COSTUIMEN VAN HET HERTOGDOM BRABANT
DEEL 1
WILLEM VAN DER TANERIJEN
BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT
DEEL I
Eg. I. StrubbeBOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT
PROHEMIUM DES BOECX VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT
Ter eeren Gods almachtich, die alle dingen weet te schicken nae zijnen
gebenediden godlijcken wille, goedertierenheyt ende genaden die ongemeten is,
ende oic ter liefden, gunsten ende beden van u, mijnen lieven zoene Andriese van
der Tanerijen, die geerne, soe als ghij een leeck persoen sijt ende der scholen in
uwer joncheyt qualijc gade geslagen hebt, wat gevuelens ende smaecx soudt willen
hebben in uwer moederlijcker duytscher talen, van der loopender practijken der
weerlijcker rechten, eensdeels na den stijl, usancie ende loop van desen goeden
lande van Brabant ende andere van herwairts over, ende dat met gescrifte, te
dijen eynde dat ghij, mijn lieve zoone, die geen clerc en sijt, te nairder mocht
weten onrecht met recht te wederleggen, het waire in aenleggers oft verweerders
stat, soe eest dat ick, Willem van [der] Tanerijen, uwe vader, als oitmoehich raidt,
des nochtans niettemin onweerdich zijnde, des hoogeboren vermoegende vorsten
ende princhen heeren Kaerls, bij der gracien Godts hertogen van Bourgoingnen,
van Lothrijcke, van Brabant, van Limborch, van Lutzemborch ende van Gelre,
graven van Vlaenderen, van Artoys, van Bourgoingnen Palatijn, van Henegouwen,
van Hollant, van Zeelant, van Namen ende van Zutphen, marcgrave des Heylichs
Rijcx, heeren van Vrieslant, van Salins ende van Mechelen, mijns genadigen lieven
heeren ende princen, ende als die minste ende cleynste van zijnen edelen Raide
geordineert in Brabant, voir mij genomen hebbe uuyt vaderlijcker liefden ende
gunsten u mijnen lieven zoone, navolgende uwer hertelijcker begeerten, wat
fundaments ende goets verstants der weerlijcker rechten ende der loopender
practijcken derselver in onser duytscher talen bij desen boecke te bescrijven, soe
ic dat eensdeels in der hooger ende weerdiger Raidtcameren van Brabant, bij
tijden des eerweerdigen heeren meester jans L'Orfevre(1), wijlen presidents ende
(1) Jan l'Orfèvre, alias Aurifabri, geboren in het bisdom Arras, studeerde de rechten te
Leuven (1429) waar hij hoogleraar en rector (1434) was. Opvolgendlijk requestmeester en raadsheer
van de Grote Raad van de hertog, werd hij voorzitter van de Raad van Luxemburg en van 1462-1467 kanselier
van Brabant. In 1467 werd hij door Karel de Stoute gewoon raadsheer en op 17 December 1469
voorzitter van de Raad van Brabant benoemd. Hij overleed in 1476.
2 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
cancelliers van Brabant, hebbe sien hanteren, soe anderssins uuy diverssen
sommen der loopender practijcken ende boeken van recht hebbe gecolligeert ende
genomen.
Ende overmits dijen dat in allen weerlijcken hove ende gerichte geordineert om
justicie ende recht te doen, gemeynlijc ende regulairlijc zijn III personagien, te
weten een aenlegger, een verweerder ende een richter, die den partijen recht doen,
na tale ende wedertale, soe sal ic dit boeck deelen in drije deelen ende tractaten.
In den iersten deele ende tractate, sal ic tracteren ende spreken van den
aenlegger, hoe hij zijn recht beginnen sal, hoe hem trecht onffangen oft niet
onffangen en sal, wat actien oft aensprake dat hij intenteren ende voirtstellen sal,
ende hoe hij die articuleren ende formeren oft sluyten sal, ende hij die int
gescrifte stellen ende dienen sal.
In den anderen tractate ende deele, sal ic tracteren ende spreeken van den
verweerdere hoe hij, comparerende voir recht, hem dragen sal, wat uuytstelle dat
hij nemen sal, wat excepcien hij proponeren sal, hoe hij int principael hem
verantwoirden ende litiscontesteren sal, hoe hij die bij gescrifte articuleren, formeren
ende sluyten sal, hoe men die getuygen bij den commissarijsen eeden, overhooren,
ontfangen ende examineren sal, hoe men brieven ende andere munimenten ende
mandementen produceren sal, hoe men dairtegen reprochen, contradictien ende
salvacien geven sal, ende hoe men ten sloote bij den partijen renuncieren, sluyten,
concluderen ende trecht begeeren sal.
In den derden deele ende tractate van desen boeke sal geseet wordden van den
heeren van den Raide, als opperste richters van desen goeden lande, hoe zij schuldich
zijn hen te quijten ende goede expedicie van justicien te doene, hoe zij die getuygen
ende getuygenissen overhooren selen, hoe zij die enqueste ende dat proces visiteren
sullen, hoe zij heur vonnissen ende appointementen geven selen, in wat vuegen men
dairaf appelleren ende raformatien begeeren sal, ende hoe men tgewijsde metten
costen, dair partijen inne gecondempneert wordden, executeren sal.
Item, ende hoewel dat men in den iersten deele oft tractate in diverse capittelen
veele punten bevijnden sal gescreven staen, die den verweerdere alleen ende den
richtere alleen aengaen, ende alsoe schuldich wairen ende behoeven soude elc int zijne,
oft in den IIen oft in den IIIe tractaete, geset te zijn, desgelijcx in den IIen tractate
tgeene dat in den iersten oft derde tractate soude behoiren, insgelijcx in den IIIen
tractate dat in den iersten oft IIen sculdich waire te staene, soe sal nochtans den
lectoer van desen gelieven dat in den besten te interpreteren, want dat gelaten wort
om te verhueden arbeyt van vele suekens ende omslaens van bladeren, ende oic omdat
in vele saken die materie van den aenlegger metter materien van den verweerdere
oft van den richtere connex zijn ende so nae bijeencomen, om wel ende clairlijc
verstaen te wordden, dat oft zij altijt preciselijc geschieden ende elc soe besneden
van den anderen besundere tractaet geset wordden, dat dat groote donckerheyt ende
confusie in den verstande der materien dicwijlen soude innebrengen. Ende ick,
Willem van der Tanerijen voirscreven, bidde oetmoedelijc allen dengeenen die dit
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. PROHEM. 3
lesen selen, dat zij int geene dat wel sal staen mij niet begrijpen en willen, ende van
des zij bevijnden selen overtollich, te luttel oft min dan wel gedaen, dat zij dat in
caritaten, sonder begrijp, guetelijc beteren ende corrigeren willen, hen voirt biddende
dat zij mij niet qualijc afnemen en willen, dat ic mij gevoirdert hebbe dit in duytsche
talen te hebben gescreven, want mij die gunste ende vaderlijcke liefde tot mijnen
lieven zoone, Andriese voirscreven, dairtoe verwect heeft, hoepende ontwijfelijc dat
alle leecke personen die dit boeck leesen selen, te meer geneyght selen wordden huer
kijnderen ter schoolen te seynden, ende die keyserlycke ende andere gescreven rechten
in den universiteyten te doen studeren om alsoe doctoren ende clercken van rechte te
mogen wordden.
HIER BEGINT DAT IERSTE DEEL OFT
TRACTAET VAN DESER PRACTIJCKEN
Iste CAPITTELE
VAN DEN ONDERSCHEYDE DER RECHTEN ENDE COSTUMEN
In den iersten, suldij weten dat eenen iegelijcken, eer hij in recht treedt, wel
betaemt ende van noode is te weten wat een gerichte is, wat justicie is, wat recht
is, wat jurisdictie is, wat costume is, wat usagie is, [wat] stijl ende gemeyn
heerbrengen is; ende dairom sal ick hier van elcx wat gewagen.
[1] Wat een gericht is.
Item een gericht, in latijne geheeten iudicium, is een wettich werck van III
personen, te weeten des richters, des aenleggers ende des verweerders. Ende al
mogen ennige gerichten sijn, dair dese III personagien niet en zijn, als in den
gerichten van ennigen generalen wairheyden ende besuecken oft in den gerichten
van ennigen specialen wairhayden, inquisicien ende besueken, dair geen aenleggers
noch verweerders en zijn, mair wordden die wairheyden ende besuecken gedaen
uuyt officien van den richter, als op een kennelijcke crieme oft misdaet, dair geen
accusateur en behoeft te zijne, nochtans, want fame oft infamie schuldich is te
gaene voire dat besueck (a) ende inquisicie, soe vervult ende volveurt die fame, dairop
dat die inquisicie ende besueck (a) gedaen wort, die stad van den principalen
aenleggers. Hoewel nochtans dat in den gerichte bijwijlen intervenieren ennige
personen in de stad van den principalen aenleggers oft verweerders, als zijn een
procureur, een executeur, een persoen die conjunct is eenen anderen van bloede,
een momboir, een curateur, een economus, een sindicus ende dijergelijcke, die
geen principael en zijn, insgelijcx intervenieren wel in den gerichte ennige personen
die noch aenleggers noch verweerders en zijn, mair helpen alleenlijc die sake oft
proces beleyden, als zijn advocaten ende greffiers, notarissen, tabelioenen die de
acte van den hove bescrijven, dair hiernae breerder af gescreven sal wordden.
(a) besueck, in hs. : bersueck, verbeterd uit : versueck.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 1. 5
[2] Wat iudicium is.
Item, ende om eygentlijck (b) te weten wat iudicium is, soe is iudicium niet
anders dan een investigacie ende ondersueck dat nae ordene van recht, een richter
doet bij verscheiden manieren, om die wairheyt te weten, ende die geweeten zijnde,
die te behueden ; ende is alsoe veele te seggen iudicium als een defensie ende
verhail van den saken voir den rechter.
[3] Onderscheyt tusschen iudicium ende arbitrium.
Item, ghij sult weten dat groot onderscheyt is tusschen iudicium ende arbitrium;
want iudicium is alsoe wel eene discussie van den criminelen als van den civilen
stucken ; ende arbitrium is alleen een discussie van civilen saken.
Item, iudicium wort van nootswegen ende rechtsdwange aengegaan, mair
arbitrium wort moetswillen aengegaan.
[4] Wat iudicium contradictorium is.
Item, iudicium contradictorium is als die aenlegger ende die verweerdere
contrarie zijn in hueren voirtstelle van rechte oft van costumen oft fayten.
[5] Wat iudicia capitalia zijn.
Item, iudicia capitalia zijn geheeten die gerichten ende oerdeelen, dair een
mede verloren heeft zijn leven oft euwelijc zijn lant, opte verbuerte van zijnen lijve.
[6] Wat iudicia publica zijn.
Item, iudicia publica zijn van openbairen, enormen misdaden, dair elc mensche
af mach accuseren, als zijn die misdaet van gequetster hoogheyt, geheeten in latijne
crimen lese maiestatis, van moorde, van straetroven, van vrouwencrachte ende
dijergelijcke, dairaf dat elcken van den volcke bij den rechten wort gegunt die
executie.
[7] Wat iudicia privata zijn.
Item, iudicia privata zijn diegeene d[i]e civijlijc wordden getracteert ende
geintenteert.
[8] Wat iudicium crimineel is geheeten.
Item, ghij sult weten dat in den rechten altijt dat iudicium wort geheeten
crimineel, als deynde dairaf tendeert tot baten van der gemeynder welvairt, dats
ten voirdeele ende proffijte van den heere fiscael, hetzije dat die peyne dairaf zije
van den lijve oft lede oft van penningbreucken, dats peyne van gelde.
(b). eygentlijck, in hs. met 16e eeuwsche hand verbeterd uit: properlijck.
6 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTTJKEN
[9] Wat iudicium civile is.
Item, dat iudicium wort geheeten civil als deynde tendeert tot baten ende
beternissen van der partijen huer beclagende.
[10] Wat justicie is.
Item, justicie is eenen gestentigen, onsterffelijcken, ewijgen wilie, meyninge,
affectie ende opset elcken te geven ende te laten dat recht dat hem toebehoirt, alsoe verre
als dat in ons is, dats te weten, te laten elcken zijn weerdicheyt, als Gode onsen scepper
ende verlosser dancbairheyt ende religie, den ouders eere ende gehoirsaemheyt, den
oversten, hoofden ende prelaten reverencie ende onderdanicheyt, onsen gelijcken vreede
ende eendrachticheyt, onsen minderen ende ondersaten discipline ende guetelijcke
leeringe ende verweckinge tot duegdelijcken wercken, ons selven castidinge ende
wackerheyt om die geboden Gods te houden ende zijn verboden te vlieden ende
in der caritaten ende vreese tot Godewairts te leven, ende den armen menschen
hantreyckinge ende met almoesen ende compassien bij te staene nae onsen vermogen.
[11] Wat recht is.
Recht wort geheeten in latijne ius, ende is te seggenne, dat bevel oft ordinancie des
oversten, des princen oft des heeren over sijn ondersaten, ende te doene justicie alsoe
wel den armen als den rijcken, den ombekenden als den bekenden, ende dat die richter
in allen vonnissen God voir oogen hebbe, ende dijen meer ontsien ende beduchten dan
den mensche. Ende als dat bevel ende ordinancie van Gode coempt, soe is dat geheeten
ius divinum, dats godlijc recht ; alst van der natueren coempt, soe worddet geheeten
ius naturale, dats natuerlijc rehct (sic) ; ende als dat van den menschen coempt, soe wort
dat geheeten ius humanum vel ius positivum vel civile, dats geset oft gescreven recht
oft der menschen recht.
[12] Welcke geboden van recht zijn.
Het zijn principalijc III geboden des rechts, te weten, eerbairlijc ende tamelijc
leven, niemenden te verongelijcken oft te vercortene ende eenen anderen tsijne te
gevene.
[13] Van veele manieren van rechte.
Het zijn veele manieren van rechten, te wetenne natuerlijc recht, gescreven recht,
ongescreven recht, versmaet recht, gemeyn recht, recht tot anderen saken oft goede
ende recht in der saken oft goede ; ende hieraf sal ic van elcx wat gewagen.
[14] Van natuerlijc recht.
Natuerlijc recht is trecht der vrijheyt ende liberteyten, bij denwelcken alle dinck,
hetsije de menschen, dieren oft wormen opter eerden, die vogelen in de locht, ende
die visschen int dwater, bij hem selven mach gebruycken ende useren sijnder (a) eygender
(a.) sijnder, in hs. : sonder.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. I 7
vrijer natuerlijcker condicien, welcke natuerlijc recht die menschen hem selven genomen
hebben bij dijen dat zij gevonden hebben trecht van slaven te makene, hetzij dat sij
hen selven vercoopen oft verbijnden, ende trecht van dwange van gevangenissen,
[useren] alsoe wel over die menschen als over ander beesten ende dieren, dairmede
ben afgenomen wort die vryheit ende liberteyt hen bij nateuren gegeven.
[15] Wat gescreven recht is.
Gescreven rechten zijn die eedele constitucien van den loyen ende rechten
geordineert ende gemaict bij den keysers, bij den heiligen consilien ende raide der
senatoren, ende die heilige decretalen gemaict bij onsen heiligen vaders die pausen,
dwelc geheeten is in latijne ius canonicum, ende die keyserlijcke rechten zijn geheeten
ius civile.
[16] Wat ongescreven recht is.
Ongescreven rechten zijn die loofflijcken costumen, heerbrengen ende gewoenten
openbairlijc ende van outs gehouden bij approbacien van den ouders ende costumiers
van den lande, voire recht, alsoe dat men tusscen partijen present niet en heeft geweeten
oft gesien die contrarie houden noch useren.
[17] Wat versmaect recht is.
Versmaect recht ende wedersien recht is een recht dat bij der costumen van den
lande contrarieert den gescreven rechte, gelijc trecht van naderscappen ende meer
andere, die bij den gescrevenen rechten niet georloft en zijn, ende nochtans gedoogse
de gewoente van den lande onderhouden te worddene.
[18] Wat gemeyn recht is.
Gemeyn recht is dat recht dat gelijc ende consonant is alsoe wel den gescreven
rechte als der costumen van den lande ende van der plaetzen, mits denwelcken dat
geheeten is gemeyn recht.
[19] Recht tot eenen dinge.
Recht tot eenen dinge oft goede, is te hebbene duwairie, pandtscap oft verbondt
op ennigen grondt oft pandt, dairaf denselven pandt oft grondt eenen anderen
toebehoirt.
[20] Recht in eenen dinge.
Recht in eenen dinge oft goede is te hebbene recht in eender proprieteyt van
eender erven oft in die realiteyt van der erven oft panden, die verbonden is.
[21] Wat costume locael is.
Costume locael, soe men bescreven vijndt, is een ordinancie ende establissement
8 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
onderhouden in een landt oft plaetze, bij accoorde van den ouders ende wijsers aldair
geconfirmeert alsoe te zijne ende dair te blijvene nae die gelegentheyt van der plaetzen,
ende alsoe langen tijt dair onderhouden dat genoech is voir een geconfirmeerde ende
geprescribeerde costume.
[22] Wat costume is.
Costume, na dat die rechten seggen, is een redelijcke gewoente eenen behoirlijcken
tijt onderhouden, ende is tweerhande, te wetenne kennelijc, notoire oft openbaire costume
ende private, bijsundere oft particuliere costume.
[23] Wat costume openbair, notoire oft generael is.
Costume die geheeten is kenlijc, notoire oft openbaire, is een gewoente, die soe
kenlijc ende gemeynlijc onderhouden is, dat men dairaf geen twijfel en derf hebben ;
ende van sulcker costumen mach hem een wel gedragen totter discrecien van den rechte[rl
van den hove, alsoe verre als sijn tegenpartije geen contrarie costume in fayte en sette.
[24] Wat costume private oft particuliere is.
Costume die geheeten is private, besunder oft particuliere is een costume die sulc is,
dat eer sij gehouden sal wesen voir een costume geprescribeert, dat is te verstaene
eenen behoirlijcken tijt onderhouden, dat zij bij X oft XII oft meer van den oudtsten,
wijsen ende notabelsten van der plaetzen sije geapprobeert geweest, alsoe datter von-
nisse nagevolgt sije, dat jair ende dach zije onderhouden, oft dat bij hootvonnisse, in cas
van appellacien oft reformacien, zije geseegt wel gewijst ende qualijc geappelleert,
welcke costume in dijen gevalle is een geapprobeerde costume hueren behoirlijcken tijt
onderhouden ende geprescribeert, ende anders niet. Ende want dese costume private
zeer zwair is te thoenen, soe sal hem een subtijl advocaet wachten, soe hij meest mach,
die te proponeren in rechte. Nochtans is te weeten dat nae gescreven recht een cos-
tume onderhouden den tijt van V jairen blijft van weerden, alsoe verre als zij consonant
ende conforme is den gescreven rechten. Oic is te wetene dat geen costume sculdich
en is geweesen te worddene nae tseggen van den gemeynen volcke, die niet en weten
wat zij doogh, mair nae dat die ouders ende wijse costumiers van der plaetzen tuygen
ende seggen sellen dat zij dairaf hebben sien thoenen ende tuygen, oft dat zij gesien
hebben die bij anderen te hebben gethoent ende betuyght geweest, oft dat sije selve die
costume hebben met vonnisse sien approberen ende onderhouden in der manieren alst
voirscreven is.
[25] Wat usagie is.
Usagie is een gewoente onderhouden int gerichte bij manieren van regulen ende
ordinancien, gelijc men in der Raidtcameren van Brabant niemende in recht en ontfanckt,
hij en hebbe hem gepresenteert in de griffie.
[26] Wat men stijl heet.
Slijl (sic) is een dinck int gerichte soe gereguleert ende bij langen tijden onderhouden
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 1 9
dat men in denselven gerichte geenen twijfel dairaf en maict, gelijc men in der Raidt-
cameren van Brabant houdt voir eenen stijl dat zoe wije default wil hebben oft orloff
van den hove tegen zijn wederpartijen, dat bij dairaf moet doen blijcken bij acten dat
hij dach heeft.
[27] Wat rijt heet.
Rijt is een gewoente onderhouden in een stadt, landtscap oft contreyen onder die
gemeynte aldair, gelijc men soude seggen dat een rijt ende gewoente is onder die
lantluyden in Brabant, dat zij geerne dragen opten hals eenen gepinden staf ende
dijergelijcke.
[28] Wat gemeyn observancie heet.
Gemeyn observancie is een ordinancie, die de rechter maict ende statueert int [!]
tgerichte onderhouden te worddene van nootswegen, om te versiene opte listen ende
subtijle vonden, die bij ennigen gesocht wordden tegen die stijlen ende usagien van den
hove, gelijc mijn heere die president van Brabant (1) geordineert heeft dat een aenleg-
gere al heeft hij hem lestwerf in de rolle van der presentacien doen scrijven, bereet
moet wesen zijnen heysch te doene, als den tourt coempt van der presentacien van den
verweerdere die diligenter ende neerstiger is geweest om hem te presenteren, ende alsoe
van gelijcken. Ende es te wetene dat hij meer misdoet, die tegen die ordinancie van
den richter doet dan die tegen dat gescreven recht doet.
[29] Wat jurisdictie is.
jurisdictie is een weerdicheyt ende digniteyt die de heeren hebben, om justicie te
mogen doen van misdaden ende van clachten die in heur landt gevallen ; ende is die
officie van eenen richtere geheeten een redelijcke maniere dairmede dat hij diegeene,
die behoiren gecondempneert te zijne, condempneert, ende diegheene, die behoirt
geabsolveert te zijne, absolveert, punicie ende correctie stelt oft quijt geeft, weygert dat
behoirt geweygert te zijne, ende verleent dat verleent betaempt te zijne.
[30] Van drijerhande jurisdictie.
Het es te wetene dat men vijndt drijerhande jurisdictien ; deen is geheeten jurisdictie
ordinarijs, dandere jurisdictie naturele, ende die derde jurisdictie gecommitteerde oft
bevolen ende gedelegeerde.
[31] Ordinarijs jurisdictie.
jurisdictie ordinarijs is die jurisdictie die de prinche houdt oft doet houden in zijn
landt, gelijc den Raidt van Brabant is dat ordinarijs gerichte des princen in sijn her-
toghdom van Brabant, ende in sulcken gerichte mach die prince justicie ende recht doen,
oft bij zijnen raide doen doen op consciencie sonder manisse.
(1) De president van Brabant is de titel van de voorzitter van de Raad van Brabant.
10 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[32] Natuerlijc jurisdictie.
jurisdictie naturele is diegeene die de eedelen hebben bij ende overmits der weer-
dicheyt der heerlicheyt van hueren leene, gelijc dat die baenreheeren ende andere hebben
hooge justicie ; ennige andere, als borchgraven ende andere, hebben middel justicie;
ende ennige hebben needer justicie, dats justicie van erven, onterven ende dijergelijcke.
Mair dese jurisdictie naturele en is niet ordinarijs, want sulcken heeren moeten trecht
doen wijsen bij anderen dan bij hen selven, te wetene bij huer mannen, scepenen oft
laten ende dat bij manissen van hueren scoutet, bailliuw, stedehoudere, meyeren oft
anderen hueren (a) officiers dairtoe gemachticht, ende hebben alsulcken wijsers huer leste
resort ende hoot aen den oversten, dats aen den prinche oft zijnen raide, die overste
ende ordinarijs richter is van al, die huer vonnisse corrigeren mach na sijn consciencie,
ende niement anders ; ende al mogen zij hebben ennich middel resort, soe en zijn noch-
tans die wijsers ende wethouders van dijen middelen resorte geen ordinarijs noch overste
richters, want alsoe wel moet dat middel vonnisse gewijst ende uuytgesproken wordden
bij manissen van den officieren ende van den heeren alst [!] tvonnis dat voir hem
geappelleert is geweest.
[33] Jurisdictie delegaet.
Jurisdictie gecommitteerde oft gedelegeerde is die jurisdictie, die de prince met
zijnen brieven eenen verleent om te doen ende te excercerenne justicie van sijnder
wegen, ende oic die jurisdictie die de prince met zijnen brieven in previlegien verleent
ennigen goeden steden ende vrijheiden om te hebben wet ende jurisdictie, diewelcke
niet en mogen overtreden die machte ende forme van den charteren ende previlegien
hem verleent.
[34] Jurisdictie mach vercregen wordden in IIII manieren.
Item, noch suldij weten dat jurisdictie mach vercregen wordden in IIII manieren,
te wetene bij gewoenten oft bij rechte oft bij princelijcker verleeninge oft bij witteger
prescripcien; ende jurisdictie genomen in huer vrijheyt heeft III leden, te wetene hooge,
middele ende lege oft neder jurisdictie, die men heet in latijne merum et mixtum
imperium.
[35] Hoe die possessie van jurisdictien mach gecontinueert wordden.
Item, insgelijcx wort die possessie van jurisdictien geapprendeert ende geconti-
nueert, eest dat men een exploict oft werck van der jurisdictien exerceert oft doet, want
in der generaelder jurisdictien wordden begrepen alle huer leden ende wort die posses-
sie van jurisdictien gehouden nae dat sij vercregen is, gelijc die possessie van anderen
dingen incorporael, te weten alleenlijc metter herten ende meyningen.
(a). hueren, in hs : heeren.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 2
IIe CAPITTELE
HOE MEN DIE PROVISIEN ENDE MANDEMENTEN
VAN JUSTICIEN VERCRIJGEN, ENDE DIE BIJ DAIGINGEN
ENDE ANDERSSINS TER EXECUTIEN LEGGEN SAL
Soe wije in den princelijcken hove oft in den Raidt van Brabant ennige justicie
begeeren wille, die sal doen maken een supplicacie oft requesten bij ennigen van den
advocaten oft procureurs van den hove, dair des thoenders oft clagers sake inne
genarreert sal zijn ende die provisie die hij versuect; dairop sal hem bij den raide
geordineert wordden ende verleent een mandement van justicien, nae dat die sake dat
heyscht ende begeert.
[1] Wat een supplicatie cost, ende mandementen cost.
Item, dese supplicacie cost X oft XII gr. Br., ende tvoirscreven mandement sal
costen aen den secretarijs die dat scrijft ende hanteeken[t] XXIIII gr, Br., ende voir trecht
van ons genadichs heeren tshertogen zegel, dairaen hangende, eest den grooten zegel,
soe geeft men XVIII gr. Br., ende eest den conterzegel, soe geeft men IX gr. br.
[2] Hoe dat aen een supplicacie wel te maken groote macht gelegen is.
Hier is te wetene ende wel te noterene dat aen dat maken van der supplicacien den
thoender oft den clagere geen cleyn verlang noch macht gelegen en is, want opter
narracien van der supplicacien wort hem provisie van justicie gedaen ende dat
mandement verleent, inhebbende gemeynlijc die voirscreven narracie, bij machten
van welcken mandemente, ten versoecke van den thoender, der wederpartijen van
sprincen wegen iet bevolen oft verbooden wort te doene, ende, in gevalle van
opposicien, weygeringe oft vertrecke, dach beteekent om te comen seggen redenen ter
contrarien ; ende wort dairmede voirt bevolen den president ende Raide, partijen
gehoirt, recht te doene. Es dan bij der voirscreven narracien die wairheyt verzwegen
oft die onwairheyt, dats loegentale, te kennen gegeven, soe is tvoirscreven mandement
gescapen bij der gedaighder partijen geinpungeert, gearguert, gestraft ende wederleegt
te worddene van surrepcien ende obrepcien ende inciviliteyten, ende waire die
voirscreven thoendere alsoe zijn sake gescapen te verliesene. Hiertegens is een
principael remedie, te wetene dat die thoendere oft clagere int maken van zijnder
supplicacie raidt neme met advocaten ende procureurs wesende van der condicien des
toenaems van III advocaten die in den Raidt van Brabant onlancx geleden hebben
geplogen te practiceren ; deen is geheeten van Coudemberch, dat is dat die thoendere
oft clagere int insetten van zijnder saken ende overgeven zijnder clachten coel valle,
opdat hij uuyt gramscapen, hitten ende stornissen niet te veele en segge, noch anders
dan de wairheyt te kennen en geve ; dander is geheeten van Cruyplant, dat is dat die
thoendere niet haestich en sije, mair cruypende int overdencken van zijnder saken
12 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
opdat hij mits haesticheyt niet en misse ; die derde is geheeten van Heyclieuve, dats
te verstaene, gelijc die heyde wijdt, breedt ende oepen is, alsoe dat men wel van
verre dairinne sien mach nae deynde van der selver heyde, ombecommert van haghen,
bosschen oft boomen, soe sal oic een clager die gelegentheyt zijnder saken wel doersien
ende overdencken dat eynde dair hij toe tendeert oft wesen wille, ende wes hinder ende
cost hem gescapen waire toe te comene, indijen hij die wairheyt verzwege ende die
onwairheyt te kennen gave, ende hem pijnde te funderen op fayten oft costumen
die hij niet en soude connen gethoenen noch bijgebrengen. Ende hieromme
eest een gemeyn seggen dat men deynde overdencken sal, want deynde moet den last
dragen, ende een cleyn dolinge int begin maict dicwijle een verdriet ende erreur int
leste, overmits dat dat begin is bijna deen helft van den geheelen, ende een sake wel
ingeset is half gewonnen.
[3] Wanneer een mandement geheeten is obraptijs, subreptijs oft incivil.
Item, hier is oic tonthouden dat een mandement heet obreptijs, als dairinne die
onwairheyt, dat is loegentale, te kennen gegeven is ; ende is geheeten subreptijs, als
dairinne die wairheyt verzwegen is ; ende het is incivil, als die provisie, mits der
supreptien ende oprectien, tegen die disposicie van rechte gefundeert is.
[4] Hoe ende bij wijen men dat mandement doet executeren ende partijen dach maken.
Item, als dat mandement gescreven, gehanteykent ende bezegelt is, soe doet men dat
ter execucien leggen bij eenen doerweerdere oft gezwooren bode van der Raidtcameren
oft bij eenen anderen officier ons genadichs heeren tshertogen, daer dat aen gaet
ende gedirigeert is; ende eest dat sulcken mandement begrijpt daginge, bevel, opposicie,
refuz, vertreck oft anderssins, soe sullen die executeurs van denselven mandemente, nae
stijl van der Raidtcameren van Brabant, die partijen dach beteekenen om te sijne ende
te comparerene in der herbergen tot BruesseIe, op eenen sonnedach, sonder denselven
dach te leggene op eenen anderen dach van der weeken, om des maendaigs dairinne
voirt te gaene ende te besoingneren, want den stijl van der voirscreven Raidtcameren
heeft inne dat men des maendaigs hoirt ende verstaet om te expedieren (a) die partijen,
die des sondaigs aldair tevoiren dach hebben, welcke partijen voirtgeroepen ende
ontcommert wordden bij oerdenen van hueren presentacien in der griffien ende bij
toerte van der rollen, behoudelijc dat mijns genadichs heeren oft zijn procureurs saken,
dan dienende, voir ontcommert wordden. Ende dairomme na den voirscreven stijl alle
partijen die dan dach hebben, het zijns aenleggers oft verweerders, sijn schuldich den
voirscreven sondaige, als hueren dach dient, hen te presenterenne in der griffien ende hen
te doen teekenen in de rolle tegen des anderen daigs, welcke greffe hebben sal voir
hueren salarijs van der voirscreven presentacie van den aenlegger, een oft meer, voir
dierste reyse III gr. Br. Ende alle dandere presentacien sal hij scrijven sonder toon.(b)
(a). om te expedieren, in hs. verbeterd uit : op die expedicien. - (b). In de marge staat van de hand van
den copiist : Van den costen der presentacie in der rollen ende greffien.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT, DL. 1, CAP. 2 13
[5l Wat daige die officier den gedaigden betrecken sal.
Item, sal dieselve duerweerdere, bode oft officier, executeur van denselven
mandemente, besorgen dat tusschen den dach van dachmakenne oft dagingen ende den
sondach van te Bruessel te zijne, die gedaigde partije te minsten hebben VIII daigen franc
ende vrij. Ende als die voirscreven executeur, bode oft officier zijn exploict sal hebben
gedaen, soe sal hij gehouden zijn den hove over te scrijvenne int lange wes hij sal
hebben gedaen, verclarende den dach van zijnen exploicte, ende oft hij dijen heeft
gedaen aen den persoen van de gedaigden oft tot zijnder domicilien ende woensteden,
wije dairbij was, wije hij dair toegesproken heeft, wat hem geantwoirt wairt, ende den
dach dijen hij gedaigden beteekent heeft, ende generalijc al dat hij gedaen sal hebben,
welcke sijn rescripcie oft relacie hij sal hechten oft infixeren met zijnen zegel aen tvoir-
screven mandement, ende dat in tijts overleveren der partijen impetrante, opdat die selve
partije oft huer procureur die bij hem hebben moge, ten daige als zijn sake dienen sal, om
dairmede te doen blijcken van der daigingen, die te thoenen ten selven daige, hetzije
zijnder wederpartijen, den voirscreven Raide oft elder dair dat behoiren sal, ende dat op
die peyne van opten selven executeur te verhalenne die schade die dinpetrant bij sijnder
versuympten oft negligencien dairinne hebben ende lijden soude, welcke executeur dair-
af hebben sal, eest dat hij woent in de plaetze van der executien elcx daigs XII gr.
Brabants, ende voir zijn relacie oft rescripcie bescreven over te geven VI gr. Br., ende in-
dijen hij in der plaetzen van der execucien niet en woende ende te peerde is, soe sal hij
hebben elcx daigs dat hij dairomme uuyt is II sc. gr. Br. ende es hij te voete, soe sal
hij hebben elcx daigs XV gr. Br., ende altijt voir zijn relacie die voirscreven VI gr. Br.
[6] Hoe die executeur zijn exploict doen sal onder die smael heeren.
Item, ende oft gebuerde dat die executeur behoefde zijn execucie ende exploict te
doene onder ennige smalen heeren van den lande, hebbende justicie ende heerscappie
in zijn lant, in dijen gevalle sal bij dairbij roepen den officier van denselven smalen
heeren, om dairbij te comenne, opdat hem gelieft, om dat exploict te sien doen, ende
van al sinen heer te mogen adverteren om, opdats behoeft ende hem dat goet dunct, dat
renvoye van der saken te heysschenne, opdatter renvoy inne gelegen is, oft anderssins
te seggene ten daige dienende des hem goet duncken sal. Behoudelijc dat in criminelen
saken die voirscreven executeur niet gehouden en sal zijn te thoenen zijn commissie dan
na den tijt dat hij zijn exploict sal hebben gedaen.
[7] Wanneer een executeur schuldich is te thoenen ende copie te gevenne van zijnder
commissien oft nyet, ende wat hij van der copien nemen sal.
Item, ende oft partije dair dat exploict tegens gedaen wort, begeerde van den
executeur copie van sijnder commissien ende relacien, die executeur sal gehouden zijn
hem die te geven onder zijnen zegele, als hij zijn exploict sal hebben gedaen, nemende
dairaf voir zijnen salarijs XII gr. Br., behoudelijc dijen dat in saken van excessen oft
misdaden criminel hij geen copie schuldich en sal sijn te gevene, mair die alleenlijc te
thoenen, soe wanneer hij zijn exploict ende executie sal hebben gedaen.
14 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[8] Dat die adjournementen nyetgelijc en zijn in criminelen saken ende in anderen
saken.
Item, al eest soe dat bij der ordinancien van der Raidtcameren van Brabant den
executeurs gegeven wort een forme van hueren exploict te doene, te weten dat sij sullen
ernstelijc oversien die brieven van commissien oft mandemente aen hem gedirigeert,
ende eest dat zij begrijpen bevel, daginge oft adjournement, dat zij dan trecken sullen
totten persoen oft totter domicilien van dengeenen die men daigen oft die bevele doen
sal, ende doent [l] tgeene des de selve mandementen ende commissie begrijpen; ende
oft er oppositie, weygeringe oft vertreck inne gebuerde, oft dat zij partijen niet en
vonden tot huerlieder woenstadt, dat zij dan dach besceyden sullen te compareren voir
den voirscreven Raidt op eenen sondach den voirscreven opponenten weygerende, ver-
treck suekende, oft die partijen thuys gevonden zijnde in der manieren bovengescreven.
Nochtans, want die adjournementen niet gelijc en sijn in criminelen saken ende in civilen
ende dat men anders schuldich is te daigene wethouderen van eender stadt, een convent
van eenen clooster, een capelle van eender canonizijen, dan andere private luden, zoe
sal ick van der ondersceyden van dijen hier wat verclaren, te dijen eynde dat een
aenlegger oft verweerder des te doene hebbende, hem te nairder weeten moge na te weten
te reguleren.
[9] Van te daigen in criminalan saken.
In criminalen saken behoeft men te hebben een mandement van den prince
inhoudende die misdaet, gaende aen den iersten officier dat hij dat adjournement doe bij
informacie precedente, opdat die misdaet groot is, in civilen saken als van scatsculden,
voirwairden van com[a]nscapen, hueringen etc. ; desgelijcx in saken die reel zijn oft in
saken possessorie, van nyeuwicheyden oft van sinpelder possessien ende saisinen, en
behoeft geen informatie precedente. Item, in criminalen saken houden die mandementen
gemeynlijc dat men den misdadigen sal daigen te compareren in persoenen; eest dat die
executeur dijen persoen niet gevijnden en can, zoe sal hij dijen daigen tot zijnder
woenstad ende domicilien ; ende en heeft hij geen woenstadt, soe sal hij dijen daigen
ten huyse, dair hij meest pleecht te verkeerene, ende tot dijen opter plaetze van der
misdaet ende oic ter poyen oft voir der stadt huys, dair men die gemeyn geboden ende
mandementen van tsheeren wegen pleecht te kundigen.
[10] Van den mandementen in civilen saken.
Item, mair in civilen saken en begrijpen die mandementen nyet dat men iement
daigen sal in personen te comparerene, mair mogen compareren bij procureur.
[11] Om te daigen eenen deeken ende capittele.
Om te daigen deekenne ende capittele, behoirt dat men make capittele ende dat doen
vergairderen in sulcken getale dat dat genoch zije voir een collegie, ende dat mense
alsoe daige.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 2 15
[12] Om te daigen een convent.
Item, om te daigen een convent, hetzij van monieken oft van nonnen, behoeft dat
men dat convent doen vergairderen metten abt oft metter abdissen, prioer oft priorinne
etc., bij gelude van den tympanen hangende in den pandt in sulcken getale dat dat
genoch zije om een convent.
[13] Om te daigen een weth.
Item, om te daigen een weth van eender stadt, soe behoeft men te doen
vergairderen, in der hallen oft opter stadhuys, borgemeesteren ende scepenen oft soe
die wethouders genoempt zijn, in sulcken getale dat genoch zije voir een weth, ende die
daigen, ende dairaf rescripcie maken.
[14] Om te daigen een gemeynte.
Item, ende om te daigen een gemeynte, soe eest genoch dat men dat doe ter
plaetzen dair die heere aldair zijn gebode pleecht te doene.
Item, wair iement gedaigt voir eenen weerlijcken richter ende die nae der daiginge
clerc worde, dat gedinge sal na gescreven recht geeyndt wordden voir den weerlijcken
richter, ende dat sal wercken die voirscreven daiginge.
Item, die in tegenwoirdicheyden van den richter ende van den gerichte staet, dijen en
derf men niet daigen tot zijnder domcilien oft aen sijnen persoen buyten den gerichte,
alsoe verre als men hem aldair voir den richter aenspreken wille, want dat effect ende
die sake van der daigingen ende citacien is comparicie, ende ierst (a) voir recht, mair die
persoen aldair present zijnde ende aensprake horende, mach seggen dat hij niet beraden
en is noch wel geinstrueert om te antwoirden ende mach begeren dach van berade.
Item, noch suldij weten als men yemenden daigen sal, soe sal men hem ierst citeren
ende daigen aen zijnen persoen, opdat men hem vijnden can voir tgerichte oft ter merct
oft in der kercken oft in den plaetzen dair hij meest in pleecht te verkeeren; ende oft men
hem dair niet en vonde, soe sal men hem daigen te sijnen huyse, ende deen doen ende
dander niet laten, opdats behoeft. Oic mach men tsijnen huyse ondersuecken ende
vragen wair hij is.
Item, als een gedaigde persoen voir recht geweest is, ende herdaigt behoeft te zijne
in civilen saken, soe eest genoech dat men die daiginge doe tsijnen huyse nae recht.
Item, noch suldij weten dat die citacie ende dachmakinge behoirt na recht gedaen
te wordden ter instancien van partijen, want al is die commissie ende dat bevel van
citacien ende daigene gelegen in rechte, nochtans dwerck van daiginge is gelegen in
fayte, ende die richter en mach bij hem selven niet voltrecken noch volveuren tgeene dat
in fayte gelegen is, aldus moet die citacie gedaen zijn ter instancien van partijen oft
anders zij is nul, ende behoeft dat dairaf blijcke bij der relacien van den bode oft
huyssier.
(a). Na ierst heeft het hs. de ruimte voor een woord van een zestal letters blank gelaten.
16 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN
Item, nae recht en behoirt men niemende te daigenne op eenen heiligen dach om
der eeren wille van Gode, ten waire om merckelijke nootsake van den menschen.
Desgelijcx en sal men niet dach maken om te compareren op eenen heiligen dach om
der eeren wille van Gode, tenwaire insgelijcx overmits nootsake als boven, mair die
commissie van den bode om te daigen mach wel gemaict ende gegeven wordden op
eenen heiligen dach. Oic mach hij wel zijn relacie doen ende geven op alsulcken dach,
mair zijn execucie en mach bij niet dairop doen, mair in den ferien, die ingeset zijn voir
die noot van den luden, mogen dese dingen wel gescieden.
Item, noch suldij weten, dat nae gescreven recht bij der naicter dagingen ende
citacien, een wort gehouden te hebben geprevenieert die jurisdictie, want wort iement
gedaigt voir den weerlijcken richtere, ende hij dairnae clerc wordde, dat gedinge soude
geeynd wordden voir den weerlijcken richtere.
[15] Om te daigen in saken van appellacien.
Item, in saken van appellacien van eenen vonnisse gegeven bij wijsers die gemaent
wordden, soe eest genoech dat men daige den officier ende de wijsers die dat geweesen
hebben, ende sunderlinge dieselve wijsers, want zij, nae recht, dat gewijsde schuldich
zijn te sustinerenne op hairen cost ende sorge. Mair die heere oft officier die met hem
gedaigt is, en derf niet compareren het en gelieft hem, want hij met zijnen achterblijven
anders niet en verliest dan dat hij geen renvoy van der saken hebben en sal, al wairt dat
bij den hove geseyt wordde wel gewijst, ende dairomme eest den heere oft den officier wel
van noode dat hij metten wijsers comparere ende hem mede presentere om van der
saken trenvoy te hebbenne, dat niement voir hem begeeren en mach, want die wijsers
dat niet heysschen en mogen, ende niet en cunnen gedoen dan huer vonnisse te sustineren
tegen den appellant, want wordde geseyt qualijc gewijst, dat soude zijn zonder den last
van den heere oft zijnen officier. Ende in saken van appellacien moet men die daiginge
doen, nae den stijl van der Raidtcameren van Brabant, binnen XXX daigen.
[16] Van daiginge aengaende onbejairde oft onmondige.
Item, onverjairde of onmondige sal men doen versien van momboers bij der weth,
dair zij onder behoiren, eer men se daigen mach, ende dat gedaen zijnde mach men se
daigen bij procureur, desgelijcx oic heur monboers ; ende behoeft dat dmandement van
der daigingen dat begrijpe, ende wordde dat anders gedaen, die daigingen waire van
onweerden.
[17] Van daiginge aengaende sotten, uuytsinnige, uuytlantsche.
Item, van sotten, uuytsinnigen oft uuytlanschen luden behoeft dat zij versien
wordden van curateurs eer men se behoirlijc daigen mach, ende dat zij ende huer
curateuren met hem wordde gedaigt, anders is die daiginge idel.
[18] Wairomme die executeur begeeren sal assistencie aen den smalen heeren.
Item, ende al eest soe dat die officier oft sargent, doende zijn voirscreven execucie
onder ennigen smalen heere oft aen sijnen bailliou, begeren sal assistencie aen den-
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 2 17
selven smalen heeren oft aen sijnen balliou, drossart oft anderen sijnen officier, oft in
huerder absencien, dairover roepende ennige van den gebueren dairbij wonende,
nochtans soe en wort dat nyet gedaen, dan omdat sulcke smale heeren weten souden
wis[!] in hueren landen gebueren, opdat bij hem voir zijn interesten dairtegen opponeren
mochte, indijen dat waire tegen zijn heerlicheyt.
[19] Van daigingen int cas van mesuse ende geweygerder justicie dairaf dat
geappelleert wort.
Item, in cas van mesuse gedaen bij ennigen officier oft sergent aengaende der
jurisdictien van zijnen heere, sal men alsoe [wel] moeten daigen den heere die den officier
gestelt heeft als den officier, om te comen hem verantwoirden voir den oversten ;
desgelijcx, in cas van appellacien van geweygerder justicien geschiet bij ennigen officier,
moet men alsoe wel daigen den heere dijen gestelt heeft als den officier, want die heere
es diegeene die zijn heerlicheyt ende landt dairmede soude mogen verbueren, het en
waire in cas van corrupcien oft van ander quaetheyt die der jurisdictien niet aen en
ginge, in welcken gevalle elcx zijn paxken dragen soude.
[20] Van te daigene in den hove subalterne.
Item, in den hove subalterne wesende onder den Raidt voirscreven, wordden die
daigingen gedaen nae de gewoente van hueren bancken ; ende wordden gemeynlijc die
daiginge gedaen ende die genechten gehouden in civilen saken XV daigen in XV
daigen, in criminelen saken van III daigen te III daigen, ende oic van XV daigen tot
XV daigen ; in cas reael, van XV daigen tot XV daigen, in cas feodael, van XV daige[n]
tot XV daigen.
[21] Van te daigene eenen voirvluchtigen opt gewijde.
Item, eenen voirvluchtigen opt gewijde mach men wel daigen in de kercke, ende
dat adjournement sal goet blijven; ende en can men den voirvluchtigen niet gevijnden,
soe sal men hem daigen ter poeyen oft voire der stadt huys, dair men den openbairen
geboden van tsheeren wegen pleecpt (sic) te doen.
[22] Van te daigen in cas van excesse ende overdade, ende van zijnen deffaulten.
Item, in cas van excesse ende overdade geeft men commissie om te daigen, te
compareren in persoene, ende dat bijwijlen simpelijc ende bijwijlen bij aentastingen
van den persoene, bijwijlen om dijen te vangene, soe verre men dijen gecrijgen can, oft
anders, wair men dijen net en conste gecrijgen, den selven te daigene op die pene van
den banne uuyten lande, ende op die verbuerte van allen zijnen goeden, nemende ende
stellende alle zijn goeden in mijns genadichs heeren handen.
[23] Hoe men procederen sal tegen den gedaigden simpelijc in persoene, als hij
deffault commiteert.
Item, eest dat die gedaigde persoen simpelijc ten daige committeert deffault ende
niet en compareert, soe accuseert die wederpartije sijn contumacie, ende die richter
18 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
geeft tegen hem deffault ende nyeuwe commissie om hem wederomme te daigene bij
aentastingen sijns persoens; ende en coempt hij noch nyet, zoe consenteert men ander
default ende die derde commissie om hem te vangene, opdat men hem gecrijgen can ;
mair en can men hem niet gecrijgen, soe en sal mens nochtans niet daigen opte pene
van den banne ende van confiscacien van goede, mair metten derden deffault sal men
hem versteeken van allen excepcien ende weeren, ende ordineren der partijen huer
intendit over te geven int gescrifte, dairop men enqueste sal doen, om diewelcke te
doene, men moet den voirscreven absenten noch daigen om die getuygen te zien
zweeren ; ende coempt hij die zien zweeren, die commissarijs sal hem dach geven om
reprochen te geven. Ende dit behoirt aldus gedaen te worddene, alsoe wel als die
procureur general partije is als die clagende partije ; want als dair een clagende
partije is anders dan de procureur, soe eest proces in cas van injurien, ende dairinne
vuegt hem altijt die procureur metter clagender partijen.
Item, hier mocht iement vragen wat contumacie is, soe suldij weten dat contumacie
wort bij rechten gediffinieert te sijn een ongehoirsaemheyt ende een inobediencie
gecommitteert bij iemenden tegen zijnen richter oft prelaet, want men schuldich is den
oversten te obedieren. Ende hij wort geheeten contumax die, gedaigt zijn[de] bij III
edicten ende daigingen oft bij eenen edicte peremptorijlijcken, niet en compareert noch
niet en coempt voir recht, mair dat gebodt ende bevel van den richter versmaet oft
veracht. Ende men vijndt verscheiden manieren van contumacien, want ennige
contumacie is geheeten wairachtige ende kennelijcke contumacie, gelijckerwijs oft die
gedaigde seide dat hij niet comen en soude, oft nyet eenen voet dairomme versetten en
soude. Andere contumacie is geheeten wairachtigc contumacie uuyt presumptien,
gelijckerwijs oft een persoen wairachtelijc gedaigt waire aen zijnen persoen, ende niet
en compareerde ten beteekende daige, soe waire te presumieren dat hij niet en hadde
gecompareert overmits nootsake. Een derde contumacie is geheeten geveynsde oft
gefingeerde contumacie, gelijckerwijs oft een persoen niet en gedaigt en waire aen
zijnen persoen, mair alleenlijc tot zijnen huyse. Ende dese voirscreven ondersceyde
zijn beboefflijcken geweeten om der costen wille, want een persoen die contumax is,
wort in de costen geringraveert ende bezwairt na de grootte ende qualificacie van der
contumacien, mits dat om der contumacien wille die persoen die contumax is,
in de costen verbonden ende geobligeert is, te weten, is hij wairachtelijc ende kenlijc
contumax, in de costen terstont op te leggen eer men voirtprocedere oft hem absolvere;
ende is hij contumax uuyt wairachtige presumptien, oft anderssins uuyt geveynsder
daigingen, soe sal hij onffangen wordden om nootsin te bewijsen, ende men vertrect
wel in dijen gevalle die costen totten eynde van der saken. Ende zoe wanneer iement
aldus gedaigt zijnde niet en compareert, zoe houdt den stijl dat zijn wederpartije
accuseert zijn coutumacie ende absencie, versueckende dat hem, tegen den gedaigden
niet comparerende, gedecerneert ende gegeven worde deffault, dats te seggen, merringe
oft verachtinge, tot sulcken proffijte als dairtoe behoirt, van welcken proffijte breerder
verclairt sal wordden in die IIIe ende IIIIe capittelen van desen iersten boecke hier-
nae volgende.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 2 19
[24] Hoe men procederen sal tegen den gedaigden op peyne van banne ende van
confiscacien.
Item, is die sake ierst criminelijc innegeset op pene van banne ende van
confiscacien, zoe doet men III daigingen, ende de IIIIe van gracien ende overtoldichlijc,
na denwelcken men oversiet die exploicten ende die informacie precedente,(a) dairop
dierste daiginge gemaict was ; ende eest dat bij dijer informacien genoch blijckt van den
fayte ende tfayt in hem selven criminel is, oft anders datter ban toe dient, men
pronuncieert den ban ende men wijst die confiscacie. Eest oic soe dat niet genoch en
blijct bij der informacie precidenten van den fayte, men overhoort meer getuygen, niet
zoe men in civilen saken doet, dairtoe men pleegt te roepen die partije om die te zien
zweeren, mair zonder partije dairtegen te ropenne ; ende en dient dit overhooren van
meer getuygen niet dan alleene om die verzeekerheyt van der consciencien van den
richtere. Eest dat diegeene, die gedaight is te compareren in persoenen criminelijc op-
te peyne van banne, compareert, men slater hant aene int consistorie ende neempten
gevangen ; ende eer men conclusie tegen hem neempt, men ondervraechten ende geeft
hem interrogatorien apaert bij eede, ende men stelt zijn deposicie in gescrifte ; ende, die
gesien metter informacien precedente, men maict hem zijn proces extraordinarijslijc
oft ordinarijslijc, alsoe men bij der informacien ende sijne desposicie de sake vijndt
gelegen. Eest dat men ordinarijslijc procedeert, ende dair partije is andere dan de
procureur general, men maict hem heysch int consistorie, concluderende tot civilder
reparacien ende beternissen, somwijle eerlijcke alleene, ende somwijle ee[r]lijcke ende
proffijtelijcke, ende die procureur general concludeert criminelijc, ende bij tijden
alter[n]eert hij zijn conclusie, ende leegt die in tween, te wetene bij alsoe dat sulcke
conclusie criminele niet schuldich en waire gewijst te zijne, dat dan die facteur oft
misdadige geduempt ende gecondempneert wordde ten proffijte van onsen genadichen
heere de somme etc. Ende al woude die procureur general zijn conclusie niet alterneren,
nochtans soude hem thof appointeren dat te doene, opdat die sake dairtoe gedisponeert
waire ; ende in dijen gevallen slae[c]t men den gevangenen op goede zekere ende
borchtochten wederomme inne te comene, oft verreyct ende verhaelt te zijne van den
stucken ende gecondempneert te zijnne in de conclusie van partijen ende oic van den
procureur tegen hem genomen, ende oic op een payne van gelde te verbuerenne tot
onsen genadichs heeren proffijte ; ende men neempt die borchtochte van der penen
ende oic van te betalene tgewijsde ; ende dairnae gaet men voirt ende procedeert
ordinarijslijc van XIIII nachten tot XIIII ; ende bij moet telcken daige dienende
incomen oft hij en waire geslaect totten eynde van den gedinge, ende dan bescheyt men
hem dach om inne te comenne ten daige van der sentencien om recht te hoorenne. Ende
oft sulcken gevangen geen borchtochte genoech zijnde gedoen en conste, soe sal men
op hem procederen van derden daige totten derden daige, opdat hij wille, ende corten
hem zijn proces ; ende is alleleens weder hij bij den executeur met hem gebracht wort
(a). precedente, in hs. : presidente.
20 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
gevangen, oft dat hij doen niet gecregen en wert ende dairomme gedaigt wert op-
te pene van den banne, want ten daige als hij incoempt, neempt men hem gevangen.
[25] Hoe men opten criminelen persoen comparerende procedeert extraordinarie.
Item, als men extraordinarijslijc procedeert, kendt die gevangen tfayt ende hij
dairinne persevereert ende bijblijft, men doet hem trecht op sijn kennisse hetzije van
live, van lede, van op pellerijn, scafaut oft leerder gestelt te zijne oft gebannen te zijne.
Ende seegt die president oft richter in zijn consistorie, dair sulc misdadige sit : "Omdat
ghij N., dusdanigen dinck gedaen hebt, zoe dat den hove gebleeken is, alsoe wel bij u
selfs kennisse gedaen buyten banden van ysere als anderssins duegdelijc, zoe
condempneert u thof dat men u thooft af sal slaen ende wijst alle uwe goeden, erven,
leene ende have, gebuert ten proffijte van onsen genadichen heere, oft men wijst u de
vuyste af te slaenne, in een leerdere gemiteert gestelt te wordde[n], aldus lange, ende
bandt u voirt uuyten lande van Brabant."
[26] Van gedaiginge in cas van ve[r]zeer[ker]theyden voir des princen Raidt.
Item, int cas van verseerkertheyden als iement gedreygt is geweest ende hem
geducht gewelt oft geslagen te wordenne, zoe daight men dengeenen dairaf die clager
ende impetrant van den brieven ons genadichs heeren van adjournemente begeert te
zijne verzeekert, om hem zijn vrienden ende magen te verseekeren. Ende men doet
hem bevel bij machten van commissien opte penen van sekeren grooten sommen van
penningen te verbueren tegen onsen genadichen heere, dat bij die dachvairt hangende
niet en misdoe noch en doe misdoen ; coempt bij ten daige, hij moet den impetrant
verseekeren met zijnen vrienden ende magen ende geloven hem niet te misdoene op-
te verbuerte van live ende goede. Ende hiertegen en is geen excepcie oft excusacie
tegen niet-onffancbairheyt die de gedaigde proponeren mochte ; ende en is van geenen
noode, achter dat die verseekertheyt versocht wort met provisien van den prince oft
van zijnen Raide, dat die clager proeve oft thoene dat hij gedreygt oft gevreest is
geweest oft redene heeft gehadt hem te beduchten, want die prince doet bij zijnen Raide
elcken verseekeren die verseerkert wesen wille ; mair het is te wetene dat soe wij
verseekert zijn wille, hij moet hem presenteren voir den voirscreven Raidt te rechte te
staene tegen dengeene dair hij af verseekert zijn wille, al waire hij oic pape, clerc,
portere, ende bij dijen behoirde tot eender ander jurisdictien. Ende bij derselver
redenen als men iement verseerkeert voir hem, zijn vrienden ende magen, eest sake
dat onder die voirscreven sijne magen iement is die tfayt oft daet gedaen heeft opten
clagere, men steect den facteur uuyte. Ende men en ontfanct den gedaigde niet in cas van
verzeerkeertheiden bij procureur; mair eest dat hij in persoene niet en compareert, men
geeft deffault tegen hem, ende men wijst metten iersten deffaulten die verzeerkernissen
van weerden, recht oft hij die gedaen hadde metter handt. Ende men consenteert den
verseerkerden lettren om die versekertheyt te beteekenen ende te cundigen ; ende na-
dat die significacie ende beteekenisse van dijen gedaen is, ende dairenboven iement
tfayt dade, hij soude verbueren lijf ende goet, hoe cleyne dat tfayt oft die daet waire.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 21
[27] Van den gedaigden in cas van verzeekeertheyden in den hove subalterne.
Item, mair in den anderen bancken subalterne van den lande van Brabant en can
men niemende met rechte eenen anderen doen verzeekeren, tensije dat bij bethoene
met II wittige mannen dat hij gedreygt is geweest ; ende, dat gethoent, moet hij wel
verzeekeren na inhoudt van den lantzartere van Brabant.
IIIe CAPITTELE
VAN DER DAIGINGE ENDE DEFFAULTEN IN CAS VAN NYEUWICHEYDEN
ENDE ANDEREN CIVlLEN SAKEN
[1] [Van daigingen ende deffaulten in cas van nyeuwicheyden.]
Int cas van nyeuwicheyden, daironder dat begrepen wordden alle possessorien,
-zoe ic noch dencke hier naernaels te verclairenne, welcke cas van nyeuwicheyden soe
geprivelegieert is dat men dairaf, na den stijl van der croonen van Vranckerijcke,
geenen bancken oft gerichten ennich renvoy en geeft oft de kennisse en verseyndt, - dair
moet die executeur die partije, dair men over claigt, daigen te compareren ten derden
daige opte plaetze contencieuse oft dair die turbacie gedaen is, welcke plaetze staet
gemeynlijc gedesigneert int mandement oft impretacie ; ende en coempt die gedaigde
dair niet, de executeur geeft deffault en[de] mainteneert den clager in zijn possessie.
Ende dan gaet hij weder totten perturbateur, ende daighten tot eenen zekeren daige voir
thof om te hooren confirmeren dat deffault bij hem gegeven ; ende sal der partijen
significeren ende cundigen hoe dat bij sijnen deffaulte hij geinterineert heeft de
complainte, ende dat sal hij relateren ende overscrijven ; ende die richter sal dat bij
sentencien confirmeren. Ende al compareert hij dan voir thoff, nochtans hij en mach
anders niet gehoirt zijn dan om te wederleggene ende te straffen dat exploict, [ende]
can hij dat niet gedoen, te vervallen int possessorie. Desgelijck compareert hij voir den
executeur opte plaetze hem beteekent, ende hij niet restablisseren (a) en wille noch bij
teecken noch anderssins, de executeur geeft deffault ; mair in dit geval - want die
simpel lieden niet en weten wat restablissement in heeft - soe ligt thof dicwijle
dairmede, als hij ten daige dienende int hof bereet is te restablisserenne ter ordinancien
van den hove. Eest dat die gedaigde niet en coempt int hof ten daige hem beteekent, al
(a). restablisseren, in hs. : destablisseren.
22 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN
hadde hij opte plaetze contencieuxe gecompareert ende oic gerestablisseert, nochtans
met eenen deffaulte verliest hij zijn sake, ende die impetrant wort gehouden ende
gemainteneert in zijn possessie ende saisine begrepen in dimpetracie. Ende na den stijl
van den cancellier van Bourgoingnen, men stelt altoes in die complainte : "bij alsoe dat
u blijcke van der possessien ende saisinen boven verclairt", dwelc men niet en doet
in Vranckerijcke ; ende aldus brengt die executeur altoes te hove zijn informacie ten
daige dienende, dairop dat men ordineert van den restablissemente, want men siet
dairmede die scade gedaen ; mair van der recreancien en ordineert men nyet, het en sije
bij titelen die men overleyt, besundere in beneficialen saken, oft bij eender sommierder
enquesten van VI getuygen ende oirconden.
[2] Van daigingen ende deffaulten in anderen civilen saken.
Item, in anderen civilen saken, die niet en zijn in cas van nyeuwicheiden noch in
cas van injurien, mair zijn bij mandementen ende bevele om yet gedaen oft gegeven te
hebbene, eest dat die gedaigde coemt ten daige hem beteekent. die emmer, soe
voirscreven is, ten minsten moet VIII daigen vrij zijn na den dach dat die duerweerdere
die bevelen oft daiginge doet, soe maict die aenlegger zijnen heysch, tenwaire dat
hij selve niet bereet en waire, dan moet hij nemen delay, dat is uuytset, bij absencien
van raide, anders heeft die gedaigde orlof van den hove ende costen. Den heysch
gehoirt hebbende, die verweerdere mach nemen dach om te antwoirden, ende oic om te
seggen dat hij wille, ende is die maniere van sprekene dach van beraide van [d]en
sondaige in XIIII daigen oft III weeken, oft soe sijs eens zijn, oft alsoe thoff ordineert ;
dijen dach omme comende, ten daige dienende, somwijlen heyscht een andere richtere
oft weth dat renvoy van der zaken ende die kennisse van dijen voir hem versonden te
hebben, ende die gedaigde partije advoueert ende vuecht huer metter voirscreven weth
om aldair te recht te comene, ende dan neempt gemeynlijc die heysschere dach om
dat te consenterene oft te wederleggen ten XIIII daigen. Ten daige omme comende,
mach die voirscreven eysschere dat voirscreven renvoy consenteren sonder cost ; oic
mach hij dat wederleggen, ende dan rijst een proces op dat renvoy, ende die questie
principale blijft rustende ende stille staen, tot dat van den renvoy beslicht ende gewijst
is. Mair is hier te noteren, als een sculdenere verbonden is bij lettren onder zijnen
zegel oft onder zijn hanteeken, soe wort hij gedaigt om te kennene oft te loechenen sijn
hanteeken oft zijnen zegel, ende dan moet hij dairop kennen ten daige dienende ende al-
eer hij renvoy dairaf heysschen mach ; mair nae dat hij gekent heeft, soe mach hij
zijnder excepcien declinatorie gebruycken. Ende men is wel gewoenlijc dat renvoy te
consenteren, tenwaire dat die heysschere dat woude leggen in declinge van eede,
in welcken gevalle men geen renvoy geven en sal, noch oic desgelijcx als die prince
die sake committeert den hove mit specialen committimus gecauseert van der redenen
hem dairtoe beruerende.
[3] Wanneer een declinatorium stadt grijpt oft nyet.
Item, hier is noch te onthoudene dat geen declinatorie nae den stijl van den
Hoogen Raide stadt en heeft, dair en zije een ander richtere die die kennisse van der
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 23
saken heyssche ; ende geen richter en is ontfanckelijc om die kennisse te heysschen,
tensije dat die gedaigde partije huer adjungere ende begheere dair te rechte te
comenne. Mair desen stijl houdt men in die Raidtcameren van Brabant, alleenlijc als
dat renvoy geheyscht wort in cas van appellacien van eenen richter, die hem seegt
richter te zijne van appellacien immediaet ende sonder middel in derselver saken van
appellacien.
Eest datter geen renvoy geheyscht en wort in wat meterien[!] dat is, uuytgenomen
in materien van possessorien, van appelle, van executien ende van garande, dair ic hier
voirt af seggen sal, ende die gedaigde partije ten daige van antwoirdene niet
geantwoirden en can noch en wille, soe wort die gedaigde gecondempneert sonder
ennige preuve in de conclusie tegens hem genomen, hoe groot dat zij zijn, het en waire
dat hij heysschede delay bij absentien van raide.
[4] Van deffaulten ende non-comparacien.
Item, eest dat die voirscreven gedaigde ten iersten daige niet en coempt noch en
compareert, zoe geeft men deffault, dwelc zijn sal van sulcken effecte ende crachten
dat die gedaigde sal gepriveert zijn van allen excepcien declinatorien, ende geduempt
in de costen van dijen deffaulte ende andere commissien om te sijen wijsenne dat
proffijt van dijen deffault.
Ende eest dat hij ter IIster dachvairt compareert, oft oic ter derder, zoe is hij
alsoe geheel om heysch ende aensprake te hoorenne ende te antwoirden zonder te
mogen declineren, alsoft hij hadde gecompareert ten iersten daige, ende sonder dat
men nae den stijl van Vlaenderen ennige costen taxeren derff van den deffaulten ende
contumacien voirgaende, totten eynde van der saken, mair alleenlijc sal die advocaet
van Vlaenderen seggen, makende den heysch : "Ic bestede dat deffault oft deffaulten tot
sulcken proffijte als ten eynde van der saken ons schuldich sal zijn t[o]egewesen te
worddene". Mair desen stijl is contrarie van den stijl van den Hoogen Raide ende van
Brabant, dair men, comparerende den verweerdere, ten versuecke des aenleggers die
costen van der contumacien taxeert, eer men den verweerdere voirt hoiren sal.
Item, eest dat die verweerdere niet en compareert ten tweeden daige, zoe geeft
men dat IIde deffault tegen hem, dwelc zijn sal van sulcken effecte dat die gedaigde
sal gepriveert ende versteeken wordden van allen excepcien dilatorien, ende dairtoe
gecondempneert in de costen van dijen deffault als voire ; ende nyeuwe lettren van
commissien wordden den aenlegger verleent om den gedaigden wederomme te daigene
om den aenleggere te siene aenwijsenne die proffijten van den II deffaulten.
Item, eest dat die gedaigde niet en coempt, alsoe derde werf geroepen, mair laet
hem vallen in contumacien, zoe geeft men tegen hem dat IIIde deffault, dwelc sal zijn
van sulcken macht ende cracht dat hij gepriveert sal zijn van allen excepcien
peremptorien ende geduempt in de costen van III deffaulten, ende sullen den clagere
wordden verleent nyeuwe brieven om te heerdaigen den verweerdere op tproffijt van
den voirscreven III deffaulten. Ende en coempt hij dan nyet, zoe sal hij gewijst wordden
int IIIIde deffault met intimacien "come of nyet, men sal voirtgaen". Ende die
24 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN
verweerdere is mits desen lesten deffautte versteeken van allen deffencien ende weeren
ende men beteekent den heysschere dach om zijn intendit over te gevenne bij gescrifte,
op dwelc [men] doet besueck ende enqueste ; om welcke enqueste te doene, men moet
den verweerdere noch daigen om te zien zweeren die getuygen ende om te sien over te
nemen titelen ende brieven, die hij sal willen produceren, ende coempt die verweerdere,
die sien zweeren ; achter dat enqueste voldaen is, men sal hem geven den naemen
ende toenaemen van den getuygen ende copie van den geexhibeerde brieven ende dach
beteekenne om te dienenne van zijnen reprochen ende contradictien ; mair en coemt hij
niet om te zien zweeren die getuygen, die commissarijs geeft tegens hem deffault ende
hoirt die getuygen ; ende alsoe ennige seggen, hij is mits dijen deffaulte versteeken
van reprochen, mair anderen dunct dat men in dijen gevalle dijen verweerder
noch roepen soude om reprochen te gevenne.
Item (a), hier is te merckene dat hij meer voirdeels heeft in rechte ende van
meerder condicie is die III werf deffault committeert, eer bij voir recht coempt, dan die
mair een deffault en committeert, nae dat hij aensprake ende heysch gehoirt heeft.
[5] Van den gedaigden, die den IIIIen daige compareert.
Item, eest dat die gedaigde compareert ten IIIIen daige, die hen besceyden is van
gracien ende dabondant, hij en wort niet ontfangen om iet te mogen seggen, dan
alleene om te blamerenne ende te wederlegene, opdat hij can ende hem gelieft, die
voirgaande exploicten.
[6] Van den aenleggere, als hij niet en compareert.
Item, oft die aenlegger niet en quame tot zijnen daige ende die verweerdere
compareerde, ende dede blijcken bij der copien van den exploicten dath [!] hij dach
hadde, soe sal de verweerdere gegeven wordden orlof van den hove, ende selen hem
dan zijn costen aengeweesen wordden opdat hij des begeert ; welcken oirlof van
sulcken cracht sal zijn dat die verweerdere sal geabsolveert wordden van der
instancien van den gedinge, ende sal die aenlegger wederomme van nyeuws mogen
beginnen, opdat hem gelieft, betalende voiral de voirscreven costen.
[7] Van den comparuit ende sijnen effecte.
Item, oft die verweerdere in dijen gevalle geen copie van dijen exploicten en hadde,
mair offerde te doen blijcken dat hij ten voirscreven daige waire gedaigt geweest, soe
sal men den verweerdere geven comparuit, dwelc geregistreert sal wordden, ende
can (b) uij dairnae bij der copien van den executeur doen blijcken dat hij gedachvairt
was ten daige voirscreven, soe sal dat voirscreven comparuit gedeclareert wordden hem
te dienen gelijck orlof van den hove, dwelc hem aengewesen sal wordden metten
(a). In de marge : Nota bene, van de hand van den kopiist. - (b). can, in hs : en can.
DEN RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 25
costen als voire, behoudelijc dijen dat die wederpartije ierst behoirlijc gedaigt sije om
te sien wijsen dat proffijt van den voirscreven comparuit, tenwaire dat zij ennige
werckelijcke redenen consten geseggen die den richter ter contrarien moveren mochte.
[8] Van deffaulten int cas van possessorie.
Item, als een aenlegger is int cas simpelder possessien, dair geenssins questie en
waire van der proprieteyt, zoe eest genoech den aenlegger dat hij vercrijge II deffaulten,
ende sal dat proffijt van den II deffaulten van sulcker machten zijn als die IIII deffaulten,
dair boven af geseyt is int cas petitorie.
[9] Van den deffaulten int cas van appellacien.
Item, desgelijcx int cas van appelle als deen partije sentencie voir heur heeft,
dair die wederpartije af heeft geappelleert, eest dat die appellant releveert ende verheft
zijn appellacie tot eenen sekeren daige, ende die geappelleerde oft geintimeerde partije
geen diligencie en dade om te compareren, soe sullen II deffaulten genoch zijn om
te versteeken die voirscreven geappelleerde ende geintimeerde.
[10] Van den deffaulten des appellan[t]s.
Item, ende ter anderen zijden, eest dat dappellant geen diligencie en doet te
vervolgen zijn appel, ende die geappelleerde oft geintimeerde compareren ende doen
blijcken dat zij gedaigt zijn, in desen gevalle sal hem oirlof van den hove gegeven
wordden int cas van appeele, ende sal dairtoe die appellacie gedeclareert wordden
deserte, mits eenen simpelen deffautte. Mair en daden die appelleerde noch
geintimeerde nyet blijcken dat zij gedaigt wairen, in desen gevalle en soude hen niet
gegeven wordden dan een comparuit, dwelc hen weert soude weesen oirlof van den
hove, als, partijen dairtegen geroepen zijnde, die selve geappelleerde oft geintimeerde
daden blijcken van den voirscreven adjournemente in der manieren, soe voire verclairt is.
[11] Van deffaulte in cas van execucien.
Item, in cas van execucien, soe wanneer bij redenen van eenen vonnisse oft van
brieven die van hem selven zijn executorie, ennige execucie gedaen sal wordden op
ennige goeden oft op personen, ende die geexecuteerde hem opponeerden, soe dat hen dach
beteekent zije om te seggen redene van huerder opposicien, ende dan die opponenten
niet en compareren tot hueren daige, in desen gevalle is genoech aen een deffault, mits
welcken deffaulte geseegt sal wordden voir recht ten vervolge van den aenleggere dat
de executie gedaen sal wordden.
[12] Van den adjournemente ende deffaulte in cas van garande.
Item, ende want bijwijlen een persoen te rechte betrocken wort in materien dairaf
hij verhael ende recours af schuldich is te hebbenne op andere, indijen zij verviele, ende
dat mits dijen, ende om zijn scade te verhalen, hem van noode is iemende te doen
daigenne ende versuecken gedaigt te wordenne om hem te garanderen ende te
26 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
ontlasten van den voirscreven vervolge ende heysschen, want anders soude hij
verliesen zijn recht van verhale ende garande, zoe houdt den stijl dat tegen diegeene
die gedaigt zijn in cas van garande, genoech zijn II deffaulten, dewelcke vercregen
zijnde, diegeene die zijnen garandt heeft doen daigen, sal ontfangen sijn te doene
tegen den voirscreven gedaigden die protestacien ende sommacien, dairtoe behoirende,
ende es die principale sake sculdich te blijvenne berustende totter tijt dat de voirscreven
II deffaulten vercregen zijn, ende die voirscreven sommacien ende protestacien geschiet.
[13] Van den deffaulten nae de litiscontestacien.
Item, nae litiscontestatie in der saken gedaen, eest dat iemende van den partijen,
hetzij aenleggere oft verweerdere, niet en compareert ende failleert tot zijnen daigen,
in dijen gevalle verliest die deffailliant dat effect ende werc, dairop dijenselven dach
dienende is, gelijc als men seggen soude, hadde die partije dach om te dienenne van
scriftueren, hij soude mits zijnen deffaulte dairaf versteeken ende gepriveert zijn.
Insgelijcx hadde hij dach om te zien zweeren die getuygen, ende hij niet en quame,
men soude die eeden in sijnder absencien ; desgelijcx hadde hij dach om te dienen van
reprochen oft salvacien, hij soude versteeken sijn van die te geven; ende dit is alsoe te
verstaene van anderen gelijcken stucken, ende sal voirts geprocedeert wordden alsoe
dat behoirt.
[14] Van den nootsinne.
Item, hier moet wel verstaen ende onthouden zijn, al eest zoe dat iement geset
waire in deffault in wat meterien [!] dat dat wesen mochte, ende die defaillant quame
ende woude nootsin oft nootsaken thoenen dairomme hij niet gecompareert en waire,
in desen gevalle, partijen dairtegen gehoirt oft behoirlijc geroepen, mach hem bij den
hove versien wordden na dat men bevijnden sal die sake gedisponeert.
[15] Wat daenlegger doen moet als die verweerdere compareert.
Item, eest dat die verweerdere ende gedaigde compareert, de aenlegger sal
gehouden zijn te thoenen de verweerdere oft zijnen procureur die commissie metter
relacien, bij machten van denwelcken hij dach hadde, niet oic den acten van den
deffaulten bij den aenleggere verworven op datter ennige verworven zijn, ende sal oic
bereet zijn om te seggene oft doen seggen ende exponeren bij monde sijnen heysch
ende te nemen zijn conclusie.
[16] Dat partijen ierst gehoirt sullen wordden bij monde.
Item, ende is te wetene dat den stijl van der Raidtcameren van Brabant begrijpt
dat men in den voirscreven Raidt alle partijen ierst hooren sal bij monde in aensprake,
verantwoirden, replijcque ende duplijcque ; ende dat gedaen, eest dat men die can
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 27
geappointeren sonder scrijven, soe sal men dat doen; ende en can men dat niet gedoen,
soe sal men die appointeren te scrijven bij intendit oft bij memorien oft bij fayten
contrarien, soe dat die materien dat heysschen sal.
[17] Dat partijen wisselen selen van hueren scriftueren.
Item, soe wanneer die voirscreven partijen sullen geappointeert zijn in fayten
contrarien, ende gedingt sullen hebben van hueren scriftueren, zoo leert den stijl dat
men hem dach sal beteekenen om huer scriftueren te wisselen, die te accorderene
oft te debatterene, dats te wederspreken, ende dairenteynden die wederomme te
hove over te leggen, alle geaccordeert oft gebatteert ende wedersproken.
[18] Wanneer men dat proffijt van den vercregen deffault versuecken sal.
Item, ende is noch te wetenne, zoe wije deffault op iemenden gecregen heeft, die is
schuldich te versueckene dat hem dat proffyt van denselven deffaulte aengewesen
wordde, eer hij voirt procedere int principael van der saken, oft anders hij verliest
dat proffijt.
[19] Van den deffault tegen den gedaigden die gestorven is.
Item, wairt soe dat die gedaigde aflivich wordde voire sijnen dach ende bij dijen
niet en compareerde, soe suldij weten dat dairomme daenlegger niet en sal laten te
verwerven deffault tegen hem ende nyeuwe brieven van commissien om te sien
wijsen dat proffijt van den voirscreven deffaulte, mair die commissie sal inhouden
opposicie. Ende wairt dat ten selven daige, niement hem en quame opponeren oft
anders doen, soe soude men den aenlegger geven een comparuit ende andere commissie
om te daigen die oyr ende erfgenamen van den dooden om te sien wijsen dat proffijt
van dijen comparuit. Ende oft zij anderssins niet compareren en wouden noch voir
recht comen, zoe souden zij gedaigt wordden om aen te nemen oft te laten varen
die arrementen van den processe, oft anders soude dat proces vallen interrupt. Ende is
daenleggere diegeene die gestorven is, die verweerder mach dat comen doen binnen
jairs oft eer, alst hem gelieft. Eest oic die verweerder die gestorven is, zoe mogen
zijn hoyren comen binnen jairs int hof om dat te doene om te rusumeren oft te
laten dat proces, ende alsoe en valt dairinne geene interrupcie.
[20] Zeven manieren zijnder mede, dat men mach vallen in contumacien.
Item, hier is noch te wetene ende wel te noteren dat generalijc VII manieren zijn,
dairmet een persoen mach vallen in contumacien, ende comen in deffaulte in zijnder
saken. Te weten, ierst, niet comende; ten anderen male, niet antwoirdende; ten derden
male, donckerlijc antwoirdende ; ten vierden male, niet dienende oft exhiberende ;
ten Vsten [male], niet zweerende; ten VIen male, niet restituerende; ten VIIsten male, wech-
gaende. Ende van elcken sal ic u wat verclaren doen, zoe ic dat bescreven hebbe
gevonden ende in der practijcken weten stellen.
In den iersten valt een persoen in contumacien, als hij niet en coempt ten daige
hem beteekent, gelijc dat voir genoch verclairt is.
28 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN
Ten anderen male, al eest dat hij voir recht coempt, dat hij nochtans niet en
antwoirdt noch antwoirden en wille, mits denwelcken men geeft tegens hem deffault in
zijn presencie.
Ten IIIen male, die ten daige van verantwoirdene donckerlijc antwoirdt, zonder
behoirlijcke declaracie te doene van zijnen rechte.
Ten IIIIen male, in niet overleggende noch exhiberende oft dienende van gescrifte,
want die dach heeft om te dienen van gescriften ende dat niet en doet, die wort
contumax ende verliest die beneficie ende vruchte van dijen daige, ende wort versteeken
van sijnen scriftueren, ende die scriftueren van zijnder wederpartijen wordden ende
blijven alleene ontfangen.
Ten Ven male, in niet zweerende wort een contumax, te weten, die te zweeren
heeft, hetzije in die sake, oft hetzije te affirmeren zijn gescriften oft te antwoirden
opte articulen van zijnder wederpartien, dwelc bij eede behoirt te gesciedene ; eest dat
diegeene fault, die zijne articulen te affirmeren heeft, opte articulen te antwoirden
hebben, dien articulen van der wederpartijen sullen gehouden zijn voire bij derselver
wederpartijen geaffirmeert ende voire niet geantwoirdt mair voir geloeghent, ende niet
bekent bij den deffaillant.
[21] Van den eede te affirmeren die scriftueren.
Item, ende sal die partije die diligent is geweest, zijn fayten mogen thoenen met
lichten proeven ende thoene, mair die negligente partije sal mits haren deffaulte soe
veele verloren hebben dat hij versteeken sal zijn van allen reprochen, ende dat hij niet
gedaigt sal wordden om die getuygen te zien zweeren, indijen zijn wederpartije dat
niet bekennen en wille ; ende sal tot dijen gecondempneert wordden in de costen van
den daige voir die diligente partije, ende oic in de costen van den deffaulte van den
commissarijse, van den clerc, van den advocaet, van den procureur, van der commissien,
van der rescriptien, van den adjournemente dairop gedaen, ende in den costen van den
daige dienende om die voirscreven costen te sien wysenne ende die sake te stellene in
commissarijsen. Ende is te wetenne dat den eedt van affirmeren die scriftueren is eenen
eedt geheeten in latine iuramentum veritatis, dats te seggen, eedt der wairheyt, dair-
mede men zweert dat men houdt goede sake te hebben van des men met gescrifte
overgegeven heeft; nochtans en is dat geenen eedt die decisie ende beslichtinge van der
saken maict, gelijc die eeden zijn die deen partije den anderen biedt te geven oft te
nemen in cusbodingen ende deylingen van eede oft dijergelijcke, mair (a) den eedt die
partijen doet om te antwoirden per verbum credit vel non credit opte articulen ende
fayten van den geaffirmeerden scriftueren zijnder wederpartijen, en (b) is niet dan
eenen eedt geheeten in latine iuramentum credulitatis, dat is te seggen dat hij zweeren
sal te kennen oft te ontkennen die articulen van zijnder wederpartijen scriftueren nae
zijn beste meyninge, gelove ende wetentheyt, sonder dairinne te suecken calengie
oft argelist.
(a.) In de marge: Van den eedt , die partie doet om te antwoirden per verbum credit vel non credit.
(b.) en, in hs. : ende en.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 3 29
Hier suldij weeten dat, nae gescreven recht, men wel mach eenen getuyge
examineren op eenen heyligen dach, mair men en mach op eenen heyligen dach geenen
eedt van hem nemen; ende sulcken eedt en doogh nyet, ende als niet doogende en derf
hijs niet houden. Hieruuyt moechdij infereren dat den eedt die een richter oft een
officier van eender stadt doet op eenen heiligen dach tot zijnder officien, als hij
ontfangen wort, om te onderhouden die previlegien, rechten ende statuyten etc.,
gelijc dat gewoenlijc is, dat sulcken eedt niet en doogh; ende hij die den eedt opten
heiligen dach alsoe gedaen heeft, mach dairtegen comen, alsoft hij niet gezwooren
en hadde.
[22] Als die gedaigde achterblijft om te sien zweeren.
Eest dat die gedaigde dach heeft om te zweeren in die sake, ende hij achterblijft,
ende hij niet en compareert, deffault sal tegen hem gegeven wordden, ende dairmede sal
hij vervallen van zijnder querelen ende clachten ende gecondempneert wordden in die
costen, als boven.
Ten VIen male, vervalt een persoen in contumacien ende deffaulte in niet
restituerende oft werende (a) ; als die richter ordineert dat deen partije den anderen weder
leveren sal ennich dinc, dair gescil om is, ende die selve partije dat niet en doet ten daige
geordineert, zoe valt die in sulcken deffaulte dat die richter dat sal doen executeren tot
zijnder cost, ende dairtoe in de amende van den hove, dat hij niet volveurt en heeft
tgeene dat thof hadde geordineert.
Ten VIIen male, valt een persoen in deffault indijen dat hij wechgaet, te weten,
dat hij dach van recht hebbende, ende al wairt oic dat hij hem hadde gepresenteert,
hem afendich maicht zonder te compareren, al[sl sinen toert in die rolle coempt ende
voirtgeroepen wort, mits welcken deffaulte hij verliest die beneficie van dijen daige.
[23] Van den deffaulten opten dach van veue.
Item, als iement gedachvairt is in materie reale, dats in materien aengaende bodem
oft grondt oft proprieteyt van ennigen erven, dairaf die verweerdere begeeren mach
een delay oft uuytset van sien ende aanscouwingen oft thoen van der plaetzen te
hebben gedaen bij sien van oogen, om sekerlijc ende hat hem te beraden ende te
mogen weten, weder bij tvoirscreven gedinge wel sustineren oft hem dairaf
verdragen, welcke uuytstel hem bij den hove gegeven sal wordden van XV daigen,
binnen denwelcken die aenlegger hem die voirscreven ostencie ende veue (b) doen sal in
tegenwoirdicheyden van eenen officier die dairaf relacie ende rescripcie maken sal.
Eest dat diegeene die die ostencie doen soude, niet en coempt noch en compareert, hij
verliest die possessie ende saisine, ende in sommige plaetze zijn geheele sake.
[24] Van dengeenen die faillieert over te geven bij intendit.
Item, soe wije fault over te brengen bij intendit ten daige hem beteekent, hij
verliest zijn querele ende sake.
(a.) werende, in hs. : wetende. - (b.) veue, in hs : veut.
30 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[25] Van dengeenen die fault over te brengen bij memorien.
Item, soe wije failleert over te brengen bij memorien met gescriften ten daige
geordineert, hij en valt in geen sorge oft verlies van zijnder saken ende querelen, want
nadijen dat een persoen is geappointeert te scrijvenne bij memorien, zoe en derf hij niet
overbrengen ennige memorien, hij en wilt, mair mach hem gedragen totter memorien
van den hove, ende dairop recht begeeren.
Item, soe wije fault over te brengen bij gescrifte in fayten, of ten fine dat die
sake bedingt is, die verliest die beneficie van den daige.
[26] Van den defaillant gedaigt om te hooren recht.
Item, soe wije fault als hij gedachvairt is om te hooren recht, hetzij tegen hem
oft met hem, dairomme en sal niet achterblijven, recht en sal gewijst ende
uuytgesproken wordden, alsoe verre als partijen dairtoe vermaant zijn geweest.
[27] In wat saken men geen deffaulten en geeft.
Item, in cas van gebrokender sauvegardien oft in saken aengaende den domeynen
van den prince, soe en geeft men geen deffault tegen den procureur van den prinche, al
wairt oic dat partije huer met hem gevueght hadden, want de sake van gebrokender
sauvegardien is een sake puerlijc van den domeynen ende hoogheyt van den prinche ;
ende die procureur van den prinche mach des princen domeynen wel bewairen ende
beschudden, mair niet verminderen; ende al en woude hem die geintimeerde partije in
cas van gebrokender sauvegardien geen partije maken noch jungeren metten
procureur fiscael, dairomme en soude niet blijven de emende ende beternisse, ende oic
die integracie van der sauvegardien en souden dairop gewijst wordden, al en woude
hij die niet nemen.
IIIIe CAPITTELE
HOE ENDE IN WAT MANIEREN MEN NOOTSIN BIEDEN MACH,
ENDE
WELCKEN NOOTSIN ONTFANCKELIJC IS, OFT NYET
[1] Wat nootsin is.
Want ick hiervoire genarreert hebbe hoe men nootsin bieden ende thoenen mach
om te wederleggene dat deffault, dair iement inne geset waire, ende mochte excuseren
die contumacie, soe is hier te wetene ende te noteren dat nootsin te bieden en is
anders niet dan een vertreck oft uuytstellingen van den daige van rechte te gecrijgene,
bij nootsaken van siecten oft van gevangenissen oft van daiginge in persoenen te
compareren voir den oversten ende dijergelijcken nootsaken.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 4 31
[2] Van den nootsin van siecten.
Item, soe wije nootsin van siecten bieden ende thoenen wille, die moet dat doen
met certificatiebrieven van den prochiaen dijen gevisiteert heeft, ende met eenen anderen
dijen gesien hebben int sieckbedde ende die ten heiligen zweeren dat hij dat gezien
heeft, ende dat hem gelast is geweest die voirscreven certificacie te brengen. Mair in
den neederhoven oft smalen gerichten, pleecht men den nootsin te doene ende te
ontfangen van eenen persoen die gelooflijc ende bij eede den nootzin affirmeert, ende
dat hij last heeft dijen te kennen te geven.
[3] Van den nootsin van gevangenissen.
Item, soe wije nootsin van gevangenissen bieden wille, die sal dat doen bij brieven
van den heere, dair hij onder gevangen is, inhebbende die sake wairomme.
[4] Van nootsin van dootweden.
Item, nootsin van dootweden tusschen eedele sal geschieden onder zijnen segel,
inhoudende de sake van der veden, ende tegen wijen, presenterende (b) den nootsin te
verificerenne ende te bethoenen nae den orloge oft veeden geyndt, oft nadat bestant
dairinne gemaict sal zijn binnen behoirlijcken tijde, te weten dat hij van den richter
commissie hebben moet om dat te thoenen binnen den XIIII daigen nae den pays oft
den bestande dairinne gemaict.
[5] Van der diligencien aengaende den nootsin van der siecten.
Item, oft gebuerde dat iement nootsin dede bieden oft doen in den hove mits
zijnder ziecten, ende dat deffault dairop gegeven waire, behouden den nootsin, eest
dat die siecke (a) terstont als hij genesen is ende dat men hem sien mach wandelen, niet
en doet daigen zijn wederpartije, dairtegen hij den nootsin hadde doen doen, om zijnen
noot te purgeren ende te thoenen, indijen zijn wederpartije hem des niet geloeven
en wille, hij stelt hem te verliesen zijn sake ; want dede hem zijn wederpartije daigen
om te sien wijsen tproffijt van den voirscreven deffaulte te voiren op hem gegeven,
behouden den nootsin, in dijen gevalle soude dat proffijt van dijen deffaulte aengewesen
wordden dengeenen dijen hadde doen daigen metten costen prejudicialen.
[6] Van den (c) eede die diegeene doen sal, die den noot coempt condigen.
Item, soe wije den nootsin coempt cundigen int hoff, die sal drije dingen zweeren
ierst, dat hij houdt den nootsin wairachtich ende dueghdelijcke sijnde, ten anderen
male, dat hem specialijc belast is geweest dijen te kundigen ende ten derde male, dat
hem dat belast wort van den principalen dijen dat aengaet.
(a.) siecke, in hs. : siecte. - (b.) presenterende, in hs. : pretenderende. - (c.) Van den, in hs. :
Van den den.
32 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[71 Van den nootsinnen die ontfanckelijc zijn.
Item, want alle nootsinnen niet ontfanckelijc en zijn, zoe sal ic u seggen welcke
nootsinnen ontfanckelijc zijn. Ierst, nootsinne van siecten, nootsinne van gevangenisse
sonder opset oft scande, nootsin van dootweeden, nootsin van gereyst te zijne tot
zijnen oversten bij machte van daigingen bij hem gedaen, eer hij in deser saken
gedachvairt was, nootsin mits der doot van den vadere ende moedere, van wijfve, van
susteren, van bruedere binnen den selven daige oft des anderen dairtevoiren, nootsin
van kijnde gestorven bij toevalle van ongevalle, als verbrandt ende verdroncken,
nootsin van brudegom tsijne oft dat zijn wijf van kijnde gelage dijen dach, oft dat zij
den arbeyt hadde dijen dach, nootsin van gedinge van erven ende cateylen in anderen
hoven dair hij selve in persoenen soude moeten zijn op zijn sake verloren, ende nootsin
van gebannen te zijne uuyten lande dair hij dach inne hadde.
[8] Van den nootsinnen die niet ontfanckelijc en zijn.
Item, veele andere nootsinnen en zijn niet ontfanckelijc, te weten, als die
nootsake gecundicht wort nae die ure gewijst int hoff, want dan soude men oic te laet
comen ; die oic quame voir den gedinge nootsin cundigen, die quaem te vroegh ; die
oic den nootsin bij hem gecundicht niet affirmeren en woude bij eede, dijen nootsin en
waire niet ontfanckelijc.
[9] Van den deffaulten int cas van nootsijnne.
Item, es noch hier wel te noteren dat niettegenstaende dijen dat men den
nootsin die men cundicht ontfanckelijc waire, soe sal nochtans die wederpartije,
present ende diligent zijnde, versuecken deffault, behoudelijck den nootsin, want ten
eynde moet dijen [gedaichden](a) sijnen nootsin thoenen ende bijbrengen, oft anders hij
soude in vreesen van zijnder saken ende querelen staen.
[10] Van den nootsin in ennigen bancken locael.
Item, in ennigen hoven ende bancken locael zijn III nootsinnen ende die IIIIde van
gracien ende dabondant; een, ten iersten daige, noch een den tweeden daige, ende
nootsake van zijnen lijve ten IIIden daige ; ende hadde hij doen cundigen nootsake van
den lijve voire den derden dach, men en soude dairnae geenen anderen nootsin mogen
cundigen, want dats den sunderlijcxsten ende speciaelsten van al.
[11] In wat stucken men niet versteeken en wort, al en cundicht men geenen nootsin.
Item, al wairt soe dat iemende dach hebbende int hoff niet en conste compareren
tot zijnen daige, mits ennigen belette dat hem noottelijck gebuert waire, noch nootsin
cundigen, dairomme en sal hij niet versteeken wordden van sijnder querelen op dijen
dach, al wairt soe dat deffault tegen hem genomen waire, bijsundere in de punten ende
stucken hiernae volgende.
(a.) [gedaichden], in hs. is de ruimte voor dat woord blank gelaten.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 5 33
In den iersten, wair den sneuw soe diepe ende groot gevallen, dat hij zonder
vreese van zijnen lijve den wech niet gevijnden en conste; water, blixem, donder,
hagel, slachregen ende dijergelijcke soe groot dat hij niet dair geraken en conste ;
wairen die bruggen gebroken, die passagien geslooten, die dijcken ende spoeyen
gebroken ende die wege van watere overloopen; waire hem aencomen opten wech
ennich ongeluck aen lijve ende aen lede, van siecten, van ledebrekingen, oft dat des
princen vijanden in sijnen wege wairen, alsoe dat bij uuyt openbairder vreesen ende
sonder sorge van zijnen lijve niet comen en dorste tot zijnen daige; bij den voirscreven
redenen soude die gedaigde veronschuldicht wesen int hof, alsoe verre als hij dat dede
blijcken ten daige, als hij wederomme gedaigt soude zijn om te sien wijsen dat proffijt
van den voirscreven deffaulte.
Ende nae recht zijn oic geexcuseert onbejairde kijnderen, kijntsche, domme ende
sinneloose menschen oft die van ouderdom verduut ende kijnts gewordden zijn, ten-
waire dat met hem gedachvairt wairen huer momboirs oft curateurs ende besorgers,
want anderssins en dienen geen exploicten tegen sulcke liede.
Ve CAPITTELE
VAN PRESENTACIEN
Item, ende overmits dijen dat ic hiervoire gescreven hebbe dat men in der Raidt-
cameren van Brabant partijen ontcommert bij tourte van der rollen, nae ordene van der
presentacien bij hem gedaen des sondaigs in der griffien, zoe behoeft elcken simpelen
man te wetenne wat presenteren is, ende wat dairuuyt volgt, als men wel oft qualijc is
gepresenteert.
[1] Wat presenteren is.
Presenteren is te compareren ende te comen voir trecht in persoene oft bij
procureur ten daige hen beteekent voir recht ter behoirlijcker uren, den rechter met
sijnen wijsers te recht sittende, eest in bancken locael, dair men recht doet bij manen
ende wijsen, oft voir den greffier criminel oft civil int hof van den princhelijcken
gerichte als in den Raid.
Item, die verweerdere ende gedaigde partije en derf niet procederen, al hadde hij
haer gepresenteert, voir dat hair gebleeken zije dat hem die aenlegger tegen hair
gepresenteert hadde, want, bij niet presenteren oft bij niet behoirlijc ende wel
gepresenteert te zijne, mach [bij] den gedaigden vercregen wordden orlof van den hove
ende costen, ende dairomme behoeft den aenlegger dat bij hem selve presentere oft doe
presenteren tegen alle diegeene met namen ende toenamen, dair hij heeft tegen te
doene. Ende eest in saken van appellacien, soe sal die presentacie dat begrijpen (a).
(a). In de marge : van der presentacien in saken van appellacien.
34 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Hadde oic iement hem te doen presenteren tegen veele partijen al op eenen dach, het
en waire niet genoech dat hij hem presenteerde generalijc tegen eenen besunderen
genoempt ende tegen alle andere dair hij, op dijen dach, dach tegen hadde, mair soude
noot sijn dat hij elcke sake bij hem selven noemde, ende die partijen bij naeme ende
toenamen presenteren dede, oft anders soude die presentacie onbehoirlijc zijn gedaen.
[2] Van presentacien nae den dach.
Item, die hem presenteerde nae dat zijnen gesetten dach leden waire, hij soude te
laet comen.
[3] Hoe hem een procureur presenteren sal.
Item, een procureur is hem schuldich te presenteren in den name van sijnen
meester, oft anders en doogh die presentacie niet, want dade die procureur die
presentacie in sijns selfs naeme, die meester soude gehouden zijn als niet gepresenteert.
[4] Van den presentacien ende non-comparicien oft deffaulten in saken van
appellacien.
Item, in saken van appelle, behoeft dat die geappelleerde richter ende die
geintimeerde partije hen beyden presenteren, indijen die geintimeerde partije dat
gewijsde sustineren wille ende dairaf proffijteren, ende hier is te wetenne dat, in den
stijl van der Raidtcameren van Brabant, eest dat die gedaigde juge in cas van
appellacien niet en compareert noch oic die geintimeerde partije(a), in dijen gevalle sal
den appellant gegeven worden deffault, dwelc zijn sal van sulcken proffijte dat men
hem geven sal nyeuwe brieven van commissien om te herdaigenne den geadjourneerden
richter ende die geintimeerde partijen met intimacien "weder zij comen oft niet, men
sal voirts procederen soet behoiren sal". Ende eest dat zij metter tweester daigingen
niet en compareren, soe sal bij den hove geseyt wordden tegen den geappelleerden
richter qualijc gewijst, ende tegen den geintimeerden dat hij niet en sal proffijteren van
der sentencien van den voirscreven richter, ende selen die selve geappelleerde richters
gecondempneert wordden in de costen van den appellant.
[5] Als die geappelleerde compareren ende de geintimeerde niet.
Item, ende oft gebuerde dat den iersten daige van adjournemente die geappelleerde
richters comparerende ende die partije geintimeerde nyet, zoe sal die deffault gegeven
worden tegen die geintimeerde partije, ende sal herdaigt wordden tot eenen anderen
daige met intimacie "come oft niet, dat men voirtvaren sal". Ende die sake aengaende
den gedaigden richter aldair comparerende sal wordden uuytgestelt ende gecontinueert
totten daige dat die geintimeerde die herdaigt wort, gedaigt is te compareren. Ende eest
dat hij dan niet en compareert, zoe sal men tegen den voirscreven geintimeerden geven
a. In de marge : Als de geappelleerde noch geintimeerde partije niet en compareren.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 5 35
IIe deffault, ende sal versteken wordden ten proffijte van der sentencien, ende de
gedaigde richter[sl sullen gehoirt wordden, weder sij wel gewijst sullen hebben oft qualijc.
[6] Als die geintimeerde compareert ende die geappelleerde richter niet.
Item, oft ter contarien van dijen die geadjourneerde ende geappelleerde richters
niet en compareerden, ende dat die geintimeerde partije compareerde, zoe zullen die
geadjourneerde richters geset wordden in deffaulte, ende anderwerf worden gedaigt
met intimacien, als voire, ende die sake van den geintimeerden oic gecontinueert als
voire. Ende eest dat die geadjourneerde richters faillieren, soe sal men hem geven IIen
deffault ende declareren tegen hem qualijc gewijst ; ende nochtans dijen niet-
wederstaende, zoe sal die geintimeerde partije gehoirt zijn, wil hij proces sustineren,
an bene vel male, dats te seggen, oft dat wel oft qualijc geweesen is.
[7] Als die appellant hem niet en presenteert.
Item, als die appellant tot zijnen daige niet en compareert noch hem en heeft
gepresenteert, wat tproffijt dairmede den geappelleerden ende geintimeerden vercregen
wort, dats hiervoire verclairt int derde capittele, sprekende van den daigingen ende
deffaulten(1).
[8] Als dappellant hem niet en presenteert alsoe wel tegen den geintimeerden als
appelleerden.
Item, eest tsake dat een appellant ten daige dienende in cas van appelle hem niet
en heeft gepresenteert, alsoe wel tegen die partije die tvonnisse voir hem heeft, die
geheeten is die geintimeerde partije, als tegen den richter dairaf dat hij geappelleert
heeft, zoe wort die appellant gehouden als niet-appellant, ende men sal bevelen die
sentencie ter execucien te stellen.
[9] Als hem yement heeft doen presenteren bij procureur.
Item, ende oft gebuerde dat hem iement hadde doen presenteren bij sijnen
procureur ende die voirscreven procureur niet en compareerde als bij voirtgeroepen
worde bij tourte van der rollen, wairt tsake[!] dat des anderen daigs dairna die procureur
behoirlijck nootsake bethoende dat hij niet en hadde dair connen geweesen, dat hof soude
hem dairaf releveren ende afslaen oft rebatteren dat deffault, want het soude hert wesen
voir die partije, die dair geen schult in en hadde, dat zij bij faulten van hueren
procureur huer sake verliesen souden.
[10] Wairomme ennige bancken ende wetten partijen niet en ontcommeren bij
oerdenen van presentacie.
Item, es noch te wetenne dat in veele particuliere bancken ende gerichten dair
men trecht doet bij manissen ende wijsdomme, men niet en ontcommert noch en geeft
(1) Zie blz. 21
36 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
audiencie den partijen bij oerdenen van ennigen presentacien die men ordineren mochte
bij hem aldair gedaen te wordden aen den maendere oft aen zijnen clerc, ende is te
sorgene dat die officiers ende wetouders van denselven bancken dat laten te
ordineren om der portanten wille, ende om dijes wille dat zij van partijen meer
gevolgt souden wordden om expedicie te gecrijgen, ende bij dijen des meer te
genyeten ende te proffiteren ende den eenen te mogen voirderen ende den
anderen achterwairts stellen. Zoe wee den richters die dat niet en pijnen te
remedieren hetzije in den audiencien te geven, hetzij na den gedinge ende
conclusien in der saken der outster partijen in rechte, yerst werf huer vonnisse uuyt
te sprekene, indijen men dat gevuegelijc bijgebrengen conste.
[11] Van den presentacien in smalen bancken.
Item, es noch te weten dair hem iement presenteren wille in rechte voir den
particulieren bancken van den lande, es hij clerc, weuwe oft ander persoen userende
van previlegien, dair die rechters mede gequelt mochten wordden, die waire schuldich
aldair hem te presenteren met eenen voight oft borge aldair bedwanckelijc, oft
anders en soude die presentacie van geender weerden zijn, ende die presentacie van
den voight ende van den borchtochten waire van noode wel geregistreert te wordden.
[12] Van den presentacien ende deffaulten in smalen bancken.
Item, is noch te weten dat in den particulieren gerichten dair men wijst bij
manisse ende wijsdomme, men niement schuldich en is te wijsene in deffault, dan
alsoe verre als hij niet en coempt hem presenteren diewijle dat die heeren ende
wethouders in rechte sitten, te weten dat generalijc in civilen ende personeelen saken
van penningen oft anderen contracten den dach schuldich is gehuedt te wordden ;
ende sal dijen tijt dienen totter noenen, dair men voir der noenen dingt, ende dair men
nair der noenen dingt, tot dat vesperen gedaen zijn. Ende in realen saken, tot des
avonts ten sterren tijde toe ; ende in criminelen saken sal men den dach hueden ende
wachten tot dat die sonne ondergegaen is, hetzije ter ierster daigingen oft dat zij
heerdaigt wordden te comen van derden daige ten derden daige ; niettemin veele
bancken hebben hieraf besundere costumen, ende die sal men onderhouden.
VIe CAPITTELE
VAN DEN DELAYEN ENDE CONTUMACIEN ORDINARIJS
Om dijes wille dat in eenen processe bijwijlen die aenlegger ende bijwijlen die
verweerdere contumacien, uuytstelle oft delayen begeeren te hebben eer in derselver
saken aensprake ende verantwoirden gegaen zijn, ende oic dairnae, soe sal ic tracteren
hier wat uuytsette, delayen oft contumacien van saken ordinarijs zijn, alsoe wel voir
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 6 37
den aenlegger als voir den verweerdere, ende hoe men die pleegt bij den hove te
verleenenne nae den stijl van den selven hove.
[l] Welc ordinarijs delayen zijn.
Te hebben ende te begeeren dach van advijse, dach van berade, dach van
absencien van raide, dach van overdenckingen, dach van antwoirdenne, dach om te
repliceren, dach om te dupliceren ende dijergelijcke zijn alle ordinarijse delaye
ende uuytsette, ende zijn genoch bij oerdenen vervolgende den [eenen] den anderen in
den werlijcken hoven.
[2] Dach van avijse.
Dach van avijse oft van rade, is een delay dach [die] een verweerdere mach ende
sculdich is van hebben als hij zijn aensprake heeft gehoirt, ende desen dach van avijse
en(a) verandert niet den staet van der saken, want van den daige van avijse te gunnen
dairaf en heeft die aenlegger geen proffijt, ende dairomme en is men den dach van
avijse niet schuldich te hebben dan eens in der saken, ende dyent desen dach alleenlijc
ende principalijc opte oversien die commissie van adjournemente, die rescripcie ende
die andere arrementen dairop dat die verweerdere is gedaigt ende vervolght.
[3] Dach van tantwoirden.
Dach om te antwoirdenne is van eender andere natueren die enger ende meer
bijsunder is, ende en is anders niet dan om te antwoirden properlijc opten heysch
van den aenlegger met kennen oft ontkennen, want hij dairnae niet en mach proponeren
ennige excepcie declinatorie oft dilatorie, ende en mach dairtoe niet ontfangen wordden.
[4] Dach van absencien.
Dach van absencien van raide is genoch van andere condicien, niet zoe preschijs
noch soe enge als den dach is van berade ; want den dach van absencien van raide is
sulc dat elc van den aenleggere oft verweerdere die eens hebben mach in den voirscreven
proces, in welcke state dat dat proces is voir den vonnisse, soe wanneer hem dat gelieft,
hetzije voir der aenspraken oft dairnae, voir de litiscontestacie oft dairnae, al wairt
oic soe dat die partije, die den voirscreven dach van absencien begeerde, hadde dair
tegenwoirdich sijnen raid, een oft meer, sijnen procureur ende sijnen advocaet, alsoe
verre als hij die absencie begeert, eer die sentencie zije bereet om gepronnuncieert te
wordden.
[5] Dach van overdenckinge.
Dach van overdenckingen is geheeten in walsche tour dappensement, ende dijent
alleene dengeenen die gedaigt is om aen te nemen oft te achterlaten die sake ende
(a) en, in hs : ende
38 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
arrementen van eenen proces, dair die heysschere oft verweerdere af gestorven waire,
ende die levende partije woude dat proces voirtjagen, want hij en conste dat niet
gevoirderen ende voirtgejagen zonder te doen daigen de oyren ende erfgenamen van
den dooden int hof dair die sake hangende is, om ten daige dienende te versuecken die
selve erfgenamen van den dooden dat proces aen te nemen in den staet als[t] gebleven
was ter voirscreven doot, ende dairinne voirt te vairen alst behoiren soude ; ende in
dijen gevalle mogen die oyren van den dooden aannemen tvoirscreven proces, opdat
hen gelieft, ende oft zij dat niet en wouden aannemen, nochtans soe sal die versueckere
niet laten zijn diligencie ende ernsticheyt te doene, om te vervolgen zijn proces als
nae sommacien dairaf gedaen, ende die richter sal dan dairinne voirtgaen ten versuecke
van der partijen, ende van des dairaf sal wordden gewijst, dat selen die oyren ende
erfgenamen van den dooden sculdich zijn te voldoene bij execucien van justicien.
[6] Van den delaye van officien.
Item, noch is een andere delay, dat gescieden mach voir der aensprake ende
dairnae, ende voir der litiscontestacien ende dairnae, ende voir den vonnisse, mair het
en behoirt mair eens te geschiedene in een proces, dat es een delay oft uuytset dat thof
doen ende geven mach van XV daigen van officien wegen; ende dair en mach geen van
der partijen wederseggen.
[7] Een verweerdere sal hebben dach van berade na den dach van avijse.
Item, noch houdt den stijl, eest dat die verweerdere nae dat hij sal hebben gehoirt
die conclusie van den aenleggere ende gesien die exploicten, indijen hij die sien wille,
begeert dach om hem te beraden, men sal hem geven VIII daigen, oft XV ten lancxten.
[8] Van delay in cas van garande, ende hoe men dairin procederen sal.
Item, eest dat die verweerdere, gehoirt hebbende die conclusie van den aenlegger
ende gesien zijn exploicten, begeerde delay om te sommeren ende te vermanen zijn
garandt, ende de materie gedisponeert is tot garande, soe sal men den verweerdere
consenteren een delay van garande ende brieven van commissien om te daigen sijnen
garand, ten XV daigen dairnae volgende. Ende eest dat die garant niet en coempt, zoe
mach die verweerdere nemen deffault ende nyeuwe commissie, om te doen herdaigen
sijnen garand ten XV daigen dairnae ; tot welcken daige, eest dat die voirscreven garand
niet en compareert, die voirscreven verweerdere sal hebben dat IIe deffault, ende
sal dan moegen sommeren ende versuecken zijn partije die hem sculdich is te
garanderen in zijnder abscencien, dat hij hem quijte ende de sake verantwoirde, ende
in gebreecke ende deffaulte van dijen protesteren op hem te verhalen zijn scade, costen
ende interesten ; ende sonder meer delays te hebbene sal hij gehouden zijn te
verantwoirden metten mont ende te antwoirden opten heysch, soe hij in zijnen
raid bevijnden sal behoirende, hetzije bij dilatorien oft peremptorien oft anderssins.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 6 39
[9] Als die garand compareert.
Item, wairt dat, ten iersten of den IIsten adjournemente van den garand, die
garand compareerde voir recht, ende woude aannemen die querele ende tproces voir
den verweerdere ende begeerde delay om te antwoirden, die aenlegger sal sculdich zijn
te vernyeuwen zijnen heysch metten mont, ende die garand sal hebben een delay van
XV daigen om hem te beraden ende hem te comen verantwoirden metten monde alsoe
hem duncken sal dienende.
[10] Nae dat delay int cas van garand en mach men nyet declineren.
Item, woude iement declineren van justicien van den hove, die sal sculdich zijn
te proponeren zijn declinatorie eer hij nemen sal delay om te daigen zijn garand,
want dairnae en sal hij niet ontfangen wordden ; desgelijcx soe wije dat aenneempt
garand voir eenen anderen, die en sal niet mogen declineren tgerichte.
[11] Van den delayen om te repliceren ende te dupliceren.
Item, als die verweerdere sal hebben geantwoirdt bij monde, soe sal die aenlegger
hebben VIII daigen of XV ten lancxten, opdat hij des begeert, om te comen repliceren
bij monde.
Item, desgelijcx die verweerdere ten daige als men repliceren sal, sal mogen nemen
delay van VIII daigen oft XV daigen om te comen dupliceren, ende dat gedaen sullen
partijen geappointeert wordden te scrijvenne oft anderssins, opten staenden voet soe
dat behoiren sal.
[12] Van den delay van veuen de lieu.
Item, als iement sal gedaigt wordden in materie reaele, dair questie is van gronde
van erven, eest dat die verweerdere begheert te hebben delay van veuen, ende dat hem
die erve gethoent wordde, bij gesichte zijnder oogen, bij sal dairaf delay hebben van
XV daigen, en[de] dairenbinnen sal hem die aenlegger schuldich zijn te doene de
voirscreven ostencie van der erven in presencien van eenen officier, die dairaf sijn
rescripcie doen sal den hove.
[13] Dat men geen ander delay geven en sal sonder etc.
Item, boven desen voirscreven ordinarijsen delayen en sal geen van der partijen
mogen hebben andere delayen bijsundere die in enquesten zijn geappointeert, het en
waire bij brieven van octroye van onsen genadichen heere gecauseert met rechveerdichgen
saken, oft dat thof bevonde dat dair is nootsake, dairomme men behoefde een ander
delay te gevene, op dwelc partijen gehoirt, men appointeren soude, alsoe thof
bevijnden soude dairtoe behoirende.
[14] Wes nae den IIIIen deffaulten gedaen sal wordden.
Item, soe boven geseyt is, laet hem iement setten in IIII deffaulten in materien
dairinne dat behoeven IIII deffaulten gegeven te wordden, nae dat tvierde deffault
40 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
gegeven is, soe sal die aenlegger overgeven den hove zijn libel ; ende dat gedaen zijnde
behoeft dairop thoen ende verificacie te geschiedene, soe sal thof declareren dat men
dairop enqueste sal doen, ende sellen commissarijsen geordineert wordden om te doen
de voirscreven enqueste, die voirt procederen sullen, soet behoiren sal ende hier-
naemaels verclairt sal wordden.
[15] Wes nae den II deffaulten gedaen sal wordden in materie possessorie.
Item, desgelijcx soe geseyt is van dengeenen die hem selven laten stellen in IIII
deffaulten, soe sal oic gedaen wordden in materie possessorie, als die verweerdere sal
geset zijn in II deffaulten, te weten dat dan de enqueste gedaen sal wordden op dat
libel van den aenlegger als boven.
[16] Wes geschieden sal in materie van appeele ende van garande nae de
behoirlijcke deffaulten.
Item, mair in materien van appeele, van execucien ende van garande en sal niet
wordden alsoe geprocedeert, want in saken van appeele bij II deffaulten, gecommitteert
bij der geappelleerder ende geintimeerder partijen, sal zonder ennich proces oft
solempniteyt van berade geseyt wordden qualijc gewijst ende wel geappelleert, die
sentencie gereformeert ende geseyt dat dairaf niet en sal proffijteren diegeene die die
verworven hadde ; ende in deffaulte van den appellant sal gegeven wordden oirlof van
den hove int cas van appeele bij eenen simpelen deffaulte, ende dappellacie gedeclaireert
wordden desert.
[17] Van den delayen als iement geweesen wort tot zijnen thoen ende vermeete.
Item, als iement geweesen is tot zijnen thoene ende probacien van sijnen vermeeten,
es dan die sake civil ende civilijc geintenteert, zoe en behoirt men nae recht niet meer
dan II delayen ende uuytstelle te geven, mair is die sake crimineel ende capitael, soe
geeft men den accusatoer II delayen ende dengeenen die geaccuseert wort drije delayen,
ende dat op zekere kennisse van nootsaken, ende anderssins soe naemaels breerder
geseyt sal wordden int XVIIe capittele van den tweeden tractate oft boecke van deser
practijcken.
[18] Wat geschieden sal in materien van execucien nae behoirlijc deffault, ende
in saken van garande.
Item, in cas van execucien nae een simpel deffault sal geseyt wordden, dat die
execucie volschieden sal, ende den executeerder oirlof gegeven die te voldoene ; ende
in saken van garande nae II deffaulten sellen gedaen worden alle behoirlijcke versuecke[n]
ende sommacien tegen den gedaigden garand niet comparerende, dewelcke requesten
ende sommacien cracht hebben selen alsoft die gedaen wairen aen sijnen persoen,
gelijc voirscreven is.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 7 41
VIIe CAPITTELE
WAT ACTIE IS, ENDE HOE ZIJ GEDEELT WORT IN TWEEN
Om dan voirdaene onderwijs te geven den slechten ende simpelen lieden, die geerne
huer actie ende recht vervolgen souden, dat zij weeten mogen wat actie is, wairuuyt
dat die oirsprone neempt, ende wat personen ontfanckelijc zijn oft niet ontfanckelijc
om in recht te mogen ageren oft heysch te doene, wat personen heysch maken mogen
alleene oft met anderen macht over hem hebbende, wat lieden in recht ontfanckelijc zijn
voir eenen anderen te mogen daigenne bij procuracie oft zonder procuracie, ende dat zij
alsoe te nairder mogen dencken wat zij te doen selen hebben, eer zij hen haesten
lichtelijc in een proces te treedenne, want een proces slacht ende is te gelijcken bij der
motten, die dat laken eet ende verslijndt, in gelijckenissen van denwelcken dat proces
des menschen harte knaecht ende becommert met sorgen ende verdriete, dat hij dicwijle
noch geeten noch gedrincken en can, noch geenderhande dinc te handen getrecken,
die zwairheyt ende sorge van zijnen processe en coempt hem te voiren, bijsundere ende
aldermeest dengeenen die hem trechts niet wel en verstaan.
Wat actie is.
Soe suldij weten dat actie is geheeten een recht om te vervolgen in den gerichte dat
hem toebehoirt; ende ghij sult voirt weten dat die actie wort generalijc gedeelt in II
deelen oft leden. Ennige zijn geheeten actien reael, ende andere zijn geheeten actien
personeel.
Item, ennige willen dairaen hangen een derde let, te weeten, een actie die mixt is,
dats te seggen, die eensdeels reael is ende eensdeel[s] personeel ; mair dit derde let
wort gecomprehendeert onder dander II deelen oft leeden, te weten, als men ageert tot
reaelder prestacien ende betalingen op eenen persoen, zoe wort die actie begrepen
onder die actie reael geheeten in rem, ende als men ageert tot personeelen prestacien
op eenen persoen, soe wort die actie begrepen onder die actie personeel, die geheeten
wort actio in personam ; te weeten is, soe wanneer een actie, die mixt is, gedaen
wort om te hebben ennich dinck oft tgoet[!] reael, zoe volght zij den dingen ende
der reaelyteyt gelijc andere actien reael, ende soe wanneer sij gedaen wort om te
vervolgen den persoen die men aansprect, soe volght zij den persoen gelijc andere
actie personeel, want actien personeel volgen den persoen ende der natuere [van den]
personen, ende die actie[n] reael volgen ende concomitteren den dingen.
Item, ende alsoe men dingen vijndt die corporael zijn in drijerleyden differencien,
ennige zijn onberuerlijcke dingen als grondt ende erve, ennige zijn beruerlijcke dingen
als cleerder, boecke, gelt ende dijergelijcke haeffelijcke goeden, die men verrueren ende
dragen mach, ende ennige zijn dingen die hem selven mogen berueren, als peerde, scape,
coeyen ende dijergelijcke, ende dese wordden oic onder die beruerlijcke ende haefflijcke
goeden in den rechten mede gecomprehendeert; ende soe men oic ander dingen vijndt,
die incorporael zijn, soe dat mense noch drijven noch dragen en mach, zoe vijndt men
42 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
verscheiden actien in rem, dats te seggen, die reael zijn, van versceydender natueren
ende met verscheidenen namen genoempt om trecht dairaf te vervolgenne, gelijc dat
nairder hiernae verclairt sal wordden.
Item, die actie personeele concomiteren ende volgen den persoen principalijc, ende
presupponeren dat die verweerders oft debiteurs, dair zij tegen gedirigeert wordden,
geobligeert ende verbonden staen aen den heyschere, hetzije openbairlijc oft in stilre (a)
weerden, uuyt voirwairden oft contracte oft uuyt maleficien oft anderen figueren van
saken, soe achter breeder verclairt sal wordden. Ende dese actie personel wort wel
ingeset ad rem, om te hebben ennich dinc, mair zij presupponeert die obligacie van den
persoen, ende dairomme heet zij te zijne een actie personel. Exempel : Ghij hebt mij
vercocht een boeck oft verhuert een huys, ghij sijt te mijwairts verbonden ende
geobligeert uuyt contracte ende voirwairden, al eest dat ick agere ende vervolgh
oft heyssche make totten boecke oft totten huyse.
Item, die actie reael die en presupponeert niet den verweerdere, dair zij tegen
gedirigeert wort, verbonden te zijne, mair competeert te hebben een dinc gerestitueert
van dengeenen dair zij wort tegen gedirigeert. Exempel : Ick heyssche tdinc dat mij
onvreempt is, nochtans en heeft hij die verweerdere niet gelooft, noch hem aen mij
verbonden.
Item, uuyten geenen dat boven geseyt is, is clairlijc ende wel te verstaene dat actie
te hebben tot ennigen dingen en is anders niet dan te hebben sake, redene ende recht
om te heysschenne ende in gerichte te vervolgene tgeene dat hem toebehoirt. Ende dat
voirscreven recht van vervolgene is geheeten een actie, gelijc die redene ende recht
heeft over eenen anderen te heysschen lijf oft lit oft ennige beternisse van grooten ende
quaden injurien, die heeft op hem een actie personeel, die criminel is geheeten;
desgelijcx wije redene heeft eenen anderen te vervolgenne van sculden, van gelooften
oft ennige voirwairden, die heeft op hem een actie personeel, die civil is geheeten ; die
oic redenne ende recht heeft te vervolgene ennigen grondt van erven voir grontchijns
oft oudt belet oft nyeuwe turbacie oft andere ipoteecke oft verbijntenisse van gronde,
die heeft dairop een actie reale.
Item, deser actien reale zijn VI manieren, die geheeten zijn in latine, rei vindicatio,
petitio hereditatis, ipoticaria, publiciana, confessoria, et negatoria.
Item, ende want dan geen persoen in recht gespreken oft heysch gemaken en can
op iemenden bij personelder actien, die andere en zije in hem geobligeert, gehouden
ende verbonden, soe eest clair dat obligacie moeder is van der actien, ende dat die actie
hueren oirspronc neempt van obligacien van verbijntenissen van rechte. Ende die
obligacie neempt voirt hueren oirspronc oft uuyt overdrage, voirwairden ende contracten
ende uuyt ennigen wercken oft saken die cracht hebben, gelijc overdaden, mits den-
welcken ic hier declareren sal wat een contract is, ende hoedat principalijc van III
dingen dat contract sijn wesen neempt.
(a.) stilre, in hs. : stelre.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 8 43
VIIIe CAPITTELE
WAT EEN CONTRACT HEET, ENDE HOE HEM DAT DEELT
[l] [Wat een contract heet].
Contract is een voirwairde, overdrach oft consente dairmede dat partijen die dair
contraheren, deen aen den anderen verbonden ende gehouden zijn, als coopinge,
vercoopinge, hueringe, verhueringe ende dijergelijcken verbijntenissen. Exempel : Die
vercooper is verbonden den coopere tgoet te leveren, die cooper es verbonden den
vercoopere tgelt te betalen ; die verhuerder is schuldich den huerlinck zijnder hueren
te laten gebruyken, die huerlinck is schuldich den verhuerder zijn huere te betalen.
Ende generalijc dat contract van arras oft dair godspenning gegeven wort, dats
dierste contract ; ende dat contract neempt principalijc oirspronc uuyten pacte,
overdragen ende consente, dat partijen onderlingen met malcanderen overdragen,
malcanderen te geven oft te doene, hetzij bij mondelinge oft openbairen consente
oft bij ennigen wercke dat in hem selven stillichlijcke ende zwijgende macht ende
cracht heeft van consente, zoe dat hieronder nairder verclairt sal wordden.
[2] Van twederleye manieren van contracte.
Item, men vijndt principalijc twederleye manieren van contracte.
Deen maniere van contracte heeten genoemde contracten, als coop, vercoop,
hueringe ende dijergelijcke, derwelcker vocabel oft naem en can deen aen dandere
gestaen oft gedienen, want men niet en can geseggen, coop is verhueringe oft hueringe
is coop, ende dijergelijcke.
Dandere maniere zijn ongenoemde contracten, derwelcker vocabel oft naem is
alsoe wijt, dat zij moeten bij den genoemden contracten wordden gecompareert, gelijc
als men geeft dit om dat, dat is een contract ongenoempt, ende mach gelijct ende
gecompareert wordden hij den genoemden contracte van coope oft vercoope, want die
vercoopere geeft dat goet, ende de coopere geeft den prijs van den goede; desgelijcx,
als men dit doet om dat, oft als men dit doet omdat men dat geeft, oft als men dit geeft
omdat men dat doet, ende dijergelijcke, dat zijn ongenoemde contracten, soe men
seggen soude : "Ich geve u mijn huys, omdat ghij mij geeft uwen wijngaert", "Ic
gelove u eenen boec te scrijven, ende ghij gelooft mij een huys te maken."
[3] Hoe dat contract zijn wesen neempt uuyt III dingen.
Een contract heeft zijn wesen uuyt III dingen, te weten, uuyten personen die de
voirwairden ende contracten maken, uuyten dingen oft goeden dairop dat zij die
voirwairden maken, ende uuyten verbintenissen van den contrahenten ; ende hieromme
sal ick van elcken van desen drijen wat seggen bij oerdenen.
[4] Een onderscheyt ende divisie van den personen.
Ierst, van den persoen ; alle menschen, oft zij sijn mannen oft vrouwen oft
hermofodrijten, hebbende die natuere van beyden, nochtans heeft hij meer van den
44 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
mans, soe wort hij gehouden voir man, heeft hij meer van der vrouwen, soe wort hij
gehouden voir een wijf.
[5] Een ander onderscheyt van denselven.
Een ander onderscheyt oft divisie van personen is dese : alle mensche, oft zij sijn
geboren, oft zij zijn te baren, ende ennige zijn ontfangen ende noch levende, liggende
in der moeder lichaem, ende die wordden gericht alsoft zij geboren wairen.
[6] Een onderersceyt (sic) van denselven.
Een andere divisie ende onderscheyt van menschen is dese : alle menschen, oft hij
es vrij oft hij is seerf, dats te seggen, slave ende eens anders eygens.
[7] Wat een serf is.
Serf oft slave is diegeene die van eender moeder geboren is, die serf ende
onvrij is, oft die bij heercrachte oft bij openbairen oirloge gecregen zijn, oft die oudt is
boven XX jairen ende laet hem vercoopen om in den prijs deel te nemenne, oft anderssins,
onder ennigen titele die rechtveerdich is, hem laet willens ende weetens vertieren ende
brengen in slavernijen ende eyge[n]domme ; ende dese zijn geheeten in latine servi oft
mancipia id est manucapta. (a)
[8] Wat een vrij persoen is.
Vrij personen zijn diegeene die gedailt zijn van eenen vrijen vader ende van eender
vrijer moeder, oft ten minsten van eender vrijer moeder; want wije dair geboren wort,
volgt altijt die condicie van der moeder ende niet van den vadere; ende dese heeten in
latine libri, ende dese vrije; ennige van dijen heeten ingenui, ende dat zijn diegeene die
vrij geboren zijn, al wairt oic zoe dat die vader serf waire, oft dat zijn moeder vrij
waire, andere heeten libertini die uuyter servagien ende slavernijen vrij ende los
gemaict, ontslagen ende gegeven zijn.
[9] Een ander onderscheyt van denselven.
Een andere divisie van personen is te weten : alle menschen, oft zij zijn huers selfs
machtich, oft zij zijn onder die macht van anderen die hen self machtich zijn, dat zijn
alle vrije persoenen, ende die kijnderen die uuyter macht ende plicht van den vadere
ende moeder zijn, hetzij bij doode oft anderssins. Die onder die macht van anderen zijn,
dat sijn die slaven. Item, die kijnderen die int vaders plicht zijn, ende gevangene oft
gecochte persoonen.
[10] Een orderscheyt ende divisie van kijnderen.
Een ander onderscheyt van personen die kijnderen zijn, te weten, alle kijnderen,
oft zij zijn wittich oft natuerlijcke kijnderen, oft zij zijn wittich alleene, oft zij zijn
natuerlijc alleene, oft zij zijn noch natuerlijc noch wittich.
(a.) manucapta, in hs. : nanucapta.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 8 45
Wittige ende natuerlijcke kijnderen zijn die geprocreeert wordden uuyt wittigen
huwelijcke ; wittige kijnderen alleene zijn diegeene die bij adopcien ende kiesingen tot
kijnderen gecoren wordden.
Natuerlijcke kijnderen alleene zijn diegeene die geboren zijn van eenen boelken,
die concubijne is.
Noch wittige noch natuerlijcke kijnderen zijn diegeene die in overspeele oft in
gedampneerden ende verduempden commixtien ende bijslapingen geboren zijn, als die-
geene die gewonnen zijn van nichten oft van zwegerinnen, van nonnen oft van
geoerdenen susteren, van gehouden vrouwen ende dijergelijcke.
[11] Welc wittich oft onwichtich ouderdom is.
Item, hier es noch te weten dat wittigen ouderdoem es den tijt van XXV jairen, [die]
zijn geheeten in latine maiores; onwittijge ouderdoem is van XV jairen, ende die heeten in
latijne, minores ; ende dese van onwittige jairen zijn tweerhanden. Ennige heeten in
latine puberes, ende dat zijn die knechkens van XIIII jairen, ende die meyskens van
XII jairen, ende dese zijn oic geheeten adulti ende oic adolescentes, dat zijn jongelingen.
Ennige andere zijn geheeten impuberes, ende dat zijn die knechkens die jonger zijn dan
XIIII jairen, ende die meyskens die jonger zijn dan XII jairen, ende dese wordden noch
geheeten kijnderen ; ende eest dat zij noch vader noch moeder en hebben oft dat zij
berooft zijn van eenen van beyden, zoe heeten zij weesen. Ende van desen impuberes
zijn ennige geheeten kijnderkens, dat zijn die knechtkens ende meyskens tot VII jairen,
ende ennige zijn geheeten wat meerder dan kijnderkens, ende dat zijn die knechtkens
ouder dan VII jairen toe X 1/2 jairen toe, ende die meyskens van hueren VII jairen tot
dat zij IX 1/2 jair oudt zijn.
[12] Wat ende hoeveele manieren van personen een contract maken vicieux.
Hier es noch te weten dat XII manieren van personen zijn die een contract maken
vicieux, dats ondeugdelijc ende van onweerden, dairaf die viere niet en mogen
contraheren bij faulten van ouden, als kijnderkens, kijnderen, impuberes ende die bij
der pubriteyt comen zijn. Andere zijn die niet en mogen contraheren om huerder
condicien wille, als een kijndt dat in svaders plicht is, ende een serf ende oic een wijf,
dair dat bij statute verboden is, want contraheerde zij dairenboven, het contract soude
zijn van onweerden als tegen recht gedaen ; want alsoe crachtich is dat statuyt in een
stadt als dat gemeyn recht in een lant.
Item, een officiael wesende in zijnder officien en mach niet contraheren met zijnen
ondersate, noch een medicus met zijnen siecken, noch een advocaet met zijnder partijen
hangende zijnen gedingen.
Ander III zijn die niet en mogen contraheren bij redenen van gebrecken van siecten,
als die uuytsinnige, die stomme ende die doofve.
Andere IIII en mogen niet contraheren mits huerder overdaet, als een doorslager (a) van
(a.) doorslager, in hs. : dootslager.
46 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
hueren goede, een ongelovich oft heretijck mensche, een verloogent kersten oft
uuytgelopen monnick ende een openbair misdadige, die ter doot gewijst is ende van den
live gevangen.
[13] Hoe dat contract zijn weesen neempt uuyten dingen.
Item, ten anderen male, zoe hiervoir geseyt is, zoe neempt dat contract zijn wesen
niet alleene uuyten personen die dair contraheren, mair oic uuyten dingen, dairaf dat
zij contraheren ende hoer voirwairde maken, ende dairomme behoeft hier verclairt te
wordden hoe ende in wat manieren dat die machten ende heerscapien over die dingen
vercregen wordden.
[14] Hoe dominie over die dingen vercregen is.
Item, ende dairomme is hier te weten dat dominacie oft heerscapie over die dingen
wordt ende is vercregen, oft bij rechte dat bijnae alle menschen gebruycken, dwelc is
geheeten in latijne ius gentium, oft bij civilen rechte, dat is bij den rechte dat elck
volck oft elc stadt over ben selven ordineert ende stelt.
Bij der iersten manieren van rechte, dwelc geheeten is ius gentium, wordt die
dominacie ende heerscapie over die dingen gecregen in vijf manieren. In den iersten,
bij occupacien ende aenveerdingen, gelijc als wij die wilde beesten opter eerden, die
vissche int dwatere ende die vogele in der locht vangen, dwelcke - want die in nyemens
macht oft dwanck en zijn - wordden bij natuerlijcken redenen verleent dengeenen die
zijn hant dairop geleggen can. Ten anderen, bij invencien, dats bij vijndingen, gelijc oft
iement bij avontueren yet vonde in eens anders mans erve oft grondt sonder opset, soe
is die helft van dijen des vijnders, ende dandere helft des heeren van den gronde. Ten
derden male, bij alluvijen, dats te seggen bij aenworp van der zee oft riviere. Ten vierden
male, bij nemingen, gelijc oft wij iet namen met fortsen op die vianden van den heiligen
gelove, dat soude ons toebehoiren. Ten Vsten male, bij overgevinge oft leveringe,
gelijc een persoen zijn wittige jairen hebbende, vrij sijnde ende gans van verstande,
overgeeft ende levert uuyt eender geloofder saken iet dat zijn is, want met dijer tradicien
ende leveringen soe wort die dominacie ende heerscapie van den dingen, alsoe gelevert,
wort getransfereert in dengeenen die de voirscreven leveringe wort gedaen, gelijc men
seggen soude dat die dominie ende heerscapie van vercoopenne, van gevenne, van
duwairijen ende dijergelijcke wordden getransfereert in de macht ende dominacie van
dengeenen die dat ontfanckt ende neempt. Ten VIen male, bij plantingen, wijnninge,
bouwinge.
Item, bij der IIster manieren, geheeten ius civile, wort die dominacie ende
heerscapie over die dingen gecregen in vijf manieren. Dierste, bij arrogacien oft
adopcien, dats te seggen bij uuytverkiesingen, gelijc als een huysheere eenen anderen
wesende in zijnder macht uuytverkiest tot zijnen zoone, dat heet arrogacio, ende als hij
eenen tot zijnen kijnde verkiest, die in eens anders macht is, dat heet adopcio. Ten
IIden male, bij successien, hetzije bij testamente, oft van bloetswegen ende sonder
testament, dwelc is geheeten ab intestato. Ten derden male, bij inganck van religien
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 8 47
oft van geestelijcken plaetzen, dairmede die weerlijcke staet zeere mede wort
gemindert. Ten vierden male, bij usucapien. Ten Ven male, bij prescripcien. Ten
VIe male, bij sentencien ende vonnisse van den richtere die gegeven worden in
personelen actien.
[15] Wat usucapio heet.
Usucapio is vercrijgh van ruerende goeden bij continuacien van besitte ende
possessie, onder wittigen title eenen behoirlijcken tijt bij den rechten gestatueert,
gelijc als een persoen een dinc vercoopt oft overgeeft ter goeder trouwen meynende
macht dairover te hebben, hoewel nochtans dat zijn niet en is, ende diegeene die dat
ontfanct, neempt dat oic ter goeder trouwen, meynende dat van den rechten heere dijen
dat toebeboirt, te hebben ontfangen ; bij besitte ende gebruycke van III jairen ongestoort,
sal dat euwelijc zijne blijven alsoe verre als dat dinc niet vicieux en is, gelijc men
seggen mochte kerckelijc dinc oft andere dijergelijcke. Ende is te wetenne dat bij
usucapien wort gecregen heerscapie ende dominie directe, mair bij prescriptien van
lange oft zeere langen tijden wordt alleene gecregen proffijtelijc ende utile dominie ende
heerscapie. Item, usucapio is een generalen naem begrijpende in hem prescripcie.
[16] Wat prescripcie heet.
Prescripcie is een lange gecontinueerde possessie, cracht nemende van den tijde
des gebruycx, gelijc die dominie ende heerscapie van den onberuerlijcken dingen wort
gecregen bij prescriptien van X jairen, onder diegeene die present ende bij der hant sijn,
dats die in die eender contreyen ende provincien zijn, ende van XX jairen onder die-
geene die absent ende van der hant zijn, dat is die in diversen provincien zijn, dats te
verstaene als die aenlegger binnen geenen tijde van der prescriptien binnen (a) dijen
contreyen oft lande geweest en is.
Item, prescripcie wort oic in den rechten geheeten een lange silencie oft langh
gezwijch.
[17] Wat totter prescripcien behoirt.
Hier is noch te noteren dat generalijc, eer men een onruerende dinc oft goed mach
prescriberen, zoe behoeven dair IIII dingen te zijn, te weten, goede trouwe, goeden
gerichten titel ende gecontinueerde possessie, ende dat dat dinc niet en zije vicieux.
Dair moeten oic zijn III andere dingen, te weten, dat dinck dat men prescribeert, ende
die persoen die dair prescribeert, ende die persoen dairtegen dat men prescribeert.
Mair, die goede trouwe ende possessie zijn die substanciale van al, ende men vijndt in
den rechten bescreven XXXI stucken dairinne dat geene prescriptie loop en heeft,
totten welcken ic u in desen verseynde, ende totten geenen des ghij dairaf int XVIe
capitele van den IIen boecke van deser Loopender Practijcken selt bescreven vijnden.
(a.) binnen, in hs. : dijen binnen.
48 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[18] Wat goede trouwe heet.
Goede trouwe moet dair zijn, alsoe wel van wegen des gevers oft vercoopers als van
wegen des coopers oft nemers, want hij geeft ter goeder trouwen, die heere meynt
te zijne van den dinge dat hij geeft, ende hij neempt dat ter goeder trouwen, die den
gever dairvoir houdt.
[19] Wat gerechten titel is.
Goeden, gerechten titel es dat men besit onder titel van ghijften, van coope, van
successien ende versterffenissen, ende heet den titel wittich zijnde, als hij bij den richter
gesterct ende geapprobeert wort, als bij tradicien ende consente, want naicte tradicie
sonder titel en transfereert geen dominie noch en verleent geen sake van prescripcien.
[20] Wat gecontinueerde possessie is.
Gecontinueerde possessie is als dat dinc beseten wort zijnen behoirlijcken tijt
zonde[r] stornisse oft interrupcie.
[21] Van den dingen dat vicieux is.
Dat dinc dat vicieux is, en can bij geender gecontinueerder possessien oft
prescripcien van X jairen oft van XX jairen geprescribeert wordden, als gewijde erve,
geestelijcke goede, der gemeynten goeden, des princen demeynen, der wesen goeden
ende dijergelijcke, als die bij anderen gehouden wordden dan bij dengeenen die die
toebehoiren.
[22] Hoe die dominie tweerleye is.
Hier is noch te weten dat dominie ende heerscapie van (a) den dingen es tweerleye ;
deen is geheeten dominie directe, dat es die recht uuytgaet ende puer is in heur selven,
ende die wort vercregen bij overleveringen ende tradicien gedaen van den gewairigen
grondtheere uuyt ennigen rechveerdigen titel ; dander is geheeten die proffijtelijcke ende
nuttige dominie ende die wort gecregen, oft bij tradicien oft overgevingen gedaen van
den gerechten heere, oft bij successien oft bij prescriptien.
[23] Wanneer een dinc geheet te zijne gelevert.
Item, noch is hier te nooteren dat een dinc heet gelevert te sijne, ierst, als
yement in die corporael possessie innegeleyt wort, dairinne wandelende. Ten anderen,
als iement van selfs dat aenvaert ende blijft gebruyckende ten aensien ende gedooghe
van zijnen adversarijs. Ten derden, als hem die stotelen van den kisten ende plaetzen
gegeven wordden, dair dat dinc inne is. Ten IIIIden male, als die coopere dat dinc doet
bewairen. Ten Ven male, als die gever mondelinge seegt : "Houdt en[de] hebt dat
dinc." Ten VIen male, als die vertierder van den dingen bekent dat hijt besittende
blijft in den name van den coopere. Ten VIIen, male, eest dat hij hem overgeeft die
(a.) van, in hs.: is van.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 8 49
oude brieven van den goeden. Ten VIIIen male, eest dat die vertierder dairinne zijn
tocht bespreect.
[24] Hoe dat contract neempt zijn weesen uuyt obligacien.
Ten derden male, zoe neempt dat contract zijn weesen niet alleen uuyten persoen
die dair contraheren, ende den dingen dairaf zij contraheren, mair oic uuyter verbijn-
tenissen ende obligacien die die contrahenten malcanderen doen.
Item, noch suldij weeten dat in den rechten een contract geheeten wort een
commutacie ende verwandelinge die wittich ende civil is, ende dese commutacie is
gevonden geweest nae den staet der innocentien ende onnoselheyden ende nae de
zunde, want den staet van innocentien hielt ende hadde alle dinc gemeyn.
Item, noch suldij weten dat men die divisie oft differencien ende onderscheyt van
den contracte weten ende bekennen mach in deser manieren, te weeten, ende bij den
contracte wort getransfereert die dominie ende heerscapie van den dingen, oft alleene
dat gebruyc. Wort bij den contracte getransfereert die dominie ende dat gedaen wort
bij middele van prijse, zoe comen dairuuyt twee manieren van contracten die correlatijf
zijn, deen geheeten cooper, ende dander vercooper ; ende wort die dominie getransfereert
zonder middel van prijse, zoe comen dairuuyt twee anderen manieren van contracten
die oic correlatijf zijn, deen geheeten leeninge ende [dander] geheeten onleninge van gelde;
en[de] men mach dairtoe vuegen een andere maniere van contracte geheeten liberale
donatie oft ghifte; ende noch een andere maniere geheeten wisselinge, die (a) die dominie
van eenen dinge transfereert tot eenen anderen dinge, blijvende elc dinc in zijnen
wesenne ende essencien, gelijc als men wijn wisselt om coren. Ende wort bij den
contracte alleene getransfereert dat gebruyck van den dinge, blijvende niettemin die
dominie van den dinge bij den transferent ende overgevere, ende dat dat gedaen wort
bij middele van (b) [ennigen] prijse, zoe comen dairuuyt twee specien van contracte die oic
correlatijf zijn, te weten hueringe, ende dandere geheeten verhueringe ; ende men mach
dairbij vuegen erfgevinge ende erfpachtinge ende erfflijcke ende jairlijcxe pensie,
geheeten emphitiosis ; oic mach men dairbij vuegen een andere specie van contracte
geheeten impignoracio, dats verpandinge, dairinne dat properlijc geen translacie en is
van den gebruycke, mair is alleenlijc een disposicie om der verzekeringen wille van
tgeene des eenen anderen geleent oft gelooft is te gebruycken; wort oic dat gebruyc van
den dinge getransfereert sonder middel van ennigen prijse, zoe comen dairuuyt tweer-
hande specien van contracten, deen geheeten commodacio, dwelc oic is een maniere van
leeningen, ende dander accommodacio, dwelc is een maniere van leeninge.
Item, noch suldij weten dat in ennigen dingen die dominie niet gesceyden en is van
den gebruycke, alst zij (c) in den geleenden telden gelde, welcx dominie is dat gebruyck
desselfs gelts, alsoic nae der spijsen, welcx gebruyck is derselver spijsen consumpsie
ende verganckellicheyt, zoe dat dairinne tgebruyc niet verscheyden en is van den
dominie ende heerscapien desselfs.
(a.) die, in hs. : allen. - (b.) van, in hs. : ende. - (c.) zij, in hs. : hij.
50 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
IXe CAPITTELE
WAT OBLIGACIE IS, ENDE HOE ZIJ HAER DEELT
[1] Wat obligacie is.
Ende om die dingen voirscreven wel te mogen verstaene, zoe zuldij weten dat
obligacie is eenen bandt van richte, dairmede een mensche bedwongen wort met goeder
redenen te voldoene tgeene dair hij inne gehouden is; ende desen bandt van obligacien
deelt hem in tween deelen.
[2] Van obligacie naturele.
Deen is obligacie naturele, ende is diegeene die natuerlijcke verbijntenisse
begrijpt ; in deser natuerlijcker obligacien verbijndt hem een weese, ende die tot zijnen
mondigen jairen, te weten totten jairen van der puberteyt, niet comen en is, zonder
auctoriteyt van zijnen monboir ; desgelijcx oic een slave oft serf, die iet gelooft zonder
zijnen heere ; desgelijcx tkijnt, dat in de plicht is van zijnen vadere ; ende die vader, die
den selven zijnen kijnde yet gelooft , in zijnder plicht wesende ; ende alsulcke
natuerlijcke obligacie alleene en bijndt niet, want natuerlijcke obligacie alleene is
machteloos om te ageren ende heysch te maken.
[3] Van obligacie civile.
Dander is obligacie civile, ende is als hem iement verbijndt bij solempn[i]teyten
van rechte yet te geven oft te doen, mair die natuerlijcke redelijcheyt en s[u]wairdert
noch en raidt niet dat men dat doe ; gelijc die onder zijnen segel oft voire notarijs ende
getuygen ende voir ennige wet bekent hadde ennige somme schuldich zijnde
toecomende van geleenden gelde, op hope dat men hem dat leenen ende overtellen soude,
ende dat hij dat nyet gehadt noch ontfangen en hadde, al heeft hem dese civilijc ende
solempnelijc verbonden, nochtans en wille die natuerlijcke gerichticheyt niet dat hij sal
betalen tgeene dat hij niet gehadt en heeft ; mair en wederleyde hij dat niet binnen den
iersten II jairen, hij soude natuerlijc ende civilijc dairinne gehouden zijn, ende aldus is
die civile obligacie alleene oic machteloos te ageren.
[4] Van obligacie naturele ende civile tsamen.
Die derde is obligacie natureele ende civile tsamen, ende is als een persoen die
hem verbijnden mach ende habele is om hem te mogen verbijnden, mitter solempniteyten
van den rechten hem verbijndt, ende die natuerlijcke redene wille dat hij dat voldoe;
ende dese obligacie ende verbijntenisse heeft (a) cracht ende macht om te ageren.
(a.) heeft, in hs. : ierst.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 9 51
[5] Een divisie ende onderscheyt van obligacien.
Item, noch zijn II principale manieren ende onderscheyde van obligacien ; deen is
obligacie bij contracte, ende dandere is obligacie bij maleficien oft misdade. Obligacie
bij contracte deelt hem in tween, te weten, in obligacie bij contracte, ende in obligacie
die is bijnae als uuyt contracte. Insgelijcx oic, soe deelt huer oic obligacie bij maleficien
in tween, te weeten, in obligacien bij maleficien, ende in obligacien die is bijnae als
uuyt maleficien ; ende hieraf sal ick [wat] seggen bij oerdenen.
[6] Van obligacien spruytende uuyt contracte.
Item, in den iersten neempt een obligacie oirspronc uuyt contracte, als hij nederdaelt
uuyt toeseggen, overdrage, pacte ende onderlinge geloofte van partijen ; ende uuyt
deser obligacien comende uuyt contracten spruyten veele manieren van actien die alle
personel zijn, die geheeten zijn, actio empti, actio venditi, actio locati, actio conducti,
actio mandati, actio depositi, actio commodati, actio mutui, actio pigneraticia, actio
pro socio, actio ex stipulatu, actio in factum, actio ex permutatione, actio ex prescriptis
verbis, actio de constituto.
[7] Van den obligacien spruytende bijnae als uuyt contracte.
Item, ten anderen male, een obligacie neempt hueren oirspronc bijnae als uuyten
contracte, als hij spruyt ende dailt uuyt eenen wercke, dat iement doet duer eenen
anderen, dairmede elc den anderen zwijgende verbonden is, hoewel dairaf geen geloofte
oft contract af geschiet en is, gelijc als iement eens anders sake ende proffijte voirdert,
sonder last oft bevel, gelijc een monboir, een voight ende dijergelijcke ; dese, want zij
niet en contraheren, zoe en zijn zij niet gehouden uuyt ennigen contracte, mair alleene
uuyten wercken, dat zwijgende ende stille in hem selven macht heeft van contracte,
ende is bijnae als een contract. Ende uuyt deser obligacien comende bijnae als uuyt
contracte spruyten oic veele manieren van actien die oic personel zijn, als actio
negotiorum gestorum, actio utrubi, actio tutele, actio familie erciscunde, actio communi
dividundo ende meer dijergelijcke.
[8] Van der obligacien spruytende uuyt maleficien.
Item, den derden male, een obligacie neempt hueren oirspronc uuyt overdaet ende
maleficien, als iement gerechkelijc selve quaet ende overdaet doet, in raide oft in dade,
in woorden oft in wercken ; ende uuyt deser obligacien comende van maleficien spruyten
veele manieren van actien, die alle personeel zijn, dairaf datter veele privaet geheeten
zijn, als actio furti, actio vi bonorum raptorum, actio quod metus causa, actio unde vi,
actio uti possidetis, actio utrubi, actio quod vi aut clam, actio iniurie, actio legis
Aquilie, actio in factum si quadrupes pauperiem fecisse dicetur, actio expilate
hereditatis, actio stellionatus, actio abigeatus, ende meer andere private actien hierna
verclairt.
Item, andere zijn geheeten openbairen actien, als actio lese maiestatis, actio
adulterii, actio de vi privata, actio de vi publica, actio de sicariis, actio de plagiariis,
52 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
actio de falsis, actio de ambitu, actio repetundarum, actio peculatus, actio sacrilegii
ende meer andere hierachter verclairt, dwelc openbaar actien zijn geheeten.
[9] Van obligacien spruytende bijna uuyt maleficien.
Item, ten vierden male, een obligacie neempt hueren oirspronc bijnae uuyt maleficien
oft overdaden, als die daelt uuyt eenen wercke, dat principalijc geen misdaet en is,
maer is bijnae misdaet, als die onversien wat uuyter venstere goite ende eenen anderen
onweetens dairmede bestorte, wee oft hinder dede, bij waire gehouden hem dat te
beteren. Ende uuyt deser obligacien spruyten zeere veele manieren van actien, als actio
in factum contra iudicem qui male vel per imprudenciam iudicavit, actio de deiectis et
effusis aut suspensis, actio excercitoria, actio institoria, actio in factum de
emissis contra illos, actio in factum que datur pro singulis interdictis ; et interdicta
sunt hec: ne quid in flumine fiat, ne quod factum est collatur, ne quid in loco sacro fiat,
ne quid in loco publico fiat, ne vis ei fiat qui in possessionem missus est, interdictum
quorum bonorum, quod legatorum, de tabulis exhibendis, de liberis exhibendis, de libero
homine exhibendo, interdictum unde vi, quod vi aut clam, [uti] possidetis, utrubi, de
superficiebus, de precario, de glande legenda, de opere demoliendo, quod factum est
post novi operis nunciationem.
Item, edicta pretoris, que sunt ista : si quis in ius vocatus non ierit, si quis fecerit ne
vocatus in judicio sistat, edictum de edendo, de calumpnialoribus subsidiaria in factum,
actio que datur de alienacione mutandi iudicii causa facta, actio que datur contra
messorem falsum dicentem et assumptos funerarios repetundos, actio in factum quod
descendit ex iureiurando vel ex sentencia.
Item, sunt etiam condiciones, constitutiones et aiectiones : condicio ob causam
datorum, et condicio sine causa, condicio furtiva, condicio triticaria, condicio ex lege;
constitutiones sunt: et sepe contingit, redintegranda, si quis in causa, si quis argentum
et plures; alie aiectiones sunt : redhibitoria, quanto minoris, de evictione, de tributoria,
institoria, exercitoria, quo iussu, de in rem verso, de peculio, actio in factum que
generaliter datur quotiens alia actio deficit, van allen welcken actien, condicien,
constitucien ende aiectien, interdicten ende edicten ic hiernae wat sal seggen ende
verclairen om dairaf den simpelen wat gevuelens ende verstants te geven.
[10] Van diversen manieren dairuuyt dat obligacie wort gecontraheert.
Item, hier es noch te noteren dat obligacie bijwijlen werdt gecontraheert uuyten
dinge, als in leeningen, ontleeningen, settingen te pande ende dijergelijcke ; want uuyt
den dinge dat ic iement leene oft pande sette, is hij mij schuldich ende verbonden dat
te restitueren ; ende bijwijlen wordden die obligacien gecontrabeert uuyt woorden, als
men eenen vraight oft dat hij alsoe bekennen wille, ende hij antwoirdt ja, ende dat es
geheeten een stipulacie.
Bijwijlen wordden die obligacien gecontraheert alleenlijc met brieven oft letteren,
gelijc als een scrijft, ende bekent met gescrifte, dat hij sculdich is van geleenden gelde
eenen anderen X oft XII pondt, die hij noyt en ontfinck, ende dat hij dairaf niet
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 10 53
excipieert, ende dairaf pijnt te volgen binnen II jairen, zoe blijft bij mits dijen letteren,
na dijen II jairen, natuerlijc ende civilijc geobligeert dat te betalene ; ende bijwijlen
wordden obligacien gecontraheert alleenlijc bij consente, als in geselscape van
comanscapen, in bevele van den oirboir te proevene, sonde[r] particuliere procuracie te
geven van leeningen oft anderssins, want die dairinne dbeste doet ende wat uuytleegt,
dander sijn medegeselle is verbonden hem dairaf inne te staene, al eest dat hij hem
noch brieve, noch toeseggen, noch gelt dairtoe gelooft noch gedaen en heeft.
[11] Wat obligacie men sculdich is te houden oft niet.
Item, noch suldij weten dat obligacie gedaen ter goeder trouwen moet gehouden
wordden, ende ter contrarien van dijen, obligacie gedaen ter quader trouwen en is niet
sculdich gehouden te wordden, gelijc obligacie gedaen van saken die onmogelijc zijn.
Item, obligacien van lelijcken saken ende overdaden als liede[n] te dooden, te
injurienne, item, obligacie van bedroge, item, obligacie tegen goede seden, item,
obligacie tegen ons gelove, item, obligacie tegen ordinancie ende bevele van den
princen oft tegen tgemeyn recht, item, obligacien, die deen den anderen contraheren oft
een dinck, item, obligacie gedaen tegen goede natuerlijcke goedertierenheyt, gelijc oft
iement gelooft hadde zijn kijndt nemmermeer goet te doene, item, obligacie gedaen van
den gemeynen goeden sonder octroy ende consent van den prince ; dese manieren van
obligacien ende dijergelijcke en sijn niet sculdich gehouden te wordden.
[12] Een ander divisie van obligacien.
Item, obligacie wort noch gedeelt in II manieren, te weten, in obligacien generael
ende in obligacien speciael. Obligacie general is eenen generalen verbijntenis-
se op hem selven ende op allet tsijne, sonder ennige speciale pande te noemen. Obligacie
speciale is een verbijntenisse die deen partije den anderen doet met expressen woorden
ende voirwairden, ende mits zekeren redenen dairinne gecauseert bij willigen contracte ;
ende dese speciale obligacie gaet voir die generale, al oft ick iemenden verbonden
hadde met generalen woorden alle mijn goeden, ende dat ic, dairnae, eenen anderen
hadde verbonden specialijc een zeker genoempt parceel van mijnen goeden, diegeene
die die speciale obligacie hadde, soude voir den anderen gaen, alsoeverre als die
geobligeert dairaf in possessien waire bevonden, ende dat hij van dengeenen, die die
generale obligacie hadde, niet en waire ierst te recht betrocken.
Xe CAPITTELE
VAN STIPULACIEN ENDE PACTEN
[1] Wat stipulacie is.
Item, ende om dieswille dat ick voire genarreert hebbe van den obligacien ende
verbijntenissen, die gecontraheert wordden bij stipulacien, ende ic te meer stonden
54 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
gesien ende geweten hebbe dat veele leecke simpele wethouders ende huer clercken,
dijer ic veele gesien hebbe in diversen bancken des lants van Brabant, voirwairden
tusschen partijen ontfangen ende stipuleren, ende nochtans zeer luttel wisten te
onderscheyden in wat stucken ende saken die stipulacien idel zijn ende van onweerden,
oft deugdelijc ende goet, soe is hier te noteren dat stipulacie is een vaste maniere oft
concept van woorden, dairmede dat iement gelooft eenen anderen iet te doene oft geven,
nadijen dat hem dat bij den voirscreven anderen geinterrogeert ende gevraight is
geweest; ende aldus soe neempt stipulacie heur wesen uuyter voirgaender vragen ende
der navolgender responsien oft antwoirden, in deser manieren : "Ghij gelooft mij te
geven X pont, suldij oft geloofdijt ?" - "Ic geloeft, oft salse u geven oft betalen."
[2] Dat stipulacie in veele manieren zijn ydel ende onnut.
Item, noch suldij weeten dat die stipulacie in veele manieren ydel zijn ende inutile.
In den iersten, bij intervalle van tijde, te weten, die vrage gedaen zijnde den partijen
oft heur voirwairde sulcx is als die clerc gelesen heeft, als dan partijen verbonden een
merckelijcke [tijt] verbeyden, eer zij ja willen seggen, mair keeren hem tot eenen anderen
wercke, zoe is die stipulacie ydel ende van onweerden, want zij wairen schuldich ter-
stont te antwoirden, eer zij hen weynden tot anderen wercke. Ten anderen, is die stipu-
lacie ydel, als partijen, dair die kennisse doen willen, malcanderen nyet en hoiren noch en
verstaen, ende dairomme stomme, doofve mensche, uuytlantsche, ende lieden die
absent zijn, ende onmundige kijnderen en mogen niet contraheren bij stipulacie. Ten
derden male, als men deen stipuleert, ende die partije een andere gelooft. Ten IIIIden
male, als die stipulacie gecontraheert wort onder een condicie die niet mogelijc en is,
gelijc oft iement yet geloofde ende stipuleerde te doene, alsoeverre als hij den hemel
metten vingheren raicte. Ten Vste male, soe is die stipulacie ydel, die dair daelt uuyt
eender lelijcker ende onreynder saken, als te stipuleren dootslach, kerckroof oft
dijergelijcke. Ten VIste male, is die stipulacie ydel, die gedaen wort uuyt vreesen oft
uuyt bedrooge. Ten VII-ste male, is die stipulacie ydel als men aen der antwoirden
yet hanght, dat niet begrepen en is in der voirwairden.
Item, men vijndt stipulacie die geheeten is peur stipellacie, ende is diegeene, die
noch gedaen en is op condicie noch op daige, mair peur ende absolut, aldus seggende :
"Suldij dat geven ? " - "ja, ic salt geven. " Andere stipulacie vijndt men die condi-
cionael is, ende wort gedaen op condicien, aldus : "Ghij gelooft mij te betalen X pont,
als die vloote uuyt Spaengien coempt." - "ja ic, dan sal ict betalen." Noch vijndt
men een derde stipulacie geheeten in diem, dats stipulacie op daige, aldus : "Ghij
gelooft mij X lb. te betalen, Sint jansmisse. " - "ja ick." Item, noch vijndt men een
andere maniere van stipulacie, geheeten stipulacio aquiliana, ende die noveert alle
contracten, ende dairaf sal naemails breeder gescreven wordden.
[3] Wat onderscheyt dat is tusschen stipulacie ende pacte.
Hier es wel behoeffelijc te weten wat onderscheyt dat is tusschen stipulacie ende
pacte, ende wat pactum is. Dat onderscheyt is, dat pact wort alleene volmaict bij
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 10 55
consente, als dagelijcx gevalt tusschen cooplieden, die coopen ende vercoopen, mair in
der stipulacien en behoeft niet alleene consent, mair dat consent moet gevest zijn ende
vastgemaict met interrogacien van dengeenen die dairover staen, ende metten
antwoirden van den persoen, die dat pactum oft verdrach maken.
[4] Wat pactum is.
Een pactum en is anders nyet dan een overdracht oft onderlinge consent dat II
personen oft meer overdragen in eender saken oft dingen, deen den anderen te doene
oft te gevene, ende is geheeten pactum van den palmslage oft omdat dat een werck is
van payse.
[5] Van den pacten die idel zijn.
Oic suldij weten dat alle pacten ende overdrage idel ende onnut zijn, die gedaen
wordden tegen recht ende tegen die constitucie ende geboden van den richter, oft in
frauden ende bedrogen van iemenden.
Tegen die gebode ende constitutie van den richtere gevalt pactie die ydel is, gelijc
oft een overdracht ende pactie wordde gemaict, dat deen den anderen tsijne stelen
mochte sonder verbueren.
Item, in frauden ende bedrooge zal geschieden dicwijle die pacten ende verdrage,
want bedroch ende fraude geschieden van eenen dinge totten anderen, gelijc het is
verboden dat men den kijnde wesende int svaders plicht niet leenen en sal, ende dat ic
hem dat niet en leene, mair ic geve hem dat, omdat hijt vercoopen soude, ende tgelt dair-
af gebruyken.
Insgelijcx gescieden bedrooge van der eender voirwairden totter anderen
voirwairden, als man ende wijf zijn verbonden malcanderen yet te geven nae den
huwelijck, nu coempt die man en geeft huer dat nyet, mair vercoopet haer. Desgelijcx
van den contracte totten selven contracte valt fraude ende bedroch. In[s]gelijcx van name
te name valt bedroch, gelijc als verboden is in een stadt geen borgemeester te zijne, ende
dat hem iement doet kiesen, niet tot borgemeestre mair tot voirscepen, want dat is
alleleens, ende is alleene een veranderinge van den name.
Desgelijcx oic gebuert fraude van eenen fayte tot anderen, als hier, ic geve u
mijn slave, op condicie dat ghij se niet en sult stellen int licht leven oft bordeel, ende
ghij doet de contrarie.
[6] Noch van pacten die idel zijn.
Item, met veele andere diverse manieren zoe wordden die overdrage ende pacten
der menschen ydel ende inutile gemaict, als es geloofte die een crediteur den sculdener
doet, dat hij zijnen pandt nyet vercoopen en sal, welc overdrach van onweerden is,
want die sculdenere dairmede tot frauden getrocken wort, ende omme die schult te
loegenen.
Item, een compact ende overdrach gemaict dat men geen duwairije voirtaene geven
en sal, want dats hinderlijc der douwarijen ende den gemeynen besten, [ende] is van
onweerden.
56 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, noch is van onweerden een overdrach oft pact, dairmede die man
gedampneert wort zijnder huysvrouwen boven tgheene des hij vervuegelijc vermach,
want dat is tegen goede zeden.
Item, een overdrach ende pact dair iement mede verdragen wort den eedt van
calaengien, die geheeten wort in latijne iuramentum calumpnie, is van onweerden ; die
redene is, want het is voir die gemeyn welvairt, dat die gedingen sonder ennige suspicie
voirtgaen.
Item, desgelijcx pactum de precario non revocando, dat is een pact oft verdrach dat
men die bede niet ontseggen oft wederroepen en sal, dats oic van onweerden.
Item, insgelijcx een pact oft verdrach van toecomender successien is onnut ende en
doogh nyet, want dat is tegen goede seden, ende wort desen mensche dairmede benomen
zijnen vrijen wille ende zijn testament te makenne, ende wort den erfgenamen gegeven
den voet van ongehoirsaemheyden ende wederspennicheyden tegen zijn ouders, want
zoude een erfgename mits dijen verdrage ende pacte in toecomenden tijden in sulcken
goeden moeten succederen, zoe en soude hij voirtaene op zijn ouders niet veele passen.
[7] Van den pacten ende overdragen die naict zijn ende ongecleet.
Item, ghij sult weeten dat sommige pacten ende overdrachten naict zijn ende
ongecleedt, ende dairuuyt en groeyt noch en genereert geen actie. Ende dat pact is
geheeten naict, als[t] geen sake en heeft van ennigen efficacien oft weerden tot actien oft
verbijntenissen ; mair een pact dat gecleedt is, dat maict ende bairt obligacie ende actie.
Item dat pact wort gecleedt in Vl manieren.
Dierste IIII manieren zijn die selve IIII manieren dair een obligacie mede
gecontraheert wort, te weten, metten dinge, metten woorden ende metten letteren ende
metten consente. Dandere II manieren zijn geheeten, deen coherencia contractus, dats
aenclevinge van contracte, gelijc, ic vercoope u mijn huys, met sulcken pacte ende
verdrage dat ic een jair lanc dairinne wonen sal ; dat leste pact bij hem selven is naict
ende en maict geen obligacie oft actie, mair het wort gecleedt metten aenvuegingen van
den gecleeden pacte ende verdrage des vercoopers van [den] huyse, dair dander pact dat
naict is, inne geslooten ende begrepen wort. Dandere manieren van den tween leste
manieren, dair een pact mede gecleedt wort, is geheeten in latijne rei interventu, dats
metten navolgende wercke, gelijc men seggen soude, ic hebbe toegeseyt wat te doen oft
te geven, terstont als ic dat geve oft doe dat ic geloofde, soe is dat pact ende toeseggen
gecleet, ende ic ben gebonden te doene dat ic gelove.
[8] Een divisie ende onderscheyt van pacte ende overdrage.
Item, noch zijn veele ondersceyden van pacten ende overdrage. Een maniere van
onderscheyt is : alle pacten, oft zij sijn gelegen in geven oft in doen. In geven, gelijc als
ic gelove u te geven C lb. oft een peert, oft yet anders. In doene, als ic u gelove te
maken uwen hof, oft te graven u landt.
Item, noch is een andere divisie van pacte ; ennige pacten zijn expres ende openbair,
andere zijn stille ende zwijgende. Expres, gelijc oft ic u yet geloofde te geven oft te
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 57
doene. Stille ende zwijgende, alsoft ic hadde u huys gehuert, ende ic mijn have dair-
inne gebracht hadde, zoe schijnt dat mijn ingevuert (a) goet stille ende zwijgende
verbonden is voir die pensie oft huere van den huyse. Desgelijcx, als een crediteur weder-
levert den debiteur oft schuldenere zijn obligacie van der schult, soe schijnt dat die
crediteur in stilder ende zwijgender weerden een pact met hem aengegaan is, nyet meer
van hem dairaf iet te heysschen. Insgelijcx, oft ic hadde III sculdeners van XV pont gr.
die mij gelooft hadden elcken een voir al, ende ic genomen ende ontfangen hadde van
den eenen van hen V pont gr., soe schijnt dat ic dairmede vertegen ende gerenuncieert
hebbe des rechts van elcken voir al te betrecken, ende dat ic stille ende zwijgende pact
gemaict hebbe, van elcken niet meer dan zijn derdendeel te heysschen.
Een andere divisie van pacten is dat ennige zijn clair, dair geen donckerheyt noch
twijfel in en is, ende ennige zijn onclair, vol duysternissen ende twijfels ; van welcker
divisien ende andere voirgaende divisien ende onderscheyden vele te scrijven waire, van
denwelcken, om dieper verstant ende onderwijs dairaf te hebben, ic den simpelen ende
leecken verseynde ende remittere totten geleerden clercken van rechte ; want dese
materie zeere speculatijf ende subtijl is, mair tselve des dairaf hiervoire gescreven is,
dat is gedaen omdat die slechte ende simpele, dairvoire dit boec te duytsche gemaict
is, uuyten selven wat smaecx ende gevuels nemen souden van den fondamente der
rechten, ende te nairder uuyt sijn selven, ende oic huer kijnderen, te doen leeren.
Xle CAPITTELE
[WAT PERSONEN HEYSCH MOGEN MAKEN]
[1] Wat personen heysch mogen maken in den weerlijcken hove, ende wat personen
nyet.
Om (b) dan voirt te verclairene wat personen heysch maken mogen in den weerlijcken
hove ende wat personen nyet, soe is hier te weten, in den iersten, dat geen man van
servijlder condicien, dat is die serve oft slave is, niet ontfanckelijc en is in aenleggers
stadt, tegen eenen man die vrij is ende van vrijer condicien, hij en waire geauctorizeert
van den prince.
Item, oic en is niet ontfanckelijc, als aenlegger, een man die van criminelen saken
besmet is, sulc zijnde dat indijen dat hij gecregen wordde, verbuert hadde zijn lijf, oft
dat hij bij contumacien uuyten lande oft uuyter plaetzen gebannen waire, het en waire
dat hem dat bij den prince waire quijt gegeven ende wederomme gestelt in zijnen
goeden name ende famen, partijen geroepen ende gehoirt, ende dat hij zijn gracie ende
remissie dede interineren bij den richter, die dat macht hadde te doene.
(a.) ingevuert, in hs.: ingeweert. - (b.) om, in hs. : om om.
58 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[2] Wat interineren is.
Dats te seggen integreren ende valideren, want interineren is geheeten in latijna
integrare vel intervenire.
Item, een gebannen man uuyt kercken en is niet ontfanckelijc als heysscheere[!],
alsoeverre als den rechte terstont blijct van zijnder excommunicacien, ende anders nyet
Item, een gehouwet wijf en is niet ontfanckelijc om te ageren, zij en waire van
hueren man geauctoriseert, oft van den prince niettegenstaende den man, ende dat zij
brieven dairaf hadde ende interinement derselver brieven, partijen dairop gehoirt bij
den behoirlijcken richter.
Item, een uuytsinnich mensche, oft die besmet is van vallende siecten, en is niet
ontfanckelijc in aenleggers stat sonder zijnen curateur ende voight, duerende zijn siecte
mair die siecte leden zijnde, soe soudt zijn een ander dinck.
Item, een onmundich kiindt ende een weese en is niet ontfanckelijc, hij en sije
gefondeert van tutoer ende monboer, hem gegeven bij den behoirlijcken richter.
Item, een clerc en is niet ontfanckelijc, hij en sette caucie oft borchtochte die costen
op te leggen ende tgewijsde te voldoene, bij eenen borge die den gerichte, dair hij
ageren wille, bedwanckelijc is.
Item, een ongelovich mensche, die mits ongeloven openbairlijc van des Heilichs
Stoels wegen, hadde gecruyst geweest, is oic niet ontfanckelijc totter tijt dat hij bij sijnen
prelaet zij gestelt in zijnder goeden namen ende famen.
Item, oic en is niet ontfanckelijc een jode oft ongelovich torke oft mensche te mogen
ageren, hij en waire dairtoe geauctoriseert van den prince.
Item, desgelijcx en is niet ontfanckelijc om te mogen ageren een persoen die mits
valscheyt hadde voir den richter zijn trouwe verzwooren, ende dat hij dairaf te begrijp
gestelt waire geweest ende gecondempneert openbairlijc infamis ende verschaemt, het
en waire dat zijn prelaet dairaf hadde met hem gedispenseert, ende dat hem zijn prince
dairaf hadde gerelaxeert ende wederom gestelt in zijnen goeden name ende fame, ende
dat hij dairaf brieven hadde gereverificeert, partijen dairop gehoirt ende geroepen voir
den behoirlijcken richter dairtoe gecommitteert.
Item, desgelijcx en zijn die procureurs van den personen voirscreven in hueren name
niet ontfanckelijc om te ageren.
[3] Wat personen mogen ontfangen wordden bij hen selven, oft bij procureur om te
mogen ageren.
Item, mair ter contrarien is te weten dat alle andere personen die vrij ende van
vrijer condicien sin, mogen ende zijn sculdich ontfangen te worddenne als heysschers
ende aenleggers, ende oic als verweerders in den leecken hove ende gerichte, hetzij bij
hem selven oft bij hueren procureur, opdat zij huer behoirlijcke jairen hebben, oft
indijen sij onmondich ende onbejairt zijn, bij tuteurs ende monboers, oft indijen zij van
outheyden verkijnt zijn bij curateurs, oft indijen zij uuytlants zijn oic bij curateurs,
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 59
[4] Van den personen, die voir andere dingen mogen sonder procuracie.
Oic is hier te weten ende wel te noteren dat men seker personen vijndt die voir
andere personen ageren ende dingen mogen, sonder procuracie van hem te hebbene,
gelijc een brenger sbriefs, een facteur ende dienere in der comanscapen, een concierge
ende verwairdere van eenen huyse, die tuteurs ende curateurs van weesen, drossaerten,
baillious, meyers, rentmeesters, ontfangers ende sergenten, kerckmeesters ende
heilich geestmeesters, testamenteurs, elc in zijnen bewijnde ende dienste van denwelcken
ende van elcken van hen ic hier wat seggen sal ; ende dairna sal ic voirt verclaren van
den procureurs ende huerder macht.
In den iersten, van dengeenen die brenger sbriefs geheeten zijn. Dese mogen als
brenger sbriefs intenteren huer actie sonder procurarie te hebbene van dengeenen dijen
bekent is in den brief, mits dat den brieff inhoudt ende begrijpt die clausule "oft den
brenger sbriefs" ; ende is diegeene, die den brief brengt ende heeft ende hem dairaf
fundeert als brenger van denselven brieve, heere van der scult oft saken dairinne
begrepen, ende mach dairaf ordineren, cederen, transpoorteren, transsigeren (a) ende
disponeren nae zijn geliefte, ende en hebben die principale die in den brieve bekent zijn,
dairtegen geen seggen noch contradictie, tenwaire dat hij die brieven woude straffen
ende wederleggen van valscheyden, tegen den voirscreven hebbere, dat hij hem hadde
die afgenomen anders dan met behoirlijcken wegen.
[5] Noch van den hebber sbriefs.
Item, nae dat een, die hem, voir recht zijn actie intenterende, fundeert hebbere ende
brenger sbriefs, in den gerichte gethoent heeft zijnen brief tegen dengeenen, die metten
selven brieve verbonden is oft verobligeert, nimmermeer soe en sal die principale
dairinne dat men geobligeert is, mogen comen tegen tgeene dat die brenger der brieven
sal hebben gedaen, ende oft hij dairtegen comen woude, zoe en is hij niet ontfanckelijc,
mair sal tgeene dat bij den brenger sbriefs begonnen is, bij denselven brenger ten eynde
gebracht wordden, oft mede oft tegen hem, oft bij zijnen procureur ; want nadat bij den
brenger sbriefs die sake begonnen waire, zoe mach hij wel setten eenen procureur, ende
niement anders en soude dairnae zijn ontfanckelijk als brenger sbriefs, mair soude die
brenger sbriefs die de sake ende querele ierst innegeset ende begonst hadde, deselve
sake voirt moeten doen decideren ; ende dairomme selen die hebberen der brieven aent
begin van hueren processen overleggen te hove huer obligacie brieven bij machten van
denwelcken zij hen funderen brengers van den brieve, welcke brieven te hove sullen
blijven liggen totten eynde van der saken, zonder die weder te mogen hebben, opdat
hem anders niement oic dairmede funderen en soude brenger van den brieve, want het
zoude zeere confuys zijn, dat hem yement anders oic als brenger des briefs fundeerde.
Item, noch es te wetene, wairt dat eenen brief dese clausule inhebbende "oft den
hebber sbriefs", gebracht wordde in den gerichte bij den hebbere oft brenger sbriefs
ende die geobligeerde principale doot waire, ende dat dairomme iement mochte seggen
(a.) transsigeren, in hs. : transfigureren.
60 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
dat de brenger sbriefs niet ontfanckelijk en waire, ghij sult weten dat die brenger wel
ontfanckelijk waire, ende die geobligeerde soude hem antwoirden moeten niet-
tegenstaende dat die principale doot waire. Mair wouden die erfgenamen van den
dooden die verobligeert wairen, seggen in gerichte dat die brenger sbriefs niet en waire
brenger ter goeder trouwen, ende dat hij die brieven gehadt hadde zonder weten oft last
van den dooden oft van zijnen hoyren ende erfgenamen, ende dat hij geenen titel noch
recht dairtoe en hadde om te doen blijcken dat hij waire brenger sbriefs ter goeder
trouwen, het waire bij institucien van testamente, bij coope, bij ghijften, bij transactien
oft bij wisselingen voir ander goet oft schult, ende dan dairomme dieselve hoyre
begeerden den voirscreven brief weder te hebben, zoe zouden die erfgenamen, dat alsoe
proponerende, ontfancbair zijn in trecht, mair geen andere dan die erfgenamen van den
dooden oft sake van den dooden hebbende, ende niet die partije die haer in denselven
brief hadden verbonden ende verobligeert.
[7] Van den costumen hieraf te veele steden onderhouden.
Ende om hiertegens te versiene, wort in veele bancken ende gerichten van desen
lande in den scultbrief geset dat die sculdenere bekent sculdich te sijn den crediteur
dairinne genoempt een seker schult oic aldair genoempt, welcke schult hij gelooft te
betalen zijnen voirscreven crediteur oft den hebbere der brieven bij sijnen wille ; ende
mits dijer clausulen, zoe onderhouden zij dat die brenger oft hebber sbriefs van den wille
des crediteurs moet behoirlijc doen blijcken, eer hij als brenger gelooft sal wesen om
heysch te mogen maken.
[8] Van den facteurs ende meestercnapen hoe die ageren mogen zonder procuracie.
Ten anderen male, zoe is oic te weten van den facteurs ende meestersknapen van den
cooplieden, die die hantieringe van huerder comanscapen gelooft zijn te hebbene ende te
bewairene te water ende te lande, in absencien van hueren meesters, die welcke geheeten
zijn in latijne institores ende excercitores, dat die oic ontfanckelijc zijn in rechte int
fayt van der voirscreven comanscapen zonder ennich ander procuracie oft brieven van
hueren meesters te hebbene ; ende eest dat zij, hanteren[de] tfayt van hueren meester int
stuck van comanscapen, ennige saken die hem dair behoeffelijc toe wairen, gecregen bij
coope, bij leeninge oft bij andere execucie, die men hem dairinne doen mochte, ghij sult
weten dat zij dairtoe ontfanckelijc zijn, ende en soude huer meester niet moegen
weygeren noch wederspreken te voldoene tgeene, dat bij hen in dijen zoude zijn gelooft,
gecocht, bestadt, verbonden oft gedaen oft ontdaen, het waire int gerichte oft dair
buyten, het en waire dat in sulcken knechten bevonden worden dat zij hadden frauden
gedaen tegen hueren meester, want dan soude die voirscreven zijn meester de voirscreven
zijnen knecht mogen desavoueren ende anders niet. Ende ghij sult weten dat die actie
institorie is proprelijc te sprekenne van den saken, die die coopman van den voirbardde
oft contoyre oft van der herbergen oft vander tavernen bevelt bij sunderlinge laste
eenen zijnen knape dairtoe gestelt ; ende die actie excercitorie is van saken die die
styrman, commytere oft meestercnape van den scepe hanteert voir den principalen
heere oft meester van denselven scepe.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 61
[9] Van conciergien, hoe die ageren mogen zonder procuracien.
Ten derden male, van den conciergen, dat zijn diegeene die bij den heeren
gecommitteert wordden heur huysen op te houden ende te verwairen diewijle dat zij
buyten zijn oft elders woonen, dairaf is oic te wetene dat zij oic ontfanckelijc zijn in
rechte voir die saken ende behoeften aengaende den voirscreven huysen, zonder dat hen
behoeft te hebbene ennige andere brieve van procuracien van hueren meesteren, als van
saken huerer conciergerijen aengaende ; ende zij mogen andere te rechte betrecken, sij
mogen oic te rechte betrocken wordden ; ende souden huer meesters van weerden
moeten houden allet tgeene dat bij zijnen conciergijen gedaen soude wesen aengaende
der conciergerijen, tenwaire dat die meester bevijnden conste in den conciergie ennige
fraude oft bedroch tegen hem (a)
[10] Hoe men den meester daigen mach aen den personen van zijnen conciergie.
Ende dat meer is, men soude den meester van den huyse moegen daigen aen den
persoen van zijnen conciergie van anderen saken dan van den huyse, staende den gerichte
van der plaetzen, hij lijete dat zijn meester voirt weten opdat hem geliefde te doene; want
het zoude een hardde sake zijn, dat mits der absenten van den voirscreven meester die
sculdeners zouden moeten beyden die coempst van denselven meestere, eer hij die daigen
soude mogen.
[11] Van den onderscheyt tusschen tuteur ende curateur.
Ten vierden male, van den tuteurs ende curateurs, dat zijn diegeene die bij den
richter geordineert zijn te regeren, bij bijstande ende consente van magen ende vrienden,
die personen ende goet van weezen ende onbejairde kijnderen. Hieraf is te weten dat
nochtans differencie ende onderscheyt is tusschen eenen tuteur ende curateur, want
tuteur is een monboir die geordineert is ten regimente ende besorge van onbejairde
wezen, ende curateur is diegeene die gestelt is ten besorge van dengeenen die boven
zijn jairen is, ende die sot oft uuytsinnich zijn, ende die hem selven niet regeren en
connen, oft van dengeenen die buyten slants zijn oft die van ouderdom verdut zijn, oft
die besiect zijn, ende dijergelijcke. Ende die voirscreven, alsoe wel die curateurs als die
tuteurs, om saken aengaende huerder monberijen ende cueren, zijn ontfanckelijc in
rechte, hetzij in aenleggers oft in verweerders stat, zonder andere procuracie oft macht
hebbende dan van huerder monberijen ende tutelen ; ende duert die macht van den tuteur
tot dat die weeze, eest een knechtken XV jairen out is, ende eest een meysken tot dat sij
XII jairen out is.
Ende die macht van den curateurs duert soe lange als die uuytsinnige oft sotte
wederomme zijn gecomen tot verstande ende kennisse van wijsheyden hem selven te
mogen regeren, ende van den uuytlantschen tot dat zij wedercomen te lande zijn, ende
van den zeere ouden lieden alsoe lange als zij leven.
(a.) Het einde van die zinsnede staat, in het hs., aan het begin van de volgende paragraaf.
62 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[12] Wije tuteur oft curateur mach zijn.
Ende niement en mach tuteur noch curateur zijn, hij en zij abil, nut ende bequame
oft dairtoe ontfancbair in rechte, na den ondersceyde hiervoire verclairt, ende hij en zije
gefundeert ende gestelt oft geauctoriseert bij den richtere des macht hebbende ; oft
anders, wat hij dade, ten soude niet doogen noch sculdich zijn stat te grijpene. Ende
wairt dat iement woude voir recht betrecken eenen weese die geenen monboer oft tuteur
en hadde, het soude behoeven dat die richter denselven weese versage van eenen
monboer, oft anderssins men en soude geen actie tegen hem intenteren. Mair diegeene
die tegen een weese te doen hebben, mogen den richter versuecken denselven weese
eenen monboer te geven, ende dan sal die richter, daironder dat te doen is, ordineren
ende stellen ende, opdats behoeft, bedwingen die naiste mage ende vrienden van der
weezen voirscreven van zijns vaders ende oic van der moeder wegen dat te zijne ; ende
zij en mogen dat niet ontseggen, zij en hadden behoirlijcken nootsin die in rechte
ontfanckelijc waire. Ende en selen geen ander curateurs, monboirs oft besorgers wordden
gestelt dan van den naisten magen ende vrienden, alsoe verre als men die gecrijgen can ;
ende ofter geen magen en wairen, zoe sal die richter van zijnder officien wegen dairtoe
committeren iement anders, nut ende oirbairlijc dairtoe wesende.
[13] Van der monberijen in Brabant.
Mair dit faillieert in Brabant als van der monberijen ende tutelen van den eedelen,
dairover die prince als hertoge in possessie is eenen monboer ende tuteur te ordineren,
sulcken alst hem gelieft, zonder die maesscap aen te zien oft vriende ende mage van den
weesen dairtoe geroepen.
[14] In wat gevalle een man geen curateur en sal zijn over zijns wijfs goeden.
Item, hier is noch te noteren dat, al eest zoe dat de man schuldich is te zijne curateur
ende dat besorg van den goeden van zijnen wijfve, desniettemin gebeurdet dat zijn
huysfrouwe wordde geraickt van sulcken gebreecke, dat huer behoefde te hebben eenen
curateur, zoe en soude huer man dat niet mogen zijn ; ende die redene is dese, overmits
dijen dattet schijnen mochte dat hij liever hadde van den proffijten, comende van zijns
wijfs goeden, te doen zijns selfs proffijt dan dat proffijt van hueren erfgenamen, die van
hem geen kijnderen en hadden.
[15] Wat manieren van lieden geen momboers en mogen zijn.
Item, noch es te wetenne dat die persoen die doof is, stom ende blijndt, noch ridder
die der wapenen volght, noch man die vreemde is der plaetzen dair des behoeft, ende
die niet sterck genoch en waire, aldair borchtochte te stellen, noch oic dat van hen niet
openbairlijc en bleecke zijn goede genoch zijnde, desgelijcx noch slave, noch serf, noch
den persoen die den pupillen sculdich wairen, noch die persoen die selve een pupille is,
ende dijen verboden is tale oft antwoirde te vueren int gerichte, noch die richter van
der provincien, alle dese voirscreven personen en mogen noch en zijn sculdich monboers,
tuteurs noch curateurs te zijne ; soe ennige seggen, zoe en mogen oic niet dat sijn
stijfvader noch stijfmoeder.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 63
[16] Van den verlegge van den monboer.
Item, gebuerdet dat een monboer iet leende van den zijnen oft verleyde in den
oirbair van den weesen, dats hij schuldich waire weder te hebben van des weesens
goeden, ende oft hij dat anders leende oft verleyde oft uuytgave tgoet van den weesen,
oft dat hij ennich proces oft gedinge instelde dat ter weezen proffijt niet en quame,
ende hij dat niet gedaen en hadde bij overdrage van den magen ende vrienden van den
voirscreven weezen, alsoe wel van svaders wegen als van der moeder wegen, dat soude
wesen ten laste ende pericule van den voirscreven monboer, tuteur ende curateur.
[17] Tot wijens laste een monboer appelleren mach.
Item, wairt oic zoe dat een monboer dingde voir eenen weeze ende sentencie tegen
hem gegeven wordde, die monboer, bij overdrage van den voirscreven magen ende
vrienden van vaders ende moeders wegen, mach appelleren; ende wairt dat hij anderssins
appelleerde, het soude staen ten laste ende sorge van den voirscreven monboir. Wairt
oic zoe dat die monboer niet en appelleerde, ende die weese naemails bevonde dat zijn
monboer wel goede sake hadde gehadt om dairaf te appelleren, die voirscreven weeze
zoude dairaf zijn scade mogen verhalen ende hebben op zijnen monboer (dat hij IIII den.
en hadde) (a) van sulcken vonnisse geappelleert. Ende indien hij zijn diligencie nyet en
dade om zijn appellacie te vervolgene, dat soude staen ter chargen (b) ende last van den
monboer ende niet van den weezen.
[18] Van der quitancien, dair een monboer mede gestaen sal.
Item, eest dat een monboer van wegen des weesens, iemenden heysschende is een
schult, ende dengeenen die hij die scult heyscht, begeert te hebben borge van den
monboer, ten eynde dat die weeze oft zijn erfgenaam nae hem die selve scult niet
anderwerf hem en heysschen, soe mach wel die voirscreven sculdenere nemen van den
voirscreven monboer goede quitancie van tgeene des hij betailt sal hebben den
voirscreven monboer, ende hebbende geexerceert zijn monberije, ende anders geenen
borge noch warand en is die tuteur noch curateur sculdich dairaf te setten, ende die
quitancie sal zijn ende blijven vast, zekere ende goet, ende die voirscreven weeze, noch
niement anders voir hem, en selen dairtegen niet mogen comen.
[19] Wanneer een momboer gehouden is rekening te doen.
Item, oft iement van den magen des pupillen ende weezen rekening begeerde van
den goeden van den weesen, die de monboer oft curateur te bewairen hadde, dairaf
suldij weten dat die momboer nae recht niet gehouden en sal zijn ennige rekening te
doene, voir dat die weeze tot zijnen mondigen daige comen zije ende dat hij selve zijn
rekening begeeren mach ; mair gebeurdet dat de tuteurs oft curateurs doersloegen oft
dissipiceerden [!] huer selfs goet, oft dat die onbehoirlijcke die goeden van den
voirscreven pupille gescapen wairen te quist te gaene, in dijen gevalle souden die
(a.) Het tussen ( ), van een XVIe eeuwse hand. - b. chargen, in hs. verbeterd uit : sorgen.
64 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN
mage ende vrienden van den weesen mogen dairaf toeganck hebben, aen den richter
om dairaf tot behoef des weesen provisie ende remedie te gecrijgene.
[20] Van loeffelijcken costumen locael aengaende der monberijen.
Item, hier is te weetene dat in sommige plaetzen van den lande wort onderhouden
bij den costumen ende statuyten van der plaetzen, dat bij der wet aldair geordineert
zijn oppermomboers van den weesen, ende dairvoire wordden alle particuliere
momboers van den weezen gestelt ende geauctoriseert, ende moeten voir dieselve
oppermomboers jairlijcx rekening doen van heurder administracien ende bewijnde, ende
en mogen geen erfgoeden vercoopen, wisselen, vertieren noch veranderen toebehoirende
den weese, dan bij hueren bijheete, wille ende consente, dairtoe geroepen huer magen
ende vrienden, ende dat zij aldair affirmeren dat beter gedaen zijnde dan gelaten. 0
weerdige costume dairmede menich kijndt bij zijnen goeden blijft, ende zoe wee den
goeden steden van den goeden lande, dair dat zoe deerlijc vergeeten wordt ter grooter
verderffenissen ende ontgoedinge van weesen, die soe menichfuldelijc misleyt ende
ontgoet worden bij hueren magen, eer zij tot hueren daigen comen zijn, ende dicwijle
vergeeten wordden in monberijen gestelt te worddene.
[21] Van den monboer die negligent is.
Item, wairt dat die momboer wiste dat den weese iet gegeven waire bij testamente
oft andere ghiften, ende hij dat liet lijden onversocht bij negligencien, simpelheyden
ende versuympten, alsoe dat die weese scade dairbij leede, dat soude zijn ter sorgen
ende periculen van den momboer oft van zijnen hoyre, waire hij doot, want dese actie
dailt opten hoyre.
[22] Hoe een momboer inventarijs maken sal.
Item, noch disponeren die rechten, dat zoe wanneer iement gemaict is tuteur oft
curateur van ennigen weeze, soe sal die momboer terstont doen stellen bij goeden
inventarijse int gescrifte alle die ruerende goeden van den voirscreven weesen, dairtoe
geroepen zijn naiste magen ende vrienden van vadere ende moedere wegen; ende dair-
af sal die momboer behouden een deel van den inventarijs, ende die voirscreven mage
ende vrienden een ander deel gecyrrographeert, dats deen uuyten anderen gesneeden,
te dijen eynde dat hij namaels hem dairmede van zijnder administracien verantwoirden
ende redenen geven mach. Ende wairen dair ennige goeden die gescapen wairen te
ergeren int wachten oft bewairen, die sal men vercoopen ten hooghten, ende tgelt
beleggen in renten ten proffijte van den weesen.
[23] Van den weezengelde te stellen uuyt, den Xen penning.
Item, ende gedoogen genoch die rechten dat men tgelt van den weesen mach
uuytstellen den thienden penning, te weeten hondert eens voir X, tsjairs, oft daironder,
die men van huescheyden dairaf nemen mach, om die wesen dairmede te onderhouden;
ende dat gelt dat men alsoe stelt ten Xen penning is geheeten weesengelt.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 65
[24] Wije hem van der monberijen excuseren mach oft nyet.
Item, wordde iement gemaict tuteur oft curateur van ennigen weezen in zijnder
absencien, ende bij hem onderwonde nae zijn wedercoempst in ennigen stucken, hoe
cleyn die wairen, van des weesens goeden, eer hij hem van der monberijen excuseerde,
ghij sult weeten dat hij dairnae hem selven nimmermeer dairaf en sal mogen excuseren
dat hij verlaten sal wordden, tenwaire dat zijn excusacie zoe zeere merckelijc waire
dat den richter dochte dat se nootelijc ende redelijc waire.
[25] Hoe dat lichaem van wetten niet en hoiren tuteurs te zijne.
Item, ende alle wetten selen hen wachten hem selven tuteurs oft curateurs te setten,
want, soe voirscreven is, alle momboers zijn schuldich den weezen rekening te doenne
voir hueren souverainen richtere, ende die wetten en souden voir heur selven niet mogen
rekenen ; ende dairomme dair de weesen mage noch vrienden en hebben, dair selen die
richters den weesen besorgen van eenen momboer van officien wegen.
[26] Wat orphanijns zijn, ende wat pupillen.
Item, ghij sult weten dat die weesen die geenen vader en hebben, heeten orphanijns,
ende die geen moeder en hebben, zijn geheeten pupillen; ende gemeynlijc heet men die
weesen, die noch vader noch moeder en hebben, orphanijns.
[27] Hoe een momboer schuldich is caucie te stellen.
Item, noch es te weeten dat alle momboers sculdich zijn nae recht beboirlijc
caucie te setten van des weesen goeden wel te bewairen. Ende oft iement hem
vervoirdert hadde als momboer iet te doene oft exploicteren voir den weese sonder
behoirlijcke caucie te hebben gedaen, ende iement dairnae quame, besunder die weeze,
ende woude dat werck redargueren ende wederleggen, hij soude dat mogen doen, want
momberie zonder caucie is onbillic ende onbehoirlijc, ende allet geene dat bij
administracien onbehoirlijc gedaen wort, en is niet schuldich nae recht stat te grijpen.
[28] Hoe die officiers van der justicien ageren moegen sonder procuracie.
Ten Vsten male, van den drossaerten, scouteten, bailliouwen, richters ende ander
officiers van justicien, soe is te wetenne dat elc van desen officiers bij redenen van
huerder officien mogen ageren in rechte ende oic hen verweeren in rechte om saken
sijnder officien aengaende, sonder van hueren meester ende heerscapen die zij dienen,
ennige andere procuracie oft macht te hebbene dan die brieve van commisse van zijnder
officien ; ende mach een drossaert, scoutet, bailliou oft meyere ander persoen in allen
saken zijndre officien aengaende te recht betrecken, ende oic van anderen te recht
betrocken wordden, ende sal gehouden zijn hem te antwoirden soe lange hij leeft, mair
nae zijn doot, zoe is die actie doot ende geexpireert, ende zijn erfgenamen zijn
ongehouden dairvoire inne te stane oft te verantwoerdenne.
[29] Van den stedehouwers der officieren.
Item, dats oic in derselver manieren te nemenende te verstaene van den stedehouderen
van den voirscreven drossaerten, scouteten ende bailliouwen.
66 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[30] Hoe dat die rentmeesters ende ontfangers ageren mogen sonder procuracien.
Item, ten VIen male, van den rentmeesters ende ontfangers die geordineert ende
gestelt zijn ende gecommitteert zijn, met behoirlijcken brieven, te hebben dat regiment
ende die hantieringe van den ontfange van ennigen heeren oft van enniger stadt, capittelen
oft cloosteren, hieraf is oic te wetene dat dese, van saken hueren officien aengaende, oic
ontfanckelijc zijn in rechte, hetzije in aenleggers oft verweerders stadt, sonder andere
procuracie oft macht van hueren heerscapen te thoenen, ende mogen bij redenen van
huerder officien doen daigen ende in recht betrecken alle personen die hen ter causen
van huerder officien schuldich zijn, hetzij bij voirwairden van comanscapen, hetzij
voir renten, voir achterstellinge [van] chijnsen, ja al wairen die der officien verschenen eerzij
rentmeesters wordden ; ende men moet hen dairaf verantworden gelijc het soude den
principalen heere moeten doen, want heur officie heeft dat inne, uuytgenomen in saken
die aangingen erfflijcheyt van den demeynen des heeren, dairinne dieselve heere oft
procureur, van sijnentweegen behoirlijc gefundeert, soude moeten metten voirscreven
rentmeester compareren oft alleen sonder den voirscreven rentmeester.
[31] Hoe die rentmeester te rechte staen moet.
Item, een rentmeester mach te rechte betrocken wordden bij redenen ende in saken
van sijnder officien, ende sal moeten antwoirden in rechte, ende zijn heere en sal den-
selven van dijen niet mogen ontdragen noch desavoueren. Desgelijcx mach een
rentmeester commissie geven onder sijnen zegel, om hem te doen betalen van sijnen
ontfange, alsoe verre als dat is in den plaetsen dair een rentmeester sulc auctoriteyt
heeft. Mach oic maken dieners, geheeten collecteurs, van zijnen heere, aengaende
zijnder officien, sulcke alst hem gelieft. Mach oic geven quitancie van zijnen ontfange,
ende die moet zijn heere van weerden houden, indijen des ontfangers machte, dairinne
zij geincorporeert. Mach oic plaetzen, steden in hueren geven IX jairen ende dair-
onder, ende dairaf geven zijn brieven, die van weerden sullen zijn ende blijven. Mach
oic vercoopen cooren, visch ende andere emolumenten toebehoirende sijnen ontfange,
ende dat sal van weerden zijn. Mach oic stellen onderrentmeesters, een oft meer, ende
geven hem dairaf zijn machtbrieve, diewelcke stat grijpen sellen overal ende voir alle
richters, want dat mach den staet van der voirscreven officien van recepte niet alleene
voir den rentmeester mair oic voir zijn hoyer ende erfgenamen ; want dit is een actie die
nederdailt op dhoyer, ingevalle dat ennigh gebreecke worde bevonde in de rekening van
den rentmeester, ende dairomme soe is hem verleent te mogen makene ende te stellene
officiers ende onderdieners sulc als hem believen sal, want hij dat doet op zijns zelfs
zorge, pericule ende avonturen, ende dit is die natuere van der officien van recepten.
[32] Dat een sorgelijc dinck is te vueren officien van recepte.
Item, hieromme seggen ennige, zoe zij wair seggen, dat een sorgelijc ende lastich
dinck is te hebben officien van recepten, want het daelt op zijn hoyr ende op dat hoyr
van zijnen hoyren, zoe lange als die sake duert oft bethoent mach wordden, ende in
toecomenden tijden bevonden wordt.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 11 67
[33] Hoe een rentmeester behoirt zijn rekeninge te doen
Item, die rentmeesters zijn gehouden ende schuldich rekeninge te doene van alle huer
wercken, tymmeringen, metsingen, distribucien, ontfange ende uuytgevene ; ende bij
approbacien ende bescreven bevele van bueren heere sijn sij sculdich rekeninge te doene
van allen nyeuwen wercken oft comanscapen dairop gesciet bij hooghingen, vertieringen
dairop gedaen na den heysch van der saken, ende dat bewijsen met brieven bij den-
welcken blijcken moge hoe ende wes dat gedaen is ende bij wijen, oft anders het en is
hem niet sculdich in huer rekeninge gepasseert te worddene, noch deschargie noch
ontlastinge te maken. Want in saken van rekeninge geen dinck en sal gepasseert wordden
zonder verificacie van brieven nadijen dat lijdt XX sc. parisis oft dairboven, ende dit
is een regule van rekeninge te doene, te gevenne ende te ontfangene.
[34] Hoe kerckmeesters ende heilichgeestmeesters ageren mogen zonder procuracie.
Item, ten VIen male, van den kerckmeesters ende heylichgeestmeesters, dat zijn
diegeene dyet goet van der heiliger kercken regeren ende die almoessen ende tgoet van
den heiligen geest ontfangen, die de kercke onderhouden van refectien, ornamenten,
geluyde ende anderssins, ende dat goet van den heyligen geest deelen ende distribueren
den armen. Hieraf is oic te weten dat dese, elc in zijn officie, mogen in rechte
compareren, hetzije in aenleggers stadt oft in verweerders stadt, sonder andere
procuracie te hebben oft te thoenen dan huer commissie van huerder officien, welcke
commissie zij behoeven bij hen te hebben, als zij ennige saken intenteren willen ; ende
die commissie behoirt gemaict ende gepasseert te zijne bij den hove ende consente van
den outsten ende gesontsten deele van den lieden van der prochien dijen dat aengaet,
ende dat die machte geconfirmeert zije bij den heere, daironder dat te doene is, met
zijnen oepenen brieven ; ende dan mogen die voirscreven kercmeesters ende
heilichgeestmeesters verhueren, vercoopen, verchijnsen ende uuytgeven alle
emolumenten, dairtoe behoirende, behalven dat principale, ende dairaf geven brieve,
dair huer macht inne sal weesen geincorporeert, diewelcke van weerden blijven selen.
[35] Hoe dactie van desen officien daelt opt doyrije.
Item, ghij sult weten dat die actie van deser officien dailt op dhoyr, want het is
gefundeert op ontfanck van renten ende gelde. Ende dairomme en sal men niement
stellen in dese officie, hij en zije dair nut, wijs, genoch ende weerdich toe; ende souden
die hoyrs vervolght mogen wordden, zoe verre dat bij hueren vadere oft maegh dair zij
hoyren af wairen, bij hueren levenne geen rekeninge gedaen en hadden geweest, dairtoe
geroepen diegeene die dairtoe behoiren geroepen te worddene, ende dat die quitancie
gepasseert waire voir den heere dairondere dat waire, ende dat dairaf brieven gelevert
ende gehaven wordden, die die hoyrs ende erfgenamen thoenen mochten.
[36] Hoe testamenteurs oic ageren mogen zonder procuracie.
Item, ten VIIen male, testamenteurs ende executeurs van testamente duegdelijc
gepasseert, zijn oic ontfangen in weerlijcken hoven, hetzije in aenleggers oft verweerders
68 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
stat, sonder andere procuracie te dorven hebben dan heur testament, ende want ic
naemaels wat breeder hieraf tracteren sal bij der hulpen Gods, soe sal ic hier wat
af rusten.
Xlle CAPITTELE
VAN DEN PROCUREURS ENDE VAN HUERDER MACHT
[l] Wat een procureur is.
Item, om dan voirt te verclairen van den procureurs ende van huerder macht, soe
is te wetene dat een procureur is een persoen, dijen die saken van eenen die hem
macht ende procuracie geeft, wordden bevolen te vervolgene oft verantwoirden,
dairaf dat blijcke bij behoirlijcken brieven van procuracien ende van machten, oft anders
en soude die procureur niet ontfancbair zijn; want, soe wes bij eenen valschen procureur
oft die niet wel ende behoirlijc gestelt ende gefundeert en waire, gedaen oft geprocureert
waire geweest, dat en soude van geender weerden zijn, noch oic die sentencie dairop
gevolgt, ende en soude niet schuldich zijn ter executien gestelt te worddene. Ende
geen procureur en mach bij quaetheden oft corrupcien, willens ende wetens, zijnen
meester doen ennige prejudicie oft scade ten soude opten selven procureur verhailt
wordden, indijen hij zoe veele hadde ; ende dairomme sal een iegelijc wel ende nauwe
toesien, wijen hij sinen procureur maict.
[2] Van II manieren van procureurs.
Item, noch is te weeten datter zijn princapalijc II manieren van procureurs, te
weten, procureurs geheeten ad negocia, dat zijn procureurs die gestelt wordden totten
saken, scriffingen ende hantieringe van iements comanscapen oft goede te hantieren,
ende die procuracie van dijen moet dicwijle inhebben die sake specialijc geëxpresseert ;
dandere zijn procureurs van gedinge, geheeten ad lites, ende wordden gestelt om iements
recht te heysschen oft te verantwoirden in allen saken, clachten ende questien, ende
dairinne is dijcwijle genoch dat men heeft een generale procuracie.
[3] Van den procureur in criminelen saken.
Item, in criminelen saken en heeft een procureur geen stat; endevan desen sal ic
breeder scrijven hierachter int capittel van accusacien. In der Croonen van Vranckerijck
en wort geen aenlegger ontfangen bij procureur zonder die gracie van den coninck, dair
hij af moet doen blijcken, die mair een jair en dueren, het en waire dat die sake binnen
den jaire innegeset waire, want dan soude zij dueren durende tvoirscreven proces,
uuytgenomen cathedraelkercken, collegien, steden ende prelaten. Ende in Henegouwen
en is geen aenlegger ontfangen bij procureur, mair moet in personen zijn proces maken,
anders en soudt niet doogen.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 12 69
[4] Van den nootsin van den procureur.
Item, ennige meynen dat een procureur wel soude mogen nootsin doen bieden tot
zijnen daige hem dienende voir zijnen meester, want het zoude zeer hert zijn dat, bij
duegdelijcker nootsaken van den procureur, die meester van hem, zonder zijn schult,
prejudicie oft scade hebben soude, mair die procureur zoude zijn nootsake moeten
verificeren.
[5] Noch van den procureur.
Item, een procureur en mach die sake van zijnen meester niet verargeren bij
onbehoirlijcken termijnen in der procuracie niet begrepen, zonder consent van zijnen
meester.
[6] Van der procuracien.
Item, een procuracie die niet gemaict en waire onder auctentijc, die en doogh niet,
tenwaire onder den segele van eenen eedelen man int thof bekent, gelijc die heeren
ende vrouwen die justicie hebben.
[7] Dat een vrouwe geen procureur en mach zijn.
Item, geen vrouwe van wat state die is, zij zije gehijlicht oft ongehijlicht, en is
ontfanckelijc als procureur voir ennige persoen ; want den vrouwen es verboden alle
tfayt van wapenen, van procuracien, uuyt redenen van eenen wijve geheeten Calphurnia,
diewelcke voirt gerichte geen mate conste gehouden, hoewel zij wijser was dan ander
vrouwen, mair dede den richter dair zij voire te dingen hadde, eenen oploop mitsdat hij
niet en wijsde nae hueren sin, ende dairom is hen datte in rechte verboden.
[8] Van den personen die niet ontfanckelijc en sijn om procureurs te zijne.
Item, generalijc en zijn niet ontfanckelijc om procureurs te sijne, die personen
hiervoir verhailt, die geen heysschers en mogen zijn, uuytgenomen een clerck, want een
clerc mach wel in den weerlijcken hoven procureur zijn, soe verre zijn procuracie wel
ende duegdelijc gefundeert is.
[9] Van den riddere.
Item, geen ridder en is sculdich procureur te zijn mits der weerdicheyt zijns staets
ende zijnder ridderscappen, want hem dat niet en betaempt, mitsdats procureur te
zijne hem te cleyne ende te snoede waire, ende dairomnie en sal die richter hem niet
als procureur ontfangen.
[10] Van den monninck.
Item, geen monninck en mach procureur zijn in den weerlijcken hove, hij en hebbe
speciael bevel van zijnen prelaet dat te mogen doen ; ende al es hem dat geoirloft te
mogen doen, dats alleene te verstaenne in den saken der kercken aengaende.
70 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[11] Van VII dingen die totter procuracien behoeven.
Item, in een procuracie behoiren VII dingen, te weten, die die macht geeft ende
constitueert ; die persoen die dair geconstitueert ende gemachtich wort ; diegeene dair
men voire machticht, dairtoe bij digniteyten sijns staets ende bij commissien
gecommitteert oft geauctoriseert, gelijc die richters, prelaten, notarijs, greffiers ende
dijergelijcke. Item, den segel oft hanteeken dairmede die procuracie geauctorizeert wort,
ende dat die procuracie alsoe wel inhebbe heysschende als verweerende, ende dat
insgelijcx die procuracie begrijpe tgeene dairaf dat hem die procureur behelpen wille,
want geen procureur breeder macht en can gehebben dan hem bij der procuracien
gegeven wort, te weten, in saken die speciael bevel ende mandaat behoeven, als zijn die
procuracien om te doen iemants werck, bedrijf oft comanscapen, procuracie om huwelijc
te sluyten ende vast te maken, goedinge ende opdrachten te doene, bailliouws,
drossaerten, rentmeesters ende andere officiers te stellene, ander te stellen in possessien
van diensten ende van officien. In den voirscreven puncten moet die procuracie inhouden
dat speciael bevel; mair in procuracien die gegeven wordden in duegdelijcken saken, om
in den hove tegen iemenden te dingenne, zoe en behoeft dairinne niet dan eene generale
macht tegens eenen iegelijcken daer des van noode sal zijn, want dair den procureur
geen macht en waire gegeven dan tegen eenen, zoe en zoude hij tegen den anderen
niet heysschen noch verweeren. Desgelijcx sal oic een procuracie begrijpen tgeene
des bij den eenen procureur gedaen wort, dat dat bij den anderen sal mogen
wordden voldaen, ende dat zij sunderlinge inhebbe ende begrijpe dat die constituant
gelove dairmede tgewijsde te voldoene. Ende hieromme wairt wel behoirlijc dat
een procuracie gepasseert wordde voir mannen ende wethouderen dair hem een
voir mochte verobligeren, alsoeverre als die constituant geen man en waire die
onder zijnen zegel plage oft weerdich waire procuracie te gevene oft hem te
verbijnden.
[12] Wat een procuracie begrijpen sal.
Item, als iement geconstitueert is procureur, eest dat zijn procuracie behoirlijc
gemaict is, soe sal hij begrijpen dat die geinstitueerde procureur sal mogen eenen oft
meer andere in zijn stede substitueren, hebbende die gelijcke macht die bij heeft ; mair
eer hem die substituyt sal mogen behelpen in rechte met zijnder substitucien, het sal
behoiren dat die substitucie gehangen wordde onder zegel oft teeken auctentijck aen die
principale procuracie, oft anders en doogh zij niet.
[13] Hoe momboers van weesen procureurs mogen stellen oft nyet.
Item, geen momboers oft curateurs, al zijn die gestelt bij auctoriteyt van den
richter, en mogen na recht constituëren ennigen procureur in den saken van den weesen,
voire dat zij als momboers die sake selve innegeset hebben ende dat dairinne zije
gelitiscontesteert, mair soude die weese bij auctoriteyt van sijnen momboer selve dijen
procureur moeten stellen, oft anders soude die procureur qualijc gefundeert zijn.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. l, CAP. 12 71
[14] Dat een procureur alsoe wel moet recht geven als nemen.
Item, een procureur die recht heyscht van ennigen anderen in een gerichte, die moet
int selve gerichte tegen den voirscreven anderen wel rechts plegen ende gereconvenieert
wordden, al wairt oic van saken die den procureur alleene, ende niet zijnen meester aen
en ginge ; ende oft die procureur in zijns selfs sake hem tegen dengeenen wederom
alsoe heysschen woude, aldair niet te rechte en woude staen, soe mach hem die richter
verbieden tfayt van zijnder procuracien.
Item, wairt dat van begin der citacien ende voire die litiscontestacie geopponeert
wordde tegen den procureur oft tegen eenen juge oft richter delegaet van zijnder macht,
procuracien oft commissien, die procureur oft juge delegaet soude sculdich zijn te
thoenen zijnen originale machtbrief ende commissie ; mair en worde dat niet geopponeert
dan nae de litiscontestacie, zoe en soude de procureur oft richter delegaet, nae den
gescreven rechten, niet schuldich zijn te thoenen den originalen brief van zijnder macht,
procuracien oft commissien.
Item, noch suldij weeten, [wair] dat een generale procuracie oft mandaet geproduceert
is in gerichte, dair is die rechter sculdich der partijen dat producerende tselve originael
mandaet weder te geven om heur elder dairmede te mogen behelpen, mair wairt dat een
speciael mandaet tot eender saken, zoe en waire hij niet sculdich dat te doene.
Item, wair ennich geschil ende diversiteyt tusschen dat originael prothocol oft
exemplere ende tusschen den brieff dairuuyt gegrosseert ende gemaict, zoe behoirt men te
staene ende gelove te geven den prothocolle.
[15] Wanneer een procureur heere wordt van der saken.
Item, alsoe geringe als die procureur bij machte van zijnder procuratien heeft
gelitiscontesteert in den saken, soe is die procureur heere van der saken, ende en soude
dairnae die principale meester sijnen procureur niet mogen achterlaten int vervolgh van
der saken, ten geliefde den procureur, het en waire ter occasien van merckelijcken
gebreeken die ontfanckelijc wairen, in welcken gevalle hij ander procureurs soude mogen
setten.
[16] Wanneer die macht van den procureur doot is.
Item, noch es te weten dat na recht een procureur, die in een sake begonst heeft
ende gelitiscontesteert, mach dieselve sake blijven beleyden totten eynde ende decisien
derselver saken, al wairt dat, hangende den gedinge, zijn meester storfve, want dairmede
en soude die cracht van zijnder procuracien niet sterven, ende men en soude in der-
selver saken geenen anderen procureur constituëren ; mair die costumiers houden die
contrarie, seggende als die constituënt doot is, dat dan die macht van den procureur
doot is ende geëxpireert, nae die disposicie van eender loyen die seegt : mortuo
mandatore, expirat mandatum.
[l7] Van den procureur[s] negligencien.
Item, een procureur die bij zijnder schult oft negligencien zijnen meester scade
doet, in der saken die hij voir hem handelt, die is sculdich dat te beteren zijnen meester
72 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
bij actien mandate, tenwaire dat die schult ende ignorancie sulc waire, dat die procureur
dat niet en hadde geweeten, noch bij den memorien ende documenten van zijnen meester
connen vernemen.
[18] Dat een procureur sal versien zijn van zijnder procuracien.
Item, geen procureur en is sculdich ontfangen te zijne zonder procuracie, ende
tgeene dat hij dairsonder gedaen heeft is al ydel, al hadde hij geprocedeert totter
sentencien toe ende dat die sentencie gegeven waire, want dair gebreken soude oft een
aenlegger oft een verweerdere, die in allen gedingen behoiren te zijne. Nochtans nae
recht een erfgename ende wittich oyr van den gedaigden te rechte zoude mogen
verantwoirden doen in die sake voir dengeenen dair hij successeur af waire, sonder
procuracie te hebben, mits behoirlijcker caucien die hij geven ende stellen soude van te
betalen dat gewijsde ; mair dat en wort, in veele plaetzen in den smalen bancken van
den platten lande, niet onderhouden.
[19] Van der ordinancien der Raidtcameren van Brabant opte procureurs ende
advocaten.
Item, noch suldij weten dat die ordinancie in der Raidtcamere van Brabant opte
hantieringe ende beleyt van procureurs ende advocaten (1) begrijpt die punten die
hiernae volgen.
[20] Van den eede der procureurs ende advocaten in der Raidtcameren van Brabant.
Item, in den iersten, dat niement van nu voirtaene en sal dragen mogen die officie
van advocaet oft procureur int voirscreven hof, om dair te postulerenne oft practizeren,
hij en sije dairtoe nut ende souffisant, ende dairvoire bij den hove geadmitteert, ende dat
hij gedaen hebbe eenen eedt dat hij dragen sal eere ende reverencie den hove ende den
supposten desselfs tallen tijden; ende dat, alsoewel als zij besoingneren als anderssins,
zij niet dienen en sullen in ennigen saken, die sij weeten sullen quaet ende onrechtveerdich
te zijne, al wairt dat zij die quaetheyt ierst geraicten te weten naedat die sake inne-
geset waire, mair terstont als dat comen sal zijn tot huerder kennissen, sellen zij hen
des verdragen ; dat zij oic wel ende getrouwelijc hueren meester dienen selen, ende hem
tevreden houden met redelijcken salarijs nair der ordinancien van den hove, ende dat
zij geen onbehoirlijcke delayen ende vertreck nemen sullen ter prejudicien van partijen
adverse, ende dat sij geen voirwairden van deelingen int gewin van der saken maken en
sullen met ennigen van den voirscreven partijen, ende generalijc dat zij sich dragen
selen in al ende overal alst behoirt eenen advocaat oft procureur te doene.
(1) Bedoeld is de ordonnantie van 20 juni 1473, waarvan een tekst bewaard is op de Algemene Rijksarchieven te Brussel, Verz. Manuscrits Divers n' 276. Vgl. ook v. GAILLARD, Le Conseil de Brabant, dl. I, p. 54, n. 2.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 12 73
[21] Dat procureurs ende advocaten in der Raidtcameren aldair resorteren sullen.
Item, dat alle advocaten ende procureurs selen gehouden zijn te verantwoirden
in den hove van allen saken, dairaf men souse willen vervolgen bij redenen van hueren
officien ende state ; ende oic, soe selen zij voir tvoirscreven hof intenteren alle saken die
zij bij redenen van hueren officien sellen willen vervolgen, ende selen als van dijen aldair
resorteren jurisdictie, ende dat tot hueren aencommene zweeren ende geloven ende
dairaf renuncieren van allen vrijheyden, poorterijen, Sinte Petersmanscap ende andere
vrijheyden die zij hebben mochten.
[22] Dat die procureurs sullen zijn aldair gefundeert van procuracien.
Item, noch seegt den voirscreven stijl dat hem niement en sal mogen dragen als
procureur van eenen anderen hij en sije gefundeert van behoirlijcker procuracien, dairaf hij
mach doen blijcken tallen tijden, als hij des versocht sal wordden, hetzije bij den hove oft
bij partijen, tenwairen personen soe conjonct ende soe nae bestaende van maesscapen [!]
wegen, dat zij ontfangen mochten wordden per cautionem rati, opt dwelc thof sal mogen
appointeren nadat die sake die heysschen sal.
[23] Wat procuracien in den hove passabel sullen zijn.
Item, noch seegt denselven stijl dat alle procuracien zelen goet ende van weerden
zijn, die int voirscreven hof gepasseert zullen wordden, desgelijc diegeene die gemaict
zullen zijn onder zegel auctentijck, als voir scepenen van goeden steden oft andere, voir
notarijse appostolijcque ende imperiale oft onder den properen segel van prelaten,
capittelen, collegien ende onder den segel van edelen mannen, bij denselven bekent
ende verleden voir hueren persoen, behoudelijc dat deselve procuracien hebben huer
redelijcke formen, ende dat zij inhouden ende begrijpen die sake dair hem een wil mede
behelpen in rechte.
[24] Van den salarijs van den procureurs.
Item, noch seegt den voirscreven stijl dat een procureur gemeynlijc practizerende
in den voirscreven hove, wonende te Bruessel van elcken daige die hij occuperen sal
voir den Raidt van wegen zijns meesters sonder nochtans dingen oft te scrijven, hebben
sal voir zijnen salarijs III sc. artoys, maken IX gr. brabants.
[25] Van den salarijs der luden die selve compareren.
Item, ende aengaende den procureurs van buyten, opdatter ennige quamen, die
selen hem doen taxeren bij den voirscreven hove van hueren salarijs eer zij vertrecken,
ende dairaf nemen een kennisse van der griffien, oft anders en souden zij niet hooger
getaxeert wordden dan oft zij tot Bruessel resideerden ; ende doende die voirscreven
taxacie, sal thof die ooge hebben opte personaigie van den advocaet van buyten, opte
sake die bij bedingt, ende opten tijt die hij vaceren ende dairinne occuperen sal.
[26] Van den partijen van buyten die in den hove taxacie begeeren.
Item, noch seegt denselven stijl dat alle partijen in denselven hove comparerende
in persoenen, hetzij in aenleggers oft verweerders stat, bjjsundere partijen van buyten
74 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
die taxacie willen hebben, selen gehouden zijn telcken male te nemen een acte van
hueren comparicien in personen, ende van den daige die zij bij redenen voirscreven
hebben gevaceert, ende hoe zij comen zijn, alleene oft met geselscap, te voete oft te
peerde oft te wagen, om sich dairnae te reguleren als men costen taxeren sal, oft anders
die voirscreven partijen en souden niet geacht zijn te hebben gecompareert dan bij
eenen procureur practiserende int voirscreven hof.
[27] Van den salarijs van den advocaten.
Item, als van den advocaten, seegt den voirscreven stijl dat die advocaeten van den
daigen die zij dingen selen, hetzije in aenspraken oft in verantwoirden, repliceren,
dupliceren, doende oft om te doene ennige overtueren oft remonstrancien den hove,
selen hebben telcker reysen dat zij dairinne occuperen voir hueren salarijs VIII sc.
artoys, het en waire in cleynen saken, dairinne zij hen reguleren selen na den tax, die
hen thof dairaf doen sal, alsoeverre partijen des begeeren.
[28] Van den salarijs der procureurs in cleynen saken.
Item, ende wairt dat ennich procureur hem voirderde te dingen, partijen saken oft
ennige saken ten hove te thoenen, dwelc hij sal mogen doen in cleynen saken, soe sal
die procureur hebben voir sijnen saiarijs IIII sc. artoys.
[29] Van der taxacien ende formen der scriftueren ende hantieringe derselver.
Item, nog seegt den voirscreven stijl, als die advocaten oft procureurs scrijven in
de saken van hueren meesters bij ordinancien van den hove, soe sal den tax van den
scriftueren gedaen wordden metten blayken, te weten, dat zij hebben selen van elcke
zijde papiers gemeynlijc begrijpende XVIII regulen, ende elcke linie oft regule XII
sillaben ten minsten zonder fraude, de somme van II gr. vleems ; ende es te verstaene,
dat die ydel spacie staende tusschen Il artikelen sal gerekent wordden voir II linien ;
ende mits dijen salarijs selen die voirscreven advocaten oft procureurs gehouden zijn te
minuteren ende te doen grosseren, ende int net ende suver te setten bij sixteernen die
voirscreven scriftueren, ende die behoirlijc te quoteren, ende int eynde dieselve te
teekenen met heuren hanteeken, ten eynde dat men weten mach wie die gemaict heeft,
opdat hij dairvoire verantwoirden moge indijen men iet dairinne bevijndt niet wel gedaen
wesende.
[30] Hoe die procureurs ende advocaten huer scriftueren maken selen.
Item, noch seegt denselven stijl dat die advocaten ende procureurs selen huer
scriftueren maken met cortten artikelen, ende dairinne arbeyden dat een artikel mair
een fayt en houde, sonder te setten fayt bij fayte oft redenen bij fayte, te dyen eynde
dat men dairop te lichterlijcken die enquesten mogen doen, ende dat geen noot en zije
dairuuyt extracten te maken, zoe men voirmaels plach te doen, welcke manieren van
doene men heeft alhier geaboleert ende te nyeuwte gedaen.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 12 75
[31] Hoe dat partijen gehouden selen zijn te heffen telcken daige van rechte die
acte van dijen daige.
Item, ende is noch bij denselven stijl geordineert dat de procureurs van partijen
oft die partijen selve telcken (a) male dat zij dach van rechte hebben, gehouden selen
zijn, te heffen ende te brengen huer acte dairmede blijcken moge wairop hueren
dach dijent, hetzije van deffault, van appointemente, van delaye, van contumacien oft
anderssins, welcke acte, zoe wanneer dat proces bereedt sal zijn om te sluyten, die
voirscreven partijen oft procureurs gehouden sullen zijn te brengen ende te vuegen
int proces, opdat dairuuyt blijcken moge dat beleyt totten eynde toe.
[32] Dat men die scriftueren sal overleggen in eenen sack.
Item, noch seegt denselven stijl, zoe wanneer ennige partije sal willen te hove
overleggen ennige scriftueren oft brieve, dat dan dieselve partije sal sculdich zijn te
brengen te hove eenen sack met eenen biliette dairop genayt, inhoudende dat dairinne
zijn die stucken van alsulcken aenleggere oft verweerdere tegen eenen alsulcken
aenleggere oft verweerdere, welcken sack soe groot ende soe lanck sal zijn dat men
gevuegelijc dairinne steeken moge alle die stucken die deselve partije sal overleggen oft
produceren totten eynde toe, oft anders en sal die greffie die voirscreven scriftueren
niet ontfangen.
[33] Hoe men in die Raidtcamere de requesten sal appointeren, ende mandementen
dairop verleenen.
Item, ende na den voirscreven stijl, soe selen die heeren van den Raide voir ende
alvoire, delibereren opte requesten die partijen overgeven selen, ende dairop ordineren
ende verleenen sulcke provisie van justicien, alst behoiren sal, ende dairaf bevolen
wordden eenen secretarijs van den hove te doenne die expedicie, welcke secretarijs
gehouden sal zijn terstont op die requeste te stellen dat appointement van den hove
ende dat wederom te thoenen den hoofde van den Raide, om die te mogen corrigeren,
opdats behoeft ; ende dairop selen die secretarijs expedieren oepenen brieven in
perkemente met eenen afgesnedene simpele steertte, diewalcke narracie maken selen
van den voirscreven requesten ende selen in huer conclusie begrijpen tvoirscreven
appointement ; ende selen die brieven geaddresseert ende gedirigeert worden aen den
officier van der plaetzen dair dexecucie behoeft gedaen te zijne, oft aen eenen anderen
officier ons genadichs heeren ; ende dijen brief sal den secretarijs teekenen met zijnen
hanteeken, ende voirt besegelt wordden alsoet behoirt, ende voir trecht van den zegel,
zoe verre het den contrezegel is, betailt wordden ten proffijte van onsen genadichen heer
III sc. artoys, ende soe verre het den grooten zegel is, VI dijergelijcke scellingen, ende
den secretarijs sal gegeven wordden den salarijs van Vlll sc. artoys, zoe voire in dit
boeck eens gescreven staet (1) ; ende dat gedaen, sullen die voirscreven brieven gemaict
(a.) telcken, in hs : telclken.
(1) Zie blz.21.
76 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTJJKEN
wordden der partijen impetranten oft iemende van zijnentweegen, om die ter execucien
gestelt te wordden, ende de voirscreven secretarijs sal die voirscreven supplicacie bij
hem houden ende wel verwairen metten notelen dairop gescreven, die te mogen thoenen
als hij des bij den hove sal wordden versocht.
[34] Van der procureur fiscael.
Item, noch vijndt men ander procureurs, geheeten procureurs fiscael oft procureurs
van officien, ende opdat ghij dairaf die natuere ende condicie weten wilt, soe seukt
hierachter in dat C ende XIXe capittele van desen iersten tractate, dair suldij wat
bescheyts af vijnden.
XIIIe CAPITTELE
VAN DER FORMEN VAN DER AENSPRAKEN INT GENERAEL
Om dan voirt te verclairen hoe een aenlegger zijn aensprake formeren sal, hetzije
ierst bij monde ende naederhant bij gescrifte, zoe suldij weten dat in allen actien die
aensprake behoirt III dingen te begrijpen, te wetene, een majeur, een mineur ende een
conclusie.
Ende om dat nairder te verstaene, soe suldij weten dat die majeur is een allegacie
van rechte oft van der costumen van den lande oft van ennige geboden oft verboden van
den heere oft van der stadt openbairlijc onderhouden.
Exempel : "Eedele ende wijse heeren, heer president, ende anderen van den Raide
ons genadich tsheeren tshertoogen. Alsulcken persoen, mijn wederpartije, is te mijnen
versuecke hier te recht betrocken ende gedaigt, uuyt dijen dat wair is dat binnen der
jurisdictien van der stadt van Antwerpen oft van Bruessele een recht is concorderende
metten gescreven rechte, dat soe wije, faytelijc ende met opsette, zonder sake oft redene,
yemende belaight, heimelijc wacht ende oploop doet met verboden wapenen, ende
dairmet hem injurie doet, zoe verre dat hij denselven quetste ende bloetreyst, blu[t]st oft
slaet, die valt in den bruecke die nae den rechten van der plaetzen dairtoe staet, ende is
gehouden der geinjurieerder partijen dat te beteren."
Dat mineur is tverhael van den fayte oft wercke, dair hem daenlegger af beclaight,
ende wort gecleet metten voirscreven majeur.
Exempel : "Nu eest zoe, eerweerdige heeren, dat dese voirscreven majeur
gepresupponeert wairachtich, kenujc ende openbair te zijne, dat alsulcken persoen mijn
wederpartije bij zijnen ongeoirloofden ende verduempden wille, ontlancx op sulcken
dach, zonder redenen oft sake dairtoe te hebben, versien van stocken ende wapenen die
verboden wairen, tot alsulcker plaetzen dair hij wiste dat ic comen ende lijden soude,
mij met opsette gewacht ende gelaeght, oploop gedaen ende zeere onmenschelijc
geinjurieert ende gequetst heeft totten bloetreysen toe, dairinne ic mij bevonden hebbe
ende houde mij zeer grootelijc geinjurieert ende gehindert in mijnen lijve ter groter
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 13-14 77
scaemten ende achterdeele van mijselven, van mijnder eeren ende van mijnen vrienden,
ende noch meer soude, opdat bij uwer goeder justicien dairinne mij niet versien en worde".
Die conclusie is tslot ende tverhael van der begeerten ende versuecke dat
daenlegger doet.
Exempel : "Zoe zegge ic ende concludere, eerweerdige, eedele ende wijse heeren,
ten eynde ende fijne dat, alsoe waire als mijn voirscreven wederpartije dese voirscreven
saken kennen willen oft mits zijnen ontkennen, ic die duegdelijc getoenen can, dat hij
bij uwer sentencien ende met rechte wort gecondempneert die voirscreven fayten aen u
te beteren in den name van onsen genadichen heere ende aen mij alsdie gequetste partije,
met alsulcker beternissen, punicien ende correctien, alsoe wel eerlijc als proffitelijc
- ende hier sal die aenlegger verhalen die beternissen, die hij bij zijnder conclusien
begeeren willen -, nae die rechten ende gewoenten van den plaetzen dair die misdaet
geschiet is, oft in sulcken bruecken, beternissen, punicien ende corectien als uwe
discrecien, eerweerdige, eedele ende wijse heeren, bedencken sullen in goeder justicien
dairtoe behoirende, makende heysch van costen, scaden ende interesten in deser saken
ende vervolge geleden ende te lijdene totten eynde toe, presenterende ende offererende
proeve ende thoen van mijnen fayten soe verre mij die bij hem ontkendt wordden, zoe-
verre die proeve behoeven, genoch zijnde om mijn conclusie mij aengeweesen te
worddene, zonder mij te verbijnden tot ennigen overtonigen thoene onder alle
protestacie ende beneficie van rechte."
Item, ende is van grooten noode dat men in der aanspraken van injurien segge die
voirscreven woorden : "oft in sulcken beternissen, punicien ende correctien als uwe
etc ...", om dijeswille, want zoe wije zijn aensprake soe besneden maicte dat hij die
voirscreven woorden niet en besprake, ende dan allen zijnen heysch niet soe volcomelijc
en thoende als hij hem vermeten hadde, die rechter en soude hem niet toegewijsen
connen dat hij niet geheyscht en hadde, noch breeder dan hij hadde connen gethoenen.
Item, desgelijcx es den aenlegger wel van noode te heysschen costen, scaden ende
interesten, want soe wair in zijnder aanspraken die niet en heyscht, die en soude nae
recht nimmermeer dairna te tijde comen om ontfangen te wordden die te heysschen.
Item, ende soe u nu dat gewesen wort bij exempel in cas van injurien hoe ghij
formeren sult uwen heysch bij majeur, mineur ende conclusien, zoe suldij dat gelijckelijc
verstaen ende appliceren in allen anderen actien ende saken die ghij sult willen
intenteren nae gelegentheyt derselver.
XIIIIe CAPITTELE
VAN DEN OIRSPRONCK DER AENSPRAKEN ENDE DIVISIEN DER
ACTIEN INT GENERAEL, ENDE HOE HUER ACTIE REAEL DEELT
[l] [Van der divisien der actien int generael.]
Item, ten clairderen verstande der dingen lest voirscreven, zoe suldij weten, gelijc
int zevenste capittele hiervoire eensdeels geruert is, dat het principalijc mair II
78 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN,
manieren van actien en zijn, dair alle andere actien uuytspruyten ende oirspronc nemen,
te weeten, deen actie reaele ende dandere actie personeele; ende hieraf, soe sal hier
ierst onderwijs gegeven wordden van der actien, die geheeten is actie reaele, ende den
actien die dairuuytspruyten ende geboren wordden, ende dairnae sal u onderwijs
gedaen wordden van den actien personele ende den actien die dairaf comen.
[2] Van der actien reaele.
Die actie reaele heeft huer respijt, opsien ende aanscouwen opte realiteyten,
proprieteyten, erfflijcheyden ende gronden van erven ende van anderen goeden, zij zijn
ruerende oft onruerende, erfflijcke renten oft lijftochten, gelijckerwijs es recht te hebben
bij successien ende versterffenissen oft bij coope oft bij ghiften oft bij anderen manieren
van vercrijge in oft totter proprieteyt van ennigen haefflijcken goeden, oft van ennigen
erfflijcheyt, hetzije leen oft erve, chijnsgoet oft eygengoet ; ende dese actie reaele
volgt altijt den besittere oft houder van den dinge, ende en spruyt niet uuyt ennigen
obligacien; mair metten gange dat yement besit oft gebruyct dat dinc, dair ic recht in
hebbe, ende hij macht heeft mij dat te restitueren, soe es hij bij actien reaele gehouden
in mij tot restitucien.
Item, hier suldij weten dat huer die actie reael deelt in VI tacken oft specien van
actien die al reael zijn, dairaf deen geheeten is actie van reivendicacien, ende die
competeert in den dingen die corperael zijn ende men sien ende gevuelen oft tasten
mach ; dander is geheeten actio petitionis hereditatis ende dairmede is men heysschende
die successie ende versterffenisse van eenen dooden ; die derde is geheeten actio
ypothecaria, dats een actie van ypothecacien ende verbijntenissen van gronde ; die
IIIIde is geheeten actio publiciana, de Vte, actio confessoria, de Vle, actio negatoria ;
dese confessoria ende negatoria competeren in den dingen incorporeel, ende zijn dese
actie geheeten actien reael, want zij comen ende dalen neder opten aenlegger, ende bij
natuerlijcker successien oft bij ennigen ander tijtel, dairmede die aenlegger meynt heere
te zijne ende alsoe recht te hebben totten dinge, gronde oft goede dair hij op ageert,
oft totter possessien ende gebruycke desselfs.
Item, noch suldij weten dat dese voirscreven VI tacken oft specien van der actien
reael mogen elck innegeset, geheyscht, geintenteert wordden bij drie manieren van
heyssche, te wetene, eenssins bij heyssche van der proprieteyt ende erfflicheyt oft
realiteyt int petitorie, oft anderssins bij heyssche van simpelder possessien ende saisinen,
of ten derden bij clachten ende complainten van nyeuwicheyden voirtgestelt in der
possessien, welcke twee leste heysschen zijn geheeten actien ende heysschen int
possessorie ; van welcken drie manieren, ic bij oerdenen wat scrijven sal, eer ic comen
sal totten anderen Vl tacken boven geruert, ende ierst van der actien van proprieteyten.
XVe CAPITTELE
VAN DER ACTIEN VAN PROPRIETEITEN.
Actie van proprieteyten es diegeene die afdaelt op iemende bij natuerlijcker
successien, hetzije van der rechter linien nederwaert als van vader oft moeder, oft van
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 15 79
der zijden, hetzije uuyter linien laterael, dats te seggen van der zijden, als van broeder
ende suster, oft van der linien Collaterael, dats oic van der zijden, als van den oem,
moeyen, neven oft nichten, oft bij ennigen anderen titel, dairmede die aenlegger meynt
recht te hebben totten gronde oft totter realiteyt van den dinge, hetzije ruerlijc oft
onruerlijc, haefflijc oft erfflijc goet. Ende als men met deser actien tenderen ende
concluderen wille totter petitorie, ende niet totter possessorien, soe sal men aldus
fonderen den heysch ende libel :
"Eerweerdige, edele ende wijse heeren. Ic hebbe te rechte doen betrecken voir u,
N.., mitsdat ic in rechte ende in fayte voirstelle, dat wijlen Wouter mijn oudervader
bij sijnder levender tijt hielt ende gebruycte, rustelijc ende vredelijc, een plaetze geheeten
Borcht, gelegen in den lande van Waes, dairtoe behoirende zoe veele lants, zoe veele
renten, zoe veele capuynen, sulcken visscherijen, zulcken wijndtmolen, in welcker
plaetzen metter toebehoirten mijn voirscreven oudervader hadde volcomen recht, als
heere van der proprieteyt derselver, hadde dairaf hulde ende manscap gedaen zijnen
heere, was dairaf in goeder possessien, saisinen ende gebruycke als van zijnen properen
goeden op hem gedaelt ende toecoinen in witteger ende natuerlijcker successien,
gebruykende ende possederende van denselven plaetzen ende metter toebehoirten, zijn
leefdaige lanck, alsoe dat hij dairuuyt versterf sonder dat bij hem oft bij iement anders,
sake van hem hebbende, ennich dinck oft sake gedaen sije, bij denwelcken hij oft zijn
hoyr mochten hebben verloren oft schuldich wairen te verliesen dat recht der
proprieteyt, ende hoewel het soe zije, dats mits der generaelder gewoenten ende
costumen, die die doode den levenden erfft, ende dat alsoe mits der doot van hem op
mij, als op zijnen gerechte wittigen hoyr ende erffgename alleene, ende op niemende
anders, toecomen, bleven, gesuccedeert, gedaelt ende gestorven is die voirscreven plaetze
metter toebehoirten, mits denwelcken ick dairaf ben ende sculdich ben te zijne in
goeder possessien, saisine ende gebruycke als hebbende ende sculdich zijn[de] te
hebbene volcomen ende geheel recht van der proprieteyt bij den voirscreven redenen.
zonder dat ic oyt ennige sake hebbe gedaen, dairomme dat ic behoirde dairaf vervreemt,
belet ende verstooten te worddene, niettemin die voirscreven N.., zonder ennige sake
oft redenen dairtoe te hebbene, heeft hem faytelijc gesteeken ende geworpen in de
voirscreven plaetze metter toebehoirten, dairaf hebbende ende opbuerende die proffijten
ende emolumenten, belettende ende wederstaende, met woorden ende wercken, dat ic
dairaf geen gebruyck en can gecrijgen tegen God, redenen ende recht, ende heeft dat
alsoe eenen tijdt van jairen gedaen tot mijnder grooter scaden, prejudicien ende
achterdeele, mij alsoe turberende ende belettende int recht van mijnder proprieteyt
ende natuerlijcke successien, ende noch langer zoude, opdat mij bij uwer eerweerdicheyt
dairop niet en wordde versien van behoirlijcker provisien ende remedien van justicien,
mits denwelcke ic concludere tegen den voirscreven N.., dat bij uwer rechtveerdiger
sentencien zije geseegt ende gewijst die voirscreven plaetze metten lande, beemden
ende anderen toebehoirten boven genoempt, mij toebehoirende als den wairachtigen
proprietarijs ende possesseur derselver, ende als hebbende dairtoe volcomen recht van
proprieteyte, als van mijnen properen erven mij alle[e]n toebehoirende, ende dat die
80 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
voirscreven N.., zij volcomelijc dairaf uuytgestooten ende versteeken als diegene, die
noch sake, actie, titele oft recht dairtoe en heeft, ende dat hij voirt bedwongen wordde
mij weder te keerenne ende te restituerenne alle die proffijten ende emolumenten die
dairaf gecomen zijn, ende die bij goeden regimente dairaf hadde mogen comen tot
duegdelijcken ende wairachtigen prijse ende estimacie van quanti plurimi, en[de] die
hangende desen processe ende gedinge, gedaen oft te doene, soude mogen vervallen oft
verschijnen bij zijnder ondeugdelijcker occupacien, dat hij wordde versteeken van allen
possessien ende saisinen die hij dairop vercregen heeft, als qualijc ende tonrechte
vercregen, opdat hij ennige dairop vercregen hadde, zonder title, redenen oft sake
dairtoe te hebbenne die hem dienen oft stade doen moge, dat mij dat wordde int geheel
toegewijst ende aengeweesen, ende dairtoe dat hij wordde geduempt ende gecon-
dempneert in de costen, scaden ende interesten geleden ende te lijdene, offeren[de] thoen
van mijnen fayten die thoen behoeven den rechte genoch zijnde, om tot mijnder
conclusien te gerakenne oft alsoe veele als ic dairaf geproeven can, ende protestere ende
bespreke desen mijnen heysch, indijen hij dairtegen seyde ende dijen ontkende, breeder
te mogen declareren, corrigeren, meerderen ende minderen, opdats behoeft, ende dijen
met gescrifte mogen over te geven hetzij bij manieren van libelle oft anderssins,
protesterende noch van al te mogen dairinne doen, seggen, proponeren ende voir te
nemen, hetzij bij monde oft bij gescrifte, dat in sulcker saken behoirt ende sculdich is
gedaen te wordden, nae gewoente, stijl ende gemeyn observancie van desen hove, om
dairaf te hebben mijnt [!] onthoudt tot int deynde van der saken."
XVIE CAPITTELE
VAN DER ACTIEN VAN SIMPELDER SAISINEN ENDE POSSESSIEN
1 [ Van der actien van simpelder possessien. ]
Actie van simpelder possessien, saisinen ende gebruycke is zoe wanneer hem
iement van zijnen rechte in der proprieteyt, gronde oft realiteyt van ennigen dinge, dair
hij heere ende proprietarijs af is bij titel van versterffenissen, van coope, van giften oft
dijergelijcke, oft dair hij bijnae heere af is, als zijn huerlingen, pachteneren,
erfpachteneren, tochteneren ende dijergelijcke, die de gerechte heerscappie van den
dingen niet en hebben, mair hebben dat gebruyck ende bijnae die heerscapie van den
dingen, heeft laten de saisine (a) ende die possessie ontrecken, dwelc geheeten is
desaiseren, mits possessien die iement anders dairaf genomen heeft sonder sake oft
redenen dairtoe te hebbenne, ende bet dan een jair gehouden heeft gehadt, alsoe dat
men dairaf geen complainte, dat is clachte van nyeuwicheiden, gewerven en can ; in
desen gevalle moet men dairtegen die remedie suecken bij complainten ende clachten
van simpelder possessien ende saisinen, ende dan blijft die besittere ende possesseur
dair men over claight int gebruyc, hangende den processe ; mair als men ontfangen wor
om te mogen ageren bij clachten in cas van nyeuwicheiden, zoe en behoeft die richter
(a.) saisine, in hs. : possessien.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT, DL. I, CAP. 16 81
oft prince nyemende van den partijen dat gebruyc oft possessie, dan diegeene die
gethoenen sal die leste ende onlancxste exploicten van possessien te hebben gehadt.
Item, en[de] alsoe dese materie possessorie oft van possessien wel behoeft verstaen te
zijne, ende om die natuere van der actien possessorie, alsoewel van simpelder saisinen
als van der actien van clachten ende complainten int stuc oft cas van nyeuwicheiden te
nairder te verstaene, zoe suldij weten dat possessie niet anders en is dan eenderhande
recht; dairmede dat iement een lichamelijck oft corporael dinck dat men sien oft tasten
oft geveulen mach, heeft in zijnder gewariger macht van gebruycke oft besitte.
Item, in der wairachtiger possessien oft besitte moeten concurreren ende tsamen-
wesen III dingen, te weten, dat lichamelijc gebruyc, die affectie ende volcomen
meyninge totten gebruycke, ende dat gebruyc zije van den rechten geapprobeert. Ende
hieromme soe en wordden, om proprelijc ende rechtuuyt te sprekenne, die dingen oft
stucken die niet coporael en zijn, niet gepossesseert, als zijn rechten van jurisdictien,
van herscapien, van servituten ende dijergelijcke ; mair seggen die rechten dat alsulcke
incorporele dingen wordden niet perfectelijc gepossesseert, mair bijnae gepossesseert,
dwelc zij heeten quasi possessio ; oic moet in der possessien zijn de meyninge van der
hertten totter possessien, want die geen meyninge en heeft tot zijnder possessien oft
gebruycke van den dinge, dat hij corporelijc gebruyct, die verliest dairmede die cracht
ende effect van zijnen gebruycke.
Insgelijcx, soe eest van noode om wairachtige possessie te hebbene, dat [tlrecht
dat approbere, want al eest dat iement onder hem hebbe ennich gesacreert oft geestelijc
oft kerkelijc gewijdt dinc, ende dat hij dat oic corporelijc ende oic metter hertten gebruyct
ende possesseert, nochtans en is dat geen wairachtige possessie, want gewijde oft
kerckelijcke oft gesacreede oft geestelijcke dingen en wordden nae recht, noch wetende
noch onweetens, nyet geposs[ess]eert properlijc te sprekenne.
Nota bene. Item, dat volgen, in materien van possessorijen, is drijerleyen ; dierste
is te gecrijgen die possessie die men niet gehadt en heeft, ende dat is geheeten
possessorium adipiscende ; dander is om te behouden die possessie dair een in is, ende
dat is geheten possessorium retinende; ende tderde is om weder te gecrijgene die possessie
dair men af gespolieert is, ende wort geheeten possessorium recuperande.
Item, noch suldij weten datter es possessie natureje, ende datter oic is possessie
civile. Naturelijcke possessie is als iement is int reael gebruyck van eenen dingen in al
oft in deel ; ende civile possessie is als iement bequaem zijnde om possessie te mogen
hebben, recht heeft om dat dinc te mogen possesseren, datselve dinck metter hertte
alsoe besittende, hoewel dat ennige andere dairaf hebben onder hem dat natuerlijc
ende corporelijc gebruyc van denselven dinge. Ende bij den natuerlijcken gebruyck
alleene en wordt in den geestelijcken rechten geen prescripcie van possessien
vercregen, want alsulcken possessie wort dijcwijle gecregen bij fortsen oft heymelijc oft
tegen uuytlantsche ende miserable personen, ende gecrijght alsoe die natuerlijcke
possessie ter quader trouwen ; ende een possesseur van quader trouwen en can na den
voirscreven geestelijcken rechten tot geender tijt geprescriberen, hoewel dat die
82 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
weerlijcke rechten van der alderlangster possessien, dairaf van der contrarien niemenden
en gedenckt, die contrarie disponeren, te wetene dat die alle actie ende recht
excludeert sonder aensien te hebben weder men duegdelijc oft ondeugdelijc dairaen
geraict is.
Item, wairachtige possessie en mach niet heymelijc gedaen zijn, noch met fortsen
noch violencien aengenomen, noch uut beden toegelaten, ende dats dat die rechten
seggen, non vi, non clam, non precario.
Item, hij is geheeten te possesseren een dinck als erfgename, die hem selven
meynt gerecht erfgename te zijne, al en is hijs niet.
Item, hij is geheeten een naict possesseur, die een dinck alsoe besit dat hij wel weet
dat hij geen rechtveerdige possessie en heeft ; ende dese zijn, die de rechten seggen dat
zij een dinck heeten te possideren als naicte possesseurs, ende als zij ondervraeght
wordden van der saken oft rechtveerdigen titel van huerder possessien, geen andere
redenen en cunnen geseggen dan possideo quia possideo, dats te seggen, ick besidt
ende gebruyct.
Item, noch suldij weten dat van den possessien ennige zijn alleene possessien bij
rechte, ennige zijn possessien gecregen bij fayte, ende ennige zijn gehouden van beyden,
te wetene bij den daet ende oic met rechte ; ende bijwijlen die possessie die meester
fayts heeft, die heeft mints rechts, ende bijwijlen die meest rechts heeft, die heeft mints
faitz.
Item, noch vijndt men eenrehande possessie vacant, ende is een possessie die van
niemenden beseten noch gehouden wort, noch metter hertten ende meyningen, noch
metter daet ende lijve, mits der langheyt van den tijde, ende mits ignorancien ende
vergeetingen comende van den langen tijde.
Item, noch suldij weten dat possessie civil bijwijlen rustende is opte naturele
possessie, gelijc als ghij in mijnen name oft bij beden, iet van mij besit ende possesseert,
ende bijwijlen en is die possessie civile niet rustende opte natuerlijcke possessie
gelijc als is die possessie die een tochtenaire heeft van mijnen erfgoeden, die tochtenere
heeft natuerlijcke possessie dairaf van rechtswegen, mair ic die grontheere bin, hebbe
dairaf die civile possessie, bij redenen van mijnder dominien die niet en is rustende opte
natuerlijcke possessie van den tochtenere.
Item, noch suldij weten dat een dinck wel beseten ende gepossesseert wort van veele
personen onverscheyden ende onverdeelt, zoedat niement van hen zijn paert ende zijn
deel, op hem selven van den anderen afgesneden oft afgespleten oft verscheiden,
besittende is ; ende oft die deen opten anderen prescriberen mogen oft nyet, dairaf suldij
hier achter in XVIe capittele van den IIen boecke deser Practijcken wat bescreven vijnden.
Ende om dan voirt te weten hoe ghij uwen heysch funderen sult, bijsunder ten iersten in
der actien van simpelder possessien, zoe suldij exempel mogen nemen aen de formen van
de aenspraken die hierna volgen.
DER RAIDTCAMEREN VAN@BRABANT DL. I, CAP. 16. 83
[2] Een forme van aensprake op turbacie ende belette van justicien.
"Eerweerdige, eedele en wijse heeren. Ic hebbe voir u doen daigen ende betrecken N.,
overmitsdijen dat ie, die houde ende hebbende ben in sulcker plaetzen alle justicie,
hooghe, middele ende neder, sonder dat dair iement anders ennigen aantast, arrest oft
ennige heerlicheyt heeft oft sculdich is te hebbene dan icke, hebbe geweest ende ben in
goeder possessien, saisinen ende gebruycke van derselver heerlicheyt, soe bij mijselven,
zoe bij mijnen voirvaders voir mij, diewelcke ic nu presentere van soe langen tijde dat
geen memorie ter contrarien en is, ende soe lange dat genoch is tot goeder possessien ende
rechtveerdigen titel, ten aensien ende wetenne van allen dengeenen die dat hebben willen
sien oft weten, denwelcken nochtans nietwederstaende, die voirscreven N., heeft hem
gepijnt ende gevoirdert bij hem selven oft bij anderen, dijens fayt hij aggreabel houdt,
soe mij dunct, te comen op mijn heerlicheyt ende onder mijne justicie, aldair hij hem
gevoirdert heeft te doene aantast van personen, arresten ende andere exploicten van
justicien, om dairaf kennisse te nemen tot mijnder grooter prejudicien, opdat mij dairaf
niet en wordde versien van behoirlijcker remedien. Mits denwelcken ic concludere
tegen hem, dat hij voiral bedwongen wordde mij te repareren allet geene dat hij gedaen
heeft, ende te kennen dat hij tonrechte hadde gedaen zonder ennige redene oft sake
dairtoe hebbende, ende dat hij tot dijen wordde gecondempneert mijnen genadichen heere
dat te beteren, dair ic mijn heerlicheyt af houdende ben en die mij sculdich is dairinne
te houden, te bescermen ende te bescudden, ende dairtoe mij te beteren van
alsulcken amenden ende beternissen, in gevalle hij bekennen wille dat alsoe te hebben
gedaen, dwelc oft hij dat ontkennen woude, ic presentere duegdelijc te thoenen ende bij
te brengen den rechte genoch zijnde, om te verreycken ende te hebben aengeweesen
mijn geheyschte conclusie, oft alsoe veele dairaf te proeven, makende heysch van
costen, scaden ende interesten."
[3] Een forme van aenspraken op infractie van justicien.
"Eerweerdige, eedele, voirsienige wijse heeren. Ic hebbe doen betrecken voir u te
rechte N.., mitsdijen dat in mijnder heerlicheyt ende gerichte van sulcker plaetzen, ic
houwe ende houdende ben volcomen justicie ende heerlicheyt van hooger, middel ende
neder hof, vierscharen ende daigbancken, bailliou, meyers, scepenen, manne van leene
ende sargenten oft vorsteren, soe dat eenen hoogen officier toebehoirt ende sculdich is te
hebben, zonder wederseggen oft belet van iemende in enniger manieren, ende het zoe
zije dat onlancx geleden die voirscreven N..., verkerende ende comende binnen mijnen
voirscreven heerlicheyt, bevonden wert eenen metter handt misdoende ende quetsende
eenen anderen met eender daggen, om welcker saken wille, ende om dairinne te versiene
ende te remedieren, zoe in goeder justicien behoirt, een mijn sergent sloech handt aen
hem, hem bevelende dat hij hem gevangen gave in handen van justicien om te beteren
zijn misdaet, desen niettegenstaende heeft dieselve N..., bij sijnen ongeoirloofden ende
verdoemden wille, in deser partijen, bij fortsen, crachte ende bij puerder ongehoirsaem-
heyt hem wederspennich gemaict ende rebel geweest tegen mijnen sergent, zoe verre dat
hij denselven zwairlijc injurierende, brekende ende stoorende die handt van justicien,
84 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
die mits zijnder misdaet, soe voirscreven is, wort op hem geleydt, uuyt den handen van
den voirscreven vorstere ontcomen ende wechgelopen is tot buyten mijnder voirscreven
heerlicheyt ende jurisdictien, ter grooter scaemten ende afnemen van mijnder jurisdictien,
ter grooter scanden ende quetsingen van mijnder voirscreven justicien, ende ten achter-
deele van mij clagere in deser saken, opdat bij u, eerweerdige, eedele heeren die mijn
overste zijt, mij sculdich zijt te behuedenne met mij, desen en wordde versien van
behoirlijcker remedien van justicien, mits denwelcken ic concludere dat, soe verre hij
die voirscreven fayte ende stucken kent, ghij heeren alsdan denselven N..., bedwingen
selt hem selven weder te leverenne ende weder te brengenne als mijnen gevangen in
mijnen hove, dair die kennisse van dijer saken behoirt, gemerct dat hij aldair misdaen
ende gebruect heeft ende aldair mijn gevangen ende prisonnier gemaict is geweest, ende
alsoe mijnen gevangen man is, soe wair hij is, om over hem recht ende wet te doen
gescieden nae gelegentheyt der saken, ende oft hij dese punten ontkennen woude, zoe
biede ic dairaf thoen, den rechte genoch zijnde."
[4] Een forme van heyssche op stoornisse ende belet van servagien oft van eygenscape.
"Eerweerdige, eedele etc. Ic hebbe doen betrecken voir u te rechte N.., om dijeswille
dat, van soe langen tijden dat geen memorie ter contrarien en is, ic soe bij mijselven,
soe bij mijnen voirvaderen, dair ic sake, title ende goede actie af hebbe, geweest ende
noch ben in goeder possessien ende saisinen bij redenen van mijnder heerlicheyt, die ic
hebbe in sulcker plaetzen, te weten, te hebben eygen lieden, geheeten serfve, die
scatbair ende setbair zijn van mij ende van mijnder justicien van jaire te jaire, ende te
nemen, te heffen ende te ontfangen, bij redenen mijnder voirscreven heerlicheyt, op
elcken mijnen voirscreven eygenne lieden en[de] besundere op den voirscreven N.., een
settinge van etc.., welcke scattinge ende settinge bij voirgaende ende lest voirleden
jairen hij ende zijn voirsaten mij gegeven ende betailt hebben gehadt, rustelijc ende
vredelijc, bij redene ende oicsuyne van mijnen justicien, possessien, saisinen ende recht
van proprieteyten ende heerlicheyden van mijnen gronde. Nu eest zoe dat die voirscreven
N.., al eest dat hij en can ignoreren mijn voirscreven recht sulc zijnde als voirscreven is,
hem voirdert ende pijnt tegen redenen ende recht aen te nemen gebot ende
overheyt van anderen heeren, daironder hij hem selven gegeven ende stellen wille als
ondersate dair water ende weye halende, huysraet ende nachtrast houdende, tegen
redene ende bescheydt, ende sunderlinge tegen dat gescreven recht, welcke verbiedt
dat niement van servijlder condicien hem en mach exempteren oft vervreemden van
zijnen heere, dijens serf hij is sonder desselfs zijns heeren auctoriteyt ende consent, oft
hij anders dade, zoe mach hem die voirscreven zijn heere wederheysschen, zoe wair hij
denselven sijnen serf weet te vijnden die dan sijnen selven heere sculdich is
overgelevert te worden, met welcken doene die voirscreven N.., grootelijc heeft
vercort den voirscreven clagere ende noch meer soude, opdat (a) bij u, heeren, niet en
worde versien van behoirlijcker remedien, mits denwelcken ic concludere tegen den-
(a.) opdat, in hs. : op hem.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 16. 85
selven N.., dat hij met rechte bedwongen wordde ende gecondempneert hem te
verdragen van den aennemen van den voirscreven anderen heere, ende mij te
beteren dat hij mij dae[r]aene misdaen heeft, ende mij te restabilisseren ende te
reintegreren, dat is, in sijnen vorsten state te stellen mijn heerlicheyt ende
gepossesseerde jurisdictie voirscreven, ende mij op te leggen ende te betalen die
settinge, dair hij op geset is geweest, evenverre hij kennen wille die voirscreven saken
sulck zijnde als voirscreven is, ende oft hij die loghende, zoe offer ic dairaf soeveele te
thoenen ende te doen blijcken dat genoch zal zijn om te hebben ende te verreycken
mijn conclusie, oft zoeveele als ic sal connen geproeven etc., makende heysch van
costen, scade ende interesten.
[5] Een forme van heyssche op turbacie ende stoornisse van simpelder possessien
ende saisinen metter conclusien, die men oic nemen sal mogen in cas van nyeuwicheyden.
" Eerweerdige, eedele ende wijse heeren, her president. Ic hebbe voir u doen
betrecken N.., overmitsdijen dat ic zoe bij mijselven, soe bij mijnen voirsaten, dair ic
sake ende recht, actie ende goeden titel af hebbe, breeder te declareren in tijden ende
wijlen als des behoeven sal, geweest ben ende noch ben in goeder possessien ende
saisinen van alsoe lange dat niemende ter contrarien van dijen en gedenct, ende soe
lange dat dat mach ende sculdich is genoech te zijne om possessie te hebben gecregen
ende te behouden, besunder want ic een persoen abel ende bequame ben oft ontfanckelijc
om te gecrijgen possessie ende saisine, ende dat bij den lesten jairen ende termijnen te
nemene ende te ontfaingene ende te hebben bij mijselven oft bij dengeenen die sake
van mij hebben ende die ic dairinne love ende hebbe voir aggreable op sulcken hof,
gehouden bij den voirscreven N.., eenen vaerwech oft eenen voetpat, een kercweych
oft eenen wagendienst oft dijergelijcke servitute, van welcken ic, den termijn
gecostumeert, gebruyct hebbe ende gepossesseert bij mij ende bij den mijnen, sake van
mij hebbende, ten aensien ende wetenne van allen dengeenen die dat hebben willen
sien ende weeten, ende sunderlingen van den voirscreven N.., die op den tijt van nu
mij stoornisse ende belet dairinne doet, tegen recht ende met quader saken onbehoirlijc
ende van nyeuws, tot mijnder grooter scaden, ende meer zijn soude, en wordde mij
dairop niet versien van behoirlijcker remedien van justicien, protesterende nochtans
oft ic ennige punten oft saken geruert oft geseyt hadde, dat aenginck oft aensien hadde
totter proprieteyt ende den petitore in desen, dat ic dat niet geseegt noch geruert en
hebbe, dan in sterckenissen ende conforte van mijnen fijne van possessien ende saisinen
ende anders niet. Soe concludere ick, alsoe verre als de voirscreven N.., kennen wille
die voirscreven saken wairachtich zijnde, dat met uwer heeren uuyterlijcker sentencien
wordde gewijst zijn hant te lichten van den gebruycke des voirscreven vairwegens,
ende hem te verdragen voirtaene mij ennige turbel oft belet in mijnder voirscreven
possessien te doen, ende voirts mij op te leggen allet geene des hij mij dairaf
onthaven, makende heysch van costen."
[6] Conclusie in cas van nyeuwicheiden.
Item, ende als men conclusie neempt in cas van nyeuwicheyden, zoe sal men
86 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
concluderen "dat metten vonnisse wort gewijst dat hij met quader saken hem heeft
geopponeert, ende dat ic mij met goeder saken hebbe beclaight. Sal dairomme die hant
van justicien die mits der voorscreven opposicien geleyt was opte goede contencieux,
dats dair dat geschille om is, wordden gelicht ende gedaen tot mijnen profijte, ende
oft dairinne behoefde proces gemaict te worddene, dat, hangende den processe, mij dan
die recreancie van denselven dinge contencieux metter possessien ende principalen
wordden toegewijst, makende alle behoirlijcke conclusie, dienende tot complainten van
nyeuwicheyden, met oic condempnacien van costen. "
[7] Wat simple saisine ende possessie is.
Item, ende hieromme suldij weten dat simple saisine ende possessie niet anders en
is dan te hebben dat gebruyck van enniger realiteyt oft gronde den tijt van X jairen
tusschen dengeenen die present zijn, ende van XX jairen tusschen absenten. Ende na
de costume van ennigen plaetzen moeten dair zijn XXI jairen ; ende dairomme die
gebruyc heeft van ennigen gronde langer dan een jair, ende men hem dairinne turbel
ende belet wil doen niet rechte, ghij sult weten dat hij blijven sal in de possessie,
saisine ende gebruycke, dair hij inne bevonden wort hangende den processe, ende tot
dat hij dairuuyt sal wordden met recht geset, ende die den tijt van possessien, nae
gescreven rechte, te wetene, van X jairen onder de presente, oft van XX ondergie absenten,
ennigen gront beseten heeft met rechtveerdigen titel als bij gijften, coope, successien oft
dijergelijcke , die heeft rechtveerdige actie van simpelder saisinen ende possessien.
[8] Wat ruyme saisine ende possessie is.
Item, ende men vijndt een andere maniere van saisine, die geheeten is ruyme
saisine oft possessie, dat is te hebben gebruyc van ennigen goeden, dair men niet
toecomen en is bij rechte, ende dair men geen brieven af en heeft, zoe yement totten
anderen seggen mochte : "Ick wille dat ghij hebt ende gebruyct dat huys oft ander goet"
hem gevende met dijen dairaf den sloetel over.
XVIIe CAPITTELE
VAN DER ACTIEN VAN COMPLAINTE OFT CLACHTEN IN CAS
VAN NYEUWICHEYDEN IN DER SAISINEN OFT POSSESSIEN
[l] [Van der actien van complainten.]
Dactie van complainten oft clachten van nyeuwicheyden in der possessien is een
actie van ongebruycke, dat eenen gedaen wort in zijnder erfflijcheyt oft goet, dairaf hij
gebruyc heeft jair ende dach, ende van binnen jairs ende bij den lesten exploicte,
geheeten interdictum uti possidetis oft interdictum possessorium retinende, dat is te
seggen, een actie om die possessie te behouden dair een in is, ende wort gedeelt in VI
manieren.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 17 87
Ierst, wort zij voirtgestelt in allen interdictien ende verbode van rechte.
Exempel. Gelijc als iement eens anders muer ondergraeft, oft als die wortelen van
iements bomen onder eens anders muer doerwassen ende dijergelijcke, soe mach men dat
remedieren met deser actien; ende dese maniere van actien is geheeten in latine de
interdictis.
Ten anderen, mach actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij dengeenen
dijen eeniger erfflijcheyt toecomen is bij der linien oft zijden laterael oft collaterael, ende
men hem dairinne belet wille doen, alsoe verre als hij dat doet binnen jairs, nadat hem
die voirscreven successie ende versterffenisse toecomen is, want nae djair en soude hij
hem niet behelpen mogen met deser actien van complainten ; ende is dese maniere van
actien van nyeuwicheyden in latijne geheeten interdictum quorum bonorum.
Ten derden male, soe mach actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij den-
geenen die ennich legaet oft ghifte van testamente, na iements doot, heysschende is,
alsoe verre als hij dat heyscht binnen jairs nae de doot van den legatarijs oft gevere
van den testamente; ende is dese maniere van actien geheeten in latijne interdictum
quod legatorum.
Ten vierden male, soe mach actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij den-
geenen die men ennige erfflijcheyt oft possessie faytelijc afdingt ende neempt, alsoe
verre als hij dat claigt binnen jairs naedat die force geschiet is; ende es dese maniere van
actien geheeten in latijne actio oft interdictum unde vi.
Ten vijfsten male, soe mach dese actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden
bij dengeenen die uuytlants zijn geweest, bij saken die deugdelijc ende rechtveerdich is,
ende die hem, wedercomen sijnde, bevijndet geturbeert in zijnder possessien, alsoeverre
als hij hem dairmede behelpt binnen jairs nae zijn wedercoempst, ende is geheeten actio
si per vim pro absente.
Ten VIen male, soe mach actie van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij den-
geenen die hem recht vermeet tot enniger erven, ende die dairaf gehadt heeft die leste
ende duegdelijcke possessie ; ende dese actie van nyeuwicheiden is die alregemeynste,
ende die dicxste voirtgestelt wort, want als hem iement beclaigt ende vermeet te
hebben gehadt bij hem selven die leste exploicten van possessien, soe sal men hem
versien met der actien, alsoeverre als hij can doen blijcken dat hij de leste exploicten
heeft gehadt, ende hij dat claigt ende voirstelt binnen jaers, naedat hem den turbel
ende stoornissen van possessien gedaen is geweest, want anders en soude dese actie
niet dienen ; ende is dese maniere van actien geheeten uti possidetis.
[2] Van den gedinge petitorie ende possessorie.
Item, ende hoewel, om te spreken nae, in der materien van possessien ende van
proprieteyten, dat interdictum possessorium is geheeten, dair men dingt om die
possessie, ende dat iudicium petitorium is, dair men contendeert om die dominie van
ennigen dingen ende om die realiteyt desselfs, soe suldij nochtans weten dat een
petitorie wort wel geheeten geintenteert te wordden bij der intentacien van eenen titel,
88 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
al en wordde dair van der dominien niet verhailt, gelijckerwijs of ic u heyssch een
peert uuyt titel van vercoope, want ghijt mij vercocht hebt.
Item, noch suldij weten, dair men in de conclusie van den libelle begeert den
aenlegger te worddene gereintegreert in zijn possessie, al wairt dat in der narracie
mencie gemaict wordde van der proprieteyt, dat nochtans dat vervolg soude geheeten
wordden een iudicium possessorium ende niet een iudicium petitorium, want men is
schuldich aen te sien die conclusie, ende niet die narracie. Niettemin, wairt dat nair der-
selver conclusien possessorie, die aenlegger in deselve conclusie dede seggen dat hij
opte voirgaende punten ende sake begeerde recht, zoe soude men wel mogen seggen
dat dairmede oic waire geintenteert dat petitorie, overmits dat in der narracien
voirscreven van der proprieteyt geruert is geweest.
Item, waire dat in der conclusien van den libelle daenlegger heysschende waire
dat dinck oft goet hem gerestitueert te worddene, soe soude men dat mogen adapteren
alsoewel totten petitorie als totten possessorien.
Item, wairt dat iement hadde geintenteert dat possessorie, die questie int petitorie
hangende gerust ende ombeslicht, ende hij verviele ende succumbeerde int possessorie,
hij soude weder mogen gaen ende volgen mogen int petitorie, ende (a) can hij bewijsen
dat hij propr[i]etarijs is ende dominie heeft van den dinge, hij sal wijnen int petitorie, ende
met deser victorien sal smelten die macht van der possessorie, ende die possessie die
hem tevoiren afgeweesen was, sal hem volgen, mitsdat die proprieteyt na huer trect
die possessie, ende die sentencie gegeven int possessorie en sal niet prejudicieren int
petitorie,opdat dat is een dinck divers (b) .
Item, hier suldij weten dat men, in de complainten van nyeuwicheyden diewelcke
bij den clercken wort geheeten een interdict, mach voirtstellen tgeene dairinne hem
iement vijndt geturbeert in alle dingen dairaf hij bij hem selven oft bij ander, iements
saken van hem hebbende, in goeder possessien ende gebruycke is geweest, alsulcken
tijt dat dat genoch is possessie met goeden title te hebben vercregen ende te mogen
behouden goede possessie ende saisine, alsoeverre als die clagere dat doet binnen
den jaire naedat hem die turbacie ende belet gedaen is geweest; want na djair, en soude
hij niet ontfangen wordden om te comen bij complainten van nyeuwicheyden, mair
soude moeten comen bij complainten ende actien int cas van proprieteyten, dat is van
gronde oft erfflijcheyt, alsoeverre als hij nae djair quame clachtich van turbacien ende
belette van erfflijcheyden.
[3] Dat onderscheyt van der actien van simpelder saisinen ende van proprieteyten
ende van der clachten int cas van nyeuwicheyden.
Item, uuyt desen blijct dat onderscheyt is tusschen actie int cas van simpelder
saisinen ende actie int cas van proprieteyten ende actie int cas van nyeuwicheyden,
a. ende, in hs : ende en. - b. In de marge, van de hand van de afschrijver: Nota dat die prop[i]reteyt
treckt na heur die possessie.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 17 89
want simpel saisine wort geleydt ende wort gestelt op turble ende stoornisse van
possessien ende van servituten gedaen nae djair, ende actie int cas van proprieteyten wort
voirtgestelt op turbacie ende stoornisse van erven ende van gronden ende bodem oic nae
djair, mair dese actie int cas van nyeuwicheyden wort voirtgestelt op beyde, ende dairtoe
generalijc op alle andere turbacien, hoedanich die sijn, hetzije op ruerende goede,
personel, reel, geestelijcke ende spirituele, corporeele ende incorporeele, alsoeverre als
men mits behoirlijcken tijde possessie gecregen hadde ende dairaf gebruyck bij den lesten
jaire ende exploicten, dwelc alle dander confirmeert ; want waire dat leste jair gediscon-
tinueert, die nyeuwicheyt soude afgedaen wordden, mair waire dat bij den turbateur
gecontinueert, die nyeuwicheyt soude blijven statgrijpen ende die possesseur soude
hebben die recreancie van den saken oft dinge contencieux, dats dair geschil om is,
duerende dat proces.
Item, hier is noch te weten, als complainte van nyeuwicheyden wort voirtgestelt op
ennich stuck oft sake, soe behoeft dat die wordde gecauseert in huer majeur van der
saken ende van der turbacien, belette ende nyeuwicheyde, dair hij hem af beclaigt,
narrerende dese woorden ; "hem turberende ende belettende met onrechte ende sonder
redene oft sake, om[be]hoirlijck ende van nyeuws" ; behoeft oic ende behoirt dat die
commissie wordde gejustificeert van opposicien, oft anders en soude zij van geender
weerden zijn ; behoirt oic dat in der commissien wordde gecauseert dat, in gevalle van
opposicien, dat dinc contentieux genomen ende gestelt zijnde in handen van justicien om
des geschils wille van partijen, dach beteekent wordde opte voirscreven opposicie voir
thof ende gerichte ; ende sal dat dinck contencieux, hangende den processe, gehouden
ende geregeert wordden onder tsheeren handt, tot dat die een partije sal hebben doen
blijcken van hueren gebruycke ende lesten exploicten bij den lesten jaire; dwelc gebleken
zijnde, derselver partijen sal gegeven ende gegunnen wordden die recreancie van
denselven dinge contentieux, dats te zeggen, dat dat dinck, dair die contencie ende questie
om is, hem sal in de hand gestelt wordden om dat te gebruycken tottertijt toe dat, partijen
gehoirt, die richter oft juge sal hebben geordineert opt principael van der saken ; ende
dairomme, soe behoeft dat men in complainten van nyeuwicheyden tsamendinge
declinatorie ende dilatorie excepcien, opdat men se heeft, ende bijsundere opte recreancien
ende opt principael, want dicwijle gebuert dat men dat alle tsamen mach determineren,
ende dairomme moet men dat alsoe dingen, oft anderssins men soude versteeken wordden
van tgheene des men dairaf achterlaten soude.
Item, hier es noch te weeten dat die complainte int cas van nyeuwicheyden es
geheeten dat cas possessorie ; ende die complainte ende actien int cas van proprieteyten
is geheeten dat cas van petitorie ; ende dese II, te weten, ierst dat possessorie ende
dairnae dat petitorie, mogen wel bedingt ende beleydt wordden beyde voir eenen richtere,
ende bij denselven beslicht, mair ierst moet gekent wordden van den possessorie ende
dairna, opdats behoeft, van den petitorie ; ende nadijen dat een sake gewonnen is int
petitorie, soe sal die execucie van den petitorie gaen ende geprefereert wordden voir de
execucie van den possessorie, soe voirscreven is.
90 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, noch is hier te weten, dat soe wije voirtstellen wille eenen heysch bij
clachten oft complainten van nyeuwicheyden, die behoeft int begin van zijnder
aenspraken te protesterene ende te besprekene, aleer hij zijn clachte declareert, wairt
dat hij ennichsins in zijnen gedinge iet ruerde dat aenginck der realiteyt, dat dat niet en
soude zijn dan alleene om te conforteren ende te stercken zijn possessie ende saisine
ende anders niet. Ende die redene van dijen is dese, want nadijen dat tgeene dat men
voirtstelde, aenginge bodem, grondt oft realiteyt, soe soude behoeven dat die clachte
wordde gedaen in formen van realiteiten, dwelc den lesten wech ende forme van justicien
is in desen gevalle ; ende na den wech van realiteyt voirtgestelt, zoe en grijpt geen
ander ennige stat, want dat is den lesten wech van procederene in gelijcken saken ; ende
dat meer is, die verweerdere, hoorende nopen ende rueren de realiteyt sonder protestacie,
soude terstont mogen begeeren veue de lieu, dat is ostencie van den erven bij sien van
der oogen, ende alsoe soude die nyeuwicheyt bezijden geset wordden, ende soude die
actie wordden puerlijc proprietaire, ende soude die aenlegger alsoe vallen van zijnen
heysche int cas van complainten van nyeuwicheyden, ende dat bij gebrecke van der
behoirlijcker vormen dat hij sculdich hadde geweest te weten ende te onderhouden.
Item, hier is noch te weten, gelijc men complainte int cas van nyeuwicheiden
voirtstellen mach in allen saken ende onder alle gebueren deen onder dandere, alsoe
mach mense oic voirtstellen tusschen den middelheere zijn leen houdende van den
overheere, ende tusschen den ondersaten van den voirscreven middelheere, ende soude
die provisie van complainten gegeven wordden bij den overheere, mair begeerde die
middelheere dat renvoye te hebbene van der kennissen, men soude hem die geven om
recht te doene opte complainte.
Desgelijcx, mach complainte int cas van nyeuwicheyden voirtgestelt wordden bij
den procureur fiscael tegen ennige ondersaten, als van onbetaelden tollen, weegegelden
ende dijergelijcke.
Item, noch is hier te noteren dat, oft gebuerde dat een weerlijc persoen hem
beclaigde in cas van nyeuwicheiden van eenen persoen die geestelijc waire, dairomme
en soude niet volgen die voirscreven geestelijcke persoen, en[de] soude gehouden zijn
te procederen int cas van nyeuwicheyden tegen den complaingnant, dats tegen den
clagere, niettegenstaende zijnder clergien, die hem dairtegen niet en conste gevrijen, want
alle complainte van nyeuwicheyden is een specie reale, hoewel dat zij niet en is formalijc
reael ; ende mach elc in deser saken gehouden wordden als aenlegger, want elc allegeert
van zijnder zijden zijn possessie van den dingen dair contencie af is, ende versuect haer
die aengewesen te wordden metter recreancien, ende zijn huer conclusien alleleens
alsoewel voir den aenlegger als voir den verweerdere ; ende dairomme willen die rechten
dat elc wordde geacht als aenlegger in der saken.
Item, wairt dat complainte wordde voirtgestelt op nyeuwe turbacie van justicien
tusschen ennige partijen, ende dair opposicie in gebeurde, dair en soude geen recreancie
gegeven wordden, noch der eendere noch der andere partijen, mair soude dat dinc
contencieux blijven in handen van den heere, die die brieven van der complainten hadde
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 17 91
verleendt, dijen dairaf behoirt te kennen ; want in sulcken gevalle en is geen recreancie
te gevenne, overmitsdat justicie soe edelen dinck is dat zij blijven sal hangende den
gedinge in handen van den opper ende souverain heere, die niement spolieren en sal tot
dat trecht sal hebben gewesen wijen die justicie toebehoiren sal.
Item, insgelijcx soe mach complainte geleedt wordden [op] geestelijcke dingen, gelijc
men noch onlancx binnen desen jaire van LXXV in der Raidtcameren van Brabant heeft
zien voirtstellen een complainte bij den dekenen van Sinte Goedelen, meester Merten
Steenberch, tegen den biscop van Camerijck, om der begravingen ende kerkelijcker
rechten wille van ennigen priesteren binnen Bruessel, geprovent buyten der kercke van
Sinte Goedelen ende aldair gestorven ; desgelijcx tusschen den proost van Casselle,
meester Jan Vincent, complaingnant, ende den domproost van Utrecht, meester Simon
vander Scluys, om des personaetscaps wille van Gheele ; desgelijcx tusschen des dekens
neve van Eyndoven ende den biscop van Ludick, om der vruchten wille van der kercken
van Sinte Martens, geheeten in de Hage bij Breda, in welcken saken geweesen is geweest,
dat partijen scrijven souden ten fijne van nyeuwicheiden int cas van possessien ende
saisinen.
Item, insgelijcx soe wort complainte gecleet op ghifte van testamente, nadijen dat
die legatarijs iet wechgegeven hadde bij testamente, dairaf dat hij hadde in possessien
geweest doen bij sterf, welc recht gefundeert wort op trecht, dwelc seegt dat die doode
heyscht ende geeft possessie den levenden die zijn navolger is.
Item, insgelijcx soude complainte gecleet mogen wordden tegen princilijcke brieven
ende mandementen, die sulc wairen dat zij mits surrepcien ende oprepcien, partijen
ongehoirt, vercregen wairen om in een goet voir douwarie oft andere gepreviligieerde
saken, sonder opposicie, gestelt te worddene.
Item, noch is hier te wetene dat in der complainten van nyeuwicheiden, zoe wije
getoenen can tot zijnder possessien ende saisinen ennige brieve die hem titel geven, dijen
is men sculdich die recreancie terstont te geven zonder anderen thoen.
Item, noch is te weten dat in complainten van nyeuwicheyden geen noot en is dat
iement zijnen titele dealarere, hij en wille, omme te comen totter possessien ende
recreancien ; mair om te comen totter recreancien, zoe es genoch dat men proeve te
-hebben possessie ende saisine bij den lesten exploicten, hoewel die geestelijcke gescreven
rechten seggen dat in wairachtiger possessien wesen moet wairachtigen titel, sal die
possessie van weerden zijn, want een possesseur ende besitter van quader trouwen en
can tot geenen tijden prescriberen nae recht. Niettemin om te geraken totter diffinitiven
int principael, zoe behoeft men te hebben gethoent goeden titel.
[4] Nota. Van drijerleyen gebreken die geen possessie en gheven.
Item, noch es te weten dat men vijndt III manieren van possessien, die geen actie
en geven van possessien, mair zijn mits derselver die besitters van dijen schuldich
versteeken te wordden ; deen is possessie heymelijc ende dieffelijc gecregen, dandere is
possessie met fortsen ende gewoude gecregen, derde is possessie bij beden vercregen;
ende dat seggen die clercken : possessio debet esse non vi, non clam, non precario.
92 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, noch es te wetene dat tegen die hoogheyt, noch oic tegen die domeynen van
den prince geen vercrijgh van possessien noch geen complainte van nyeuwicheyden stadt
en grijpt, want die rechten uuyt hem vloyen, ende dairomme en selen die rechten bij hem
gemaict zijnder hoogheyt ende digniteyt niet contrarieren, want tegen zijn hoogheyt
niement van den ondersaten te gelijcken en is; mair in anderen saken die sijnen demeynen
oft zijnder hoogheyt oft digniteyt niet aen en gaen, siet men dicwijle dat hem die
procureur fiscael beclaigt van den ondersaten van den prince bij complainten van
nyeuwicheyden, et econtra.
Item, insgelijcx tegen onmondige ende ombejairde weesen, tegen uuytlantsche ende
tegen uuytsinnige, durende huer gebrec, en loopt geen possessie, al wairt dat binnen
jairs de wesen tot zijnen daigen comen sijnde, de uuytlantsche wedergekeert te lande,
ende uuytsinnige wederom zijn wettige zinnen hebbende, zijn complaint van nyeuwichei-
den daden.
Item, noch is te weten dat, gelijc men possessie vercrijgen mach voir eenen anderen
mits den besitte dat men voir hem doet, alsoe mach men possessie verliesen voir eenen
anderen, mitsdat men laet te possesseren ende te gebruycken tgeene dat men voir
eenen anderen sculdich is te verwairenne ; ende dairomme die wijs wil zijn, die en sal
niemende possessie laten vercrijgen tegen hem, want soe men gemeynlijc seegt: gedoegh-
genisse is on[t]erffenisse.
Item, noch is te weten, wairt dat in materien van complainten van nyeuwicheyden
ofte recreancie ennige fayten vielen te thoenen voire ennige van den partijen, elc van den
voirscreven partijen en sal mair X getuygen mogen leyden, hoeveele die articulen zijn ;
ende waire die materie zeer groot ende datter grote sommen aenhingen, soe en mogen
dairop boven XVI getuygen niet overhoirt wordden, ende dit wort int parlement van
Vranckerijc onderhouden bij statuyte.
Item, int cas van nyeuwicheyden en is geen garandijse oft wairscap, overmitsdijen
dat om der opposicien wille die dairinne gevalt, elc van den partijen heysschere wort,
voir hen nemende dat partije voir hem die possessie toebehoirt. Niettemin, hadde iement
een goed gecocht, ende een ander quame binnen jairs ende dede dair een clachte van
nyeuwicheyden om den coopere zijn possessie af te wijnnen, in desen gevalle soude de
coopere wel redene hebben te sommeren ende te roepen zijnen vercooper als garand.
Item, gebeurdet oic dat iement een werc maicte, metste oft tymmerde in prejudicien
van iement anders, die hem des beclaigde bij actien van complainten int cas van
nyeuwicheden opte werclieden die dat wrachten, alsoe dat die voirscreven werclieden
dach beteeckent worde opte plaetze contencieuxe, ende dieselve werclieden begeerden
te hebben hueren meester diese te werck gestelt hadde, als hueren garand, die voir-
screven werclieden sullen denselven hueren meester gehouden zijn te brengen opte
voirscreven plaetze, ende dair sal hem die voirscreven meester opponeren metten
voirscreven wercklieden, ende advoueren dwere ende nemen tfayt ende verantwoirden
van der opposicien aen hem ; ende wairt dat die werclieden hen anders opponeerden,
ende dach namen sonder bij hen te hebbene hueren meester als adveu, het waire te
duchten dat zij dairnae te laet souden comen, om te sommeren hueren garandt, ende
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 17 93
souden tproces moeten sustineren ende die opposicie verantwoirden, diewelcke
gefrustreert soude zijn, want zij van hueren arbeyde ende fayte geen possessie en hebben,
ende dat zij niet en zijn dan werclieden sonder anderen titel te hebben, ende dairomme
selen zij hem in tijts versien dat heur adveu geroepen wordde.
Item, noch is te noteren, wairt dat iement hadde verloren possessorie in cas van
nyeuwicheiden voir ennigen richter die dairaf kennen mach, ende hij dairnae begeerde
aen denselven richter dat hij bedwonge zijn wederpartie, die de possessie gewonnen
hadde, dat hij caucie stelde voir hem rechts te plegen int petitorie oft proprieteyt, mitsdat
hij denselven dairaf aldair aenspreken ende vervolgen wille, soe is diegeene die
dat possessorie gewonnen heeft, sculdich die caucie te doene ; ende oft hij dat nyet doen
en woude, zoe is die richter sculdich den anderen zijn verlooren possessie weder te
geven, ende dit waire men sculdich te versuecken int begin van den processe opte
possessorie, alsoeverre als die richter dairvoire dat possessorie geintenteert wort, bij
prevencien niet en waire richter sonder middel van den petitorie ; oft anders, die richter
en soude den clagere int cas van nyeuwicheiden niet ontfangen, want zoe voirseyt is, dat
possessorie ende petitorie mogen bij eenen richter besclich ende gedetermineert wordden.
Item, wildij weeten hoe ghij in deser actien u libel formeren sult, zoe oversiet die
leste forme gescreven int XVIe voirgaende capittele, dair suldijt vijnden.
Item, van desen interdicte uti possidetis oft possessorium retinende, geheeten
complainte int cas van nyeuwicheyden, suldij veel bescheyts vijnden hier achter int
LXVIe capittele.
[5] Van der actien van complainte int cas van erfflicheyden ende proprieteiten int
petitorie.
Actie van complainten int cas van proprieteyten oft erfflijcheyden int petitorie es
den lesten wech, forme ende maniere te heyschen recht op ennigen grondt, dairaf iement
over lang waire gespolieert ende uuytgeset geweest ; ende dairomme suldij weten dat,
als iement bij complainten van nyeuwicheiden verloren heeft de possessorie, soe mach
hij hem keeren ende weynden totten petitorie, want die meyninge heeft recht int
possessorie die des niet en heeft int petitorie, overmitsdat tusschen dat petitorie ende
possessorie groote difference ende onderscheyt is. Want dat possessorie heeft alleene
zijn aensien opt gebruyck ende possessie bij iemenden genomen van ennigen dinge, ende
dat wort geheeten trecht van der possessorie ; ende dat petitorie is trecht dat een heeft
totten gronde oft totter realiteyt van eenen dinge, hetzij bij successien, bij coope, bij
ghiften oft bij ennigen anderen deugdelijcken titele, ende dat recht wort geheeten trecht
van den petitorie ; ende mach mits den rechte van den petitorie heysch maken tot allen
tijden tegen den possesseur ende besitter, tenwaire dat die possesseur recht vercregen
hadde bij prescripcien, met rechtveerdigen titel, want dat soude den possesseur zeere
mogen dienen, opdat hij dat alsoe gebruyct hadde van tevoiren, ende den petiteur present
zijnde. Ende nochtans, al en hadde die possesseur geen rechtveerdigen titel van
possessien, soe en soude, niettegenstaende zijnder prescrepcien, een petiteur grotelijc
mogen wederleggen dat possessorie, omdat [te] nyeute te doenne metten petitorie, mair
94 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
die possesseur soude altoes, hangende den processe, blijven int gebruyck, want het is
al ten eedelen dinc prescripcie, soe ic naemails verclairen sal.
Item, ende want een zeere besneeden ende precisen dinc is te doen ende te
formeren een aensprake ende clachten opt petitorie, mitsdat hem een wachten moet
van al des hij voirtstelt dat dat zije opt petitorie sonder ennichsins te rueren dat
possessorie, zoe suldij dairin formeren u libel, na den leest die ghij vijnden sult int
navolgende XVIIIe capittele sprekende van der actien van reivendicacien.
XVIIIe CAPITTELE
VAN DER ACTIEN VAN REIVENDICACIEN IN PETITORIE
[ll [Van der actien van reivendicacien].
Om dan voirt te continueren ende te achtervolgene die declaracie van den anderen
VI manieren van actien die real zijn, ende die alle begrepen ende gecomprehendeert
mogen zijn onder die III specien van actien reale boven gedeclareert, nadat mense
intenteren wille int petitorie ende int possessorie, soe suldij weten dat actie van
reivendicacien is een actie die men hebben mach ende voirtstellen tegen dengeenen die
ennich dinc hielde ende houdende bleve, sonder rechtveerdigen titel, tegen den danck
ende wille van dengeenen die dat toebehoirt ende heere dairaf is oft bijnae heere ; want
reivendicacie is te seggen een voirtstel oft vervolg om te hebben zijn recht, dat een
meyndt te hebben in die realiteyt oft in den grondt van eenen dinge oft in de possessie
oft int proffijtelijc gebruyck van denselven dinge, hetzij van hueringen, van tochten oft
van dijergelijcken.
Exempel van desen : "Voir u, eerweerdige, eedele heeren, seegt ende stelt voirt in
rechte Willem tegen Jannen, dat een stuck erfs gelegen tot sulcker plaetzen, hem
toebehoirt heeft ende noch toebeboirt als heere ende bijnae heere, ende als zijn proper
goet, met goeden ende rechtveerdigen tijtel genoch zijnde in den rechte, welc stuc erfs
die voirscreven Jan hem onthoudt oft bijnae onthoudt, sonder sake oft redene dairtoe te
hebben, ende heeft hem dat voirgehouden den tijt van V jairen lanck, heffende dairaf
die proffijten, jairlijcx weert zijnde L croonen, mits welcken Willem voirscreven versuect
dat hij bedwongen wordde zijn handt van den voirscreven erven te lichten, hem die te
laten volgen ende hem die weder te leveren als hem properlijc toebehoirende, metten
vruchten, baten ende proffijten, die hij dairaf ontfangen heeft oft dairaf hadde mogen
ontfangen, oft die weerde dairaf ten prijse ende goeder estimacien, ende dairtoe in de
somme van L croonen voir die scade ende interesten dairanne gehadt, ende noch te
lijdene, makende oic heysch van costen in deser saken gedaen ende te doene ten
eynde toe uuyt, behoudelijc hem desen zijnen heysch te moegen meerderen,
minderen ende corrigeren als hem dat goet duncken sal, versueckende voirt dat hij
voiral bedwongen wordde te antwoirdene opten voirscreven heysch bij zijnen eede
van calumpnie."
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 18 95
Item, ghij sult weten dat boven geseyt is "oft bijna heere", om des proffijfelijcx
gebruycx wille dat wijnnen, laten, tochteneren. erfpachteners ende meer andere dicwijle
hebben van eenen gronde, dair zij nochtans geen heeren van den gronde en zijn, mair
es hen dese actie aengecomen van den gerechten heere ende proprietarijs van den
gronde die, eest boven geseyt, "oft bijnae onthout", om dengeenen die den grondt oft
dat dinc dair questie af is, bij liste hadde uuyt zijnen handen gedaen, oft die hem
wetweerdich dairvoire gemaict hadde, want alsdan in uwen keur is tegen wijen ghij
ageren wilt, weder tegen dengeenen die dat hout oft dengeenen die bij loosheyden
ende bedrooge dat gebruyck van dijen in anderen handen heeft overgegeven.
Item, ende als ghij met deser actien heysschen wilt ennich dinck, soe moogdij nae
recht ierst versuecken dat hij dat dinc exhibere ende thoene, want die actie van
exhibendum maict een gereedtscap totter reivendicacien.
Exempel : "Want ic, Willem, ageren wille tegen Janne bij reivendicacien van
alsulcken boecke oft peerde, soe versueck ik u, heer richter, dat ghij van officien wegen,
dat voir ogen doet brengen, oft ten minsten ic versuecke dat hem gevraigt wordde oft hij
sulcken dinck houdt ende in handen heeft."
Ende die voirscreven Jan sal bedwongen wordden dairop te antwoirden ; seegt hij ja,
ghij sult voirtstellen uwen heysch ; seegt hij neen, ghij sult ontfangen wordden te thoenen
dat hij dat in handen heeft ; ende soeverre als ghij dat bethoent, soe sal die possessie
van dijen dinge bij rechte in u getransfereert wordden, in versuymtheyden ende ten
hate van den logenaire, want trecht den loegenare afgunstich ende hatich is. Ende die
verweerdere sal heysscher moeten wordden, ende de verweerdere sal sculdich zijn te
verantwoirden bij eede van calumpnien opte voirscreven vraige ; ende oft hij niet
zweeren en woude, zoe sal hij in beternissen van sijnder contumacien ende versmadenisse
verliesen die geheel sake. Eest oic dat hij zweert, ende dat [hij] dairnae nyet
antwoirden en wille, oft dat hij donkerlijc antwoirdt, soe sal men die vrage houden ten
proffijte van den aenlegger voir gekent oft voir gelochent, soe dat den aenleggere nutste
sal zijn, mair die verweerdere en sal niet schuldich zijn in zijnder antwoirden te
verclairen bij wat title hij dat houdt.
[2] Van der actien ad exhibendum.
Item, ghij sult weten datter zijn drierleyen manieren van actien ad exhibendum;
deen is geheeten restitutoria, ende dese en mach niet teffens voirtgestelt wordden
metter reivendicacien, dander is geheeten exhibitoria, ende die en mach oic niet teffens
metter reivendicacien wordden geproponeert, ende die derdde is geheeten utilis ende
regularis, ende dese mach wel concurreren metter reivendicacien.
Item, dese actie ad exhibendum wort verleent ende competeert niet alleene den
heere van den goede, mair oic dengeenen die tanderen tijden besitter is geweest des
dincx, ende die dairtoe pretendeert ennich interest te hebben oft recht, hetzij in oft
totten dinge uuyt tegenwoirdige oft toecomende saken ; ende dairaf is die rechter
sculdich voiral sommierlijc te ondersueckene ende te examin[er]en oft die aenlegger
goede sake heeft die exhibicie te begeeren oft nyet.
96 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, dese actie ad' exhibendum wort verleent tegen den possident oft besitter,
hetzij dat hij dat dinck besitte natuerlijc oft civilijc, tsamen oft besundert, ja al waire hij
alleen een verweerdere oft een naict onthoudere ende detenteur van den dingen, soe
soude [men] hem mogen aenspreken bij deser actien ad exhibendum, ende dat wijsdom
hieraf sal zijn summarium, zoedat men dairinne nyet en sal toelaten ennige excepcien
die hoogher vernuft oft verstandt begeeren.
Item, noch suldij weten dat in deser actien ad exhibendum den aenlegger genoch is
dat hij zijn interest, dat hij heeft totten dinge dat hij begeert geexhibeert te hebben,
bijbrenge met zijnder eedt, alsoeverre als die sake is van cleynder prejudicien, mair
soude die verweerder grotelijc dairmede bescadicht wordden, zoe soude dair toen ende
proeve behoeven.
Item, ende als die verweerder niet en exhibeert ten bevele van den richter, zoe wort
die aenlegger geadmitteert tegen hem te zweeren ende te doen iuramentum in litem.
[3] Wanneer een sake geheeten wordt sommier.
Noch suldij weten dat een sake wort geseyt te zijn sommiere in III manieren;
ierst, want men niet en procedeert nae ordene ende solempniteyt van rechte ; ten
anderen male, want men niet en procedeert met vollen thoen, mair is genoch dat men
procedere bij presumpcien ende indicien die den rechter tot presumpcien wecken ende
indiceren ; ten derden male is die sake geheeten sommiere, als dair gebrec is van
beyden, te wetene van der ordene van rechte ende van vollen thoene.
[4] Libel in der actien ad exhibendum.
Item, bij deser actien ad exhibendum suldij formeren u libel aldus : "Andries seegt
tegen Dierick dat hij onderheeft eenen boeck van rechte gedeckt met sulcken leere in
Lombaertsen letteren gescreven, tot welcken boecke hij interest heeft om dat in rechte
te exhiberen, want hij dairmede in meyninge is te proponeren in rechte die actie van
reivendicacien, welck boeck Dierick voirscreven verbercht ende achterwairt houdt,
versuect dairomme dieselve Andries dat Dierick met rechte gewijst wordde voir recht
dat boeck te exhiberen, ende dat hij dat besien moge." Ende eest dat hij Andries,
voirt in eenen adem, wil intenteren die actie van reivendicatien, zoe mach hij dairtoe
vuegen ende seggen : "den voirscreven boeck, zoe geexhibeert zijnde, dat hij hem
Andriese toebehoirt," ende alsdan versuecken dieselve Andries dat hem die dominie
van denselven boecke toegewijst worde ende Dierick voirscreven onderweesen ende
gecondempneert hem dijen te restituerenne.
Item, ghij sult weten dat een sentencie gegeven op dese actie ad exhibendum
[niet] absolutoria [es] ; die en maict geen excepcie uuyt crachte van gewijsder dinck in
der reivendicacien, want dese is sommiere, ende die reivendicacie, die is ordinarijs.
[5] Wat exhiberen is.
Item, noch suldij weten dat exhiberen is te seggen, een dinck te thoenen oft voir
oogen te brengen, om den adversarijs meynende dat zijn te zijne, dairaf copie te
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 18 97
hebben, dat te siene oft te tasten om dairop zijn reivendicacien te intenteren, opdat
hem goet dunct.
Item, wairt een instrument oft eenen brief die men begeerde geexhibeert, dats voir
ogen gebracht te hebben, soe sal men den adversarijs dairaf brieven geven, ende tot
dijen copie tsijnder cost ; ende dese actie ad exhibendum wort gegeven tegen den
possesseur oft detentateur van den dingen, dat een sijn wil maken, oft tegen dengeenen
die dat dinck met liste versteeken heeft.
[6] Aengaende den libelle.
Item, hier suldij weten dat een discreet advocaet oft richter voiral schuldich is
neersterlijc te mercken ende te bedenckene die forme van zijnen heyssche ende
libelle, ende die qualiteit van der actien, dat is hoedanich die actie is dat hij proponeren
ende voirtstellen wille, want na die tenuere van der aenspraken ende libelle, soe is
sculdich die sentencie geformeert te worddenne.
[7] Wat een libel is.
Item, noch suldij weten, al eest soe dat in den gescreven rechten een libelle veele
bediedenissen heeft, want het bijwijlen genomen wort voire een geschrifte van
diffamacien, bijwijlen voire wittebroot, bijwijlen voir een cleyn boecxken, soe wort
een libel alhier in dit boeck genomen voir eenen heysch ende aensprake des aenleggers
gedaen in den gerichte bij den solempniteyten van rechte. Ende is een libel sculdich
cort te zijne, want zwairheit van woorden wort bij den rechten versmaet ; es oic dat
libel sculdich geordineert te zijne alsoe dat men niet en sal heysschen die execucien
gedaen te wordenne eer dat vonnisse gegeven wort. Es oic nae recht dat libel sculdich
gescreven te wordden, in zwaren ende grooten materien, want dat gescrifte is van der
substancien van den libelle, dair men geen costume ende gewoente ter contrarien van
dijen en houdt ; oic sal dat libel clair zijn, want clairheyt is vriendinne van den rechte
ende donckerheyt is haer viant. Oic is dat libel sculdich sulc te zijne, dat alsoewel die
rechter als die partije dairuuyt vernemen moge die meyninge van den aenlegger oft van
dengeenen die hem verontschuldicht, want op dat libel moet die richter zijn sentencie
formeren, ende op dat libel heeft die wederpartije huer te beraden weder zij dingen
wille oft nyet. Oic wort dat libel gegeven niet alleen in civilen saken, mair oic in
criminelen saken, dair hem een behoeft te excuseren.
Item, noch suldij weten dat nae recht, het van node is dat men den richter
presentere dat libel, dat es, den heysch in gescrifte, hij zij richter ordinarijs oft delegaet ;
mair ten is van geenen noode dat men ennich libel geve den arbitrateur, want het van
geenen noode en is dat men voir den arbitrateur ennige oerdene ende regule van gerechte
ende justicien houde, mair voir den arbiter, die geen arbitrateur en is, moet men
procederen bij figueren ende oerdene van gerichte. Ende die aenlegger is nae recht
sculdich in den gerichte dat libel tot zijnen coste te leveren den verweerdere, want
nadijen dat hij den verweerdere tegen zijnen danc bedwingen doet te recht te comen,
zoe wairt onredene dat die verweerdere belast wordde metten coste van den libelle, dat
hij bedwongen wordt te comen aenhoren.
98 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
[8] Wat een solompnel libel begrijpen sal.
Item, noch suldij weten dat een solompnel libel begrijpt V dingen ; eerst, den naem
van den richter ; ten anderen, den naem van den aenleggere ; ten derden, den naem van
den verweerdere ; ten vierden, die sake dairuuyt dat men heyscht ende ageert ; ten
vijfden mnale, dat dinc, die somme, die grootheyt dat men heyscht. Ende is dat libel een
solompneel gescrifte ; ende een corte memorie is een sommiere gescrifte, dwelck in
cleynen saken, zijnde van cleynder importancien oft gewichte, pleecht geadmitteert te
worddenne.
[9] Wairop dat die reivendicacie rust.
Item, noch is te wetene dat in der reivendicacien zijn II dingen, dair hair weesen
ende substancien op rust, te weten van des aenleggers weegen, die dominie ende
heerscapie, oft bijnae die heerscapie, ende van des verweerders wegen, die possessie
oft die onthoudinge die geheeten wort de detencie.
Item, ende wairt soe dat die gedaigde bij actien van reivendicacien ten tijde van
der aenspraeken, dat goet dair questie om is, niet en hielt noch en besidt, mair hadde
voir recht geseyt ende beleden dat hij dat hielt ende besadt, ghij sult weten dat dat
proces tegen hem voirtgaen soude, ende soude gecondempneert ende geduempt wordden
mits der loegenen diet recht haet, in der manieren als hij dat wairachtelijc hielde
oft besate. Ende wairt dat hij, hangende den gedinge, dat van hem dede bij geveysder
boosheyt ende met zijnen opsette, hij soude mogen gecondempneert wordden alsoft hij
dat besittende waire ; mair dade hij dat van hem sonder opset ende bij misvalle oft
ongelucke, hij soude wordden geabsolveert, indijen hij dat ter goeder trouwen
hadde beseten, ende hij gehadt hadde goede saken om te dingen, ende anders soude hij
gehouden zijn totter estimacien ende prijse van den dinge.
Item, noch suldij weten dat bij deser actien behoirt men dat dinc dat men heyscht,
indijen dat onberuerlijc is, te designeren ende te verclaren bij zijnder generaelder
ende speciaelder plaetzen, ende oic zijn termtgenooten metter qualiteyt van den dingen,
weder het wijngaert, beemdt, bosch oft wijnnende lant is. Ende wairt ruerende goet, soe
sal men verclairen hoe veele, hoe groot, hoe zwair dat is, ende wat verwen dat heeft.
Ende wairt dat die verweerdere twijfel maicte, oft hij dat dinck houdende ende
besittende waire, ende begeerden aen den aenlegger dat hij hem dat dinckt thoende
metter oogen, die aenlegger soude dat sculdich zijn hem te wijsen ende te thoenen.
Item, ende is goet dat een aenlegger in sijnen libelle weet te verclaren die grootte
van den vruchten die hij heyscht, oft die estimacie dairaf, met oic der weerden van
zijnen geheyschten interest ; mair oft hij dat niet geveuchgelijc gedoen en conste, soe
eest genoch dat hij nairderhandt dat in den processe certificere ende bijbrenge.
Item, noch suldij hier weten als men die vruchten, scaden ende interest heysschende
is, dat men bij den vruchten verstaet allet datter inne gedaen is oft op gewonnen hadde
mogen wordden, ter nutscap van den mensche dienende, hetzije dat dat zijn natuurlijcke
vruchten, als appelen, peerren ende dijergelijcke, oft vruchten bij industrien gewonnen,
als cooren ende dijergelijcke.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 18 99
[10] Wat interest is.
Item, ende bij den interesten wort verstaen die scade die een heeft ende lijdt,
hetzije int sijn te verliesen, oft van den zijnen geen bate te gecrijgen ; ende is een
interest, dair een scade af heeft, ende waesdom cesseert. Ende men vijndt principalijc
tweerleye interesten, deen is geheeten inwendich interest, ende dander uuytwendich
interest. Dat inwendich interest is tgebreck in der weerden ende in de dueght van
den goede, met des dairaen cleeft. Ende dat uuytwendich interest is dat gebrec oft die
scade, die de persoen gehadt heeft, mits den belette, al[s] soude zijn een pene dair iement
innegevallen waire, mitsdat hem den dach van zijnder betalingen niet gehouden en
waire geweest, bij denwelcken hij voirt nyet en hadde connen voldoen, ende waire
alsoe in de pene gevallen.
Item, noch is te weten dat diegeene die metten zijnen hadde gebouwt, gemetst
oft getymmert op iement anders erve, ende het dairnae gebuerde dat die tymmeringe
afgebroken ende ontdaen wordde, hij soude met deser actien mogen wedergecrijgen
zijn hout, yserwerc ende steenen, dwelc hij niet en soude mogen doen, alsoe lange als
die tymmeringe stonde ende die heere van den gronde betalen wilde die beteringe van
der erven. Ende oft die heere van der erven dat niet doen en woude, zoe soude
diegeene die dat hadde doen maken, dat wederom af doen doen ende ewech vueren,
behoudelijc dat hij schuldich soude zijn dat dinck wederom te stellen in den staet dair
het te voiren inne was.
Item, desgelijcx mach men met deser actien wedercrijgen ennige possessien oft
gronden van erven oft van renten van den coopers derselver die die gecocht hadden,
al wairt oic ter goeder trouwen, tegen ennige die des goets niet machtich en wairen te
vercoopen, noch recht dairtoe en hadden, alsoeverre als die heysschere niet zoe lang
en beyde dat hem die coopere behelpen mochte bij possessien van langen tijde, ende
dat hij alsoe bij prescripcien recht gecregen hadde.
Insgelijcx, hadde iement geplant oft gesayt op eens anders landt ennige haghen,
boomen, planten oft vruchten, alsoeverre als die planten oft dat saet worttelen hadden
genomen, soe soude dat toehoiren den meester van den gronde ; mair bij den rechte van
der actien van reivendicacien, waert dat die plantere oft besayere heysschende waire
zijn saet ende zijnen arbeyt oft ploechrecht, ghij sult weten dat hij dat wederhebben
soude oft die weerde dat dat saet oft die plante weert was, ten daige dat hij plante oft
sayde, metten arbeyde die hij dairtoe dede.
Item, noch suldij weten dat in der reivendicacien behoiren te zijne twee extremen
oft eynden, deen is dominie van des aenleggers wegen, ende dander is possessie oft
onthoudinge ende detentacie van des verweerders oft gedaigden wegen, macht
hebbende dat dinc te restitueren ; want possessie baert den adversarijs actie in den
dinge oft actie reael, niet dat hij ennichsins in hem persoonlijc geobligeert is, mair
realijc, ende met grover ende ronder obligacien, bijdijen dat [hij] zijn dinck besit ende
possesseert oft hem onthoudende is.
Item, noch suldij weten dat dese actie in rem oft reivendicationis niet alleene
gegeven en wort tegen dengeenen die dat dinck natuurlijc ende civilijc tsamen
100 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
possesseert ende gebruyct, mair oic tegen dengeenen die alleene dat civilijc gebruyct,
ende oic tegen dengheenen die dat dinc alleenlijc natuerlijc possesseert, ende oic tegen
den naicten detenteur ende onthoudere macht hebbende dat dinc te restitueren. Ende
wairt dat sulcken possesseur hangende den gedinge, zijn possessie uuyt liste oft
archeyt liet drijven oft iement anders overgave, hij en soude niettemin uuyter selver
instancien wordden gecondempneert ; hadde hij oic int begin van den gedinge geseyt
dat hij een possesseur waire van den dinge ende dat gelogen hadde, hij en sal desniet-
temin wordden gecondempneert ; ende ghij sult weten dat ghij bij deser actien altijt
ageren sult tegen den possesseur, ende niet tegen zijnen aucteur, tenwaire hij met liste
zijn possessie getransfereert hadde oft uuyt archeyt laten drijven.
Item, ende die adversarijs gevraigt ende geinterrogeert sijnde oft hij dat dinc
possesseert, ende hij seyt ja, soe suldij zekerlijc tegen hem mogen ageren, al wairt
dat hij gelogen hadde. Want hij in zijns selfs prejudicie gehouden wort voir possesseur,
mitsdat hij hem totten gedinge schijnt dairmede geoffert te hebben, tenwaire dat hij
voire die litiscontestacie zijn confessie hadde wederroepen ; ende wairt dat bij
geinterrogeert zijnde van der possessien, met logentalen seyde dat hij geen possesseur
en waire, ende die aenlegger die contrarien van dyen bethoende, zoe sal hij mits der
logenen, bij den rechter ende bij zijnder officien dairop iudicialiter geimploreert,van zijnder
possessien gepriveert wordden, ende sal getransfereert wordden in den aenleggere.
[11] Van den vruchten ende proffijten in der reivendicacien.
Item, noch suldij weeten dat zoo wije eenen anderen ennich erfflijcheyt oft grondt
afwijndt metten vonnisse, die heeft redene ende goede sake bij der actien van
reivendicacien te heysschen ende te gecrijgen alle die vruchten, baten ende proffijten
die van denselven erven comen sijn van den tijde datse dander beseten heeft,
het en waire dat die voirscreven besittere, dijet voirscreven vonnisse verloren hadde
gehadt, hadde ennigen titel, het waire titel van coope oft van successien oft van
transactien, onder tschijn van welken titel hij die voirscreven erve beseten hadde ; want
in dijen gevalle, al is hem tvonnisse tegengegaen, soe en sal hij nochtans niet voirder
gehouden zijn dan van den vruchten dairaf gecomen zijnde sindert den beghinne van
den processe, ende van geenen voirderen tijde en can men op hem nyet gereivendiceren.
Item, noch es te weten dat men bij deser actien van reivendieacien wederheysschen
ende vercrijgen mach ennich goet oft dinck, dat ewech geleendt waire, oft onder iement
geset oft iemende te verwairen gegeven, die dat voirt versette of ter lombaerden in den
woeker droege. Ende om hieraf te geven een exempel : Een goet man hadde doen
dragen onder eenen scrijveyn eenen ongebonden Bibel om aldair gebonden te wordden,
die boeckbijnder hadde gelts te doene ; hij droech den Bibel in den woecker ende
ontleende dairop XV croonen, corts dairnae woude die goede man hebben sijnen Bibel ;
die boeckbijnder en conste hem dijen nyet wedergeleveren, want hij dijen verset hadde
ter lombaerden, ende die voirscreven goet man en conste hem niet verrichten aen den
boeckbijndere, want hij ewech liep ende voirtvluchtich wairt. Mits denwelcken die
voirscreven goede man dede betrecken den lombaerd, dair dit boec geset was, voire
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 18 101
trecht, hem heysschende zijnen Bibel ; die lombaerd kende den Bibel onder te hebben,
mair seyde dat hij dairop geleendt hadde XV croonen dengeenen die hem tboeck thuys
gebracht hadde, ende alsoe verre hij hem wedergave zijn gelt metter usuren ende
woekere dairop verloopen, hij soude hem geerne dboeck wederdoen ; die goede man
seyde, naedijen hij bekende den Bibel onder te hebben, hij presenteerde te thoenen
ende wair te doen dat denselven Bibel zijn waire, ende dat hij dijen hadde gelevert
eenen boeckbijndere om te bijnden, zonder yet te hebben gedaen, dairomme dat
denselven boeck niet zijn en soude zijn noch hem wedergekeert, seggende dat hij dijen
was sculdich weder te hebben als zijn proper goet, sonder te betalen die geleende
penning noch oic den woecker, bij den rechte van reivendicacien ; den voirscreven
lombaert seggende die contrarie, ende dat hij den Bibel niet en hadde gehailt, mair wair
hem bij den boecbijndere thuys gebracht geweest, ende dat hij openbair tafel van
woeker hielt ende dat hij dairaf oirlof hadde van den prince, mits denwelcken hem den
verloop van der usueren sculdich waire betailt te wordden, sunderlingen naedijen dat
die persoen den voirscreven Bibel nyet en vervolgde often calengierde als gestoolen
goet. Den voirscreven persoen allegerende ter contrarien, nadijen dat tvoirscreven boeck
zijn was, dat hem dat volgen soude, ende dair die lombaerd allegeerde usuere ende
woecker, dat hij dairaene allegeerde zijns selfs leelijcheyt, totter welcker hij niet
ontfanckelijc en waire, want nae den geestelijcken rechte usuere ende woecker verboden
is. Item, als gestoolen goet en was hem geen noot dat boeck te calengeren, want hem
wel nae recht geoirlooft was dat weder te heysschen, oft bij den rechte van
reivendicacien, naedijen dat hij zijn dinck vant in weesenne, oft dat weder te heysschen
als gestoolen, ende want hij ierst gecooren hadde dat recht van der reivendicacien, zoe
was hij dairtoe wel ontfanckelijc om zijn boec weder te hebben, concluderende ten
selven fijne. Dairtegen die voirscreven lombaert replicerende dat hij lombaerd was, ende
dairvoire hielt hij hem, ende dat hem om usuere te nemen ende gelt om gelt te leenen
ende op panden bij den prince geoirloft waire, in wijens sauvegarden dat hij was. Ten
sloote partijen gehoirt, ende op al gelet, wort gewijst, dat die voirscreven clagere
wederhebben soude zijn boeck zonder den voirscreven usurier te betalen noch dat
principael gelt dairop geleendt noch die usueren, ende wart die voirscreven lombaerd
gecondempneert in de costen, ter taxacien van den hove, van welcken vonnisse
geappelleert wart, ende wairt bij den hoofde geseyt, wel gewijst ende qualijc geappeleert
ende die lombaerd gecondempneert in de costen ende in die boete oft bruecke van der
gecker appellacien.
Item, nog suldij weeten dat men bij deser actien soude mogen weederheysschen
ende gecrijgen een dinc dat iement gestoolen waire, al waire dat goet bij den dief oft
nemere vercocht, verset oft in handen van anderen lieden verpandt oft gestelt.
Een exempel hieraf : Het gebuerde dat een persoen vant een panser dat hij verloren
hadde, hangende ten huyse van eenen ouden cleercoopere, dwelc hij presenteerde zijn
te maken voir die wet. Die oude cleercooperc seyde dat hij dat gekocht hadde ende wel
betailt den persoen dijet hem thuys gebracht hadde ende gelevert, ende dat dat panser
zijn was, ende dat hij dat voirscreven panser niet wederhebben en soude, hij en soude
102 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
hem ten minsten wedergeven tgeene dat hem dat gecost hadde, sunderlinge want hij dat
niet heysschende en was als gestolen goet, den heysschere seggende ter contrarien,
naedijen hij zijn goet vijndt, ende noyt niet gedaen en hadde dairomme hij des quijte
soude zijn, dat mitsdijen, bij den rechte van reivendicacien, hij dat sculdich waire weder
te hebben costeloos ende scadeloos, den voirscreven ouden cleercoopere seggende ter
contrarien dat hij dat niet sculdich en soude wesen over te geven, hij en soude hem
betalen tgelt dat hij dairvoire gegeven hadde. Partijen gehoirt, wart geseyt dat die goede
man zijn panser zijn maken soude, ende dat hij dairenteynden dat wederhebben soude
costeloos ende scadeloos. Ende dit selve suldij oic verstaen van anderen gelijcken
stucken.
XIXe CAPITTELE
VAN DER ACTIEN REAEL GEHEETEN PETITIO HEREDITATIS
[l] [Van der actien reael geheeten petitio hereditatis.]
Die tweede maniere van actie reaele is geheeten petitio hereditatis, dat is een actie
dair men mede heyscht dat geheel recht dat eenen toecomen is, hetzij bij versterffenissen
ende successien van hoyrijen ende als naist erfgename van den dooden, oft dat eenen
toecomen is bij successien ende als erfgename geinstitueert ende gemaict bij makingen
van testamente van ennigen dooden. Ende bij deser actie moegdij formeren u libel in
deser manieren int cortte :
"Voir u, eerweerdige, eedele, wijse heeren, stelt voirt in rechte Andries van der
Tanerijen, dat heer Claes van Kets zijn oom gestorven is ende dat zijn goeden hem
toebehoiren bij utersten wille ende testamente van den voirscreven heer Claussen, oft
sonder testament als op hem gedevolueert ende gesuccedeert als zijn gerecht hoyer ende
erfgename van hem, mits denwelcken die voirscreven aenleggere zijn goede ende
successie aenveerden ende aenvangen wille ende aenveert, seggende dat alsulcke
parchelen van goeden die [die] voirscreven heer Claus hielt ende besat, ter tijt als hij
aflivich wart, oft onder sijne goede ende versterffenisse bleven, welcke parcheelen heer
Jan van Vairwijck, zijn zwager, heere van Exarde, sonder ennigen duegdelijcken titel
dairtoe te hebben, houdt ende hem onthout, mits denwelcken die voirscreven Andries
versuect bij uwer heeren sentencien te wordden gepronuncieert ende uuytgesproken
voir recht, dat die voirscreven goede hem toebehoiren, in al oft in deele, naedat die
sake gelegen is, - oft mach versuecken naictelijc dat hij gedeclareert wordde te zijne
erfgename van den voirscreven heer Clausen, - ende dat die voirscreven Jan van
Vairwijc wordde gecondempneert, ende bij uwer heeren goedertieren officie bedwongen
wordde zijn hant te lichten van den voirscreven goeden, die wederkeerende ende
latende hebben den voirscreven Andriese, metten vruchten bij denselven heer Janne
dairaf ontfangen ende noch te ontfangen, ende oic in allen die scaden, costen ende
interesten, gehadt ende geleden, ende noch te hebben ende te lijdene."
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 19 103
Item, hier is te wetene, dat in dit libel van noode is, bij te settene dat heer Claus
doot is, want des levenden en is geen sterfhuys noch versterffenisse ; ende is van noode,
eer hem iement erfgenaeme fundere van eenen anderen ende aenveerde zijn sterfhuys,
dat hij weet dat hij doot is, welcke doot mach bethoent wordden bij diversen manieren
ende middelen van gevallen ende geschiedenissen, te weten, bij famen, bij presumpcien
oft ten minsten bij eenen getuyge weerdich van gelove, want nae recht een iegelijc
wordt gepresumeert te leven tot dat hij hondert jair oudt is. Ende oic en is van geenen
noode, dat men in dit libelle bijsette weder een man erfgenaem is sonder middel oft bij
middel van veele persoonen ; ende die hem seegt erfgename bij testamente sal voirt-
brengen dat testament niet vicieux, ende oft dat testament gebreck oft blaemte in hadde,
soe sal hij dat thoenen met getuygen oft andere wettelijcke bethoene. Eest oic soe dat
iement hem draegt oft vermet erfgename te zijne sonder testament, soe sal hem
behoeven te thoenen dat hij is kijndt oft broeder oft maigh oft van den naisten, ende en
waire niet genoech nae recht dat hij proefde te zijne van der maegscap, hij en thoende
dat hij waire van den naisten maghen. Oic behoeft hem een aenlegger die hem met
deser actien behelpen wille, te wachten dat hij niet en segge dat hij die goede die hij
heyscht tot enniger tijt, na des overlivigen doet, aenveert ende gepossesseert heeft
gehadt. Oic sal een verweerder hem hueden dat hij dat niet en bije en legge ende proeve,
want wort dat bijgeleet, het ware bij den aenleggere oft bij den verweerdere, zoe en
soude niet meer den aenleggere competeren oft dienen dese actie petitionis hereditatis,
ma[i]r soude die rechtvoirderinge versincken, smelten ende vergaen, want, mits die
aenvoirderingen van den dingen dat bij heyscht, soe en can dat dinck proprelijc niet
langer geheeten verstorven erve oft versterffenissen oft successie, mair is mits den
aenveerdene geheeten proper goet van den erfgenaeme ; ende soude mitsdijen
gehouden wordden dat hij gheen sterffenisse oft successie en hadde geheyscht, inair
zijns selfs goet, ende dat hem mitsdijen dese actie niet competeren en soude. Ende dat
punt is in der practijcken wel te noteren, om te weten van des aenleggers wegen
wat men scouwen ende vlieden sal, ende van des verweerders wegen hoe hij den
aenleggere van deser actien excluderen ende verstooten sal.
Item, noch suldij weten dat bij deser actien de aenlegger begheeren sal gedeclareert
te wordden erfgenaem van den dooden, want dese actie is reael, inhoudende dat
petitorie, al mach zij oic wat hebben van der natueren der personeelder actien, mitsdat
zij gelijc in den personeelen actien geprescribeert wort met XXX jairen ende niet min,
hebbende alsoe een gemengde natuere. Oic sal hij aenroepen die officie van den richter
om die restitutie van zijnder versterffenissen ende successien te gecrijgen, want
sulcken restitucie niet schuldich en is gedaen te wordden bij rechte ende weghe van
actien, mair bij officien des richters als hem gebleken is dat die aenlegger erfgenaem is.
Insgelijcx sal hij heysschen die vruchten die gevallen zijn ende vallen mogen, want die
besittere sonder titel is gehouden in alle die vruchten, ende oic in degeene die hij
hadde mogen ontfangen.
Item, noch suldij weten dat diegeene die is geheeten heres, dats te seggen een
erfgename, die dair succedeert int geheel ende universael recht ende goet van [den] dooden.
104 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Ende als die dairinne succedeert sonder ennich testament, zoe is hij geheeten heres ab
intestato ; ende als hij erfgenaem gescreven wort int testament, zoe heet hij heres
testamentarius ; ende als iement enich legaet ontfangt oft enich legaet gemaict wort, die
heet heres legatarius. Ende als iement bij testamente eenen anderen maict ende
constitueert heere van allen zijnen goeden na zijn doot, zoe wort die geconstitueerde
geheeten heres constitutus. Ende als iement gesubstitueert wort onder den voirscreven
geinstitueerden erfgenaeme (a) , te weten, dat die testateur seyde : "Ic make ende
instituere Andriese mijnen erfgename, ende oft hijs niet zijn en mochte, soe substitueren
ic hem Peteren, ende alsoe in den thienden graet", ende dese is geheeten, heres
substitutus. Eest oic alsoe dat een testateur iemende bij goeden betrouwen beveelt zijn
erve te geven dair die testateur dat gedisponeert heeft, die wort geheeten heres fidei-
commissarius.
Item, noch suldij weten dat dese actie competeert den erfgenaeme, hij zij
erfgenaeme bij testamente oft bij hoyrijen sonder testamente, hetzij bij hem selven oft
bij middele van iemenden anders, al wair die oic vreemde, in sulcker vuegen dat, al
hadde hij dat gehadt duysent lieden voir hem die den anderen hadden gesuccedeert,
de erfgenamen van den lesten aflijvigen souden mogen seggen dat hij waire erfgenaem
van den iersten, sonder in zijnen heyssche oft libelle mencie oft gewach te dorven
maken van den personen die tusschen beyde geweest hadden ; ende wairt dat hij den
lesten succedeerde bij testamente, ende die leste aflivige oft andere die voir hem
gestorven wairen, hadden gesuccedeert bij hoyrijen sonder testament eenen anderen
die over veele jairen doot waire geweest, die voirscreven leste erfgenaeme soude mogen
seggen : "Ic ben erfgename van den voirscreven ouden bij testamente", al waire die
oude gestorven sonder testament mitsdat hij den lesten gesuccedeert waire bij
testamente ; soude oic mogen seggen dat hij erfgenaeme waire van den voirscreven
ouden uuyt sulcken saken als dander voirvaders wairen, want die goeden van den
voirscreven ouden op hem bij successien toecomen ende gedailt wairen. Ende en is die
erfflijcheit oft heretaige dair dese actie uuyt spruyt, niet anders te seggen dan die
successie int geheel ende universael recht, dat die aflivige hadde in den goede.
Item, noch suldij weten dat dese actie competeert ende mach innegeset wordden
tegen dengeenen die besittere is van den goeden als erfgenaeme oft als naict besittere
ende possesseur, hetzij dat hij die geheele ende universale erfflijcheit besitte oft een
deel dairaf, al wairt oic dminste deel ; ende dairomme, al is dese actie een oerdeel
universael ende generael van wegen des aenleggers, het mach van wegen des verweer-
ders wel zijn singuliere. Ende diegeene die heet besittere als erfgenaeme, die erfgenaem
is, ende die die goede besit, meynende erfgenaem te zijne, hetzij dat hij die goede
besidt ter goeder trouwen oft oic in quader trouwen, wel wetende dat hij geen
erfgenaem en is, mair contendeert ende neempt voir hem erfgenaem te zijn ; ende
diegeene heet besittere als naict possesseur, die dat ter quader trouwen besidt, die niet en
a. erfgenaeme, in hs : erfganaeme.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 19 105
contendeert erfgenaem te zijne, noch enigen rechtveerdigen titel van sijnder possessien
en allegeert, als een roever ende dief, die te seggen plegen : "Ic besitte dit, want ict
hebbe ende int gebruyck dairaf ben", sonder meer. Oic is hier wel te nooteren dat die
coopere van eenen besundere ende singuliere dinge niet en wort geconvenieert ende aen-
gesproken bij deser actien, mair bij der actien van reivendicacien, omme de (a) titel gecregen
na die aflivicheyt van den dooden. Ende dairomme als iement ageren wille met deser
actien, soe es een goede cautele dat hij vrage den verweerdere voir die litiscontestacie,
oft hij sulcken dinc besit oft en doet ; seegt hij ja, dat men hem dan voirtvrage, weder
als erfgename oft als naict possesseur ; ende eest dat hij niet antwoirden en wille, soe
sal men hem vragen oft hij sulcken versterffenisse oft erfflijcheyt in al oft in deele, oft
sulck percheel dairaf besidt, ende seegt hij ja, soe sal men tegen hem geven ende insetten
dese actie, het en waire dat hij dat besate met ennigen duegdelijcken titel, ende hij
noemde ende bethoende duegdelijck te zijne ; ende antwoirdt hij "Ic en weeter niet
af", soe sal men tegen hem geven dese actie. Ende in dese actie comen alle die
erfflijcke rechten ende actien, ende oic die dingen die iement besit oft hangende den
gedinge tot zijnen gebruycke ende possessien comen zijn, welcke dingen die doode
beseten hadde oft totter tijt als hij sterf houdende was, hetzij in leeningen, in
bewairingen oft in pandtscappen, ende oic hangende den gedinge dair dandere goede
mede geheyscht wordden, want die vruchten meerderen die heretaige ende versterffe-
nisse. Ende uuyt desen blijct clair dat genoch is dat een aenlegger voirtstelle, articulere
ende proeve dat sulcken dinc, als hij dat heyscht, alleenlijc gehouden wort bij den
dooden als hij sterf, al wairt dat hij anders niet en articuleerde, het en waire dat zijn
adversarijs thoende dominie, ende dat is wel weerdich te onthouden.
Nota dat nae den gescreven rechten hem te immiseren oft te abstineren in der
erfflijcheyt behoirt toe den erfgenamen ab intestato nederdalende, ende die erfflijcheyt
te adieren oft te repudieren behoirt toe den anderen erfgenamen, die geheeten
wordden vreemde erfgenamen.
[2] Van den aengrijpen der successien.
Item, noch suldij weeten dat die naiste erfganaem is diegeene, dijen niement voir
en gaet, ende die naiste gaet voire de vorsten.Want die erffenjsse wort getrocken ende
geleyt van grade te grade ; ende al eest zoe dat om aen te grijpen die erffenisse ende
successie iemende gelaten, hetzij bij testamente oft sonder testament, het genoch is dat
men dat doe metter hertten ende gedachten, nochtans soe behoiren dair andere dingen
toe.
Ierst, dat diegeene die dat aengaen wille, zij een vrij man ende geen serf oft eygen knecht.
Item, dat hij [zij] sijns selfs man, ende niet in zijns vaders plicht.
Item, dat hij zij zijnder zijnnen machtich ende niet uuytsin[n]ich.
Item, dat hij hebbe zijn wittige jairen, te weten XXV jair, ende dat hij niet en zij
mineur, wesende onder iements tutele oft sorge.
Item, dat hij te binnen zij dat die testateur doot zij.
a. omme de, in hs. : en de.
106 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, dat bij te binnen zij dat die goede ende erffenisse hem toecomen zije.
Item, dat hij zeker ende wel te binnen zije oft hij erfgenaem geinstitueert is, puerlijc
oft op condicie, ende oft dat is op condicie, dat hij wel zeker ende te binnen zije dat die
condicie wel volveurt is.
Item, dat hij te binnen zij dat die testateur macht hadde te testeren, dats testament
te maken ; ende eest dat hem die erffenisse ende successie aencoempt sonder testament,
dat hij te binnen zije dat hem niement,van grade voiren gae.
Item, is oic schuldich te weeten, weder hem die successie toecoempt bij testamente
oft zonder testament.
Item, sal oic te binnen zijn van der weerden des testaments, dair hij mede
erfgenaem geinstitueert ende gemaict is.
Item, sal oic te binnen zijn dat die huysvrouwe van den testateur niet groot en gae
van kijnde ; want droegh zij kijnt, ende dat niet geinstitueert en waire mair overge-
scricket, het soude mogen breeken ende schoeren dat testament, ende dairomme en
soude die geinstitueerde erfgenaeme die successie niet mogen aengrijpen eer dat kijnt
geboren waire, het en waire dat die erfgenaeme waire van den wittigen kijnderen des
testateurs. Dit leste punt practizeerde die gravinne van Blanckenhe[i]m, dochter des
heeren van Croy, na die doot van grave Willem van Blanckenhe[i]m heuren man, die bij
den Bocken oft Bayerschen voir Colen verslagen wert in den velde, dewelcke den prince
te kennen gaf dat zij droegh, met welcker maniere van doene zij der gravinnen van
Nassou van Breda, wel XV maenden ende langer, tevoiren droegh die successie ende
versterffemsse van der heerlijcheyt van Millen, Gangel[t] ende Vucht, hair als naiste hoir
van denselven grave van Blanckenhe[i]m toecomen ende verstorven.
Item, noch suldij weeten dat diegeene die alleene erfgenaem is, die mach bij deser
actien heysschen dat geheel versterffenisse ; mair heeft hij ander mede erfgenaemen,
soe eest van noode dat hij in zijn aensprake ende libel verclare wat deel van der
versterffenissen hij heysschende is, weder dat derde, of dat IIIIe, oft meer oft min, het
en waire dat zijn mede erfgenamen noch in den buyk wairen, ende het onseker waire oft
zij geboren souden wordden, want in dijen gevalle soude wordden geadmitteert ende
toegelaten den heysch van eenen onzekeren deele der versterffenissen.
Item, noch suldij weten, [wair] dat bij testamente een erfgenaem geinstitueert is, dat
dairdie successie ab intestato, dat[s] van hoyrijen sonder testament, geen plaetze en heeft,
ende alsoe sluyt die erfgename int testament gescreven uuyter successien den naisten
hoyre die niet gescreven en is, het en waire dat die gescreven erfgenaeme selve die naiste
hoyre waire, want dan soude hij mogen repudieren ende besijden stellen oft verthijen
dat testament ende aengrijpen die successie ab intestato, dats als naiste erfgenaem
sonder testament; ende wairt dat hij der successien bij testamente wetende verteege
ende repudieerde, hij en soude dairnae niet meer ontfangen wordden om de successie
bij testamente te mogen adieren ende aengrijpen.
Item, noch suldij weten datter zijn III manieren van erfgenaemen die succederen ab
intestato ennige zijn descenderende, dats afdalende, gelijc die kijnderen ende kijnts-
kijnderen, andere zijn opwairtgaende, als vader, moeder, oudevader, oudemoeder;
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 19 107
andere zijn van der zijden bestaende, ende heeten laterale oft collaterale erfgenamen,
als broeders, zusters, broederskijnderen, zusterskijnderen ende dijergelijcke. Ende van
allen desen, ende van den onderscheide derselver, hoe, bij wat manieren ende met wat
oerdene die sculdich zijn te succederen, ab intestato, sal ic hiernaemails, wilt God,
wat verclaren int capittele van der actien geheeten familie erciscunde, te weten int
CLXIXe capittele primi.
Item, noch suldij weten dat nae recht dese actie petitionis hereditatis duert XXX
jair ; desgelijcx doet oic trecht ende faculteyt van te mogen aengrijpen oft adieren
die successie, mair trecht ende faculteyt van dairop te delibereren weder men die
successie wille aengrijpen ende adieren oft repudieren, en duert mair een jair. Ende
wildij weten hoe dat recht van deliberacien, oft oic trecht van den aengrijpene der
successien getransmitteert mach wordden opte erfgenamen, dairaf moogdij u nairder
bespreken metten clercken van rechte, want die materie te zeer zwijne ende subtijl is
om hier verclairt te zijne.
[3] Van den inventarijs te maken.
Item, noch suldij weten dat een erfgename, gescreven bij testamente oft succede-
rende sonder testament, behoeft neerstelijc te ondersoecken die weerde, commer, laste
ende sculden van den goeden des dooden, eer hij als erfgename zijn goede ende
successie adiere ende bekenne oft hem declarere erfgenaem te willen zijn. Ende alsoe-
verre als bij binnen eender maent naedat hem ter kennissen comen is dat hem die
goede gesuccedeert zijn, hetzij bij testamente oft sonder testament, beghint te maken
eenen inventarijs ende bescreven staet van alle des dooden goeden, ende dat hij dijen
inventarijs ende staet volmake binnen andere II maenden dairnae, soe sal hij gebruycken,
nae recht, der previlegien dat hij alleenlijc gehouden sal zijn te vernuegen den
crediteuren ende den legatarijsen, alsoeverre als die verstorven goeden strecken mogen
ende niet voirder ; ende sal nochtans, mitsdijen dat hij inventarijs heeft gemaict,
mogen aftrecken van den legaten, ende tot zijnen proffijte behouden een porcie van den
goeden geheeten falcidia, dat is dat vierendeel van denselven legaten, ende niet meer.
Ende eest dat hij die goede ende successie geadieert ende bekent oft aengegrepen heeft
simpelijc sonder inventarijs te hebben gemaict, zoe sal hij gehouden zijn oic van zijnen
propreren goeden, opdat hij een vreemde erfgenaem is, sonder die falcidie, dats weerde
van legaten, af te trecken, geheelijc ende al te voldoen den crediteurs ende legatarijsen;
mair is hij kijnt van den dooden, zoe sal hij gehouden zijn, in dijen gevalle, alle de
crediteurs te betalen, mair van den legaten sal hij mogen aftrecken een porcie ende
gedeelte geheeten in latine, legitima, dwelc voirmails pleech te zijne dat vierendeel
van zijnder versterffenissen ende natuerlijcker successien, afgetrocken alle schulden,
lasten ende commeren, mair nae die gecorrigieerden rechte, soe is dese legitima dat
derdendeel oft de helft nae tgetal van den wittigen kijnderen.
Item, noch is hier te weten ende wel te noteren dat, al eest soe dat een
erfgenaem die geenen inventarijs en heeft gemaict, gepriveert wordt van zijnder
falcidien oft vierendeele van den legaten, nochtans en wort hij niet gepriveert van
eender porcien, geheeten in latijne trebellianica.
108 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, noch suldij weten dat de erfgename die inventarijs maict, vercrijght hem
selven dat voirdeel ende beneficie, dat hij hem selven geheel houdt ende conserveert alle
die schult die hem die doode schuldich was, welcke schulden alle gesmolten ende uuyt-
gewist souden wordden, indijen hij hem simpelijc erfgenaem bij adicien ende
aengrijpingen des sterfhuijs hadde gefundeert sonder inventarijs te hebben gemaict.
Item, ende is te weten dat den inventarijs behoirt gemaict te wordden voir
den richter ; ende behoiren dairtoe gedaigt te wordden die crediteurs ende legatarijs
ten minsten ter plaetsen dair men des heeren gebode ende publicacie pleegh te doene ;
ende oft zij niet en compareerden, soe sal men in de stede van hem nemen ten mynsten
III getuygen, gegoet zijnde in der plaetzen dair den inventarijs gemaict sal wordden ;
ende die erfgenamen, den inventarijs makende, sal hem onderteekenen in den inventarijs,
ende oft hij niet scrijven en conste, soe sal een notarijs oft clerc publicq hem subscriberen
ter begeerten van hem; ende soe selen over de confectie ende dmaken van den inventarijs
zijn II notarijsen, ende in al VI getuygen.
Item, hier mocht iement vragen oft een fideicommissarius oft testamenteur van
den geheelen goeden ende universael oic schuldich is inventarijs te maken, ghij sult
seggen ja, oft anders hij sal gehouden zijn in alle de sculden ende legaten besundere,
ende en sal hem den inventarijs van den erfgename dairtegen niet te baten comen, ten-
waire dat hem derfgename dat beneficie cedeerde ende wettelijc overgave, dwelc hij
soude mogen doen.
Item, ende om u nairder verstant te geven hoe het bijcoempt dat den erfgenamen
die inventarijs maken, dat voirscreven beneficie in den rechten verleent is, soe suldij
weten dat den keyseren ende senatoren, die conditeurs ende makers zijn geweest van
den weerlijcken rechten, in ouden tijden gedocht heeft, soe het oic in der wairheyt is,
dat den dooden groote injurie gesciede, als hem nyement erfgenaem en maicte in zijn
goede, ende ordineerden dairomme dat ennige souden moeten erfgenamen zijn ende
wordden van den dooden, ende die wordden geheeten in latijne heredes necessarii oft
heredes sui, ende die en mochten dat sterfhuys ende die successie van den dooden niet
vertijen noch repudieren oft versmaden. Nae denwelcken, mits der grooter belastingen
van sulcken erfgenamen, die voirscreven ordinancie van rechte gemodereert wort alsoe
dat sulcken erfgename mocht abstineren van der apprehensien der goeden, ende
declareren dat hij abstineren woude, dwelc dairnae, mits den onzekerheyt van dijen
ende quaden besorge dairin gelegen, noch gecorrigeert wort ende gestatueert dat de
erfgenaem soude hebben eenen tijt ende termijn van deliberacien ende berade oft hij
woude dat sterfhuys aenveerden oft repudieren ende versmaden, ende dat binnen jairs ;
welc statuyt noch naderhant verandert is geweest bij den weerlijcken gescreven rechten,
want die conditeurs van den rechten saghen dat, mits den tijde van der deliberacien des
erfgenaems, groote injurie gesciede den dooden ende belastinge zijnder zielen, desgelijcx
groote prejudicien den sculdeneren ende legatarijsen, ende oic den erfgenamen, die van
sorgen hen selven te mogen elemmen oft quetsen, die goeden niet en dorsten terstont
aenveerden, ende statueerden dairomme dat die erfgename, na de addicie ende
aenveerdinge van der successien ende sterfhuyse des dooden, mochten binnen eender
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 20 109
maent begijnnen te maken den inventarijs van den goeden des dooden, in der manieren
voirscreven, ende alsoe gebruycken ende genyeten der voirscreven previlegien, te
weten, dat hij niet voirder gehouden en souden zijn in der sculden ende legaten dan
gelijc voirscreven is.
Item, noch suldij weten dat, al eest zoe dat dat beneficie van inventarijs te maken
is een beneficie van rechte ende hij den rechten verleent den erfgenamen, nochtans soe
plegen die erfgenamen gemeynlijc, die hen van groten schulden des dooden, dair zij
erfgename af zijn, beduchten int sterfhuys te treden, aen den prince te verwerven
brieven van den voirscreven beneficien ende gracien van inventarijs, dwelc zij doen om
der costumen locael van ennigen steden ende plaetzen, dair men die voirscreven
beneficie van rechte zonder gracie van den prince niet en admitteert. Oic en zijn die
brieven van gracien van den prince in deser beneficien verleent, in al niet conforme
ende gelijc metter beneficien van rechte, want bij der beneficien van rechte soe en
wordden geen erfgenamen die even nae sijn, uuytgesloten om inventarijs te maken ende
te succederen bij beneficien van inventarijs, mair bij den brieven van gracien des princen
diegeene, die hem fundeert erfgenaeme simpelijc van den dooden sonder inventarijs te
maken, excludeert ende versteect alle andere, die hen bij beneficie van inventarijs
erfgenamen funderen ende niet breeder, uuyter versterffenissen van den dooden.
Item, oic suldij weten gelijc veele lieden die even na zijn, hen evengelijc mogen
funderen erfgenaem simpelijc sonder inventarijs te maken, zoe mogen zij oic hen
evengelijc funderen erfgenamen bij der voirscreven beneficien van inventarijs alsoeverre
als zij comen binnen behoirlijcken tijde ; ende en can van alsulcken erfgenaem deen den
anderen niet uuytgesluyten van der successien, al heeft deen van hen eer dan dandere
die brieven van gracien ende beneficien van inventarijs aen den prince verworven. Ende
dit wart alsoe geweesen in der Raidtcameren van Brabant, tusschen die vrouwe van
Brederode in den name van hueren kijnderen ter eender zijden ende her Reynieren van
Broechuysen ter anderen, aengaende den sterfhuyse ende successien van heer
Ghijsbrechten van Brederoode wijlen den proost tUtrecht, der voirscreven partijen oem,
die tot Breda sterf anno XIIIIC ende LXXV.
Item, in dit capittele wair noch veele te seggen van den testamenten, ende des dair-
aene cleeft, mair dairaf sal ic hier zwijgen, ende hiernae dairaf wat verclaren, alst zijnen
tijt hebben sal, in de actien geheeten quod legatorum, ende in interdictum de
tabulis exhibendis.
XXe CAPTTTELE
VAN DER ACTIEN REALE GEHEETEN IPOTHECARIA
Die derde maniere van actien reale is geheeten ipothecaria, dats een actie dairmede
dat men heyscht ennich onberuerlijc dinck oft goet dat geobligeert, verbonden oft
110 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
verpandt is, voir ennige rente, scult oft toeseggen ; want ipoteecke en is anders niet te
seggen dan een reale verbijntenisse oft verpandinge, oft een onberuerlijck dinck dat
verbonden, verpandt, verobligeert ende geipothicieert is, ende pignus is een beruerlijc
dinck dat men verbijndt, ende is proprelijc geheeten eenen pandt, die den sculdenere
bijwijlen, ende bijwijlen trecht, den crediteur geeft.
Item, die possessie van den pande gaet totten crediteur, dat en doet niet die
possessie van den ipotheecken. Ende, want die dingen somwijlen verbonden ende
geipothiceert wordden bij expresser convencien ende overdrage van partijen, als
verbijntenisse van gronde oft goede, dair men renten op vercoopt oft schult op bekent
oft dijergelijcke, ende somwijlen wordden zij verbonden ende geipothiceert in stilre
weerden bij provisien ende voirsienicheyden van den loyen ende rechten, ende dat heet
zwijgende ipoteecque, als in den contracten van douarien, hueringen van huysen,
pachtingen van hoeven, administracien van tutelen ende momberen, verlegge van
refectien van scepen ende van huysen ende dijergelijcke, soe sal ic u ierst geven die
forme hoe ghij u libel sult mogen int cortte formeren in der expresser ipotheequen,
ende dairnae in der zwijgenden ipotheecken.
Ende ierst, want die actie van der expresser ipotheeeken tweerleye is, deen wort
geintenteert ende innegestelt tegen den debiteur ende sculdenere oft zijnen erfgenamen,
die dair houdende is dat geipothiceert ende verbonden dinc, dander wort geintenteert
tegen eenen vreemden besitter van den verbonden dingen, die selve dat dinck niet
verbonden en heeft, noch van den verbijndere erfgename en is, soe suldij weten dat
ghij van den iersten sult formeren u libel aldus:
"Voir u, eerweerdige heeren etc., seegt ende stelt voirt in rechte ende in fayte,
Andries tegen Simoene, dat bij denselven Simoene geleent heeft X pont gr. te
betalen tot eenen genoemden daige die overleden is, dairvoire hem die voirscreven
Simoen verbonden heeft eenen beempt oft een ander erve oft erfrente hem toe-
behoirende, oft dijen hij hielt ende onderhadde ten tijde der voirscreven verbijntenissen
ende noch heeft ende besidt, welcken beempt hij hem weygert ende recuseert als pandt
in handen te geven ende over te leveren, met quader saken ende tegen recht, mits
denwelcken de voirscreven Andries versueckt bij uwen uuyterlijcken vonnisse
gewesen te wordden dat den voirscreven beempt hem is geipothicieert, verbonden
ende verpandt, uuyt saken boven verhailt, ende dat de voirscreven Simoen, sijne
sculdenere, sal sculdich zijn met rechte bedwongen te wordden zijn hande dairaf te
lichten ende hem die dominie ende dat gebruyck desselfs over te laten ende in
handen te stellen, om in denselven handen te blijven tot dat hij hem van der
voirscreven geleender sommen sal hebben betailt."
Item, ende als van den anderen moigdij aldus formeren u libel:
" Andries seegt ende proponeert tegen Stevene dat hij tanderen tijde geleendt heeft
eenen geheeten Pauwels die somme van C pont gr., dairvoir hem deselve Pauwels
ipothiceerde ende verbandt alsulcken huys, geheeten den Engel, oft alle zijn goede
int generael, mits denwelcken hij hem oic verbonden heeft tvoirscreven huys, dwelc
de voirscreven Steven nu besidt, welcke huys de voirscreven Pauwels, zijn sculdenere,
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 20 111
ter tijt van der voirscreven verbijntenissen hadde ende houdende oft besittende was,
mits denwelcken den voirscreven Andries versueckt ende begeert den voirscreven
Steven bedwongen te wordden bij uwer heeren sentencien hem te laten ende over
te geven die naicte possessie ende gebruyck van den voirscreven huyse metten
vruchten, baten ende proffijten dairaf comende, om bij hem als zijnen verbonden pandt
gehouden ende gebruyckt te wordden nae die grootte der voirscreven sommen totter
tijt dat hem dairaf betalinge sal zijn gedaen, denselven oic condempnerende in de
costen, scaden ende intresten in desen gehadt ende te lijden."
Item, ten tweesten male, in der zwijgender ipotheeeken suldij mogen formeren u
libel aldus :
"Andries seegt tegens Stevene dat hij denselven Stevenen verhuert heeft een huys,
geheeten Polnaken, voir XXX pont gr. tsjaers, den termijn van IX jairen, in welc
huys de voirscreven Steven gebracht ende innegevuert heeft, sulc ende sulc, zijn
haefflijc goet, te weten, kiste, bedde etc., die hij noch heeft ende houdende is, mits
denwelcken hem die nu, nae recht, in stilre weerden ende zwijgende voir zijn huyshuere
verbonden ende geipothiceert wairen ende zijn, welcke huyshuere Steven voirscreven
hem niet en heeft betailt. Wairomme die voirscreven Andries versuect dat hem de
possessie ende tgebruyc van den voirscreven haefflijcke dingen gegeven ende gelevert
wordde, om in zijnen handen gehouden te wordden totter tijt dat hem deselve Steven
van der voirscreven huyshueren sal hebben voldaen metten costen, scaden ende
interesten etc."
Een ander exempel : "Beert seegt dat, ter tijt doense troude Andriesen hueren man,
dat hij huer gaf ter douwairien C gulden tsjairs, dairvoire alle zijn goeden bij provisie
van recht in stilre weerden verbonden zijn, ende want dit wair is, ende die voirscreven
Andries huer man aflivich wordden is, ende huer hair voirscreven dot oft douwairie
niet gerestitueert noch betailt en is, welcke huer man te houden plach ende hielt, als
hij sterf, onder dander zijn goede een huys, aldus geheeten, tantwerpen gelegen, tot
sulcker plaetzen, ende een rente van aldus veele erfflijc op alsulcken pandt, welcke
goede nu ter tijt heeft ende besit Pauwels zijn neve, soe versueckt dese selve Beerte
den voirscreven Pauwelsen bedwongen te wordden hair te laten ende over te
leveren dat gebruyc van den voirscreven huyse ende erfrenten, als hair bij provisien
van rechte zwijgende verbonden ende geipothiceert voir huer voirscreven duwarie,
makende heysch van den costen etc.. "
Item, ende hier is te weten dat een vrouwe, om weder te hebben ende te
gecrijgen huer dot oft duwairie, altijt sculdich is na recht, te gane ende betailt te
worddene aen de verbondene goeden ende panden van hueren dooden man, voir alle
andere crediteurs hebbende zwigende ipotheeeke, al wairen oic die sculden van den
crediteurs ouder van daten dan huer duwarie, het en waire dat men opte selve
substancie ende goede enige andere duwarie oft dot sculdich waire, in welcken gevalle
dat privilegie van den tijde statgrijpen soude.
Item, hier suldij weten datter behoeven te zijn VI dingen, eer men ageren mach
met deser actien van ipotheeeke ende verbijntenisse. Ierst, dat dat dinck dair men nae
112 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
tailt, verbonden zij, oft bij convencien van den contrahenten oft bij provisien van den
rechte ; ten tweeden male, dat de sculdenere die schuldich is, zije in merringe ende
vertrecke van betalingen, want het den crediteur niet en betaemt te ageren voir den
gesetten dach van betalingen ; ten derden male, dat die geheyschte scult wairachtich
zije, want als die scult cesseert, soe cesseert dese actie ; ten vierden male, dat diegeene
die men aenspreekt, dat verbonden dinc besit, ende al wairt soe dat hij seyde dat hijs
niet en besate ende contrarie bevonden wordde, soe sal nochtans die heysschere geset
wordden in possessien van den geheyschten dinge ter prejudicien alleenlijc van den
verweerdere ; ten Vsten male, dat dat geheyscht dinc was onder de[n] goede van den
sculdenere, doen hij dit selve goede verbandt, oft dairnae, want eens anders vreemden
persoens dinc niet en can verbonden gewordden sonder consent van den heere des
dincx, hoewel men dat soude mogen vercoopen sonder des heeren wille ter prejudicien
van den vercoopere ; ten VIen male, dat de heysschere niet en zije voldaen bij
compensacien van den vruchten, bij denselven heysschere als crediteur ontfangen (a) ,
want bij compensacien van den vruchten uuyten panden genomen, soe wort die
schult geextingueert ende is te nyette gedaen.
Item, noch suldij weten dat in de generale obligacie van den goeden niet alleene en
comen die tegenwoirdige goede van den debiteur, mair oic die toecomende goeden die
hij vercrijgen mach, zoe wanneer hij die heeft ende dijer macht heeft, te alieneren ; oic
comen dairinne alle zijn actien, rechten ende sculden, die men hem sculdich is, ende
getelt gelt ; mair in de generale obligacie ende executie derselver, soe en wordden niet
begrepen die goede die men clair vermodden mach dat niement en soude verbijnden,
als zijne dagelijcxe cleederen uuyt zijnen live etc., want hij niet en zoude willen naict
gaen, noch zijn kijnderen noch zijn wijf, noch oic harnasch, wagengetreck van
lantwynningen ende van ploegen, dair men andere panden vijnden mach.
Item, noch suldij weten dat men in den rechten bevijndt datter zijn vier manieren
van panden. Te weten, ierst eenen pandt convencionael, ende is, die gecontraheert
wort bij provisien van partijen ; ten anderen, eenen pandt geheeten legael, die
geinduceert is bij machte van rechte ; ten derden, eenen pant pretoriael, die gecontra-
heert wort bij sentencien interlocutorien van den richtere ; ten IIIIen, eenen pant judiciael,
die gecontraheert wort bij der sentencien diffinitiven van den richtere ende bij zijnder
execucien.
Item, noch suldij weten, wairt dat een dinc verbonden ende te pande geset waire
aen diverse crediteuren, die allegaerder dairop ageerden bij deser actien van ipotheecken
opten besittere van den pande, soe dat dicwijle gevalt, dat in dijen gevalle niet altijt die
outste verbijntenisse oft ipotheecke voir en gaet, noch oic diegeene die ierst met recht
gevolgt ende gesproken heeft, mair wordden ennige voir den anderen geprefereert
ende ennige gelijc geadmitteert, nadat die schult, gepreviligieert ende niet geprevile-
gieert, en is reael oft personael, ende oic nadat den pandt is, dair zij op pretenderen,
a. ontfangen, in hs. : ontfangere.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 21 113
hetzij pant expres oft zwijgende, convencionael, pretoriael, legael of judiciael, van den-
welcken de decisien van rechte zeer subtijl ende wijt zijn, ende alsoe verseyndic u
dairaf totten clercken van den rechte, dair u uwe costumen locale failgeren.
Item, ende hoewel dat een gen[er]ale regule van recht is, zoe wije dat [d]oudste is
ende dierste is, dat bij ierst gericht is, uuyten welcken men gemeynlijc pleegt te seggen
"wije voor coemt, voir maelt", soe suldij nochtans weten dat die generale regule
faillieert in VII oft VIII manieren. Ierst, in dengeenen die gelt geleent heeft totter
refectien van eenen huyse, die voir andere sculdeneren ende crediteuren aen tselve
huys, al wair heur scult ouder, dairaf gericht wort ; den anderen male, in dengeenen
die gelt geleent heeft om iets te coopen op sulcken voege dat hem dat gecocht dinck
verpandt blijve voir zijn gelt, die oic dairaene voir alle andere gericht sal zijn ; ten
derden, in dengeenen met wijens gelde ridderscap gecregen wort ; ten vierden male,
in den goeden dotael van eender vrouwen, dat is te verstaene in huer goede ende
medegave van huwelijcken goeden die zij aen hueren man brachte, welcke vrouwe
dairaf geprefereert ende voirgericht is voir alle andere, hebbende op huers mans goede
zwijgende ypotheecke, mair niet voir diegeene die expresse ypotheecke dairop
hebben ; ten Vsten male, in dengeenen die een privaet gescrifte heeft, met III getuygen
getuygt, die voire alle andere gaet, die geen openbair oft sulcken privaet gescrifte ende
kennisse en hebben ; ten VIen male, soe faillieert oic dese voirscreven rugule[!] in den
procureur fiscael, die in saken van weezen ende overjairden kijnderen voiral gaet ;
ten VIIen male, in den mesrechten oft estimacien van dijen ; ten VIIIen male, in den-
geenen die den gelijcken titel heeft metten lesten crediteur ende vercocht heeft zijnen
pant pretoriael, want zij met malcanderen concurreren ende gelijc deylen in den prijs
van denselven pande.
XXIe CAPITTELE
VAN DER ACTIEN REAEL GEHEETEN PUBLICIANA
Die vierde maniere van actien reale is geheeten in latine actio publiciana, nae eenen
richter van Romen geheeten Publicius, die dese actie ierst vant. Ende is dese actie
publiciana, een actie pretoriael van den richter geinduceert ende voirt laten gaen uuyt
natuerlijcker redelijcheyt ter moderacien van der strangicheyt van rechte, dair de actie
van reivendicacien boven geruert, die civijl is, wort op gefundeert ; ende wort dese actie
bij der officien ende voirsienicheyden van den pretoer oft richter verleent dengeenen
die een dinc ter goeder trouwen gecocht heeft oft vercregen heeft, ende die leveringe van
dijen gehadt heeft oic ter goeder trouwen ende bij goeden titel, van dengeenen die dair
geen heere af en was, dats te seggen, dijen dat dinc niet toe en behoirde, meynende ten
tijde van zijnen coope oft vercrijge ende leveringen dat die vercoopere oft vertierdere
heere dairaf hadde geweest, dats te verstaene dat hem dat dinc toebehoirt hadde, welcke
114 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
coopere oft vercrijgere uuyten possessien dijes dincx gevallen is, eer hij dat zijnen vollen
tijt van possessien bij den rechte gestatueert - welcke possessie in den ruerenden ende
haefflijcken dingen geheeten is usucapio, ende in onruerenden ende erfflijcken dingen
geheeten is prescriptio - gebruyct ende beseten heeft, soe dat tselve dinc gecomen is int
gebruyc van eenen die geen heere dairaf en is. Ende is te weten dat bij deser actien
behoiren den aenleggere te thoenen III dingen principalijc, te weten, goeden titel ende
tradicie, dats leveringe van dengeenen die hij meynde dat heere dairaf hadde geweest,
ende nu weet dat hij dair geen heere af en was, noch dat hem dat dinc niet toe behoirde;
ende dat hij hadde goede trouwe ter tijt van den vercrijge oft vercoope, ende dat dairaf
presumpcie zije, tenwaire dat de contrarie van dijen wordde geproeft. Ende is genoch
bij deser actien dat de vercrigere oft coopere van den dinge dat vercregen hebbe ter
goeder trouwen, al eest dat de vercoopere oft vertierdere van denselven dinge dat
vercocht oft vertiert heeft ter quader trouwen ende met listigen ende loosen raide. Ende
met deser actien wort den voirscreven vercrijgere oft coopere ontfangen omdat voirscreven
dinc dat hem voir den behoirlijcken tijt van usucapien, denwelcken is van III jairen,
oft van prescripcien, denwelcken is van X jairen onder de presente ende van XX jairen
onder den absenten, bij eenen, geen recht dairtoe hebbende, afgenomen is, weder te
heysschen ende te gecrijgen. Mair het is te weten, wairt zoe dat die voirscreven
vercrigere ende aenleggere gevallen waire van der possessien des dincx nae den vollen
tijt van possessien bij den rechten gediffinieert, soe en zoude denselven aenleggere om
dat dinc te vendiceren ende weder te gecrijgen, niet competeren dese actie publiciana
mair soude dat moeten heysschen, mits der voirscreven zijnder volder possessien die
hem dominie geeft, metter actien van reivendicacien, dair boven af geruert is.
Item, hier suldij weten dat gelijckerwijs als tradicie, gedaen bij den gerechten heere
oft proprietarijs van den dingen met behoirlijcker saken, innebrengt translacie van
dominien, alsoe brengt inne de tradicie gedaen van dengeenen die geen heere oft
proprietarijs van den dinge en is, dese actie publiciane ende condicie van usucapien,
want een vercrijger ter goeder trouwen en vendiceert noch en maict dat dinc niet zijne
als heere, mair heeft dese publiciane.
Item, noch suldij weten dat om te funderen een libel, men sculdich is te oversien
oft een aenlegger recht heeft, mair in de condempnacie te modereren, soe behoeft men
aen te sien dat werck ende persoen van den verweerdere.
Item, noch suldij weten dat alle actien ende remedien nederdalende uuyt provisien
van den princen, hertogen, marcgraven, legaten, bisscoppen ende andere heeren zijn
alle actien pretoriael, ende eyndende nae djair, mair de actien civile zijn ewich. Exempel :
Wairt dat bij provisien oft ordinancien ende statute van den hertoge wordde iement
geadmitteert te succederen in eens anders goet, dijen dat na gemeyn recht niet en
soude toebehoiren, als de neven ende rechtzweeren, uuytsluytende de zuster ende
moeder, die soude binnen jairs moeten aengrijpen ende aenveerden dat sterfhuys, oft
anders sulcken maegh soude van der successien wordden geexcludeert.
Item, noch suldij weten dat van geenen noode en is den aenlegger te exprimeren
den naem van der actien int libel.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 21 115
Item, ende bij deser actien suldij formeren u libel in deser manieren. Ghij sult seggen
dat ghij gecocht hebt sulcken gront oft dinc, oft gecregen met behoirlijcken titel
crachtich om te transfereren dominie, ende dat u onder dijen titel dat dinc oft dijen
gront gelevert is, ende dat ghij dat onder denselven titel ter goeder trouwen hebt
gecocht, ontfangen ende beseten, voir u ende als u toebehoirende, ende hoe dat nu een
ander u dat onthout, mits denwelcken ghij begeeren sult gedeclareert te wordden te
zijne bijnae heere van den voirscreven dinge, ende dat hij wordde gecondempneert u dat
te laten hebben, ende zijn handen dairaf te lichten metten vruchten, baten, proffijten
ende interesten gehadt ende te hebbene, gelijc boven geconcludeert is in der actien van
reivendicacien.
Item, noch suldij weten dat soe wije ageren wille bij deser actien, die en mach hem
niet vermeeten heere te zijn van den dinge dat hij heyscht, want dairmede soude hij
vallen uuyt deser actien in de actie van reivendicacien. Oic en mach hij niet seggen dat
hij geen heere van den dinge en is, want dairmede soude schijnen dat hij dat goet niet
en hadde gecregen ter goeder trouwen, mair moet tusschen beyde spreken. Ende
dairomme, een advocaet die dese actie proponeren wille, moet cloeck ende subtijl zijn,
ende exprimeren altijt, in zijn libel ende capittelen desselfs, eenen specialen titel als van
coope, ende seggen dat hij dat dinck uuyt cracht van dijen titel heeft beseten voir zijne
ende als hem toebehoirende, ende mitsdijen thoen[nen]de tijt van possessien, ende dat dair-
enboven die getuygen seggen dat hij dijen tijt dat goet beseten heeft als zijne ende hem
toebehoirende, ende dat hij als heere van dijen de vruchten dairaf ontfangen heeft, zoe
is te presumeren dat dairmede den titel genoch geallegeert is ; ende waire oic wel van
noode dat hij proefde dat fame wair dat hij den voirscreven gront oft goet hadde gecocht,
oft dat hij hem gegeven waire geweest, ende dat zij hem onder den titel, zijndt dijer tijt,
dat voirscreven goet hadde zyen possesseren voir zijn ende als hem toebehoirende, ende
die vruchten dairaf opbueren soe anderen heeren doen ; want simpelijcken te proeven
dat hij dat dinck beseten hadde eenen zekeren tijt voir zijne ende dat hij die vruchten dairaf
opgehaven hadde, dat en waire niet genoch geproeft, ende dit wilt in uwen asack steeken.
Item, noch suldij weten dat dese actie publiciana niet en wort gegeven tegen den
besittere bij titele, het en waire dat den titel geprocureert waire in frauden van den
iersten coopere, ende dairomme eest een goede cautele, gelijc het sorgelijc is te
intenteeren die actie van reivendicacien simpelijc, omdat die dominie zwair te
proeven is, alsoe is dit een goede cautele dat men dese publiciana niet en intentere
simpelijc, want zij regularij[s]lijc niet en wort gegeven tegen den besittere met titele, soe-
verre dat geenen geprocureerden titel en is, mair ghij sult tsamen ende meteen
intenteren ende voirtstellen die reivendicacie metter publicianen, opdat ghij bij der
eender moight gecrijgen dat u bij der andere actien niet wordden en soude.
Item, noch suldij weeten dat deugdelijcke rechtveerdige erreur ende ignorancie
maict ende causeert titele ende usucapie.
Item, noch suldij weten dat in deser actien publiciana coempt allet geene dat
comen mach in der reivendicacien, te weten, loosheyt, scult sonder merren, scade,
vruchten ende costen.
116 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
XXIIe CAPITTELE
VAN DER ACTIEN REAEL GEHEETEN CONFESSORIA
[l] [Van der actien reael geheeten confessoria.]
Die vijfste maniere van actien reael is geheeten in latijne actio confessoria,
dat is een actien die bij iemenden geintenteert ende voirtgestelt wort om die servitute,
die hij heeft over iements persoen oft goet, te behouden ende te conserveren; ende
wort dese actie meest geproponeert met woorden affirmatijf, in huer majeur, mineur
ende conclusien, ende dairomme is zij geheeten confessoria. Ende competeert den-
geenen, die hem seegt te hebben recht oft servitute op eens anders erve oft gront yet
te mogen doen oft maken, te metsen, te tymmeren, water te halen oft te leyden,
zijnen wech dairover te hebben, geen licht van dair hem genomen noch betymmert te
wordden, zijnen ozendrup dairop te vallen, in zijns gebueren muer te mogen
anckeren ende varen ende dijergelijcke servituten, die iement op eens anders erve
heeft, al wairt oic zonder den danck van denselven. Ende bij deser actien suldij formeren
u libel aldus :
"Voir u, eerweerdige etc., seegt ende proponeert in rechte Andries tegen
Simoene ende eenen iegelijcken anderen in den rechte voir hem behoirlijc comparerende,
seggende ende voirtsettende dat hij van ouden ende zeere langen tijden voirleden gehadt
ende beseten heeft, ende noch opten dach van huden hout ende besidt een huys gelegen
tAntwerpen in de borch, geheeten Polnaken, palende, confinerende, cohererende ende
comende aen ende neffens thuys, geheeten den Bock, ter eender zijde, ende die
borchtgraft aldair, ter ander zijden, denselven Andriese toebehoirende bij volcomen
rechte, welc voirscreven huys, geheeten den Bock, sculdich is den voirscreven huyse,
geheeten Polnaken, een servitute van in den gevel van den voirscreven Bocke te
mogen anckeren, metsen ende tymmeren ; seegt noch deselve Andries dat hij, als
nu ende van over zeer langen ende geinvetereerden (a) tijden, gehouden heeft ende beseten
ende noch hout ende besit een watermolen, gelegen binnen den dorpe van Zundert op
zijns selfs erve, neffens desen ende dijen etc., tot welcker moelene de voirscreven
Andries, over eene langen tijt geleden, heeft geplogen te leyden eenen waterloop,
doer (b) eenen beempt den voirscreven Simoene toebehoirende dairbij gelegen,
confronterende, palende ende comende neffens desen ende dijen etc., ten aensiene,
wetene ende gedooge van denselven Simoen ende zijnen voirsaten, besitteren in huerder
tijt des voirscreven beempts, doer welc stuck beempts men sculdich is die servitute van
den waterloope voirscreven tot behoef der voirscreven moelen uuyt wittigen saken ende
titel ; seegt noch de voirscreven Andries dat hij uuyt wittigen saken, ende besundere
uuyt princelijcken previlegien ende verleeningen, gehadt, gehouden ende beseten heeft
ende geplogen heeft te besitten ende te hebben, zoe hij noch doet, volcomen ende
a. geinvetereerden, in hs. : geinventereerde. - b. doer, in hs. : dair.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 22 117
geheele jurisdictie in den voircreven dorpe van Sundert, van welcker jurisdictien ende
servituten voirscreven de voirscreven Andries geweest is in de possessie ende in de bijna
possessie, soe bij hem, soe bij zijnen voirvaderen dair hij sake af heeft, den tijt
van X, XX, XXX, XL, L ende C jairen ende meer, alsoe datter contrarien memorie
en is, ten aensiene, weten ende gedooge van den voirscreven Simon ende zijnen
voirsaten ; seegt noch oic deselve Andries dat de voirscreven Simon, binnen cortten
tijde berwairt, te weten in den jaire lest voirleden ende oic in desen tegenwoirdigen
jaire, ende den voirscreven tijt geduerende, hem geturbeert, gequelt, geinqui[e]teert
ende belet heeft, turbeert, inqui[e]teert ende belet in de voirscreven possessien van
jurisdictien, servitute ende rechten voirscreven, ondueghdelijc, onbehoirlijc ende tegen
recht, niet gedoogende noch lijdende dat Andries voirscreven dairaf gebruycke tot zijnder
grooter scade ende achterdeele, mits denwelcken - want dese voirscreven sake wair
ende clair zijn - dieselve Andries versuect ende begeert bij uwer heeren uuyterlijcker
vonnisse uuytgesproken ende verclairt te wordden dat die servituten van den
voirscreven waterlaten ter voirscreven watermoelen wairt gebracht ende geleydt te
worden, desgelijcx van den voirscreven anckeren te mogen steeken ende vesten in
den ghevel van den huyse, geheeten den Bock, mitsgaders oic van der jurisdictien, der
voirscreven plaetzen van Sundert toebehoirende ende sculdich zijn toe te behoiren den
voirscreven moelene ende huyse, refererende elc dinc totten zijnen, dairt behoirt, ende dat
wel betaemt heeft ende betaempt den voirscreven Andriese in den huyse des voirscreven
Simoens, geheeten den Bock, te mogen anckeren ende desgelijcx ter voirscreven
plaetzen van Sundert ende onder die ondersaten aldair te mogen excerceren volcomen
jurisdictie, vrij ende onbelast sonder iement wederseggen, ende dat metten voirscreven
uwen vonnisse de voirscreven Simon gecondempneert wordde den voirscreven Andriese,
niet meer te molesteren noch te beletten, nu oft in toecomende tijde, in de rechten,
faculteyten, possessien oft bijnae possessien ende exercitien der voirscreven rechten,
jurisdictien ende servituten, ende voirtaene caucie ende borchtochte te stellen dat niet
meer te doen, ende hem te betalen alle scaden, costen ende interesten, die deselve
Andries dairomme geleden heeft ende noch lijden mochte, behouden hem desen zijnen
heysch te mogen meerderen, minderen, etc."
Item, oic moigdij u libel int cortte formeren aldus : "Ic segge dat ic heere ben oft
bijna heere van sulcken erve oft lande, oft dat ic recht hebbe in sulcken gront, ende dat
denselven mijnen gronde een servituyte geconstitueert is, uuyt sulcken titel dairmede
dat ic int gebruyck ende bijnae in possessien ben te gaene tot mijnder voirscreven erven
ende gronde over Simoens erve, welcke Simon mij dat belet heeft ende belet der
voirscreven servituten te mogen gebruycken, dairomme ic scade ende interest hebbe
van X cronen, mits denwelcken ic versuecke bij u, heer richter, gedeclareert te
wordden de voirscreven servitute mijnen voirscreven gronde te competeren, ende
toe te behoiren, ende den voirscreven Simoen mij te zijn gecondempneert voir mijn
interest in de voirscreven X croonen, ende dat ghij voirt declareert dat hij mij voirtaene
late gebruycken der voirscreven mijnder servituten, ende dat hij caucie ende borge stelle
dat hij mij in toecomenden tijden niet beletten noch turberen en sal."
118 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, hier suldij weten ende noteren dat servitute niet anders en is dan dienst ende
eygenheyt, die de een persoen oft erve der ander sculdich is te doen. Ende generalijc
te spreken van den servituter, ende eygenheiden oft diensten, men vijndt vierderhande
servituten : ierstwerff, servitute die deen erve der ander sculdich is, ende dese es puer
reael, ende is diegeene die in deser actien af gesproken wort, welcke servituten wordden
geheeten reael, want zij der erven aencleven ende volgen der erven, die den dienst
sculdich is te hebben; ende deser servituyten reael, zijn II manieren, deen is geheeten
urbaen, ende dandere is geheeten servitute rustical. Ten anderen male, vijnt men
servituten oft eygenheyden die de erve den persoon sculdich is, ende dese servitute is
geheeten personeel, als sijn gebruyc, geheeten usus, ende usufructus, geheeten tochte,
ende als is habitacie ende woonijnge. Ten IIIen male, vijndt men noch servituten
personaele, die deen persoen der ander sculdich is, gelijc als dienst van slaven oft
eygenluyden, zij zijn gecocht oft ongecocht. Ten vierden male, vijndt men servituten die
de personen der erven sculdich zijn, gelijc der heeren ondersaten te veele plaetse, die de
sloote moeten helpen te repareren, sustineren, karweyen doen etc.
Item, noch suldij weten dat die servituten reael oic geheeten zijn servituten prediael,
dats te seggen, servituten van erven, want predium, in latijne, is een erve in duytsche ;
ende servitute reael oft prediael en is anders niet dan eenderleye recht aanhangende den
erven die die servitute heeft, ende is die nutscap derselver aansiende, ende dat recht
ende vrijheyt van den ander erven oft predium den dienst doen verminderenne ; ende
is servituten reaele oft prediaele proprelijc een recht dairmede deen erve oft predie
dander dient, ende dat predium oft erve, dat den dienst heeft, is geheeten predium
dominans, ende is die erve dominerende, ende dat predium dat den dienst sculdich is,
is geheeten predium serviens, dat is te seggen die erve servient oft die dienende erve ;
ende en wort dese actie confessoria niemenden verleent, dan dengeenen die heere is
van den erve dominerende, geheeten predium dominans.
Item, noch suldij weten dat servitute rusticael is die servitute die men der erven
rusticaele sculdich is, gelijc eenen wech, eenen pat, eenen waterloop, eenen putganc,
eenen drif van beesten over derve, eenen waterganck, recht te weyen, recht van calc te
mogen beslaen, recht te mogen bleyken, recht om savel oft sandt oft leem te
graven ; ende servitute urbaen is die dienst ende servitute die men der steetser erven,
oft die der erven in den steden gelegen sculdich is, bij redenen van enniger tymmeringen,
want sulcke diensten der tymmeringen aanhangen, als trecht niet hoogher te mogen
metsen oft tymmeren, geen licht oft gesicht te nemen, den val van den oisendrop
te hebben oft niet te hebben, te mogen ankeren oft niet in sijns gebueren huys
oft erve. Ende ghij sult weten dat die servitute geheeten is urbane oft rusticale, na de
natuere ende qualiteyt van der erven dijer men den dienst sculdich is, ende niet na der
qualiteyt van der servituten.
Exempel. Eest dat die oesendroppe vallende van mijnen huyse, dwelc is predium
urbanum vallen op u plaetze, dwelc is predium rusticum, dese servitute sal geheeten
wordden urbane servitute ; ende proprelijc te spreken, soe is predium urbanum te
seggen een erve oft plaetze met eender edeficien dairop staende, weder die staet
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 22 119
binnen der steden oft opte dorpen, ende predium rusticum is een erve, plaetze oft acker
die niet betymmert en is, hetzij dat zij ligge in een stadt oft dairbuyten.
Item, noch suldij weeten dat soe wije ageren wille bij deser actie confessoria om
ennige servitute te behouden, zij zije rusticael oft urbaen, dat hij sculdich is te
proberen ende te thoenen dat hij besit den grondt dominerende ende zijn adversarijs
den gront servient, welcke possessie gethoent zijnde, woirdt ende is dairmede genoch
bethoent van elcx dominie
Item, noch suldij weten datter zijn VIII voirdeelen voir den possesseur ; dierste,
dat die possesseur van den servitute, naedat hij gethoent sal hebben zijn possessie, niet
voirder en derf thoenen zijn dominie van den gronde ; ten anderen male, zoe en is hem
van geenen noode zijnen adversarijs in rechte te betrecken, voirdat hij van hem
faitelijc wort geturbeert ; ten derden male, soe moet [eerst] die adversarijs eedt zweeren
van calumpnien, dan de possesseur ; ten vierden male, als die possesseur van der
servituten te rechte betrocken wort van zijnen adversarijs, die dairaf vrij wil zijn, soe
heeft die possesseur nae recht langer inducien ; ten Ven male, wort die possesseur van
der servituten geturbeert in den rechte van zijnder servituten buyten gerichte, hij mach
dat faitelijck wederstaen, dwelc zeere notabel es ende wel te onthouden voir de
conservacie van den temporelen ende oic kerckelijcken jurisdictien, in denwelcken
stadtgrijpt de gemeyn regule dat men cracht met cracht wederstaet ; ten VIen male, soe
moet die verweerdere dair men tegen ageert, met deser actien bij den richter bedwongen
wordden goede borchtochte ende caucie te setten den possesseur van der servituten
te laten gebruycken zijnder servituten oft jurisdictien hangende den gedinge totter
sentencien toe ; ten VIIen male, zoe heeft die possesseur noch een voirdeel oft
commoditeyt, dat zijn voirnemen gefundeert zijnde ende zijnen adversarijs niet
thoenende, hij geabsolveert wort ; ten VIIIen male, soe wort voir den possesseur van den
dinge dat corporael is, gepresumeert van zijnder dominien, mair van dengeenen die
possesseert ende besidt ennich dinck, dat niet corporael noch tastelijc en is, gelijc een
servitute alsoe geconstitueert, en wort niet gepresumeert van zijnder dominien, want die
dingen die lichaemelijc zijn, staen onder die possessie van den menschen bij der regulen
"wat dijnen voet betreet, dat sal dijn zijn", mair tegen die servituten die onlichamelijc
zijn, is natuerlijcke presumpcie van vrijheiden, want elc dinc dat onder die possessie van
den mensche niet en staet, wort gepresumeert vrij te zijn bij zijnder natueren totter tijt
toe dat men de contrarie van dijen heeft gethoent, ende dair die natuere der possessien
gerepugneert, dair en can men uuyt possessien niet geargueren dat dinc sulck zijnde.
Item, ghij sult weten dat generalijc ende regularij[s]lijc diegeene die die servitute
sculdich is, die en is niet sculdich yet te doen dan alleen te gedoogen.
Item, noch suldij weeten dat deese actie confessoria gegeven wort, niet alleene
tegen den heere van den gronde servient, mair oic tegen elcker besitter des dincx, dair
een af seggen mach dat zijnen gront den dienst sculdich is, ende oic tegen den bijna
possesseur, die dat dinc uuyt argeliste gelaten heeft te besitten, mair van hem, uuyt
scalcheyden, heeft gedaen, oft hem int gedinge geworpen heeft ende de sake aangenomen;
120 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
oic wort dese actie verleent tegen dengeenen die mij mijn recht belet te vervolgen
van mijnder servituten ende liberteyten tegen eenen derden.
[2] Van diverse manieren van servituten.
Item, noch suldij weten dat diverse manieren zijn van servituten urbane. Een
maniere is servitute van eenen zijn licht niet te benemen ; ende die dese servitute
heeft, die is sculdich dat licht ende clairheyt des hemels te ontfangen uuyter erven
ende plaetzen van zijnen gebuere doer die venster van zijnen eygenen ende gemeynen
muere oft wande, alsoe dat zijnen voirscreven gebuere niet en betaeme zijn huys, wande
oft mueren hooger te verheffen noch ennigen boom te planten noch yet te doen dairmede
ennichsins dat voirscreven hemellicht oft venster verdonckert wordde.
Een andere maniere van servitute urbane es servi[tu]te van gesichte, ende den
hebbere van dijen servituten en es van geenen noode te hebben tgesichte van den
hemel, mair is genoech dat de locht dairinne come sonder den hemel te ziene, als zijn
vensteren van fauten, kelderen ende huyse onder deerde ; nochtans zijn gebuere en mach
geen prieel oft boom setten, dairmede tvoirsceven gesichte verdonckert wordde.
Een ander maniere van servitute urbane is niet hooger te mogen tymmeren oft
metsen, ende is genoch van der natueren van den servituten van den hemellichte,
want men oic dairtegen niet planten oft hoven en mach ; ende de hebberen ende de
possesseurs van desen servituten en mogen niet doen, dairmede dat gebruyc ende
condicie van der servituten bezwairen mach de erve die de servitute doet, voirder dan
gewoenlijc is ; ende dairomme en betaempt niet diegeene die opte erve van zijnen
gebuere heeft de servitute van zijnen oisendruppe, dat hij over ende opte selve erve sal
bringen ander water dan hemelwater.
Een ander servitute urbane is servitute van te leggen gespanne oft anckeren in
zijns gebueren huys, ende dese servitute wort belet geconstitueert te wordden als
tusschen beyde de voirscreven huyse gaet eenen wech oft gemeyn plaetze, mair den
gemeynen wech oft gemeyn plaetze tusschen II huysen en belet niet dairover geconsti-
tueert te wordden een servitute van eenen pade oft wege.
[3] Van servitute rusticael.
Item, noch suldij weten dat servitute van waterleydinge is een servitute rusticael,
ende is tweerhande. Deen maniere is geheeten servitute van water te mogen halen in
zijns gebuers bornputte oft fontainen. Dander maniere is servitute van waterleydingen
uuyt eenen stroom public oft privaet ; ende dese servitute uuyten stroom privaet wort
gecregen bij II wegen, oft bij constitucien ende bekenningen, hetzij tusschen den levenden
oft in testamente, oft bij prescripcien van wittigen tijde. Ende eenen stroom mach
wordden iements privaet ende besundere toebehoirende in III manieren (a) : ierst, als
hij sprinkt op iements privaet erve ; ten anderen, bij concessien ende verleeningen van
a. In de marge, van de hand van den scriptor : Van den stroome privaet.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 22 121
den prince, ten derden, met prescripcie geinventereert zijnde van zeer langen tijde. Ende
niement en mach die servitute die hem verleent is, breeder trecken oft gebruycken dan
hem die verleent is.
[4] Van stroomen publijc.
Item ende als van den servituten van waterleydinge uuyten stroome publijc, zoe
suldij weten dat men vijndt [twee manieren van] stroomen publijc. Deen maniere is die
scepen dragen mach, als zijn die Dijle, Zenne, Mase, Rijn, Scelt ende dijergelijcke. Andere
die geen scepenen dragen, mair comen uuyten stroome die scepen draight; ende als dijen
waterlaet coemt uuyten stroome die scepen draight bij hem selven, oft uuyt eenen anderen
stroome die bij hem selven geen scepen en draight, mair bij commixtien van anderen
wateren ende beeken wort scepen draghende, gelijc die Schelt buyten Antwerpen ende
andere beeken alomme int dlant van Brabant, zoe wort sulcken waterlaet gecregen, oft bij
verleeninge van den prince dijen sulcken stroomen toebehoiren, oft bij geinventereerden
prescripcien van soe langen tijde dat van den beghinne dijes tijts geen memorie en is.
Ende als den waterlaet oirspronck neempt uuyten stroome publijc, die geen scepe en
draigt, bij hem selven noch bij commixtien ende toevalle van anderen wateren, als uuyt
eender fonteynen oft putte, soe wort sulcken waterlaet gecregen bij occupacien ende
aenveerdingen, gelijc andere dingen geoccupeert wordden die niements en sijn ; ende
wije dat dan ierst occupeert ende aenveert, die gaet voir alle dandere, alsoe verre als
sulcke wa[t]erlaete geoccupeert ende gemaict wordden sonder quetste ende injurie van den
gebueren dairbij gegoet, want tendeerde de occupacie ende makinge van sulcken
waterlate tot huerder grooter injurien ende quetsen, denselven waterlaet en soude bij
occupacien niet vercregen wordden.
Item, noch suldij weten dat die persoen die sulcken waterlaet zonder injurie van
zijnen gebueren ierst heeft geoccupeert, anderen personen niet weygeren en mach des-
selfs strooms te gebruycken alsoe verre als den stroom waters genoch heeft, mair en
hadde den strom niet waters genoch voir die andere, die desselfs waters souden willen
gebruycken op haer beemden of watermoelen, ende dyes genoch waire voir den iersten
occupant, soe soude hij geprefereert zijn voir dandere, want sonder zijn injurie en
souden zijn gebueren geen waterlate dairuuyt connen geleyden. Ende soe wije eenen
waterlaet heeft bij occupacien uuyten stroome privaet, die mach zijn recht van
preoccupacien verliesen, beydt hij langer dan een jair denselven zijnen waterlaet te
gebruycken ende te onderhouden, mair waire sulcken waterlaet vercregen bij
verleeningen van den prince oft bij geinventereerder prescripcien ende possessien, soe
en soude trecht alsoe vercregen bij den verloop van eenen jaire niet connen gesmelten.
Item, noch suldij weten dat een stadt gelegen op eender rivieren boven ende hooger
dan een ander stadt, die oic lage op dieselve riviere, niet en soude der nederste stadt
die riviere mogen ontgraven, nemen oft elder leyden, alsoe verre als die nederste stadt
dieselve riviere hadde gepossesseert van soe langen tijden dat niement de contrarie en
gedachte.
122 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, wairt dat een watermoelen metten groten [vloede] wechvlotte op een andere
erve, die meester van der watermoelen zoude zijn moeten wederhebben, betalende die
scade die deselve moelen aldair hadde gedaen, sonder meer.
Item, eest dat geschil valt tusschen den vercrijgere van enniger servituten, hetzij van
wegen, van waterlate oft dijergelijcke, ende dengeenen die de servitute verleent, om der
plaetzen wille dair den wech oft waterlaet liggen soude, soe sal dat geleyt wordden ter
arbitragien van den richter ter minster quetsen ende scaden van den erven servient, het
en waire dat die servitute gegeven waire in testamente, in welcken gevalle, het in den
arbitragien van den erfgenamen soude zijn den legatarijs den wech oft waterlaet te
bewijsen opte erve servient, in welcker plaetzen van derselver erven dair hem best
gelieven soude.
Item, noch suldij weten dat men vijndt een andere maniere van servituten van
watere, die geheeten is afdalinge oft nedervallende nederganc van watere ; ende dese
servitute heeft elc erve rusticael bij eender manieren van drijen, oft bij conventien
tusschen partijen, oft bij langer gewoenten, oft bij der natueren van der plaetsen. Ende
als van der natueren van der plaetzen, is gestatueert dat, bij der natuerlijcker gelegentheyt
ende situacien van der plaetzen, die nederste erve dienen moet der overste int ontfangen
van den hemelwatere, mair watere dat van den anderen steden coemt ende geen hemel-
water en is, en derf die nederste erve niet ontfangen, het en waire dat zij dairinne
gehouden waire bij ennige van den anderen II manieren voirscreven.
Item, om dan voirts te mogen weten hoe die servituten mogen vercregen
wordden bij prescripcien, soe suldij weten dat ennige servituten sulc zijn dat totten
gebruyc derselver behoeft daet ende werck van den menschen, als in servitute van
eenen wech, van eenen putganck ende dijergelijcke ; ende dese servituten wordden
geprescribeert metten tijde, die soe lanc geleden is dat dbegin van dijen niement en
gedenct, ende dat die ouders ende getuygen, dairop gehoirt, seggen dat zij niemende
gesien en hebben levende die de servitute heeft weten innesetten oft constitueren, ende
dat zij niemende gesien noch gehoirt en hebben, die gesien oft gehoirt hadden oft
anderen hadden hooren seggen dat zij gesien ende gehoirt hadden dese servitute
beghinnen, mair dat zij altijt van den ouden gehoirt hadden dat de voirscreven servitute
van wege, putganghe, ende andere dijergelijcke over die erve servient gelegen hadde ;
ende in dese sal een advocaet scerp toesien om zijn articulen ende capittelen wel te
formeren.
Andere servituten zijn alsulc dat totten gebruycke derselver nyet en behoeft
ennige daet oft werck van den mensche, als servitute van oisendroppe ; ende dese
servitute wort geprescribeert metten tijde van X jairen ende van XX jairen, gelijc
andere onruerende dingen, welcken tijt van X jairen oft XX jairen in den rechten
geheeten wort langen tijt ; mair dit faillieert in der servituten van den waterlaete
getrocken uuyten stroome publijcke die scepen draigt, oft die andere maict scepen
dragende, want sulcken servitute van waterlate niet en wort geprescribeert metten
voirscreven langen tijde, mair behoeft dairtoe den alrelancxten tijt, dat is geinvetereerde
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 22 123
possessie van soe langen tijde, dat van den beghinne desselfs niemende de contrarie
en gedenct.
Item, noch suldij weten datter vive dingen behoeven te zijn, eer sulcke prescripcie
van servituten volmaict connen gesijn. Ierstwerf, den langen oft den alrelangsten tijt,
na de natuere ende qualiteyt van der servituten ; anderwerf, continuacie van possessien
die binnen middelen tijde niet en zije geinterrumpeert ; derdewerf, goede trouwe van
den prescribent ende dat hij dat niet en besitte met gewoude oft heimelijc oft uuyt
beden ; vierdewerf, dat de prescribent gebruyct hebbe dijer servituten meynende
trecht van der servituten hem toebehoirende ; ten Ven male, dat de prescribent dijer
servituten gebruyct hebbe ten gedooge ende wetene van den adversarijs. Ende dese
sciencie ende wetentheyt van den adversarijs behoeft oic te zijne in prescriptien van
den rechten, die niet lichamelijc en sijn, der geestelijcker oft kerckelijcker lieden van
der hoogher ende middel heerlicheyt.
Item, noch suldij weten dat in der prescripcien van den dingen die niet corporael
noch lichamelijc, dat is tastelijc oft gevuelijc en zijn, behoirt te zijn sciencie ende
gedoochenisse van den adversarijs ; ende met dijer wetentheyt ende gedoogenissen, soe
wort geinduceert presumpcie van consente ende vermoedinge van concessien ende
verleeningen, welcke presumpcie ende vermoedinge comen in de stat van titel, welcken
titel in den rechten ende dingen incorporeel geheeten wort fictus titulus, dat is titel
gepresumeert, die soe sterck is in der prescripcien van den incorporalen dingen ende
rechten als den wairachtigen ende expressen titel in den dingen die corporael zijn,
want mits den wetene ende paciencie van den adversarijs, soe heeft dese prescripcie
loop ende grijpt stat tegen die ignoranten, dat is tegen diegeene die van der servituten
niet geweten en hebben, ende dairmede wort gesolveert dat argument dat ennige maken,
dat sonder titel geen prescripcie voirtganc en heeft.
Item, noch suldij weten dat in der prescripcien van den dingen die niet corporael
en zijn, die prescripcie geinterrumpeert wort bij derselver manieren dat zij geinterrumpeert
ende gestoert wort in anderen dingen corporael.
Item, noch suldij weten dat in der prescripcien van den servituten die niet
corporael en zijn, niet genoch en is dat, mits den wetene ende gedooge van den
adversarijs, wordde gepresumeert van der goeder trouwen, mitsdat de contrarie niet
geproeft en is, gemerct dat alle dinc is van zijnder natueren wegen vrij, dairtegen geen
presumpcie sculdich en is te wercken ; mair behoeft in deser prescripcien ende
servituten die goede trouwe geproeft te wordden bij conjecturen ende circunstancien,
te weten, dat zijn voirsaten dijer servituten gebruyct heeft te[n] weten van den
adversarijs, ten minsten den tijt van eenen jaire, ende dat de gebueren seggen dat men
dijer erven sulcke servitute sculdich is ; ende alsoe mach men presumeren van der
goeder trouwen, ende is genoch dat tvoirscreven gebruyc wordde gethoent bij der faiten
ende geruchte, dat dairaf is onder die gebueren van te hebben gesien oft gehoirt die
thuynen afbreecken, die grachten graven, dat water halen ende dijergelijcke dingen
doen ter voirdernissen des gebruycx van der servituten.
124 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, noch suldij weten dat in der voirscreven servituten incorporael die sciencie
ende paciencie van den adversarijs geproeft wert bijwijlen wairachtichlijc, te weten,
als die gebruyckere van der servituten zijnen adversarijs dairaf heeft gecertificeert,
gedenuncieert oft dat geseegt ende gecundicht, ende bijwijlen wort die sciencie ende
paciencie van den adversarijs geproeft bij prescripcien nae de qualiteyt van den
servituten. gelijc alsdat de gebruyckere van der servituten, daigelijcx gebruyckende
der servituten van zijnen weege, gegaen heeft doer zijns gebueren erve dair hij woende,
oft dairover water gehailt heeft, oft zijn vensteren daigelijcx in den wech oft muer
dair, tot zijnder erven wairt, opgehouden heeft, ende dijergelijcke.
[5] Hoe men vercregen servitute verliesen mach.
Item, noch suldij weten dat die vercregen servituten mogen verloren wordden met
II manieren ; ierst, bij expresser remissien ende quijtgevingen desgeens dijen die
servitute toebehoirt, want het wel betaemt dat elc zijns rechts afgaen ende renuncieren
mach ; ten anderen male, bij openbairlijc dyer servituten niet te gebruycken den tijt
van witteger prescripcien, te weten, is die prescripcie urbaen, dat hij dijer niet
gebruyct en heeft binnen der spacien van X oft XX jairen, ende dat zijn adversarijs een
ander dinc gedaen heeft contrarierende derselver servituten, te weten, die anckergate
gestopt, die vensteren dair men dlicht doer sceppen soude, gesloten te hebben, hooger
gemetst ende getymmert een muer, die niet sculdich en is hooger getymmert was te
wordden. Ende van den servituten rusticael, dat die eenen langen tijt niet gebruyct
en is geweest bij dengeenen die die toebehoirt, te weten, dat in den servituten
rusticael, dairinne dat behoeft intervalle van tijde, soe soude behoiren dat hij dijer
servituten niet gebruyct en hadde binnen den gedobbeleerden tijden, die men mair
simpel en behoeft in den servituten die huer gebruyc hebben continuceerderlijc ende
ee[n]paerlijc vervolgende sonder intervalle van tijde, als es de servitute van eens in de
weeke opte erve van uwen gebuere te mogen bleyken oft waterhalen, oft dijer-
gelijcke, ende in den servituten rusticael, die men gebruycken mach ee[n]paerlijc
vervolgende sonder intervalle van tijde van X oft XX jairen. Ende is te weten dat in
den rechten den tijt cortter is gestelt om servitute te mogen verliesen dan om die te
gecrijgen, want die sake van vrijheyt ende liberteyt is meer favorabel dan van obligacien
ende verbonde van servituten.
[6] Van der prescripcien van liberteyten tegen de servitute.
Item, noch suldij weten dat, in der prescripcien van liberteyten ende vrijheyden
tegen die servituten urbane, behoefflijc zijn goede trouwen ende sciencie van den
adversarijs gelijc in der prescripcien van der servituten urbaen ; mair in der prescrip-
cien van den liberteyten tegen die servitute rusticael, soe is genoch die negligencie van
niet te hebben gebruyct der servituten den voirscreven tijt voir verclairt.
a. In de marge, van dezelfde hand : Van der prescripcien tegen die servitute.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 23 125
Item, noch suldij weten dat dese actie confessoria, ende oic die actie negatoria dair
ic hiernae af spreken sal, competeert ende mach oic wordden innegeset voir de rechten
van jurisdictien incorporeele, alsoewel als voire die servituten urbaen oft rusticael.
Ende wildij weten wat jurisdictie is, ende in wat manieren dat jurisdictien gecregen wort,
ende hoe de possessie van jurisdictien wort aengeveert ende gecontinueert, ende oic hoe
die gehouden wort, soe suect in dat ierste capittele van desen boecke, dair suldij dat
vijnden. Ende ghij sult weten dat jurisdictie gecrege[n] mach wordden bij prescripcien
alsoeverre als die toegaet bij wetene ende gedooghe van den prince oft van dengeenen
die die jurisdictie toebehoirt.
[7] Van den wechgelde te prescriberen.
Item, noch suldij weten dat men in veele plaetsen pleecht te geven wechgelt van
den goede dat men te wagen vuert, dwelc in latijne geheeten is vectigal oft pedagium.
Ende dit recht mach vercregen wordden bij prescripcien van soe langen tijde dat
niemende contrarie en gedenct, alsoeverre als dat gesciet ten aensien ende gedooge
van dengeenen dair men tegen prescribeert. Ende wordde dat recht van passagegelt oft
wechgelt te nemen vercregen tegen ennigen privaten personen, dijen dat ierst
toebehoirde oft bij verleeningen van den prince oft bij prescriptien, soe is genoch zijn
gedoogenisse, ende den tijt van X of XX jairen.
Item, noch suldij weten dat dit voirscreven recht van wechgelde te nemen, mach
verloren wordden bij niet gebruyckende binnen den tijde van X jairen alsoeverre als
dat toebehoirde ennigen privaten persoen bij previlegien oft gewoenten ; mair eest dat
dat toebehoirt den heere oft der gemeynder stadt, zoe behoefde dair te zijn tijt van niet
gebruyckene van XL jairen. Ende in desen rechten incorporalen en is proprelijc geen
wairachtige possessie mair improperlijc, ende die is geheeten bijna possessie ; ende die
richter uuytsprekende zijn sentencie in desen, sal zijn woorden dirigeeren totten dingen
dijen men die servitute sculdich is, ende niet totten persoene dijens dat dinc is; ende
sal die aenlegger in zijnder conclusien aanroepen de officie van den richter, want die
richter heeft bij deser actien, van officien wegen, te declareren ierst, op trecht van den
servituten oft jurisdictien weder men dat sculdich is oft en is, ten anderen, zoe verre hij
bevijndt dat men die servitute oft jurisdictie sculdich is, soe sal hij pronuncieren dat die
adversarijs sculdich sal zijn den aenlegger dijer terstont te laten gebruycken, ten
derden, dat hij hem niet en sal in toecomenden tijden beletten, ten vierden, sal hij hem
condempneren int interest van den voirledenen tijde, ten Ven, dat die adversarijs caucie
sal stellen dat hij, hangende den gedinge, den aenlegger niet en sal beletten int gebruyc
van zijnder servituten oft jurisdictien totten eynde van den rechte.
XXIIIe CAPITTELE
VAN DER ACTIEN GEHETEN NEGATORIA
Die VIe maniere van actien reale is geheeten actio negatoria, ende wort
geintenteert ende voirtgestelt om vrijheyt ende liberteyt in der erven te behouden
126 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
ende van der servituten vrij te zijne. Ende wort dese actie meest geintenteert met
woorden negatijf ; ende bij deser actien suldij formeren u libel aldus :
"Voir u, eerweerdige etc., seegt Andries tegen Simoen ende allen anderen die voir
denselven Simoen in recht souden mogen wettelijc compareren, dat hij Andries van soe
langen tijde dat niement de contrarie van den beghinne en gedenct, zoe bij hem selven,
zoe bij zijnen voirsaten dair hij sake ende recht af heeft, gehouden ende beseten heeft,
houdt ende besidt voir zijn proper ende eygen goet een huys gelegen tantwerpen etc.,
in welck huys de voirscreven Simoen uuyt zijnen huyse dairaen gestaen, gesteeken ende
gemetst heeft eenen balck oft eenen iseren ancker, tegen den wille, wete ende gedooge
van denselven Andriese die alnoch hudendaigs dairinne leegt. Seegt noch dat deselve
Simoen heeft geleydt ende doen brengen ende leyden doer de erve van den voirscreven
Andriese, gelegen etc., een beeke oft waterloop totter moelen van den voirscreven Simoen,
gelegen tot sulcker paaetzen etc.. Seegt noch deselve Andries dat Simon voirscreven,
pretenderende ende voirnemende te hebben jurisdictie in den dorpe des voirscreven
Andries, liggende in den lande van Tournout, ende opte lieden van denselven dorpe,
hem gepijnt heeft, faitelijc ende metter daet, te hanteren ende te excerceren jurisdictie,
alsoewel van civilen als van criminelen saken, hoewel hem in der wairheyt geen jurisdictie
aldair toe en behoirt, mair is in geheel toebehoirende den voirscreven Andriese oft den
lande van Tournout, daironder dieselve heerlijcheyt ende jurisdictie gelegen is ; ende,
want de voirscreven Simon dicwijl versocht is geweest van tgeene des voirscreven is te
cesseren ende af te laten, dwelc hij tegen recht geweygert heeft ende weygert te doen,
soe versuect de voirscreven Andries dat, bij u heeren sentencie, wordde gepronuncieert
ende uuytgesproken dat den voirscreven Simoene int voirscreven huys etc., geen servitute
van balcken oft anckeren te leggen toe en behoirt, noch oic geenen waterloop in den
voirscreven beempt, noch oic geen jurisdictie int voirscreven dorp, ende dat voirscreven
huys, beempt ende dorp vrij ende los behoiren te zijn ende exempt van den voirscreven
servituten, condempnerende denselven Simoene derselver servituten ende jurisdictie
voirdaene niet te gebruycken, ende dat hij goede caucie stelle dat hij den voirscreven
Andriese in zijnder erven ende goede metter voirscreven servituten niet meer impedieren
noch beletten en sal, ende dat hij tot desen gecondempneert wordde in alle de costen,
scaden ende interesten gedaen ende te doen, te lijden oft geleden, onder alle behoirlijcke
protestacien ende beneficien van recht, offererende de voirscreven punten, alsoeverre
als die in feyte gelegen zijn, behoirlijc te thoenen ende bij te brengen, den rechte
genoch zijnde, sonder hem te astringeren oft te verbijnden tot overtolliger proeven,
ende beboudelijc hem desen zijnen heysch te mogen meerderen, minderen ende
corrigeren oft veranderen, soe zijnen raidt gedragen sal."
Item, hier suldij weten dat dese actie competeert den heere van den gronde die vrij
is, dair dieselve heere geen servitute op bekennen en wille ; ende de dominie van den
gronde is oirsake van deser actien negatoria, ende bij der possessien die de heere heeft
van denselven gronde, is genoch bij prescripcien geproeft ende blijckende zijn dominie,
ende en behoeft hem zijn dominie mits zijnder possessien niet voirder te preuven ;
mair wairt dat hij dairaf in geen possessie en waire, soe behoeft hem wel ende bij
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 24 127
expresse zijn dominie te thoenen. Ende hieruuyt hebdij een voirdeel van der possessien,
want die possesseur wort gepresumeert heere van den gronde sonder ander prueve ;
ende noch heeft hij een ander voirdeel, dat is dat hij niet en derf zijnen adversarijs setten
ennige caucie, mair zijn adversarijs moet hem caucie setten dat hij hem zijn possessie
niet en sal beletten noch turberen, hangende den gedinge.
Item, noch suldij weten dat dese actie negatoria statgrijpt int heffen van den
thienden ; ende moigt in desen formeren u libel aldus :
" Andries seegt dat die thiende van sulcker plaetzen hem toebehoiren, als heere
ende bijna heere, Simon ontheft hem dieselve thiende, hoewel hij geen recht dairtoe
en heeft, versuect dairomme dat hij gecondempneert ende bedwongen wordde die niet
meer te heffen, mair die hebben ende heffen late den voirscreven Andriese, dijen
die toebehoirt, hem opleggende zijn costen in desen saken gehadt, ende dairtoe zijn
scaden en interest geleden, die hij exstimeert weert zijnde X pondt, ende die hij noch
lijden sal ter taxacien van den hove. "
Item, noch suldij weten dat gelijckerwijs die actie confessoria gegeven wort alsoe
wel tegen den besittere als tegen dengeenen die niet en besit, soe doet insgelijcx dese
actie negatoria.
Item, noch suldij weten datter zijn ennige servituten negative, als niet hooger te
tymmeren, geen licht te benemen ende dijergelijcke ; ende in deser servituten wort
possessie gecregen, die geheeten is bijna possessie, met eenen verbiedene, mits den
gedooge van den adversarijs, als ic hem dat verbiede, want al bleve dat huys staende
sonder hooger getymmert te wordden duysent jair eer ic hem dat verbode hooger te
tymmeren, ic en soude niet wesen in de bijna possessie van der servituten. Andere
zijn rechten ende servituten affirmative, als te mogen gaen oft varen over eens
anders erve ; ende dairaf en wort geen possessie gecregen met eenen wercke alleene,
mair behoeft gecontinueert te zijne ten minste XXX daigen, tenwaire dat tgebruyc van
der servituten niet en waire bij maniere van faculteyten, soe soude die bijna possessie
geinduceert wordden metten iersten wercke ; ende die servitute wort gehouden niet
alleene bij hem selven, mair bij elcken die die aenvangt, al wairt ter quader trouwen.
Item, noch suldij weten, eest dat u int gebruyc van der servituten belet gedaen
wort, dat ghij dijer niet gebruycken en moigt, hetzij dat men die doere sluyte oft eenen
thuyn oft grafte in den wech sette sonder recht, soe seggen ennige doctoren dat ghij
dat belet niet en soudt mogen sonder recht afdoen, andere zeggen ja.
XXIIIIe CAPITTELE
VAN DEN ACTIEN PERSONELEN, ENDE HOE ZIJ HUER DEELT
IN ACTIEN CRIMINELE ENDE IN ACTIEN CIVILE
[1] [Van der actien personelen.]
Actie personele is een actie, dair een mede vervolgt op eenen anderen zijn recht, in
saken van misdaden ende vercortenissen, oft in saken van verbintenissen, hetzij dat die
128 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
spruyt uuyt contracte oft bijna als uuyt contracte. Ende dese actie personele, soe boven
geseyt is in[t] VIIe capittele, volgen den persoen te zijn geobligeert, welcke obligacie coemt
uuyt een van IIII manieren : oft uuyt contracte, gelijck coopinge, vercoopinge, leeninge,
hueringe etc. , oft bijna uuyt contracte, als actie van bevele, van tutelen, van saken te
voirderen etc., oft uuyt delicte, als actie van dieften, van scaden, van injurien etc.,
oft bijnae uuyt delicte, als actie van uuytgieten etc. Ende aldus is obligacie moeder
van actien ; ende dat contract oft bijna contract, delict oft bijna delict is moeder van
der obligacien. Ende dese actie personele deelt huer in twee leden ; deen let is geheeten
actie criminele, ende dander is geheeten actie civile ; van welcken twee leden van actien
personele bij oerdene hierna wat geseyt sal wordden, ende ierst van der actien criminele
ende hoe die gedeelt is, ende voirt van hueren specien, ende dairnae hierachter, int
CLIIe capittele, sal ic u seggen van der actien civile.
[2] Van der actie criminele, ende hoe zij huer deelt.
Actie criminele is te hebbene sake ende recht eenen anderen te vervolgen van
ennigen feyte, wercke oft overdaet, dairaf dat hij sculdich waire te lijden ende te
hebben punicie van den live, oft van ennigen lede te verliesen, oft gebannen te
worden uuyt enniger stadt oft lande op te verbuerte van zijnen lijve oft verliese van
ennigen van zijnen leden, oft gestelt te worden op een kake oft pellorijn, oft geteekent
te worden met brande oft anderssins met eenen openbairen teekene, oft die bevonden
ongelovich te zijn oft te hebben gevalscht ennige brieven oft zegelen, oft die
gevonden wort trayter ende verradere tegen zijnen rechten heere ; want alle alsulcke
wercken zijn geheeten overdaden ende criemen, na denwelcken men seegt dat wort
actie criminele. Ende es te seggen crieme alle misdaet die weerdich is gestraft ende
gecorrigeert te worden ende daironder wort begrepen alle misdaet die uuyt opsette
procedeert ; maleficie is te seggen een quaetdaet, zoe men seegt dat injurie is een daet
die met onrecht geschiet ; ende een exces is een overtredinge des rechts ; ende een delict
is generalijc alle misdaet, hoe die gedaen wort, hetzij in woorden oft in wercken.
Item, hier suldij weten dat men principalijc vijndt tweerleye manieren van crieme
oft misdaden, te weten, criesme oft misdaet capitael ende criesme oft misdaet niet
capitael. Criesme oft misdaet capitael is geheeten alle overdaet, dairaf dat men sculdich
waire te ontfangen de doot bij justicie, oft iemende te deporteren ende euwelijc te
bannen oft te proscriberen op zijn lijf oft op zijn hoot oft opte galge, oft te
condempneren euwijlijc in een minere oft cuyl van metale te arbeyden ende te
wercken, oft aen te doen dijergelijcke correctien, want die allegairder equipollent
zijn metter criesme capitael.
Item, noch suldij weten dat van den criesmen oft misdaden capitael ennige zijn
geheeten criesmen capitael openbair ende publijc, als misdaet van der gequetster
hoogheyt, van overspeele, van homicidien oft dootslage, van paricidien, van gemeyn
goed te zijnen properen oirbaire te bekeeren oft te stelen, van simonien ende heresien,
van vrouwencracht, van fortsen ende gewoude gewapenderhant, van sacrilegien, van
valscheiden, van vergiffenissen, van moorde ende dijergelijcke ; ende zijn geheeten
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 24 129
misdaden publijcque, want een iegelijck mach die wroegen ende accuseren voir recht.
Andere zijn geheeten privaet, om deswille datter niement af accuseren en mach voir
rechte dan dijen dat aengaet ; ende zijn dese : actio furti, bonorum vi raptorum, quod
metus causa, unde vi, uti possidetis, utrubi, quod vi aut clam, actio iniurie, actio legis
Aquilie, actio in factum si quadrupes pauperiem facisse dicetur, expilate hereditatis,
stellionatus et abigeatus. Ende als men van desen criesmen, die privaet zijn, imponeert
pene van gelde oft ennigen cleynen dwanc van den live, soe zijn zij privaet niet capitael.
Ende ghij sult weten dat in den geestelijcken rechten, geen criesme oft misdaet en is
privaet; ende dit is een van den ondersceyden tusschen die geestelijcke rechten ende
die weerlijcke rechten.
Criesmen oft misdaden, die niet capitael en zijn, dat zijn misdaden, gelijc men
seggen soude misdaet van valscheyden in sommigen zijnen specien, misdaet van
corrupcien des richters in sommigen specien, misdaet van dieften in ennigen specien,
misdaet van dorperen ende quaden vileynen eedt te doen, dairom men den misdadigen
op kake stelt, misdaet van sceldingen ende quaden diffamacien gedaen bij clappeyen ende
cauwetsteren, die men den steen om den hals doet dragen, misdaet van simpel sortilegie,
dairaf men den misdadigen pleecht te myteren ende opte kake te setten, misdaet van op-
ten princen oft wetten te spreken ontamelijc, dairom men den misdadigen pleecht een
oepene teeken te geven in zijn wanghe oft int aensicht, misdaet van valsche kennisse te
dragen in ennigen specien dairaf men die lieden pleecht bijwijlen die vingeren af te
houden, bijwijlen eenen geloeyende slootel aen heure wange te drucken, misdaet van
injurien in ennigen specien ende dijergelijcke misdaden, diewelcke, hoewel zij niet
capitael en zijn, zoe behoiren zij nochtans met ennigen cleynen dwanghe int lijf
gepunieert te wordden sonder dooden ; want punitie van misdaden is bij den rechten
gevonden om te dwingen ende te wederstaene den quaden wille van misdadigen, die
andere vercorten ende veronrechten willen met heuren quaden ende ongereguleerden
wille ende manieren van doene ende anderssins, hoewel nochtans een richter die punicie
van misdaden altijt sculdich is te doen met ontfermerticheyden ende die te volbrengen
metten saechsten wege van rechte dat hij can, want justicie sonder misericordie is al te
onmenschelijcken ende onkerstelijcken dinc ende sake, ende dairomme is wel van noode
dat men, om goede justicie te doene ende oic die misdaden wel te punieren, hebbe
richters die wijs, discreet, gematich ende niet te zeer fel oft wreet en zijn.
Item, hier suldij weten dat de criesmen capitael, stucken ende punten, dairomme
men mach wordden ter doot gecondempneert oft gepunieert met exilien, prescripcie,
euwige banne oft anderen saken equipolent metter doot, zijn dese, te weten, dootslage
van menschen uuyt heeten bloede oft uuyt opsette met coelen bloede gedaen.
Item, parricidium, dat is, dair iement zijn vleesch ende bloet dootslaet.
Item, sacrilegie, dair iement kerckelijc ende gewijdt goet neempt oft rooft.
Item, die hem pijnt te ontscaken een nonne, oft vleeschelijcke bekent ende te wive
trouwt, comende te wercke.
Item, ontscakers ende raptoers van maagden, weuwen ende geestelijcken vrouwen,
ende diegeene die hem hulpe ende bijstant doen.
130 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, ongelovigen van herezijen, soe verre die niet weder en comen en willen totten
heiligen gelove.
Item, openbair ende famose dieve.
Item, die misdaet van gequetster hoogheyt, die men heet in latijne crimen lese
maiestatis, dwelc in veele manieren mach gescieden, soe ic nae verclaren sal.
Item, wicheleers ende toverneers.
Item, die hem metten wijgeleers ende toverneers behelpen.
Item, plagearins, die andere lieden kijnderen steelen.
Item, valsche munters.
Item, sedicie ende muterie te maken, ende tvolc in rumore te trecken.
Item, die een valsch ende famoes libel maict tegen eenen anderen tot zijnder
verscemenissen, tegen die wairheyt.
Item, die iements huys oft coren verbarnt.
Item, die eens anders beesten steelt.
Item, die gewapenderhant eens anders huys, steden oft slooten bespringen, breken
oft spolieren.
Item, die quade fenijnen ende verghiffenissen maken ende vercoopen ende venijnige
medecinen, confectien ende medicamenten, desgelijc die gevruyndt oft verrot oft ongans
vleesch, wetens ende willens, vercoopen.
Item, transseneerders ende moortbranders.
Item, verraders ende toebrengers dat ennich volck oft iement in sijnder vianden
handen valt oft verslagen wort.
Item, die ennige gevangenen wapene brengt, om uuyt te breken oft om hem selven
te dooden.
Item, een wijf die huer selven [van] kijnde verlicht ende de vrucht verworpt.
Item, een verspieder van den vianden, uuytgesonden om te verspyen.
Item, een soudenier oft man van wapenen, die sijn harnasah vercoopt oft bercht.
Item, die des pauws brieven valscht.
Item, die, in den strijde oft storme, des princen oft capitains gebodt ende bevel
niet en hout.
Item, die der stadt mueren breeckt oft overclimt.
Item, die, in een heer, onder tvolc van wapenen beruerte maict.
Item, overspeelders ende buggers.
Item, die iemende dootslaen oft vermoorden.
Item, die hem anderwerf doet doopen.
Item, die een heymelijck vergaringe maict om een muyterije te stichten in een stadt.
Item, die afgoden, sterren oft planeten aenbeden.
Item, die bij sijns selfs auctoriteyt yemende van der kercken neempt oft pijnt te
te nemen, die de vrijheyt derselver aangedaen heeft, want hij committeert die
criesme van der gequetster hoogheyt, uuytgenomen in sommigen punten, dairaf ic hierna
breder verclairen sal.
Item, die God den scepper blasphemeert.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. 1, CAP. 24 131
Item, die sijnen capiteyn in den strijde niet en dient noch en helpt oft beschudt.
Item, diegeene die gebannen is in enniger plaetzen oft eylande te blijven ende
dairuuyt loopt.
Item, die zijnen heere in den velde ende uuyten strijde ontvliet, dair dandere blijven
staen, oft dijet secreet van zijnen heere den vianden openbairt, oft die zijnen
medecampioen in den strijde met opsette quetst ende wont.
Item, die hem selven met opsette pijnt doot te steken.
Item, verraders, ende die totten vianden overtreden.
Item, die wachters van den strijde oft van den heere, die ewech loopen.
Item, een slave die milicie excerceert.
Item, die zijn handt in gramscapen slaet aen sijnen capitaen.
Item, die bij sijns selfs auctoriteyt eenen privaten kercker oft gevangenisse maict,
dair hij ennige luden inne gevangen houdt, heymelijc tegen hueren danck.
Item, dijet tsheeren gevangenisse breeckt.
Item, die vreede ende pays breect ende turbeert.
Item, die dieve ende roovers wetende herbercht, ende met hem deelt int genomen
goet, ende die hem hulpe ende favoer oft bijstant doen om te steelen oft te rooven.
Item, die metten vianden tracteert de doot van zijnen vrient oft vrienden.
Item, officiers die tgemeyn goet ontrekken, ende alle diegeene die hem hulp ende
faveur doen.
Item, een slave oft serf die valscheyt doet.
Item, serf oft slave die violencie doet.
Item, een wijf die huer van eenen serf oft slaven laet becruypen.
Item, een joode die eenen andere joode beschermt tegen den kersten, dijen geerne
bekeeren soude totten kersten gelove.
Item, een jode oft ongelovige die eenen kerstenen slave coopt om zijn te zijn.
Item, die de vianden ennige wapene oft geweere vercoopen.
Item, die engienen ende artillerijen, vitalijen ende vrachten, die men ten heere
wairt vuert, nemen, rooven oft pillieren.
Item, poytiers ende hoerenboeven die om der cleerderen ende cleynodien wille, oft
mits andere gewijnne, de jonge meegden oft gehoude vrouwen trecken ten hoerdome int bordeel.
Item, die ennige manne oft vrouwen teeten geeft ennige substancie om geen
generacie oft kijnderen te gecrijgen oft te bairen.
Item, die eender vrouwen teeten oft te drincken geeft, omdat zij van eenen dooden
kijnde geliggen soude, dwelc in den lichame levende was, want dese wort extra-
ordinarijs gepunieert.
Item, die geestelijc goet ende heilichdom ende reliquien van heiligen vercoopt.
Item, die ennige dijcken van rivieren ende wateren breect, want dese sal men
verbernen.
Item, die geoerdende cleederen draigt in vituperien ende lachtere van der religien.
132 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, een richter die zijn gevangenen bedriechgelijc dairtoe brengt dat hij tegen die
wairheyt iet soude kennen ende lijden, dairomme dat hij sterven soude oft onsculdichlijc
ter doot wordden gebracht.
Item, een medicus die iemende castreert.
Item, die die wijngaerden heymelijc verderven oft de vruchten int velt ; ende dese
heeten populatores agrorum.
Item, die richter, die iemende valschelijc heeft ter doot gecondempneert.
Item, die valsche getuygenisse gedragen heeft, dairmede dat iement ter doot
verwijst is geweest.
Item, die iemenden pijnt te ontleyden uuyter religien.
Item, die dat heylich cruys oft Gods beelt scrijft opter eerden, omdat dat metten
voeten soude getreden wordden.
Item, die quade sacrificien doen.
Ende in allen den voirscreven punten ende gelijcke criesmen, opdat mense bevijndt,
valt ende coempt punicie ende condempnacie totter doot.
Item, hier suldij weten dat alle die voirscreven misdadige zijn sculdich gepunieert te
wordden van den drossaten, ampluyden ende officieren van der plaetzen ende
provincien, des macht hebbende, ende niet van ennigen anderen privaten personen,
uuytgenomen van sekeren personen hiernae volgende, te weten, dat een privaet
persoen mach eenen dief, die, bij nachte, tsijne ontdraight ende dairmede vliet, dootslaen,
desgelijcx eenen dief die dat bij daige doet, soe verre hij [hem] metten live ter weere sedt
ende met geruchte.
Item, is wel geoirlooft den man te dooden den overspeeldere, dijen hij bevijndt
binnen zijnen huyse die adulterie ende dat overspel doende.
Item, desgelijcx mach die vader dooden den overspeelder, die bij bevijndt bij zijnder
dochter liggende, ende oic zijn dochter.
Item, het is oic wel geoirloft den vader te dooden dengeenen die hem oft zijn
dochter wille turperen.
Item, het is geoirlooft den gehouweden man eenen anderen, dair hij vermoede oft
suspicie tegen heeft van overspeele van zijnen wijve, te mogen drijewerf verbieden dat
hij tegen huer nyet en spreke ende dat hij bij heur niet en verkeere, ende eest dat hij
dairnae dijen vijndt in oirconden van getuygen bij sijn wijf, hij machen dootslaen.
Item, een heere mach zijnen serf oft slave dootsteeken, bevijndt hij dijen bij zijnen
wijve oft dochter om dairmede te hebben lichamelijc geselscap.
Item, het is u geoirloft den geenen van u (a) te weeren, te quetsen, te slaen
oft te dooden, die u met grammen moede ende met eenen uuytgetrockenen messe
coempt oploopen om u te dooden, indijen ghijen terstont quetst oft doosteect, want
ghij wordt gepresumeert dat te doen in bescermenisse van uwen live, want men mach
sulcken gewout met gewoude wederstaen.
a. u, in hs. : vuyt.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT DL. I, CAP. 24. 133
Item, men is sculdich te dooden die overloopers ende luden, vliende ten vianden
wairt.
Item, het betaemt den maghen, vrienden ende monboeren van maeghden ende
weuwen te dooden die ontscakers ende raptoers derselver ende die hulperen ende
fauteurs van denselven ontscakers ; ende is een raptoer geheeten, diegeene die [e]en
vrouwe met crachte neempt.
Item, een vader oft oudevader mach dooden dengeenen die sijn kijndt oft neve
pijnt dood te slaen. Desgelijcx is dit geoirlooft den man in beschermenissen van
zijnen wive, ende den wive in bescermenissen van heuren manne, buytten gerichte.
Item, het is georloft te dooden die verdervers, roovers ende depopulateurs der
velden, der wijngaerden, die de malicie ende scult wach te defereren.
Item, het is georloft den zoone ter bescermenissen van zijnen vader oft oudevader
eenen anderen te dooden.
Item, desgelijcx voir de bescuddenisse van zijnen broeder oft van zijnen geselle oft
van zijnen lande, stadt oft dorp, huys oft sloote ; desgelijcx moerdeners, straatrovers (a)
ende zeerovers, die op u comen om u dat uwe te nemen oft u te dooden.
Item, het is georloft den kijnde ten bevele van zijnen vader te dooden den man
die bevonden wort overspel doende metten wijve van zijnen vader.
Item, het is georloft te dooden voir de bescermenisse van den heiligen kersten
gelove.
Ende dese voirscreven dingen zijn te verstaen te mogen gescieden, alsoeverre
als die gedaen wordden terstont ten tijde der (b) aenveerdingen der misdaet, ende eer hem
iement keert oft diverteert tot ennigen anderen wercken, ende met goede moderamente
der saken, ende tot bescermingen ende bescuddenissen meer dan tot wraken. Want
gebuerde dat bij intervalle van tijde, het soude schijnen dat dat gedaen wordde uuyt
wraken, welcke wrake te doen behoirt totten den richtere ende officieren ter steden,
plaetzen, landen, dairtoe gemechticht ende gecommitteert om dat bij justicien uuyt te
te richten.
Item, noch suldij weten dat regulaerlijc niement hem selven rechten en mach noch
eenen anderen offenderen oft misdoen, mair dese regule faillieert in sommigen stucken.
Ierst, want het is wel georloft dat een mensche van sijns selfs auctoriteyt eenen
heretijcken mensche zijn goet nemen mach, mair niet dooden bij zijnder auctoriteyt,
tenwaire voir tgelove, oft zijn wijf, kijnderen oft goet te bescudden soe boven verclairt is.
Item, het is geoirloft dat een privaet persoen bij zijns selfs auctoriteyt aantasten
mach eenen valschere van der munten, ende dijen den heere leveren, desgelijcx eenen
nachtroovere, eenen toovernere, eenen fenijnmakere.
Item, het is mij georloft bij mijnder auctoriteyt in mijn possessie ende goet te
treeden.
Item, bij overdrage tusschen partijen mach een man bij zijnder auctoriteyt wel
possessie nemen.
a. straatrovers, in hs. : staetroveners. - b. der, in hs. : dair,
134 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, mijnen debiteur oft sculdenere, mij ontlopende, mach ic aentasten ende den
richtere leveren.
Item, mijnen pachtenere die mij niet en betailt mijn pensie, mach ic na den ouden
rechten bij mijnder auctoriteyt uuyt mijnen goeden setten ende expelleren.
Insgelijcx dengheenen die mij faytelijc gespolieert heeft van mijnder possessien,
mach ic wederom spolieren.
Item, het is geoirloft de momboer ende curateur bij zijnder auctoriteyt inne te
behouden alsoeveele als hij geleent oft verleet heeft voir den weesen oft adulten(a)
onder zijn administracie zijnde, voir de costen die hij gedaen heeft in die goeden zijns
meesters.
Item, den wijncoopere is georloft den wijn uuyt te ghieten naedat hij den
coopere dijen versocht ende gedenuncieert heeft om dijen te aenveerden, opdat hem
gelieft.
Item, het is geoirloft eenen clooster hueren religioes die geapostateert (b) heeft, oft
eenen uuytgeloopen monic te vangen [ende] te bedwijngen.
Item, het is oic georloft dobbelers te offenderen zonder verbuerte in sommigen
gevallen.
Ende dese voirscreven punten zijn speciael in den rechten, hoewel regulari[s]lijc hem
selven niement rechten en mach noch eenen anderen offenderen.
Item, noch suldij weeten dat na den rechten van Lombardijen sommige punten zijn,
dairinne dat een persoen wort gecondempneert te verliesen een lit, als een serf die
zijnen heere ontloopt tot zijnen landen, te weten, te barbarijen oft heydenissen wairt,
van dair hij is.
Item, in den tollenere ende ontfangere van den tributen valscheyt doende in zijnder
officien, die oic zijn hant verliest na den rechten van Lombaerdijen.
Item, desgelijcx die de munte valscht.
Item, die vredebrekende (b) eenen anderen quetst sonder dooden, die oic zijn handt
aldair simpelijc verliest.
Item, selve in den dieff, want mits der ierster dieften verliest hij zijn ooge, mits
der IIer verliest bij zijn noese, ende mits der derder dieften wort hij gehangen aen den
bast. Mair die punicien van desen stucken behoeven gedaen te zijn van der officieren
wegen dairtoe gecommitteert, ende niet van den privaten personen.
XXVe CAPITTELE
VAN DER MISDAET ENDE CRIESME VAN GEQUETSTER HOOGHEYT
Om dan voirt te continueren de materie van den criesmen, excessen, delicten ende
misdaden die capitael ende publijc zijn, soe suldij weten, in den iersten, dat zoe wije
a. adulten, het hs. had oorspronkelijk : adultere, een latere XVIe eeuwsche hand heeft dit verbeterd
tot : adulten. - b. geapostateert, in hs. : geapostoteert. - b. vredebrekende, in het hs. : vredekekende.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 25 135
gecondempneert is van sulcker misdaet, die is infaem, ende en mach geen getuygenisse
dragen, mair wort bij den rechten dairaf gerepelleert. Ten anderen male, soe sal ic u
van desen openbairen criesmen ende van hueren punicien wat verclairen, ende ierst van
der criesme van der gequetster hoogheyt.
Criesme van der gequetster hoogheyt.
Dierste maniere van criesme capitael is die criesme van gequetster hoogheyt, ende
in desen misdaet vallen die verraders van hueren prince ende gerechten heere, die hem
uuyten velde ontrecken ende zijnen viandt victorie geven, die ennige steden, slooten oft
plaetze innemen oft behouden tegen zijnen danck.
Item, die hem onderwijndt aen te nemen ennige magistreyt, capitainscap, officie
oft regiment over des princen ende hueren ondersaten, sonder zijn consent.
Item, die tusschen die vrienden van zijnen prince viantscap maict.
Item, die ennige steden oft gemeynten stelt uuyter gehoirsaemheyt van hueren
prince.
Item, die tsegen des princen gebot zijn ghijselers, dat zijn personen die hem in
vestenisse van ennigen bestanden oft tractaten gesonden wairen, dootsloege, oft die dat
magistraet, dat is den principalen officier, oft de wet in een stadt dootsloege, oft die
hem tegen zijnen gerechten heere wapent, oft die den vianden van den prince teeken
doet oft brieven scrijft oft toeschiet om zijnen prince ende zijn volck te hinderen, die
beruerte in een stadt maict ende solliciteert tegen den prince.
Item, noch suldij weten dat de misdaet van der gequetster hoogheyt die begaen
wort, alsoe wel in der lesien ende quetsingen van anderen princen als van den oversten
prince, mair niet in der quetsingen van eenen tyranne, want een tyran en heeft noch
natuerlijcke noch wittige heerscappie ; ende van desen criesmen ende misdaet mogen
accuseren lieden die serf ende infaem zijn.
Item, die gewroechde van deser misdaet wordden ter bancken ende pijnen gestelt
hoe edel oft groot dat zij zijn, ende selen gepijnt wordden metten coorden ende met
voirgaenden indicien oft presumpcien.
Item, niet alleen die persoen, die tegen den prince misdoet, en valt in dese misdaet,
mair oic zoe wije dat misdoet tegen zijn parlement, tegen zijnen raide ende zijnre
wetten, want zij een deel van den prince zijn.
Item, dese misdaet en wort niet begaen bij dengeenen die geen ondersaete en es.
Ende die pene ende punicie van deser misdaet is, dat niet alleene de misdadige gepunieert
en wort ter doot, mair zijn kijnderen wordden gepriveert ende gespolieert van sijnder
successien ende goeden, alleenlijc huer nootdorft houdende ; ende tselve is in der misdaet
van heresien, ende dat is speciael, want anders de misdaet van den vader en can den
kijnde niet gehinderen. Ende van dese criesme en es geen wet sculdich de kennisse te
hebben, dan alleene de prince ende sijnen raidt dairtoe gecommitteert.
Ende in deser actien van gequetster hoogheyt suldij formeren u libel aldus:
"Andries seegt tegen Wouteren, dat Wouter heeft gemachineert ende opset
gemaict om den prince ter doot te brengen, quetsende alsoe zijn hoogheyt, versuect
136 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
dairomme dat bij wordde gecondempneert zijn hoot te verliesen ende zijn goet
verbuert, hem offerende deselve Andries ad penam talionis in dat te thoenen ende te
proeven."
Item, bij deser misdaet zijn gehouden alle diegeene die hulpe oft raidt geven tegen
den prince zijn landt oft zijn stadt; ende mach dese actie wordde[n] geintenteert
na de doot om der verbeurten wille zijnder goeden, mits der misdaet.
Item, vrouwen mogen van deser misdaet accuseren ende oic geaccuseert wordden.
XXVIe CAPITTELE
VAN DER CRIESMEN VAN OVERSPEELE ENDE ADULTERIEN
Die tweeste criesme capitael is adulterie oft overspel, als een man, hij zij gehouwet
oft ongehouwet, lichamelijc bekent een gehouwet wijf ; ende al bekent een gehouwet
man een ongehouwet wijf, hij committeert adulter[i]e want hij bevlect zijn wittich wijf ;
ende desgelijcx wederomme, bekent een gehouwet wijf eenen ongehouden [!] man, zij
committeert adulterie, want zij bevlect hueren getrouden man.
Item, noch suldij weten dat, als een man een maigt ontset van hueren maighdom
buyten wittigen huwelijc, dat is geheeten in latijne stuprum ; ende is hij gehouwet, het
is adulterie ; zijn hij ende zij beyde ongebonden, soe heet dat simpel fornicacie ; ende in
deser misdaet van adulterien wort die man geprefereert den vader om te accuseren,
ende oic alle vreemde persoonen die voir hem comen.
Item, een wijf mach tegen hueren man excipieren dat hij oic overspel heeft gedaen.
Item, dat hijse totten overspeele gestelt ende overgelevert heeft.
Item, dat hijse wederomme heeft reconsilieert, gehadt, ende bekent.
Item, een wijf wort geexcuseert, eest datse fortselijc ende bedriegelijc van iemenden
bekent wort, meynende dat huer man hadde geweest.
Item, eest dat zij eenen anderen man heeft getrouwt, meynende dat huer man doet
hadde geweest.
Item, die punicie van den adulterant is de doot, ende dwijf wort gecloostert.
Item, die man accuserende zijn wijf van adulterien, en derf hem niet inscriberen
ad penam talionis.
Item, hij wort geaccuseert met deser actien, die een maight met crachte ontset ende
stupreert. (a)
Item, die zijn huys dairtoe leent om overspel te doen, ende een maight met
machten te defloreren ende tontsetten.
Item, een momboer die zijn weeze ontset zonder huwelijc.
a. stupreert, in hs.: strupreert.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 26-27 137
Item, een putier wort gepunieert van den hoofde; desgelijcx, die een vrouwe met
crachten neempt, zij sij maight oft gehouwet, oft ongetroudt oft de bruyt oft geestelijcke
jouffrouwe, ende des nemers goeden wordden nae recht der vrouwen geappliceert ;
desgelijcx wordden zij van den live gepunieert, die dair hulpe ende bijstant inne doen,
ende dese mogen elc maech oft momboer van der vrouwen, die alsoe genomen wort, in
der daet dootsteken sonder verbueren.
Item, incestus is als een sijn nicht oft zwagerinne oft geestelijcke joncffrouwe bekent,
ende [de]se wordden al gepunieert gelijc den adulterant.
Item, een monboer die zijn weese ontstelt ende dairmede contraheert, en wort niet
onthooft, mair in de stede van dijen wort hij gedeporteert ende verliest zijn goet ;
deporteren is te seggen in een plaetze oft eylandt euwelijc gebannen te sijn ende zijn
goet verbuert.
Item, een man die een openbair hoere oft slophoere bekent, die blijft ongehouden
van adulterien oft van stupre, om die snoetheyt huers persoens ende huers levens ; anders
is die punicie van den adulterant de doot.
Item, een wijf die huer onder de slave oft serf leegt, valt onder die sentencie capitael
die slave wort verbernt, ende huer kijnderen dairaf gecomen en succederen niet, mair
huer andere naiste maeghe.
Item, ende bij deser actien suldij formeren u libel aldus :
" Gheerdt zeegt dat in sulcken jaire, in sulcke maent, ende op sulcken dach Rate
zijn wijf dede overspel met Wouteren in sulcken huyse, versuect dat huer thoot
afgeslagen wordde."
Item, wildij meer bescheyts weten van den adulterie ende stupre, suect hiernae in
de actie van den interdicte de uxore deducenda marito.
XXVIIe CAPITTELE
VAN VROUWENCRACHT GEHEETEN RAPTUS
Item, die derde maniere van criesme capitael is vrouwencracht, dat is een
vrouwenpersoen hoedanich die zije, fortselijc te vercrachten ende te bekennen ; want die
rechten en willen niet dat een vrouwe, van wat condicien dat zij zije, wordde tegen
hueren danck bekent, mair die dat doet, verbuert zijn lijf.
Ende in deser actien suldij formeren u libel aldus :
" Simoen seegt dat Matheeus sulcken vrouwe vercracht heeft, oft raidt ende hulpe
dairtoe gedaen heeft, versuect hem onthooft te wordden ende zijn goede der
vercrachter vrouwen geappliceert te wordden, ende om dat te thoenen verbijndt
hem Simon ad penam talionis."
Van den momboer suldij aldus formeren u libel:
"Simoen seegt dat Mathijs zijn weese ontstelt heeft van huerder reynicheyt oft die
te wijve genomen, versuect dat hij wordde gedeporteert ende zijn goede geconfisqueert,
ende om dit te thoenen verbijndt hij hem ad penam talionis."
138 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Tegen dwijf, die onder hueren serf gelegen heeft, suldij u libel aldus formeren:
"Simoen seegt dat Beerte heur heymelijc oft openbair heeft gemengt ende lichamelijc
geselscap gehadt met N., hueren slave, versuect huer onthooft te zijn, ende hem gedoot
oft verbernt."
Tegen den putier, die zijn wijf laet adultereren om gemyet oft anderssins, suldij u
libel formeren aldus :
"Simoen [seegt] dat Wouter heeft zijn wijf laten ende gedoogen overspel drijven,
oft heeft zijn wijf, naedat zij overspel hadde gedaen, bij hem gehouden, ende den
overspeeldere dijen hij houden mochte, laten gaen, oft gelt dairaf genomen, versuect
dat hij wordde van den hoofde gepunieert."
Desgelijcx moegdij zoe ageren tegen dengeenen die zijn huys dairtoe geleendt heeft.
Ende van allen desen misdaden mach elckermale accuseren, want zij zijn publijcke
misdaden ; ende isser veele die accuseren willen, soe zal hij voirdeel hebben dat te doen,
die dmeeste interest dairin heeft, gelijc die man gaet voir den vader, die vader voir de
maghe, die maghe voir dandere ; ende behalven den man, soe moeten hem alle dandere
verbijnden ad penam talionis.
XXVIIIe CAPITTELE
VAN DER CRIESMEN VAN VERRADERIJEN, PRODICIEN OFT VERSPIEDINGEN
Item, die IIIIe maniere van criesme capitael is geheeten in latijne proditio, dats te
seggen, verraderie die iement doet tegen wijen dat zij, hetzij tegen zijnen heere oft
andere private personen. Ende al wairt soe dat die verradere uuyt waire geweest om
iement te dooden die van der quetsueren niet gestorven en waire, nochtans soe soude
die verspieder ende verrader gevallen zijn in de criesme capitael van prodicien, want
het aen hem niet en stont dat dander niet gestorven en waire. Ende in desen actien sal
men formeren dat libel gelijc in der actien van adulterien.
XXIXe CAPITTELE
VAN HOMICIDIE, DAT IS MANSLACHTE OFT
IEMENDE VAN LEVENDEN LIVE FAITELIJC TER
DOOT TE BRENGEN
Item, die Vste maniere van criesme capitael is geheeten homicidium, dats te seggen,
dootslachte ; ende deze actie is geheeten in latijne actio legis Cornelie de sicariis et
veneficiis (1). Ende dairaf is besculdicht ende gehouden elckermale die eenen mensche
(1) D. 48, 8.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 28-29 139
met liste ter doot brengt, in wat manieren hij dat toebrengt, hetzij met wapenen, met
venijne oft metten handen verworgende, hij zij vrij oft slave, hij zij onder zijn jairen
oft dairboven. Insgelijcx, diegene die heymelijc oft openbaer wandelt met eenen messe
ende met liste eenen anderen quetst, oft zijn wapene op hem trect ende zijn beste doet
om te quetsene in meyninge hem te dooden, al en doots hijs niet, want in sulcken lieden
wort den wille ende dat werck alleens geacht.
Item, noch valt in deser criesmen van dootslage een officier ende een richter, die
eenen innocenten, mits ghijften die hem gegeven ende gelooft wordden, oft mits
gramscappen, ter doot brengt oft verwijst.
Insgelijcx, diegene die wetens ende willens quaet venijn maict, oft iemenden geeft
om te dooden.
Insgelijcx, diegeene die valsch getuygenisse draigt, dairomme iement ontsculdichlijc
ter doot gecondempneert [wort].
Item, die iemende teten ende te drincken geeft, dair hij af sterven moet, ende dese
verghevers sal men thoot afslaen, tenwaire dat zij zeere znoode personen wairen, soe sal
men[se] den wilden ende wreeden dieren te veslijnden [geven], ende eest dat zij van
grooter weerden ende state zijn, soe sal mense bannen te wonen in een eylant. Ende es
alleleens trecht, weder zij selve iemende dooden oft zij sake geven der doot.
Item, die iemende seyndt duer eenen wech oft passaigie, dair hij weet dat
moordeners oft vianden liggen, omdat hij ter doot geslagen soude wordden.
Item, die auctoer ende toebrenger is van eenen belegge oft scipbrekinge.
Item, die eenen man oft een kijnt lubt om onsuverheyt dairmede te hanteren.
Item, die eender vrouwen wat teeten geeft, omdat zij huer vruchte doot baren
soude.
Item, die den man oft der vrouwen wat geven, omdat zij niet genereren en souden.
Item, een officier die iement wat doet lijden ende verkennen tegen die wairheyt,
dairom dat hij onsculdichlijc ter doot wort verwijst.
Item, een vrouwe die huer kijndt oft vruchte verworpen ende verdorven heeft.
Item, die eenen mensche dootslaet oft doet dootslaen, willens [ende] wetens, bij liste,
bij opsette, oft iet bij liste doet, dairomme dat een ander sterft.
Item, alle die dairaf geweeten, raidt oft daet dairtoe gegeven hebben ende
participanten dairinne zijn geweest, dese zijn allegairder sculdich van dootslage
gepunieert te wordden.
Item, nochtans suldij weten dat in ennigen gevallen ende saken oft stucken wel
dootslach gebuert ende gedaen wort van ennigen personen, die nochtans in geenen
dootslach gehouden en zijn, noch dairaf gepunieert en wordden, als in den kijnderkens
ende in den uuytsinnigen menschen, die dairaf niet ter doot gebracht en wordden.
Item, die eenen anderen dootslaet niet eender colven, slachballe oft anderen dingen,
bij ongevalle, sonder meyninge oft propoiste van hem te quetsen oft te dooden.
Item, een man die zijn wijf bevijndt in overspeele ende doot.
140 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, die eenen nachtroovere oft nachtdief ter doot brengt.
Ende generalijc in allen stucken dair iement eenen anderen dooden mach ter
beschermenissen van hem selven, van zijnen goede, van zijnen wijve, van zijnen vader,
moeder ende kijnderen, ende dijergelijcke dairboven af geseyt is geweest
Item, dronckenscap excuseert van dootslachte.
Item, zeer groote kijntsheyt ende sotheyt excuseert oic dairaf.
Item, oic suldij weten dat men veele personen vijnden mach die geenen dootstach
gedaen en hebben, ende die men totter doot mach condempneren, soe boven geseyt is (2).
Item, noch suldij weten, dat alle quade daet wort gepresumeert quaet ende quaet
gedaen, ende dairomme die onversien oft bij ongevalle, onweetens ende onwillens,
iemende ter doot gebracht heeft, die is sculdich bij te brengen dat dat bij gerechten
ongevalle gedaen is geweest, wille hij die punicie dairaf vlieden ende voirbij doen lijden.
Item, noch suldij weten, eest dat, in een gekijf ende twist van eender menichten,
iement gequetst zijnde sterft, soe sal men vernemen van een iegelijcx slach, ende can
men vernemen in der wairheyt wije den slach gaf, dair hij af starf, die sal alleen
dairinne gehouden zijn; ende eest dat mens niet vernemen en can, soe selen zij allegader
dairin gehouden zijn. Mair, soe voirscreven is, eest dat iement bij rechten ongevalle,
onversien, sonder scult ende sonder meyninge van quetsen oft dooden, eenen anderen
doedet, oft iemende, hem oploopende ende van hem weerende, doot, die es van den
dootslage ongehouden. Ende bij deser actien wordden verwonnen ende gepunieert alle
diegeene die iemende met venijne, met liefkensdrancke oft anderen toverijen van
vergeffenissen ter doot brengen, want tis quader eenen mensche met venijne te vergeven
dan metten zweerde te dooden.
Item, noch suldij weten dat oploop is eenen overdadigen aenganc met grammen
moede gedaen op eenen anderen ; ende wairt soe dat u iement opliep met grammen
moede, sonder mess, stoc oft wapene te treeken oft te vellen, oft al wairen die gevelt oft
getrocken, sonder u te quetsen, diegeene die dat dade, soude wordden gepunieert van
injurien ; ende wairt dat hij u ruerde, soe sal hij oic gehouden zijn te beteren van
injurien, ende die injurie sal geestimeert wordden weder zij groot, fel ende vehement is,
ende na de qualiteit ende wreetheyt der vehemencien van der injurien, sal die
condempnacie wordden gedaen, ende hieraf sal ic hiernamaels wat breder scrijven.
Item, eest dat een dootslach aventuerlijc ende casualijc gevalt ende onversien, ende
dijen geschiet in een van II manieren hiernavolgende, soe sal hij wordden gepunieert ;
ierst, als die factoer besich is op een ontamelijc dinc oft werck, ten anderen, eest dat hij
geene (a) dilligencie en adhibeert ; ende ter contrarien als hij goede diligencie doet ende
een tamelijc werck doet, zoe is hij ongehouden. Hier mocht iement argueren dat in den
boecke van Genesis in der Bibelen gescreven staet, dat Lamech meynende een beeste
doot te scieten, scoot eenen mensche doot, ende wert hem opgeleet tot misdaden.
Solucie : Lamech en dade geen behoirlijcke diligeneie, want hij blijnt was, ende dairom
a. geene, in hs. : goede.
(1) Zie blz. 133. - (2) Zie blz. 129.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 29 141
niet sculdich en was hem van den booghe te onderwijnden, ende soe en was hij niet
suver van misdaet.
Item, noch suldij weeten, eest dat veele lieden oploop doen teffens ende evengelijc
eenen mensche, soe sal elc van dengeenen die dat doen, gehouden zijn in die beternisse
van dijer injurien, want dair zijn zoe veele injurien gedaen als der injurierende personen
zijn, ende geen misdaet en sal blijven ongepunieert. Wairt oic zoe dat een persoen
alleen teffens ende evengelijc oploop [dade] veele personen, dieselve persoen die den
oploop hadde gedaen, en soude niet gehouden zijn te beteren dan van eenen ; want dair
niet dan eenen oploop en is gedaen, dair en cander niet meer gesijn. Hoe sal men dan
dijen voir meer gepunieren ? Want een en mach niet gedeelt wordden, gelijc een man
zije momboer van veele weezen, het en mach mair een momboer zijn, al eest dat der
weezen veele is ; oic sal ende is sculdich een richter te condempneren int myntste ende
suetste dat hij can. Mair, wairt sake dat de persoonen dijen den oploop was gedaen,
wouden elc bijsundere volgen bij ordinarijsen weegen van justicien ende met accusacien
om beternisse te hebben van der injurien, soe soude die misdadige elcken zijn injurie
moeten beteren.
ltem, wairt oic zoe dat iement eenen anderen opliepe, ende in dijen oploop quetste
ende wonde, soe en soude die oploopere geen beternisse doen dan van der quetsueren,
ende niet van den oploope, alsoeverre die quetsuere gebuert waire terstont na den
oploop, sonder merringe oft intervalle van tijde, ende soude in dijen gevalle dmeeste
dat mijntste wachdragen. Mair wair dat geschiet bij intervalle ende merringe van tijde,
soe soude hij beternisse doen van beyden, ierst van oploop, ende dairnae van der
quetsueren, want het dan schijnen souden te wesen verscheyden misdaden.
Item, noch suldij weten, wairt dat iement in evelen moede op u quame met
getrockenen zweerde om u te evelen, ende ghij beduchtende wairt dat hij u quetsen oft
dooden soude, treckt mitsdijen oic u zweert ende slaet hem dairmede om u selven te
bescudden, dat hij gewont sije oft dat hij sterve eer hij u gerake, ghij sult ongehouden
zijn van der beternissen van der quetsueren, ende oic van der beternissen van der doot.
Ende die redene is dese, want ten is niemende geoirlooft eenen anderen op te loopen,
ende niement en is sculdich te verbeyden dat bij geslagen wordde eer hij hem
verweerende wederom smijte, want het genoch is dat men hebbe de vreese ende
grouwel van der wapenen ende zweerden; ende betaemt in den weerlijcken rechten
eenen iegelijc hem selven te bescudden, ende soe wat iement doet ter bescuddingen van
hem selven dat schijnt hij rechveerdelijc te hebben gedaen, ende wat rechtveerdelijc wort
gedaen, en is niet sculdich gepunieert te wordden. Ende ghij sult weten dat ghij in desen
gevalle den oplooper van u setten sult met eenen slage sonder meer, tenwaire dat hij
dairna niet op en hielt, in welcken gevalle ghij denselven met uwen zweerde van u
keeren moigt tot drije reysen toe, ende ongehouden blijven van der quetsueren die ghij
hem geeft ; wair (a) langer dairbij gebleven, het soude meer mogen schijnen te zijn een
wrake dan een bescermenisse, tenwaire dat u emmer van noode waire meer te smijten
a. wair, in hs. : mair.
142 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
om hem af te setten. Ende tselve is oic te verstaene, al wairt dat ghij u bescudde met
wapenen tegen eenen die u opliepe (a) sonder wapene, alsoe verre als hij temael zeere
stercker waire dan ghij, ende evenverre ghij dat daet [!] terstont sonder intervalle oft
merringe van tijde. Desgelijcx soude oic mogen bescudden u goet, dair men u dat met
fortsen uuyt soude willen dringen, ende en soude u niet alleenlijc betamen dat te
wederstaene ende te bescudden terstont bij uselven, mair oic bij intervallen van tijde,
ende nyet alleenlijc bij uselven, mair oic bij vergaderingen van uwen vrienden. Mair,
wairt zoe dat iement ierst opgeloopen ende geslagen hadde ende dairnae vleede, ende
dat ghij hem in de vlucht naeliept ende quetste, ghij selt weten dat ghij dairaf soudt
sculdich zijn gepunieert te wordden, mitsdat schijnen soude dat ghij dat gedaen hadt
meer op wrake dan ter bescuddingen ende bescermingen van uselven. Ende, wairt dat
zij twee malcanderen gequetst hadden, ende elc van hen seyde dat die ander den iersten
oploop gedaen hadde, ende dat elc seyde dat hij hem tegen den anderen hadden moeten
bescudden, soe sal men ontwijvelijc mogen presumeren tegen dengeenen, die van hen
beyden die wairachtichste ende poorsamste is ende meest pleecht te vechten ende quaet
te doen ; want wije eens quaet is, wort gepresumeert altijt quaet te zijn.
Item, noch suldij weten, wairt dat een goet, zeedich man, staende ter goeder namen
ende famen, gaende zijns wechs in den velde oft in den bossche, wordde van eenen
roekeloosen mensche, zijnde van quader famen ende berucht van dootslage, transemente
ende roove, aengeveert om denselven te vermoorden oft tzijne te nemen, ende dat die-
selve goede man om hem te bescudden den voirscreven roekeloose (b) quetsede oft doode,
ende hij nochtans den oploop oft dat aenveerden van der roekeloosen ende quaetdoendere
niet gethoenen en conste dan bij zijnder eedt, zoe sal die zedige mensche, mits zijnen
eedt, sculdich zijn dairaf geabsolveert te wordden, mitsdijen dat wel betaemt dat men
eenen oploopere ende eenen moordenere in verweerene van den live wel dooden mach,
besundere want de voirscreven roekeloose was gewoon roekeloos ende quaet te zijn,
ende alsoe is die presumpcie van rechte tegen hem, ende dat hij zijn quaetheyt heeft
willen te wercke stellen, ende voir den goeden zedigen mensche is die presumpcie van
rechte dat hij niet gedaen en heeft dan hem verweerende, ende alsoe sal zijn goede fame
hem te baten comen, ende den anderen sal zijn quade fame hinderlijc zijn. Ende een
richter die van desen stucken recht heeft te seggen, die is sculdich neerstelijc te doersien
ende te ondersuecken die condicien ende qualiteyten ende persoonen, ende bovenal
tgeene des dairinne behoirt geadverteert te wordden, ende al mach den voirscreven
zedigen mensche proeve gebreeken van den voirscreven oploope, nochtans zal hem zijn
goede fame ende zijn sacrement, gemerct der quader famen van den anderen, dat
gebrec van zijnen thoene vervullen.
Item, noch suldij weeten dat, nae strengicheyt van rechte, hadde de roekeloose
mensche den voirscreven zedigen mensche geque[t]st in meyninge hem te doot te brengen,
ende hij nochtans van der quetsueren niet gestorven en waire, dieselve roekeloose
soude sculdich zijn als dootslagere te wordden gepunieert, mair nae gewoenten van
a. opliepe, in hs. : ontliepe. - b. roekeloose, in hs. : roekeloosde.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT, DL. I, CAP. 29 143
sommige plaetzen, soe eest anders ; want al eest dat iement eenen anderen quetst in
meyningen dijen doot te slaen ende dijen nochtans niet doot en slaet, hij sal alleen
gepunieert wordden van der quetsueren ende niet van den dootslage.
Item, hier mocht iement vragen oft enich mensche van eenen anderen wordde
opgeloopen ende gequetst, soedat hij langen tijt hadde te bedde ende sieck moeten
liggen, ende dairnae opgestaen waire, ende opte strate gegaen hadde, ter merct, ter
kercken ende elder, ende dairnae haestelijc gestorven waire, ende dan diegeene, die den
voirscreven persoen gequetst hadde, soude gepunieert wordden van dootslage oft alleen
van der quetsueren. Antwoirde hierop : oft die quetsuere was een dootwonde, en de in
sulcker plaetzen van den lichaeme, dair die dootwonden gelegen zijn ende die lieden
dairaf plegen te sterven, ende in dijen gevalle wort gepresumeert dat hij gestorven is
van dijer wonden, zoeverre die voirscreven quetsuere noch niet genesen en was,
tenwaire dat men geproeven conste dat hij van ennigen anderen accidente van venijne,
van v[e]ronweerene oft quader hoeden gestorven waire. Oft die quetsuere en was geen
dootwonde, noch in geen sorgelijck plaetze van den live, in dijen gevalle en wort niet
gepresumeert dat hij gestorven zije van dijer quetsueren, tenwaire geproeft dat ten
oicsuyne van ennige cortsen oft siecten dairtoe geslegen, hij bij redenen van derselver
quetsueren gestorven waire ; in welcken gevalle, hij van dootslage gepunieert soude
wordden, want het niet en verdraeght weder een den dootstach doet oft die sake geeft
van der doot, ende in desen gevalle sal men staen ten oirdeele van den medicijnemeestren
die over den gequetsten hebben gegaan. Ende ghij sult weten dat men, in gevalle van
der doot, geen gelove geven en sal dengheenen dijen den oploop gedaen is oft gequetst
is, seggende ende belastende eenen anderen die hem dat soude gedaen hebben, tenwaire
dat dat anderssins bij getuygen word geproeft.
Item, noch suldij weeten, wairt dat veele lieden tsamenspeelden, ende speelende
oft loopende deen den anderen sloege, die slager en sal dairaf niet gepunieert wordden,
alsoeverre als die lesie ende quetsuere cleyn is ende sonder voirdachticheyt gedaen ;
mair, waire dat gedaen uuyt quaetheyt ende met enniger wapenen oft messe, ende die
facteur seggen woude dat hij dat hadde gedaen in boerden ende in speele, dat en soude
hem niet excuseren, mair soude dairaf wordden gepunieert.
Item, hier mocht men vragen oft bij statute waire geordineert, zoe wije iemende
quetste in daensicht dat hij verbueren zoude C pont, ende wij[e] iemende quetste in der
straten, die soude verbueren dobbel broecke, ende soe wat faicte bij nachte geviele
dairaf souden alle die broecken dobbeleren, ende het dan gebeurde dat iement eenen
anderen in zijn aensichte quetste bij nachte ende opter straten, soe is die vrage oft die
facteur alle die penen gedobbeleert betalen sal, oft dat bij alleene sal gestaen metter
principaelder sommen van C pont te betalen ; dairop suldij weten voir een antwoirde
dat hij alle die penen ende broeken betalen sal nae de forme van den statuten die te
onderhouden zijn, alsoe die spreken, ende deen misdaet en sal dander niet afnemen.
Item, noch suldij weeten, wairt dat geordineert ende gestatueert waire dat van den
iersten oploop een mensche verbueren soude X sc., ende van der quetsueren L sc.,
144 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
ende van den dootslage duysent sc., ende het dairna gebuerde dat iement den iersten
oploop doende den anderen quetste dat hij dairaf storve, ende het soe waire dat alle
dese misdaden ende bruecken teffens ende tsamen gevielen, soe soude die misdadige
alleen gepunieert wordden van der meester misdaet, mits dat al mair een daet en scheen
te weesen; mair, wair dat dat gebuerde bij intervalle ende merringe van tijde, te weten,
dat hij ierste oploop hadde gedaen ende dairnae, een wijlken tijts, gesteken hadde, hij
soude van al ende van elcken bijsunder gepunieert wordden ende moeten beteren.
Item, soe wije eenen anderen quetst die hem selven niet en wille doen meesteren
noch doen hueden, dwelc oft hij gedaen hadde, hij niet en soude gestorven hebben, die
facteur en sal niet gepunieert wordden noch gecondempneert van der homicidien, mair
alleenlijc van der quetsueren, alsoeverre als dat blijct bij II getuygen ; desgelijcx soudt
oic wesen, soe ennige rechten meynen, wairt dat die gequetste storve bij der impericien
ende ongeleertheyden van medecijn[s] ende cirurgijns.
Item, eest dat een persoen houdt den anderen staende metter heyken, cleederen oft
metten armen uuyt arge ende met liste, ende een andere coempt ende quetsen, ghij sult
weten dat zij beyde der daet sculdich zijn, want geen onderscheet en is weder een den
dootslach doet, oft die sake geeft ter doot.
Item, tselve is in dengeenen die met archeyden ende met liste, wetens ende willens,
hulpe doet, om dat malificie te voirderen.
Item, in dengeenen bij wijens innegevingen die overdaet wort gedaen.
Item, in dengeenen, die met argen ende quaden liste die wapene oft zweert geleent
heeft, oft die leederen oft hameren om dat quaet te doen.
Item, in dengeenen, die eenen anderen heeft gepersuadeert tfayt te doenne.
Item, insgelijcx in dengeenen, die zijn huys leendt om overspel te drijven, want het
is een regule in rechte dat de doenders ende consenteerders evengelijc worden
gepunieert, soeverre dat beyde geschiet uuyt archeyden ende bij quaden liste. Ende
tselve wort geseyt van dengeenen die dat beveel geeft om dat maleficie te doen ; mair
eest dat iement raidt geefft totten maleficien, ende die facteur niet en soude gelaten
hebben dat te doen sonder dijen raidt, soe en sal een van dijen raide niet gehouden zijn ;
mair wairt soe geweest dat hij dat niet en soude gedaen hebben gehadt, evenverre hem
den raidt niet en waire gegeven geweest, soe sal een van denselven zijnen raide
wordden gepunieert.
Item, noch suldij weten, wairt dat Jan, in eenen oploop op hem gedaen, waire van
veele lieden gequetst, ende men seggen woude dat hem Wouter dat gedaen hadde, ende
de voirscreven Jan seggen woude dat hem een andere dat gedaen hadde, ende hij dat
woude thoenen, hij sal dairop gehoirt wordden. Desgelijcx, soe sal de voirscreven
Woutere dijen men dat opseggen wille. Ende, wairt dat Jan, in der manieren voirscreven
gequetst zijnde, storve, ende iement seggen woude dat hem dat toecomen waire van der
wonde ende steeke des voirscreven Wouters, ende deselve Wouter thoenen woude dat
den steeck bij hem gegeven, gevallen was in sulcker plaetzen van den live des
voirscreven Jans, dat hij van sulcker quetsueren nyet en mocht gestorven zijn, ende hij
niet thoenen en wille dat iement anders dan hij, die dootwonde gegeven heeft in een
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 29 145
andere plaetze van den live, dair een dootwonde gelegen is, nochtans sal de voirscreven
Wouter tot zijnder innocentien geadmitteert wordden dat te mogen thoenen, ende dat
gethoent zijnde, ongepunieert blijven van der doot, mair sal wordden gepunieert van
der quetsueren ; ende dijen thoen sal hij doen met getuygen oft metten medecijn- oft
cirurgijnmeesters, dijen men meest dairinne geloven sal, om der experiencien wille van
huerder consten.
Item, wairt soe dat iement, uuyt archeyden ende met opsette, leende eenen
verwoeden oft uuytsinnigen mensche een mess oft zweert, dairmede hij hem selven
doode oft quetste, die dat dade, soude gepunieert wordden nae gelegentheyt der saken.
Item, waire oic gestatueert in een stadt, soe wije dat iement quetste dat hij
verbueren soude X pont, ende dat oic bij eenen anderen statute waire geordineert, soe
wije vecht ende iemende quetste in der straten, dat hij dobbel boete betalen sal, ende
het dairnae gebuert dat iement eenen anderen in der straten quetste ; ennige seggen
ende argueren dat die facteur niet en sal gepunieert wordden metter punicien ende
bruecken van beyde den statuten, want men niemende met II roeen slaen en sal, oft met
II punicien corrigeren van eender daet. Andere seggen ende argueren dat dair schijnen
te wesen II misdaden, deene uuyt sake van der steeken, dandere bij redenen van der
plaetsen, dair tfayt mede geaggraveert ende bezwairt wort, ende seggen alsoe dat deen
dandere niet en verlicht noch af en neempt. Andere seggen dat hij metter bruecken die
meest is, sal gepunieert wordden, want dat meeste trect na hem dat minste. Andere
seggen dat hem den minsten bruecke afgenomen sal wordden, want die punicien zijn
meer nae recht te saechten dan te bezwaren. Ic hebbe van beyden weten practizeren,
ende houde de IIste opinie die beste.
Item, al wairt dat tstatuyt van der stadt seyde, soe wije dat iemende sloege oft
quetste dat hij bloede, die soude verbueren X pont, ende iement quame ende sloege oft
quetste eenen anderen met eenen rieke oft gehackelden stocke II oft III oft meer wonden
met eenen slage, hij en soude nae recht mair in den breucke van X ponden connen
wordden gecondempneert, want hij mair eenen slach oft steeck gegeven en heeft, ende
tvoirscreven statuyt spreeckt van den slage oft steeke, ende niet van elcker wonde oft
quetsueren, ende die forme van den statute is sculdich gehouden te wordden, ende dat
dairinne niet geexpresseert en is, dat is sculdich als achtergelaten geacht te wordden,
hoewel andere seggen wille[n] datter soe veele slagen schijnen te zijn als er wonden zijn,
gelijc men seegt van ghiften die yement heeft, dat dair giften soe veele is, als dair
stucken zijn die men geeft ; mair dierste opinie houde ic die beste, mair sprake dat
statuyt van elcker wonden, soe soude hij gepunieert wordden van elcker wonden, hoewel
hij niet meer dan eenen slach en hadde geslagen.
Item, noch suldij weten ende merckelijc onthouden, wairt soe dat iement in eenen
gevechte ende turbelingen van veele lieden wordde gequetst dat hij storve, ende men en
wiste niet wije die dootwonde gegeven hadde, dat ennige meynen dat zij allegairder
sculdich wairen ter doot gecondempneert te wordden als dootslagers ; andere seggen
dat geen van hen ter doot en sal wordden verwijst, mair sellen allegairder gepunieert
wordden beternisse te doen van der quetsueren ter arbitragien van den richter, mitsdat
146 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
men niet en weet wije den dootsteec gegeven heeft, dwelc behoiren soude geweeten
te zijn.
Ende het is godlijckere ende rechtelijckere dat een misdaet blijve ongepunieert dan
dat de onsculdige wordde gepunieert ; ende men is oic sculdich die (a) condempnacie te
scouwen om der onsekerheyt wille van den facteur die men niet zekerlijc en weet, ende
dairomme, al en gebreekt dairinne geen recht, nochtans gebreeckt dair thoen, dairop
dat men de condempnacie soude doen. Niettemin, het heeft te meer stonden den notabelen
ende wijsen geraden gedocht dat men, in desen gevalle, niemende van hen ter doot en
sal condempneren, mair selen gepunieert ende gecondempneert wordden van der
quetsueren te beteren met gelde, ter arbitragien van den richtere. Mair, wairt dat zij
allegairder hadden geordineert ende opset gemaict hadden den voirscreven dootslach te
doen, ende dat zij alsoe, mits der voirscreven quetsueren, dat werck hadden volbracht,
zij souden ontwijfelijc allegairder sculdich zijn gepunieert te wordden ende gecondemp-
neert als dootslagers mits den opsette ende consente, nam agentes et consentientes pari
pena puniuntur. Wairt oic zoe dat, in den voirscreven gevechte ende turbelingen,
diegeene die geweeten wordde, die den dootsteeck hadde gegeven, soe soude die alleene
van den dootslage wordden gecondempneert, ende alle dandere souden alleene wordden
gepunieert van den oploope ende quetsueren, mitsdat zij niet geordineert oft opset
gemaict en hadden den persoon doot te slaen. Nochtans vijnt men andere, die seggen
willen ende sustineren dat in den voirscreven gevalle, dair men den principalen
dootstekere niet geweeten en conste, men vernemen ende geweeten conste wije van den
geselscape ende turbelingen voirscreven den voirscreven twist begonst hadde, dat dan
die alleen van den dootslage soude gepunieert wordden, al wairt soe dat die doode van
zijnder quetsueren niet gestorven en waire, als gegeven hebbe sake der doot, dwelc
alleens is als dootslager te zijn; ende is, in dijen gevalle, diegeene die den twist begandt,
sculdich voir alle dandere gepunieert te wordden, opdat die misdaden niet en blijven
ongepunieert, ende alle dandere die in denselven twist geweest zijn, selen gepunieert
wordden, van den oploop ende quetsueren alleenlijc, ende niet van den dootslage.
Item, noch suldij weten dat men den meester die over den gequetsten gaen sal,
sculdich is te kiesen ter gelieften van den vrienden des gequetsten ende bij consente van
den gequetsten, oft bij den richter van zijnder officien wegen ; ende men en is niet
sculdich te staen oft fundement te maken opt seggen ende oordeel van eenen meester,
mair is van noode datter II meesters toe gehailt wordden, want dat vonnisse is gerechtich,
ende bij oerdeeie van veele personen gevestlcheyt wort, ende die stemme van
eenen en is egheene, ende tseggen van eenen en justificeert noch en condempneert.
Item, noch suldij weeten, soe wije hem selven quetst met opsette, die is sculdich
gepunieert te wordden capitalijc van den live, tenwaire dat hij dat dade uuyt inpaciencien
van onverdraghelijcke groter pijnen, smertten ende verdriete zijns levens, in welcken
gevalle hij nochtans gepunieert sal wordden, alsoft hij eenen anderen hadde gewondt,
want wairomme sal men dengeenen sparen, die hem selven niet en spaert ?
a. die, in hs. : te.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 29 147
Item, noch suldij weten, eest dat iement, meynende ennigen persoen te slaen, geraict
ende quetst eenen anderen voirbijlijdende, onversien ende sonder opset, alsoe dat hij
sterft, ghij sult weten dat die facteur sculdich is gepunieert te wordden van injurien
ende niet van dootslage, want hij geen meyninge en hadde dijen te raken, ende alsoe
en sal hij niet gehouden zijn lege Cornelia de sicariis, sed iniuriarum vel sattem
Aquiliana.
Item, noch suldij weten, al eest dat iement eenen anderen quetst die dat consenteert,
nochtans sal die gepunieert wordden niet bij enniger actien die de geinjurieerden persone
toebehoirt, mair mits der actien, die der gemeynder welvairt toebehoirt, die sulc is dat
geen overdaet en sal ongepunieert blijven.
Item, wairt oic soe dat iement ginge zijnen viandt suecken tot enniger plaetzen wert,
ende seyde tot iemende, het waire eenen oft meer, dijen hij ontmoette oft in zijnen wech
vonde : "Vriende ic bidde u, dat ghij met mij gaet tot sulcker plaetsen ", ende zij dat
daden, niet wetende wat zijn voirnemen oft meyninge is, ende hij, ter voirscreven
plaetzen comende, hij voir hen weechstrijct ende doet oploop op zijnen viandt, quetsten
ende steecken doot ; ende hij wort dairnae met alle sijnen voirscreven geselscape
gevangen, ende wort aldair den voirscreven gesellen opgeleyt dat zij mede geweest zijn
in velde ende in veerden, ende dat zij dairomme als gesellen ende participanten van den
fayte selen capitalijc wordden gepunieert, dairtegen die voirscreven gesellen wederom
allegeren ende seggen dat zij geen gesellen noch participanten dairaf en zijn, mair zijn
bedroogen geweest, ende onweetens van der meyninge, opset ende fayte, ter voirscreven
plaetsen gebracht geweest, ende dat zij noch gesteeken noch geslagen noch oploop
gedaen en hebben, ende de voirscreven principale misdadige bekent dat hijse bedroogen
heeft, ende dat hij hen niet te kennen en hadde gegeven dat hij in meyninge was sulcken
daet te doen, deselve alsoe ontlastende van der misdaet, ghij sult weten dat die principael
facteur sal van den dootslage gepunieert wordden, ende alle dandere selen ongehouden
ende ongepunieert blijven, want dengeenen die bedroogen wordden ende niet den
bedriegeren comen die rechten te hulpen ende te baten, ende huer ignorancie excuseertse.
Mair, hadden zij dairaf geweeten, oft hulpe oft voirderinge totter daet gedaen, zij zouden
als hulperen mede wordden gepunieert van den live.
Item, noch suldij weten dat uuyter maleficien ende misdaet, die iement doot, spruyten
II actien, die een den heere, als besorgere van den gemeynen besten ende welvairt, ende
dander der vercorter partijen ; ende dairomme eest, al betailt die misdadige den heere
den bruecke oft kuere van zijnder misdaet, hij en is niettemin sculdich der gequetster
partijen te betalen ende te ontheffen van der cueren ende meestergelde van den medecijns
ende cyrurgijns, die over hem gegaen hebben.
Item, eest dat iement beveel geeft dat men eenen anderen dootsla, ende die slager
wort gecregen ende gepunieert, ende die richter wille procederen opten geenen die dat
geheeten heeft, ghij sult weten dat hij niet ongepunieert en sal blijven, mits der punicien
van den slagere, want dair veele lieden misdoen, die punicie van den eenen en lost noch
en bevrijdt den anderen niet na rechte.
148 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, noch suldij weeten dat de rechten ondersceyden vierderleyde manieren van
consente. Deen is consenteringe mits negligencien de misdaet te beletten, die hij wel
hadde mogen benemen ; dander is consent mits raide ; tderde is consent mits hulpe ende
bijstandt ; ende die IIIIde maniere is consent overmits auctoriteyt ende bescuddinge, die
men den misdadigen geeft ende toetroost. Dierste consent wort alreminste gepunieert ;
dander noch min dan de principael facteur ; dat derde wort gelijc den principalen
gepunieert ; ende dat vierde behoirt zwairlijcker gepunieert te wordden dan de principael
facteur.
Item, een persoen coempt ende steect eenen anderen een bloedige wonde, dairnae
coempt een ander, die van den geselscap des iersten niet is, ende steect den gequetsten
doot, dierste sal sculdich zijn van den gequetsten, ende dander van der doot.
Item, wairt dat iement eenen anderen overreede met peerde oft wagene dat hij
storve, die dat gedaen hadde soude van dootslage wordden gepunieert, alsoeverre als
hij dat niet en hadde gedaen op eenen toogh ende plaetze publijcq, ende op eene bane
dair men de peerden pleech te berijden ende laten loopen, ende sonder opset. Mair
hadde hij geroepen: "huet u, huedt u", soe soude hij ongehouden blijven van der doot,
mair soude gepunieert wordden totter scaden ende intereste der quetsueren, alsoe verre
als hij geweeten hadde dat dat peerd quaet was ende onbedwanckelijc metten breyel,
ende nyet van den dootslage, mitsdat hij geen meyninge en hadde iemenden te dooden.
Item, noch suldij weeten dat in eender stadt van eender misdaet diverse breucken
wairen gestatueert, ende men niet en wiste welc ierst geordineert was, soe sal die rechter
imponeeren den minsten breucke, mair wist men welck dierste waire, sal men dat houden.
Item, noch suldij weten dat men van eender misdaet niemenden II werf punieren
en sal, ende dairomme die gepunieert wort metter penen van den statuten, dijen sal men
ongepunieert laten van der penen, die bij den gemeynen rechten, opt (a) selve misdaet
geordineert mach zijn, zij zije minder oft meerder dan dandere.
Ende, soe ic boven geseyt hebbe int begin van desen capittele van der actien
criminele, soe sij[n] regulariter alle misdadige ende delinquerende sculdich met
behoirlijcker punicien gepunieert te wordden, uuytgenomen in den saken bij den rechten
toegelaten, dair int beghin van den voirscreven capittel af gescreven is, uuytgenomen
oic in dengeenen die bij ongeval ende gerechter avontueren sonder opset misdoet.
Item, in den uuytsinnigen.
Item, in den slapenden, die den uuytsinnigen, in dijen, te gelijcken is.
Item, int kijndeken dat niet en weet wat doet.
Item, in den weezen ende onverjairden, soe jonck zijnde dat hij geen arch en can
begrijpen.
Item, in den dronckaert.
Item, in den geck die puer kijnts is.
(a.) opt. in hs. : oft.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 29 149
Item, verwoetheyt excuseert van der misdaet, soe doet oic ignorancie, alsoft een wijf
vonde eenen man in huer bedde liggen, meynende dat huer man waire, al wordde zij
van hem bekent, zij wort geexcuseert van overspeele bij der voirscreven ignorancien.
Item, noot excuseert van der misdaet.
Item, geestelijc relie[ve]mente als divorcie.
Item, rechtveerdige sake.
Item, gevechten, grouwel ende anxt.
Item, wittige beschermenisse ende bescuddinge van zijnen live oft zijnder kijnderen
oft ouders, oft zijns goets.
Item, bij desen actien suldij formeren u libel aldus
"Andries seegt dat Goossen heeft sulcken man dootgeslagen, oft sulcken brand
gesticht, oft heeft om sulcken man ter doot te brengen heymelijc gegaen met eenen
zweerde oft brandereele, onder zijnen tabbaert, oft heeft valsche getuygenisse
gedragen, dair sulcken man mede onsculdichlijc verwijst is geweest, oft heeft valsche
getuygenisse doen doen om sulcken man ter doot te brengen, oft richter zijnde heeft
gelt ende goet genomen om sulcken man te verwijsen, oft heeft venijn oft vergiffenisse
teeten oft te drincken gegeven, om sulcken persoon te dooden, versuect dairomme dat
hij gecondempneert wordde capitalijc gepunieert te wordden, ende zijn hooft hem
afgeslagen te wordden, ende om dit te thoenen, offert hij hem selven ad penam
talionis".
Item, bij deser actien wordden oic vervolght ende gepunieert alle diegeene [die]
mynnendranck oft ander[r] confectien van lieften oft salamandren oft cicaden oft
ma[n]dragora oft andere substancie die de doot innebrengt, iemende hebben gegeven
teeten oft te drincken.
ltem, hier suldij weten dat, nae gemeyn recht, dootslach mach worden gecommit-
teert in III manieren, te weten, bij wille ende consente, oft bij nootweeren, oft bij
ongevalle. Ende een richter heeft in desen ende alle anderen maleficien veele dingen
aen te sien : den persoen, die plaetze, den tijt, die toecoempst, die qualiteyt ende die
maniere van doene.
Item, dootslach gevalt bijwijlen haestelijc in een gekijf, ende bijwijlen buyten
taggingen en[de] rixen van lieden, ende met opsette ende voirdachten coelen bloede ;
ende dese maniere van dootslage zijn verscheiden, want dierste is simpelen dootslach,
ende dander is moort.
Item, generalijc dootslach gebueren in II manieren, te weeten, metter daet ende
metter tongen ; metter daet gevalt hij in III manieren, bij justicien, bij noode oft
nootweeren, bij ongevalle ende bij opsette willens ende weetens ; metter tongen, gevalt
hij in drije manieren, bij bevele, bij raide ende bij defensien.
Item, noch suldij weten dat men den dootslager hulpe doet in drije manieren
dierste is voir de daet, als zijn diegeene die wapene oft zwee[r]de dairtoe leenen; ten
anderen in de daet, als diegeene die present is, ende hulpt den dootslag voirderen ten
derden na de daet ende maleficie, als iement den misdadigen den heere oft zijnen
dienaren neempt ende met machten wechleydt ende dijergelijcke.
150 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, hier soude iement mogen vragen, een persoen en hebbe noch hulpe noch raid
gegeven totter misdaet, ende een andere hebbe in zijnen name oft ter contemplacien
ende liefden van hem den dootstach gedaen, ende hij dat van weerden hielde, oft hij
gepunieert sal wordden gelijc den facteur.
Item, desgelijcx mocht men vragen van dengeenen die, metten iersten, bevolen
hadde dat men den dootslach soude doen, ende hem dat nairderhant, ende aleer den
dootslach gedaen wart, dat beroude, oft hij oic sculdich is der doot gelijc den facteur ;
om hieraf solucie te geven, verseynde ic u totten clercken van rechte, die u dairaf
nairder selen weten te berichten.
Item, noch suldij weten van dengeenen die hulpe doet den dootslager, alsoeverre
als hij met zijnder hulpen ende dienste niet en geeft oirsake oft cause der misdaet, dat
hij, soe ennige ontwijfelijc houden, niet sculdich en is gepunieert te wordden metter
gelijcker punicien van den facteur, noch gelijc den hulperen die met huerder huelpen
ende bijstande sake geven der misdaet. Uuyt allen desen dat voirscreven is, suldij
colligeren dat, nae recht, soe wije iement dootslaet, dairaf groeit ende genereert actie
crimineele, soewel voir den procureur van officien als voir de geinjurieerde partije,
tenwaire dat de facteur voire hem hadde die excepcie van rechte, het waire van zijn lijf
te bescudden oft van camprechte, oft excepcie van gerechten ongevalle, oft om zijn goet
tegen die dieve oft moordeners te bescudden, oft excepcie van den dooden te hebben
gevonden forniceerende met zijnen wijve oft dochtere, oft excepcie den dootslach te
hebben gedaen oft doen doen bij beveele ende dwange van justicien, gelijc oft die
prince bevale dat men den ballinc levende oft doot vangen soude, mits zijnder
ongehoirsaemheyt ; want in desen voirscreven gevallen en souden die misdadigen geen
peyne crimineele noch civile dragen, soe voirscreven is.
Item, dair een bastaert dootgeslagen is, dair behoirt den paix gemaict te wordden
ende die doot versuent tegen den heere, hooge gericht hebbende ter plaetsen dair den
dootslach gebuerde, ende oic tegen die vrienden van der moederlijcker zijden, voir
dinterest van hueren maegh, mitsdat die moeder geen bastaerden en maict ; ende dit is
te verstaene na den ouden costumen van den lande van Brabant ende van Vlaenderen,
mair in Vranckerijck ende in Henegouwe maict men den pays alleen aen den souverain
heere, te weeten, aen den coninck oft aen den grave.
XXXe CAPITTELE
VAN PARRICIDIEN OFT PATRICIDIEN
Item, die VIste maniere van criesme capitael is geheeten in latijne actio legis
Pompeie de parricidiis(1). Ende parricidium is soeveele te seggen als te hebben gedoot
(1) D. 48, 9.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 30 151
ende ter doot bracht vader oft moeder, oudevadere, oudermoedere, broeder, zuster,
oom, moeye, nichte, neve, zwager, voester, stiefmoeder ende dijergelijcke van der
machscap, hetzij met wapenen oft met vergiffenissen.
Item, van deser misdaet is gehouden tkijnt dat vader oft moeder doot, oft dat
venijn gecocht heeft om zijnen vader oft moeder te geven, al en volbrengt hijs nyet.
Item, die medicus oft apoticarijs, die wetens den kijnde dat vercoopt om zijnen
vader te geven.
Item, die zijnen zoone doot, adulterende met zijnder huysvrouwen.
Item, die den zoone gelt leent om dairmede iemende te hueren oft ennige substancie
te coopen, om zijnen vader dairmede te dooden.
Ende nyet alleene de voirscreven persoonen en zijn gehouden van deser misdaet,
mair alle die dair heymelijc oft openbair, willens ende weetens met quaden moede ende
liste, raidt, hulpe ende daet dairtoe gegeven hebben. Ende die punicie van desen is nae
recht, dat mense ierst met roeden geesselen sal dat zij bloeden, ende dairnae sal men
desen misdadigen steeken ende bijnden in een huyt van eenen diere ende in eenen sack
van ledere, ende bij hem eenen hont, eenen haen, een hynne, een slange ende een
zijmme, ende worpenen alsoe in de zee oft in de riviere, ende latenen alsoe sterven ; oft
men mochten worpen voir die leuwen, beeren oft wolven, om van hen verslonden te
wordden, want dese misdaet is niet te gelijcken bij ennige andere ; ende behoiren dese
misdadige te verliesen die vier elementen binnen hueren levenden lijve, ende te sterven
sonder elementen.
Item, hier suldij weten, wairt dat iement, bij verwoetheyden ende crancheyt van
zijnnen, zijnen vader oft anders iement van zijnen bloede doode, die en soude niet
gepunieert wordden van den live, mair hij soude gekarkert ende gevetert wordden.
Item, eest dat een kijnt zijnen vader oft moeder oft oudevader oft oudemoeder
injurieert. dat kijnt sal gepunieert worden tot hueren goetduncken, wille ende geliefte,
alsoeverre zij niet en excederen die mate van genaden ende goedertierenheiden in der
punicien.
Item, wairt dat een kijnt doot vonden wordde int bedde van den vadere oft van
moedere, ende het niet en bleecke dat dat met archeyden oft boosheiden waire gedaen,
soe sal te presumeren zijn dat dat meer geschiet is bij ongevalle ende negligencien dan
uuyt quaetheyden, om der presumpcien wille van der natuerlijcker liefden, ende sal dat
alsoe blijven ongepunieert van den live, want geen liefde en gaet boven die vaderlijcke
ende moederlijcke liefde, mitsdat tkijnt is een deel van hueren lichame.
Item, desgelijcx soude men oic seggen van der voestervrouwen, want dat men tkijnt
in huer bedde doot vonde, soeverre zij een wijf waire van goeder famen ende namen ;
want elc wort gepresumeert goet te zijn tot dat hij quaet wort gemerct, ende quaetheyt
behoirt bij sulcken dingen te weesen eer men dairaf criminelijc punieren sal, ende die
proeven behoiren dairaf clairder te zijn dan die sonne te middaige. Mair wairen dese
persoonen bevonden in desen punten versumelijc te hebben geweest sonder opset, soe
en souden zij nochtans niet al quijt gaen, mair souden gepunieert wordden ter arbitragien
van den richter, ende niet totter doot.
152 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, bij desen actien suldij formeren uwen heysch aldus :
"Andries seegt dat Wouter zijnen vader vergeven heeft met venijne, oft doot-
gesteeken niet eenen messe etc. , in fellen moede, versuect dairomme denselven
gepunieert te wordden als een patricide na den ondersceyde boven verclairt ; ende om
dit te thoenen, soe verbijndt hem Andries ad penam talionis."
XXXIe CAPITTELE
VAN GEMEYN GOET TE ROOVEN OFT TE STEELEN
Item, die VIIe maniere van actien criminele capitale is geheeten in latijne actio
legis Iulie peculatus(1). Ende crimen peculatus is te seggen de misdaet van te hebben
genomen, gerooft, gestoolen oft belet gemeyn gelt, schat oft goet, ende die dat in zijns
selfs oirbair heeft bekeert oft in iements anders oirbair.
Item, van dese misdaet is besculdicht ende gehouden diegeene die loot oft cooper
mengt in silvere oft in goude, den gemeynen toebehoirende.
Item, die dat gemeyn gelt niet en seyndt om te volbrengen tgemeyn werck, dair
dat toe geordineert is, mair bekeert dat in zijns selfs oerbair.
Item, die de penningen gecomen van den gemeynen goeden, hetzij van assijssen, van
hueringen oft van renten oft van enniger substancien, den gemeynen toebehoirende,
behouden.
Item, die de rentboecken oft rekenboecken van den gemeynen goeden, rentbrieven,
chartere ende previlegien derselver behouden ende niet en willen overgeven.
Item, die iemende copie geeft uuyten registren van den gemeynen goeden, sonder
oirlof van zijnen oversten.
Item, dije tgemeyn gelt niet en brengt ten behoirlijcken tijde, in de kiste oft
scappraye dairtoe geordineert.
Item, die den rentmeestren oft ve[r]wairderen van den gemeynen goede overstrijt
dat hij min gelts van den gemeynen goede ontfangen heeft dan hij doet.
Item, die de mueren oft cofferen doorbreeckt ende dair gelt uuyt neempt.
Item, die den gemeynen roof opte vianden gehailt, steelt oft neempt.
Ende dese en is niet alleen dairaf gehouden, mair oic zijn erfgenamen. Ende de
punicie van deser misdaet plach te zijn deportacie ende banninge, ende dairtoe
restitucie van vierwerf soeveele als hij genomen oft ontvreempt hadde ; mair huyden-
sdaigs, soe wije der gemeynten goet oft sprincen goet neempt, rooft oft steelt, die
verbuert zijn lijf.
Item, bij deser actien suldij formeren uwen heysch aldus
"Andries seegt dat Simon sulcken gelt, toebehoirende den prince oft zijnder stadt
ende gemeynten, in zijn selfs oirbair heeft bekeert ende dat ontvreempt, versuect
(1) D.48,13,.
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 31-32 153
dairomme dat hij capitalijc wordde gepunieert oft gebannen ende deporteert, dats
te seggen, euwelijc gebannen oft in exilien gesonden te wordden ; ende om dat te
thoenen, soe inscribeert hem Andries ad penam talionis".
Item, noch vijnt men een ander misdaet die crimineel is, geheeten in residuo ; ende
is als iement te hem wairt onwijsselijc behouden heeft ennige somme van penningen, die
gesonden is om voire een stadt oft gemeynte coren oft wijn oft yet anders, dat hem
behoefflijc is, te coopen, oft om te hueren oft te coopen ennige huyse, der stadt coren oft
goet in te leggen oft desgelijcke. Ende van deser misdaet sal die misdadige gepunieert
wordden in de verbuerte van den derdendeel van zijnen goede, oft anderssins
extraordinarijslijc ten goetduncken ende arbitragien van den richter.
XXXIIste CAPITTELE
VAN VALSCHEYDEN
[l] [Van valscheyden].
Item, die VIIIe maniere van actien crimineel ende capitael is geheeten in latijne
actio legis Cornelie de falsis(1), dats te seggen actie van valscheiden. Valscheit is
veranderinge ende immutacie van der wairheyt, ende dairomme studeren die valschers
tgeene dat goet, gerechtich ende wairachtich is, te veranderen ende onder schijn van
deughden, gerechticheyden ende wairheyden, onduegdelijc ende valsch te maken ende
die ondueght ende valscheyt te bedecken oft te cleeden, alsdat zij schijnt der dueght
ende wairheyt gelijcken.
Hier suldij weten dat valscheyt wort gecommitteert principalijc in IIII manieren, te
weeten, met gescrifte, metten wercke, metter spraken ende metten gebruycke.
Metten gescrifte geschiet valscheyt, als men anders scrijft dant is, ende als men
die wairheyt uuytdoet, hetzij dat dat gescrijfte zij een openbair instrument ende
gescrifte oft een privaet gescrifte oft rekening oft registre. Desgelijcx doet hij valscheyt
die uuyt loosheyden eens anders hanteyken contrefayt, oft die absente scrijft te zijn
presente, oft die boven de gerechte linien iet scrijft uuyt frauden, ende in veele andere
manieren. Metten woorden oft spraken geschiet valscheyt bij den getuygen, die de
wairheyt verzwijgen ende achterwairt setten, ende, willens, de loegene ende valscheyt
voir wairheyt tuyghen, contrarie huns eedts ; ende dese valscheyt wort gepunieert nae
de qualiteyt van der saken. Desgelijcx doet die richter valscheyt, die wetens tegen recht
zijn vonnisse pronuncieert, ende die den richter oft die getuygen oft de advocaten
corrumpeert.
Item, die valsche loyen ende valsche statuyten allegeert.
Item, die den prince loegene te verstaen geeft, ende dijergelijcke.
(1) D. 48,10.
154 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Metten wercke wort valscheyt gedaen, gelijc een persoen die gewichten oft maten
valscht; ende dese wordden met versceyden manieren gepunieert, bijwijlen metten
euwigen ban, ende bijwijlen extraordinarie ter arbitragien van den richter.
Item, die geene die pec oft erweeten mengt met wasse, oft zeepe met termentijne,
oft olie oft boonen, oft loot met tenne oft met silvere oft dijergelijcke menginge doen,
vercoopende gevalschte waare[!] ende comanscape voir goede ende fijne ; dese bega[e]n
valscheyt, want quaet ende gevalscht was en is geen was, ende gevalscht silvere en is
geen silvere, ende gelt dat verboden ende gereprobeert is, en is geen gelt ende lost den
betailder nyet. Insgelijcx doet hij valscheyt metten wercke, die wairachtige zegele
corrumpeert.
Item, die gelt oft die munte valscht.
Item, een advocaet, procureur, momboer, curateur ende dijergelijcke dieners ende
officiers, die dat secreet van huerder saken hueren adversarijs opdoen ende seggen, oft
die denselven hueren adversarijs die instrumenten ende brieven van zijnder partijen
openbairen.
Item, hij doet valscheyt die heymelijcke vonnisse openbairt, ende dijergelijcke.
Item, metten gebruycke wort valscheyt gedaen, bij dengeenen die hem draeght
voir eenen ridder, doctoer oft notarijs, ende onbehoirlijcken insignien van hoogheiden
oft van officien aenneempt, ende sulc niet en is als hij hem uuytgeeft.
Item, die wetens ende willens gebruyckt van valschen acten ende instrumenten oft
brieven ; mair wie dat onweetens dade, bedrogen zijnde van eenen anderen, ende hij
dat purgeerde, als in dijen purgerende sijne onnoselheyt, die soude zijn geexcuseert.
Item, hij wort oic geexcuseert, die hem abstineert van den gebruyke der voirscreven
valscher dingen, al weet hij dat die valsch zijn.
Item, hij doet valscheyt die hem seegt te zijn procureur van eenen anderen ende
hijs niet en is, ende dese wort extraordinarie gepunieert nae de grootheyt van der
misdaet oft der loegenen.
Item, die bedriechgelijcke die wairheyt verzwijght in zijn getuygenisse.
Ende generalijc, dair die wairheyt gecommuteert ende verandert wort, dair wort
valscheyt gedaen ; ende die valscheyt wort gedaen niet sonder arch oft quaetheyt.
Ende die pene oft punicie van valscheyden is, na den ouden, weerlijcken rechten,
deportacie, dats te seggen den euwigen ban in vreemden landen te blijven, ende
publicacie, dats te seggen, verbeurte van allen zijnen goeden, soeverre die persoen
een vrij man is ; mair is hij serf oft slave, soe wort hij gepunieert metter lester
supplicien, dats te seggen, gerecht ende ter doot gebracht ; mair na den nyeuwen
rechten, ende oic na den geestelijcken rechten, soe wort valscheyt in veele diverse
manieren gepunieert arbitralijc ter discrecien van den richter, na die verscheidenheyt
der saken ende valscheyden.
[2] Van meyneede.
Item, die pene van meyneede es quaet, ende wort in der penen geleken bij den
misdaden van overspeele, fornicacien ende williger manslachten ; ende dairomme die
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 32 155
dairaf verwonnen wort, sal wordden gedegradeert, ende infamis zijn, noch ontfangen
wordden om te mogen tuygen, al eest dat hij penitencie dairaf heeft gedaen ; ende men
en sal dairnae van hem geenen eedt meer mogen ontfangen, ende men geeft hem dese
ordinarijs pene, want dese misdaet wort zeere veele gefrequenteert ende gedaen.
Item, die op een ge[con]sacreert cruys, oft in des bisscopen hant qualijc zweert, die
sal III jairen penitencie doen ; ende die dat doet op een cruys, dat niet en is geconsacreert,
een jair ; ende die op eenen steen valsch zweert, die is meyneedich.
Item, het zijn III manieren van lieden dijen men die wairheyt seggen sal, te weeten,
den biechtvadere, den advocaet ende den medecijnmeester.
Item, hier mocht iement vragen als die pene coempt ende behoirt alternative te
wordden geimponeert, wijens den keuse is, oft des richters oft der partijen die de pene
lijden moet, hieraf zijn III notabele gloosen in den rechten, die seggen dat den kuese is
des richters.
Item, in de condempnacie van den persoonen, en sal men niet extorqueren alle tgeene
dat zij hebben, mair men sal die ooge hebben dat sij etende blijven.
Item, die lieden zijn nu crancker dan zij plagen, ende dairomme sal mense
saechtelijcker punieren.
Item, ten is geen wreetheyt de misdaden te punieren, mair het is goedertierenheyt ;
ende het is misdaet die misdaet niet te punieren ende de rechter die de misdaet punieert,
die geeft goet voir quaet.
Item, die den verwijsden mensche bij ordinancie van den rechte doodt oft doet
justicieren die verdient, want trecht doodten, ende die dairmede dissimuleert, die
versmaet dat recht.
[3] Van den valschen munters.
Item, noch suldij weeten van den valschen munters, soe wije dat valsch gelt slaet
oft doet slaen, oft hulpe oft raidt dairtoe geeft willens ende weetens, eest dat hij dat
doet onder dat teeken van den prince, ende die valsche penningen gulden zijn, zoe sal
men dijen valschen muntere bernen oft zieden ; eest dat hij die valscheyt doet, onder
dat teeken van ennigen anderen landen ende gemeynten, soe sal hij capitalijc gebrocht
wordden totter doot.
Item, diegeene dijet gelt van goude oft van silvere, met valscher materien van
coopere, van tynne oft anderssins mengen, oft sulcken materie met goude ende silvere
decken, ende diese te licht slaet, die zijn alle sculdich capitalijc gepunieert te wordden
oft voire die wilde dieren geworpen te wordden, ende ten minsten euwelijc uuyten
lande gebannen.
Item, ghij sult weten dat in desen misdaet van der valscher munten zijn III
speciale dingen gelegen. Ierst, dat elckermale mach sulcke valscheyt accuseren van
huerder misdaet ; ten anderen, soe wije die accuseert, die en wort niet gepunieert van
der calaengien, al en proeft hijs nyet, dwelc regulaerlijc in anderen saken contrarie is ;
ten derden, dattet wel geoirloft is eenen iegelijcken sulcken valschers te vangen, ende
den heere oft juge te leveren, hoewel dat regulariter in veele anderen criesmen niet zijn
156 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
en mach ; ten vierden, dat huys dair sulcken valschen munte gemaict wort, is verbuert
ende gepubliceert, ende oic die erve dair dat opstaet, al wairt oic zoe dat de heere van
den huyse ende van den gronde dat ignoreerde ende niet en wiste, indijen hij omtrent
ende bij huys is, tenwaire dat hij dat denuncieerde den heere oft zijnen dienaren als hij
dat wiste; mair wair hij verre van huys gereeden oft getrocken geweest, soe waire hij
geexcuseert, alsoeverre als hij des niet en wiste, mair zijn huysgesin die dairtoe geholpen
hebben, selen capitalijc wordden gepunieert.
Item, na den rechten van Lombaerdijen, een valschere van der munten verbuert
zijn hant.
Item, soe wije dat des heeren munte contrefayt sonder orlof oft auctoriteyt van
den heere des macht hebbende van zijnder heerlicheyt wegen, die is sculdich te dragen
pene capitael van der criesme ende misdaet ende verraderije tegens zijnen heere, oft
tegen den heere, dijes munte hij heeft gecontrefayt. Ende ghij sult weten dat onderscheyt
is tusschen diegeene die de munte contrefayten, graven, forgeren, printen ende verwe
geven, ende dengeenen die deselve munte trecken halen ende coopen tegen de
valsche munteners, om die willens ende weetens voirt te vercoopen ; want dese leste,
die de quade munte halen ende coopen om dairaen te wijnnen, en zijn niet sculdich
achterhaelt te wordden van verraderijen, als die principale valsche munters, mair zij
sijn sculdich geacht te wesen als dieve[n] publijcque die alle de weerelt steelen, ende
zijn geheeten in den weerlijcke rechten, dieve[n] van valscher munten.
Item, die kennisse van den valschen munters oft contrefayters derselver behoirt den
princen toe, ende geenen anderen gerichte, mair van den voirscreven dieven van
valscher munten mach die kennisse ende execusie blijven den hooghen justicieren.
Item, van dengeenen die valsch gelt uuytgeven, ende dat selve nyet en halen noch
en coopen, suldij weeten, eest dat zij dat wetens ende met opsette ende uuyt archeyden,
dat uuytgeven, alsoeverre als zij puberes zijn ende ten jairen van puberteyten comen
zijn, zoe zelen zij gepunieert wordden metter generaelder penen van valscheyden, dwelc
plach te zijn den euwigen ban ende verbeurte van goede, ende in den slave verbuerte
van live. Mair na den nyeuwen rechte, wort hij alleenlijc gebannen oft gepunieert met
enniger anderen punicien extraordinarijse sonder gedoot te wordden ; mair hadde hij
valsch gelt selve gemaect, hij soude gedoot wordden. Wairt oic soe dat iement dicwijle
sulcken gelt uuytgave weetens ende met opsette, soe soude de gewoente van misdoene
verzwaren ende meerderen die peyne ende punicie ; want wije dicwijle misdoet, die
behoirt zwairlijc gepunieert te wordden, opdat andere hem dairaen spiegelen souden ;
mair die sulcken gelt ontweetens uuytgave, die soude mits zijnder ignorancien van den
misdaet wordden geexcuseert ; ende dunct ennigen geleerden dat een richter wel mochte
sulcke personen die, met opsette ende wetens, valsch gelt uuytgegeven hadde, zijn hant
doen afslaen, dair hij dat mede uuytgegeven hadde, mair na de costume ende gewoenten
van desen ende van veele anderen landen, zoe wordden sulcken lieden die valsch gelt
coopen ende uuytgeven, gehangen aen een halve galge ende behangen metten gelde.
Desgelijcx wordden oic gedoot ende gepunieert als dieve[n] van valscher munten, die
tgelt scroyen ende afsnijden oft met subtijlheiden, hetzij bij watere oft me[t] viere
DER RAIDTCAMEREN VAN BRABANT. DL. I, CAP. 32 157
oft anderssins, lichter maken dan het was, om gewijn te hebben van der materien die zij
dairuuyt gecrijgen.
Item, soe wije dat ennige maten oft gewichten valscht, die wort insgelijcx
gepunieert gelijc voirscreven is, oic mogen zij gepunieert wordden metten ban van
relegacien, dats met banne die nyet euwich en is, oft anderssins extraordinaire ter
discretien van den richter.
Item, noch suldij weeten dat men meyneedt bijwijlen punieert civilijc, bijwijlen
metter peynen van infamien, bijwijlen metten versteekene van te mogen tuygen ende
in eens goets eerlijcxs menschen stat te mogen staen, bijwijlen metter penen van
openbairlijc geslagen te wordden, bijwijlen nae berueringe van den prince mits
versmaetheyt zijns eedts, ende bijwijlen van den zweerde, als verraders.
Item, soe wije dat zweert met vreemden onbehoirlijcken eede, ende hem des
gewent, als bij den baerde, bij den buyke, bij den darmen oft bolingen Gods ende
dijergelijcke, die sal ende behoirt gepunieert te wordden van den live, al wairt oic
alsoe dat hij die wairheyt zwoere, want hij schijnt gezworen te hebben in contempte
van den kersten religien.
Item, zwoer hij die wairheyt met behoirlijcken eede oft sacramente, zoe en wort hij
niet gepunieert ; mair zwoer hij eenen valschen eedt, ende dat dade als getuyge in een
sake aengaende den live, soe soude hij gecastijt wordden met gelikenissen van der
supplicien ende misdaet ; ende dade hij den valschen eedt als getuyge in een ander sake
civile oft criminele, soe soude hij gepunieert wordden van valscheyden.
Item, zwoer hij den quaden eedt niet als getuyge mair als principael, ende dat dade,
voir recht, uuyt bernender heyten van gramscappen, soe heeft hij alleen God tot eenen
wreeker.
Item, die iet vercoopt met valscher maten oft gewichten eenen anderen, dat niet
wetende, die is sculdich den anderen dat tweevuldich te beteren ; oic is hij sculdich
van der archeyt ende quaetheit gepunieert te wordden, als van dieften oft als gecommit-
teert hebbende die condicie van dieverijen.
Item, zoe wije wetens valsche gewichte oft maten leendt, die is gehouden int
interest, mair eest dat hijse verhuert, hetzij dat hijse weet valsch zijnde oft niet, soe is
hij sculdich ende gehouden dat interest te beteren ende van der valscheyt gepunieert te
wordden, want valsche gewichte oft mate oft munte en is geen gewichte, mate oft
munte.
Item, zoe wije zijnen naem oft toenaem verandert uuyt archeiden, in frauden van
ennigen private personen oft van den heere, die is sculdich van valscheiden gepunieert
te zijne, mair die dat uuyt boerden oft genuechten doet, die is ongehouden, soeverre
hij dat niet en doet ten bedrooge van iemenden, ende hij vrij is, mair een serf oft slave
en soude dat niet mogen doen.
Item, het es wel geoirlooft dat een mensche om zijn lijf oft goet te bescudden
zijnen name verandere, mair anderssins eest valscheyt ;want valscheyt en is anders niet
dan veranderinge van der wairheyt, ende veranderende den name, doet hij valscheyt
ende wort van valscheiden gepunieert.
158 BOEC VAN DER LOOPENDER PRACTIJKEN
Item, soe wije procureert ende vervolght dat die notarijs oft clerc valscheyt doet int
scrijven ende maken van zijnen brieve oft instrumente, dijen is men sculdich zwairlijcker
te punieren dan dengeenen die simpelijc des valschen instruments ende briefs heeft
gebruyct.
Item, rasure gemaict in eenen brief oft instrument in de narracie van den fayte,
induceert suspicie ende quaet vermoeden tegen dat instrument oft den brief ; mair het
waire anders, waire die rasuere gedaen in de narracie van rechte ; ende de rasuere van
luttel letteren oft sillaben, die der wijsheyt van den richtere genen twijfel inne en
brengen, en hijndert nyet.
Item, het zijn veele punten die den brieven van den pauws ende prelaten maken
suspect, te weeten, als zij bezegelt zijn met vremden zegelen.
Item, als in den brieven van den pauws quade gramarie staet, welc letzel van
gramarien nochtans nyet en vicieert oft suspect en maict andere instrumenten,
testamenten ende oepene brieven.
Item, als dieselve brieve beworven zijn bij eenen anderen, dairaf geen speciael
mandaet oft beveel hebbende.
Item, als die bezegelt zijn met valschen zegelen.
Item, als die bullen oft openbairen instrumenten niet en begrijpen djair, maent,
dach, indictie ende plaetze dat die gegeven wairen oft gepasseert.
Item, als men bij can gebrengen die sake anders geschiet zijnde dan dairinne
gescreven staet.
Item, als dairinne rasuere staet, ende die bij eender ander handt gescreven is,
Item, een instrument wort gevicieert als een dat gescri[j]ft, ende een ander dat
teekent ; desgelijcx als die een dat beghiint, ende dander dat eyndt ende volscrijft ;
desgelijcx al