COUTUMES DE LA VILLE D'ANVERS,
DITES IN ANTIQUIS[1].
p430
[Brieven in
date vanden 21 july 1570, by welcken schouteth, amtman, borgemeesteren,
schepenen ende raedt der stadt van Antwerpen de costuymenderselver stadt zyn overseyndende
in handen vanden raede van Brabandt.]
Alsoo by
ordonnantie ende placcate vander Majesteyt in date den xiije meerte lestleeden,
geordonneert ende gestatueert is, dat alle officiers ende wethouderen alle de
costuymen van de steden ende plaetsen et coetera van heuren residentien
respective souden overbrengen in handen van mynen heere den canchelier ende
andere van den raede van Brabant, binnen de twee maenden naerde publicatie
desselfs placcaets (welcke publicatie tAntwerpen geschiedt is den xxiijen der
selver maendt van meerte), ende dyen volgende de wethouderen der voorscreve
stadt van Antwerpen, oft eenige van hen daertoe gecommitteert, begonst hadden
te besoigneren op de voorscreve costuymen, ende bevindende op [ende
bevindende,] midts andere swaere occupatien daerse tot dienst vander Majesteyt
binnen middelen tyde moesten in vaceren, als vande geheyschte beden ende
diergelycken, nyet wel mogelyck te wesene binnen den voorschreven tyde van twee
maenden pertinentelyck de voorscreve costuymen by geschrifte te stellen ende
over te geven, hadden daeromme aender Majesteyt versocht noch anderen tyt van
drye maenden, ende vuyt de voorscreve redenen ende consideratien, ende andere
inde requeste hiernaer geinsereert, breeder verhaelt, hen nochtans was byder
Majesteyt gegundt, boven de voorscreve twee maenden, den tyd van noch andere
twee maenden, om de voorschreve costuymen te mogen colligeren ende overgeven,
blyckende by appostille gestelt op de voorschreve requeste in date den xvije
may anno 1570, onderteekendt Vander Aa, soo
p432
eest dat
schouteth, amtman, borgemeesteren ende schepenen ende raedt der stadt van
Antwerpen de naerbescreven poincten ende artikelen hebben bevonden alsoo voor
costuymen der voorscreve stadt onderhouden ende geobserveert geweest te zynne,
ende oversulex die zyn overseyndende in handen van mynen voorscreven heere den
chancelier ende andere heeren vanden raede ons genadigen heere sconincx,
geordonneert in Brabandt.
Actum in
collegio, den xxj july 1570.
[Requeste in
date vanden 17den mey 1570, by welcke de wethouderen der stadt van Antwerpen
versoecken noch anderen termyn van drye maenden omme de costuymen vande selve
stadt overtegeven.]
AEN DEN
CONINCK.
.Verthoonen
ende geven te kennen borgemeester, schepenen ende raedt der stadt vanAntwerpen,
hoe dat, by opene brieven van placcate van uwer Majesteyt vanden xiijen dach
van meerte xvc lxix [1570, n. s.], etc., naer styl van Brabant, lestleden, den
remonstranten, gelyck alle andere wethouderen die eenige particuliere costuymen
syn hebbende, is geordonneert, dat zy souden schuldich ende gehouden zyn binnen
twee maenden naer de publicatie vanden selver placcate heur costuymen, soo sy
die nu jegenwoirdelyck userende ende onderhoudende syn binnen heure juridictien
ende plaetsen daeraff dependerende, over te bringene in handen vanden
chancellier ende luyden vanden raede in Brabant, ende dat opte pene, soo verre
sy des in gebreke zyn, vanden effecte van heuren costuymen gepriveert ende daer
en boven arbitralyck gecorrigeert te worddene, ende oock geordineert
eentsaementlycken mede te seynden die costuymen ende usantien concernerende de
proceduere crimineel; ende alsoo de publicatie vande voorscreve placcate is
p434
gedaen binnen
der voorscreve stadt den xxiijen dach der voorscreve maendt van meerte, soo en
is den remonstranten nyet mogelycken alle de particuliere costuymen binnen
Antwerpen geuseerd ende die men onderhoudt pertinentelyck in geschrifte te
redigeren binnen sulcken tyt, gemerckt de schriftelycke costuymen, die tanderen
tyde inden raede van Brabandt syn overgegeven geweest, vuyt crachte van sekeren
voorgaende placcate, syn seer veel ende van vele hondert articlen ende van
diversche materien, ende welcke aengaende moet informatie genommen wordden,
gelyck zy die dagelycx zyn doende, oft men die jegenwoirdelyck sulcx is
userende; ende oock syn die remonstranten, sedert de publicatie vande
voorscreve placcate, ende noch tegewoordelyck, voorden meesten deel onledich
geweest inde saecke ten dienste uwer Majesteyt ende der voorscreve stadt aengaende,
gelyck zy tegenwoirdelyck syn geoccupeerdt ter causen vande bede van uwer
Majesteyt, ende noch duerende den gepresigeerden [geprefigeerden] tyde totten
xxiijen deser maendt apparentelyck selen onledich wesen voorden meestendeel,
nyet latende nochtans te besoigneren eenige daertoe gedeputeert, die hun opde
voorscreven particuliere costuymen ende usantien informeren, inder vuegen dat,
om die pertinentelyck te moegen by gescrifte overgeven, hun van noode is noch
eenen anderen tyt te hebben ten minsten van drye maenden, die de remonstranten
wel noch souden behoeven naerde expiratie vande gepresigeerden [geprefigeerden]
tyt, alwaert oock soo dat sy van alle andere saecken den dienst uwer Majesteyt
ende der stadt concernerende waeren ontslegen, omme te eviteren die
onsekerheyt, imperfectien ende confusie vande voorscreve costymen, die tanderen
tyden int overbrengen vanden selven is gebeurt, ende dwelck byden voorscreven
placcate schyndt gerequireert datmen soude eviteeren. Bidden daeromme de
remonstranten dat uwer Majesteyt gelieven wille den tyt vande twee maenden int
placcaet gepresigeert [geprefigeert] te verlingen ende prolongeren noch van
andere drye maenden.
p436
Inde marge stondt geappostilleert aldus : Son Excellence
ayant oy le rapport de ceste requeste, a accordé aux suppliants encore deux
mois péremptoirement pour exhiber leurs dictes costumes, selon que leur at esté
ordonné.
Faict à Bruxelles, le 17 de may 1570.
Onder stondt,
geteekent VANDER AA.
p438
COSTUMEN VAN
ANTWERPEN.
DIE MEN NOEMPT
IN ANTIQUIS.
Costuymen,
usantien ende oude hercommen der stadt van Antwerpen, gelyck men die
tegenwoirdelyck is userende ende onderhoudende.
TITEL I.
IERST VANDE
OFFICIERS ENDE HEURE JURISDICTIEN.
1. Inden
iersten, is tAntwerpen eenen schouteth, wesende marckgrave vanden lande van
Ryen, hooft vande justicien int criem, hebbende eenen onder schouteth
bedienende dofficie in syne absentie, achtervolgende hunne commissie, die hun
byder Majesteyt (byde welcke sy wordden geordonneert) is gegeven, doende eedt
in handen vanden gouverneur vanden lande, oft den chancellier van Brabant, ende
daernaer oock in handen van de weth.
2. Ende oock
eenen amptman, wesende een maender ende executeur van vonnissen tzynder manisse
gewesen, ende hooft vande justicien in civiele, insgelycx dienende by commissie
vanden hove, doende oock eedt, als boven.
3. Daeren
boven zynder twee borgemeesteren ende achtien schepenen, van welcke achtien den
eenen is borgemeester van binnen; hebbende de voorscreve borgemeester ende
schepenen respective judicatuere in alle saecken criminele ende civile.
p440
4. Wesalvens[2]
datter zyn seecker rechters, kennisse inde ierste instantie hebbende vande
drapperye ende alle des dyen aencleeft, gehieten rechters vande laechenhalle; wesende
twee guldekens, als maenders ende execu-teurs, ende twee wardeyns, houdende in
heur absentie heur plaetse, ende acht oudermans, waer aff de twee moeten zyn
oude schepenen; die welcke hebben heure particuliere ordonnantie, in geschrifte
gedirigeert [geredi-geert], achtervolgende de welcke zy hun reguleren.
5. Syn daer en
boven noch vier schepenen vanden peyse, wesende oude schepenen ende anderen
tyden wethouderen geweest hebbende, die voor de ierste instantie de kennisse
hebben van injurien ende daeraf depende-rende.
6. Ende oock
vier weesmeesters, daeraff de twee zyn oude schepenen ende een vande poirterye,
ende dander vande ambachten; dewelcke kennisse nemen vanden weeskinderen ende
denselven aenclevende; waeraff syn diversche statuyten ende ordonnancie andere
tyden gepubliceert, die welcke zy in judicature ende andersints achtervolghen,
ende men hier nyet en specificeert om cortheyt wille, maer daer toe is
refererende.
7. Syn oock
eenen dyckgrave ende acht rekeneers, houdende hene banck binnen deser stadt,
kennisse nemende vande saeeken de dryelanden gehee-ten: Loobroeck, Schynbroeck
ende Steenborgerweert aengaende, ende de diccagien dair ontrent gelegen, die
welcke hebben heure ordonnantien achtervolgende de welcke zy hun gewoonelyck
syn te reguleren.
8. Alle welcke
subalterne rechters worden gestelt ende gecosen by borge-meesteren ende
schepenen, ende vande vonnissen by hunlieden gewesen appelleertmen voor de
voorscreve borgemeesteren ende schepenen, als wesende dordinnarisse rechters.
9. Ende alle officieren
van justitien der voorscreve stadt moeten zyn inwoonende poirters der selver,
ende wettige innegeboren slandts van
p442
Brabandt, oft
anders en mogen zy egeen officie van justitie hebben noch bedienen binnen
Antwerpen.
10. Item,
nyemant en mach officie vander stadt weghen hebben, bedie- nen, noch inde weth
sitten, die munter is, oft die pachter vande munte oft tholle is, oft paert oft
deel daerinne heeft, schaede oft bate daeraf verwacht in eeniger manieren.
TITEL II.
AENGAENDE DE
JURIDICTIE VAN CRIMINELE ENDE ANDERE SAECKEN DEPENDERENDE VANDE HOOGER
VIERSCHAEREN ONS GENEDICHSTEN HEEREN DES CONINCX ALS HERTOGE VAN BRABANDT.
Ierst vande
forme van procederen ter vierscharen:
1. Inden
iersten, de schoutet der stadt van Antwerpen, oft synnen stadt-houder, metten
schepenen, moeten alle weken des vrydaechs compaerererr inder Borght inder
hooger vuerschaeren ons genedighen heeren des conincx, ende bannen aldaer
openbaerlyck vierschaere, om eenen yegelycken, des begeerende, recht ende
justitie aldaer gedaen te wordene, soo naerder selver hooger vierscharen recht
behoort. Des moet een gesworen sergent oft colffdrager, by voorgaende oorlove
ende consente vanden burgemeesteren, altyt alsmen vierschaere houden sal. ierst
ende alvoiren aleermen de vierschaere bannen mach, ommegedragen hebben den
horen, ende alomme aende poorten ende cruysstraten vander Borcht geblasen ende
gecundiht hebben openbaerlyck, datmen vierschaere houden sal, opdat een
yegelyck, diet belieft, aldaer mach comen ende aenhoiren het recht ende
justitie, diemen aldaer doende is, ende op dat nyemant geseggen en can, dat
eenige simulatie inde administratie vande vierschaeren recht souden cunnen oft
mogen gebeuren.
2. Ende de
wethouderen gaen alsdan vanden stadthuyse aff naer der vier-schaeren, solempnelyck
voorgaende de corteroeden met heur roeden in heur handt, ende volgen ierst de
schouteth ende borgemeestere, ende voorts
p444
alle dander
schepenen na heuren ouderdom van eede; ende die alsoo altsaemen inder
vierschaere gecommen ende geseten synde, soo maendt den schouteth den
borgemeester: " oft den dach soo verre gegaen is, dat hy vierschaere
bannen mach? " ende den borgemeester, gemaendt zynde, vraecht ierst:
" oft den horen omgeweest is? » ende den dienaer die den horen omgedragen
heeft, antwoordende: " jae, " soo wyst den borgemees-tere: " dat
den dach soo verre gegaen is, dat hy vierschaere bannen mach, om eenen yegelyck
recht te doene soo nader hooger vierschaeren recht behoirt; " dwelck by
den borgemeester geseght synde, wort de vierschaere gebannen van wegen ons
genadighen heere des conincx, als hertoge van Brabant, omme eenen yegelyck
recht ende justitie tadministrerene diet versuecken sal, naerder hooger
vierschaeren recht, ende verbiet men dat nyemandt en spreke, dan by oirlove
ende met rechte; ende oft hy anders dede, dat hy sal wordden gecalengiert; ende
datter vierschaere gebannen is, wort geleght ter kennisse van borgemeestere
ende schepenen, ende wort oock daerby gevuecht: " die recht van doene
heeft, dat hy spreke; » ende dit geschiet openbaerelyck ten aenhoire van eenen
yegelycken.
3. Item, men
en mach egeen vierschaer bannen oft houden om recht te doene, ten zy dat aldaer
present syn den meestendeele vande schepenen; ende wanneer trecht dach is, oft
datmen vierschaere schuldich is te houdene, soo verre daer nyet schepenen
genoech en zyn, omme den vierschaere te bannen ende te maecken, soo maent den
schoutete, oft den dienaer in zyne absentien, alsvoore, den schepenen, die
aldaer ten minsten twee int getaele present moeten zitten inder vierschaere,
ten behoirlycken tyden ende uren: " oft hy vierschaere bannen mach? etc.,
» waerop een van den schepenen antwoort : " dat zy, mits de crancken
getaele vande schepenen, continueren alle saecken totten naesten daege; "
ende wordden alsoo alle saecken opgehouden, sonder prejuditie van yemandts
rechte; maer al eest dat men, midts den cleynen getaele vande schepenen, egeene
volle vierschaere gehouden noch gebannen en can, dyen nyet jegenstaende moeten
alle gevangenen ende partyen [die] int criem procederen, ende wyens dach van
rechte als dan dienende is, present syn ende aldaer compareren als oftmen volle
vierschaere hielde ende gebannen hadde, opde verbeurte van instantie.
p446
4. Maer alswanneer den
mestendeel vande schepenen inder vierschaere compaereren, ende datter
vierschaere gebannen wordt, als voore, soo worden inde voorscreve vierschaere
ierst ende voor al bedinght de saecke[n] criminele vande gevangenen die van
sheeren wege gevangen zyn.
5. Ende moeten alle de
saecke crimele [criminele] verbalyck bedinght worden, behalven datmen de feyten
mach overgeven in geschrifte, om de getuygen daerop te examineren, maer anders
nyet, ten waere dat partyen andersindts consenteerden, oft by vonnisse
andersints geordonneert waere.
6. Item, de schouteth
hebbende verbaelyck verhaelt de feyten ende delicten daermede hy den gevangenen
wilt betichten ende capitaelyck belasten, ende dat hy naerder wilt geinformeert
zyn vande waerheyt vande[n] delicte, ende om te wetene de complicen en andere
die van het criem daeraf hy den gevangene aengesproken heeft culpabel zyn, soo
neemt hby conclusie preparatoir, ten eynde dat dyen cnape sal worden gewesen
tot scherper examinatien.
7. Ende als de schouteth
genoech geinformeert is vande delicten, ende dat hy stoffen genoech heeft om
capitalycken te concluderen, soo neemt hy tegen dyen cnape ende gevangene
conclusie vuyten feyten by hem verbaelyck verhaelt, ten eynde dat dyen cnape
sal hebben verbeurt syn lyff ende goet tot ons genadighen heere des conincx
behoeff, ende dat hy over den selven sal rechten ende doen rechten, gelyck men
over sulckdanige misdadigen schuldich is van doene, protesterende te blyven op
zyn geheel van alle andere mesusen ende delicten die tot synder kennisse noch
tertyt nyet gecommen en syn.
8. Ende mach oock de
schouteth synne aensprake ende conclusien deylen, ende dat doende, alternative
tegen den gevangene concluderen, tsy capitaelyck oft andersints, tot alsulcken
correctie alsmen bevinden sal na gelegentheyd vande saecken te behoiren; op
welcke conclusie den voorscreve gevangene dach gegundt wordt om tantwoirden tot
alsulcken dage ende termynen, tsy totten derden daeghe oft acht daegen, oft
eenige andere daeghen, als burgemeesteren ende schepenen bevinden te behoiren;
behalven nochtans dat, soo wanneer het criem oft delict, daermede voorscreve
gevangene capitalyck geaccuseert wort, seer enorm is, soo wordt alsdan den dach
van berade den voorscreve gevangene afgeslagen, ende wort hem geordonnert
terstont te antwoirden; ende indyen de gevangene alsdan
p448
antwoirt by
ontkennen, soo wort den schouteth gewesen ten thoone; ende den schouteth
vragende den borgemeestere : hoe hy synen thoon sal leyden? soo wyst den
burgemeester, dat den schouteth sal schuldig zyn zynen thoon affte leyden by
wettige persoonen, die selen leggen handen op heylighen, ende sweeren dat sy
seggen sullen die gerechte waerheyt van tgene des sy gehoirt ende gesien, daer
sy mede aen ende by geweest hebben, ende dat hen kennelyck is, " soo moet
hun God helpen ende alle syn heyligen! " ende synt schepenen, soo suldyse
maenen opten eedt die sy int aencommen van heuren schependomme gesworen hebben:
" dat sy overleggen alsulcke verlyt als zy onder hebben "; soo maendt
den schouteth den schepenen die over het verlyt gestaen hebben, dat sy, opten
eedt tot heure offitien van schependomme gedaen, overleggen alsuleken verlydt
als sy van alsulcken gevangen onder hebben ende in heure presentie gedaen is;
die alsdan overgeven de confessie in handen vanden borgemeestere; ende die
voirts gegeven zynde in handen vande[n] greffier vande vierschaeren, zoo wort
tselve verlyt al daer openbaerlyck gelesen, ten aenhooren van eenen yegelycken;
ende tselve gelesen zynde, soo maendt den schouteth den schepenen die tselve
verlydt overgelevert hebben, opten eedt als vore: " oft soo hen kennelyck
is? " die daerop antwoirden : « jae. "
9. Ende alsdan
soo sustineert die voorscreven schouteth, vuyt redenen dat hy seght volcomelyck
van zynen feyten ende intentien gethoont te hebben, dat hem syne conclusie
aengewesen zal wordden; ende nadyen de gevangene by synnen advocaet verbalyck
iegen den thoon oft verlydt heeft gereprocheert, ende dat den schouteth daer
iegen oock verbalyck heeft gesalveert, soo maent den schouteth den
borgemeestere wederomme om recht ten principalen.
10. Ende
tselve gedaen zynde, soo vertrecken den burgemeestere ende schepenen ter syden
op een caemer aende vierschaeren staende, daer sy het verlyt ende bekentenisse
vande[n] gevangene anderwerf oversien, ende oock letten op de saecken ende
bedinge van partyen, delibererende wat behooren sal gewesen te wordden. Ende
indyen alsdan bevonden wort dat de schouteth genoech gethoondt heeft van syne
intentie, ende borgemeestere ende schepenen wederomme geseten zynde inder
vierschaere, soowort den borgemeestere byden schouteth wederomme gemaendt om
tvonnisse te vuytene dat hy gemaendt heeft; ende den borgemeestere den
schouteth vragende:
p450
" oft hem
gelieft te hoirene tgene des hy hem gemaent heeft? " ende de schouteth
antwoirdende by dese woorden : spreeckt dat recht is, » soo wyst de
borgemeestere den voorscreve schouteth volcommen van synnen vermete, ende
" dat den schouteth vraeghe den anderen schepenen oft sys volgen? »
welcken achtervolgende, soo vraeght den schouteth den anderen schepenen, die
aldaer sitten, hen noemende met heuren naeme ende toenaemen, by ordene ende
elck van hen: " oft sys volgen? " ende elck van hun antwoirdende:
" jae, » wort de gevangene, alzoo gecondempneert zynde, wederomme opde
gevanckenisse geleydt, ende des anderen daechs geexecuteert.
11. Maer als
den gevangene dach van berade gegundt ende gegeven wort, oft dat inder saeeken
tusschen den schouteth ende een gevangen soo verre geprocedeert is, dat den
schouteth, oft oock den gevangene, oft partyen, gewesen zynde ten thoone,
heuren thoon willen affleyden by levende getuyghen, soo moeten de getuygen
gedaecht wordden by eenen gesworen colfdrager, om te compareren inder
vierschaeren, omme aldaer heuren eedt te doene; ende dyen volgende moeten allen
de getuyghen, die de heere oft partyen int criem, oft partyen in materie van
oirvrede, oft dyergelycke saecken criminele, tegen eenigen produceren willen,
compareren in persoone, met blyckenden aenschyn, inder voorscreve gebannerder
vierschaere, ende doen aldaer, in presentie vande[n] gevangene, tot synnen
aenhoiren, den behoirlycken eedt, den welcken hen gestaeft wordt byden
schouteth; die openbaerelyck sweeren, van tgene desmen hen vraegen zal ende
partye aen hen gedraegen heeft, datse selen seggen die beste waerheyt van tgene
des zy gesien ende gehoort, daermede zy [daer zy mede] aen ende by geweest
hebben, ende dat hen kont ende kennelyck is : " soo moet hun Godt helpen
ende alle syn heyligen ! " ende wordden alsdan die getuygen by naeme ende
toenaeme opter vierschaerenboeck byden greffier opgeteeckent, ende daer naer
geexamineert ende overhoirt opter stadthuys, by schepenen daertoe
gecommitteert.
12. Ende
naerdyen dat den schouteth ende partyen heuren thoon by levenden getuygen
hebben afgeleyt, ende andersindts hun bescheedt over-gegeven, endat zy hebben
gesloten van thoone, soo wort den partyen geaccordeert naemen ende toenaemen
vande geproduceerden ende geexa-mineerden getuyghen; ende verbalycken
gereprocheerd ende gesalveert
p452
synde, soo
wordt die depositie vande selve getuygen openbaerlycken gele-sen, ende daernaer
soo wort oock de saecke verbaelyck vuytgedinght, ende wort oock voordts by den schouteth
het vonnisse gemaendt, ende vander offitien ende partyen wegen recht geeyscht
ende begeerdt.
13. Ende soo
verre de schepenen der saecken ten selven daege nyet wys en syn, maer naerder
daerop begeeren hun te beradene ende te lettenen, alsdan mach diegene, dyen dat
vonnisse gemaent is, tselve vonnisse vorsten ende houden in advyse tot op eenen
anderen termyn oft vierschaere dach, naerde ordonnantie vande schepenen; ende
ten selven vuytgesetten daeghe als tselve vonnisse geborst [gevorst] is geweest,
maendt ende eyscht den schouteth den borgemeestere oft schepenen dyen dat
vonnisse is gemaent, anderwerf vonnisse ende recht daerop gedaen ende gebuyt
[gevuyt] te wordene; ende indyen dat de schepenen der saecken alsdan noch nyet
wys en syn, soo mach die gemaende schepenen dat vonnisse anderwerff vorsten
ende in advyse houder [houden] tot op eenen anderen vierschaerdach, ter
ordonnantien vande schepenen; maerten selven derden gevorsten daghe, daerop de
saeeke vuytgesteldt heeft geweest, soo verre de borgemeestere oft schepenen
present is dyen tvonnisse gemaent is geweest, alsdan moet men tvonnisse daeraf
wysen ende pronuncieren, het sy diffinitive oft interlocutoir, naerde exigentie
oft dispositie vande saecken, sonder tselve langer oft meer te moegen vorsten
of houden in advyse.
14. Item,
wanneer eenich vonnisse in criminele saeeken gewesen is ter vierschaeren, dat
moet sorteren effect, ende en mach partye daeraff nyet pronoceren [provoceren],
appelleren noch reformeren; ende de schouteth weygerende het vonnisse ter
executeren te stellen, alsdan enderven borge-meestere ende schepenen, wederomme
inder vierschaere te rechte sittende, tot synder manissen geen recht oft
vonnisse meer wysen, tot dat hy der schepenen vonnisse heeft volbrocht ende ter
executien gestelt, soo wanneer tselve aen hem versogt wordt.
p454
TITEL III.
AENGAENDE
APPREHENSIEN ENDE BETICHTINGEN INT GENERAEL, MIDTSGADERS DER PUNITIEN VAN
DELICTEN ENDE DES DYEN AENCLEEFT.
15. Inden
iersten, de schouteth van Antwerpen en mach egeene poorters [egeen poorter]
vangen oft aentasten, alwaer hy by yemanden bedraeghen, soo verre hy staende is
tot goeden naeme ende faeme, ten sy midts redenen, ende dat by consente van
borgemeesteren ende schepenen der selver stadt.
16. Insgelycx,
de schouteth en mach eenen poirter van Antwerpen, noch oock ingesetenen vande
stadt, fixe domicilie met synne familie jaer vuyt jaer in binnen der selver
stadt oft vryheyt houdene [houdende], ende jaer ende dach gehouden
hebbende,voor criminele saecken binnen synnen huyse nyet vanghen oft vuyten
huyse hale[n] ende opte[n] Steen leyden; gelyck oock nyet en vermoegen te doene
eenighe andere officieren, ten sy dat tselve geschiede by expressen voorgaenden
oirloven ende consente van borgemeesteren ende schepenen vande stadt, de welcke
ierst ende alvoiren. eer sy sulcken consent den heer oft officier mogen geven,
hen moeten informeren vande staet ende gelegentheyd vande saecken oft misdaets
desselfs poirters oft ingeseten; ende indyen zy bevinden dat de saeeke oft
delict groodt oft swaer genouch is, om eenen poirter oft sulcken ingesetene
binnen synnen huyse te vangene oft daer vuyt te haelene, alsdan consenteren de
wethouderen, dat de heere oft officier die persoonen alsdan binnen heuren huyse
moegen vanghen ende daervuyt haelen, ende opten Steen oft gevanckenisse leggen,
maer nyet eer.
17. Item, de
schouteth oft synen stadthouder, noch heure dienaers, en mogen in egeene
poirters oft ingeseten huys commen oft ghaen, noch eenige huysueckinge doen
(ten waere in oneerlycke huysen oft herbergen), voor
p456
dere dan den
voorschreven poirtere oft ingesetene, oft heure huysvrouwen oft familien, in
heurder absentien, en belieft, ten sy by consente van borge-meestere ende
schepenen ende in heurder presentien, oft ten minsten in presentie van twee schepenen
by hen daertoe geordonneert.
18. Item, de
heer oft officier en mach eenen poirter ende ingesetenen, gevangen wesende,
inde diefputten oft op den Steen beneden nyet setten, doen noch laten setten,
maer moet den selven gevangene laeten setten opde poirters camer metten anderen
gevangenen, soo verre sy machtig genoech syn den cost aldaer te doene, ende te
betalene trecht vanden Steene; ende indyen zy nyet machtich genoech en syn
heuren cost te betaelene, oft vrienden oft maegen en hebben, die den selven
cost voor hen betaelen willen oft borghe daervoren blyven, alsdan moet die
officier die poorteren ende ingesetenen setten boven den eerden opten gemeynen
Steen, ter aelmoessen, sonder die selve in eeniger manieren beneden oft onder
der eerden te mogen stellene, ten waere dat de selve poirteren oft ingesetenen,
om eenig enorm delict gevanghen waere[n], oft oploop, rumoer, fortse oft
rebellie opten Steen oft binnen der gevanghenisse aende steenweerdere, buyten-
oft binnensluyters, oft aen yemanden anders vanden huysgesin oft familie vanden
Steen, oft aen andere gevangene dede, oft andere merckelycke ende onbehoirlycke
insolentie bedreve; in welcken gevalle dofficier de gevangenen wel souden
moegen beneden doen setten; altyts nochtans by advyse vande borgemeestere ende
schepenen, die hen daer ierst op moeten informeren, ende dat alleene na dat den
voorscreve wethouderen daertoe consent ende believen gedragen hebben, maer nyet
eer, ende dat oock nyet langer dan de selve wethouderen naer gelegentheyt der
saecken goetdunckt.
19. Item, als
de schouteth, amtman, oft ander officier, eenich poirter oft ingesetene, fixe
domucilie, als bove, houdende binnen der stadt oft vryheyd, alsoo by consente,
alsvoire, gevangen ende opten Steen geleeght heeft, alsdan is dofficier
schuldich alle desselfs gevangene goeden, brieven, boec-
p458
ken, stucken
ende huysraedt binnen synnen huyse wesende, rechtelyck te inventarierene, in
presentie van twee schepenen, by eenen gesworen secre-taris, oft den clerck
vanden bloede, oft clerck vanden amptman; ende dyen inventaris gemaeckt synde,
mogen de huysvrouwen, oft dander vrienden ende maeghen, oft medegesellen in
societeyte vande[n] selve[n] gevangene, de geinventarieerde goeden verborgen,
mits sufficiente cautie daervore stellende; ende die cautie gestelt synde, moet
de heere ende officier, midtsgaders henne dienaeren, cuyvers [cnuyvers] oft
andere bewaerders, vuyt desselfs gevangenen huyse gaen ende daer vuyt blyven
ten eynde toe vander saecken.
20. Item, als
yemant gevangen wort van saecken den lyve aengaende, soo is dofficier oft
schouteth schuldich, byden clerck vanden bloede, oft anderen wettigen persoon,
te doen maecken inventaris ende beschryven alle tgene dat de selve gevangene
over ende by hem heeft.
21. Ende als
de schouteth yemanden vanght die dlyf verbeurdt heeft, ende ter justicie met
recht ende vonnisse gebrocht wort, daer eenich gelt over- bevonden is, het sy
goudt oft zilver, dwelckmen nyet en weet wiet toebe- hoirt, anders dan den
selven delinquant, indyen gevalle blyft ende volcht het gouden gelt den
schouteth, ende het silveren gelt den dienaers ende den genen die den selven
gevangenen hebben geapprehendeert ende inde gevangenisse gebrocht, soo verre
nochtans de selve misdadige andere goeden genoech achterlaet om syn schulden,
indyen hy eenige heeft, mede te betaelenen; maer indyen de misdaedige egeene
andere goeden genoech en heeft, omme alle zyne deugdelycke schulden mede te
voldoen, soo moeten de crediteuren wordden geprefereert voorden schouteth, ende
oock voorde dienaers oft apprehenseurs vanden selven misdadigen.
22. Item, alle
die gene die binnen deser stadt aengetast ende gevangen wordden, dyen gevangen
moet die heere oft partyen tichte ende aenspraecke doen binnen den derden dage
nae synne apprehensie, oft anders moet de gevangen gewesen worden costeloos
ende schadeloos ontslagen, vry ende quyt syn vander achten [hachten]; ende na
dat de gevangene alsoo gewesen is ontslaegen vander apprehensien syns persoons,
heeft de selve gevangene
p460
tyt ende
veylicheyt den tyt van vierentwintich uren, sonder dat hem de schouteth oft
onderschouteth, oft partyen, binnen dyen tyde inde stadt oft vryheyt derselver
meer moegen aentasten, apprehenderen oft vangen; maer als de gevangen, by synen
eygen consente, den heere oft partye heeft over- leth [onverleth] geseth voor
schepenen vande stadt, tot op eenen selven[3]
gelegenen dach by hem den heere oft der partye geaccordeert, indyen gevalle en
loopt den heere oft partye egeenen tyt, oft en derff [men] den gevangenen nyet
eer aenspreken dan tot alsulcken daghe als hy den heere oft partye heeft
overgeleth [onverleth] geseth ende dachghundt [dach geghundt]; ende men moet
tegen eenen gevangen poirtere, des begerende, recht doen altyt van derden
daeghe tot derden daeghe, ten eynde toe vande saecken, ten waere den schepenen
anders midts redenen beliefde tordonneren.
23. Waertegens
[Maer tegens] andere, egeene poirters synde, beticht wesende binnen den derden
dage, alsvoire, moet men voirts procederen van acht daegen tot acht daegen, ten
waere dat de heere oft partye ende de gevangene selve corteren oft langeren
dach malcanderen accordeerden, oft dat by de schepenen andersints inde
vierschaere waere gewesen geweest.
24. Insgelycx,
soo wanneer dat de heere criminelyck, oft partye om oir-vrede, oft van andere
diergelycke actien yemanden ter vierschaeren heeft aengesproken, indyen dandere
versuympt telcken daege dienende syn partye dach te doen bescheyden, oft dat hy
eenigen dach van rechte laet overgaen sonder te compareren ende syn acte van
dyen daege te doen ende volbringhen, oft den gevangene ten gecompetenten daege
ende geduerende der gebannender vierschaeren versuymt te rechte te bringene oft
doen bren-gene, in allen dyen gevalle[n] soo moet die verweerderen
[verweerdere] oft gevangene, midts der omissien ende negligentie des agenten,
alsdan quyte ende geabsolveert gewesen wordden vander instantien, ende vander
hachten
wesen
ontslagen, ende oock veylicheyt hebben den tyt van vierentwintich uren, sonder
dat hem den schouteth oft partye binnen dyen tyde inde stadt oft vryheyt der
selver soude mogen aentasten oft vangen.
25. De
schouteth van Antwerpen, oft eenigen anderen officier, en mogen een poirtere
van Antwerpen, het sy buyten oft binnen poirtere, egeensindts ter bancken oft
ter scherper examinatien leggen oft brengen, ten sy dat ierst
p462
ende al
voiren, byden gemeynen breeden raedt vande stadt, daerinne worde geconsenteert,
ende daernaer met schepenen vonnisse in hooger gebannender vierschaeren gewesen
de gevangene ter bancken geleeght te wordene.
26. Ende den
schouteth en mach nyemanden ter bancken brengen oft pynen, al en is hy egeen
poirter vander stadt, sonder consent vanden burgemeesteren ende schepenen vande
stadt van Antwerpen, de welcke, eer syt selve den schouteth moegen consenteren,
moeten sommierlyck geinformeert zyn vande[n] delicte die de geaccuseerde soude
moegen hebben gedaen; ende soo verre zy sufficiente indicie tegens de[n]
geaccuseerden bevinden, soo willecoren ende accorderen de wethouderen den
schouteth alsdan, dat hy dyen mach pynigen ende bringen ter scherper
examinatien; ende wort tselve consent gehouden als oft dat met vonnisse van
schepenen alsoo gewesen waeren.
27. Item, al
eest dat eenich persoon, poirter synde off andere, geweesen is ter scherper
examinatien, oft dat de schouteth vande wethouderen, als boven, eenich consent
heeft geobtineert, om eenige[n] misdadigen te moeghen pynigen, dyen vonnisse
oft consent nyet iegenstaende, en mach den schouteth dyen persoon nyet pynigen
oft scherpelyck examineren, in geender manieren, dan ter presentien vanden
wethouderen, emmers ten minsten van twee schepenen daertoe byder weth
gecommutteert [gecommitteert]; ende de schouteth en mach den persoon nyet
anders oft nyet langer pynen dan den wethouderen, daer present zynde,
goetdunckt.
28. Item, de
confessien ende bekentenissen die eenige[n] misdadigen gedaen heeft inder
torturen, oft daer buyten inde gevanckenisse, soo verre hy die doet in
strickter hachten synde, oft elders binnen den Steene, al eest oock in
presentie van schepenen, alle de confessien by hem alsoo gedaen en cunnen oft
en moeghen hem nyet prejudicieren, ten zy dat hy comparere voor schepenen vande
stadt buyten den Steen oft gevanckenisse, ende oock buyten der Borcht, aldaer
ende doe[4]
die confessie voor schepenen onder den blauwen hemel ende buyten alle hachten
ende banden van ysere; maer die
p464
confessie ende
verlyde, die de misdadighe aldaer soo buyten der Borght doet voor schepenen,
wordden geacht ende gehouden voor wettige bekentenisse, ende doet men daer vuyt
recht ende justitie, na gelegentheyt der saecken, behoudelyck in crimine
sodomitico; ende datmen oock, int feyt vande contraventien vande placcaten
vander Majesteyt aengaende der heresien, sindert sekere saeeken [jaeren]
herewaerts,.nyet meer [costumelyck] en heeft geweest de confessien vande
contraventeurs te doen restereren [reitereren] onder den blauwen hemel buyten
der Borght.
TITEL IV.
PUNITIEN.
29. Een dieff
verdient de galge, ten waere dat de borgemeestere ende schepenen bevonde[n]
dat, midts de cleynicheyt vander diveryen, hy met minder correctie behoirde te
gestaene.
30. Item, die
yemanden dreycht aftebranden oft vier in huys te stekene, oft die in oft op
eens anders poirters oft ingeseten huys, deure oft venstere, liepe, sloege oft
stake, omme daerinne te commene jegens den poirters oft ingesetene, zynne
huysvrouwen, boden oft familien danck en[-de] wille, oft dat hy in eens
poirters oft ingesetene huys quaeme oft liepe, om aldaer yemanden te slaene oft
te evelen, oft dat yemandt eenen poirter oft ingese-tene binnen zynnen
woonhuyse, by nachte oft by daghe, fortse, gewelt oft overlast dede, verbeurt
syn lyf ende goedt, ende al wordden hy alsdan van yemand, in huys synde,
gequetst oft doodtgesleghen, die en soude nyet verbeuren aenden heere noch aen
partyen, maer wort tselven alsdan gehou-den voor noodweer.
31. Ende soo
wanneer, by merckelycke redenen, wort bevonden dat eenich persoon hem selven
wetens ende willens verdroncken, verhanghen, verdaen oft hem selven ter doodt
gebrocht heeft, alsdan zyn allen de goeden
p466
vanden selven
dooden verbeurdt ende geconfisqueert tsheeren prouffyt, ende moet dofficier het
doode lichaem aende galge, in den vorcke oft micke oft diergelycke doen hangen,
ten exemple van eenen yegelycken.
32. Item, van
allen kennelycken ongevallen is een yegelyck ongelast vanden heere ende partye.
33. Soo wie
den heere zynnen gevangene ontweldicht, den Steen oft gevanckenisse helpt
opbreken, die de gevangene by practycken vuythelpen, oft jegen den heere oft
justitie opstaen ende turberen met invasien, fortsen oft andersindts, verbeuren
hen lyff ende goet, zonder verdrach, besundere zoo verre de selve gevangen is
geweest om capitale delicten; ende zoo by zoo verre de delicten zyn arbitraire
oft civil, zoo sal de selve gecorrigeert wordden naer arbitragien vanden
rechtere.
34. Nyemant en
mach privaten kerckeren oft gevanckenissen stellen, noch oock yemanden int
heymelyck oft openbaer gevangen houden oft in banden van ysere leggen, om
eenige redenen wille, dan op sheeren Steen ende gevanckenisse, ten zy by
oirlove vande schouteth oft borgemeestere ende schepenen, opte verbeurte van
lyff ende goet; behoudelyck dat dau-ders heure kinderen oft kindskinderen wel
vermogen tot castyemente oft bewaernisse houden in heure huysen gevangen voor
sekeren tyt; maer indyen douders heure kinderen oft kintskinderen willen leggen
ende stellen gevangen en[-de] in castiemente in andere plaetsen dan tot
heure[n] huyse, zoo moeten zy de selve setten in eenighen openbaere bekende
plaetsen der stadt ende vryheyt der selver, ende dit by consent vande weth,
ende anders nyet; ende soo verre zy die willen stellen gevanghen ende ten
castyemente buyten der stadt ende vryheyt, in eenighe plaetsen in Brabandt, tselve
moet geschieden by oirlove ende consente vande schouteth ende wethouderen.
35. Item, alle
moorders, ontschaeckers van vrouwen, ontseggers, brant-stichters, kerckroovers,
vrouwencrachters, straetschenders, oft die yeman-den by gewelde, fortse oft
dreygementen syn goet, gelt oft cleerderen affneemt, oft die yemanden dreycht
syn huys oft goet aff te branden, oft die eenigen brant oft ontsegbrieven
schryft, seyndt, brenght oft ergens pleckt oft in yemandts huys oft hoff worpt,
die verbeuren alle gaeder aenden heere heur lyff ende goet, ende werden metten
viere geexecuteert, indyen ten heere belieft; ende sulcke misdaedighen en
gauderen nyet de immuniteyt vander kercken.
p468
36. Soo wie
inder kercken oft op gewyde plaetsen strytgier is, eenige messen oft wapenen
trecht, diefte oft andere misdaet aldaer committeert, die en mach hem metter
vryheyt vande kercken nyet behelpen.
37. Soo wie,
door syn misdaet, de kercke oft kerckhoff incesse [in cessie] brochte, is
schuldich de cesse af te doen, ende de costen daerom gedaen te betalene, indyen
hy des machtich is, oft andersindts eeuwelyck daervoiren gebannen te synne.
38. Als eenigh
mesus inden kercken, cloosteren oft gewyde plaetsen, oft aen geestelycke
persoonen gebeurt, daer om men cesse soude moeten leggen, soo verre de officier
vande stadt zyn debvoir ende diligentie doet ende gedaen heeft, om dyen
delinquant te volgene ende te gecrygene, om gecorrigeert te wordene, al eest
soo dat de officier den delinquandt nyet en can geapprehenderen, zoo en
machmen, ter saecken van dyen delicte, alhier tAntwerpen egeen cesse leggen.
39. Item, de
heere drossaert van Brabandt, noch egeen officier oft yemandt van ons
genadighen heere wegen, en moegen egeene gevangenen voeren vuyter stadt oft
vuyten mercqgraefschap, soo verre sy daerinne gevangen hebben gevangen[5]
geweest, maer moet men eenen yegelycken recht doen ter bancken daer hy te
rechten behoirt, oft gevangen is geweest.
40. De
drossaert van Brabandt, noch yemant anders van onser genadigen heere oft vande
hooger heerlyckheyt wegen, en mogen eenich bewindt, accusatie oft maeningen
hebben binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, in saecken criminele noch
criem smaeckende, met des daeraen cleeft, dan de schouteth van Antwerpen oft
zynen stadthouder ende heure gesworen colfdragers alleene.
41. De
schouteth noch amptman en moegen egeenen misdadighen oft schuldeneren geleyde
geven, sonder consent vanden genen dyen hy misdaen heeft oft schuldich is,
emmers daerby de crediteur oft geoffendeerde eenichsints geinteresseert souden
mogen wesen.
42. Item, de
gesworen colfdraegers syn schuldich, op heuren eedt, den schouteth ende
borgemeesteren te cundighen ende aen te brenghen de enorme delicten, die binnen
der stadt oft vryheyt van Antwerpen, gebeuren, alsoo zaen als die tot heurder
kennisse gecommen zyn, al ist dat sy de delin-
p470 was niet
aanwezig
quanten van deyen feyten
neyt en kennen oft en weten te noemene, op dat de heeren daeraf ende oppe
terstondt moegen doen nemen wettig informatie, ende daerinne provideren naer gelegentheyt
vande saecken
43. Ende soo wanneer eenich
swaer delict geperpetreert is, ende men meer, alsdan roeptmen voirts alle die
gene die tselve gedaen, doen doen oft helpen doen, oft raedt daertoe gegeven
hebben, dat sy hen daeraf commen verantwoirden voor schouteth, borgemeester
ende schepenen vander stadt; daertoe datmen hen geleyd geven mach, ende oock
eenige vande hantdadige, die syne complicen soude aenbringen, impuniteyt van
zyne misdaet; ende ingevalle dat sy metter derder proclamatien ten gepresigeerden
[geprefigeerden] daege ende tyden alsoo nyet en compareren in persoone, om hun
te verantwoirden, alsdan wordden de delinquanten allegaerder met heure
complicien ten eeuwigen dagen gebannen, oft op hun lyff ende andersints, naer
gelentheyt vander saecken.
44. Men is oock gewoonelyck
alsdan te gebiedene, dat een yegelyck wie van sulcken misdaet weet te spreken,
oft yemandt vanden hantdadigen kent, schuldich sal wesen tselve te comen zeggen
ende cundigen den heere, opte pene, soo verre daeraf yemant wetende, oft oock
die quaetdoenders geherbercht oft gelogeert hebbende, tselve den heere nyet
terstont te kennen en geeft, datmen de selve sal houden voor faulteurs
[fauteurs] van alsulcken delicten, ende voor sulcx straffen.
45. Ende schouteth,
borgemeesteren ende schepenen mogen bannen alle delinquanten vuyter stadt ende
mercqgraeffschap ende quartiere van Antwerpen
46. Item, alle ballinghen,
die tAntwerpen vander stadts weghen gebannen syn, soo wanneer dat sy, contrarie
den bannissementen, come[n] inder stadt oft quartiere van Antwerpen, moeten by
den officieren, soo wel van den mercqgraeffschap, vanden quartiere als van de
stadt, aengetast wordden, ende de officieren int mercqgraeffschap ende quartier
van Antwerpen moeten de ballingen leveren aende schouteth ende officieren van
Antwerpen, opten loon ende salaris daertoe staende.
47. Ende alsmen yemanden
bannen zal, dat moet geschieden inde jegenwoirdicheyt vande schouteth, by
borgemeesteren ende schepenen vande stadt; ende nyemandt en wordt gebannen dan
na deigencie van de misdaet
p472
dwelck hy
geperpetreerdt heeft, somtyts tot eenen gelimiteerden tyt, somtyts eeuwelyck,
somtyts opt lyff, opten galge, opten pudt, opter handt, opter oiren, opt
branteecken, opte geesselinge ende andersindts, elck na syn misdienste.
48. Alle
ballingen, zoo wanneer zy gevangen oft innegebroecht syn, worden binnen
vierentwintich uren nadat zy gevangen of innegebrocht syn, gecorrigeert oft
geexecuteert, naervolgende heuren bannissementen; ende wanneer die ballinck
alsoe is gecorrigeert, midts zynder versmadenissen van bannissemente ende
comtempte van justitien, wordt hy, boven de correctie by hem alsoo ontfangen,
anderwerff gebannen op langere, voordere ende meerdere pene dan te voiren, ten
waeren dat de schouteth, borgemeesteren ende schepenen andersints. midts
redenen, dochte te behoirene; in welcken gevalle en wort hy nyet meer oft
voirdere gecorrigeert.
49. Ende soo
wanneer dat dofficieren, buyten int quartier van Antwerpen geseten zynde,
eenige ballingen vande stadt onder hen jurisdictie oft bedryff van heuren
officien onderhouden, ende die ten schryvene vande stadt terstondt nyet en
leveren, alsdan moegen schouteth, borgemeesteren ende schepenen van Antwerpen
die officieren, tselve doende, selve in heure persoonen bannen vuyter stadt,
mercqgraeffschap ende quartiere van Antwerpen, op gelycke penen daerop die
ballingen gebannen zyn geweest.
50. Soo wie
eenen ballinck vande stadt, wetens ende willens, binnen der stadt ende vryheyt
oft quartier van Antwerpen huysde, hoofde, logeerde oft herberchde, sonder den
heere oft officier daeraf goets tyts de wete te doene, wort selve gebannen op
alsulcken wechende [wech ende] pelgrimagien als die ballinck schuldig was te
doene, oft andersindts arbitralyck, ter ordonnantien van borgemeesteren ende
schepenen, ende dat altyt na gelegentheyt der saecken.
51. Item,
eenen ballinck, oft weder die gebannen is binnen der raetcae-meren van heeren,
oft openbaerlyck vande puyen vant stadthuys aff, oft by vonnisse van
borgemeesteren ende schepenen inder vierschaeren, oft andersints, wordt hy
gevangen eer hy voldaen, oft tgemoede vanden heeren [heere] ende vander stadt
gecregen heeft, die wort, sonder andere oft voordere rechten oft vonnisse daer
over te derven geven, als voor, geexecuteert van lyve oft leden, achtervolgende
den bannissemente oft vonnisse; ende die ballinck mach met geenen gelde daeraf
coop [daer afcoop] af maecken, naer dat hy gevangen ende contrarie den
bannissementen inne gecommen is.
p474
TITEL V.
ANDER
PROCEDUEREN EN ACTEN, DIE OOCK TER HOOGER VIERSCHAEREN MOETEN VERVOLCHT ENDE
GEDAEN WORDEN.
Ende ierst van
oirvrede:
Nyemanden en
mach yemandt eenen oirvrede heysschen hy en zy tonrechte geinvadeert oft
overlast binnen den limiten van synen huyse, oft hy en zy elders gewondt,
geslaegen, gesmeten oft gequetst tot bloelatens toe. Item, die selve een
anderen ierst oploop doet, ende de oirsake geweest is vande gevechten[6],
soo verre daeraf blycke, al eest dat hy geslaegen, gewondt oft gequetst is,
sonder in peryckel te syne van synnen lyve ende sonder eenige meuckte [mencke]
tontfangen, die en is nyet gefundeert eenen oirvrede te heysschene oft den
selven oirvrede te doen verborghen. Ende als yemant eenen anderen aensprekende
is, oft aenspreken wilt, om te hebben eenen oirvrede, die moet daeraff syn
actie intenteren ende vervolgen inder hooger vierschaeren, aldaer die kennisse
vant criem behoirt, ende nergens ell.
56. Maer
partye gedaecht synde, tsy byden heere om eenige excessen, oft by partyen om
eenen hoirvrede te eysschene, om inder vierschaeren perso-nelyck te compareren,
soo vermach een alsulcken gedaechde, willende anticiperen den dach vander
vierschaeren, te doen daegen den heere oft partye, voor borgemeesteren ende
schepenen in collegio, ende aldaer ver-suecken ende sustineren jegen den heere
oft partye, dat sy ierst ende vooral schuldich selen syn te proponerene de
redenen daer vuyt sy eenen alsulcken
p476
gedaechde
willen belasten, ende funderen dat de saecken inder vierschaere behoort;
daertegen de gedaechde, oock gehoirt synde in synnen defensien, wordt alsdan in
collegie sommiere kennisse genoemen oft de saecke crimi- neel, ende andersindts
sulcx gedisponeert is, dat die ter vierschaeren behoirt geventileert te
wordene.
57. Dwelck
gedecideert synde, ende dat bevonden wort dat de saecke in respecte van partyen
ter vierschaeren behoirt, ende dat dyen naervolgende yemandt eene anderen ter
hoogher vierscharen heysschende is eenen oir-vrede, ende partye daertoe
gedaecht, oft andersints by vonnisse geordineert is, soo moeten de partyen aldaer
selve in persoone altyt in rechte present zyn, sonder by procureur te mogen
occuperen, ten waere by consent van partyen, oft dat duytwettigen nootsaecken
oft redene anders met vonnisse gewesen werdde.
TITEL VI.
VANDE[N]
OORVREDE.
58. Soo wie ter
vierschaeren aengesproken wort om eenen oirvrede te sweerene ende te
verborgene, soo verre partyen dat versueckt, moet gevan- gen gaen ende blyven
in hachten soolange dat de saecke vanden oirvrede is gedecideert, ten waere dat
daenklagere hem consenteerde op cautie oft andersindts te laten gaene, oft dat
de wethouderen hadden andersindts gewesen met vonnisse, naer gelegentheyt
vander saecken. Dus [dies] moet daenklagere, soo verre de verweerdere dat
versueckt, cautie sufficient stellen voor de Steencosten des verweerders, ende
voor allen anderen costen, schaeden ende interresten, oft tzelve [zelve] oock
daervore mede in hachten ghaen, omme die te betalene, indyen bevonden worde dat
zy [hy] den verweerdere tonrechte den oirvrede geeyscht heeft.
59. Item, die
geduemt is, oft consenteert synne partye adverse eenen oirvrede te doene, die
moet, ter presentie vanden schouteth, borgemeester
p478
ende
scheupenen, in gebannender vierschaeren zittende, openbaerlyck sweeren aende
heyligen dat hy by hem selven, by synne vrienden, maeghen oft andere persoonen,
den vrede eysschere [oft] synnen vrienden ende maeghen nyet en sal misseggen
noch misdoen, in woorden noch in wercken, heymelyck noch openbaer, in geender
manieren; ende ingevalle hy yemanden wiste oft vernaeme, die den vrede
eysschere oft synnen vrienden oft maegen misdoen, slaen, stooten oft oploop
souden willen doen, dat hy, naer zyn beste, dat sal beletten, ende dat hy de
selve partye daeraf goets tyts sal adverteren oft doen waerschouden, opdat sy
hen moeghen provideren ende weten te wachtene; alle opsoenbrake[7]
ende vredebrake; ende dyen eedt ende oirvrede moet hy verborgen alst partye
versueckt, naer de qualiteyt vande partyen ende gelegentheyt der saecken, ter
ordonnantien vande wethouderen; welcken solempnelen gesworene oirvrede duert
soo lange tot dat zy, partyen, malcanderen daeraff quyte geschouden hebben.
Ende partyen alsoo in oirvrede liggende, en moeghen malcanderen nyet
injurieren, dreygen oft eenighe oploop doen, noch doen doen, in woorden noch in
wercken, opte verbeurte, wie tselve dede, van lyve ende van goede.
TITEL VII.
PURGIEN.
Soo wanneer
yemandt hem bevindt gediffameert te zyne van eenigen delicte oft mesuse, die
mach commen voor schouteth, borgemeesteren ende schepenen, inder gebannender
hooger vierschaeren sittende te rechte, ende presenterende hem in synen eygenen
persoone aldaer te rechte tegen den heere, tegen partye ende tegen allen
diegene die hem ter saecken van dyen
p480
delicte
eenichsints souden willen tyden oft aenspreken; ende ingevalle hy drye vrye
dagenlanck continuelyck telcken in gebannender vierschaeren hem selven in
persoone aldaer presenteert te rechte, ende doet vutroepen: eenwerff,
anderwerff, derdewerff ende vierdewerff over recht, allen die gene die hem ter
saecken van dyen delicte eenichsints souden willen inculperen, indyen dat hy
alle de voorscreve drye dagen van rechte in gebannerder vierschaere aldaer
blyft, altyt den eynde toe ende soo lange tot dat de vierschaere gedaen is,
ende de schouteth, borgemeesteren ende schepenen opgestaen ende dwech gegaen
zyn, soo verre binnen dyen dry gebannender vierschaeren nyemandt en comt die
den selven purgant eenighe tichte doet, oft van dyen delicte en imputeert, soo
wort den selven purgant vanden selven delicte gehouden innocent, ende gewesen
daeraff vry ende ongelast, ende wordt den heere ende eenenyegelycken
geimponeert tegen dyen purgant, dyen delicte oft mesuse aengaende, een eeuwich
geswych, alsoo dat daerna nyemandt gequalificeert en is den voornoemden
gepurgeerden ter saecken van dyen delicte meer aen te sprekene oft te mogen
inculperene; maer soo verre alst den heere oft partye gelieft, mogen den
purgant binnen den voorscreve drye gevechten[8]
oft dagen van purgien inder vierschaeren oft daerbuyten apprehenderen, ende hem
alsulcken ticht ende aenspraecken doen alst hem [hun] belieft; daerop de selve
purgant wort gehoirt, ende doetmen alsdan partye in judicio contradictorio
recht, soo dat na gelegentheyt der saecken bevonden wordt behoirende.
TITEL VIII.
EMANCIPATIEN.
Item, een poirter
van Antwerpen mach synen sone emanciperen ende vuyt synen plicht doen altyt
alst hem belieft; maer tselve willende doen, moet hy compareren inde hooger
vierschaeren ons genadigen heeren sconincx, voor schouteth, borgemeesteren ende
schepenen, ende versuecken aldaer synnen sone te emanciperen ende vuyt synen
broode te doene, ende moet daeraf by den schouteth laten maenen om recht; ende
gemaent zynde,
p482
wysen
borgermeesteren ende schepenen, dat die poirtere zynnen zone wel mach
emanciperen ende vuyt synnen plicht doen, midts hem bewysende op sekere goede
panden twee oude grooten erfelyck; ende dien vader, die twee oude grooten
erfelyck synnen sone alsoo naer volgende dyen gewysde bewesen hebbende, is ende
blyft die selve zone daerna ende van dan voortaen geemancipeert ende vuyt synen
vaders plicht, nyet jegenstaende dat de zone daernaer alnoch by synen vader
blyft woonen.
TITEL IX.
VERVOLG VAN
ARRESTEN TER VIERSCHAEREN.
Item, alle
arresten by yemanden wie hy zy, man oft vrouwe, alhier tAntwerpen oft elders
residerende, op eenige goeden onder eenen anderen persoon berustende, oft
andersints gedaen, tsy om de selve te vendicerene oft om die te evincerende met
ende vuyt te winnene[9]
voor eenige actien ende schulden, die den crediteur pretendeert ten achter te
zyn aen zynen debiteur ende goeden, soo wanneer opt selve arrest egeen calaenge
oft restoir [stoornis] en is gedaen, moeten vervolcht wordden ter hooger
vier-schaeren ons heeren den conincx, nade costuyme aldaer van oudts geplogen
ende geobserveert. Te wetene, dat naer dyen eenich goet byden schouteth,
amtman, roeydraegere oft gesworen colfdraegers, ten versuecke vanden crediteur,
is gearresteert, darrest geaccepteert ende pandt gegeven by den genen die
alsulcken goeden onder heeft, ende dat vander selver acceptatatien (sic) ende
pantgevinge relaes gedaen is aen schepenen, dwelckmen ten [dwelck ten] boecke
des amtmans (dwelckmen houdt vanden arresten ter vierschaeren) opgeteeckent is,
ende dat tselve arrest ende besetselen, ter manissen des amtmans, by wysen van
schepenen, is vernieuwt inder manieren als hier naer ende [onder] den titel van
arrestementen inden jxen articele verhaelt is, soo is darrestant ende evincent
gehouden te compareren, by hem selve oft procurent daertoe specialen last
hebbende. inder hooger vierschaeren, ten derden
p484
vrydach, ende
nyet eer, ende voor dexpiratie van ses weken, ende daerna nyet.
TITEL X.
ARRESTEN TER
VIERSCAREN.
Te rekenen
vanden date dat het voorscreve besetsel ende vernieuwen gedaen is, soo is
darrestant ende enuncent [evincent] gehouden te compa-reren by hem selven oft
procureur[10] [in de
hooge vierschare], alwaer hy synnen pandt moet thoonen ende syn schult
gewarigen, dwelck geschieden moet by deser formulen: Als te wetene, dat den taelsprekere
oft advocaet vanden arrestant van goeden, moet spreken de woorden : « Heere
amptman, oft heere schouteth, als maendere vanden besetsele van des amtmans
wegen, belieft U my te hoiren inden naeme van N.? » Daerop de schouteth
antwoirdt: « Spreeckt dat recht is. " Ende daerna seght de taelspreker:
" Hy heeft een besetsel ende vernieuwen gedaen, dat presenteert hy te
thoonen, vraecht hem oft syner woorden zyn, ende maenter aff. " Dwelck soo
geseght zynde, soo maent dofficier den borgemeestere oft eenen vanden
schepenen. De welcke gemaendt zynde, wyst : " dat desen persoon zyn
besetsel ende vernieuwen zal thoonen met schepenen, dyer mede aen ende by
geweest syn, ende daerenteynden recht. " De taelsprekene [taelspreker]
daerop versueckt, de schepenen genoemt te worden. Ende worden alsdan genoemt by
den clerck des amptmans, diewelcke dboeck daeraf is houdende. Ende genoemt
zynde wie de schepenen zyn, soo seght de taelspreker totten officier : "
Dat hy den schepenen maene, oft hen kennelyck is ?" Ende den [de]
schepenen by den voorscreven officier gemaent zynde, zoo vercleren de
schepenen: " Dat sy hen refereren totten boecke. » Ende terstont daernaer
soo seght die tael-spreker totten officier: " Maent oft hy volcomen is?
" Ende de schepenen gemaent synde, seght [segghen] : " Jae (als van
dyen). " Daerna zoo seght die taelspreker in naeme vande[n] voorscrevenen
arrestant : " Al bereedt staedt hy syn schult te gewarigen ende syn
gehoudt te doene, maenter af wat hy schuldich is van doene. " Alsdan zoo
maent de officier den borgemeester, oft den selven schepen, dyen hy ierst
gemaent
p486
heeft, ende
wyst alsdan de selve borgemeestere oft schepene : « dat dyen persoon sal
schuldich zyn synne schult te gewarigen met schepenen brieven van Antwerpen,
oft met levende waerheyt, oft met zynnen eedt, soo verre alst op eenen levenden
persoon is. " Ende dat gewesen zynde, ende soo verre dat yemandt schepene
brieven van Antwerpen heeft, soo worden de selve by den taelsprekere gelevert
den griffier, begerende die gelesen te worden; dwelck gedaen wort; ende alsdan
soo vraecht de taelsprekere openbaerlyck: « ofter yemant is die dyen schepenen
brief, die daer gelesen is, gewaricht wilt hebben? eenwerff, anderwerff, derde
werff ende vierdewerff over recht; " ende nyemant oppositie doende, soo
wort die voorscreve evincent gewesen volcommelyck, oft, indyen dat devincent
heeft levende waerheyt, soo mogen de getuyghen aldaer geproduceert, geeedt ende
gehoirt wordden; maer soo wanneer devincent egeene schepene brieven, noch
levende waerheyt en heeft, seght alsdan de taelspreecker: " Hy en heeft
schepene brieven noch levende waerheydt, maer seeght ten achter ende in gebreke
te zynne aen U de somme van zoo vele oft zoo vele; " oock verhalende de
saecke ende redenen waer vuyt ende waeraf de selve schult procedeert; seggende
voirts totten officier: " Maenter aff wat hy schuldich is te doene. » Ende
gemaent synde, soo wyst de selve borgemeestere oft schepenen : " dat
alsulcken persoon sal leggen handt op heyligen, ende sweeren tachter ende in
gebreke te zynne aen U ende synne goeden de somme van, etc., ter saecken, etc.;
zoo moet hem Godt helpen ende alle syn heyligen! » Ende eest op eenen dooden,
soo wort oock daerenboven gewesen, dat, dyen eedt gedaen wesende, selen met hem
commen twee wettige mannen, die leggen selen hant op heyligen, ende sweeren :
" dat den eedt, die alsulcken persoon gedaen heeft, is goet,
recht-veerdich ende onmeyneedich; soo moethen Godt helpen ende alle syn
heylighen ! » ende is hy een vreempde ende egeen poortere, soo moet hy hebben
ses wettige mannen, omme volgheeden te syne ende den eedt te doene, als voire,
ten waere dat alzulcke vreempde oft vuytlandige waere een geprivileguerde
persoon, te wetene, een Engelsman vande court, oft heure steden[11],
die gestaen met twee volcheeden als de poirters.
p488
Ende is het
beletsel by yemanden op eenige goeden gedaen van weerden, nyet jegenstaende dat
tselve besetsel gedaen is voor meerdere somme dan hy naermaels by eede ter vierschaeren
affirmeert, want int sweeren mach een yegelyck syn somme verminderen, maer nyet
vermeerderen. Ende den eedt oft eeden alsoo gedaen zynde, zoo versueckt den
taelspreker aenden officier : " dat hy maene oft den persoon volcomen is?
» ende alsdan maent dofficier den borgemeestere oft schepenen aen wyen ierst
gemaendt is, die alsdan antwoirt ende seght: " Jae, als van dyen. "
Naerden welcken soo neempt devincent leveringen aen synnen pandt; welcke
leveringe by den griffier opt boeck vander vierschaeren geteeckent wort. Van
welcker procedueren devincent gehouden is partye, zoo verre hy pandt heeft
metter minnen, ende den debiteur inde stadt is, de wete te doene, ende den
pandt bieden, oft hy dyen lossen ende devincent syn gebreck ende tachtertheyt betaelen
wille, oft andersints den evincent met synnen begonsten rechte van evicten
[evictien] voirts wille laten varen; maer ingevalle het geenen pandt metter
minne en is, soo moet devincent partye, soo verre hy weet waer hy is
residerende, over dese zyde geberchs ende der zee, de wete daeraf doen; maer is
hy geseten over geen zyde'der zee oft geberchs, oft dat het is op fugitiven,
oft eenen dooden insolvent, soo mach devincent synnen pant presenteren ende
lossen aenden officier, als heere, zonder voordere wete te derven doene. Ende
naerdyen alsoo de behoirlycke wete aen partyen oft aenden offi-
p490
cier gedaen,
ende leveringe genommen is, ende calaengie gedaen wort due-rende den tyt vande
vuytwinnige des evincents, ende eer dleste vonnisse gewesen wort ter vierschare
op des vuytwinders proceduere, ende dat de calaengie opden boeck vande
vierschaeren geteeekent wort, zoo en wort inder vierschaeren nyet voorder
geprocedeert, maer moeten partyen heure saeeken als dan vervolgen in judicio
ordinario, voor den amtman, borgemeesteren ende schepenen, opter stadthuys;
dies is die ghene, die de calaengie gedaen heeft, gehouden tusschen dat ende
den naesten vrydach, den evincent te doen daeghene, syne redene van calaengien
te proponeren, ende zyne actien van purgien in materie van calaengien
rechterlyck, voor den naesten vierschaerdach, te beginnene, oft anders is zynne
calaengnien nul ende desert. Ende mach alsdan die vuytwinner met synnen
begonnen rechte ter vierschaeren voirts varen, al oft daer egeen calaengnien en
waeren gedaen geweest; ende soo wanneer die materie van purgien van calaengien
in judicio ordinario is gedecideert, oft soo verre die gene die calaengnie
gedaen heeft desisteert, oft dat bevonden wort met rechte dat de calaengie ten
rechte gedaen is geweest, alsdan mach die evincent syn vuytwinninge
continueren, al oft die calengie ende proceduren ordinarie nyet en hadde gedaen
geweest; ende duerende die proceduere in materie van calaengnien, en is den
vuytwinder egeenen tyt geloopen, maer is in syne proceduere sommarie gebleven
op syn geheel, sonder interruptie, ende zonder prejuditie van synnen iersten
rechter [rechte]. Ende dyen navolgende, soo moet darrestant ten tweeden vrydach
naerden eedt wederomme compareren inder hooger vierschaeren, ende aldaer presenteren
zynnen pandt, ende begeiren voort recht; ende den schouteth de[n] borgemeester
vonnisse gemaent hebbende, vraecht de borgemeestere, voor tvonnisse, den
partyen oft taellieden: " oft sy heuren pandt gehouden hebben als recht,
ende geboden als recht? " ende partyen verclarende: " jae, » soo wyst
die borgemeesteren: datmen dyen pandt met synen toebe-hoirten, voor tvoldoen
van des evincents actie ende vuytgewonnen schult, sal ter merct doen ende
vercoopene ten hoochsten verdierene ende meest daeromme biedende; schietter
over, datmen partye wederkeere; gebreeckt er, datmen voirts maenen zal om
recht; ende alsdan wort daer by die voor-screve arrestant gehouden als gewesen
synde volcommen van zynder proceduere, welcke vonnisse van evictien by provisie
ter executien gestelt
p492
worden op ende
in respecte vanden goeden, actien oft schulden die gearresteert ende
vuytgewonnen zyn; tot welcken eynde gedaecht worden den persoon oft persoonen,
die de voorscreve gearresteerde goeden onderhebben, voor den amptman ende
commissarisen, ten eynde dat sy de selve goeden, actien ende crediten
overbringen in handen des voorscreven amtmans, om de voorscreve actie vander
vierschaeren daerop ter exeeutien gestelt te mogen wordene; ende ingevalle
yemandt versuect aenden evincent cautie geset te wordene voor de geevinceerde
goeden, is tselve schuldich te doene, ende anders nyet; ende indyen yemant, na
date dat devincent gewesen is volcomen, hem compt opponeren, soo en wort
dopponent in synne oppositie nyet gehoirt, ten zy dat het vonnisse by den
evincent geobtineert, ierst by provisien zy voldaen. Maer een debiteur, wyens
goeden vuytgewonnen zyn, betaelende de penningen daervooren de vuytwinninge
gedaen is, metten oncosten daerop geloopen, mach zyn goeden aenveerden ende
behouden, ten waere dat se vercocht waeren. Item, een ingeseten poirter, wyens
instrumenten, alen [alem] oft gereetschap van synen ambachte ende neringe,
daermede hy costumelyck is geweest te werckene ende syn broodt te winnene, ter
vrydaechsche meret byden officier vercocht zynde, mach de selve lossen ende die
naeste syn voorden prys dat die vercocht zyn, mits dat verclarende binnen den
selven dage dat die vercocht syn; behoudelyck dat hy den geheelen prys van
dyen, metten costen ende heerlycke rechten, in handen vanden heere opleggen
ende betaelen moet des anderen daechs voor der noenen; dwelck oft hy nyet en
dede, blyft hy versteken, ende de vercochte goeden moeten volgen den iersten
cooperen meest daer voren biedende.
Item, die
panden metter minne in synne handen heeft, die en mach die nyet vereoopen vuyt
syns selfs autoriteyt, maer moet die rechtelyck besetten, vuyt winnen ende
daeren teynden die panden metten officier ter vrydaechs meret openbaerlyck ten
hoochsten verdierene, eenen yegelycken evenna, doen vercoopen, inder manieren
gelyck voorsereven is; ten waere dat die hebbere vande panden hadde wettich
besehiet voor schepenen gepasseert, dat hy die panden zouden mogen vercoopen
oft doen vercoopen, sonder die te derven vuytwinnen, als voirs., behoudelyck
nochtans dat, eerden pandt hebbere den zelven pant vercoopt, hy partye den dach
ende
p494
plaetse vande
vercoopinge insinuere acht daegen voorden vercoopdach, soo verre hy present oft
in stadt is, andersindts tsynen huyse, oft aenden schouteth. Ende egeen wettich
beschiedt voor schepenen gepasseert hebbende, maer ander geschrift voor
notaris, oft onder syn hanteeken, van te mogen vercoopen zynnen pandt sonder
recht voorderinghe oft vuytwinninge ter vierschaeren te derven doene, die sal
den selven pandt mogen doen vercoopen ter vrydaechs merckt, ende anders oft
elders nyet; behoudelyck dat de crediteur gehouden is de partye des pandt
toebehoirende, behoirlycke wete te doene van den dach vande vercoopinge, acht
daegen te voiren; ende en sal alzulcke vercoopinghe eenen derden, die eenich
recht oft actie totten pant souden willen pretenderen, nyet prejudicieren, ende
blyft eenen alsulcken derden op syn geheel, om de selve pandtgevinghe ende
vercoopinge met recht te debatterene. Maer als den genen die, als boven, pandt
metter minnen in handen heeft, ende den selven noch onder heeft onvercocht ten
tyde als zynnen debiteur is insolvent bedegen, is schuldich, nyet jegenstaende
dat anders soude moeghen, inde obligatie oft andersindts, tusschen synen
debiteur ende hem wesen geconditionnert, die selve panden hen [hem] metter
minne gegeven, byden officier ter vrydaechs merckt te laten vercoopen, op
daptgene [opdat 'tgene] daer overt blyven mach in handen vanden amtman, tot
behoeff van-den anderen crediteuren, die hun verhael daeraen selen moegen
hebben. Wees kinderen goeden machmen valide nyet vuytwinnen zonder den
momboiren daeraff wete te doene ; ende en hebben die weesen egeene momboiren,
soo moet men hun momboiren doen geven, oft anders is de vuytwinnige gedaen op
hun goeden van onweerde.
Item, worden
oock ter vierschaeren solempnelyck afgedaecht drye mael tsiaers, met het luyden
vander grooter clocken, alle renten ende lasten staende op eenige huysen oft
gronde van erve binnen der stadt ende vry-heyt van Antwerpen gestaen ende
gelegen, die by executie oft private per-soonen vercocht zyn; daeraf breeder
vermaen gemaeckt worden sal onder den titel van: Schepenen brieven, contracten,
etc. Die renten oft commeren verswycht om yemandt te beschadighen, oft daer
door yemandt achterdeel hebben oft lyden souden moeghen, wort gecorrigeert als
een dief; ten waere dat merckelycke bleke, dat hy daeraff ware geweest
ignorandt.
p496
TITEL XI.
CEUREN ENDE
BREUCKEN DER STADT VAN ANTWERPEN.
1. Inden
iersten, en can oft en mach nyemant bedwongen worden eenige breucken te
betaelene, hy en wordde daer inne by schepenen vonnisse geduemt, soo verre hy
recht versuecken wille.
2. Item,
ambachten en moghen egeene taxatien, ceuren oft breucken maecken noch opstellen
sonder oirloff vanden schouteth ende borgemeesteren, schepenen ende raede
vander stadt; ende alle die gene die contrarie doen, verbueren twee pont
swerte, ende tgene datter gemaeckt is blyft nul ende van onweerden.
3. Soo wanneer
yemandt eenich delict perpetreert, oft breuckachtich valt tegen den heere, ende
oock misdoet der partye, soo verre hy nyet machtich en is den heere vande
breucke, ende partye vander schaden, meucken [mencken] ende interessen oft
smerte genoechte doene, soo wordt de gele-deerde ende geoffendeerde partye
inden goeden des delinquants geprefereert voorden heere, ende wordt die
delinquant voorts, mits syne insufficientie, in zynnen persoon gecorrigeerdt,
ter arbitragien vande weth, na gelegentheyt der misdaet; behoudelyck dat
chirurgyns ende medecyns, met des der curen aengaet, wordden der partye
geprefereert.
4. Item, alle
ceuren ende breucken daer egeene expresse ordonnantie af en is, hoe oft in wat
manieren die bekendt[12]
moeten wordden, volgen dien derdendeel den heere, dander de stadt ende tderde
den aenbrenger.
5. Ende want
de stadt van Antwerpen is geprivilegieert dat de wethou-deren ende raedt, by
advyse vanden schouteth, moegen ordineren, statue-ren ende publiceren alle
alsulcke puncten ende artikelen als hen goetdunckt oirboirlyck ende tamelyck te
synne der stadt ende gemeynten prouffyte, ende de selve minderen. meerderen
ende veranderen, altyt alsthen goetdunckt; naer gelegentheyt ende exigentie
vanden tyde, soo zyn voertyden vele diversche statuten ende ordonnantien
gemaeckt ende gepubliceert geweest aengaende diversche delicten ende mesusen,
ende oock der policien
p498
vander selver
stadt, opte wynen, bieren, vleesche, vissche, botere ende kase, broode, coren,
backen, brouwen, houdt, torff, steen, calck, kaeyen, vlieten, hooden,
arbeyders, oock aengaende den brande, edificien, loonen, ende op alle ambachten
vande stadt, elck int zynne, naer vuyt wysen der selver; mitsgaeders op
alrehande gewichten ende maten, nat ende drooge, welcke ordonnantien, statuyten
ende publicatien een yegelyck schuldich is te onderhoudene ende achtervolgen op
de penen ende breucken daertoe gestelt, alnaervolgende den gebodtboecke,
ceurboecke ende verleeninghe daeraf gemaeckt wesende; maer want die, naerde
veranderingen des tyts, dickwils moeten wordden verandert, tot welvaeren vanden
gemeynen bes-ten, gemerckt oock die nyet voordere effect sorteren dan binnen de
stadt ende vryheyt der selver, soo moegen de schouteth, borgemeesteren,
schepenen ende raede, naer volgende de privilegien vande stadt, daeraff altyts
andersints disponeren, ende die veranderen tot prouffyte vander stadt ende
vanden poirteren, soo den gemeynen raet dat overdragende ende sluytende is.
TITEL XII.
VANDEN VREDE.
Soo wie twist
oft geschil heeft tegen eenen anderen, ende hem beducht van gequetst, geslagen
oft overlast te worddene, die mach den genen daer-voore hy hem beducht in eenen
vrede doen legghen, ende dat doende, mach de vredeeysschere versuecken aenden
schouteth, aenden officiers [officier] vande langer roeden, oft aen eenighe
vande gesworen colfdragers, tegen zyn partye vrede; ende de clachte vande
vredeeysschere gehoirt wesende, gaet dofficier aenden genen daeraff den vrede
geeyscht wordt ende staest [staeft] hem den vrede, hem, ten versueeke vanden
vredeeysschere, seggende: dat hy hem leght in vrede ten versuecke van N., ende
verbiedt hem, van sconincx weghen, als hertoge van Brabant, malcanderen nyet
[yet] te misseggen oft misdoen, oft doen misseggen oft doen misdoen, op
soenbrake ende vrebrake, ende bescheyt hen [hem] dach vanden naesten saterdaege
ende ses weken te compareren opten stadthuyse, ter presentien van schepenen,
jegens de clocke drye totte vyve uren.
p500
Item,
dofficier aenden welcken de vrede is geheyscht in absentie vanden roeydragere
(den welcken competeert het houden vanden registre vanden vrede), die moet dyen
vrede, alsoo schiere als hy den roeydragere daerna ziet, overgeven, omme int
registere gestelt te wordene ende partyen daer-mede te bewaerene; wies [wie]
dies nyet en dade, zoude verbeuren eenen royael, half den heere, half der
stadt. Den officier aenden welcken wort vrede geeyscht, daer voren competeren
hem vier stuyvers, ende eenen stuyver den clerck, omme den vrede te boecke te
stellene; ende dyergelycke salaris competeert den roeydragere ende zynnen
clerck voor dvuyt doen vanden vrede. Soo wie vrede wederseyde oft weygerde als
de schouteth, de roeydrager, eenich vande schepenen oft een vanden gesworen
colfdragers den selven vrede oircondelycken heyschte, die verbeurt, soo
dickwils als hyt weygerde, dry ponden swerte, waervoor datmen betaelt vier
guldens, elcken gulden jegens xx stuyvers tstuck, ende boven dyen moet de
schouteth, lange roeden, oft colfdragere, den wederseggere vanden vrede, tot
desselfs wederseggers coste, in hachten houden, soo lange ende tottertyt toe
dathy den vrede gegeven ende de breucke vande weygeringhe betaelt heeft. Elck
poirtere van Antwerpen mach, in absentie vande officieren, selve altyt, in
presentie van getuygen, vrede heysschen, als hy twee oft meer persoonen siedt
kyvende oft twistende; ende dyen vrede, alsoo byden poirter geeyscht ende
genommen, blyft van weerden, al oft dyen byden officier genoemen waere; ende
zoo wie den poirtere alzulcken vrede weygherde te geven, verbeurt insgelycx dry
ponden zwerte voorseyt; ende de schouteth, oft de langeroede, des byden voorscreve
poirtere vermaent wezende, moet den selven weygerdere in hachten nemen ende
houden, tot dat hy vrede gegeven ende den verbeurden breuck betaelt heeft, als
voire. Soo wie eenen poirter vrede heysschende verspraecke, injurieerde oft
eenigen oploop daeromme dede, verbeurt gelycke pene, ende moet in hachten
blyven tot dat hy den breuck betaelt ende den poirter van synen injurien
gebetert heeft, ter arbitragien vande wethouderen. Die vrede heyscht ende
begeerdt, die is schuldich oock vrede te gevene ende te houdene, opte selve
pene. Die tsynnen onschulde is geslagen, gewondt oft gequetst, die heeft, na
het perpetreren des delicts, vrede ongerstaeft [ongestaeft] den tyt van
p502
vierentwintich
uren lanck, soo dat, ingevalle de misdoender hem binnen de voorscreve
vierentwintich uren misdede, met woorden oft met wercken, die wort gestraft als
vredebreker.
Item, partyen
staende jegens malcanderen in processe, naerde litiscontes-tatie in saeeke, worden
gehouden al oft se in vrede laegen, ende dat zoo lange het proces nyet en is
beslist met rechte, oft dinstantie gepermitteerdt [geperimeerdt]. Ende op
datmen den vrede strictelyck mach onderhouden, ende partyen in vrede liggende
sekerlyck moegen bewaert zyn, ende op datmen int stuck vanden vrede nyemanden
en souden cunnen oft mogen verongelycken, oft met yemanden simuleren, soo moet
dofficier, oft andere, den vrede genomen hebbende, terstondt daerna, emmers ten
lancxsten tusschen dat ende den naesten saterdach daerna, dyen vrede brengen te
boeeke, aldaer de naemen van dyen partyen (alsoo in vrede liggende) te boecke
getekent mogen[13] worden;
vande welcken twee registers gehouden worden : deen byden officier vande
langeroeden, ende dander by de secretarissen vande stadt; ende alle saterdaege,
als de clocke vyff uren geslaegen, ende den vrede byden roeydragere ter
presentien van schepenen gehouden is, dan teeckendt de roeydragere, ende oock
een vande secretarissen, elck in synen registere, de persoonen vande
comparanten, ende oock vande absenten vredehouderen, ende geeft daer en boven
de secretaris den schepenen, aldaer ten vrede sittende, in een billeth terstont
overe de persoonen die absent gebleven zyn ende heuren vrede nyet en hebben
cunnen[14]
vernieuwen; ende insgelycx schryft de officier vande langer roeden gelyck
billets vanden naemen der nyet comparanten, omme daer vuyt sekerlyck dabsenten
te wetene, ende dyen volgende de boeten te moghen afnemen ende corrigeren.
Partyen die in eenen vrede liggen, die moeten, zoo wel deen als dandere, commen
alle ses weken, des saterdaechs tusschen den drye ende vyff uren, op heuren
gerechten vredach, ende vernieuwen aldaer heuren vrede in presentie vanden
roeydraegere ende schepenen, gevende daer af daenclagere [daenleggere] ende
clagere[15]
den heer zyn recht, te wetene: eest een
p504
poortere, twee
grooten brabants, ende eest een buyten man, vier grooten brabants, ende dat soo
langen tyt geduerende als zy in vrede liggende zyn, ende tot dat zy wettelyck
den selven vrede afgedaen oft malcanderen quyte geschonden [geschouden] hebben.
Soo wie zynen vredach nyet en houdt, oft voor de clocke vyff uren nyet en
compareert voor den roeydraegere ende den schepenen, ende synen vrede nyet en
vernieuwt, verbeurt xx schellingen swerte oft xxvj stuyvers ende twee grooten
brabants daervoren; en [ende] soo vele daeghen als hy den vrede laet overgaen,
verbuert elcx daechs xx stuyvers swerte, als vooren, ende dat soo lange tot dat
hy synnen vrede voor schepenen vernieuwt heeft ende den breuck opgeleght heeft,
te bekeeren half den roeydraegere ende halff der stadt; nochtans soude den
vrede in synne macht blyven, behoudelyck dyen, waert dat saecke dat yemandt
nootsaecke betoonen coste voor den borgemeestere oft twee schepenen, oft
voorden roeydraegere, eer synen vredach quaeme, soo soude men hem synen vredach
verstellen op synen rechten vrede, naer gelegentheyt vander saecken. Item, soo
wie, tsy claegere oft beclaechde, in vrede leeght, ende niet en is gestaedt
alle ses weken ten vrede te commene, mach compareren voorden roeydraegere ende
nemen een jaervrede, dwelck is op sint Jans dach in mit somere, tusschen de
negen ende elf uren voor middach, mits gevende den roeydraegere syn recht, te
wetene, soo vele als ses weken vrede binnen een geheel jaer beloopen soude,
gelyck voorscreve is, dat is, den roeydraegere tweelff stuyvers ende voor den
clerck ij stuyvers. Ende de beclaegere,
mitsgaeders oock de beclaechde, die, willen[16]
ontslaegen wesen vanden last vande ses weken vrede, hem heeft doen setten op
eene jaervrede, wesende inde voorscreve jaervrede, die van hen ten gesetten
daeghe ende tyde compt, is hy poirtere, moet geven voor syn comparitie vyf
stuyvers, ende eenen vremden xij stuyvers, midtsgaeders oock soo vele int
vuytdoen vanden jaerlycxe vrede. Ende soo wie in eenen jaervrede leght ende
telcken sint Jandage nyet en comt synnen vrede vernieuwen, in presentie
vande[n] roeydraeger ende
p506
schepenen,
verbeurdt de pene als voore vande sesse weken vrede gezeght is, ende daerna
elcken dach zoo vele als boven, soo lange tot dat hy voldaen heeft, inder
manieren voorschreven. Die hem te meer stonden absenteert ende tsynen vrede
nyet en comt, soo dat behoort, die wort, boven de penen daertoe staende, ter
puyen af, in presentie van schouteth ende schepenen, innegeroepen, ende by non
comparitie gebannen op eene pelgrimagie te sinte Peeters te Roomen, opt vorste
leth van synnen duyme. Item, als de gequetste sieck te bedde leght, ende selve
tot synnen vrede nyet gecomen en can, dan moet synnen sone, bruedere oft
manspersoon hem naest van bloedts wegen bestaende, in zynne stede te vrede
commen ende dyen vernieuwen.
Item, als de
gequeste egeene vrienden alhier en heeft, oft dat den delin-quandt vrempt is
ende hem absenteerdt, dan wort den vrede versocht ende gehouden aenden heere.
Item, soo wyen
dunckt dat synne partyen nyet redenen genoech en heeft oft gefundeert is, om
hem inden vrede te leggene oft te houdene, die mach den vrede eysschere doen
daeghen voor borgemeestere ende schepenen, die welcke wysen ende vercleeren,
partyen gehoirt synde, oft sy schuldich zyn langer in vrede te blyvene oft
nyet. Soo wie den anderen (boven vrede) qualyck toespraecke oft injurieerde met
woorden, verbeurdt tweelff ponden swerte, daervan men betaelt sestien guldens,
ende eene pelgrimagien tOnser-lieve-Vrouwen te Melaenen, oft daer voiren noch
andere gelycke xij ponden, ende moet betaelen oft ruymen binnen xxiiij uren
daernaer. Die boven vrede yemanden dreychden te slaene, te smytene oft te
stekene, by hem selven oft anderen, verbeurt twintich ponden swertte, als
vooren, ende eenen wech te Roomen, oft gelyeke xxx ponden daer voire, ende moet
ruymen oft betaelen binnen vierentwintich uren als boven.
Item, die
boven vrede den anderen slaege [sloege] oft quetste, verbeurdt syn lyf, sonder
verdrach. Door het daegelycx met elcanderen teten ende te drincken, oft soo
wanneer dat die in vrede liggen, malcanderen brengen ende wachten, wort
daermede de vrede gehouden voor geremitteert ende quytgeschouden;
p508
vuytgenommen
dat man ende wyff, jegens malcanderen in vrede liggende, moegen tsaemen wel
woonen, eten ende drincken ende byeen slaepen, sonder prejuditie vanden vrede.
De clagere mach altyts, alst hem belieft, midts betaelende ten beyden zyde
tvoorscreven recht daertoe staende, hem ende zynne partye vuyt de vrede doen,
ende de beclaechde nyet, ten waere by decrete oft appoinctemente van mynnen
heeren borgemeesteren ende schepenen.
Item, die in
eenen ses weken oft jaer vrede liggen jeghens malcanderen, oft in processe
staen, soo verre deen den anderen binnen dyen tyde dreychde te slaene oft te
smytene oft te evelen, is alsdan de geoffendeerde wel gefundeert eene oirvrede
te heysschene ende den selven te doen verborgen, al en waer daeraff nyet met
allen anders metter daedt geschiedt oft gevolcht dan woorden ende dreygementen
alleene.
TITEL XIII.
VANDEN SOENE.
Naervolgende
doude constuyme van Antwerpen, de langeroede authori-seert eenen clerck, die,
onder den eedt in handen van hem gedaen synde, moet boeckhouden van allen
soenen, diemen alhier ter causen van eenige dootslaegen is doende. Stelt ende
ordineert oock de langeroede sesse persoonen, wezende borgeren deser stadt, van
goede, eerlycke naeme ende faeme ende van peysselycken leven, die doen in
handen vande langeroede die geloofte, dat sy, als kieersluyden[17]
ende goede mannen, hun selen employeren int feyt ende maecken van de zoenen,
ende datse hem al sullen te kennen geven ende denuncieren wes den soenen
aengaen ende competeren mach, ende datse, int feyt vande soene, hunnen leefdaege
lanck nyet doen noch voort stellen en selen sonder zynnen wete ende consente.
Van welcker kiersinge[18] ende
authorisatie vande voorscreven kieersluy-
p510
den die
voorscreve gesworene clerck houdt note ende boeck, midtsgaders oock vande genen
die, naer de afflyvicheyt van eenen vande voorscreven ses kieersluyden in synne
plaetse gesurrogeert ende byde langeroede gestelt wordt. Ende zonder toedoen
ende by wesen van yemanden vande voorschreve ses kieersluyden, en machmen nyet
verstaen tot behoirlycke communicatien ende tusschen spreken van eenen
toecomenden zoene, op dat alle dingen souden geschieden nyet sonder kennisse
vande[n] genen den welcken de kennisse vanden soene is competerende. Hier inne
verstaen, dat elck der partyen wel vermach, indyent hem belieft, int arbitreren
vande soenen, kiesen ende nemen eenen goeden vrient, synde ingesetenen deser
stadt. tzy vrempde oft maesschap boven den vierden graedt bestaende, omme mede
met yemanden vande voorscreven ses gestatueerde kieersluyden te mogen verstaen,
als arbieter, totten accoirde vande soenen ende vande soenpenninghen met desser
eenichsints aencleeft. Ende naer dyen dat by vrienden ende maegen, ter weder
zyde, by toedoene van yemanden vande voorscreven zes kieersluyden, de
communicatie[n] dienende tot accoirde soo verre syn gecommen, dat darbiters syn
nopende den soene, voetval ende soenpenningen vereenicht, soo sluyten de selve
arbiters onderlinghe waer ende wanneer men den voetval doen sal; daerinne der
dooder syde competeert den keuse; daervan men den roedraegere oft synnen
geswooren clerck moet de kennisse doen, omme goets tyts dyen volgende hun
soenstuck te moegen makenen. Ende ten bestempden tyd comt vuyt een camere daer
naest, bequaem wesende, de misdadige in synnen lynen laeckenen, bervoets ende bloodts
hoofts, metten halm, dat is een stroyken, in synne gebonde[19]
handen, oft ten minsten in syne cleederen met eenen halm in syne handen,
bloodts hoofts, soo wanneer dat sulcx is by een arbitere[20]
overcommen, zynde altoos geaccompaigneert metten roedraegere hebbende de lange
roede in zyn handt, ende over beyde syden met een vande arbiters, blyvende
stille staen; ende daertegens overe, soo verre datmen den clerck gevuechlyck
p512
mach hooren
spreken, staen de moetsoendere ende vrienden vanden dooder syde, gecleet met
rouw cleederen, ende rouw cappruynen op hen hoofde, ende tusschen de partyen,
ontrent drye oft vier scherden jegens over den misdaedigen, staet den clerk,
ende beghint de vrienden aen te sprekene; liggende alsdan de misdaedige op
synne knien, ende bidt oitmoedelyck de vrienden vanden aflyvigen vergiffenisse,
omme de passie ons lieffs Heeren Jesu-Christi wille, brenghende daertoe alle
oitmoedige manieren van bermherticheyt[21]
te bidden, soo hy best can, biddende ten lesten omme te hebben vande vrienden
een teecken van bermherticheyt, een werff, twee werff oft derde werff; ende het
teecken gesien hebbende, comt de langeroede metten misdadigen nadere, ende bidt
wederomme de clerck soo bermhertelycken, soo hy best can, totter derder reysen;
ende dan comt de misdadighen, ende by oirlove ende teecken vande vrienden, kust
den moetsondere aen synen mondt, ende als dan soo leest de gesworene clerck
vuyt den geschriften het soen stuck, daervan hy oock moet houden een behoirlyck
registere. Dit sulcx volbracht synde, soo bant den roedragere den voorscreve
zoene, met eenen soenvrede in manieren hierna volgende : " Hoort, goede
mannen, hoort, wat ick hier gebiede van myns genedighen Heeren ender [ende]
vande stadt weghen: " Soo gebiede ick hier van [ban] ende vrede van uws
vaders weghen ende van uws moeders wegen, van uws broeders ende van uws zusters
weghen, van uws ooms ende moye wegen, van uws neven ende nichten neven [wegen],
ende van allen den genen dyer van bloets weghen aencleven moegen, het zy
geboren oft ongeboren, die geboren soude moegen worden, alsoo verre als den
wint wayt ende den regen spraeyt: soo gebiedie [gebiedic] ban ende vrede, een
werff, anderwerff, derdewerff, viermael over recht, dat ghy deen den anderen
hieren boven nyet en misdoet oft doet misdoen, in woorden noch in wercken,
heymelyck oft openbaer, by u selven oft yemanden anders. Ende oft ghy hieren
boven yet misdoet [misdeet] oft deet misdoen, dat souden [soude] zyn op
zoenbrake ende vredebrake, ende daervooren soudemen, van weghen ons genedighen
Heere, als hertoge van
p514
Brabant,
rechten oft doen rechten, gelyckmen over de soenbrakene ende vredebrakere[22]
schuldich waere te rechtene, naer den ouden gescreve landrechten. " "
Aen de ommestaenders gedrage ick my, dat ick den vrede aldus geboden hebbe.
"
TITEL XIV.
SALARIEN
VANDEN SOENE.
De voorscreven
kieersluyden oft arbiters, nu wesende ende by tyden zynde, hebben voort slaen
[staen], alsmen voetval doet, oft oock voor daenleyen, elck vj stuyvers eens,
binnen de muren der stadt van Antwerpen, ende buyten der mueren, twaelff
stuyvers eens. Ende aengaende der zelver arbitre[n] vaccatien, sollicitatien
ende vervolgen van dachvaerden, metten appendentien, overmidts die seer
diversch ende verscheyden vallen, de selve arbitren moeten metten goeden luyden
accorderen, en indyen zy ter relycker [redelycker] wys met hun nyet en connen
veraccorderen, dat partyen ten beyden syden dan staen ter discretie, vuyt
sprake ende arbitraegien vanden voorschreven roeydragere, met hem gevuecht twee
oude oft nieuwe schepenen, oft andere persoonen ende goede mannen van dyen
verstandt hebbende; ende indyen zy partyen nyet en cunnen gevuechlyck
gescheyden, dat sy dan ten vuytersten selen by rechtelyck appoinctemente
gescheyden worden voor schepenen vande[n] peyse.
Item, de
roeydragere voor synne aenleydinge ende oock het bannen van-den vrede, met des
daeraene cleeft, heeft voor synen arbeyt, van binnen mueren der voorscreve
stadt, twee carolus guldenen eens, ende van buyten, vier gelycke carolus guld
ens. Totten dyen heeft de stadthoudere, dwelck is doutste colfdragere van
Antwerpen, binnen Brabant geboren, vande[n] roeydraegere, na doude gewoonte,
voor synnen wyn, van tdraegen ende brengen der roeden, met die wederomme te
bestellene tot heurder behoirlycken plaetsen, om te doen ruymen, alsmen ten
tyde vande[n] voetvalle te zeer dringht ende tvolck
p516
overhoop
loopt, met al desser aen mach cleven, binnen mueren. Gelyck voorscreven is,
acht stuyvers eens, ende buyten mueren, twelve gelycke stuyvers eens.
Item, de voorschreve
gesworene clerck vande[n] roeydraegeren heeft voor dwort te doene ende den
misdadigen aen te brengen, weder dat ['t] selve tzy [zy] binnen oft buyten der
voorscreve stadt, telcken eenen carolus gulden, ende voor dmaecken, minuteren
[ende] grosseren van het soenstuck, ende elck van partyen een dobbel daeraf te
leveren, ende van tselfste soenstuck te boecke te doen stellen, met allen
desser aencleeft, voor elck bladt, naer doude gewoonte, tien stuyvers eens.
Ende boven al, naer doude costuymen, de roeydraegeren [roeydraeger], zynnen
stadthouder, arbiters ende clerck, moeten de montcosten hebben metten dranck,
sonder hennen cost, te wetene, dabiteurs [darbitreurs] elck over hun zyde, de
voorscreven roeydraegere, stadthoudere ende clerck over de zyde des
misdadigers. Doutste sone is moetsoendere vanden vadere alleene, ende [de]
soenpenningen behoiren den ousten sone alleene toe; [ende] alsser geene sonen
vande dooden en zyn, alsdan is doutste broedere vanden aflyvigen alleene de
moetsoendere; ende als de doode egeenen broeder en heeft, alsdan is de vader
vanden doode de moetsoendere; ende wanneer de doode egeenen zone, broedere noch
vadere levende en heeft, dan is moetsoendere de manspersoon, het sy jonck oft
oudt, die hem aldernaest bestaet van bloedts weghen, van zynder vaderlycken
zyden; en die doutste is van vele in gelycken grade[23],
ende die moetzoender heeft de zoenpenningen altyt alleen. Item, een
moetzoendere en is nyet gehouden metten zoenpenningen de schulden vanden dooden
te betaelene, dan alleene dmeester geldt vanden chirurgyn ende medecyn, ten
waere dat hy hem andersindts droege als erfgenaeme vanden dooden.
Item, wanneer
vrienden ende maegen, ende oick momboiren van eenen moetsoenderen die onder
zynnen jaeren is, den soen maecken, dyen soen mach de moetsoendere, als hy
meerder van jaeren is, van jaeren houden[24],
believet hem, oft mach den selven soene refuseren, ende breken, dunchet
p518
hem goet; des
moet hy als dan de betaelde soenpenninghen wederkeeren metten verloopen; ende dat
doende, staet hy op syn geheel, al oft dyen soene nyet gemaeckt en hadde
geweest; welcke keuse men oock expresseert ende stelt int voorscreve soenstuck,
alwaer den zoen gemaeckt met consente vande weesmeesteren; maer wanneer dat de
momboiren van eenige onmundigen ende onbejaerden moet zoenderen peys ende zoene
maken by decrete vanden borgemeesteren ende schepenen vande stadt, dien soen en
mach de moetsoender, meerder van jaren gewordden zynde, nyet retracteren noch
breken.
TITEL XV.
ARRESTEMENTEN.
Soo wie dat
eenige persoon van buyten oft eenich goet wilt doen arres- teren, die moet dat
doen by den schouteth, amtman, heure[n] stadthoudere, roeydragere oft gesworen
colfdragers der stadt van Antwerpen ende nye- mandt anders.
Item, een
arrestant, doende een buyten man arresteren oft vangen voor civile saecken, is
gehouden de gearresteerde oft gevangene te betichten, ende hem te funderene
vanden arresten oft apprehensie binnen den derde daege vanden arreste oft
apprehensie, goets tyts voorder noenen, oft andersindts smelt het selve arrest
ende apprehensie, ende is ipso facto ontslaegen, ten waere dat de selve
gevangene ware vut crachte ende voort voldoen van gewesen vonnissen. Ende soo
wanneer de gearresteerde oft gevangen den derden dach nyet en wilt verwachten,
ende hoelange[25] in arrest
oft gevangen blyven, zoo mach hy, ten zitten van den amtman oft synen
stadthouder ende schepenen in collegio oft extraordinarie [compareren ?], ende
aldaer oock, sonder voorgaender daegementen, met eenen billette, doen voorts roepen
den arrestant oft den genen die hem doen apprehenderen heeft; ende indyen de
selve als dan nyet present noch voor oogen en is, tsy by hem oft procureur, om
hem te funderene, soo wort den gearresteerde oft gevangene met vonnisse
costeloos ende schadeloos ontslagen vanden zelven arreste oft apprehentie, soo
p520
verre hy ten
sitten vande heeren nyet en compareert ende proponeert de redenen vanden
arreste. Maer indyen den arrestant ten tyde vanden arreste den gearresteerde
oft gevangene dach bescheyden hadden [hadde] te compreren [compareren] op
sekere bestempde ure voorden amptman, ende de gearresteerde oft gevangene
tselve dagement hadde geaccepteert, soo moet als dan den dach eerst dienen,
ende de gearresteerde oft gevangene en mach dyen geaccepteerden dach nyet
anticiperen.
Item, een
gearresteerde oft gevangene, ontslaegen zynde van den arreste oft apprehensie
met vonnisse, soo is hy vry voorden tyt van vier en twintich uren naer het
selve ontslach, sonder dat hem de selve arrestandt oft heysschere binnen den
selven tyde mach wederomme arresteren oft vangen.
Item, soo wie
eenen gearresteerden gevangene wilt beswaren[26],
die mach dat doen, mits gevende den steenweerder daer aff eenen stuyver, die
daer af boeck is houdende; maer die beswaerder is schuldich den gevangenen
binnen den derden daege naer dat hy hem beswaert heeft, ticht ende aensprake te
doene, opte verbeurte vande instantien; ten waere dat de recommandatie
geschiedt waere vut crachte van gewesen vonnissen oft condempnatie voluntaire
alhier gewesen oft gepasseert.
Item, de
schouteth, amptman, roeydragere, colffdraegere noch andere officier oft dienaer
en moegen, ten versuecken van een anderen, tzy innegesetenen oft buyten man,
een poirter oft ingesetenen fixe ende openbare domicilie alhier houdende, in
persoonen oft zyne goeden nyet arresteren oft becommeren noch besetten, voor
eenige actien oft schulden, ten waere dat hy waere in actu fugio [fugae], oft
dat het met vonnnisse ware verclaert, dat darrestant oft aenclagere hem soude
mogen doen versien soo hy tot synen rade bevindt, offt midts redenen by den
borgemeesteren ende sehepenen geconsenteert alsoo te mogen geschiedene, oft dat
die gene, die dat arrestement begeert gedaen te hebbene, tvoorscreve goet in al
oft in deele syne maecken wilde; maer die jegen eenen poirter oft ingesetenen
wilde procederen, moet den selven doen daegen voor recht, ende vervolgen
ordinarie syn recht ende actie, soo dat schuldich is te geschiedene. Nyemant en
mach eenigen persoon oft goet voor civile zaeken in arreste
p522
houden, als hy
cautie gestellen can, sufficient wesende, van te rechte te staene ende tgewysde
te voldoene voorde schult oft actie die darrestant op hem oft [syn] goet
pretendeert te heyschene. Maer soo wanneer yemant zyn schult wilt vervolgen
tegen fugitive, aflyvige insolventie [insolvente] persoonen, oft becommerde
sterfhuysen, oft buytenlieden, soo moet een alsulcken crediteur het goet van
alsulcken persoonen byden officier doen arresteren; ende als dan moet
dofficier, het arrest doende, begeeren pant vanden genen die eenich goet,
schult oft crediet competerende een fugitiven ende andere, hier boven genoemt,
onder heeft, oft pant vanden selven goeden nemen, ende den selven pant
overgeven des [den] voorscreven crediteurs oft arrestant; ende moet dofficier
dat darrest [arrest] brenghen te boecke aenden amptman ende zynnen clerck, ende
darrestant, oft yemandt van zynnen twegen, moet metten zelven pande compreren
[compareren] voorden amtman ende schepenen, ende besetten aldaer den selven
pandt, ende tgearresteert goedt vonnissen ter manisse des amtmans ende wysen
van schepenen; daerna moet den arrestant syn besetsel aldaer rechtelyck met
vonnisse doen vernieuwen, ende daeren tynden moet die arrestandt tvoorscreven
gearresteerd goet behoirlyck vuyt winnen ter hooger vierschaeren, ende zynne
procedueren beginnen binnen de ses weken naer darrest ten lanxsten. Al naer
costuymen ende manieren breeder verhaelt hier voren onder den titele: Aengaende
de juridictie van criminele ende andere saecken, inden paragraphe: Vervolcht
[Vervolch] van arresten ter vierschaeren. Ende zoo wanneer alsoo eenich goedt
binnen yemandts huyse is gearresteert, ende hy den last van dat goet te
bewaerene aenveert, ende daeren boven dat goet laet wech bringen oft verstelene[27],
die is schuldich te verantwoorden ende inne te staen voorde schult ende actie
daervoore tselve goet gearresteert was, emmers ten minsten totter weerden toe
vande selven goede.
Item, moeten
alle arresten op eenige schulden, goeden, actien oft crediten gedaen, binnen vierentwintich
uren naer darrest te boecke vanden amtman gebrocht, gestelt, ende binnen den
derden daege vanden arreste beseth ende vernieuwt wordden, oft andersindts is
tselve arrest desert ende gesmolten. Ende zoo wanneer eenich arrest te boecke
vanden amptman gestelt is, oft dat
p524
darrestandt
vanden selven zynnen arreste te boecke vanden greffier hem heeft gefundeert,
zoo en can alsulcken arrest nyet afgedaen wordden, ten zy dat die gene, wyens
goeden gearresteert zyn, doe daegen den arrestant voorden amtman, ten eynde dat
darrestandt hem funderen vanden arreste, oft verclaert hem te voiren gefundeert
te hebbene; ende soo verre darrestant als dan niet en compareert, soo wort
alsulcken arrest afgedaen; ende zonder voirgaende daegement en can noch en mach
men tselve gearresteert goedt nyet ontslaeghen; ende indyen tselve zoe met
vonnisse ontslagen wort, ende den rechtere verswegen is dat darrest te boecke
gestelt waere geweest, zoo wort alsulcken ontslach gehouden surreptis
[subreptice]. Nyemandt en mach oft en can eenige peninghen, schult oft goeden,
die eenich persoon een anderen schuldich zoude moegen wesen, oft onder hem
hebben, over yemanden doen arresteren oft comeren, ten zy dat die debiteur oft
onderhebbere van dyen penninghen tselve bekent voerden officier die
tvoorscreven arrest is doende, ende verclare hoe vele penninghen hy onder
heeft, oft hoe vele hy den derden schuldich is, indyen hem mogelycken is tselve
te doene; ende de declaratie ende bekentenisse alsoe gedaen zynde, alsdan mach
die arrestant die penninghen oft goede doen arresteren, maer nyet eer; ende dat
doende, wordt dyen debiteur oft depositaris belast ende rechterlyck bevolen,
dat hy van dyen penninghen ende goeden nyet en scheyde sonder consent, wille
ende wete vanden arrestant, emmers ter tyt toe dat tselve arrest minnelyck oft
rechterlyck afgedaen zy, opte pene vande schult oft penninghen anderwerf te
moeten betaelen; ende moet de selve debiteur oft depositaris, midts synen
bekennen als boven gedaen, ende den arreste alsoo gevolcht, den arrestandt
geven den penninghen [eenen penninck], oft yemandt anders, cleyn oft groodt,
sulcx als den debiteur oft depositaris belieft, in mindernisse zyns debits,
voor eenen pandt, om daerop te moegen procederen, ende daeren teynde [moet] de
arrestant dyen pandt ende schult voor syn actie ende crediet besetten ende
evinceren indermanieren voorschreven[28].
Maer soo wanneer eenich persoon, onder wyen de crediteur pretendeert eenige
goeden, actien oft crediten te berustene, zynnen debiteur toebehoirende, weygeringe
doet den officier pant te gevene ende het arrest te accepte-
p526
rene, soo
vermach de crediteur eenen alsulcken persoon te doen daegen voor den amtman
ende commissarissen, ten eynde dat hy onder eedt ver-clere hoe vele ende wat
goeden oft penninghen, actien oft crediten hy onder heeft des crediteurs
debiteur toebehoirende, ende dat hy pandt geve ende darrest acceptere; ende soo
verre een alsulcken persoon onder eedt vercleert egeene goeden, penninghen,
schulden oft crediten onder te hebbene, soo wordt hy ontslaegen, ten waere dat
de crediteur contrarie wilde thoonen; daeraf hy ten thoone gewesen wordt, nyet
jegenstaende den vercleren desselfs voorsereve persoonen.
Item, als een
officier versocht wort eenen vrempden man oft zyn goet, present zynde ende den
officier aldaer gethoont worden [wordende], te arresterene oft aentastene, ende
tselve weygerende te doene, midts hem presenterende ende gevende zynen
gestatueerden salaris, oft dat hy, naer den aentast oft arrestement, den man
oft goet liet gaen oft versteken, son-der den crediteur met sufficiente borgen
oft panden wettelyck te versiene ende bewaerene, die officier moet selve
verantwoirden oft betaelen de schult daervoor darrestement oft aentast gedaen
is. Eenen crediteur, vindende zynen debiteur van buyten, ende beduchtende dat
hy hem soude mogen absenteren al eer hy den officier oft dienaer souden [soude]
commen [connen] gecrygene om te arresteren, die mach selve synen schuldenaer
aentasten ende vast houden, tot dat hy eenen officier oft dienaer heeft
gecregen ende doen haelen; welcken debiteur hy den dienaer oft officier
terstont overleveren moet, die alsdan gehouden is den debiteur te arresterene
ende in handen te houdene, op zynnen behoirlycken salaris, als vore.
Item, een
vreempt persoon, gearresteert zynde, moet borge stellen daer die arrestant oft
officier mede te vreden is; maer indyen de officier cautie neemt daer die
arrestant nyet mede te vrede en is, alsdan is ende blyft de officier selve
borghen, soo verre hy den gearresteerden, opdie borchtocht, jegen den danck des
arrestants laet gaen; ende indyen de gearresteerde egeene cautie en can
gestellen, moet in hachten gaen, emmers soo lange totter tyt dat andersindts
gewesen zy met rechte, oft by partyen geconsenteert.
Item, een
vreempt man, die eenen anderen vrempden doet arresteren, moet soo wel cautie
sufficient stellen voor costen, schaden ende interesten, als die gearresteerde
voor dactie des arrestants, oft oock mede boven in
p528
hacten gaen,
soo verre de gearresteerde dat versueckt, oft anders nyet[29]
de gearresteerde wordden ontslaegen vanden arreste op cautie juratoir van te
rechte alstestaene[30]
ende tgewysde te voldoene; dus moet die arrestant insgelycx, alst versocht
wort, oock alsdan cautie juratoir doen.
Item, dyens
goeden dat gearresteert syn, mach de selve synne goeden verborgen ende vuyten
arreste doen ontslaen op cautie.
Item, soo wie
syn goet oft gelt, dat hem gestolen ende afhendich gemaeckt is, bevindt binnen der
stadt oft vryheyt van Antwerpen, mach dat terstondt by den officier doen
commeren ende arresteren, oft in bewaerder hant doen blyven; ende indyen hy
bewyzen can dat tselve goed hem selven ende nyemandt anders toebehoirt, oft is
hy een man oft vrouwe van eeren, staende tot goeden naeme ende faeme, dat hy
derre sweeren lyffelyck aen- den heyligen, dat tselve gestolen goet [hem] jegen
zynnen danck afhendich is gemaeckt, ende dat het hem selven onvercocht ende
onvervoost[31] toebehoirt,
indyen gevalle moet dat goet hem volgen ende gerrestitueert wordden, los ende
vry, sonder yet daervoiren te derven betaelene, nyet jegenstaende dat het
ergens op eenige vrymerckt, by eenen oudencleercooper oft openbaerlyck gecocht
ware, oft by den schouteth oft officier van sheeren wegen aenveerdt.
Item, die
eenich verlooren gelt oft goedt gevonden heeft, die is tselve schuldich den
officier te kennen te gevene binnen vierentwintich uren naer dat selve gevonden
is, ende die heere moet dat bewaeren tot behoeff des geens die dat syn gemaken
can; ende indyen de heere dat nyet langere bewaeren en willen [wille], mach
openbaerelyck ter puyen af doen cundi-gen : hoe dat hy sekere verloren goedt in
handen heeft; ende indyen binnen sesse weken daer naer nyemandt en comt die
bescheedt daeraf compt brenghen ende tvoorscreve goedt syn gemaeeken en can,
soo blyft dat goet den heere; dies moet de ierste vindre daeraff altyt hebben
den xxen penninck; ende ingevalle yemandt dat goet syn can gemaken, alsdan
heeft die heere oock, voor synne custodie ende bewaernisse, den xxen pennink
van de weerde desselfs goets gelyck die ierste vindere, maeckende tsaemen
voorden heere ende den iersten vindere, den xen penninck, ende daeren boven
moet die
p530
gene, die
bethoonen can [t]voorscreven goet syn te zynne, betaelen de ont-costen vande
publicatie ende andere daeroppe geloopen ende gedaen.
TITEL XVI.
VANDEN
FUGITIVEN ENDE INSOLVENTE PERSOONEN ENDE VANDE PREFERENTIE IN HEURE GOEDEN.
Item, een
yegelyck is geoirlooft te procederen by arrest ende evictie op eens poirters
oft ingesetenen goeden als hy fugityff is. Ende wort een coopman, poortere oft
ingesetene, voor fugityff, insolvent ende banckeroute gehouden als hy vuter
stadt vertreckt ter saeeken van zynne schult ende zonder synne crediteuren te
betalene; oock soo geringhe als hy eenige goeden heeft versteken oft
verborghen, ende oock als hy, voor syn schult abandonnerende syn huys ende
goeden, vliet ende hem houdt op gewydde ende bevrydde plaetsen, oft ergens
latiteert, het sy in oft buyten zynnen huyse; ende zyn alle desselfs goeden
terstont geaffecteert synnen crediteuren, elcken naervolgende den rechte van
preferentien hier naer geruerdt. Een debiteur fugityff synde oft latiterende
voor syn schulden, en mach nyet disponeren van zynnen goeden oft inschulden;
het sy van panden metter minnen te gevene, oft andersindts assignatien oft
bewysingen te doene, oft den eenen crediteur meer dan den anderen te voirderen
noch gratificeren in geenre mannieren, in prejudicie van zynne crediteuren;
ende oft hy tselve dede oft gedaen hadde, die goeden, actien, credyten, moeten
dyen nyet iegenstaende commen inde masse vande gemeyne crediteuren, alwaert
oock soo datten selven tyde de goeden vanden debiteur nyet beset noch
gearresteert en waeren. Nyemant, wie hy [sy], soo wel de stadt als dandere
gepriviligeerde persoonen, en heeft soo stercken actien personele oft recht,
indyen hy wille hebben preferentie oft concurrentie metten anderen crediteuren,
soo moet hy, na de proclamatie vanden fugitiven, oft dat die becommerde sterfhuysen
zyn ontdeckt ende geopenbaert, mede besetten, volghen ende behoirlycke evictie
doen als voore; vutgenomen de prinche oft heere vanden lande alleene, ende
nyemant anders; wel verstaende, dat die hypo-
p532
tecarissen[32]
ende actie reele hebbende, nyet en dorsten[33]
besetten oft evinceren. Maer vrouwen moeten mede besetten ende evinceren voor
heure dotale ende ingebrochte goeden, gelyck andere crediteuren. Naer [Maer]
donruerende goeden, renten oft andere, ende heur cleeren ende juweelen byder
vrouwe in specie innegebrocht ende alnoch in wesene zynde, en moegen nyet
worden geexecuteert voor des mans schulden, al waert oock soo dat sy de selve
nyet en hadde beseth noch geevinceerdt. Wanneer diversche persoonen hebben
beseth ende gearresteert eenighe fugityfs oft insolvents persoonen, oft die
achtergelatene goeden van eenen becommerden sterffhuyse, die arrestanten moegen
wel gelyckelyck volghen ende evictie doen, elck voorden competenten gerechte
daer syn schult ende crediet te rechte behoirt, maer wie dat ierst oft lest
beseth heeft, oft in zynne evictie volcomen is, dat en geeft hem egeene
preferentie oft prejuditie, ten waere dat die fugitive ware geproclaemeert ende
den tyt vande proclamatien geexpireert, oft dat hy soo spade quaeme, dat die
evincenten de goeden hadden doen vercoopen, ende dat alle de penninghen daeraf
byeen [byden] amptman den diligenten besetters ende vuytwinners waeren
gedistribueert; wel verstaende, dat elck evincent staet ende blyft andersindts
op syn actie van preferentien. Te wetene, wort voor al geprefereerdt de
huyshuere, alleenelyck aenden goeden die opten pant enden [ende] inden
gehuerden huyse bevonden worden den huerlinck toebehoirende, oft hem verhuerdt
oft geleendt zynde tot huyshoudinge oft exercitie van zynne neringhe, ende voordere
nyet. Ende andere persoonen, die eenige kelders, camers, packhuysen, solders
ende dyergelycke deelen vanden gehuerden huyse voorts tegen den huerlinck
gehuert hebben, die persoonen ende heure goeden daerinne wesende, gestaen,
midts opleggende ende betaelende tgene tzy van heure hueringhe schuldich ende
tachter syn, sonder dat hun goeden executabel syn voorde huere vanden geheelen
huyse.
Item, daer
naer wordden geprefereerdt de vrouwen aengaende heure dotale ende parafernale
goeden, by hun aen heur mans te houwelycke gebrocht, oft staende ten [den]
houwelycke haer aengecomen oft verstorven.
p534
Daerna, inde
overschietende goeden vande becommerde oft insolvente sterfhuysen, worden
geprefereerdt enckelen cnapen ende maerten boden- loon. Ende ingevalle de selve
overschietende goeden nyet genouch en zyn om den voorscreven bodenloon te
betaelene, soo sal de vrouwe tselffde moeten suppleren ende vanden heuren totte
helft toe vande verdiende huere ende bodenloon, vande boden die haer ende
haeren man tsaemen gedient hebben, moeten betaelen, alwaert oock soo dat de
vrouwe voor heure ingebrochte goeden nyet toe en quame, oft oock datter egeene
overschietende goeden en waeren. Ende daerna des princhen ende deser stadt
penningen ende schulden, van accysen ende alle andere hoedanich die syn mogen.
Daerna alle vonnissen by rechte ende justitien gegeven, ende gelooften op
vonnissen by partyen metter minnen gedaen, ende welck[-e] vonnissen ende
gelooften alhier na deser stadt recht staen ter executien; ende anders egeene
wordden geprefereert, alleenlyck soo verre dexecutie van dyen byden amtman
deser stadt begonst, of by partyen behoirlyck, in kennisse van poirters,
begeert heeft geweest te doene alvoor ende eer de fugitiff voor vluchtich oft
daflyvige gestorven was; behoudelyck ende wel verstaende, dat ouder van date
altyt voorghae, ten waere dat jonger van date voor ende ierst hadde geweest,
begonst oft begeert te executerene; in welcken gevalle jonger van date
voorgaedt. Daerna worden geprefereert gelyckelyck alle vonnissen met rechte
ende justicie gegeven, ende gelooften op vonnissen alhier ter executien staende
als voor, aldaer egeene executie op begonst oft begeert en is geweest, ende
oock alle obligatien van schadt schulden ende andre bekendt ende gepasseerdt
onder deser stadt segele oft voor schepenen der selver stadt, behoudelyck
p536
altyt, dat
oudste vonnisse, geloofte oft schepenen obligatie voorgaen ende geprefereert
worden voor jonger van date; wel verstaende nochtans, dat rentieren ende alle
andere specialen hypothecque hebbende, aengaende den onruerende vutgewonnen
goeden, voor al geprefereert wordden aende panden in heure schepene brieven
begrepen. Ende leveraers van stoffe ende materialen. weder arbeydt daerinne
gemenght is oft nyet, worden aen den pandt daer de stoffe aen is geemployeert,
gehouden als hebbende speciael hypothecque, ende wordden aenden selven pandt
geprefereert voor de rentieren naer de selve leveringhe opten voorscreven pandt
gehipoticeert synde; dies worden de selve afgedaecht metter clocke, alsde
andere hypothicarisse crediteuren.
TITEL XVII.
VANDE POORTERS
ENDE INGESETENEN ENDE HEURE RECHTEN.
Inden iersten,
all die gene die geboren zyn binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, syn
poirters van Antwerpen, welder [weder] de ouders poirters geweest syn oft nyet.
Ende een geboren poirter van Antwerpen, gaende buyten studeren, negocieren oft
frequenteren, hoe lange jaeren datter hy[34],
blyft poorter van Antwerpen soo lange hy buyten nyet en houwelyckt, oft ergens
el poirterye en aenveerdt, noch hem subiect en maeckt eenige vrempte natien,
landen oft steden.
Item,yegelyck
mach tAntwerpen poirter worden midtsbetalende den [de] rechten daertoe staende,
ende doende inder vierschaeren oft Borght van Antwerpen, ten staenene
[staevene] des schouteths ende bywesene van schepenen ende eenen secretaris,
den solempnelen eedt in deser forme: "Dat sweer ick[35]
van nu voortaen den coninck, hertoge van Brabant, als mercqgraeve, goet ende
getrouw te zynne, ende deserBorcht metter [metten] borchgraeve ende borchlieden
te helpen hueden ende wachten na myn beste vermogen;soo moet my Godt helpen
ende alle syn heylighen! " Dies moet hy oock by wettige
p538
certificatige
[certificatie] doen blycken van zyne leste woonstadt, ende goeden leven, ende
attestatien van procchiaen vande procchie daer hy onder gewoont heeft, van dat
hy is van goeden catholycken geloove ende nyet suspect van eenighe heresie; dan
soo wort den horen openbaerlyck geblasen inder vierschaere oft inder Borcht, by
eene corte roede, alsvore, inteecken dat alzulcke persoon poirter geworden is.
Ende wie eenen poirter van Antwerpen misdaen heeft, en mach tAntwerpen egeen
poirter wordden, hy en hebbe den selven poirter ierst daer af genoech gedaen
ende te vreden gestelt, metter minnen of metter [metten] rechte. Soo verre[36]
man oft wyff, binnen poirter oft poirterse der stadt van Antwerpen wordt, ende
wettige kinderen (buyten geboren synde) heeft, alle hun kinderen, alsdan seven
jaeren ende daer onder out zynde, worden met hen allen gelyck poirters, als oft
zy inder stadt van Antwerpen geboren waeren; maer die over heur seven jaeren
out zyn, blyven onvry gelyck andere vrempde, ende als oft hun vader oft moeder
egeen poirter oft poirtersse en waeren geweest; ende soo verre de ouders heurer
poirteryen weder renunchieren, oft buyten gaen woonen, soo verliesen de
kinderen oock wederomme hen poirterye, ten waere dat zy, voor tvertrecken van
heuren ouders, binnen der stadt oft vryheyt getroudt waren, oft aldaer selve
fixe domicilie alleene hadden ende hielden, daerna stoele vast[37]
aldaer bleven woonende. Item, die gene die tAntwerpen binnen poirter wort, die
en mach daernaer nergens elders meer poirter zyn noch blyven, noch eenige
privilegien van andere poirteryen genyeten, opte verbeurte van zynen [zyne]
poirterye van Antwerpen.
Item, soo wie
binnen poirter van Antwerpen wordt oft blyven wilt, die moet synne woonstede
met zynder familie hebben ende fixe domicilie houden binnen de stadt oft
vryheyt van Antwerpen; ende ingevalle yemandt, binnen poirter geworden zynde,
met synne familie nyet en comt ende blyft stede vast woonen binnen der stadt
oft vryheyt, ten lancxsten binnen zes weken daernaer, die verliest ende
verbeurt zyn poirterye.
Item, een
geboren poirter, oft gecocht hebbende de poirterye, die metter
p540
woon ende met
wyfve ende kinderen oft familie buyten der stadt ende vry-heyt gaen [gaet]
woonen, ende ses weken elders fixe domicilie houdt dan binnen der stadt oft
vryheyt, die verbeurt zyn poirterye ende ambacht, ingevalle dat hy in eenighe
is; ten ware dat hy binnen der stadt oft vryheyt oock insgelycx huys ende hof
bleve houdende, ende met zynder familien den meestendeel vande jaeren [vanden
jaere] binnen der stadt van Antwerpen waere, ende zyn hoochtyden aldaer hielde;
in welcken gevalle soude hy syn poirterye moegen behouden.
TITEL XVIII.
BUYTEN
POORTERS.
Een binnen
poirter willende vuyter stadt metter woon vertrecken ende buyten gaen woonen,
mach hem, by consente vander weth; byden secreta-rissen doen oversetten van binnen
poirter op buyten poirter te zynne, ende alsdan behoudt hy syn poirterye,
behoudelyck dat hy jaerlycx betalen [betale], tusschen Kersmisse ende
Paesschen, trecht vande buyten poirterye, te wetene, alle jaer eenen carolus
gulden ofte de weerde daer vooren. Soo wie buyten poirter van Antwerpen wesen
wilt, moet oock doen, inder vierschaere oft Borcht, ter presentien vanden
schouteth ende schepenen, den behoirlycken eedt, als boven, ende betaelen de
rechten, midts oock gevende jaerlycx eenen carolus gulden, als voren; maer de
kinderen vande[n] voorscreve buyten poirtere en wordden egeen van hun allen
mede poirters, hoe jonck datse oock zyn.
Item, buyten
poirters, woonende in anderen steden oft landen, syn en blyven alsoo vry inde
poirterye als oft sy woonden int quartier van Antwerpen, midts jaerlycx
betaelende trecht daertoe staende, als vore.
Item, een
buyten poirter genyet de liberteyten ende vryheyden gelyck de binnen poirters,
vuytgenommen de vryheyt van de thollen ende waeghen in Brabant, ende vande bede,
de[n] vrydom vanden ambachten ende den diensten van officien van justitie[38].
Buyten poirters die heur jaergelt ten gesetten tyde nyet en betaelen, zyn
p542
gepriveert van
heur poirterye, ende vervallen in de pene van drye goude reaelen, ende moeten
daeren boven het voirscreve poirtersgelt betaelen. Een poirter van Antwerpen,
alwaer hy oock geseten int Landt vande Denysien [Divisien], en mach syn
poirtene [poirterye] nyet renunchieren oft afgaen dan voor schepenen vande
stadt van Antwerpen, ende laten die renunciatie tekenen te boecke by een vande
secretarissen der selver stadt. Ende een poirter die een huysvrouwe trouwt ende
beslaept buyten der stadt ende vryheyt van Antwerpen, verbeurt syn poirterye,
ten waere dat hy daertoe hadde consent van borgemeestere ende schepenen, ende
dat hy tselve consent inde[n] poirtersboeck hadde laten teeckenen.
Item, als een
poirter trouwt een vrempde huysvrouwe, soo wort de selve vrouwe poirterse, ende
blyft poirterse weduwe synde heuren leven lanck, sonder yet te derven geven,
ten waere dat sy buyten der stadt vryheyt ginge woonen sonder haer over te doen
setten als buyten poirterse, oft dat sy
p544
naderhandt
eenen anderen man trouwde die geen poirtere en ware; in welcken gevalle soude
zy heur poirterye verliesen.
Item, een
geboren poirterse van Antwerpen, trouwende buyten de stadt ende vryheyt eenen
man, en verliest heur poirterye nyet soo verre zy binnen jaers na de doodt van
heuren manne wederomme binnen de stadt oft vryheyt der selver comt woonen; maer
heur kinderen buyten geboren zynde, en zyn nyet vry noch en genyeten de
poirterye nyet, ten waere dat sy de poirterye cregen oft cochten, oft dat se
ten tyde als hun moeder, weduwe zynde, alzoo wederomme binnen der stadt oft
vryheyt quaeme woonen, waeren onder seven jaeren out; maer die kinderen die
over hun seven jaren out syn, blyven onvry als vrempde, gelyck voorseght is.
Item, wie
binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen jaer ende dach zyn eygen oft gehuert
huys oft camere beseten, bewoont ende gebruyct heeft, ende den meestendeel vant
jaer hem inde stadt houdende is, ende soo wel buyten als binnen den jaermerct
[-en] inder stadt oft vryheyt blyft reside-rende, die persoon wort gehouden
voor een ingesetene der selver stadt, ende genyet binnen der selver stadt de liberteyten
gelyck een poirter, behalven de vryheyt vande thollen, vander waegen, ende van
buyten vuyt te doen schryven synnen persoon oft goeden, daerinne en is hy nyet
vry, noch en mach dyen aengaende het reeht vande poirteryen nyet genyeten, noch
oock eenige officien, neiringen oft ambachten doen die den poirters alleenlyck
worden toegelaten. Vrempde ingesetene, cooplieden inder stadt van Antwerpen,
als voor, huys houdende ende residerende, zyn vry ende moegen blyven woonende
inde stadt, nyet jegenstaende eenige oirloegen die tegen den hertoge ende zynne
landen oft ondersaten opstaen zouden mogen; maer, alst den hertoge belieft, dan
mach hy hen de stadt doen verbieden, ende na tverbodth hen byden hertoge
gedaen, hebben zy noch drye maenden tyts lanck, om binnen dyen tyde vry ende
veylichlyck met heuren goeden ende familien te vertreckenen, zonder binnen die
drye maenden in persoone oft goeden gecommert te mogen wordene, ten waere voor
hen selffs eygen schulden oft misdaet.
Item, jegen
eenen poirter van Antwerpen oft syne goeden en mach nye-mant procederen binnen
Antwerpen oft quartier desselfs by arreste oft apprehensie; maer wie datjegens
eenen poirter wilt procederen oft syn goedt, die moeten [moet] den selven eerst
rechterlyck doen daegen voor schepenen
p546
van Antwerpen,
ende procederen aldaer soo na recht behoort, ten waere dat de poirter waer
genoech in actie fugitief [in actu fugae], oft zyne goeden ende persoon arbeyde
te latiterene ende verbergene; in welcken gevalle men den selven poirter ende
synne goede, by consente van borgemeestere ende schepenen, souden [soude]
moeghen arresteren, soo lange tot dat hy in rechte gecompareert ende verhoirt
waere, oft andersindts borge gestelt hadde van te rechte te staene ende
tgewysde te voldoene.
Item, deen poirtere
oft ingesetenen en mach den anderen buyten de stadt ende vryheyt nyet
aenspreken, commeren oft te rechte betrecken in perso-nele oft mixte saecken,
opte penen daertoe staende, ende van daerenboven gecorrigeert te wordene ter
arbitragien van de schepenen van Antwerpen, ten waer dat de voorschreve poirter
oft ingesetene waere voor vluchtig oft fugityff. Nyemant, wie hy sy, en mach
eenen poirter van Antwerpen, van wat delicte het sy, vangen int quartier van
Antwerpen ende doen vueren buyten tselve quartier, maer moet den selven brengen
ende leveren den officier tAntwerpen; ende moeten die wethouderen van Antwerpen
als dan over den selven poirters [poirter] eenen yegelyck, soo wel int criem
als int civil, naer der stadt ende breucken recht[39]
van Antwerpen, recht ende justitie administreren, ende dat ten coste vande[n]
ongelycken, soo na recht behoirt. Ende de schouteth, amtman noch ander officier
en mogen eenen poirter van Antwerpen, synde ende blyvende in synnen huysen, tsy
syn eygen oft gehuerdt huys, noch in een ander huys niet vangen noch vuyten
huyse haelen, oft[40]
om eenige civile breucken oft saecken; maer zyn goeden mogen wel geexecuteert
ende vut synen huyse gehaelt ende ter merct voor syn schuldt vercocht worden.
TITEL XIX.
VUYTSCRYFBRIEVEN.
Wanneer eenich
poirter van Antwerpen ergens buyten der stadt, int quartier van Antwerpen, in
persoone, familie oft goeden gecommert, beseth,
p548
gearresteert
oft eenichsints te rechte betrocken wort, oft dat op hem oft op zyne goeden
wort geprocedeert, soo mach hy hem selven, zynne familien, goeden ende
crediten, ende oock zyne borgen, met brieven der stadt van Antwerpen vuyt
schryven. soo [hoe] verre dat oock tegen hem oft synne goeden oft borghen mach
syn geprocedeert; ende moeten die officieren oft schepenen buyten, na de
brieven gesonden, cesseren ende aff ende te nieute doen alle proceduere diemen
op ende thegen eenen poirter van Antwerpen oft op zynne goeden oft borgen heeft
gedaen oft doen doen, costeloos ende schadeloos; maer willen sy oft partyen op
oft jegen de[n] voorscreven poorter oft syne goeden procederen, dat moegen zy
doen voor de weth van Antwerpen, daer elck poirter te rechte behoirt, ende
nergens el.
Item, soo
wanneer eenich poirter van Antwerpen buyten de stadt, int quar-tier van
Antwerpen, gevangen is van criminele oft andere saecken, dyen poirter moet de
buyten officier, den voirscreven poirter gevangen hebbende, ten schryvene vande
stadt leveren, ende dat binnen de stadt oft vryheyt; ende ingevalle heer oft
partye tegen hem procederen wille, criminelyck oft civilyck, moegen dat doen
voor schepenen van Antwerpen ende nergens el, ende dit altyt ten coste van
ongelycken. Ende een poirter van Antwerpen en mach hem in personele oft mixte
actien nyet verloven oft verbinden by eede, by borchtochte noch andersindts, in
geender manieren, om binnen de[n] quartier van Antwerpen, buyten der stadt ende
vryheyt, elders te rechte te staene oft recht te plegene, dan alleene voor
schepenen van Antwerpen; welck oft sy [hy] gedaen hadde, hoe verre dat oock
inde saeeke waere geprocedeert, ter executien toe excluys, mach tallen tyden
ende stonden, synder gelooften ende borchtochten oft verbintenissen nyet
jegenstaende, hem selven, synne borgen ende zynne goeden, in alle actien
personnele ende mixte vuytschryven, ende alle de proceduere jegens hem ende
zyne goeden oft borgen gedaen doen casseren, als vore. Want[41]
poirters van Antwerpen buyten inden quartiere van Antwerpen gevangen zynde,
mach de stadt vutschryven onversocht, ende tegen den [des] gevangene[n] wille
ende dancke.
Item, soo
wanneer eenich poirter syn onruerende goeden, tsy leengoeden oft andere, buyten
gelegen, doet vuyt schryven, ende partye adverse susti-
p550
neren wilt de
actie te zyn geheel reel, ende den leen oft lantrechten ende nyet der stadt rechten
concernerende, dyen nyetjegenstaende moet die offi-cier, stadthouder, schepenen
oft mannen van leene, daer de proceduere buyten voor gedaen wordt, terstont,
den beschryfbrieff ontfangen hebbende, cesseren voorder oft meer teghen de[n]
voorscreven poirter oft op zyne goeden te manene, te wysene oft te laten
procederen; maer heer oft partye adverse, willende voorts procederen ten
lantrechte, moeten compareren voor borgemeester ende schepenen, ende bewysen,
ten bescreven daege, ende allegeren daer het leen, oft landtrecht, oft
realiteyt vande saecken, ende mach daer vuyt contenderen totten renvoye; ende
indyen de schepenen van Antwerpen de saecke sulcx bevinden dat die is geheel
reel oft den lant rechte toebehoirende, soo wort de saeeke met vonnisse gerenvoyeert
ten landtrechte, oft voor het leenhoff, voor den competenten rechter; maer na
de vuytschryfbrieven daeraf gesonden, en mogen egeen officieren voorder op den
poirter, synne goeden, noch borgen procederen, soo lange tot dat de saecke sy
rechtelyck gerenvoyeert by vonnisse van schepenen van Antwerpen. Soo wanneer
eenich poirter, met beschryfbrieven, als voire, syn goeden doet vuytschryfven,
ende de officiers hem oft syne goeden oft borgen van stondenaene metten iersten
brieve niet costeloos noch schadeloos en ontslaen, oft yet voorder op hem oft
syne goeden attempteren te doene, te manene oft te wysene, al tselve dat na
dexhibitie vande voorscreve vuytschryfbrieven gedaen wort is nul ende van
onweerden, ende moet by hen ende theuren coste worden aff ende te nieuwte
gedaen ende gerepareert; ende soo verre die buyten officiers, metten iersten
brief bescreven zynde, nyet en obedieren, noch oock ten gepresigeerden daege
voor recht alhier en compareerden, worden alsdan den selven buyten officier,
ten versueeke vanden poirter oft synnen gemechtichde, gesonden de tweede
brieven in gewoonelycker formen. Ende ingevalle de buyten officiers int
quartier van Antwerpen geseten, van stonden aene, metten tweeden brieve, nyet
aff ende te nieuwte en doen alle procedueren, arresten ende apprehensien
vande[r] poorteren persoonen, borgen ende goeden, oft de selve, als voor,
leverden, soo moegen schouteth, borgemeesteren ende schepenen der stadt van
Antwerpen allen de officieren ende wethouderen van buyten, nyemanden vutgenomen,
als inobediente ende infracteurs van der stadt rechten ende privilegien
terstont proclameren,
p552
ende daer naer
openbaerlyck ter puyen af van de stadthuys bannen vuyter stadt ende quartier
van Antwerpen, als die gene die gewout doen ende syn heuren oversten
overhoorich; de welcke allegader binnen sonneschyn na den bannissemente, moeten
vertrecken vuter stadt ende vryheyt, ende binnen den derden daege daerna vuyten
quartiere van Antwerpen, ende daer buyten blyven soo langhe tot dat sy voldaen
oft werder [weder] gecregen hebben des heeren ende der stadt gemoede, opte
correctie inden bannissementen begrepen.
Item, ander
hooftsteden van Brabant en mogen hun poirteren oft ingese-tene, gevangen oft
gearresteert synde binnen der stadt oft vryheyt van Ant-werpen, nyet vuyt
schryven, oft tegen der stadt van Antwerpen rechten. bevryden met eenige
privilegien oft exemptien. Ende een poirter, by den officier van lyfve oft lede
oft andersints aengesproken zynde, soo verre bevonden wordt dat hy tonrechte is
aengesproken ende beticht geweest, dyen moet dofficier synne costen ende
schaden gelden ende betaelen.
Item, een
poirter oft ingeseten van Antwerpen, wyens goeden by tempeeste, onweere oft andersints
te water versincken, oft te lande gedistraheert wordden, die mach die poirter
altyt weder aenveerden, alsoo verre hy die zyn can gemaecken. Men en mach egeen
poirter vueren oft bedwingllen te gaen buyten de stadt oft vryheyt van
Antwerpen, om geenrehande saecken wille, noch oock omme ergens buyten te moeten
gaen deponeren.
Item, men en
mach geen poirteren oft ingesetenen der stadt van Antwer-pen, by informatie
preparatoir, ondersoeck oft ander extraordinarische wegen bedwingen, om by eede
hen selven oft yemant anders te vroegen [wroegen] oft belasten; maer als eenige
poirters oft ingesetene der voorscreve stadt, in ordinarissche processen, soo
verre beleyt zynde dat partyen, oft deene, ten thoone gewesen zynde, als
getuygen ontboden zyn ende geleyt wordden, soo mach men de selve dan eeden
heure kennelyckheyt te zeggen van tgene des zy vande anderen weten, ende nyet
van hen selven; ten ware nochtans desmen aende getuygen gedroege, hem selven
mede aen-
p554
ghinghe, ende
dat hy [zy] alsoo by syne [hunne] depositie hem selven directelyck oft
indirectelyck belasten soude[n], in welcken gevalle men die niet en soude mogen
bedwingen te eeden.
Item, binnen
poirters van Antwerpen en syn nyet schuldich eenige bede, settinge noch
schattinge te gevene van heuren goeden die zy buyten de vry-heyt vande stadt in
Brabant liggende hebben, anders dan met de stadt van Antwerpen; de [ende der]
poirteren laten syn vry, gelyck de poirters, van heurer haven die zy opter
poirteren goeden hebben, maer nyet voorder. Maer buyten poirters en zyn nyet
vry in des hertoghens bede.
Item, poirters
van Antwerpen syn vry van tholle te water ende te lande aller [al] Brabant
dore. Een poirter van Antwerpen, hebbende ende gebruyckende zynne goeden in
Vlaenderen, Hollandt, Zeelandt oft andere landen, die [dien] moeten de vruchten
ende proffyten vande selve goeden com[mende] volghen, nyet jeghenstaende eenige
verboden oft geboden ter contrarien. Ende de poirters van Antwerpen en derven
van heure leenen oft als leen man nyet dienen, ten waere dat de stadt van
Antwerpen vuyttrocke ter gemeynder oirloeghe; in welcken gevalle zy metter
stadt trecken moeten, maer anders nyet.
TITEL XX.
DER JUSTICIEN
ENDE JUDICATURE IN[T] CIVIELE AENGHAENDE ENDE TGENE DER SELVER AENCLEEFT.
Opde forme
ende maniere van procederen ende administreren van justitien int civiel,
midtsgaeders tgene daeraf dependeert, is versien by ordon-nantien ende
statuyten, ende besundere lestmael by ordonnantie gepubli-ceert inden jaere
1564, daermen hem hiertoe refereerdt, alleenelyck hier naer stellende eenige
costumen inde voorscreve ordonnantie nyet geruert. Inden iersten, soo wanneer
eenige partye ten principaelen succumbeert ende inden heysch oft conclusie van
partye adverse wert gecondempneert, de selve succumbent wort oock tacite inde
costen gecondempneert, nyettegenstaende dat de sententie dat nyet expresselyck
in en houdt oft en begrypt, maer wanneer de succumbendt nyet expresselycken
metten principalen von-
p556
nisse en is
geduempt inde interesten, soo moet de triumphandt, willende zyn interesten
hebben, die heysschen by nieuwer instantien. Nyemanden en mach eenen bruydegom
oft bruydt panden oft executeren op den dach dat se getrouwdt syn, noch als sy
eerstmaels des avondts[42]
slapen selen gaen, noch ook daer een vrouwe inne gelegen is, emmers soo lange
als sy inneleght van kinde.Ende dofficieren van Antwerpen vermoeghen, vuyt
crachte van vonnissen voor schepenen van Antwerpen, by executien vercoopen
alsoo wel donruerende goeden gelegen buyten der stadt ende vryheydt (soo verre die
gelegen syn inden quartiere van Antwerpen) als die binnen der stadt ende
vryheyt gelegen zyn, soo wanneer die drye sondaechs geboden daeraff inder
voorscreve procchie, daer onder dat se gelegen zyn, gedaen zyn geweest. Ende
egeen officier inden quartiere van Antwerpen geseten en mach, des byden amtman
of van synnent weghen versocht wesende, weygeren de voorscreve kerckgeboden te
doene, op synnen behoirlycken salaris, op te pene als overhoorich ende als der
stadt rechten infringeren[-de] gecorrigeert te wordene. Damtman mach, van wegen
zynder officien, alrehande onruerende vuytgewonnen goeden ende die by justicie
ende met rechte, alsvore, vercocht syn, tsy ter Vrydaechs Merckt, oft oock
buyten, daer de goeden gelegen zyn, voor schepenen van Antwerpen ende met
schepenen brieven valide goeden, vestigen ende erven, sonder dat van noode zy
eenige goedinge ten lant rechte meer te derven doene, nyettegenstaende waer
ende tot wat plaetsen die goeden inden mercqgraeffschappe oft quartier van
Antwerpen gelegen mogen wesen, behoudelyck altyt den heere vander plaetse zyn
rechte. Nyemant en mach inder hooger vierschaeren tAntwerpen vuytwinnen, oft
oock by des [den] amtman der stadt van Antwerpen doen vercoopen eenige
leengoeden, hoedanich die syn, al waert oock soe dat die waren gelegen binnen
der stadt oft vryheyt van Antwerpen; maer die muebelen ende gereede goeden opte
leengoeden wesende, mach men executeren gelyck als oft huys oft gront, daerop
oft in die ruerende goeden syn, egeene leenen en waeren. Soo wie ter vuytroepinge
van eenen oudecleercooper eenige muebele
p558
goeden ter
merct, inde sterfhuysen oft elders binnen der stadt oft vryheyt coopt, die moet
den oudecleercooper daeraf voldoen ende betaelen binnen veertien daegen naden
vercoopdach, oft anders mach die oudecleercooper, die veertien daegen om synde,
den cooper, midts voorgaende sommatie van vierenttwintich uren, alleene opten
voorscreven coopboeck doen executeren by den amtman voort voldoen van synen
schult, sonder eenige proceduere oft ander dagement daer omme meer te derven
doene. Ende alle oudecleercoopers die ter vuytroepinge eenige goeden vercocht
hebben, moeten den coopboeck binnen ses weken voldoen, alwaert dat die cooperen
oft eenich van dyen insolvent oft fugityff geworden waeren, ende moeten terstont
die penningen namptiseren eer sy eenich gehoir in rechte hebben mogen, ende syn
daervoor executabel metten extracte autenticq byden gesworen clerck vuyt heur
boeck getrocken; maer voldaen hebbende, moegen, indyen hen goetdunckt,
repeteren tgene dat hun dunckt qualyck by den gesworen clerck oft te vele
gescreven, oft andersindts yet tonrechte inden coop boeck gestelt te zyne,
daerop men alsdan eenenyegelyck recht doet, na gelegentheyt der saecken.
Item, de heer,
noch egeen officier, en mach tAntwerpen egeene publicatien ter puyen af doen
oft doen doen, de brieven oft placcaten die men publi-ceren wille en syn eerst
gevisiteert geweest in collegie van de schepenen, ende daerna gepermitteeert
dat men die zal publiceren mogen. Ende tAntwerpen en moegen geen mandaementen
oft publicatien met placcaetbrieven ter puyen af gedaen wordden dan in duytsche
tale geschre-ven ende metten segel van Brabandt gesegelt, ende by eenen
secretaris in Brabandt onderteeckent. Alle bedesetters geseten int quartier van
Antwerpen moeten rekening doen, alst versocht wordt, in presentie vanden
officier vande plaetsen ende voor schepenen van Antwerpen, ende syn tot dyen
eynde beschryfbaer met stadt-brieven. Ende de bagynen tAntwerpen staen onder de
stadt ende weth gelyck andere weerlycke persoonen, ende worden als weerlycke
persoonen voor de weth gedaeght ende te rechte betrocken; ende de meesterss[en]
mogen metten momboiren van heuren hove valide alle contracten van coopen ende
vercoopen passeren.
p560
TITEL XXI.
VAN
CONTRACTEN.
Men en mach
geenrehande huysen, onruerende goeden oft renten, erffe-lyck oft lyftocht,
vercoopen, constitueren, alieneren, transporteren oft overgeven dan alleen met
schepenen brieven van Antwerpen by eenen secretaris gepasseert, soo verre die
gelegen zyn binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen; ende hoedanich dat de
contracten daeraff mogen gedaen wesen, oft andersints dan voor schepenen van
Antwerpen gepasseert, het dominie ende proprieteyt vande onruerende goeden ende
renten blyft altyt by den vercooper, soo lange tot dat dopdracht daeraf voor
schepenen wettelyck gedaen is geweest; ende die onruerende goeden en zyn
geensindts verbonden oft voor eenige renten oft schult gehipoticeert noch
gealieneert voor den tyt toe dat die brieven daer aff voor schepenen by eenen
secretaris wettelyck gepasseert zyn; alsdan wordden eerst het dominium ende
proprieteyt getransfereert ende die panden belast, ende nyet eer; ende soo
geringe als dat contracht voor schepenen gepasseert ende bekendt is, soo wort
ende is die coopere oft vercrygere heere van den selven goeden oft renten, soo
wel voor de possessie als voor de proprieteyt.
Item, alle
permutatien, contracten oft voorwaerden van huysen oft onrue-rende goeden ende
renten, erflyck ende lyftocht, geleghen binnen der stadt oft vryheyt van
Antwerpen, diemen andersindts dan voor schepenen passeert, worden alleenelyck
gehouden dan voor private scriftueren, soo dat die realiteyt daervoore
egeensints en is verobligeert oft geaffectheert, noch die proprieteyt
gealieneert. Maer men vermach wel erfgoeden, geconstitueerde renten oft
dyergelycke onruerende goeden in specie geven by houwelycxe voorwaerde; ende
wordt den persoon, die [dien] sulcken erfgoeden oft renten ten houwelyck
gegeven worden, daeraff proprietaris, midts hem leverende de brieven vande
selve erfgoeden oft geconstitueerde renten. Ende schepenen brieven van
Antwerpen gepasseert voor schepenen ende by eenen secretaris onderteeckent, van
goeden, erfven ende renten buyten in quartiere van Antwerpen gelegen, zyn van
sulcker macht ende autoriteyt als oft sy gepasseert waeren voor de weth oft
bancke daeronder die goeden gelegen zyn.
p562
Item, een
proprietaris mach zyn proprieteyt van huysen ende erven wel vercoopen,
alieneren ende belasten zonder consente oft wete vanden toch-tenere, oock tegen
den danck ende wille vanden selven tochtenere. Maer een tochtenaer en mach de
proprieteyt vanden betochten goeden becommeren noch belasten, noch oock het
betocht goet oft huys, in alle oft in deele verhueren langer dan hy en leeft;
maer eenyegelyck mach syn tocht wel cederen, vercoopen ende transporteren,
indyent hem belieft, eenen anderen.
Item, die
stadtkindt gemaect syn ende als prodige hier ter puyen af, met voorgaende
informatie by wethouderen op synne soberen regemente geno-men, geproclameert
wordden, en mogen egeen contracten aenghaen oft maecken dan ten by zynne ende
met auctoritheyt van zyne curateurs, alwaert oock zoo dat se hem beter stelden
ende goet regiment hielden, ten waere datse eerst gerehabiliteert vande weth
werden, met voorgaende informatie op hun gebeterde regiment ende qualiteyt
genomen. Ende alle contracten met alsulcke prodigen aengegaen, soo verre die
den selven prejudiciabel bevonden worden, syn nul, machteloos ende van
onweer-den; ende oock en mach nyemant, vuyt crachte van eenige contracten oft
andersints, den voorscreven stadtkinderen meer eysschen dan ses grooten
brabandts, overmidts verboden wordt hun hooger dan totte voorschreven ses
grooten brabants te borgen. Een vrouwe persoon ongehoudt ende meer dan xxv jaeren
oudt wesende, oft weduwe zynde, en mach egeen contract passeren voor schepenen
sy en moet ierst ende alvoiren daer toe versien syn van eenen momboir. Ende
vuyt dyen maent de schouteth, onderschouteth, amptman, oft een vande schepenen,
in absentie vanden schouteth, onderschouteth oft amptman, eenen anderen
schepenen van eenen momboir; ende schepene wysen dat die officier die vrouwe
persoon van eenen momboir versie, omme met hem[43]
over tvoorscreven contract te staene ende passeren zonder syn schaede; ende
naervolgende dyen vonnisse, geeft die officier dyer vrouwen eenen momboir, ende
metten selven momboir, alsoo metten rechte gestelt ende
p564
gegeven, mogen
die voorscreven vrouwen valide alrehande contracten aen-gaen ende passeren,
gelyck oft mans persoonen waren; maer die momboiren hun gegeven en syn niet
costumelyck eenigen eedt te doene. Ende ongehoude coopvrouwen mogen valide
alrehande coopmanschap doen, borge blyven, obligatien geven ende contraheren
sonder momboir, ende al doen dat een man doen mach, vuytgenommen dat se egeen
wettich contrackt passeren en moghen dan met eenen momboir, als vore.
TITEL XXII.
ERFFGEVINGHE.
Item, by
erfgevinge machmen constitueren soo vele onquytbaer renten ende grontchynsen als
den erfgeveren ende erfnemere belieft; ende de [die] renten ende grondtchysen
en mach men nyet afquyten dan by wille ende consente des erffgevers oft actie
daertoe hebbende; ende alle renten by erfgevinghe geconstitueert syn
onquytbaer, ten waer dat die schepene brieven expresse daeraff quytinghe inne
hielden. Men mach oock by erfgevinge bespreken datmen de renten vuyter selver
erfgevinghe geboren wesende, mach quyten den penninck xviij, xx, xxiij, oft
meer ende min, soo den contrahenten inder erfgevinge dat belieft te besprekene.
Maer nyemant en mach syn erfgoeden, daer eenighe onquytbaer renten oft chynsen
met schepenen brieven van Antwerpen op staen gehipoticeert, opdragen in handen
vanden heere ende leengoeden daeraff maken in pre-judicie vande rentieren, oft
om de renten alsdan affte moghen quytene ende des rentiers conditie te
verargeren.
Item, huere
gaet altyd voor coop, soo dat, al ist soo dat een huys vercocht oft terve
gegeven wordt, moet den huerlinck, dyen nyet jegenstaende, syn huere gebruycken
soo lange die duert.
p566
TITEL XXIII.
ERFFRENTEN.
Men en mach
egeen erfelycke rente met gelde oft andersindts coopen op huysen oft panden
binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen leeger dan ter quytinghe den pennick
xvj.
Item, men en
mach egeen vercooper van renten nemmermeer bedwingen, noch oock inde schepene
brieven stellen oft beboirwaerden [bevoirwaerden] dat den vercoopere de
vercochte rente in al oft in deele soude moeten quyten; maer moet de lossinge
staen altyt ter belieften des vercoopers vande renten oft proprietarisen vande
[den] pande daer die rente op vercocht is; maer in erfgevinge oft vercoopen van
gronden van erfven mach men tselve wel onderspreken, als vore. Wanneer eenige
renten [rente] is geconstitueert op diversche panden, daeraf eenige leen syn
ende dandere nyet, zoo verre de rentier die leengoeden ontslaedt ende hem te
vreden hout metten anderen panden oft erfgoeden hem in synnen schepenen brieff
verbonden, zoo en can die rentgevere hem daertegen metten leenrechte nyet
behelpen noch daerop declineren, maer mach die rentier opte andere panden,
egeen leen synde, voort gebreck syns achterstels met rechte procederen, gelyck
voorscreven is, als oft die voorscreve leengoeden inde voorscreven
schepenbrieven nyet mede en waeren begrepen.
Item, soo wie
gewoonelyck is eenigen chys oft renten vuyt syne erven oft huysen te betalene,
die moet die blyven geldende, oft de selve afquyten inder manieren voorscreven,
metten verloope, hoe wel daer egeen brieven af te vinden en syn. Insgelycx, die
costumelyck is renten oft chynsen te gevene ende jaerlycx te betaelene, als
boven, daeraf brieven ende bescheedt is, die moet de selve rente blyven
gevende, alwaert oock soo, dat hy die panden, huysingen oft erven, daer de
rente op gehipoticeert staet, nyet en hadde oft en besate; maer can die
voorscreve rentgevere soo vele gedoen, tzynder cost, dat die gene die de
gehipoticeerde panden besitten, de rente vuyte selve heure goeden van dan
voortaen te vreden zyn jaerlycx te blyven geldende oft af te quytene, indyen
die quytbaer is, soo blyft die ierste betaelder, midts
p568
opleggende des
[den] voorscreven achterstel, van dyer renten voorts ongelast. Chynsen oft
renten inde schepene brieven vuytgesteken voor grontchynsen oft quytbaer,
tselve vuytsteecxsel engheeft oft en meent [neemt] nyet in respecte vande
rentieren[44] oft
chysheffere,maer,dyen vuytsteecxselen nyet jegenstaende, blyft den selven chys
oft rente in heure eerste originael natuere, onverandert, als oft tvoorscreven
vuytsteecxsel niet gedaen en waere geweest, gelyck oock simpel vuytsteecxsel
van rente egeen constitutie van renten en geeft.
Item, wanneer
in eenigen schepenen brieff van Antwerpen staet bevoir-waerdt datmen eenige
renten, hoe ende in wat manieren dat die geboren oft geconstitueert mogen zyn, binnen
sekere besproken jaeren oft tyde soude mogen quyten, maer daer naer nyet, dyen
nyet jegenstaende is de rente altyt quytbaer, soo wel naer den besprokene tyde
alsvoire; ende dat eens ter quytinge gestaen heeft, is ende blyft altoos
quytbaer, naerder stadt recht van Antwerpen. Ende alle grontchysen oft
onquytbaer renten die zedert de maent van augusto anno xivc ende vyfve gecommen
zyn in doode handen, zyn quytbaer den penninck xvj, nyet jegenstaende dat de
constitutie brieven egeene quytingen en houden, ende dat die renten by
erfgevingen geconstitueert mogen syn.
Item, alle
renten ende chysen die by testamenten, legaeten oft donatien gelegateert oft
gegeven zyn tot eenigen beneficien, distributien, goidtshuysen oft jaergetyden,
kerckelycke diensten ende dyergelycke, zyn quytbaerinder manieren voorscreven,
nyet jegenstaende dat de instrumenten oft bescheet daeraf gemaeckt, contrarie
moeghen innehouden. Ende nyemandt en mach eenige huysen oft gronden van erven,
grontchysen noch onruerende goeden, binnen der stadt ende vryheyt gelegen, by
testamentelycke dispositie beswaren, oft eenige fundatien daerop stellen, sy en
moeten staen ter quytinghe; ende ingevalle de dispositie egeene quytinge en
houdt, soo mogen, dyen nyet tegenstaende, derffgenaemen oft proprietarissen die
altyt quyten, alst hun belieft, den penninck sestiene, ende de veertel rox
jegens vyftien guldenen elcke veertele.
p570
Soo wie eenige
renten affquyten wille, die moet, boven den capitaelen penningen ende
achterstel, ooc betaelen den constitutie brieff; maer vanden transpoirt brieven
der selver renten blyft hy ongehouden yet te derven betaelen, soo dikwyls dat
de rente oock verandert oft getransporteert mach wesen, nyet jegenstaende wat
conditien daeraff inde selven transporte brieven mogen zyn begrepen. Ende die
de renten quyt, soo verre dat de selve renten syn geltrenten, gestaet midts
betaelende de capitaele penninghen, ende daeren boeven het verloop na rato
vanden tyde dat het verloopen is totter tyt dat het afgequeten wort; maer
quytende coren rente, moet de volle pacht ende verloop betaelen alst int jaer
getreden is, alwaert dat de brieven zulcx expresse nyet in en hielden. Ende
wanneer eenigen rentier buyten der stadt ende vryheyt, quytbaer reste heffende
met schepenen brieven van Antwerpen, weygeringe doet de capitale penninghen te
ontfanghen, soo verre de proprietharis oft rentgevere die quyten ende hem
daeraff ontlasten wilt, alsdan moet de selve proprietharis, willende ontlast
zyn ende blyven van eenighe renten meer te gevene, den renthiere oft actie
totter rente hebbende, emmers ten minsten ten huyse daer den renthier woondt,
met insinuatie brieven vande stadt wettelyck doen inthinueren [inthimeren] dat
hy comme oft seynde synne gemechtichde met procuratie speciale ende sufficiente
tot sekeren gelegenen dage inde voorscrevene stadtbrieven begrepen, opten
raethuyse tAntwerpen, omme zynne hooftpenninghen metten achterstel vande renten
tontfangene, de constitutie brieven ende bescheet over te leveren, ende
behoirlycke quistantie te verlydene; ende indyen de renthier, alsoo wettige
wete gehadt hebbende in persoone of tot synnen woonhuyse, ten daeghe hem
gepresigeert [geprefigeert], binnen der stadt van Antwerpen nyet en compt oft
en seyndt om de penninghen tontfangene, mach die voorscreven rentgevere alsdan
presenteren die penninghen voor recht, ende tselve doende, is ende blyft de
voorsreve rentgevere daerna ongehouden ende ongelast van naer dyen dach eenich
verloop oft achterstel meer daeraff te derven geven, zonder dat nochtans de
selve proprietaris oft rentgevere gehouden es eenige penningen onder recht te
moeten laten oft aldaer te namptiseren, emmer nyet eer voor datmen hem die
originele constitutiebrieven vander selver renten over gelevert heeft: maer
mits leverende de proprietharis de constitutie brieven ende
p572
bescheet vande
renten, oft de selve originele brieven leggende onder recht, als dan moet die
proprietharis vanden pande oft rentgevere oock terstont de capitale penninghen
metten verloopen opleggen ende namptiseren onder recht, oft, by gebreke van
dyen, soo blyft de rente heuren cours behoudende ende loopende gelyck te voren;
welcke penningen de selve proprietaris onder recht mach doen blyven soo lange
tot dat men hem heeft gepasseerdt ende verleden. tot synen coste, behoirlyck
ende wetttige schepene quittantie; maer wort de rente met recht bevonden nyet
quytbaer te zynne, indyen gevalle is die voorscreve inthimatie ende presentatie
oft namptisatie van penninghen by den rentgevere gedaen, nul ende als oft die
nyet gedaen en waere geweest. Chynsen ende renten die men in dertich jaeren
nyet betaeldt en heeft, en derven nyet geven noch betaelen, ten waere dat
binnen middelen tyde questie oft proces daeromme geweest hadde, oft dat de
rente wettelyck binnen den selven tyde hadde geheyscht geweest.
TITEL XXIV.
AFDAEGINGE.
Item, een
ygelyck die eenige huysen oft erven heeft binnen der stadt oft vryheyt van
Antwerpen gelegen, soo verre hy die wil purgeren van alle toe-comende commeren,
chynsen ende belastingen, die hy beducht dat daerop zouden moegen comen, oft
die yemant daer toe oft aene namaels souden [soude] willen oft pretenderen te
hebben, die mach totten selven zynnen huysen oft panden, opde jaergedingen ende
vog gedingen [voogtgedingen] metter clocken, alsvoire, doen daegen, ende steken
daer inne vuyte allen commeren, chysen, renten ende belastingen die hem vuyt
gesteken zyn geweest; ende ingevalle nyemant en comt binnen tiaers naer dat die
clocke geluyt is, ende die daechcedullen ter vierschaeren gelegen [gelezen]
zyn, ende doe daerop calaengine, soo blyven de selve huysingen ende panden van
allen anderen voorden [voorderen] commeren, chynsen ende lasten ten eeuwighen
daeghen vry ende ongelast, alsoo dat daer nyemant meer actione realie op en
mach procederen, behouderlyck hen heur actie personel op dien verswygere vande
renten oft hypotequen, soo naer recht toebehoirt; wel ver-
p574
staende dat
nyemant tot eenige huysen, erven oft panden ter vierschaeren doen dagen en mach
metter clocken voor dat hy rechtelyck daerinne is gegoeidt voor schepenen, oft
dat hem by den amptman wettelycke levering daeraf gedaen is. Maer weeskinderen
minder van jaeren wesende, geestelycke persoonen ende diergelycke
geamortiseerde chysen oft renten, en mach men nyet afdaegen metter clocken,
maer die blyven staende op hen geheel, nyet jegenstaende dat die proprietaris
vanden huyse oft pande volcomen is in syn daginge, zonder dat in respecte van
heure renten oft chynsen den pandt wordt gepurgeerdt oft gelibereert; ten waere
dat die heere oft officier dyen pandt vut crachte van leveringen ende volcommen
van dyen vande officien weghen vercocht hadde; in welken gevalle blyven alle de
voorscreve persoonen versteken gelyck andere.
Item, alle
andere persoonen, vrouwen ende mans, ambachten, gulden, schutteryen ende dyergelycke
bruederschappen, baghyne oft andere vergaderingen, soo verre die geseten syn
binnen de stadt oft vryheyt ende quartiere van Antwerpen, in lande van
Brabandt, Vlaenderen, Hollant, Zielant, Vrieslandt, Gelderlandt, Henegouw,
Artoys, Picardyen, Bouloingnien, Namen, Camaresen, Ardennen, Famennen, Loon,
Luydich, Limborch, Luxembourch, Valckenborch, Champaigne, Gulick, Cleve, dlandt
van Berge, Mieurs [Meurs], Empden, landen ende sticht van Colen ende Vuytrecht
ende Overmase; oft inde landen oft steden daer ontrent gelegen, oft oock daer
binnen geseten, die worden allegaeder byder voorscreve daginge metter clocken
ter vierschaeren versteken gewesen van allen hypotequen, als vore; maer indyen
sy buyten de voorscreve limiten geseten zyn, soo en soude men heur van heure
actie ende renten oft chynsen nyet cunnen afgedaeghen; oock en worden nyet
versteken persoonen binnen die limiten voorscreve geseten zynde, die meerder
van jaeren zyn, soo verre zy geduerende den geheelen tyde oft jaere vande
voorscreve daeginge, voor ende naer die voorscreve daeginghe, continuelyck
altyt buytenlande geweest hebben, oft over zee oft over landt, ende indyen zy
binnen dyen tyde vande clocken noyt binnen die voorscreve limiten oft in eenich
vande voorgespecificeerde landen geweest en hebben; dies worden zy gehouden
ende zyn schuldich calaengine daerop te doene binnen jaers na dat sy wederomme
binnen eenich vande voorscreve landen gecommen zyn oft geweest hebben, opte
pene van heurder voorschreve reale actien te verlie-
p576
sene, ende
vande panden versteken te zyne ende blyven, als oft sy present ende in oft
binnen eenich vande voorscreve landen geresideert hadden, ten tyde vander
voorscreve daeginghe.
Item,
weeskinderen ende mindere van jaeren alzoo metter clocken afge-daecht zynde,
moeten oock binnen tiaers naer dat zy meerde[r] van jaeren geworden syn,
calaengine doen, oft anders syn ende blyven zy van heuren realen actien opden
pant insgelycks versteken, als boven; ten waere dat naden vereycselen de
proprietaris vande[n] pande hen hadde betalinge gedaen oft doen doen; in
welcken gevalle sy egeen calaengine doen en derfven; maer die proprietaris moet
alle de afgedaechde renten blyven betaelende soo verre hy die vuyten vereychten
panden noch betaelt heeft gehadt na datse metter clocken afgedaeght ende van de
panden versteken gewesen zyn geweest. Ende oock actien van revendicatien van
proprieteyte ende servituyten ende dyergelycke, en worden metter clocken ter
vierschaeren nyet affgedaeght maer blyft dyen aengaende eenen yegelycken in syn
gerechtichs [gerechticheyt], soo wel [hoe wel] inde daechcedullen daeraf egeene
mentie gemaeckt, oft calaengie oft vereycsel gedaen en is geweest.
Item, als
yemandt eenige huysen oft erfve heeft gecocht ende daertoe doet daegen ter
vierschaeren, al eest dat hy daer naer de huysinghen oft erfve splyet, ende
eensdeels voirtsvercoopt andere persoonen, die oock totten deelen by hem
gecregen doen dagen, soo eest genoech dat die renthier calaengine doe binnen
behoirlycken tyde opte daginge vanden iersten geheelen coope vande geheelder
huysinghe oft erfven; ende die calaengine alsoo wettelycke gedaen hebbende,
[wordt] den pandt daeraf nyet gepurgeert, maer door die calaengine eens op al
gedaen blyft de renthier staende op syn volle recht, nyet jegenstaende dat zy
[hy] opte daginghe vanden naercooperen deelen daer aff gecregen hebbende egeene
calaengine meer gedaen en hebben [heeft].
Item, soo wie
op yemandts daeginge metter clocken restoir oft calaengine doet, ende synne verswegen
chynsen, renten oft hypothequen goet houden wille, die is schuldich binnen
tjaers nade clocke calaengine opte voorscreve daginge te doene wettelyck voor
schepenen, ende doen zyn calaengine wettelyck tekenen by eenen secretaris opte
voorscreven daechcedulle oft int daechboeck; ende diegene die alsoo calaengine
daerop doet ende gedaen heeft, die en derft dengenen die totten huysen oft
panden doet daegen metten
p578
clocken anders
egeene wete doen doen van zynder calaengine dan dat hy die wettelyck doen [doe]
teeckenen by eenen secretaris, alsvore, daer by den daegere blyct, teynden
vanden jaere van synne daginghe ende verrycxsele, wie die genen zyn die opte
voorscreven synne daechcedulle calaengine gedaen hebben, om syn regres daeraf
op zynen vercoopere ende verswygere oft elders te mogen prosequeren, soo hem
goet dunckt; ende wille die daeghere totten panden weten waervore die
calaengine gedaen is, mach dat rechterlyck versuecken, ende dat doende, soo
moet die gene calaengine gedaen hebbende dat verclaeren, ende syn bescheedt
aldan thoonen, maer nyet eer, ten zy dat hem believe.
Item, die
genen die alsoo voor schepenen calaengie opte voorscreve daechcedulle gedaen
ende by eenen secretaris heeft laten teeckenen, die blyft staende op syn geheel
recht ende actie, als oft totten voorscreven vereychten pande oft huyse nyet
gedaecht en ware metter clocke, al en heeft hy anders egeene wete gedaen oft
doen doen, noch oock verclaerdt waeromme oft voor hoe vele hy calaengie heeft
gedaen gehadt.
TITEL XXV.
LEVERINGHE.
Inde
belastinge van onruerende goeden oft panden hebben die oudste schepenen brieven
van date altyt preferentie voor de jongere van date, ende wort elcken
schepenenbrieff naer zynen ouderdom den anderen jongeren geprefereerdt, al
waert saecken dat zy deen den anderen nyet vuyt en staecken. Ende oock
schepenen brieven van Antwerpen van oft aengaende renten of goeden buyten
geleghen, worden geprefereert allen anderen schepenen, laethen oft in manne
brieven van Antwerpen[45]
ten landtrechte oft elders verleden wesende.
Item, speciale
hypoteke jonger van date wort geprefereert der generaelder hypoteken ouder van
daten.
p580
Ende soo
wanneer yemant eenigen pandt belast oft beswaerdt voor sche-penen met
verscheyden erffelyck oft lyftocht renten, oft voor eenige andere
schadtschulden aen diversche persoonen, zoo verre die brieven teenemael by
eenen secretaris opden staenden voet voor den selven schepenen gelesen,
gepasseert ende bekent worden, die en derven deen de anderen nyet vuytsteken,
maer syn allegaeder al van eenen ouderdom ende date, nyet tegenstaende dat deen
voor dander gelesen wordt, maer is den lesten gele-senen schepenen brieff soo
oudt ende sterck als den iersten, in sulcker vuegen dat den eenen voorden
anderen egeene preferentie en mach preten-deren; maer worden de brieven by den
selven persoon oft verlyder gepasseert op eenen dach voor de selve oft andere
schepenen, maer nyet gelyckelyck ende vinco [unico] contextu gelesen ende in
eenen adem verleden, soo soude[n] de brieven, die men soude bevinden de leste
gepasseerde, de oudste moeten vut stekeren [vut stekenen], ende die ierste
gepasseerde zoude[n] hebben de preferentie, als oft sy ouder van jaeren ende
daeghen waren. Ende een renthier, hebbende schepenen brieven van Antwerpen van
zyne renten, daer voore hem eenige huysen oft gronden van erfven oft een deel
daeraf syn verbonden, soo verre die gehipoticeerde huysen oft panden gelegen
zyn binnen der stadt oft vryheyt (dyen [dye] den renthier in al oft in deele
ver-bonden zyn), mach voor tgebreck van synen achterstelle leveringe nemen aen
zynnen ende den geheelen ongerdeylden [onverdeylden] pandt, ende dat doende,
thoont den renthier den constitutiebrieff den amtman ende schepe-nen,
begeirende recht, ende den amtman metten schepenen gaen alsdan aen thuys oft
pandt, ende aldaer maent damtman den schepenen om recht, sche-penen wysen dat
damtman den renthier voort gebreck van zynder achterstel- lige renten schuldich
is leveringe te doene, ende den gehipoticeerden pant oft panden den rentier in
synnen handen te leveren, omme den selven voor syn gebreck te hebbene, te
evinceren ende te chierene, naer recht. Ende alsdan slaedt den renthier syn
handt op synen pandt, ende damtman, seggende dat hy hem leveringe doet van
synen pandt, naervolgende dien voorgewysden vonnisse, ende [stelt] die den
renthier effectuelyck inde possessie vande(n) pande, ende damtman doet daeraf
terstont de wete den gebruyckere vande panden oft huyse, oft den genen die int
huys zyn, oft en isser nyemandt thuys, den gebueren, ende beveelt dat die
inwoondere binnen veertien dagen den renthier betaele oft den pandt ruyme, ende
die rentier moet
p582
die veerthien
dagen stille staen, sonder yet meer te mogen doen oft voirdere executie
versoecken binnen dyen tyde. Ende zoo verre die huerlinck oft gebruyckere vande
[n] huyse oft pande binnen veertien daegen naer de leveringe den rentier van
synnen achterstelle niet en voldoet, soo mach die rentier, die veertien dagen
overstreken synde, sonder eenige andere sommatie oft wete meer te derven doene,
anders dan die insinuatie die de amtman, als vore, int nemen vande leveringe
gedaen heeft, gaen terstont byden amtman ende begeiren executie voor die
betalinge zyns achterstels daer hy leveringe voor genommen oft doen nemen
heeft, ende tselve doende, moet damtman terstondt cuyvers seynden ende leggen
inthuys oft pandt daer leveringe aen genommen ende executie op versocht is,
ende alle die meubele goeden dienen [diemen] opten pandt oft binnen dien huyse
bevindt, moeten de cuyvers bewaeren, ende daer inne blyven liggen totten
naesten wercken vrydach toe, ende nyet langer, ende alsdan, ten selven
vrydaege, moet damtman de goeden van den bewoonderen oft gebruyckeren ter
vrydaechs merckt doen vercoopen totte betaelinge toe des rentiers van synnen
achterstelle metten ontcosten daerop verloopen; ende hoe wel thuys oft den
pandt maer eensdeels voor de rente verbonden en staedt, nochtans die gene, die
thuys wilt gebruycken oft beschudden, die moet den geheelen achterstel
verschieten ende betalen; dies moet die gene, wyens paert ende gedeelte voor de
rente alleene verbonden staet, den anderen zynnen mede portionarissen de
penninghen terstondt restitueren, ende tot dyen opleggene ende betaelen alle de
schaede ende interrest die sy voor synne quaede betalinge geleden hebben. Ende
indyen dat in den voorscreven huyse egeene meubele goeden genoech gevonden en
wordden om te vercoopen voor den achterstelle des rentiers, oft dat die
huerlinck oft gebruyckere, egeen proprietharis zynde vanden pandt, binnen de
voorscreven veertien dagen vertrocken ende met synne goeden vanden pande
verhuyst is, dwelck hy wel doen mochte, alsdan moet dat huys gesloten blyven
staende onverhuerdt ende ongebruyckt, ten waere dat, by consente van partyen,
damtman tselve huys verhuerde; ende den rentier moet den jersten jaergedinge
ende voechtgedinge metten clocken totten selven huyse alsdan doen daegen ter
hooger vierschaeren ons genedighs heere sconincx, ende wordt die daechcedulle
daeraf aldaer inder vierschaere dryemael openbaerlyck gelesen, ten aenhoiren
van eenen yege
p584
lycken, ende
daernaer moet die renthier noch verbeyden een geheel jaer lanck naerde clocke,
eer hy dat huys oft pandt ter vrydaechs merct by den amtman mach doen
vuytroepen; ende voor tselve huys, dat alsoo gesloten is, ende daertoe by
leveringe ter vierschaeren gedaecht wordt, moet van den amtman [van des
amtmans] wegen gestelt worden een bleck metter wapenen van de stadt ende met
groote letteren daer onder gescreven den dach ende jaere vanden verreycke
desselfs, opdat elck renthier oft actie daertoe hebbende, tselve siende, hem
mach provideren ende doen des naer recht behoirt, omme zyn renten oft schuldt
te salveren. Maer die proprietharis mach noch commen totter chieringe toe ende
voldoen den rentier vanden achterstelle metten oncosten daeromme gedaen, ende
lossen zynnen pandt, indient hem belieft.
Item, als die
rentier teynden jaers volcommen is in syn daeginge metter clocken ter
vierschaeren, dan doet damtman dat huys oft erve ter vrydaechs merct, ende na
dat tselve huys drye oft vier vrydaegen lanck ten hoogsten vuytgeroepen heeft
geweest, moet alsdan, met voorgaende vuytbellinge ende proclamatien gedaen,
tselve huys oft erve ter merct openbaerlycken vercocht wordden ten hoochsten
verdierdere [verdierene], eenen yegelycken even naer, gelyck andere goeden ende
huysen oft erven voor schadschulden ter vierschaeren vuytgewonnen wezende. Ende
de huysen oft panden alzoo vercocht wezende, wort den coopere van dyen inde
selve gegoeydt ende geerft by den amtman der stad van Antwerpen, van wegen
synder officien. Ende weder dat die outste oft joncxste rentier leveringhe
aenden pandt oft huys genommen, oft die daginge ter vierschaeren gedaen heeft,
oft andere wie hy zy, altyt blyft die outste rente staende in heure
preferentie, alsoo dat alle renthieren hypoteque opden selven pandt hebbende
[blyven], ende elck blyft staende op syn geheel ende goet recht, naer den
ouderdom zyns schepenen brieffs; en [ende] indyen den pandt niet goet genoech
en is om alle de rentieren te voldoene, dan moeten die joncxste rentieren, al
hebben zy leveringe genommen ende de daeginge ter vierschaeren gedaen, [sneven]
ende verliesen aenden pant, behoudelyck hen heur verhael oft actie vanden
verliese op heure medepanden, indyen sy eenige hebben. oft elders daer zy hen gebreck
met rechte meynen te gecrygene.
p586
Item, alle
rentieren moeten leveringe nemen ende hen recht, als voire, volgen ten
lancxsten soo schier als zy twee jaeren tachter zyn, ende voor de naeste clocke
daernaer, oft anders, indyen sytselve nyet gedaen en hebben, soo en moegen sy
maer twee jaeren achterstelts aende [n] pandt haelen totten loopenden jaere
daerinne zy leveringe genomen hebben, soo verre. eenige jonger crediteur oft
renthier hypotecaire daeraene yet verliesen oft te cort comen soude. Maer soo
wanneer den pant goet genoech is voor alle de rentieren rente daerop heffende,
alsoo dat die joncxste rentier met twee jaeren achterstels sonder dloopende
jaer voldaen can worden, alsdan mogen die rentieren meer dan twee jaeren
tachter zynde heure tachterheyt aenden selven pandt verhaelen ende hebben,
heuren achterstelt aengaende, preferentien aenden pandt voor alle andere
schadschulden voor [oick] vuytwinninge gedaen hebbende.
Item, alle die
gene die eenige huysen oft onruerende goeden oft renten ter vrydaechs merct ten
hoochsten verdierene vanden officier gecocht hebben, ende byden amtman daerinne
gegoeyt zyn, die moeten anderwerf totten selven heuren gecochten huysen oft
panden doen daegen ter vierschaeren metter clocken, om tselve huys oft panden te
purgeren van allen commeren ende calaenginen, behalven den genen die
vuytgesteken is; ende indyen nyemandt en comt binnen jaers naer de clocke, die
daer restoir ende calaengie op doet, soo syn allen die gene, wie die syn,
geestelyck oft weerlyck, out ende jonck, binnen landts oft buyten lants, over
zee oft sant wezende, ten eeuwigen daege versteken van allen heuren renten,
actien ende rechte dat sy opten voorscreven pandt oft huys souden mogen
pretenderen te hebben; dies blyft hen (heure omissie ende negligentie van
calaengiene te doene nyet jegenstaende) heure actie gereserveert opten
proprietaris oft heuren mede oft onderpanden[46],
ende andersindts, daer zy meynen te winnen, om die te prosequirerne elders dan
opten voorscreven gepurgeerden pandt, soo zy theuren raede vinden naer recht
behoirende; maer eenyegelyck moet zynnen principalen pandt eerst proeven ende
excusseren, eer sy opte andere panden oft borgen mogen procederen.
p588
Item, damtman
en mach egeen leveringe doen oft laten nemen binnen de vryheyt van de twee
jaermercten, noch eenige huysen binnen dyen tyde sluyten, omden vrempden man,
de winckels, caemeren, kelders. Packhuysen oft dyergelycke dingen inde merckten
gebruyckende nyet te turberen, noch binnen veertien daegen nade leveringhe met
synnen goeden vuyten huyse te doen vertrecken, als voor; maer als die rentier
leveringe genommen heeft voor de publicatie vande jaermerckt, alsdan mach hy
inde jaermereten zyn executie wel versueeken ende continueren, ende al dat hy
op synnen pandt vuyt[47]
den gebruyckere toebehoirende, verhuerdt oft geleent synde, als voor, nade
veertiendaegen dat hy leveringe genommen heeft, dat mach hy doen executeren by
den amtman voor tvoldoen synder verloopen renten. Noch[48]
in cas van leveringen ende verreyxsele ter vierschaeren met daechcedullen voort
gebreck van achterstellige renten, en derven [derfmen] nyet particulierlyck
daegen, noch die rentier en is nyet schuldich eenige andere solempniteyten
daertoe tobserverenene dan tgene dat voorscreven is; ende en is oock nyet gehouden
eenige rentier oft chysheffere, geseten binnen de voorscreven landen, eenige
andere wete te doene dan alleene metter clocke, als voire.
Item, men en
mach egeene vuytgewonnen goeden, ruerende noch onruerende, byden officier
openbaerlyck ter meret beginnen vuyt te roepen noch te vercoopen, dan alleene
des vrydaechs, als een yegelyck aldaer weet te commene; maer de selve begost
hebbende op eenen vrydach te vercoopen, ende men die al dyen dach nyet
vercoopen en can, continueert men wel de selve vercoopinge op andere navolgende
daeghen tot gerieff ende voordeel van partyen. Ende een renthier met schepenen
brieven van Antwerpen lyftochtrenten heffende op panden binnen der stadt of
vryheyt geleghen, en derff met synen schepenen brieven egeen leveringe nemen, noch
totten panden ter hooger vierschaeren metter clocke ende verreycxsele doen
daegen, gelyck men voor erffrenten doende is, maer mach voor tgebrec van synder
achterstellige lyftochtrenten den pandt besetten, ende den selven ter
vierschaeren met drye genechtdaegen vuytwinnen, ende dien terstondt daernaer by
den
p590
amtman doen
vercoopen; ende en is nyet gehouden jaer ende dach naerde clocke den pant ter
vierschaeren te laeten vereyckene, noch soo lange te verbeyden.
TITEL XXVI.
AMPTMANS
BRIEVEN.
Den rentier
hebbende schepenen brieven van Antwerpen van synen rente, heeft optie ende
keuse oft hy voort gebreeck van synder rente actione perso-nalyck [personali]
wille procederen tegens den proprietaris vande goeden oft tegen den
hantplichtere vande selven, oft actione reali en [ende] by evictien opten
grondt; maer als een rentier by evictien ende sonder amptmans brieven te
seynden wilt procederen op den gront, indyen de goeden buyten de stad oft
vryheyt gelegen zyn, moet dat alsdan doen ten lantrechte ende nyet tAntwerpen.
Ende een rentier die schepenen brieven van Antwerpen heeft van synder renten
staende gehipoticeert op goeden oft panden buyten der stadt ende vryheyt maer
inden quartiere van Antwerpen gelegen, die en mach egeene leveringe daeraene
doen nemen, als voorseyt is, maer hebbende gebreck van betaelingen, moet die
brieven vande constitutien van synder renten .presenteren voor amtman ende
schepenen ende laten die bevonnissen, dwelck doende, maent den amtman, ende
schepenen de brieven gesien ende gevisiteert hebbende, wysen, midts dat
blyckende is vande renten met schepene brieven van constitutie der stadt van
Antwerpen, dat damtman, des versocht wordende, die proprietarissen, gebruyckers
oft hantplichters vande panden schuldich is met amtmansbrieven inne te
schryvene teenen competerende dingdaeghe, ende partyen te bedwingen tot
betaelinge, ten zy dat hy hem can defenderen met rechte daeraff ongehouden te
synne. Ende navolgende dyen vonnisse moet damtman, ten versueeke vanden
rentiers [rentier], op synnen behoirlycken salaris, zyne amtmans brieven
seynden, ende schryven aenden officier vande plaetsen daer onder die
gehipoticeerde goeden gelegen zyn, als dat hy den proprietaris, gebruyckere oft
hantplichtere van dyen goeden inne doe commen ten daeghe dienende, omme den
rentier te commen betaelen ende hem daer tegen te verantwoirden.
p592
Ende die
rentier mach oock, indyen hem belieft, doen beschryven den genen die de[n] pand
bewoondt, gehantplicht ende gedefructeert heeft, in respecte vande tyde ende jaerschaeren
dat den onbetaelden achterstel van des rentiers rente verschenen ende gevallen
is, zoo verre hy ten tyde vande beschryvinge noch hantplichter is, oock alwaert
dat hy den proprietaris synnen pacht te voren vanden selven tyde voldaen hadde;
ende ingevalle de rentier heeft meer panden dan eenen, daer diversche persoonen
hantplichters oft gebruyckers af syn, soo mach hy doen beschryven elcken van
dyen gebruycker[s] een voor al, ende de beserevene moet de rentier synen
achterstel geheel betaelen vande jaeren dat hy dat goed gehantplicht heeft,
behoudelyck hem zyn verhael op syn consoirten oft opden proprietaris. De
proprietarisen, gebruyckeren oft hantplichteren alsoo beschreven zynde, moeten
compareren, ende comparerende, ingevalle zy egeene betaelinge en allegeren ende
bewys van betaelinge presenterende [presenteren] te thoonene, den rechte
genoech zynde, ten lancxsten binnen acht dagen daernaer, moet [moeten] alsdan
den geheyschten achterstel inder manieren voorscreven betaelen, oft emmers ten
minsten namptiseren op sufficiente cautie; ende genamtiseert hebbende, dan
staet partye op syn geheel[49]
vande saecke ten principaelen te defenderen; voorwelck [dwelck] hy schuldich is
te doene binnen jaers naerde voorschreven namtisatie, op versteken.
Item, ingevalle
die bescrevene niet en compareert metten jersten beschryf-brieve, gebleken
zynde by wettigen relasen dat de beschryfbrieven aenden officier gelevert syn
geweest, soo wort hy gecontumaceert ende gecondemp-neert te moeten namptiseren.
Schepenenbrieven van Antwerpen staen tot gehoude, soo wie in sulcker vuegen[50]
eenige renten oft pachten van gelde oft graeve [graene], etc., ende
dyergelycke, vuyt crachte van schepenen brieven, op eenige goeden buyten de
cuype van Antwerpen gelegen, hebbende oft heffende is, mach, in sterckenisse
zyns schepenen briefs, synnen eedt doen, ende soo wes hy eerst[51]
affirmeren by eede vuyt crachte desselffs schepenen brieffs tachterte
p594
zynne, dat
moet die proprietaris oft gebruyckere vande pande betaelen, ten waere dat hy allegeerde
ende met quictantie ende anderen wettigen thoone betalinge conste doceren
binnen acht dagen daernaer. Ende als yemandt van buyten int quartier van
Antwerpen geseten, eenen poirter doet geloofte van betaeling in presentie van
poirte [poirters] van Antwerpen, ende der selver synne geloofte nyet en
voldoet, als dan mach die crediteur de voorscreven poirteren bringen by den
amtman, ende soo verre als sy, als poorters, verclaeren dat hun de schult ende
geloofte kennelyck is, alsdan, opdie poorters kennisse, moet damtman seynden
zyns [zyne] amtmans brieven, ende moet daerop sommierlyck geprocedeert worden,
gelyck op schepenen brieven, alsvoire. Als partye, vonnisse geobtineert
hebbende, versueckt executie hem gedaen te wordene, ingevalle damtman nyet gereede
ende meubele goeden genoech en vindt op den pandt, om partyen schult ende
achterstel metten oncbsten te cunnen voldoen, alsdan mach damtman executeren
ende vercoopen den gehipoticeerden pant ende erve, mits doende dyen byde drye
voorgaende sondaechs kerckgeboden inde prochie ende ter plaetsen daer die
goeden onder gelegen zyn, cundigen, ende mits dyen doende drye vrydaeghen lanck
ter vrydaesch merct vutroepen, ende oock by proclamatien oft vuyt-bellen
tAntwerpen gebieden ten coope; ende alsdan moet die amtman daeren teyndes
[daerenteynden] den coopere daerinne goeden, gelyck voren vanden wtgewonnen
goeden verhaeldt staedt.
Item, als een
rente geconstitueert is op sekere erve,' landt, sant ende huysingen, ende de
selve panden naermaels worden by successien gedeylt, oft by coope, mangelinge
oft andersindts gespleten, dyen nyet jegenstaende blyft de rente ongespleten
ende gehipoticeert op alle de panden, gelyck te voiren, alsoo dat de rentier
voor tgebreck van synnen achterstel altyt mach leveringe nemen oft amtmans
brieven zeynden op alle de panden gelyckelyck, oft eenige van dyen, naer synder
gelieften, ende alsnu op den eenen ende alsnu opden anderen, soo hem
goetdunckt, nyet jegenstaende dat hy te meer stonden zyn betaelinge alleene,
oft meer aenden eenen gehaelt mach hebben dan aenden anderen portionaris. Ende
de kennisse van schepenen brieven [oft] stadtbrieven van Antwerpen, nopende der
deught oft ondeught vanden selven schepenen brieven, oft van affquytinge van
renten met schepene brieven van Antwerpen econ-
p596
stitueert,
midts des daeraene cleeft oft daer vuyt spruytende is, competeert voor dierste
instantie nyemanden dan de schepenen van Antwerpen. Die tsamen staen in
compaignie van coopmanschap, syn een voor al gehouden voor de schulden vande
compaignien, ende mach yegelycx insolidum daervoor aengesproken wordden,
behoudelyck hem syn verhael op syn mede compaignie.
TITEL XXVII.
HANTSCHRIFTEN.
Een obligatie,
al ist saeke datse egeen redene oft doirsake waervuyt de schult is spruytende
inne en houdt, is van weerde, ende doetmen daerop recht. Ende men is van alle
oude tyden gewoonlyck, vuyt crachte vande clausule inde obligatie geinsereert:
" Belove te betaelen u oft den brenger van desen, " te eysschen
betaelinge, hebbende dobligatie in handen, al en is men inde selve obligatie
nyet genoemt, oft oock van egeenen tytel oft transpoirt en doet blycken. Syn
oock obligatien inne houdende clausule " brenger sbrieffs " van
weerden, alwaert oock alsoo dat den naem vanden principaelen crediteur inde
obligatie gestelt waere versiert ende niet in wesen. Ende eenen derden,
eysschende oft agerende vuyt eene obligatie inne houdende clausule "
sbrengersbrieffs, " ageert vuyt synnen eygenen naem, als oft hy principael
genommeert crediteur ware, soo dat dexceptien die tegen den genomineerden
debiteur souden mogen geobycieert wordden, tsy van compensatie oft andere, en
hebben egeen plaetse tegens den derden die als brenger sbrieffs vuyt dobligatie
den genomineerden debiteur aenspreeckt, ten waere dat, voor het overgeven van
de obligatie gedaen byden originalen genommeerden crediteur, den selven
originalen crediteur dobligatie waere betaeldt, daeraf getranssigeert, oft by
compensatie oft andersindts de facto gerescontreert [gerencontreert]. Dexceptie
non inumerate [numerate] pecunie en heeft, na de costuyme, alhier egeen
plaetse, ende en beleth nyet de namptisatie, ende ingevalle den debiteur ten
principaelen hem daermede wilt behelpen, moet selffs thoonen hem de somme inde
obligatie gestelt nyet getelt geweest te synne.
p598
Ende eenen
derde, borge gebleven zynde als principael voorde betaelinge vande somme in
dobligatie begrepen, ende de selve obligatie soo onderteec-kent hebbende, mach
daervoor aengesproken worden, eer den prineipalen debiteur geexcusseert oft
aengesproken is geweest.
TITEL XXVIII.
WISSELBRIEVEN.
Eenen
wisselbrieff, hier gesonden ende geinsinueert ende geaccepteert zynde by den
genen daer hy aen adresseert, wordt dacceptandt vander sommen inden
wisselbrieff begrepen debiteur, ende nyettemin blyft den persoon die den
wisselbrief heeft gemaeckt ende geteeckent verbonden, zoo dat ingevalle den
acceptant den wisselbrief nyet en betaelt, men mach protesteren jegens den
acceptant ende dan syn recours weder nemen aenden persoon die de penninghen,
daervuyt den wisselbrieff gemaeckt is, getelt syn, midts hem thoonende het
protest van geen betaelingen voor notaris oft andersints wettelyck jegens den
acceptant gedaen.
Item, soo
wanneer een wisselbrief, die op tyt te betalen is, nyet en wort geaccepteert,
ende die den wisselbrieff gesonden heeft daeraf wort geadver-teert, mach, naer
costuyme vander Borssen, den persoon die den wisselbrieff heeft geteeekent doen
borge stellen van te betaelen de somme metten prys vande wissel ende herwissel,
zoo verre den wisselbrief sonder betaelinge geprotesteert, wederomme gesonden
wordt. Men en mach oock, naer costuyme onder den coopluy geuseert, egeenen
wisselbrieff betaelen eer dat den tyt van betaelinghe vanden wisselbrief
vervallen is, oft anders soude de selve betaelinghe wesen tot peryckel vanden
genen die de betaelinge gedaen heeft, ingevalle den persoon die[n] hy
betaelinge voor den tyt gedaen heeft, compt te failleren.
TITEL XXIX.
CONTRACTEN VAN
ASSEURANTIEN.
Men is, naer
costuyme hier van allen ouden tyden geobserveert, gewoo-nelyck contracten van
asseurantien op schepen, coopmanschap ter zee ofte
p600
lande gesonden
wordende[52], ende oock
leven vande persoonen, te maecken ende aen te gaene, ende op alsulcke
contracten doet men recht. Ende policen van assurantien, soo wanneer het
blyckt; volgens onderteeckinge der selver, vande periclitatie vanden schepe,
bederven vanden coopmanschap, doot vande persoonen versekert zynde, ende dat
partyen van tverlies ende[53]
inthimatie te voren gedaen is geweest, staen tot namptisatie, gelyck ander
liquide obligatien, soo dat der partyen [de partye] daer jegens gehoort wort,
[ende] moet de somme by hem geasseureert namptiseren. Ende ingevalle dat eenich
geasseureert goet ende schip, jaer ende dach na dat geasseureert ende van de
haven daert geladen is gescheyden is geweest[54],
zonder datmen binnen middelen tyde eenige tydinge daeraff gehoirdt heeft, soo
verre het is in Europe, Barberye oft daer ontrent, soo wort het selfde schip
ende goet gehouden als verloren, ende mach men daeraf doen inthimatie den
asseureurs ende eysschen betaelinge, als boven. Men vermach oock schepen,
goeden, waeren ende coopmanschappen, die verdroncken, gerooft oft bedorven zyn,
doen assureeren, oock naer datse verdroncken, gerooft oft bedorven zyn geweest,
soo wanneer het ter kennisse vande persoon, die het selfde doet asseureren,
nyet gecommen en is vande verdrincke, roovinge oft bederve vande voorscreve
schepen oft goeden. Maer soo wanneer het schip oft goedt soo lange verdroncken,
gerooft oft bedorven is, dat de wete daeraf heeft cunnen gecomen totten persoon
die het doet asseureren, tzy ter zee oft te lande, rekende [rekenende] een ure
voor elcke myle, sulcke asseurantien wordden gehouden nul ende van onweerden;
ende soo wanneer sulcken interval van tyde tusschen de periclitatie, roovinge
oft bederve ende de asseurantie gaet ende verloopt, dat, rekende [rekenende]
een ure voor elcke myle, alsboven, den geasseureerde hadden cunnen geweten
vande voorscreve periclitatie, houdt men het selfde voor sulcx, datter egeenen
thoon ter contrarien ontfangen en wordt. Soo wanneer hem yemant heeft doen
versekeren op goeden die hy naermaels nyet en zeynt oft en laeyt, oft hem nyet
gesonden en wordden, oft
p602
oock min
geladen is geweest dan hy heeft doen versekeren, mach den prys van asseurantie
wederomme eysschen, midts latende den asseureurs een half ten honderden. Ende
en vermach den geasseureerde den schipper, die [dien] hy bevracht heeft, egeen
ander havenen doen naergaen oft aen nemen, oft syn voiagie te veranderen anders
dan inde police staet daer de coopmanschap gedestineert was, oft anders soude
dasseurantie wesen nulle; maer vermach den schipper wel in andere havenen
naerteloopen ende aen te nemen, soo de noot eyscht oft hem goet dunckt. Wie hem
wilt doen versekeren op graen, fruyten, wynen, olyven oft andere dyergelycke
waeren, die lichtelyck bederven, moet de selve inde police van assuerantien
exprimeren ende te kennen geven, oft anders soude dasseurantie zyn van geender
weerden; want als inde police van asseurantie staet, dat yemandt hem doet
versekeren op eenige waren ende coopmanschappen, en verstaetmen daer inne nyet
begrepen te zynne sulcke bederffelycke waeren.
Item, als den
geasseureerde tydinge heeft dat het geasseureerde schip oft goedt gearresteert,
aengenomen, aengehouden, oft door ongeval bedorven oft verargert is. vermach
den geasseureerde het geasseureert schip oft goet tabbandonneren tot behoeff
vanden asseureur, ende tselfde gedaen zynde, ende den asseureur geinthimeert,
is [dasseureur][55] schuldich
binnen twee maenden daernaer de somme by hem geasseureerdt tc betaelen. Maer
ingevalle het geasseureert goedt door hem selven, zonder eenich toecomende
vuytwendige fortuyne bederft oft verargert, en mach den geasseureerde dat goet
nyet abandonneren tot behoeff vanden asseureurs [assureur], ende en is daerin
de asseureur nyet gehouden. Ende een coopman, wesende de coopmanschap in een
schip geladen soo verargert, quaet oft van soo cleynen pryse, dat hem nyet
proffytelyck en dunckt tselfde taenveerden, mach het selffde abandonneren ende
den schipper laten voor die [den] vrachtloon die hem daermede moet te vreden
houden. Ende aengaende tgene men noch andersints voor schepenen schuldich is te
passerene, ende voor notaris oft ander privaet hantschrift mach verlyden,
p604
mitsgaders hoe
hen soo de secretarisen als notarisen, int exerceren van hunne officie,
schuldich syn te reguleren, is by statuten ende ordonnantien versien tot
diversche reysen ende tyden hier tAntwerpen gepubliceert, ende besunder by de
ordonnantien vanden jaere 1564 lestleden, onder het capittel vande
secretarisen, daertoe gerefereert wordt.
TITEL XXX.
VAN
CALAENGIERINGE ENDE NAERDERSCHAP.
Inden jersten,
al eest dat eenich huys, hoff, landt oft sandt gelegen binnen der stadt van
Antwerpen oft vryheyt der selver, vercocht wordt, dwelck al haefdeylige goeden
zyn, en can oft en mach die nyemant van bloets wegen calaengieren oft
vernaerderen, hoe naer dat hy oock den vercooper is bestaende. Maer mach men
calengieren allen coopen van huysen ende gronden van erfven binnen der stadt
ende vryheyt gelegen, wanneer des calengier [calengierders] huys oft grondt
metten vercochten huyse oft pande dat hy calengieren wilt, tsaemen verbonden
staen voor eenigen chys oft onquytbaer rente, soo verre de calengierders pandt
voor de selve verbintenisse waerschynelyck mach beschaedicht wordden;
behoudelyck dat de chys[56]
chysen oft onquytbaer renten vuyt crachte vanden welcken men de calengieringe
wilt doen, bedraecht oft bedraegende zyn twintich schellingen brabants tsiaers,
achtervolgende dordonnantien vande Majesteyt des jaers XVc achtentveertich.
Maer aengaende leengoeden, die blyven in heure natuere gelyck naden lantrechten
behoirdt.
Item, hoe
luttel deels inthuys oft erven den calengierder heeft, dat met eenigen
vercochten huysingen oft erven medepandt [is], die mach den geheelen coop
calengieren, hoe groodt dat het oock is dat voor dyen gront-chys mede verbonden
staedt ende vercocht is.
Item, die
portionaris oft deelhebber is in eenich huys oft goedt dat vercocht wordt, soo
verre hy wille, mach de naeste zyn van dyen vercochten deele ende goeden, ende
mach die andere deelen, hem nyet competerende,
p606
vernaerderen
ende calengieren, alwaert zoo datter egeenen grontchys vuyt en ginghe, ende al
hadde hy oock geconsenteert datmen tgeheel huys oft erve souden [soude] moeghen
vuytroepen ende vercoopen.
Item,
grondtgemeynschap in materie van calengieringe heeft preferentie voer
chysgemeynschap. Insgelycx, mach een proprietaris calengieren den coop vande
tocht van synen goeden daer de proprieteyt hem af toebehoirdt. Maer in alle de
voorscreve gevallen, indyen de calengierdere, naer den palmslach daeraf
gegeven, den vercoop heeft gelaudeert, soo cesseert de calengieringhe Item,
wanneer eenigen pandt oft erve met grondtchysen belast is, ende den selven
pandt is namaels gespleten ende in vele deelen gedeylt, ende int deylen oft
splyten gesloten ende geaccordeert dat eenich huys oft deel van dyer erven den
geheelen chys alliene gelden ende betaelen moet, sonder der ander portionarisen
oft deelhebbers cost, soo mogen nochtans allen die gene die paert ende deel van
dyen pande oft gronde besitten, deen des anderen huys ende erve wel
calengieren, hoe wel dat egeen van henlieden den grontchys in al noch in deele
jaerlycx en derff vuytreycken noch betaelen, ende dat vuyt dyen dat sy mediate
souden beschadicht mogen wordden: want door het splyten vande huysen oft erven
en wordden dander deelhebbers nyet ontslaegen vanden commer oft chysen in
respecte vanden rentier oft chysheffere, die welck blyft staende op synnen
geheelen pandt, als oft dyen nyet gespleten waere geweest.
Item, als
eenige grontchysen oft onquytbaer renten vercocht ende getrans-porteert wordden
eenen derden, als dan mach die proprietaris vande[n] pande daer de rente op
staedt, de naeste zyn vande voorscreve rente ende coope, indient hem belieft,
ende dat binnen jaers na dat den transpoirtbrieff daeraf voor schepenen van
Antwerpen is gepasseert, maer daer naer nyet. Ende van gelycken, als eenige
quytbaer renten vercocht ende getransportteert worden tot minderen pryse, oft
daer eenige bate oft winninge valt, mach dvuytreycker vanden selven renten den
coop vernaerderen tot sulcken pryse ende bate als die vercocht zyn, ende dat
binnen jaers, als voiren. Item, wanneer yemandt eenige erfelycke renten
vercoopt op eenige zyne panden gelegen binnen der stadt ende vryheyt, soo mogen
die vrienden oft maegen vanden vercoopere de naeste van dyen rente zyn, indyent
hem oft
p608
henieh
[eenich] heurer belieft, midts opleggende den coopers [coopere] syn capitale
penninghen, metten verloopedaeraf, na advenandtvande tyden, ende dat doende,
moet men hen [hem] die rente van naderschap transpoirteren.
Item, coopen
ende transporteren van bancken oft opperstallen alhier int vlieschuys staende,
mogen oock gecalengiert ende vernaerdert wordden by andere vlieschouwers van
bloedts weghen.
Item, een
proprietaris van eenigen verhuerden huysen ende gronden van erfven, mach
calengieren ende vernaerderen de huere van huysen ende erven die de huerlinck
aen andere voirdts maeckende is, voor sulcken prys als den huerlinck tselve
huys oft erve voirtsverhuert heeft, ten waere dat tusschen den proprietharis
ende huerlinck anders geconvenieert waere, oft den huerlinck den proprietaris
hadde gepresenteerdt de huere over te laten voor sulcken pryse gelyck hy met
eenen anderen geconvenieert hadde. Den rentier heffende een rente op eenen pant
die vutgewonnen ende vercocht wordt metten amtman, mach den coop den coopere
vuter handt nemen ende vernaerderen binnen den derden daege, als voor, ten
waere dat den coop [cooper] den rentheffere oft calengierder synne rente wilde
goet houden, daeraf den coopere keuse heeft. Als yemant teenemael oft met eenen
goedspenninck diversche huysen, erven oft panden coopt, by maleanderen oft
separaet gelegen, al tsaemen voor eenen sekeren genoempden prys ende somme,
sonder eenige distinctie oft onderscheyt gemaect te hebbene hoe vele dat hy
deen oft dander gecocht heeft, soo verre eenige van dyen huyse oft panden met
grondtchysen belast syn, als voire, dyen coop mach men wel calengieren; maer
indyen yemant dyen coop wille vernaerderen, die moet den geheelen coop
aenveerden, ende niet alleene tgene daer hy mede verbonden staet, soo verre
alst den coope [cooper] belieft. Ende en mach alsdan deen alleene sonder
danderen nyet vernaerderen sonder des coopers consent.
Item, een die
selve den gemeynen grondtchys gheeft ende den last vanden commer alleene dragen
moet, die en heeft, vuyt crachte van dyen chyse, geen recht van calengieringe
aen andere panden mede voor den grondtchys verbonden staende, midts dat hy van
nyemanden dan door hem selven en mach worden voor den gemeynen chys
beschadicht.
Item, wanneer
yemant met eenen anderen pure mangelinge doet van huys om huys, landt om landt,
oft eenige' onruerende goeden deen jegens den
p610
anderen,
sonder eenige voorlies [voorlief], prys oft bate toe te gevene, soo en valt er
egeen calengieringhe. Als den cooper selve oock heeft recht van calengieringhe,
dyen coop en can oft en mach nyemandt, vut crachte van chysgemeynschap,
vernaerderen, want als des coopers erve mede chys gemeyn is ende hy, als voire,
selve oock schaeden lyden mochte, alsdan cesseerdt die calengieringhe. Wanneer
den grondchys afgedaen ende geextingueert is voor date vande calengieringhe, al
waert oock naden coop, in sulcker vueghen dat den selven is geheel doodt ende
te nieuwte, alsoo dat egeen van alles [allen] den huysen ende erven die te
vooren daer voiren verbonden staende waeren, ten geenen daegen meer daeraf en
cunnen worden gemolesteerdt oft beschadicht, in dyen gevalle cesseert de
calengieringhe.
Item, gemeyne
mueren, privaten, waterloopen, overspronghen, oesy-druppen, gemeyn deurgangen,
gemeyn borneputten, vouten onder deerde ende dyergelycke servituyten, en geven
geen recht van calengieringhe, ten waer dat den grondt van dyen muer, gangen,
vouten, privaten oft borne-putten voor den grontchys mede verbonden stonden.
Item,
beschaedicheyt van quytbaer chynsen oft renten en geeft geen recht van
calengieringe.
Item, soo wie
calengieren wilt, die moet syne calengieringe rechterlyck doen voor amtman ende
schepenen, namptiserende in handen des amtmans goudt ende silver omme den coop
te voldoene. Die eenige calengieringe doen wilt, die moet die doen binnen
tsiaers dat de goedenisse vanden vercochten oft vermangelden huysen oft erven
gedaen ende voor schepenen wettelyck is gepasseert, hoe lange dat den coop oft
mangelinge te voren geschiet mach zyn, het sy opde vrydaechs merkt, vuyter
handt oft andersindts; maer na dat de brieven meer dan een jaer lanck syn
gepasseert geweest voor schepenen, daer na en can nyemant meer calengieren,
ende is ende blyft eikerlyck alsdan daeraff versteken, nyet jegenstaende dat de
cooper daeraff nyet en heeft doen daegen metter clocken oft kerckgeboden buyten
doen doen. Mach nyettemin den calengierder die calengieringe doen alsoo saen
als den coop is geschiedt, al en waer de goedenisse voor schepenen noch niet
gepasseerdt. Maer alrehanden huysen, erven ende renten binnen der stadt oft
vryheyt
p612
gelegen zynde,
die by den schouteth, amtman, borgermeesteren oft andere officiers openbaerlyck
by voirgaende publicatien ende vuytbellinge, als voire, ter vrydaechs mercht
vercocht worden, by executien, leveringen oft andersints, vanden offitien
weghen, daer aff en staet de calengieringe nyet langer open dan binnen den
derden daege, ende die gene die calengieren wilt eenige goeden die byden
voorscreven officieren, van wegen heurder officien, ter vrydaechs merckt
vercocht zyn, waerdat die int quartier van Antwerpen gelegen zyn, daeraff moet
men die calengieringe doen voor amptman ende schepenen van Antwerpen ende
nergens el. Wanneer eenige goeden oft erven inden quartiere van Antwerpen
geleghen by andere persoonen dan by den officier vercocht wordden, ende met
schepene brieven van Antwerpen gegoeyt syn, daeraff staet de calengieringhe een
geheel jaer lanck open naer date vander goedenisse, maer niet langere, al en
worden daeraff egeen kerckgeboden buyten gedaen; ende die gene die hem der voer
sekeren [eer versekeren] willejegen de calengieringe van goeden buyten der
stadt ende vryheyt gelegen, die mach, voor oft naer de erffenisse voor
schepenen tAntwerpen geschiedt, den vercochten goeden heur drye kerckgeboden
doen geven inde prochie kercken daeronder de goeden gelegen zyn; in welcken
gevalle de calengierdere binnen ten [den] tyde vande drye kerckgeboden moet
zyne calengieringe doen voor amtman ende schepenen van Antwerpen, oft voor
schepenen vande plaetsen daer onder die vercochte goeden gelegen zyn, daeraff
den calengieringe [calen-gierdere] heeft syn optie, ende moet oock de [den]
cooper de wettige wete daeraff doen, oft andersindts blyft daeraff versteken
van zynen rechte van calengieringe; maer de calengieringe van leengoeden staet
altyt open, naerden leenrechte.
Item, als
yemant heeft calengieringe gedaen, soo verre hy opdracht van naerderschappe
hebben wille, die moet den cooper de wete doen doen metter corteroeden, dat hy
den coop heeft gecalengierdt, opdat den cooper geenen cost oft reparatie aent
gecocht goet en doe.
Item, eenen
calengierder moet den goedtspenninck ende halven lyffcoop restitueren die int
sluyten vanden coop gegeven ende verteert is geweest. Een calengierder moet
voldoen den coop ende alle tgene dat de cooper schuldich was te doene, gelyck
inden jersten coop was bevoorwaerdt ende ondersproken, maer nyet voorder.
p614
Item, nyemant
en mach, na de calengieringe, zyn recht van calengieren den cooper renunchieren
oft transporteren, dan wettelyck voor schepenen van Antwerpen. Maer de calengierdere
gecalengiert ende daeraff wettelyck wete hebbende doen doen den cooper, moet de
calengieringhe behouden ende den coop voldoen, sonder daernaer zynne
calengieringe af te moegen gaene oft renunchieren, dan by consente van den
coopere ende met transport oft renunciatie vande schepenen, alsvoire, ende moet
de [den] cooper alle syn verlede ende gedebourseerde penningen, die gereet te
betalen stonden, met de goidtspenningen ende den halven lyfcoop opleggen ende
restitueren binnen vierentwintich uren naer dyen hem de coopere de
calengieringe bekent ende voor schepenen wettelyck getransportheert heeft, opte
pene van syn calengieringe metten costen te verliesene, indient den cooper
gelieft[57].
Maer wanneer den coopere syn penningen tot des calengierders huyse nyet haelen
en 'wille oft doen haelen, alsdan soo gestaedt de calengierder midts leverende
en overtellende den cooper zyn verlede ende betaelde penningen opter stadthuys.
Ende een calengierder is schuldich, soo verre de cooper dat versueckt, te affirmeren
by eede dat hy de calengieringhe doende is voor hem selven ende tot syns selffs
prouffyt ende voor nyemands anders.
Item, cooper
ende vercooper moeten compareren voor recht, indient den calengierder belieft
ende hy dat rechterlyck versueckt, ende moeten alle beyde affirmeren by eede de
rechtveerdige prys vande[n] coope, metten puncten, voorwaerden ende conditien
daerop den selven coop sonder frauede oft simulatie toegegaen is geneest, ende
dat ter presentien des calengierders, oft den selven daertoe wettelyck
geroepen. Een calengierder obtinerende in synne calengieringe, is schuldich den
cooper te rembourseren ende recompenserenen niet alleene van tgene dat hy
voorden principaelen coop gegeven heeft, maer oock van alle nootelycke ende
prouffytelycke reparatien die den cooper aent gecocht goet gedaen heeft; maer
de prouffytelycke reparatie alleene die en is de calengierder
p616
niet schuldich
te betaelene dan ter taxatie van goede mannen hen des verstaende.
Item, de
jerste ende oudste calengierder wort den anderen geprefereert, soo verre sy
gelyck actie ende recht hebben totte calengieringhe.
Item, als
yemandt eenige calengieringe doet, die en derf. int calengieren nyet seggen oft
vercleeren vuyt crachte van wat chynse oft rente dat hy syn calengieringe doende
oft funderende is, maer is genoech dat hy naermaels dat vercleere, alst de
coopere versueckt. De calengierder en heeft door synne calengieringe niet meer
recht dan de coopere en hadde oft gehadt en soude hebben indyen den coop hem
nyet ontcalengierdt en hadde geweest. Een cooper mach metten gecochten erfven
oft huyse zyn prouffyt doen, tselve bewoonen oft verhueren totte calengieringe
toe, ende allen de prouf-fyten ende hueringen daeraf commende volgen den
coop[er], soo lange tot dat de calengieringe gedaen is geweest, dies moet de
cooper oock soo langhe den commer ende chys daer vuytgaende betaelen, sonder
des calengierders cost.
Item, al eest
dat een cooper int coopen ende erfnemen van eenigen huysen oft erve, voor
tvoldoen vanden coope oft vanden erfrenten daer hy den pandt voor terve genomen
heeft, oft oock voor tvoldoen vande voorgaenden commeren ende chysen
daervuytgaende, aende cooper ende tot desselffs vercoopers versekertheyt dyen
aengaende verbonden ende verobligeert heeft, totten gecochten huysen ende
pande, sekere medepanden, oft hem selven ende alle synne andere goeden,
daervoiren wort den calengierder niet afgenomen syn recht van calengieringe.
alwaert soo dat de calengierder in verre naer nyet zoo sufficient oft machtich
en waere als deerste cooper, noch alsulcke medepandtschape en conste gestellen;
maer de calengieringe gedaen ende voor schepenen van naerderschappe opgedragen
synde by den coop [cooper], soo is ende blyft de jerste cooper ende syn goeden
daeraff ongelast, alwaert oock soo dat de vercoop[er] den jersten cooper oft
syn panden ende goeden nyet en wilde ontlasten; maer indyen gevalle sal den
calengierder gestaen mits den vercooper bewaerende ende versekerende ter
arbitragien van schepenen.
Item. als een
coopere voor tvoldoen syns coops ende voorwaerden totten gecochten huyse oft
pande verbonden heeft hem selven ende alle syne goe-
p618
den, ende dien
coop hem zynde ontcalengiert, soo wordt ende blyft die calengierder, int
overnemen van naerderschap desselfs coops, in persoone ende in alle synne
andere goeden aenden vercooper verbonden, gelyck deerste cooper hem te vooren
verbonden hadde, nyet jegenstaende dat de calengierder inde brieven van
transpoirte ende overnemen van naerderschappe tselve alsoo nyetgedaen noch hem
oft synne goeden daervoor expresselycken verbonden heeft gehadt. Wanneer
yemandt eenich huys oft erve by hem gecocht synde verhuerdt, ende daernaer een
ander dyen coop calengierdt, die huere is nul ende van onweerden, ten sy dat
die calengierder believe die van weerden te houdene.
Item, alle
hueringen ende pachten van huysen ende erven gemaeckt in fraude vanden
calengierder ende om den calengierder te frustrerne van synen rechte oft om hem
te prejudicieren, syn nul ende van onweerden, al eest soo dat den cooper selve
die huerlinck nyet en is oft de huere van eenen anderen nyet overgecregen en
heeft; ende ingevalle de huere nyet en is gedaen in fraude vanden calengierder,
soo blyft de huerlincq syn huere gebruyckende, al eest soo dat hy selve is
geweest de cooper vanden huyse oft erffven die naerder handt by eenen anderen
gecalengierdt wordt.
TITEL XXXI.
VAN
ERFFSCHEYDINGHE, SERVITUTEN , ENDE DES DAERAENE CLEEFT.
Alle questie
van de erfscheydinge die tusschen eenige partyen rysen, die wordden jerst
versonden ende bedinght inde plaetse contentieuse, in pre-sentie van amtman,
schepenen ende erffscheyders; ende damtman ende schepenen en moegen egeene
erfven visiteren, oft kennissevan partyen saecken daeraf nemen, ten zy by
voirgaende consente van partyen, oft dat het alsoo te voren zy met vonnisse
[gewesen].
Item, van
vonnisse [vonnissen] by de schepenen gegeven ter manissen des amtmans op de
plaetse contentieuse, mach partye pronoceren [provo-ceren] aen burgemeesteren
ende schepenen int collegie. Derfscheyders oft paelders tAntwerpen en mogen
geen vonnissen oft appoinctementen geven gronden oft erfven aengaende, noch
ander, ten
p620
waer by
consente van partyen, ende dat als arbitrateurs; maer alle kennisse van
erfscheydinghe behoirt voor amtman, borgermeesteren ende schepenen, die, alst
van doene is, by hem tot heurder assistentie nemen derffscheyders deser stadt.
Item, die
eenen anderen syn werck verbieden wille, die moet dat doen doen rechterlycken
met eeder [eender] corter roeden, by voirgaende consente vanden borgemeestere,
maer anders nyet.
Item, die
boven oft naer het wettich verbodth, alsoo wettelyck gedaen synde, yet maeckte,
voorts timmerden oft metste oft dede maeeken, voirts timmeren oft metsen, die
moet dat wederomme afbreken, ende staen daerenboven tot arbitrael correctie.
Item, alle
huysen ende volmaeckte wercken, die ten aensiene ende wel wetene van eenen
anderen, nochtans op syns selffs gront, sonder jegen-seggen, volmaeckt synde,
al waeren die onbehoirlyck gemaeckt oft gestelt, moeten blyven staende soolange
tot dat se verghaen; dies en mach mense nyet repareren omme te houden staende;
maer indyen dat bleecke datse gemaeckt waeren alleene by gedooghsaemheyt ende
sonder prejuditie van yemandts rechte, indyen gevalle soudemen die moeten
afbreken, als die partye beliefde die by gedoochsaemheyt dat hadde
geconsenteert. Soo wie den meestendeel van eenen huyse heeft, mach dat wel
taemelycken repareren, als hy thuys oft edifitie nyet en verandert vanden
gebruycke daertoe dat dat te voiren is geordonneerdt ende geuseert geweest,
ende de andere deel hebberen vanden selven huyse moeten na advenant heur
gedeelten de reparatien mede betaelen, al waerense oock ten tyde vander selver
reparatien buytens landts ende absent; ende dminste deel vanden huyse moet, int
repareren ende onderhouden, altyt den meestendeel volghen.
Item, een
portionaris oft deelhebbere van eenich huyse oft pande, repa-ratie doende, oft
renten afquytende daer den gemeynen pandt mede belast was, die moet daeraff van
synnen medeportionnaris vernuecht worden met gelde, oft de affquytere blyft met
de afgequeten rentebrieven soo vele renten op syns medeportionaris deel
heffende als desselffs portionaris paert inde selve rente jaerlycx gedroech
ende hy schuldich was daerinne te geldene, nyet jegenstaende dat byden rentier
schepene quittantie vande geheelder renten gegeven oft verleden mach syn.
p622
Item, die
metsen, timmeren, repareren oft decken wilt tsyne by [tsy by] oft neffens syns
gebuerens erfve, die mach syn stellinge maecken ende stellen op ende over zyn
gebueren erve, soo verre hy tselve nyet gevuechlyck van syns selffs erve gedoen
en can, ende dat ten meesten gerieven ende minster schaeden oft beletten van
synen gebueren.
Item, met
naeckte possessie van lichtscheppinge, waterloopen ende dyer-gelycke servituyten
ende [en] prescribeert men nyet, noch [die] en geven geen recht sonder wettigen
title voor schepenen expresse oft ten minste tacite geconstitueert. Ende nyet
jegenstaende dat yemant eenich licht door syns selffs muer hem alleene
toebehoirende over hondert jaeren ende meer gehadt ende geschepen [geschept]
heeft tot eens anders mans erve waerdt, die possessie en prescribeert nyet,
noch en can de gebruyckere van dyen lichte hem daerdoor in cas van prescriptie
niet behelpen. Ende vuyt possessien van lichtscheppingen door eenen gemeynen
oft synnen eygenen muer, en can hem nyemandt valide doen mainteneren int selve
lichtscheppen, hoe lange dat die lichtscheppingen oock geduert heeft, sonder
ander wettich bescheedt daer aff te hebbene.
Item, een
yegelyck mach op syn erve maken, metsen ende timmeren al dat hem belieft, ende
oock soo hooge alst hem goetdunckt, jae oock tegen synder gebueren licht ende
vensteren, ten waere datse schepenenbrieven oft bescheedt hadden dat hy dat
nyet en mochte doen. Wanneer yemandt edificie wilt opmaken ende opvueren op syn
eyghen erve, ende dat de gebuere pretendeert tselve te belettenen deur dyen dat
hy bescheedt heeft datmen hem syn licht niet en can benemen, soo mach die gene
die dwerck maeckt tselve werck opmaken, midts nochtans blyvende metten selven
wercken soo leeghe soo datmen vanden nedersten dorpele vande vensteren vanden
huyse die dwerek verbieden wille, het overste vanden wercke datmen opvuert mach
oversien, ende nyet hoogere; tot welcken eynde men gewoonlyck is te treckene
eenen draedt vanden ondersten dorpel vande vensteren tot opt thoochste vanden
huyse daermen dwerck aen oft neffens maecken wilt. Maer soo verre dat yemandt
bescheedt heeft datmen syn gesicht nyet benemen en mach, soo en mach die
gebueren zyn werck nyet opmaken noch
p624
daermede
opvaeren, soo verre daer mede tgesichte inde hoogden oft inde breyden beleth
souden wordden.
Item, gebueren
hebbende heure erven by malcanderen liggende, moeten malcanderen helpen heure erven
bevryen, met thuynen, gelinten oft mueren, soo sy dat tsaemen overdraegen, half
ende halff, soo verre hun erfven strecken; maer nyemant en can met rechte
bedwongen worden eenige scheydemueren te moeten helpen maecken, ten waer dat
hem beliefde, maer gestaen [gestaet] midts bevryende synnen gebueren (voor soo
vele als hem competeert inden thuyn oft heymsel te onderhoudene) met eenen
taemelycken thuyn oft schutsele.
Item, moeten
oock gebueren malcanderen bevryden van achter tot voren, soo verre hen erfven
aen malcanderen strecken; ende soo wyens huys oft edificie langer streckt ende
voorder bevryt dan des anders huys oft edificie, dat cort hem aff van synder
helft vande thuyne oft heysel dat hy van synder zyden voirdts te houdene heeft.
Alle scheydemueren, hagen, thuynen, heymselen ende schutsel tusschen twee
gebueren erven, moeten opde gerechte paelen gestelt, gemaeckt ende oock
onderhouden wordden, behoudelyck dat yegelycken mach gestaen midts maeckende
ende onderhoudende, voor syn deel vande heymingen, eenen thuyn oft schutsele
custbaerlyck ende taemelyck naerder stadt rechte.
Item, nyemant
en mach tusschen verscheyden partyen erven eenighe palen steken oft setten dan
met rechte ende by den gesworen erffscheyders vander stadt, ten waere in
jegenwoordicheyt ende ten bysynne, consente, wille, wete ende begeerten vanden
proprietarissen vande erven ten beyden zyden, opde pene van arbitralyck daeraf
gécorrigeert te zynne.
Item, hagen,
thuynen, schutselen, noch oock mueren die onder de eerden staen, en onterven
nyemanden, hoe lange datse gestaen hebben, noch en prejudicieren den paelen
nyet, daerme derven gescheyden hebben geweest.
Item, die
eenige palen versette oft vuytdede, by hem selve oft yemant anders, heymelyck
oft openbaer, om yemanden in synne erven oft gerech-ticheydt te verminderen oft
frauederen, wort gecorrigeerdt gelyck een dieff, ende alle die gene met hem die
daer behulpich toe geweest zyn. Ende een yegelyck die eenen gemeynen muer
staende heeft tusschen hem ende syns gebuers huys, den welcken muer seer
caduyck ende periculeus staet
p626
ende vuten
loede, ende deen van tween is in meyninge syn huys afte bre-kene ende te
vernieuwen, soo selen beyde de partyen den selven gemeynen muer tot gelycken
coste afbreken ende wederomme opmaken tot gelycken coste opde selve hoochde
ende diepte gelyck de oude huysinge van te vooren geweest is, ende nyet
voorder, ende dat op gelycke erve, voets dicke, ende het fondeersel daeraf naer
den eysch; ende indyen dat diegene die ierst timmert den selven gemeynen muer boven
der eerden dicker woude maecken dan eenen voet, gelyck voorscreve is, dat
verdicken sal hy gehouden syn te stellen op syn erffve, ende voorts wat hy meer
hooger oft dieper metst dan de edificie vanden genen die nyet en metst, oft syn
huys nyet op en voerdt, dat selve sal hy gehouden syn te maecken op synnen cost
alleene; ende ingevalle dat dander naermaels syn huys opvoeren wilt, soo sal hy
schuldich syn te betaelen de helft van tgene dat hy inde hoochde ende diepte
meer gebruyckt dan hy met syn huys te voiren gebruyckt heeft. Ende ingevalle
dat den gemeynen muer tusschen de huysingen van partyen noch redelycken goedt
in syn loot staende ende maer steens dicke en is, soo sal die gene die syn
nieuw edificie maecken wilt den selven muer tot synnen coste mogen afbreken,
met voorgaende extimatie vande stoffen, ende den selffven wederomme opmaken tot
synnen coste alsoo hooge als hy syn edifitie in meyninge is te maecken. Ende
van tgene dat den selffven gemeynen muer niet voets dicke en is, dat selve
verdicken salmen stellen op gemeyne erfve, behoudelyck dies dat hy weder sal
repareren allen tgene dat hy zynen gebueren soude mogen beschadigen int
opmaecken van synnen huyse.
Ende ingevalle
dat dander partye naermaels syn huys afbreken wilt ende een nieuw vertimmeren,
soo zal die selve, die alsoo naermaels timmert, de helft vande voorscreve muer,
naer advenant dat hy dyen gebruyckt, schuldich syn te betaelene, mits
aftreckende de oude materialen die te voren aenden ouden muer geweest hebben,
gelyck die voor het afbreken geextimeert syn geweest.
Ende voorts,
aengaende van gemeyn heymueren oft scheymueren tot gelycken coste gemaect, daer
egeen edifitie op en staedt ende seer caduyt [caduyc] ende vuyten loode staende
zyn, de selve selen partyen afbreken ende tot gelycken coste wederomme opmaken
totter selver hoochde gelyck die geweest sy, alwaert dat sy maer steens dicke
geweest en waeren, ende
p628
dat op
gelycken erffven. Ende indyen dat deen van beyden de partyen begeert voets
dicke te maeckene, dat sal dander partye moeten gedoogen dat men den selven
gemeynen heymuer op gelycke erve sal stellen, behoudelyck dies, dat hy nyet
meer betaelen en zal dan oft den muer maer steens dickte gemaeckt en waere.
Item, eenen
blooten scheymuer staende tusschen twee gebueren erfven, daermen geene huysen,
logien oft edificien op en maeckt, dyen mach men decken met vorsten, steenen
oft ticchelen, ende water [dwater] daeraff mach men alsdan laten vallen aen
beyden zyde.
Item. een
yegelyck mach in stede van een hoege thuyne[58],
gelinten, schutselen oft diergelycken heymingen, op synnen cost, wel eenen
scheydemuer doen maecken ende setten de selve [den selven] op gemeyne erffve,
sonder mosiergaten oft met mosiergaeten, ende[59]
beyden zyden, ende soo verre hy dyen muer stelt op gemeyn erve, soo blyft den
selven muer altyts gemeyn, ende moet daernaer ten gemeynen coste onderhouden
wordden; maer indyen die ander gebuer dyen scheydemuer namaels in eeniger
manieren wil gebruycken, loonen [looven], haecken oft yet daeraene hangen,
slaen oft vestighen, oft oock eenige edifitie daer op stellen, oft den selven
anders dan tot eene bloote heyminge gebruycken, alsdan moet hy denselven
scheydemuer half betaelen, eer hy den selven besighen oft gebruycken mach in
eeniger manieren. Soo wie syns selffs muer heeft staende op eenen halven voet
nae eens anders mans erve, die en mach door den selven synnen muer tot syns
gebueren erfve waerts egeen gaten oft vensteren maecken oft houden staende
beneden reycx, maer wel boven reycx, dwelck is ten minsten seven voet hooge
onder den ondersten dorpel vanden selven gaten oft vensteren; ende al staen die
gaten oft vensteren alsoo boven reycx, nochtans soo moet-men die sluyten ende
toemaecken met yseren geerden, vast staende, soo naer malcanderen datmen thooft
van eenen volwasschen persoone, pispodt noch dyergelycke dingen daer nyet door
en soude cunnen gesteken.
Item,
eenyegelycken mach in ende op eenen gemeynen muer, soo wel slaende tusschen
gemeyn hoven, plaetsen, erffven, als huysinghen varen,
p630
metsen,
anckeren ende timmeren, ende dyen soo hooge oprysen als hem goetdunckt, ten
waere datter bescheedt af waer ter contrarien.
Item, nyemant
en mach in eenen gemeynen muer gaten oft vensteren maken, noch oock licht daer
door scheppen tot eens anders erfve waerts, ten waere by consente ende
gedoochsaemheyt van syne gebueren mede proprietharissen zynde vanden selven
muere. Maer die op gemeyne erfve ende tot synen cost alleene eenen muer maeckt,
oft den gemeynen muer hoocht, die mach inden selven muer by hem becosticht,
gaten oft vensteren maccken ende licht scheppen boven reycx ende met staende
gelasen ende ysere geerden, die oock mogen blyven staen totter tyt toe dat de
gebuere de hellicht van dmaecken, opmaecken oft hoochsel vanden selffven vuer
betaelt, ende alsdan is hy schuldich die te stoppene. Soo wanneer eenich gebuer
eenen anderen vercoopt synen halven muer, alsdan heeft ende behoudt den cooper
van dyen halven muer oock derve vanden oisidrup, ancker hoofden, noten ende
ander gerechticheyt, die de vercooper (buyten synen muer) voorden vercoop
hadde, alsoo dat de cooper dyen muer mach gebruycken als oft hy te voren gemeyn
geweest hadden, nyetjegenstaende dat inden coop daeraf geen vermaen gedaen en
is; ten zy dat andersindts tusschen de contrahenten sy ondersproken. Nyemant en
mach eenen gemeynen muer onder noch boven beargeren, berooven, minderen, noch
clisoiren daer inne houwen oft maccken tot synder erven waerdts, sonder expres
consent van synnen gebuer, opte pene van tselve tot synder cost in synnen
jersten staet te moeten doen repareren, ende daeren boven, als onheusschelyck
gewandelt [gehandelt] hebbende gecorrigeert te wordene ter arbitragien vanden
schepenen.
Item, als in
eenen muer staen freyten oft mokergaten [mosiergateni], noten oft hoofden vande
selve mueren, van eerstmaels daerinne gemaeckt zynde, over beyde syden, oft dat
ten beyden zyden balcken ligghen inden selven muer daerinne oft door geanckert
zynde ende gevesticht, dyen muer is ende blyft gemeyn.
Item, als in
eenen muer alleen staen mosiergaeten oft freyten gemetst aen deen syde, oft
datter maer vander eender zyden op oft inne getimmert ende
p632
geanckert en
is, dyen muer behoort geheel den proprietaris toe vander erfven oft huyse daer
de mosiergaeten oft freyten waerts staende zyn, oft die alleene daerop
getimmert ende inne gevesticht is, ende dander gebuere daernaest en heeft daer
egeen recht inne, is[60]
ten waer dat hy schepenen brieven oft wettich bescheedt hadde dat hy daerinne
gerecht waere; ende [als] yemandt vastaen eens anders muer metst ende timmert,
oft alleene-lycken haeken ende dyergelycke nagelen daerinne oft aene slaet, oft
yet daerane hanght, dat en geeft hem geen recht inden selven muer, maer hy moet
die haecken ende naegelen oft becommeringen altyt af, vuyte ende ewech doen,
alst den proprietaris vanden muer belieft.
Item,
eenyegelycken behoort die erve alleene toe buyten zynen muer, soo verre als de
noten oft steenen van oudts daerinne gemetst gestaen hebbende vuytsteken ende
bewysen. Ende de sydruppen [oesydruppen] vallende van schalien oft tichelen
daecken, geven ende bewysen dat die proprietaris van. dien huyse oft erfven
heeft eenen halven voet erven buyten zynnen muer, ende van stroyen daken eenen
voedt.
Item, soo wie
op eenen gemeynen muer timmeren oft metsen wille daer geen huysen op gestaen en
hebben, die en mach zyn water oft oesdrup op syns gebueren erve nyetlaten
valle[n], maer moet boven op de muer eene gote leggen, ende dwater leyden op
zyns selfs erffve oft ter straten vuyte, ende die onderhouden tsynen coste
alleene, sonder synder gebueren schaeden oft achterdeel. Ende soo wie dat tot
synder coste eenen schreydemuer [scheydemuer] stelt op syns selffs erve, dyen
behoort den voorscreve scheydemuer alleen toe, maer wilt hy alsdan daerop
timmeren, ende syn water buyten zynnen muer laten vallen, soo moet hy soo verre
metten voorsereve synen muer van syns gebueren erfve blyven, dat hy synen
oesydrup behouden mach, te wetene, eenen halven voet buyten zynnen muer, eest
schalien oft tichelen dack, eest stroyen oft rietdack, eenen voet. Nyemant en
mach buyten zynen muer tot eens anders erve waerts eenigen oesidrup, noten,
oversprongen, hoofden noch dyergelycke affaten [aflaten] maecken oft stellen,
noch oock yet vuythanghen oft vuytsteken voorder dan zynen oesidrup oft erve
buyten den muer hem toebehoirt.
p634
Item, wanneer
eenigen muer, geleynte oft heymsele buyten loode staet ende hangende is over
eens anders erve, oft dat het dack van synnen huyse soo lanck is, dat het water
valt op eens anders muer oft erfve, dyen muer oft gelinte moet terstont gerecht
ende in syn loodt gestelt wordden, ende het dack alsoo gecort, dat het water
valle op syns selffs erfve; alle [alles] ten coste vanden genen die[n] den
muer, heymsel oft tack [dack] toebehoirdt; maer waer den muer gemeyn, soo soude
dat gedaen wordden ten gelycken coste.
Item, die syn
huys hooger maeckt dan syn gebueren huys, waeraf dat het water boven in een
gemeyn gote geloopen ende gevallen heeft, soo verre hy tselve huys hooger ryst
dan vier voeten boven de oude gemeen gote als dan en mach hy syn water oft
oesydrup niet meer laten vallen inde voorscreve gemeyn gote, maer hy.moet boven
op den muer, tsynen coste alleene, een goede custbaeren looden gote leggen ende
onderhouden, ende het water leyden over zyne erfve, soo dat hy synnen gebuere
nyet en beschadige, ende de gemeen gote, die opten gemeynen muer gelegen heeft,
eer dat hy syn huys geresen heeft, die sal hy schuldich syn te leggen, op
synnen cost, op syns gebueren dack, ende syns gebueren dack wederomme
repareren; ende de gote geleyt synde, zoo sal de gebuere schuldich zyn de selve
te onderhouden op synnen cost, ende dat sonder den cost van dander gebuere die
syn huys opgevoerdt heeft. Maer ingevalle hy maer vier voeten en ryst oft daer
onder, zal mogen syn water inde gemeyne gote blyven leydende, midts die, op
synnen cost alleene herleggende op syns gebueren dack, ende sal tot gemeynen
coste daerna de selve gote onderhouden worden. Ende ingevalle dat de gebuere
syn huys oock opvoeren wilt, maer niet soo hooge als syn gebueren opgevaren is,
soo sal hy de voorscreve gote tot synen coste herleggen, ende oock onderhouden,
ende het hoochsel van den muer dat synnen gebuer opgevoert heeft half betaelen,
maer nyet hooger dan hy dat selve hoochsel gebruykende is. Ende ingevalle dat
hy soo hooge wilt opvaeren als syn gebuere opgevaeren is, soo sal hy schuldich
syn teenemael het selve hoochsel halff te betaelen, ende sal de gote die synnen
gebuer opt selve hoochsel geleyt heeft mogen gebruyckende [gebruycken], mits de
helft betaelende, ende[61]
indyen de
p636
selve gote
daertoe bequaem is; ende indyen de selve gote moet hermaeckt worden, soo sal
den jersten opvuerder zyn gote na hem nemen, ende selen wederom een nieuw
maeken, tot gelycken coste, ende de selve oock gesae-menderhandt onderhouden,
ende het water sal synnen cours hebben gelyck het gehadt heeft al eer sy den
huysen[62]
opgeresen hebben.
Item, alsmen
tusschen huysinghen, erven oft op gemeyne mueren eenich gote [eenighe goten]
maeckt oft leeght daer te voren geen gelegen en hebben, ende van welcken goten
dwater ter straten waerdts nyet vuyt en loopt, alsdan moeten die
proprietarissen ende gebueren, dyen den muer toebehoirt. dat water van dyen
goten leyden gelyckelyck over heure erven. Wanneer partyen oft gebueren
tusschen heurder beyden huysinghe ende mueren beneden liggende hebben eene goot
oft waterloope, daerinne heure eyde oesydruppen oft water vallende is ende
geleyt wordt, die moeten die goten met goeden cleren gotsteenen [gootsteenen]
leggen, maecken ende onderhouden, ende, alst behoeft, doen ruymen, soo dat
dwater gevuechelyck vuytloopen ende synnen schenck [scheut] hebben mach, all
ten gelycken coste; behoudelyck dat, soo wanneer deen van hun beyden aen synne
zyde alleene heeft getimmert, gedeckt, gemetst oft eenige reparatie gedaen,
daeraf hy eenige daerinne geworpen oft laten vallen heeft, waerdeur dat de
gemeyn gote vervuylt oft verstopt zoude moegen syn, alsdan moet de gene door
wyen de vuylicheyt oft verstoptheyt gecommen is, de selve gote tot synder cost
alleene, voor die reyse, weder doen reynigen ende schoon maecken.
Item, een
yegelyck moet alle syn water, hoedanich dat sy, selve leyden op ende over syn
erve, daer egeen bescheedt ter contrarien af en is, alsoo dat daer nyemandt
letsel oft gebreck by en hebbe; ende die syn water van boven opter straten
wille laten vallen, moet syn gote maeckende [maecken] vutsteeckendebuyten den
huyse ten minsten vier voeten verre ter straete waerdts inne.
Item, die
synnen waterloop heeft over oft door eens anders syns gebueren huys ende erve,
die moet int gadt van synnen muere, daer dwater doorloopt, setten ende
vasthouden staende een yseren traelgie, daeraf die geerden ten minsten moeten
staen op een derdendeel van eenen duym na malcanderen, ende voor de traelgie
stellen eenen mortier, ende dat aende syde van daer het water compt.
p638
Item, nyemandt
en mach dwater van synen verckenscote oft messien laten loopen opter straten
oft inde goten oft grachten aende straten commende, maer moet die leyden ende
bedwingen te blyvene op syns selfs erve.
Item, nyemandt
en mach vastaen syns gebueren erve, tegen den gemeynen muer, eenige regen
backen, privaten, backhoven oft diergelycke dingen, daer peryckel, vuylicheyt
oft stanck afcommen souden mogen, maecken noch stellen, noch oock ashoopen,
messien, moeyerslyck oft dyergelycken vuylicheyt daertegen leggen, ten zy dat
hy tusschen beyde maecken eenen goeden dicken muer onderhalffven steen dicke,
ende den selven muer alsoo onderhoude ende beware, tot synder cost, datter
egeen schaede aff en comme, oft dat synne gebueren egeen ongerieff oft
inconvenient daerby en lyden; ende boven dyen moet hy syn privaet alsoo met
tarras doen besetten ende metsen dat tot syns gebuer erve waerts geene natticheyt
oft vochticheyt daer doore oft vuyt en comme oft en trane. Ende hadde syn
gebuer op syns selffs erve te voiren eenen bornepudt staende, die door
tvoorscreven privaet oft ander werck souden mogen word-den bedorven, soo moet
die gene die dat privaet oft andere wercken van sterfputten oft andersints doet
maecken tselve alsoo versien, dat syn gebuer in synnen borneput ende water
daeraff egeen hinder oft gebreck en cryghe, oft anders moet hy syn privaet
voute, sterfputte of ander werck weder te nieuwte te doen ende amoveren. Wie in
syn privaet oft privaethuys eenich lochtgat door syns selffs muer maecken wilt,
comende tot eens anders ervewaert, die moet dat lochtgadt stellen ten minsten
vyftien voeten hooge boven der eerden, oft andersindts soo voorsien dat de
gebueren daer egeenen stanck deur en hebben oft onvryt en worden. Wanneer
partyen oft twee gebueren hebben tsaemen een gemeyn privaedt ende voute
liggende onder der eerde, de [die] voute moegen sy gelyckelyck gebruycken, maer
soo wanneer mense ruymen oft reynigen moet, dat is schuldich te geschiedene ten
gelycken coste ende oock by behoorten [beurten], deen reyse over oft door eens
ende dander reyse over des anders erve oft huysinghe, ten waer dat eenige
voorwaerden oft contract gemaeckt waeren ter contrarien. Soo wie met synnen
gebuere een gemeen private ende voute heeft, soo wanneer die ten gemeynen coste
is gereynicht, die mach alsdan de pype oft
p640
sitstede
vande[n] selven private aen syn zyde, indyen hem gelieft, afbreken ende toe
doen metsen, sonder van zynder syden meer daer oppe te gaene oft laten gaene,
ende in dyen gevalle en derff hy daernaer egeenen cost van ruymen oft
schoonmaecken meer helpen betaelen, noch tselve privaet over oft door syn huys
oft erve laten ruymen, ten ware datter brieven af waeren ter contrarien.
Item, als een
gemeyn privaedt of voute onder deerde geruymt ende schoon gemaeckt is, dan mach
die gene diet belieft tselve privaet tot synder cost inde vouten halff toe doen
metsen ende onderschutten met eenen dichten muer, ende separeren ende splyten
die voute van malcanderen, alzoo dat elckerlyck syn privaet behouden mach op
hem selven alleen; ende tselve gedaen wezende, moet een yegelyck van hun beyden
van dan voortaen tsynen cost alleen syn privaet onderhouden, ruymen ende reynigen
alst behoevelyck is, door ende over syns selfs huys ende erve, zonder cost oft
last vanden anderen, ten waere datter beschiet af waere ter contrarien.
Item, gemeene
particuliere borneputten moeten by de portionarissen oft den genen die deel oft
acces daertoe hebben om water te halene ende te puttene, gelyckelyck huys voor
huys onderhouden, ende alle ontcosten van ketenen, coorden, eemers, rollen,
schoonmaecken ende dyergelycke ont-costen betaelt wordden elck huys even vele,
nyet jegenstaende dat deen huys der [die] helft ende dander maer een vierendeel
oft oock nyet dan synen toeganck ende gebruyck daertoe en heeft, alwaert oock
soo dat den selven bornepudt stonde op yemandts erve alleene.
Item, twee oft
drye gebueren, hebbende tsaemen eenen bornepudt, daeraf moet elck syn water
leyden ende bedwingen te loopene opt syne ende over syn erfve, ten waere datter
bescheet waere ter contrarien.
Item, dat alle
wyckputten moeten staen opentlyck opter straten tot behoeve ende geriefve van
allen den genen die daer van oudts ondergeseten ende toebehoirende zyn. Men en
mach nyemande die onder eenen wyckpudt woonachtich ende geseten is, weygeren
oft verbieden wateren aen synnen wyckput te halene, snachts ende daechs,
soovele ende dickwils alst hem belieft. Nyemandt en mach eenige huysen maecken
voor aende strate daer te voiren egeen huysen en hebben gestaen, noch vuytganck
geweest en heeft,
p642
dan by
consente vande heeren oft rentmeesteren deser stadt, metten welcken sy moeten
overcommen aengaende het voetgeterde. Nyemandt en mach maecken eenige looven
boven voor syn huys, noch beneden eenen banke oft leene stellen langer dan syn
erfve en streckt, oft voorder vuyte dan vier voeten vanden huyse, ende de
bancken oft leenen moeten alomme open ende doorluchtich zyn, dat der gebueren
gesichte daerdoor nyet en worde benommen, oft yemant ongerieff daer by en lyde.
Ende nyemandt en mach eenige bancken, kisten, voorberders oft dyergelycke dinge
voor syn huys stellen, maecken oft setten, noch oock yet vuythanghen dienende
tot synder neringe, daer zyn gebueren oft yemandt anders by soude moegen syn
verdruckt oft geinteresseert.
Item, soo wie
aende straten huysen maecken oft timmeren oft metsen wille, die en mach de
cassye nyet verheffen, soo datter yemandt deur verdruckt wordde, maer laten op
den ouden voet, ten waere met kennisse van saecken ende consente vande heeren.
Nyemant en mach syn.huys oft erve boven den ouden gront hoogen, dat syn
gebueren daer eenich gebreck af hebben oft schade by lyden souden moegen; ende
soo wie zynnen grondt hoocht, die eens anders water daer dore oft over leyden
moet, die moet tselve terstont wederomme nederen ende op synen jerstenende
ouden gront brenghen, alsoo dat dwater gevuechlycken vuytloopen ende synnen
schendt [scheut] behouden mach gelyck te voiren.
Item, als
eenighe ovenen, schouwen, furneysen, esten, stoven, smeelthuy-sen ende ander
plaetsen daermen vier stockt oft besicht, periculen [peri-culeus] syn oft
sorgelyck staen, oft oock onbehoirlyck gestelt syn, of dat daer door eenige
balcken oft ander hout werck inne oft te na liggen oft gemaeckt syn, anders
dant behoirt, dat moegen de gebueren te kennen geven den borgemeestere,
dewelcke schuldich is [die] terstont te doen visiteren by de schepenen
brandtmeesters zynde; ende indyen alsdan gebreck daerinne bevonden wordt,
moeten dat terstondt doen provideren tot versekertheyt vander stadt ende
gebueren, al ten coste vande[n] genen die dat onbehoirlyck gemaect of doen
stellen heeft.
Item, de
brandtmeesters, erfscheyders, wyckmeesters ende'putmeesters, ende elck van hun
syn schuldich den heeren borgemeesteren ende schepe-nen terstont te adverteren
als sy eenich gebrech weten aen eenighe schou-
p644
wen, ovenen,
furneysen, esten ende dyergelycke plaetsen, daermen vier stockt ende besigen
moet, sonder te verbeyden de clachten van partyen oft gebueren.
Item, een
yegelyck moet syn schouwe soo hooge maecken dat syn gebuere vande[n] roocke,
gensteren noch andersindts geen perickele oft gebreck en lyden; ende al en
hadde daer nyemandt gebreck by, soo moet hy synne schouwe maecken ende metsen
ten minsten vier voeten hooghe boven den dake. Nyemant en mach eenich huys oft
edificie afbreken oft ruymen in prejudicie oft achterdeel vanden rentieren ofte
chysseneers renten daeroppe heffende.
Item,
eenyghelyck die door eenighen ganck heeft synnen vuyt ende inganck, mach daer
vuyt ende innegaen ende ryden nacht ende dach, vroech ende spade, met
huysvrouwe, boden, familie ende peerden, ossen ende andere beesten daerdoor
vuyt ende inne stouwen ende leyden, oock alrehande goeden, waeren,
coopmanschappen, berringen ende dyergelycke vuyt ende inne doen, ende insgelycx
daer door privaten mogen doen ruymen, ten waere datter bescheedt waere ter
contrarien van datmen tselve nyet doen en mochte. Ende in gemeyne ganghen oft
daer yemandt synne servituyt aen heeft om vuyet ende in te gaen, daeren mach
nyemandt yet inne leggen, setten oft stellen dat den passanten hunderlinck
[soude moegen syn], oft [daer] deur des [den] bequamen deurganck eenichsints
souden moegen beletten[63].
Item, die
eenige bempden, weyden, landt oft bosschen heeft liggende vander straten, moet
wegen ende eenen wech hebben over derve van den genen die voor liggen, om
daerover te gane, te stouwene ende synvruchten te halene; maer dien wech moet
genommen zyn ter minsten schaede, ten naesten cante ende ter naester straten,
ten waere dat hy costumelyck ware geweest elders te wegene; in welcken gevalle
hy synnen ouden wech schuldich is te houdene; dies vermach den proprietaris
vanden gront daer hy overwecht, hem wel eenen anderen wech tsynder minder
schaeden, alsoo naer ende bequaem liggende, wysen, dyen hy sal moeten
gebruycken, nyet jegenstaende hy eenen anderen te voren gebruyckt hadde.
p646
Soo wie synnen
wech heeft door off over eens anders erve, ende beesten daer door stouwen wilt,
die moet die beesten alzoo stouwen ende hueden datse gaen ter naester [ten
naesten] velde ende ter minster schaden; ende oft [oftse] by negligentie des
hoeders oft stouwers, eenige merckelycke schaeden deden, anders dan gelyck
passerende beesten gemeynlyck doende zyn, die schaede soude die meester vande
beesten moeten betaelen.
Item, boomen
die staende syn in midden van eenige grachten, palen, hey-ningen oft gemeene
erven, syn ende blyven gemeyn, nyet jegenstaende dat deen oft dander die geplandt
mach hebben.
Item, die syn
fruyt oft oestboomen [oeftboomen] hangende heeft metten tacken over syns
gebueren erve, die moet die overhangende tacken afhou-wen, oft hy moet synnen
gebuer laten volgen de heeft van allen de vruchten die alsoo overhangende zyn,
welck den voorscreven synen gebuervan tween best gelieft.
TITEL XXXII.
PRESCRIPTIE.
Men en is naer
deser stadt recht nyet gewoonlyck te prescriberen in min-deren tyt dan van
dertich jaeren.
TITEL XXXIII.
VAN DE RECHTEN
ENDE COSTUYMEN GEHOUDE PERSOONEN AENGAENDE.
In den
jersten, die ten houwelycke wille commen, mogen, voor tsolempt niseren van
heuren houwelycke ende hen trouwen, maecken heure houwe-lycxe voorwaerde, ende
sulcke houwelycxe voorwaerden moeten stadt grypen, nyet tegenstaende dat se
gemaeckt mochten syn contrarie den stadsrechte, want by houwelycxe voorwaerden
mach men der stadt rechten derogeren. Maer een man die insolvent is ende te
houwelyck treckt, die en mach in faveur van synnen wyve egeene houwelycke voorwaerde
maecken, noch synen wyfve duwarie geven van zynne goeden, daermede synne
crediteuren souden moegen syn geprejudicieert.
Item, de man
is momboir van syn wyf ende hy mach alle heure personele actien, schulden ende
incomminghen in heuren naeme ende van heuren tweghen vervolgen, heysschen ende
defenderen, sonder procuratie oft authorisatie van synnen wyfve. Ende alle
manspersoonen gehouwet synde, mogen valide alle contracten passeren, hoe jonck
datse syn, ten ware datse der stadt kinderen gemaect waeren ende als prodigue
gepubliceert ter puyen af.
Item, vrouwe
persoonen gehouwt zynde, hoe jonck datse syn, syn vuyten momboiryen, ende en
syn onder nyemandts tutele meer dan onder de mom-boirye van heure mans alleene,
ten waere dat der [heur] mans der stadt kinderen waeren ende gepubliceert
prodigue te wesene. Ende soo geringe als man ende wyff gehouwet zyn, soo is de
man de meester vande gereede ende meubelen goeden hun beyden toebehooirde
[toebehoirende], nyet jegenstaende van waer datse gecommen zyn oft te
houwelycken gebrocht, ten waere dat inde houwelycker voorwaerden expresselyck
anders waere gesloten. Een man trouwende een vrouwe die met schulden belast is,
die moet syns wyfs schulden betaelen, al synse voor date vanden houwelycke
gemaeckt; maer een vrouwe, oft heure goeden, en syn nyet schuldich des mans
schulden te betalene, die hy voor thouwelyck schuldich was. Een man mach alle
syn selffs goeden, haeffelyck ende erffelyck, hoedanig die syn, die van synen
syden innegebrocht oft gecommen zynde [zyn], wel vercoopen, zonder aensiene van
synnen wyfve, ende oock jegen heuren dancke ende wille. Maer een man en mach
syns wyfs. onruerende goeden oft renten, erffelyck oft lyftochten, van heurder
syde gecommen, alwaert oock haefdeylige goeden, nyet vercoopen, alieneren noch
belasten, in al noch in deele, dan ten by synne, wete, wille ende consente van
synnen wyve, die de brieven daeraff selve met heuren manne moet bekennen ende
willichlycken [ende] onbedwongen passeeren voor schepenen, ende oft hy
contrarie dade, soude syn nul ende van onweerden. Maer mach een vrouwe met
eenen vrempden momboire haer gegeven
p650
metten rechte,
valide heuren man constitueren omme heure goeden in al oft in deele te
vercoopen. Een man ende vrouwe gehouwet zynde, mogen gesamenderhant alrehande
contracten passeren heurer beyden oft des eens goet van hun beyden aengaende,
die hun met vollen rechte toebehoiren, oock dotale ende paraphernal, ende allen
hun huysen, erffven ende renten, erflyck ende lyftochtrenten, ende alrehande
onruerende goeden voor schepenen vercoopen, alieneren, transporteren, terve
gheven oft impignoreren, de selve oock becommeren, belasten ende daeraf
disponeren naer heurer gelieften, ende daeraf schepenen brieven passeren ende
verlyden; welcke contracten ende verlydingen, alzoo gepasseert synde, die en
can oft en mach de vrouwe tot egeenen daeghe wederroepen oft te nieuwt doen.
Maer gehoude vrouwen en moegen egeen contracten oft voorwaerden valide passeren
dan ten bysynne ende consente van heure mans, behoudelyck dat sy, in absentie
ende sonder consente van heure mans, testaementen, codicillen ende dyergelycke
vuytersten wille wel moegen maecken ende passeren ende van heure ghoeden
disponeren, oock sonder vrempden momboir; gelyk van gelycken eenen man, in
affwesen ende vuytersten wille[64]
ende sonder consent van zyne huysvrouwe, mach testamenten ende vuytersten wille
passeren, na syn geliefte; maer en mogen malcanderen, noch deen den anderen, by
den selven heuren testamente oft dispositien geensindts prejudicieren in heuren
rechte.
Item, een
gehoude vrouwe, al is sy een coopwyff, en mach heure onrue-rende goeden oft
renten nyet belasten, vercoopen noch transporteren, dan ten bysyne ende
consente van heuren man, ten waere dat se heur inge-brochte goeden hadde
vutgewonnen, in welken gevalle sy, met authorisatie vande weth, wel in afwesen
heurs mans, zoude heur goeden moegen vercoopen oft belasten. Ende soo wanneer
eenich mans syn fugityff oft insolvent bedeghen, latiteren, oft cessie hebben.
gedaen, furieulx, simpel oft cranck van sinnen geworden zyn, ende andersindts
hen verstant nyet wel en gebruycke [gebruyckende], indyen sulcke [mans]
huysvrouwen eenige contracten oft voorwaerden valide willen passeren, soo
moeten die vrouwen by heeren borgemeesteren
p652
ende schepenen
te kennen geven die redenen waeromme, ende wat contracten sy passeren wille[n];
ende vinden die heeren tselve voor de vrouwen nootsaeckelyck oft oirboirlyck te
wezene, alsdan interponeren zy daerinne ende toe hun decreet ende consent, ende
alsdan wordden de selve vrouwen, naer volgende dyen decrete, versien van eenen
vrempden momboir, daermede zy die contracten alsdan wettelycken passeren mogen,
ende nyet eer. Een vrouwe die geen coopwyff en is, en mach egeen schulden
maecken oft contracteren daer heur man eenige prejuditie by can hebben, ten
waere van huysraede oft andere saecken die binnen de[n] huyze gecommen waeren,
daer heur man af hadde geproffiteert ende die in heurder beyder oirboir waeren
bekendt [bekeerdt].
Item, een
vrouwe, egeen coopvrouw wezende, geteeckendt hebbende eene obligatie met heuren
man, mach tselve revoceren, ende dat onderteec-kenen en is heur nyet
prejudiciabel, soo verre zy daeraff nyet en heeft geprouffiteert gehadt, ten
waere dat die obligatie wettelyck met eenen vreempden momboir gepasseert waere.
Ende voor haren man en can oft en mach een vrouwe nyet valide heur verbinden,
oft yet gelove[n] oft borge blyve[n], ten zy dat zy jerst, by consente van den
selven heuren man, versien zy, ter manisse ende vonnisse van schepenen, als
voire, van eenen vreempden momboir, die heur int passeren vanden selven
contrackte moet assisteren ende met heur dat contract bekennen inder voorscreve
manieren; ende dat doende ende gedaen hebbende, is ende wordt alsdan de vrouwe
dair vore executable gelyck een manspersoon, nyet jegenstaende dat deselve
vrouwe nyet te voiren en is gecertioreert geweest vanden effecte senatus
consulti Velleani; al ist soo datmen gewoonelyck is nu in alsulcken contracten
de vrouwe te doen renuncieren benefitie senatus consulti Velleani, ende haer
van den effecte van dyen te voren [te] waerschouwen ad abundantiorem cautelam,
ende oock nyet jegenstaende dat de penninghen, daeraf deselve schult toecompt,
nyet gecommen en zyn inde[n] oirboir vande vrouwe, ende dat sy [heur] der coopmanschap
van heuren man egeensints en heeft onderwonden, oft van synen state ende
debite[n] [niet] geweten en heeft.
Item, vrouwen,
dat geen coopvrouwen en syn, mogen alrehande con-tracten, die sy sonder
rechterlycke momboirs gedaen hebben, renuncieren ende afghaen.
p654
Maer zoo
wanneer vader en [ende] moeder gelyckelyck heuren kinderen eenich houwelyck
goet geloeven, oft om dbetaelen van dyen hen obligatien geven, oft schulden
daeromme maecken, die moet die vrouwe soo wel als den man helpen betalen.
Behoudelyck dat een stiefmoeder, alwaert oock dat sy met heuren man belooft
hadde met contracte van houwelycxe voorwaerden voor notaris gepasseert, oft
andersindts onder heur hanteecken yet met heurs mans voordochter ten houwelycke
te gevene, is alsuleke beloofte van onweerden ende en is daer vooren nyet
gehouden.
Item, een
vrouwe sittende inden winckel oft aen tberdt van heuren manne, daegelycx
vercoopende ende vuytmetende, die en wort daer deur nyet geacht oft gehouden
voor een coopwyff, noch en is in heurs mans schulde daer deur nyet gehouden.
Maer een vrouwe die, ten aensiene, wel wetene oft consente van heuren manne,
coopmanschappe doet, inne coopt ende vuytvercoopt, ende selve heure obligatien
daeraff gheeft, die wort geacht ende gehouden voor een coopwyff, ende mach
valide alrehande contracten aenghaen oft maecken ende borchtochten doen ende
geloeven.
Item, als een
vrouwe, hy wetene oft consente van heuren man, abstracten ende separaten handel
oft coopmanschap doende is, ende obligatien oft schulden maeckt, die is
schuldich selfs haer schulden te betaelene, ende is daervoor convenibel soo
verre haere goeden strecken. Ende ingevalle haere goeden nyet genoech en zy
somme de selve heure schulden te betaelen, is den man alsdan convenibel ende
gehouden de selve vuyten synnen te betaelene ende voldoene; maer de vrouwe en
is geensindts, tsy in al oft in deele, gehouden de schulden die by heurer
[heuren] man in abstracten coopmanschappen, oft by hem alleene gemaeckt syn,
van heure ingebrochte oft verstorven goeden te betalene; nochtans tgoet oft
coopmanschap vanden handel oft coopmanschap soo abstrackt, tsy byde vrouwe oft
man gedaen, metten crediten ende wasdom daeraf ende oppe gecommen, syn, ten
scheydene vanden bedde, deylbaer halff ende halff, als andere vercregen goet.
Item, een
vrouwe, zoo wanneer heur man insolvent bedegen is, soo is hy [sy] gehouden te
betaelene de helft vande huyshuere, bier broot, spyse ende dranck; ende van
alle andere schulden daer aff sy genyet ende gebruyck gehadt heeft ende die
mede in heuren oirboir zyn geconverteert, ende dat
p656
ingevalle daer
egeen van heurs mans goeden en zyn genoech om de selve te betaelene.
Item, een
vrouwe die moet betaelen die alimentatie ende thouden van heu-ren kinderen
geheelyck, al eest soo dat sy daervoor nyet gesproken noch heure obligatie
gegeven en heeft, ende dat ingevalle daer egeen goeden heurs mans en syn,
alsvoire. Ende ouders moeten hun kinderen alimenteren ende onderhouden tot dat
se hun broodt, cost ende cleederen cunnen ende weten te winnen, ende soo lange
tot dat sy sterck genoech zyn dat te doene, maer nyet langer. Maer als de
kinderen, bastaerden oft getrouwde, by legaten oft andersints, selve eenige
goeden hebben oft vercrygen om op te levene, dan en syn de ouders nyet
schuldich op heuren cost de kinderen nyet[65]
langer te alimenteren oft onderhouden. Maer moeten de kinderen alsdan voortaene
op heurs selffs goeden leven, voor soo vele als de bladinge ende proffyten
de[r] selver ghoeden jaerlycx vuytbrenghen ende gedragen, maer nyet voorder.
Item, die
kinderen moeten insgelycx heure gebreckelycke ende verarmpde ouders alimenteren
ende sustenteren, eerlyck ende taemelyck, na heur macht ende naer heuren staet,
ende dat ter ordonnantien vande weth, indyen douders dat versuecken. Ende
vaeder oft moeder moegen heure kinderen in heuren aedt ende plicht noch synde,
wel peculium oft capitael gelt geven van [om] hen neiringen tot heurs selffs
prouffyt daermede te doene, sonder die te moeten emanciperen; ende den wasdom
daeraff blyft den kinderen ende nyet den ouders.
Item, een
vrouwe willende procederen jegens haren man oft op syne goe-den, by procuratie,
is gehouden de selve procuratie te passeren voor sche-penen met eenen momboir;
dwelck oock geschieden mach in absentie van haren manne; ende indyen eenich
gehouwde vrouwe wilt procederen jegens eenen derden, en mach tselve nyet doen
sonder consent oft authorisatie van heuren man, oft, in cas van absentie oft
insolventie heurs mans, by authorisatie vande weth, met eenen momboir.
Item, een wyf
die eenen man heeft van quaden regimenten, ende die syn goeden qualyck ende
onnuttelyck verdoet oft verquitst, die mach heuren man
p658
bedwingen met
rechte dat hy heur moet versekeren van heuren goeden die sy aen hem te houwelycke
innegebrocht heeft, ende oock staende den hou-welycke van heurder syden
verstorfven oft aengecommen zyn, al waerent oock nyet dan penningen oft gereedt
gelt geweest. Ende een wyf die eenen man heeft die in overspel leeft ende met
ander vrouwen converseert, mach, aengaende der cohabitatien, van heuren man
scheyden, indyent haer belieft, ende die man moet alsdan heur alle heur
ingebrochte goeden ende die van heurder syden gecommen syn, oft de weerde van
dyen, met allen tgene dat tot heuren lyfve ende rugge toebehoirdt, laten
volgen, oock halff de conquesten ende haeffdeylige goeden, ende tot dyen ['t]
voordeel; ten zy dat by de huwelycke voorwaerde anders aengaende het deylen
vanden goeden int scheyden vanden bedde waer ondersproken. Een wyf die haer
misdraecht ende met ander mans converseerdt ende in overspel leeft, die
verbeurdt heur innegebrocht ende aenverstorven goedt, soo lange sy leeft, tot
heurs mans behoeff, ende de man machse repudieren, heur latende alle heur
daegelycxe cleederen; des moet hy syn wyf alsdan taemelyck onderhouden ende
doen alimenteren tot eeniger eerlycke plaetsen, daert hem oft der weth
goetdunckt; ende en wil sy daer nyet blyven, soo en is de man heur egheen
cleedinghe oft alimentatie meer schuldich; maer soo verre de man selve oock
oneerlyck geleeft ende overspel gedaen heeft, oft naemaels daede, 'soo moet hy
de vrouwen heur goeden laten volghen, ende moegen alsdan aengaende den gemeynen
goeden deylen als oft thouwelyk waere gescheyden oft dat sy gedivorcieert
waeren. Een man ende wyff, voor heur houwelyck, gemaeckt hebbende contract van
houwelycke voorwaerden, moeten tselve achtervolghen, sonder daeraff te gaene
ende aen [der] stadt recht hun te moghenhouden; maer moegen wel by testamente
andersints daeraff disponeren; in welcken gevalle soo moet het testament, soo
wanneer dat byder doodt is geconfirmeert, in respecte vanden aflyvigen
stadtgrypen; maer in respeete vanden lancxlevenden, nyet jegenstaende sy oock
gesaemenderhandt testament gemaeckt hadden, heeft den selven lancxtlevenden
keuse : oft hy hem houden wille aen dyentestamente oft aen de houwelycxe
voorwaerde, codicille oft donatie causa mortis, die sy gemaeckt moegen hebben.
Ende ingevalle den lancxtlevenden yet byden testamente, codicille oft donatie
causa mortis wordt gemaeckt boven tgene hem vuyt crachte vande
p660
houwelycxe
voorwaerde competeerdt, mach tselve genyeten, ten waer dat by den selven
testamente, codicille oft donatie causa mortis de houwelycxe voorwaerde
gecasseert werde; in welcken gevalle de lancxtlevende heeft keuse, als boven,
weder hy hem houden wille aende houwelycxe voorwaerde, oft aen het testament,
codicille oft donatie causa mortis. Maer man oft wyff, voorkinderen hebbende,
en moegen by houwelycke voorwaerde, testaemente, donatien noch eenigerhande
dispositien malcanderen, noch deen den anderen, yet meer geven, laten noch
maecken, direclyck noch indirectelyck, dan voor soo vele elcx gedeelte vanden
kinde in hun achter te latene goeden bevonden sullen [sal] werdden gedraegendt
[te bedraegen]; ende wat donatien, duwarien, ghiften oft legaten die man oft
wyff malcanderen meer geven oft maken, excederende een van heur kints gedeelte,
is nul ende van onweerden; ende alsdan gestaen de kinderen latende heuren
lanxlevenden stiefvaedere oft stiefmoedere met hun deylen inde achtergelaten
goeden, als oft hy oft sy mede inde achtergelatene goeden een kint waeren, ende
voorder en zyn de kinderen nyet gehouden yet te derven betaelene; dies moet
(nyet tegenstaende [t] voorschreven kintsgedeelte) deylen die stiefvader oft
stieffmoeder altyt inde conquesten ende haefdeylige goeden, ende andersindts
achtervolgende de stadtrechten.
Item, als man
ende wyf met malcanderen gesaementelyck hebben gemaeckt een testaement, dat
mach elck van hun wederroepen voor soo vele alst hun aengaet, soo wel voor als
dnaer scheyden [naer tscheyden] vanden bedde, al hadden zy oock maelcanderen
gelooft dat nyet te doene; maer wie van hun beyden binnen den houwelycken het
gemeyn testaement wederroept, sonder consent oft wete vande [vanden] anderen,
die en mach nyet genyeten noch prouffiteren van tgene dat hem dandere by dyen
testaemente heeft gemaeckt ende gelegateert gehadt, behoudelyck dat die
lancxtlevende, naer de doodt vanden jersten aflyvigen, wel andersints mach
disponeren van zynnen eygen goeden, ende oock syn legaten behouden hem byden
aflyvigen gelaten ende gemaeckt. Maer soo wanneer man ende wyff malcanderen
geven, laten oft maecken eenich hoff[66],
lant, sandt, erfrenten oft onruerende goeden, hun beyden
p662
gemeyn
toebehoirende, omme by den lancxtlevende van hun beyde synen leefdaege lanck
alleene geheel ende al gebruyekt te wordene, op conditie dat naer de doot den
lancxtlevenden dat geheel huys oft landt oft rente soude moeten toecommen ende
blyven heuren kinderen ende erffgenaemen, soo verre de lanxtlevende dat huys,
rente oft erfve alsoo naer de doodt des jersten aflyvighen ende op die conditie
aenveert ende geheel blyft besittende, dyen [die] en mach alsdan van zynder
helft daeraff nyet anders disponeren, noch tselve huys, erve oft rente in al
oft in deele vercoopen, alyeneren, belasten noch becommeren, maer moet dat in
dyen gevalle geheel laten volgen den genen die [dien] dat by der gemeyne
dispositie oft testaemente geordineert is geweest, vuyt crachte vande welcken
hy dit geheel is blyven sittende [besittende] ende gebruyckende.
Item, wanneer
ouders heure kinders eenich goet te houwelycke geven op sekere conditien inder
houwelyker voorwaerden ondersproken, alsdan en moegen die kinderen vanden
selven heuren houwelycken goeden hun by heure ouders op de [die] conditie
gegeven, anders nyet disponeren in prejuditie vanden voorschreven houwelycken
voorwaerden oft achterdeel van heure ouders. Ende wanneer in eenige houwelycke
voorwaerden gestipuleert ende vuyten selven contracten recht vercregen is eenen
derden, dat contrackt van houwelycke yoorwaerden en moegen de voorschreve
gehouwde nyet breken, casseren oft veranderen in prejuditie vanden genen den
welcken recht by der selver houwelycker voorwaerden was geacquireerdt, dan soo
verre man ende wyff by tcontract van houwelycker voorwaerden yet hebben
gecaveert oft gedisponeert van hunne eygene propre goeden tot prouffyt van een
derden; moegen dyen nyet jegenstaende tselve wel breken, casseren oft
veranderen.
Item, de
lancxtlevende van man oft wyf die int sterfhuys blyft sittende ende de goeden
vanden sterfhuyse hantplichten, moet alle de gemeyn schulden vanden sterfhuyse
betaelen, behoudelyck hem zyn actie ende verhael vanden [vander] eender helft
op derffgenaemen vanden aflyvigen. Maer een weduwe mach int sterfhuys van
heuren man blyven sittende, onbegrepen, den tyt van ses weken lanck, om binnen
dyen tyde heur te beradene oft syt sterfhuys van heuren man mede wilde [wilt]
aenveerden, ende schaede ende bate genyeten, oft dat sy tselve wille
renuncieren ende repu-
p664
dieren; dies
en mach sy nyet eenen houten lepel oft yet, hoe cleyn dattet is, versteken oft
verborghen, by heur selven noch anderen; maer blyft sy naerde ses weken int
sterfhuys zonder benefitie van inventaris oft consent vande[n] rechtere, daerna
en mach zy het sterfhuys van heuren man nyet repudieren, maer moet alle de
schulden van den sterfhuyse betaelen, alwaert dat de selve schulden
excedeerde[n] de weerde vanden goeden desselffs sterfhuys. Ende als yemant
vande pesten gestorfven is, alsdan moet thuys gesloten staen ses weken, ende
derffgenaemen en mogen daerinne nyet commen zonder oock mede de witte roede te
dragene; ende na dat [het] huys verweert is, ende naer dat [het] ses weken
opengedaen is geweest, alsdan mach de lancxtlevende daernaer int gemeyn
sterfhuys noch ses weken blyven zitten, als oft de aflyvige ten dage van der
openinge des sterfhuys ende als den stroowisch afgaet jerst gestorven waere,
omme binnen de leste sesse weken staet ende inventaris te maeckene; ende ist
een vrouwe, zoo mach syt sterfhuys, binnen dyen ses weken naer dat den
stroowisch afgedaen is, noch repudieren zonder hare schade ende sonder haer
selven inden last vanden schulden te stellene. De lancxtlevende van man ende
vrouw mach oock ses weken na de doodt des jersten aflyvigen int sterffhuys
blyven sittende, op gemeene huyshuere, ten waere dat hy eer van de kinderen oft
erffgenaem gescheyden waere; ende ingevalle aen tgehuerdt huys, landt oft
winckel eenich prouffyt te doene is, oft comen can, dat proffyt is oock
deylbaer, nyet tegenstaende wie van man oft wyff die huere alleene gedaen oft
op hem alleene doen stellen mach hebben. Ende de lancxtlevende sittende int
sterfhuys daer gereede penningen oft goeden syn, en is nyet gehouden eenich interrest
oft verloop van dyen pen-ningen oft goeden te derven gevene binnen denjersten
ses weken, noch oock daernaer, ten waere dat sy [hy] nade ses weken weygeringe
dade te scheydene ende deelene, oft dat derfgenamen daeraf naer ses weken tegen
hem hadden behoirelyck geprotesteerdt. Maer de schaede ende verlies die naer de
ses weken vande doodt des aflyvigen gebeurdt, die moet de lancxtlevende alleene
draegen ende betaelen, zoo verre hy na de ses weken inden sterfhuyse alleene is
blyven sittende in onverdeylde goeden; ten waer hy de erfgenaemen binnen den
ses weken openinge vanden sterfhuyse gedaen, staet ende inventaris behoirlyck
gemaeckt ende met hem [hen] begeert hadde te scheydene ende te deylene.
p666
Item, de
lanchtlevende van man oft wyff moet staedt ende inventaris over-geven van alle
den goeden, ende dyen gewarigen metten eedt, soo verre derfgenaemen dat
versuecken; ende indyent den erfgenaemen goetdunckt, zoo moegen zy den selven
staet ende inventharis reprocheren voorden eedt ende contradiceren ende recht
daerop verwachten; maer ingevalle derfge-naemen nyet en cunnen bewysen den
selffven staet minder oft meerder te synne dan soo den lancxtlevenden dyen
overgegeven heeft, alsdan moet de lancxtlevenden sweeren by eede als het
versocht wordt, dat hy egeene goeden, penningen, renten oft actien meer en weet
oft en heeft den sterf-huyse aengaende, oft daert sterffhuys eenichsindts inne
gerecht soude moegen syn, dan die hy byden selven staet ende inventharis
verclaert ende overgegeven heeft, ende dat hy egeene goeden, penningen oft
crediten, oft yet den sterfhuyse aenclevende verborgen, versteken, wechgegeven,
verdonckert oft verswegen en heeft, by hem selven oft anderen, in fraude vanden
erffgenaemen, ende soo verre hy naermaels yet bevonde, oft tot synder kennisse
quaeme daer tsterffhuys inne gerecht waere, oft dat den selven in al oft in
deele toebehoirde, dat hy dat terstont altyt den erffgenaemen te kennen geven
ende hem dat te goede brenghen ende tot heuren gelyck tot synnen proffyt laten
commen sal ter deylinge; ende met dyen eede moet de lanxtlevende alsdan geloove
hebben. Ende als de lanxlevende van man oft wyff over de ses weken int
sterfhuys blyft sittende, die gemeyne goeden blyft administrerende zonder
vanden kinderen oft erfgenaemen des aflyvigen te scheydene ende te deylene, die
is schuldich ende behoirdt namaels, als den kinderen oft erffgenaemen belieft,
inventharis ende staet van allen de goeden des voorscreven sterfhuys over te
gevene, als voore, ende rekeninghe, bewys ende reliqua van zyne administratie
te doene, ende voor der kinderen ende erfgenaemen helft inne te staene ende hun
daeraf te voldoen.
Item, een
lanxtlevende, blyvende sitten int gemeyn goet zonder ter pre-sentien vande
kinderen oft erfgenaemen, emmers de selve daertoe geroepen wesende,
behoirlycken staet ende inventaris te maekene, als vore, all waer hy een
tochtenaere vande goeden ende hy binnen middelen tyde, eer hy den staet ende
inventaris alsoo gemaect hadde, eenich goet cochte, vercreghe, veroverde oft
verspaerde, dat vercregen goet moet volgen voor deen helft den erfgenaemen, soo
lang tot dat den staet ende rekeninge van den sterf-
p668
huyse gemaect
is. Dies hebben derffgenaemen den keuse oft zy tsterfhuys ende goeden willen
aenveerden gelyck dat was ten daege van [de] aflyvicheyt des dooden, oft gelyck
als de goeden zyn ten tyde vande scheydinge ende deylinghe. Maer een vrouwe
repudierende het sterfhuys van heuren man, blyft ongelast van heurs mans
schulden, ende heur moeten volgen alle heure penningen, goeden ende renten, oft
de weerde vande selffven, die zy aen heuren man te houwelycke innegebrocht
heeft ende die gene die haer staende ten [den] houwelycke aengecomen syn; ende
de vrouwe heeft dyen aengaende preferentie voor alle dandre persoonen ende
crediten, hoedanich die syn moeghen, behoudelyck dat sy moet betaelen de
schulden daer sy ingehouden is, oft mede genyet oft prouffyt aff gehadt heeft.
Ende als een vrouwe sterft voor heuren man, alsdan hebben heur kinders oft
erfgenaemen, willende metter moeder oft vrouwen goeden vuytblyven, tselve recht
ende actie dat de vrouwen gehadt souden hebben indyen sy de lancxtlevende
gebleven waeren.
Item, een
vrouwe aenveerende haers mans sterfhuys ende achtergelatene goeden onder
benefitie van inventaris, en verliest daer deur haer recht van duwarie nyet,
maer blyft dyen nyet jegenstaende creditrice voor heur duwarie, soo verre zy
tsterfhuys binnen behoirlycken tyde repudieert. Ende een vrouwe die haers mans
goeden oft sterfhuys, egeen coopman geweest synde, heeft gerenunchieert, dyen
nyet jegenstaende blyft sy staende op haer actie, ende mach metten anderen
crediteuren volgen voor heur duwarie; ende dat doende heeft sy concurrentie
metten anderen crediteuren, behoudelyck den gepriviligieerden schulde[n] altyt
heure preferentie. De lancxtlevende van man ende wyff die en behoudt egeen
tocht met allen aen goeden inder stadt oft vryheyt geleghen, ten waere dat
byder houwelycker voorwaerden oft andere wettelycke dispositie de[n]
lancxtlevende de tocht gemaect ende gelaten ware.
Item, wanneer
dat tusschen man ende wyff eenige houwelycxe voorwaerde gepasseert ende
gemaeckt is, soo en mach de lancxtlevende van hun beyden egeen voordeel inde
gemeyne meubele goeden hebben oft heysschen naer der stadt recht, ten waere dat
inder houwelycxer voorwaerde expresselyc waere ondersproken, dat de
lancxtlevende soude hebben syn voordeel, oft dat de
p670
goeden daeraff
inde houwelycxer voorwaerden nyet gecaveert en is, souden gedeylt worden na
stadtrecht. Alle onruerende goeden die men noemt haefdeylingen, soo wel
ingebrochte als'verstorfven, als : huysingen, hoven, landt, beempden ende
gronden van erfven gelegen binnen der stadt oft vryheyt van Antwerpen, egeene
vuytgenommen, ende oock alle onruerende vercregen. goeden, waer dat se gelegen
zyn, syn gemeyn ende deylbaer halff ende halff als oft al gereede ende meubelen
goeden waeren, ten waer dat inder houwelycker voorwaerden tusschen man ende
wyff expresselyck anders waere ondersproken.
Item, alle
gereede goeden, tzy vercregene oft andre, huysraet, gelt, silver, gemundt oft
ongemundt, pachten, achterstellen ende incomingen van renten, huysen, landen
ende erfgoeden, ende alle andere personele actien ende crediten van man ende
wyff, syn deylbaer gelyck meubelen ende gemeyne goeden, nyet tegenstaende waer
ende tot wat plaetsen dat de debiteurs woonachtich zyn, ten ['t en] waer anders
inde houwelycxe voorwaerde ondersproken, als vore. Alle vercregene ende
gecochte goeden die man ende wyff staende heuren houwelycke winnen,
conquesteren oft vercrygen, syn gemeyn halff ende halff, nyet jegenstaende dat
deene van hun beyden alleene daerinne gegoeit is ende inde brieven genommeert
staet. Maer soo wanneer man ende wyff staende heuren houwelycke eenige renten
oft onruerende goeden vererygen, daer de man alleene inne gegoeit ende geerft
is, ende nyemandt dan hy inde vercrych brieven genoemt en staet, alsdan mach de
man staende den houwelycke die goeden wederomme alleene vercoopen, alieneren
ende belasten, indyent hem belieft, zonder aensien van zynnen wyfve. jae teghen
heuren wille ende danck; maer de vrouwe en mach dat nyet doen sonder heuren
man, alwaer zy daerinne alleene gegoeit ende geerft geweest; ende als de vrouwe
inde brieven genoempt staet, alsdan en mach die man haer deel in al oft in
deele nyet belasten oft vercoopen sonder consent van synnen wyfve. Ende na
tscheyden vanden bedde en mach de lanxtlevende van man ende wyff de vercregen
goeden, nyet jegenstaende wie dat inde vercrych brieven mach genommeert staen,
nyet voordere becommeren, belasten, vercoopen noch alieneren dan voor deen
helft, tertyt toe dat hy vande erfgenaemen des aflyvigen geheelyck ende al
gescheyden sy.
p672
Item, alle
erfrenten, erfgoeden, nyet haefdeylich, ende lyftochtrenten die man ende wyf
aen malcanderen te houwelycke gebrocht hebben oft binnen den houwelycke
verstorven zyn, soo verre die staende den houwelycke nyet en syn verandert,
gealieneert oft vercocht, soo volgen die wederomme, na de doot vanden jersten
aflyvigen, der partye ende zydewaerdts daeraf die gecommen ende gebrocht oft
gesuccedeert syn, ten waere inden houwelycxer voorwaerden andersints
ondersproken oft gedisponeert. Maer zoo verre die voorschreven erfrenten,
erfgoeden oft lyftochtrenten, by man ende wyff te houwelycke gebracht, binnen
heuren houwelycken vercocht, vertiert, oft dat de renten afgequeten waeren, hoe
wel dat die penningen wederomme bekeert wordden aen andere gelycke goeden oft
renten, nochtans zyn die goeden oft renten met die penningen gecregen deylbaer,
ende blyven gemeyne halff ende halff, ten waere dat het expresselyck anders
tusschen hun inder houwelycker voorwaerden waere bevoorwaert, want dat eens
penningen geweest syn staende ten [den] houwelycke ende deylbaer, is ende blyft
altyt daernaer deylbaer, nyet jegenstaende wat erfgoeden oft erffrenten daermede
gecocht moegen wesen. Nyettemin, als man ende wyff staende heuren houwelycke
eenige vande voorscreven erfgoeden alieneren by erfgevingen, alsoo dat sy voor
dat erfgoet renten blyven heffende, die renten volgen den genen ende ter zyden
alleene dyen dat erfgoet toebehoort heeft, soo verre die erfrenten by
erfgevinghen gecregen, ten scheydene vanden bedde alnoch is ongequeten ende
onveran-dert.
Item, als man
ende wyff eenige vande voorscreven onruerende goeden oft erven aen malcanderen
te houwelycke bringen, oft staende ten [den] houwelycke toecommen oft
aensterven, die met commeren belast syn, soo verre die commeren, renten oft
chynsen staende den houwelycke worden afgequeten oft gelost, ende den pant
daeraff ontlast, in dyen gevalle wordden die afgequeten commeren, renten ende
chynsen gerekent als conquest ende vercregen goet, alsoo dat die gene.die ten
scheydene vanden bedde synne onruerende goeden oft erfven wederomme na hem
neempt, den anderen, oft synen erffgenaemen, deen helft daeraf moet goet doen ende
betaelen, oft die helft vanden selven oft gelycken chynsen daerop assigneren
ende laten heffen ende jaerlycx ontfangen, ter quytinge toe vanden selven.
p674
Item, een man
oft wyff die, by malcanders consente, staende heuren hou-welycke, deen op des
anders erfgoeden oft onruerende goeden oft erven (die naer tscheyden vanden
bedde heur oft heuren erfgenaemen vuyt crachte vande houwelycker voorwaerden
oft andersindts wederomme alleene volgen moeten) eenige nieuwe proffytelycke
edificie maecken, oft merckelyck melioratien, volgen altyt den gronde; des moet
die gene die vanden gronde scheyt, oft syne erfgenaemen, daeraf wordden
gecompenseert vanden eenderhelft; maer maecken sy eenige edificie jegens elcx
ander [anders] consent, oft andere voluptueuse edificien, na hun genuchten,
daeraf en valt geen compensatie.
Item, man ende
wyff die staende heuren houwelycke des eens oft des anders onruerende goeden
oft erven belasten met renten oft commeren, ende de brieven daeraf gelyckelyck
voor schepenen oft weth passeren, die belastingen moet gemeyn gedragen worden,
in sulcker vuegen, dat die gene van man oft wyf die de onruerende goeden oft
erfven toebehoiren, oft hun erfgenaemen, gestaen midts draegende deen helft
vande voorscreve vercochte renten, ende dander moeten hem deen helft vander
voorscreven belastinghen afdoen oft daer tegen compenseren tot zynen
contentemente. Ende als de [des] mans oft wyfs onruerende goeden voor
thouwelyck met renten oft chysen belast zyn, daerinne en is de lancxtlevende
nyet gehouden voordere dan inden achterstel die staende den houwelycke is
verschenen, behoudelyck soo verre die belaste goeden haefdeylich zyn, ende de
lancxtlevende deen helft daeraf wille deylen ende behouden, soo moet hy oock
deen helft van allen de commere daerop staende metten verloopen draegen ende
betaelen.
TITEL XXXIV.
VAN
TESTAMENTEN.
Inden iersten,
eenyegelyck mach van synne eygenen propren goedenhem met vollen rechte
toebehoirende disponeren, ende de selve geven, laten ende maecken by testamente
den ghenen oft [de] ghene diet hem belieft, zoo verre diese gegeven, gelaten
ende gemaeckt syn, habil syn om tgelt [tgoet] te moegen ontfangen.
p676
Behoudelyck
dat ouders die wettige kinderen hebben, die moeten de kin-deren heur legittime
vry laten, ten waere dat sy redenen genoech hadden omme die te onterven.
Item, een
geproclameerde prodigue ende stadtkinderen en moghen egeen testaement maecken
dan by consente vande weth, oft by consente vande momboiren oft curateuren hun
gedeputeert ende geordonneert; maer hun huysvrouwen moegen wel valide testeren
van heure goeden, sonder eenige authorisatie oft decreet, niet jegenstaende de
proclamatien ende prodigaliteyt van heuren mans.
Item, nyemant
en mach disponeren van leengoeden zonder octroy vanden hertoge van Brabandt oft
consent vanden leenhouwer [leenheer][67]
daeraf dat leen gehouden wordt.
Item, ab
intestato oft by testamente ende andere vuytersten wille wordt opden
erfgenaeinen de proprieteyt ende eygendom getransfereert van den inmuebelen
ende onruerende ghoeden die hun achtergelaeten syn. Desgelycx, soo wanneer in
specie eenige immeubelen oft onruerende goe-den by testaemente oft codicille
wordden gelegateert, de proprieteyt van dyen wordt geacquireert den legataris
naer doverleverige [doverleveringe] vanden brieven byden erfgenaemen oft
executeuren den salaris [legataris][68]
gedaen.
Item, de
kennisse vande solempniteyten vande testaementen competeert den geestelycken
hove; maer legatarise ende andere, willende ageren vuyten testaemente oft
andersindts tot betaelinge van heuren legaten, moeten dat doen voorde weth van
Antwerpen. Ende alle executeurs van testaementen moeten de kerckrechten,
legaten ende schatschulden betaelen, ende mogen daer voor binnen jaers naer de
doot vanden aflyvigen geconvenieert wordden ende tot datse rekening gedaen
hebben ende gescheyden zyn van heurder executeurschappen, ende daernaer nyet.
Item, een
persoon die executeur ende oock testaementelycken momboir
p678
van kinderen
gemaeckt en, geordineert wordt, die mach den last van der executien wel
aenveerden sonder de testaementelycken momborye mede te moeten aenveerden, maer
wanneer hy expresse de tutele testamentaire eens heeft aenveert, soo moet hy
die voirdane blyvende exerceren sonder die te moghen renunchieren.
Item,
erffgenamen, indient hen belieft, mogen den executeuren heur legaet betalen
ende selve den last vander executien aenveerden, midts stellende cautie
suffisante voor schepenen vande legaten ende vuytersten wille te voldoene
binnen tsiaers, ende van te betaelene allen de schulden van den sterfhuyse,
ende dat de executeurs, ter saecken van legaten,- schulden oft testamentelycke
dispositien, nimmer meer en selen wordden gemolesteert; in welcken gevalle soo
moeten dexecuteurs blyven vuyten sterfhuyse ende den erfgenaemen tgoet laten
volghen.
Item,
dexecuteurs ende testamentelycke momboiren zyn schuldich, alst versocht wordt,
van allen weerlycken persoonen sterfhuysen, daer eenige weeskinderen inne
gericht zyn, te doene wettelyck rekening voor schepenen vande stadt, ten waere
anders byde [n] testamente geordineert ende expresselycken verboden; moeten
nochtansin allen gevalle dexecuteurs ende testaementelycke momboirs binnen den
tyt van ses weken naer daflyvicheyt vanden testateur maecken eenen behoirlycken
inventaris ende staet van allen de goeden byden aflyvigen achtergelaten, nyet
jegenstaende dat ter contrarien gedisponeert waere.
TITEL XXXV.
VAN
SUCCESSIEN, SCHEYDINGHEN ENDE DEYLINGEN.
Inden iersten,
soo wanneer yemandt aflyvich geworden is, soo worden synne erfgenaemen ab intestato
gehouden ende gesaiseert in allen de goeden des aflyvigen, haefelyck ende
erffelyck,. ruerende ende onruerende, hoedanich die syn, gelegen binnen der
stadt ende vryheit van Antwerpen, ende oock in alle de crediten ende personele
actien, waer dat die gelegen zyn, in sulcker vuegen dat derfgenaemen ab
intestato, zoo wel inde collaterale successien als inde rechte linie, elck naer
rate dat hy ab intestato daerinne gerecht mach zyn, blyven inde possessie die
de selve aflyvighe binnen zynen levene gehadt heeft, sonder eenige interruptie,
als oft sy rechterlyck [daer]
p680
inne waeren
gemainteneert, ende sonder dat van noode zy dat derfgenaemen ab intestato
eenige andere actuele possessie daeraf nemen, nyet jegenstaende dat by
testaementen, codicillen, donatie oft dyergelycke ordonnantien andersindts
waere gedisponeert, ende dat d'executeurs, de geinstitueerde erfgenaemen oft
legatarisse[n], wie dattet ware, vier, vyf, ses oft meer maenden daeraf
contrarie possessie genommen ende de achtergelaten goeden oft renten
gepossesseert hadden; maer ingevalle de contrarie waere gedisponeert by
houwelycke voorwaerde voor schepenen gepasseert, soo soude de saisine cesseren.
Ende man ende wyf van allen gemeynen goeden hebben[69]
gelycke possessie, gelyck elck van hun heeft besundere possessie van synne
eygene goeden, nyet jegenstaende dat dien een [dat d'een] van hun beyden acte
possessoir geuseert oft die goeden gehandelt heeft. Ende wanneer die
lanextlevende oft geinstitueerde erfgenamen dat versoecken, de erfgenaemen ab intestato,
die hun willen doen saiseren ende stellen in possessie vande achtergelatene
goeden, moeten stellen cautie voor de selve goeden, van die te restitueren,
metten costen ende, schaeden, soo verre tselve bevonden werdt te behoirene. Soo
wanneer dat man oft wyf, gehoudt synde, aflyvich wordt, weder hy oft zy kindt
oft kinderen achter laten oft nyet, des aflyvigens erfgenaemen succederen
terstont naer syn doodt inde goeden byden selven aflyvigen achtergelaten, ende
moeghen derfgenaemen des aflyvigen terstondt na de doodt commen ende blyven int
sterfhuys desselfs aflyvigen, voor deen helft, als in heur propre eygene
goeden, tot dat se gescheyden zyn; ende soo verre het den erfgenaemen des
aflyvigen belieft, soo moet den lancxtlevenden verstaen tot scheydinge ende
deylinge terstont naer de ses weken dat deerste aflyvige gestorven is geweest;
maer dyen tyt van ses weken mach de lancxtlevende blyffven int gemeyn
sterfhuys, metten erfgenaemen des eersten aflyvigen gesaementlyck, indyent den
lancxtlevenden belieft.
Item, in
successie heeft ende grypt representatie stadt, ende succedeert men in stirpes
et non in capita, in sulcker vuegen, dat derfgenaemen ende descendenten, soo
wel in collateraele successie als inde rechten tronck, altyt staen moeten inde
plaetse van heuren ouders oft predecesseurs, hoe verre datse
p682
oock syn
gedescendeert, ende de neven, pronepoten, ende andere descen-denten moeten heur
legittime vry houden als oft hun ouders oft overouders noch leefden.
Item, ouders
en succederen nyet heuren kinderen sonder oir gestorven synde, soo verre tkindt
andere persoonen heeft geinstitueert, ten waere dat sy des behoefden; in
welcken gevalle souden sy hebben van den achtergelatene goeden heurs kindts hun
legittime; gelyck tkindt in synder ouders goeden souden [soude] moeten gehadt
hebben. Maer vader ende moeder succederen heure kinderen ab intestato van
heurder syden, ten waere dat de kinderen vander selver syden hadden brueders,
susters oft brueders oft susters kinderen, oft andere descendenten van dyer zyde
gecomen synde; ende derfgoeden niet haefdeylich, ende erffrenten in wesene
zynde onverandert, volgen altyt ter syden alleene daerse aff gecom-men syn.
Item, als
persoonen die heylige geest proven hebben ende die als aelmoes-sen genyeten,
sterven,dan volgen hun achtergelaeten goeden halff den heyligen geest ende
halff den erffgenaemen. Ende als personnes die heylige geest proven hebben ende
daertoe voirts byde aelmoesseniers onderhouden worden, sterven, aldus [alsdan]
volgen hun achtergelaeten goeden half den heyligen geest ende half den
aelmoesseniers, ter armen behoeff.
Item,
persoonen die alleene byde aelmoesseniers wordden onderhouden, alse sterven,
tgene dat sy achterlaeten blyft den armen. Derfgenaemen vanden aflyvigen
blyvende in een sterfhuys ende aenveerdende de goeden vanden aflyvigen, oft hun
simpelyck dragende als erfgenaem van den dooden, sonder beneficie van
inventaris oft decreet vanden rechter, die moeten alle schulden ende lasten
vanden sterfhuyse betaelen, alwaert dat de schulden ende lasten vanden selven
sterfhuyse verre excedeerde[n] de waerde vanden goeden desselfs sterfhuys. Ende
de crediteurs moegen convenieren voor heur crediten den lancxtlevenden alleene
oft eenich vande erfgenaemen alleene, wie dat hun belieft, ende altyt elcken een
voor al; dies heeft de geconvenieerde syn regres ende verhael op syne mede
erfgenaemen ende consoirten vanden sterffhuyse. Ende kinderen oft erfgenaemen
willende in eenich sterfhuys commen deylen, soo verre de lancxtlevende oft
andere mede erfgenaemen dat versuecken,
p684
moeten
sufficiente cautie stellen eer sy yet deylen oft aenveerden vanden sterfhuyse,
van te betaelene hen paerdt van alle de schulden endc lasten van den selven
sterfhuyse.
Item, derfgenaemen
vanden dooden, weder sy de haeffelycke gereede goeden mede deylen oft nyet, of
al eest soo dat de gemeyne schulden ende lasten des sterfhuys excederen de
waerde van de gereede goeden, soo verre sy hun erfgenaemen draegen willen
vanden dooden ende die onruerende goeden mede deylen willen, die moeten altyt
theuren laste ende cost alleene betaelen alle kerckrechten, offranden, missen,
exequien, legaten, sepulture ende waschlicht vanden dooden, insgelycx de costen
vander vuytvaert, vije, xxxen ende jaergetyde, met oock den sarcke van [den]
grave ende des daertoe behoirt, zonder des lancxtlevende[n] cost oft last; maer
die maeltyden vanden lyckhuyse, spyse. wyn ende dranck, ende des binnen den
huyse verteert wordt, dat moet den lancxtlevende deen helft ende de erfgenaemen
dander helft gelyckelyck betaelen; maer een yegelyck die rouwcleederen draegen
wille, die moet die vuyt synnen borssen ende tot syns selfs cost betaelen; wel
verstaende, soo verre de lancxtlevende van man oft wyff na heur doodt oock begeren
onder den selven sarck begraeven te wordene. oft dat derfgenaemen dyen
lancxtlevende onder den selven sarck doen begraeven, indyen gevalle moeten
derfgenaemen des yerst aflyvigen deen helft vanden selffven sarcke betaelen
ende restitueren. Ende de crediteuren moeten, voor alle legaten, costen van
vuytvaerden ende exequien, te vollen betaelt wordden, behoudelyck datmen den
doode ten laste vande goeden des sterfhuys alleene mach taemelyck doen
begraeven, zonder meer ten coste of in prejuditie vande crediteuren yet te
betaelene oft te doen doene.
Item, wanneer
vaeder oft moeder, oft over ouders heuren kinderen oft kintskinderen eenich
houwelyck goet geven, alt selve houwelyck goedt moeten de kinderen naer de
doodt van heuren ouders ter gemeynder dey-lingen vanden anderen kinderen
innebringen, oft soo lange stille staen tot dat danker [dander] kinderen
daertegen verleken zyn, al waert oock soo dat daeraf inder houwerlycker
voorwaerden nyet en waere eenich vermaen gedaen geweest.
p686
Ende wanneer
vader ende moeder gelyckelyck heuren kinderen eenich houwelyck goet geven, soe
wanneer deen vande ouders sterft, alsdan en derff dat gehouwet kint, in
respecte van syn bruers oft susters, dat houwe- lyck goedt maer half ter
collatien bringen, ende gestaet midts dander helft ierst innebringen [-de] na
de doodt vanden lancxtlevenden van vaeder oft moeder, ten waere dat andersints
ware bevoorwaert ende gedisponeert. Item, kinderen, in respecte vande
lancxtlevenden van vaeder oft moeder, moeten int sterfhuys des iersten
aflyvigen, voor allen deylingen, confereren ofte innebringen alle tgene hun ten
houwelycke gegeven is geweest. Ende kinderen, houwelyck goedt gehadt hebbende
van heuren ouders oft overouders, moegen met heuren houwelycken goeden blyven
vuyten sterfhuyse van heuren ouders oft overouders, indyent hem belieft, ende
dat doende en derfven nyet confereren, oft en syn in die legaeten, exequien
noch schulden van heure ouders nyet gehouden.
Item, oft
ouders eenige van heuren kinderen soo veele te houwelyck gae-ven, dat de andere
heure kinderen luttel oft niet van heuren ouders en souden behouden oft hun
succederen, alsdan mogen de andere kinderen de gehouwde kinderen bedwingen met
rechte, nyet jegenstaende dat sy met heuren houwelycke goeden vuytblyven ende
de sterffhuysen van heure ouders repudieren willen, dat sy, in respecte vande
anderen kinderen, moeten innebringen hun houwelyck goedt by tgene dat de ouders
achterge-laeten hebben, oock al en hadden de ouders geen goet achtergelaeten
boven hun schulden ende lasten overschietende, ende vuyt dyen houwelycksche
ende achtergelaten goeden vande ouders gesaementlyck moeghen de ongestelde
kinderen nemen ende behouden hun legittime, al en waerder oock nyet anders
overgeschoten dan thouwelyck goet; maer de vrempde crediteuren en hebben tegen
de gehoude kinderen heurer ouders sterfhuys repudierende, egeen actie, ten waer
dat bleke, dat de ouders, in fraulde van heuren crediteuren, hun tselve
houwelyck goedt gegeven hadden.
Item, in cas
van scheydinge en [-de] deylinge moeten derfgenaemen vol-gen de costuyme ende
usantien van der plaetsen daer daflyvige hun [zyne] fixe domicilie ten tyde van
zyne aflyvicheyt was houdende, alwaert oock dat syn hert elders gebroken waere.
Ende alle erfrenten ende erfgoeden nyet haefdeylick wesende, in wesene synde
onverandert, moeten geheelyck volghen ter syden waert van daer die
p688
gecommen zyn;
maer alle haefdeylige, vercregene oft veranderde goeden, haeve ende erven,
moeten volgen deen helft den erfgenaemen vande vaederlycke seyden, ende dander
helft den erffgenaemen vande moederlycken syden, soo dat, ingevalle daer heel
broeders ende half broeders syn vanden tweeden bedde, de heel broeders, als
representerende de vaederlycke ende moederlycke syde, hebben de helft vanden
achtergelatene haefdeylige, conqueste ende muebele goeden, ende in dander helft
deylende met heur half broeders hooftsgelycke. Ende als daer geheel ende halff
broeders zyn van meer ende diversche bedden, hebben al die vande vaederlycke
zyden metten geheelen broeder deen helft, ende die vande moederlycke syde
metten voorscreven geheelen broedere dander helft ende deylen
hoofthooftsgelycke, als voire.
Item, alle
erfgoeden, erfrenten ende onruerende goeden worden gedeylt tusschen de
erfgenaemen naerder plaetsen recht daer onder datse gelegen zyn.
TITEL XXXVI.
LYFRENTEN.
Lyfftochtrenten
die ouders coopen opte lyfven van heure kinderen, syn deylbaer gelyck de ander
achtergelatene goeden, dies mach die gene tot wyens lyfve de lyftochtrente
staet, de selve lyfrente alleene behouden, indyent hem belieft, midts
verlyckende zynne andere bruers ende susters daer jegen van alsoo vele als den
prys vander gecochter lyftochtrenten bedraecht. Ende wanneer ooms, moeyen oft
andere vrienden oft maegen eenige lyftocht renten coopen ten lyfve van heuren
nichte ende neven, oft oock van eenige vrempde, die egeene necessaire
erffgenaemen in hun achtergelaten goeden en zyn, die lyftochtrenten volgen ten
lyfve alleene daer die op gecocht syn, ten waer dat de coopere daeraf int
coopen hadde gereserveert synne dispositie ende dyen naer volgende andersindts
daeraf hadde gedisponeert; ende al hadde de coopere int vercrygen vande
lyftochtrenten syn dispositie daeraf gereserveert, indyen hy daeraf nyet
expresselyck anders en disponeert, alsdan moeten de lyfftochtrenten volgen ende
blyven den lyfve alleene daer sy op staen ende nyemant anders.
p690
Als eenighe
lyftochtrenten gecocht worden met gemeyne penningen van weeskinderen, nyet
jegenstaende datse meer op des eens lyff gecocht staet [staen] dan op des
anders, soo moeten nochtans die lyftochtrenten gedeylt wordden gelyckelyck als
dander gemeyne goeden. Ende wanneer tusschen kinderen oft erfgenaemen de
gemeyne lyftochtrenten gedeylt syn, ende de selve bevallen te deele anderen
kinderen oft erfgenaemen dan den genen tot wyens lyfve die staende syn, alsdan
en heeft die gene tot wyens lyfve dat de rente[n] staet [staen] daer egeen
recht meer aene, maer volcht [volgen] den genen dyen datse aengedeylt syn ;
ende sterft hy voorden pensionaris, soo volcht die rente zynnen kinderen oft
erfgenaemen, soo lange den pensionaris leeft, ende nyet den selven pensionaris,
al ist dat die rente staende blyft op syn lyff alleene.
Item, alle
lyftochtrenten moeten betaelt wordden van halven jare tot hal-ven jare, al en
maeckten de constitutie brieven daeraf egeen mentie; maer thalf jaer daerinne
de pensionaris sterft, daeraf en ismen niet schuldich yet te betaelene, alwaert
dat de pensionaris ierst storve opden selven dach als thalff jaer vande
lyftochtrenten vallende is, ten waere dat die pensionaris noch leefde naer der
sonnen onderganck van dyen daeghe, in welcken gevalle soude men syne
erfgenaemen dat halff jaer oock moeten betaelen. Nyemandt en derff langer
blyven met synnen mede erfgenaemen oft deel-hebberen in gemeyne onverdeelde
goeden, huysingen oft erven, dan hem en belieft, hoe lutteldeels hy inden
selven goeden, huysen oft erven heeft, maer mach begeren scheydinge ende
deylinge altyt alst hem goetdunckt, ende indyen den pandt gevuechlyck deylbaer
is sonder verbaelmonden oft merckelycke schaede vanden portionarissen.
Ende soo
wanneer yemandt eenich paert oft deel heeft in een huys, hoff, erve oft ander
onruerende goeden, die men nyet gevuechelyck tot prouffyte en can gescheyden
ende gedeylen, ende by [hy] syn helft oft gedeelte begeert te vercoopene, soo
verre dander portionaris oft portionarisen nyet mede vercoopen, maer heur
deelen daeraf willen behouden, alsdan moeten die gene die hun deelen daeraf
niet vercoopen en willen, hoe vele gedeelten oock sy daerinne moegen hebben, den
portionaris oft portionarissen, die hun deelen willen vercoopen, hun paert ende
portie daeraff afcoopen, tot sulcken pryse als sy des met malcanderen cunnen
overcomen; oft en connen zy des nyet eens geworden, soo mogen die genen, die
hun deelen nyet ver
p692
coopen en
willen, tgeheel goet, huys oft hoff, den anderen, die hun deelen vercoopen
willen, setten te gevene oft te nemene voor eenen sekeren prys, ende alsdan
heeft die gene die vercoopen wille, keuse oft hy syn deel naer advenandt
daeraff van dyen gesetten pryse den setteren laten, oft dat hy hen deelen daer
voore aenveerden ende betaelen wille. Ende indyen zy tselve alsoo nyet setten
en willen te geven oft te nemen, alsdan moeten die gene, die hen deelen nyet en
willen laeten vercoopen, consenteren dat men tgeheel huys, goet oft erve doe
ter vrydaechs merckt, ende dat men alsdaer vercoope ten hoochsten verdierene,
ten lancxsten met vier vrydaghe, ende met voorgaende vuytroepinge ende
vuytbellene eenen yegelycken even naer; ende aldaer moegen die portionarisse
soo wel hoogen, verdieren ende coopen gelyck een vrempde, indyent hun belieft;
ende soo verre die gene, die hun deelen daer aff begeert hebben te houdene ende
de hoochste ende leste verdierders nyet en syn, noch den palmslag daeraf
ontfangen oft doen ontfangen en hebben, soo mogen zy, als portionarisen, de
naeste daeraf syn, indyent hun goet dunckt, ten waere dat sy, naer tvercoopen,
dyen coop hadden geapprobeert, oft dat zy de lyfcoop daeraf hadden helpen
drincken sonderhun gelach ende verteerde costen betaelt oft doen betaelen te
hebben.
Item,
persoonen min dan vyventwintich jaeren oud synde, egeen momboir hebbende, ende
gemeyn goeden hebbende met meerder van jaeren, ende geprovoceert zynde tot
partaegie, mogen scheydinge passeeren by decrete vande weth ende authorisatie
van borgemeesteren ende schepenen, in presentie van commissarissen by de weth
daertoe gedeputeert, ende blyven die scheydingen alsoo gepasseert van waerden.
TITEL XXXVII.
BASTAeRDEN.
Item, bastaerden
en moegen nyet testeren sonder octroy vanden heere, ten waer dat se hadden ende
levende achterlicten wettige kinderen. Ende die bastaerden goeden volgen den
heere, behoudelyck het houwelycx goet, oft de weerde van dyen, dat de ouders,
vrienden oft maeghen den bastaerden te houwelycken gegeven hebben, dat volcht
ende blyft wederom den ouders oft erffgenaemen vanden genen diet hebben
gegeven.
p694
Maer simpele
bastaerden ende hun wettige descendenten succederen in haerder moeder goeden,
ende oock inden rechten opgaende[n] struyck oft linie vander moederlycker zyde,
maer nyet in collaterale successie. Ende de goeden van getrouwde ende wettige
kinderen gecommen synde van bastaerden, stervende sonder wettich oir, volgen
den erfgenaemen ende nyet den heere.
Item,
overwonnen bastaerden in houwelycken state vercregen, religieuse oft geordende
persoonen kinderen, en succederen in [der] moeder goeden nyet, noch oock
opwaerdts inder rechter linie vanden moederlycken syden. Ende de ouders en
mogen overwonnen bastaerden, georderde religieusen noch priesters kinderen
egeene erfgenaemen institueren noch eenige legaten maecken, anders dan heur
bloote alimentatie.
Item, een
vrouwe synde ongehouwet, mach heur kindt geven sulcke vae-ders alst haer
belieft, ende is by haeren eede geloof[t] te sweerene wie den vaeder vanden
kinde is; soo verre nochtans de man, die[n] zy tkindt aen-sweeren wilt, bekent,
oft dat de vrouwe can doen blycken dat hy met haer te doene gehadt heeft;
dwelck oft de vrouwe nyet en can bethoonen, mach den man hem alsdan daeraf
purgeren by eede, dat hy de moeder nyet bekendt en heeft, ende is alsoo vanden
kinde ontslaeghen.
Item, een man
die aen een meysken oft vrouwe een kindt gemaeckt heeft, moet heur geven, van den
tyde aff dat sy levende kint heeft gedragen, elcx daechs eenen stuyver, ende
voor heur kinderbedde gelt xxx schellingen brabandts, ende van den tyde eerse
levende [kint] heeft gedraegen eenen halven stuyver daechs, ende voor den
maechdom sestien guldenen. Ende een man is schuldich zyn bastaert kindt
taenveerden, te houden ende alimenteren, dies mach de moeder altyt de naeste
syn van heur selffs bas-taerdt kindt te houdene voor een vrempde, soo verre zy
dat kindt houden wille op heur selffs cost, oft om alsulken loon als een
vrempde daeraf hebben zoude; ten waere dat de vaeder sufficiente redenen hadde
ende die thoonde, waeromme die moeder dat kindt nyet en behoirde te houdene.
p696
TITEL XXXVIII.
VANDE
TOCHTENEERS.
Item, een
tochtenaer oft tochtenersse, die eenighe huysen oft onruerende goeden besidt,
is schuldich de goeden tonderhouden in goeden custbaren gereecke, dichte,
drooge van wande, dake, vensteren, deuren, borneputte, ende alle nootelycke
reparatien, ende indyen hy daerinne gebreckelyck valt, moegen die
proprietarisen hem dat metten rechte doen cusbaerlyck repareren, soo dat
behoirt, ende indyen, by faulte van reparatien ende onderhoudinge eenige
schaede gebeurde, dat moet de tochteneer syn achtergelaten goeden oft
erfgenaemen goet doen, ende de betochte goeden den proprietarisen leveren ende
laten volgen in goeden taemelycken gereecke. Ende de tochteneer en mach de
betochte goeden nyet langer verhueren dan soo lange hy leeft. Ende indyen
eenich betocht huys oft edificie verbrande oft ruineerde, sulcx dat daer geheel
nieuw werck ende edificie toebehoefde. daeraf moet die proprietharis de stoffe,
steen, calck, houdt al verhouwen ende bereydtsynde, leveren opten gront, sonder
des tochteneers cost; ende ingevalle de proprietharis, daertoe versocht synde,
dat weygerde te doene, soo mach de tochteneer, by consente vander weth, den
betochten grondt daer voren belasten soo vele als de voorscreve materie ende
stoffe costen soude; maer de tochteneer moet de wercklieden ende voirts alle
dachhueren betaelen om dwerck te volmaecken, sonder des proprietaris cost; ende
oft de tochteneer tselve nyet doen en wilde, soo mach de proprietharis dwerck
selver doen maecken, ende de voirscreven huysingen ende erfven aenveerden,
midts gevende de[n] tochteneer de helft vander hueren oft prouffyten daeraff
voordaene jaerlycx commende: oft wille den proprietaris den betochten pandt
alsdan selve gebruycken, soo moet hy den tochteneer betaelen syn leefdaegen
lanck de helft van dat de goeden oft huysingen voorden brandt oft dirutie ter
hueren gegouden hebben oft souden hebben mogen gelden, daeraf alsdan den keuse
competeerdt den proprietaris; wel verstaende, dat douden commeren ende chysen
die voor de tocht vuyte voorschreven goeden gaende waeren, altyt eerst aende
weerde vande voorscreven betochte goeden afgetrocken moeten wordden.
p698
Ende oft
eenich betocht waterlandt oft dycklant inondeerde ende gront-gaten vielen,
daeraf moet die proprietharis deen helft ende de tochteneer dander helft
betaelen van den dyck opte maeckene tot verschens toe, ende tot dat hy is in
syner behoirlycker hoochden; ende indyen de tochteneer tselve nyet doen en
wilde, moet de proprietaris dat alsdan selve alleene betaelen. Ende alsdan
blyft de tochteneer versteken van voorderen tocht aen tselve landt te houdene.
Maer indyen aenden dyck niet te repareren en zyn dan buyten brexemen,
overvallen, sluysen, hoofden oft sluys vlieten te graenvene [graevene] metten
bruggen, alwaert datter een nieuw behoefde, dat moet die tochteneer, willende
syn tocht behouden, selver betaelen.
Item, een
tochteneer moet alle de commeren ende chynsen die vuyten betochten goeden
gaende waeren voor date vande tocht, jaerlycx betaelen, sonder cost oft last
vanden proprietaris, ten waere dat de tocht hem op andere conditien waere gelaeten
ende gemaekt; ende oft de tochteneer tselve niet en dede, maer de rente oft
chyse liete oploopen sonder te betaelen, sulex dat de rentieren daerop
procedeerden by leveringe oft anders [andere] recht voirderinge oft evictie,
voor tgebreck heurs achterstels, alsdan mach die proprietharis de betochte
goeden beschudden ende selve aenveerden ende syn prouffyt daermede doen, totter
wylen ende tyt toe den selven proprietharis vanden achterstellige renten, die
hy betaelt sal hebben, metten costen, schaeden ende interresten van dyen sal
wesen gerembourseerdt.
Item, een
tochteneer en mach egeen oostboomen [ooftboomen] moch andere opgaende houten
oft boomen vuyt doen, affhouden oft vercoopen, noch oock bosschen, stroncboomen
noch dyergelycke vormen[70]
houwen dan op heuren gerechten tyt ende sy en syn ten minsten ses jaeren oudt,
noch oock de selve opgaende boomen voorder rueren oft daerane commen noch
sleunen dan den fasseelmesse toebehoirdt.
Item, als een
tochteneer selve het betocht goet bedryft ende gebruyckt, alle de vruchten ende
berringen die afgehouwen, gemaeyt, gepickt ende in huys gedaen zyn voorde doodt
vande[n] tochteneer, behoiren zynne erffge-naemen alleene toe; maer de vruchten
ende houwasschen die nog staen int eerde, oft oock die gepickt, gemaeyt oft afgehouwen'
syn opden grondt
p700
sonder in huys
gedaen oft in myten gestelt oft andersindts vanden grondt gedaen te wesene, die
behoiren den proprietaris toe; dies moet den proprietaris alsdan den
erfgenaemen vanden tochteneer betaelen de costen die vanden saeyen, picken,
maeyen oft houwen vanden vruchten oft houte noch opt velt liggende betaelt syn.
Ende als een tochteneer het betocht huys, lant, hoff oft erve verhuert heeft,
ende tselve by pachteren oft huerlingen gebruyckt wordt, alsdan volgen
derffgenaemen vanden tochteneer allen de voorschreven'[verschenen] pachten,
hueringen ende achterstellen, die voorden sterfdach des tochteneers sterft[71],
soo verre hy aflyvich is voor dondergaene vander sonnen, oft die naer syn doodt
ierst verschynen selen, die volgen geheelyck ende all den proprietarisen,
sonder dat derfgenaemen des tochteneers naer rate vande tyden daer inne mede
moegen paerten oft deelen.
TITEL XXXIX
VAN CESSIE,
HOEMEN DIE NAER DOUDE COSTUYMEN VAN ANTWERPEN PLEECHT TE USEREN EER DAT DAER OP
BY ORDONNANTIEN VAN KEYSERLYCKE MAIESTEYT WAS BY PROVISIEN VERSIEN.
Item, naer der
stadt recht, en plege nyemant cessie te moegen doene hy en moeste jerste ses
weken lanck opden Steen voor syn schult gevangen geseten hebben, ende daernaer
moesten [moest] hy alle de crediteuren doen daegen, omme hem cessie te sien
doen ende syn goeden taenveerden. Item, de crediteuren allegader gedaecht synde
ende comparerende, oft nyet, soo verre die crediteuren oft eenige van hun niet
en consten bewysen dat die debiteur fraudulentelyck hadde gewandelt ende
gehandelt int maecken van synne schulden. alsdan werde gewesen voor een
vonnisse: soo verre die debiteur dorste leggen handt op heyligen ende sweeren
dat hy egeen gelt, goet oft substantie en hadde oft en wiste hem toebehoirende,
om syn crediteuren te betaelen, ende dat hy alle synne goeden, actien ende
crediten te voorschyn gebracht ende overgegeven hadde tot behoeff synder credi-
p702
teuren, sonder
dat hy yet daeraf hadde versteken, verdonckert, verborgen oft achterwaerts
gehouden in frauede van zynne crediteuren, by hem selven oft andere, in eeniger
manieren, dat hy oock nyemandt ter weirelt en wiste te vindene die voor hem
borge blyven wilde oft geloofte doen omme synne crediteuren te contenteren.
ende dat hy voordaene syn vuyterste beste doen soude om syn broodt te winnenen,
ende ingevalle hy yet conste veroveren boven synne nootsaeckelycke montcosten
ende onderhoudinge, oft dat hem by successie oft andersindts yet toequame oft
gegeven werdde, oft dat hy by eenighe middelen tot beter fortuynen quaeme, dat
hy dat alte saemen altyt synne crediteuren souden laten hebben ende volgen
totter volder betaelinge toe van heuren crediten, etc., dat alsdan, dyen eedt
gedaen zynde, de debiteur soude van dan voortaene ontslaegen syn vander hachten
daer hy inne geseten hadde; dies soo souden de crediteuren hem mogen selve
aenveerden ende gevangen houde [houden] naer heurder belieften, settende den
selven boven der eerden ondert dack, dichte ende drooge, gevende hem wateren
ende broodts genoech, ende ooick stroos genoech omme opte liggene, doende hem
aene tusschen knyen ende cnoesselen soo vele ysers als hun goetdachte, zonder
wee oft seer te doene, in sulcker vuegen nochtans dat synne vrienden, maegen
oft andere hem altyt binnen sonnen schyn mochten begaen ende bestaen, ende soo
verre die crediteuren hem alsoo nyet en aenveerden oft houden en wilden, dat hy
alsdan, doende den voorscreve[n] eed, souden zyn ende blyven ontslegen vander
hachten. Ende ingevalle dat bevonden werdde dat nyemandt [yemandt] die cessie
gedaen heeft ende zynnen eedt gedaen, als voire, yet heeft versteken oft
verborgen, by hem selven oft andere, in frauede vande crediteuren, werdt
gecorrigeert als een dief.
Item, wanneer
yemandt cessie gedaen hebbende draecht eenen gevoeder-den tabbaerdt oft cleedt,
het sy met pelteryen, met wullen oft syden laec-kenen oft andere doublure,
hoedanich die syn, die voederinge moegen de crediteuren, indient hun belieft,
hem altyt afnemen ende vercoopen tot voldoeninge heurs credits; insgelycx, ingevalle
hy meer geldts heeft dan twee schellingen grooten, dat moegen die crediteuren
altyt aenveerden in betaelinge, als voore.
p704
Item, die
crediteuren van een die cessie gedaen heeft, moegen oock aen-veerden alle synne
successien, legaten, donatien ende al dat hem toecom-men mach, by wat titule
dattet sy, soo lange tot dat sy te vollen betaelt syn, vuytgesteken zyn
alimentatie ende synnen verdienden arbeyts loon. Is te noteren, dat costuymen
der voorscreve stadt van Antwerpen hebben plaetse ende sorteren effeckt over
ende in alle de bancken vanden quartiere van Antwerpen ende alle andere onder
de stadt ten hoofde commende oft onder hen [haer?] hooft vonnissen sorterende,
ten waer dat de selve bancken eenige particuliere rechten oft costuymen hadden
ter contrarien. Ende daer men hier tAntwerpen egeene besundere costuymen,
ordonnan-tien oft statuyten af en heeft, is men gewoonelyck int wysen te
achtervolgen ende hem te reguleren naer de gemeyn geschreven rechten. Ende
stont aldus: Vuyt last van Myne Heeren schouteth, amptman, borgemeesteren ende
scepenen collegialyck vergadert synde, is dit by my secretaris onderscreven, op
heden den xxi july, anno 1570; ende was onderteeckendt:
J. VAN
ASSELIERS.
Accordeert met
syne originale, onderteeckendt als boven:
Geteekend : H.
DE Moy.
[1] D'après le
manuscrit signé par le secrétaire H. DE Moy, reposant aux archives de la ville
d'Anvers.
[2] Lisez :
Behalvens, comme dans les coutumes imprimées, titre IV, art. 4.
[3] Lisez: tot op eenen anderen sekeren gelegenen dach, comme dans les coutumes de 1545, t. I, art. 2.
[4] Lisez: ende aldaer en doe.
[5] Le mot gevangen,
abusivement répété, a été souligné par le scribe pour indiquer son erreur.
[6] Lisez: vanden gevechte.
[7] Lisez: alles op
soenbrake, etc., comme dans la coutume de l'an 1545, t. III, art. 27, p. 162,
où il y a : al op soenbrake, etc.
[8] Lisez: genechten.
[9] Lisez : om die te
evincerene ende vuyt te winnene, comme dans les coutumes imprimées, t. XXIX,
art. 1.
[10] Ces mots sont
soulignés dans le manuscrit.
[11] Lisez: oft
iemandt vande Henze steden; les coutumes imprimées ont: van de Henze steden,
oft van Portugael, des villes hanséatiques, ou du Portugal.
[12] Lisez: bekeerdt,
comme dans les Antiquissimae, t. II, art. 41, p. 148, et dans les Impressae, t.
XX, art. 4.
[13] Dans les coutumes
de l'an 1545, titre III, art. 9, et dans celles imprimées, titre XXI, art. 10,
il y a moeten.
[14] Dans les coutumes
de l'an 1545, titre III, art. 9, et dans celles imprimées, titre XX, art. 10,
il y a comen.
[15] Dans les coutumes
de 1545, titre III, art. 6, il y a : ghevende daer aff daenleggere den heere
syn recht, et dans les coutumes imprimées, titre XX, art. 11 : ghevende daer af
d'aenleggher ende clagher den heere syn recht; les Compilatae, 7e partie, titre
VI, art. 10, ont aussi: daenleggere ende clager, c'est-à-dire, le demandeur et
plaignant.
[16] Lisez willende.
[17] Kieersluyden; les
coutumes Impressae, ainsi que les Compilatae ont respectivement: kies-luyden et
kieslieden, termes de même signification. Kiliaen, Etymologicum, a: kiers-lieden, hol., zeland., arbitri et
reconciliatores sive pacificatores, praecipue in homicidio.
[18] Kiersinge,
coutumes Impress : kiesinghe, Compilatae: kieslieden.
[19] Gebonde, liées;
coutumes imprimées et Compilatae: gevoude, jointes.
[20] Coutumes
imprimées : by den arbiters, et Compilatae : by de goede mannen.
[21] Il y a
bermhertelyck dans les coutumes imprimées, mais les Impressae ont aussi
bermherticheyt, comme ici.
[22] Il faudrait: over
de soenbrake ende vredebrake, mais on peut lire aussi: over de soenbrekers ende
vredebrekers.
[23] Lisez, d'après
les coutumes imprimées: is de moetsoender.
[24] Lisez: van werden houden.
[25] Lisez: noch zoo
langhe, comme dans les coutumes imprimées, t. XXVII, art. 25.
[26] Coutumes
imprimées, t. XXVI, art. 28 : recommanderen oft beswaren.
[27] Lisez: versteken,
comme dans les coutumes imprimées, t. XXVIII, art. 12.
[28] La fin de cet
article a été rectifiée d'après l'art. 12 du titre IV des coutumes
Antiquissimae.
[29] Lisez : moet,
comme dans la coutume de 1545, t. IV, art. 25.
[30] Lisez: van te rechte te staene.
[31] Lisez:
onverlooft, comme dans la coutume de 1545.
[32] La coutume
imprimée, tit. LXV, art. 11, porte: hypothecarisse crediteuren.
[33] Ibidem: niet en derven.
[34] Lisez: dattet syn,
comme dans les coutumes imprimées, tit. XXXVII, art. 11.
[35] Coutumes
imprimées, tit. XXXVII, art. 2 : Hier sweer ick.
[36] Lisez : soo wye,
ou so wie, comme dans les coutumes Antiquoe et dans les coutumes imprimées.
[37] Lisez: ende daerna stede vast.
[38] Coutumes
imprimées: van officieren van justicie.
[39] Lisez: bancken
recht, comme dans les coutumes dites Antiquissimae et dans les coutumes
imprimées.
[40] Le mot oft doit
être supprimé, comme dans les coutumes dites Antiquissimae et dans les coutumes
imprimées.
[41] Lisez: Item,
comme dans es coutumes dites Antiquissimae
[42] Les coutumes
Antiquissimae, t. IX, art. 44, ajoutent tsamen.
[43] Lisez: met hen,
avec elles, ou plutôt met haer, avec elle. Cet article est la reproduction de
l'art. 2 du titre VI des Antiquissimae, et l'erreur provient de ce que ce
dernier article commence par le pluriel: eenighe vrouwen persoonen, tandis que
celui que nous avons sous les yeux commence par le singulier: een vrouwe
persoon, et que le scribe aura confondu les deux articles.
[44] Lisez : van den
rentier, comme dans les Antiquissimae, t. VI, art. 68.
[45] Il y a ici
non-sens et contradiction dans les termes; nous croyons devoir lire : allen
anderen schepen-, laethen- oft mannebrieven ten landtrechte, etc., comme dans
un article analogue des coutumes Impressae t. LXVI, art. 47; ou, peut-être,
faut-il lire: oft mannebrieven buyten Antwerpen, etc.
[46] Lisez: opten
proprietaris oft heure medepanden, comme dans les coutumes Antiquissimae, t.
VI, art. 25.
[47] Lisez: vindt,
comme dans les coutumes de l'an 1545, t. VI, art. 48.
[48] Lisez: Item,
comme dans les coutumes de l'an 1545, t. VI, art. 35.
[49] Les coutumes imprimées, tit. XXX, art. 7, disent: als dan staen de verwerderen op hen geheel, alors les défendeurs sont en leur entier.
[50] Lisez: in sulcker
vuegen, soo wie, comme dans les Antiquissimae, t. VI, art. 15.
[51] Lisez : hy
derre, ibid., art. 16.
[52] Les coutumes
imprimées, tit. LIIII, art. 1, portent: op schepen oft coopmanschappen ter zee
ende te lande, texte que nous avons cru devoir suivre dans la traduction.
[53] Le mot ende ne se
trouve pas dans les coutumes imprimées, tit. LIII, art. 4, et n'a pas de raison
d'être ici.
[54] Il faut ajouter
ici: achter blijft, comme à l'art. 7 des coutumes imprimées.
[55] Ajoutez
d'asseureur, comme dans les coutumes imprimées.
[56] Le mot chys
paraît devoir être supprimé.
[57] Dans notre
manuscrit, ces quatre derniers mots commencent l'article qui suit, mais ils
appartiennent évidemment à l'article qui précède. Nous les y avons restitués,
d'accord en cela avec les coutumes imprimées, tit. LX, art. 52 et 55.
[58] Lisez, comme dans
les coutumes imprimées: van een hage, thuyne.
[59] Lisez: over,
comme l. c.
[60] Le mot is doit
être supprimé.
[61] Le mot ende doit
être supprimé; cf. l'art. 48 du tit. LXII des coutumes imprimées.
[62] Lisez: henne huysen; comme dans les coutumes imprimées, tit. LXII, art. 48.
[63] Lisez: dat den passanten hinderlyck soude moegen syn, oft daer deur men den bequaemen deurganck eenichsints soude moegen beletten.
[64] Les mots ende
tuyterste wille, doivent être supprimés; cf. les coutumes imprimées, t. XLI,
art. 25.
[65] Nyet est de trop.
[66] Dans les coutumes
Antiquissimae et dans les Impressae, il y a: eenich huys, hoff, etc., comme ici
même, quelques lignes plus loin.
[67] Lisez: van den
leenheer, comme dans les coutumes dites Impressae, titre XLVI, art. 9.
[68] Dans les coutumes
imprimées, titre XLVI, art. 11, il est dit: t'sy dat de brieven ende t'
bescheet vande onroerende goeden by den erfghenamen oft executeuren DEN
LEGATARIS overgelevert is, oft niet, c'est-à- dire, soit que les lettres et
titre des biens immobiliers aient été ou non remis au légataire par les
héritiers ou exécuteurs.
[69] Lisez: ende man ende wyf hebben van allen gemeynen goeden gelycke possessie.
[70] Lisez vornen ou
vorlen; v. la note p. 360.
[71] Lisez: die voor den sterfdach des tochteneers gevallen syn ; maer de pachten oft achterstellen die vallen opten dach als de tochteneere sterft, etc., comme dans les coutumes Antiquae, titre XIII, art. 69, p. 360.