COUTUMES DES SEIGNEURIES DE STEYNOCKERZEEL ET HUMELGHEM.
Coutumes de Brabant. Quartier de Bruxelles. - TOME II.
p 114
COUTUMES DES SEIGNEURIES DE STEYNOCKERZEEL, ETC.
TEXTE[1].
Costuymen der heerlykheden
van Steynockersele ende Humelghem.
Eerweerdige, wyse ende seer
voorsinnighe heeren, myn heere den cance-lier ende heeren van den raede der
Conincklijcke Majesteit gheordonneert inBrabandt, eer, dienst ende reverentie.
1. Naer dien dat, van weghen
ons genadighs heeren des Conincx, totSteynockersele ende Humelghem, op den 4en
mey 1570, ghepubliceert endeuytgelesen ware gheweest seker placcaert der
Conincklijcke Majesteyt, onsenghenadighen heere, verleent ende ghemaeckt op 't
overbrengen van decostuymen van rechten, diemen nu tegenwoordelijck in alle
vryheden endedorpen sijn [is] houdende ende observerende, soo sijn wy, Jan van
Ophem,Antonius van Lare, Sebastiaen Verbiest, Michiel vander Vorst, Hendrickvan
Hamme ende Daniël van Noenhoven, als schepenen der heerlijckhedenvan
Steynockersele ende Humelghem vergadert gheweest, ende [hebben] in't langhe
ghevisiteert d'inhouden van den voorschreven placcaerte, ende omdien volgende
te obediëren ende te effectuëren, voor sooveele als in ons [is],declareren wy
mits desen:
2. In den eersten, dat de voorschreven
heerlijckheyt van Steynockerseleis toebehoorende mijn heere den prince van
Salmona [Sulmona], by successievan sijne ouders, die de selve beleent hebben
teghen onsen ghenadighenheere den Coninck, op rachapt, hebbende de hooghe,
middele ende leeghejurisdictie; ende nopende de costuymen, is te weten, eerste,
etc.Nota dat den 3en, 4en ende 5en artikel niet en is behelsende dan
salarisen,worden daerom alhier ghepasseert.
6. Item, in ghevalle dat
partyen soo verre procederen, dat sy, volgendeheure procedure, recht oft
appoinctement versuecken, ende dat by onsdaernaer tusschen partyen gegeven wort
appoinctement interlocutoir oftoock vonnisse diffinitif, ende daer worde
gheappelleert, soo is costuymeende oude herkomen, dat wy sulcken processen
overdraghen voor mijnheeren den schepenen der hooft-banck van Uccle, als voor
ons competenthooft, heure residentie houdende tot Brussel.
7. Item, is costuyme by ons,
dat alle lothinghen, scheydinghen ende
p 116
deylinghe van alle
erf-goeden, ende van alle roerelijcke goeden onderdeser heerlijckheyt
sorterende, van ouden tijde, ende voor ons alnochghehandelt wort [worden] naer
den Uckelschen rechten, waertoe wy onsgheheelijck refereren ende tot onsen
voorschreven hoofde, want mijneheeren die schepenen van Uccle de selve rechten
wel behooren onder tehebben.
8. Item, den 8en artikel is
inhoudende alleenelijck de salarisen compe-terende de meyer, schepenen ende
clerck, als de erf-goeden sorterende endesubject sijnde onder de voorschreven
heerlijckheydt verhandelt worden,ende daer beneffens, dat alsulcke erf-goeden
worden uyt-gewonnen metdagen op wettige rekeninge, naer den Uckelschen rechten
voor verletterenten. ende ter causen van heerelijcke gront-chynsen
evinceert-men, mets'dinghs [ghedinghs(?)] rechte van vierthien dage tot
vierthien dagen, degronden van erven erffelijck uyt.
9. Anders, eerweerdighe
heeren, noeh breeder en weten wy, schepenenvoorschreven, nopende de costuymen
van de goeden onder de heerlijckheytvan Steynockersele subject sijnde, volgens
den voorschreven placcaerte, teverclaeren noch te dirigeren by geschrifte, ende
alsoo ons, ghelijck voor-schreven staet, geheel reserveren[2]
totten rechten van Uccle, daeronderde erf-goeden; chynsende onder den heere van
Steynockersele, respectivesijn ghelegen ende resorterende.
10. Item, nopende de eygen
goeden, die geleghen sijn onder de prochievan Humelghem, ende nu resorterende
onder Steynockersele, mits der belee-ninghe voorschreven sorteren by
appellatien onder de thol-camere vanVilvoorden, ende daernaer voor de
erf-laeten van de thol-camere ons ghena-dichs heeren des Conincx tot Brussel,
tot welcken rechten wy schepenenende eygenoten ons referen.
11. Item, aengaende de
criminele saken, verclaeren wy, dat de [den] heerevan Steynockersele,
over-midts de hooghe heerlijckheydt, competeertjusticie crimineel sans rachapt,
ende onder den dorpe van Humelghem oplossinghe, volghens de beleeninghe by den
selven heere aen sijn ConincklijckeMajesteit; ende inghevalle voor ons eenige
sake crimineel gemoveert wierde,souden wy ons in dien ghevallen reguleren naer
den lant-charteren, blijde
p 118
incompsten ende placcaerten
in den lande van Brabandt ghepubliceert, endevoorts by ons alsdan te handelen
van dry daghen tot dry daghen de sakencrimineel, ende oock volghende de
confessie by den delinquant ghedaen.Eerweerdighe ende seer voorsinnighe heeren,
anders noch breeders enweten wy, schepenen voorschreven, volgende den
voorschreven plac-caerte te describeren noch te verclaeren, dan ghelijck
hiervoren gheruertstaet, ende dien volghende hebben wy Peeter vander Reest,
onsen gheswo-ren clerc, geordonneert dese onse verclaringhe te onderteeckenen,
ende't welck ick, hieronder geschreven, ter ordonnantie als boven, gheerne
ghe-daenhebbe, op den 1en junij 1570.Ende was onderteeckent: PEETER VANDER
REEST.