stelt op gemeyn erve, soo blyft den selven muer altyts gemeyn, ende moet daernaer ten gemeynen coste onderhouden wordden; maer indyen die ander gebuer dyen scheydemuer namaels in eeniger manieren wil gebruycken, loonen [looven], haecken oft yet daeraene hangen, slaen oft vestighen, oft oock eenige edifitie daer op stellen, oft den selven anders dan tot eene bloote heyminge gebruycken, alsdan moet hy denselven scheydemuer half betaelen, eer hy den selven besighen oft gebruycken mach in eeniger manieren. Soo wie syns selffs muer heeft staende op eenen halven voet nae eens anders mans erve, die en mach door den selven synnen muer tot syns gebueren erfve waerts egeen gaten oft vensteren maecken oft houden staende beneden reycx, maer wel boven reycx, dwelck is ten minsten seven voet hooge onder den ondersten dorpel vanden selven gaten oft vensteren; ende al staen die gaten oft vensteren alsoo boven reycx, nochtans soo moet-men die sluyten ende toemaecken met yseren geerden, vast staende, soo naer malcanderen datmen thooft van eenen volwasschen persoone, pispodt noch dyergelycke dingen daer nyet door en soude cunnen gesteken.

Item, eenyegelycken mach in ende op eenen gemeynen muer, soo wel slaende tusschen gemeyn hoven, plaetsen, erffven, als huysinghen varen,

p630

metsen, anckeren ende timmeren, ende dyen soo hooge oprysen als hem goetdunckt, ten waere datter bescheedt af waer ter contrarien.

Item, nyemant en mach in eenen gemeynen muer gaten oft vensteren maken, noch oock licht daer door scheppen tot eens anders erfve waerts, ten waere by consente ende gedoochsaemheyt van syne gebueren mede proprietharissen zynde vanden selven muere. Maer die op gemeyne erfve ende tot synen cost alleene eenen muer maeckt, oft den gemeynen muer hoocht, die mach inden selven muer by hem becosticht, gaten oft vensteren maccken ende licht scheppen boven reycx ende met staende gelasen ende ysere geerden, die oock mogen blyven staen totter tyt toe dat de gebuere de hellicht van dmaecken, opmaecken oft hoochsel vanden selffven vuer betaelt, ende alsdan is hy schuldich die te stoppene. Soo wanneer eenich gebuer eenen anderen vercoopt synen halven muer, alsdan heeft ende behoudt den cooper van dyen halven muer oock derve vanden oisidrup, ancker hoofden, noten ende ander gerechticheyt, die de vercooper (buyten synen muer) voorden vercoop hadde, alsoo dat de cooper dyen muer mach gebruycken als oft hy te voren gemeyn geweest hadden, nyetjegenstaende dat inden coop daeraf geen vermaen gedaen en is; ten zy dat andersindts tusschen de contrahenten sy ondersproken. Nyemant en mach eenen gemeynen muer onder noch boven beargeren, berooven, minderen, noch clisoiren daer inne houwen oft maccken tot synder erven waerdts, sonder expres consent van synnen gebuer, opte pene van tselve tot synder cost in synnen jersten staet te moeten doen repareren, ende daeren boven, als onheusschelyck gewandelt [gehandelt] hebbende gecorrigeert te wordene ter arbitragien vanden schepenen.

Item, als in eenen muer staen freyten oft mokergaten [mosiergateni], noten oft hoofden vande selve mueren, van eerstmaels daerinne gemaeckt zynde, over beyde syden, oft dat ten beyden zyden balcken ligghen inden selven muer daerinne oft door geanckert zynde ende gevesticht, dyen muer is ende blyft gemeyn.

Item, als in eenen muer alleen staen mosiergaeten oft freyten gemetst aen deen syde, oft datter maer vander eender zyden op oft inne getimmert ende

p632

geanckert en is, dyen muer behoort geheel den proprietaris toe vander erfven oft huyse daer de mosiergaeten oft freyten waerts staende zyn, oft die alleene daerop getimmert ende inne gevesticht is, ende dander gebuere daernaest en heeft daer egeen recht inne, is[60] ten waer dat hy schepenen brieven oft wettich bescheedt hadde dat hy daerinne gerecht waere; ende [als] yemandt vastaen eens anders muer metst ende timmert, oft alleene-lycken haeken ende dyergelycke nagelen daerinne oft aene slaet, oft yet daerane hanght, dat en geeft hem geen recht inden selven muer, maer hy moet die haecken ende naegelen oft becommeringen altyt af, vuyte ende ewech doen, alst den proprietaris vanden muer belieft.

Item, eenyegelycken behoort die erve alleene toe buyten zynen muer, soo verre als de noten oft steenen van oudts daerinne gemetst gestaen hebbende vuytsteken ende bewysen. Ende de sydruppen [oesydruppen] vallende van schalien oft tichelen daecken, geven ende bewysen dat die proprietaris van. dien huyse oft erfven heeft eenen halven voet erven buyten zynnen muer, ende van stroyen daken eenen voedt.

Item, soo wie op eenen gemeynen muer timmeren oft metsen wille daer geen huysen op gestaen en hebben, die en mach zyn water oft oesdrup op syns gebueren erve nyetlaten valle[n], maer moet boven op de muer eene gote leggen, ende dwater leyden op zyns selfs erffve oft ter straten vuyte, ende die onderhouden tsynen coste alleene, sonder synder gebueren schaeden oft achterdeel. Ende soo wie dat tot synder coste eenen schreydemuer [scheydemuer] stelt op syns selffs erve, dyen behoort den voorscreve scheydemuer alleen toe, maer wilt hy alsdan daerop timmeren, ende syn water buyten zynnen muer laten vallen, soo moet hy soo verre metten voorsereve synen muer van syns gebueren erfve blyven, dat hy synen oesydrup behouden mach, te wetene, eenen halven voet buyten zynnen muer, eest schalien oft tichelen dack, eest stroyen oft rietdack, eenen voet. Nyemant en mach buyten zynen muer tot eens anders erve waerts eenigen oesidrup, noten, oversprongen, hoofden noch dyergelycke affaten [aflaten] maecken oft stellen, noch oock yet vuythanghen oft vuytsteken voorder dan zynen oesidrup oft erve buyten den muer hem toebehoirt.

p634

Item, wanneer eenigen muer, geleynte oft heymsele buyten loode staet ende hangende is over eens anders erve, oft dat het dack van synnen huyse soo lanck is, dat het water valt op eens anders muer oft erfve, dyen muer oft gelinte moet terstont gerecht ende in syn loodt gestelt wordden, ende het dack alsoo gecort, dat het water valle op syns selffs erfve; alle [alles] ten coste vanden genen die[n] den muer, heymsel oft tack [dack] toebehoirdt; maer waer den muer gemeyn, soo soude dat gedaen wordden ten gelycken coste.

Item, die syn huys hooger maeckt dan syn gebueren huys, waeraf dat het water boven in een gemeyn gote geloopen ende gevallen heeft, soo verre hy tselve huys hooger ryst dan vier voeten boven de oude gemeen gote als dan en mach hy syn water oft oesydrup niet meer laten vallen inde voorscreve gemeyn gote, maer hy.moet boven op den muer, tsynen coste alleene, een goede custbaeren looden gote leggen ende onderhouden, ende het water leyden over zyne erfve, soo dat hy synnen gebuere nyet en beschadige, ende de gemeen gote, die opten gemeynen muer gelegen heeft, eer dat hy syn huys geresen heeft, die sal hy schuldich syn te leggen, op synnen cost, op syns gebueren dack, ende syns gebueren dack wederomme repareren; ende de gote geleyt synde, zoo sal de gebuere schuldich zyn de selve te onderhouden op synnen cost, ende dat sonder den cost van dander gebuere die syn huys opgevoerdt heeft. Maer ingevalle hy maer vier voeten en ryst oft daer onder, zal mogen syn water inde gemeyne gote blyven leydende, midts die, op synnen cost alleene herleggende op syns gebueren dack, ende sal tot gemeynen coste daerna de selve gote onderhouden worden. Ende ingevalle dat de gebuere syn huys oock opvoeren wilt, maer niet soo hooge als syn gebueren opgevaren is, soo sal hy de voorscreve gote tot synen coste herleggen, ende oock onderhouden, ende het hoochsel van den muer dat synnen gebuer opgevoert heeft half betaelen, maer nyet hooger dan hy dat selve hoochsel gebruykende is. Ende ingevalle dat hy soo hooge wilt opvaeren als syn gebuere opgevaeren is, soo sal hy schuldich syn teenemael het selve hoochsel halff te betaelen, ende sal de gote die synnen gebuer opt selve hoochsel geleyt heeft mogen gebruyckende [gebruycken], mits de helft betaelende, ende[61] indyen de

p636

selve gote daertoe bequaem is; ende indyen de selve gote moet hermaeckt worden, soo sal den jersten opvuerder zyn gote na hem nemen, ende selen wederom een nieuw maeken, tot gelycken coste, ende de selve oock gesae-menderhandt onderhouden, ende het water sal synnen cours hebben gelyck het gehadt heeft al eer sy den huysen[62] opgeresen hebben.

Item, alsmen tusschen huysinghen, erven oft op gemeyne mueren eenich gote [eenighe goten] maeckt oft leeght daer te voren geen gelegen en hebben, ende van welcken goten dwater ter straten waerdts nyet vuyt en loopt, alsdan moeten die proprietarissen ende gebueren, dyen den muer toebehoirt. dat water van dyen goten leyden gelyckelyck over heure erven. Wanneer partyen oft gebueren tusschen heurder beyden huysinghe ende mueren beneden liggende hebben eene goot oft waterloope, daerinne heure eyde oesydruppen oft water vallende is ende geleyt wordt, die moeten die goten met goeden cleren gotsteenen [gootsteenen] leggen, maecken ende onderhouden, ende, alst behoeft, doen ruymen, soo dat dwater gevuechelyck vuytloopen ende synnen schenck [scheut] hebben mach, all ten gelycken coste; behoudelyck dat, soo wanneer deen van hun beyden aen synne zyde alleene heeft getimmert, gedeckt, gemetst oft eenige reparatie gedaen, daeraf hy eenige daerinne geworpen oft laten vallen heeft, waerdeur dat de gemeyn gote vervuylt oft verstopt zoude moegen syn, alsdan moet de gene door wyen de vuylicheyt oft verstoptheyt gecommen is, de selve gote tot synder cost alleene, voor die reyse, weder doen reynigen ende schoon maecken.

Item, een yegelyck moet alle syn water, hoedanich dat sy, selve leyden op ende over syn erve, daer egeen bescheedt ter contrarien af en is, alsoo dat daer nyemandt letsel oft gebreck by en hebbe; ende die syn water van boven opter straten wille laten vallen, moet syn gote maeckende [maecken] vutsteeckendebuyten den huyse ten minsten vier voeten verre ter straete waerdts inne.

Item, die synnen waterloop heeft over oft door eens anders syns gebueren huys ende erve, die moet int gadt van synnen muere, daer dwater doorloopt, setten ende vasthouden staende een yseren traelgie, daeraf die geerden ten minsten moeten staen op een derdendeel van eenen duym na malcanderen, ende voor de traelgie stellen eenen mortier, ende dat aende syde van daer het water compt.

p638

Item, nyemandt en mach dwater van synen verckenscote oft messien laten loopen opter straten oft inde goten oft grachten aende straten commende, maer moet die leyden ende bedwingen te blyvene op syns selfs erve.

Item, nyemandt en mach vastaen syns gebueren erve, tegen den gemeynen muer, eenige regen backen, privaten, backhoven oft diergelycke dingen, daer peryckel, vuylicheyt oft stanck afcommen souden mogen, maecken noch stellen, noch oock ashoopen, messien, moeyerslyck oft dyergelycken vuylicheyt daertegen leggen, ten zy dat hy tusschen beyde maecken eenen goeden dicken muer onderhalffven steen dicke, ende den selven muer alsoo onderhoude ende beware, tot synder cost, datter egeen schaede aff en comme, oft dat synne gebueren egeen ongerieff oft inconvenient daerby en lyden; ende boven dyen moet hy syn privaet alsoo met tarras doen besetten ende metsen dat tot syns gebuer erve waerts geene natticheyt oft vochticheyt daer doore oft vuyt en comme oft en trane. Ende hadde syn gebuer op syns selffs erve te voiren eenen bornepudt staende, die door tvoorscreven privaet oft ander werck souden mogen word-den bedorven, soo moet die gene die dat privaet oft andere wercken van sterfputten oft andersints doet maecken tselve alsoo versien, dat syn gebuer in synnen borneput ende water daeraff egeen hinder oft gebreck en cryghe, oft anders moet hy syn privaet voute, sterfputte of ander werck weder te nieuwte te doen ende amoveren. Wie in syn privaet oft privaethuys eenich lochtgat door syns selffs muer maecken wilt, comende tot eens anders ervewaert, die moet dat lochtgadt stellen ten minsten vyftien voeten hooge boven der eerden, oft andersindts soo voorsien dat de gebueren daer egeenen stanck deur en hebben oft onvryt en worden. Wanneer partyen oft twee gebueren hebben tsaemen een gemeyn privaedt ende voute liggende onder der eerde, de [die] voute moegen sy gelyckelyck gebruycken, maer soo wanneer mense ruymen oft reynigen moet, dat is schuldich te geschiedene ten gelycken coste ende oock by behoorten [beurten], deen reyse over oft door eens ende dander reyse over des anders erve oft huysinghe, ten waer dat eenige voorwaerden oft contract gemaeckt waeren ter contrarien. Soo wie met synnen gebuere een gemeen private ende voute heeft, soo wanneer die ten gemeynen coste is gereynicht, die mach alsdan de pype oft

p640

sitstede vande[n] selven private aen syn zyde, indyen hem gelieft, afbreken ende toe doen metsen, sonder van zynder syden meer daer oppe te gaene oft laten gaene, ende in dyen gevalle en derff hy daernaer egeenen cost van ruymen oft schoonmaecken meer helpen betaelen, noch tselve privaet over oft door syn huys oft erve laten ruymen, ten ware datter brieven af waeren ter contrarien.

Item, als een gemeyn privaedt of voute onder deerde geruymt ende schoon gemaeckt is, dan mach die gene diet belieft tselve privaet tot synder cost inde vouten halff toe doen metsen ende onderschutten met eenen dichten muer, ende separeren ende splyten die voute van malcanderen, alzoo dat elckerlyck syn privaet behouden mach op hem selven alleen; ende tselve gedaen wezende, moet een yegelyck van hun beyden van dan voortaen tsynen cost alleen syn privaet onderhouden, ruymen ende reynigen alst behoevelyck is, door ende over syns selfs huys ende erve, zonder cost oft last vanden anderen, ten waere datter beschiet af waere ter contrarien.

Item, gemeene particuliere borneputten moeten by de portionarissen oft den genen die deel oft acces daertoe hebben om water te halene ende te puttene, gelyckelyck huys voor huys onderhouden, ende alle ontcosten van ketenen, coorden, eemers, rollen, schoonmaecken ende dyergelycke ont-costen betaelt wordden elck huys even vele, nyet jegenstaende dat deen huys der [die] helft ende dander maer een vierendeel oft oock nyet dan synen toeganck ende gebruyck daertoe en heeft, alwaert oock soo dat den selven bornepudt stonde op yemandts erve alleene.

Item, twee oft drye gebueren, hebbende tsaemen eenen bornepudt, daeraf moet elck syn water leyden ende bedwingen te loopene opt syne ende over syn erfve, ten waere datter bescheet waere ter contrarien.

Item, dat alle wyckputten moeten staen opentlyck opter straten tot behoeve ende geriefve van allen den genen die daer van oudts ondergeseten ende toebehoirende zyn. Men en mach nyemande die onder eenen wyckpudt woonachtich ende geseten is, weygeren oft verbieden wateren aen synnen wyckput te halene, snachts ende daechs, soovele ende dickwils alst hem belieft. Nyemandt en mach eenige huysen maecken voor aende strate daer te voiren egeen huysen en hebben gestaen, noch vuytganck geweest en heeft,

p642

dan by consente vande heeren oft rentmeesteren deser stadt, metten welcken sy moeten overcommen aengaende het voetgeterde. Nyemandt en mach maecken eenige looven boven voor syn huys, noch beneden eenen banke oft leene stellen langer dan syn erfve en streckt, oft voorder vuyte dan vier voeten vanden huyse, ende de bancken oft leenen moeten alomme open ende doorluchtich zyn, dat der gebueren gesichte daerdoor nyet en worde benommen, oft yemant ongerieff daer by en lyde. Ende nyemandt en mach eenige bancken, kisten, voorberders oft dyergelycke dinge voor syn huys stellen, maecken oft setten, noch oock yet vuythanghen dienende tot synder neringe, daer zyn gebueren oft yemandt anders by soude moegen syn verdruckt oft geinteresseert.

Item, soo wie aende straten huysen maecken oft timmeren oft metsen wille, die en mach de cassye nyet verheffen, soo datter yemandt deur verdruckt wordde, maer laten op den ouden voet, ten waere met kennisse van saecken ende consente vande heeren. Nyemant en mach syn.huys oft erve boven den ouden gront hoogen, dat syn gebueren daer eenich gebreck af hebben oft schade by lyden souden moegen; ende soo wie zynnen grondt hoocht, die eens anders water daer dore oft over leyden moet, die moet tselve terstont wederomme nederen ende op synen jerstenende ouden gront brenghen, alsoo dat dwater gevuechlycken vuytloopen ende synnen schendt [scheut] behouden mach gelyck te voiren.

Item, als eenighe ovenen, schouwen, furneysen, esten, stoven, smeelthuy-sen ende ander plaetsen daermen vier stockt oft besicht, periculen [peri-culeus] syn oft sorgelyck staen, oft oock onbehoirlyck gestelt syn, of dat daer door eenige balcken oft ander hout werck inne oft te na liggen oft gemaeckt syn, anders dant behoirt, dat moegen de gebueren te kennen geven den borgemeestere, dewelcke schuldich is [die] terstont te doen visiteren by de schepenen brandtmeesters zynde; ende indyen alsdan gebreck daerinne bevonden wordt, moeten dat terstondt doen provideren tot versekertheyt vander stadt ende gebueren, al ten coste vande[n] genen die dat onbehoirlyck gemaect of doen stellen heeft.

Item, de brandtmeesters, erfscheyders, wyckmeesters ende'putmeesters, ende elck van hun syn schuldich den heeren borgemeesteren ende schepe-nen terstont te adverteren als sy eenich gebrech weten aen eenighe schou-

p644

wen, ovenen, furneysen, esten ende dyergelycke plaetsen, daermen vier stockt ende besigen moet, sonder te verbeyden de clachten van partyen oft gebueren.

Item, een yegelyck moet syn schouwe soo hooge maecken dat syn gebuere vande[n] roocke, gensteren noch andersindts geen perickele oft gebreck en lyden; ende al en hadde daer nyemandt gebreck by, soo moet hy synne schouwe maecken ende metsen ten minsten vier voeten hooghe boven den dake. Nyemant en mach eenich huys oft edificie afbreken oft ruymen in prejudicie oft achterdeel vanden rentieren ofte chysseneers renten daeroppe heffende.

Item, eenyghelyck die door eenighen ganck heeft synnen vuyt ende inganck, mach daer vuyt ende innegaen ende ryden nacht ende dach, vroech ende spade, met huysvrouwe, boden, familie ende peerden, ossen ende andere beesten daerdoor vuyt ende inne stouwen ende leyden, oock alrehande goeden, waeren, coopmanschappen, berringen ende dyergelycke vuyt ende inne doen, ende insgelycx daer door privaten mogen doen ruymen, ten waere datter bescheedt waere ter contrarien van datmen tselve nyet doen en mochte. Ende in gemeyne ganghen oft daer yemandt synne servituyt aen heeft om vuyet ende in te gaen, daeren mach nyemandt yet inne leggen, setten oft stellen dat den passanten hunderlinck [soude moegen syn], oft [daer] deur des [den] bequamen deurganck eenichsints souden moegen beletten[63].

Item, die eenige bempden, weyden, landt oft bosschen heeft liggende vander straten, moet wegen ende eenen wech hebben over derve van den genen die voor liggen, om daerover te gane, te stouwene ende synvruchten te halene; maer dien wech moet genommen zyn ter minsten schaede, ten naesten cante ende ter naester straten, ten waere dat hy costumelyck ware geweest elders te wegene; in welcken gevalle hy synnen ouden wech schuldich is te houdene; dies vermach den proprietaris vanden gront daer hy overwecht, hem wel eenen anderen wech tsynder minder schaeden, alsoo naer ende bequaem liggende, wysen, dyen hy sal moeten gebruycken, nyet jegenstaende hy eenen anderen te voren gebruyckt hadde.

p646

Soo wie synnen wech heeft door off over eens anders erve, ende beesten daer door stouwen wilt, die moet die beesten alzoo stouwen ende hueden datse gaen ter naester [ten naesten] velde ende ter minster schaden; ende oft [oftse] by negligentie des hoeders oft stouwers, eenige merckelycke schaeden deden, anders dan gelyck passerende beesten gemeynlyck doende zyn, die schaede soude die meester vande beesten moeten betaelen.

Item, boomen die staende syn in midden van eenige grachten, palen, hey-ningen oft gemeene erven, syn ende blyven gemeyn, nyet jegenstaende dat deen oft dander die geplandt mach hebben.

Item, die syn fruyt oft oestboomen [oeftboomen] hangende heeft metten tacken over syns gebueren erve, die moet die overhangende tacken afhou-wen, oft hy moet synnen gebuer laten volgen de heeft van allen de vruchten die alsoo overhangende zyn, welck den voorscreven synen gebuervan tween best gelieft.

TITEL XXXII.

PRESCRIPTIE.

Men en is naer deser stadt recht nyet gewoonlyck te prescriberen in min-deren tyt dan van dertich jaeren.

TITEL XXXIII.

VAN DE RECHTEN ENDE COSTUYMEN GEHOUDE PERSOONEN AENGAENDE.

In den jersten, die ten houwelycke wille commen, mogen, voor tsolempt niseren van heuren houwelycke ende hen trouwen, maecken heure houwe-lycxe voorwaerde, ende sulcke houwelycxe voorwaerden moeten stadt grypen, nyet tegenstaende dat se gemaeckt mochten syn contrarie den stadsrechte, want by houwelycxe voorwaerden mach men der stadt rechten derogeren. Maer een man die insolvent is ende te houwelyck treckt, die en mach in faveur van synnen wyve egeene houwelycke voorwaerde maecken, noch synen wyfve duwarie geven van zynne goeden, daermede synne crediteuren souden moegen syn geprejudicieert.

Item, de man is momboir van syn wyf ende hy mach alle heure personele actien, schulden ende incomminghen in heuren naeme ende van heuren tweghen vervolgen, heysschen ende defenderen, sonder procuratie oft authorisatie van synnen wyfve. Ende alle manspersoonen gehouwet synde, mogen valide alle contracten passeren, hoe jonck datse syn, ten ware datse der stadt kinderen gemaect waeren ende als prodigue gepubliceert ter puyen af.

Item, vrouwe persoonen gehouwt zynde, hoe jonck datse syn, syn vuyten momboiryen, ende en syn onder nyemandts tutele meer dan onder de mom-boirye van heure mans alleene, ten waere dat der [heur] mans der stadt kinderen waeren ende gepubliceert prodigue te wesene. Ende soo geringe als man ende wyff gehouwet zyn, soo is de man de meester vande gereede ende meubelen goeden hun beyden toebehooirde [toebehoirende], nyet jegenstaende van waer datse gecommen zyn oft te houwelycken gebrocht, ten waere dat inde houwelycker voorwaerden expresselyck anders waere gesloten. Een man trouwende een vrouwe die met schulden belast is, die moet syns wyfs schulden betaelen, al synse voor date vanden houwelycke gemaeckt; maer een vrouwe, oft heure goeden, en syn nyet schuldich des mans schulden te betalene, die hy voor thouwelyck schuldich was. Een man mach alle syn selffs goeden, haeffelyck ende erffelyck, hoedanig die syn, die van synen syden innegebrocht oft gecommen zynde [zyn], wel vercoopen, zonder aensiene van synnen wyfve, ende oock jegen heuren dancke ende wille. Maer een man en mach syns wyfs. onruerende goeden oft renten, erffelyck oft lyftochten, van heurder syde gecommen, alwaert oock haefdeylige goeden, nyet vercoopen, alieneren noch belasten, in al noch in deele, dan ten by synne, wete, wille ende consente van synnen wyve, die de brieven daeraff selve met heuren manne moet bekennen ende willichlycken [ende] onbedwongen passeeren voor schepenen, ende oft hy contrarie dade, soude syn nul ende van onweerden. Maer mach een vrouwe met eenen vrempden momboire haer gegeven

p650

metten rechte, valide heuren man constitueren omme heure goeden in al oft in deele te vercoopen. Een man ende vrouwe gehouwet zynde, mogen gesamenderhant alrehande contracten passeren heurer beyden oft des eens goet van hun beyden aengaende, die hun met vollen rechte toebehoiren, oock dotale ende paraphernal, ende allen hun huysen, erffven ende renten, erflyck ende lyftochtrenten, ende alrehande onruerende goeden voor schepenen vercoopen, alieneren, transporteren, terve gheven oft impignoreren, de selve oock becommeren, belasten ende daeraf disponeren naer heurer gelieften, ende daeraf schepenen brieven passeren ende verlyden; welcke contracten ende verlydingen, alzoo gepasseert synde, die en can oft en mach de vrouwe tot egeenen daeghe wederroepen oft te nieuwt doen. Maer gehoude vrouwen en moegen egeen contracten oft voorwaerden valide passeren dan ten bysynne ende consente van heure mans, behoudelyck dat sy, in absentie ende sonder consente van heure mans, testaementen, codicillen ende dyergelycke vuytersten wille wel moegen maecken ende passeren ende van heure ghoeden disponeren, oock sonder vrempden momboir; gelyk van gelycken eenen man, in affwesen ende vuytersten wille[64] ende sonder consent van zyne huysvrouwe, mach testamenten ende vuytersten wille passeren, na syn geliefte; maer en mogen malcanderen, noch deen den anderen, by den selven heuren testamente oft dispositien geensindts prejudicieren in heuren rechte.

Item, een gehoude vrouwe, al is sy een coopwyff, en mach heure onrue-rende goeden oft renten nyet belasten, vercoopen noch transporteren, dan ten bysyne ende consente van heuren man, ten waere dat se heur inge-brochte goeden hadde vutgewonnen, in welken gevalle sy, met authorisatie vande weth, wel in afwesen heurs mans, zoude heur goeden moegen vercoopen oft belasten. Ende soo wanneer eenich mans syn fugityff oft insolvent bedeghen, latiteren, oft cessie hebben. gedaen, furieulx, simpel oft cranck van sinnen geworden zyn, ende andersindts hen verstant nyet wel en gebruycke [gebruyckende], indyen sulcke [mans] huysvrouwen eenige contracten oft voorwaerden valide willen passeren, soo moeten die vrouwen by heeren borgemeesteren

p652

ende schepenen te kennen geven die redenen waeromme, ende wat contracten sy passeren wille[n]; ende vinden die heeren tselve voor de vrouwen nootsaeckelyck oft oirboirlyck te wezene, alsdan interponeren zy daerinne ende toe hun decreet ende consent, ende alsdan wordden de selve vrouwen, naer volgende dyen decrete, versien van eenen vrempden momboir, daermede zy die contracten alsdan wettelycken passeren mogen, ende nyet eer. Een vrouwe die geen coopwyff en is, en mach egeen schulden maecken oft contracteren daer heur man eenige prejuditie by can hebben, ten waere van huysraede oft andere saecken die binnen de[n] huyze gecommen waeren, daer heur man af hadde geproffiteert ende die in heurder beyder oirboir waeren bekendt [bekeerdt].

Item, een vrouwe, egeen coopvrouw wezende, geteeckendt hebbende eene obligatie met heuren man, mach tselve revoceren, ende dat onderteec-kenen en is heur nyet prejudiciabel, soo verre zy daeraff nyet en heeft geprouffiteert gehadt, ten waere dat die obligatie wettelyck met eenen vreempden momboir gepasseert waere. Ende voor haren man en can oft en mach een vrouwe nyet valide heur verbinden, oft yet gelove[n] oft borge blyve[n], ten zy dat zy jerst, by consente van den selven heuren man, versien zy, ter manisse ende vonnisse van schepenen, als voire, van eenen vreempden momboir, die heur int passeren vanden selven contrackte moet assisteren ende met heur dat contract bekennen inder voorscreve manieren; ende dat doende ende gedaen hebbende, is ende wordt alsdan de vrouwe dair vore executable gelyck een manspersoon, nyet jegenstaende dat deselve vrouwe nyet te voiren en is gecertioreert geweest vanden effecte senatus consulti Velleani; al ist soo datmen gewoonelyck is nu in alsulcken contracten de vrouwe te doen renuncieren benefitie senatus consulti Velleani, ende haer van den effecte van dyen te voren [te] waerschouwen ad abundantiorem cautelam, ende oock nyet jegenstaende dat de penninghen, daeraf deselve schult toecompt, nyet gecommen en zyn inde[n] oirboir vande vrouwe, ende dat sy [heur] der coopmanschap van heuren man egeensints en heeft onderwonden, oft van synen state ende debite[n] [niet] geweten en heeft.

Item, vrouwen, dat geen coopvrouwen en syn, mogen alrehande con-tracten, die sy sonder rechterlycke momboirs gedaen hebben, renuncieren ende afghaen.

p654

Maer zoo wanneer vader en [ende] moeder gelyckelyck heuren kinderen eenich houwelyck goet geloeven, oft om dbetaelen van dyen hen obligatien geven, oft schulden daeromme maecken, die moet die vrouwe soo wel als den man helpen betalen. Behoudelyck dat een stiefmoeder, alwaert oock dat sy met heuren man belooft hadde met contracte van houwelycxe voorwaerden voor notaris gepasseert, oft andersindts onder heur hanteecken yet met heurs mans voordochter ten houwelycke te gevene, is alsuleke beloofte van onweerden ende en is daer vooren nyet gehouden.

Item, een vrouwe sittende inden winckel oft aen tberdt van heuren manne, daegelycx vercoopende ende vuytmetende, die en wort daer deur nyet geacht oft gehouden voor een coopwyff, noch en is in heurs mans schulde daer deur nyet gehouden. Maer een vrouwe die, ten aensiene, wel wetene oft consente van heuren manne, coopmanschappe doet, inne coopt ende vuytvercoopt, ende selve heure obligatien daeraff gheeft, die wort geacht ende gehouden voor een coopwyff, ende mach valide alrehande contracten aenghaen oft maecken ende borchtochten doen ende geloeven.

Item, als een vrouwe, hy wetene oft consente van heuren man, abstracten ende separaten handel oft coopmanschap doende is, ende obligatien oft schulden maeckt, die is schuldich selfs haer schulden te betaelene, ende is daervoor convenibel soo verre haere goeden strecken. Ende ingevalle haere goeden nyet genoech en zy somme de selve heure schulden te betaelen, is den man alsdan convenibel ende gehouden de selve vuyten synnen te betaelene ende voldoene; maer de vrouwe en is geensindts, tsy in al oft in deele, gehouden de schulden die by heurer [heuren] man in abstracten coopmanschappen, oft by hem alleene gemaeckt syn, van heure ingebrochte oft verstorven goeden te betalene; nochtans tgoet oft coopmanschap vanden handel oft coopmanschap soo abstrackt, tsy byde vrouwe oft man gedaen, metten crediten ende wasdom daeraf ende oppe gecommen, syn, ten scheydene vanden bedde, deylbaer halff ende halff, als andere vercregen goet.

Item, een vrouwe, zoo wanneer heur man insolvent bedegen is, soo is hy [sy] gehouden te betaelene de helft vande huyshuere, bier broot, spyse ende dranck; ende van alle andere schulden daer aff sy genyet ende gebruyck gehadt heeft ende die mede in heuren oirboir zyn geconverteert, ende dat

p656

ingevalle daer egeen van heurs mans goeden en zyn genoech om de selve te betaelene.

Item, een vrouwe die moet betaelen die alimentatie ende thouden van heu-ren kinderen geheelyck, al eest soo dat sy daervoor nyet gesproken noch heure obligatie gegeven en heeft, ende dat ingevalle daer egeen goeden heurs mans en syn, alsvoire. Ende ouders moeten hun kinderen alimenteren ende onderhouden tot dat se hun broodt, cost ende cleederen cunnen ende weten te winnen, ende soo lange tot dat sy sterck genoech zyn dat te doene, maer nyet langer. Maer als de kinderen, bastaerden oft getrouwde, by legaten oft andersints, selve eenige goeden hebben oft vercrygen om op te levene, dan en syn de ouders nyet schuldich op heuren cost de kinderen nyet[65] langer te alimenteren oft onderhouden. Maer moeten de kinderen alsdan voortaene op heurs selffs goeden leven, voor soo vele als de bladinge ende proffyten de[r] selver ghoeden jaerlycx vuytbrenghen ende gedragen, maer nyet voorder.

Item, die kinderen moeten insgelycx heure gebreckelycke ende verarmpde ouders alimenteren ende sustenteren, eerlyck ende taemelyck, na heur macht ende naer heuren staet, ende dat ter ordonnantien vande weth, indyen douders dat versuecken. Ende vaeder oft moeder moegen heure kinderen in heuren aedt ende plicht noch synde, wel peculium oft capitael gelt geven van [om] hen neiringen tot heurs selffs prouffyt daermede te doene, sonder die te moeten emanciperen; ende den wasdom daeraff blyft den kinderen ende nyet den ouders.

Item, een vrouwe willende procederen jegens haren man oft op syne goe-den, by procuratie, is gehouden de selve procuratie te passeren voor sche-penen met eenen momboir; dwelck oock geschieden mach in absentie van haren manne; ende indyen eenich gehouwde vrouwe wilt procederen jegens eenen derden, en mach tselve nyet doen sonder consent oft authorisatie van heuren man, oft, in cas van absentie oft insolventie heurs mans, by authorisatie vande weth, met eenen momboir.

Item, een wyf die eenen man heeft van quaden regimenten, ende die syn goeden qualyck ende onnuttelyck verdoet oft verquitst, die mach heuren man

p658

bedwingen met rechte dat hy heur moet versekeren van heuren goeden die sy aen hem te houwelycke innegebrocht heeft, ende oock staende den hou-welycke van heurder syden verstorfven oft aengecommen zyn, al waerent oock nyet dan penningen oft gereedt gelt geweest. Ende een wyf die eenen man heeft die in overspel leeft ende met ander vrouwen converseert, mach, aengaende der cohabitatien, van heuren man scheyden, indyent haer belieft, ende die man moet alsdan heur alle heur ingebrochte goeden ende die van heurder syden gecommen syn, oft de weerde van dyen, met allen tgene dat tot heuren lyfve ende rugge toebehoirdt, laten volgen, oock halff de conquesten ende haeffdeylige goeden, ende tot dyen ['t] voordeel; ten zy dat by de huwelycke voorwaerde anders aengaende het deylen vanden goeden int scheyden vanden bedde waer ondersproken. Een wyf die haer misdraecht ende met ander mans converseerdt ende in overspel leeft, die verbeurdt heur innegebrocht ende aenverstorven goedt, soo lange sy leeft, tot heurs mans behoeff, ende de man machse repudieren, heur latende alle heur daegelycxe cleederen; des moet hy syn wyf alsdan taemelyck onderhouden ende doen alimenteren tot eeniger eerlycke plaetsen, daert hem oft der weth goetdunckt; ende en wil sy daer nyet blyven, soo en is de man heur egheen cleedinghe oft alimentatie meer schuldich; maer soo verre de man selve oock oneerlyck geleeft ende overspel gedaen heeft, oft naemaels daede, 'soo moet hy de vrouwen heur goeden laten volghen, ende moegen alsdan aengaende den gemeynen goeden deylen als oft thouwelyk waere gescheyden oft dat sy gedivorcieert waeren. Een man ende wyff, voor heur houwelyck, gemaeckt hebbende contract van houwelycke voorwaerden, moeten tselve achtervolghen, sonder daeraff te gaene ende aen [der] stadt recht hun te moghenhouden; maer moegen wel by testamente andersints daeraff disponeren; in welcken gevalle soo moet het testament, soo wanneer dat byder doodt is geconfirmeert, in respecte vanden aflyvigen stadtgrypen; maer in respeete vanden lancxlevenden, nyet jegenstaende sy oock gesaemenderhandt testament gemaeckt hadden, heeft den selven lancxtlevenden keuse : oft hy hem houden wille aen dyentestamente oft aen de houwelycxe voorwaerde, codicille oft donatie causa mortis, die sy gemaeckt moegen hebben. Ende ingevalle den lancxtlevenden yet byden testamente, codicille oft donatie causa mortis wordt gemaeckt boven tgene hem vuyt crachte vande

p660

houwelycxe voorwaerde competeerdt, mach tselve genyeten, ten waer dat by den selven testamente, codicille oft donatie causa mortis de houwelycxe voorwaerde gecasseert werde; in welcken gevalle de lancxtlevende heeft keuse, als boven, weder hy hem houden wille aende houwelycxe voorwaerde, oft aen het testament, codicille oft donatie causa mortis. Maer man oft wyff, voorkinderen hebbende, en moegen by houwelycke voorwaerde, testaemente, donatien noch eenigerhande dispositien malcanderen, noch deen den anderen, yet meer geven, laten noch maecken, direclyck noch indirectelyck, dan voor soo vele elcx gedeelte vanden kinde in hun achter te latene goeden bevonden sullen [sal] werdden gedraegendt [te bedraegen]; ende wat donatien, duwarien, ghiften oft legaten die man oft wyff malcanderen meer geven oft maken, excederende een van heur kints gedeelte, is nul ende van onweerden; ende alsdan gestaen de kinderen latende heuren lanxlevenden stiefvaedere oft stiefmoedere met hun deylen inde achtergelaten goeden, als oft hy oft sy mede inde achtergelatene goeden een kint waeren, ende voorder en zyn de kinderen nyet gehouden yet te derven betaelene; dies moet (nyet tegenstaende [t] voorschreven kintsgedeelte) deylen die stiefvader oft stieffmoeder altyt inde conquesten ende haefdeylige goeden, ende andersindts achtervolgende de stadtrechten.

Item, als man ende wyf met malcanderen gesaementelyck hebben gemaeckt een testaement, dat mach elck van hun wederroepen voor soo vele alst hun aengaet, soo wel voor als dnaer scheyden [naer tscheyden] vanden bedde, al hadden zy oock maelcanderen gelooft dat nyet te doene; maer wie van hun beyden binnen den houwelycken het gemeyn testaement wederroept, sonder consent oft wete vande [vanden] anderen, die en mach nyet genyeten noch prouffiteren van tgene dat hem dandere by dyen testaemente heeft gemaeckt ende gelegateert gehadt, behoudelyck dat die lancxtlevende, naer de doodt vanden jersten aflyvigen, wel andersints mach disponeren van zynnen eygen goeden, ende oock syn legaten behouden hem byden aflyvigen gelaten ende gemaeckt. Maer soo wanneer man ende wyff malcanderen geven, laten oft maecken eenich hoff[66], lant, sandt, erfrenten oft onruerende goeden, hun beyden

p662

gemeyn toebehoirende, omme by den lancxtlevende van hun beyde synen leefdaege lanck alleene geheel ende al gebruyekt te wordene, op conditie dat naer de doot den lancxtlevenden dat geheel huys oft landt oft rente soude moeten toecommen ende blyven heuren kinderen ende erffgenaemen, soo verre de lanxtlevende dat huys, rente oft erfve alsoo naer de doodt des jersten aflyvighen ende op die conditie aenveert ende geheel blyft besittende, dyen [die] en mach alsdan van zynder helft daeraff nyet anders disponeren, noch tselve huys, erve oft rente in al oft in deele vercoopen, alyeneren, belasten noch becommeren, maer moet dat in dyen gevalle geheel laten volgen den genen die [dien] dat by der gemeyne dispositie oft testaemente geordineert is geweest, vuyt crachte vande welcken hy dit geheel is blyven sittende [besittende] ende gebruyckende.

Item, wanneer ouders heure kinders eenich goet te houwelycke geven op sekere conditien inder houwelyker voorwaerden ondersproken, alsdan en moegen die kinderen vanden selven heuren houwelycken goeden hun by heure ouders op de [die] conditie gegeven, anders nyet disponeren in prejuditie vanden voorschreven houwelycken voorwaerden oft achterdeel van heure ouders. Ende wanneer in eenige houwelycke voorwaerden gestipuleert ende vuyten selven contracten recht vercregen is eenen derden, dat contrackt van houwelycke yoorwaerden en moegen de voorschreve gehouwde nyet breken, casseren oft veranderen in prejuditie vanden genen den welcken recht by der selver houwelycker voorwaerden was geacquireerdt, dan soo verre man ende wyff by tcontract van houwelycker voorwaerden yet hebben gecaveert oft gedisponeert van hunne eygene propre goeden tot prouffyt van een derden; moegen dyen nyet jegenstaende tselve wel breken, casseren oft veranderen.

Item, de lancxtlevende van man oft wyf die int sterfhuys blyft sittende ende de goeden vanden sterfhuyse hantplichten, moet alle de gemeyn schulden vanden sterfhuyse betaelen, behoudelyck hem zyn actie ende verhael vanden [vander] eender helft op derffgenaemen vanden aflyvigen. Maer een weduwe mach int sterfhuys van heuren man blyven sittende, onbegrepen, den tyt van ses weken lanck, om binnen dyen tyde heur te beradene oft syt sterfhuys van heuren man mede wilde [wilt] aenveerden, ende schaede ende bate genyeten, oft dat sy tselve wille renuncieren ende repu-

p664

dieren; dies en mach sy nyet eenen houten lepel oft yet, hoe cleyn dattet is, versteken oft verborghen, by heur selven noch anderen; maer blyft sy naerde ses weken int sterfhuys zonder benefitie van inventaris oft consent vande[n] rechtere, daerna en mach zy het sterfhuys van heuren man nyet repudieren, maer moet alle de schulden van den sterfhuyse betaelen, alwaert dat de selve schulden excedeerde[n] de weerde vanden goeden desselffs sterfhuys. Ende als yemant vande pesten gestorfven is, alsdan moet thuys gesloten staen ses weken, ende derffgenaemen en mogen daerinne nyet commen zonder oock mede de witte roede te dragene; ende na dat [het] huys verweert is, ende naer dat [het] ses weken opengedaen is geweest, alsdan mach de lancxtlevende daernaer int gemeyn sterfhuys noch ses weken blyven zitten, als oft de aflyvige ten dage van der openinge des sterfhuys ende als den stroowisch afgaet jerst gestorven waere, omme binnen de leste sesse weken staet ende inventaris te maeckene; ende ist een vrouwe, zoo mach syt sterfhuys, binnen dyen ses weken naer dat den stroowisch afgedaen is, noch repudieren zonder hare schade ende sonder haer selven inden last vanden schulden te stellene. De lancxtlevende van man ende vrouw mach oock ses weken na de doodt des jersten aflyvigen int sterffhuys blyven sittende, op gemeene huyshuere, ten waere dat hy eer van de kinderen oft erffgenaem gescheyden waere; ende ingevalle aen tgehuerdt huys, landt oft winckel eenich prouffyt te doene is, oft comen can, dat proffyt is oock deylbaer, nyet tegenstaende wie van man oft wyff die huere alleene gedaen oft op hem alleene doen stellen mach hebben. Ende de lancxtlevende sittende int sterfhuys daer gereede penningen oft goeden syn, en is nyet gehouden eenich interrest oft verloop van dyen pen-ningen oft goeden te derven gevene binnen denjersten ses weken, noch oock daernaer, ten waere dat sy [hy] nade ses weken weygeringe dade te scheydene ende deelene, oft dat derfgenamen daeraf naer ses weken tegen hem hadden behoirelyck geprotesteerdt. Maer de schaede ende verlies die naer de ses weken vande doodt des aflyvigen gebeurdt, die moet de lancxtlevende alleene draegen ende betaelen, zoo verre hy na de ses weken inden sterfhuyse alleene is blyven sittende in onverdeylde goeden; ten waer hy de erfgenaemen binnen den ses weken openinge vanden sterfhuyse gedaen, staet ende inventaris behoirlyck gemaeckt ende met hem [hen] begeert hadde te scheydene ende te deylene.

p666

Item, de lanchtlevende van man oft wyff moet staedt ende inventaris over-geven van alle den goeden, ende dyen gewarigen metten eedt, soo verre derfgenaemen dat versuecken; ende indyent den erfgenaemen goetdunckt, zoo moegen zy den selven staet ende inventharis reprocheren voorden eedt ende contradiceren ende recht daerop verwachten; maer ingevalle derfge-naemen nyet en cunnen bewysen den selffven staet minder oft meerder te synne dan soo den lancxtlevenden dyen overgegeven heeft, alsdan moet de lancxtlevenden sweeren by eede als het versocht wordt, dat hy egeene goeden, penningen, renten oft actien meer en weet oft en heeft den sterf-huyse aengaende, oft daert sterffhuys eenichsindts inne gerecht soude moegen syn, dan die hy byden selven staet ende inventharis verclaert ende overgegeven heeft, ende dat hy egeene goeden, penningen oft crediten, oft yet den sterfhuyse aenclevende verborgen, versteken, wechgegeven, verdonckert oft verswegen en heeft, by hem selven oft anderen, in fraude vanden erffgenaemen, ende soo verre hy naermaels yet bevonde, oft tot synder kennisse quaeme daer tsterffhuys inne gerecht waere, oft dat den selven in al oft in deele toebehoirde, dat hy dat terstont altyt den erffgenaemen te kennen geven ende hem dat te goede brenghen ende tot heuren gelyck tot synnen proffyt laten commen sal ter deylinge; ende met dyen eede moet de lanxtlevende alsdan geloove hebben. Ende als de lanxlevende van man oft wyff over de ses weken int sterfhuys blyft sittende, die gemeyne goeden blyft administrerende zonder vanden kinderen oft erfgenaemen des aflyvigen te scheydene ende te deylene, die is schuldich ende behoirdt namaels, als den kinderen oft erffgenaemen belieft, inventharis ende staet van allen de goeden des voorscreven sterfhuys over te gevene, als voore, ende rekeninghe, bewys ende reliqua van zyne administratie te doene, ende voor der kinderen ende erfgenaemen helft inne te staene ende hun daeraf te voldoen.

Item, een lanxtlevende, blyvende sitten int gemeyn goet zonder ter pre-sentien vande kinderen oft erfgenaemen, emmers de selve daertoe geroepen wesende, behoirlycken staet ende inventaris te maekene, als vore, all waer hy een tochtenaere vande goeden ende hy binnen middelen tyde, eer hy den staet ende inventaris alsoo gemaect hadde, eenich goet cochte, vercreghe, veroverde oft verspaerde, dat vercregen goet moet volgen voor deen helft den erfgenaemen, soo lang tot dat den staet ende rekeninge van den sterf-

p668

huyse gemaect is. Dies hebben derffgenaemen den keuse oft zy tsterfhuys ende goeden willen aenveerden gelyck dat was ten daege van [de] aflyvicheyt des dooden, oft gelyck als de goeden zyn ten tyde vande scheydinge ende deylinghe. Maer een vrouwe repudierende het sterfhuys van heuren man, blyft ongelast van heurs mans schulden, ende heur moeten volgen alle heure penningen, goeden ende renten, oft de weerde vande selffven, die zy aen heuren man te houwelycke innegebrocht heeft ende die gene die haer staende ten [den] houwelycke aengecomen syn; ende de vrouwe heeft dyen aengaende preferentie voor alle dandre persoonen ende crediten, hoedanich die syn moeghen, behoudelyck dat sy moet betaelen de schulden daer sy ingehouden is, oft mede genyet oft prouffyt aff gehadt heeft. Ende als een vrouwe sterft voor heuren man, alsdan hebben heur kinders oft erfgenaemen, willende metter moeder oft vrouwen goeden vuytblyven, tselve recht ende actie dat de vrouwen gehadt souden hebben indyen sy de lancxtlevende gebleven waeren.

Item, een vrouwe aenveerende haers mans sterfhuys ende achtergelatene goeden onder benefitie van inventaris, en verliest daer deur haer recht van duwarie nyet, maer blyft dyen nyet jegenstaende creditrice voor heur duwarie, soo verre zy tsterfhuys binnen behoirlycken tyde repudieert. Ende een vrouwe die haers mans goeden oft sterfhuys, egeen coopman geweest synde, heeft gerenunchieert, dyen nyet jegenstaende blyft sy staende op haer actie, ende mach metten anderen crediteuren volgen voor heur duwarie; ende dat doende heeft sy concurrentie metten anderen crediteuren, behoudelyck den gepriviligieerden schulde[n] altyt heure preferentie. De lancxtlevende van man ende wyff die en behoudt egeen tocht met allen aen goeden inder stadt oft vryheyt geleghen, ten waere dat byder houwelycker voorwaerden oft andere wettelycke dispositie de[n] lancxtlevende de tocht gemaect ende gelaten ware.

Item, wanneer dat tusschen man ende wyff eenige houwelycxe voorwaerde gepasseert ende gemaeckt is, soo en mach de lancxtlevende van hun beyden egeen voordeel inde gemeyne meubele goeden hebben oft heysschen naer der stadt recht, ten waere dat inder houwelycxer voorwaerde expresselyc waere ondersproken, dat de lancxtlevende soude hebben syn voordeel, oft dat de

p670

goeden daeraff inde houwelycxer voorwaerden nyet gecaveert en is, souden gedeylt worden na stadtrecht. Alle onruerende goeden die men noemt haefdeylingen, soo wel ingebrochte als'verstorfven, als : huysingen, hoven, landt, beempden ende gronden van erfven gelegen binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, egeene vuytgenommen, ende oock alle onruerende vercregen. goeden, waer dat se gelegen zyn, syn gemeyn ende deylbaer halff ende halff als oft al gereede ende meubelen goeden waeren, ten waer dat inder houwelycker voorwaerden tusschen man ende wyff expresselyck anders waere ondersproken.

Item, alle gereede goeden, tzy vercregene oft andre, huysraet, gelt, silver, gemundt oft ongemundt, pachten, achterstellen ende incomingen van renten, huysen, landen ende erfgoeden, ende alle andere personele actien ende crediten van man ende wyff, syn deylbaer gelyck meubelen ende gemeyne goeden, nyet tegenstaende waer ende tot wat plaetsen dat de debiteurs woonachtich zyn, ten ['t en] waer anders inde houwelycxe voorwaerde ondersproken, als vore. Alle vercregene ende gecochte goeden die man ende wyff staende heuren houwelycke winnen, conquesteren oft vercrygen, syn gemeyn halff ende halff, nyet jegenstaende dat deene van hun beyden alleene daerinne gegoeit is ende inde brieven genommeert staet. Maer soo wanneer man ende wyff staende heuren houwelycke eenige renten oft onruerende goeden vererygen, daer de man alleene inne gegoeit ende geerft is, ende nyemandt dan hy inde vercrych brieven genoemt en staet, alsdan mach de man staende den houwelycke die goeden wederomme alleene vercoopen, alieneren ende belasten, indyent hem belieft, zonder aensien van zynnen wyfve. jae teghen heuren wille ende danck; maer de vrouwe en mach dat nyet doen sonder heuren man, alwaer zy daerinne alleene gegoeit ende geerft geweest; ende als de vrouwe inde brieven genoempt staet, alsdan en mach die man haer deel in al oft in deele nyet belasten oft vercoopen sonder consent van synnen wyfve. Ende na tscheyden vanden bedde en mach de lanxtlevende van man ende wyff de vercregen goeden, nyet jegenstaende wie dat inde vercrych brieven mach genommeert staen, nyet voordere becommeren, belasten, vercoopen noch alieneren dan voor deen helft, tertyt toe dat hy vande erfgenaemen des aflyvigen geheelyck ende al gescheyden sy.

p672

Item, alle erfrenten, erfgoeden, nyet haefdeylich, ende lyftochtrenten die man ende wyf aen malcanderen te houwelycke gebrocht hebben oft binnen den houwelycke verstorven zyn, soo verre die staende den houwelycke nyet en syn verandert, gealieneert oft vercocht, soo volgen die wederomme, na de doot vanden jersten aflyvigen, der partye ende zydewaerdts daeraf die gecommen ende gebrocht oft gesuccedeert syn, ten waere inden houwelycxer voorwaerden andersints ondersproken oft gedisponeert. Maer zoo verre die voorschreven erfrenten, erfgoeden oft lyftochtrenten, by man ende wyff te houwelycke gebracht, binnen heuren houwelycken vercocht, vertiert, oft dat de renten afgequeten waeren, hoe wel dat die penningen wederomme bekeert wordden aen andere gelycke goeden oft renten, nochtans zyn die goeden oft renten met die penningen gecregen deylbaer, ende blyven gemeyne halff ende halff, ten waere dat het expresselyck anders tusschen hun inder houwelycker voorwaerden waere bevoorwaert, want dat eens penningen geweest syn staende ten [den] houwelycke ende deylbaer, is ende blyft altyt daernaer deylbaer, nyet jegenstaende wat erfgoeden oft erffrenten daermede gecocht moegen wesen. Nyettemin, als man ende wyff staende heuren houwelycke eenige vande voorscreven erfgoeden alieneren by erfgevingen, alsoo dat sy voor dat erfgoet renten blyven heffende, die renten volgen den genen ende ter zyden alleene dyen dat erfgoet toebehoort heeft, soo verre die erfrenten by erfgevinghen gecregen, ten scheydene vanden bedde alnoch is ongequeten ende onveran-dert.

Item, als man ende wyff eenige vande voorscreven onruerende goeden oft erven aen malcanderen te houwelycke bringen, oft staende ten [den] houwelycke toecommen oft aensterven, die met commeren belast syn, soo verre die commeren, renten oft chynsen staende den houwelycke worden afgequeten oft gelost, ende den pant daeraff ontlast, in dyen gevalle wordden die afgequeten commeren, renten ende chynsen gerekent als conquest ende vercregen goet, alsoo dat die gene.die ten scheydene vanden bedde synne onruerende goeden oft erfven wederomme na hem neempt, den anderen, oft synen erffgenaemen, deen helft daeraf moet goet doen ende betaelen, oft die helft vanden selven oft gelycken chynsen daerop assigneren ende laten heffen ende jaerlycx ontfangen, ter quytinge toe vanden selven.

p674

Item, een man oft wyff die, by malcanders consente, staende heuren hou-welycke, deen op des anders erfgoeden oft onruerende goeden oft erven (die naer tscheyden vanden bedde heur oft heuren erfgenaemen vuyt crachte vande houwelycker voorwaerden oft andersindts wederomme alleene volgen moeten) eenige nieuwe proffytelycke edificie maecken, oft merckelyck melioratien, volgen altyt den gronde; des moet die gene die vanden gronde scheyt, oft syne erfgenaemen, daeraf wordden gecompenseert vanden eenderhelft; maer maecken sy eenige edificie jegens elcx ander [anders] consent, oft andere voluptueuse edificien, na hun genuchten, daeraf en valt geen compensatie.

Item, man ende wyff die staende heuren houwelycke des eens oft des anders onruerende goeden oft erven belasten met renten oft commeren, ende de brieven daeraf gelyckelyck voor schepenen oft weth passeren, die belastingen moet gemeyn gedragen worden, in sulcker vuegen, dat die gene van man oft wyf die de onruerende goeden oft erfven toebehoiren, oft hun erfgenaemen, gestaen midts draegende deen helft vande voorscreve vercochte renten, ende dander moeten hem deen helft vander voorscreven belastinghen afdoen oft daer tegen compenseren tot zynen contentemente. Ende als de [des] mans oft wyfs onruerende goeden voor thouwelyck met renten oft chysen belast zyn, daerinne en is de lancxtlevende nyet gehouden voordere dan inden achterstel die staende den houwelycke is verschenen, behoudelyck soo verre die belaste goeden haefdeylich zyn, ende de lancxtlevende deen helft daeraf wille deylen ende behouden, soo moet hy oock deen helft van allen de commere daerop staende metten verloopen draegen ende betaelen.

TITEL XXXIV.

VAN TESTAMENTEN.

Inden iersten, eenyegelyck mach van synne eygenen propren goedenhem met vollen rechte toebehoirende disponeren, ende de selve geven, laten ende maecken by testamente den ghenen oft [de] ghene diet hem belieft, zoo verre diese gegeven, gelaten ende gemaeckt syn, habil syn om tgelt [tgoet] te moegen ontfangen.

p676

Behoudelyck dat ouders die wettige kinderen hebben, die moeten de kin-deren heur legittime vry laten, ten waere dat sy redenen genoech hadden omme die te onterven.

Item, een geproclameerde prodigue ende stadtkinderen en moghen egeen testaement maecken dan by consente vande weth, oft by consente vande momboiren oft curateuren hun gedeputeert ende geordonneert; maer hun huysvrouwen moegen wel valide testeren van heure goeden, sonder eenige authorisatie oft decreet, niet jegenstaende de proclamatien ende prodigaliteyt van heuren mans.

Item, nyemant en mach disponeren van leengoeden zonder octroy vanden hertoge van Brabandt oft consent vanden leenhouwer [leenheer][67] daeraf dat leen gehouden wordt.

Item, ab intestato oft by testamente ende andere vuytersten wille wordt opden erfgenaeinen de proprieteyt ende eygendom getransfereert van den inmuebelen ende onruerende ghoeden die hun achtergelaeten syn. Desgelycx, soo wanneer in specie eenige immeubelen oft onruerende goe-den by testaemente oft codicille wordden gelegateert, de proprieteyt van dyen wordt geacquireert den legataris naer doverleverige [doverleveringe] vanden brieven byden erfgenaemen oft executeuren den salaris [legataris][68] gedaen.

Item, de kennisse vande solempniteyten vande testaementen competeert den geestelycken hove; maer legatarise ende andere, willende ageren vuyten testaemente oft andersindts tot betaelinge van heuren legaten, moeten dat doen voorde weth van Antwerpen. Ende alle executeurs van testaementen moeten de kerckrechten, legaten ende schatschulden betaelen, ende mogen daer voor binnen jaers naer de doot vanden aflyvigen geconvenieert wordden ende tot datse rekening gedaen hebben ende gescheyden zyn van heurder executeurschappen, ende daernaer nyet.

Item, een persoon die executeur ende oock testaementelycken momboir

p678

van kinderen gemaeckt en, geordineert wordt, die mach den last van der executien wel aenveerden sonder de testaementelycken momborye mede te moeten aenveerden, maer wanneer hy expresse de tutele testamentaire eens heeft aenveert, soo moet hy die voirdane blyvende exerceren sonder die te moghen renunchieren.

Item, erffgenamen, indient hen belieft, mogen den executeuren heur legaet betalen ende selve den last vander executien aenveerden, midts stellende cautie suffisante voor schepenen vande legaten ende vuytersten wille te voldoene binnen tsiaers, ende van te betaelene allen de schulden van den sterfhuyse, ende dat de executeurs, ter saecken van legaten,- schulden oft testamentelycke dispositien, nimmer meer en selen wordden gemolesteert; in welcken gevalle soo moeten dexecuteurs blyven vuyten sterfhuyse ende den erfgenaemen tgoet laten volghen.

Item, dexecuteurs ende testamentelycke momboiren zyn schuldich, alst versocht wordt, van allen weerlycken persoonen sterfhuysen, daer eenige weeskinderen inne gericht zyn, te doene wettelyck rekening voor schepenen vande stadt, ten waere anders byde [n] testamente geordineert ende expresselycken verboden; moeten nochtansin allen gevalle dexecuteurs ende testaementelycke momboirs binnen den tyt van ses weken naer daflyvicheyt vanden testateur maecken eenen behoirlycken inventaris ende staet van allen de goeden byden aflyvigen achtergelaten, nyet jegenstaende dat ter contrarien gedisponeert waere.

TITEL XXXV.

VAN SUCCESSIEN, SCHEYDINGHEN ENDE DEYLINGEN.

Inden iersten, soo wanneer yemandt aflyvich geworden is, soo worden synne erfgenaemen ab intestato gehouden ende gesaiseert in allen de goeden des aflyvigen, haefelyck ende erffelyck,. ruerende ende onruerende, hoedanich die syn, gelegen binnen der stadt ende vryheit van Antwerpen, ende oock in alle de crediten ende personele actien, waer dat die gelegen zyn, in sulcker vuegen dat derfgenaemen ab intestato, zoo wel inde collaterale successien als inde rechte linie, elck naer rate dat hy ab intestato daerinne gerecht mach zyn, blyven inde possessie die de selve aflyvighe binnen zynen levene gehadt heeft, sonder eenige interruptie, als oft sy rechterlyck [daer]

p680

inne waeren gemainteneert, ende sonder dat van noode zy dat derfgenaemen ab intestato eenige andere actuele possessie daeraf nemen, nyet jegenstaende dat by testaementen, codicillen, donatie oft dyergelycke ordonnantien andersindts waere gedisponeert, ende dat d'executeurs, de geinstitueerde erfgenaemen oft legatarisse[n], wie dattet ware, vier, vyf, ses oft meer maenden daeraf contrarie possessie genommen ende de achtergelaten goeden oft renten gepossesseert hadden; maer ingevalle de contrarie waere gedisponeert by houwelycke voorwaerde voor schepenen gepasseert, soo soude de saisine cesseren. Ende man ende wyf van allen gemeynen goeden hebben[69] gelycke possessie, gelyck elck van hun heeft besundere possessie van synne eygene goeden, nyet jegenstaende dat dien een [dat d'een] van hun beyden acte possessoir geuseert oft die goeden gehandelt heeft. Ende wanneer die lanextlevende oft geinstitueerde erfgenamen dat versoecken, de erfgenaemen ab intestato, die hun willen doen saiseren ende stellen in possessie vande achtergelatene goeden, moeten stellen cautie voor de selve goeden, van die te restitueren, metten costen ende, schaeden, soo verre tselve bevonden werdt te behoirene. Soo wanneer dat man oft wyf, gehoudt synde, aflyvich wordt, weder hy oft zy kindt oft kinderen achter laten oft nyet, des aflyvigens erfgenaemen succederen terstont naer syn doodt inde goeden byden selven aflyvigen achtergelaten, ende moeghen derfgenaemen des aflyvigen terstondt na de doodt commen ende blyven int sterfhuys desselfs aflyvigen, voor deen helft, als in heur propre eygene goeden, tot dat se gescheyden zyn; ende soo verre het den erfgenaemen des aflyvigen belieft, soo moet den lancxtlevenden verstaen tot scheydinge ende deylinge terstont naer de ses weken dat deerste aflyvige gestorven is geweest; maer dyen tyt van ses weken mach de lancxtlevende blyffven int gemeyn sterfhuys, metten erfgenaemen des eersten aflyvigen gesaementlyck, indyent den lancxtlevenden belieft.

Item, in successie heeft ende grypt representatie stadt, ende succedeert men in stirpes et non in capita, in sulcker vuegen, dat derfgenaemen ende descendenten, soo wel in collateraele successie als inde rechten tronck, altyt staen moeten inde plaetse van heuren ouders oft predecesseurs, hoe verre datse

p682

oock syn gedescendeert, ende de neven, pronepoten, ende andere descen-denten moeten heur legittime vry houden als oft hun ouders oft overouders noch leefden.

Item, ouders en succederen nyet heuren kinderen sonder oir gestorven synde, soo verre tkindt andere persoonen heeft geinstitueert, ten waere dat sy des behoefden; in welcken gevalle souden sy hebben van den achtergelatene goeden heurs kindts hun legittime; gelyck tkindt in synder ouders goeden souden [soude] moeten gehadt hebben. Maer vader ende moeder succederen heure kinderen ab intestato van heurder syden, ten waere dat de kinderen vander selver syden hadden brueders, susters oft brueders oft susters kinderen, oft andere descendenten van dyer zyde gecomen synde; ende derfgoeden niet haefdeylich, ende erffrenten in wesene zynde onverandert, volgen altyt ter syden alleene daerse aff gecom-men syn.

Item, als persoonen die heylige geest proven hebben ende die als aelmoes-sen genyeten, sterven,dan volgen hun achtergelaeten goeden halff den heyligen geest ende halff den erffgenaemen. Ende als personnes die heylige geest proven hebben ende daertoe voirts byde aelmoesseniers onderhouden worden, sterven, aldus [alsdan] volgen hun achtergelaeten goeden half den heyligen geest ende half den aelmoesseniers, ter armen behoeff.

Item, persoonen die alleene byde aelmoesseniers wordden onderhouden, alse sterven, tgene dat sy achterlaeten blyft den armen. Derfgenaemen vanden aflyvigen blyvende in een sterfhuys ende aenveerdende de goeden vanden aflyvigen, oft hun simpelyck dragende als erfgenaem van den dooden, sonder beneficie van inventaris oft decreet vanden rechter, die moeten alle schulden ende lasten vanden sterfhuyse betaelen, alwaert dat de schulden ende lasten vanden selven sterfhuyse verre excedeerde[n] de waerde vanden goeden desselfs sterfhuys. Ende de crediteurs moegen convenieren voor heur crediten den lancxtlevenden alleene oft eenich vande erfgenaemen alleene, wie dat hun belieft, ende altyt elcken een voor al; dies heeft de geconvenieerde syn regres ende verhael op syne mede erfgenaemen ende consoirten vanden sterffhuyse. Ende kinderen oft erfgenaemen willende in eenich sterfhuys commen deylen, soo verre de lancxtlevende oft andere mede erfgenaemen dat versuecken,

p684

moeten sufficiente cautie stellen eer sy yet deylen oft aenveerden vanden sterfhuyse, van te betaelene hen paerdt van alle de schulden endc lasten van den selven sterfhuyse.

Item, derfgenaemen vanden dooden, weder sy de haeffelycke gereede goeden mede deylen oft nyet, of al eest soo dat de gemeyne schulden ende lasten des sterfhuys excederen de waerde van de gereede goeden, soo verre sy hun erfgenaemen draegen willen vanden dooden ende die onruerende goeden mede deylen willen, die moeten altyt theuren laste ende cost alleene betaelen alle kerckrechten, offranden, missen, exequien, legaten, sepulture ende waschlicht vanden dooden, insgelycx de costen vander vuytvaert, vije, xxxen ende jaergetyde, met oock den sarcke van [den] grave ende des daertoe behoirt, zonder des lancxtlevende[n] cost oft last; maer die maeltyden vanden lyckhuyse, spyse. wyn ende dranck, ende des binnen den huyse verteert wordt, dat moet den lancxtlevende deen helft ende de erfgenaemen dander helft gelyckelyck betaelen; maer een yegelyck die rouwcleederen draegen wille, die moet die vuyt synnen borssen ende tot syns selfs cost betaelen; wel verstaende, soo verre de lancxtlevende van man oft wyff na heur doodt oock begeren onder den selven sarck begraeven te wordene. oft dat derfgenaemen dyen lancxtlevende onder den selven sarck doen begraeven, indyen gevalle moeten derfgenaemen des yerst aflyvigen deen helft vanden selffven sarcke betaelen ende restitueren. Ende de crediteuren moeten, voor alle legaten, costen van vuytvaerden ende exequien, te vollen betaelt wordden, behoudelyck datmen den doode ten laste vande goeden des sterfhuys alleene mach taemelyck doen begraeven, zonder meer ten coste of in prejuditie vande crediteuren yet te betaelene oft te doen doene.

Item, wanneer vaeder oft moeder, oft over ouders heuren kinderen oft kintskinderen eenich houwelyck goet geven, alt selve houwelyck goedt moeten de kinderen naer de doodt van heuren ouders ter gemeynder dey-lingen vanden anderen kinderen innebringen, oft soo lange stille staen tot dat danker [dander] kinderen daertegen verleken zyn, al waert oock soo dat daeraf inder houwerlycker voorwaerden nyet en waere eenich vermaen gedaen geweest.

p686

Ende wanneer vader ende moeder gelyckelyck heuren kinderen eenich houwelyck goet geven, soe wanneer deen vande ouders sterft, alsdan en derff dat gehouwet kint, in respecte van syn bruers oft susters, dat houwe- lyck goedt maer half ter collatien bringen, ende gestaet midts dander helft ierst innebringen [-de] na de doodt vanden lancxtlevenden van vaeder oft moeder, ten waere dat andersints ware bevoorwaert ende gedisponeert. Item, kinderen, in respecte vande lancxtlevenden van vaeder oft moeder, moeten int sterfhuys des iersten aflyvigen, voor allen deylingen, confereren ofte innebringen alle tgene hun ten houwelycke gegeven is geweest. Ende kinderen, houwelyck goedt gehadt hebbende van heuren ouders oft overouders, moegen met heuren houwelycken goeden blyven vuyten sterfhuyse van heuren ouders oft overouders, indyent hem belieft, ende dat doende en derfven nyet confereren, oft en syn in die legaeten, exequien noch schulden van heure ouders nyet gehouden.

Item, oft ouders eenige van heuren kinderen soo veele te houwelyck gae-ven, dat de andere heure kinderen luttel oft niet van heuren ouders en souden behouden oft hun succederen, alsdan mogen de andere kinderen de gehouwde kinderen bedwingen met rechte, nyet jegenstaende dat sy met heuren houwelycke goeden vuytblyven ende de sterffhuysen van heure ouders repudieren willen, dat sy, in respecte vande anderen kinderen, moeten innebringen hun houwelyck goedt by tgene dat de ouders achterge-laeten hebben, oock al en hadden de ouders geen goet achtergelaeten boven hun schulden ende lasten overschietende, ende vuyt dyen houwelycksche ende achtergelaten goeden vande ouders gesaementlyck moeghen de ongestelde kinderen nemen ende behouden hun legittime, al en waerder oock nyet anders overgeschoten dan thouwelyck goet; maer de vrempde crediteuren en hebben tegen de gehoude kinderen heurer ouders sterfhuys repudierende, egeen actie, ten waer dat bleke, dat de ouders, in fraulde van heuren crediteuren, hun tselve houwelyck goedt gegeven hadden.

Item, in cas van scheydinge en [-de] deylinge moeten derfgenaemen vol-gen de costuyme ende usantien van der plaetsen daer daflyvige hun [zyne] fixe domicilie ten tyde van zyne aflyvicheyt was houdende, alwaert oock dat syn hert elders gebroken waere. Ende alle erfrenten ende erfgoeden nyet haefdeylick wesende, in wesene synde onverandert, moeten geheelyck volghen ter syden waert van daer die

p688

gecommen zyn; maer alle haefdeylige, vercregene oft veranderde goeden, haeve ende erven, moeten volgen deen helft den erfgenaemen vande vaederlycke seyden, ende dander helft den erffgenaemen vande moederlycken syden, soo dat, ingevalle daer heel broeders ende half broeders syn vanden tweeden bedde, de heel broeders, als representerende de vaederlycke ende moederlycke syde, hebben de helft vanden achtergelatene haefdeylige, conqueste ende muebele goeden, ende in dander helft deylende met heur half broeders hooftsgelycke. Ende als daer geheel ende halff broeders zyn van meer ende diversche bedden, hebben al die vande vaederlycke zyden metten geheelen broeder deen helft, ende die vande moederlycke syde metten voorscreven geheelen broedere dander helft ende deylen hoofthooftsgelycke, als voire.

Item, alle erfgoeden, erfrenten ende onruerende goeden worden gedeylt tusschen de erfgenaemen naerder plaetsen recht daer onder datse gelegen zyn.

TITEL XXXVI.

LYFRENTEN.

Lyfftochtrenten die ouders coopen opte lyfven van heure kinderen, syn deylbaer gelyck de ander achtergelatene goeden, dies mach die gene tot wyens lyfve de lyftochtrente staet, de selve lyfrente alleene behouden, indyent hem belieft, midts verlyckende zynne andere bruers ende susters daer jegen van alsoo vele als den prys vander gecochter lyftochtrenten bedraecht. Ende wanneer ooms, moeyen oft andere vrienden oft maegen eenige lyftocht renten coopen ten lyfve van heuren nichte ende neven, oft oock van eenige vrempde, die egeene necessaire erffgenaemen in hun achtergelaten goeden en zyn, die lyftochtrenten volgen ten lyfve alleene daer die op gecocht syn, ten waer dat de coopere daeraf int coopen hadde gereserveert synne dispositie ende dyen naer volgende andersindts daeraf hadde gedisponeert; ende al hadde de coopere int vercrygen vande lyftochtrenten syn dispositie daeraf gereserveert, indyen hy daeraf nyet expresselyck anders en disponeert, alsdan moeten de lyfftochtrenten volgen ende blyven den lyfve alleene daer sy op staen ende nyemant anders.

p690

Als eenighe lyftochtrenten gecocht worden met gemeyne penningen van weeskinderen, nyet jegenstaende datse meer op des eens lyff gecocht staet [staen] dan op des anders, soo moeten nochtans die lyftochtrenten gedeylt wordden gelyckelyck als dander gemeyne goeden. Ende wanneer tusschen kinderen oft erfgenaemen de gemeyne lyftochtrenten gedeylt syn, ende de selve bevallen te deele anderen kinderen oft erfgenaemen dan den genen tot wyens lyfve die staende syn, alsdan en heeft die gene tot wyens lyfve dat de rente[n] staet [staen] daer egeen recht meer aene, maer volcht [volgen] den genen dyen datse aengedeylt syn ; ende sterft hy voorden pensionaris, soo volcht die rente zynnen kinderen oft erfgenaemen, soo lange den pensionaris leeft, ende nyet den selven pensionaris, al ist dat die rente staende blyft op syn lyff alleene.

Item, alle lyftochtrenten moeten betaelt wordden van halven jare tot hal-ven jare, al en maeckten de constitutie brieven daeraf egeen mentie; maer thalf jaer daerinne de pensionaris sterft, daeraf en ismen niet schuldich yet te betaelene, alwaert dat de pensionaris ierst storve opden selven dach als thalff jaer vande lyftochtrenten vallende is, ten waere dat die pensionaris noch leefde naer der sonnen onderganck van dyen daeghe, in welcken gevalle soude men syne erfgenaemen dat halff jaer oock moeten betaelen. Nyemandt en derff langer blyven met synnen mede erfgenaemen oft deel-hebberen in gemeyne onverdeelde goeden, huysingen oft erven, dan hem en belieft, hoe lutteldeels hy inden selven goeden, huysen oft erven heeft, maer mach begeren scheydinge ende deylinge altyt alst hem goetdunckt, ende indyen den pandt gevuechlyck deylbaer is sonder verbaelmonden oft merckelycke schaede vanden portionarissen.

Ende soo wanneer yemandt eenich paert oft deel heeft in een huys, hoff, erve oft ander onruerende goeden, die men nyet gevuechelyck tot prouffyte en can gescheyden ende gedeylen, ende by [hy] syn helft oft gedeelte begeert te vercoopene, soo verre dander portionaris oft portionarisen nyet mede vercoopen, maer heur deelen daeraf willen behouden, alsdan moeten die gene die hun deelen daeraf niet vercoopen en willen, hoe vele gedeelten oock sy daerinne moegen hebben, den portionaris oft portionarissen, die hun deelen willen vercoopen, hun paert ende portie daeraff afcoopen, tot sulcken pryse als sy des met malcanderen cunnen overcomen; oft en connen zy des nyet eens geworden, soo mogen die genen, die hun deelen nyet ver

p692

coopen en willen, tgeheel goet, huys oft hoff, den anderen, die hun deelen vercoopen willen, setten te gevene oft te nemene voor eenen sekeren prys, ende alsdan heeft die gene die vercoopen wille, keuse oft hy syn deel naer advenandt daeraff van dyen gesetten pryse den setteren laten, oft dat hy hen deelen daer voore aenveerden ende betaelen wille. Ende indyen zy tselve alsoo nyet setten en willen te geven oft te nemen, alsdan moeten die gene, die hen deelen nyet en willen laeten vercoopen, consenteren dat men tgeheel huys, goet oft erve doe ter vrydaechs merckt, ende dat men alsdaer vercoope ten hoochsten verdierene, ten lancxsten met vier vrydaghe, ende met voorgaende vuytroepinge ende vuytbellene eenen yegelycken even naer; ende aldaer moegen die portionarisse soo wel hoogen, verdieren ende coopen gelyck een vrempde, indyent hun belieft; ende soo verre die gene, die hun deelen daer aff begeert hebben te houdene ende de hoochste ende leste verdierders nyet en syn, noch den palmslag daeraf ontfangen oft doen ontfangen en hebben, soo mogen zy, als portionarisen, de naeste daeraf syn, indyent hun goet dunckt, ten waere dat sy, naer tvercoopen, dyen coop hadden geapprobeert, oft dat zy de lyfcoop daeraf hadden helpen drincken sonderhun gelach ende verteerde costen betaelt oft doen betaelen te hebben.

Item, persoonen min dan vyventwintich jaeren oud synde, egeen momboir hebbende, ende gemeyn goeden hebbende met meerder van jaeren, ende geprovoceert zynde tot partaegie, mogen scheydinge passeeren by decrete vande weth ende authorisatie van borgemeesteren ende schepenen, in presentie van commissarissen by de weth daertoe gedeputeert, ende blyven die scheydingen alsoo gepasseert van waerden.

TITEL XXXVII.

BASTAeRDEN.

Item, bastaerden en moegen nyet testeren sonder octroy vanden heere, ten waer dat se hadden ende levende achterlicten wettige kinderen. Ende die bastaerden goeden volgen den heere, behoudelyck het houwelycx goet, oft de weerde van dyen, dat de ouders, vrienden oft maeghen den bastaerden te houwelycken gegeven hebben, dat volcht ende blyft wederom den ouders oft erffgenaemen vanden genen diet hebben gegeven.

p694

Maer simpele bastaerden ende hun wettige descendenten succederen in haerder moeder goeden, ende oock inden rechten opgaende[n] struyck oft linie vander moederlycker zyde, maer nyet in collaterale successie. Ende de goeden van getrouwde ende wettige kinderen gecommen synde van bastaerden, stervende sonder wettich oir, volgen den erfgenaemen ende nyet den heere.

Item, overwonnen bastaerden in houwelycken state vercregen, religieuse oft geordende persoonen kinderen, en succederen in [der] moeder goeden nyet, noch oock opwaerdts inder rechter linie vanden moederlycken syden. Ende de ouders en mogen overwonnen bastaerden, georderde religieusen noch priesters kinderen egeene erfgenaemen institueren noch eenige legaten maecken, anders dan heur bloote alimentatie.

Item, een vrouwe synde ongehouwet, mach heur kindt geven sulcke vae-ders alst haer belieft, ende is by haeren eede geloof[t] te sweerene wie den vaeder vanden kinde is; soo verre nochtans de man, die[n] zy tkindt aen-sweeren wilt, bekent, oft dat de vrouwe can doen blycken dat hy met haer te doene gehadt heeft; dwelck oft de vrouwe nyet en can bethoonen, mach den man hem alsdan daeraf purgeren by eede, dat hy de moeder nyet bekendt en heeft, ende is alsoo vanden kinde ontslaeghen.

Item, een man die aen een meysken oft vrouwe een kindt gemaeckt heeft, moet heur geven, van den tyde aff dat sy levende kint heeft gedragen, elcx daechs eenen stuyver, ende voor heur kinderbedde gelt xxx schellingen brabandts, ende van den tyde eerse levende [kint] heeft gedraegen eenen halven stuyver daechs, ende voor den maechdom sestien guldenen. Ende een man is schuldich zyn bastaert kindt taenveerden, te houden ende alimenteren, dies mach de moeder altyt de naeste syn van heur selffs bas-taerdt kindt te houdene voor een vrempde, soo verre zy dat kindt houden wille op heur selffs cost, oft om alsulken loon als een vrempde daeraf hebben zoude; ten waere dat de vaeder sufficiente redenen hadde ende die thoonde, waeromme die moeder dat kindt nyet en behoirde te houdene.

p696

TITEL XXXVIII.

VANDE TOCHTENEERS.

Item, een tochtenaer oft tochtenersse, die eenighe huysen oft onruerende goeden besidt, is schuldich de goeden tonderhouden in goeden custbaren gereecke, dichte, drooge van wande, dake, vensteren, deuren, borneputte, ende alle nootelycke reparatien, ende indyen hy daerinne gebreckelyck valt, moegen die proprietarisen hem dat metten rechte doen cusbaerlyck repareren, soo dat behoirt, ende indyen, by faulte van reparatien ende onderhoudinge eenige schaede gebeurde, dat moet de tochteneer syn achtergelaten goeden oft erfgenaemen goet doen, ende de betochte goeden den proprietarisen leveren ende laten volgen in goeden taemelycken gereecke. Ende de tochteneer en mach de betochte goeden nyet langer verhueren dan soo lange hy leeft. Ende indyen eenich betocht huys oft edificie verbrande oft ruineerde, sulcx dat daer geheel nieuw werck ende edificie toebehoefde. daeraf moet die proprietharis de stoffe, steen, calck, houdt al verhouwen ende bereydtsynde, leveren opten gront, sonder des tochteneers cost; ende ingevalle de proprietharis, daertoe versocht synde, dat weygerde te doene, soo mach de tochteneer, by consente vander weth, den betochten grondt daer voren belasten soo vele als de voorscreve materie ende stoffe costen soude; maer de tochteneer moet de wercklieden ende voirts alle dachhueren betaelen om dwerck te volmaecken, sonder des proprietaris cost; ende oft de tochteneer tselve nyet doen en wilde, soo mach de proprietharis dwerck selver doen maecken, ende de voirscreven huysingen ende erfven aenveerden, midts gevende de[n] tochteneer de helft vander hueren oft prouffyten daeraff voordaene jaerlycx commende: oft wille den proprietaris den betochten pandt alsdan selve gebruycken, soo moet hy den tochteneer betaelen syn leefdaegen lanck de helft van dat de goeden oft huysingen voorden brandt oft dirutie ter hueren gegouden hebben oft souden hebben mogen gelden, daeraf alsdan den keuse competeerdt den proprietaris; wel verstaende, dat douden commeren ende chysen die voor de tocht vuyte voorschreven goeden gaende waeren, altyt eerst aende weerde vande voorscreven betochte goeden afgetrocken moeten wordden.

p698

Ende oft eenich betocht waterlandt oft dycklant inondeerde ende gront-gaten vielen, daeraf moet die proprietharis deen helft ende de tochteneer dander helft betaelen van den dyck opte maeckene tot verschens toe, ende tot dat hy is in syner behoirlycker hoochden; ende indyen de tochteneer tselve nyet doen en wilde, moet de proprietaris dat alsdan selve alleene betaelen. Ende alsdan blyft de tochteneer versteken van voorderen tocht aen tselve landt te houdene. Maer indyen aenden dyck niet te repareren en zyn dan buyten brexemen, overvallen, sluysen, hoofden oft sluys vlieten te graenvene [graevene] metten bruggen, alwaert datter een nieuw behoefde, dat moet die tochteneer, willende syn tocht behouden, selver betaelen.

Item, een tochteneer moet alle de commeren ende chynsen die vuyten betochten goeden gaende waeren voor date vande tocht, jaerlycx betaelen, sonder cost oft last vanden proprietaris, ten waere dat de tocht hem op andere conditien waere gelaeten ende gemaekt; ende oft de tochteneer tselve niet en dede, maer de rente oft chyse liete oploopen sonder te betaelen, sulex dat de rentieren daerop procedeerden by leveringe oft anders [andere] recht voirderinge oft evictie, voor tgebreck heurs achterstels, alsdan mach die proprietharis de betochte goeden beschudden ende selve aenveerden ende syn prouffyt daermede doen, totter wylen ende tyt toe den selven proprietharis vanden achterstellige renten, die hy betaelt sal hebben, metten costen, schaeden ende interresten van dyen sal wesen gerembourseerdt.

Item, een tochteneer en mach egeen oostboomen [ooftboomen] moch andere opgaende houten oft boomen vuyt doen, affhouden oft vercoopen, noch oock bosschen, stroncboomen noch dyergelycke vormen[70] houwen dan op heuren gerechten tyt ende sy en syn ten minsten ses jaeren oudt, noch oock de selve opgaende boomen voorder rueren oft daerane commen noch sleunen dan den fasseelmesse toebehoirdt.

Item, als een tochteneer selve het betocht goet bedryft ende gebruyckt, alle de vruchten ende berringen die afgehouwen, gemaeyt, gepickt ende in huys gedaen zyn voorde doodt vande[n] tochteneer, behoiren zynne erffge-naemen alleene toe; maer de vruchten ende houwasschen die nog staen int eerde, oft oock die gepickt, gemaeyt oft afgehouwen' syn opden grondt

p700

sonder in huys gedaen oft in myten gestelt oft andersindts vanden grondt gedaen te wesene, die behoiren den proprietaris toe; dies moet den proprietaris alsdan den erfgenaemen vanden tochteneer betaelen de costen die vanden saeyen, picken, maeyen oft houwen vanden vruchten oft houte noch opt velt liggende betaelt syn. Ende als een tochteneer het betocht huys, lant, hoff oft erve verhuert heeft, ende tselve by pachteren oft huerlingen gebruyckt wordt, alsdan volgen derffgenaemen vanden tochteneer allen de voorschreven'[verschenen] pachten, hueringen ende achterstellen, die voorden sterfdach des tochteneers sterft[71], soo verre hy aflyvich is voor dondergaene vander sonnen, oft die naer syn doodt ierst verschynen selen, die volgen geheelyck ende all den proprietarisen, sonder dat derfgenaemen des tochteneers naer rate vande tyden daer inne mede moegen paerten oft deelen.

TITEL XXXIX

VAN CESSIE, HOEMEN DIE NAER DOUDE COSTUYMEN VAN ANTWERPEN PLEECHT TE USEREN EER DAT DAER OP BY ORDONNANTIEN VAN KEYSERLYCKE MAIESTEYT WAS BY PROVISIEN VERSIEN.

Item, naer der stadt recht, en plege nyemant cessie te moegen doene hy en moeste jerste ses weken lanck opden Steen voor syn schult gevangen geseten hebben, ende daernaer moesten [moest] hy alle de crediteuren doen daegen, omme hem cessie te sien doen ende syn goeden taenveerden. Item, de crediteuren allegader gedaecht synde ende comparerende, oft nyet, soo verre die crediteuren oft eenige van hun niet en consten bewysen dat die debiteur fraudulentelyck hadde gewandelt ende gehandelt int maecken van synne schulden. alsdan werde gewesen voor een vonnisse: soo verre die debiteur dorste leggen handt op heyligen ende sweeren dat hy egeen gelt, goet oft substantie en hadde oft en wiste hem toebehoirende, om syn crediteuren te betaelen, ende dat hy alle synne goeden, actien ende crediten te voorschyn gebracht ende overgegeven hadde tot behoeff synder credi-

p702

teuren, sonder dat hy yet daeraf hadde versteken, verdonckert, verborgen oft achterwaerts gehouden in frauede van zynne crediteuren, by hem selven oft andere, in eeniger manieren, dat hy oock nyemandt ter weirelt en wiste te vindene die voor hem borge blyven wilde oft geloofte doen omme synne crediteuren te contenteren. ende dat hy voordaene syn vuyterste beste doen soude om syn broodt te winnenen, ende ingevalle hy yet conste veroveren boven synne nootsaeckelycke montcosten ende onderhoudinge, oft dat hem by successie oft andersindts yet toequame oft gegeven werdde, oft dat hy by eenighe middelen tot beter fortuynen quaeme, dat hy dat alte saemen altyt synne crediteuren souden laten hebben ende volgen totter volder betaelinge toe van heuren crediten, etc., dat alsdan, dyen eedt gedaen zynde, de debiteur soude van dan voortaene ontslaegen syn vander hachten daer hy inne geseten hadde; dies soo souden de crediteuren hem mogen selve aenveerden ende gevangen houde [houden] naer heurder belieften, settende den selven boven der eerden ondert dack, dichte ende drooge, gevende hem wateren ende broodts genoech, ende ooick stroos genoech omme opte liggene, doende hem aene tusschen knyen ende cnoesselen soo vele ysers als hun goetdachte, zonder wee oft seer te doene, in sulcker vuegen nochtans dat synne vrienden, maegen oft andere hem altyt binnen sonnen schyn mochten begaen ende bestaen, ende soo verre die crediteuren hem alsoo nyet en aenveerden oft houden en wilden, dat hy alsdan, doende den voorscreve[n] eed, souden zyn ende blyven ontslegen vander hachten. Ende ingevalle dat bevonden werdde dat nyemandt [yemandt] die cessie gedaen heeft ende zynnen eedt gedaen, als voire, yet heeft versteken oft verborgen, by hem selven oft andere, in frauede vande crediteuren, werdt gecorrigeert als een dief.

Item, wanneer yemandt cessie gedaen hebbende draecht eenen gevoeder-den tabbaerdt oft cleedt, het sy met pelteryen, met wullen oft syden laec-kenen oft andere doublure, hoedanich die syn, die voederinge moegen de crediteuren, indient hun belieft, hem altyt afnemen ende vercoopen tot voldoeninge heurs credits; insgelycx, ingevalle hy meer geldts heeft dan twee schellingen grooten, dat moegen die crediteuren altyt aenveerden in betaelinge, als voore.

p704

Item, die crediteuren van een die cessie gedaen heeft, moegen oock aen-veerden alle synne successien, legaten, donatien ende al dat hem toecom-men mach, by wat titule dattet sy, soo lange tot dat sy te vollen betaelt syn, vuytgesteken zyn alimentatie ende synnen verdienden arbeyts loon. Is te noteren, dat costuymen der voorscreve stadt van Antwerpen hebben plaetse ende sorteren effeckt over ende in alle de bancken vanden quartiere van Antwerpen ende alle andere onder de stadt ten hoofde commende oft onder hen [haer?] hooft vonnissen sorterende, ten waer dat de selve bancken eenige particuliere rechten oft costuymen hadden ter contrarien. Ende daer men hier tAntwerpen egeene besundere costuymen, ordonnan-tien oft statuyten af en heeft, is men gewoonelyck int wysen te achtervolgen ende hem te reguleren naer de gemeyn geschreven rechten. Ende stont aldus: Vuyt last van Myne Heeren schouteth, amptman, borgemeesteren ende scepenen collegialyck vergadert synde, is dit by my secretaris onderscreven, op heden den xxi july, anno 1570; ende was onderteeckendt:

J. VAN ASSELIERS.

Accordeert met syne originale, onderteeckendt als boven:

Geteekend : H. DE Moy.



[1] D'après le manuscrit signé par le secrétaire H. DE Moy, reposant aux archives de la ville d'Anvers.

[2] Lisez : Behalvens, comme dans les coutumes imprimées, titre IV, art. 4.

[3] Lisez: tot op eenen anderen sekeren gelegenen dach, comme dans les coutumes de 1545, t. I, art. 2.

[4] Lisez: ende aldaer en doe.

[5] Le mot gevangen, abusivement répété, a été souligné par le scribe pour indiquer son erreur.

[6] Lisez: vanden gevechte.

[7] Lisez: alles op soenbrake, etc., comme dans la coutume de l'an 1545, t. III, art. 27, p. 162, où il y a : al op soenbrake, etc.

[8] Lisez: genechten.

[9] Lisez : om die te evincerene ende vuyt te winnene, comme dans les coutumes imprimées, t. XXIX, art. 1.

[10] Ces mots sont soulignés dans le manuscrit.

[11] Lisez: oft iemandt vande Henze steden; les coutumes imprimées ont: van de Henze steden, oft van Portugael, des villes hanséatiques, ou du Portugal.

[12] Lisez: bekeerdt, comme dans les Antiquissimae, t. II, art. 41, p. 148, et dans les Impressae, t. XX, art. 4.

[13] Dans les coutumes de l'an 1545, titre III, art. 9, et dans celles imprimées, titre XXI, art. 10, il y a moeten.

[14] Dans les coutumes de l'an 1545, titre III, art. 9, et dans celles imprimées, titre XX, art. 10, il y a comen.

[15] Dans les coutumes de 1545, titre III, art. 6, il y a : ghevende daer aff daenleggere den heere syn recht, et dans les coutumes imprimées, titre XX, art. 11 : ghevende daer af d'aenleggher ende clagher den heere syn recht; les Compilatae, 7e partie, titre VI, art. 10, ont aussi: daenleggere ende clager, c'est-à-dire, le demandeur et plaignant.

[16] Lisez willende.

[17] Kieersluyden; les coutumes Impressae, ainsi que les Compilatae ont respectivement: kies-luyden et kieslieden, termes de même signification. Kiliaen, Etymologicum, a: kiers-lieden, hol., zeland., arbitri et reconciliatores sive pacificatores, praecipue in homicidio.

[18] Kiersinge, coutumes Impress : kiesinghe, Compilatae: kieslieden.

[19] Gebonde, liées; coutumes imprimées et Compilatae: gevoude, jointes.

[20] Coutumes imprimées : by den arbiters, et Compilatae : by de goede mannen.

[21] Il y a bermhertelyck dans les coutumes imprimées, mais les Impressae ont aussi bermherticheyt, comme ici.

[22] Il faudrait: over de soenbrake ende vredebrake, mais on peut lire aussi: over de soenbrekers ende vredebrekers.

[23] Lisez, d'après les coutumes imprimées: is de moetsoender.

[24] Lisez: van werden houden.

[25] Lisez: noch zoo langhe, comme dans les coutumes imprimées, t. XXVII, art. 25.

[26] Coutumes imprimées, t. XXVI, art. 28 : recommanderen oft beswaren.

[27] Lisez: versteken, comme dans les coutumes imprimées, t. XXVIII, art. 12.

[28] La fin de cet article a été rectifiée d'après l'art. 12 du titre IV des coutumes Antiquissimae.

[29] Lisez : moet, comme dans la coutume de 1545, t. IV, art. 25.

[30] Lisez: van te rechte te staene.

[31] Lisez: onverlooft, comme dans la coutume de 1545.

[32] La coutume imprimée, tit. LXV, art. 11, porte: hypothecarisse crediteuren.

[33] Ibidem: niet en derven.

[34] Lisez: dattet syn, comme dans les coutumes imprimées, tit. XXXVII, art. 11.

[35] Coutumes imprimées, tit. XXXVII, art. 2 : Hier sweer ick.

[36] Lisez : soo wye, ou so wie, comme dans les coutumes Antiquoe et dans les coutumes imprimées.

[37] Lisez: ende daerna stede vast.

[38] Coutumes imprimées: van officieren van justicie.

[39] Lisez: bancken recht, comme dans les coutumes dites Antiquissimae et dans les coutumes imprimées.

[40] Le mot oft doit être supprimé, comme dans les coutumes dites Antiquissimae et dans les coutumes imprimées.

[41] Lisez: Item, comme dans es coutumes dites Antiquissimae

[42] Les coutumes Antiquissimae, t. IX, art. 44, ajoutent tsamen.

[43] Lisez: met hen, avec elles, ou plutôt met haer, avec elle. Cet article est la reproduction de l'art. 2 du titre VI des Antiquissimae, et l'erreur provient de ce que ce dernier article commence par le pluriel: eenighe vrouwen persoonen, tandis que celui que nous avons sous les yeux commence par le singulier: een vrouwe persoon, et que le scribe aura confondu les deux articles.

[44] Lisez : van den rentier, comme dans les Antiquissimae, t. VI, art. 68.

[45] Il y a ici non-sens et contradiction dans les termes; nous croyons devoir lire : allen anderen schepen-, laethen- oft mannebrieven ten landtrechte, etc., comme dans un article analogue des coutumes Impressae t. LXVI, art. 47; ou, peut-être, faut-il lire: oft mannebrieven buyten Antwerpen, etc.

[46] Lisez: opten proprietaris oft heure medepanden, comme dans les coutumes Antiquissimae, t. VI, art. 25.

[47] Lisez: vindt, comme dans les coutumes de l'an 1545, t. VI, art. 48.

[48] Lisez: Item, comme dans les coutumes de l'an 1545, t. VI, art. 35.

[49] Les coutumes imprimées, tit. XXX, art. 7, disent: als dan staen de verwerderen op hen geheel, alors les défendeurs sont en leur entier.

[50] Lisez: in sulcker vuegen, soo wie, comme dans les Antiquissimae, t. VI, art. 15.

[51] Lisez : hy derre, ibid., art. 16.

[52] Les coutumes imprimées, tit. LIIII, art. 1, portent: op schepen oft coopmanschappen ter zee ende te lande, texte que nous avons cru devoir suivre dans la traduction.

[53] Le mot ende ne se trouve pas dans les coutumes imprimées, tit. LIII, art. 4, et n'a pas de raison d'être ici.

[54] Il faut ajouter ici: achter blijft, comme à l'art. 7 des coutumes imprimées.

[55] Ajoutez d'asseureur, comme dans les coutumes imprimées.

[56] Le mot chys paraît devoir être supprimé.

[57] Dans notre manuscrit, ces quatre derniers mots commencent l'article qui suit, mais ils appartiennent évidemment à l'article qui précède. Nous les y avons restitués, d'accord en cela avec les coutumes imprimées, tit. LX, art. 52 et 55.

[58] Lisez, comme dans les coutumes imprimées: van een hage, thuyne.

[59] Lisez: over, comme l. c.

[60] Le mot is doit être supprimé.

[61] Le mot ende doit être supprimé; cf. l'art. 48 du tit. LXII des coutumes imprimées.

[62] Lisez: henne huysen; comme dans les coutumes imprimées, tit. LXII, art. 48.

[63] Lisez: dat den passanten hinderlyck soude moegen syn, oft daer deur men den bequaemen deurganck eenichsints soude moegen beletten.

[64] Les mots ende tuyterste wille, doivent être supprimés; cf. les coutumes imprimées, t. XLI, art. 25.

[65] Nyet est de trop.

[66] Dans les coutumes Antiquissimae et dans les Impressae, il y a: eenich huys, hoff, etc., comme ici même, quelques lignes plus loin.

[67] Lisez: van den leenheer, comme dans les coutumes dites Impressae, titre XLVI, art. 9.

[68] Dans les coutumes imprimées, titre XLVI, art. 11, il est dit: t'sy dat de brieven ende t' bescheet vande onroerende goeden by den erfghenamen oft executeuren DEN LEGATARIS overgelevert is, oft niet, c'est-à- dire, soit que les lettres et titre des biens immobiliers aient été ou non remis au légataire par les héritiers ou exécuteurs.

[69] Lisez: ende man ende wyf hebben van allen gemeynen goeden gelycke possessie.

[70] Lisez vornen ou vorlen; v. la note p. 360.

[71] Lisez: die voor den sterfdach des tochteneers gevallen syn ; maer de pachten oft achterstellen die vallen opten dach als de tochteneere sterft, etc., comme dans les coutumes Antiquae, titre XIII, art. 69, p. 360.